CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-01-21 - bijlage 3 Tnz Centrum, Nieuwstraat-Arsenaalstraat Bijlagen toelichting geanon

gemeenteraad 5 februari 2026, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen herstelbesluit (gewijzigd) bestemmingsplan Terneuzen Centrum, Nieuwstraat-Arsenaalstraat28.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Op dat ogenblik was de gemiddelde temperatuur het hoogst en bevond ook de zeespiegel zich op een maximum. Er ontstond in grote delen van Zeeland een getijdenlandschap, doorsneden door brede geulen. In deze geulen werden oudere holocene en pleistocene afzettingen opgeruimd. Andere delen raakten bedekt met dikke lagen marien sediment. 16 In grote delen van Zeeuws-Vlaanderen is de invloed van de Formatie van Naaldwijk echter beperkt gebleven. Enkel lager gelegen delen in het uiterste westen van Zeeuws-Vlaanderen en noordelijke delen van Oost-Zeeuws-Vlaanderen zijn overstroomd door de zee. In de omgeving van het huidige plangebied hebben zich geen mariene sedimenten afgezet gedurende deze periode.

14 Hoek, 2014: 16. 15 Vos et al. 2015. 16 Vos and van Heeringen, 1997: 53.

16

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

17

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 5 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Blauwe stip: ligging plangebied. Bron: Vos en de Vries 2018.

18

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Na het holoceen maximum nam de invloed van de zee af en ontwikkelde zich opnieuw een veenlandschap, het zogenaamde Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop). In de hoger gelegen delen van Zeeuws-Vlaanderen, waar de mariene afzettingen van het Laagpakket van Wormer geen invloed hadden, ontwikkelde het nieuwe veenpakket zich rechtstreeks op de dagzomende pleistocene dekzandafzettingen of op het reeds aanwezige Basisveen. Hierbij kan vaak geen onderscheid gemaakt worden tussen het Basisveen en het Hollandveen; soms lukt dit echter wel. 17 Radiokoolstofdateringen dateren het begin van de veengroei in en rond het Terneuzen tussen circa 3627 en 2928 v. Chr. 18 Deze gegevens kunnen in dit geval vrij specifiek worden gehanteerd, omdat het veen in 1962, bij de bouw van de derde sluis te Terneuzen, is onderzocht door Munaut. Ter plaatse van de ontgraving vond hij een oerbos van boomstronken en -stammen. Hij stelde hierbij onder meer vast dat op het dekzand een eikenbos aanwezig was, dat door de vernatting en de veengroei is verstikt. Dit wordt op basis van recent onderzoek ontkracht. De bomen zouden in en op het veen gegroeid hebben en niet rechtstreeks op het dekzand. 19 Ook het veen dat is aangetroffen bij de onderzoeken in het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen 20 en ter plaatse van de kanaaltunnel te Sluiskil 21 is gedateerd en stamt eveneens uit het Midden-Neolithicum.

Het veen in het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen heeft een datering tussen 3640 en 3381 v. Chr. 22 De datering van het veen uit het onderzoek ter plaatse van de Sluiskiltunnel is vroeger: hier is de aanvang van de veengroei gedateerd in 4500 v. Chr. 23 Omstreeks 200 v. Chr. stopte de veengroei. 24 Door een goede ontwatering ging het veen inklinken en ontstond erosie van het veenoppervlak. Dit proces werd bevorderd door de aanwezigheid van de zeearm de Honte, die zich vanaf de strandwal voor Knokke en Cadzand insneed richting het oosten. Deze getijdengeul ontwikkelde zich geleidelijk tot een zeegat dat de Schelde met de zee zou verbinden en uiteindelijk de Westerschelde zou vormen. Dateringen van de top van het veen doen vermoeden dat deze zeearm in de late ijzertijd al tot bij Terneuzen moet zijn doorgedrongen. 25 Daarnaast werden vooral in de Romeinse tijd ontwateringskanaaltjes aangelegd om de bewoningscondities te verbeteren. Gedurende een periode van enkele eeuwen was het veenlandschap hierdoor geschikt voor bewoning. Op basis van de DINO-ondergrondmodellen is het veen in de omgeving van het plangebied te verwachten vanaf een diepte van circa 5,75-6,25 m -mv/ 3,25 m -NAP. De invloed van de zee nam in de 3de eeuw opnieuw toe, waardoor een getijdenlandschap ontstond.

26 Dit proces werd in het laatste kwart van de 3de eeuw versneld door de teloorgang van de beperkte waterbouwkundige infrastructuur die was aangelegd in de Romeinse tijd. 27 Deze toegenomen mariene invloed, die vroeger omschreven werd als Duinkerke II-transgressies, wordt nu veeleer gezien als een rustig sedimentatie- en verlandingsproces, gespreid over verschillende eeuwen. 28 Deze vroegere Duinkerke II-afzettingen worden nu benoemd als Sluiskilafzettingen, behorende tot het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk). 29 De Sluiskilafzettingen bestaan ter plaatse van het nabijgelegen projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen enerzijds uit kwelderafzettingen van zware klei, die aan de basis vaak humeus zijn, en anderzijds uit sterk gelaagde geulafzettingen bestaande uit kleien met fijne zandlaagjes. Over het algemeen zijn de geulafzettingen schelploos, in de top bevinden

17 Zie Delporte en D’hondt, 2018: 56-57. 18 Munaut, 1967; Deforce, 2011.

19

19 Zie Brijker et al., 2013: 110. 20 Bats et al., 2014; Vos et al., 2015. 21 Brijker et al., 2013: 51-53. 22 Vos et al., 2015. 23 Brijker et al., 2013: 86. 24 In het kader van het geoarcheologisch vooronderzoek in het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen kon een geoxideerde top van de veenlaag gedateerd worden in de late bronstijd. Dit betreft echter niet de laatste fase van veengroei; de bovenzijde van het veen was hier namelijk gedeeltelijk geoxideerd en deels geërodeerd. Vos et al., 2015. 25 De Kraker ed., 2002: 16. 26 Sier, 2003: 14; De Clercq en van Dierendonck, 2008; De Clercq, 2009. 27 Lases en de Kraker, 2009: 30. 28 Baeteman, 2007. 29 Vos et al., 2008.

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

zich wel schelpen in leefstand. De ondergrens is veelal scherp (zowel voor de kwelder- als de geulafzettingen). Op basis van dateringen van kweldervegetatie uit de Sluiskilafzettingen kon de overstroming van het veen in het kader van het geoarcheologisch vooronderzoek in het projectgebied Nieuwe Sluis Terneuzen gedateerd worden in de periode na 200 n. Chr. en het meest waarschijnlijk in de periode tussen 200 en 225. Deze afzettingen komen daar voor vanaf een diepte van 1 tot 3 m -NAP. De plaatselijk aanwezige geulafzettingen hebben vaak de onderliggende horizonten (veen en pleistoceen zand) geërodeerd tot een diepte van ruim 10 m -NAP. 30 De Sluiskilafzettingen zijn ontstaan in een systeem van kwelders en geulen en zorgden ervoor dat het plangebied en omgeving niet langer geschikt was voor bewoning. Net zoals in de eerdere nattere fasen hoeft dit echter niet te betekenen dat de mens gedurende deze periode volledig wegbleef uit dit gebied. Uit onderzoeken die zijn uitgevoerd in de omgeving van Terneuizen is gebleken dat deze Sluiskilafzettingen in de vroege middeleeuwen gingen verlanden en dat er bodemvorming plaatsvond. Hierdoor mag aangenomen worden dat omstreeks 1000 n. Chr. deze afzettingen zijn gestopt.

31 De toen afgesloten actieve mariene periode resulteerde onder andere in enkele grotere noord-zuid georiënteerde inbraakgeulen in dit deel van ZeeuwsVlaanderen, zoals de Blide (van Terneuzen naar Axel) 32, welke in het oostelijke deel van Terneuzen was gelegen en ook in het uiterste oosten van het huidig plangebied mag verwacht worden. Het schorrengebied rond de kreken slibde langzaam op, waardoor de kwelders niet meer regelmatig overstroomden. Tussen het einde van de 10de en het einde van de 11de eeuw werden de getijdengeulen in de kustvlakte ingedijkt, wat uiteindelijk leidde tot de verhoging van het stormvloedniveau in het buitendijkse gebied. 33 Bedijking zorgde er echter voor dat de Westerschelde zich kon ontwikkelen tot een brede getijdenstroom, wat er op zijn beurt voor zorgde dat het binnendijkse gebied gevoelig werd voor stormvloeden. De bekendste (maar lang niet de enige) zijn die van 1134, 1214, 1375, de Sint-Elisabethsvloeden van 1404 en 1421 en de grootschalige overstroming van 1530. 34 Deze stormvloeden, maar ook militaire inundaties die op grote schaal gedurende de Tachtigjarige Oorlog werden doorgevoerd, hadden als gevolg dat dit gebied weer sterk onder mariene invloed kwam te staan. 35 Smalle en brede inbraakgeulen sneden zich hierdoor in dit landschap in; ook de lager gelegen delen werden overspoeld door het water (figuur 6).

Tot ver landinwaarts werd hierdoor een dik pakket sediment afgezet, waardoor grote delen van het oude landschap bedekt raakten. Deze jongere afzettingen, ontstaan gedurende de laatste 1000 jaar, bestaan uit mariene zanden en kleien en worden benoemd als Westerscheldeafzettingen. De kwelderafzettingen die deel uitmaken van de Westerscheldeafzettingen, zijn binnen het plangebied Nieuwe Sluis Terneuzen aangetroffen op een diepte tussen circa 0 en 1 m –NAP, de in het noordwesten van het toenmalig plangebied gelegen grote getijdengeul heeft zich ingesneden tot een diepte van 20-30 m –NAP en heeft bijgevolg tot die diepte oudere afzettingen geërodeerd. 36

30 Vos et al., 2015 31 Vos et al., 2015. 32 Brand, 1993 : 43. 33 Tys, 2010: 91.

34

De Kraker, 1997: 21; de Kraker red., 2002: 16.

35 Van Strydonck en de Mulder, 2000: 109. 36 Vos et al., 2015.

20

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 6 Kaart van Oost-Zeeuws-Vlaanderen met de verschillende inbraakgeulen ten gevolge van stormvloeden en militaire inundaties in de 16de eeuw. De rode ster markeert de ligging van het plangebied. Bron: de Kraker 1997: 213, naar van Rummelen 1977a.

2.2.2

Aardkundige waarden

Geologie Op de Geologische Overzichtskaart van Nederland 37 (niet afgebeeld) ligt het plangebied binnen een zone met code Na8, hetgeen betekent dat hier het Laagpakket van Walcheren aanwezig is op de Formatie van Nieuwkoop (zeeklei op veen). Op de fijnmaziger Geologische Kaart van Nederland 38 (figuur 7) is te zien dat het plangebied vrijwel volledig deel uitmaakt van een zone met code F0.3b met witte ruitjes. Dit wil zeggen dat hier sprake is van afzettingen van Duinkerke IIIb op oudere afzettingen van Duinkerke (beide vallen volgens de nieuwe nomenclatuur onder het Laagpakket van Walcheren) op Hollandveen op Pleistoceen. Volgens de bijkaarten van de Geologische Kaart heeft het Hollandveen ter hoogte van het plangebied een dikte van 1 tot 1,5 m. Het pleistocene dekzand kan volgens de bijkaarten worden verwacht op een diepte van 2 tot 3 m -NAP.

37 TNO 2010, naar De Mulder et al. 2003. 38 Van Rummelen 1977a.

21

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Het uiterste oosten van het plangebied is gelegen in een zone met code DO.3a. Hier bevinden zich afzettingen van Duinkerke IIIa die tot enige diepte zijn afgezet en hierdoor mogelijk het veen en ook de bovenzijde van de pleistocene afzettingen hebben geërodeerd.

Figuur 7 Projectie van het plangebied (in rood) op uitsnede van de Geologische Kaart. Bron: van Rummelen 1977a.

Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO)

Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) zijn bruikbaar om de diepteligging van de verschillende geologische niveaus te achterhalen. Gegevens uit dit model zijn reeds in het voorstaande hoofdstuk gebruikt om de verwachte diepteligging van de verschillende geologische niveaus binnen het plangebied te bepalen. Raadpleging van de ondergrondgegevens in het DINOloket 39 leert dat binnen het plangebied één boringen bekend is (B54E0201). Hier bestaat het profiel volgens deze boring tot een diepte van 4,5 m -mv/ 3,5 m -NAP uit zandige en sterk siltige klei van het Laagpakket van Walcheren. Hieronder ligt een 1 m dik pakket Hollandveen (tot 5,5 m -mv/ 4,5 m NAP). Het veen rust volgens deze boordata rechtstreeks op de Koewacht Formatie. Dit terwijl alle andere modellen en boringen in de omgeving de aanwezigheid van een pakket zand van de Formatie van Boxtel aangegeven. Mogelijk is bij de in het plangebied aangegeven boring eveneens zand van de Formatie van Boxtel aangetroffen maar is dit niet onderscheiden van de onderliggende Koewachtafzettingen. Aanvullend dien te worden opgemerkt dat de bovenzijde van de boring hier aangegeven is als liggend op 1 m +NAP, dat is dus 1,5 m tot 2 m dieper dan het maaiveld zoals dit op basis van het AHN is vastgesteld (zie verder).

39 www.dinoloket.nl, geraadpleegd op 21 juli 2023.

22

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Bodem Op de Bodemkaart van Nederland 40 (niet afgebeeld) ligt het plangebied in niet gekarteerd gebied. Bij het bepalen van het grondwaterregime van de bodem wordt gewerkt met grondwatertrappen. Deze trappen geven een klassenindeling weer van ten eerste de verschillende grondwaterstanden naar diepte en ten tweede de seizoensvariatie in de grondwaterstanden. In de gebieden waar geen bodemkartering heeft plaatsgevonden (zoals dit het geval is voor het plangebied) is ook de grondwatertafel niet bepaald.

Geomorfologie Projectie op de Geomorfologische Kaart van Nederland (niet afgebeeld) 41 laat zien dat het plangebied ook op deze kaart in niet gekarteerd gebied ligt. In de omgeving van Terneuzen komen hoofdzakelijk vlaktes van getijafzettingen (code 2M35) en welvingen in getijafzettingen (code 3L20) voor. Dergelijke afzettingen vormen mogelijk ook de ondergrond binnen de stadskern.

Actueel Hoogtebestand Nederland Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laser-altimetrie (LiDAR) verkregen digitale bestand toont een goed beeld van het huidige reliëf in het plangebied en de omgeving (figuur 8).

Figuur 8 Projectie van het plangebied (in zwart) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4 0,5 meter raster DTM).

40 Stichting voor Bodemkartering, 1980. 41 Brus en de Lange, 1987.

23

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

De bewerkte uitsnede van het AHN van het plangebied en omgeving in figuur 8 toont het grillige karakter van het voormalige getijdengebied in dit deel van Zeeuws-Vlaanderen. Zo zijn in de omgeving meerdere smalle en brede diep reikende geulbedding aanwezig die op het AHN als depressie herkenbaar zijn (donkerblauw). Verschilleden van deze kreken zijn heden nog deels watervoerend, zoals bijvoorbeeld de Otheense kreek ten oosten van Terneuzen en de verschilden afgedamde kreken in de Lovenpolder (ten zuidwesten van Terneuzen). In dit gebied varieert het maaiveld globaal tussen een hoogte van 0 en 1,5 m +NAP. Terneuzen zelf bevindt zich in een relatief hoog gelegen zone (roodtinten), hier bevindt zich de bedding van een ouder geulsysteem (zone met Do.3a op de geologische kaart, zie hoger) met een maaiveldhoogte van circa 1,5 tot 2 m +NAP. Doordat het plangebied in bebouwd gebied is gelegen is het AHN niet geschikt om eventueel kleinschalige oude structuren te herkennen. De zeedijken en dijken langs de kanaalmonding vormen brede hoog gelegen gebieden. Binnen de kern van het oude Terneuzen valt ook een opdeling op in het hoger gelegen noordoosten (roodtinten, 2 tot 4 m +NAP) een het lager gelegen zuidwesten (blauwtinten, circa 1 m +NAP). Dit onderscheid geeft de omvang aan van de voormalige vestingwerken (zie verder).

Het plangebied is gelegen binnen de contour van deze vestingwerken en heeft een maaiveldhoogte tussen 2,5 en 3 m +NAP.

Figuur 9 Projectie van het plangebied (in zwart) op bewerkte uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland. Bron: www.pdok.nl (AHN4 0,5 meter raster DTM).

24

ARTEFACT RAPPORT 825

2.3

Historie

2.3.1

Historisch-geografische ontwikkeling 42

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Het beschrijven van de historische situatie dient meerdere doelen. Er wordt archeologisch inhoudelijk gekeken of eventueel sprake is van historische bebouwing, mogelijke (vaar)wegen en/of subrecent gebruik, waarbij vastgesteld moet worden of sprake is van verstoringen (bijvoorbeeld ontgrondingen, stortingen en verhardingen). Bij het tot stand komen van voorliggend onderzoeksrapport werd gebruikt gemaakt van meerdere historische of oude kaarten. Enkel de kaarten waarop nieuwe, afwijkende of kenmerkende informatie met betrekking tot het plangebied wordt weergegeven, zijn afgebeeld in dit rapport. Hierbij dient opgemerkt dat de projecties die gemaakt op oude kaarten vrij betrouwbaar zijn voor alle kaarten daterend vanaf het midden van de 18de eeuw, toen, dikwijls voor militaire doeleinden, topografische kaarten ontwikkeld werden met vrij grote schaalnauwkeurigheid. De projecties op de kaarten daterend voor deze periode moeten dan ook als indicatief worden beschouwd. Vanaf de 10de eeuw vermelden historische bronnen plaatsen als Axel, Boterzande en Ostholt. Deze vermeldingen duiden op een toenemend economisch belang van de streek. Schapenwol is namelijk de basis voor de lakenhandel in de ten zuiden van Zeeuws-Vlaanderen gelegen steden als Brugge en Gent. Het plangebied ligt centraal in het noorden van Zeeuws-Vlaanderen.

Bestuurlijk valt dit gebied vanaf de late middeleeuwen onder de Vier Ambachten. Dit betreft een samenvoeging van het Axeler, Hulster, Boekhouter en Asseneder Ambacht onder een gemeenschappelijke keure. 43 In deze bestuurlijke eenheid wordt naast waterbeheer en dijkwerken ook rechtspraak uitgeoefend. 44 De kaart van Gwijdde van Dampierre (historische kopie door Van Thuyne uit 1617) geeft de situatie van Noord-Vlaanderen omstreeks 1274 weer (figuur 10). Op basis van deze kaart kan worden afgeleid dat het plangebied binnen de grenzen van het Asseneder Ambacht valt. Het is onmogelijk om de exacte locatie van het plangebied op deze oude kaart aan te geven, omdat er te weinig correcte referentiepunten zijn tussen deze kaart en de huidige topografie. Een van de oudste gekende benamingen uit dit gebied betreft Vremdijcke. Deze wordt voor het eerst vermeld in 1114 als Fronendike en is daarmee de oudste dijknaam in de Vier Ambachten. 45 Andere dijknamen duiken in de geschreven bronnen pas op na de grote stormvloed van 1134. De systematische inpoldering van dit gebied duidt op een duidelijke toename in economisch belang vanaf de 12de eeuw. Deze toename hangt samen met de sterke bevolkingsgroei en de opkomst van de stad Gent als belangrijkste en grootste Vlaamse stad. De bevolkingstoename weerspiegelt zich in het toenemende aantal stichtingen van nederzettingen, kerken en kapellen.

46 Zo ontstaan Steenlandt en Willemskercke op het einde van de 12de eeuw als moerparochies. In de 13de eeuw ontstaan vervolgens Nieuwerkercke en Hertinghe. 47 In 1234 wordr tevens Peerboom als parochie genoemd. 48 Deze nieuwe stichtingen staan ook op de Dampierre-kaart afgebeeld. In de onmiddellijke omgeving van het plangebied worden naast de hierboven reeds vermelde dorpen Vremdijcke (Vroondijke), Stee(n)land en Willemskercke ook andere moerdorpen gesitueerd zoals Oud (of Aut) Axel. Deze middeleeuwse dorpen liggen in de huidige situatie allemaal ten westen van het huidige Kanaal van Gent naar Terneuzen. Direct ten oosten van het huidige kanaal liggen in deze periode de nederzettingen Triniteit en Hugersluis. 49 Het pas in de 14de eeuw ontstane Terneuzen wordt op deze kaart ook weergegeven (Nieuw Ter Neusen). Het is echter met een afzonderlijke lijn omringd die in het noorden verder doorloopt dan de grens van het land zoals op de kaart

42 Voorliggende paragraaf is voor een groot deel gebaseerd op, en deels overgenomen uit, eerdere onderzoeken

25

die Artefact heeft uitgevoerd naar plangebieden in de omgeving, toegespitst op het onderhavige plangebied en aangepast en aangevuld met specifieke en aanvullende gegevens. 43 Gottschalk, 1984. 44 De Kraker 2004: 51-52. 45 Verhulst, 1995; De Visser en Emaus, 2014. 46 Gottschalk, 1984. 47 De Visser en Emaus, 2014. 48 De Kraker, 2004. 49 De Visseren Emaus, 2014.

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

weergegeven. Op een andere kopie van de Dampierrekaart (niet afgebeeld) wordt Terneuzen niet weergegeven. 50 Dit alles doet vermoeden dat de weergave van Terneuzen op de kaart door Van Thuyne een latere toevoeging betreft.

Figuur 10 Uitsnede uit een 17de-eeuwse kopie naar de zgn. kaart van Gwijde van Dampierre uit 1274. De verschillende ambachten zijn met kleuren ingedeeld (geel = IJzendijker Ambacht, lichtgroen = Boekhouter Ambacht, rood = Asseneder Ambacht en wit = Axeler Ambacht). De ligging van de toegevoegde nieuw Ter Neusen. Bron: RAG-065-7.

Na de stormvloed van 1214 worden in opdracht van de cisterciënzerabdijen van Ter Doest, Baudelo en Cambron op grote schaal nieuwe offensieve dijken aangelegd. Het plangebied ligt hierna wellicht in ingepolderd gebied, maar Gottschalk doet geen uitspraak over de indeling van de polders tussen Terneuzen en Biervliet. Reconstructie van het middeleeuwse polderlandschap in de beperkte omgeving van het plangebied is namelijk een zeer moeilijke taak. 51 Terneuzen ontstaat op de zuidoever van de rivier de Honte, thans Westerschelde, op een plaats waar een landtong als een neus de Schelde in steekt. De eerste vermelding van Terneuzen, als Ter Nose, stamt uit 1325, later (1350) wordt het ook als Ter Nesse vermeld. Dit verwijst naar de landtong (‘nisse’) die in de toenmalige Honte was gelegen. In 1339 worden de schorren bij Ter Nose bedijkt en wordt er een parochie gesticht met de naam Triniteit. Triniteit bevindt zich ten oosten van een waterloop (genoemd als Zoute Vaart, Zoutvliet, Oostvaart of Oude Vaart, later de Axelse vaart) die een verbinding vormde tussen de Blide en de Honte. Ten noorden van de Triniteitpolder wordt tussen 1300 en 1350 tevens de Lievenspolder bedijkt. Het is langs de dijk van de hierboven vernoemde vaart tussen de Blide en de Honte

50 RAG VZ1-11. 51 Gottschalk, 1984: 53, 249.

26

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

dat nog in de 14e eeuw een dorp ontstaat. Bij dit dorp ontwikkeld zich ook een haven, waar overslag plaatsvindt van goederen van en naar de Axelse vaart. Deze haven wordt reeds genoemd in documenten uit 1461. 52 Ondanks de grootschalige inpolderingscampagnes wordt dit deel van de Vier Ambachten de gehele 13e eeuw maar ook in de 14e en 15e eeuw regelmatig door stormvloeden overspoeld. De streek wordt dan ook gekenmerkt door continue strijd tegen het water. Hierdoor kent het landschap een geschiedenis van herhaalde (her)bedijkingen. Het (her)bedijken betreft meestal het terugwinnen van land, zelden het aanwinnen van nieuw land. 53 Gedurende de late middeleeuwen zijn er twee stormvloeden waarvan de impact dermate bepalend is geweest op het verdere geologische en historisch geografische verloop van de regio dat deze hier nader besproken worden. De eerste is de stormvloed van 1375. Hierbij ontstaat bij de Braakman een groot zeegat waarbij de noordelijke helft van het Boekhouter Ambacht wordt weggespoeld. De tweede belangrijke stormvloed voor dit gebied vindt plaats in 1488. Tijdens deze storm wordt de Braakman verder uitgediept naar het oosten toe. En ook de noordelijke helft van het Asseneder Ambacht en het aangrenzende Boekhouter en Axeler Ambacht gaan verloren als gevolg van het doorbreken van een sluis bij Nieuwersluis.

Tijdens deze stormvloed worden in deze regio verschillende moerparochies verzwolgen door het water, de meeste voorgoed. Enkel de Vremdijckepolder en de Willemskerckepolder ten noorden van de Braakman worden herbedijkt in 1498 en 1518. In de herpolderde Vremdijckepolder is vervolgens een nieuw dorp (tweede) Vremdijcke aangelegd, op een andere locatie als het eerste. 54 Na de stormvloed van 1488 komt het zeewater tot bij de Axelsche vaart en in het zuiden zelfs tot bij Zelzate. Pas na het beëindigen van de oorlog met Maximiliaan van Oostenrijk in 1492 (Vrede van Cadzand) wordt met de aanleg van de Landdijk tussen Terneuzen en Boekhoute een eerste grootschalig infrastructureel werk gerealiseerd dat een verder doorbreken van de Braakman in het achterland moest verhinderen. 55 De parochies Vremdijcke, Willemskercke, Coudekercke, Steelandt, Hertinghe, Moerkerke, Niewkercke en Hughersluis liggen buitendijks van de Landdijk. 56 Ook in de periode na deze grote stormvloed wordt het gebied verder geteisterd door overstromingen. In 1530 en 1532 slaat stormvloeden een groot gaten in de Landdijk waardoor het achterliggende gebied deels overspoeld wordt. 57 Ook de ten noorden van de Braakman gelegen gebieden overstroomden in deze periode, waarbij ook het huidige Terneuzen opnieuw onder water komt te liggen (zie figuur 11). 58

52 Encyclopedie van Zeeland, dd. 24-07-2023 en Wesseling, 1958:11-14. 53 Gottschalk, 1984. 54 Schute en Kerckhaert, 2015. 55 De Kraker, 1997, 37-38. 56 Idem. 57 De Kraker, 1997, 66-67. 58 De Kraker, 1997.

27

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 11 Reconstructie van de omvang van de inundatie in de Vier Ambachten en het Land van Saeftinghe omstreeks 1530. De rode stip geeft de globale ligging van het plangebied weer. Bron: de Kraker 1997: 68.

In de daaropvolgende relatief stabiele periode tot 1552 worden verschillende van de schorren rond de Braakman (opnieuw) ingepolderd, voornamelijk ten noorden van Assenede en Boekhoute, ten westen van Axel en ten westen van Terneuzen. 59 Voor de zone ten zuidwesten van Terneuzen wordt in 1542 een bedijkingsoctrooi verleend. Vervolgens worden de Lovenpolder (1542; gedeeltelijk ter plaatse van de voormalige Willemskerckepolder) en Koudenpolder (1545) aangelegd. Op een kaart door Francoys Velden, opgemaakt kort na 1548 (figuur 12), worden ter plaatse van Terneuzen huizen zowel binnen- als buitendijks weergegeven langs de Axelse vaart (binnendijks betreft dit in de Willemspolder). Ter hoogte van deze huizen zijn twee bruggen afgebeeld over de Axelse vaart. Ten westen van de bebouwing in de Willemspolder lijkt een palissade aangegeven te zijn. Ten noorden van de nederzetting bevindt zich een molen op de dijk. Ten oosten van de Axelse vaart zijn een reeks van polders aangegeven die niet allen benoemd zijn maar die bestaat uit onder andere de Triniteitspolder en Lievenspolder. Op deze kaart is de nederzetting niet benoemd maar staat Ter neusen aan de monding van de Axelse vaart geschreven. Een andere kaart door Fr.

Van den Velde (vermoedelijk zelfde maker als de voorgaande kaart) uit 1549 (niet afgebeeld, betreft de kaart RAG VZ 613), die dezelfde regio weer geeft maar minder ingetekende polderdijken geeft ook deze nederzetting met huizen, molen en bruggen aan en heeft het bijschrift Ter neuzen wel bij deze nederzetting staan.

59 Wilderom, 1973: 172-176.

28

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 12 Figuratieve kaart van de polderstreek tussen Biervliet, de Westerschelde, Axel, Assenede, Boekhoute en een deel van Zuid-Beveland, opgemaakt door Francoys Velden. Kort na 1548. Terneuzen bevindt zich centraal in het beeld. Bron: RAG VZ 2643.

Bij nieuwe dijkdoorbraken in 1552, 1559 en 1570 (Allerheiligenvloed) worden delen van het gebied ten noorden van de Braakman tijdelijk opnieuw geïnundeerd. Dit betreft onder andere delen van de Lovenpolder, de Vremdijckepolder en de Koudenpolder. 60 Ook de zone ten oosten van de Axelse vaart inundeert hierbij. In het begin van de Tachtigjarige Oorlog wordt Terneuzen meerdere malen door de geuzen in brand gestoken en worden ook de sluizen van de Axelse vaart vernield. Hierop wordt er, ter bescherming, door de Spanjaarden in 1575 een bolwerk aangelegd, het fort Aldano, beter gekend als het Spaans Kasteel. Met de Pacificatie van Gent gaat het geheel over op de Staatse zijde. Wanneer de hertog van Parma enkele jaren later het gezag van de Spaanse koning in Vlaanderen probeert te herstellen worden in 1583 al preventief Staatse troepen naar Terneuzen gezonden. Deze troepen, die hoofdzakelijk uit Duisters bestaan, bouwen er een schans, gekend als de Moffenschans. Tegelijk wordt begonnen met de aanleg van een heuse vesting. 61

60 De Kraker, 1997, 100-101. 61 Hamelink, 2004:227-228.

29

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

In het kader van de oorlogsvoering worden in 1584 de zeedijken in het Hulster Ambacht en het Land van Saeftinghe doorgestoken waardoor dit gebied onder water loopt. In datzelfde jaar wordt, in een poging om de Spaanse troepen te beletten Axel in te nemen, de sluis bij Kampen vernield. Kort daarna wordt ook de sluis bij Nieuw-Othene doorgestoken. Hierdoor komen de polders van Othene, Zaamslag en Aendijcke onder water te staan. Ondanks verwoede pogingen van de Spaanse soldaten om de schade te herstellen, wordt het herstelwerk snel weer ongedaan gemaakt. Intussen is ook de Willemskerckepolder onder water gelopen. In het midden van 1584 bestaat het Kwartier van Terneuzen enkel nog uit Terneuzen, de polder met Vremdijcke, de Kouden- en Lovenpolder. De overige polders staan onder water door militaire inundaties of zijn weggeschuurd door de zeestroom. De polders staan enkel nog door middel van een baandijk in verbinding met Terneuzen. Aan de oostzijde van Terneuzen liggen ook de Triniteytpolder en Lievenspolder nog steeds onder water. Als gevolg van de inname van Axel door Staatse troepen wordt in 1586 ook de Landdijk bij Buucxgate doorgestoken. Hierdoor kreeg de zee vrij spel en verdrinken grote gebieden in het Asseneder en het Axeler Ambacht ten zuiden van Terneuzen nagenoeg compleet.

62 De gevolgen van de verschillende inundaties zijn groot voor het landschap terwijl het beoogde resultaat, zijnde het verdrijven van de Spanjaarden en het redden van de steden, niet behaald wordt. 63 De steden Hulst en Axel zijn omgeven met water en raken geïsoleerd. Het uitgemoerde middeleeuwse landschap is onder het water verdwenen en wordt bedolven met nieuw sediment. Samen met de dorpen en moerparochies zullen de veenexploitaties, die door het natuur- en oorlogsgeweld vanaf het einde van de 15e eeuw al sterk teruggelopen zijn, in de 16de eeuw volledig verdwijnen. Terneuzen, dat sinds 1583 uitgebouwd wordt als vestingplaats krijgt in 1584 stadsrechten. 64 De vestingwerken omvatten vermoedelijk het oudere Spaans Kasteel 65 en ook enkele bastions 66 waarvan er één de Axelse Vaart afsluit. 67 Al in 1596 dringt zich een verbetering van de vestingwerken op, welke in 1598 afgerond is. In deze nieuwe situatie bestaat de vesting uit een aarden omwalling met drie poorten (de Landpoort in het die aansluit op de Baandijk, de Waterpoort en de Polderpoort in het westen) en zeven kleine bastions. Om de aarden wal ligt een gracht met contrescarp 68 (die aan de zeezijde tevens als zeewering dienst doet). 69 In figuur 13 wordt een plan van de vestingwerken zoals dit in het midden van de 17e eeuw is opgetekend weergegeven. Dit betreft echter een vrij globaal, grofschalig plan.

Projectie van het plangebied op deze kaart laat zien dat het huidig plangebied grotendeels gelegen is binnen deze vesting, het zuiden en het uiterste noordoosten liggen ter plaatse van de vestingwerken.

62 De Kraker, 1997, 134-143. 63 De Kraker, 2015.

30

64 Hemelink, 2004, 227. 65 Wesseling, 1958:49. 66 Een uitspringend verdedigingswerk van aarde of steen. 67 Hamelink, 2004. 68 Talud aan de buitenzijde van de gracht, al of niet met een muur bekleed. Soms duidt deze term ook de buitenoever van de gracht aan, met inbegrip van de gedekte weg en het glacis. 69 Hamelink, 2004:228-229.

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 13 Plattegrond van de 16e-eeuwse vestingwerken van Terneuzen. Opgetekend door Caspar Merian, naar Johann Merck (circa 1654). De kaart is zuid gericht, de Honte ligt onderaan het beeld. Het huidig plangebied is hierop globaal te projecteren. Bron: Rijksmuseum Amsterdam.

Alsof de militaire inundaties tijdens de Tachtigjarige Oorlog nog niet voldoende zijn, vinden tijdens en na deze periode ook opnieuw een aantal overstromingen plaats die het resultaat zijn van dijkvallen of stormvloeden. Het is ten gevolge van een dergelijke ‘natuurlijke’ overstroming dat de polder Vremdijcke in 1600-1601 volledig onder water komt te staan waarna het dorp opnieuw, en ditmaal voorgoed, verloren gaat. 70 Pas met de politieke consolidatie in het begin van de 17e eeuw begint men opnieuw met de inpoldering van de verloren gebieden in de Ambachten. Voor de zone ten zuidwesten van Terneuzen wordt in 1595 opnieuw een octrooi tot bedijking uitgereikt, waarna in 1608 de Vlooswijkpolder wordt aangelegd. In de jaren nadien volgen nog meerdere polders. Voor de zone ten zuidoosten van Terneuzen zijn de eerste nieuwe inpolderingen reeds vanaf 1613 ingezet. Op de kaart van Visscher uit 1650 is de nieuwe situatie te zien (afbeelding 22). Terneuzen is nu omgeven door een vesting die de oude Axelse vaart beheerst. De vaart zelf staat wel nog afgebeeld (Soute Vaart op deze kaart). De Groote Soute Polder staat nog steeds afgebeeld. Op ruimere afstand ten oosten van Terneuzen en het plangebied is na de dijkdoorbraak bij Nieuw-Othene (Noten op deze kaart) een deel land verloren gegaan en is een nieuwe geul ontstaan (Notens Geule op de kaart van Visscher).

Tussen deze geul en de Groote Soutepolder zijn de verloren gegane middeleeuwse polders opnieuw bedijkt als de Noordpolder (1606), Ser Lippenspolder (1618)(door Visscher als de Nieuw Noten polder benoemd), Catspolder (1613), (Zeven) Triniteitpolder (1617) en Zuidpolder (1617). De ten westen van de Triniteitspolder aangegeven Kerckenpolder is heden niet meer gekend.

70 Schute en Kerckhaert, 2015.

31

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 14 Uitsneden van de Zelandiae comitatus novissima tabula door Visscher, circa 1656. Bron: Nationale Bibliotheek Frankrijk.

In de loop van de 18e eeuw komen de vestingwerken van Terneuzen in verval en raakt de Polderpoort buiten gebruik. Na een storm in 1682 wordt vervolgens een deel van de contrescarp weggeslagen, na bijkomende stormen in 1714 en 1715 wordt de contrescarp nog verder aangetast en gaat de vestingwal zelf functioneren als zeewering. De Landpoort wordt in 1785 gesloopt. 71 Na de Tachtigjarige Oorlog blijft Terneuzen lange tijd van gevechtshandelingen gespaard. Pas in het midden van de 18de eeuw krijgt de plaats weer met oorlogsgeweld te maken. Tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) wordt Staats-Vlaanderen in november 1747 namelijk door Franse troepen bezet. Ook voor Terneuzen dreigt een bezetting door vreemde troepen, maar de magistraat van de stad weet dit af te kopen. In januari 1749 verlaten de Fransen het gebied weer. In oktober 1794 trekken de Franse revolutionaire troepen tijdens de Eerste Coalitieoorlog (tussen enerzijds het Revolutionaire Frankrijk en anderzijds de Europese mogendheden) wel Terneuzen binnen. Zeeuws-Vlaanderen word in 1795 ingelijfd bij Frankrijk en blijft onder Frans bewind tot de val van Napoleon in 1814. Zeeuws-Vlaanderen wordt datzelfde jaar door de Fransen ontruimt.

Na een octrooi uit 1816 door koning Willem I worden de schorren ten noorden van de Loven- en Willemskerkepolder ingedijkt en ontstaat de Nieuw Neuzenpolder ten noordwesten van de stad. 72

71 Hamelink, 2004. 72 Wilderom 1973, 176.

32

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Met de aanleg van het kanaal van Terneuzen naar Gent tussen 1825 en 1827 worden delen van de oude vestingwerken geslecht. Zo wordt in verband met de aanleg van de Oostkolk een deel van het voormalige Oostbastion afgegraven. Voor de realisatie van de oostelijke kanaalarm gebruikt men de voormalige vestinggracht. Ook wordt de vestingwal verlaagd. In de loop van de 19de eeuw worden vervolgens bij stadsuitbreidingen de resterende delen van de grachten gedempt. Op het Minuutplan van de Kadastrale Kaart uit circa 1830 (figuur 15) is wat nog rest van de vestingwerken van Terneuzen te zien. In deze figuur is ook het belastbaar grondgebruik aangegeven. Binnen de kern van de stad betreft dit hoofdzakelijk erven met gebouwen (waarvan enkele eerder met een landbouwfunctie), enkele openbare gebouwen maar ook een scheepswerf langs de voormalige haven. Enkel percelen zijn als tuin in gebruik. Ten zuidwesten van de voormalige vestingwerken zijn de percelen in gebruik als landbouwgrond, weiland en in mindere mate boomgaard en tuin. Ter plaatse van de voormalige gracht is de grond aangegeven als uitgegraven grond, enkele kleine delen van de voormalige wal zijn aangegeven als vergraven grond.

In het oosten en noorden zijn de vestingwerken aangetast met de aanleg van het kanaal, het plangebied is hierdoor nog slechts deels ter plaatse van de bebouwde kern gelegen en deels ter plaatse van een slikkengebied buiten het bedijkt gebied. De bebouwde kern en de slikken worden van elkaar gescheiden door een nieuwe dijk die ook het plangebied doorkruist.

Figuur 15 Projectie van het plangebied (in rood) op uitsnede van de gedigitaliseerde Kadastrale Minuutkaart, omstreeks 1830. Bron: Geoloket Provincie Zeeland.

33

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Binnen het plangebied (zie figuur 16) bevinden zich vier gebouwen, de eerder genoemde dijk, de Noordstraat, in het zuidwesten de resten van de vestingwal en in het noordoosten slikken (en een geultje). De gebouwen zijn in gebruik als schuur (132, 133) en huizen (134).

Figuur 16 Projectie van het plangebied (in rood) op uitsnede van de gedigitaliseerde Kadastrale Minuutkaart, omstreeks 1830. De nummers betreffen de kadastrale perceelsnummers van de betreffende bebouwde percelen. Bron: Geoloket Provincie Zeeland.

In 1830 wordt na een korte bezetting door Belgische troepen de stad voorzien van een enkele nieuwe eenvoudige veldwerken. De Belgische Afscheiding vormen daarna aanleiding om Terneuzen opnieuw te versterken. Deze vestingwerken worden voltooid 1839. Met de nieuwe versterking kan Nederland het pas aangelegde kanaal van Gent naar Terneuzen en ook de Westerschelde beheersen en zo nodig afsluiten voor alle verkeer. De nieuwe vestingwerken omvatten een areaal dat groter is dan de oorspronkelijke vestingwerken (zie figuur 17) en omvatten vier gebastioneerde fronten met negen bastions (bastions I tot en met IX) en drie ravelijnen 73 (ravelijn VI/V, VI/VII en VIII/IX, telkens genoemd naar de achterliggende bastions). Ravelijn VI/VII is gelegen in de splitsing van het kanaal ten zuiden van de vesting en beheerst zo deze splitsing. Tussen de bastions lopen wallen. Het geheel wordt omgeven door een gracht en wordt voorzien van twee poorten (een tussen bastion IV en V – toegang via ravelijn IV/V en een tweede in de flank van bastion VIII, de Sassepoort. Ter hoogte van Bastion III en IV en bastion IX en ravelijn VIII/IX loopt de zeedijk aan de buitenzijde van de vestinggracht. Buiten de gracht ligt tussen bastions III en IV een grote wapenplaats met aan de zeezijde een waterkerend glacis 74. Voor Bastion IV bevindt zich tevens een couvre-face.

75 73 Een versterkt eiland dat zich omgeven door een extra ravelijnsgracht in de vestinggracht bevindt 74 Het van buiten naar binnen glooiend omhoog lopende terrein om een verdedigingswerk heen. 75 Een in de gracht gelegen pijlvormige wal, voor de face van een bastion of ravelijn.

34

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Binnen de vesting zelf komen verschillende militaire gebouwen: een kazerne, kruitkelders, kruitmagazijnen, wachtlokalen en een kogelpark. 76 Projectie van het plangebied op een reconstructiekaart door D. Keur (zoals opgenomen in Wesseling, 1958, zie figuur 17) die de situatie in 1840 weergeeft is te zien dat het plangebied gelegen is tussen bastion I en II. De bebouwing, erven en dijk die hier aan het begin van de 19e eeuw gelegen zijn (zie figuur 16) zijn verdwenen en vervangen door militaire gebouwen: ten noorden van het plangebied ligt het arsenaal (dit gebouw is heden nog aanwezig), de affuitloods ligt deels binnen het huidig plangebied en ten noorden hiervan bevinden zich de infermerie en een magazijntje. In het zuiden van het plangebied staat ten westen van de Noordstraat een bouwblok aangegeven (dit bouwblok bestaat heden nog in dezelfde vorm, de aanwezige gebouwen zijn wel van recentere datum).

Figuur 17 de vestingwerken in 1840. Tekening door D. Keur (origineel gepubliceerd in het Orgaan van de Technisch Ambtenaren van den Rijkswaterstaat in 1953, in deze figuur is de tekening zoals deze is overgenomen in Wesseling, 1959 afgebeeld).

76 Hamelink, 2004.

35

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

In 1879 wordt de status van de vesting verlaagd tot een verdedigingswerk der derde klasse. 77 In de volgende jaren worden delen van de vesting overgedragen aan de Dienst der Domeinen, die deze gronden nadien onderhands verkoopt. Er wordt op dat moment wel nog de noodzaak gezien voor het behoud van een kustbatterij, welke ingericht wordt in bastions VIII en IX en ravelijn VIII/IX. In 1908 word deze evolutie bekrachtigd door de opheffing van de vesting Terneuzen en de instelling van de Kustbatterij bij Terneuzen. De beëindiging van de vestingstatus van Terneuzen en de verkoop van gronden heeft als gevolg dat begonnen wordt met het slechten van de vestingwerken. Tussen 1909 en 1910 verdwijnen bastions VI en VII en na 1913 worden de vestingwerken aan de zuid- en oostzijde van afgegraven en worden delen van grachten gedempt. In 1916 worden vervolgens bastions I en II gesloopt en wordt daar de Scheldekade gerealiseerd. Nadat in 1920 ook de kustbaterij wordt opgeheven verdwijnen deze werken bij de verruiming van het kanaal en de aanleg van d nieuw sluizen na 1960. 78

Figuur 18 Topografische Militaire kaart uit 1916. Bron: Esri Nederland/Kadaster.

In figuur 18 wordt de situatie weergegeven zoals deze te zien is op de topografische militaire kaart uit 1916. De vestingwerken worden nog vrij volledig afgebeeld, ook al zijn deze dus reeds deels geslecht en gedempt. Bastions IV en V, ten zuidoosten van de stad zijn bebouwd, de contour van de vestingwal is wel nog zichtbaar. In de stad zelf is de stadshaven gedempt en is ook rondom dit gebied gebouwd. Ten zuidwesten van het huidig plangebied is nu ook bebouwing aanwezig, deze omvat de locatie van de oudere vestinggracht en het volledige gebied dat zich uitstrekt tot

77 De klasse van het vestingwerk bepaalde de beperkingen voor het bouwen en het planten van houtgewassen binnen vastgelegde

afstanden tot de vestingwerken. De derde klasse was de laagste klasse. 78 Idem.

36

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

de 19e-eeuwse vestingwerken. Ten westen van de stad is een nieuwe bredere kanaalverbinding gegraven zodat het vaarverkeer Terneuzen nu veel geheel links van de stad kan passeren . Op een luchtfoto uit de periode 1925-1935 (figuur 19) zijn de militaire gebouwen uit de 19e eeuw nog duidelijk aanwezig, dit betreft het arsenaal (a), de infirmerie (i) en de affuitloods (al). Het gebied ten zuiden van het arsenaal is onbebouwd, langs de Noordstraat bevinden zich woonpercelen. Een luchtbeeld uit dezelfde periode, maar vermoedelijk iets later, laat zien dat de affuitloodsen gesloopt zijn en dat de zone onmiddellijk ten zuiden van het arsenaal bebouwd is. Ook de vestingwerekn zijn verder geslecht en de Scheldekade is aangelegd.

Figuur 19 Luchtfoto van de vesting Terneuzen, gezien vanuit het noord-oosten. Beeld uit de periode tussen 1925 en 1935. Bron: NIMH, 2011-1107.

37

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 20 Luchtfoto van de vesting Terneuzen, gezien vanuit het noorden .Bron: NIMH, 2011-1108.

Figuur 21 toont die topografische kaarten uit 1950 tot en met 2005. Hierop is het verder verdwijnen van de vestingwerken en de ontwikkeling en uitbreiding van de kanaalzone te volgen. De huidige bebouwing in het plangebied is op basis van deze grofschalige kaart moeilijk te duiden. In figuur 22 is de huidige situatie aangegeven met daarop de datering van de bestaande bebouwing. Hieruit blijkt dat slechts de bebouwing langs de Nieuwstraat, grenzend aan het arsenaal uit de periode 1926-1928 stamt, dit betreft de bebouwing die ook op figuur 20 te zien is. De overige gebouwen dateren uit of na 1990 of zijn in deze periode grondig verbouwd (aangegeven met een x).

38

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 21 Uitsneden van de topografische (militaire) kaarten uit 1950 tot 2005. Bron: Esri Nederland, Kadaster.

39

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 22 Uitsnede van de topografische kaart met daarop de datering van de bestaande bebouwing binnen het plangebied. Bron: ondergrond Esri Nederland, Community Map Contributors 2023.

2.3.2

Verstoringsgeschiedenis

Bodemloket In het Bodemloket en de website Bodemrapportages Zeeland worden de bodemkwaliteit en de status/voortgang van eventueel uitgevoerde onderzoeken weergegeven. Raadpleging van het Bodemloket 79 leert dat grote delen van het plangebied reeds aan bodemonderzoek zijn onderworpen, veelal voorafgaand aan de bouwactiviteiten op het einde van de 20e eeuw. Geen van deze onderzoeken hebben aanleiding gevormd tot het uitvoeren van een sanering of nader onderzoek. Raadpleging van Bodemrapportages Zeeland 80 bevestigt dat binnen het plangebied geen saneringen bekend zijn.

Historische gegevens Sinds het ontstaan van de vesting Terneuzen in de 16e eeuw heeft het plangebied deel uitgemaakt van de vestingwerken en het tussenliggend gebied. In het noordwesten van het plangebied zijn deze vestingwerken echter

79 www.bodemloket.nl, geraadpleegd op 27 juli 2023. 80 https://zeeland.nazca4u.nl/Rapportage/, geraadpleegd op 27 juli 2023.

40

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

reeds in de 19e eeuw geslecht, waarna het plangebed doorkruist wordt dooreen nieuwe dijk (globaal traject van de Arsenaalstraat. In het zuiden van het plangebied is in de 19e eeuw bebouwing aanwezig. Ook met de inrichting van de nieuwe vestingwerken in de 19e eeuw maakt het gebied opnieuw deel uit van het vestingwerk, het is hierbij deels in gebruik als een zone met militaire gebouwen. Ook deze vestingwerken zijn inmiddels geslecht. In de 20e eeuw hebben in het gebied sloop- en nieuwe bouwwerkzaamheden plaatsgevonden.

KLIC Binnen de openbare ruimte (paden, trottoirs en wegen) zijn veel kabels en leidingen aanwezig. Dit betreft datakabels, gas (lage druk), laag- en middenspanning, riool en water. De aanleg van deze kabels en leidingen zullen voor verstoring van de bodem hebben gezorgd.

Initiatiefnemer Bij de initiatiefnemer zijn geen gegevens over mogelijke verstoringen bekend, anders dan wat de KLIC oplevert aan bekende kabels in leidingen en de funderingen en funderingspalen die in onderstaand hoofdstuk zijn aangegeven.

Gegevens archief In de bouwdossiers uit 1988 die verband houden met de bouw van het huidige ABC complex, die door de opdrachtgever bij het archief zijn opgevraagd 81, is ook een overzicht opgenomen van de situatie voorafgaand aan de bouw van dit complex. Hieruit blijkt dat in 1988 grote delen van het plangebied onbebouwd maar wel verhard zijn. In figuur 23 is de in 1988 bestaande bebouwing aangegeven.

81 Dossiers NL-MdbZA_6006B_1988-603, handelen over de bouw van het ABC complex.

41

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 23 Uitsnede van de topografische kaart met daarop de datering van de in 1988 aanwezige bebouwing binnen het plangebied. Bron: ondergrond Esri Nederland, Community Map Contributors 2023.

Uit de plantekeningen van 1988 blijkt dat het ABC complex een fundering heeft die bestaat uit een patroon van funderingsbalken die rusten op palen (zie figuur 24). De palen staan in lijnen die 8 m uit elkaar staan. Afhankelijk van de bovenstaande constructie (pijler aanwezig of niet) komen binnen de palenrijen om de 4 meter 1 of meerdere palen naast elkaar voor. In het deel ten noordwesten van de Arsenaalstraat zijn in totaal 147 palen aanwezig, ten zuiden van de Arsenaalstraat 113.De onderzijde van de palen ligt op een diepte tussen 12,5 en 14,5 m -NAP (15,3 en 17,3 m -peil). De funderingen zelf liggen tot op een diepte van 1,14 m -peil (1,66 m +NAP). Enkelvoudige stroken hebben een breedte van 45 cm, dubbele balken of bredere zones komen ook voor. De tussen de balken liggende zone is als kruipruimte beschikbaar.

42

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Figuur 24 Uitsnede van de topografische kaart met daarop de funderingen en funderingspalen van het ABC complex. Bron: ondergrond Esri Nederland, Community Map Contributors 2023.

43

ARTEFACT RAPPORT 825

2.4

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Archeologische waarden

In deze paragraaf worden de bekende archeologische gegevens opgesomd binnen een straal van 500 m rond het plangebied. Dit betreft globaal de omvang van de historische kern van Terneuzen.

Archeologische monumenten De Archeologische Monumentkaart (AMK) is een digitaal bestand waarin de archeologische monumententerreinen, waaronder de wettelijk beschermde monumenten, werden bijgehouden. Sinds 2014 wordt dit bestand echter niet meer bijgewerkt, waardoor het als statisch bestand kan worden beschouwd. Het plangebied is deels gelegen ter plaatse van een AMK-terrein met hoge archeologische waarde (mon.nr. 13479). Dit betreft het gebied met de resten van de oudste kern van Terneuzen, met bewoning vanaf circa 1300 en het restant van de eerste vestingwerken uit de periode 1580-1600 zoals deze in 1830 (minuutplan van de kadastrale kaart, zie hoger) nog aanwezig zijn. De latere vestingwerken (1830) zijn niet in dit AMK-terrein opgenomen.

Vindplaatsen ‘Leemten in kennis’ (2014) Ten behoeve van het project ‘Leemten in kennis’ heeft Artefact in 2014 voor de gemeente Terneuzen een reeks vindplaatsen aangewezen die in aanmerking komen voor nader onderzoek. 82 Hiervan ligt er geen binnen het plangebied en ook binnen een straal van 500 m rond het plangebied komen deze ook niet voor.

Eerder uitgevoerd onderzoek Archis is het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Het bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische onderzoeken, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Het raadplegen van Archis leert dat het plangebied deel uitmaakt van twee onderzoeken die in het verleden zijn uitgevoerd; dit betreft grotere bureauonderzoeken t.b.v. gemeentelijk beleid (onderzoeken 1 en 2). Afgezien daarvan heeft specifiek in het plangebied nog geen archeologisch onderzoek plaatsgevonden. In een straal van 500 m rond het plangebied hebben meerdere archeologische onderzoeken plaatsgevonden en zijn verschillende vondstlocaties bekend. Een onderzoek grens aan de zuidwestelijke zijde van het plangebied (onderzoek 3) en omvat de percelen Noordstraat 4 tot en met 22. Hier is in 2012 een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de uitgevoerde controleboringen geldt een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de nieuwe tijd, meer bepaald de 16e-eeuwse vestingwerken van Terneuzen. Deze waarden kunnen worden aangetroffen vanaf circa 1 m -mv (0,59 m –NAP). Dit betekent dat archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk werd geacht indien binnen het toenmalig plangebied graafwerkzaamheden worden uitgevoerd die dieper reiken dan 1 m -mv.

83 In onderstaande figuur worden de locaties van bovengenoemde onderzoeken, vondstlocaties en AMK-terreinen weergegeven.

82 De Visser en Emaus, 2014. 83 Coppens, 2016.

44

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

15 7

Figuur 25 AMK-terreinen, onderzoeken en vondstlocaties in de omgeving van het plangebied. Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron ondergrond: Esri Nederland, Community Map Contributors 2023.

In onderstaande tabel worden de onderzoeken samengevat die hebben plaatsgevonden in een straal van 500 m rond het plangebied. De nummers in de linker kolom corresponderen met de groene nummers in bovenstaande figuur. Nr.

Uitvoerder

Aard en resultaten onderzoek

1

Onderzoek Nummer 2434360100

Erfgoed Zeeland

Onderzoek verruiming vrijstellingsdiepte (2014). 84 Zie paragraaf 1.3.

2

2439204100

Artefact!

Bureauonderzoek (2014) ‘Leemten Buitengebied gemeente Terneuzen. 85

3

2387940100

Grontmij

Archeologisch bureau- en booronderzoek (2012).

1

4587236100/ 4587244100

Artefact!

Archeologisch bureau- en booronderzoek (2017). Hieruit bleek er in de ondergrond komafzettingen van het Laagpakket van Walcheren (Sluiskilafzettingen/ Westerscheldeafzettingen) gelegen zijn op een diepte rond 0,76 m +NAP/ 5,9 m –mv). Daarboven bevindt zich een laag kwelderafzettingen (Westerscheldeafzettingen) uit de periode dat het plangebied buitendijks was gelegen (17de eeuw t/m ca. 1830).

84 De Weerd en Kerckhaert, 2014. 85 De Visser en Emaus, 2014.

in

kennis’,

Kennisplan

45

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

Boven dit niveau werden resten van de 19de-eeuwse vestingwal aangetroffen, waarvan de top gelegen is op een diepte van 4,19 m +NAP, 0,95 m –mv. Deze wordt afgedekt met recente, 20ste-eeuwse ophooglagen. Op basis van de resultaten van het onderzoek, werd de kans klein geacht dat binnen het toenmalig plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Uitzondering hierop vormen specifiek de resten van de 19de-eeuwse vestingwallen en mogelijke resten van een magazijngebouwtje behorend tot deze vestingwerken in uit zuidelijk deel van het plangebied. In het beleid van de gemeente Terneuzen werden archeologische vindplaatsen daterend van na 1650 niet als behoudenswaardig aangemerkt. Aangezien uitsluitend resten van de 19de-eeuwse vestingwerken bij de uitvoering van de bouwplannen verstoord konden raken, werd archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. 5

2048371100

Archeomedia

Archeologisch bureauonderzoek (2004) archeologisch bureau- en booronderzoek aan de Scheldekade nr. 48. Uit het booronderzoek, dat plaatsvond in het zuidelijk deel van dit perceel, bleek dat de ondergrond tot ca. 1 m –mv verstoord was en indicatoren uit de 19de20ste eeuw bevatte. Daaronder bevonden zich natuurlijke afzettingen van zandige klei met schelpresten (kwelderafzettingen), zonder archeologisch indicatoren.

6

3986792100

Artefact!

Bureauonderzoek (2016) met controleboringen. Op basis van het onderzoek is een middelhoge verwachting voor het pleistocene dekzand (Laagpakket van Wierden), voor het paleolithicum en mesolithicum, vastgesteld. Het dekzand werd aangetroffen vanaf 3,35 m –NAP (3,95 m –mv). In 1 boring (in het zuidelijke deel van het toenmalig plangebied) is de top van het dekzand (plaatselijk) geërodeerd. Voor het Hollandveen geldt een lage verwachting voor resten uit het midden-neolithicum tot en met de midden-ijzertijd en een hoge verwachting voor de late ijzertijd en Romeinse tijd. De intacte veentop is waargenomen tussen 1,59 en 1,74 m –NAP (2,1 – 2,35 m –mv). Boven het veen zijn zowel jongere als oudere afzettingen (Sluiskil en Westerscheldeafzettingen) van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen. In, of op, deze komafzettingen werden geen aanwijzingen voor bodemvorming, (afgedekte) antropogene niveaus of archeologische indicatoren aangetroffen. Er geldt dan ook een lage verwachting voor vindplaatsen uit de vroege tot en met late middeleeuwen. De top van dit pakket bevindt zich onder een laag opgebrachte en/of verstoorde grond met een dikte tussen 0,55 en 0,8 meter. In dit opgebrachte pakket, en in de top van het onderliggende Laagpakket van Walcheren werden enkele puinbrokjes aangetroffen. Deze werden gerelateerd aan een voormalige kloostercomplex en de sloop daarvan.

Voor de nieuwe tijd werd eveneens een lage archeologische verwachting vastgesteld. Gelet op de diepte van de voorgenomen bodemingrepen, de vastgestelde verstoringen en ophogingen (0,55 tot 0,8 m –mv) en de lage verwachting voor eventueel te verstoren niveaus, werd de kans dat bij de voorgenomen graafwerkzaamheden vindplaatsen verstoord kunnen raken klein geacht. Archeologisch vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

7

2222301100

ADC

Bureauonderzoek (2008). Op deze locatie worden op basis van het bureauonderzoek resten van havengerelateerde activiteiten verwacht evenals nederzettingssporen uit de late middeleeuwen en

46

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

begin nieuwe tijd. De resten bevinden zich naar verwachting onmiddellijk onder het maaiveld. Desondanks werd, gelet op de beperkte diepte van de geplande bodemingrepen, geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. 8

4610093100

Aeres

Archeologisch bureau- en booronderzoek (2018). In twee deelgebieden. In deelgebied 1= (noordelijk deelgebied) bestaat de ondergrond onder een recente puinlaag (vermoedelijk van de sloop van de kerk) uit klei (waarschijnlijk Duinkerke IIIb) op veen op pleistoceen zand. Het veen heeft in de eerste meter voornamelijk een zwartbruine kleur met weinig plantenresten (veraard veen) met daaronder roodbruin veen met veel meer herkenbare plantenresten. In deelgebied 2 is zowel het pleistoceen zand als het veen niet aangetroffen en werden verschillende pakketten jonge zeeklei, met hierin sporen van baksteen en houtskool, aangetroffen bovenop een pakket blauwgrijze jonge zeeklei. Mogelijk is het veen reeds weggeslagen tijdens de transgressiefasen, wat erosie tot gevolg had. Voor deelgebied 1 geldt een middelhoge verwachting op archeologische resten te uit de periode Romeinse tijd tot en met circa 900. De aanbeveling voor deze zone was om bij verstoringen dieper dan 1,3 m –mv een archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren. Voor deelgebied 2 geldt er een verwachting voor vestingwerken. Resten kunnen direct onder of in deze laag worden aangetroffen. Derhalve gold voor deelgebied 2 dat bij verstoringen dieper dan 0,15 m -mv archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk werd geacht

9

4934304100

Erfgoed Zeeland

Proefsleuvenonderzoek (2021) in Deelgebied 2 uit het bovenstaande onderzoek. Tijdens dit onderzoek bleek in het oosten van het onderzochte gebied een vindplaats aanwezig. Dit betrof de fundering van het kruithuis uit de nieuwe tijd (zie figuur 24). Verder bleek het gebied tot minimaal 1 m -mv verstoord te zijn. Dit is waarschijnlijk veroorzaakt door de sloop en de egalisatie van de vestingwerken en het kruithuis en de herontwikkeling van het perceel in de jaren ’50 van de 20e eeuw. Vanaf 1 m -mv werden de natuurlijke afzettingen van het Laagpakket van Walcheren vastgesteld. Op basis van de diepteligging werd overigens geconcludeerd dat binnen de rest van het gebied geen resten meer aanwezig zouden zijn van het fundament. De top van de funderingsresten van het kruithuis werd vastgesteld op 0,15 m +NAP.

10

5119162100

Artefact!

Archeologisch bureau- en booronderzoek (2022). Direct vanaf het maaiveld bevinden zich verschillende antropogene ophooglagen en enkele slooplagen bestaande uit klei en zand. Op grofweg 1 m -mv lijkt er een grens te zijn tussen recentere zand- en slooplagen en oudere ophooglagen. Deze oudere ophoog- en slooplagen dekken vanaf een diepte tussen 3,4 en 2,5 m -mv (respectievelijk 0,14 en 0,83 m +NAP) de natuurlijke afzettingen van het Laagpakket van Walcheren af. Tot op de maximale boordiepte van 6 m -mv (2,46 m NAP) werden enkel natuurlijke afzettingen van het Laagpakket van Walcheren vastgesteld. Binnen het toenmalig plangebied werden geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van vindplaatsen. Er kon wel gesteld worden dat zich op een diepte vanaf circa 3,15 en 3,3 m -mv (respectievelijk 0,15 en 0,24 m +NAP) vermoedelijk een oud maaiveldniveau bevond. Mogelijk betreft dit het oude maaiveldniveau van de 19e-eeuwse vestingwerken.er werd

47

ARTEFACT RAPPORT 825

TERNEUZEN NIEUWSTRAAT ABC COMPLEX

geadviseerd geen grootschalige graafwerkzaamheden uit te voeren die dieper reiken dan 2,26 m -NAP. 11

2414256100

BAAC

Archeologisch bureauonderzoek in het kader van het project Nieuwe Zeesluis Terneuzen waarbij een lage tot hoge verwachting werd vastgesteld, waarvoor deels vervolgonderzoek werd aanbevolen. Dit plangebied grenst direct aan de westzijde van het huidige plangebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat de pleistocene ondergrond binnen het plangebied onverstoord is en aangetroffen is vanaf 1,8 m -NAP. Het veen kan aangetroffen worden vanaf 0,75 m -NAP. Door sedimentatieprocessen is in dit gebied een sterk gelaagd landschap ontstaan, waarin archeologische waarden uit verschillende perioden op verschillende dieptes aanwezig kunnen zijn.

2434596100

GATE

Archeologische begeleiding van de milieuhygiënische boringen in het kader van het project Nieuwe Zeesluis Terneuzen. In geen van de boringen zijn aanwijzing voor archeologische resten aangetroffen. In geen van de genomen monsters warden archeologische vondsten aangetroffen. Op basis van het beperkte aantal boringen lijkt de zone met goed bewaarde Formaties van Boxtel en Nieuwkoop overeen te stemmen met de zones met veengroei zoals aangeduid op de Geologische kaart. Voor delen van het toenmalig onderzoeksgebied is vervolgonderzoek aanbevolen.

2453509100

Artefact

Aanvullend archeologisch bureauonderzoek t.b.v. de bouw van een zeesluis op het kanaal Gent-Terneuzen. In dit onderzoek zijn ook de gegevens uit de eerdere onderzoeken verwerkt. Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek kon geconcludeerd worden dat het archeologisch potentieel in het grootste gedeelte van het plangebied als hoog te beschouwen is. Bovendien is vastgesteld dat binnen het plangebied de situatie geologisch, bodemkundig als archeologisch vrij complex is als gevolg van dynamische aard van het landschap doorheen de tijd. De geplande ingreep i.e. de bouw van een nieuwe zeesluis zal dan ook een ongunstige impact op deze waarde in casu het mogelijke archeologische erfgoed en het cultuurhistorische erfgoed, aanwezig binnen het plangebied. Daarom werd geadviseerd om binnen het te ontgraven deel van het plangebied een landschappelijk verkennend booronderzoek uit te voeren, maar dit onderzoek te beperken tot de bestaande kanaaleilanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16428420/1