CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 7 juni 2023, gemeente Texel51.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Sowieso heeft de nauwe samenwerking met de eigen bedrijfsarts en arbeidsdeskundige de focus op ziekteverzuimpreventie sterk vergroot. Er is zowel praktisch als beleidsmatig aandacht geweest voor gerichter ondersteunen van de operationeel leidinggevenden in de begeleiding van de medewerkers op dit vlak. Het ziekteverzuim onder de productiemedewerkers was in 2022 12,6 %, hetgeen behoorlijk lager is dan het landelijk gemiddelde in dit soort organisaties. De intensievere samenwerking tussen De Bolder en het STT heeft ook als positief effect dat, wanneer medewerkers door andere niet-werk-gerelateerde oorzaken uitvallen, eventuele ondersteuning in de privésfeer (bijvoorbeeld door inzet van begeleiding op het vlak van de WMO of anderszins) snel besproken kan worden.

- 11 -

Financiële kansen en bedreigingen (analyse van de verschillen t.o.v. de begroting) • Bijdrageresultaat WSW Kans +/+ € 30.000 Werkelijk resultaat +/+ € 160.000 De WSW-lonen en -personeelskosten zijn in totaal € 47.000 lager uitgevallen dan oorspronkelijk begroot (zie specificatie in de toelichting op het overzicht van baten en lasten). De begroting van de te ontvangen gemeentelijke bijdrage is in de halfjaarrapportage aangepast (+ € 106.000) en daarmee in overeenstemming gebracht met de toegekende formatie en het budget volgens de meicirculaire. De uiteindelijk ontvangen bijdrage is nog € 13.000 hoger, conform de septembercirculaire, maar verminderd met € 6.000 wegens het doorsluizen van subsidie naar een ander sw-bedrijf vanwege doorstroom van een van onze medewerkers. Bij elkaar is het bijdrageresultaat daardoor € 160.000 positief t.o.v. de oorspronkelijke begroting. • Uitvoering Participatiewet Kans -/- € 30.000 tot +/+ € 30.000 Werkelijk resultaat +/+ € 22.000 De begroting was in de halfjaarrapportage naar beneden bijgesteld met per saldo € 26.000, door een te verwachten lagere bijdrage vanuit de gemeente van € 73.000 en een daling van de loon- en personeelskosten van € 47.000.

Uit de jaarrekening blijkt dat er aan loon- en personeelskosten uiteindelijk weer € 1.000 meer is uitgegeven en dat de bijdrage van de gemeente € 49.000 hoger is uitgevallen, met name door het weer aantrekken van het aantal trajecten in de laatste maanden van het jaar. • Overige-Trajecten Kans -/- € 10.000 tot +/+ € 10.000 Werkelijk -/- € 9.000 In de halfjaarrapportage was reeds rekening gehouden met deze daling op grond van het aantal trajecten dat in de loop van het jaar werd aangemeld. • Opbrengst verkoop en productie Kans -/- € 50.000 Werkelijke opbrengst -/- € 69.000. Bij het opstellen van de halfjaarrapportage voorzagen we nog een stijging van € 25.000. De opbrengst uit de wasserij trok weer aan na de coronapandemie en ook de andere afdelingen draaiden goed. Maar in het tweede halfjaar waren de gevolgen van de oorlog op alle fronten merkbaar. De kosten voor grond- en hulpstoffen stegen enorm. Gelukkig konden we die deels gecompenseerd krijgen door ook onze prijzen tussentijds te verhogen. Maar ook de productie nam in het vierde kwartaal af, waardoor we uiteindelijk t.o.v. de bijgestelde begroting weer € 94.000 lager uitkwamen. •

Kosten bedrijfsvoering Kans nihil (taakstellend begroot) Werkelijke kosten -/- € 25.000 Deze kosten waren in de halfjaarrapportage nog verhoogd met € 113.000, enerzijds vanwege hogere salariskosten (totaal € 52.000) van de ambtelijke staf i.v.m. de aanstelling van de directeur a.i., anderzijds door verwachte stijging van onderhoudskosten, energie en algemene kosten (totaal € 61.000). Het totaal van de salariskosten van de ambtenaren is uiteindelijk juist gedaald (-/- € 34.000) t.o.v. de oorspronkelijke begroting door meevallende sociale lasten en minder uitgaven aan personeelskosten (m.n. studiekosten, doorgeschoven naar 2023). Door het (nog) niet kunnen uitvoeren van begroot onderhoud, veel bedrijven krijgen veel meer opdrachten dan ze aankunnen, zijn ook de onderhoudskosten binnen de oorspronkelijk begroting gebleven (-/- € 2.000). Het energieverbruik is wel gestegen, maar iets minder hard dan halverwege het jaar begroot (+/+ € 4.000) en de kosten voor belastingen en verzekeringen zijn binnen de begroting gebleven (-/- € 2.000). Verder zijn de overige algemene kosten, waarvoor in de gewijzigde begroting nog een stijging met € 25.000 was voorzien, slechts met € 12.000 toegenomen t.o.v. de oorspronkelijke begroting.

Dan zijn er nog de incidentele baten van € 7.0000 en incidentele lasten van € 4.000 waardoor het totaal van de werkelijke kosten € 25.000 lager is dan oorspronkelijk begroot.

Uiteindelijk is het resultaat vóór onttrekking uit de Reserve egalisatie rekeningresultaten € 140.000 minder negatief dan oorspronkelijk begroot en zelfs € 153.000 minder negatief dan halverwege het jaar werd verwacht. Het eindresultaat is nihil na onttrekking van € 19.000 uit de Reserve egalisatie rekeningresultaten.

- 12 -

PARAGRAFEN

- 13 -

PARAGRAFEN Paragraaf A: Lokale heffingen Deze paragraaf is niet van toepassing voor De Bolder. Hiervoor wordt verwezen naar de jaarrekening van de gemeente Texel.

Paragraaf B: Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen van De Bolder is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde de bedrijfsvoering zonder directe externe hulp veilig te stellen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover De Bolder beschikt/kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is een indicatie voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van De Bolder. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit van De Bolder bestaat uit de algemene reserve en de stille reserves. Stille reserves worden gevormd door de meerwaarde van activa die laag of tegen nul zijn gewaardeerd en verkoopbaar zijn indien men dat zou willen. De algemene reserve bedraagt eind 2022 € 360.000. De gebouwen zijn in 2014 getaxeerd op een mogelijke verkoopopbrengst van € 4.135.000. Hier tegenover staan een WOZ-waarde begin 2022 van € 3.561.000 en een boekwaarde eind 2022 van € 1.396.000. Zonder stagnatie van de bedrijfsvoering te veroorzaken zijn er volgens bovenstaande definitie geen stille reserves. Uiteraard kan een stille reserve alleen worden geëffectueerd bij een gerealiseerde verkoop. Dit is afhankelijk van de markt.

Onderdeel van het eigen vermogen van De Bolder zijn de verschillende bestemmingsreserves. Deze reserves zijn onderverdeeld in investeringsreserves, kostenreserves en risicoreserves. Het totaal van de risicoreserves bedraagt eind 2022 € 264.000. Net als de algemene reserve zijn deze risicoreserves bestemd voor toekomstige risico’s. Inventarisatie van risico’s De oorlog in Oekraïne laat ons duidelijk zien dat risico’s veranderen onder druk van de macro-economische omstandigheden. In 2022 konden de verhogingen van de productiekosten nog grotendeels worden afgedekt door verhoging van de prijzen voor onze afnemers. In 2023 zal De Bolder ook de gevolgen van de enorme verhoging van de kosten van energie merken. De prijzen waarop gas- en elektracontracten in het vierde kwartaal van 2022, dus na het tot stand komen van de begroting voor 2023, zijn vastgeklikt, zijn hoger dan die waarmee in die begroting is gerekend. Dit speelt ook bij afnemers en leveranciers. Inmiddels weten we dat de overheid voor particulieren maatregelen heeft getroffen om de gevolgen van de enorme prijsstijgingen te compenseren. Of er ook maatregelen komen voor bedrijven zoals De Bolder en de partijen waarmee De Bolder te maken heeft is nog niet duidelijk. Per 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden.

Deze wet behelst de hervorming van de WSW, de WWB en de Wajong, gecombineerd met een bezuinigingsopdracht voor de komende jaren. De instroom in de WSW is per 1 januari 2015 volledig gestopt. Voor iedereen die op 31 december 2014 in dienst was in de WSW blijven de rechten gewaarborgd. Door natuurlijk verloop met een volledige instroomstop is het aantal werknemers in de WSW van 2015 naar 2022 met 63 personen gedaald tot 93 personen (inclusief 14 begeleid werkenden bij externe werkgevers) . De gemeente Texel heeft besloten de Participatiewet grotendeels zelf uit te voeren, waarbij voor alles wat met gesubsidieerd werk te maken heeft De Bolder wordt ingeschakeld. Na een voorzichtige start in 2016 met 3 werknemers zijn er in de afgelopen jaren per saldo nog 32 personen ingestroomd (inclusief 9 personen werkend bij externe werkgevers). De krimp in de WSW is daardoor slechts gedeeltelijk gecompenseerd door groei in de Participatiewet. Net als voor andere (voormalige) SW-bedrijven is het voor De Bolder steeds een uitdaging om de WSW met de krimpende beschikbare middelen te blijven uitvoeren en om vorm te geven aan de uitvoering van de Participatiewet, binnen de daarvoor beschikbare budgetten. Dit vraagt doorlopend aanpassingen in de bedrijfsvoering en de kostenstructuur.

De steeds zwakker wordende samenhang van de doelgroep heeft negatieve gevolgen voor de productiemogelijkheden van de werknemers en versterkt dit proces nog eens. Dit kan ook betekenen dat in de toekomst afdelingen gaan inkrimpen waardoor machines buiten gebruik zullen worden gesteld, met als gevolg dat die machines moeten worden afgeboekt. Met de krimpende budgetten bestaat ook het risico dat het niet direct lukt om de vaste lasten in gelijke mate te laten dalen. Vanaf het voorjaar van 2021 is een intensieve dialoog gestart met interne en externe stakeholders over de langetermijntoekomst van De Bolder. De opbrengsten van dit traject zijn vervlochten met de herijking van de Visie op het Sociaal Domein en de daaraan gekoppelde uitvoeringsplannen. Tijdens de laatste raadsvergadering van 2021 is de raad akkoord gegaan met de door De Bolder gewenste ontwikkelrichting. Enerzijds gaat het daarbij om de duurzame en verantwoorde instandhouding van het werkbedrijf, gekoppeld aan de visie om gemeentebreed re-integratie en inkomensondersteuning integraal te gaan vormgeven binnen het

- 14 -

concept ‘Huis van Ontwikkeling’. In 2022 heeft dit geleid tot een tussentijdse rapportage aan het college en de raad over het proces tot dan toe. In 2023 zullen hier concrete plannen voor worden ontwikkeld met belangrijke keuzes voor de toekomst. Al enige tijd is duidelijk dat het financieel gezien noodzakelijk is om de onderliggende bedrijfsstructuur van De Bolder én de manier waarop De Bolder binnen de gemeente vorm geeft aan zijn taak, te herzien. De ‘winst-verlies’ werkwijze van De Bolder is lastig te combineren met de ‘taak-budget’ werkwijze van de overige gemeentelijke afdelingen. Zeker wanneer de uitvoerende taken steeds vaker integraal vanuit de afdelingen worden vormgegeven zoals dat bijvoorbeeld rondom de inburgering- en begeleiding van re-integratie trajecten het geval is. Daarbij is het van belang dat de focus wordt verschoven van ‘kosten’ naar ‘waarde en waarden’. In die sfeer wordt ook verder gewerkt aan de plannen voor de toekomst van De Bolder en ook aan het Huis van Ontwikkeling. De vennootschapsbelasting is vanaf 2016 ook van toepassing op overheidsondernemingen. Die moeten zelf nagaan voor welke activiteiten ze belastingplichtig zijn. Volgens de gemeente (advies van de belastingadviseur) komt De Bolder niet door de ondernemingspoort voor haar activiteiten.

Uit een gesprek met de belastingdienst in juni 2021 is gebleken dat de dienst het eens is met het door de gemeente ingenomen standpunt over de vennootschapsbelasting t.a.v. activiteiten van De Bolder. Omdat De Bolder een productie- en bemiddelingsbedrijf is dat op diverse markten opereert, worden er hierdoor ondernemersrisico’s gelopen. Door de spreiding over diverse PMC’s en spreiding van afnemers wordt getracht dit risico beheersbaar te houden. De productie van ondervloeren is in de loop der jaren echter een grotere rol gaan spelen en beslaat in 2022 ruim 45% van de totale productie. Vorig jaar was dit bijna 50%. Dankzij het herstel van de wasserij na de coronapandemie ziet dit er dus weer gezonder uit. Er bestaat natuurlijk altijd het risico dat een bepaalde deelmarkt niet meer rendabel kan worden uitgevoerd of een bepaalde afnemer besluit naar een andere leverancier te gaan, maar dit kan worden opgevangen door een verschuiving naar een van de andere PMC’s. De betrokken werknemers zullen niet worden ontslagen, maar er moeten aanvullende vervangende rendabele werkzaamheden worden gevonden. Vanuit het productiebedrijf zijn er geen lopende claims met een substantieel financieel belang bekend. Risico’s die volgen uit de normale bedrijfsvoering van De Bolder zijn afgedekt door verzekeringen.

Beleid De algemene reserve is een algemene buffer voor het opvangen van tegenvallers en bedraagt eind 2022 € 360.000, dat is 8% van de totale bedrijfslasten. Als wordt gekeken naar de bedrijfslasten zonder WSW-loonkosten en Participatiewet, want daarvoor wordt een gemeentelijke bijdrage ontvangen, dan bedraagt de algemene reserve bijna 20% van deze bedrijfslasten. Het beleid van De Bolder is om een sluitende begroting te presenteren, zodat de algemene reserve niet hoeft te worden aangesproken. Als er dan onverwachte tegenvallers ontstaan, zodat er een negatief resultaat moet worden gepresenteerd, dan is een algemene reserve van 20% van deze bedrijfslasten een verantwoorde buffer. Daarnaast is er uit de winstbestemmingen van 2014 tot 2017 in totaal € 354.000 gestort in de Reserve egalisatie rekeningresultaten. Ook deze reserve is gevormd voor de dekking van negatieve rekeningresultaten. Daaraan is in 2021 conform het door de raad genomen besluit bij de jaarrekening over 2020 aan deze bestemmingsreserve een bedrag groot € 59.000 toegevoegd door herbestemming van de reserve speciale trajecten Participatiewet. Door onttrekkingen in de afgelopen jaren bedraagt de reserve op de balans nu € 264.000.

Kengetallen volgens art. 11 BBV: Jaarverslag 2022 Kengetallen

Verloop van de kengetallen Verslag 2022

Verslag 2021

Verslag 2020

netto schuldquote

44

47

48

netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

14

14

11

solvabiliteitsratio

35

35

37

structurele exploitatieruimte

2

-4

0

Betekenis kengetallen: Netto schuldquote: weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van

- 15 -

de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: idem maar dan gecorrigeerd voor de uitgeleende gelden. Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin een gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte: in hoeverre is een gemeente in staat de structurele lasten te voldoen uit de structurele baten. De opname van bovenstaande kengetallen is verplicht volgens art 11. BBV vanaf de jaarrekening 2015. De betreffende cijfers van De Bolder worden geconsolideerd in de jaarrekening van de gemeente Texel. Voor een toelichting wordt verwezen naar de kengetallen van de gemeente Texel met de betreffende toelichting.

Paragraaf C: Onderhoud kapitaalgoederen De samenstelling van de gebouwen van De Bolder is zo divers dat de normale onderhoudskosten, inclusief groot onderhoud, een gelijkmatig verloop in de tijd geven. Onderhoud wordt naar behoefte uitgevoerd, afhankelijk van de noodzaak van het betreffende onderhoud en afhankelijk van de financiële middelen van dat moment. Uit de winstbestemming van 2013 was een bestemmingsreserve gevormd voor groot onderhoud aan gebouwen en installaties. In 2019 is deze reserve aangewend voor het vervroegd vervangen van dakplaten en bitumen dakbedekking in verband met de wens van de gemeente om extra zonnepanelen op de panden te plaatsen. Een deel van het voor 2022 geplande onderhoud kon niet worden uitgevoerd wegens het teveel aan opdrachten bij uitvoerende bedrijven. Dit onderhoud is doorgeschoven naar 2023.

Paragraaf D: Financiering Conform het treasury-statuut van de gemeente Texel en de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) dient in de jaarrekening verantwoording over het gevoerde treasury-beleid te worden afgelegd. Deze verantwoording vindt niet plaats in de jaarrekening van De Bolder, maar in die van de gemeente Texel.

Paragraaf E: Openbaarheid Deze paragraaf is niet van toepassing voor De Bolder. Hiervoor wordt verwezen naar de jaarrekening van de gemeente Texel.

Paragraaf F: Bedrijfsvoering Voor een verantwoording over de bedrijfsvoering van De Bolder verwijs ik u naar het algemene gedeelte van het jaarverslag.

Paragraaf G: Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin De Bolder een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Volgens deze definitie heeft De Bolder geen verbonden partijen.

- 16 -

JAARREKENING

- 17 -

JAARREKENING BALANS PER 31 DECEMBER 2022 (x € 1.000) ACTIVA

2022

2021

2020

PASSIVA

2022

2021

2020

Va ste act i va

Va ste p as s i va

Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

Eigen vermogen Algemene reserve BestemmingsreservesGerealiseerde resultaat

360 934 0

360 1.088 _-/- 52

360 1.127 99

Totaal eigen vermogen

1.294

1.396

1.586

Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s

0

0

0

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden

1.662

1.771

1.853

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden

260

92

70

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

481

__690

753

3.697

3.949

4.262

Financiële vaste activa Leningen aan Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden

1.662

1.294

1.771

1.403

1.853

1.593

Vl otten d e a ct iv a Voorraden Grond- en hulpstoffen Gereed product en Handelsgoederen Totaal voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Rekening-courantverhoudingen met niet- financiële instellingen Overige vorderingen

263

217

193

6

_6

5

269

223

198

Vl otten d e p a s si v a 163

253

234

0

0

0

1 215

6 233

0 172

Totaal uitzettingen

379

492

406

Liquide middelen Kassaldi Banksaldi

0 0

0 2

0 2

Totaal liquide middelen

0

2

2

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

93

58

210

3.697

3.949

4.262

Totaal

Totaal

- 18 -

OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING (x € 1.000)

Omschrijving

Bijdrageresultaat WSW Lonen en personeelskosten WSW Gemeentelijke bijdragen WSW

Realisatie 2022 Begroting 2022 na wijziging

Begroting 2022 voor wijziging

Lasten

Lasten Baten

Lasten

2.225

2.226

Baten

2.179

Resultaat WSW Participatiewet Lonen en personeelskosten P-wet Gemeentelijke bijdragen P-wet

155

102 437

Baten Lasten

Baten

2.307 2.221

-/- 5 484

Realisatie 2020 Lasten

Baten

2.318 2.354

2.459

47

141

325

248

501

452

525

366

318

63

15

41

41

70

1

1

1

0

1

11

10

19

17

19

Resultaat Overige trajecten

10

9

18

17

18

Totaal bijdrageresultaat

228

126

54

105

229

1.551

1.645

1.620

1.525

1.502

Bedrijfsopbrengsten Opbrengst verkoop en productie

2.327

438

Resultaat Participatiewet Overige trajecten Personeelskosten overige trajecten Vergoeding overige trajecten

2.334

Realisatie 2021

Afschrijving vaste activa t.b.v. productie Overige bedrijfskosten t.b.v. productie

77 220

80 221

86 217

76 240

91 185

Bedrijfslasten t.b.v. productie

297

301

303

316

276

Totaal bedrijfsopbrengsten

1.254

1.344

1.317

1.209

Huuropbrengst gebouwen

17

17

20

25

Totaal overige opbrengsten

17

17

20

25

1.226

Overige opbrengsten

Kosten bedrijfsvoering Salariskosten ambtelijk personeel Afschrijving vaste activa algemeen Overige bedrijfskosten

1.104 54 461

1.190 54 513

1.138 54 452

1.009 54 480

1.089 56 292

Totaal kosten bedrijfsvoering

1.619

1.757

1.644

1.543

1.437

Totaal bijdrage- en bedrijfsresultaat

-/- 120

-/- 270

-/- 253

-/- 204

Financiële baten en lasten 

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

18 -/- 102

15 -/- 255

11 -/- 242

18 14

-/- 190

2 20

Het negatieve resultaat van € 102.000 is het resultaat dat De Bolder heeft behaald uit de normale bedrijfsvoering, inclusief incidentele baten en lasten. Daarnaast zijn er onttrekkingen uit bestemmingsreserves, waarvoor al eerder besluitvorming is geweest. Per saldo leidt dit tot het resultaat van € 0. Onttrekking/toevoeging aan reserves 

Gerealiseerde resultaat

102

199

186

138

79

0

-/- 56

-/- 56

-/- 52

99

- 19 GRONDSLAGEN VAN DE FINANCIËLE VERSLAGLEGGING ALGEMENE GRONDSLAGEN. Onderstaande grondslagen, waarop de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling is gebaseerd, zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. De jaarrekening voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording (BBV). Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening van De Bolder is meer gedetailleerd dan het BBV voorschrijft. De Bolder heeft hier bewust voor gekozen ter vergroting van het sturingsmechanisme van de directie en de verantwoordingsbehoefte van de gemeente Texel. De waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij anders vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De Bolder is onderdeel van de gemeente Texel Juridisch is De Bolder een afdeling van de gemeente Texel.

Praktisch kent De Bolder, binnen door de gemeenteraad van de gemeente Texel gestelde financiële en operationele kaders, echter een relatief grote mate van zelfstandigheid. Tevens kennen de activiteiten van De Bolder veel elementen die niet specifiek zijn voor een gemeente. Om deze redenen (maar ook vanwege historische redenen – De Bolder was vroeger een tak van dienst met de bijbehorende bijzondere verplichtingen) verantwoordt De Bolder zich jaarlijks via een eigen jaarrekening over de resultaten van het verslagjaar. Deze jaarrekening is primair bedoeld voor de gemeente Texel voor het afleggen van verantwoording en het overnemen van de financiële resultaten in de jaarrekening van de gemeente Texel. De jaarrekening van De Bolder is een openbaar document en kan dus ook door andere partijen gebruikt worden. De Bolder is geen zelfstandige juridische entiteit. Bij de interpretatie van de jaarrekening is het van belang van deze situatie kennis te nemen. De belangrijkste elementen hierbij zijn:

• Op diverse plaatsen in de jaarrekening worden, in de toelichting, vorderingen op en schulden aan de gemeente Texel genoemd. Omdat De Bolder onderdeel is van de gemeente, zijn deze niet opeisbaar.

• De jaarrekening bevat een WNT-verantwoording. In formele zin is De Bolder geen WNT-instelling en is dan ook niet opgenomen in het WNT-register van het ministerie van BZK.

• Het eigen vermogen staat ter beschikking van de gemeente Texel.

• De Bolder en de gemeente Texel dienen zich te houden aan de Europese aanbestedingsregels. Binnen De Bolder worden opdrachten beoordeeld op de opdrachtwaarde voor alleen De Bolder. Daarbij wordt niet beoordeeld of er binnen de overige onderdelen van de gemeente Texel mogelijk samenhangende opdrachten bestaan die samengevoegd zouden moeten worden met deze opdrachtwaarde. Vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting is vanaf 2016 ook van toepassing voor overheidsondernemingen. De huidige analyse geeft aan dat De Bolder als onderdeel van de gemeente niet belastingplichtig is voor de activiteiten in het kader van de WSW en de Participatiewet. Dit wordt toegelicht bij de niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen technische installaties Machines, apparaten, overige inventaris Transportmiddelen, landbouwtractoren en aanhangwagens Personenauto’s en bedrijfsauto’s Hard- en software ICT

n.v.t. 40 jaar 10 jaar 5/10 jaar 10 jaar 7 jaar 5 jaar

Financiële vaste activa. Betreft een lening aan de gemeente Texel ter grootte van de reserves en voorzieningen van De Bolder. Deze wordt opgenomen tegen de nominale waarde.

Voorraden. De grond- en hulpstoffen worden overwegend gewaardeerd tegen vaste verrekenprijzen, gebaseerd op de gemiddelde inkoopprijs. Verschillen tussen vaste verrekenprijs en feitelijke inkoopprijs worden als bedrijfsresultaat verantwoord. Alleen voor de vloerplaten kunnen de verrekenprijzen tussentijds worden aangepast als er sprake is van grote schommelingen in de prijzen. Incourante voorraden zijn afgewaardeerd tot marktwaarde. De goederen in bewerking en het gereed product worden gewaardeerd tegen de grondstoffenprijs, wat tot gevolg heeft dat de gerealiseerde opbrengst pas als opbrengst wordt genomen bij verkoop en aflevering van het product.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De uitzettingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, waarbij een voorziening kan worden getroffen voor debiteurenrisico’s voor posten ouder dan 3 maanden.

Liquide middelen. Deze worden tegen nominale waarde opgenomen.

Overlopende activa. Deze worden tegen nominale waarde opgenomen.

Eigen vermogen. De algemene reserve dient als algehele buffer om toekomstige tegenvallers te kunnen opvangen. Aan de bestemmingsreserves is door het bestuur een specifieke bestemming gegeven. Aan het gerealiseerde resultaat van het begrotingsjaar zal door het bestuur een bestemming worden gegeven.

Voorzieningen. De voorzieningen worden tegen de nominale waarde van de verwachte verplichtingen opgenomen.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. De materiële vaste activa worden gefinancierd door een lening van de gemeente Texel. Het gehanteerde rentepercentage is gelijk aan het percentage van het laatst door de gemeente afgesloten krediet. De aflossing is gelijk aan de afschrijvingen van de activa, verhoogd met de boekwaarde van de desinvesteringen.

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Deze worden tegen nominale waarde opgenomen.

Overlopende passiva. Deze worden tegen nominale waarde opgenomen.

OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING. Lonen en personeelskosten WSW.

BALANS.

Hierop worden de loonkosten inclusief personeelskosten verantwoord van het WSW-personeel.

Materiële vaste activa.

Gemeentelijke bijdragen WSW.

De waardering van de vaste activa is gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de over dit bedrag berekende lineaire afschrijvingen. Het afschrijvingspercentage is, rekening houdend met het BBV, afhankelijk van de soort investering en de geschatte levensduur, waarbij een activeringsgrens van € 10.000 wordt aangehouden. Op grond wordt niet afgeschreven.

Dit betreft de van de gemeente ontvangen bijdrage voor de uitvoering van de WSW.

Lonen en personeelskosten Participatiewet. Hierop worden de loonkosten inclusief personeelskosten verantwoord van werknemers vanuit de Participatiewet.

- 20 GRONDSLAGEN VAN DE FINANCIËLE VERSLAGLEGGING (vervolg)

Gemeentelijke bijdragen Participatiewet. Dit betreft de van de gemeente ontvangen bijdrage voor de uitvoering van de Participatiewet.

Opbrengst verkoop en productie. De opbrengst is de omzet verminderd met de kosten voor grond- en hulpstoffen. De omzet is de opbrengst van aan derden geleverde goederen en diensten exclusief over de omzet geheven belastingen.

Afschrijving vaste activa t.b.v. de productie. Dit betreft de afschrijvingskosten van de materiële vaste activa, die worden gebruikt voor het realiseren van de productie.

Overige bedrijfskosten t.b.v. productie. Onder deze post staan alle overige bedrijfskosten, die rechtstreeks ten laste van de productie worden gebracht.

Salariskosten ambtelijk personeel. Hierop worden de salariskosten inclusief personeelskosten van het ambtelijk personeel verantwoord.

Afschrijving vaste activa algemeen. Dit betreft de afschrijvingskosten van de materiële vaste activa die niet direct voor de productie worden gebruikt.

Overige bedrijfskosten. Onder deze post staan alle overige bedrijfskosten opgenomen, berekend op basis van historische kosten.

Financiële baten en lasten. De financiële baten en lasten bestaan uit ontvangen rentebaten en betaalde rentelasten.

Onttrekking/toevoeging aan reserves. Hieronder zijn begrepen de onttrekkingen uit en toevoegingen aan de verschillende bestemmingsreserves.

Gerealiseerd resultaat. Het voorstel voor de resultaatbestemming wordt separaat aangeboden. Het risico voor exploitatieverliezen ligt bij de gemeente Texel.

- 21 -

TOELICHTING OP DE BALANS ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa x € 1.000

Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2020 31-12-2021

Investe ringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen Boekwaarde derden 31-12-2022 512 884 2 264 1.662

Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen en installaties Vervoermiddelen Machines en overige inventaris

512 1.022 9 310

512 953 5 301

22

69 3 59

Totaal

1.853

1.771

22

131

De materiële vaste activa betreffen uitsluitend activa met een economisch nut. De gebouwen, installaties, machines, inventarissen en goederen zijn op basis van een onafhankelijke taxatie voor een herbouwwaarde van € 14.035.000 verzekerd tegen brand- en stormschade. Deze taxatiewaarde wordt jaarlijks geïndexeerd en is aanzienlijk hoger dan de boekwaarde. In 2022 is geïnvesteerd in een nieuwe breedspoor stapelaar die zowel technisch als economisch was afgeschreven, het oude exemplaar is verkocht in 2023 omdat reparatie niet meer rendabel was. Het restant ad € 29.000 van het door de raad goedgekeurde investeringsplan 2021 (oorspronkelijk € 100.000) en ook het totaal van het door de raad goedgekeurde investeringsplan 2022 (ad € 100.000) zijn overgeheveld naar 2023. Financiële vaste activa x € 1.000 Lening aan de gemeente Texel

Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2020 31-12-2021 1.593

Investe ringen

Desinvesteringen

1.403

Afschrijvingen

Bijdragen Boekwaarde derden 31-12-2022

109

1.294

De lening bestaat uit de bij de gemeente Texel belegde reserves en voorzieningen. Onder de desinvesteringen zijn opgenomen de onttrekkingen aan reserves en voorzieningen.

2022

x € 1.000 2021

2020

Grond- en hulpstoffen Gereed product en handelsgoederen

263 6

217 6

193 5

Totaal voorraden

269

223

198

163 0

253 0

224 10

Vlottende activa Voorraden

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Gemeente Texel Overgedragen WSW-bijdrage overige gemeenten

Totaal vorderingen 163 253 234 De vordering op de gemeente betreft het debiteurensaldo ad € 117.000 aangevuld met een bedrag ad € 9.000 nog te ontvangen bijdrage PW aan loonkostensubsidie en begeleiding en het per jaarultimo te verrekenen bedrag met de gemeente, dat is een post die jaarlijks onderling wordt verrekend voor de te verrekenen (voorgeschoten) investeringen en afschrijvingen, de te verrekenen rente over de activa en de belegde reserves, de rente over de rekening-courant en de te verrekenen btw (compensatiefonds). Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen

0

0

0

Het drempelbedrag voor schatkistbankieren is voor De Bolder € 1.000.000 vanaf 30 juni 2021. Daarvoor bedroeg het drempelbedrag voor De Bolder € 250.000. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren x € 1.000 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden Ruimte onder het drempelbedrag

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

2 998

2 998

2 998

1 999

- 22 -

TOELICHTING OP DE BALANS x € 1.000

2022

2021

2020

Banksaldo BNG via gemeente Texel

1

6

0

Handelsdebiteuren Voorziening dubieuze debiteuren

215 0

240 7

179 7

Totaal uitzettingen

215

233

172

8

18

Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen

Overige vorderingen

Handelsdebiteuren ouder dan 3 maanden (x € 1.000)

De voorziening die in 2018 was gevormd voor de verwachte oninbaarheid van vorderingen op debiteuren ad € 7.000 is in het boekjaar vrijgevallen na afwikkeling van het faillissement van de debiteur. In het boekjaar is een vordering van € 102 afgeboekt wegens oninbaarheid. Liquide middelen Kassaldi

Kassaldi

0

0

0

Banksaldi

Banksaldi

0

2

2

13 80

11 47

3 207

93

58

210

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Vooruitbetaalde kosten Nog te ontvangen bedragen Totaal overlopende activa

In deze post is een bedrag van € 54.000 begrepen aan nog te ontvangen subsidie lage-inkomensvoordeel (LIV) in het kader van de Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl).

- 23 -

TOELICHTING OP DE BALANS PASSIVA Vaste passiva Reserves x € 1.000

Algemene reserve

Boekwaarde Boekwaarde 31-12-2020 31-12-2021

Bestemming resultaat

Herbestemming

Ont- Onttrekking trekking tbv afschrijv.

Boekwaarde 31-12-2022

360

360

-

-

-

-

360

Reserve investeringen 2003

81

61

-

-

-

-21

40

Reserve investeringen 2018

395

474

-

-

-

-24

450

Reserve cofinanc. transitiekst. PW

77

63

-

-

-

-13

50

-

-

-

-

-

-

Reserve speciale trajecten P-wet

159

0

-

-

-

-

0

Reserve transformatiekosten

110

155

-

-

-25

-

130

305

335

-52

-

-19

-

264

99

-52

52

-

-

1.396

-

Investeringsreserves:

Kostenreserves: Reserve groot onderhoud gebouwen

0

Risicoreserves: Reserve egalisatie rekeningresultaten

0

Gerealiseerde resultaten: Gerealiseerde resultaat 2021 Totaal

0

0

Gerealiseerde resultaat 2022 1.586

0

0 -

0 0

-

-44

-58

1.294

Algemene reserve De algemene reserve is bestemd als algemene buffer voor De Bolder om te voorkomen dat er bij incidentele financiële problemen in de bedrijfsvoering een beroep moet worden gedaan op de gemeentelijke begroting. De algemene reserve bedraagt eind 2022 8% van de totale jaarlijkse bedrijfslasten. Als bedrijf dat financieel voor 35% afhankelijk is van bedrijfsmatige ontwikkelingen die positief, maar ook negatief kunnen fluctueren, is een reserve van 8% betrekkelijk gering. Als wordt gekeken naar de bedrijfslasten zonder loonkosten WSW en Participatiewet, want daarvoor wordt een bijdrage vanuit het Rijk ontvangen, dan bedraagt de algemene reserve nagenoeg 20% van deze bedrijfslasten. Bestemmingsreserves Reserve investeringen 2003: Bij investeringen ten behoeve van de productie vindt steeds de afweging plaats of een investering wel rendabel is. Investeringen ten behoeve van de productie binnen een leer-werkbedrijf als De Bolder zijn in principe nooit voor 100% rendabel, maar veelal voor 30% tot 50%. Om passend werk te kunnen bieden wordt er soms toch besloten tot een investering waarvan van tevoren bekend is dat deze slechts in geringe mate bijdraagt aan de opbrengst uit productie.

De afschrijvingslasten van de betreffende investeringen worden afgedekt uit deze reserve, waardoor de totale afschrijvingslasten van het hele bedrijf beperkt blijven tot commercieel verantwoorde hoogte. Reserve investeringen 2018: In 2018 is een nieuwe investeringsreserve gevormd. De bestaande investeringsreserve was al jaren gesloten en een aantal van de daarmee gedekte investeringen was reeds afgeschreven. Om bij vervanging daarvan niet geconfronteerd te worden met extra lasten is ervoor gekozen de bestaande reserve financiering van formatieplaatsen om te labelen naar investeringsreserve. Hierdoor kunnen de totale afschrijvingslasten van het hele bedrijf beperkt blijven tot commercieel verantwoorde hoogte. Door herbestemming van de ‘reserve speciale trajecten P-wet’ is conform Raadsbesluit 3008139 van 16 juni 2021 een bedrag van € 100.000 toegevoegd aan deze reserve. Reserve cofinanciering transitiekosten Participatiewet: De rijksoverheid heeft een transitiebudget van landelijk € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor het financieren van de kosten om de SW-bedrijven om te vormen van uitvoerders van de WSW naar uitvoerders van de Participatiewet. Een voorwaarde daarbij was dat de bedrijven zelf minimaal 50% aan cofinanciering bijdroegen. De voor Texel toegekende subsidie bedroeg € 39.000, wat voor € 30.000 is gebruikt voor de gedeeltelijke financiering van enkele investeringen.

Uit de winstbestemmingen van 2014 en 2015 zijn bedragen toegevoegd aan deze reserve voor de financiering van de goedgekeurde plannen. De afschrijvingslasten van de betreffende investeringen worden gedekt uit deze reserve. Kostenreserves Reserve groot onderhoud gebouwen: Uit de winstbestemming van 2013 is een bestemmingsreserve gevormd voor groot onderhoud aan gebouwen en installaties. Het doel was om te voorzien in de behoefte aan financiering van dit onderhoud met het oog op de jaren dat er minder financiering voor gesubsidieerde arbeid beschikbaar zal zijn en de gebouwen en installaties meer onderhoud zullen gaan vragen. In 2019 stond De Bolder voor de keuze om gevolg te geven aan de wensen van de gemeenteraad om zoveel mogelijk daken te bedekken met zonnepanelen. Het besluit is toen genomen om gepland groot onderhoud aan de daken enkele jaren naar voren te halen en daarna de zonnepanelen te plaatsen. De reserve is met dit besluit volledig aangewend.

- 24 -

TOELICHTING OP DE BALANS Reserve speciale trajecten Participatiewet: Uit de winstbestemming van 2015 is een bestemmingsreserve gevormd voor het ontwikkelen van speciale trajecten voor die doelgroepen van de Participatiewet waarvoor in de toekomst extra zorg nodig zal zijn zoals voor de Wajongers en oudere werkzoekenden. In 2017 en 2018 is deze reserve gebruikt voor de dekking van een deel van de salariskosten van een productiemedewerker uit de doelgroep, die niet viel binnen de regels van de Participatiewet. Het is niet te verwachten dat deze reserve nog zal worden aangesproken daar bij het aanbieden van nieuwe soorten trajecten altijd uit gegaan wordt van een sluitende businesscase. Vandaar dat er herbestemming van deze reserve heeft plaatsgevonden conform Raadsbesluit 3008139 van 16 juni 2021. Een bedrag van € 100.000 is toegevoegd aan de Reserve investeringen 2018 en het restant ad € 59.000 is in 2021 gedoteerd aan de Reserve egalisatie rekeningresultaten. Reserve transformatiekosten: Met het definitief afblazen van de samenvoeging van De Bolder en het STT ontstond een nieuw vraagstuk over de langertermijnbestaansscenario’s van De Bolder. In de huidige jaren (met name wegens uitstroom van personeel) is een transformatie van het productiebedrijf noodzakelijk om de toekomst van De Bolder veilig te stellen.

Er worden diverse scenario’s onderzocht met betrekking tot samenwerking met andere (publieke- of private-) partners, er moeten aanpassingen worden doorgevoerd in de bedrijfsvoering door het aantrekken van nieuwe werkprojecten en/of het afstoten van bestaande projecten. De Bolder heeft als uitvoeringsorganisatie geen eigen beleidscapaciteit en is daarmee aangewezen op externe inhuur van de benodigde expertise/projectleiders om al deze extra activiteiten vorm te geven. Door hiervoor een bestemmingsreserve te vormen en de betreffende kosten hieruit te financieren, komen deze noodzakelijke ontwikkeltaken niet ten laste van het exploitatieresultaat en houdt De Bolder daarmee haar handen vrij om, naast de lopende productie, ook te kunnen investeren in de ontwikkeling van de eigen toekomst. De reserve, die gevormd is uit het resultaat van 2018, is bestemd voor de inhuur van ondersteuning bij het opstellen van plannen en toekomstscenario’s, voor de inhuur van uitvoerend projectleiderschap en voor het uitvoeren van pilots in het kader van het transformatieproces, inclusief eventuele materiële kosten. Het positieve resultaat (€ 99.000) van 2020 is conform Raadsbesluit 3008139 van 16 juni 2021 toegevoegd aan deze reserve. Risicoreserves Reserve egalisatie rekeningresultaten: In de meerjarenraming wordt een dalend rekeningresultaat voorzien, dat ook negatief kan worden.

Dekking van de negatieve resultaten kan uit deze bestemmingsreserve plaatsvinden, zoals is gebeurd in 2021. Er wordt dan voldoende tijd ingebouwd om maatregelen te nemen teneinde weer een sluitende begroting te krijgen. Uit de winstbestemmingen 2014 t/m 2017 is een gedeelte van het voordelig resultaat in deze reserve gestort. Conform Raadsbesluit 3008139 van 16 juni 2021 is een deel van de herbestemming van de Reserve speciale trajecten P-wet t.b.v. € 59.000 toegevoegd aan deze risicoreserve. Het tekort volgens de begroting van 2022 is in 2022 ook ten laste van deze reserve gebracht. x € 1.000

Vaste schulden met een rente typische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden Gemeente Texel Saldo per 1 januari Nieuwe leningen Aflossingen Saldo per 31 december

2022

2021

2020

1.771 22 -/- 131

1.853 48 -/- 130

2.000 -/- 147

1.662

1.771

1.853

De leningen worden verstrekt door de gemeente Texel, waarvoor in 2022 een rente is betaald van 0,28% tot 2 september en 2,44% m.i.v. die datum, dat is € 18.000, tegenover € 7.000 in 2021 respectievelijk € 31.000 in 2020. Het rentepercentage was per 4 mei 2020 gewijzigd van 3,25% naar 0,365%. De aflossingsverplichting voor 2023 bedraagt conform de begroting € 147.000 (gelijk aan de begrote afschrijvingen) en de raming van te verwachten nieuwe leningen in 2023 is € 229.000 (gelijk aan de (deels uitgestelde) geplande investeringen van 2021 tot en met 2023).

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar Overige schulden Crediteuren Belastingdienst Overige schulden Saldo per 31 december

189 71 -

92 -

59 10 1

260

92

70

- 25 -

TOELICHTING OP DE BALANS x € 1.000

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Nog te betalen bedragen Vooruit ontvangen bedragen Rekening-courant gemeente Texel Nog te verrekenen gemeente Texel Saldo per 31 december

2022

2021

2020

92 74 315 -

205 485 -

249 2 382 120

481

690

753

De post nog te betalen bedragen bestaat uit in 2023 (nog te) ontvangen facturen voor leveringen en diensten die in 2022 hebben plaatsgevonden. De post vooruit ontvangen bedragen betreft bedragen die in 2022 zijn ontvangen maar ook voor een deel betrekking hebben op 2023. De rekening-courant met de gemeente vertoont een wisselend saldo en dit is een momentopname. Het bedrag dat per ultimo 2020 nog te verrekenen was met de gemeente is de post die jaarlijks onderling wordt verrekend voor de te verrekenen (voorgeschoten) investeringen en afschrijvingen, de te verrekenen rente over de activa en de belegde reserves, de rente over de rekening-courant en de te verrekenen btw (compensatiefonds). Aan het eind van 2022 en 2021 ging het hierbij om een vordering, zie vlottende activa.

- 26 -

NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Vakantiedagen etc. In de balans zijn wegens een verbod in de BBV niet de verplichtingen opgenomen van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Dit betreft bijvoorbeeld vakantiedagen en vakantietoeslag. Sinds de cao-wijziging in 2017 waarin het Individueel Keuzebudget is ingevoerd wordt ieder jaar uiterlijk in de maand december het resterende budget uitbetaald. Voor wat betreft het totaal aan verlofdagen voor alle medewerkers (WSW, PW en ambtelijke staf) vertegenwoordigt dit verlofsaldo in geld uitgedrukt (het aantal uren vermenigvuldigd met het uurtarief per medewerker) een bedrag bijna € 120.000 aan het einde van 2022. De vennootschapsbelasting is vanaf 2016 ook van toepassing voor overheidsondernemingen. Die moeten zelf nagaan voor welke activiteiten ze belastingplichtig zijn. Volgens de gemeente (advies van de belastingadviseur) komt De Bolder niet door de ondernemingspoort voor haar activiteiten. Uit een gesprek met de belastingdienst in juni 2021 is gebleken dat de dienst het eens is met het door de gemeente ingenomen standpunt over de vennootschapsbelasting t.a.v. activiteiten van De Bolder.

BEGROTINGSRECHTMATIGHEID De Bolder heeft als productiebedrijf een begroting te realiseren, die vastgesteld is door de gemeenteraad, maar die beïnvloed wordt door marktomstandigheden. In een directiestatuut zijn de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur vastgelegd. Vast onderdeel van het beleid van De Bolder is om kosten niet naar de toekomst door te schuiven, maar direct als lasten te nemen, gezien de onzekerheid van het werken op een commerciële markt en de toenemende onzekerheid voor de gemeente over de financierbaarheid van re-integratieactiviteiten door de WSW en de Participatiewet. Dit beleid is door de raad opnieuw bevestigd bij het vaststellen van de begroting. De begroting van 2022 is vastgesteld met een negatief resultaat van € 55.600, na onttrekking van € 78.800 aan de Reserve egalisatie rekening resultaten. Daarbij is besloten dat dit éénmalig ten laste zou komen van de algemene reserve van de gemeente, onder voorwaarde dat er in onderling overleg tussen De Bolder en de gemeente een oplossing zou worden gevonden voor door de gemeente aan De Bolder in rekening gebrachte kosten. In de halfjaarrapportage zijn diverse begrotingsposten aangepast aan de verwachtingen van dat moment, waarbij per saldo een negatief resultaat van € 68.600 werd voorzien.

Voor het extra verlies van € 13.000 werd dekking gevonden door een onttrekking uit de Reserve egalisatie rekeningresultaten. De diverse afzonderlijke begrotingsposten hebben zich daarna verder ontwikkeld. De in het tweede halfjaar sterk teruglopende opbrengst van het productiebedrijf door buitengewone stijging van kosten van grond- en hulpstoffen, wordt gecompenseerd door tussentijdse prijsverhogingen enerzijds en anderzijds verminderde loon-en personeelskosten WSW door hogere uitstroom dan verwacht. Daarnaast was er sprake van een meevallend aantal trajecten P-wet, waardoor uiteindelijk per saldo het jaarresultaat op nihil is uitgekomen, na onttrekking van € 19.400 aan de Reserve egalisatie rekeningresultaten. In de toelichting op het overzicht van baten & lasten zijn de verschillen t.o.v. de begroting per post toegelicht.

WET NORMERING TOPINKOMENS De Wet normering topinkomens verplicht organisaties in de publieke en semipublieke sector om in de jaarrekening melding te maken van de bezoldiging van iedere topfunctionaris en van overige functionarissen waarvan de bezoldiging de norm te boven gaat. De Bolder is een onderdeel van en wordt volledig geconsolideerd in de jaarrekening van de gemeente Texel, waar alleen de gemeentesecretaris en de griffier worden aangemerkt als topfunctionaris. Voor De Bolder is aldus niemand gekwalificeerd als topfunctionaris. Van de overige functionarissen zijn er bij De Bolder geen personen werkzaam die in 2022 een bezoldiging hebben genoten die uitstijgt boven de norm zoals gesteld in art. 2.3 van deze wet.

- 27 -

GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM

Oorlog in Oekraïne Op het moment van schrijven is de strijd in Oekraïne ruim een jaar gaande en heeft deze inmiddels geleid tot aanzienlijke stijgingen van prijzen voor grondstoffen. Dit zet de marge op de productie aanzienlijk onder druk. Voor De Bolder gelden per 1 januari 2023 ook de sterk verhoogde tarieven voor energie. Deze tarieven zijn hoger dan die waarmee in de begroting van 2023 is gerekend. In de tussentijdse rapportage over 2023 zal hierover meer duidelijkheid kunnen worden geschetst. Gevolgen verhoging minimumloon Bijna 3 maanden na de start van 2023 is het nog niet duidelijk in hoeverre de overheid de verhoging van het wettelijk minimumloon per 1 januari voor de SW-bedrijven zal compenseren. Als deze compensatie uitblijft zal dit ook negatieve gevolgen hebben voor de exploitatie in 2023. We hopen dat bij het opstellen van de tussentijdse rapportage over 2023 er wel meer duidelijkheid hierover zal zijn. Opgelegde boete arbeidsinspectie In februari 2022 is ten gevolge van een arbeidsongeval in januari 2021 een onverwacht forse boete van bijna € 20.000 opgelegd aan De Bolder door de Arbeidsinspectie. Deze door De Bolder betwiste boete was in de balans opgenomen onder de nog te betalen bedragen. De Bolder heeft in 2022 een juridische bezwaarprocedure gevoerd. Dit heeft geleid tot een gedeeltelijke intrekking van de boete van bijna € 5.000 (zie incidentele baten).

Op 22 februari 2023 heeft de arbeidsinspectie naar aanleiding van dat ongeval een her-inspectie uitgevoerd bij De Bolder. Tijdens de her-inspectie heeft de arbeidsinspecteur “met betrekking tot dit onderwerp op de geïnspecteerde punten geen overtreding geconstateerd”.

- 28 -

TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING Realisatie 2022

Begroting 2022 na wijziging

x € 1.000 Begroting 2022 voor wijziging

Realisatie 2021

Realisatie 2020

2.013 87 79

2.067 96 62

2.060 98 68

2.146 93 68

2.132 108 78

2.179

2.225

2.226

2.307

2.318

WET SOCIALE WERKVOORZIENING (WSW) Lonen en personeelskosten WSW

Loonkosten WSW-werknemers Personeelskosten WSW Kosten begeleid werken WSW

___

Totaal personele kosten WSW

De totale loonkosten WSW zijn, analoog aan een dalend aantal medewerkers van 102 naar 93 personen per 31 december, gedaald zowel t.o.v. de cijfers van 2021 als t.o.v. de begroting over 2022. Drie medewerkers zijn uitgestroomd wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en vier zijn op eigen verzoek uitgetreden. Een persoon is uit dienst gaan na 2 jaar ziekte met toestemming van UWV en twee medewerkers zijn in 2022 overleden. Daarnaast hebben drie medewerkers in de loop van het jaar gebruik gemaakt van de RVU die in de in 2021 afgesloten nieuwe cao mogelijk is gemaakt. Een van deze personen is ook met pensioen gegaan in het boekjaar. Medewerkers die gebruik maken van de RVU blijven wel nog maximaal 2 jaar in dienst van De Bolder en de uitkering blijft deel uitmaken van de loonkosten van De Bolder. In de gewijzigde begroting was rekening gehouden met een daling van de subsidie LIV. Aan het einde van het jaar heeft de overheid besloten deze subsidie juist te verhogen als gedeeltelijke tegemoetkoming in de verhoging van de minimumlonen. De subsidie wordt altijd uitbetaald in het jaar na afloop van het jaar waarover de subsidie wordt berekend. De daling van de personeelskosten WSW heeft voor een aantal posten te maken met de relatief grote uitstroom van medewerkers in het boekjaar.

Daarnaast konden geplande trainingen (nog) niet doorgaan vanwege het overbezet zijn van de cursusleiders. De stijging van de kosten begeleid werken is het gevolg van een gemiddeld hoger aantal fte in begeleid werken en gemiddeld lagere loonwaarde van medewerkers, waardoor aan betreffende werkgevers meer loonkostensubsidie wordt betaald. Gemeentelijke bijdragen WSW

Gemeente Texel budget WSW Compensatie coronacrisis (eerste deel) Compensatie coronacrisis (4e kw, resp. 2e hj) Buitengemeenten budget WSW ___

2.340 -/- 6

2.327 -

2.221 -

2.296 48 10 -

2.273 113 63 10

Totaal gemeentelijke bijdragen WSW

2.334

2.327

2.221

2.354

2.459

Vanaf 2015 wordt de bijdrage voor de WSW niet meer verstrekt vanuit een specifiek WSW-budget direct van het Rijk, maar als onderdeel van het gemeentelijke participatiebudget. Vanaf 2015 is de instroom in de WSW volledig beëindigd, waardoor het voor de WSW berekende deel in het participatiebudget jaarlijks daalt. Alleen door overname van een medewerker van of door een andere gemeente kan er toch een minimale schommeling zijn in het budget (zoals in 2020). De hoogte van het budget is gebaseerd op de gemiddelde bezetting in SE van het vorige jaar verminderd met een berekende natuurlijke uitstroom en een jaarlijkse aanpassing in het tarief per SE. Het verschil tussen de betaalde werknemers in FTE en de gesubsidieerde werknemers in SE ontstaat doordat werknemers met een ernstige beperking voor 1,25 meetellen. In de meicirculaire 2022 is het definitieve budget op basis van het aantal SE en het bedrag per SE bekendgemaakt, waarna de benodigde begrotingswijziging in de halfjaarrapportage is meegenomen. Uiteindelijk is het budget in de septembercirculaire nog naar boven bijgesteld. In juli is een medewerkster verhuisd en is het subsidiebudget voor haar voor de rest van het jaar doorbetaald aan haar nieuwe werkgever

PARTICIPATIEWET (P-wet) Lonen en personeelskosten P-wet

Loonkosten

Loonkosten beschut P-wet Loonkosten intern P-wet Loonkosten individuele voorz..P-wet Personeelskosten P-wet Loonkostensubsidie werkg. P-wet extern

229 125 7 34 43

233 106 7 56 35

322 61 61 40

195 38 11 45 36

167 19 15 6 41

Totaal personele kosten P-wet

438

437

484

325

248

De loonkosten voor beschutte arbeidsplaatsen in het kader van de Participatiewet zijn lager dan bij de halfjaarrapportage was voorzien. De medewerkers die bij het opstellen van de halfjaarrapportage in beeld waren kwamen niet voor een beschutte plaats in aanmerking en doorlopen inmiddels wel de zogenaamde praktijkroute. Hierdoor zijn de loonkosten intern P-wet wel hoger dan in de begroting was voorzien. In het 1e halfjaar was ook een voorlopige individuele voorziening getroffen voor een medewerker. Daarmee was in de bijgestelde begroting al rekening gehouden. De betreffende medewerker is succesvol uitgestroomd naar een externe werkgever.

- 29 -

TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING Realisatie 2022

Begroting 2022 na wijziging

x € 1.000 Begroting 2022 voor wijziging

Realisatie 2021

Realisatie 2020

PARTICIPATIEWET (P-wet), vervolg loonkosten De personeelskosten worden o.a. gevormd door werkkleding en overige secundaire voorzieningen. Begin 2021 was besloten extra taalcoaches in te zetten voor personen die in het kader van de P-wet een werktraject doorlopen en de Nederlandse taal nog niet (goed) machtig zijn. Deze waren opgenomen in de begroting. In de loop van het jaar is in overleg met de gemeente besloten dat de taalcoaches voortaan rechtstreeks door de gemeente worden betaald. Hierdoor zijn de personeelskosten over het hele jaar lager dan begroot. Personen die een traject volgen bij De Bolder zijn niet in dienst. De opbrengst bestaat uit een vergoeding voor jobcoaching en de kosten daarvan bestaan voor De Bolder uit ambtelijk salarissen. De aan externe werkgevers verstrekte loonkostensubsidie is hoger dan begroot door extra toestroom van enkele medewerkers in het tweede halfjaar. In de bijgestelde begroting was deze post juist naar beneden aangepast omdat voor twee medewerkers de betreffende werkgevers aan het einde van 2021 te kennen hadden gegeven in het vervolg de volledige loonkosten voor eigen rekening te zullen nemen. Gemeentelijke bijdragen P-wet

Vergoeding loonkosten beschut Vergoeding begeleiding beschut Vergoeding loonkosten intern met lks Vergoeding begeleiding intern met lks Vergoeding loonkostensubsidie extern Vergoeding begeleiding extern met lks Vergoeding begeleiding werkervaringsplaatsen Extra bijdrage P-wet gemeente

120 120 51 26 43 13 107 21

116 128 42 25 35 13 55 38

146 125 27 12 40 10 122 43

94 62 16 7 36 6 70 75

79 105 10 4 41 13 66 -

Totaal gemeentelijke bijdragen P-wet

501

452

525

366

318

De ontwikkeling in de vergoeding loonkosten beschut en de vergoeding loonkosten intern hangt samen met wat hierboven onder de loonkosten is beschreven. Dit geldt eveneens voor de vergoeding loonkostensubsidie die natuurlijk gelijk is aan de betaalde loonkostensubsidie aan externe werkgevers. In de loop van het 2e halfjaar werden door de gemeente alsnog meer dan tien (o.a. inburgerings-)trajecten aan De Bolder toegewezen, waar in de bijgestelde begroting al geen rekening meer mee was gehouden, nadat er in het tweede kwartaal geen trajecten meer waren aangemeld. Daardoor werd de negatieve bijstelling in de halfjaarrapportage weer grotendeels gecompenseerd. De lagere extra bijdrage P-wet van de gemeente heeft een directe relatie met de verlaagde kosten van de taalcoaches, omdat de gemeente die in de loop van 2022 zelf is gaan betalen.

OVERIGE TRAJECTEN Personeelskosten Bijdrage overige trajecten

Personeelskosten overige trajecten

1

1

1

0

1

Vergoeding voor overige trajecten Totaal bijdrage uit overige trajecten

11 10

10 9

19 18

17 17

19 18

Het aantal trajecten was al naar beneden bijgesteld in de halfjaarrapportage. De personeelskosten worden gevormd door werkkleding en overige secundaire voorzieningen. De personen die een traject volgen zijn niet in dienst en afhankelijk van de aard van het traject werken zij meestal een gering aantal uren per week. De opbrengst bestaat uit een vergoeding voor job-coaching en de kosten daarvan bestaan voor De Bolder uit ambtelijk salarissen.

OPBRENGST VERKOOP EN PRODUCTIE Opbrengst productiebedrijf

Omzet verkoop en productie Af: Grond- en hulpstoffen

3.236 1.685

3.281 1.636

2.983 1.363

3.107 1.582

2.782 1.280

Opbrengst verkoop en productie

1.551

1.645

1.620

1.525

1.502

De opbrengst uit verkoop en productie is t.o.v. 2021 gestegen met 1,7%, gerealiseerd met 2,7% minder productieve uren. De stijging van de bruto omzet, totaal met 4.2% heeft niet geleid tot eenzelfde procentuele stijging van de opbrengst. Door de stijging van de prijzen van grond- en hulpstoffen (+6,5%) als gevolg van eerst de pandemie en daarna de oorlog, staat de marge enorm onder druk. De omzet van de vloerplatenafdeling is nagenoeg gelijk gebleven. De omzet van de wasserij is na de moeilijke coronajaren weer duidelijk gestegen (+21%).

- 30 -

TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE JAARREKENING Realisatie 2022

Begroting 2022 na wijziging

x € 1.000 Begroting 2022 voor wijziging

Realisatie 2021

Realisatie 2020

Totaal opbrengst verkoop en productie Af: bedrijfslasten t.b.v. productie

1.551 297

1.645 301

1.620 303

1.525 316

1.502 276

Netto bedrijfsopbrengsten

1.254

1.344

1.317

1.209

1.226

TOTAAL BEDRIJFOPBRENGSTEN

Behalve direct aan de productie verbonden kosten zoals grondstoffen en gereedschappen zijn er ook bedrijfslasten zoals afschrijving en onderhoud van machines en vervoermiddelen, brandstoffen e.d. die direct gerelateerd zijn aan de productie. Ook de kosten die gemaakt worden i.v.m. productontwikkeling vallen onder de bedrijfslasten t.b.v. productie. De netto bedrijfsopbrengsten zijn in 2022 3.7% hoger dan in 2021.

BEDRIJFSLASTEN TBV PRODUCTIE Afschrijving activa t.b.v. de productie

Afschrijving activa t.b.v. productie

77

80

86

76

91

De afschrijvingslasten ten behoeve van de productie zijn lager dan begroot, voornamelijk omdat de geplande investeringen voor 2020 niet hebben plaatsgevonden en een deel van die van 2021 zijn uitgesteld. Van deze afschrijvingslasten wordt € 36.000 weer onttrokken uit de bestemmingsreserves investeringen (respectievelijk € 15.000 uit investeringsreserve 2003 en € 21.000 uit die van 2018) en € 11.000 uit de bestemmingsreserve cofinanciering transitiekosten Participatiewet. Overige bedrijfskosten t.b.v. productie

Onderhoudskosten machines Onderhoudskosten vervoermiddelen Brandstoffen Kosten productontwikkeling Overige productiekosten Totaal overige bedrijfskosten t.b.v. productie

136 37 15 25 7 220

122 32 13 45 9 221

118 32 13 45 9 217

119 48 11 54 8 240

124 30 10 13 8 185

De overschrijding van de onderhoudskosten machines wordt in de breedte vooral veroorzaakt door verhoging van de prijzen van onderdelen. Daarnaast zorgde noodzakelijke en niet uitstelbare reparaties aan de mangels van de textiel afdeling voor overschrijding van de begrote kosten. De overschrijding op de onderhoudskosten vervoermiddelen is veroorzaakt door onvoorziene en noodzakelijke reparaties aan vervoermiddelen, met name aan de bakkenwagen, voor totaal € 5.000. De verhoging van de brandstofkosten past bij het wereldwijde beeld van de gestegen brandstofprijzen. Het bedrag van de kosten productontwikkeling wordt conform de begroting onttrokken uit de bestemmingsreserve transformatiekosten.

OVERIGE OPBRENGSTEN Huuropbrengst gebouwen

Deze post is t/m 2020 in mindering gebracht op de overige bedrijfskosten.

17

17

20

25

-

De opbrengst is conform de gewijzigde begroting, maar lager dan in 2021, toen sprake was van tijdelijke verhuur.

KOSTEN BEDRIJFSVOERING Salariskosten ambtelijk personeel

Salariskosten ambtelijk personeel Doorberekende personeelskosten Personeelskosten Inhuur payroll-werknemers

996 -/- 47 43 112

1.020

1.080

979

998

58 112

58 -

30

40 51

Totaal salariskosten ambtelijk personeel

1.104

1.190

1.138

1.009

1.089

Bij het opstellen van de gewijzigde begroting was rekening gehouden met het vertrek van de directeur per 31 mei en het feit dat hij (tijdelijk) vervangen zou worden door inhuur van een directeur ad interim. Daarnaast is het (tijdelijke) contract met een van de trajectcoaches per 1 oktober niet verlengd wegens uitblijvende (stijging van) inkomsten uit de trajecten, conform de bijgestelde begroting. De post doorberekende personeelskosten bestaat deels (11k) uit aan de gemeente doorberekende kosten voor het WSP en de door de trajectcoaches geleverde bijdrage aan de plaatsing van medebewoners uit Oekraïne. Daarnaast zijn in 2022 tijdelijke krachten (o.a. uit Oekraïne) in dienst geweest die op de textielafdeling hebben gewerkt en daarom zijn die kosten doorbelast aan de productie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=0193ee54-8c59-498d-8cc5-1b182e1a13a3