CConstaterende datTerschelling
Koppel je AI →
Document · PDF

224-O Bijlage 1 Havenplan

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente TerschellingBij agendapunt: (B) Vervanging en renovatie haven Terschelling31.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Vanaf het begin is onderscheid gemaakt tussen verschillende ‘draaiknoppen’: het gebruik van de haven hangt direct samen met de technische levensduur en de hoogte van de benodigde investering voor herstel, uitbreiding of modernisering. Zwaar gebruik versnelt slijtage en verkort de levensduur van de kades. Door achterstallig onderhoud en vergaande veroudering is hergebruik van de meeste constructies niet meer mogelijk. Daarnaast is de logistieke indeling van de haven inefficiënt en

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 21 / 93

onlogisch: zware en lichte schepen liggen door elkaar en al het autoverkeer wordt afgewikkeld via de WB-kade. Als alleen de kades worden gerenoveerd dan blijven veel kernproblemen in de haven onopgelost. Bovendien zal over 25 tot 50 jaar opnieuw groot onderhoud of vervanging nodig zijn. Na grondige analyse is besloten om de korte- en langetermijnplannen voor de haven op te splitsen in drie strategische trajecten:

•

Voorzorgsmaatregelen Urgente oplossingen voor komende jaren: mitigerende maatregelen die op de korte termijn nodig zijn om de kades veilig te houden en crisissituaties te voorkomen. De maatregelen zijn beschreven in het Voorzorgsmaatregelenplan.

•

Vervanging en renovatie Oplossingen voor de komende 15 tot 25 jaar: maatregelen om de haven weer te laten voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en richtlijnen. De oplossingen zijn beschreven in het onderhavige Havenplan.

•

Mobiliteitsvisie Oplossingen voor de komende 50 tot 100 jaar: toekomstgerichte maatregelen en duurzame oplossingen om het hele eiland bereikbaar te houden. De oplossingen worden uitgewerkt in een nog uit te voeren Mobiliteitsstudie.

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 22 / 93

3 Opgave verkenning

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 23 / 93

Introductie De opgaveverkenning brengt de actuele uitdagingen en ontwikkelkansen van het havengebied in beeld en vormt de brug tussen analyse en de verkenning van varianten. In dit hoofdstuk worden de resultaten van een grondige gebiedsanalyse en de analyse van knelpunten en opgaven samengebracht tot één centrale opgave. Daarnaast wordt ingegaan op de belangrijkste onzekerheden van het project, de mate van urgentie en het huidige momentum waarin besluitvorming plaatsvindt. Tot slot wordt een richting geschetst voor de aanpak, met een toelichting voor de verschillende ontwikkelstromen van het project, op de korte en langere termijn.

3.1

Gebiedsanalyse

3.1.1 Algemeen De gebiedsanalyse beschrijft de ruimtelijke structuur, historie, gebiedskenmerken, de gewenste toekomstige ontwikkeling en het verdienmodel van de haven. Voor de gebiedsanalyse is gebruikgemaakt van diverse onderzoeksrapporten, bodemen milieugegevens, overheidsgegevens, lucht- en satellietbeelden en planologische documenten. De analyse geeft inzicht in de nulsituatie, oftewel de huidige uitgangspositie en situatie van de haven.

Figuur 4. Luchtfoto Terschelling (gemeente Terschelling)

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 24 / 93

3.1.2 Ruimtelijke structuur Ligging en karakter Het havengebied van Terschelling ligt aan de zuidzijde van het eiland, waar land en zee elkaar ontmoeten. De haven vormt de overgangszone tussen het open wad en de compacte bebouwing van West-Terschelling en is zowel geografisch als functioneel het hart van het eiland. Het gebied heeft een uitgesproken maritiem karakter, waar getij, wind en scheepvaart het ritme bepalen. De haven ademt zeevaart en ambacht; masten, touwen, vissersschepen, reddingsboten en veerboten bepalen het aanzicht en onderstrepen de betekenis van de haven als levensader van het eiland. De kracht van het gebied ligt in de diversiteit aan functies van beroepsvaart, recreatie, visserij en toerisme. Deze verweving zorgt voor een dynamische omgeving, waarin het dagelijks leven, de economie en de natuur met elkaar verbonden zijn.

Deelgebieden De gemeentelijke haven bestaat uit meerdere deelgebieden met elk hun eigen functies: •

Bruine Vloothaven: afmeren van beroepsvaart, visserij, chartervaart (Bruine Vloot), rijks- en hulpdiensten;

•

WB-kade: hoofdontsluitingsroute, met vervoer, horeca, toerisme, maritiem erfgoed;

•

Dwarskade: kade aan het Veerhavenplein t.b.v. afmeren beroepsvaart, visserij en chartervaart;

•

Werkhaven: op- en overslag zwaar materieel, bouwmaterialen, goederen, containers, brandstof, afval en slib;

•

Vaargeul: nautische verkeersafwikkeling van Jachthaven, Werkhaven en Veerhaven;

•

Oostelijke Havendam: stortstenen dam parallel aan de haven, vaargeul en De Plaat (Oostelijke Ras).

Figuur 5. Schematische weergave deelgebieden in het havengebied

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 25 / 93

Functionele samenhang De haven vervult een veelheid aan functies: logistiek, economisch, sociaal en ecologisch. Ze is van vitaal belang voor de bevoorrading van het eiland, de veerdiensten, de visserij, de hulpdiensten en het toerisme. Tegelijk vormt de haven een ontmoetingsplek waar bewoners en bezoekers elkaar kruisen. In het hoogseizoen neemt de druk op de ruimte sterk toe, wat vraagt om nauwkeurige afstemming van verkeersstromen, ligplaatsen en bezoekers.

3.1.3 Historische tijdlijn De haven kent een lange geschiedenis die nauw verweven is met de maritieme identiteit van het eiland. Al in de 17e eeuw diende de natuurlijke baai als ankerplaats voor de walvisvaarders en koopvaardijschepen die de Noordzee en de Waddenzee bevoeren. De ligging, beschut door het wad en dicht bij de diepere vaargeul, maakte de plek ideaal als tussenstop en handelslocatie.

Het gebied kreeg tussen 1600 en 1800 te maken met ernstige kusterosie, waardoor het dorp bijna voor de helft verdween. Tussen 1780 en 1840 zijn dammen aangebracht om verdere erosie te voorkomen. De oostelijke Havendam dateert ook uit deze periode. Pas in 1826 werd een volwaardige haven aangelegd, waarmee Terschelling uitgroeide tot vestigingsplaats voor het Loodswezen, de Kustwacht en de Vaarwegmarkeringsdienst. In die jaren kwam ook de plaatselijke visserij met haar kleine platbodems meer tot groei.

Figuur 6. Topografische kaart in 1850, 1900-1950, 1975 en 2000 - van links naar rechts (Erfgoedatlas, 2024)

De komst van de stoomvaart tussen Harlingen en Terschelling versterkte de rol van de haven als aan- en afvoerhaven voor zowel goederen als passagiers. In de jaren ’30 werden oevers, kades en dammen aangepakt om het gebied een impuls te geven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de haven een strategisch punt tijdens de Duitse bezetting. Na 1945 was herstel van de schade en modernisering van de haven nodig. In de jaren ’50 zijn diverse havenwerkzaamheden uitgevoerd.

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 26 / 93

Geleidelijk verdwenen de oorspronkelijke oevers en natuurstenen taluds uit de haven en zij maakten plaats voor verticale kadewanden, waardoor meer ruimte ontstond voor schepen met een grotere diepgang.

Gedurende de 20e eeuw groeide het gebied geleidelijk uit tot het logistieke en economische hart van het eiland, met functies voor visserij, reddingsdiensten, onderhoud en recreatievaart. Vanaf 1950 begon ook het toerisme fors toe te nemen. Dit leidde tot de noodzaak voor een herinrichting van het Veerhavenplein, met de aanleg van nieuwe autobrug-, laad- en losfaciliteiten. In 1982 werden alle kades in de haven vervangen en versterkt. De Willem Barentszkade, vernoemd naar de beroemde Terschellinger ontdekkingsreiziger, vormde de ruggengraat van deze ontwikkeling.

3.1.4 Gebiedskenmerken Haven- en maritieme functies Van oudsher vervulde de haven de rol van schuil-, werk- en vissershaven. De haven diende voor industriële activiteiten, open overslag, brandstoftoevoer, onderhouds- en betonningswerk, calamiteiten-, reddings- en wrakbergingsactiviteiten en lokale visserij. Historisch gezien fungeert de haven als schuilhaven voor kustvaart en waddenvisserij. Schepen kunnen bij slecht weer of ijsgang beschutting zoeken. Het dorp West-Terschelling is daarmee uitgegroeid tot een nautisch centrum met een hechte verbondenheid met de Waddenzee, de internationale koopvaardij, de veerdiensten en andere maritieme en offshore activiteiten op de Noordzee, waarin ook veel eilanders hun werk vinden.

Ook groeide het eiland, met de zeevaartschool Maritiem Instituut Willem Barentsz en de vuurtoren Brandaris, uit tot een belangrijk maritiem knooppunt. Het Maritiem Instituut is vanuit de haven betrokken bij diverse onderzoeks- en praktijkprojecten, maakt gebruik van eigen opleidingsvaartuigen en faciliteert training en opleiding op historische schepen.

Vanuit de zeeverkeerscentrale in de vuurtoren Brandaris wordt de dagelijkse verkeersbewaking en coördinatie van alle scheepvaart op de Waddenzee en een grote sector van de Noordzee verzorgd. Dit is een taak die van groot belang is voor zowel de nautische als de nationale veiligheid van Nederland. In het noordelijke deel van de haven bevindt zich de Werkhaven, het betonningsterrein en de (voormalige) Tonnenloods. Vanuit hier worden vaarwegbetonning en onderhoudsactiviteiten van Rijkswaterstaat op de Waddenzee gecoördineerd. Het is van essentieel belang dat de haven al deze onderliggende industriële activiteiten blijft faciliteren.

Halverwege de vorige eeuw kwam toerisme op Terschelling sterk op gang. Dat bracht het eiland en de recreatiesector economische voorspoed, maar zorgde ook voor een intensiever en gedeeld gebruik van de schaarse ruimte en andere onwenselijke gevolgen. Zo lopen beroepsvaart, toerisme en logistieke activiteiten tegenwoordig letterlijk door elkaar. Het toerisme gaf bovendien een impuls om het maritieme en historische verleden zichtbaar te maken. Zo ontstonden initiatieven om het erfgoed te behouden en te tonen, waaronder musea, cultuurhistorische gebouwen en historische schepen. Terschelling hecht grote waarde aan het behoud en de zichtbaarheid van haar maritiem erfgoed, waaronder iconische historische schepen zoals Zeesleepboot Holland en Museumreddingboot Brandaris.

Het middendeel van de haven fungeert als Bruine Vloothaven. De Bruine Vloot omvat een verzameling historische zeilschepen, waaronder tjalken, klippers en aken, die oorspronkelijk dienstdeden als vrachtschepen en tegenwoordig worden ingezet voor de professionele passagiersvaart (chartervaart). Sinds 2024 is het beroep van schipper binnen de Bruine Vloot zelfs erkend als immaterieel erfgoed van Nederland. De haven vervult bovendien een rol als uitvalsbasis voor

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 27 / 93

onderwijs, onderzoek en natuurbehoud. Vanuit de haven vertrekken zowel zeehonden- en duiktochten als schepen die ecologisch en wetenschappelijk onderzoek uitvoeren op de Waddenzee en de Noordzee.

Figuur 7. Impressie maritieme functies Terschelling

Pas na de eeuwwisseling zijn de Waddenzee en een deel van de Noordzee aangewezen als beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Sindsdien zijn natuurwaarden en ecologische functies structureel verweven met het beheer van de haven, waardoor bij elke ingreep nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met de omliggende natuur. Vooral stikstofuitstoot is daarbij een bepalende factor: zowel in de oorspronkelijke situatie als in het huidige gebruik ligt de stikstofdepositie structureel boven de toelaatbare waarden. De perceptie van de eilandbewoners verschilt vaak van die van externe belanghebbenden als het gaat om de omgang met natuur en ecologie. Ook natuurbescherming in het havengebied zelf, zoals de bescherming van flora en fauna in de Kom en Dellewal, zijn regelmatig onderwerp van discussie. Feit blijft dat de haven, die van oorsprong een industrieel en nautisch karakter heeft, tegenwoordig functioneert binnen een bredere balans tussen economische vitaliteit, verkeersafwikkeling, gebruiksruimte en natuurbehoud.

Buitendijks gebied De haven vervult een uitgesproken buitendijkse functie: het grootste deel van de haven ligt aan de zeezijde van de primaire waterkering en is daarmee direct blootgesteld aan het getij, golfslag en stormvloeden. Waterstaatkundig gezien heeft het

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 28 / 93

gebied dezelfde classificatie als een ‘strand of wadplaat’ en er zijn geen wettelijke normen van toepassing voor de bescherming tegen overstroming. Voor buitendijkse gebieden geldt dat de verantwoordelijkheid voor waterveiligheid primair ligt bij de provincie en de gemeente, mits het niet gaat om zandige kustgebieden. Bouwen en wonen in buitendijks gebied brengt echter intrinsieke risico’s met zich mee. Buitendijkse bebouwing vindt altijd plaats op risico van de eigenaar of gebruiker. Zelfredzaamheid van bewoners en een robuuste voorbereiding is essentieel voor gebieden met een buitendijks veiligheidsniveau. Voor het buitendijkse gebied is het essentieel om, ondanks het ontbreken van een formele normering, de bestaande waterkeringen technisch in goede staat te houden vanwege hun indirecte beschermingsfunctie. De gemeente heeft een draaiboek in geval van hoogwater en stormvloeden in de haven. Dit draaiboek voorziet in gefaseerde maatregelen, die genomen worden zolang de keermuur op de kade nog niet dreigt te overstromen. Als de waterhoogte verder stijgt treedt een rampenplan in werking.

Figuur 8. De WB-kade tijdens hoogwater (hoofdontsluiting onder water)

Water- en waterbodembeheer Het oppervlaktewater in de haven valt, doordat het buitendijks is gelegen, binnen het beheergebied van Rijkswaterstaat als het gaat om de waterkwaliteit. De gemeente gaat over het onderhoud en beheer van de waterbodem in de haven, en baggert periodiek de haven. Voor het havengebied is geen formeel water- of peilbeheer vastgesteld, noch door de provincie Fryslân, het Wetterskip Fryslân of de gemeente, omdat het buitendijks is gelegen en vanuit waterstaatkundig oogpunt mag overstromen. Omdat slechts een deel van het havengebied lager ligt dan NAP +3,50 meter, komt alleen dat gedeelte bij overstroming onder water te staan.

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 29 / 93

Bodem en geomorfologie West-Terschelling is gelegen op een kustduin die is ontstaan door wind en getijdengeulafzettingen. De Dellewalbaai, die de enige natuurlijke baai van Nederland vormt, ondergaat een continu proces van erosie en sedimentatie door de invloed van getijden, golven en stormen. Deze dynamische sedimentstromen beïnvloeden ook de bodemopbouw onder WestTerschelling, waar duin- en strandzanden zich afwisselen met oudere mariene afzettingen.

Het zandpakket in het gebied is zeer waterdoorlatend en bood van oorsprong voldoende stabiliteit, waardoor de meeste gebouwen destijds op staal zijn gefundeerd en niet op palen. De sterkte van de kades en infrastructurele werken wordt vooral bepaald door verankering en funderingslengte van de bouwdelen in het zandpakket. Analyse van satellietdata toont aan dat er op dit moment geen significante bodemdalingen in het gebied optreden. De bodemdaling is vergelijkbaar met de rest van Nederland.

Bodemkwaliteit De bodemkwaliteit in het havengebied en langs de WB-kade varieert per locatie. Uit voorgaande onderzoeken blijkt dat sommige delen niet of slechts licht tot matig verontreinigd zijn, terwijl andere plekken als ernstig verontreinigd zijn aangemerkt. Het terrein van de Werkhaven is geclassificeerd als vervuild en heeft een saneringsurgentie (klasse: potentieel spoed vanwege benzine-service station). Bij toekomstige werkzaamheden moet daarom rekening worden gehouden met noodzakelijke saneringsmaatregelen.

Cultuurhistorische waarden Cultuurhistorie beschrijft het menselijk handelen en de wijze waarop dit de omgeving in de loop der tijd heeft gevormd. Hoewel West-Terschelling geen formeel beschermd dorpsgezicht heeft, bevinden zich aan de WB-kade meerdere rijksmonumenten, waaronder het voormalige reddingsboothuis, een pand met stoepstenen, een wachtlokaal en een karakteristiek woonhuis. Ook grenzen meerdere bijzondere objecten aan de haven, waaronder het boeienterrein, twee woonhuizen met jongere bouwkunst, en een oud kantoorgebouw.

Archeologische waarden Er is geen archeologische verwachtingswaarde bekend. Een deel van het dorp, dat direct grenst aan het havengebied, bevat mogelijk wel waardevolle archeologische resten uit de periode bronstijd en later. Het gebied is geclassificeerd als “IJzertijdmiddeleeuwen: streven naar behoud”. Voor het havengebied zelf geldt geen archeologische onderzoeksverplichting.

Natuur, flora en fauna De haven grenst direct aan het Natura 2000-gebied en is daardoor gebonden aan ecologische randvoorwaarden. Ecologische processen zoals getij, sedimentatie en vogelhabitatontwikkeling beïnvloeden de fysieke condities in en rond het havengebied. Stikstofuitstoot, verstoring en verlichting vormen actuele aandachtspunten.

In het havengebied staan meerdere monumentale bomen en houtopstanden waarop de gemeentelijke boomverordening van toepassing is. Langs de WB-kade bevinden zich drie beschermde exemplaren: een witte paardenkastanje, een appelof perenboom en een moerbeiboom. Vooral de bescherming van de witte paardenkastanje is van belang voor het havenproject; deze boom is vermoedelijk rond 1910 aangeplant en daarmee circa 115 jaar oud.

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 30 / 93

Kabels, leidingen en riolering In het havengebied, onder en in de WB-kade bevinden zich verschillende kabels en leidingen voor riool, gas, water, elektra en data. De meeste kabels en leidingen liggen parallel en direct voor de woonhuizen aan de kade.

3.1.5 Toekomstige ontwikkeling Duurzamere en bredere economie De economie van Terschelling wordt in sterke mate gedragen door toerisme, dat verantwoordelijk is voor 31% van alle werkgelegenheid. De horeca, recreatie en detailhandel vormen de kern van de eilandeconomie. De tweede grootste sector is de detailhandel en reparatie, aldus een provinciaal onderzoek in 2025. De andere sectoren betreffen landbouw, visserij, vervoer en opslagactiviteiten. Deze eenzijdige structuur maakt het eiland gevoelig voor seizoensinvloeden, externe schommelingen en de economische conjunctuur. De gemeente en provincie Fryslân streven daarom naar een bredere, duurzamere economische basis, met meer ruimte voor circulaire initiatieven, kennisontwikkeling en lokale dienstverlening. Demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing en een krappe woningmarkt, vormen daarbij structurele uitdagingen voor het behouden van voldoende arbeidskracht en ondernemerschap. Punt van zorg blijft de grote afstand tot basisvoorzieningen. De gemiddelde afstand tot een school of ziekenhuis is ver, omdat deze allemaal op het vaste land gelegen zijn. Hoewel de veerdienst tot het alledaagse ritme van het eiland behoort, blijft de beschikbaarheid ervan cruciaal voor het voorzien in de basisbehoeften van iedere eilander.

Vergroening en verduurzaming Een ander belangrijk speerpunt op Terschelling is de verduurzaming van de infrastructuur en de gebouwde omgeving. Het doel is om zoveel mogelijk bebouwing energie-neutraal te maken en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen sterk te verminderen. Lokale energiecoöperaties en klimaatfondsen spelen hierin een actieve rol door investeringen in zonne- en windenergie te stimuleren en de energietransitie op eilandschaal te versnellen. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een warmtenet, waarbij de ambitie is om warmte te onttrekken aan het oppervlaktewater van de haven voor duurzame verwarming van nabijgelegen gebouwen.

Ook wordt gekeken naar innovatieve vormen van emissievrij vervoer, zoals elektrisch bagagevervoer tussen Harlingen en Terschelling, om de CO₂-uitstoot van de logistieke keten verder te beperken en de haven te positioneren als proeftuin voor duurzame mobiliteit. In het kader van de klimaatdoelstellingen en de ambitie om uiterlijk in 2040 emissieloos te varen, wordt onderzoek uitgevoerd naar de elektrificatie van de Friese Waddenveren. Om dit mogelijk te maken zijn in de haven walinfrastructuur, een netverzwaring en mogelijk extra walaansluiting nodig. In de huidige haven is de beschikbare ruimte voor nieuwe elektrische aanlandingen, wal- en laadinfrastructuur beperkt. Paradoxaal genoeg kan het aanleggen van een nieuwe elektrische verbinding tussen de wal en Terschelling, bedoeld om de verduurzaming te versnellen en de emissies op de Waddenzee te beperken, mogelijk niet of slechts met grote moeite worden gerealiseerd, omdat de werkzaamheden kunnen leiden tot verstoring van natuurwaarden. Bovendien vormen de risico’s op overstroming een aandachtspunt, aangezien de installaties veilig en droog moeten blijven functioneren. Daarnaast vraagt ook de mogelijke geluids- en omgevingshinder van elektrische laadstations om zorgvuldige afweging bij de inpassing.

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 31 / 93

3.1.6 Verdienmodel en systeemrentabiliteit Huidige havenexploitatie Het verdienmodel van de haven is een belangrijk aandachtspunt bij de beoordeling van toekomstige investeringen en het havenbeheer. Waar investeringen in haveninfrastructuur in het verleden relatief eenvoudig konden worden terugverdiend via scheepvaart, logistiek en toerisme, is die balans tegenwoordig moeilijker te bereiken. De kosten voor onderhoud, veiligheidsvoorzieningen en verduurzaming zijn sterk gestegen, terwijl de inkomsten uit havenactiviteiten voor de gemeente beperkt blijven. Het verdienmodel verdient bijzondere aandacht, omdat de financiële verhoudingen tussen publieke en private belangen steeds moeilijker in balans te houden zijn. De vraag is in hoeverre publieke middelen mogen worden ingezet voor voorzieningen die in de basis een commercieel karakter hebben.

De maatschappelijke kosten en baten van investeringen kunnen vanuit drie perspectieven worden beschouwd:

1.

Publiek perspectief De haven draagt bij aan maatschappelijke doelen zoals toegankelijkheid, vervoer, veiligheid en leefbaarheid, en het beheer van de haveninfrastructuur wordt beschouwd als een publieke taak. De baten en lasten van de haven zijn daardoor grotendeels maatschappelijk van aard. De haveninkomsten, zoals liggelden, exploitatie-inkomsten en toeristenbelasting, zijn relatief beperkt. Daardoor ligt de nadruk op kostenbeheersing en maatschappelijke waarde in plaats van op winstmaximalisatie. Een groot nadeel van deze benadering is dat de lasten worden afgewenteld op de gemeente en er politieke discussie ontstaat over schaal, prioriteit, functies en gebruik van de haven. Tegelijkertijd is er grote druk om de haven te blijven exploiteren, ondanks tekorten en negatieve kasstromen.

2.

Basisvoorzieningen perspectief De haven faciliteert essentiële logistieke functies en kritieke voorzieningen, zoals de brandstoftoevoer, afval- en afvalslibverwerking, op- en overslag van zand en bouwmaterialen, zware goederen, containers, halffabricaten en geprefabriceerde bouwdelen. Deze activiteiten hebben een duidelijk publiek belang, maar worden in de praktijk uitgevoerd binnen een commerciële context, deels als gevolg van eerdere privatisering van publieke diensten. Ook de ontwikkeling van een warmtenet of de verdere elektrificatie van de haven kan worden gezien als een publieke voorziening die waarschijnlijk door commerciële of coöperatieve partijen zal worden geëxploiteerd. De uitdaging is dat de tarieven voor deze diensten niet zo hoog worden opgestuwd, dat deze de eindgebruikers onder druk zet, evenwel moeten de tarieven kostendekkend zijn voor exploitatie.

Naast de aanwezigheid van vitale basisvoorzieningen biedt de haven ook ruimte aan cultuur, kunst, musea, educatie en natuurbescherming. Regelmatig vinden er ook evenementen plaats, zoals de HT-Roeirace, HT-Zeilrace, Kuiper Brandarisrace en het Oerol-festival, die het maritieme en culturele karakter van het eiland versterken. De meeste musea,

evenementen,

onderwijsinstellingen,

historische

schepen,

natuurbeschermings-

en

andere

non-

profitorganisaties hebben een publiek-cultureel karakter en worden doorgaans geheel of deels gefinancierd met middelen van overheden en fondsen. Het aanbieden en onderhouden van havenfaciliteiten brengt voor de gemeente kosten met zich mee, maar draagt bij aan het realiseren van publieke doelstellingen.

Het is evident dat de huidige havengelden, exploitatie- en huuropbrengsten van ligplaatsen, gemeentelijke gronden, brandstofopslag en andere industriële havenfaciliteiten niet voldoende zijn om de beoogde renovatie van de haven te

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 32 / 93

financieren, laat staan terug te verdienen. Ondanks de wens om in de haven te investeren om in essentiële basisvoorzieningen te voorzien, moet worden voorkomen dat commerciële partijen worden bevoordeeld. Wettelijke regels met betrekking tot marktbenadering, aanbesteding en concessieverlening zijn dan ook van grote invloed op het terugverdienmodel. Naast de benodigde inkoopcapaciteit, kennis en kunde speelt ook concurrentiegebrek een rol, doordat er mogelijk te weinig marktpartijen zijn die bereid zijn om ondernemingsactiviteiten te ontplooien.

3.

Commercieel perspectief De resterende commerciële functies in de haven bestaan uit uiteenlopende activiteiten die niet onder de primaire publieke taken vallen. Hieronder vallen onder meer de commerciële recreatievaart en chartervaart, maar ook mkbondernemingen, detailhandel, horeca en verhuurbedrijven voor fietsen en auto’s. Ondanks de culturele en erfgoedwaarde van de Bruine Vloot is deze in essentie ook commercieel van aard. De schippers exploiteren hun schepen als zelfstandige ondernemers en verdienen met verhuur en dienstverlening. In sommige gevallen ontvangen scheepseigenaren subsidies of erfgoedsteun, maar de bedrijfsvoering blijft primair commercieel gericht. Daarnaast kunnen ook andere culturele, museale en educatieve organisaties een commerciële component hebben of volledig commercieel opereren, waarbij zij inkomsten genereren uit entreegelden, verkoop of andere dienstverlening.

In gevallen kan concurrentie ontstaan tussen private ondernemingen, stichtingen of non-profitorganisaties, als deze gronden, ligplaatsen of faciliteiten beheren, pacht of huur vragen. Dit kan in de praktijk, in combinatie met verwevenheid en lokale belangen, leiden tot marktverstoring. De haven moet evenwel aantrekkelijk blijven voor commerciële gebruikers, waarbij kosten voor lig- en havengelden, overslagtarieven en de beschikbare services (elektra, water, vuilwaterafvoer, ed.) bepalend zijn voor een gezonde exploitatie. Ook de Jachthaven vormt feitelijk concurrentie voor de rest van haven, omdat elke ligplaats directe inkomsten oplevert.

De centrale uitdaging voor Terschelling is dat het eiland van nature een hoge toegangsdrempel voor commerciële exploitatie kent, aangezien alle goederen en voorzieningen per schip vanaf het vasteland moeten worden aangevoerd en daardoor extra transportkosten met zich meebrengen. De afstand tot het vasteland maakt het eiland commercieel minder aantrekkelijk, evenals zorgen omtrent huisvesting, personeel en seizoensinvloeden. Bovendien is volledige commercialisering geen oplossing, omdat dit publieke doelen kan ondermijnen. Als winst het belangrijkste doel wordt, komen maatschappelijke functies zoals bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid in gevaar.

Focus op publiek-gestuurde aanpak Analyse wijst uit dat het huidige gemeentelijke beleid en de politieke keuzes voornamelijk gericht zijn op het in stand houden van een publiek-gestuurd verdienmodel. Ook gebruikers van de haven gaan er veelal van uit dat de gemeente verantwoordelijk is voor het aanbieden en onderhouden van alle havenvoorzieningen. Veel beleidskeuzes sluiten aan bij deze benadering, vanuit de overtuiging dat de haven in de eerste plaats maatschappelijke belangen dient. Een commerciële invalshoek blijft vaak onderbelicht in de beleidsdiscussie. Sinds 1 januari 2025 is er één juridische entiteit voor de haven, waarbij de waddenhavens van Terschelling zijn onder gebracht in een stichting. De stichting is verantwoordelijk voor de exploitatie van de haven.

Daarnaast bestaat de algemene zorg dat bepaalde vitale voorzieningen onder druk kunnen komen te staan wanneer commerciële partijen onvoldoende ruimte krijgen om hun activiteiten te ontplooien, zoals de op- en overslag van

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 33 / 93

bouwmaterialen of de toevoer van brandstof. In het verleden zijn, vanuit een basisvoorzieningen-gericht perspectief, afspraken gemaakt en overeenkomsten gesloten met commerciële partijen over het gebruik en de huur van havenfaciliteiten. De kosten voor de aanpak van deze faciliteiten staan echter niet in verhouding tot de opbrengsten. Al deze factoren zorgen ervoor dat de haven structureel verliesgevend is.

Afhankelijkheden overheden Naast de afhankelijkheid van de essentiële basisvoorzieningen kent de haven ook een sterke verwevenheid met nautische activiteiten van andere overheden en publieke instanties. De veerdiensten, die onder concessie vallen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, zijn bepalend voor de aan- en afvoer van personen, goederen en voertuigen en daarmee voor de vitale bereikbaarheid van het eiland. De Werkhaven en de gemeentelijke vaargeul worden intensief gebruikt door Rijkswaterstaat en de Kustwacht, terwijl andere faciliteiten mede in gebruik zijn bij de KNRM en andere hulpdiensten. De gemeente is in hoge mate afhankelijk van beleidskeuzes op rijks- en ministerieel niveau en van de operationele inzet van deze organisaties: of zij in het gebied blijven opereren, hoeveel schepen zij inzetten, welke transportstromen worden toegestaan en hoeveel passagierscapaciteit beschikbaar is. Deze verwevenheid maakt dat overheden op verschillende bestuursniveaus elkaar nodig hebben voor een goed functionerende haven.

De vervoerstaak van en naar Terschelling is in meerdere opzichten uniek. Door het overnemen van de haven en kades in 2006, is de gemeente ook betrokken geraakt bij de op- en overslag van zware goederen, containers, groot rijdend materieel, bouwmaterialen en bouwdelen. Voor 2006 regelde het Rijk havenfaciliteiten voor zware transporten. Het gaat hierbij om op- en overslagactiviteiten die niet door de reguliere veerdiensten kunnen worden uitgevoerd, ook doordat de autobrug niet meer gewicht kan dragen of grotere objecten niet op de veerboten kunnen worden vervoerd. De gemeente wordt dus geconfronteerd met vervoerstaken die normaal gesproken zijn belegd bij het Rijk, de provincie of een havenbedrijf. Hetzelfde geldt voor de brandstoftoevoer naar het eiland, hetgeen ook normaal gesproken geen gemeentelijke taak is.

Systeemrentabiliteit Gesteld kan worden dat de systeemrentabiliteit van de haven niet primair gelegen is in directe financiële opbrengsten, maar in de bredere maatschappelijke en economische waarde die het havensysteem genereert. De haven vormt het knooppunt van vitale logistieke, toeristische en maritieme stromen die gezamenlijk het functioneren van het eiland mogelijk maken. De baten komen daarmee grotendeels indirect tot uitdrukking: in werkgelegenheid, toeristische bestedingen, bereikbaarheid, leefbaarheid en de instandhouding van publieke voorzieningen. Hoewel de exploitatie zelf niet kostendekkend is, levert de haven een hoge systeemrentabiliteit op doordat zij meerdere publieke doelen tegelijk ondersteunt. Investeringen betalen zich niet rechtstreeks terug via haveninkomsten, maar via het goed functioneren van het eiland als geheel. De uitdaging is om deze systeemwaarde expliciet te erkennen in beleid en financiering, zodat de maatschappelijke baten zichtbaar worden in plaats van alleen de financiële lasten.

Publieke investeringen en staatsteun De uitdaging ligt niet alleen in de investering of het verdienmodel van de haven, maar vooral in het bepalen wanneer publieke financiering als staatssteun wordt beschouwd. Staatssteun is financiële of materiële steun van de overheid aan een onderneming die een selectief economisch voordeel oplevert en daarmee de mededinging of handel binnen de Europese Unie kan verstoren. In beginsel geldt dat investeringen in publieke infrastructuur géén staatssteun vormen zolang deze infrastructuur openstaat voor algemeen gebruik, niet bedoeld is voor specifieke bedrijven en publieke taken

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 34 / 93

ondersteunt, zoals veiligheid of bereikbaarheid. Voorbeelden zijn het aanleggen of onderhouden van kades, vaarwegen of dijken die door iedereen gebruikt kunnen worden.

Van staatssteun is wel sprake wanneer publieke middelen worden ingezet voor infrastructuur of voorzieningen die primair één of enkele commerciële partijen bevoordelen. Denk bijvoorbeeld aan de financiering van een kade, opslagterrein, brandstofopslag, haven- of op- en overslagfaciliteit die exclusief ten goede komt aan één of meerdere commerciële ondernemingen. Het beschikbaar stellen van een vaste ligplaats aan een commerciële partij kan onder staatssteun vallen. Wanneer een groep commerciële exploitanten exclusief en tegen een te lage of geen vergoeding gebruik kan maken van havenfaciliteiten of steigers, wordt dit al snel beschouwd als het verlenen van staatssteun.

Voor de renovatie of vernieuwing van de haveninfrastructuur en bijbehorende faciliteiten moet worden beoordeeld of het gebruik marktconform, transparant en niet-selectief plaatsvindt, en of de terbeschikkingstelling van een havenvoorziening mogelijk aanbestedingsplichtig is. Hieronder valt onder meer de brandstofopslag op het terrein van de Werkhaven.

3.2

Analyse knelpunten en opgaven

3.2.1 Algemeen Nadere analyse van het havengebied laat zien dat de situatie wordt gekenmerkt door een samenspel van functionele, technische en beleidsmatige knelpunten die elkaar versterken en de ontwikkelingsruimte beperken. Veel knelpunten zijn benoemd in het Masterplan 2018. De knelpunten en de daaraan verbonden opgaven zijn nader in kaart gebracht en geanalyseerd. De volgende knelpunten zijn vastgesteld en geanalyseerd:

•

•

•

•

Functionele knelpunten -

Afwikkeling verkeersstromen

-

Hoogwaterbescherming

-

Beroepsmatig havengebruik

Ruimtelijke knelpunten -

Verrommeling en veroudering

-

Aanpak van functionele knelpunten

Technische knelpunten -

Afgekeurde en verouderde kades

-

Verouderde steigers en haveninrichting

-

Verouderde weginfrastructuur

-

Verouderde installaties

-

Lopende beheersmaatregelen

Overige knelpunten -

Beleidsmatige en juridische uitdagingen

-

Financiële beperkingen

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 35 / 93

3.2.2 Functionele knelpunten Afwikkeling verkeersstromen De functionele knelpunten hebben betrekking op het gebruik en de inrichting van de haven. De bestaande infrastructuur wordt gekenmerkt door een beperkt ruimtelijk profiel, waarin uiteenlopende verkeersstromen en essentiële voorzieningen elkaar kruisen en gelijktijdig moeten worden geaccommodeerd. Dit leidt tot ruimtelijke frictie en beperkingen in de gebruiksmogelijkheden. Het Veerhavenplein en de WB-kade functioneren als kritieke logistieke schakels en zijn structurele bottlenecks voor de verkeersontsluiting van het hele eiland. Het Veerhavenplein en het Betonningsterrein zijn hiermee strategische posities in de haven.

Figuur 9. Hoofdverkeersontsluiting Terschelling

In de huidige situatie zijn het infrastructurele gebruik en de gebiedsfuncties ontstaan door jarenlange formele en informele besluitvorming. De toedeling en afbakening van functies en gebruiksrechten vormt structureel een discussiepunt. In het verleden zijn regelmatig fricties en spanningen opgetreden tussen gebruikersgroepen. Omdat Terschelling in hoge mate afhankelijk is van haar enige toegangspoort, zal het gebruik van de haven per definitie onderwerp van debat blijven. De verwevenheid van de inwoners, ondernemingen en bestuurlijke belangen maakt dat discussies over functies en gebruiksrechten in de haven vaak een bredere lading krijgen dan puur functionele of technische keuzes. Besluitvorming raakt niet alleen de fysieke inrichting, maar ook de sociale en economische relaties binnen de gemeenschap. Enerzijds biedt dit kansen: de betrokkenheid is groot, draagvlak kan relatief snel worden gecreëerd en de lokale kennis is breed aanwezig. Anderzijds vergroot deze verwevenheid het risico op belangenconflicten en spanningen tussen gebruikersgroepen, waardoor besluitvorming complexer en gevoeliger wordt.

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 36 / 93

Wonen en leven op een eiland vindt plaats binnen een geïsoleerde omgeving, waarin lokale voorzieningen en infrastructuur een hogere mate van afhankelijkheid kennen en multifunctioneel worden ingezet. Dit betekent dat de eilandgemeenschap in beginsel meer op zichzelf is aangewezen. Een ander belangrijk aspect is dat de sterke Terschellingse identiteit (nostalgie) en ervaringen uit het verleden een grote rol spelen in de besluitvorming. De ervaren overlast en druk van het toerisme, de beperkingen in de haven, roep om meer natuurbehoud, de sterke afhankelijkheden van derden, zoals de veerdienst, overheden en partijen ‘van de wal’, en de manier waarop bewoners hun leefomgeving ervaren, bepalen in hoge mate de discussie. De problemen die zich voordoen dienen in relatie tot de lokale beleving te worden beschouwd. Uitdagingen zoals verkeersveiligheid, wachtrijen of parkeerdruk zouden in een grootstedelijke context wellicht als behorend bij het dagelijks functioneren worden geaccepteerd, maar worden door de Terschellinger als disproportioneel en onaanvaardbaar ervaren. Deze gevoeligheid vraagt om een benadering die recht doet aan de schaal, identiteit en leefkwaliteit van het eiland. In dat licht dienen ook de functionele knelpunten te worden beschouwd.

Hoogwaterbescherming Een ander functioneel knelpunt omvat het feit dat het havengebied buitendijks is gelegen en daarmee niet de wettelijke hoogwaterbescherming geniet zoals geldt voor een gebied achter een primaire waterkering. Hoogwaterbescherming is daardoor een lokale opgave en verantwoordelijkheid. Het beperkte ruimtelijk profiel van de WB-kade biedt echter nauwelijks mogelijkheden voor de realisatie van reguliere dijken of grotere waterkerende constructies, althans niet zonder concessies te doen aan functies en gebruik.

Figuur 10. Ligging primaire waterkeringen

Ook hier spelen de belangen van de gebruiker en de beleving een grote rol. Aanwonenden van de WB-kade ervaren het risico van hoogwater direct en hebben in het verleden te maken gehad met wateroverlast en schade aan woningen. Tegelijkertijd bestaan er zorgen onder bewoners dat de aanleg van hogere waterkerende voorzieningen zal leiden tot verlies van het vrije uitzicht en daarmee afbreuk doet aan de woonkwaliteit. De paradox rond de WB-kade is dat maatregelen die noodzakelijk zijn om bewoners en eigendommen te beschermen tegen hoogwater, tegelijkertijd kunnen leiden tot verlies van uitzicht en aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, waardoor veiligheid en woonbeleving met elkaar op gespannen voet komen te staan.

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 37 / 93

Een ander aspect dat deze complexiteit vergroot, is dat zich in het havengebied situaties voordoen die op het vaste land ondenkbaar zouden zijn. Bij hoogwater komen niet alleen het haventerrein en de havenfaciliteiten onder water te staan, maar kan ook de veerdienst niet meer afmeren en moet het haventerrein worden vrijgemaakt van voertuigen. Feitelijk gezien gaat het eiland bij hoogwater in een tijdelijke ‘lockdown’. Hulp- en calamiteitendiensten kunnen in een dergelijke situatie niet of beperkt opereren, omdat havenfaciliteiten niet bereikbaar zijn vanwege het hoge water. Deze kwetsbare situatie blijft bestaan doordat er geen juridische grondslag is voor structurele waterbescherming van het buitendijkse gebied en omdat de maatschappelijke kosten en baten van ingrijpende maatregelen tot dusver onvoldoende in balans worden geacht.

Beroepsmatig havengebruik Een laatste centraal knelpunt is het beroepsmatige karakter van de haven. Verschillende delen van de haven kennen van oorsprong een beroepsmatig-industrieel karakter, waarin functies als visserij, op- en overslag van goederen, bulk en brandstof, en de rol als schuilhaven een bepalende plaats innemen. Binnen het beperkt ruimtelijk profiel komen zowel publieke als industriële vervoersstromen samen en zij moeten in dezelfde ruimte worden afgewikkeld. De afhankelijkheid van het eiland van deze vervoerstromen is groot. Zonder goed functionerende haven is bijvoorbeeld de voorziening van brandstof, aanvoer van bouwmaterialen of de afval- en slibverwerking van het eiland niet gegarandeerd. Daarmee vormt de haven niet alleen een logistiek knooppunt, maar ook een vitale levensader voor de economische en maatschappelijke continuïteit van het eiland.

Figuur 11. Beroepsmatige en recreatieve functies haven

In de beleving van bewoners en gebruikers is het behoud van het beroepsmatige karakter van de haven, inclusief de visserijfunctie, van groot belang voor de identiteit en continuïteit. Deze functies worden gezien als onmisbaar cultureel en economisch erfgoed, die zonder concessies moeten kunnen voortbestaan naast andere vormen van gebruik. Tegelijkertijd brengt dit hoge eisen met zich

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 38 / 93

mee voor de haveninfrastructuur, met name ten aanzien van diepgang, maneuvreermogelijkheden en de toegankelijkheid voor beroepsvaart. Een andere uitdaging is hoe om te gaan met de havenfaciliteiten van het Rijk binnen de haven, zoals de Werkhaven (betonningsterrein) en de Veerhaven (veerhaventerrein en -terminal).

De gemeente faciliteert met de haven bovendien een bredere functie binnen het regionale en nationale maritieme netwerk. Andere overheidsinstanties, zoals RWS, de Kustwacht en de Douane, en hulpdiensten, zoals de KNRM en diverse bergingsdiensten, maken intensief en met grote regelmaat gebruik van de haven, de steigers en vaargeulen. Het faciliteren van functies voor derden kost de gemeente inspanning en middelen, maar levert tegelijkertijd belangrijke meerwaarde op. Daarmee versterkt de gemeente niet alleen haar eigen positie, maar levert zij ook een bijdrage aan de maritieme activiteiten in het gebied. Hierbij kan worden gedacht aan de verkeerscentrale Brandaris en het Maritiem Instituut Willem Barentsz. Dit zorgt voor economisch evenwicht, waarbij publieke taken, beroepsmatige functies en lokale ondernemers elkaar aanvullen en zorgen voor de continuïteit van de haven.

3.2.3 Ruimtelijke knelpunten Verrommeling en veroudering Het havengebied kent duidelijke ruimtelijke knelpunten die vooral zichtbaar zijn in de verrommeling van functies en voorzieningen. Door de opeenstapeling van logistiek, recreatie, parkeren, opslag en nautische activiteiten binnen een beperkt profiel ontstaat een rommelige en onsamenhangende inrichting. Tijdelijke en ad-hoc oplossingen zijn in de loop der jaren blijvend geworden, wat heeft geleid tot een gefragmenteerd havenbeeld en een aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. Deze verrommeling belemmert niet alleen de overzichtelijkheid en uitstraling van het gebied, maar vergroot ook de druk op de beperkte beschikbare ruimte.

De beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit van het havengebied is afhankelijk van subjectieve factoren zoals beleving en gevoel. Waar de één de combinatie van functies ziet als een levendige en karaktervolle haven, ervaart de ander dit juist als verrommeling en gebrek aan samenhang. Er lijkt een voorkeur te bestaan voor herkenbaarheid en voortzetting van de huidige situatie. De wens tot behoud is sterk verbonden met de eilandcultuur en de hechte relatie van de bewoners met hun leefomgeving. Tegelijkertijd zijn er ook nieuwe generaties die andere accenten leggen en de aandacht vestigen op de bereikbaarheid en toekomstbestendigheid van het eiland. Het is van belang dat zowel de behoefte aan behoud als de wens tot vernieuwing een plek krijgen.

Aanpak van functionele knelpunten Het aanpakken van de functionele knelpunten leidt per definitie tot nieuwe ruimtelijke knelpunten. Iedere ingreep die de logistiek verbetert, verkeersstromen scheidt of de afmeervoorzieningen optimaliseert, vraagt immers om fysieke ruimte in een gebied dat al onder hoge druk staat. Door de beperkte omvang van het havengebied en de samenloop van uiteenlopende functies, van de veerdienst en vrachtlogistiek tot recreatie, hulpdiensten en visserij, heeft iedere verschuiving van ruimtegebruik onvermijdelijk gevolgen voor andere gebruikers.

Het is belangrijk de ruimtelijke knelpunten te bezien binnen de context van de beperkte omvang van het havengebied. Het gebied beslaat nog geen 0,3 km2 en is aanzienlijk krap; het maatgevend dwarsprofiel ter plaatse van de WB-kade is bijvoorbeeld nog geen 75 meter breed. Dit kleine en beperkte gebied moet alle logistieke en nautische functies van het eiland faciliteren. Om de situatie nog beter te duiden: Terschelling is met ca. 87 km2 qua oppervlakte vergelijkbaar met de gemeente Leeuwarden (ca. 84 km 2) of de gemeente Eindhoven (ca. 88 km2). Waar een stad kan uitwijken naar omliggende gemeenten, is Terschelling volledig afhankelijk van de haven als toegangspoort. Terschelling moet deze ruimte delen met de Waddenzee, kwetsbare natuur en toerisme.

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 39 / 93

Daarbij komt dat het havengebied wordt omsloten door Natura 2000-gebied, waardoor elke aanpassing niet alleen ruimtelijk maar ook juridisch en ecologisch onderbouwd moet worden. Dit betekent dat ontwikkelingen gebonden zijn aan strikte randvoorwaarden, waarbij natuurwaarden en instandhoudingsdoelen zwaar wegen. Hierdoor wordt de speelruimte voor fysieke ingrepen nog verder beperkt en neemt de spanning toe tussen functionele verbeteringen, ruimtelijke kwaliteit en ecologische bescherming. De aanpak van functionele knelpunten is in het verleden herhaaldelijk gestagneerd door de beperkingen die voortvloeien uit de regelgeving voor natuurbescherming.

Figuur 12. Beschikbare ruimte vs. natuurgebieden

Hoewel er inhoudelijk logische oplossingsrichtingen bestaan, zoals aanpassingen aan de oostelijke Havendam, blijken deze in de praktijk moeilijk uitvoerbaar binnen de geldende ecologische en juridische randvoorwaarden. De oostelijke Havendam betreft de stortstenen dam in de haven. Deze dam grenst aan de wadplaat ‘De Plaat’ (Oostelijk Ras) en was oorspronkelijk bedoeld om te voorkomen dat de wadplaat richting de haven opschuift én er landerosie optreed. De dam voorkomt daarnaast hoge golfslag en houdt ondertussen de vaargeul en de haven op diepte doordat zand en slib de haven uitspoelt. Dit voorkomt extra baggerwerk. Door het aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Waddenzee is de functie van de dam gewijzigd. De Plaat werd in het aanwijzingsbesluit gedefinieerd als “een door een dam omgeven wadplaat”. Hierdoor vormt de dam, hoewel deze deels buiten en deels binnen de grens van het natuurgebied ligt, integraal ervan en dient deze te worden beschouwd als een natuurinclusief kunstwerk dat bijdraagt aan biodiversiteit en natuurbehoud. Dit terwijl stortsteen op zichzelf geen directe natuurwaarde heeft. De dam is een kunstmatige constructie met een levensduur van ongeveer 50 tot 75 jaar. Daarna is vervanging nodig. De mogelijkheden voor onderhoud of aanpassingen aan de dam zijn echter sterk beperkt, en het is onmogelijk om de ligging te wijzigen zonder aantasting van de natuurwaarden.

Een andere onwenselijke ontwikkeling is de sterke aangroei van een invasieve Japanse oesterbank op De Plaat, direct achter de dam ten noorden van het havengebied. De natuurlijke doorspoeling van De Plaat zelf en de vaargeul wordt door de oesterbank verstoord. De situatie leidt tot meer sedimentatie en baggerwerk in de haven. Het verwijderen van de oesterplaat is door natuurwaarden echter niet haalbaar.

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 40 / 93

Het verleggen van de havendam richting de Plaat zou de beschikbare ruimte en kansen voor de verkeersafwikkeling in het gebied aanzienlijk verbeteren. Meerdere knelpunten kunnen in één ingreep worden opgelost: er ontstaat extra ruimte voor een bredere WB-kade met mogelijkheden voor een veiligere verkeersafwikkeling, ruimte voor de aanleg van een hoogwaterbescherming, meer ligplaatsen voor schepen en een ruimere vaargeul, wat de nautische veiligheid aanzienlijk vergroot. Ook hiervoor geldt dat dit ruimtelijke vraagstuk bezien dient te worden in de verhouding van het havengebied tot de wadplaat. De Plaat zelf heeft een oppervlak van 1,13 km2 en is daarmee bijna vier keer zo groot als het havengebied. Een verlegging van de dam met 50 meter zou grote ruimtelijke impact hebben op de haven, terwijl de ruimtelijke impact op De Plaat beperkt blijft tot slechts enkele procenten.

3.2.4 Technische knelpunten Ongewijzigd gebruik Hoewel de haven in 2006 formeel is overgedragen van het Ministerie IenW, vertegenwoordigd door Rijkswaterstaat, aan de gemeente, is het feitelijke gebruik en de havenfuncties ongewijzigd gebleven. De haven wordt de facto nog steeds door alle gebruikers beschouwd en gebruikt als Rijkshaven. Dit geldt zowel voor het reguliere wegverkeer als voor de scheepvaart, inclusief de kades en de vaargeul.

Figuur 13. Impressie verouderde kades en infrastructuur

Afgekeurde kades De huidige kades en haveninfrastructuur verkeren in een verouderde staat en slechte conditie. Technisch onderzoek in 2024 wijst uit dat de houten steigers en afmeerpalen in de Bruine Vloothaven in een slechte staat verkeren en dat afmeren van grotere schepen niet langer mogelijk is. De gemeente heeft, in het kader van haar onderzoeksplicht (art. 3.6 Bbl) en haar zorgplicht (art. 3.5 Bbl), inspecties en technisch onderzoek laten uitvoeren naar de constructieve toestand en veiligheid van de kades aan de WB-kade, de Dwarskade en de Werkhaven. Directe aanleiding waren verzakkingen (‘sink holes’) en schadebeelden die twijfels opriepen over de veiligheid. Medio 2025 heeft Walhout Civil de constructieve veiligheid van de kades technisch onderzocht en beoordeeld. De kades bestaan uit stalen damwanden en stalen legankers, die in bepaalde

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 41 / 93

gevallen zijn verbonden aan voormalige kadewanden of houten jukpalen in de ondergrond. Door vervangingen en renovaties in de loop van de tijd is een heterogeen geheel ontstaan, waarin constructies onderling op elkaar inwerken. Deze vermenging verhoogt de complexiteit van de technische beoordeling en de te nemen maatregelen. Door regelmatige overstroming van de kades en verondieping van de waterbodem nemen de risico’s op schadebeelden toe.

Een overzicht van de technische knelpunten per kade: •

Technische knelpunten Dwarskade De constructieve beoordeling wijst uit dat de Dwarskade onveilig is en niet geschikt is voor het huidige gebruik. De damwanden zijn te kort ingeklemd in de ondergrond, waardoor de kans bestaat op grote vervormingen en bezwijkgedrag. De hoofd- en ankerwanden voldoen niet aan de stabiliteitseisen en hebben een verhoogd risico op instabiliteit. Afsluiting en aanvullende maatregelen bleken daarom direct noodzakelijk.

•

Technische knelpunten WB-kade De WB-kade bevindt zich deels op het afkeurniveau. Het zuidelijke en middendeel kan onder voorwaarden nog één jaar in gebruik blijven, mits intensieve monitoring plaatsvindt, mitigerende maatregelen worden getroffen bij verslechtering en een herbeoordeling na twaalf maanden wordt uitgevoerd. Het noordelijke deel voldoet nog aan de veiligheidseisen. Het onderzoek toont echter aan dat de stabiliteitsreserve minimaal is, waardoor risico’s op vervorming en verzakking aanwezig blijven. Ook functioneert de drainage van de kade niet meer. Het risico bestaat in 2026 meer gebruiksbeperkende maatregelen moeten worden genomen.

•

Technische knelpunten kade Werkhaven Voor de Werkhaven bleek de technische situatie ernstig en onveilig. De kade bevindt zich in een kritieke grenstoestand en er is een hoge kans op plotseling bezwijken. Ontgronding en te korte ankers leiden ertoe dat de kade zelfs zonder belasting niet meer aan de eisen voldoet. Afsluiting, intensieve monitoring en een herstelplan zijn dringend noodzakelijk. Onderzoek naar o.a. grondparameters en (brandstof)installaties op de kade is vereist om de situatie volledig in beeld te brengen.

Verouderde steigers en haveninrichting De houten steigers van de Bruine Vloothaven verkeren in een slechte conditie, vertonen schadebeelden en voldoen niet meer aan de huidige nautische en technische eisen. Ook zijn inrichtingselementen en reddingsmiddelen sterk verouderd, ontbreken of voldoen niet aan veiligheidsregelgeving. De steigers kunnen op dit moment niet langer gebruikt worden voor het afmeren door zwaardere schepen. Dit betekent een beperking voor het gebruik.

Verouderde weginfrastructuur Het wegbeeld op de WB-kade is sterk verouderd. Het straatwerk wordt op meerdere plaatsen omhoog gedrukt en vertoont duidelijke sporen van ongelijkmatige zettingen en spoorvorming. De straatstenen staan tonrond en onder grote spanning, waardoor ze moeilijk te verwijderen of aan te passen zijn. Deze situatie bestaat al jaren en beperkt het onderhoud. De meeste zakkingen op de WB-kade worden veroorzaakt door zwaar verkeer.

Hoewel de weg recent is aangewezen als 30 kilometerzone, wekt het wegbeeld nog steeds de indruk van een 50- of 60kilometerweg. Het wegbeeld zorgt voor een onduidelijke verkeerssituatie. Bovendien is voor fietsers (toeristen) onduidelijk of zij gebruik moeten maken van de rijbaan of het trottoir. Dit zorgt mede voor verkeerschaos op de momenten dat de

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 42 / 93

veerboot net is afgemeerd, en het autoverkeer, de voetgangers en fietsers over en weer over de WB-kade bewegen. Het benadrukt de noodzaak voor een duidelijkere inrichting. Ondanks het feit dat al jaren opmerkingen worden gemaakt over een slechte verkeersveiligheid blijken op het eiland relatief weinig verkeersongevallen plaats te vinden, zo ook op de WBkade. In augustus 2025 is een onderzoek gestart naar de verkeersbewegingen op de WB-kade, zodat een beter beeld van het verkeer op het eiland kan worden verkregen.

Figuur 14. Impressie brandstofopslaginstallatie

Verouderde installaties De gemeentelijke brandstofopslaginstallatie op de Werkhaven is visueel verouderd. De installatie wordt verhuurd aan een exploitant. Vermoedelijk dateert de installatie uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het is echter onbekend wat de technische staat en levensduur van de installatie is. Wel is een oudere keuring van de installatie bekend. Het vermoeden is dat de installatie mogelijk niet voldoet aan de wet- en regelgeving op het gebied van explosieveiligheid (ATEX), milieuregels (o.a. PGS 29) en eventueel internationale beveiliging (ISPS). De ISPS-code is alleen van toepassing indien de haven regelmatig internationale vaart vanaf 500 GT afhandelt. Dit bleek uit navraag bij de havenmeesters niet het geval te zijn. Wat betreft de kwaliteit van de afsluiting van het terrein kan worden vastgesteld dat de installatie gemakkelijk te bereiken is. Hekwerken zijn sterk verouderd en moderne beveiliging ontbreekt. Aanbevolen wordt nader onderzoek te doen naar de veiligheids-, milieu- en juridische risico’s. Ook wordt onderzoek naar de saneringsverplichting van de grond aanbevolen.

Lopende beheersmaatregelen De onderzoeksresultaten maken duidelijk dat de veiligheid van de kades en haveninfrastructuur structureel aandacht vraagt. Om de veiligheid en toekomstbestendigheid van de kades te waarborgen, zijn mitigerende maatregelen, monitoring

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 43 / 93

en vervanging onvermijdelijk. Voorkomen moet worden dat a) de veiligheid van personen, het autoverkeer en de scheepvaart in gevaar komt, b) er schade ontstaat aan belendingen, kabels en leidingen of infrastructuur, c) Terschelling niet langer bereikbaar wordt of ontsloten kan worden, en d) er economische schade en (regionale) politiek-bestuurlijke gevolgen optreden. Om de veiligheid te kunnen waarborgen zijn de volgende voorzorgsmaatregelen getrokken: •

Kade Werkhaven: onttrokken aan de openbare ruimte, afgesloten voor alle verkeer en scheepvaart, monitoring;

•

Dwarskade: onttrokken aan de openbare ruimte, afgesloten voor alle verkeer en scheepvaart, monitoring;

•

WB-kade: deformatiemonitoring, technische herbeoordeling medio 2026 (conform afkeurniveau, norm NEN 8707), op de planning: injecteren van grout t.p.v. lekkende deksloven;

•

Plaatsen extra stalen afmeerpalen: t.b.v. het veilig afmeren van schepen voor brandstof en op- en overslag;

•

Medegebruik terreinen: gesprek met Rijkwaterstaat over gezamenlijk gebruik Werkhaven en Betonningsterrein.

Figuur 15. Impressie beheersmaatregelen

3.2.5 Overige knelpunten Beleidsmatige en juridische uitdagingen Naast de ruimtelijke, functionele en technische beperkingen spelen ook juridische, beleidsmatige en financiële factoren een grote rol. Het havengebied valt onder een complex stelsel van wet- en regelgeving, die elkaar deels overlappen en soms

251103 Z036001-RAP-014-02 HAVENWERKEN TERSCHELLING - HAVENPLAN

PAGINA 44 / 93

tegenwerken. Hierdoor is vrijwel elke technische ingreep vergunningplichtig en gevoelig voor bezwaar of vertraging, mede door stikstofwetgeving. Zelfs beperkte werkzaamheden kunnen leiden tot aanvullende onderzoeksplichten of afwijzing van vergunningen, omdat elke toename van stikstofdepositie binnen of nabij het natuurgebied moet worden onderbouwd en gecompenseerd. Dit dat projecten in het havengebied extra kwetsbaar zijn voor juridische procedures en vertragingen.

Financiële beperkingen Daarbovenop kampt de gemeente met beperkte financiële middelen, waardoor doelen noodgedwongen worden uitgesteld en het project sober en doelmatig moeten worden uitgevoerd. Tegelijkertijd neemt de financiële druk toe: steun vanuit de rijks- en provinciale overheid blijft achter, terwijl onderhouds- en bouwkosten stijgen door inflatie en ontwikkelingen in de markt. Het gevolg is een spanningsveld waarin ambities, juridische kaders en financiële haalbaarheid elkaar voortdurend in evenwicht moeten houden. Het is niet realistisch te veronderstellen dat de gemeente intern beschikt over voldoende capaciteit en expertise voor het uitvoeren van een grootschalige havenrenovatie. Dergelijke opgaven dien zich slechts eens in de vijftig jaar voor, waardoor specifieke kennis extern moet worden betrokken, hetgeen voor extra kosten zorgt.

Het vastgestelde budget voor het havenproject bedroeg in 2018 circa € 15 miljoen. Door kostenstapeling is dit bedrag inmiddels niet meer toereikend. De toename wordt veroorzaakt door stijgende prijzen van materialen en grondstoffen, hogere loonkosten door arbeidstekorten, strengere milieuregels en duurzaamheidseisen, veranderende marktdynamiek en toenemende financieringsuitdagingen. Omgerekend naar prijspeil oktober 2024 (volgens de CBS-index) komt dit overeen met circa € 22,1 miljoen. Met de verwachte inflatie voor 2026–2027 stijgt dit bedrag naar ongeveer € 24 miljoen (volgens het scenario van De Nederlandsche Bank). Dit betekent dat een deel van het beschikbare budget inmiddels is uitgehold en het huidige financiële kader niet langer toereikend is om de oorspronkelijke projectomvang te realiseren.

3.3

Centrale opgave

3.3.1 Visie en strategie Algemene visie De haven wordt ontwikkeld door én voor de Terschellingers. Het doel is dat ook toekomstige generaties het eiland veilig en duurzaam kunnen bereiken.

Kortetermijnstrategie Op korte termijn ligt de focus op het starten van de uitvoering en het herstel van de WB-kade en de Werkhaven: de ‘schop moet de grond’ in om achterstallig onderhoud en noodzakelijke veiligheidsmaatregelen aan te pakken. Hierbij geldt dat de WB-kade prioriteert boven de Werkhaven, omdat de verkeersontsluiting op het eiland gegarandeerd moet blijven. De functionele en technische knelpunten worden zoveel als mogelijk aangepakt binnen de beschikbare ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Terschelling&id=b58b5dc3-54ce-48e3-a227-6a76a45e1d5e