2025-06-05 - Bijlage 1 Jaarstukken 2024 versie 8 mei 2025
Tekst van het document
Sabewa Zeeland draagt zorg voor de waardering, heffing en inning van de onroerende-zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, forensenbelasting, hondenbelasting, toeristenbelasting en de BIZ-bijdrage (bedrijveninvesteringszone). Daarnaast geeft Sabewa Zeeland uitvoering aan ons kwijtscheldingsbeleid. Voor meer informatie over Sabewa Zeeland verwijzen wij naar de paragraaf Verbonden partijen.
Inkomsten van de lokale heffingen In dit overzicht leest u de opbrengsten van de lokale heffingen. Het gaat om de werkelijke opbrengsten in 2023, de prognose van 2024 en de werkelijke opbrengsten van 2024. werkelijke opbrengst 2023
geraamde opbrengst 2024*
werkelijke opbrengst 2024
Via Sabewa Zeeland Onroerende-zaakbelastingen
20.111
21.783
22.080
297
Afvalstoffenheffing Rioolheffing
9.005 6.086
9.938 6.443
10.036 6.424
97 -19
Forensenbelasting Toeristenbelasting
150 617
277 581
341 575
64 -6
Hondenbelasting Bedrijveninvesteringszone
349 103
364 100
359 103
-5 3
Subtotaal Sabewa Zeeland Kwijtscheldingen
36.421 -345
39.487 -380
39.918 -381
432 -1
Subtotaal Sabewa Zeeland incl. kwijtschelding Parkeerbelasting/-heffing Markt- en standplaatsgelden
36.077
39.107
39.538
431
909 22
908 50
784 28
-124 -22
847 496
595 529
807 484
212 -45
Leges Subtotaal
3.437 5.712
3.025 5.108
3.225 5.329
199 221
Totaal opbrengst lokale heffingen
41.788
44.215
44.866
652
bedragen x € 1.000
Lijkbezorgingsrechten Bedrijfsafval
verschil
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
62
Beleid Bestuursakkoord Het uitgangspunt voor het heffingenbeleid staat vermeld in het Bestuursakkoord 2022-2026 'Goed leven in Terneuzen. Verder bouwen aan een duurzame toekomst'. Dit is verder uitgewerkt in de Kaderbrief 2024-2027. We corrigeren de lasten voor onze inwoners met niet meer dan het jaarlijkse prijspeil, tenzij meer noodzakelijk blijkt om de kosten te dekken. Voor het begrotingsjaar 2024 pasten we de tarieven van de lokale heffingen aan met de inflatiecorrectie volgens de landelijke afgeleide consumentenprijsindex (CPI). Dat is 7,6%. Bij de tariefbepaling van de onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing en forensenbelasting is naast de verhoging van 7,6% rekening gehouden met waardeontwikkeling van de onroerende zaken in onze gemeente. Wij streven naar kostendekkende tarieven voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing. In 2024 verhoogden we het tarief niet in één keer om 100% kostendekking te bereiken. In drie stapjes willen we bereiken dat we in 2026 100% kostendekkend zijn. Hiermee matigden we de extra verhoging van de tarieven in 2024. In deze paragraaf leest u hier meer over.
Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onroerende-zaakbelastingen (OZB) vormen de belangrijkste lokale heffing van de gemeente. Het karakter van deze heffing is dat het een algemene belasting is. De opbrengsten vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. Het tarief van de onroerende-zaakbelastingen is een percentage van de vastgestelde WOZ-waarde van de aangeslagen objecten. Voor de WOZ-waarde 2024 geldt als waardepeildatum 1 januari 2023. Bij de tariefbepaling van de onroerende-zaakbelastingen is naast de verhoging van 7,6% rekening gehouden met een prognose van de waardeontwikkeling van de onroerende zaken in onze gemeente. Tarief per belastingsoort
Grondslag
2023
2024
Woningen eigenaar
WOZ-waarde
0,1291%
0,1274%
Niet-woningen eigenaar
WOZ-waarde
0,3214%
0,3357%
Niet-woningen gebruiker
WOZ-waarde
0,2580%
0,2695%
Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000
Begroot*
Realisatie
Verschil
Onroerende-zaakbelastingen
€ 21.783
€ 22.080
€ 297
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Reinigingsheffingen De reinigingsheffingen omvatten twee heffingen: 1) de afvalstoffenheffing en 2) reinigingsrechten. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een vergoeding voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De hoogte van de belasting bepalen we aan de hand van het aantal personen in het huishouden. We maken onderscheid tussen eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens. Met de opbrengsten van deze belasting dekken we de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Bij het opstellen van de begroting 2024 hebben we besloten dat we met drie stapjes in 2026 100% kostendekkend willen zijn. In 2024 verhoogden wij daarom de tarieven met 9,6%. Tarief per belastingsoort
Grondslag
Gebruiker
Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden
2023
2024
€ 310,85
€ 340,70
€ 363,50
€ 398,40
63
Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000
Begroot*
Realisatie
Verschil
Afvalstoffenheffing
€ 9.938
€ 10.036
€ 97
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen). Reinigingsrechten Bij de heffing van reinigingsrechten is sprake van een individueel aanwijsbare afnemer aan wie de gemeente een individuele tegenprestatie levert. Afgelopen jaar heeft zich dit niet voorgedaan. De opbrengst bedraagt nihil.
Rioolheffing Eigenaren van woningen en andere onroerende zaken betalen rioolheffing, als ze direct of indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. Rioolheffing heffen wij van eigenaren over de waarde in het economisch verkeer van hun perceel (de WOZ-waarde). Met de opbrengsten van deze belasting dekken we de kosten voor de gemeentelijke riool- en waterbeheertaken. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Bij het opstellen van de begroting 2024 hebben we besloten dat we met drie stapjes in 2026 100% kostendekkend willen zijn. Het tarief voor de rioolheffing verhoogden wij daarom met 8,6%. Gelijk aan de tariefbepaling bij de onroerende-zaakbelastingen corrigeerden wij het tarief voor de rioolheffing met de waardeontwikkeling. Tarief per belastingsoort
Grondslag
Eigenaar woning en niet-woningen
WOZ-waarde
2023
2024
0,084%
0,084%
Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000
Begroot*
Realisatie
Verschil
Rioolheffing
€ 6.443
€ 6.424
€ -19
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Forensenbelasting Forensenbelasting heffen wij van natuurlijke personen die op meer dan 90 dagen van het jaar, voor zich of voor hun gezin een gemeubileerde tweede woning beschikbaar houden. Zij maken gebruik van dezelfde gemeentelijke voorzieningen als inwoners van de gemeente, maar tellen niet mee in de maatstaf voor de uitkering uit het gemeentefonds. Om deze reden heffen wij forensenbelasting. De hoogte van de belasting is een percentage van de waarde van de woning. De opbrengsten van de forensenbelasting vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. Tarief per belastingsoort
Grondslag
Eigenaar woning
WOZ-waarde
2023
2024 9,63‰
9,50‰
Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000
Begroot*
Realisatie
Verschil
Forensenbelasting
€ 277
€ 341
€ 64
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Toeristenbelasting Wij heffen toeristenbelasting van degene die gelegenheid biedt tot verblijf (de ondernemer). Het is uiteindelijk de gast van buiten de gemeente die de belasting betaalt. De ondernemer mag de belasting namelijk doorberekenen aan zijn gast. Wanneer deze niet-inwoners voor kortere tijd in de gemeente verblijven, profiteren zij van de gemeentelijke voorzieningen. De toeristenbelasting zien wij daarom als een tegemoetkoming in de kosten van de gemeentelijke huishouding. Voor het heffen van toeristenbelasting stellen we aan de overnachting geen eisen van toeristische of recreatieve aard. Dit betekent dat ook een betaald verblijf met overnachting zonder toeristische of recreatieve aanleiding tot belastingplicht leidt. De belasting wordt per persoon per overnachting in rekening gebracht. De opbrengsten van de toeristenbelasting vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven.
64
Tarief per belastingsoort
Grondslag
Bezoeker
Per overnachting
2023
2024 € 1,67
€ 1,80
Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000
Begroot*
Realisatie
Verschil
Toeristenbelasting
€ 581
€ 575
€ -6
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Hondenbelasting Wie binnen de gemeente houder is van één of meer honden betaalt hondenbelasting. De opbrengsten van de hondenbelasting vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. Tarief per belastingsoort
Grondslag
1e hond
Per hond
€ 76,00
€ 82,00
2e hond en volgende
Per hond
€ 171,00
€ 184,00
Kennel
Per kennel
€ 305,00
€ 328,00
Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000 Hondenbelasting
2023
2024
Begroot*
Realisatie
Verschil
€ 364
€ 359
€ -5
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Bedrijveninvesteringszone (BIZ) De bedrijveninvesteringszone (BIZ) is een heffing voor en door ondernemers. In het centrum van Terneuzen bestaat een BIZ. Aan ondernemers vragen we op basis van de verordening elk jaar een financiële bijdrage voor de BIZ. De hoogte van de belasting is een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De gemeenteraad stelde op 9 november 2021 de Verordening Bedrijveninvesteringszone Centrum Terneuzen 2022-2026 vast. De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting. De gemeente betaalt de belastingopbrengsten 1 op 1 uit aan de beheerder van de BIZ-gelden in de vorm van een subsidie. De Stichting Bizzy besteedt de BIZsubsidie aan specifieke activiteiten. Zo investeren ondernemers in een veilige en aantrekkelijke omgeving. Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000 Bedrijveninvesteringszone
Begroot*
Realisatie
Verschil
€ 100
€ 103
€3
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Parkeren Voor het parkeren van een voertuig in een betaald parkeren gebied en daarvoor benodigde zaken heffen wij een parkeerheffing. De belasting voor het parkeren berekenen we per uur of per dag. Ook is het mogelijk een parkeervergunning aan te vragen. De opbrengsten vormen een algemeen dekkingsmiddel voor uitgaven. De totale opbrengst parkeren genereren wij uit de parkeerbelastingen (straatparkeren) en de parkeergelden die wij op privaatrechtelijke basis innen (parkeergarages). De werkelijke opbrengst bedraagt € 784.000. Dit is € 124.000 lager dan geraamd. Vanaf 2024 is het parkeren in de parkeergarage de eerste twee uur gratis. Daarom wordt er meer geparkeerd in de parkeergarage in plaats van op de bovengrondse parkeerplaatsen. Omdat de meeste mensen minder dan twee uur parkeren zijn de opbrengsten lager dan verwacht. Tarief per belastingsoort
Grondslag
2023
2024
Parkeren ondergronds
Per uur
€ 1,40
€ 1,40
Parkeren bovengronds
Per uur
€ 1,60
€ 1,60
65
Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000 Parkeerbelasting/-heffing
Begroot*
Realisatie
Verschil
€ 908
€ 784
€ -124
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Markt- en standplaatsgelden Voor de standplaatsen op de diverse markten in onze kernen heffen wij marktgelden. Standplaatsgeld brengen wij in rekening voor de losse standplaatsen in de gemeente. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000 Markt- en standplaatsgelden
Begroot*
Realisatie
Verschil
€ 50
€ 28
€ -22
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten brengen wij in rekening voor de dekking van de kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen. Wij heffen dit recht voor het gebruik van de begraafplaats en voor onze diensten in verband met de begraafplaats. Met de opbrengsten dekken we de kosten van de begraafplaatsen. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De uitvoering van het ‘Plan van aanpak begraafplaatsen 2022-2024’ zorgt voor schommelingen in de inkomsten en uitgaven. Door extra inzet levert het aanschrijven van meer nabestaanden voor graven met al langer verlopen grafrechten in 2024 aanzienlijk hogere inkomsten op. De werkelijke opbrengst bedraagt € 807.000. Dit is € 212.000 hoger dan geraamd. De hogere opbrengsten voegen we toe aan de voorziening begraafrechten. Daarentegen moeten we ook kosten gaan maken om de noodzakelijke aanpassingen volgens het Plan van aanpak aan de begraafplaatsen uit te voeren. Deze kosten dekken we uit de exploitatie begraafplaatsen en de voorziening begraafrechten. Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000
Begroot*
Realisatie
Verschil
Lijkbezorgingsrechten
€ 595
€ 807
€ 212
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Bedrijfsafval Naast het inzamelen van huishoudelijk afval, halen wij ook bedrijfsafval op. Het inzamelen van bedrijfsafval is een economische activiteit waarbij wij in concurrentie treden met andere afvalinzamelbedrijven. De kosten van inzameling worden op privaatrechtelijke wijze in rekening gebracht. Wij rekenen marktconforme tarieven. Dit om beter op de marktsituatie te reageren en een flexibelere bedrijfsvoering mogelijk te maken. Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000 Bedrijfsafval
Begroot*
Realisatie
Verschil
€ 529
€ 484
€ -45
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Leges Wij brengen voor verschillende diensten en producten leges in rekening. Bij leges is sprake van een individueel aanwijsbare afnemer aan wie de gemeente een individuele tegenprestatie heeft geleverd. Vaak gaat het om administratieve diensten zoals het aanvragen van een paspoort, rijbewijs of een bouwvergunning. Met de legesopbrengsten dekken we de kosten voor onze diensten. De Gemeentewet bepaalt dat de Legesverordening als geheel bezien maximaal 100% kostendekkend mag zijn. De werkelijke opbrengst bedraagt € 3.225.000. Dit is € 199.000 meer dan geraamd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de afdracht van leges over een aantal grote bouwprojecten zoals diverse woonprojecten en appartementengebouwen waarvan delen van werkzaamheden voor het verlenen van de vergunning in 2024 verricht zijn.
66
Opbrengsten 2024 bedragen x € 1.000
Begroot*
Realisatie
Verschil
Leges
€ 3.025
€ 3.225
€ 199
* Dit zijn de geraamde opbrengsten van 2024 (na wijzigingen).
Kostendekkendheid In de tabel hieronder staat opgenomen in welke mate de lokale heffingen in 2024 kostendekkend zijn geweest. Hierbij maken we onderscheid tussen de leges en de overige heffingen. Berekening kostendekkendheid overige heffingen bedrag x € 1.000 Kosten taakveld(en), inclusief (omslag)rente
Leges Afvalsto Markt- en Lijkbezorg Rioolhe Parke ffenstandpla ingsffing ren heffing atsen rechten Hoofd Hoofd Hoofd stuk 1 stuk 2 stuk 3 8.705
4.786 1.003
214
509
1.412
982
81
Mutatie voorziening
-70
205
0
0
141
0
0
0
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
504
0
14
7
0
0
0
0
8.131
4.991
989
207
650
1.412
982
81
Netto kosten taakveld(en) END
END
END
END
END
END
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente
1.170
1.005
178
36
157
500
287
49
BTW
1.067
494
0
0
0
0
0
0
Totale kosten
10.368
6.490 1.167
243
807
1.912
1.269
130
807
1.284
1.177
9
100%
67%
93%
7%
END Opbrengst heffingen END Dekkingspercentage
END 10.036 END 97%
END 6.424 END 99%
END
END
784 END 67%
END 28
END
END 12%
In de bovenstaande tabel treft u de kostendekkendheid berekeningen aan van de afvalstoffenheffing, rioolheffing, parkeren, markt- en standplaatsgelden, lijkbezorgingsrechten en leges. Voor de afvalstoffen- en rioolheffing en de lijkbezorgingsrechten voegen wij bedragen toe aan voorzieningen. Wij lichten dit hieronder nader toe. Afvalstoffenheffing Het kostendekkendheidspercentage van de afvalstoffenheffing bedraagt 97%. In 2024 is er € 70.000 onttrokken aan de voorziening afval. In 2022 is dit bedrag toegevoegd aan de voorziening afval in verband met een overschot op de rioolheffing door lagere kapitaallasten. Rioolheffing Het kostendekkendheidspercentage van de rioolheffing is 99%. In 2024 was er sprake van lagere kapitaallasten dan begroot. De lagere kapitaallasten zijn het gevolg van nog niet uitgevoerde investeringen. Voor de lagere kapitaallasten moet een voorziening worden gevormd. In 2024 doteren wij € 205.000 aan de voorziening riolering. Lijkbezorgingsrechten In 2024 realiseren we een overschot van € 108.000 op de lijkbezorgingsrechten. De werkelijke opbrengst is 36% hoger dan geraamd. De hogere opbrengst komt door de verlengingen van grafrechten. De kostendekkendheid ligt hierdoor boven de 100%. Het overschot is toegevoegd aan de voorziening begraafrechten. Leges De Gemeentewet bepaalt dat de Legesverordening als geheel bezien maximaal 100% kostendekkend mag zijn.
In de tabel hieronder splitsen wij de kostendekkendheid van de leges per titel en hoofdstuk uit. De kostendekkendheid van de leges over de gehele verordening is 75%.
67
Kwijtschelding Onder bepaalde voorwaarden verlenen wij kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing. Sabewa Zeeland voert het kwijtscheldingsbeleid uit. Zij beoordeelt het verzoek tot kwijtschelding en bekijkt hierbij het vermogen, het inkomen en de uitgaven van de aanvrager aan de daarvoor gestelde norm. De kwijtschelding geldt alleen voor inwoners met een inkomen van minder dan 100% van de bijstandsnorm. In 2024 verleenden wij voor een bedrag van € 381.000 kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. Dit is € 1.000 meer dan begroot.
Voorziening dubieuze debiteuren Wij hebben een analyse gemaakt van de inbaarheid van de nog openstaande vorderingen per 31 december 2024. Wij onderscheiden de vorderingen van de gemeentelijke belastingen die Sabewa Zeeland voor ons uitvoert en overige vorderingen, zoals leges voor (omgevings)vergunningen en nota's bedrijfsafval. Voor de gemeentelijke belastingen hanteren wij een percentage van de openstaande posten per jaar, gerelateerd aan de ouderdom van de vorderingen. Deze percentages zijn volgens opgave van Sabewa Zeeland. Voor de overige vorderingen bepalen wij het risico op oninbaarheid per debiteur. In 2024 zijn er vorderingen oninbaar verklaard. Ondanks genomen maatregelen zijn de vorderingen niet inbaar gebleken. Het gaat om circa € 40.000 aan vorderingen gemeentelijke belastingen Sabewa Zeeland. Bij de overige vorderingen gaat het om een bedrag van € 18.000 wat oninbaar is gebleken. Rekening houdend met de oninbaar verklaarde vorderingen en de te verwachten oninbaar verklaringen, doteren wij in 2024 aan de voorziening dubieuze debiteuren € 39.000. Dit is € 79.000 lager dan geraamd. Dit voordeel komt ten gunste van de exploitatie in 2024. Op basis van de onttrekkingen uit de voorziening van voorgaande jaren hadden wij een hogere dotatie verwacht. In 2024 zijn de oninbaar verklaringen belastingen Sabewa aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren.
Per ultimo 2024 bedraagt de stand van de voorziening dubieuze debiteuren € 326.000. Wij verwachten dat hiermee het risico op oninbaarheid van de per 31 december openstaande posten is afgedekt. Voorziening dubieuze debiteuren 2024 bedrag x € 1.000 Voorziening dubieuze debiteuren gemeentelijke heffingen Sabewa Zeeland Voorziening dubieuze debiteuren overige (belasting)vorderingen
241 103
Totaal saldo per 31 december 2023
345
Onttrekkingen oninbaar verklaringen belastingen Sabewa
-40
oninbaar verklaringen overige vorderingen totaal
-18 -58
Subtotaal voorziening
287
Dotatie Toevoeging voor te verwachten oninbaar verklaringen belastingen Sabewa en overige vorderingen
39
Voorziening dubieuze debiteuren gemeentelijke heffingen Sabewa Zeeland
288
Voorziening dubieuze debiteuren overige (belasting)vorderingen
38
Totaal saldo per 31 december 2024
326
68
Belastingdruk gemeentelijke heffingen Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO; www.coelo.nl) brengt jaarlijks een rapport uit over de lokale lastendruk. Onder het begrip bruto woonlasten verstaat het COELO het gemiddelde bedrag dat een éénpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden in een bepaalde gemeente betaalt aan onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In de onderstaande grafieken staan de gemiddelde woonlasten van de één- en meerpersoonshuishoudens in de provincie Zeeland.
Gemiddelde woonlasten per gemeente (bron: COELO Atlas van de lokale lasten 2024).
69
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf behandelen we het weerstandsvermogen: de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die voor kunnen komen. Daarnaast komen in deze paragraaf de financiële kengetallen aan de orde, die het BBV verplicht stelt. BBV staat voor ‘Besluit Begroting en Verantwoording’ en bevat de regelgeving bij het opstellen van de begrotings- en verantwoordingsstukken. De vanuit de BBV verplichte financiële kengetallen geven een beeld van de financiële positie van onze gemeente.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin onze gemeente in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de weerstandscapaciteit in relatie tot onze risico’s. Onder weerstandscapaciteit verstaan wij de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet begrote kosten te dekken. Door middel van een risicoanalyse inventariseren wij de risico’s die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor onze financiële positie. Een reëel sluitende begroting (reëel structureel evenwicht tussen baten en lasten) garandeert niet dat wij onvoorziene tegenvallers kunnen opvangen. Een financiële buffer is daarom wenselijk. Deze buffer bestaat uit een bepaalde vrije ruimte in de (exploitatie)begroting en een voldoende sterke vermogenspositie. Wij bepalen zelf de omvang van deze vrije ruimte en het vrij aanwendbare vermogen.
Weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te berekenen, dienen we naast een inventarisatie van de risico’s, de weerstandscapaciteit te berekenen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende drie componenten: 1. Vermogensruimte (reserves); 2. Weerstandscapaciteit: • Structureel: onbenutte belastingcapaciteit en stelpost voor onvoorziene uitgaven; • Incidenteel: vrij aanwendbare deel van de algemene reserve en stille reserves. 1.
Vermogensruimte
Berekening vermogensruimte (x € 1.000)
Bedrag
Stand algemene reserve per 31-12-2024
61.510
Rekeningresultaat 2024 ten gunste van de algemene reserve
6.879
Geraamde dotaties/ onttrekkingen aan de algemene reserve 2025
9.583
Totale vrije vermogensruimte
77.972
2.
Weerstandscapaciteit
Berekening weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Bedrag
Onbenutte belastingcapaciteit: •
OZB
0
•
Rioolheffing
67
•
Afvalstoffenheffing
333
Stelpost voor onvoorziene uitgaven
250
Subtotaal structurele belastingcapaciteit
650
Vrij aanwendbare deel algemene reserve
77.972
Stille reserves
pm
Subtotaal incidenteel
78.622
Totale weerstandscapaciteit
78.622
De onbenutte belastingcapaciteit (bij deze berekening € 400) is een instrument dat ons de mogelijkheid geeft om extra belastinginkomsten te genereren.
70
Risicomanagement We hebben onze (belangrijkste) risico's in beeld. Om onze risico's te beheersen nemen we waar mogelijk en zinvol maatregelen. Wij startten in 2024 met 2-jaarlijkse risicodialogen. In deze gesprekken inventariseren en actualiseren wij organisatiebreed mogelijke risico's. De risico's scoren wij op basis van kans dat het risico zich voordoet en de verwachte impact die er uit voortvloeit. En we kijken welke beheersmaatregelen passend zijn om mogelijke risico's te beperken. Waar risico's hoog scoren verhogen we de frequentie van monitoren. Op deze manier besteden we doorlopend aandacht aan de mogelijke risico's die we lopen, zorgen we voor risicobewustzijn, en het actueel zijn van onze informatie. De input gebruiken we onder meer bij de samenstelling van deze paragraaf. Hierbij beperken we ons tot de risico's met een hoge risicoscore of een verwacht restrisico van meer dan € 100.000.
Risico's Een risico is een onzekere gebeurtenis die het behalen van afgesproken doel(en) en resultaten kan belemmeren of vertragen. Dit zijn naast financiële ook niet-financiële risico’s, zoals bestuurlijke en juridische risico’s, imago- en frauderisico’s. Deze hebben niet (altijd) direct een financiële impact, maar kunnen (op termijn) wel grote gevolgen hebben voor de gemeente. Niet alle risico’s zijn relevant voor het weerstandsvermogen. Bijvoorbeeld omdat ze verzekerd zijn of omdat er een voorziening is getroffen. Wij monitoren continu de belangrijkste risico’s waarbij geen beheersmaatregelen zijn genomen of die niet zijn of kunnen worden afgedekt. In de begroting 2024 meldden wij de onderstaande risico’s met een mogelijke financiële impact vanaf € 100.000. We hielden bij de kwantificering van deze risico’s rekening met het slechtst denkbare scenario. In onderstaande tabel maken we een vergelijking tussen de begrote risico's 2024 en de risico's die in 2024 tot kosten leidden. Onderdeel
Risico
Sociaal domein (SD)
Onzekerheid op meerdere gebieden maken budgettering lastig Onzekerheid rijksbijdragen via het gemeentefonds De legesopbrengst is lager dan geraamd.
Gemeentefonds Invoering Omgevingswet en Wkb Oplopende rente / inflatie Klimaat en duurzaamheid Contracten RUD Zeeland Fiscale controles Schadeclaims Verbonden partijen Informatiebeveiliging Capaciteit uitvoering werkzaamheden Dividendopbrengsten Bouwgrondexploitatie
Hogere dan begrote kosten door stijgende rente en inflatie. Hogere dan begrote kosten door stijgende inflatie/rente Geen nieuwe contracten met RUD Zeeland na 2025 Controles leiden tot correcties met negatieve financiële gevolgen Aansprakelijkheidstellingen door derden die leiden tot schadevergoeding. Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen zijn hoger dan de (geraamde) VZG-richtlijn. Continue aandacht voor mogelijke kwetsbaarheden Kosten externe inhuur hoger dan verwacht door krappe arbeidsmarkt. Onzekerheid tav dividendopbrengsten Vertragende grondverkopen en toenemende infrakosten
Financieel gevolg in € 1.000 Begroting Jaarrekening 2024 2024 1.000 0 1.500
0
200
0
pm
0
pm
0
pm
0
500
0
300
0
300
0
pm
0
pm
0
pm pm
0 0
Toelichting risico's uit begroting 2024 Sociaal domein Gezien de ontwikkelingen ten aanzien van de kosten Jeugdhulp, creëerden we een bestemmingsreserve Jeugd ten laste van het saldo van jaarrekening 2023. Dit geeft ons in de periode 2024 tot en met 2028 een jaarlijkse buffer van € 1.700.000 om financiële tegenvallers in de Jeugdhulp op te vangen.
71
Daarnaast monitorden we de daadwerkelijk gedeclareerde kosten en vergeleken deze met de vooraf vastgestelde budgetten. Waar nodig raamden wij bij ten laste van het begrotingsresultaat. Deze aanpassingen deden wij via de verschillende perioderapportages. Hetzelfde deden wij met bijgestelde budgetten van verbonden partijen zoals IJZ. Op deze manier verwerkten we budgetaanpassingen zodra deze zich voordeden ten laste van het begrotingsresultaat. Er werd geen aanspraak gedaan op het weerstandsvermogen om onverwachte risico's uit het Sociaal Domein te dekken. Gemeentefonds In 2024 ontvingen wij € 1.4 miljoen meer dan begroot. Dit voordeel betreft de bijdragen van het Rijk in de Decembercirculaire 2024 Gemeentefonds. Door de datum van verschijnen van deze circulaire was het niet mogelijk om deze (positieve) afwijking mee te nemen in de 8ste perioderapportage. Invoering Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging Bouw (Wkb) In 2024 startten we met de invoering van de Omgevingswet en Wkb. De afwijkingen van de leges op de begroting raamden we bij in de perioderapportages. Hiermee heeft het risico zich niet voorgedaan. Oplopende rente / inflatie Het risico van oplopende rente deed zich niet voor. We namen correcties naar aanleiding van stijgende kosten mee in de perioderapportages. Klimaat en duurzaamheid In 2024 vielen de kosten voor uitvoering van het Rijksbeleid binnen de begroting.
Contracten RUD Zeeland Met ingang van 1 januari 2026 eindigt het dienstverlenings- en huurcontract met RUD Zeeland. Hiermee is het wegvallen van de contracten RUD Zeeland geen onzekere gebeurtenis meer. We namen de impact van het wegvallen van dit contract mee in de meerjarenbegroting. Fiscale controles In 2023 verlengden wij het convenant Horizontaal Toezicht met de Belastingdienst. De Belastingdienst voerde in 2024 geen fiscale controles uit. Schadeclaims In 2024 deden zich geen schadeclaims voor die impact hadden op het weerstandsvermogen. Verbonden partijen De bijdragen aan de verbonden partijen op basis van hun primitieve begrotingen verwerkten wij in onze begroting 2024. Er waren diverse begrotingswijzigingen waardoor de bijdragen (meerjarig) naar boven zijn bijgesteld. Via de perioderapportages pasten wij onze begroting aan aan de hogere bijdragen voor de verbonden partijen. Het risico dekten wij hiermee in 2024 af. Voor meer informatie over de verbonden partijen verwijzen wij u naar de Paragraaf Verbonden Partijen. Informatiebeveiliging In 2024 deden zich geen incidenten voor die leidden tot impact op het weerstandsvermogen. Capaciteit uitvoering werkzaamheden Waar nodig pasten wij het inhuurbudget aan via de perioderapportages. Dividendopbrengsten Dit risico deed zich niet voor.
In 2024 verwerkten we dividenduitkeringen van ZEH en GBE Aqua en voegden deze toe aan de algemene respectievelijk bestemmingsreserve. Voor meer informatie over de dividendopbrengsten en de toevoeging aan de reserves verwijzen wij u naar de toelichting bij I Balans en Toelichting. Bouwgrondexploitatie Het risico op hogere aanlegkosten van infrastructuur bij bouwgrondexploitatie deed zich niet voor. Voor meer informatie over de bouwgrondexploitatie verwijzen wij u naar de Paragraaf Grondbeleid.
Risico's na begroting 2024 Wij monitoren continue onze risico's. Dit doen we onder meer via risicodialogen en risicodossiers op onder meer grote projecten. Naar aanleiding hiervan pasten we sinds de begroting 2024 de risicoanalyse aan. We namen
72
nieuwe risico's op in de risicoparagraaf van de begroting 2025. Een aantal risico's identificeerden we tijdens de risicodialogen van februari 2025. We nemen deze mee in de p&c cyclus.
Risico
Begroting 2024
Begroting 2025
Sociaal Domein Gemeentefonds Invoering omgevingswet en Wkb Oplopende rente/inflatie Klimaat en duurzaamheid Contracten RUD Zeeland Fiscale controles (Schade)claims Verbonden partijen Informatiebeveiliging / bedrijfscontinuïteit Capaciteit uitvoering werkzaamheden Projectrisico's Campus Terneuzen / Integraal huisvestingsplan onderwijsvoorzieningen Netcongestie Risico's voortvloeiend uit mandaat havenmeester PFAS vervuiling
1.000.000 1.500.000 200.000
1.500.000 pm 250.000
Risicodialogen februari 2025 1.500.000 2.500.000 250.000
pm pm pm 500.000 300.000 300.000 pm
pm 0 0 0 0 300.000 1.000.000
0 0 0 0 100.000 2.000.000 4.100.000
pm
pm
100.000
0
0
1
0 0
pm 0
1 100.000
0
0
2.500.000
Uit de bovenstaande risicodialogen van februari 2025 blijkt een bedrag van € 13,2 miljoen aan risico's. Toelichting risico's uit risicodialogen februari 2025 We lichten hier alleen nieuwe of gewijzigde risico's toe. Een toelichting op reeds bestaande of ongewijzigde risico's is te vinden in de risicoparagraaf van de begroting 2024 of 2025. Gemeentefonds We begroten onze uitgaven realistisch en zijn eerder conservatief dan optimistisch. Voor wat betreft onze inkomsten zijn we in grote mate afhankelijk van het Rijk. De voorspelbaarheid van uitkeringen uit het Gemeentefonds laat al meerdere jaren te wensen over. We hanteren 1% van het begrotingstotaal als ‘onzeker' waar het inkomsten uit het Gemeentefonds betreft. Voor 2025 bedraagt dit afgerond € 2,5 miljoen. Oplopende rente/inflatie We ramen de inflatie reel op basis van cijfers CPB. Deze gebruiken we ook in onze meerjarenbegroting en passen deze tussentijds bij indien nodig. Met deze beheersmaatregel minimaliseren wij het restrisico van oplopende rente en inflatie. Om die reden verwijderen we dit risico uit de paragraaf risico's en weerstandsvermogen. (Schade)claims Dit betreft een binnengekomen claim van een leverancier, waarin contractant een schadevergoeding claimt voor het door ons ontbinden van een overeenkomst. Verbonden partijen In de begroting van 2025 namen we € 300.000 op.
Kijkend naar de gerealiseerde ‘verschillen’ tussen begroting en jaarrekening van de afgelopen jaren, ramen we het risico op 1% van het begrotingssaldo. Voor 2025 bedraagt dit afgerond € 2,5 miljoen. Let op: vanwege dubbeltelling voor wat betreft risico Jeugdzorg (via verbonden partijen GGZ/IJZ/aan-z) stellen we risico met € 500.000 naar beneden bij naar € 2.000.000. Bedrijfscontinuïteit We voerden in januari 2025 een cyber risico inventarisatie uit. Begeleid door een professionele partij (AON). Zij berekenden de mogelijke impact van 2 scenario’s (cyberaanval en datalek). Op basis hiervan schatte AON de
73
maximale impact in op € 4.100.000 in het geval van een datalek. Om die reden nemen we nu € 4,1 miljoen op in ons weerstandsvermogen. We verwachten in 2025 een verzekering af te sluiten voor een deel van deze € 4.1 miljoen (tbv incident response). Hiermee zal het bedrag in ieder geval dalen naar maximaal € 3.5 miljoen. Capaciteit uitvoering werkzaamheden Behalve dat we in eerste instantie geld overhouden door het niet beschikbaar zijn van arbeidskracht, is er een risico dat we onder invloed van externe factoren (wet- en regelgeving) versneld moeten investeren in slimmere werkwijzen, waardoor we efficiënter met bestaande arbeidskracht omgaan. Bijvoorbeeld door inzet van nieuwe technologie (AI). De ontwikkelingen gaan heel snel. Op dit moment is in de begroting nog geen rekening gehouden met vergaande inzet van technologie om de druk op de bestaande uitvoeringskracht te verminderen of uitwerking van nieuwe wet- en regelgeving in de bestaande bedrijfsvoering door middel van hoogstaande technologie te integreren. Hiervoor is geen budget en capaciteit vrijgemaakt. Risico's voortvloeiend uit mandaat havenmeester We actualiseren de havenverordening. Ten aanzien van de havenmeester zijn er mogelijk risico’s voor wat betreft eventuele gevolgen van door de havenmeester genomen besluiten uit hoofde van mandaat van het college.
We onderzoeken welke risico’s dit betreffen en wat passende beheersmaatregelen zijn. Tot die tijd hanteren we een risico van € 100.000. PFAS vervuiling In Zeeuws-Vlaanderen zijn er zorgen over PFAS-vervuiling, vooral in gebieden met industriële activiteiten of waar PFAS-houdend blusschuim is gebruikt. Het is belangrijk om proactief te zijn in het identificeren en aanpakken van mogelijke PFAS-vervuiling om toekomstige kosten en gezondheidsrisico's te beperken. Zolang we geen concrete aanpak hebben op dit dossier schatten wij dit risico in op € 2,5 miljoen. Conclusie weerstandscapaciteit in relatie tot de (rest)risico’s In 2024 leidden de risico's niet tot aantasting van het weerstandsvermogen. Uit de risicodialogen in februari 2025 blijkt een bedrag van € 13,2 miljoen aan risico's. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit van € 78,6 miljoen waarmee de weerstandsratio uitkomt op 5,9. De weerstandsratio kwalificeert daarmee als uitstekend. Op basis van onze inschattingen is de weerstandscapaciteit de komende jaren nu voldoende om de (rest)risico's op te vangen.
Vanwege de onzekerheden rondom de toekomstige uitkering van het Gemeentefonds (ravijnjaar) in combinatie met de grote investeringen waar we voor staan (Campus Terneuzen en Totaalplan Binnenstad) beperken we de beheersing van deze risico's niet tot de risicoparagraaf in de begroting en het jaarverslag, maar maakten we deze onderdeel van onze doorlopende interne beheersing.
74
Kengetallen financiële positie
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft een basisset van vijf kengetallen voor die in samenhang informatie geven aan de Raad over de financiële positie van de gemeente. Doel van deze kengetallen is het kunnen vormen van een beter oordeel over het structureel en reëel sluitend zijn van de begroting. Voor de stand van de financiële positie is het belangrijk de kengetallen in samenhang te beoordelen. De Provincie Zeeland hanteert voor de kengetallen de volgende signaleringswaarden. Kengetal Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden
Categorie A <90%
Categorie B 90-130%
Categorie C >130%
b. met correctie doorgeleende gelden
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte begroting Belastingcapaciteit
>50% <20% >0% <95%
20-50% 20-35% 0% 95-105%
<20% >35% <0% >105%
75
De gezamenlijke provinciale toezichthouders besloten om voor het verkrijgen van een goed beeld op de financiële positie aan te sluiten bij de zgn. signaleringswaarden. Deze zijn afkomstig van de stresstest voor 100.000+ gemeenten. De signaleringswaarden zijn ingedeeld in categorieën. De provinciale toezichthouders geven geen waardeoordeel over deze categorieën. Dit omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf plaatsvindt. Duidelijk is wel dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Begrotin g
Kengetallen 2019
2020
2021
2022
2023
2024
CAT
2024
1a. Netto schuldquote Netto schuldquote gecorr.voor 1b. alle verstrekte leningen
90,5%
79,0%
70,7%
49,1%
39,2%
15,6%
A
61,6%
89,8%
78,4%
69,9%
48,5%
38,6%
15,0%
A
61,1%
2.
Solvabiliteitsrisico
20,3%
23,5%
26,9%
34,7%
39,4%
48,6%
B
32,2%
3.
Grondexploitatie
6,0%
5,1%
3,2%
3,1%
3,3%
3,4%
A
1,8%
4.
Structurele exploitatieruimte
1,7%
2,6%
4,3%
14,2%
5,5%
2,4%
A
2,4%
5.
Gemeentelijke belastingcapaciteit
99,2%
98,1%
96,5%
90,6%
91,2%
91,8%
A
95,4%
Debtratio
79,7%
76,5%
73,1%
65,3%
60,6%
51,4%
67,8%
Netto schuld per inwoner
€ 2.660 € 2.528 € 2.320 € 1.851 € 1.616
€ 764
€ 2.500
Verplichte indicatoren vanuit het BBV Bij onderstaande indicatoren hebben wij streefwaarden ingezet om direct in de grafieken te kunnen zien hoe wij ervoor staan. Deze streefwaarden staan niet vast en kunnen indien de raad dit wil nog wijzigen. Netto schuldquote (NSQ) De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente aan ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%.
Netto schuldquote
rek.21 (1) rek.22 (2) rek.23 (4) begr.24 (4) rek.24 (5)
76
Kengetal Terneuzen Categorie
70,7%
49,1%
39,2%
61,6%
15,6%
A
A
A
A
A
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is exclusief doorgeleende gelden). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa + verstrekte geldleningen - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totale baten exclusief mutaties reserves x 100%.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
rek.21 (1)
rek.22 (2)
rek.23 (4)
begr.24 (4)
rek.24 (5)
Kengetal Terneuzen
69,9%
48,5%
38,6%
61,1%
15,0%
A
A
A
A
A
Categorie
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (eigen vermogen / totaal passiva) x 100%.
77
Solvabiliteitsrisico Kengetal Terneuzen Categorie
rek.21 (1) rek.22 (2) rek.23 (4) begr.24 (4) rek.24 (5) 26,9%
34,7%
39,4%
32,2%
48,6%
B
B
B
B
B
Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale activa bouwgronden in exploitatie / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%.
Grondexploitatie Kengetal Terneuzen Categorie
rek.21 (1) rek.22 (2) rek.23 (4) begr.24 (4) rek.24 (5) 3,2%
3,1%
3,3%
1,8%
3,4%
A
A
A
A
A
78
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal helpt om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Het kengetal is belangrijk voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((totale baten - incidentele baten) - (totale lasten - incidentele lasten) + structurele onttrekkingen - incidentele toevoegingen) / totale baten exclusief mutaties reserves) x 100%.
Structurele exploitatieruimte Kengetal Terneuzen Categorie
rek.21 (1) rek.22 (2) rek.23 (4) begr.24 (4) rek.24 (5) 4,3%
14,2%
5,5%
2,4%
2,4%
A
A
A
A
A
Gemeentelijke belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden Dit kengetal geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen kan verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze van de gemeente. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (totale woonlasten (= OZB gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + rioolheffing gezin bij een gemiddelde WOZ waarde + afvalstoffenheffing gezin) / totale gemiddelde landelijke woonlasten) x 100%.
79
Gemeentelijke belastingcapaciteit Kengetal Terneuzen
rek.21 (1) rek.22 (2) rek.23 (4) begr.24 (4) rek.24 (5) 96,5%
90,6%
91,2%
95,4%
91,8%
B
A
B
A
A
Categorie
Eigen indicatoren gekozen door de gemeenteraad Naast bovenstaande verplichte basisset van verplichte kengetallen gebruiken wij al enige jaren twee kengetallen waarmee wij de financiële positie volgen. Dit zijn de debtratio en de netto schuld per inwoner. Hieraan koppelden wij geen streefwaarden. Debtratio De debtratio is de omgekeerde solvabiliteitsratio en geeft de verhouding aan van de schulden ten opzichte van het balanstotaal. Dit kengetal berekenen wij als volgt: ((voorzieningen + langlopende geldleningen + kortlopende schulden + overlopende passiva) / totaal passiva) x 100%.
80
Debtratio Kengetal Terneuzen
rek.21 (1) rek.22 (2) rek.23 (4) begr.24 (4) rek.24 (5) 73,1%
65,3%
60,6%
67,8%
51,4%
Netto schuld per inwoner Het kengetal netto schuld per inwoner is net als de debtratio overgebleven uit de stresstesten die wij in het verleden opstelden. De berekening komt voor een groot deel overeen met het verplichte kengetal netto schuldquote. Dit kengetal berekenen wij als volgt: (vaste schulden + netto vlottende schuld + overlopende passiva - Financiële activa - uitzetting < 1 jaar - liquide middelen - overlopende activa) / totaal aantal inwoners) x € 1. N.B. voor het vergelijk nemen wij een constant aantal inwoners op van 54.500 inwoners.
Netto schuld per inwoner
rek.21 (1) rek.22 (2) rek.23 (4) begr.24 (4) rek.24 (5)
Kengetal Terneuzen
€ 2.320,14 € 1.851,25 € 1.616,04 € 2.500,30
€ 764,08
C. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf komt het onderhoud van de openbare ruimte (wegen, riolering, groen en openbare verlichting) en de gemeentelijke gebouwen aan de orde. Het onderhoud vond plaats aan de hand van de volgende beheerplannen: • Wegenbeheerplan 2024 • Beleid- en Beheerplan openbare verlichting 2015-2024 • Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2024-2028 • Groeidocument Groen! • Beleidsplan Onderhoud Gemeentelijk Vastgoed • Beheerplan Civiele Kunstwerken (BCK)
Wettelijk kader Wij hebben op de genoemde onderdelen een wettelijke zorgplicht. De beheerplannen geven inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de te beheren goederen. Zo geven ze informatie over de staat van onderhoud, uit te voeren werkzaamheden en de benodigde middelen.
81
Integraal werken Groot onderhoud aan met name wegen en riolering of waterpartijen vergt veel voorbereiding. Dankzij onze inspecties en onze onderhoudsplanningen die meerdere jaren vooruitkijken, kunnen we efficiënter werken door projecten te combineren. Dat biedt ook meer ruimte voor participatie. Afstemming met nutsbedrijven voor werkzaamheden aan kabels en leidingen vergt steeds meer tijd. Dit betekent in de praktijk dat de feitelijke uitvoering buiten, en daarmee het grootste deel van de kosten, jaren na het besluit tot renovatie of herinrichting volgen. Deze werkwijze voorkomt herhaalde overlast en bespaart kosten.
Wegen Het wegenbeheerplan 2024 is de basis voor ons wegenbeheer. Binnen dit beheerplan werken we met jaarschijven. In een jaarschijf staat benoemd welke werkzaamheden we in dat jaar willen uitvoeren. Wat willen we bereiken? We willen dat de veiligheid van weggebruikers niet in gevaar is, zodat wij ten minste voldoen aan onze zorgplicht. Dit bereiken we door ons streven dat de verhardingen voldoen aan ten minste beeldkwaliteit B van de CROWsystematiek zodat zij bijdragen aan een prettige leefomgeving. Wat hebben we gedaan? We inspecteerden in 2023 al onze wegen. Op basis hiervan stelden we in 2024 een nieuw wegenbeheerplan 2024 op. Wij onderhielden alle wegvakonderdelen inclusief de voetpaden op ten minste beeldkwaliteit B van de CROWsystematiek. We voerden werkzaamheden uit die overbleven uit vorige jaren. Van de jaarschijf 2024 realiseerden we nog niet alle geplande werkzaamheden. Een deel hiervan willen we namelijk combineren met werkzaamheden aan de riolering. Dit vraagt een langere voorbereidingstijd. Wel werkten we in 2024 meer van de werkvoorraad uit voorgaande jaren weg. Onderdelen van de jaarschijf 2024 die wij niet uitvoerden schuiven door naar de jaarschijf 2025. Onze uitvoeringsplanning stemmen wij af met de planning van de netbeheerders. Dit doen we om zoveel mogelijk overlast te voorkomen.
Netbeheerders hebben steeds meer moeite om binnen een redelijke termijn hun werkzaamheden uit te voeren. Ook in 2024 werd door derden in verschillende wijken en kernen glasvezel aangelegd in onze verhardingen. Wij hielden toezicht op deze werkzaamheden. Reparatie van ontstane schade dekten we uit de bestemmingsreserve aanleg glasvezelnetwerk. Hierin storten we de vergoedingen die we van de netwerkbedrijven krijgen in verband met achteruitgang van onze verhardingen. Kerncijfers wegen Aantal kilometers weg Waarvan binnen bebouwde kom Waarvan buiten bebouwde kom Oppervlakte wegennet Waarvan klinkers en tegels Waarvan asfalt
350 km 99% 1% 3.640.467 m² 60% 39%
Wat heeft het gekost? Voor 2024 hadden we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 1.112.000. Hiervan gebruikten we € 909.710. Voor een overzicht van de gedane investeringen verwijzen wij naar de bijlage verantwoording investeringsprogramma. Daarnaast was er een bedrag van € 7.659.040 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Hiervan besteedden we € 7.647.528 aan het onderhoud van onze verhardingen. Dit is inclusief onze bijdrage aan het Waterschap die wij volgens de Wet Uitkering Wegen moeten afdragen. Raming
Werkelijk
82
Jaar 2024
Exploitatie
Investeringen
Exploitatie
Investeringen
€ 7.659.040
€ 1.662.000
€ 7.647.528
€ 1.063.856
Openbare verlichting Het Beleid- en Beheerplan openbare verlichting 2015-2024 is de basis voor het beheer aan onze openbare verlichting. Verschillende overheden in Zeeland werken op het gebied van openbare verlichting samen in het Bureau Openbare Verlichting Zeeland (BOVZ). Netwerkbeheerder Stedin maakt ook onderdeel uit van deze samenwerking. Wat willen we bereiken? We willen de openbare ruimte zo verlichten dat we een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving bieden. Dit willen we doen tegen een minimaal energieverbruik en aanvaardbare kosten. Wat hebben we gedaan? Onze doelstelling is om voor 2025 alle armaturen die ouder zijn dan twintig jaar te vervangen. Daarom vervingen we 615 armaturen door energiezuinige en storingsarme led-armaturen. Hiermee liggen we op schema om onze doelstelling te bereiken. Dit deden we bovenop onze normale beheertaak. Hierbinnen vervangen we lichtmasten die beschadigd of aangereden zijn, of vanwege hun levensduur aan vervanging toe zijn. Onder Zeeuwse afspraken tussen alle wegbeheerders droegen wij in 2024 332 lichtmasten buiten de bebouwde kom over aan het Waterschap. Kerncijfers openbare verlichting Aantal masten Aantal armaturen Waarvan ledverlichting
13.721 13.730 72%
Wat heeft het gekost? Voor 2024 hadden we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 472.000. Hiervan gebruikten we € 393.126. Voor een overzicht van de gedane investeringen verwijzen wij naar de bijlage verantwoording investeringsprogramma. Daarnaast was een bedrag van € 1.718.711 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Hiervan besteedden we € 1.625.598 aan het onderhoud van onze openbare verlichtingen.
Raming
Jaar 2024
Werkelijk
Exploitatie
Investeringen
Exploitatie
Investeringen
€ 1.718.711
€ 472.000
€ 1.625.598
€ 393.126
Riolering De Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) is de basis voor ons beheer. Het rioleringsstelsel maakt een belangrijk onderdeel uit van de infrastructuur. Aan de ene kant voor de inzameling en transport van afvalwater van inwoners en bedrijven. Aan de andere kant voor het afvoeren van overtollig hemelwater en grondwater.
Wat willen we bereiken? Wij willen een goed functionerend rioolstelsel om te voldoen aan onze wettelijke zorgplichten. Deze zorgplichten omvatten de bescherming van de volksgezondheid, natuur en milieu en het bieden van een veilige en goede leefomgeving. De inzameling van afvalwater en het transport hiervan naar een waterzuivering is hierin een verplichting.
83
Wat hebben we gedaan? We gaven invulling aan de WKA door het voorbereiden en uitvoeren van regulier en groot onderhoud, en het optimaliseren van het rioolstelsel. Het regulier onderhoud bestaat uit het inspecteren en reinigen van delen van het rioolstelsel. Onder groot onderhoud verstaan we het vervangen, renoveren en afkoppelen. Voor groot onderhoud en verbeteringen namen wij een groot aantal projecten in voorbereiding en uitvoering. Het gaat vooral om (deel-)projecten afkomstig uit de jaarschijven 2018 tot en met 2023. Er is namelijk nog sprake van een grote werkvoorraad, vooral voor rioolrenovaties en renovaties aan gemalen. Deze werkvoorraad wordt elk jaar kleiner. Daarnaast namen we de projecten uit de jaarschijf 2024 in voorbereiding. Hierdoor benutten we slechts een klein gedeelte van het investeringskrediet 2024. Kerncijfers riolering Aantal kilometers riolering Waarvan vrij-vervalriolering Waarvan mechanische riolering (pers-,druk-/vacuüm) Waarvan drainage Aantal gemalen en pompunits
556 km 416 km 100 km 40 km 636 stuks
Wat heeft het gekost? Voor 2024 hadden we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 3.215.000. Hiervan gebruikten we € 330.385 voor groot onderhoud binnen de WKA. Dit is dus zowel voor ons rioolbeheer als ons waterbeheer. Voor een overzicht van de gedane investeringen verwijzen wij naar de bijlage verantwoording investeringsprogramma. Daarnaast was een bedrag van € 4.092.184 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. We besteedden € 4.277.059 aan het regulier onderhoud binnen de WKA. Raming
Jaar 2024
Werkelijk
Exploitatie
Investeringen
Exploitatie
Investeringen
€ 4.092.184
€ 3.215.000
€ 4.097.649
€ 330.385
Water De Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) is de basis voor ons waterbeheer. Het oppervlaktewater binnen het stedelijk gebied is primair bedoeld voor de berging en de afvoer van overtollig regenwater. Maar waterpartijen geven ook een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Met het waterschap hebben wij een samenwerkingsovereenkomst voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater in bebouwd gebied (BOB). Deze overeenkomst actualiseerden we in 2024 en heeft een looptijd van 10 jaar.
Wat willen we bereiken? Wij willen dat de kwaliteit van ons water goed is en we willen wateroverlast voorkomen om aan onze zorgplicht te voldoen. Een goede waterkwaliteit is namelijk van belang in het beschermen van de volksgezondheid, het milieu en de natuur. Het voorkomen van wateroverlast is één van de taken binnen onze zorgplicht voor een veilige leefomgeving. Wat hebben we gedaan? We gaven invulling aan de WKA door het voorbereiden en uitvoeren van regulier en groot onderhoud. Daarnaast werkten we samen met Rijkswaterstaat in het uitwerken en voorbereiden van te nemen maatregelen tegen de grondwateroverlast in Sluiskil. Voor de wijk Noordpolder in Terneuzen werkten we aan het integrale wijkgerichte plan om deze wijk klimaatrobuust in te richten. Dit moet onder meer problemen als bij de wolkbreuk in september 2022 voorkomen.
84
Meldingen van overlast registreerden we bij het grondwaterloket. Ook adviseerden we inwoners over hoe zij kunnen bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast Het regulier onderhoud bestaat uit het doorstroombaar houden van onze waterlopen door middel van het maaien van riet. Onder groot onderhoud verstaan we het baggeren, reconstrueren of optimaliseren van onze waterwegen. Geplande werkzaamheden voor groot onderhoud combineerden we zoveel mogelijk met herinrichtingen van de openbare ruimte aan de hand van klimaatlabel B. Hierbij vormden we verharding om naar groen, voegden we wadi’s toe (Water Afvoer Drainage en Infiltratie) en namen we andere maatregelen om water in de grond te laten zakken. Op die manier werkten we aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress in de toekomst.
Kerncijfers water Lengte sloten/oppervlaktewateren Lengte beschoeiingen
70 km 50 km
Wat heeft het gekost? Het budget voor het uitvoeren van de WKA is bestemd voor zowel ons rioolbeheer als ons waterbeheer. Daarom verwijzen wij u voor de verantwoording van de gemaakte kosten voor ons waterbeheer naar ‘Wat heeft het gekost?’ onder de kop Riolering.
Openbaar groen Het Groeidocument Groen! is de basis voor het beheer van ons openbaar groen. De kwaliteit van het openbaar groen bepaalt in belangrijke mate of mensen zich prettig voelen in hun dagelijkse leefomgeving. Het is van belang dat er voldoende kwaliteitsgroen in de gemeente is. Tegelijkertijd kan groen voor overlast zorgen. Goed beleid en beheer is daarom belangrijk. Wat willen we bereiken? Wij willen dat ons openbaar groen geen gevaar oplevert. Het goed onderhouden en controleren van onze bomen is nodig voor de veiligheid van de leefomgeving. Ook willen wij voldoen aan onze zorgplicht ten opzichte van natuurbescherming. We streven naar beeldkwaliteit B (volgens de CROW-systematiek) voor ons openbaar groen. We hanteren beeldkwaliteit C als uiterste ondergrens. Wat hebben we gedaan? Wij voerden het groenbeheer uit volgens het format groenbeheerplan per kern uit het Groeidocument Groen! Vanaf 2024 hadden wij een hoger budget voor onderhoud van het openbaar groen beschikbaar om de beeldkwaliteit hiervan te kunnen verhogen. Dit had een positief effect op de beeldkwaliteit. We behaalden in 2024 de gewenste beeldkwaliteit B. We kapten bomen die ziek, dood of onveilig waren. Voor elke gekapte boom plantten we tenminste weer één nieuwe boom terug. In 2024 wipten we als gemeente de meeste tegels per inwoner van de provincie Zeeland.
Zo vormden we ruim 4.000 m2 verharding om naar groen. Kerncijfers groen Oppervlakte openbaar groen
Ca. 5.532.732 m²
Aantal bomen
Ca. 27.179 stuks
Wat heeft het gekost? Voor 2024 hadden we een investeringsbudget (jaarschijf) beschikbaar van € 457.500. Hiervan gebruikten we € 167.219. Voor een overzicht van de gedane investeringen verwijzen wij naar de bijlage verantwoording investeringsprogramma. Daarnaast was er een bedrag van € 5.409.877 beschikbaar voor kapitaal- en exploitatielasten. Hiervan besteedden we € 5.319.505 aan het onderhoud van het openbaar groen. Raming
Werkelijk
85
Jaar 2024
Exploitatie
Investeringen
Exploitatie
Investeringen
€ 5.409.877
€ 457.500
€ 5.319.505
€ 167.219
Gebouwen Wij zijn eigenaar van verschillende gebouwen en bouwwerken. Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud dat daarbij hoort. Dit onderhoud staat in een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Het beheer leggen wij vast in het gebouwenbeheersysteem O-Prognose. Wat willen we bereiken? We willen de staat van de gebouwen op een aanvaardbaar niveau houden. Hiervoor voeren we het noodzakelijke onderhoud aan onze gebouwen uit om het behoud van kwaliteit en functionaliteit te waarborgen. Wat hebben we gedaan? We voerden een aanzienlijk deel van de geplande onderhoudswerkzaamheden aan onze gebouwen uit. Daarnaast pakten we diverse uitgestelde werkzaamheden uit voorgaande jaren succesvol op zodat de werkvoorraad weer verder afnam. Het restant schuiven we door naar 2025. Om onze gebouwen te verduurzamen volgden we de planning uit de ‘Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed’. Wat heeft het gekost? Voor het uitvoeren van het onderhoud aan de gebouwen hadden we in 2024 een bedrag beschikbaar van € 4.300.617. In totaal besteedden we een bedrag van € 4.027.444 aan onderhoud. Het resterende budget voegden we toe aan de bestemmingsreserve Onderhoud Gebouwen. Raming Exploitatie Jaar 2024
€ 4.300.617
Investeringen
Werkelijk Exploitatie
Investeringen
€ 4.027.444
Civiele kunstwerken Wij zijn eigenaar van verschillende civiele kunstwerken, daaronder vallen bijvoorbeeld bruggen, tunnels en steigers. Wij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud dat daarbij hoort. Dit onderhoud staat in het Beheerplan Civiele Kunstwerken (BCK). Het beheer leggen wij vast in het beheersysteem Obsurv. Wat willen we bereiken? We willen de staat van de civiele kunstwerken op een aanvaardbaar niveau houden. We streven hierbij naar de in het Beleidsplan genoemde beeldkwaliteit B van het CROW. Wat hebben we gedaan? We voerden inspecties uit aan onze civiele kunstwerken. Op basis hiervan stelden we de uitvoeringsplanning behorend bij het BCK bij. Daarnaast voerden we regulier onderhoud uit. Wat heeft het gekost? Voor het uitvoeren van het onderhoud aan de Civiele kunstwerken hadden we in 2024 een bedrag beschikbaar van € 261.000. In totaal besteedden we een bedrag van € 220.874 aan het onderhoud.
86
D. Financiering Inleiding In deze paragraaf gaan wij in op de financieringsfunctie. Financiering is de manier waarop de gemeente geld aantrekt. Deze functie heeft als doel te voorzien in voldoende financieringsmiddelen tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. We melden in deze paragraaf hoe we hier in 2024 gebruik van maakten. Ook beschrijven we de voorwaarden van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm die bij de financiering horen. We informeren u ook over de leningenportefeuille en het schatkistbankieren.
Risicobeheer Renterisicobeheer Uitgangspunten van het renterisicobeheer zijn onder andere dat wij de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, volgens de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), niet overschrijden. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het maximale bedrag waarmee we een financieringstekort met een kortlopende lening mogen financieren volgens de Wet Fido. In 2024 bedroeg de kasgeldlimiet € 19.286.000. We overschreden de kasgeldlimiet niet. Renterisiconorm Om te voorkomen dat er jaarlijks grote wijzigingen zijn in de rentelasten, schrijft de Wet Fido de renterisiconorm voor. De jaarlijkse aflossingen en wijzigingen in de rente mogen niet meer dan 20% van het begrotingstotaal zijn. In 2024 was deze norm € 45.379.000. We overschreden in 2024 de renterisiconorm niet. Kredietrisicobeheer Kredietrisico's ontstaan als een tegenpartij niet op tijd of helemaal niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Dit kan leiden tot een lagere waarde van onze vorderingen. In 2024 was er geen sprake van een waardevermindering van onze vorderingspositie. Op 31 december 2024 stond er € 856.000 uit aan langlopende leningen. Deze leningen zijn verstrekt aan verenigingen en stichtingen binnen onze gemeente. Het totaal aan aandelen en deelnemingen is € 25.560.000. Dit zijn aandelen in de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (Z.E.H.
N.V.), Stedin, GBE Aqua B.V. en N.V. Economische Impuls Zeeland. We nemen ook deel in de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting en de Stichting Zeeuwind, waarvoor ongeveer € 1.107.482.000 is geïnvesteerd. In totaal zijn er aandelen van GBE Aqua gekocht voor € 24.142.000 waarvan € 11.551.000 in 2024. Daarnaast is er een kapitaalstorting gedaan voor Stedin van € 750.000. Concluderend lopen we weinig kredietrisico’s op de vaste uitzettingen. De uitgezette gelden hebben een voorzichtig karakter en zijn niet gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatige risico’s.
Intern liquiditeitsbeheer Dit betreft het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning. Hierdoor kunnen de financieringskosten hoger uitvallen. Voor de liquiditeitspositie tot een jaar was een planning aanwezig. Deze actualiseerden wij dagelijks op basis van de geldstromen binnen de organisatie en de wijzigingen daarin. Voorop stond dat wij altijd aan onze betalingsverplichtingen konden voldoen. Hiervoor waren steeds voldoende geldmiddelen beschikbaar. Koers- en valutarisicobeheer Wij zijn geen belangrijke c.q. omvangrijke financiële transacties in vreemde valuta aangegaan. Daarmee zijn er geen koers- en valutarisico’s.