CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-12-11 - Bijlage 1. Omgevingsvisie Terneuzen 251210 hoofdrapport

gemeenteraad 11 december 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie20.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

En nu we naar duurzamere vormen van vervoer toe moeten in antwoord op klimaatverandering en druk op de natuur46. Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn: de auto zal nog lange tijd een belangrijke rol spelen in Zeeuws-Vlaanderen. Simpelweg omdat de alternatieven niet toereikend gemaakt kunnen worden voor een veelheid aan activiteiten, zoals woon-werkverkeer over langere afstand, veel boodschappen tegelijk doen, een bezoek aan vrienden of dienstverleners of om te sporten. Dat kan ook, nu de congestie lager ligt dan gemiddeld in Nederland* en de verkeersveiligheid beter scoort*. Toch is er wel ruimte om de modal split een beetje te verleggen. Daarvoor zetten we vol in op de (elektrische) fiets voor de korte afstand. Daar is nog een wereld te winnen: we scoren 27

nog niet goed als fietsgemeente*. Dat betekent ook meer aandacht voor fietsparkeren. Veilig kunnen parkeren van de fiets is een basisvoorwaarde om het fietsgebruik te stimuleren. Dat geldt zowel bij de eigen woning, bij commerciële en maatschappelijke voorzieningen als bij overstappunten (hubs) met combinaties van openbaar vervoer en carpoolen47.

Figuur 12. Bereikbaarheid over de weg en met openbaar vervoer (Bron: Juust, 2021)

We zetten ook vol in op een treinverbinding naar Gent voor de bereikbaarheid met openbaar vervoer. Verduurzamen stimuleren we door de al relatief goede laadinfrastructuur* verder te optimaliseren. Voor het vrachtverkeer is er behoefte om zowel voor het lang(er) parkeren van met name internationaal vrachtverkeer als voor het laden en lossen nadere regels te stellen en daarvoor geschikte locaties te benoemen. Voor de meest kwetsbare mensen en specifieke groepen die niet kunnen of mogen autorijden, is vervoer van deur tot deur nodig. Openbaar vervoer is uiterst beperkt. De provincie heeft gemerkt dat het verzorgen van openbaar vervoer hier voor bedrijven geen winst oplevert. Alleen voor de schooljeugd blijven een paar lijnen overeind. De rest van het openbaar vervoer moet op een andere manier georganiseerd gaan worden. Daarom rolt de provincie Zeeland sinds 2025 stap voor stap het flexibele vervoerssysteem ‘De Flex’ uit: een taxi of busje op aanvraag, dat 7 dagen per week rijdt en aansluit op de reguliere dienstregeling. Hiermee wordt het openbaar vervoer toegankelijker en beter afgestemd op de behoeften van inwoners, ook buiten de bebouwde kom. 16. Veiligheid Iedere inwoner en bezoeker van ons grondgebied moet zowel veilig zijn als zich veilig voelen. Samen met onze partners en onze burgers werken we continu aan verbetering. 28

Preventie en samenwerking staan hierbij centraal. We kunnen het immers niet alleen48. Veiligheid is veel breder dan het fysieke domein, waar deze omgevingsvisie over gaat. Als het gaat om (oorlogs)dreiging van vijandelijke staten, sluiten we aan bij de strategie van onze nationale overheid en haar Europese collega’s. Veiligheid en omgevingskwaliteit werken wel op elkaar in. De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid. Het is van belang dat verschillende partijen samen werken aan een veilige fysieke leefomgeving en dat mensen bekend zijn met risico's en weten hoe te handelen. In de woonomgeving spelen veiligheidsthema’s als overlast, verloedering en criminaliteit een belangrijke rol. Terneuzen scoort niet anders dan andere gemeenten in Nederland als het gaat om het veiligheidsgevoel en de buurt waarin men woont*. De traditionele criminaliteit (bijvoorbeeld inbraak en beroving) komt gemiddeld minder vaak voor*, maar er kunnen uiteraard verschillen per buurt zijn. We treden op tegen het oneigenlijk gebruik van panden voor prostitutie48 en drugshandel50. We zetten in op een adequate inrichting en onderhoud van de openbare ruimte, waarbij we rekening houden met de ontwerpprincipes voor veiligheid51: • • • • • •

Voorkomen of beperking van risico’s vergroot de veiligheid; Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; Bouwwerken en omgeving bieden bescherming; Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg.

29

Hoofdstuk 3: Intermezzo, grote projecten 1. Inleiding Terneuzen ligt in één van de kerngebieden als het gaat om de aanleg en aanpassing van grootschalige infrastructuur en energienetwerken. Vaak komt het Rijk met deze projecten of is er een internationaal initiatief. Wij hebben daar zelf weinig invloed op. Het Rijk is inmiddels 4 aparte zogeheten projectprocedures gestart, die van invloed kunnen zijn op het grondgebied van Terneuzen. Onderstaand worden 5 met elkaar samenhangende voornemens toegelicht en wordt de stand van zaken weergegeven c.q. de fase waarin de 4 procedures zich bevinden. Daarnaast wordt een relevant project van de Vlaamse regering belicht. Een projectprocedure bestaat uit de volgende fasen: 1. Voornemen en voorstel voor participatie. In het voornemen staat beschreven wat het project precies inhoudt en waarom het nodig is. Het voorstel voor participatie beschrijft hoe organisaties, burgers, bedrijven en bestuurders worden betrokken bij het project. 2. Reikwijdte en detailniveau. Welke mogelijke alternatieven (routes of locaties) zijn in beeld en welke effecten worden bij ieder mogelijk alternatief onderzocht? 3. Voorkeursalternatief op basis van onderzoek en integrale effectenanalyse. 4. Projectbesluit op basis van gedetailleerdere uitwerking van de gekozen route of locatie met effecten voor milieu, techniek en kosten.

Elke fase bestaat uit een concept-besluit met onderlegger die 6 weken ter inzage wordt gelegd. De reacties worden beantwoord en er wordt een document vastgesteld, waarbij de reacties worden meegewogen. 2. Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland Status: document reikwijdte en detailniveau is vastgesteld op 26 maart 2024. Huidige planning is dat het concept voorkeursalternatief eind 2025 ter visie wordt gelegd.

Figuur 13. Waterstofnetwerk Zuidwest-Nederland (Bron: HyNetwork Services/Arcadis, 2024)

30

Het project gaat om het realiseren van een ondergronds leidingnetwerk met bijbehorende (bovengrondse) voorzieningen voor het transport van waterstof. Vastgesteld is dat gebruik gemaakt wordt van een bestaande gasleiding die vanaf de grensovergang bij Zelzate door het Verdronken Land van Saeftinghe naar Moerdijk loopt. De bestaande waterstofleiding van Dow naar Yara wordt op dit leidingnetwerk aangesloten. Verder wordt ook het Sloegebied met een nieuwe leiding ten zuiden van Bergen op Zoom op dit netwerk aangesloten. De realisatie is in handen van een volle dochter van de Gasunie. 3. 380 kV Netuitbreiding Zeeuws-Vlaanderen Status: concept document reikwijdte en detailniveau heeft ter visie gelegen tot 6 maart 2025. Huidige planning is dat het document reikwijdte en detailniveau eind 2025 wordt vastgesteld.

Figuur 14. 380 kV netuitbreiding Zeeuws-Vlaanderen (Bron: Tennet/Arcadis, 2024)

Het project gaat om het realiseren van een nieuw hoogspanningsstation in de buurt van Terneuzen en een verbinding tussen dit nieuwe hoogspanningsstation en het bestaande hoogspanningsnet op Zuid-Beveland. Dit is nodig om Zeeuws-Vlaanderen aan te kunnen sluiten op het landelijke 380 kilovolt hoogspanningsnet. Er zijn 4 corridors aangegeven voor de oversteek van de Westerschelde en 6 mogelijke locaties voor een nieuw hoogspanningsstation. In het vast te stellen document reikwijdte en detailniveau wordt duidelijk welke tracés en welke locaties daadwerkelijk verder worden onderzocht. Er worden locaties gezocht van 20 tot 25 hectare. 31

4. Verkenning aanlanding wind op zee (VAWOZ), fase 2 (periode 2031-2040) Status: document reikwijdte en detailniveau is vastgesteld op 21 oktober 2024. Huidige planning is dat het concept voorkeursalternatief eind 2025 ter visie wordt gelegd. De op de Noordzee opgewekte windenergie moet via stroomkabels en waterstofleidingen aan land worden gebracht en worden aangesloten op het hoogspanningsnet en waterstofnetwerk. Het project gaat om het aanlanden van 29 GW aan windenergie op zee die Nederland tot 2040 willen realiseren, bovenop de 21 GW die tot eind 2032 is gepland. Uitgangspunt is dat een converter-/transformatorstation op land op maximaal 6 kilometer afstand van een 380kV-hoogspanningsstation ligt. Bij de aanlanding wordt ook gekeken naar de ruimtelijke inpassing van grootschalige elektrolyse op land gekoppeld aan de elektrische aansluiting van wind op zee. Een elektrolyser van 1 GW neemt ongeveer 10 hectare in beslag. Het totale ruimtebeslag kan groter zijn als er extra voorzieningen nodig zijn voor zoetwater en elektriciteit. Het project heeft betrekking op een programma voor heel Nederland. Een deel zal aanlanden in Zeeland. De enige opties in Zeeland zijn de omgeving van het Sloegebied en de omgeving van Dow in Terneuzen.

Figuur 15. Principe 2GW-gelijkstroom tussen wind op zee en hoogspanning op land (Bron: Arcadis ea, 2024)

5. Carbon Connect Delta (CCD) Status: onderdeel van het nationale Programma Energiehoofdstructuur met uitvoeringsagenda vastgesteld op 1 maart 2024. Het programma vormt het beleidskader voor projectprocedures. Het nationale Programma Energiehoofdstructuur wijst de ruimte aan die nodig is voor de energiehoofdstructuur van nationaal belang. Het gaat naast hoogspanningskabels en buisleidingen ook over een plek voor de opslag van CO2. De beoogde plek voor opslag ligt onder de Noordzee en er wordt een leiding voorzien naar die plek vanaf de Maasvlakte. Opslag van CO2 is een tussenstap op weg naar een fossielvrije economie. Het project Carbon Connect Delta gaat over het verschepen van CO2 vanuit Zeeland naar de Maasvlakte. Daarvoor wordt het gas eerst vloeibaar gemaakt en de vloeistof wordt per schip vervoerd. Terneuzen is de vestigingslocatie van 2 grote energie-intensieve bedrijven die al hebben geïnvesteerd in installaties om CO2 vloeibaar te maken. Er is een aanvraag in voorbereiding om in de Braakmanhaven bij Dow een aanlegsteiger voor de schepen die de vloeibare CO2 gaan vervoeren, te realiseren. 32

6. Locatiestudie 2 nieuwe kerncentrales Status: concept document reikwijdte en detailniveau heeft ter visie gelegen tot 26 juni 2025. Huidige planning is dat het document reikwijdte en detailniveau in 2026 wordt vastgesteld. Het project gaat over de realisatie van 2 nieuwe kerncentrales op 1 geschikte locatie. Een kerncentrale is een elektriciteitscentrale die elektriciteit opwekt met de energie die vrijkomt bij kernsplitsing. Kernenergie kan op grote schaal CO2 vrije energie leveren. In de toekomstige fossielvrije energiemix biedt kernenergie een stabiele levering van energie naast de weersafhankelijke levering van wind- en zonne-energie. Kernenergie maakt wel gebruik van zeldzame stoffen (uranium) en voor het afval is nog geen permanente oplossing gevonden. Er zijn 5 gebieden aangewezen als te onderzoeken vestigingslocatie voor de kerncentrales. Dat zijn het Sloegebied, Maasvlakte I, Maasvlakte II, de Eemshaven en Terneuzen. In Terneuzen is 1 alternatief overgebleven om verder te onderzoeken, te weten de locatie ‘Westelijke Mosselbanken/Paulinapolder’.

Figuur 16. Alternatief locatie Terneuzen (Bron: Antea, 2025)

7. Knooppunt Zelzate Status: startnota van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP) Zelzate Oost ligt ter visie van 19 augustus tot en met 17 oktober 2025. Huidige planning is dat het voorontwerp GRUP medio 2026 wordt vastgesteld. Zelzate vormt een belangrijke mobiliteits- en energieknoop tussen 3 zeehavens (Zeebrugge, North Sea Port en Antwerpen) en op de as Rotterdam-North Sea Port-Parijs. Rond Zelzate komen meerdere bovenlokale infrastructuren samen die allemaal ontwikkelingsruimte vragen: heraanleg van R4 Oost, E34 en aansluiting E34-R4, het kanaal met de te verdiepen Zelzatetunnel, spoorproject Gent-Terneuzen, een spoorlijn tussen de havens van Antwerpen en Zeebrugge, fiets- en wandelverbindingen en pijpleidingen met een compressiestation. Voor de E34 wordt uitgegaan van een volledig nieuwe verdiepte ligging met een diepere 33

kruising met het kanaal, waardoor het kanaal grotere schepen kan verwerken in de richting van Gent. Voor Terneuzen is van belang dat stevig wordt ingezet op een goede wegaansluiting vanaf de Tractaatweg op de E34 en de R4 en op een spoorlijn tussen de bestaande sporen op de Axelsevlakte en langs de R4 Oost. Ook wordt veel aandacht besteed aan grensoverstijgende fietsverbindingen.

Figuur 17. Schematische weergave van de verschillende bouwstenen (Bron: Departement Omgeving, 2025)

34

Hoofdstuk 4: Ambitie en koers 1. Onze ambitie Stroomopwaarts is de ambitie die centraal staat in deze omgevingsvisie. De ondertitel is ‘samen vergroenen’. We kiezen zo een zelfbewuste richting die nieuwe en kansrijke toekomstmogelijkheden biedt. Zo kunnen we samen onze stoere thuishaven groener maken en streven we bij alle keuzes naar een leefbare en aantrekkelijke omgeving. Dit document bouwt voort op ambities en lange-termijndoelen die we al hebben afgesproken, zowel binnen de gemeente als met andere partners. Hierin staat brede welvaart centraal. Dit betekent dat we verder kijken dan economische groei en materiële welvaart. We streven naar een samenleving waarin we steeds rekening houden met onderwerpen als gezondheid, onderwijs, leefomgeving, cultuur, sociale relaties en persoonlijke tevredenheid. Bovendien houden we rekening met het effect in de toekomst en in andere delen van de wereld. Stroomopwaarts gaan we via 4 verschillende koersen: A. We vergroenen; B. We investeren in groei van brede welvaart; C. We zetten in op verduurzaming; D. We gaan samen op weg om bereikbaar te blijven. Voordat we de 4 verschillende koersen uitwerken, geven we eerst meer duiding aan onze ambitie en werken we enkele algemene ontwikkelprincipes uit. Stroomopwaarts Stroomopwaarts past goed bij ons. We varen immers stroomopwaarts naar Gent, Antwerpen en Vlissingen, afhankelijk van het tij.

3 gebieden die onze economische toekomst voor een belangrijk deel dragen. We zoeken naar een goede balans tussen mensen, planeet en profijt. We streven naar een toename van brede welvaart. Daarvoor is economische ontwikkeling belangrijk (we koesteren onze bedrijven en zeker ook hun innovatiekracht), maar economische ontwikkeling mag niet ten koste gaan van onze gezondheid en van ons landschap. Dit is een ingewikkelde puzzel, maar wel één met de meeste toekomstwaarde. Samen Samen omdat we heel goed weten dat we het niet alleen kunnen. Onze gemeente maakt deel uit van de grensregio Zeeuws-Vlaanderen. Als uitgestrekte grensregio kennen we kansen en kwetsbaarheden, waar het Rijk via het Nationaal Programma Vitale Regio’s langjarig extra aandacht aan wil geven. Samen met Sluis en Hulst werken we in de regio vanuit een strategische regiovisie52 en richten we ons op groei van het aantal inwoners en versterking van voorzieningen in de regio. We zetten in op een aantrekkelijk woonklimaat en vergroten de samenwerking voor kennis en kunde. We benutten kansen van de grens en duurzaamheid. 35

Terneuzen is trots op haar sterke band met de North Sea Port, een internationale haven van Gent tot aan Vlissingen. De haven vormt een logistieke poort naar Europa en biedt werk aan meer dan 100.000 mensen. Samen met andere overheden werken we aan een leefbaar havengebied, het North Sea Port District53. De nabijheid en nauwe samenwerking tussen haven, kernen en landschap is hierbij een grote troef en van cruciaal belang. We willen een gebied waar klimaatneutraliteit en leefbaarheid elkaar versterken. Een gebied waar het aangenaam en gezond leven is en waar wonen, werken en recreëren actief bijdragen aan een beter klimaat. Terneuzen werkt nauw samen met andere overheden in Zeeland om de delta van de toekomst vorm te geven54. Richting 2050 is de Zeeuwse ambitie om te groeien in aantal inwoners. Dit door te investeren in groene energie, vitale kernen en bruisende steden en het aantrekken en behouden van talent. Meer inwoners maakt Zeeland sterker als het gaat om voorzieningen en arbeidsmarkt. Vergroenen Vergroenen heeft meerdere betekenissen. Naar een fossielvrije economie. Meer bomen en planten voor een beter leefklimaat, gezondere inwoners en meer biodiversiteit. Meer jongere arbeidskrachten. Het perspectief van vergroening is mede ingegeven door de participatie. In de houtskoolschets hebben we gedeelde kenmerken met waarde opgenomen.

De keuze van deze kenmerken baseerden we onder andere op een sessie met de gemeenteraad (21 november 2024). Gemeenteraadsleden vroegen we aan een buitenlandse delegatie te laten zien waar we trots op zijn. Dat bleek verrassend eenduidig te zijn. Tijdens de participatie hebben we gevraagd hoe belangrijk deze kenmerken voor inwoners zijn. De respons van bijna 700 respondenten (onze inwoners) is vertaald in een rapportcijfer per kenmerk. Daarbij hebben we het antwoord ‘niet relevant voor mij’ buiten beschouwing gelaten. Uit de respons komt overduidelijk naar voren dat de weidsheid van het landschap en de kwaliteit van de natuurgebieden bovenaan het lijstje van onze inwoners staan. Het is niet onlogisch dat juist deze kenmerken hoger scoren dan de meer op economie gestoelde kenmerken, maar het verschil in waardering is opmerkelijk.

Figuur 18. Resultaten respons enquête participatie

36

Verbeelding van onze ambitie Onze ambitie hebben we verbeeld, gebruik makend van het stoere en frisse logo van de gemeente. Dit logo is opgebouwd uit elementen die onderscheidend zijn voor Terneuzen. Het blauw is passend en herkenbaar voor Terneuzen. De ‘T’ staat voor Terneuzen, thuishaven en toekomstgericht. De ruimte rond de T en de opening onderin staat voor de open blik naar buiten. De golfbeweging staat enerzijds voor het water waar Terneuzen zo nauw mee verbonden is, maar ook voor de beweging die dynamiek en vooruitgang uitbeeldt.

Figuur 19. Ambitie omgevingsvisie

Inwoners en bedrijven kunnen niet zonder elkaar. Intensivering van de industriële productie is nodig om de productie te kunnen verduurzamen. Verduurzaming leidt tot groei van de werkgelegenheid, ook voor jongeren. Groei betekent dat we aantrekkelijker worden voor nieuwkomers en voor jongeren om te blijven (als we tegelijk ook hoger onderwijs naar ons toe halen) of terug te komen. En we hebben die nieuwkomers en jongeren nodig om onze voorzieningen, bijvoorbeeld in de zorg en het onderwijs, op peil te houden. Voor intensivering is alleen draagvlak bij inwoners als de vestigingslocaties worden ingebed in een groene omgeving met verbeterde infrastructuur voor fiets, auto en trein. We luisteren naar de inbreng van onze inwoners en onze bedrijven. Die hebben we volop ruimte gegeven in de participatie. We willen daarom ook open zijn wat we met de inbreng doen. Niet door naar eenieder apart te reageren, maar wel door een samenhangend verhaal te maken, gebruik makend van de inbreng. We hebben de bestuurlijke plicht om onze visie toekomstgericht te maken en niet van de waan van alledag uit te gaan. Daarvoor onderbouwen we onze keuzes die leiden tot een samenhangend verhaal. En ten slotte mag u van ons verwachten dat we koers houden. Dat is een stoere uitspraak in deze turbulente tijden, maar hoognodig als we onszelf willen blijven. 37

2. Algemene ontwikkelprincipes In oktober 2023 is het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied North Sea Port District vastgesteld. Dit gebeurde in nauwe samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. Afstemming vond plaats op het niveau van het Rijk, provincie en gemeente en ook met het havenbedrijf en met nutsbedrijven. Het North Sea Port District is het gebied rond het Sloegebied, de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone en de Gentse Kanaalzone. Het streven is balans tussen klimaatneutraliteit en leefbaarheid in 2050. Het document omschrijft daarvoor 3 invalshoeken: ‘water en bodem’, ‘leefbaarheid’ en ‘ruimte voor economie en energie’. Wij staan achter de ontwikkelprincipes uit dit document. De ontwikkelprincipes vatten we samen voor zover ze betrekking hebben op Terneuzen. Ontwikkelprincipes algemeen • Zoveel mogelijk gebruikmaken van de regionale identiteit bij planvorming; • Zoveel mogelijk combineren van voorzieningen; • Eerst gebruikmaken van de bestaande ruimte voordat we beslag leggen op het buitengebied. Bedoeld voor verstedelijking; • Zoveel mogelijk inwoners en stakeholders zo vroeg mogelijk betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen die hun leefwereld raken.

Ontwikkelprincipes water en bodem • Maximaal inzetten op hergebruik van water; • Zoveel mogelijk zelfvoorzienend in zoet water door infiltratie van hemelwater zodat er voldoende schoon water overblijft tijdens droge periodes en verzilting wordt tegen gegaan (sponswerking); • Groen en water op de flanken verbeteren en met elkaar verbinden via koppelingsgebieden binnen de Kanaalzone. En ook verbinden over de grenzen van onze gemeente. • Klimaatadaptief bouwen55 Ontwikkelprincipes leefbaarheid • Zorgen voor veilige, beweegvriendelijke en vergroende kernen, waar meer mensen kunnen wonen op hetzelfde oppervlak. Hierbij is balans tussen rust en reuring; • Openbaar vervoer tussen steden, zoals het spoor van Terneuzen naar Gent en over de Westerschelde. En snelfietspaden binnen de regio; • Overstappunten tussen netwerken. Ontwikkelprincipes ruimte voor economie en energie • Zorgvuldig selecteren van de gewenste bedrijvigheid. We kiezen bewust voor het opnieuw gebruiken van materialen en grondstoffen om de waarde te verhogen; • Verminderen van de nadelen van de grens. Die zijn er door nationale wet- en regelgeving of doordat nationale organisaties eigen reglementen hebben; • Eerst bestaande havengebieden sterker maken. En als het niet anders kan, dan aan de slag met planologisch aangewezen gebieden.

38

3. Koers 1: We vergroenen Onze inwoners hebben aangegeven dat ze het meeste waarde hechten aan de weidsheid van het landschap en aan de kwaliteit van natuurgebieden. Het zijn de enige 2 kenmerken waarvan meer dan een derde van de respondenten zegt het ‘heel belangrijk’ te vinden; bij alle overige kenmerken ligt dat aandeel op minder dan een vijfde. Ook zou een groene omgeving rond het huis bijna een kwart van de respondenten verleiden om meer te gaan bewegen. Dat aantal wordt groter als er veilige en prettige wandel- en fietsroutes zijn. In dat laatste geval zou ook 13% de auto laten staan. In het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied North Sea Port District wordt gesproken over koppelingsgebieden. Deze term die uit de Gentse regio is overgenomen duidt op relatief kleine gebieden binnen de Gentse Kanaalzone die als een buffer tussen wonen en industrie liggen en die de laatste jaren op een aantrekkelijke manier zijn ingericht en voor zover mogelijk met elkaar verbonden. Deze gedachte onderschrijven wij en we willen op de meest kwetsbare plekken al direct beginnen met het realiseren van aantrekkelijke groengebieden, zodat er aantrekkelijke uitloopmogelijkheden zijn voor de inwoners van de kernen in de Kanaalzone. Daarnaast willen we niet dat de hele zone langs het Kanaal van Gent naar Terneuzen aan weerszijden vol raakt.

Wij willen het aantrekkelijk gebied op de flanken van de Kanaalzone op een paar plaatsen tot aan het kanaal laten komen. Verder willen we de positie van Westdorpe beschermen. We hebben dan ook de visietekening in 2 delen opgeknipt: een deel gericht op de flanken (bijlage 5) en een deel gericht op de Kanaalzone (bijlage 6). De visietekening voor de flanken dient als een contramal voor de Kanaalzone. We gebruiken (uitsneden van) de visietekeningen bij de verdere keuzen. Verwezenlijken groenblauw netwerk De flanken van Terneuzen worden al geroemd om hun weidsheid en hun prachtige natuurgebieden. Wat beter kan, is de kwaliteit van de verbindingen in dat landschap voor mens en dier. Voor dieren gaat het om de koppeling tussen natuurgebieden met een mogelijke verbetering van de biodiversiteit als neveneffect. Voor mensen gaat het om de mogelijkheid er met de fiets op uit te gaan en te genieten van het landschap. Daarbij denken we vooral aan aantrekkelijke recreatieve ommetjes door en langs landschapselementen, zoals bosjes, buurtschappen en watergangen, die al grotendeels aanwezig zijn. De recreatieve ommetjes horen een koppeling te maken met de kernen, zodat er veel mensen eenvoudig gebruik van kunnen maken zonder direct de auto te hoeven pakken. Deze koppelingen gaan gepaard met het toevoegen of kwalitatief verbeteren van opgaand groen in de woonomgeving.

Als neveneffect wordt de hittestress verminderd. Als de recreatieve ommetjes elkaar vervolgens raken, zijn er ook mogelijkheden voor langere routes. Bij de vergroening willen we vervolgens ook meer aandacht besteden aan beheer en onderhoud van het groen, om de kwaliteit te borgen voor de langere termijn. In het kleinschalige gebied rond Koewacht en Zuiddorpe is de opgave eerder verkeersveiligheid langs de wegen in de lintstructuur dan uitbreiding van het netwerk. Wel liggen hier op de overgang van het kleinschalige naar het open landschap met de forten de 39

beste kansen om de cultuurhistorische waarden van de Staatse en Spaanse Linies voor het voetlicht te brengen. Voor de kernen in het westelijk gebied rond de Braakman (Biervliet, Hoek en Philippine) en in het oostelijk open agrarisch landschap (Axel en Zaamslag) is het realiseren van ommetjes relatief eenvoudig. Rond Westdorpe ligt ook al een stevige aanzet. Voor de kernen in de Kanaalzone is een extra inspanning nodig: • Voor de kern Terneuzen liggen er al goede mogelijkheden in noordoostelijke (richting Margarethapolder en Griete) en zuidoostelijke richting (richting Spui en Zaamslag langs het water). Maar aan de westelijke kant willen we nadrukkelijk de open ruimte richting Hoek niet alleen openhouden maar inrichten ten behoeve van onder meer recreatieve uitloop. Deze zone die in het verleden is ingetekend als toekomstig bedrijventerrein heeft voor ons te veel waarde als deel van het groenblauwe netwerk. • Voor de kern Sluiskil ligt er geen optie aan de andere zijde van het kanaal. Daar is immers grootschalige bedrijvigheid gevestigd, bedrijvigheid die ook aan de groei van de kern ten grondslag lag. Het pontje dat daar het levende bewijs van was, is sinds 2024 niet meer in gebruik. In Sluiskil zelf is wel een koppelingsgebied ingericht. Dit is zeer van belang voor de kwaliteit in de kern zelf.

Op visieniveau is vooral een netwerk vanuit de kern over de N262 en de spoorlijn van belang. • Voor de kern Sas van Gent zijn er mogelijkheden om via het eiland en de brug richting Canisvliet en de omgeving Westdorpe te gaan en aan de westzijde liggen er kansen in de natuurlijke omgeving rond Assenede (Vlaanderen).

Figuur 20. Kansen vanuit de Zeeuwse bosvisie (Bron: Bosch & Slabbers, 2020)

40

Het groenblauwe netwerk biedt kansen aan het ontwikkelen van meer opgaande beplantingen. In de Zeeuwse bosvisie die in 2020 verscheen, is bos opgevat als opgaande beplanting. De Zeeuwse bosvisie geeft kansrijke gebieden aan, met name in het kleinschalige landschap rond Koewacht en Zuiddorpe en in brede voormalige zeearmen zoals het Braakmangebied. Verder worden kansen gezien in het toevoegen van dijk- en erfbeplantingen, zonder evenwel de openheid teniet te doen. Wij zien vooral ook kansen voor het toevoegen van opgaande beplanting als buurtbos voor de leefbaarheid van de kern, van bos als buffer naar de industrie en van beplanting langs water en natuur voor de recreatieve aantrekkelijkheid. De Nationale Bossenstrategie geeft aan dat nieuwe bossen zowel binnen het natuurnetwerk als daarbuiten kunnen worden aangelegd. Er wordt gezocht naar kansen om de aanleg van bos te combineren met nieuwe functies, zoals het opwekken van energie, woningbouw, recreatieve ontwikkelingen of bedrijventerreinen. Het groenblauwe netwerk zou verder een rol moeten spelen in het creëren van waterberging, zodat we de kans op wateroverlast door extreme regenbuien verkleinen en wij water tijdens natte periodes bufferen voor voldoende zoet water tijdens droge periodes. Daar waar we kunnen, willen we hemelwater uit stevige buien (tijdelijk) bergen en ter plaatse in de bodem laten zakken.

Daardoor wordt het op sommige plaatsen natter. Water en groen zijn aantrekkelijke recreatieve combinaties. We zoeken dan vooral naar mogelijkheden in de zones van het groenblauwe netwerk. De grootste mogelijkheden voor buffering van zoet water zien we in het gebied rond de Braakman. Niet voor niets zijn daar nu ook de buffers voor ons drinkwater gelegen. Van bijzonder belang vanuit landschap, natuur en beleving zijn de groene verbindingen door de Kanaalzone heen om de westelijke en de oostelijke flank met elkaar te verbinden. Het aantal mogelijkheden daartoe is nog maar beperkt. We koesteren deze groene verbindingen. Het gaat om (figuur 21): • De zone langs de Westerschelde waar de stad Terneuzen en het water elkaar raken; • De verbinding via de brug over het kanaal waar een stevig groen raamwerk stedelijke en grootschalige bedrijvigheid scheidt en de bezoeker van Zeeuws-Vlaanderen een panorama biedt dat niet alleen de economische betekenis benadrukt. • Een bijzondere plek in het groenblauwe netwerk is de zone ten noorden van Westdorpe. Het is de enige plek langs het hele Kanaal van Gent naar Terneuzen waar geen van beide oevers in gebruik is als grootschalig bedrijventerrein of stedelijk gebied. Deze ruimtelijke spatie is van wezenlijk belang als symbool van de weidsheid van het Terneuzense landschap. We willen die spatie dan ook zo veel mogelijk openhouden.

De ontwikkeling van de Axelse Vlakte vindt wat ons betreft dan ook van noord naar zuid plaats met een groene afronding. Beschermen kernen van natuur binnen groenblauw netwerk De kwaliteit van onze natuurgebieden wordt eveneens zeer hoog gewaardeerd. De bestaande natuurgebieden vormen een belangrijk onderdeel van het groenblauwe netwerk. We willen binnen het groenblauwe netwerk een gradatie aanbrengen tussen natuur die daadwerkelijk met rust gelaten moet worden, natuur gecombineerd met extensieve recreatie en natuurinclusieve landschapsbouw met ruimte voor kleinschalige landbouw, wonen en 41

recreatie. We hebben geen intenties om nieuwe kernen van natuur toe te voegen, maar om de bestaande kernen te versterken door zonering rond de kernen.

Figuur 21. Kernen van het natuurnetwerk en de groene verbindingen ertussen

Koppeling van natuurgebieden is een voorwaarde voor de verspreiding van soorten. Koppelingen zijn dus nodig om de biodiversiteit te versterken en zo kwaliteit van natuur te verhogen. Deze koppelingen vallen in de Kanaalzone grotendeels samen met de groene verbindingen In stand houden weidsheid landschap Door de belangrijkste verbindingen voor het natuurnetwerk en het recreatief netwerk vooral aan bestaande landschapselementen te koppelen, blijft het landschap op meerdere plaatsen weids. Deze weidsheid komt voort uit het agrarisch grondgebruik. De akkerbouw is daarbij de drager van de openheid, zolang de teelt vooral bestaat uit lage gewassen, zoals pootaardappelen. We willen de akkerbouwers zekerheid bieden dat ze kunnen blijven boeren in de grote open polders. Daartoe willen we de grotere arealen zoveel mogelijk vrijwaren van nieuwe doorsnijdingen. Deze arealen vinden we vooral rond Biervliet, tussen Philippine en Sluiskil, rond Zaamslag, ten oosten van Axel en tussen Westdorpe en Axel. Met een efficiënte bedrijfsvoering is het op de moeilijke agrarische markt vol te houden. Daar willen we wel wat 42

voor terug. In de eerste plaats een verdere terugdringing van gewasbeschermingsmiddelen die de gezondheid van mensen en de natuur schaden. En verder willen we de akkerranden die veelal minder belangrijk zijn voor de efficiënte bedrijfsvoering, integreren in het groenblauwe netwerk. Dat zijn wat ons betreft stevige randen die een grotere biodiversiteit kennen en een duidelijke begrenzing vormen van de landbouwproductie. We maken gebruik van een zonering rond kernen van landbouwproductie. Gebouwde zoetwaterbekkens voor het agrarisch bedrijf horen wat ons betreft in de kernen en niet in de akkerranden. Door en tussen kernen van landbouwproductie op de volle grond liggen aangewezen routes voor landbouwverkeer. We streven ernaar deze routes zoveel mogelijk buiten de recreatieve ommetjes te houden om conflicten tussen groot landbouwverkeer en kwetsbare verkeersdeelnemers zoveel mogelijk te voorkomen. Intensieve vormen van landbouw, zoals glastuinbouw, lelieteelt en intensieve veehouderij, passen niet in ons buitengebied. Glastuinbouw is tot ontwikkeling gekomen in de Kanaalzone en wij vinden deze ontwikkeling daar nog steeds passend. 4. Koers 2: We investeren in groei van brede welvaart Een volgende bij elkaar horende reeks van keuzes begint met de keuze om te willen groeien. Deze keuze hebben we al gemaakt in de regiovisie Zeeuws-Vlaanderen.

Groei in het aantal mensen en een ander gebruik van onze ruimte. Zo maken we de verduurzaming van de industrie mogelijk. Zo kunnen we ons aanpassen aan veranderingen in het klimaat. Deze groei mag niet ten koste gaan van het groenblauwe netwerk. Bij de keuze om te groeien, staat brede welvaart centraal. Dit betekent dat we verder kijken dan economische groei en materiële welvaart. We streven naar een samenleving waarin we steeds rekening houden met onderwerpen als gezondheid, onderwijs, leefomgeving, cultuur, sociale relaties en persoonlijke tevredenheid. Bovendien houden we rekening met het effect in de toekomst en in andere delen van de wereld. Het betekent ook dat we niet op voorhand een doelstelling opschrijven hoeveel mensen erbij moeten komen. Het aantal inwoners of het aantal banen is geen doel op zich, maar het resultaat van de keuze om de industrie te verduurzamen en het voorzieningenniveau te verbeteren. Denk daarbij aan voldoende leraren, politieagenten en verpleegkundigen. Ook voor het vernieuwen, verduurzamen en uitbreiden van onze woningvoorraad, de herinrichting van de openbare ruimte en voor de modernisering van maatschappelijke, culturele, sport- en recreatievoorzieningen zijn mensen nodig. Groei van het aantal inwoners betekent dat mensen van buiten Zeeuws-Vlaanderen hier komen wonen. Deze nieuwkomers zijn een gevarieerde groep.

Denk aan mensen uit OostEuropa met een beroepsopleiding die hier in onze bedrijven komen werken. Maar ook mensen uit andere delen van Nederland en West-Europa die hier in de zorg of het onderwijs komen werken. Vlamingen die de grens oversteken voor werk of een fijne woning. Experts uit alle delen van de wereld. Seizoenarbeiders die langer blijven. En nieuwe Nederlanders die hier een bestaan opbouwen. De groeiambitie is niet alleen gesteld in ZeeuwsVlaanderen, maar ook op provinciaal niveau is de ambitie om te groeien in het aantal inwoners. Meer inwoners maakt Zeeland sterker als het gaat om voorzieningen en arbeidsmarkt. 43

Groei inwoners en ontwikkeling voorzieningen in alle kernen Er moeten meer passende woningen komen voor bestaande en nieuwe inwoners. Uit de enquête blijkt dat 28% van de respondenten wil verhuizen binnen 5 jaar. Ouderen die kleiner willen gaan wonen (15%), gezinnen die een grotere woning zoeken (8%), jongeren die op zichzelf willen gaan wonen (4%) en huurders die willen kopen (1%). Ze zoeken vooral naar betaalbare woningen of appartementen nabij voorzieningen. De huidige woningvoorraad sluit daar onvoldoende op aan. Op de vraag waar de nieuwe inwoners het beste kunnen gaan wonen, wil 65% een spreiding over alle kernen en 15% een spreiding over de 3 grote kernen. Deze uitkomsten passen goed bij ons voornemen om in alle kernen woningen toe te voegen. De aantallen zijn daarbij uiteraard wel gekoppeld aan de behoefte en de omvang van de kern. De stedenbouwkundige vertaling in woningtype en hoogte moet passen bij de kwaliteit van de desbetreffende kern.

We hanteren daarbij de volgende vuistregels: • Twee derde van de nieuw te bouwen woningen wordt gerealiseerd in het betaalbare segment; • We streven naar 30% sociale huur; • We focussen vooral op de bouw van geschikte woningen voor ouderen die daar zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen; dit brengt een verhuisketen op gang, omdat ouderen veelal woningen achterlaten die geschikt zijn voor andere doelgroepen; • In kernen waar basisonderwijs aanwezig is, ligt de nadruk op het bouwen van grondgebonden woningen met een tuin en voldoende ruimte voor jonge gezinnen. • We richten ons op een mix van appartementen en grondgebonden woningen bij grotere projecten om een diversiteit in bevolkingssamenstelling per wijk te bewerkstelligen. • Voor spoedzoekers kunnen specifieke woningtypen of bouwplannen noodzakelijk zijn. De keuze om in elke kern woningen toe te voegen, betekent ook dat we in elke kern openbare ruimte willen hebben die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten en een ontmoetingsruimte binnen willen hebben. Deze ontmoetingsruimte is nu vooral aanwezig in de vorm van een buurt- of dorpshuis. Uit de enquête blijkt dat 35% geen tijd heeft voor of behoefte heeft aan een buurt- of dorpshuis en dat 27% niet weet wat er te doen is. Het gaat ons er niet zozeer om welke vorm de ontmoetingsruimte heeft, als het maar gedragen wordt door de inwoners van de desbetreffende kern.

Als dat een accommodatie is van de gemeente, willen we zoveel mogelijk functies daarbinnen mogelijk maken. Denk aan basisschool, kinderopvang, bibliotheekvoorziening, spreekuur voor zorgverleners, etc. Dat zijn dan ook brede accommodaties die een brede afspiegeling zijn van de maatschappij. Dat past ook bij de wettelijke verplichting om integratie in het onderwijs te bevorderen. Grotere gebiedsontwikkelingen koppelen aan opgaven in bestaande wijken Zoals gesteld, het gaat niet om het precieze aantal inwoners, maar het is goed om een idee te hebben van de consequenties van de groei. In de regiovisie Zeeuws-Vlaanderen is indicatief uitgegaan van een groei van ongeveer 20.000 inwoners. Van 105.000 naar 125.000 inwoners. Als we dan de aanname doen dat de gemeente Terneuzen naar rato van het aantal inwoners daarvan de helft opvangt betekent dat bij gemiddeld 2 mensen per huishouden 5.000 nieuwe huishoudens en 5.000 nieuwe woningen. In de periode tot 2045 zou dat betekenen dat er 250 woningen per jaar gebouwd moeten worden. Dat is meer dan de 166 nieuwbouwwoningen per jaar die in het afgelopen decennium zijn opgeleverd. Het is 44

echter geen grote trendbreuk, omdat er in de afgelopen periode al jaren bij waren met ongeveer 250 nieuwe woningen. We hebben in de 3 grote kernen 4 grotere locaties op het oog waar nieuwe woningen gerealiseerd kunnen worden. In Terneuzen en Axel moet de nieuwbouw gepaard gaan met de herstructurering van de bestaande woningvoorraad in kwetsbare wijken. Denk daarbij aan delen van de binnenstad en van de wijken Lievenspolder en Triniteit in Terneuzen en aan de Componistenbuurt in Axel. We zien goede mogelijkheden om in deze kwetsbare wijken nieuwbouw te plegen voor een financieel draagkrachtiger groep.

Figuur 22. Voorziene gebiedsontwikkelingen in de stad Terneuzen

In Terneuzen zien we – naast de in gang gezette ontwikkeling van de onderwijscampus en de uitvoering van het totaalplan binnenstad - een verdere groei van de wijk Othene voor ons. De weg naar de N290 is recent gereedgekomen en de gehele zone tussen Othene en de N290 komt voor ontwikkeling in aanmerking met uitzondering van de zone aan de Otheense Kreek die we in het kader van het rondje kreek openbaar willen houden. Bij de verdere ontwikkeling van Othene willen we toe naar een meer diverse wijk en niet zoals aan de noordzijde alleen grondgebonden woningen. Daarbij hoort ook een uitbreiding van de basisvoorzieningen bij. Othene biedt kansen voor een breed palet aan woningtypen, in de betaalbare klassen. Dat biedt mogelijkheden om bij de herstructurering van kwetsbare wijken juist ook duurdere woningen terug te brengen. Verder zien we in Terneuzen veel kansen in de ontwikkeling van de stationsomgeving en de transformatie van het bedrijvengebied ten zuiden daarvan. We willen daar een stedelijk milieu met een hogere dichtheid. Het wordt de eerste wijk van de stad Terneuzen aan het kanaal. Reden te meer om de zone aan de andere zijde van het kanaal (achter de sluizen) groen te houden. We gaan in eerste instantie uit van een transformatie tot aan de rotonde 45

van de mr. F.J. Haarmanweg en de Dokweg, maar die kan later nog wat verder doorlopen. Het biedt de wijken Lievenspolder en Triniteit kansen om zich in de richting van het kanaal te ontwikkelen. Een goede inpassing van de mr. F.J. Haarmanweg en het spoor zijn daarvoor een vereiste.

Figuur 23. Voorziene gebiedsontwikkelingen in Axel

In Axel bereiden we een nieuwe woonwijk aan de noordzijde voor. De Buthstraat vormt dan een logische afronding, waarbij de zone aan de andere zijde van de Buthstraat ingericht kan worden als uitloopgebied. De ontwikkeling van de woonwijk willen we combineren met een transformatie van het bedrijventerrein Noordpolder en een goede aansluiting van beide ontwikkelingen op het centrum. Dat geeft in het centrum van Axel de spirit om het aantal winkelmeters terug te brengen en de commerciële en maatschappelijke functies te combineren in een kleiner maar aantrekkelijker gebied. Voor Sas van Gent hebben we in 2018 een omgevingsvisie vastgesteld. In die omgevingsvisie staat: “Ondernemerszin en samenwerking is nodig om de ingeslagen weg naar een stad waar het goed toeven is, voort te zetten. In de komende decennia biedt het ruimtegebrek in het stedelijk gebied van Gent wellicht nieuwe kansen voor Sas van Gent. Sas zal zich daarbij moeten heruitvinden en duidelijk moeten maken welke kwaliteiten ze heeft en wil versterken. Kwaliteiten in de leefomgeving, maar vooral ook kwaliteiten in gemeenschapszin en ondernemend vermogen. Scherpe keuzes voor de toekomst zonder te 46

blijven hangen in het verleden, zijn nodig. Er leeft een sterke wens om als samenleving het heft weer in eigen handen te nemen. Inwoners vinden dat er over Sas te veel besloten wordt buiten Sas.” Die ruimte is er nu de Albert Heijn en de Lidl zijn verplaatst naar de zuidrand. In het centrum, rond het voormalig station en in de overgangszone naar de bedrijven ten zuiden liggen kansen om tot een stevige herstructurering met nieuw elan te komen. Per saldo bieden de 4 grotere gebiedsontwikkelingen al ruimte voor naar schatting 4.500 woningen. In de andere kernen willen we ook woningen bouwen. Dat betekent dat de fysieke ruimte voldoende groot is om de groeiopgave op het gebied van wonen en voorzieningen te kunnen realiseren. 5. Koers 3: We zetten in op verduurzaming Aanwijzen samenhangende gebieden voor industrie We beschouwen de bestaande industriële bedrijven, groot en klein, als de ruggengraat van onze economie met een groot aantal directe en indirecte banen. Indirecte banen bij toeleveranciers, in de logistiek en in de dienstverlening. We willen net als de industriële bedrijven zelf toe naar koolstofarm en emissiearm. We hebben als ambitie uitgesproken “een leidende rol in duurzaamheidstransities, met een halvering van de CO2-uitstoot in 2030 en volledige CO2-neutraliteit in 205030”. Dit maakt de industrie toekomstbestendig en is veel beter voor onze gezondheid.

Dat vergt wel een langdurige transitie. We zijn ons ervan bewust dat er in de transitiefase ruimte beschikbaar moet zijn om oude en nieuwe economie tijdelijk naast elkaar te laten bestaan. We gaan er daarbij op grond van ervaringen van uit dat de grote industriële complexen ruimte op eigen terrein hebben om een nieuwe installatie te bouwen, vervolgens een verouderde meestal grotere installatie te ontmantelen en dan weer ruimte hebben voor een nieuwe installatie. De planologische ruimte voor de transitiefase geven we een duidelijke plek. Voorwaarde voor het kunnen ontwikkelen van die plekken is dat de vestiging van koolstof- en emissiearme bedrijfsactiviteiten ruimte vrijmaakt op bestaande bedrijventerreinen. Als er sprake is van overlap in tijd, maken we afspraken over de termijn waarop het achterblijvende terrein beschikbaar komt voor nieuwe activiteiten. Dat kunnen afhankelijk van de locatie nieuwe koolstof- en emissiearme bedrijfsactiviteiten of in geval van transformatie nieuwe stedelijke functies zijn. We willen een toekomstbestendige economie30 We wijzen naast de bestaande gebieden ten noorden en ten zuiden van Sas van Gent 4 samenhangende gebieden aan, waar de transitie van grootschalige bedrijvigheid kan plaatsvinden.

We zien voor deze visie geen verschil tussen zeehaventerrein en gemeentelijk terrein, omdat de enige reden voor dat onderscheid de partij is die grond uitgeeft. Samenwerking en afstemming tussen North Sea Port en gemeente lijkt ons een gezonde basis. Binnen de samenhangende gebieden geven we op basis van een typologie richting aan de ontwikkeling. De typologie is niet gebaseerd op een type activiteit of op milieubelasting, maar op uitstraling. Het meest in het oog springend is de ruimte op de Westelijke Kanaaloever. De ruimte op de Mosselbanken, in de Koegorspolder en op de Axelse Vlakte is immers ook in eerdere visies 47

al aangeduid, maar nog niet verwezenlijkt. Op de Axelse Vlakte is nog ruimte voor logistieke bedrijvigheid aan het kanaal. Symbool

Type Procesindustrie

Beeld Pijpen, kabels en buizen

Grootschalige activiteiten zonder (veel) bebouwing Grootschalige activiteiten in grote bebouwing Bedrijfsmatige activiteiten met veel aanloop

Bergen bulkmateriaal Loodsen en containers Kantoorachtige laboratoria en ontmoetingsruimten

Figuur 24. Indicatieve zonering van nog te ontwikkelen gebieden

Aan de zijde van Zijkanaal C zijn nog enkele uit te geven gronden. Die zouden wij willen reserveren voor bedrijven met veel bulkmateriaal. Dat past erg goed bij de aangrenzende bedrijven en het zijkanaal biedt goede aanvoermogelijkheden over water. We zien daar ook 48

ruimte voor recyclingbedrijven die materialen reinigen en sorteren en leveren aan andere bedrijven. Ook herplaatsing van bestaande bedrijven met veel buitenopslag kan wat ons betreft aan de orde zijn. In de Koegorspolder is door de aanleg van de Tractaatweg en de Sluiskiltunnel een samenhangend gebied ontstaan dat volledig bedrijfsmatig kan worden ingevuld. De invulling met zonnevelden zien wij als een tijdelijk fenomeen. Bij een andere invulling kunnen de zonnepanelen op daken worden gelegd. Er is zowel ruimte voor aanvullende procesindustrie, zoals een waterstoffabriek of een elektrolyser als voor grotere reguliere bedrijvigheid. Dit kunnen ook bedrijven zijn die nu in het buitengebied of op lokale bedrijventerreinen gevestigd zijn, maar ter plaatse uit hun jasje groeien. De Westelijke Kanaaloever is al decennialang gespreksonderwerp. Wij zien alleen de zuidkant als nieuwe locatie voor grootschalige kadegebonden bedrijvigheid. Bij een eventuele ontwikkeling van de Westelijke Kanaaloever met een havenbekken zullen wellicht ook aanpassingen nodig zijn aan het kanaal (verdieping). We willen alleen logistieke bedrijvigheid die als schakel dient voor onze eigen bedrijvigheid in industrie, landbouw en bouwnijverheid. Geen Europese distributiecentra voor footloose bedrijven.

De Westelijke Kanaaloever kan dienen om de transitie van bedrijven op de Oostelijke Kanaaloever naar koolstof- en emissiearm vorm te geven. Dit heeft als extra voordeel dat de grootschalige bedrijvigheid verder van de stad komt te liggen. Zuidpoort is als gebied ontstaan door de aanleg van de Sluiskiltunnel. De ontwikkelingen die al in het gebied hebben plaatsgevonden (skihal, CO3 campus), liggen aan de basis aan het beeld van een gemengd gebied dat we voor ogen hebben. Zie verder paragraaf 4.6. Faciliteren energieprojecten voor onze economie In het voorgaande hebben we de rijksprojecten weergegeven die boven de markt hangen. We stellen daarbij klip en klaar dat wij achter een verlenging van het hoogspanningsnet naar Zeeuws-Vlaanderen staan. Dat is voor onze economie een levenslijn waarom we hebben gevraagd en waarvoor een 380 kV-station op ons grondgebied moet worden gebouwd. Wij pleiten er ook voor om de energie van nieuwe windparken op zee bij ons aan te laten landen. Daarmee zijn we én stevig verbonden én hebben we toegang tot een grote hoeveelheid duurzame energie. Wij pleiten ervoor het 380 kV-station en de aanlanding van wind op zee te vestigen in het gebied ‘Westelijke Mosselbanken/Paulinapolder’. De Mosselbanken zijn altijd al bedoeld geweest voor grootschalige initiatieven.

Ook staan we achter de realisatie van een aanlegsteiger in de Braakmanhaven voor schepen die vloeibaar CO2 naar de Maasvlakte gaan brengen. De ombouw van de bestaande gasleiding tot een waterstofleiding is in onze ogen ook een uitstekend idee. Daarmee zijn de grootverbruikers van gas (Dow en Yara) direct aangesloten op het waterstofnetwerk. De onderlinge koppeling hebben ze zelf al georganiseerd. Dat biedt mogelijkheden voor een op waterstof gebaseerde industrie. Nu is de waterstofproductie nog ‘grijs’. Bij grijze waterstof splits je aardgas (CH4) met stoom (H2O) in waterstof (H2) en kooldioxide (CO2). Het kooldioxide dat vrijkomt bij de productie van grijze waterstof gaat nu nog de lucht in. Als je CO2 vloeibaar maakt, vervoert en ondergronds opslaat, voorkomt dit extra opwarming van de aarde. Het op deze manier geproduceerde waterstofgas heet blauwe waterstof. Dat is een tussenstap. We willen toe naar groene waterstof. Dat maak je 49

met energie uit duurzame bronnen door watermoleculen (H2O) via elektrolyse te splitsen in waterstof (H2) en zuurstof (O2). Voor elektrolysers zijn het terrein van Dow en het terrein bij Yara (Koegorspolder) geschikte locaties. Daarvoor is stroom nodig uit duurzame bronnen. Wij denken dan aan wind op zee gecombineerd met een goede stroomverbinding. Voorwaarden stellen aan andere energieprojecten We staan op dit moment neutraal ten opzichte van het rijksproject om 2 kerncentrales te bouwen. Dat komt mede voort uit het stadium van dit rijksproject. In Terneuzen is 1 alternatief overgebleven om verder te onderzoeken, te weten de locatie ‘Westelijke Mosselbanken/Paulinapolder’, naast mogelijkheden elders in het land. We wachten de uitkomsten van dit onderzoek af. Pas als de uitkomsten bekend zijn, gaan we het gesprek aan over de eventuele planologische voorwaarden waaronder de locatie ‘Westelijke Mosselbanken/Paulinapolder’ zou kunnen worden benut. Verder hebben wij ons voorbereid op een eventuele koppeling van hoogspanning in ZeeuwsVlaanderen aan het Belgische net. Als die koppeling tot stand gebracht moet worden, willen wij het principe van bundeling benutten. Dat kan door het tracé van de bestaande 150 kVverbinding langs de Westerscheldetunnelweg en de bundeling van infrastructuur langs de Tractaatweg naar de Belgische grens te gebruiken.

Een oversteek over het kanaal is nodig, omdat het hoogspanningsstation in Vlaanderen aan de oostzijde van het kanaal ligt (zowel het bestaande station Rodenhuize als het nieuw te realiseren station Baekeland). 6. Koers 4: We gaan samen op weg om bereikbaar te blijven Een 4e reeks van keuzes is gekoppeld aan het vraagstuk van mobiliteit. Mobiliteit willen we individueel allemaal, omdat dat ons de mogelijkheid biedt deel te nemen aan de samenleving. Maar mobiliteit heeft ook nadelen, omdat grotere stromen verkeer zorgen voor ongemakken als huftergedrag, onveiligheid door het verschil tussen grotere gemotoriseerde en kleinere kwetsbare verkeersdeelnemers, geluidoverlast door de wrijving van banden van snel rijdend verkeer en luchtverontreiniging door de emissie van brandstofgassen. Aanwijzen locaties met reuring We gebruiken het middel van zonering ook om verschil te maken tussen drukkere, luidruchtigere gebieden en rustigere, stillere gebieden. Dat verschil ontstaat in de eerste plaats door wegen aan te wijzen waarop een grotere hoeveelheid voertuigen afgevoerd wordt. De gebieden daar direct omheen zullen luidruchtiger zijn, behalve als we een geluidwal opwerpen. Dat past echter lang niet overal.

In het gemeentelijke verkeers- en vervoersplan zijn de grotere wegen aangewezen als stroomweg (N61, N62 en N258), als gebiedsontsluitingsweg of als erftoegangsweg type 1, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen wegen binnen en buiten de bebouwde kom. We nemen deze over, alleen bij ontwikkeling van de Westelijke Kanaaloever met een insteekhaven verandert daar de situatie. Rond deze wegen is meer drukte en geluid. De grotere wegen ontsluiten ook plekken met meer reuring. Wij onderscheiden 5 gebieden, waarbij we reuring belangrijker vinden dan rust en ruimte. Dat betekent ook dat mensen die in die gebieden wonen en verblijven rekening moeten houden met meer rumoer. Het gaat in de eerste plaats om de centra van de 3 grote kernen Terneuzen, Axel en Sas van Gent. Hier vinden we een stevig gemengde mix van onder meer winkels, horeca, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, sportscholen, cultuurhuizen en lichte bedrijvigheid. Die mix 50

vinden we belangrijk en daar bieden we ruimte voor. We willen graag dat er ook mensen wonen, maar dat is voor die mensen dan wel een bewuste keuze voor meer reuring. Verder hebben we 2 bijzondere gebieden, waar recreatieve en bedrijfsmatige activiteiten op grotere schaal plaatsvinden en waar relatief veel mensen (kunnen) verblijven. Dat is het gebied van de Smitsschorre ten zuidwesten van Axel, waar een golfbaan, een motorcrossterrein en een zweefvliegveld liggen. We zien daar niet direct veel ontwikkelingen, maar willen de bestaande activiteiten wel blijven faciliteren. En dat is het gebied Zuidpoort, tussen de zuidrand van Terneuzen en de Tractaatweg/toegang tot de Sluiskiltunnel. Daar staat al de skihal, maar dat gebied willen we ontwikkelen met bedrijfsmatige activiteiten met veel aanloop. Het is een centrale plek in de regio die zich goed leent voor grootschalige publiekstrekkers en innovatieve activiteiten die minder goed passen in het stedelijk gebied. De CO3-campus (Centrum voor duurzame economie en technologie) is daar een voorbeeld van. We willen dit gebied zo ontwikkelen dat het zich onderscheidt van een regulier bedrijventerrein door het type activiteiten (innovatief en/of publiekstrekkend), de toegankelijkheid (welkom gevoel voor iedereen) en een groene invulling met een landschappelijke inpassing langs de randen en duurzamere oplossingen voor parkeren.

Figuur 25. Indeling in wegtype (Bron: Juust, 2021, bewerking 2025) en 5 plekken met meer reuring

Binnenstad Terneuzen als bijzondere opgave De binnenstad is van en voor iedereen. Het is de ontmoetingsplek en het voorzieningencentrum in de regio. Het is de huiskamer voor bewoners, maar ook voor gasten uit de stad, regio en daarbuiten. De plek waar mensen elkaar ontmoeten, bekijken, nieuwe ervaringen opdoen en prettig verblijven, wonen en werken.

51

Winkelen gaat er hand in hand met horeca, evenementen, recreatie, cultuur en maatschappelijke voorzieningen. In het hart van de binnenstad is het gezellig druk en zijn er een groot deel van de dag mensen op straat. Mensen trekken immers mensen aan. En hoe gezelliger het is, des te langer blijven de mensen er hangen. Hoe meer aanleidingen er zijn om naar de binnenstad te komen, hoe meer kansen er ontstaan om dit te realiseren. Juist veelkleurigheid maakt de binnenstad sterk. Het is daarom een aantrekkelijke plek om te wonen, te ondernemen en te werken en het is het kloppend hart van de stad, de gemeente en de regio. Met een goed voorzieningenniveau onder handbereik. Met name voor mensen die minder mobiel zijn, zoals senioren en jongeren is dit belangrijk voor de leefbaarheid van de stad. We hebben na een intensieve participatie een totaalplan voor de binnenstad vastgesteld. Ambitie is een vitale binnenstad met een Terneuzens karakter, met oog voor de historie en de blik op de toekomst.

Figuur 26. Totaalplan binnenstad (Bron: Kuiper Compagnons/Twijnstra Gudde, 2022)

Daarvoor hebben we de volgende ingrepen benoemd: 1. Compact en levendig kerngebied 2. Meer gevarieerd en hoogwaardig woningaanbod in en om de binnenstad 3. Vergroenen binnenstad 4. Water beter gebruiken 5. Bereikbaarheid verbeteren auto 6. Bereikbaarheid verbeteren wandelaar, fietser en OV 7. Stationsgebied ontwikkelen 52

Bij de verdere ontwikkeling van de zone rond het station van Terneuzen streven we ook naar een stedelijk woonmilieu met meer reuring. Optimaliseren vervoerssysteem Uit het voorgaande blijkt dat onze weginfrastructuur grotendeels op orde is. Met de oplossing van de knoop Zelzate komt ook de aansluiting in Vlaanderen op orde. Onze focus voor de komende jaren ligt op het zodanig optimaliseren van het vervoerssysteem dat de privéauto kan worden ingeruild voor duurzamere vormen van vervoer op drukkere trajecten en voor kortere afstanden. Voor kortere afstanden is vooral de fiets een alternatief. Bij aantrekkelijke en veilige fietsroutes laat 13% van de respondenten de auto staan. Dat betekent vooral binnen de kernen een openbare ruimte die is ingericht op de menselijke maat voor voetgangers en fietsers en die toegang geven tot een netwerk van fietspaden. Binnen dit netwerk kan onderscheid gemaakt worden tussen functionele doorfietsroutes en recreatieve fietsroutes. De functionele doorfietsroutes zijn een alternatief voor woon-werkverkeer op kortere afstand.

Figuur 27. Functioneel fietsnetwerk (Bron: Juust, 2021)

Drukkere trajecten zijn in ieder geval de verbinding van de stad Terneuzen met de stad Gent. We ijveren daar voor een spoorverbinding. De spoorverbinding waar consensus over ontstaat, is het tracé vanaf het voormalige station Terneuzen door de Koegorspolder en langs de Tractaatweg via de knoop Zelzate naar het spoor langs de R4 Oost. In die verbinding ontbreekt alleen het stuk langs de Tractaatweg en de knoop Zelzate nog. Er is dan een rechtstreekse verbinding tussen Terneuzen en Gent Dampoort. Realisatie is 53

mogelijk zonder dat we een kruising hoeven te maken met de Tractaatweg of de R4 Oost. De verbinding is in de eerste plaats bedoeld voor goederenvervoer. We willen ook graag een spoorverbinding voor personenvervoer van Terneuzen naar Gent. Medegebruik van de goederenverbinding ligt daarbij voor de hand. Het alternatief is het gebruik van het bestaande spoortracé door Sas van Gent met veel lichtere treinstellen (metroachtig). Het nadeel van dat tracé is dat tweemaal het kanaal moet worden overgestoken via bestaande bruggen ten zuiden van Terneuzen en nabij het centrum van Gent. We houden het tracé door Sas van Gent achter de hand, maar gaan vooralsnog uit van het tracé langs de Tractaatweg. Er is daar al gestart met een snelbusverbinding van Gent naar Goes over de N62. Op snijpunten van de treinverbinding, de auto-infrastructuur en het functionele fietsnetwerk ontstaan logische hubs, waar je eenvoudig over kunt stappen van het ene op het andere vervoermiddel. Uitgaande van de spoorverbinding Gent-Terneuzen zetten we in op de hubs Terneuzen centrum en Axelse Vlakte. Hier liggen goede kansen om een station op de nieuwe spoorlijn te realiseren en het biedt directe toegang tot hoofdwegen en het fietsnetwerk. In de omgeving van deze hubs is voldoende fysieke ruimte voor parkeren en fietsenstalling om overstappen mogelijk te maken.

De hub Terneuzen centrum biedt ook kansen als vliegwiel voor toekomstige ontwikkeling tot woongebied en voor- en natransport naar het centrum kan te voet. Een derde hub zou bij Zelzate komen te liggen. Zo lang de treinverbinding er nog niet is en de snelbusverbinding een belangrijke rol speelt, kan station Terneuzen Centrum nog niet volledig ontwikkeld worden. Het ligt – gelet op de wens om snel tussen Gent en Terneuzen en snel tussen Terneuzen en Goes te reizen – meer voor de hand om hubs te realiseren langs de N62. Het station Axelse Vlakte voldoet aan die eis. Rond de kern Terneuzen komen dan 2 locaties in aanmerking: de aansluiting Dow en de Zuidpoort. Hubs ontsluiten een ruimer gebied met zowel woon- als werkfuncties. Het voor- en natransport kan zowel met auto, fiets als reguliere bus zijn. Reguliere busverbindingen zijn op termijn naar verwachting alleen nog houdbaar op het traject Oostburg-Terneuzen en Hulst-Terneuzen. In veel gevallen zijn de vervoersstromen op korte afstand te klein voor bussen. Het ligt dan meer voor de hand om hier een vervoerssysteem op maat aan te schakelen, gebaseerd op individuele voorafgaande boekingen van reizigers. Dan heeft elke reiziger voor het voor- en natransport de keuze tussen lopen, fiets (eigen fiets of deelfiets), auto (eigen auto of carpoolen) of taxi-achtig vervoermiddel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16370250/1