CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-06-04 - Bijlage 1 Jaarrekening 2025 - Gemeente Terneuzen

gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Jaarverslag en jaarrekening 202530.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin onze gemeente in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de weerstandscapaciteit in relatie tot onze risico’s. Onder weerstandscapaciteit verstaan wij de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet begrote kosten te dekken. Door middel van een risicoanalyse inventariseren wij de risico’s die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor onze financiële positie. Een reëel sluitende begroting (reëel structureel evenwicht tussen baten en lasten) garandeert niet dat wij onvoorziene tegenvallers kunnen opvangen. Een financiële buffer is daarom wenselijk. Deze buffer bestaat uit een bepaalde vrije ruimte in de (exploitatie)begroting en een voldoende sterke vermogenspositie. Het creëren van vrije ruimte in de begroting is echter lastig, omdat dit in de praktijk betekent dat begrotingsresultaten worden gereserveerd voor mogelijke tegenvallers. Daarom maken wij voor de structurele opvang van incidentele tegenvallers gebruik van de post Onvoorzien (€250.000), die jaarlijks in de exploitatiebegroting is opgenomen en daarmee een direct inzetbare buffer vormt.

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft inzicht in de middelen die de gemeente kan inzetten om financiële tegenvallers op te vangen. Deze capaciteit bestaat uit zowel structurele als incidentele componenten. De incidentele component wordt gevormd door de beschikbare vermogensruimte: het deel van het eigen vermogen dat vrij aanwendbaar is voor het opvangen van risico’s. In de vermogensruimte zijn de stand van de algemene reserve, het rekeningresultaat en de geraamde mutaties in het lopende jaar verwerkt. Omdat deze middelen integraal zijn meegenomen in de berekening van de vermogensruimte, worden zij niet nogmaals opgenomen onder de incidentele weerstandscapaciteit. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit instrumenten die jaarlijks beschikbaar zijn en daarmee structurele ruimte bieden om financiële tegenvallers op te vangen. Het betreft hier met name de onbenutte belastingcapaciteit en de structureel geraamde stelpost voor onvoorziene uitgaven. Omdat de gemeente geen ruimte heeft in de belastingtarieven (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing), bestaat de structurele capaciteit geheel uit de stelpost Onvoorzien van € 250.000. De incidentele weerstandscapaciteit omvat, naast de vermogensruimte, eventuele stille reserves. Deze middelen kunnen eenmalig worden ingezet wanneer zich onverwachte financiële risico’s voordoen.

Voor stille reserves geldt dat deze alleen worden meegerekend wanneer dit relevant en kwantificeerbaar is. De totale weerstandscapaciteit bestaat daarmee uit de som van de structurele capaciteit en de incidentele capaciteit, waarbij de vermogensruimte het belangrijkste onderdeel vormt van de incidentele middelen. Berekening Weerstandscapaciteit 1. Berekening vermogensruimte (x € 1.000)

Bedrag

Stand algemene reserve per 31-12-2025

86.098

Rekeningresultaat 2025 ten gunste van de algemene reserve

10.026

Geraamde dotaties/ onttrekkingen aan de algemene reserve 2026 Totale vrije vermogensruimte

33 96.157

65

2. Berekening weerstandscapaciteit (x € 1.000)

Bedrag

Onbenutte belastingcapaciteit: •

OZB

0

•

Rioolheffing

0

•

Afvalstoffenheffing

0

Stelpost voor onvoorziene uitgaven

250

Subtotaal structurele belastingcapaciteit

250

Stille reserves

pm

Totale weerstandscapaciteit

96.407

De onbenutte belastingcapaciteit is een instrument dat ons de mogelijkheid geeft om extra belastinginkomsten te genereren.

Risicomanagement We hebben onze (belangrijkste) risico's in beeld en monitoren deze doorlopend. Twee keer per jaar voeren wij risicodialogen met de leden van het college, de afdelingshoofden, teamleiders. In deze gesprekken inventariseren en actualiseren wij organisatie breed mogelijke risico's. Dit doen we ook met de projectleiders van grote projecten. Alle risico's scoren wij op basis van de kans dat het risico zich voordoet en de verwachte impact die er uit voortvloeit. En we kijken welke beheersmaatregelen passend zijn om mogelijke risico's te beperken. Waar risico's hoog scoren verhogen we de frequentie van monitoren. Op deze manier besteden we doorlopend aandacht aan de mogelijke risico's die we lopen, zorgen we voor risicobewustzijn, en het actueel zijn van onze informatie. De input gebruiken we onder meer bij de samenstelling van deze paragraaf. Hierbij beperken we ons tot de risico's met een hoge risicoscore of een verwacht restrisico van meer dan € 100.000.

Aanpak frauderisicobeheersing We hanteren een integrale en continue aanpak voor frauderisicobeheersing. Deze aanpak sluit aan op onze bredere wijze van sturen op interne beheersing en draagt bij aan een transparante, betrouwbare en rechtmatige organisatie. Frauderisico’s worden daarbij niet alleen gezien als een financieel risico, maar ook als een risico voor onze integriteit, onze dienstverlening en onze bestuurlijke legitimiteit. IB-dialogen als basis voor bewustwording en risicodetectie Een belangrijk onderdeel van onze aanpak is het voeren van structurele interne beheersingsdialogen (IBdialogen) met afdelingen en teams. In deze gesprekken worden processen, kwetsbaarheden en beheersmaatregelen expliciet besproken. Frauderisico’s maken daarbij standaard onderdeel uit van de reflectie. De dialogen helpen medewerkers en leidinggevenden om risico’s tijdig te signaleren en bevorderen een open cultuur waarin dilemma’s en signalen gedeeld kunnen worden. Workshops en organisatiebrede bewustwording Daarnaast organiseerden we verschillende workshops frauderisico’s en integriteit. Deze sessies waren gericht op bewustwording, kennisdeling en het herkennen van praktijksituaties waarin fraudegevaar aanwezig kan zijn. De workshops hebben geleid tot concrete inzichten over kwetsbare processtappen, onduidelijke taakverdeling en mogelijke verbetering van functiescheidingen.

Deze inzichten zijn vertaald naar verbetervoorstellen binnen de betreffende organisatieonderdelen. Ook vergroten we organisatiebrede alertheid op frauderisico’s door op intranet regelmatig korte praktijkvoorbeelden en signalen te delen. Door concrete casussen (afkomstig van andere gemeenten) onder de aandacht te brengen, versterken we het bewustzijn van medewerkers en stimuleren we een cultuur waarin mogelijke risico’s tijdig worden herkend en besproken. Verbeteracties en opvolging De uitkomsten van de IB-dialogen en workshops worden gebundeld en periodiek besproken met het management. Hieruit volgen gerichte verbeteracties, zoals het aanscherpen van procedures, het doorvoeren van aanvullende controlemaatregelen, optimalisatie van autorisaties in systemen en het verbeteren van vastlegging en transparantie in processen. De opvolging van deze acties wordt gemonitord, zodat zichtbaar is welke risico’s zijn afgedekt en waar aanvullende maatregelen nodig zijn. Fraude in 2025 In 2025 deden zich geen situaties voor die aanleiding gaven tot onderzoek of die duidden op een fraude-incident.

66

Doorontwikkeling en borging Ons frauderisicobeheersingsproces ontwikkelt zich continu. Zo blijven wij werken aan het versterken van bewustzijn, het actualiseren van procesrisicoanalyses en het verder integreren van frauderisicobeheersing binnen de reguliere planning- en controlcyclus. Daarmee blijft de organisatie in control.

Risico's Een risico is een onzekere gebeurtenis die het behalen van afgesproken doel(en) en resultaten kan belemmeren of vertragen. Dit zijn naast financiële ook niet-financiële risico’s, zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s. Deze hebben niet (altijd) direct een financiële impact, maar kunnen (op termijn) wel grote gevolgen hebben voor de gemeente. Niet alle risico’s zijn relevant voor het weerstandsvermogen. Bijvoorbeeld omdat ze verzekerd zijn of omdat er een voorziening is getroffen. Wij monitoren continu de belangrijkste risico’s waarbij geen beheersmaatregelen zijn genomen of die niet zijn of kunnen worden afgedekt. In de begroting 2025 meldden wij de onderstaande risico’s met een mogelijke financiële impact vanaf €100.000. We hielden bij de kwantificering van deze risico’s rekening met het slechtst denkbare scenario. In onderstaande tabel maken we een vergelijking tussen de begrote risico’s 2025 en de risico’s die in 2025 tot kosten leidden die we niet verwerkten in de perioderapportages. Onderdeel

Risico

Begroting 2025 1.000.000

Jaarrekening 2025 0

Bedrijfscontinuïteit

Disruptie van onze dienstverlening door toedoen van (cyber)criminelen.

Projectrisico’s Campus Terneuzen / integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen

Risico’s die we nu niet voorzien.

0

0

Sociaal domein

Voorspelbaarheid kostenstijgingen lastig door ontbreken juiste data.

1.500.000

0

Uitkeringen gemeentefonds

Onzekerheid ten aanzien van lange termijn uitkeringen uit het gemeentefonds.

pm

0

Verbonden partijen

Hogere bijdragen aan verbonden partijen door nieuw beleid, beleidswijzigingen of doorbelasting van hoger dan verwachte kosten door inflatie.

300.000

0

Capaciteit uitvoering werkzaamheden

Vanwege de krappe arbeidsmarkt hebben we wel budget maar geen uitvoeringscapaciteit om onze taken uit te voeren.

pm

0

Invoering Omgevingswet

Impact nadeelcompensatie

250.000

0

Oplopende rente/inflatie

Bijstelling indexen tijdens begrotingsjaar.

pm

0

Netcongestie

Vertraging in ontwikkeling van projecten en betrouwbare energielevering. Invloed op klimaatdoelstellingen.

pm

0

67

Toelichting risico’s uit begroting 2025 Bedrijfscontinuïteit In 2025 deden zich geen incidenten voor die leidden tot impact op de vermogensruimte. Projectrisico’s Campus Terneuzen / integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen Campus gerelateerde grond aankopen liepen in 2025 binnen bestemmingsreserves. Andere kosten via het daarvoor bestemde investeringskrediet. Er deden zich geen risico’s voor die ten laste van de algemene reserve gingen. Sociaal Domein De vrijval van de Reserve Jeugd naar de algemene reserve in de 7de perioderapportage had een positieve impact op de vermogensruimte door een toevoeging aan de algemene reserve van € 6.800.000. Deze wijziging betrof een boekhoudkundige wijziging en was niet het gevolg van een risico. Uitkeringen gemeentefonds Bij verwerking van de septembercirculaire in de 8ste perioderapportage voegden we € 4.504.000 toe aan de algemene reserve. Ook voegden we € 2.655.000 toe aan de algemene reserve vanuit de van het Rijk ontvangen middelen voor de opvang ontheemden Oekraïne. Verbonden partijen Naar aanleiding van dividenduitkeringen van ZEH voegden we zowel in de 6de als de 7de perioderapportage € 1.829.000 respectievelijk € 5.518.000 toe aan de algemene reserve. We draaien hiermee de inzet van het structurele ZEH dividend (75% van € 100 miljoen) terug.

Bij het opstellen van de begroting 2025 gebruikten we dit dividend om het begrotingstekort te dekken. Nu blijkt dat we dit niet nodig hebben en voegen we dit bedrag toe aan de algemene reserve. Capaciteit uitvoering werkzaamheden Geen impact op de vermogensruimte; mutaties betroffen leges/resultaat en overhevelingen binnen bestemmingsreserves, niet de algemene reserve. Oplopende rente/inflatie Geen directe impact op de vermogensruimte; rente-effecten zijn als resultaat verwerkt, niet als toevoeging/onttrekking aan de algemene reserve. Netcongestie Netcongestie heeft geen impact op de vermogensruimte. Dit thema is niet expliciet als mutatie op de algemene reserve geboekt.

68

Risico's na begroting 2025 Wij monitoren continue onze risico's. Naar aanleiding hiervan pasten we sinds de begroting 2025 en 2026 de risicoanalyse aan. Ook openden we nieuwe risicodossiers. Dit naar aanleiding van onze IB-dialogen in december 2025 en het continue monitoren van onze risico’s. We nemen deze nieuwe risico’s mee in de p&c cyclus. Risico Sociaal Domein

Begroting 2025

Begroting 2026

Risicodialogen december 2025 – continue monitoring

1.500.000

5.000.000

5.000.000

pm

2.500.000

2.500.000

250.000

250.000

250.000

-

410.000

250.000

300.000

2.000.000

2.000.000

1.000.000

3.500.000

3.500.000

pm

pm

pm

0

1

1

pm

250.000

250.000

-

2.500.000

2.500.000

-

-

2.000.000

-

-

638.107

pm

-

-

Gemeentefonds Invoering omgevingswet en Wkb (Schade)claims Verbonden partijen Informatiebeveiliging / bedrijfscontinuiteit Capaciteit uitvoering werkzaamheden Projectrisico’s Campus Terneuzen Netcongestie PFAS vervuiling Mogelijke komst kerncentrale Onzekerheden beëindiging contract dienstverlener Oplopende rente/inflatie Sociaal Domein Risico: toenemende financiële druk Geen wijzigingen in risico ten opzichte van begroting 2026.

Gemeentefonds Risico: onzekerheid ten aanzien van lange termijn uitkeringen uit het gemeentefonds Geen wijzigingen in risico ten opzichte van begroting 2026. Invoering Omgevingswet en Wkb Risico: mogelijke nadeelcompensatie en schadeclaims Update na begroting 2025 en 2026 Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de nieuwe regeling voor nadeelcompensatie is het juridisch kader voor schadeclaims merkbaar veranderd. De wet bevat een limitatieve lijst van schadeoorzaken, maar de bredere reikwijdte van de Omgevingswet zorgt ervoor dat meer besluiten en maatregelen aanleiding kunnen zijn voor verzoeken om nadeelcompensatie, waarbij onduidelijkheid bestaat over de wijze waarop bestuursrechters het normale maatschappelijke risico, de voorzienbaarheid en de causaliteit zullen toepassen. Tegelijkertijd blijft schade door onrechtmatig overheidshandelen onder titel 8.4 Awb en art. 6:162 BW vallen, wat betekent dat fouten in vergunningverlening, toezicht of handhaving ook in het nieuwe stelsel tot aansprakelijkheidsclaims kunnen leiden, terwijl de jurisprudentie hierover nog volop in ontwikkeling is. Voor de Wkb geldt dat de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk blijft voor besluiten en handhaving, terwijl kwaliteitsborgers een nieuwe rol hebben.

Eventuele fouten of onvoldoende informatie in dit stelsel kunnen indirect leiden tot claims, zeker in deze opstartfase waarin praktijk en rechtspraak zich nog moeten zetten. Door deze landelijke ontwikkelingen blijft het risico op onverwachte en potentieel hoge schadeclaims reëel, zowel via nadeelcompensatie als via aansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen. De mate van juridische en

69

financiële kwetsbaarheid van gemeenten is daarmee nog steeds lastig exact in te schatten, maar het risico blijft in 2026 onverminderd aanwezig. Schadeclaims Risico: het risico dat openstaande schadeclaims leiden tot onverwachte financiële lasten, juridische complicaties en reputatieschade voor de gemeente. Update na begroting 2025 en 2026 Naar aanleiding van het besluit om geen medewerking te verlenen aan de opvanglocatie aan de Handelspoort heeft het COA in een brief van 26 november 2025 aan het college benadrukt dat het zich “wil houden aan de gemaakte afspraken” en dat het privaatrechtelijke verplichtingen is aangegaan, waarbij het aangeeft eventuele juridische stappen met vertrouwen tegemoet te zien. Hoewel het COA nog geen formele claim heeft ingediend, kan het niet realiseren van de opvang leiden tot mogelijke schadeclaims voor gemaakte voorbereidingskosten of contractuele verplichtingen. De omvang hiervan is nog onzeker en afhankelijk van de verdere juridische procedure rondom de geweigerde omgevingsvergunning. Het risico blijft reëel zolang het COA vasthoudt aan zijn aanspraak op nakoming. Voor een claim waarvoor we het risico in de begroting van 2025 meenamen in de risicoanalyse is inmiddels een voorziening getroffen. Met deze beheersmaatregel is het financiële restrisico van de betreffende claim teruggebracht naar € 0,-.

We pasten de hoogte van het mogelijke risico dienovereenkomstig aan. Verbonden partijen Risico: hogere bijdragen aan verbonden partijen door nieuw beleid, beleidswijzigingen of doorbelasting van hoger dan verwachte kosten door inflatie. Geen wijzigingen in risico ten opzichte van begroting 2025 en 2026. Informatiebeveiliging / bedrijfscontinuïteit Risico: verstoring gemeentelijke dienstverlening Het risico bestaat dat cyberaanvallen de gemeentelijke dienstverlening ernstig verstoren. Dit kan leiden tot uitval van systemen, verlies van gegevens en maatschappelijke ontwrichting. In 2024 is op basis van de door AON uitgevoerde cyberrisico-inventarisatie gerekend met een maximale impact van € 4,1 miljoen in het geval van een ernstig incident (zoals een datalek). Daarbij werd uitgegaan van de mogelijkheid om in 2025 een verzekering af te sluiten die de financiële impact van incident response gedeeltelijk zou afdekken, waardoor het risicobedrag naar verwachting zou dalen naar circa € 3,5 miljoen. In 2025 is deze verzekering echter nog niet afgesloten. Hierdoor blijft het risicobedrag ongewijzigd op € 4,1 miljoen. Gedurende 2025 hebben zich geen incidenten voorgedaan die aanleiding geven tot aanpassing van deze risico inschatting. In 2026 wordt opnieuw bezien of en op welke wijze een passende verzekering kan worden berokken bij het risicobeheer op dit thema.

Capaciteit uitvoering werkzaamheden Risico: onderuitputting van middelen Geen wijzigingen in risico ten opzichte van begroting 2025 en 2026. Projectrisico's Campus Terneuzen/ Integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen Risico: risico’s die we niet voorzien en de standaard voorziening van 10% in het projectbudget overschrijden. Geen wijzigingen in risico ten opzichte van begroting 2025 en 2026. PFAS vervuiling Risico: het risico dat onbekende PFAS-vervuiling leidt tot vertraging of stillegging van projecten, onverwachte saneringskosten en juridische aansprakelijkheid, doordat de gemeente haar zorgplicht mogelijk niet kan nakomen. Update na begroting 2025 en 2026 Landelijk is het PFAS dossier verder aangescherpt: in 2025 publiceerde het Rijk een uitgebreide Verzamelbrief PFAS met nieuwe inzichten over de verspreiding van PFAS en de noodzaak tot bronaanpak, terwijl vanaf eind 2024 PFAS formeel als Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn geclassificeerd, waardoor strengere regels gelden

70

voor beheer, sanering en aansprakelijkheid. Daarnaast zijn Europese restricties in voorbereiding en neemt de monitoring naar diffuse PFAS blootstelling toe, inclusief PFAS in bloed, bodem en water. Tegen deze achtergrond is de bodem bij een nieuw aan te leggen parkeerplaats naast de brandweerkazerne Zuidland te Terneuzen onderzocht. Uit de resultaten blijkt dat de bodem vervuild is met PFAS. Dit vraagt om nader bodemonderzoek, afperking van de bron en, afhankelijk van de onderzoeksuitkomsten, saneringsmaatregelen. In combinatie met het nog ontbreken van een integrale aanpak en de landelijke aanscherping van normen, achten we het risico ongewijzigd aanzienlijk; het eerder opgenomen risicobedrag van € 2,5 miljoen blijft op dit moment een realistische inschatting voor potentiële onderzoekskosten, saneringslasten en aansprakelijkheidsrisico’s. Oplopende rente/inflatie Risico: het risico dat onrust op de wereldwijde energiemarkt zorgt voor hogere rente en inflatie. Hierdoor kunnen onze financieringskosten stijgen en wordt het lastiger om met onze huidige budgetten hetzelfde te blijven doen. Hoewel de energiemarkt op dit moment erg schommelt, levert dit nu geen direct financieel risico op voor de gemeente Terneuzen. Dat komt doordat we via de Zeeuwse aanbesteding langetermijncontracten hebben afgesloten.

Deze contracten liggen vast tot en met 2027, waardoor de energieprijzen in 2026 geen invloed hebben op onze begroting. We blijven wel goed opletten of er indirecte gevolgen ontstaan, bijvoorbeeld bij verbonden partijen, maatschappelijke organisaties of inwoners met een laag inkomen. Deze risico’s houden we in de gaten, maar op dit moment kunnen we ze goed opvangen binnen onze bestaande weerstandscapaciteit. Nieuwe risico’s na begroting 2026 Mogelijke komst kerncentrale – kansen en risico’s De mogelijke vestiging van een kerncentrale in de regio Terneuzen biedt aanzienlijke strategische kansen voor de gemeente, zoals versterking van de regionale economie, langdurige werkgelegenheid in techniek en energie, en mogelijke verbeteringen in infrastructuur en gebiedsontwikkeling door rijks- en industrieinvesteringen. Tegelijkertijd brengt dit scenario relevante risico’s met zich mee. In de voorbereidende fase kunnen ruimtelijke, juridische en financiële claims ontstaan bij toekomstige besluitvorming of procedures, onder meer rond de Omgevingswet en nadeelcompensatie. Daarnaast kunnen druk op capaciteit, hogere kosten voor deskundige ondersteuning, maatschappelijke weerstand of vertraging in planvorming leiden tot extra bestuurlijke en financiële risico’s. Overigens is het wel zo dat we alle risico’s op claims e.d. in principe doorzetten naar het rijk.

Dit ligt nu nog niet vast in een overeenkomst. Dit volgt na relevante besluitvorming. De ontwikkelingen worden nauw gevolgd; op dit moment zijn de risico’s nog niet kwantitatief te onderbouwen, maar worden ze als potentieel substantieel beschouwd. We waarderen dit risico tot nader order op € 2 miljoen. Onzekerheden rond vroegtijdige afwikkeling contract dienstverlener We zetten een vroegtijdige beëindiging van een contract met een dienstverlener in gang naar aanleiding van wanprestatie. Dit kan leiden tot financiële en juridische risico’s voor de gemeente. Mogelijke gevolgen zijn onder meer beëindigingsvergoedingen, claims over gemaakte kosten of interpretatie van contractuele afspraken, en potentiële geschillen over de vaststelling van aansprakelijkheid. Hoewel de alternatieve dienstverlening al in gang is gezet, bestaat er nog onduidelijkheid over de formele afwikkeling van het te beëindigen contract, inclusief de vraag of en in welke omvang schadevergoeding of compensatie wordt verlangd. Daarmee blijft sprake van een financieel relevant risico, waarvan de uiteindelijke impact afhankelijk is van de verdere juridische beoordeling en afronding van dit contract. We waarderen dit risico tot nader order op € 638.107. Verwijderde risico’s na begroting 2026 Vergeleken met de begroting van 2026 verwijderden we geen risico’s.

Conclusie weerstandscapaciteit in relatie tot de (rest)risico’s Uit bovenstaand overzicht blijkt een bedrag van € 18.888.107 aan risico's. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit van € 96.407.000 waarmee de weerstandsratio uitkomt op 5.10. De weerstandsratio kwalificeert daarmee als 'uitstekend' volgens de VNG-classificatie. Op basis van onze inschattingen is de weerstandscapaciteit de komende jaren nu voldoende om de (rest)risico's op te vangen. Vanwege de onzekerheden rondom de toekomstige uitkering van het Gemeentefonds (uitgesteld ravijnjaar) in combinatie met de grote investeringen waar we voor staan (oa Campus Terneuzen) beperken we de beheersing van deze risico's niet tot de risicoparagraaf in de begroting en het jaarverslag. We maken deze onderdeel van onze doorlopende interne beheersing.

71

Kengetallen financiële positie

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft een basisset van vijf kengetallen voor die in samenhang informatie geven aan de Raad over de financiële positie van de gemeente. Doel van deze kengetallen is het kunnen vormen van een beter oordeel over het structureel en reëel sluitend zijn van de begroting. Voor de stand van de financiële positie is het belangrijk de kengetallen in samenhang te beoordelen. De Provincie Zeeland hanteert voor de kengetallen de volgende signaleringswaarden.

72

Kengetal Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden

Categorie A <90%

Categorie B 90-130%

Categorie C >130%

b. met correctie doorgeleende gelden

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte begroting Belastingcapaciteit

>50% <20% >0% <95%

20-50% 20-35% 0% 95-105%

<20% >35% <0% >105%

De gezamenlijke provinciale toezichthouders besloten om voor het verkrijgen van een goed beeld op de financiële positie aan te sluiten bij de zgn. signaleringswaarden. Deze zijn afkomstig van de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden zijn ingedeeld in categorieën. De provinciale toezichthouders geven geen waardeoordeel over deze categorieën. Dit omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf plaatsvindt. Duidelijk is wel dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Kengetallen

Jaarrekening 2020

2021

2022

2023

Begroting CAT 2024

2025

2025

JR25

1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorr.voor alle verstrekte leningen

79,0% 70,7% 49,1% 39,2% 15,6% 11,6%

44,9%

A

78,4% 69,9% 48,5% 38,6% 14,9% 10,7%

44,0%

A

2. Solvabiliteitsrisico

23,5% 26,9% 34,7% 39,4% 48,6% 51,7%

49,3%

A

3. Grondexploitatie

5,1%

3,2%

3,1%

3,3% 3,4% 5,2%

4,2%

A

4. Structurele exploitatieruimte

2,6%

4,3% 14,2%

5,5% 2,4% 4,8%

4,0%

A

5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

98,1% 96,5% 90,6% 91,2% 91,8% 92,0%

95,8%

A

Debtratio

76,5% 73,1% 65,3% 60,6% 51,4% 48,3%

50,7%

Netto schuld per inwoner

€ 2.528 € 2.320 € 1.851 € 1.616 € 764 € 529

€ 1.991

Verplichte indicatoren vanuit het BBV Bij onderstaande indicatoren hebben wij streefwaarden ingezet om direct in de grafieken te kunnen zien hoe wij ervoor staan. Deze streefwaarden staan niet vast en kunnen indien de raad dit wil nog wijzigen. Netto schuldquote (NSQ) De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente aan ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%.

73

Netto schuldquote

rek.20

rek.21

rek.22

rek.23

rek.24

rek.25

Kengetal Terneuzen

79,0%

70,7%

49,1%

39,2%

15,6%

11,6%

A

A

A

A

A

A

Categorie

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is exclusief doorgeleende gelden). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa + verstrekte geldleningen - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

rek.20

rek.21

rek.22

rek.23

rek.24

rek.25

Kengetal Terneuzen

78,4%

69,9%

48,5%

38,6%

14,9%

10,7%

A

A

A

A

A

A

Categorie

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (eigen vermogen / totaal passiva) x 100%.

74

Solvabiliteitsrisico

rek.20

rek.21

rek.22

rek.23

rek.24

rek.25

Kengetal Terneuzen

23,5%

26,9%

34,7%

39,4%

48,6%

51,7%

B

B

B

B

B

A

Categorie

Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale activa bouwgronden in exploitatie / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%.

Grondexploitatie Kengetal Terneuzen Categorie

rek.20

rek.21

rek.22

rek.23

rek.24

rek.25

5,1%

3,2%

3,1%

3,3%

3,4%

5,2%

A

A

A

A

A

A

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal helpt om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Het kengetal is belangrijk voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten

75

zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((totale baten - incidentele baten) - (totale lasten - incidentele lasten) + structurele onttrekkingen - incidentele toevoegingen) / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%.

Structurele exploitatieruimte Kengetal Terneuzen Categorie

rek.20

rek.21

rek.22

rek.23

rek.24

rek.25

2,6%

4,3%

14,2%

5,5%

2,4%

4,8%

A

A

A

A

A

A

Gemeentelijke belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen kan verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze van de gemeente. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale woonlasten (= OZB gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + rioolheffing gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + afvalstoffenheffing gezin) / totale gemiddelde landelijke woonlasten) x 100%.

Gemeentelijke belastingcapaciteit

rek.20

rek.21

rek.22

rek.23

rek.24

rek.25

Kengetal Terneuzen

98,1%

96,5%

90,6%

91,2%

91,8%

92,0%

B

A

A

A

A

A

Categorie

76

Eigen indicatoren gekozen door de gemeenteraad Naast bovenstaande verplichte basisset van verplichte kengetallen gebruiken wij al enige jaren twee kengetallen waarmee wij de financiële positie volgen. Dit zijn de debtratio en de netto schuld per inwoner. Hieraan koppelden wij geen streefwaarden. Debtratio De debtratio is de omgekeerde solvabiliteitsratio en geeft de verhouding aan van de schulden ten opzichte van het balanstotaal. Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((voorzieningen + langlopende geldleningen + kortlopende schulden + overlopende passiva) / totaal passiva) x 100%.

Debtratio

rek.20

rek.21

rek.22

rek.23

rek.24

rek.25

Kengetal Terneuzen

76,5%

73,1%

65,3%

60,6%

51,4%

48,3%

Netto schuld per inwoner Het kengetal netto schuld per inwoner is net als de debtratio overgebleven uit de stresstesten die wij in het verleden opstelden. De berekening komt voor een groot deel overeen met het verplichte kengetal netto schuldquote. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totaal aantal inwoners) x € 1. N.B. voor het vergelijk nemen wij een constant aantal inwoners op van 54.500 inwoners.

Netto schuld per inwoner Kengetal Terneuzen

rek.20

rek.21

rek.22

rek.23

rek.24

rek.25

2.528

2.320

1.851

1.616

764

529

77

C. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf komt het onderhoud van de openbare ruimte (wegen, riolering, groen en openbare verlichting) en de gemeentelijke gebouwen aan de orde. Het onderhoud vond plaats aan de hand van de volgende beheerplannen: • Wegenbeheerplan 2024 • Beleid- en Beheerplan openbare verlichting 2015-2024 • Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2024-2028 • Groeidocument Groen! • Beleidsplan Onderhoud Gemeentelijk Vastgoed • Beheerplan Civiele Kunstwerken (BCK)

Wettelijk kader Wij hebben op de genoemde onderdelen een wettelijke zorgplicht. De beheerplannen geven inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de te beheren goederen. Zo geven ze informatie over de staat van onderhoud, uit te voeren werkzaamheden en de benodigde middelen.

Integraal werken Groot onderhoud aan met name wegen en riolering of waterpartijen vergt veel voorbereiding. Dankzij onze inspecties en onze onderhoudsplanningen die meerdere jaren vooruitkijken, kunnen we efficiënter werken door projecten te combineren. Dat biedt ook meer ruimte voor participatie. Afstemming met nutsbedrijven voor werkzaamheden aan kabels en leidingen vergt steeds meer tijd. Dit betekent in de praktijk dat de feitelijke uitvoering buiten, en daarmee het grootste deel van de kosten, jaren na het besluit tot renovatie of herinrichting volgen. Deze werkwijze voorkomt herhaalde overlast en bespaart kosten.

Wegen Het wegenbeheerplan 2024 is de basis voor ons wegenbeheer. Binnen dit beheerplan werken we met jaarschijven. In een jaarschijf staat benoemd welke werkzaamheden we in dat jaar willen uitvoeren. Wat willen we bereiken? We willen dat de veiligheid van weggebruikers niet in gevaar is, zodat wij ten minste voldoen aan onze zorgplicht. Dit bereiken we door ons streven dat de verhardingen voldoen aan ten minste beeldkwaliteit B van de CROWsystematiek zodat zij bijdragen aan een prettige leefomgeving. Wat hebben we gedaan? We inspecteerden in 2023 al onze wegen. Op basis hiervan stelden we in 2024 een nieuw wegenbeheerplan 2024 op. Wij onderhielden alle wegvakonderdelen inclusief de voetpaden op ten minste beeldkwaliteit B van de CROWsystematiek. We voerden werkzaamheden uit die overbleven uit vorige jaren. Van de jaarschijf 2025 realiseerden we nog niet alle geplande werkzaamheden. Een deel hiervan willen we namelijk combineren met werkzaamheden aan de riolering. Dit vraagt een langere voorbereidingstijd. Wel werkten we in 2025 meer van de werkvoorraad uit voorgaande jaren weg. Onderdelen van de jaarschijf 2025 die wij niet uitvoerden schuiven door naar de jaarschijf 2026. Onze uitvoeringsplanning stemmen wij af met de planning van de netbeheerders. Dit doen we om zoveel mogelijk overlast te voorkomen.

Netbeheerders hebben steeds meer moeite om binnen een redelijke termijn hun werkzaamheden uit te voeren. Ook in 2025 werd door derden in verschillende wijken en kernen glasvezel aangelegd in onze verhardingen. Wij hielden toezicht op deze werkzaamheden. Reparatie van ontstane schade dekten we uit de bestemmingsreserve aanleg glasvezelnetwerk. Hierin storten we de vergoedingen die we van de netwerkbedrijven krijgen in verband met achteruitgang van onze verhardingen.

78

Kerncijfers wegen Aantal kilometers weg Waarvan binnen bebouwde kom Waarvan buiten bebouwde kom Oppervlakte wegennet Waarvan klinkers en tegels Waarvan asfalt

350 km 99% 1% 3.640.467 m² 60% 39%

Wat heeft het gekost? Voor 2025 hadden we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 1.112.000. Hiervan gebruikten we € 967.483. Voor een overzicht van de gedane investeringen verwijzen wij naar de bijlage verantwoording investeringsprogramma. Daarnaast was er een bedrag van € 7.926.169 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. We besteedden € 8.009.635 aan het onderhoud van onze verhardingen. Dit is inclusief onze bijdrage aan het Waterschap die wij volgens de Wet Uitkering Wegen moeten afdragen. Raming

Jaar 2025

Werkelijk

Exploitatie

Investeringen

Exploitatie

Investeringen

€ 7.926.169

€ 1.112.000

€ 8.009.635

€ 967.483

Openbare verlichting Het Beleid- en Beheerplan openbare verlichting 2015-2024 is de basis voor het beheer aan onze openbare verlichting. Verschillende overheden in Zeeland werken op het gebied van openbare verlichting samen in het Bureau Openbare Verlichting Zeeland (BOVZ). Netwerkbeheerder Stedin maakt ook onderdeel uit van deze samenwerking. Wat willen we bereiken? We willen de openbare ruimte zo verlichten dat we een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving bieden. Dit willen we doen tegen een minimaal energieverbruik en aanvaardbare kosten. Wat hebben we gedaan? We vervingen alle 603 armaturen die ouder waren dan 20 jaar door energiezuinige en storingsarme ledarmaturen. Dit deden we bovenop onze normale beheertaak. Hierbinnen vervangen we lichtmasten die beschadigd of aangereden zijn, of vanwege hun levensduur aan vervanging toe zijn. Kerncijfers openbare verlichting Aantal masten Aantal armaturen Waarvan ledverlichting

13.721 13.801 80%

Wat heeft het gekost? Voor 2025 hadden we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 496.000. Hiervan gebruikten we € 346.382. Voor een overzicht van de gedane investeringen verwijzen wij naar de bijlage verantwoording investeringsprogramma. Daarnaast was een bedrag van € 1.118.399 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. We besteedden € 1.183.778 aan het onderhoud van onze openbare verlichtingen. Raming

Jaar 2025

Werkelijk

Exploitatie

Investeringen

Exploitatie

Investeringen

€ 1.118.399

€ 496.000

€ 1.183.778

€ 346.382

79

Riolering De Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) is de basis voor ons beheer. Het rioleringsstelsel maakt een belangrijk onderdeel uit van de infrastructuur. Aan de ene kant voor de inzameling en transport van afvalwater van inwoners en bedrijven. Aan de andere kant voor het afvoeren van overtollig hemelwater en grondwater. Wat willen we bereiken? Wij willen een goed functionerend rioolstelsel om te voldoen aan onze wettelijke zorgplichten. Deze zorgplichten omvatten de bescherming van de volksgezondheid, natuur en milieu en het bieden van een veilige en goede leefomgeving. De inzameling van afvalwater en het transport hiervan naar een waterzuivering is hierin een verplichting. Wat hebben we gedaan? We gaven invulling aan de WKA door het voorbereiden en uitvoeren van regulier en groot onderhoud, en het optimaliseren van het rioolstelsel. Het regulier onderhoud bestaat uit het inspecteren en reinigen van delen van het rioolstelsel. Onder groot onderhoud verstaan we het vervangen, renoveren en afkoppelen. Voor groot onderhoud en verbeteringen namen wij een groot aantal projecten in voorbereiding en uitvoering. Het gaat vooral om (deel-)projecten afkomstig uit de jaarschijven 2018 tot en met 2024. Er is namelijk nog sprake van een grote werkvoorraad, vooral voor rioolrenovaties en renovaties aan gemalen. Voor het derde jaar op rij verkleinden we onze werkvoorraad.

Dit jaar met ongeveer 2 miljoen (of 30%) aan projecten uit eerdere jaarschijven. Daarnaast namen we de projecten uit de jaarschijf 2025 in voorbereiding. Kerncijfers riolering Aantal kilometers riolering Waarvan vrij-vervalriolering Waarvan mechanische riolering (pers-,druk-/vacuüm) Waarvan drainage Aantal gemalen en pompunits

556 km 416 km 100 km 40 km 636 stuks

Wat heeft het gekost? Voor 2025 hadden we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 3.215.000. Hiervan gebruikten we € 922.045 voor groot onderhoud binnen de WKA. Dit is dus zowel voor ons rioolbeheer als ons waterbeheer. Voor een overzicht van de gedane investeringen verwijzen wij naar de bijlage verantwoording investeringsprogramma. Daarnaast was een bedrag van € 4.052.566 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. We besteedden € 4.377.312 aan het regulier onderhoud binnen de WKA. Raming

Jaar 2025

Werkelijk

Exploitatie

Investeringen

Exploitatie

Investeringen

€ 4.052.566

€ 3.215.000

€ 4.377.312

€ 922.045

Water De Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) is de basis voor ons waterbeheer. Het oppervlaktewater binnen het stedelijk gebied is primair bedoeld voor de berging en de afvoer van overtollig regenwater. Maar waterpartijen geven ook een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Met het waterschap hebben wij een samenwerkingsovereenkomst voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater in bebouwd gebied (BOB). Wat willen we bereiken? Wij willen dat de kwaliteit van ons water goed is en we willen wateroverlast voorkomen om aan onze zorgplicht te voldoen. Een goede waterkwaliteit is namelijk van belang in het beschermen van de volksgezondheid, het milieu en de natuur. Het voorkomen van wateroverlast is één van de taken binnen onze zorgplicht voor een veilige leefomgeving.

80

Wat hebben we gedaan? We gaven invulling aan de WKA door het voorbereiden en uitvoeren van regulier en groot onderhoud. Daarnaast werkten we samen met Rijkswaterstaat in het uitwerken en voorbereiden van te nemen maatregelen tegen de grondwateroverlast in Sluiskil. In 2025 startten we de uitvoering van de eerste fase. Voor de wijk Noordpolder in Terneuzen werkten we aan het integrale wijkgerichte plan om deze wijk klimaatrobuust in te richten. Dit moet onder meer problemen als bij de wolkbreuk in september 2022 voorkomen. Het regulier onderhoud bestaat uit het doorstroombaar houden van onze waterlopen door middel van het maaien van riet. Onder groot onderhoud verstaan we het baggeren, reconstrueren of optimaliseren van onze waterwegen. Geplande werkzaamheden voor groot onderhoud combineerden we zoveel mogelijk met herinrichtingen van de openbare ruimte aan de hand van klimaatlabel B. Hierbij vormden we verharding om naar groen, voegden we wadi’s toe (Water Afvoer Drainage en Infiltratie) en namen we andere maatregelen om water in de grond te laten zakken. Op die manier werkten we aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress in de toekomst. Kerncijfers water Lengte sloten/oppervlaktewateren Lengte beschoeiingen

70 km 50 km

Wat heeft het gekost? Het budget voor het uitvoeren van de WKA is bestemd voor zowel ons rioolbeheer als ons waterbeheer. Daarom verwijzen wij u voor de verantwoording van de gemaakte kosten voor ons waterbeheer naar ‘Wat heeft het gekost?’ onder de kop Riolering.

Openbaar groen Het Groeidocument Groen! is de basis voor het beheer van ons openbaar groen. De kwaliteit van het openbaar groen bepaalt in belangrijke mate of mensen zich prettig voelen in hun dagelijkse leefomgeving. Het is van belang dat er voldoende kwaliteitsgroen in de gemeente is. Tegelijkertijd kan groen voor overlast zorgen. Goed beleid en beheer is daarom belangrijk. Wat willen we bereiken? Wij willen dat ons openbaar groen geen gevaar oplevert. Het goed onderhouden en controleren van onze bomen is nodig voor de veiligheid van de leefomgeving. Ook willen wij voldoen aan onze zorgplicht ten opzichte van natuurbescherming. We streven naar beeldkwaliteit B (volgens de CROW-systematiek) voor ons openbaar groen. We hanteren beeldkwaliteit C als uiterste ondergrens. Wat hebben we gedaan? Wij voerden het groenbeheer uit volgens het format groenbeheerplan per kern uit het Groeidocument Groen! Vanaf 2024 hadden wij een hoger budget voor onderhoud van het openbaar groen beschikbaar om de beeldkwaliteit hiervan te kunnen verhogen. Dit had een positief effect op de beeldkwaliteit. We behaalden in 2025 de gewenste beeldkwaliteit B. We kapten bomen die ziek, dood of onveilig waren. Voor elke gekapte boom plantten we tenminste weer één nieuwe boom terug. In 2025 vormden we ten minste 8.000 m2 verharding om naar groen, halfverharding of doorgroeistenen.

Kerncijfers groen Oppervlakte openbaar groen

Ca. 5.532.732 m²

Aantal bomen

Ca. 27.179 stuks

Wat heeft het gekost? Voor 2025 hadden we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 897.000. Hiervan gebruikten we € 41.834. Voor een overzicht van de gedane investeringen verwijzen wij naar de bijlage verantwoording investeringsprogramma.

81

Daarnaast was er een bedrag van € 5.940.285 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Hiervan besteedden we € 5.904.618 aan het onderhoud van het openbaar groen. Raming Werkelijk

Jaar 2025

Exploitatie

Investeringen

Exploitatie

Investeringen

€ 5.940.285

€ 897.000

€ 5.904.618

€ 41.834

Gebouwen Wij zijn eigenaar van meer dan 190 gebouwen en bouwwerken. Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud dat daarbij hoort. Dit onderhoud staat in een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Het beheer leggen wij vast in het gebouwenbeheersysteem O-Prognose. Wat willen we bereiken? We willen de staat van de gebouwen op een aanvaardbaar niveau houden (conditiescore 3). Hiervoor voeren we het noodzakelijke onderhoud aan onze gebouwen uit om het behoud van kwaliteit en functionaliteit te waarborgen. Wat hebben we gedaan? We voerden een aanzienlijk deel van de geplande onderhoudswerkzaamheden aan onze gebouwen uit. Daarnaast pakten we diverse uitgestelde werkzaamheden uit voorgaande jaren succesvol op zodat de werkvoorraad weer verder afnam. Het restant schuiven we door naar 2026. Om onze gebouwen te verduurzamen volgden we de planning uit de ‘Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed’. Wat heeft het gekost? Voor het uitvoeren van het onderhoud aan de gebouwen hadden we in 2025 een bedrag beschikbaar van € 3.914.000. In totaal besteedden we een bedrag van € 3.727.505 aan onderhoud. Het resterende budget voegden we toe aan de bestemmingsreserve Onderhoud Gebouwen. Raming Exploitatie Jaar 2025

€ 3.914.000

Investeringen

Werkelijk Exploitatie

Investeringen

€ 3.727.505

Civiele kunstwerken Wij zijn eigenaar van verschillende civiele kunstwerken, daaronder vallen bijvoorbeeld bruggen, tunnels en steigers. Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud dat daarbij hoort. Dit onderhoud staat in het Beheerplan Civiele Kunstwerken (BCK). Het beheer leggen wij vast in het beheersysteem Obsurv. Wat willen we bereiken? We willen de staat van de civiele kunstwerken op een aanvaardbaar niveau houden. We streven hierbij naar de in het Beleidsplan genoemde beeldkwaliteit B van het CROW. Wat hebben we gedaan? We voerden inspecties uit aan onze civiele kunstwerken. Op basis hiervan stelden we de uitvoeringsplanning behorend bij het BCK bij. Daarnaast voerden we regulier onderhoud uit. Wat heeft het gekost? Voor het uitvoeren van het onderhoud aan de Civiele kunstwerken hadden we in 2025 een bedrag beschikbaar van € 286.000. In totaal besteedden we een bedrag van € 269.006 aan het onderhoud.

82

D. Financiering Inleiding In deze paragraaf gaan wij in op de financieringsfunctie. Financiering is de manier waarop de gemeente geld aantrekt. Deze functie heeft als doel te voorzien in voldoende financieringsmiddelen tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. We melden in deze paragraaf hoe we hier in 2025 gebruik van maakten. Ook beschrijven we de voorwaarden van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm die bij de financiering horen. We informeren u ook over de leningenportefeuille en het schatkistbankieren.

Risicobeheer Renterisicobeheer Uitgangspunten van het renterisicobeheer zijn onder andere dat wij de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, volgens de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), niet overschrijden. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het maximale bedrag waarmee we een financieringstekort met een kortlopende lening mogen financieren volgens de Wet Fido. In 2025 bedroeg de kasgeldlimiet € 21.102.000. We overschreden de kasgeldlimiet niet. Renterisiconorm Om te voorkomen dat er jaarlijks grote wijzigingen zijn in de rentelasten, schrijft de Wet Fido de renterisiconorm voor. De jaarlijkse aflossingen en wijzigingen in de rente mogen niet meer dan 20% van het begrotingstotaal zijn. In 2025 was deze norm € 49.651.000. We overschreden in 2025 de renterisiconorm niet. Kredietrisicobeheer Kredietrisico's ontstaan als een tegenpartij niet op tijd of helemaal niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Dit kan leiden tot een lagere waarde van onze vorderingen. In 2025 was er geen sprake van een waardevermindering van onze vorderingspositie. Op 31 december 2025 stond er € 771.000 uit aan langlopende leningen. Deze leningen zijn verstrekt aan verenigingen en stichtingen binnen onze gemeente. Het totaal aan aandelen en deelnemingen is € 26.308.000. Dit zijn aandelen in de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (Z.E.H.

N.V.), Stedin, GBE Aqua B.V. en N.V. Economische Impuls Zeeland. We nemen ook deel in de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting en de Stichting Zeeuwind, waarvoor ongeveer € 1.602.483 is geïnvesteerd. In totaal zijn er aandelen van GBE Aqua gekocht voor € 24.142.000. Daarnaast is er een kapitaalstorting gedaan voor het Transitiefonds Zeeland van € 748.000. Concluderend lopen we weinig kredietrisico’s op de vaste uitzettingen. De uitgezette gelden hebben een voorzichtig karakter en zijn niet gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatige risico’s. Intern liquiditeitsbeheer Dit betreft het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning. Hierdoor kunnen de financieringskosten hoger uitvallen. Voor de liquiditeitspositie tot een jaar was een planning aanwezig. Deze actualiseerden wij dagelijks op basis van de geldstromen binnen de organisatie en de wijzigingen daarin. Voorop stond dat wij altijd aan onze betalingsverplichtingen konden voldoen. Hiervoor waren steeds voldoende geldmiddelen beschikbaar. Koers- en valutarisicobeheer Wij zijn geen belangrijke c.q. omvangrijke financiële transacties in vreemde valuta aangegaan. Daarmee zijn er geen koers- en valutarisico’s.

83

Renteomslagpercentage Hieronder geven wij inzicht in de rentelasten en -baten en het renteomslagpercentage. Dit volgens de notitie rente van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording.

Berekening renteomslagpercentage

Bedrag x € 1.000/ Percentage

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

3.483

De externe rentebaten (idem) -/-

-1.448

Saldo rentelasten en rentebaten

2.035

De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend -/De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

2.035

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

2.035

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-2.035

Renteresultaat op het taakveld Treasury

0

Rente (A)

2.035

Boekwaarde taakvelden (B)

244.114

Renteomslag (A/B)*100%

0,83%

Gemeentefinanciering Uitgangspunten financiering Voor de financiering benutten we de kasgeldlimiet zoveel mogelijk. Als de kasgeldlimiet is bereikt, gaan we langlopende geldleningen aan. De liquiditeitenplanning gaf aan dat het aantrekken van een langlopende geldlening niet nodig was. Langlopende financiering (looptijd langer dan 1 jaar) In 2025 sloten we geen langlopende geldlening af. Op de bestaande geldleningen losten we € 7.212.000 af. Daardoor nam het bedrag van de langlopende geldleningen af van € 108.635.000 naar € 101.423.000. Totaal bedrag langlopende schulden per 31 december 2016

€ 177.205.000

2017

€ 164.189.000

2018

€ 151.225.000

2019

€ 153.428.000

2020

€ 140.049.000

2021

€ 130.270.000

2022

€ 123.058.000

2023

€ 115.847.000

2024

€ 108.635.000

2025

€ 101.423.000

84

Kortlopende financiering (looptijd korter dan 1 jaar) In 2025 was er geen moment tekort aan liquide middelen. Relatiebeheer Dit behelst het onderhouden van de relaties met financiële instellingen. De treasurer heeft regelmatig contact met verschillende banken waarmee wij een relatie hebben.

Informatievoorziening Wij verstrekten verantwoordingsinformatie over de treasury-activiteiten aan zowel interne als externe belanghebbenden. Interne belanghebbenden Met de begroting en het jaarverslag informeerden wij interne belanghebbenden (het bestuur, het management) over de treasury-activiteiten. Externe belanghebbenden Wij verstrekten informatie met betrekking tot de treasury-activiteiten aan de toezichthouder (Provincie Zeeland) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Provincie Zeeland Naast de begroting en het jaarverslag verstrekken wij aan de Provincie Zeeland een opgave van de stand van de vaste schuld, de stand van de vaste uitzettingen, informatie over de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. CBS Driemaandelijks verstrekken wij een opgave van de stand van het EMU-saldo (Economische en Monetaire Unie) aan het CBS.

Schatkistbankieren Sinds 1 januari 2014 is het voor decentrale overheden verplicht om geld wat over is tijdelijk te stallen in de schatkist van het rijk. Op het moment dat we het geld nodig hebben, nemen we dit weer op. Om te bepalen of een gemeente overtollige liquiditeiten naast de gelden voor het normale betalingsverkeer aanhoudt, geldt een drempelbedrag dat is gebaseerd op het begrotingstotaal van de gemeente. Vanaf 1 juli 2021 is de drempel voor gemeenten voor het verplicht schatkistbankieren 2% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Het minimum drempelbedrag is € 1.000.000. De drempelwaarde was in 2025 € 4.965.000. In 2025 is het gemiddelde drempelbedrag niet overschreden, zie hiervoor de tabel hieronder.

85

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren 2025 (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)

Drempelbedrag

4.965 Kwartaal 1

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

46

-

7

-

4.919

4.965

4.958

4.965

-

-

-

-

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

4.167

-

606

-

(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

248.254

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

248.254

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 Drempelbedrag miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

4.965

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

46

-

7

-

86

E. Bedrijfsvoering Inleiding Met bedrijfsvoering ondersteunen we de hele organisatie. De taken van bedrijfsvoering voerden wij in eigen beheer uit. Sommige taken verzorgden wij ook voor externe overheidsorganisaties zoals Omgevingsdienst RUD Zeeland en gemeente Sluis. Hieronder leggen wij verantwoording af over de onderdelen van bedrijfsvoering waar een wettelijke verplichting voor geldt.

Personeel en organisatie In 2025 ondersteunden we RUD Zeeland voor het laatst en startten we met de ontvlechting van de taken hiervan. We voerden extra taken uit voor partners in de regio, omdat wij centrumgemeente zijn voor verschillende samenwerkingsverbanden. Begin 2025 werd een nieuw akkoord voor de cao Gemeenten 2025–2027 bereikt. Deze cao ging in op 1 april 2025. In 2025 voerden wij deze nieuwe afspraken uit, waaronder de afgesproken loonstijgingen en andere veranderingen in arbeidsvoorwaarden. We stelden een nieuw screeningsbeleid op. Sollicitanten worden altijd gescreend. Medewerkers die al in dienst zijn, worden soms vanuit een wettelijke verplichting gescreend. Dit is het geval bij functies die een hoge mate van integriteit vereisen. We zetten een Medewerkersonderzoek uit, met een response van 89%. We haalden een hoge score voor bevlogenheid, communicatie en informatie. Ook constateerden we dat de werkbelasting aan de hoge kant was. We werken aan de aandachtspunten uit het Medewerkersonderzoek. Per 1 januari 2025 startten we met een intermediair (zogenoemde broker) voor de inhuur van personeel vanaf schaal 9. Hiermee organiseerden we de inhuur binnen de wettelijke regels. Eind 2025 werd duidelijk dat de broker te maken had met betalingsachterstanden aan ZZP-ers en leveranciers. We besloten om de samenwerking te beëindigen.

We startten direct met een nieuwe broker voor de continuïteit in de inhuur en een zorgvuldige overgang.

Huisvesting - Verduurzamen stadhuis In 2025 bereidden we de plannen voor een renovatie en duurzame toekomst van ons stadhuis voor. We maken het gebouw duurzamer en toegankelijker. Daarnaast kijken we hoe we het stadhuis in de toekomst kunnen gebruiken en klaar maken voor gebruik de komende decennia.

Concernstaf Interne beheersing In 2025 startten we onder andere met de verbinding van onze risicomanagement aanpak (inclusief fraudepreventie), de verbeteragenda en het interne beheersingsplan tot een logische cyclus als onderdeel van onze interne beheersing. Op basis van het normenkader, de risico-inventarisatie en het interne beheersingsplan, controleerden we op rechtmatigheid. Dit deden we dit jaar voor het eerst zelf (zonder externe inhuur). Op deze manier verstevigden we onze kennis en onafhankelijkheid waar het interne beheersing betreft. Ook voerden we een onderzoek uit naar de doelmatigheid van MOR meldingen.

Informatiebeveiliging en privacy We startten met een nieuw proces voor de Instroom, Doorstroom en Uitstroom van medewerkers. Met dit proces optimaliseren wij de autorisatie en authenticatie van medewerkers. We startten met de voorbereiding op de nieuwe Cyberbeveiligingswet. Wij voldeden aan de registratieplicht. Wij werkten toe naar een Toezicht, Meldplicht en Zorgplicht op het gebied van informatiebeveiliging. Onderdeel van de voorbereiding was een pentest. Dit is een test op kwetsbaarheden op onze digitale infrastructuur. Deze test voerden wij uit in Zeeuws verband, voor het project Zeeuwse Norm Digitale Weerbaarheid. Uit de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) bleek dat we op de goede weg zijn met onze interne beheersing op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. In 2025 zetten we opnieuw belangrijke stappen op het gebied van privacy. We actualiseerden onder andere het bestaande privacybeleid en stelden een nieuw beleid vast voor de Wet politiegegevens.

Centrale inkoop Via onze beïnvloedbare inkoop- en aanbestedingstrajecten kochten we 43% lokaal (Zeeuws-Vlaanderen) in.

87

Onze inkoopresultaten in 2025 zijn: Omschrijving

2020

2021

Aantal EU Aanbestedingen

5

12

Aantal Meervoudige

22

46

2022

2023

2024

2025

7

5

20

15

38

36

26

21

Voorgaande jaren rapporteerden we ook het ‘selectieresultaat’. Omdat er steeds meer aanbestedingen op basis van beste prijs kwaliteit worden gegund is dit niet langer een betrouwbaar instrument. Wij houden deze cijfers met ingang van 2025 niet meer bij.

Bestuurlijke en juridische zaken We behandelden de volgende zaken: Onderwerp bezwaarschriften klachten Koninklijke Onderscheidingen

2021 100 85 10

2022 80 86 19

2023 125 87 7

2024 89 80 19

2025 92 99 10

Toelichting rechtmatigheidsverantwoording Uitleg rechtmatigheidsverantwoording door college 2025 Inleiding Vanaf het verslagjaar 2023 neemt het college een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Hiermee legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over de naleving van de regels die belangrijk zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeente. De verantwoording onderbouwen we door uitgevoerde interne controles en de daaruit volgende conclusies. Hierdoor legt het college met vertrouwen de rechtmatigheidsverantwoording af. In deze paragraaf geven we meer uitleg. Vorm en grenswaarden De rechtmatigheidsverantwoording zelf is een verplicht te gebruiken modelverantwoording. De grenswaarden liggen vast in artikel 10 van de Financiële Verordening. Het gaat hier om grenzen waarboven we afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording moeten opnemen en moeten uitleggen in de paragraaf bedrijfsvoering. Voor 2025 gelden de volgende grenswaarden: • Door de raad vastgestelde verantwoordingsgrens: 2% • Door de raad vastgestelde rapportagegrens:

€ 5.056.900 € 100.000

Criteria: De rechtmatigheidsverantwoording door het college gebeurt met drie criteria: 1. Begrotingscriterium. Financiële beheershandelingen die ten grondslag liggen aan de baten en lasten en de balansposten moeten ontstaan binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s. Uitgangspunt is het niveau waarop de raad de budgetten in de begroting en bij investeringen goedkeurde. Voor Terneuzen is dit op programmaniveau. 2. Voorwaardencriterium. Dit gaat over de eisen die er zijn bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. Deze komen uit verschillende wetten en regels. Ze gaan over onderdelen als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 3. Misbruik & Oneigenlijk (M&O) gebruik criterium. Om misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden te voorkomen, zijn beheersmaatregelen nodig die werken. Het gaat er bij het M&Ocriterium om dat de organisatie effectieve maatregelen treft om misbruik te voorkomen of op te sporen. In 2025 stelde de raad het M&O beleid vast. Dit beleid vormt de basis voor de aanpak tegen misbruik en oneigenlijk gebruik. Toelichting op afwijkingen van deze criteria vindt hieronder plaats. Met de vaststelling van de jaarrekening wordt de raad hierover tijdig geïnformeerd.

Zoals staat in de Financiële verordening (artikel 12.4 lid b).

88

Uitleg controles en bevindingen Begrotingscriterium In de Financiële verordening is vastgelegd dat geconstateerde afwijkingen groter dan € 100.000 worden toegelicht. Het kan hierbij gaan om fouten of onduidelijkheden. Indien sprake is van een overschrijding van de totale lasten binnen een programma, wordt dit aangemerkt als onrechtmatig. In dat geval wordt in deze paragraaf bedrijfsvoering inzicht gegeven in de oorzaken van de afwijkingen. Een overschrijding op programmaniveau ontstaat doorgaans door een combinatie van over- en onderschrijdingen op afzonderlijke posten. De toelichting richt zich primair op de overschrijdingen. Op de programma’s is de begrotingsoverschrijding in totaal € 4.400.000 en op de investeringskredieten € 55.000. In principe is elke afwijking van de begroting onrechtmatig. Toch zijn er uitzonderingen. In artikel 12, lid 4 van de Financiele verordening staat dat overschrijdingen van uitgaven zijn toegestaan als:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17019942/1