2025-11-27 - Bijlage 2 - Was-wordt tabel Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026
Tekst van het document
Wat gebruikelijke hulp is staat in lid 6,7 en 8.
6. Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden we in ieder geval rekening met het volgende: a. De aard van de relatie met de huisgenoot b. De mate van hulp die u nodig heeft c. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit d. De mate van planbaarheid van de hulp e. Uw behoeften en mogelijkheden 7. Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden we in ieder geval rekening met de volgende factoren van de huisgenoot: a. De leeftijd van de huisgenoot b. De woonsituatie c. De beschikbaarheid om de hulp te bieden d. De kennis, kunde en leerbaarheid van de huisgenoot om de noodzakelijke hulp te bieden e. De lichamelijke en mentale belastbaarheid van de huisgenoot f. Of er sprake is van problematiek bij de huisgenoot (zoals relationele problemen of schulden) g. Welke verplichtingen de huisgenoot heeft, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen h. Het belang van de huisgenoot om een inkomen uit arbeid te krijgen i. De vraag of financiële problemen (kunnen) ontstaan door het bieden van de hulp 8. Bij de belastbaarheid en bij (dreigende) overbelasting geldt bovendien het volgende: -
-
Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) (over)belasting en de hulp aan de cliënt. Als de (over)belasting ziet op spanningen door het werk
(bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de hulpverlening aan de cliënt om, moet de huisgenoot eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. - Bij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening bekijken we wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. - Als de (dreigende) (over)belasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de huisgenoot verwacht. 9. Als sprake is van (dreigende) overbelasting, wordt geen pgb voor het verlenen van hulp door een huisgenoot verstrekt. Een al eerder hiervoor verleend pgb wordt ingetrokken. Een andere zorgverlener wordt ingezet voor de benodigde hulp. 2.4.8 Onderzoek, advies en functiescheiding
2.4.7 Onderzoek, advies en functiescheiding Wmo 2015 1. Wij vragen een aangewezen adviseur om advies, als wij denken dat dit nodig is voor het doen van een zorgvuldig onderzoek rond een melding, aanvraag of heronderzoek; 2. Deze adviseur heeft: Sociaal-medische kennis op het niveau van een arts; Ergonomische kennis; Bouwkundige/technische kennis; Gedragswetenschappelijke kennis. 3. Wij dragen zorg voor het voorkomen van een rolvermenging bij advisering, gemandateerde besluitvorming en levering van maatwerkvoorzieningen. 2.4.8
Wmo 2015 1. Wij vragen een aangewezen adviseur met de benodigde kennis om advies, als wij denken dat dit nodig is voor het doen van een zorgvuldig onderzoek rond een melding, aanvraag of heronderzoek. 2. Wij dragen zorg voor het voorkomen van een rolvermenging bij advisering, gemandateerde besluitvorming en levering van maatwerkvoorzieningen.
2.4.9 Eigen kracht
Eigen kracht Jeugdwet
1. Jeugdigen of ouders komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag
Jeugdwet 1. Jeugdigen of ouders komen alleen in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen
binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (problemen herkennen en een plan maken om die op te lossen) (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: • gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders • bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar zijn en de noodzakelijke hulp kunnen bieden, dit niet zorgt voor (dreigende) overbelasting en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan • de ondersteuning vanuit het sociale netwerk • het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten 2. Gebruikelijke hulp is hulp die mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de minderjarige jeugdigen in/van hun gezin te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Als 1 van de ouders dat niet kan bieden neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Ook als ouders gescheiden zijn. Wij houden dan rekening met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3.
Om vast te stellen of er sprake is van gebruikelijke hulp beoordelen wij of de benodigde hulp verder gaat dan de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Wij houden hierbij rekening met: a. de leeftijd van de jeugdige b. hoeveel zorg een jeugdige van die leeftijd nodig heeft bij activiteiten en handelingen, hoeveel toezicht en hoeveel begeleiding/stimulans
hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder verstaan we in ieder geval: • gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders • bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar zijn en de noodzakelijke hulp kunnen bieden, dit niet zorgt voor (dreigende) overbelasting en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan • de ondersteuning vanuit het sociale netwerk • het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten 2. Gebruikelijke hulp is hulp die mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de minderjarige jeugdigen in/van hun gezin te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Als 1 van de ouders dat niet kan bieden neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Ook als ouders gescheiden zijn. Wij houden dan rekening met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3. Om vast te stellen of er sprake is van gebruikelijke hulp beoordelen wij of de benodigde hulp verder gaat dan de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Wij houden hierbij rekening met: a.
de leeftijd van de jeugdige; b. hoeveel zorg een jeugdige van die leeftijd nodig heeft bij activiteiten en handelingen en hoeveel toezicht en hoeveel begeleiding/stimulans; c. de soort en de duur van de hulp en hoe intensief de ondersteuning van de jeugdige moet zijn; d. kan de hulp goed gepland worden;
c. de soort en de duur van de hulp en hoe intensief de ondersteuning van de jeugdige moet zijn d. kan de hulp goed gepland worden e. de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige| 4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekken wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 5. Gaat het om hulp die verder gaat dan de gebruikelijke hulp, dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Wij beoordelen dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat geschreven. Wij kijken dan naar kortdurende en langdurende situaties: - Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids-)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om langdurige situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.
Wij verwachten van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, behalve als dit rekening houdend met de soort hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 6. Bij de beoordeling in langdurige situaties houden wij rekening met de volgende onderdelen:
e. de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige. 4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekken wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 5. Gaat het om hulp die verder gaat dan de gebruikelijke hulp, dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Wij beoordelen dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat geschreven. Wij kijken dan naar kortdurende en langdurende situaties: - Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids-)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om langdurige situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. 6.
Wij verwachten van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, behalve als dit rekening houdend met de soort hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 7. Bij de beoordeling in langdurige situaties houden wij rekening met de volgende onderdelen: a. de soort en de duur van de hulp en hoe intensief de ondersteuning van de jeugdige moet zijn b. of de inzet van de hulp goed te plannen is
a. de soort en de duur van de hulp en hoe intensief de ondersteuning van de jeugdige moet zijn b. of de inzet van de hulp goed te plannen is c. het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders d. de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige e. vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond) f. of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden g. welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen h. het belang van ouders om te kunnen werken en zo geld te verdienen en het eventueel ontstaan van financiële problemen i. de woonsituatie j. de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet) k. is er een sociaal netwerk en zo ja, kan het sociaal netwerk de ouders of de jeugdige helpen l. overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht 7. Als bovengenoemde onderdelen niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
c. het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders d. de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige e. vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond) f. of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden g. welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen h. het belang van ouders om te kunnen werken en zo geld te verdienen en het eventueel ontstaan van financiële problemen i. de woonsituatie j. de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet) k. is er een sociaal netwerk en zo ja, kan het sociaal netwerk de ouders of de jeugdige helpen l. overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht 8. Als bovengenoemde onderdelen niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders verwachten we dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
9. Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende: - Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige. - Als de overbelasting komt door bijvoorbeeld spanningen door het 8. Bij (dreigende) overbelasting geldt nog werk (bijvoorbeeld door te veel uren het volgende: werken of stress) of door andere - Er moet een verband zijn tussen de oorzaken die niet ontstaan door de overbelasting en de zorg aan de zorg van de jeugdige, moet de ouder jeugdige. eerst een oplossing zoeken in de - Als de overbelasting komt door oorzaak van die spanningen. bijvoorbeeld spanningen door het - Bij een aanvraag voor een individuele werk (bijvoorbeeld door te veel uren voorziening tot jeugdhulp bekijken wij
-
-
-
werken of stress) of door andere oorzaken die niet ontstaan door de zorg van de jeugdige, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijken wij wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht. Het verlenen van hulp aan het kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. Een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt gestopt als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen.
-
-
wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht. Het verlenen van hulp aan het kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. Een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt gestopt als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen.
10. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 11. Het college kan van de ouder(s) 9. Als ouders een beroep kunnen doen op verwachten het belang van hun kind voor het sociale netwerk voor het bieden het belang van hun (werk)carrière te van ondersteuning bij de benodigde stellen, mits dit geen financiële problemen hulp aan de jeugdige wordt van hen oplevert. verwacht dat ze hier gebruik van 12. Als de jeugdige en/of de ouders een maken. De ondersteuning die het aanvullende zorgverzekering sociale netwerk biedt, valt onder de heeft/hebben die de benodigde hulp eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor (deels) vergoedt, wordt van ouders geen individuele voorziening tot verwacht dat zij deze aanspreken. Wij jeugdhulp. verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het Als de jeugdige en/of de ouders een gedeelte dat niet wordt vergoed. aanvullende zorgverzekering heeft/hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken.
Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. 2.5 Besluit 2.5.1 Inhoud van het besluit 2.5.1 Inhoud van het besluit Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb, Wgs Awb 1. Wij stellen u per brief op de hoogte van ons besluit. Deze brief is een beschikking. 2.5
Besluit
1.
2.
3.
4.
5.
Wij stellen u per brief op de hoogte van ons besluit. Hierin staat of we u wel of geen hulp geven. Als we wel hulp geven, staat in het besluit ook in welke vorm we de hulp geven: a. hulp in natura; b. pgb; c. geld. Geven we hulp in natura, dan staat in het besluit in ieder geval: a. wat de hulp inhoudt en waarvoor u de hulp krijgt; b. wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt; c. wie de hulp geeft en hoe de hulpverlener de hulp geeft; d. welke voorwaarden en verplichtingen gelden; e. motivatie van het besluit, en f. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. Geven we hulp in de vorm van een pgb, dan staat in het besluit in ieder geval: a. waarvoor u het pgb krijgt; b. hoe hoog het pgb is; c. wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt; d. hoe u de besteding van het pgb moet verantwoorden; e. welke voorwaarden en verplichtingen gelden; f. motivatie van het besluit, en g. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. Geven we hulp in de vorm van geld, dan staat in het besluit in ieder geval: a. voor welk doel we het geld geven; b. hoeveel geld u krijgt; c. wanneer we het geld betalen; d. hoe vaak we het geld betalen; e. welke voorwaarden en verplichtingen gelden; f. motivatie van het besluit, en g. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. Geven we geen hulp, dan staat in het besluit in ieder geval: a. motivatie waarom we geen ondersteuning geven, en b.
hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit.
Wij nemen een beslissing op basis van de feiten en omstandigheden die volgen uit het onderzoek naar de hulpvraag. Als we hulp geven, staat in het besluit ook in welke vorm we de hulp geven: a. hulp in natura; b. pgb; c. geld. 2. Geven we hulp in natura, dan staat in het besluit in ieder geval: a. wat de hulp inhoudt en hoeveel en waarvoor u de hulp krijgt; b. wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt; c. wie de hulp geeft en hoe de hulpverlener de hulp geeft; d. wat de gestelde doelen zijn; e. welke voorwaarden en verplichtingen gelden; f. indien van toepassing de termijn van drie maanden waarbinnen u zich bij de aanbieder moet hebben gemeld; g. waarom we tot dit besluit komen, en h. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. 3. Geven we hulp in de vorm van een pgb, dan staat in het besluit in ieder geval: a. voor welk doel u een pgb krijgt; b. hoe hoog het pgb is; c. wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt; d. hoe u de besteding van het pgb moet verantwoorden; e. welke voorwaarden en verplichtingen gelden; f. welke kwaliteitseisen gelden; g. indien van toepassing de termijn van drie maanden waarbinnen u het pgb moet besteden; h. motivatie van het besluit, en i. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. 4. Geven we hulp in de vorm van geld, dan staat in het besluit in ieder geval: a. voor welk doel we het geld geven; b. hoeveel geld u krijgt; c.
wanneer we het geld betalen; d. hoe vaak we het geld betalen; e. welke voorwaarden en verplichtingen gelden; f. motivatie van het besluit, en g. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit.
5. Geven we geen hulp, dan staat in het besluit in ieder geval: a. motivatie waarom we geen ondersteuning geven, en b. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. 6. Wij kunnen tussentijds onderzoeken of er aanleiding is om het besluit te heroverwegen. 2.5.2 Verval van recht Jeugdwet, Wmo 2015 Het recht op ondersteuning vervalt als u niet binnen drie maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp. Dit geldt niet als u kunt aantonen dat u een dringende reden heeft waardoor u niet binnen de termijn van drie maanden gebruik kunt maken van de hulp.
2.5.2 Verval van recht Jeugdwet, Wmo 2015 Het recht op ondersteuning vervalt als u zich niet binnen drie maanden na het besluit heeft gemeld bij de zorgaanbieder of het pgb niet binnen 3 maanden besteedt aan het doel waarvoor het pgb is verstrekt. Dit geldt niet als u kunt aantonen dat u een dringende reden heeft waardoor u niet binnen de termijn van drie maanden gebruik kunt maken van de hulp.
2.5.3 Terugwerkende kracht
2.5.3 Terugwerkende kracht
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ 1. 2.
We kennen een aanvraag niet met terugwerkende kracht toe. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing als de wet of deze verordening het wel mogelijk maakt.
Jeugdwet, Wmo 2015 1. 2.
We kennen een aanvraag niet met terugwerkende kracht toe. Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing als de wet of deze verordening het wel mogelijk maakt.
2.5.4 Spoedeisende gevallen 2.5.4 Spoedeisende gevallen Jeugdwet, Wmo 2015, PW, Wgs Jeugdwet, Wmo 2015, PW In spoedeisende gevallen zorgt de 1. In spoedeisende gevallen zorgen wij gemeente ervoor dat u hulp krijgt die nodig ervoor dat u, in afwijking van de is, zonder dat de normale procedure wordt hierboven geschreven procedure, de gevolgd. hulp krijgt die u nodig heeft. 2. Wij nemen de beslissing over de inzet van hulp, zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp. We leggen dit vast in een beschikking.
Hoofdstuk 3 Participeren en inkomen Dit hoofdstuk gaat over participatie, tegenprestatie en minimaregelingen. Wij vinden het belangrijk inwoners die geen werk hebben te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit
Hoofdstuk 3 Participeren en inkomen Dit hoofdstuk gaat over (maatschappelijke)participatie en minimaregelingen. Wij vinden het belangrijk inwoners die geen werk hebben te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen
geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt.
helpen en wat wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt.
3.1 Participatie – voor wie
3.1 Participatie – voor wie
1.
2.
PW, IOAW,IOAZ
PW, IOAW,IOAZ
U bent in de eerste plaats zelf, met de hulp van de mensen om u heen of met de hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, verantwoordelijk om werk te vinden. Als u dat niet lukt, kunnen wij u helpen. Daarbij gebruiken wij de voorzieningen genoemd in dit hoofdstuk. Wij kunnen u een voorziening aanbieden als: a. u een uitkering van ons ontvangt; b. u geen uitkering van ons ontvangt en geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers; c. u jonger bent dan 27 jaar, geen werk heeft en geen havo-, vwoof mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger heeft.
1. U bent in de eerste plaats zelf, met de hulp van de mensen om u heen of met de hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, verantwoordelijk om werk te vinden. 2. Als u dat niet lukt, kunnen wij u helpen. Daarbij gebruiken wij de voorzieningen genoemd in dit hoofdstuk. Wij kunnen u een voorziening aanbieden als: a. u een uitkering van ons ontvangt; b. u geen uitkering van ons ontvangt en geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers; c. u jonger bent dan 27 jaar.
3.3 Voorzieningen 1. 2. 3. 4.
5. 6. 7.
3.3 Voorzieningen PW, IOAW,IOAZ
PW, IOAW,IOAZ
Wij kijken welke hulp u nodig heeft. Wij beoordelen welke voorziening passend is voor u. Wij bepalen welke voorziening we inzetten en voor hoe lang. Wij kijken naar uw omstandigheden, uw mogelijkheden en eventuele beperkingen, zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. Wij stemmen de hulp aan u af gelet op uw positie op de arbeidsmarkt. Het doel van de voorziening is het vinden of behouden van passend werk. Wij kunnen in ieder geval de volgende voorzieningen inzetten: • participatieplaats • beschut werk • proefplaatsing • werkervaringsplaats/stage • detacheringsbaan
1. Wij kijken welke hulp u nodig heeft. 2. Wij beoordelen welke voorziening passend is voor u. 3. Wij bepalen welke voorziening we inzetten en voor hoe lang. 4. Wij kijken naar uw omstandigheden, uw mogelijkheden en eventuele beperkingen, zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. 5. Wij stemmen de hulp aan u af gelet op uw positie op de arbeidsmarkt. 6. Het doel van de voorziening is het vinden of behouden van passend werk. 7. Wij kunnen in ieder geval de volgende voorzieningen inzetten: • participatieplaats • beschut werk • proefplaatsing • werkervaringsplaats/stage • detacheringsbaan • basisbaan • maatschappelijke participatie
basisbaan sociale activering vrijwilligerswerk diagnostische instrumenten werkgeverssubsidie loonkostensubsidie scholing, cursussen, trainingen begeleiding, ondersteuning jobcoaching jobhunting, bemiddeling nazorg kinderopvang andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk In een plan van aanpak leggen wij vast welke hulp u krijgt en welke afspraken wij met u maken. We kunnen nadere regels vaststellen ter uitwerking van dit artikel.
vrijwilligerswerk diagnostische instrumenten werkgeverssubsidie loonkostensubsidie scholing, cursussen, trainingen begeleiding, ondersteuning jobcoaching jobhunting, bemiddeling nazorg kinderopvang andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk 8. In een plan van aanpak leggen wij vast welke hulp u krijgt en welke afspraken wij met u maken. 9. Het college kan nadere regels vaststellen ter uitwerking van dit artikel.
• • • • • • • • • • • • •
8. 9.
1. 3.3.7 Sociale activering 1.
2.
• • • • • • • • • • •
3.3.7 Maatschappelijke participatie PW, IOAW,IOAZ PW, IOAW,IOAZ
Wij kunnen u, als u nog niet toe bent aan werken, activiteiten aanbieden die u dichter bij betaald werk brengen. Het doel is u te helpen moeilijkheden op weg naar werk of in uw dagelijks leven te overwinnen.
1.
2. 3.
4.
5.
Wij kunnen u, als u (nog) niet toe bent aan werken, activiteiten aanbieden die het mogelijk maken deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Het doel is u te helpen moeilijkheden om mee te doen of moeilijkheden in uw dagelijks leven te overwinnen. U kunt zelf een voorstel doen voor de wijze waarop u de maatschappelijke participatie invult. Als dit nodig is, kunnen wij u hulp en ondersteuning bieden. We zetten alle mogelijke middelen in die binnen het bereik van de gemeente liggen en meedoen vereenvoudigen. De vraag die u heeft moet er toe bijdragen dat u mee kunt doen. De voorziening moet bijdragen aan het verbeteren van uw situatie.
3.3.19 Persoonlijke ondersteuning bij werk PW, IOAW,IOAZ
3.3.19 Persoonlijke ondersteuning bij werk PW, IOAW,IOAZ
1.
1. Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkt in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij wij de uitvoering van de jobcoaching hebben ingekocht.
Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkt in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij
2.
3.
wij de uitvoering van de jobcoaching hebben ingekocht. Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. De in lid 1 en 2 genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leerwerktraject. •
2. Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in lid 1 en 2 genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leerwerktraject. 4. Voor de hoogte van de subsidie, genoemd in lid 2 kan het college nadere regels vaststellen.
3.3.25 Specifieke voorwaarden 3.3.25 Specifieke voorwaarden toekenning toekenning vervoersvoorziening vervoersvoorziening PW, IOAW,IOAZ PW, IOAW,IOAZ 1.
2.
Wij kunnen een vervoersvoorziening toekennen als u tot de doelgroep behoort. De vervoersvoorziening moet noodzakelijk zijn om naar uw werkplek, proefplaats of opleidingslocatie te reizen. Deze vervoersvoorziening kunnen we zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld verstrekken. Wij bieden een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. u kan door uw beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.
3.
4.
De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat u werkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. Wij brengen een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.
1. Wij kunnen een vervoersvoorziening toekennen als u tot de doelgroep, genoemd in artikel 3.1 behoort. De vervoersvoorziening moet noodzakelijk zijn om naar uw werkplek, proefplaats of opleidingslocatie te reizen. Deze vervoersvoorziening kunnen we zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld verstrekken. 2. Wij bieden een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. u kan door uw beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat u werkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Wij brengen een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. 5. Voor de hoogte van de vergoeding, genoemd in lid 3 kan het college nadere regels vaststellen.
3.3.27 Specifieke voorwaarden 3.3.27 Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen meeneembare hulpmiddelen PW, IOAW,IOAZ PW, IOAW,IOAZ 1.
2.
3.4 1.
2. 3.
4.
5. 6. 7. 8. 9.
10.
Wij kunnen een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. De meeneembare voorziening wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kunnen wij besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. Tegenprestatie Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen als u een uitkering ontvangt en wij dit een passende manier vinden om iets terug te doen voor de samenleving. De tegenprestatie moet nuttig zijn voor de samenleving en is onbetaald. Het doel van de tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen op werk. Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke omstandigheden, zoals gezinssituatie, duur van de werkloosheid en eventuele beperkingen. U hoeft geen tegenprestatie te leveren als dit niet is te combineren met vrijwilligerswerk of mantelzorg. De tegenprestatie duurt zolang u nog geen re-integratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden. De tegenprestatie mag het vinden van werk niet in de weg zitten. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie. U mag zelf een voorstel doen hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel. U kunt de tegenprestatie invullen door: a. het doen van vrijwilligerswerk; b.
het leveren van mantelzorg;
1. Wij kunnen een meeneembaar hulpmiddel toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Het meeneembare hulpmiddel wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kunnen wij besluiten het hulpmiddel in eigendom te verstrekken. 3.4 Schuldhulpverlening Wgs Wij willen u graag helpen als u schulden heeft. U kunt om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor uw schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de we toepassen als u om hulp vraagt.
11.
c. overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden; d. door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen. Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen we deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie. 3.4.1
Samenwerking, instrumenten en toegang Wgs
1. Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt. Wij nemen contact met u op als wij signalen van betalingsachterstanden ontvangen. 2. Wij zorgen ervoor dat u op een eenvoudige manier om hulp kan vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden. 3. We zetten instrumenten in om te zorgen dat u zo snel en zo goed mogelijk geholpen wordt zelf uw financiën te beheren. 4. Wij informeren over de hulp die we kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is. 5. Wij sluiten niemand uit van hulp. Tenzij iemand geen geldige verblijfstitel heeft, en geen verlengingsprocedure heeft lopen of geen inwoner is van de gemeente Terneuzen. 6. Voor de verdere uitwerking van dit artikel kunnen we beleidsregels vaststellen. 3.5.1
3.5.1 Bijzondere bijstand PW 1.
U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere aanwezige middelen.
Bijzondere bijstand PW, IOAW, IOAZ
1.
U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere aanwezige middelen.
2.
3.
3.5.3 1.
2. 3. 4.
Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand. In afwijking van lid 2 van dit artikel geldt voor de kosten van bewindvoering, mentor, curatele en rechtsbijstand een inkomensgrens van 100 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.
2.
Individuele inkomenstoeslag
3.5.3 Individuele inkomenstoeslag
3.
4.
Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand. In afwijking van lid 2 van dit artikel geldt voor de kosten van bewindvoering, mentor, curatele en rechtsbijstand een inkomensgrens van 100 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. Voor de uitvoering van de bijzondere bijstand kan het college nadere regels vaststellen.
PW
PW
U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. U heeft geen zicht op inkomensverbetering. U heeft niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 505 als u alleenstaand bent; b. € 655 als u alleenstaande ouder bent; c. € 730 als u gehuwd bent.
1. U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in de 36 maanden voor de aanvraagdatum had u een inkomen dat niet hoger is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. 2. U heeft geen uitzicht op inkomensverbetering hoger dan het niveau van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3. U heeft in de afgelopen 36 maanden niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen. 4. Gehuwden en samenwonenden moeten beiden aan de voorwaarden voldoen. 5. De individuele inkomenstoeslag is per 12 maanden: a. € 505 als u alleenstaand bent; b. € 655 als u alleenstaande ouder bent; c. € 730 als u gehuwd bent.
3.5.4 Kinderopvang met sociaal medische indicatie Met een Sociaal Medische Indicatie (hierna: SMI) kunnen we u tijdelijk ontlasten door een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang te bieden. Een SMI is een vangnetregeling waarmee u tijdelijk wordt ontzorgd.
Gemeentewet 1. U kunt zich melden voor een aanvraag bij de gemeente, het gezinsteam van de
3.5.4 Kinderopvang met sociaal medische indicatie Met een Sociaal Medische Indicatie (hierna: SMI) kunnen we u tijdelijk ontlasten door een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang te bieden. Een SMI is een vangnetregeling waarmee u tijdelijk wordt ontzorgd.
Gemeentewet 1. U kunt zich melden voor een aanvraag bij de gemeente, het gezinsteam van de
2.
3. 4.
5. 6.
uitvoeringsorganisatie van de gemeente of de jeugdverpleegkundige. U kunt in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor kinderopvang als: a. u een aantoonbare lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperking heeft; b. u in de gemeente Terneuzen woont; c. uw kind naar een geregistreerde opvang of gastouder gaat; d. uw kind 12 jaar is of jonger en het basisonderwijs of het speciaal onderwijs nog niet heeft verlaten; e. u geen recht heeft op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst; f. u onvoldoende mogelijkheden heeft binnen uw gezin of sociale netwerk om uw kind(eren) op te vangen; g. het noodzakelijk is dat uw kind naar de opvang gaat. Het doel is u tijdelijk te ontlasten en/of uw kinderen te ondersteunen. Wij kunnen een financiële tegemoetkoming weigeren als: a. u niet voldoet aan de vereisten van lid 1 van dit artikel; b. u niet bereid bent om hulpverlening te accepteren of hieraan mee te werken; c. u niet bereid bent mee te werken aan het opstellen van een gezinsplan; d. er een voorliggende voorziening aanwezig is; e. u niet voldoet aan de verplichtingen vastgelegd in artikel 7.1 van deze verordening; Wij beslissen over het aantal dagdelen waarvoor de financiële tegemoetkoming nodig is. U doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk en zo kort mogelijk te laten zijn.
2.
3. 4.
5. 6.
uitvoeringsorganisatie van de gemeente of de jeugdverpleegkundige. U kunt in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor kinderopvang als: a. u een aantoonbare lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperking heeft (we kunnen dit laten vaststellen door een onafhankelijk adviseur); b. u in de gemeente Terneuzen woont; c. uw kind naar een geregistreerde opvang of gastouder gaat; d. uw kind 12 jaar is of jonger en het basisonderwijs of het speciaal onderwijs nog niet heeft verlaten; e. u geen recht heeft op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst; f. u onvoldoende mogelijkheden heeft binnen uw gezin of sociale netwerk om uw kind(eren) op te vangen; g. u geen gebruik kunt maken van voorliggende voorzieningen, of deze voorzieningen zijn niet voldoende h. het noodzakelijk is dat uw kind naar de opvang gaat. Het doel is u tijdelijk te ontlasten en/of uw kinderen te ondersteunen. Wij kunnen een financiële tegemoetkoming weigeren als: a. u niet voldoet aan de vereisten van lid 2 van dit artikel; b. u niet bereid bent om hulpverlening te accepteren of hieraan mee te werken; c. u niet bereid bent mee te werken aan het opstellen van een gezinsplan; d. er een voorliggende voorziening aanwezig is; e.
u niet voldoet aan de verplichtingen vastgelegd in artikel 7.1 van deze verordening; Wij beslissen over het aantal dagdelen waarvoor de financiële tegemoetkoming nodig is. U doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk en zo kort mogelijk te laten zijn.
7.
8. 9.
10.
11.
De opvang duurt maximaal zes maanden. Wij kunnen de opvangperiode als het nodig is eenmaal verlengen met maximaal zes maanden. U moet voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7.1 van deze verordening en u moet naar ons oordeel voldoende hebben gezocht naar een oplossing door middel van inzet van de eigen kracht. Wij betalen de financiële tegemoetkoming uit aan de kinderopvangorganisatie. Indien uw inkomen hoger is dan 120 procent van de bijstandsnorm, betaalt u een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Voor de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming en voor de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, wordt aangesloten bij het model dat de Belastingdienst hanteert voor het berekenen van de eigen bijdrage bij de kinderopvangtoeslag. De bepalingen van de artikel 7.4.1 en 7.4.2 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.
7.
8. 9.
10.
11.
De opvang duurt maximaal zes maanden. Wij kunnen de opvangperiode als het nodig is eenmaal verlengen met maximaal zes maanden, na deze verlenging stopt de SMI. Om in aanmerking te komen voor een verlenging van de SMI voldoet u aan de volgende voorwaarden: a. U moet voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7.1 van deze verordening. b. U moet naar ons oordeel voldoende hebben gezocht naar een oplossing door middel van inzet van de eigen kracht en uw eigen netwerk. c. De verlenging moet opnieuw aantoonbaar noodzakelijk zijn, onderbouwd door een nieuw, onafhankelijk advies. d. U bent verplicht alle relevante informatie aan ons aan te leveren. e. De aanvraag voor de verlenging moet uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de huidige indicatie. f. U levert een nieuwe inkomensverklaring af. Indien het inkomen is stellen we de eigen bijdrage opnieuw vast. Wij betalen de financiële tegemoetkoming uit aan de kinderopvangorganisatie. Indien uw inkomen hoger is dan 120 procent van de bijstandsnorm, betaalt u een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Voor de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming en voor de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, wordt aangesloten bij het model dat de Belastingdienst hanteert voor het berekenen van de eigen bijdrage bij de kinderopvangtoeslag. We beëindigen de tegemoetkoming:
a. bij verhuizing buiten de gemeente; b. bij het vervallen van de sociaalmedische indicatie; c. bij het niet nakomen van verplichtingen zoals het aanleveren van informatie of het niet gebruiken van toegekende opvang; d. bij beschikbaarheid van een passende voorliggende voorziening. 12. U bent verplicht: a. alle relevante wijzigingen aan ons te melden; b. mee te werken aan evaluatie en heronderzoeken; c. de inzet van de opvang zo beperkt mogelijk te houden. 13. De bepalingen van de artikel 7.4.1 en 7.4.2 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing. 3.5.5
3.5.5 Meedoenbudget
Meedoenbudget
Gemeentewet
Gemeentewet 1. Het meedoenbudget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. 2. U kunt in aanmerking komen voor het meedoenbudget als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. 3. U heeft niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen. 4. Het meedoenbudget bedraagt € 165,00 per persoon per kalenderjaar. 5. Wij betalen het meedoenbudget in één keer aan u uit.
1.
2.
3. 4. 5.
Het meedoenbudget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. U kunt in aanmerking komen voor het meedoenbudget als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. U heeft niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen. Het meedoenbudget bedraagt € 165,00 per persoon per 12 maanden. Wij betalen het meedoenbudget één keer per 12 maanden in één keer aan u uit.
3.5.7 Zwemabonnementen zomerperiode Zwemabonnementen Gemeentewet zomerperiode 1. Het zwemabonnement is bedoeld om Gemeentewet inwoners met een laag inkomen in de 1. Het zwemabonnement is bedoeld om zomermaanden gratis gebruik te laten inwoners met een laag inkomen in de maken van de buitenzwembaden van zomermaanden gratis gebruik te de gemeente Terneuzen. laten maken van de 2. U en of uw gezinsleden kunnen in buitenzwembaden van de gemeente aanmerking komen voor het Terneuzen. zwemabonnement als u een inkomen 2. U kunt in aanmerking komen voor het heeft dat lager is dan 120 procent van zwemabonnement als u een inkomen heeft de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. 3.5.7
3.5.9
Minima reisproduct
1. Het minima reisproduct is bedoeld om inwoners met een laag inkomen gratis te laten reizen met het openbaar busvervoer. 2. U en of uw gezinsleden kunnen in aanmerking komen voor het minima reisproduct als u een inkomen heeft dat lager is dan 120% van de voor u toepasselijke bijstandsnorm. 3. Voor de uitwerking van dit artikel kan het college nadere regels vaststellen. Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien Wij willen dat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van kinderen en jongeren zelf, hun ouders en hun (sociale) netwerk. Het kan zijn dat u hierbij ondersteuning nodig heeft. Dan kunt u terecht bij de gemeente.
Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien Wij willen dat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van kinderen en jongeren zelf, hun ouders en hun (sociale) netwerk. Het kan zijn dat u hierbij ondersteuning nodig heeft. Dan kunt u terecht bij de gemeente.
Met kinderen en jongeren bedoelen wij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Maar ook jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 jaar oud waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Dit zijn de jeugdigen, zoals staat beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Met kinderen en jongeren bedoelen wij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Maar ook jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 jaar oud waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben, en deze hulp niet onder een andere wet valt. Dit zijn de jeugdigen, zoals staat beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
In dit hoofdstuk leest u wat uw eigen verantwoordelijkheden zijn en wat de rol van de gemeente is. Ook vindt u hier informatie over voorzieningen.
In dit hoofdstuk leest u wat uw eigen verantwoordelijkheden zijn en wat de rol van de gemeente is. Ook vindt u hier informatie over voorzieningen.
4.2 Individuele voorziening
4.2 Individuele voorziening Jeugdwet
1.
Wij kunnen u een individuele voorziening aanbieden waarbij we goed kijken welke ondersteuning op uw vraag aansluit. Wij kunnen de volgende vormen van hulp bieden: a. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van advies en cursussen; b. een plek in een pleeggezin of verblijf in een instelling. Pleegzorg heeft hierbij de voorkeur; c. specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling;
Jeugdwet 1.
Wij kunnen u een individuele voorziening aanbieden waarbij we goed kijken welke ondersteuning op uw vraag aansluit. Wij kunnen de volgende vormen van hulp bieden: a. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van advies en cursussen; b. een plek in een pleeggezin of verblijf in een instelling. Pleegzorg heeft hierbij de voorkeur; c. specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling;
d. persoonlijke verzorging; e. vervoer naar en van de plaats waar u jeugdhulp krijgt. 2. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. U hebt hiervoor een besluit nodig van de gemeente. Of u hebt een verwijzing nodig van een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts.
d. e.
2.
3.
4.
persoonlijke verzorging; vervoer naar en van de plaats waar u jeugdhulp krijgt. Bij vervoer is het uitgangspunt dat de jeugdige en/of ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer van en naar de jeugdhulp. Twee keer per week brengen en halen, voor een periode van minimaal drie maanden, zien we als iets wat ouders zelf kunnen regelen. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. U hebt hiervoor een besluit nodig van de gemeente. Of u hebt een verwijzing nodig van een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts. Het college kan in nadere regels vaststellen welke individuele voorzieningen beschikbaar zijn en toelichten wat deze inhouden.
4.3
Overgang van 18- naar 18+ 4.3 Jeugdwet, Wmo 2015
Overgang van 18- naar 18+ Jeugdwet, Wmo 2015
1.
Wij kunnen u ook nog ondersteunen als u (jeugd)hulp nodig hebt als u 18 jaar wordt. Wij kunnen samen met u zorgen voor een toekomstplan op alle belangrijke leefgebieden. In uw toekomstplan kunnen we in ieder geval aandacht besteden aan de volgende onderwerpen: a. wonen; b. inkomen; c. zorg en ondersteuning; d. scholing, werk of participatie; e. vrije tijd; f. uw sociale omgeving/sociale netwerk. Als het nodig is verlengen we uw ondersteuning. Dit kan maximaal tot de dag dat u 23 jaar wordt. Deze verlenging is onderdeel van uw toekomstplan. Pleegzorg kunnen we inzetten tot de dag dat u 21 jaar wordt. Verlengde jeugdhulp in de vorm van pleegzorg blijft mogelijk vanaf 21 jaar totdat u 23 jaar wordt. Verblijf in een gezinshuis kunnen we inzetten tot de dag dat u 21 jaar wordt. Dit geldt tenzij: a. u dat zelf niet wil; b. en/of de gezinshuisouder(s) niet instemmen; c. en/of voor alle partijen (inclusief uzelf) duidelijk is dat u andere passende hulp nodig heeft, en die hulp ook beschikbaar is; d. en/of u voldoet aan de criteria van de Wet langdurige zorg. We streven naar een soepele overgang van Jeugdwet naar ondersteuning vanuit andere wetten. Dit noemen we een warme overdracht. Dit kan bijvoorbeeld de Wmo 2015, Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet zijn.
Als een jeugdige gebruik maakt van een individuele voorziening en bijna 18 jaar wordt, bespreekt de zorgaanbieder samen met de jeugdige de veranderingen vanaf 18 jaar en of en welke ondersteuning dan nog nodig is. De zorgaanbieder legt dit vast in een toekomstplan, waarin staat: a. welke hulp of ondersteuning nodig is vanaf 18 jaar; b. hoe en vanuit welke wet (Wmo, Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet of verlengde Jeugdwet) de hulp vanaf 18 jaar wordt ingezet. Ook als een jeugdige geen gebruik maakt van een individuele voorziening kunnen we ondersteunen bij het maken van een toekomstplan op alle belangrijke leefgebieden: a. wonen; b. inkomen; c. zorg en ondersteuning; d. scholing, werk of participatie; e. vrije tijd; f. uw sociale omgeving/sociale netwerk. Pleegzorg en verblijf in een gezinshuis voor jeugdigen loopt standaard door tot 21 jaar: i. als het verblijf is gestart vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar; ii. als het verblijf is gestopt vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, maar binnen een half jaar na beëindiging weer wordt opgestart. Lid 3 geldt tenzij: a. u dat zelf niet wilt; b. en/of de pleegouders/gezinshuisouder(s) niet instemmen; c. en/of voor alle partijen (inclusief uzelf) duidelijk is dat u andere passende hulp nodig heeft, en die hulp ook beschikbaar is; d. en/of u voldoet aan de criteria van de Wet langdurige zorg.
2.
3.
4.
5.
1.
2.
3.
4.
5. 6.
Verlengde jeugdhulp in de vorm van pleegzorg blijft mogelijk vanaf 21 jaar totdat u 23 jaar wordt. We streven naar een soepele overgang van Jeugdwet naar ondersteuning vanuit andere wetten. Dit noemen we een warme overdracht. Dit kan bijvoorbeeld de Wmo 2015, Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet zijn.
4.4 Afstemming met andere vormen 4.4 Afstemming met andere vormen van hulp van hulp Jeugdwet Jeugdwet 1.
2.
Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning die u krijgt, aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Om dat te bereiken, maken we afspraken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over: a. procedures die gelden bij doorverwijzing naar ondersteuning; b. communicatie met andere organisaties en de gemeente; c. afbakening van taken en verantwoordelijkheden; d. aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en individuele voorzieningen. Wij zorgen voor afstemming binnen de verschillende samenwerkingstrajecten. Hierbij houden we rekening met de privacywetgeving. Het gaat dan om afstemming met: • de gezondheidszorg, zoals huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en zorgverzekeraars; • justitie en gecertificeerde instellingen, over kinderbescherming en jeugdreclassering; • Veilig Thuis; • maatschappelijke ondersteuning, over de continuïteit van ondersteuning als u 18 jaar wordt; • voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht en werk en inkomen.
1.
2.
3.
Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning die u krijgt, aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Om dat te bereiken, maken we afspraken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over: a. procedures die gelden bij doorverwijzing naar ondersteuning; b. communicatie met andere organisaties en de gemeente; c. afbakening van taken en verantwoordelijkheden; d. aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en individuele voorzieningen. Wij zorgen voor afstemming binnen de verschillende samenwerkingstrajecten. Hierbij houden we rekening met de privacywetgeving. Het gaat dan om afstemming met: • de gezondheidszorg, zoals huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en zorgverzekeraars/zorgkantoor; • justitie en gecertificeerde instellingen, over kinderbescherming en jeugdreclassering; • Veilig Thuis; • maatschappelijke ondersteuning, over de continuïteit van ondersteuning als u 18 jaar wordt; • voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht en werk en inkomen. Wij letten in de afstemming op de volgorde waarop we hulp inzetten, zodat de inzet het meest effect geeft. Soms kan de hulp gelijktijdig worden ingezet. We zetten in op passende ondersteuning die leidt tot de minste maatschappelijke kosten op lange termijn.
Hoofdstuk 5 Wonen en meedoen in de samenleving
Hoofdstuk 5 Wonen en meedoen in de samenleving
Soms hebt u hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in uw eigen leefomgeving te kunnen wonen. Wij hebben de taak om u te helpen als u niet in staat bent om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten. Bijvoorbeeld in uw woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. Wij moeten ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat u met een beperking zo lang mogelijk zelfredzaam bent. Wij kijken niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de ontwikkelingen richting de toekomst. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die wij aan u kunnen bieden. 5.1 Dagbesteding (groepsbegeleiding) Wmo 2015
Soms heeft u hulp nodig om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen in uw eigen omgeving. We helpen u als u zelf geen oplossing kunt vinden voor problemen. Bijvoorbeeld als u hulp nodig heeft in huis, bij dagelijkse dingen of aanpassingen in uw huis. We moeten zorgen dat inwoners met een beperking zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven wonen. Daarbij kijken we niet alleen naar wat nu nodig is, maar ook naar wat u in de toekomst nodig kunt hebben. In dit hoofdstuk leggen we uit welke hulp we kunnen bieden.
1.
2.
3.
4.
5.
Indien u, vanwege uw beperking, onvoldoende in staat bent om de dag goed in te vullen, kunt u een maatwerkvoorziening krijgen. Deze maatwerkvoorziening houdt in dat u mee kunt doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere begeleide groepsactiviteiten voor één of meer dagdelen per week. Dagbesteding kan ingezet worden als u (nog) niet kunt werken en geen gebruik kan maken van dagbesteding via andere organisaties. Het doel van de dagbesteding is structuur in de dag te brengen en het voorkomen van (crisis)opnamen. De begeleiding richt zich op: • een zinvolle, gestructureerde invulling van de dag; • voorkomen van vereenzaming; • het overnemen van toezicht; • ontlasten van de mantelzorger; • ondersteuning in uw dagelijks leven waar nodig.
5.2
Individuele begeleiding Wmo 2015
1.
U kunt in aanmerking komen voor individuele begeleiding als u de normale, dagelijkse activiteiten niet zelf kunt doen.
2.
Lid 1 is enkel van toepassing als: • dagbesteding voor u onvoldoende is, en • we geen andere voorzieningen kunnen inzetten die gericht zijn op begeleiding.
5.3
Zelfstandig en veilig wonen
5.3.1 1.
2. 3.
4.
5.
Geschikte woning Wmo 2015 Wij zorgen ervoor dat u een maatwerkvoorziening krijgt als het normale gebruik van uw woning door een beperking niet mogelijk is. U moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.4.1. De voorziening houdt in dat wij de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar laten maken. Soms kunnen wij uw woning niet of slechts tegen zeer hoge kosten aan laten passen. Dan verwachten wij van u dat u verhuist naar een geschikte(re) woning, als deze beschikbaar is. Uw huidige woning passen wij dan niet aan. Wij zorgen voor een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten als u verhuist naar een geschikte(re) woning. Een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten geven we één keer per tien jaar. De gemiddelde verhuisbeweging in Nederland (2020) op basis van het langjarige gemiddelde is dat iemand één keer per tien jaar verhuist. U moet dan wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.1 van deze verordening. We kunnen nadere regels vaststellen.
5.3.2 Een schone en leefbare woning Wmo 2015 1.
Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning kunt krijgen als u als gevolg van een beperking uw woning niet schoon en leefbaar kunt houden. U moet daarbij voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 1.2.1 Wmo 2015
2.
3.
4.
5.
en artikel 2.4.1 van deze verordening. Het doel van hulp in de huishouding is een schoon en leefbaar huis. Een schoon en leefbaar huis houdt in dat de woning opgeruimd en functioneel is. De woning moet schoon zijn volgens algemeen gebruikelijke hygiënische normen. Hiermee willen we een algemeen aanvaardbaar basisniveau voor een schoon en leefbaar huis bereiken. Zo moet iedereen in de leefeenheid gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapkamer, keuken, douche/toilet en gang. De ondersteuning houdt in dat de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer en de gang(en) tussen die ruimten voor zover nodig regelmatig schoongehouden worden. Daarbij hanteren wij een geobjectiveerd normenkader. De ondersteuning kan ook zijn: a. het aanbrengen van structuur in de huishouding; b. het doen van boodschappen; c. het zorgen voor eten en drinken; d. het wassen, drogen van kleding, bedden- en linnengoed. Als er in uw huishouden minderjarige kinderen zijn, dan kan de ondersteuning ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke zorg voor deze kinderen. Deze hulp geven wij alleen om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. We kunnen nadere regels vaststellen.
5.3.3 Beschermd wonen
5.1
Beschermd wonen
Wmo 2015
Wmo 2015
Als u een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen nodig heeft, gelden de regels die zijn vastgelegd in de ‘Integrale verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2024’. De gemeenteraad van Vlissingen heeft deze verordening vastgesteld op 14 december 2023. Dit gaat om inwoners met psychische of psychosociale problemen die problemen hebben met zelfstandig wonen. Doel van de maatwerkvoorziening is te voldoen aan de behoefte aan beschermd wonen. Maar ook om ervoor te zorgen dat u zo snel mogelijk weer op eigen kracht meedoet in de samenleving.
1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. 2. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de Wmo bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
5.4
Meedoen aan de samenleving
5.4.1 Verplaatsen in en om de woning Wmo 2015 1.