2025-11-27 - Bijlage 2 - Was-wordt tabel Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026
Tekst van het document
Was-wordt tabel Verordening sociaal domein Gemeente Terneuzen 2026 Was in 2025 Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025 Hoofdstuk 1 Inleiding Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024’. De aanleiding om deze verordening vast te stellen was het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025. De titel van dit beleidsplan is “Iedereen aan boord”. Samengevat zegt dit: “Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit”. In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten. De regels gaan over de volgende onderwerpen: • • • •
1.1
werken en participeren; uitkeringen; gezond en veilig opgroeien, en; wonen in een veilige en gezonde omgeving. Waarom deze regels?
In het Beleidsplan Sociaal Domein 20222025 staan de doelen die we voor ogen hebben binnen het Sociaal Domein. Wij willen dat alle inwoners van Terneuzen actief kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval: • •
• •
gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen; een zinvolle dagbesteding hebben (van betaald werk tot vrijwilligerswerk); een inkomen hebben; hun financiën op orde hebben en houden;
Wordt in 2026 Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026 Hoofdstuk 1 Inleiding Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025’. Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit”. In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten. De regels gaan over de volgende onderwerpen: • • • •
werken en participeren; uitkeringen; gezond en veilig opgroeien, en; wonen in een veilige en gezonde omgeving.
1.1 Waarom deze regels? Wij willen dat alle inwoners van Terneuzen actief kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval: • gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen; • een zinvolle dagbesteding hebben (van betaald werk tot vrijwilligerswerk); • een inkomen hebben; • hun financiën op orde hebben en houden; • een eigen huishouding kunnen voeren en voor zichzelf kunnen zorgen; • een geschikte en schone woonruimte hebben, waarin zij (zo lang mogelijk) zelfstandig en veilig wonen; en • maatschappelijk participeren. Het is onze taak om u daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om:
•
•
•
een eigen huishouding kunnen voeren en voor zichzelf kunnen zorgen; een geschikte en schone woonruimte hebben, waarin zij (zo lang mogelijk) zelfstandig en veilig wonen; en maatschappelijk participeren.
• • • •
•
Het is onze taak om u daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om: • • • •
•
• • •
de Participatiewet (PW); de Jeugdwet; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); de Inkomensvoorziening oudere arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); de Algemene wet bestuursrecht (Awb); het Burgerlijk Wetboek (BW); de Gemeentewet.
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat regelen we in deze verordening.
• • • •
de Participatiewet (PW); de Jeugdwet; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); de Inkomensvoorziening oudere arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); de Algemene wet bestuursrecht (Awb); de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); het Burgerlijk Wetboek (BW); de Gemeentewet.
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat regelen we in deze verordening. We voegden de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) toe aan deze Verordening Sociaal Domein. Wanneer het artikel van toepassing is op de Wgs pasten we dit bovenaan het artikel aan.
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding leest u eerst hoe en waar u hulp kunt vragen en hoe wij die hulpvraag oppakken. In hoofdstuk 2 leest u hoe en waar u hulp kunt vragen. En u leest hoe wij uw hulpvraag oppakken. Daarna leggen we in een aantal hoofdstukken uit wat de belangrijkste regels van de gemeentelijke taken zijn. De regels gaan over: • • •
de hulp van de gemeente om een stap naar werk te zetten en minimaregelingen (hoofdstuk 3), ondersteuning voor kinderen en jongeren bij het opgroeien (hoofdstuk 4), ondersteuning bij het wonen in uw eigen leefomgeving (hoofdstuk 5).
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding en de uitleg van de belangrijkste begrippen die we in deze verordening gebruiken leest u eerst hoe en waar u hulp kunt vragen en hoe wij die hulpvraag oppakken. In hoofdstuk 2 leest u hoe en waar u hulp kunt vragen. En u leest hoe wij uw hulpvraag oppakken. Daarna leggen we in een aantal hoofdstukken uit wat de belangrijkste regels van de gemeentelijke taken zijn. De regels gaan over: • • •
de hulp van de gemeente om een stap naar werk te zetten en minimaregelingen (hoofdstuk 3), ondersteuning voor kinderen en jongeren bij het opgroeien (hoofdstuk 4), ondersteuning bij het wonen in uw eigen leefomgeving (hoofdstuk 5).
In deze hoofdstukken leest u wanneer u hulp kunt krijgen, wat die hulp inhoudt en welke rechten en plichten u heeft. In de volgende hoofdstukken gaan de regels over:
In deze hoofdstukken leest u wanneer u hulp kunt krijgen, wat die hulp inhoudt en welke rechten en plichten u heeft. In de volgende hoofdstukken gaan de regels over:
•
•
• • • • •
de vorm die de hulp heeft (hoofdstuk 6), wat we van elkaar kunnen verwachten (hoofdstuk 7), hoe u invloed kan hebben op het beleid (hoofdstuk 8), de kwaliteit van diensten en producten (hoofdstuk 9), de werking van de verordening (hoofdstuk 10). de uitleg van de belangrijkste begrippen die we in deze verordening gebruiken (hoofdstuk 11).
De hoofdstukken 2 tot en met 6 en hoofdstuk 8 beginnen met een korte inleiding. Hierin staat waarover het hoofdstuk precies gaat. Daarna volgen de regels. De regels zijn gebaseerd op de wetten genoemd in artikel 1.1 van deze verordening. Niet alle wetten zijn op ieder artikel van toepassing. Dat verschilt per artikel. Per artikel geven we aan welke wetten op dat artikel van toepassing zijn. Hoofdstuk 11 Begrippenlijst In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze begrippen hebben
• • • •
de vorm die de hulp heeft (hoofdstuk 6), wat we van elkaar kunnen verwachten (hoofdstuk 7), hoe u invloed kan hebben op het beleid (hoofdstuk 8), de kwaliteit van diensten en producten (hoofdstuk 9), de werking van de verordening (hoofdstuk 10).
De hoofdstukken 2 tot en met 6 en hoofdstuk 8 beginnen met een korte inleiding. Hierin staat waarover het hoofdstuk precies gaat. Daarna volgen de regels. De regels zijn gebaseerd op de wetten genoemd in artikel 1.1 van deze verordening. Niet alle wetten zijn op ieder artikel van toepassing. Dat verschilt per artikel. Per artikel geven we aan welke wetten op dat artikel van toepassing zijn.
1.6 Begrippenlijst In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze begrippen hebben dezelfde
dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening betrekking heeft. 11.1 Begripsbepalingen Algemeen verbindend voorschrift: een algemene regel waaraan zowel burgers als de gemeente gebonden zijn en/of waaraan zij rechten/bevoegdheden kunnen ontlenen. Algemene voorziening: voorziening die toegankelijk is voor alle inwoners van de gemeente. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of voorziening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag.
Basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde. Benadelingsbedrag: het bedrag dat de gemeente onterecht heeft uitbetaald Beslistermijn: Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking afgegeven. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de
betekenis als in de wetten waarop deze verordening betrekking heeft. Algemeen verbindend voorschrift: een algemene regel waaraan zowel burgers als de gemeente gebonden zijn en/of waaraan zij rechten/bevoegdheden kunnen ontlenen. Algemene voorziening: voorziening die toegankelijk is voor alle inwoners van de gemeente. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of voorziening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag.
Basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde. Benadelingsbedrag: het bedrag dat de gemeente onterecht heeft uitbetaald Beslistermijn: Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking afgegeven. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.
beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Bovengebruikelijke hulp: als de zorg die het kind nodig heeft op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding meer vraagt dan de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen nodig heeft. Detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers. Doel: het resultaat. Eigen kracht: het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet.
Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het doel dat hij wil bereiken bespreekt. Herzien: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Er is over die periode wel recht op een voorziening,
Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Bovengebruikelijke hulp: als de zorg die het kind nodig heeft op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding meer vraagt dan de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen nodig heeft. Budgetbeheerder: een persoon uit het sociale netwerk of een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp die voor de budgethouder de taken verbonden aan een pgb uitvoert. De budgetbeheerder is in staat om de belangen voldoende te behartigen. De taken die bij het pgb horen moeten op een verantwoorde manier uitgevoerd worden. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgbvaardigheden. Budgethouder: de persoon die een pgb ontvangt op grond van de wet.
Cliëntondersteuner: onafhankelijk persoon die ondersteunt met informatie, advies en algemene ondersteuning, die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve hulp, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen. Detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers. Doel: het resultaat. Eigen kracht (Wmo): het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen. Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven
maar op een andere voorziening dan destijds is toegekend. Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Individuele voorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Ingezetene: de inwoner die rechtsgeldig staat ingeschreven in Basisregistratie Personen (BRP) Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Intrekken: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Het verschil met ‘herzien’ is dat er bij ‘intrekken’ geen recht is op een voorziening, ook niet op een andere voorziening. Inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Terneuzen. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongere: de minderjarige.
Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaalculturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van
de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het doel dat hij wil bereiken bespreekt. Gespreksverslag: schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek uitgevoerd door de toegang. Herzien: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Er is over die periode wel recht op een voorziening, maar op een andere voorziening dan destijds is toegekend. Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding of aanvraag heeft. Als het gaat om een hulpvraag van een jeugdige, gaat het om de behoefte van een jeugdige en/of ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
Individuele voorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening. Als het gaat om een voorziening voor de Jeugdwet is dit een voorziening die is afgestemd op de jeugdige en/of zijn ouders. Wij verstrekken dit in natura (zorg in natura) of met een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van artikel 2.3 Jeugdwet. Ingezetene: de inwoner die rechtsgeldig staat ingeschreven in Basisregistratie Personen (BRP) Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Intrekken: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Het verschil met ‘herzien’ is dat er bij ‘intrekken’ geen
het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. Kostprijs: de totale kosten van een product of dienst. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Loonwaarde: de waarde (uitgedrukt in euro’s) van arbeid die iemand nog kan uitvoeren. Maatwerkvoorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening zoals in de Wmo 2015 is omschreven. Hieronder valt ook een financiële tegemoetkoming. Middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover een alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (zie artikel 31 PW). Minimaregelingen: regelingen voor mensen met een laag inkomen. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt.
Ouder: ouder met ouderlijk gezag. Passend werk: werk dat past bij uw (lichamelijke) (on)mogelijkheden. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig
recht is op een voorziening, ook niet op een andere voorziening. Inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Terneuzen. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongere: de minderjarige. Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaalculturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen.
Kostprijs: de totale kosten van een product of dienst. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Loonwaarde: de waarde (uitgedrukt in euro’s) van arbeid die iemand nog kan uitvoeren. Maatschappelijke participatie: deelname aan het maatschappelijk leven, passend bij het vermogen van de bijstandsgerechtigde en niet per se gericht op betaalde arbeid. Maatwerkvoorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening zoals in de Wmo
heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Preferente proces loonkostensubsidie: Vanuit het Breed Offensief hebben gemeenten, de VNG, Divosa, SZW en de Normaalste Zaak gewerkt aan de harmonisatie van het proces rondom de loonkostensubsidie. Als gemeenten hetzelfde proces hanteren, zijn de administratieve lasten voor werkgevers minder ingewikkeld. Zo wordt het eenvoudiger om mensen uit verschillende gemeenten een werkplek te bieden. Bovendien hoeven gemeenten nu niet zelf een proces te ontwikkelen en uit te denken. Gemeenten kunnen gebruik maken van een toolkit, daarin staat onder meer een stappenplan, procesplaten en communicatieset met voorbeeldbrieven, aanvraagformulieren, beschikkingen en andere handige formats. Dat noemen we het preferent proces Loonkostensubsidie. Het beheer preferent proces Loonkostensubsidie bij VNG. Wij gebruiken dat proces ook in Terneuzen. Professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent. Regiotaxi: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.
Schending inlichtingenplicht: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers).
2015 is omschreven. Hieronder valt ook een financiële tegemoetkoming. Middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover een alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (zie artikel 31 PW). Minimaregelingen: regelingen voor mensen met een laag inkomen. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Onderzoeksrapport: schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek uitgevoerd door de toegang waarvan een gespreksverslag deel uitmaakt. Ouder: ouder met ouderlijk gezag, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige binnen zijn gezin verzorgt en opvoedt, maar geen pleegouder is. Passend werk: werk dat past bij uw (lichamelijke) (on)mogelijkheden. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen. Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen.
In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Preferente proces loonkostensubsidie: Vanuit het Breed Offensief hebben gemeenten, de VNG, Divosa, SZW en de Normaalste Zaak gewerkt aan de harmonisatie van het proces rondom de loonkostensubsidie. Als gemeenten hetzelfde proces hanteren, zijn de administratieve lasten voor werkgevers minder ingewikkeld. Zo wordt het eenvoudiger om mensen uit verschillende gemeenten een werkplek te bieden. Bovendien hoeven gemeenten nu niet zelf een proces te ontwikkelen en uit te denken. Gemeenten kunnen gebruik maken van een toolkit, daarin staat onder meer een
Sociale omgeving: In de Jeugdwet wordt gesproken over de sociale omgeving van de jeugdige. Dit is buiten het gezin en buiten het school de relaties in die omgeving van de jeugdige zoals vriendenkring, sportverenigingen, clubhuizen, verenigingen waarvan de jeugdige onderdeel van uitmaakt. Toekenningsbesluit: beschikking waarin de toekenning van een voorziening wordt toegelicht en welke voorwaarden gelden U: wordt verstaan de rechthebbende als bedoeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAWof de IOAZ-uitkering. Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Voorliggende voorziening: een overheidsregeling of uitkering die voorliggend is aan andere voorzieningen vanuit de overheid. De inwoner kan de kosten op een andere manier vergoed krijgen. Voorziening: zorg in natura dan wel een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening.
Een financiële tegemoetkoming is ook een voorziening. Voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet. Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wij: het college van Burgemeester en Wethouders.
stappenplan, procesplaten en communicatieset met voorbeeldbrieven, aanvraagformulieren, beschikkingen en andere handige formats. Dat noemen we het preferent proces Loonkostensubsidie. Het beheer preferent proces Loonkostensubsidie bij VNG. Wij gebruiken dat proces ook in Terneuzen. Problematische schulden: Een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een inwoner schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. Het gaat dan om een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden. Zo’n situatie vraag om het opstarten van een schuldregeling. Professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent. Regiotaxi: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd). Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Schending inlichtingenplicht: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.
Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Sociale omgeving: In de Jeugdwet wordt gesproken over de sociale omgeving van de jeugdige. Dit zijn buiten het gezin en buiten de school, de relaties in de omgeving van de jeugdige zoals vriendenkring, sportverenigingen, clubhuizen en verenigingen waarvan de jeugdige onderdeel uitmaakt. Toekenningsbesluit: beschikking waarin de toekenning van een voorziening wordt toegelicht en welke voorwaarden gelden U: wordt verstaan de rechthebbende als bedoeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering;
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Woonplaatsbeginsel: een hulpmiddel om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp aan de jeugdige. De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (BRP) of in geval van zorg met verblijf de gemeente waar de jeugdige direct voorafgaand aan het verblijf stond ingeschreven. Zelfredzaamheid: het vermogen om voor uzelf te zorgen.
dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Voorliggende voorziening: een overheidsregeling of uitkering die voorliggend is aan andere voorzieningen vanuit de overheid. De inwoner kan de kosten op een andere manier vergoed krijgen. Voorziening: zorg in natura dan wel een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening. Een financiële tegemoetkoming is ook een voorziening. Voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet. Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wij: de gemeente Terneuzen. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Woonplaatsbeginsel: een hulpmiddel om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp aan de jeugdige. De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (BRP) of in geval van zorg met verblijf de gemeente waar de jeugdige direct voorafgaand aan het verblijf stond ingeschreven. Zelfredzaamheid: het vermogen om voor uzelf te zorgen. Zorg in natura: de hulp die aan inwoners wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente zijn gecontracteerd.
2.1 Melding bij de gemeente 2.1 Aanvraag op grond van de Jeugdwet, Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ PW, IOAW, IOAZ of Wgs Jeugdwet, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
1.
2.
3. 4.
5.
6.
Als u hulp nodig heeft, kunt u dit melden bij de gemeente. U kunt dit schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal doen. Wij bevestigen uw hulpvraag per brief of e-mail. In de bevestiging kunnen wij u uitnodigen voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging staat: a. waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan; b. informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een (onafhankelijke) cliëntondersteuner; en c. informatie over de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen. In dit plan legt u uit hoe uw persoonlijke situatie is en wat u wilt bereiken met uw hulpvraag. In sommige situaties kunnen we afzien van een gesprek. Indien u hulp nodig heeft op grond van de Jeugdwet, PW, IOAW of IOAZ, dan kunt u direct schriftelijk of digitaal een aanvraag indienen. Wij beschouwen een verzoek om algemene informatie op grond van de wetten genoemd in lid 4 van dit artikel, als ‘eerste contact’ en nog niet als aanvraag. Wij kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of andere voorziening.
2.1.1 Gegevens Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ De gemeente verzamelt alle gegevens over uw situatie die nodig zijn voor uw hulpvraag. Soms hebben we gegevens nodig die we niet zelf hebben of kunnen inzien. Dan vragen wij u, om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn bij ons aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek maken we duidelijk welke gegevens dat zijn. We geven in deze uitnodiging ook aan binnen welke termijn u deze gegevens moet indienen.
1. Een inwoner, waaronder een jeugdige, zijn ouder of een andere belanghebbende (zoals een pleegouder) kan schriftelijk of digitaal een aanvraag voor hulp doen. 2. Wij wijzen de aanvrager op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning. 3. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of andere voorziening. 2.1.1 Melding op grond van de Wmo Wmo 2015 1.
2.
3. 4.
Als u hulp nodig heeft, kunt u dit melden bij de gemeente. U kunt dit schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal doen. Wij bevestigen uw hulpvraag per brief of e-mail. In de bevestiging kunnen wij u uitnodigen voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging staat: a. waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan; b. informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een (onafhankelijke) cliëntondersteuner; en c. informatie over de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen. In dit plan legt u uit hoe uw persoonlijke situatie is en wat u wilt bereiken met uw hulpvraag. In sommige situaties kunnen we afzien van een gesprek. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of andere voorziening.
2.1.2 Gegevens Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ,Wgs De gemeente verzamelt alle gegevens over uw situatie die nodig zijn voor uw hulpvraag. Soms hebben we gegevens nodig die we niet zelf hebben of kunnen inzien. Dan vragen wij u, om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn bij ons aan te leveren. Bij de
uitnodiging voor het gesprek maken we duidelijk welke gegevens dat zijn. We geven in deze uitnodiging ook aan binnen welke termijn u deze gegevens moet indienen. 2.2 Het gesprek
2.2 Het gesprek
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, 1. Het doel van het gesprek is om een Wgs
2. 3.
4. 5.
goed beeld te krijgen van de hulpvraag, van het effect dat u wilt bereiken en van uw persoonlijke situatie. Het gesprek vindt binnen een redelijke termijn plaats na de melding voor de hulpvraag. Bij de start van het gesprek identificeert u zich met een geldig legitimatiebewijs. Wij zijn namelijk verplicht uw identiteit vast te stellen. Als u zelf een plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als u dat wilt, kunt u iemand vragen om bij dit gesprek aanwezig te zijn. Dit kan iemand uit uw sociale netwerk zijn of een onafhankelijke cliëntondersteuner.
1.
Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, van het effect dat u wilt bereiken en van uw persoonlijke situatie.
2.
Het gesprek vindt zo snel als mogelijk plaats na de melding voor de hulpvraag.
3.
Bij de start van het gesprek identificeert u zich met een geldig legitimatiebewijs. Wij zijn namelijk verplicht uw identiteit vast te stellen.
4.
Als u zelf een plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek.
5.
Als u dat wilt, kunt u iemand vragen om bij dit gesprek aanwezig te zijn. Dit kan iemand uit uw sociale netwerk zijn of een onafhankelijke cliëntondersteuner.
2.2.1 Inhoud van het gesprek 2.2.1 Inhoud van het gesprek Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Wgs 1. In het gesprek onderzoekt de medewerker: 1. In het gesprek onderzoekt de a. uw behoefte: wat is er nodig? medewerker: b. uw persoonlijke situatie: hoe a. uw behoefte: wat is er nodig? ziet die eruit en wat betekent dit b. uw persoonlijke situatie: hoe ziet voor het gewenste doel? die eruit en wat betekent dit voor c. uw eigen (on)mogelijkheden: het gewenste doel? (hoe) kunt u zelf bijdragen aan c. uw eigen (on)mogelijkheden: de oplossing van het probleem? (hoe) kunt u zelf bijdragen aan de d. uw omgeving: welke hulp kan oplossing van het probleem? uw sociale netwerk of kunnen d. uw omgeving: welke hulp kan uw andere organisaties bieden? sociale netwerk of kunnen andere 2. De medewerker informeert u over organisaties bieden? de mogelijkheden van de gemeente 2. De medewerker informeert u over de om uw persoonlijke situatie te mogelijkheden van de gemeente om verbeteren. Als u een hulpvraag uw persoonlijke situatie te verbeteren. doet voor de Wmo 2015 of Als u een hulpvraag doet voor de Jeugdwet informeert de Wmo 2015 of Jeugdwet informeert de medewerker u ook over de medewerker u ook over de mogelijkheden van een mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). persoonsgebonden budget (pgb).
De De medewerker betrekt deze zaken medewerker betrekt deze zaken bij bij het onderzoek naar de het onderzoek naar de hulpvraag. hulpvraag. 3. De medewerker informeert u over het 3. De medewerker informeert u over vervolg. het vervolg. 4. In het kader van de hulpvraag bent u 4. In het kader van de hulpvraag bent verplicht om persoonsgegevens te u verplicht om persoonsgegevens verstrekken; te verstrekken; 5. Indien vereist zal de medewerker u toestemming vragen om uw persoonsgegevens te verwerken.
2.3
Het verslag
2.3
Het verslag
Jeugdwet, Wmo 2015 1.
2.
3. 4.
5.
2.4
Jeugdwet, Wmo 2015
U krijgt een verslag van de gemeente. In dit verslag staan de uitkomsten van het onderzoek naar uw hulpvraag. Soms hebben we meer informatie nodig voor het verslag. Hierdoor kan het verslag niet altijd binnen de wettelijk gestelde onderzoekstermijn klaar zijn. U krijgt dan een brief. Uit het verslag blijkt welk doel u wilt bereiken en hoe we dit kunnen realiseren. U ondertekent het verslag en stuurt dit binnen vijf werkdagen naar de gemeente. Als u het niet eens bent met het verslag, kunt u dat aangeven in het verslag. Als u een maatwerkvoorziening (Wmo 2015) of een individuele voorziening (Jeugdwet) van de gemeente wilt ontvangen, kunt u dit aangeven op het ondertekende verslag.
1.
Aanvraag
2.4 Aanvraag
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ Na de melding van de hulpvraag en het gesprek met een medewerker van de gemeente, kunt u een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. De aanvraag kunt u schriftelijk of digitaal indienen. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente hulp verleent en welke vorm die hulp dan heeft.
2.
3. 4.
U krijgt een verslag van de gemeente. In dit verslag staan de uitkomsten van het onderzoek naar uw hulpvraag. Voor de Wmo noemen we dit het onderzoeksrapport. Het gespreksverslag is hier onderdeel van. Soms hebben we meer informatie nodig voor het onderzoek. Hierdoor kan het verslag of onderzoeksrapport niet altijd binnen de wettelijk gestelde onderzoekstermijn klaar zijn. Uit het verslag of onderzoeksrapport blijkt welk doel u wilt bereiken en hoe we dit kunnen realiseren. U ondertekent het verslag of onderzoeksrapport en stuurt dit binnen vijf werkdagen naar de gemeente. Als u het niet eens bent met het verslag of onderzoeksrapport, kunt u dat aangeven.
Wmo 2015 Na de melding van de hulpvraag en het gesprek met een medewerker van de gemeente, kunt u een aanvraag indienen door het onderzoeksrapport ondertekend terug te sturen.
2.4.1 Aanvraag van een voorziening 2.4.1 Aanvraag van een voorziening Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ Wgs 1. Vraagt u om een 1. Vraagt u om een maatwerkvoorziening (Wmo 2015), maatwerkvoorziening (Wmo 2015), een individuele voorziening een individuele voorziening (Jeugdwet), of een andere (Jeugdwet), of een andere voorziening (PW, IOAW, IOAZ), voorziening (PW, IOAW, IOAZ), dan dan kunnen we die hulp toekennen kunnen we die hulp toekennen in de in de volgende situatie: volgende situatie: a. De voorziening is noodzakelijk a. De voorziening is noodzakelijk om om (één van) de doelen van de (één van) de doelen van de in in artikel 1.1 genoemde wetten te bereiken;
2.
3. 4. 5.
b. U heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. U kunt dit effect ook niet bereiken met: • hulp van huisgenoten; • hulp vanuit uw sociale netwerk; • behulp van andere voorzieningen of organisaties; en c. De voorziening past bij het door u gewenste effect en persoonlijke situatie. Indien één van de voorwaarden of weigeringsgronden van artikel 2.4.4 van deze verordening van toepassing is, kunnen we de voorziening niet toekennen. De voorziening is voldoende in inzet en kwaliteit, zodat u het gewenste effect kunt bereiken. Bij toekenning van een voorziening krijgt u de goedkoopste passende voorziening. We kunnen nadere regels stellen over voorzieningen die op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet beschikbaar zijn.
2.
3. 4.
artikel 1.1 genoemde wetten te bereiken; b. U heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. U kunt dit effect ook niet bereiken: • met een algemeen gebruikelijke voorziening • met gebruikelijke hulp • met mantelzorg of met hulp van andere personen uit uw sociale netwerk • met behulp van algemene voorzieningen; en c. De voorziening past bij het door u gewenste effect en persoonlijke situatie. Indien één van de voorwaarden of weigeringsgronden van artikel 2.4.4 van deze verordening van toepassing is, kunnen we de voorziening niet toekennen. De voorziening is voldoende in inzet en kwaliteit, zodat u het gewenste effect kunt bereiken. Bij toekenning van een voorziening krijgt u de goedkoopste passende voorziening.
2.4.2 Beschikbare algemene voorzieningen Jeugdwet, Wmo 2015 1.
2.
Een algemene voorziening is een voorziening op basis van de wet, die voor iedereen beschikbaar is. U hoeft meestal geen aanvraag te doen. Soms is er een korte beoordeling nodig. De volgende algemene voorzieningen zijn beschikbaar: a. Opvoedondersteuning b. Praktijkondersteuner huisarts – Jeugd (POHJeugd) c. Regiotaxivervoer d. Onafhankelijke cliëntondersteuning e. Maatschappelijke opvang voor daklozen f. Advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling
g. h.
3.
Maaltijdservice Activiteiten en ontmoeten in de buurthuizen. Het college kan nadere regels vaststellen over welke algemene voorzieningen er zijn en wat deze voorzieningen precies inhouden.
2.4.3 Beoordelen van uw aanvraag 2.4.2 Beoordelen van uw aanvraag Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb, Wgs Awb Om te bepalen of wij hulp verlenen, 1. Om te bepalen of wij hulp verlenen, 1. nemen we de volgende stappen: nemen we de volgende stappen: a. Stap 1: Wij stellen eerst vast wat a. Stap 1: Wij stellen eerst vast uw hulpvraag is. wat uw hulpvraag is. b. Stap 2: Wij stellen hierna vast b. Stap 2: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen welke problemen, beperkingen en/of stoornissen u precies heeft. en stoornissen u precies heeft. c. Stap 3: Wij bepalen of en welke c. Stap 3: Wij bepalen welke hulp, hulp, en hoeveel hulp u nodig en hoeveel hulp u nodig heeft. heeft. Met als doel om voldoende d. Stap 4: Wij onderzoeken wat u zelfredzaam te zijn en zelf kunt doen om uw probleem maatschappelijk te participeren. op te lossen (eigen kracht). Wij d. Stap 4: Wij onderzoeken wat u betrekken hierbij: de hulp van zelf kunt doen om uw probleem op huisgenoten, hulp van anderen te lossen (eigen kracht). Wij uit uw sociale netwerk/sociale betrekken hierbij: de hulp van omgeving en de inzet van huisgenoten, hulp van anderen uit algemene voorzieningen. uw sociale netwerk/sociale e.
Stap 5: Wij bepalen welke omgeving, hulp van mantelzorgers aanvullende hulp u nodig heeft en de inzet van voorliggende en om uw probleem op te lossen algemene voorzieningen. en het gewenste effect te bereiken. 2. Voor de Jeugdwet kijken we ook nog naar het woonplaatsbeginsel. 3. Pleegouders kunnen voor ondersteuning bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente.
2.4.3 Advies Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb Bij iedere stap uit artikel 2.4.2, kan de gemeente een (externe) deskundige inzetten voor advies. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en inzetten.
2.4.4 Advies Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb, Wgs Bij iedere stap uit artikel 2.4.2, kan de gemeente een (externe) deskundige inzetten voor advies. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en inzetten.
2.4.4 Voorwaarden en weigeringsgronden 1.
2.4.5 Voorwaarden en weigeringsgronden Wmo 2015
Wmo 2015
We verstrekken de voorziening als deze: • veilig is voor uzelf en uw omgeving; • geen gezondheidsrisico’s geeft en; • niet anti-revaliderend werkt.
1. We verstrekken de voorziening als deze: • veilig is voor uzelf en uw omgeving; • geen gezondheidsrisico’s geeft en; • niet anti-revaliderend werkt.
We houden hierbij rekening met uw beperkingen. 2.
We verstrekken geen voorziening: a. als u niet woont in de gemeente Terneuzen; b. als u voor uw probleem een beroep kunt doen op een andere wet; c. als u de gevraagde voorziening zelf al aanschaft voordat u een melding doet bij de gemeente. Deze regel geldt niet voor een acute noodsituatie. d. als u de gevraagde voorziening zelf aanschaft ná de melding en vóór de datum van ons besluit. Deze regel geldt niet als we: • daarvoor schriftelijk toestemming hebben gegeven, of; • de gemaakte kosten, de noodzaak en de passendheid van de voorziening achteraf nog kunnen beoordelen. e. als u de gevraagde voorziening al eerder van ons heeft ontvangen en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening is nog niet verstreken. Dit geldt niet als de voorziening verloren is gegaan terwijl dit niet uw schuld is. Wij kunnen u ook de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan (gedeeltelijk) vergoeden. f. als deze voorziening niet specifiek op u gericht is; g. als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer u rekening had gehouden met bestaande en
We houden hierbij rekening met uw beperkingen. 2.
We verstrekken geen voorziening: a. als u niet woont in de gemeente Terneuzen; b. als u voor uw probleem een beroep kunt doen op een andere wet; c. als u de gevraagde voorziening zelf al aanschaft voordat u een melding doet bij de gemeente. Deze regel geldt niet voor een acute noodsituatie. d. als u de gevraagde voorziening zelf aanschaft ná de melding en vóór de datum van ons besluit. Deze regel geldt niet als we daarvoor schriftelijk toestemming hebben gegeven; e. als de gevraagde voorziening al eerder aan u is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan u zijn toe te rekenen of u de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt; f. als deze voorziening niet specifiek op u gericht is; g. als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer u rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan; h. als u aanspraak heeft op zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat u daarvoor in aanmerking komt en weigert
3.
4.
bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan; h. als u aanspraak heeft op zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat u daarvoor in aanmerking komt en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover. Deze regel geldt niet als artikel 8.6a van de Wmo 2015 van toepassing is. i. de voorziening niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding; Als we een vervoersvoorziening verstrekken houden we alleen rekening met de verplaatsingen in uw directe woon- en leefomgeving. De vervoersvoorziening bestaat uit maximaal 3.000 kilometer per jaar. We verstrekken geen woonvoorziening als: a. de beperkingen komen: • door de aard van de in de woning gebruikte materialen, • door de slechte staat van onderhoud, of • doordat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. u uw hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waarvoor u de melding doet; c. u woont in een vakantiewoning, hotel, pension, klooster, trekkerswoning of een tweede woning. We kunnen dan wel een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten verstrekken; d. het gaat om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten die bij het gebouw horen waarin u woont; e.
de noodzaak voor de voorziening het gevolg is van een verhuizing • waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de
3.
4.
mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover. Deze regel geldt niet als artikel 8.6a van de Wmo 2015 van toepassing is. i. de voorziening niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding; Als we een vervoersvoorziening verstrekken houden we alleen rekening met de verplaatsingen in uw directe woon- en leefomgeving. De vervoersvoorziening bestaat uit maximaal 3.000 kilometer per jaar. We verstrekken geen woonvoorziening als: a. de beperkingen komen: • door de aard van de in de woning gebruikte materialen, • door de slechte staat van onderhoud, of • doordat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. u uw hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waarvoor u de melding doet of waaraan de voorziening wordt getroffen en ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; c. het gaat om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten die bij het gebouw horen waarin u woont; d. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; e. u niet verhuist naar de voor uw beperkingen meest geschikte beschikbare woning.
Deze regel geldt niet als we daarvoor vooraf schriftelijk toestemming hebben gegeven; f. u een indicatie hebt voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg;
zelfredzaamheid of participatie, en • er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; f. u niet verhuist naar de voor uw beperkingen meest geschikte beschikbare woning. Deze regel geldt niet als we daarvoor vooraf schriftelijk toestemming hebben gegeven; g. u een indicatie hebt voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg; h. u de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan meenemen.
g. u de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan meenemen.
2.4.5 Voorwaarden individuele voorzieningen Jeugdwet 1.
2.
U kunt alleen in aanmerking komen voor een individuele voorziening als u geen oplossing kunt vinden voor uw hulpvraag: a. binnen uw eigen mogelijkheden. Hieronder verstaan we in ieder geval: • gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk; • het hebben van een aanvullende verzekering die voorziet in de gevraagde voorziening; b. door gebruik te maken van een algemene voorziening, of; c. door gebruik te maken van een andere voorziening. Als uw aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die u voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kunnen we hier alleen een voorziening voor verstrekken, als: a. op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van: • opgroei- of opvoedingsproblemen, • psychische problemen, of • stoornissen waarvoor u de hulp hebt ingezet, en;
3.
4.
b. we achteraf nog kunnen beoordelen of de voorziening noodzakelijk en passend is, en; c. we de gemaakte kosten achteraf nog kunnen beoordelen. De voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. Wij kunnen nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.
2.4.6 Voorwaarden individuele voorzieningen Jeugdwet 1. Jeugdigen en/of ouder(s) kunnen een individuele voorziening krijgen als: de gemeente of een andere verwijzer vaststelt dat: a. er problemen zijn met opgroeien, opvoeding, psychische klachten of een stoornis bij de jeugdige. b. inzet nodig is zodat de jeugdige: • gezond en veilig kan opgroeien; • kan leren zelfstandig te worden; • zichzelf kan redden en mee kan doen in de samenleving en c. de jeugdige en/of ouder(s) zelf of met hun sociale netwerk geen passende oplossing voor de hulpvraag kunnen vinden (eigen kracht). en d. een algemene voorziening geen oplossing biedt voor de hulpvraag; en e. de jeugdige en/of ouder(s) geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag op te lossen. 2. Een algemene of andere voorziening kan de noodzaak verminderen of wegnemen als deze: a. daadwerkelijk beschikbaar is; en b. goed past bij de hulpvraag. 3. Als een individuele voorziening nodig is, kiezen we voor de goedkoopste en passende oplossing die op tijd beschikbaar is. 4. We verstrekken alleen een individuele voorziening als in de praktijk is aangetoond dat die hulp ook echt helpt. We kijken of de hulp goed past bij de vraag en of het een bewezen effectieve aanpak is. 5.
Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als ‘erkend’ in:
a. de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; b. de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden; c. de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg). 6. Als ouder(s) hulp nodig hebben door hun eigen problemen (zoals psychische of relatieproblemen), en er is geen hulpvraag voor de jeugdige, dan verstrekken we geen individuele voorziening via de Jeugdwet. Dit geldt niet als er naast de hulpvraag van de ouder(s) ook sprake is van meervoudige problematiek in het gezin. 7. Als de aanvraag gaat over kosten voor jeugdhulp die al is gestart vóór de aanvraag, dan vergoeden we die alleen als het om een crisissituatie ging en we achteraf nog kunnen beoordelen of de hulp nodig en passend was en de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
2.4.6 Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding Wmo 2015 1. Wij verstrekken geen maatwerkvoorziening als u de problematiek waarvoor u een maatwerkvoorziening aanvraagt, zelf kan verminderen of wegnemen: a. door gebruik te maken van uw eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp van huisgenoten; c. met mantelzorg of hulp van anderen uit uw sociale netwerk; d. door gebruik te maken van algemene voorzieningen; e. door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke zaken of diensten. 2. a. Wij beoordelen bij het onderzoek of er gebruikelijke hulp van huisgenoten beschikbaar is. b. Wanneer wij uw huisgenoten vragen om mee te werken aan het onder a. genoemde onderzoek of heronderzoek, zijn zij verplicht dit te doen. 3. Tijdens dit onderzoek houden wij rekening met: a. de samenstelling van uw huishouden en uw huisgenoot of huisgenoten; b. de aard van de relatie tussen u en uw huisgenoten; c. de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van uw ondersteuningsbehoefte; d. de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van uw huisgenoot of huisgenoten voor het ondersteunen van uw zelfredzaamheid en participatie en het meedoen in de samenleving; e. de mate waarin en de wijze waarop uw huisgenoot of huisgenoten u voorafgaand aan de melding hielpen op het terrein zelfredzaamheid en participatie en het meedoen in de samenleving; f.
overige omstandigheden van uw huisgenoot of huisgenoten die bepalen of uw huisgenoot of huisgenoten u kunnen helpen op het terrein van zelfredzaamheid en participatie en het meedoen in de samenleving.
2.4.7 Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding Wmo 2015 1. U komt pas in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als u zelf geen oplossing kan vinden voor de hulpvraag met gebruikelijke hulp. 2. Gebruikelijke hulp is hulp die mag worden verwacht van: a. de inwonende echtgenoot; b. inwonende ouders c. inwonende kinderen d. of andere huisgenoten Het is de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar onderling moeten bieden, omdat ze samen een huishouden voeren en een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar. 3. We maken bij de beoordeling of de (gebruikelijke) hulp van de huisgenoot gebracht mag worden onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties: a. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie. Het gaat hierbij over een periode van maximaal zes maanden in één jaar. b. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de hulp bij de zelfredzaamheid en/of participatie langer dan zes maanden nodig is. 4. We verwachten van huisgenoten dat zij in kortdurende situaties de benodigde hulp bieden. Het gaat hierbij ook om hulp die meer omvat dan alleen de gangbare gebruikelijke hulp. 5. We verwachten van huisgenoten dat zij in langdurende situaties de gebruikelijke hulp bieden.