CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-26 a. Vaststelling Integraal Huisvestingsplan (IHP) Gemeente Terneuzen 2024 - ontwerpbesluit

gemeenteraad 26 september 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststelling Integraal Huisvestingsplan (IHP) Gemeente Terneuzen 202426.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor de maatregel levensduur verlengende renovatie 2B zijn de volgende spelregels van toepassing: • Bij een aangepaste variant wordt het gebouw verduurzaamd, het binnenklimaat verbeterd en worden beperkte ingrepen gedaan om de onderwijskundige kwaliteit te verbeteren. • De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van de kwaliteit verhogende (en levensduurverlengde) ingrepen binnen de wettelijke kaders. • Het budget wordt bepaald op basis van de benodigde ruimtebehoefte van de school en kinderopvang, niet op de capaciteit van het gebouw en bedraagt maximaal 50% van het nieuwbouwbudget. • Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 25 jaar wordt verlengd. • De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP. Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt, wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep. • De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit, inclusie en circulariteit worden onderzocht, maar zijn geen doel op zich. Binnen de mogelijkheid van het beschikbare budget wordt hier invulling aan gegeven.

21/84

17

Wetgeving rond levensduur verlengende renovatie Voor levensduur verlengende renovatie als voorziening in de onderwijshuisvesting is door het Rijk wetgeving in de maak. De verwachting is dat deze in 2025 een feit wordt. Tot het moment dat de wetgeving van kracht is gelden bovenstaande spelregels voor levensduur verlengende renovatie of aangepaste levensduur verlengende renovatie. Het IHP beoogt vooruit te lopen op deze wetswijziging. 3.4. Bouwsteen 4: Samenwerking Voor het IHP kan samenwerking betekenen dat scholen gebouwen delen, met elkaar of met partners (bijv. kinderopvang etc.). Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven, waarbij gebouwelijke samenwerking idealiter volgt op de inhoudelijke samenwerking. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling. Gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren en biedt exploitatievoordelen (delen van ruimten). Eventuele gebouwelijke consequenties worden in beeld gebracht en zijn onderdeel van scenario-ontwikkeling. Verschillende vormen van samenwerking zijn mogelijk en worden hier toegelicht. 1. In de scenario-ontwikkeling van het IHP worden de verschillende samenwerkingsmogelijkheden onderzocht en bestaande samenwerkingen in beeld gebracht. Het gaat om verschillende vormen van onderwijs en kinderopvang. 2.

Het schoolbestuur en de besturen kinderopvang streven ook naar samenwerking tussen scholen en kinderopvang onderling. Daarbij zijn enkele randvoorwaarden en uitgangspunten geformuleerd: • Samenwonen/clusteren van scholen/opvang in een gebouw biedt flexibiliteit in tijden van groei en krimp. • Er wordt bij clustering rekening gehouden met het ontwikkelconcept, denominatie, de thuisnabijheid en de sociale en culturele identiteit van de school in de buurt, wijk of kern. De diversiteit van de kernen wordt nader toegelicht in bouwsteen 5. • De samenwerking richt zich in basis op het delen van faciliteiten en het efficiënt inzetten van ruimten. • Heldere afspraken over beheer, eigendom en verhuur zijn noodzakelijk. Zeker wanneer er ook andere organisaties in het gebouw worden gehuisvest. Hiervoor wordt verwezen naar de regeling ‘Medegebruik en verhuur in onderwijsgebouwen in de gemeente Terneuzen’. • Er wordt alleen verwezen naar leegstand wanneer er sprake is van uitwoning met bij voorkeur twee groepen tegelijkertijd. College en Raad kunnen hier in specifieke gevallen, gemotiveerd, van afwijken. 3. Schoolbesturen en kinderopvang zetten in op het behouden en uitbreidingen van samenwerking tussen het onderwijs en peuteropvang, kinderdagopvang en BSO. Dit worden ook wel partners voor (integrale) kindcentra (IKC) genoemd.

• Gemeente Terneuzen richt zich bij nieuwbouw in eerste instantie op (integrale) kindcentra. • De samenwerking richt zich op de afstemming van de pedagogiek en didactiek van beide partijen. • De samenwerking richt zich op doorlopende leerlijnen van 0 tot 13 jaar. Andere soort initiatieven zoals tienercolleges dienen echter niet uitgesloten te worden. • De samenwerking tussen PO en IKC-partners kunnen verschillende vormen aannemen. Er zijn verschillende manieren van integratie tussen onderwijs en kinderopvang. Het IHP formuleert uitgangspunten, maar biedt ruimte om per project maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie. • Door doorontwikkeling van deze samenwerking wordt invulling geven aan de behoefte van ouders aan voor- en naschoolse opvang. • Heldere afspraken over beheer, eigendom en verhuur zijn noodzakelijk. Zeker wanneer er ook andere organisaties in het gebouw worden gehuisvest. Hiervoor

22/84

18

•

wordt verwezen naar de regeling ‘Medegebruik en verhuur in onderwijsgebouwen in de gemeente Terneuzen’. De weglek naar België kan door een goede samenwerking worden verminderd.

4. Inclusief werken en onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen is een speerpunt vanuit het samenwerkingsverband. Gemeente Terneuzen ondersteunt dit speerpunt waarbij kinderen met en zonder beperking of ziekte samen naar school gaan. Bij het organiseren van inclusief onderwijs is passende onderwijshuisvesting een belangrijke voorwaarde. Dit staat ook beschreven in paragraaf 2.12. Een gebouw moet fysiek toegankelijk zijn voor kinderen met een beperking, maar ook voldoende flexibel zijn om zorg en ondersteuning te kunnen bieden aan kinderen die dit nodig hebben. 3.5. Bouwsteen 5: Vraag & Aanbod Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod de gemeente en schoolbesturen nastreven. Het gewenste aanbod van onderwijs is bepalend voor de huisvestingsoplossingen. 1. De analyse- en scenario ontwikkeling in het IHP richt zich voor het PO op het kern- en wijkniveau en voor het SO en V(S)O op gemeenteniveau en regio ZeeuwsVlaanderen. Specifieke denominaties, onderwijsvormen of speciaal (basis) onderwijs kunnen vragen om een analyse- of scenario op regionaal niveau. 2. Het onderwijsaanbod wordt ook geanalyseerd in relatie tot leefbaarheid. Waarbij de gewenste omvang van scholen en de kinderopvang in de kleine kernen anders kan zijn dan de gewenste omvang van scholen en de kinderopvang in de kern Terneuzen. 3.

Er is tevens aandacht voor de afstand, en bereikbaarheid van gymzalen en sportvelden in relatie tot de openingstijden van de school en de kinderopvang. 4. De buitenruimte is een onderdeel van de locatie. De verordening is het uitgangspunt voor het aantal vierkante meters. Gemeente Terneuzen is beleid aan het ontwikkelen omtrent openbare speelpleinen. Doel is om het speelplein onderdeel te maken van de wijk/kern. Thema’s in dit beleid zijn onder andere afspraken rondom exploitatie en onderhoud, meer inclusie en buiten schooluren open voor sport en welzijn. 5. Een dislocatie kan alleen worden gerealiseerd: a. Wanneer op de hoofdlocatie geen ruimte meer is om alle groepen te huisvesten; b. Wanneer deze bestaat uit minimaal twee (permanente) groepsruimten en benodigde nevenruimten, zodat de locatie zoveel mogelijk zelfstandig kan functioneren. 6. Bij ontwikkeling van nieuwe woningbouwgebieden dient rekening gehouden te worden met onderwijsvoorzieningen zodat deze ruimtelijk goed gepositioneerd zijn. 3.6. Bouwsteen 6: Groei & Krimp Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met groei en krimp in relatie tot onderwijshuisvesting. 1. Mogelijkheden voor het in de toekomst voorkomen van ruimtetekorten en overschotten zijn: • Efficiënt inzetten van ruimten (niet bouwen voor leegstand). • Bouwdelen afstootbaar maken. • Clusteren van scholen. 2.

Voor het oplossen van ruimtetekorten en overschotten zijn verwijzen (gebruik van ruimteoverschotten door andere scholen met een ruimtetekort) en/of het in medegebruik geven of verhuren van ruimten vanuit het solidariteitsbeginsel reële

23/84

19

mogelijkheden (Verordening). Afstoten van een ruimteoverschot is alleen een optie in bijzondere gevallen. In de Verordening en ‘Notitie medegebruik en verhuur’ zijn afspraken hierover vastgelegd. 3. Voorwaarde voor verwijzen naar een ruimteoverschot zijn: • Afstandscriterium (PO:2 km) mits via een veilige begaanbare route. • Uitwonen (een gedwongen dislocatie bij een andere school in huis) bij voorkeur met twee groepen tegelijkertijd in het PO, omdat het voor de inwonende school eenzaam/onherkenbaar wordt. 4. Voldoende diversiteit aanbieden betekent inspelen op de groeiende flexibiliteit/ arbeidsmobiliteit van de ouders. De reisafstand tot de (integrale) kindcentra is gemiddeld langer dan in het verleden. De ouders kiezen vaker bewust voor scholen verder van huis als zij de voorkeur geven aan specifieke onderwijsvormen. De flexibiliteit van de ouders is hiermee flink toegenomen waardoor de hele infrastructuur in beweging is. Dit hangt ook samen met de carrières van de ouders: het toegenomen gebruik van kinder- en naschoolse opvang heeft ook invloed op de mobiliteit van de gezinsleden. Door de sterke toename in het aanbod (integrale kindcentra) neemt de gemiddelde afstand tot deze voorzieningen de laatste jaren flink af, ook in de landelijke gebieden. Dit houdt in dat ouders nu en in de toekomst steeds flexibeler worden in de keuze voor een school en/of kinderopvang.

In Terneuzen is, in afwijking tot wat er landelijk speelt, er minder sprake van toename in dit aanbod. 5. Inspelen op de groei van de internationale industrie in Terneuzen en de daarbij horende expats. Hierbij valt te denken aan ruimere openingstijden (integrale) kindcentra, nieuwe onderwijsconcepten, tweetalig onderwijs, nieuwe samenwerkingen etc. 6. In de regionale woonvisie spraken Zeeuws-Vlaamse gemeenten af om met elkaar te werken aan de groei naar 125.000 inwoners in Zeeuws-Vlaanderen. In de Zeeuwse Woondeal sprak gemeente Terneuzen af dat er in de gemeente tot 2030 1.820 nieuwe woningen bij komen. Het aantal uit de woondeal ziet gemeente Terneuzen als ondergrens. Gemeente Terneuzen ambieert om meer bij te dragen aan de nationale woningbouwopgave. 7. Er zijn ontwikkelingen rondom (bijna) gratis kinderopvang. Dit zal ook een impact hebben op de huisvestingsvraag van kinderopvang. Het is van belang dat huisvesting hierin kan meebewegen. 8. Speciale aandacht wordt er gevraagd voor de weglek naar België. Daar waar mogelijk kan dit IHP een bijdrage leveren in de beperking hiervan. Thuis nabij onderwijs en opvang wordt hiermee meer gefaciliteerd.

24/84

20

4. Financiële uitgangspunten Dit hoofdstuk beschrijft de financiële kaders, uitgangspunten en randvoorwaarden om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting in de Gemeente Terneuzen te waarborgen. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen de investering van de gemeente en de investering vanuit het schoolbestuur en de kinderopvangorganisaties. 4.1. Investeringsniveaus Naar aanleiding van de financiële sessie rondom het IHP in Terneuzen is er verzocht inzichtelijk te maken wat het verschil in investering is tussen de volgende varianten: 1. Investering op basis van Verordening Terneuzen 2. Ambitieniveau 3. Extra kwaliteitseisen De extra kwaliteitseisen betreffen onder andere: • Frisse Scholen klasse B voor lucht, licht, temperatuur en geluid. • Flexibel gebouw en extra interne transparantie. • Exploitatiegericht bouwen: Het streven is om ook bij renovatie de gewenste nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren (volwaardig alternatief). Logischerwijs dienen deze project specifiek bepaald te worden. Per project kunnen gemeente en schoolbesturen in overleg besluiten welk kwaliteitsniveau er zal worden gerealiseerd. Dit hangt samen met het principe van Total Cost of Ownership. 4.2. Total Cost of Ownership Bouwsteen 2 (duurzaamheid en kwaliteit) leidt tot meer duurzame en onderhoudsarme gebouwen, en leidt daarmee ook tot exploitatievoordelen.

Schoolbesturen financieren op basis van Total Cost of Ownership (TCO) een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave. Deze investering komt de duurzaamheid van het gebouw op het gebied van onderhoud en exploitatie ten goede. Daarbij maken schoolbesturen gebruik vanuit de bekostiging van de vergoeding voor materiële instandhouding (mi-vergoeding) die zij ontvangen van het Rijk. Er wordt per project Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) gevoerd over de hoogte van deze investering. Bij de start van elk project vindt er een herijking plaats op basis van leerlingenaantallen, kwaliteits- en bouwkostenniveaus en TCO en wordt er gekeken of de terugverdientijden nog reëel zijn dan wel aangepast dienen te worden. Door het combineren van de zorgplicht van de gemeente met de exploitatievoordelen die te verwachten zijn voor de schoolbesturen, wordt het realiseren van extra kwaliteit haalbaar. De investering kan door schoolbesturen op twee manieren worden opgebouwd: 1. middels inzet vanuit de bekostiging; 2. te behalen voordeel op energielasten. 4.2.1. Onderhoud Met het nemen van een investeringsbesluit kan het schoolbestuur ten aanzien van de daarbij betrokken scholen het onderhoud terugbrengen tot een minimaal niveau.

Gelet op de situatie bij gebouwen waarbij het onderhoud verdeeld is tussen gemeente en schoolbesturen dient hierover specifieke afstemming plaats te vinden. 4.2.2. Energielasten Na ingebruikname van de gerenoveerde of nieuw gebouwde school, kan het schoolbestuur een aanzienlijk voordeel behalen ten aanzien van de energielasten. Op dit moment is bij het overgrote deel van de schoolbesturen de huidige vergoeding voor energielasten niet toereikend voor de feitelijke energielasten. Het is waarschijnlijk dat het voordeel dat behaald

25/84

21

wordt, ervoor zorgt dat het gat tussen de normvergoeding en de feitelijke energielasten ná renovatie of nieuwbouw lager wordt. 4.2.3. Verdeling bekostiging De gemeente Terneuzen onderschrijft het klimaatakkoord en wil duurzame gebouwen realiseren. De schoolbesturen willen schoolgebouwen realiseren die mee kunnen bewegen in de ontwikkelingen op onderwijskundig gebied en met een binnenmilieu dat het ‘sober en doelmatige’ niveau overstijgt. Dit samen vormt de basis voor kwalitatief goede en duurzame scholen, waarbij het schoolbestuur profiteert van flexibiliteit en lagere exploitatielasten en de gemeente aan haar klimaatdoelstellingen kan voldoen. Daarom is de gemeente met de schoolbesturen overeengekomen dat wanneer er kwaliteit wordt toegevoegd uitstijgend boven de wettelijke kaders (Besluit bouwwerken leefomgeving en BENG), de extra investering 50%-50% tussen hen wordt verdeeld. Zoals eerder aangegeven wordt het gewenste kwaliteitsniveau in goed overleg projectspecifiek bepaald. 4.3. Stichtingskosten De stichtingskosten worden bepaald op prijspeil januari 2024 inclusief btw en moeten worden geïndexeerd naar het jaar van aanbesteding. Deze stichtingskosten betreffen enkel de kosten voor het realiseren van het schoolgebouw inclusief buitenterrein en speelaanleidingen, Het buitenterrein en speelaanleidingen is het sluitstuk van het bouwproject.

In paragraaf 3.2 omschreven we dat het buitenterrein steeds belangrijker wordt in de ontwikkeling van het kind. Schoolbesturen en besturen van de kinderopvangorganisaties onderschrijven dit. Dit betekent dat er steeds meer eisen aan de buitenruimte worden gesteld ten behoeve van de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen. Het budget voor buitenterrein en speelaanleidingen is gericht op sober en doelmatig. Om het buitenterrein beter te integreren in de omgeving en in het gebouw nemen we een extra reservering op van 10% van de bouwkosten. 4.4. Projectspecifieke baten en lasten De eerder genoemde investeringen van de gemeente betreffen de ‘reguliere’ investering om een ingreep te realiseren. Naast deze reguliere investering zijn er in elk project tal van andere kosten en maatregelen, die de verantwoordelijkheid zijn van de gemeente. Het is belangrijk om ook op deze project specifieke kosten te anticiperen, die niet op basis van normen worden bekostigd. De volgende kosten of ingrepen, worden in lijn met de huisvestingsverordening, niet uit de genoemde investeringsbedragen bekostigd en worden beschouwd als project specifieke kosten: • Paalfundering • Sloopkosten en kosten bouwrijp maken • Kosten aankoop gronden en opbrengsten vrijkomende gronden (indien nodig) • Asbest sanering (indien nodig) • Aanpassingen aan infrastructuur (bv.

kiss&ride of parkeren) • Afschrijven resterende boekwaarde schoolgebouw • Meerkosten als gevolg van stedenbouwkundige randvoorwaarden • Aansluiting op een warmtenet of elektriciteitsnet (transformatorhuisje) • Tijdelijke huisvesting • Verhuiskosten • Contextuele factoren • Bijdrage vanuit schoolbesturen • Investeringen ten behoeve van huisvesting kinderopvang • Huurinkomsten huisvesting kinderopvang • Overig Voor de project specifieke kosten geldt dat deze pas gedurende definitie- en ontwerpfase concreet en inzichtelijk worden en bij het opstellen van het IHP nog niet duidelijk zijn. We

26/84

22

weten dus dat bij elk project dergelijke kosten ontstaan, maar kunnen die in het kader van het IHP nog niet ramen. 4.5. Frictiebudget netcongestie Door de sterk toenemende vraag naar elektriciteit bereikt het landelijke hoogspanningsnet van TenneT zijn capaciteitsgrenzen in de provincie Zeeland. Het elektriciteitsnet van Stedin is hiermee verbonden en hier afhankelijk van. Stedin en TenneT deden daarom op 19 juli 2023 een vooraankondiging van congestie voor dit gebied bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Dit betekent dat Stedin grootverbruik klanten > 3x80 Ampère wel kan voorzien van een aansluiting, maar dat aanvragers op een wachtlijst komen voor transportvermogen voor afname van elektriciteit. Het is duidelijk dat dit gevolgen heeft voor dit IHP. De impact is echter nog niet duidelijk. De structurele oplossing voor dit probleem zal pas na 2030 en mogelijk nog later worden gerealiseerd. Het is van belang om per project een frictiebudget op te nemen. ICSadviseurs adviseert om een frictiebudget op te nemen van € 300.000 per project. Dit advies is niet onderbouwd, maar op basis van ervaringen elders. Te zijner tijd zal moeten blijken of dit budget toereikend is. 4.6. Huur verrekenen opvangorganisatie (en eventueel andere partners) Bij nieuwbouw steven we naar het bouwen van kindcentra waar opvang en onderwijs samen een plek krijgen.

Zoals eerder beschreven is hier de wet markt en overheid van toepassing en het Didam arrest. Het juridisch eigendom ligt bij kindcentra in principe bij de gemeente. De gemeente blijft dan volledig eigenaar van de ruimten voor kinderopvang. Voordeel is dat er dan geen onderwijsbestemming rust op de ruimten voor kinderopvang en er daardoor sprake is van een reguliere huurafspraak met huurbescherming voor de kinderopvangorganisatie. De afspraken tussen de gemeente en kinderopvangorganisatie worden daarbij via een huurovereenkomst vastgelegd. Kinderopvang is sinds de invoering van de Wet Kinderopvang in 2005 een “commerciële” activiteit en heeft, hoe maatschappelijk gewenst ook, niet (uitsluitend) een cultureel, maatschappelijk of recreatief doel. Daarom is hier sprake van verhuur. Wanneer de gemeente de huisvesting financiert, dan vraagt de gemeente daarvoor minimaal een kostendekkende huur. Bij het vastleggen van de huur wordt een component voor de gemeente bepaald voor de dekking van de stichtingskosten (rente en afschrijving) met eventueel opslagen voor onder andere het leegstandsrisico. Een ander deel van de huursom is (afhankelijk van de eigendomssituatie en beheersafspraken) voor de onderwijsorganisatie ten behoeve van de beheer-, onderhouds- en exploitatielasten van de ruimten voor kinderopvang. Gemeente Terneuzen gebruikt voor deze overeenkomsten het ROZ model.

Om de huurprijs te bepalen gaan we uit van de stichtingskosten van de school. De meerkosten die Gemeente Terneuzen maakt voor de huisvesting van de kinderopvang vormt de basis voor de huurovereenkomst. Wanneer er sprake is van nieuwbouw zullen wij voordat de aanbesteding plaatsvindt het huurcontract voorleggen aan de betreffende opvangorganisatie. De exacte huurprijs kunnen we dan nog niet opnemen. Om toch een huurprijs te bepalen, stellen we een businesscase op en maken we een raming van de bouwsom middels de HEVO kostenconfigurator. Om het risico voor de gemeente te beperken, moet deze overeenkomst ondertekend zijn voordat de aanbesteding start. Kinderopvangorganisaties moeten conform de wet kinderopvang een afgescheiden buitenruimte hebben voor de 0-4 jarigen. In de huurovereenkomst nemen we hiervoor een

27/84

23

sober en doelmatige buitenruimte op (50% verhard met 30-30 tegels, 50% vergroening door gras en een omheining van 1,20 meter hoogte). Met de betreffende kinderopvangorganisatie gaan we in gesprek over aanvullende wensen en extra kwaliteit. De gemeente maakt daarbij tevens afspraken of deze aanvullende wensen verrekend worden in de huurkosten of dat de opvangorganisatie deze kosten voor eigen rekening neemt. Door dit aan de voorkant af te stemmen, kunnen zowel de gemeente als de opvangorganisatie dit opnemen in de eigen begroting. De exacte huurprijs wordt bepaald op basis van nacalculatie. Op die manier zijn gemeente en de opvangorganisatie gezamenlijk verantwoordelijk voor het bewaken van het budget. 4.7. Procesafspraken Om bij de uitvoering van dit IHP tot realisatie van gebouwen te komen, zijn duidelijke procesafspraken nodig. Dit IHP geeft een blauwdruk voor het standaardproces dat na het IHP plaats vindt. Het IHP schetst voor elk gebouw een meerjarenperspectief en bepaalt tevens de gemeentelijke financiële kaders. Om vanuit het IHP te komen tot de realisatie van projecten dient een aantal vaste bouwfases te worden doorlopen. Het is belangrijk om per fase de kaders van een project te formuleren en vast te stellen en daarvoor een vaste werkwijze tussen gemeente en schoolbesturen af te spreken.

Dus welke documenten worden in welke fase opgesteld en door wie? En hoe ziet de besluitvorming er in elke fase uit? In deze procesbeschrijving staan de eerste stappen in de realisatie van projecten uit het IHP beschreven. In het onderstaande overzicht staan de verschillende bouwfases beschreven Fase 0 Fase 1

Initiatief Definitie

Fase 2

Ontwerp

Fase 3 Fase 4 Fase 5

Voorbereiding Realisatie Nazorg

Het idee (startnotitie) Wat moet er gebeuren (businesscase) Hoe moet het gebeuren (businesscase) Hoe gaan we het doen Uitvoering Gebruik en instandhouding

Tabel 1: Overzicht van de verschillende bouwfases

4.7.1. Bouwheerschap Wettelijk gezien ligt het bouwheerschap bij het schoolbestuur. De gemeente toetst in dat geval of de plannen voldoen aan de kaders zoals overeengekomen in de verordening, het IHP en het uitvoeringsprogramma. Omdat het bouwen van scholen/kindcentra steeds meer eisen en daarmee risico’s met zich meebrengt, kan ervoor gekozen worden het bouwheerschap te beleggen bij de gemeente. Enkele voorbeelden hiervan zijn complexe situaties, meerdere partijen in één gebouw of wanneer het juridisch eigendom van het gebouw bij de gemeente blijft. In dat geval doet het schoolbestuur een verzoek aan de gemeente. Wanneer de gemeente het bouwheerschap heeft, betrekt het hierbij nadrukkelijk het schoolbestuur / de schoolbesturen en andere partners. De gemeente is na de businesscase, als bouwheer, verantwoordelijk voor de realisatie van het project. Dit kan bij zowel (ver)nieuwbouw als renovatie/verduurzaming.

28/84

24

5. Huidig scholenbestand Dit hoofdstuk beschrijft het huidige scholenbestand in de gemeente Terneuzen. Dit hoofdstuk beschrijft de kwaliteit van de schoolgebouwen en de beschikbare ruimte in relatie tot de leerlingaantallen. ICS heeft in opdracht van gemeente Terneuzen deze kwaliteit van de beschikbare ruimte beoordeeld en verwerkt in de factsheets. De factsheets zijn terug te vinden in Bijlage 2 Factsheets gebouwen. 5.1. Gemeente Terneuzen In de gemeente Terneuzen zijn drie schoolbesturen verantwoordelijk voor het Primair Onderwijs (PO), één schoolbestuur is verantwoordelijk voor het praktijkonderwijs (PRO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en één schoolbestuur is verantwoordelijk voor het Voortgezet Onderwijs (VO). Het aanbod is gevarieerd zowel in denominatie als in onderwijsconcept. Schoolbestuur Elevantio Coöperatie Zuid West Nederland LEV Scholengroep West-Nederland VO Zeeuws-Vlaanderen Ozeo

Onderwijsvorm PO PO PO VO PRO en (V)SO

Daarnaast zijn er in de gemeente Terneuzen drie aanbieders voor kinderopvang die op verschillende locaties kinderopvang bieden. Dit doen zij in verschillende samenwerkingsvormen met het Primair Onderwijs (PO). Kinderopvangorganisatie Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen Prokino Eigenwijs 5.2. Kwaliteit onderwijshuisvestingsbestand Alle schoolgebouwen in de gemeente Terneuzen zijn in kaart gebracht. Hiervoor heeft ICS een scan uitgevoerd op alle gebouwen met uitzondering van de gebouwen waarvoor al een nieuwbouwscenario is vastgesteld door de gemeenteraad. Deze scan beoordeelt het gebouw op de volgende onderdelen: • • • • • •

De bouwkundige staat dan wel de kwaliteit en toekomstige investeringen (NEN 2767); De onderwijskundige staat dan wel functionaliteit en toekomstige investeringen; De exploitatiekosten; Het binnenmilieu (Programma van Eisen Frisse Scholen); De veiligheid van het gebouw; De uitstraling van het gebouw.

ICSadviseurs heeft bovenstaande punten getoetst met diverse instrumenten. Er vond een schouwing plaats van de schoolgebouwen. ICSadviseurs interviewde daarnaast de besturen van de scholen en de kinderopvangorganisaties. Tenslotte zijn er vragenlijsten ingevuld door verschillende gebruikers van het gebouw. De bouwkundige staat De bouwkundige staat van een gebouw bevat een algemene beoordeling van het gebouw, geeft inzicht in de binnen- en buitenkant van het gebouw en geeft inzicht in de kwaliteit van de installaties. ICS bracht de bouwkundige staat in beeld met een schouwing.

29/84

25

Onderwijskundige staat De onderwijskundige staat van een gebouw geeft aan in welke mate het gebouw het door de school gehanteerde onderwijsconcept faciliteert. Hierbij spelen niet alleen de onderwijsruimtes en het speelplein een rol, maar ook de werkomgeving van de staf en de facilitaire voorzieningen komen aan bod. De onderwijskundige staat is in beeld gebracht door middel van de schouwing in combinatie met interviews. De exploitatiekosten De exploitatiekosten geven zicht in welke mate het schoolbestuur de exploitatie van het gebouw kan bekostigen. Dit op het gebied van onderhoud en gebruik. Oude gebouwen hebben over het algemeen hoger exploitatielasten door meer en groter onderhoud. Daarnaast zijn deze gebouwen vaak ook minder duurzaam. Ook te grote gebouwen kunnen voor hogere exploitatielasten zorgen. Het binnenmilieu De beoordeling van het binnenmilieu geeft aan hoe de ventilatie, de temperatuur, het licht en het geluid binnen het gebouw ervaren wordt. Het binnenmilieu is in beeld gebracht door gebruikers te bevragen op de bevindingen. De veiligheid Bij veiligheid is gevraagd en gekeken naar de veiligheid in en rondom het gebouw, verkeersveiligheid en of er sprake is van vandalisme. De uitstraling van het gebouw Welk beeld geven de uiterlijke kenmerken van het gebouw? In hoeverre is het gebouw onderscheidend als onderwijs/opvang gebouw en weet men de weg hierheen te vinden?

Beoordeling kwaliteit schoolgebouwen 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40%

30% 20% 10% 0% Uitstraling Goed

Bouwkundige staat

Veiligheid

Onderwijskundig

Voldoende

Gemiddeld

Matig

Exploitatie

Onvoldoende

Binnenmilieu

Slecht

Figuur 3: Beoordeling kwaliteit schoolgebouwen Gemeente Terneuzen

30/84

26

5.3. Vraag en aanbod Binnen het thema vraag en aanbod wordt de beschikbare onderwijscapaciteit vergeleken met de toekomstig normatieve ruimtebehoefte aan onderwijscapaciteit. De leerlingenprognoses zijn de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. Verhuur, bijvoorbeeld aan een kinderopvangorganisatie is hierin niet meegenomen. De leerlingenprognoses die gebruikt zijn voor dit IHP, zijn medio december 2022 opgesteld door Pronexus. 5.3.1. Basisgeneratie primair onderwijs De meest actuele leerlingenprognose voor het primair onderwijs geeft inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal kinderen in de komende jaren. In de onderstaande tabel zijn de resultaten te zien van de prognose van de basisgeneratie (aantal 4- 12 jarigen) voor de verschillende gebieden in de gemeente Terneuzen. De prognose van de basisgeneratie is het uitgangspunt voor leerlingenprognoses. Wijk/Kern

2024

2025

2030

2035

2040

Terneuzen Centrum & West (4531-4537- 462 4538) Terneuzen Noord (4532) 400 Terneuzen Othene (4533) 491 Terneuzen Zuid (4535-4536) 592 Biervliet (4521) 107 Axel & Spui (4571-4539) 615 Sluiskil (4541) 161 Hoek (4542) 237 Zaamslag 4543) 258 Sas van Gent (4551) 269 Philippine (4553) 130 Westdorpe (4554) 144 Zuiddorpe & Overslag (4574-4575) 108 Koewacht (4576) 172 Totaal 4146

450

401

388

390

2043 20242043 384 - 78

384 508 592 103 606 161 234 252 267 131 134 105 178 4105

390 588 586 96 573 145 216 226 235 129 122 105 174 3986

398 585 597 100 574 147 217 226 241 137 130 109 181 4030

394 554 599 103 575 148 221 225 246 139 130 104 184 4012

383 - 17 537 + 46 590 -2 106 -1 565 - 50 146 - 15 220 - 17 222 - 36 246 - 23 137 +7 130 - 14 103 -5 181 +9 3950 - 196

Tabel 2: Basisgeneratie primair onderwijs per wijk / kern (Pronexus, december 2022)

Het aantal kinderen in de doelgroep van het basisonderwijs in de gemeente Terneuzen laat een dalende ontwikkeling zien. Aan het einde van de prognoseperiode komt het aantal kinderen bijna 200 lager uit dan het huidige niveau. Het gebied Othene laat een stijging zien in het aantal kinderen, hier worden de meeste woningen gebouwd. 5.3.2. Woningbouwontwikkeling Onderstaande tabel laat de ambitie van gemeente Terneuzen zien met betrekking tot de woningbouwontwikkeling. De regio Zeeuws-Vlaanderen heeft een groeiambitie uitgesproken om op termijn door te groeien naar 125.000 inwoners. De vertaling voor de komende jaren voor de gemeente Terneuzen is omschreven in de Zeeuwse Woondeal 2023.

31/84

27

Aantallen gemeente Terneuzen Plancapaciteit Betaalbaarheid (woningen)

Jaartal

Ambitie (te realiseren woningen)

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal

160 180 195 200 205 210 210 225 230 1.820

Beschikbare Beschikbare bruto netto plancapaciteit plancapaciteit (aantal (bruto min woningen) onttrekking)

Aantal woningen in harde plancapaciteit:

1.625

74%

Aantal woningen door woningcorporaties

Sociale huurwoningen Aantal

Huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1000 per maand Aantal

Koopwoningen (onder €355.000) Aantal

Betaalbaar deel netto toevoeging door splitsing en functieverandering

Sociale huurwoningen

Midden Huurwoningen

2.205

1.840

1.310

675

175

625

145

675

15

2.205

1.840

1.310

675

175

625

145

675

15

Tabel 3: Subregionaal aandeel Gemeente Terneuzen ambitie woondeal (Zeeuwse Woondeal 2023)

Pronexus heeft de cijfers van de vastgestelde plannen voor woningbouw in gemeente Terneuzen meegenomen bij het opstellen van de prognosecijfers in december 2022. Het kan zijn dat er in de toekomst nog meer woningbouwplannen bij komen en dit effect heeft op de prognoses. Tijdens het opstellen van de businesscase wordt gebruik gemaakt van de meest actuele leerlingenprognose, waarin de vastgestelde woningbouwplanning zijn verwerkt, om de omvang van het schoolgebouw en het terrein te bepalen. De woningbouw in Othene is volop in ontwikkeling. We prognosticeren een versnelling van het bouwen van woningen, onder andere door afspraken van de Zeeuwse woondeal. We zien een versnelling van de bouwstroom ten opzichte van de prognoses. Het is onduidelijk of deze trend zich voortzet. Er zijn verschillende factoren die hier invloed op hebben, waar niet of nauwelijks op is te sturen zoals marktomstandigheden, netcongestie etc. De huidige beschikbare onderwijscapaciteit heeft zijn grenzen inmiddels bereikt waardoor er een extra behoefte ontstaat. Dit zal nader onderzocht en uitgewerkt moeten worden. 5.3.3. Nieuwkomers Naast de ontwikkeling van de basisgeneratie en woningen heeft ook de komst van zogenaamde nieuwkomers invloed op de ontwikkeling van het aantal kinderen. Het is onvoorspelbaar waar statushouders gehuisvest worden en een uitdaging voor scholen om deze kinderen op te vangen.

Zowel het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs heeft geclusterde voorzieningen voor de eerste opvang aan anderstalige nieuwkomers. De impact van nieuwkomers op nieuwbouwprojecten zal per project ingeschat moeten worden.

32/84

28

6. Scenario’s Onderdeel van het Integraal Huisvestingsplan van de onderwijsvoorzieningen in de gemeente Terneuzen zijn de huisvestingsscenario’s voor de periode 2024-2028. De leerlingenprognoses zijn geactualiseerd. Daarmee is de ruimtebehoefte voor de toekomst opnieuw in beeld gebracht. Daarnaast zijn de schoolgebouwen beoordeeld op basis van verschillende kwalitatieve aspecten. Met beide gegevens zijn alle schoolgebouwen letterlijk in kaart gebracht. Deze analyse is aansluitend besproken met alle betrokken partijen. Hieruit zijn de scenario’s ontstaan die in dit document verder worden uiteengezet. Hierbij onderscheiden we het primair onderwijs, het voorgezet onderwijs en het (voorgezet) speciaal onderwijs. Het primair onderwijs beschrijven we voor de grote kernen (Terneuzen en Axel) en de omliggende kleinere kernen. 6.1. Terneuzen In de kern Terneuzen zijn er negen scholen voor primair onderwijs. School Adres Kern Prins Willem van Oranjeschool Leeuwenlaan 29 Terneuzen De Twijn Pr. Zeemanstr.218 Terneuzen De Irissschool Schelpenlaan 1A Terneuzen De Parel Schelpenlaan 1c Terneuzen De Kameleon Leliestraat 26 Terneuzen De Oude Vaart Tamarindestraat 4 Terneuzen De Stelle-Zeemeeuw Wagnerhof 3 Terneuzen Ds. D. L. Aangeenbrugschool W. Andriessenlaan Terneuzen 4 De Steiger Merwedelaan 13 Terneuzen

Schoolbestuur Elevantio Elevantio Elevantio Elevantio Elevantio Elevantio Elevantio Coöperatie ZWN Elevantio

Figuur 4: Locatie scholen PO in kern Terneuzen

33/84

29

1. Prins Willem van Oranjeschool (Elevantio) Bouwjaar 2006 De Prins Willem van Oranjeschool heeft een Onderwijscapaciteit 2.235 m2 gebouw uit 2006. Er zijn nog twee lokalen uit Boekwaarde € 1.244.254 1960. De oorspronkelijke planning was om deze Kinderopvangorganisatie EigenWijs na de bouw in 2006 af te breken, maar deze zijn nog in gebruik. EigenWijs maakt gebruik van onderwijscapaciteit op basis van dubbelgebruik. Daarnaast is er ook een schoolbibliotheek inpandig. Het leerlingenaantal is de afgelopen jaren gegroeid. Op de lange termijn wordt er een lichte daling verwacht. ICS beoordeelt het gebouw als voldoende met uitzondering van de twee oude lokalen. Deze zouden vervangen moeten worden.

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

1970 1.405 m2 € 1.018.462 Prokino

2. De Twijn De Twijn heeft een gebouw uit 1970. In 1994 heeft er een uitbreiding plaatsgevonden. Prokino maakt gebruik van onderwijscapaciteit op basis van enkelgebruik. Het maakt ook gebruik van ruimten niet zijnde onderwijscapaciteit. Daarnaast is er ook ruimte met een wijkfunctie. Binnen nu en 15 jaar verwacht men een groei van 24 leerlingen. Dit zou binnen de beschikbare ruimte opgevangen kunnen worden. ICS beoordeelt het gebouw als goed met uitzondering van de buitenschil. Daarnaast zal er een herschikking van ruimtes plaats moeten vinden in verband met groei kinderopvang.

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

3. De Irisschool 4. OBS de Parel 2011 Brede school Othene is gebouwd in 2011. In 2.536 m2 2022 vond er een inbreiding plaats vanwege € 5.001.545 ruimtegebruik. KOZV Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen (KOZV) heeft binnen het gebouw een eigen ruimte. Echter hebben ze wel een capaciteitsprobleem. Binnen nu en 15 jaar verwacht men een groei van 10 leerlingen op de Irisschool en een groei van 31 leerlingen op de Parel. ICS beoordeelt het gebouw als goed met uitzondering van het binnenmilieu..

34/84

30

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

2011 895 m2 € 75.348 KOZV

5. De Kameleon De Kameleon is in 2009 gebouwd. Het gebouw is eigendom van een woningcorporatie en heeft om deze reden een relatief lage boekwaarde. KOZV en de GGD maken gebruik van ruimten niet zijnde onderwijscapaciteit. De school is in basis gebouwd voor een capaciteit van 100 leerlingen. Daarmee is er grote mate van ruimtetekort. Gemeente en schoolbestuur zijn overeen gekomen dat er een leerlingenaantal van maximaal 139 gehanteerd wordt. Op termijn wordt er een lichte daling verwacht.

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

6. De Oude Vaart 2008 De Oude Vaart dateert uit 2008. Het gebouw 2.002 m2 biedt huisvesting aan regulier onderwijs en € 1.895.607 onderwijs aan anderstalige nieuwkomers via het KOZV Taal Expertise Centrum (TEC). KOZV maakt gebruik van onderwijscapaciteit op basis van enkelgebruik Het gebouw heeft een ruimteoverschot. Dit lijkt groter te worden op de lange termijn. In 2039 verwacht men een daling van ruim 20 leerlingen.

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

7. IKC Stelle-Zeemeeuw 2009 IKC Stelle-Zeemeeuw is gebouwd in 2009. 857 m2 € 1.240.474 Prokino en de GGD maken gebruik van ruimten Prokino niet zijnde onderwijscapaciteit. Het gebouw lijkt op termijn een ruimteoverschot te hebben. Het aantal leerlingen lijkt op de lange termijn te dalen van 119 naar 98 leerlingen. De uitstraling van het gebouw wordt als negatief beoordeeld.

35/84

31

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

8. Ds. D. L. Aangeenbrugschool 1966 De Ds. D. L. Aangeenbrugschool is gebouwd in 1.829 m2 1966 en heeft een uitbreiding doorgevoerd in € 831.226 2000. KOZV KOZV maakt gebruik van onderwijscapaciteit op basis van enkelgebruik. Het gebouw heeft een ruimteoverschot. Het aantal leerlingen lijkt de komende jaren stabiel te blijven. De school beoordeelt het binnenmilieu als negatief. De installaties zijn aan vervanging toe. Daarnaast heeft de school de wens om het gebouw verder te verduurzamen.

Bouwjaar

2024

Kinderopvangorganisatie

KOZV

9. De Steiger De Steiger neemt medio augustus 2024 het nieuwe gebouw in gebruik. De school is om deze reden niet opgenomen in de schouwing. Naast de school komt er ook kinderopvang in het gebouw en is er een gymzaal inpandig.

Scenarioadvies kern Terneuzen Er is een lopend project in Terneuzen voor IKC de Steiger. Inhuizing vindt plaats medio augustus 2024. Vijf scholen binnen de kern Terneuzen krijgen voor de komende IHP periode het advies in stand houden. Dit zijn de Kameleon, KC de Stelle, De Oude Vaart, De Parel en de Irisschool. De capaciteit van de laatste twee is wel een aandachtspunt. De ontwikkelingen in de wijk Othene waar deze scholen staan, zijn aan verandering onderhevig. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen welke oplossing passend is voor deze wijk om tegemoet te komen aan het capaciteitsvraagstuk. Omdat niet alle woningen er in een keer zal staan, lijkt een adaptieve oplossing met tijdelijke huisvesting of modulair bouwen een eerste denkrichting. De Prins Willem van Oranjeschool heeft twee lokalen die na de bouw in 2006 afgebroken hadden moeten worden. Echter door ruimtegebrek zijn deze nu nog steeds in gebruik. Het advies is om deze op korte termijn te vervangen. Voor basisschool de Twijn en de Ds. D. L. Aangeenbrugschool is het advies om deze te renoveren/verduurzamen. Dit is voor de periode na 2028, waarbij de Ds. D. L. Aangeenbrugschool de wens heeft om dit niet te ver naar achteren te schuiven.

36/84

32

6.2. Axel In de kern Axel zijn vier scholen voor primair onderwijs. School Prinses Marijke De Warande Sint Antonius De Sterrenpracht

Adres Marijkestraat 1 Burchtlaan 7 Oud-Oosteinde 2 Karel Doormanlaan 2

Kern Axel Axel Axel Axel

Schoolbestuur Elevantio Elevantio Elevantio LEV Scholengroep West Nederland

Figuur 5: Locatie scholen PO in kern Axel

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

1. Prinses Marijke 1955 De Prinses Marijke school is gebouwd in 1955 1.398 m2 en heeft een uitbreiding ondergaan in 1983. € 148.632 KOZV KOZV maakt zowel op basis van enkel- als dubbelgebruik gebruik van onderwijscapaciteit. Het gebouw heeft een hoge mate van leegstand. ICS beoordeelt het gebouw als gedateerd. Met name de bouwkundige kwaliteit is een zorg vanuit het schoolbestuur.

37/84

33

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

1968 1.600 m2 € 869.438 KOZV

2. De Warande De Warande is gebouwd in 1968 en heeft uitbreidingen ondergaan in 2008 en 2014. KOZV maakt gebruik van ruimte niet zijnde onderwijscapaciteit. In 2009 heeft KOZV een eigen voorziening gerealiseerd, welke verbonden is aan het schoolgebouw Ondanks een lichte groei op de lange termijn lijkt het gebouw een ruimteoverschot te hebben voor de toekomst. ICS beoordeelt de bouwkundige kwaliteit van het gebouw als onvoldoende. Ook de uitstraling wordt negatief beoordeeld.

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

3. Sint Antoniusschool 1985 Sint Antoniusschool dateert uit 1985. IN 1998, 1.524 m2 2005 en 2007 hebben uitbreidingen € 564.471 plaatsgevonden. KOZV KOZV maakt gebruik van onderwijscapaciteit op basis van enkelgebruik.. Het gebouw is te groot voor het aantal leerlingen. Op termijn verwacht men nog een verdere daling van het leerlingaantal (-23 in 2039). ICS beoordeelt de bouwkundige kwaliteit van het gebouw onvoldoende. Ook de veiligheid wordt negatief beoordeeld.

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

4. De Sterrenpracht 1975 Het bouwjaar van de Sterrenpracht is 1975. In 1.327 m2 1987 en 1995 is het gebouw uitgebreid. € 356.458 Prokino Prokino maakt gebruik van onderwijscapaciteit op basis van enkelgebruik. Echter vanaf augustus 2024 is er enkel nog ruimte voor vooren naschoolse opvang Volgens de normen van de verordening is er sprake van leegstand. Echter gebruikt de Sterrenpracht alle ruimte voor de onderwijsfunctie. De lange termijn geeft een daling van het leerlingaantal weer. De school gaat volgens de eigen prognose uit van een hoger leerlingaantal. Het schoolbestuur is tevreden met het gebouw, maar zou dit wel willen renoveren/verduurzamen.

38/84

34

Scenarioadvies kern Axel Op basis van de schouwing is gebleken dat de scholen in Axel ieder op hun eigen manier op termijn en in de termijn verschillend aandacht nodig hebben. ICS adviseert een onderzoek te doen naar een aanpak voor deze scholen.

39/84

35

6.3. Kleinere kernen In de kleinere kernen van Terneuzen zijn er acht scholen voor primair onderwijs School De Statie De Kreeke De Vlaswiek De Torenberg De Driesprong Het Mozaiek t Laureyn t Geuzennest

Adres Canadalaan 2b Singel 43 Eikenlaan 22 Brouwerijstraat 5 Narcissenlaan 37 Spoorstraat 40 Mosselbank 22 Braakmanlaan 14A

Kern Sas van Gent Westdorpe Koewacht Zaamslag Hoek Sluiskil Philippine Biervliet

40/84

Schoolbestuur Elevantio Elevantio Elevantio Elevantio Elevantio Elevantio Elevantio Elevantio

36

6.3.1.

Sas van Gent en Westdorpe

Figuur 6: Locatie scholen PO in kernen Sas van Gent en Westdorpe

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

2014 1.576 m2 onbekend KOZV

1. De Statie De Statie is een MFA en gebouwd in 2014. Naast de school maken KOZV, de GGD en de bibliotheek gebruik van ruimten niet zijnde onderwijscapaciteit binnen het gebouw. Tevens is er een welzijnsgedeelte aanwezig. Het gebouw is eigendom van een woningcorporatie Het leerlingenaantal lijkt de komende jaren stabiel te blijven. Daarmee is er sprake van een ruimteoverschot. De meters voor overig gebruik zijn niet meegenomen in het totaal. Het schoolbestuur is tevreden met het gebouw.

Bouwjaar

Kinderopvangorganisatie

2. De Kreeke De Kreeke neemt medio augustus 2025 het (ver)nieuw(d)e gebouw in gebruik. De school is om deze reden niet opgenomen in de Natuurkidz schouwing. 2025

Naast de school komt er ook kinderopvang in het gebouw. De naastgelegen gymzaal wordt verduurzaamd.

41/84

37

6.3.2.

Koewacht

Figuur 7: Locatie school PO in kern Koewacht

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

1. 1931 1.127 m2 € 1.139.066 KOZV

De Vlaswiek De Vlaswiek heeft bouwjaar 1931. In 1950 en 2003 hebben er uitbreidingen plaatsgevonden. KOZV maakt gebruik van onderwijscapaciteit op basis van enkelgebruik. Daarnaast maakt KOZV ook gebruik van ruimten niet zijnde onderwijscapaciteit binnen het gebouw. Dit geldt ook voor de bibliotheek. Ondanks een kleine groei de komende jaren (+8) is er sprake van ruimteoverschot. Voor de school is er een DUMAVA subsidie toegekend. Echter is het de vraag of deze ingezet moet worden omdat het gebouw op alle punten onvoldoende wordt beoordeeld.

42/84

38

6.3.3.

Zaamslag

Figuur 8: Locatie school PO in kern Zaamslag

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

1986 920 m2 € 243.272 Prokino

1. De Torenberg De Torenberg is gebouwd in 1986. Er is geen medegebruik bekend. Prokino verzorgt de kinderopvang in Zaamslag. Dit doet Prokino op een andere locatie (Gerard van der Nissestraat) Op dit moment is er sprake van een ruimtegebrek en maakt de school tot 2027 gebruik van noodlokalen. Daarna lijkt het leerlingaantal te dalen en zou er geen sprake meer zijn van ruimtetekort. Het perceel biedt weinig kansen tot verdere uitbreiding. Het schoolbestuur heeft de ambitie om een kindcentrum te realiseren, bij voorkeur in de nabijheid van de sportvoorziening. Het college van gemeente Terneuzen heeft een principe uitspraak voor levensduur verlengende maatregelen gedaan in maart 2023. Omdat het schoolbestuur een andere wens heeft, is nader onderzoek wenselijk.

43/84

39

6.3.4.

Hoek

Figuur 9: Huidige locatie school PO in kern Hoek

Bouwjaar

2026

Kinderopvangorganisatie

KOZV

1. De Driesprong De Driesprong wordt naar verwachting opgeleverd medio schooljaar 2025-2026. De school is om deze reden niet opgenomen in de schouwing. Naast de school komt er ook kinderopvang, welzijn, gymzaal en een bibliotheek in het gebouw.

44/84

40

6.3.5.

Sluiskil

Figuur 10: Locatie school PO in kern Sluiskil

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

1. 2015 979 m2 € 2.991.376 KOZV

Het Mozaïek Het Mozaïek is gebouwd in 2015. Het gebouw heeft een inpandige gymzaal. KOZV, de bibliotheek en de GGD maken gebruik van ruimten niet zijnde onderwijscapaciteit. Er is sprake van ruimteoverschot. Het leerlingaantal lijkt de komende jaren stabiel te blijven. Er zijn geen wensen t.a.v. dit gebouw.

45/84

41

6.3.6.

Philippine

Figuur 11: Locatie school PO in kern Philippine

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

1997 1.036 m2 € 918.877 Prokino

1. Laureyn Basisschool Laureyn is gebouwd in 1997. In 2003 is het gebouw uitgebreid. Prokino, de bibliotheek en een wijkfunctie maken binnen het gebouw gebruik van ruimten niet zijnde onderwijscapaciteit. Er is sprake van ruimteoverschot. Het leerlingaantal lijkt de komende jaren iets te stijgen. Er is een DUMAVA subsidie toegekend om het gebouw te verduurzamen uiterlijk in 2026.

46/84

42

6.3.7.

Biervliet

Figuur 12: Locatie school PO in kern Biervliet

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

1. ‘t Geuzennest 2013 ‘t Geuzennest is gebouwd in 2013. Het gebouw 1.122 m2 heeft een inpandige gymzaal. € 2.627.070 KOZV De bibliotheek maakt gebruik van ruimte niet zijnde onderwijscapaciteit. De opvang wordt verzorgd door KOZV maar niet in het pand. Er is sprake van ruimteoverschot. Het leerlingaantal lijkt de komende jaren stabiel te blijven. Er is een wens om de kinderopvang in het gebouw te huisvesten. De ruimte lijkt er te zijn, maar in de praktijk blijkt dit niet haalbaar omdat niet alle beschikbare ruimte geschikt is voor kinderopvang zoals verkeersruimten e.d..

47/84

43

Scenario advies kleinere kernen In de kleinere kernen lopen er op dit moment twee projecten. De vernieuwbouw van IKC de Kreeke in Westdorpe wordt naar verwachting afgerond medio augustus 2025. De bouw van MFA Hoek waar de Driesprong een plek krijgt, wordt naar verwachting opgeleverd medio schooljaar 2025-2026. Drie scholen krijgen het advies in stand houden. Dit zijn Het Mozaïek, De Statie en ’t Geuzennest. De Vlaswiek heeft op korte termijn aandacht nodig. Het advies is om snel te starten met een vooronderzoek naar renovatie of vervangende nieuwbouw en vervolgens met deze resultaten het ontwerpproces te starten. De Torenberg krijgt als advies renovatie/verduurzaming, maar dit is niet de wens van het schoolbestuur. Het advies is om hiervoor een scenario onderzoek te starten en een afweging te maken tussen nieuwbouw en renovatie, maar heeft een lagere prioriteit dan de Vlaswiek. Voor basisschool Laureyn is er een Dumava subsidie toegekend. De maatregelen voor deze verduurzaming worden in de komende IHP periode uitgevoerd maar is verder geen onderdeel van dit IHP.

48/84

44

6.4. Voortgezet onderwijs Gemeente Terneuzen heeft één school voor voorgezet onderwijs op twee locaties. School Lodewijk College (locatie Oude Vaart) Lodewijk College (locatie Zeldenrust)

Adres Oude Vaart 1

Kern Terneuzen

Zeldenrustlaan 2

Terneuzen

Schoolbestuur VO ZeeuwsVlaanderen VO ZeeuwsVlaanderen

Figuur 13: Huidige locatie gebouwen VO Terneuzen

Lodewijk College (Campus Terneuzen) Op 15 december 2022 besloot de gemeenteraad het onderzoeksgebied van locatie Vliegende Vaart aan te wijzen als de ontwikkellocatie voor nieuwe onderwijshuisvesting voor het voortgezet onderwijs (het Lodewijk College). Op 14 december 2023 onderschreef de gemeenteraad de ambitie voor Campus Terneuzen. Gemeente Terneuzen wil een brede (onderwijs)campus realiseren waar ze een impuls kan geven aan het onderwijs. Een plek waar leerlingen een rijke schooldag kunnen krijgen. Gemeente Terneuzen denkt hierbij verder dan enkel en alleen onderwijs; voorbeelden zijn aan sport, kunst, cultuur, beweging, gezondheid, vitaliteit en sociale samenhang. De huidige gebouwen van het Lodewijk College zijn niet opgenomen in de schouwing van dit IHP. De planning is dat het VO in 2028 het gebouw opent op Campus Terneuzen.

49/84

45

6.5. (Voortgezet) speciaal onderwijs Gemeente Terneuzen heeft vijf scholen voor (voorgezet) speciaal onderwijs op zes locaties. School De Argo De Regenboog De Wingerd De Sprong De Sprong De Springplank

Adres Evertsenlaan 84 Madame Curiestraat 25 Leeuwenlaan 19 Evertslaan 84A Schuberthof 31 Jacob Catsstraat 9

Kern Terneuzen Terneuzen

Schoolbestuur Ozeo Ozeo

Terneuzen Terneuzen Terneuzen Terneuzen

Ozeo Ozeo Ozeo Ozeo

Figuur 14: Huidige locatie gebouwen (V)SO Terneuzen

50/84

46

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

1950 1.293 m2 € 617.250

1. De Argo De Argo is gebouwd in 1950. In 2001 vond er een uitbreiding plaats. Er is geen medegebruik bekend. Er is sprake van ruimtetekort. Daarnaast wordt de uitstraling als negatief beoordeeld. Het schoolbestuur wil graag nieuwbouw. Er zijn plannen om dit op te nemen als onderdeel van Campus Terneuzen. Indien dit niet doorgaat, is acuut nieuwbouw gewenst/noodzakelijk.

2. De Regenboog - De Wingerd (Madame Curiestraat) Bouwjaar 1974 Dit gebouw is gebouwd in 1974. In 1999 vond er Onderwijscapaciteit 1.293 m2 een uitbreiding plaats. Boekwaarde € 530.468 Kinderopvangorganisatie In het gebouw zitten zowel leerlingen uit het SO als leerlingen uit het VSO. Er is sprake van ruimtetekort. Het schoolbestuur wil graag op korte termijn uitbreiding. Op dit moment worden ruimtes gebruikt voor onderwijsdoeleinden die hiervoor niet geschikt zijn. Op de lange termijn wil men dit gebouw in stand houden. Het is de bedoeling dat de VSO leerlingen meegaan naar nieuwe huisvesting VSO op Campus Terneuzen.. Wanneer dit niet doorgaat zal er een andere oplossing moeten komen.

3. De Regenboog - De Wingerd (Leeuwenlaan) Bouwjaar 1975 Dit gebouw is gebouwd in 1975. In 1994 vond er Onderwijscapaciteit 828 m2 een renovatie plaats. In 2002 een uitbreiding. Boekwaarde € 618.349 Kinderopvangorganisatie Er wordt geen onderwijscapaciteit mede gebruikt Er is sprake van leegstand. Het leerlingaantal lijkt de komende jaren stabiel te blijven. Het gebouw wordt onderwijskundig als onvoldoende beoordeeld. De Wingerd maakt onderdeel uit van de plannen voor de Campusvorming.

51/84

47

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

4. De Sprong (Evertslaan) 2006 De Sprong (Evertsenlaan) is gebouwd in 2006. 1.076 m2 € 966.908 Er wordt geen onderwijsruimte door andere partijen gebruikt. Er is sprake van ruimtetekort De Sprong maakt gebruik van tijdelijke huisvesting aan de Schuberthof. De Sprong is opgenomen in de plannen voor de Campusvorming.

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

5. De Sprong (Schuberthof) 1967 De Sprong (Schuberthof) is een dislocatie. 765 m2 Natuur&Zo is medegebruiker van het gebouw. € 246.312 Het gebouw was in eerste instantie een basisschool. De uitstraling wordt als negatief beoordeeld. De Sprong is onderdeel van de plannen voor het VSO op Campus Terneuzen.

Bouwjaar Onderwijscapaciteit Boekwaarde Kinderopvangorganisatie

6. SBO De Springplank 1953 SBO de Springplank heeft als bouwjaar 1953. In 1.596 m2 2006 vond er een uitbreiding plaats. In 2023 € 510.303 vonden er renovatiewerkzaamheden plaats. Het gebouw heeft een inpandige gymzaal. Er is sprake van een hoge mate van leegstand. Het schoolbestuur voert groot onderhoud uit en wil dit afronden medio augustus 2024. Het advies is om een businesscase uit te voeren naar de haalbaarheid van een levensduur verlengende renovatie of vervangende nieuwbouw.

Consequenties (Voortgezet) Speciaal Onderwijs De Argo krijgt als advies vervangende nieuwbouw in de komende IHP-periode. De Wingerd krijgt een renovatie/verduurzamingsadvies voor de komende IHP-periode. De Sprong heeft te maken met een capaciteitsprobleem. Met name de dislocatie (Schuberthof) heeft ook de komende IHP-periode aandacht nodig. Er is een intentie uitgesproken om alle drie deze scholen mee te nemen in de ontwikkelingen van Campus Terneuzen. Mocht dit niet doorgaan zullen de adviezen op een andere manier invulling moeten krijgen. De Regenboog kampt met een capaciteitsprobleem. Hiervoor is een onderzoek nodig waarbij ook renovatie of nieuwbouw onderzocht moet worden. De Springplank krijgt voor de lange termijn (2030-2039) het advies renovatie/verduurzamen.

52/84

48

6.6. Consequenties periode 2024-2028 De analyse van de schoolgebouwen per kern resulteert in een aantal projecten met scenario’s dat uitgevoerd dient te worden. Er is een verschil in noodzaak en prioriteit van de verschillende projecten wat verklaart in welke fase ze zijn geplaatst. Figuur 16 geeft een overzicht van de projecten die met de huidige inzichten voortkomen uit dit IHP. In Figuur 16 is weergegeven hoe de verschillende fases van de projecten er op dit moment uit zien. De volgende fases zijn weergegeven om het proces van de projecten te duiden: • Vooronderzoek: Het vooronderzoek bevat de initiatief – en de definitiefase en via de startnotitie en een businesscase worden de kaders en de haalbaarheid van het project vastgelegd. • Ontwerpfase: Tijdens ontwerptraject worden de verschillende fases van een ontwerptraject doorlopen (voorlopig ontwerp, definitief ontwerp, technisch ontwerp) om zo tot een uitvoerbaar ontwerp te komen. Daarnaast vindt de aannemersselectie ook plaats tijdens dit traject. • Bouwfase: Hierin vindt de realisatie van het project plaats.

6.6.1. Lopende projecten Vanuit het IHP (2020-2024) zijn er nog een aantal lopende projecten die nog niet afgerond zijn. Deze zullen de komende jaren verder worden uitgevoerd, conform onderstaande planning. School IKC de Steiger IKC de Kreeke De Driesprong Lodewijk College (Campus) Legenda Vooronderzoek Ontwerpfase Bouwfase Verduurzaming

Scenario Nieuwbouw Vernieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw

Plaats Terneuzen Westdorpe Hoek Terneuzen

2024

2025

2026

2027

2028

Figuur 15: Planning lopende projecten

6.6.2. Aankomende projecten Voor de aankomende projecten zijn scenario’s opgesteld. In samenspraak is een prioritering gemaakt. Deze prioritering is terug te herleiden naar: 1. Capaciteitsproblemen 2. Schouwscores 3. Wijk gerelateerd, bij elkaar in de buurt De prioritering is bedoeld om een beeld te geven van de huisvestingsopgaven voor de aankomende 4 jaar. Daarnaast geeft dit een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. Op basis van de huidige kennis en inzichten nemen we een kijk in de toekomst, dit is omkleed met onzekerheden. Onderstaande tabel is slechts een indicatie van de doorkijkperiode. Iedere vier jaar vindt bij de herijking van het IHP een specifiekere prioritering plaats. In 2028 vindt de eerstvolgende herijking plaats waarbij er wordt gekeken of de huidige scenario’s nog steeds de beste scenario’s zijn en of de prioritering nog overeenkomt met de werkelijkheid, de financiële kaders en capaciteit van alle betrokken partijen.

53/84

49

School De Regenboog – De Wingerd (madame

Scenario advies ICS In standhouding en uitbreiding

Plaats Terneuzen

Nieuwbouw twee lokalen

Terneuzen

Verduurzamen Nader onderzoek renovatie of nieuwbouw aan de maat maken Nieuwbouw (Campus) Nieuwbouw (Campus)

Philippine Koewacht

Nieuwbouw (Campus) Nieuwbouw (adaptief)

Terneuzen Terneuzen

Renovatie/Verduurzamen Nieuwbouw Renovatie/Verduurzamen Renovatie/Verduurzamen of nieuwbouw Renovatie/Verduurzamen Renovatie/Verduurzamen

Zaamslag Axel Axel Axel

Renovatie/Verduurzamen Renovatie/Verduurzamen

Terneuzen Terneuzen

2024

2025

2026

2027

2028

2029-2032

2033-2036

2037-2040

Curiestraat)

Prins Willem van Oranje ‘t Laureyn De Vlaswiek

De Argo De Regenboog – de Wingerd (Leeuwenlaan) De Sprong Extra huisvesting Othene4 De Torenberg5 De Warande Sint Antonius Prinses Marijke De Sterrenpracht Ds. D. L. Aangeenbrugschool De Twijn De Springplank Legenda

Terneuzen Terneuzen

Axel Terneuzen

Vooronderzoek Ontwerpfase Bouwfase Verduurzaming

Figuur 16: weergave van projecten en fasering uit IHP

4

Vooronderzoek zal moeten uitwijzen op welke wijze mogelijk extra huisvesting in Othene vorm zal krijgen. Dit kan invloed hebben op de prioritering.

5

Vooronderzoek zal moeten uitwijzen of het scenarioadvies van ICS de juiste uitwerking is. Zie Scenario advies kleinere kernen

54/84

50

7. Financiën De financiële consequenties van de scenario’s zijn in beeld gebracht. Zoals in de inleiding al is aangegeven, wordt de benodigde financiële middelen opgenomen in de kaderbrief van de gemeente. Aansluitend wordt de begroting voor het desbetreffende jaar opgesteld. Dit hoofdstuk geeft weer hoe deze consequenties zijn opgebouwd en waar nog rekening mee gehouden dient te worden. Op basis van dit IHP kunnen de schoolbesturen geen aanspraak maken op financiële middelen. 7.1. Uitgangspunten Voorafgaand aan het uitwerken van een scenario, vindt er een vooronderzoek plaats. Een onderdeel van dit vooronderzoek is een haalbaarheidsonderzoek. Dit zal moeten uitwijzen of het verder uitwerken van een scenario haalbaar is binnen de (financiële) capaciteit van de gemeente en het desbetreffende (school)bestuur. Bij het bepalen van de investeringen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Voor het bepalen van de bedragen is gebruik gemaakt van de HEVO kostenconfigurator. De bedragen die in dit IHP zijn opgenomen zijn inclusief BTW en prijspeil januari 2024 • Er is rekening gehouden met een indexpercentage van 5,0% voor 2024 tot en met 2027 en 2,0% voor 2028. • De resterende boekwaardes van de gebouwen zijn onderdeel van de berekening. • De gemeentelijke bijdrage voor vernieuwbouw is gelijk aan de stichtingskosten voor nieuwbouw per bruto vierkante meter.

• Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren; • De gemeente is vanuit wet- en regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen zoals aardgasloos bouwen bij nieuwbouw. • De gemeente is met de schoolbesturen overeengekomen dat wanneer er kwaliteit wordt toegevoegd uitstijgend boven de wettelijke kaders (Besluit bouwwerken leefomgeving en BENG), de extra investering 50%-50% tussen hen wordt verdeeld. Het gewenste kwaliteitsniveau in goed overleg projectspecifiek bepaald. • Bij (ver)nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar; • Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met tenminste 25 jaar verlengen; • Voor alle investeringen geldt dat deze mede zijn bepaald aan de hand van de laatste prognose. Op het moment van uitvoering wordt op basis van een dan actuele prognose opnieuw de investering bepaald. • Mocht in de toekomst het Besluit bouwwerken leefomgeving of andere wetgeving met betrekking tot onderwijshuisvesting worden gewijzigd, dan zal het IHP (inclusief financiële uitgangspunten) waar nodig daarop worden aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14558164/1