CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-26 a. Vaststelling Integraal Huisvestingsplan (IHP) Gemeente Terneuzen 2024 - ontwerpbesluit

gemeenteraad 26 september 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststelling Integraal Huisvestingsplan (IHP) Gemeente Terneuzen 202426.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 26 september 2024 Samenleving - Maatschappelijke Ontwikkeling zaaknummer: 251969

2024_Raad_00106 - Vaststelling Integraal Huisvestingsplan (IHP) Gemeente Terneuzen 2024 Portefeuillehouder Sonja Suij Programma en/of paragraaf Programma Jeugd & onderwijs Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit in te stemmen met het Integraal Huisvestingsplan gemeente Terneuzen 2024. Besluitpunt 2 De gemeenteraad besluit de genoemde bedragen uit het IHP voor de eerste periode op te nemen in de gemeentelijke begroting. Wat is de aanleiding? Op 30 juni stelde uw gemeenteraad het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Gemeente Terneuzen 2020 (IHP) (bijlage 2) vast. Het IHP 2020 (bijlage 3) geeft richting aan onderwijshuisvestingsopgaven (strategisch) voor de langere termijn (20 jaar) en (tactisch) korte termijn (4 jaar). We spraken af dat we het IHP herijken om de vier jaar. Wij startten in november 2023 de herijking. We formeerden een projectgroep met vertegenwoordigers van de besturen uit het basis, (voortgezet) speciaal, voortgezet onderwijs en de besturen van de kinderopvangorganisaties. Wij gaven ICSadviseurs de opdracht ons hierbij te ondersteunen en invulling te geven aan de schouwing van de gebouwen in de gemeente. Na meerdere werkbijeenkomsten stelden wij een concept-IHP op. Wij legden dit voor aan de schoolbestuurders, bestuurders van de kinderopvangorganisaties en de portefeuillehouder onderwijs.

Op 13 juni jongstleden concludeerde de portefeuillehouder in een op overeenstemming gericht overleg (OOGO) dat alle partijen dit IHP onderschrijven. Concreet betekent dit dat de schoolbesturen instemmen met de scans van de gebouwen, de 1/84

beleidskaders en uitgangspunten en de aangebrachte prioritering van de scenarioadviezen. Daarbij verwees de portefeuillehouder expliciet naar de complexe financiële situatie de komende jaren van Gemeente Terneuzen. Wat willen we bereiken? We investeren onder meer in huisvesting voor kwalitatief goed en duurzaam primair en voortgezet onderwijs (Bestuursakkoord 2022-2026 gemeente Terneuzen, 'Goed leven in Terneuzen - Verder bouwen aan een duurzame toekomst'). We willen met het IHP vooruitlopen op het nieuwe wetsvoorstel binnen de kaders van de vigerende wetgeving (Integraal Huisvestingsplan onderwijs gemeente Terneuzen, 2020) Argumenten 1.1. Wij hebben een zorgplicht ten aanzien van huisvesting onderwijs. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in adequate huisvesting voor het Primair Onderwijs (PO), (Voortgezet) Speciaal Onderwijs ((V)SO) en Voortgezet Onderwijs (VO). Voor de financiering hiervan ontvangen de gemeenten een bijdrage uit het gemeentefonds. 1.2. Alle schoolbesturen en besturen van de kinderopvangorganisaties zijn akkoord met dit IHP. De herijking van het IHP kwam tot stand met medewerking van de schoolbesturen PO, VO en (V)SO en de besturen van de kinderopvangorganisaties. Op 13 juni vond er een OOGO plaats. Alle besturen stemden in met het IHP 2024 (bijlage 1) 1.3. Met dit IHP voldoen we aan de nieuwe wetgeving.

Naar verwachting maakt het IHP vanaf 2025 verplicht onderdeel uit van de nieuwe onderwijswet. Het IHP dient een helder meerjarenperspectief te schetsen voor alle schoolgebouwen binnen de gemeente (voor de komende 16 jaar) waarbij de financiële consequenties en beoogde planning inzichtelijk zijn. 1.4. We willen een IHP dat voldoet aan de uitgangspunten van het vastgestelde IHP uit 2020. De gemeenteraad stelde op 30 juni 2020 het IHP (bijlage 3) vast . Daarin zijn ook uitgangspunten opgenomen: •

Het IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Het IHP geldt voor een periode van 16 jaar en wordt om de 4 jaar geactualiseerd (blz. 12)

•

Het IHP geeft schoolbesturen duidelijkheid over de vervangingstermijn van de gebouwen. Zodoende zijn de schoolbesturen in staat om het groot onderhoud af te stemmen op een aanstaande investering. Dit voorkomt kapitaalvernietiging. In het geval van brede scholen/ integrale kindcentra dienen de meerjaren onderhoudsplannen van de schoolbesturen en de gemeente gekoppeld te worden aan de uitgangspunten van dit IHP (blz. 13)

•

Het IHP geeft de schoolbesturen inzicht in de vervangingstermijn van hun gebouwen. Schoolbesturen zijn door het IHP in staat om onderhoud en

2/84

duurzaamheidsmaatregelen af te stemmen op het moment van nieuwbouw of renovatie en te koppelen aan terugverdientijden (blz. 14) 1.5. Schoolbesturen stemmen het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) af op het IHP. Begin 2024 stelde de overheid voor scholen een andere wijze van het opnemen voor groot onderhoud in het MJOP, de componentenmethode, verplicht. Schoolbesturen werken hierbij met stopjaren, om te voorkomen dat ze een voorziening vormen voor de vervanging van componenten nadat het schoolbestuur het vastgoed (waarschijnlijk) niet meer gebruikt. Hiermee voorkomt het schoolbestuur boekverliezen. De kwaliteit van onderwijshuisvesting is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en de schoolbesturen. In de nieuwe onderwijswet zijn schoolbesturen verplicht een MJOP op te stellen. Dit MJOP staat in rechtstreekse verbinding met het IHP. Hiermee wordt bereikt dat gericht op de lange termijn gewerkt kan worden aan de wenselijke kwaliteit van schoolgebouwen. Het IHP geeft zowel de gemeente als het schoolbestuur handvatten om meerjarige beslissingen te nemen ter borging van een goede kwaliteit van de onderwijshuisvesting. Kanttekeningen 1.1. Het IHP brengt geen concrete informatie over mogelijke risico’s. Het IHP omschrijft een aantal risico’s en onzekerheden. Hierover bestaat nog veel onduidelijkheid waardoor het lastig is om alles tot in detail uit te werken.

Om dit deels te ondervangen starten we de uitwerking van elk scenario met een vooronderzoek om meer informatie te verkrijgen. 1.2. Het IHP kan valse verwachtingen wekken bij schoolbesturen en andere stakeholders. Door termijnen op te nemen in het IHP wekken we wellicht een verwachting die we niet na kunnen komen door de financiële onzekerheid en capaciteitsproblemen. Echter beoogt het IHP deze termijn wel aan te geven zodat schoolbesturen het MJOP hierop kunnen afstemmen. We nemen in het IHP op dat er geen rechten of financiële middelen kunnen worden ontleend aan het IHP, maar dat het een vertaling is van onze ambitie. 1.3. De stichtingskosten bevatten niet alle investeringskosten. Als basis hebben wij in dit IHP de stichtingskosten opgenomen voor het realiseren van een schoolgebouw. Daarnaast hielden we al rekening met resterende boekwaardes en (mogelijk) tijdelijke huisvesting. Tevens is er voor het risico van netwerkcongestie een frictiebudget opgenomen en een extra opslag van 10% voor de buitenruimte. Tenzij anders vermeld zijn de kosten voor aanvullende voorzieningen (bijvoorbeeld kinderopvang), de kosten voor eventuele sloop, verwerven van grond etc. niet in de berekening meegenomen. Deze kunnen we op dit moment nog niet in beeld brengen. Dit maakt onderdeel uit van het vooronderzoek wat voor elk project plaatsvindt.

Wat mag het kosten? In de Kaderbrief 2025-2028 is er in het investeringsprogramma een PM post opgenomen voor de investeringen die voortvloeien uit de herijking van het IHP voor de periode 20242028. Op basis van de prioritering stelde ICS een raming op, op basis van de scenario’s die opgenomen zijn in het IHP. Waar mogelijk is er al rekening gehouden met kosten voor sloop, tijdelijke huisvesting en afboeken boekwaarde, of deze gemaakt moeten worden en hoe 3/84

hoog deze kosten kunnen zijn is afhankelijk van het gekozen scenario. Voor het in beeld brengen van deze en additionele kosten gekoppeld aan uitwerking van de scenario’s is er meer onderzoek nodig. Hiervoor nemen we ook budget op in het IHP (voorbereidingskosten). In de eerste IHP periode (2024-2028) staan er scholen in de planning die wij al eerder aan u voorlegden. Dit betreft de VO (€ 75 miljoen) en VSO (€ 20 miljoen). Deze scholen nemen we niet meer mee in de financiële effecten. ICS maakte een raming voor de scenario's van de eerste IHP periode (2024-2028). Dit vraagt om een extra investering van € 14.480.741. De uitwerking hiervan staat nader beschreven in hoofdstuk 7 van het IHP. We stellen voor om de bedragen voor sloop, afboeken boekwaarde en tijdelijke huisvesting (niet te activeren kosten) te dekken uit de algemene reserve. Daarnaast voegen we de bijdragen van de schoolbesturen toe aan de algemene reserve. (de hoogte is nader project specifiek te bepalen aan de hand van de boven normatieve keuzes) De bedragen voor de investeringen (schoolgebouwen) dekken we uit de exploitatie.

Na uw instemming willen wij deze bedragen alvast opnemen in de gemeentelijke begroting. Wat gaan we ervoor doen? Na instemming geven wij invulling aan de uitwerking van dit IHP. Wij starten de onderzoeken naar de scenario’s van de Regenboog, de Vlaswiek en extra huisvesting Othene. Dit kan nog invloed hebben op de eerder gemaakte kostenraming. Tevens richten wij een ontwerpteam in voor de vervanging van twee lokalen van de Prins Willem van Oranje en formaliseren we de gemaakte afspraken met het schoolbestuur.

Bijlagen 1. Bijlage 1. Integraal Huisvestingsplan onderwijs gemeente Terneuzen 2024-2028.pdf

4/84

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Gemeente Terneuzen 2024

5/84

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................................4

1.1.

Doelen van het IHP ..........................................................................................................4

1.2.

Verankering ......................................................................................................................5

1.3.

Procedure .........................................................................................................................5

2.

Beleidskaders ..................................................................................................................6

2.1.

Zorgplicht .........................................................................................................................6

2.2.

Doordecentralisatie .........................................................................................................6

2.3.

Verordening ......................................................................................................................6

2.4.

Eigendom .........................................................................................................................7

2.5.

Definities voorzieningen .................................................................................................7

2.5.1.

Thema gelijkwaardigheid kinderopvang en onderwijs ...................................................7

2.6.

Weeffouten in het stelsel ................................................................................................7

2.7.

Wetsvoorstel weeffouten in het stelsel .........................................................................8

2.8.

Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving ......................................................9

2.9.

Ontwikkeling klimaatakkoord .........................................................................................9

2.10. (vervangende) nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie .............................9 2.11. Voorziening cofinanciering klimaatakkoord .................................................................9 2.12. Leerlingenprognoses ................................................................................................... 11 3.

Beleidsuitgangspunten: de Bouwstenen ................................................................... 12

3.1.

Bouwsteen 1: Regie...................................................................................................... 12

3.2.

Bouwsteen 2: Duurzaamheid & Kwaliteit ................................................................... 13

3.3.

Bouwsteen 3: Vervangende nieuwbouw of renovatie/verduurzaming ................... 15

3.3.1.

Maatregel (vervangende) nieuwbouw ......................................................................... 15

3.3.2.

Maatregel levensduurverlengende renovatie .............................................................. 16

3.4.

Bouwsteen 4: Samenwerking ...................................................................................... 18

3.5.

Bouwsteen 5: Vraag & Aanbod ................................................................................... 19

3.6.

Bouwsteen 6: Groei & Krimp ....................................................................................... 19

4.

Financiële uitgangspunten .......................................................................................... 21

4.1.

Investeringsniveaus ..................................................................................................... 21

4.2.

Total Cost of Ownership .............................................................................................. 21

4.2.1.

Onderhoud .................................................................................................................. 21

4.2.2.

Energielasten .............................................................................................................. 21

4.2.3.

Verdeling bekostiging .................................................................................................. 22

6/84

2

4.3.

Stichtingskosten ........................................................................................................... 22

4.4.

Projectspecifieke baten en lasten ............................................................................... 22

4.5.

Frictiebudget netcongestie .......................................................................................... 23

4.6.

Huur verrekenen opvangorganisatie (en eventueel andere partners) .................... 23

4.7.

Procesafspraken ........................................................................................................... 24

4.7.1.

Bouwheerschap .......................................................................................................... 24

5.

Huidig scholenbestand ................................................................................................ 25

5.1.

Gemeente Terneuzen ................................................................................................... 25

5.2.

Kwaliteit onderwijshuisvestingsbestand ................................................................... 25

5.3.

Vraag en aanbod ........................................................................................................... 27

5.3.1.

Basisgeneratie primair onderwijs ................................................................................ 27

5.3.2.

Woningbouwontwikkeling ............................................................................................ 27

5.3.3.

Nieuwkomers .............................................................................................................. 28

6.

Scenario’s ...................................................................................................................... 29

6.1.

Terneuzen ...................................................................................................................... 29

6.2.

Axel ................................................................................................................................ 33

6.3.

Kleinere kernen ............................................................................................................. 36

6.3.1.

Sas van Gent en Westdorpe ....................................................................................... 37

6.3.2.

Koewacht .................................................................................................................... 38

6.3.3.

Zaamslag .................................................................................................................... 39

6.3.4.

Hoek ............................................................................................................................ 40

6.3.5.

Sluiskil ......................................................................................................................... 41

6.3.6.

Philippine ..................................................................................................................... 42

6.3.7.

Biervliet ....................................................................................................................... 43

6.4.

Voortgezet onderwijs ................................................................................................... 45

6.5.

(Voortgezet) speciaal onderwijs .................................................................................. 46

6.6.

Consequenties periode 2024-2028.............................................................................. 49

6.6.1.

Lopende projecten ...................................................................................................... 49

6.6.2.

Aankomende projecten ............................................................................................... 49

7.

Financiën ....................................................................................................................... 51

7.1.

Uitgangspunten ............................................................................................................ 51

7.2.

Investering IHP periode 2024-2028 ............................................................................. 53

7.3.

Effect gemeentelijke begroting ................................................................................... 54

Bijlagen ..................................................................................................................................... 55 Bijlage 1 Lokale huisvestingssituatie .................................................................................... 56 Bijlage 2 Factsheets gebouwen ............................................................................................. 57

7/84

3

1. Inleiding Het IHP is een samenwerkingsdocument dat wordt gedragen door de betrokken onderwijsinstellingen, de kinderopvangorganisaties en de gemeente. Als zodanig zal het IHP medio 2024 ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad van de gemeente Terneuzen. Door in te stemmen met de herijking van het IHP worden de beleidsdoelen uit het IHP bekrachtigd. Dit bepaalt de wijze waarop de gemeente haar verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting vormgeeft de komende jaren. Parallel daaraan geeft de gemeenteraad invulling aan de inbedding van de investeringsopgave uit het IHP in de gemeentebegroting. Daarvoor moeten een aantal zaken in beeld worden gebracht: • De voorbereidingsonderzoeken; • De capaciteitsvraag van de uitvoering; • De financiële effecten van het IHP op de gemeentebegroting. In het bestuursakkoord 2022-2026 van de gemeente Terneuzen beschrijft de gemeente de visie op jeugd en onderwijs. De jeugd heeft de toekomst. We stimuleren jongeren om zelf (met hulp van de gemeente) invulling te geven aan wat nodig is om goed op te groeien in Terneuzen. We investeren onder meer in huisvesting voor kwalitatief goed en duurzaam primair en voortgezet onderwijs. Het gezamenlijke streven is dat iedereen een startkwalificatie behaalt. Ook onderschrijven we het concept van de ‘rijke schooldag’.

In de eerste periode van het IHP omschreven we het belang van inzetten toekomstbestendige en kwalitatief hoogwaardige onderwijsvoorzieningen voor 0 tot 18- jarigen. Het kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen kent de volgende elementen: • Zo bereikbaar en nabij mogelijk onderwijs; • Dat duurzaam betaalbaar is en goed te organiseren; • Met behoud, versterking en verrijking van het onderwijsaanbod. 1.1. Doelen van het IHP Het IHP heeft effect op drie beleidsniveaus, waarbij de focus ligt op het strategisch niveau. 1.

Strategisch: het IHP geeft een indicatie van de onderwijshuisvestingsopgaven voor de lange termijn (20 jaar). Voor de kortere termijn (4 jaar) vervangt het IHP de gebruikelijke van-jaar-tot-jaar-programma’s, prioriteert gewenste projecten en geeft aan welke investeringen daarmee gemoeid zijn. Het investeringskader is uitgewerkt in de financiële paragraaf en is geraamd op basis van kengetallen. Een IHP is geen vrijblijvend beleidskader, het geeft immers ook vorm aan de wettelijke gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Daarom is een bijbehorend investeringskader een voorwaarde. Het IHP wordt door de gemeenteraad vastgesteld en om de 4 jaar geactualiseerd. Parallel daaraan geeft de gemeenteraad het financiële kader aan.

2.

Tactisch: voor de uitvoering van de projecten in de eerste 4 jaar wordt jaarlijks een gedetailleerd jaarplan IHP opgesteld. Fundamentele onderdelen van het jaarplan IHP zijn de haalbaarheidsonderzoeken van de in het IHP opgenomen projecten. In de haalbaarheidsonderzoeken komen aspecten aan bod als: nieuwbouw of renovatie, mogelijke inzet van tijdelijke huisvesting, ruimtelijke ordening, actuele leerlingenprognoses, bouwkostenniveaus etc. De benodigde investeringen worden jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld in de jaarbegroting. Voortschrijdend inzicht en veranderende omstandigheden op projectniveau kunnen leiden tot aanpassen van het jaarplan IHP.

8/84

4

De jaarbegroting IHP is agendapunt van het Op Overeenstemming Gericht Overleg en wordt, binnen de kaders van het IHP en de Programmabegroting, door het College vastgesteld en beschikt. 3.

Na vaststelling in de gemeenteraad wordt gestart met het operationeel niveau: de realisatie van projecten.

1.2. Verankering De verankering van het IHP heeft een directe relatie met de werkwijze zoals omschreven in de vorige paragraaf. 1.

Strategisch: het IHP fungeert als beleidskader voor onderwijshuisvesting. Daarmee fungeert het IHP tevens als toetsingskader voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Het IHP wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

2.

Tactisch: het IHP komt in de plaats van het jaarlijkse huisvestingsprogramma dat voorheen werd opgesteld aan de hand van de aanvragen voor voorzieningen van schoolbesturen. De uitwerking van het IHP wordt, in overeenstemming met de wet, jaarlijks getoetst in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). Voortschrijdend inzicht en veranderende omstandigheden worden besproken in het OOGO. Het is niet de bedoeling om het IHP jaarlijks ter discussie te stellen. Dit wordt immers eenmaal per 4 jaar geactualiseerd en vastgesteld. Op basis van het jaarplan IHP geeft het College van B&W de beschikkingen af. Het jaarplan IHP wordt ter informatie aangeboden aan de gemeenteraad.

3.

Operationeel: indien in de realisatiefase schoolbesturen bouwheer zijn, is er vanuit de gemeente de mogelijkheid om te kunnen toetsen of de plannen van het schoolbestuur voldoen aan de kaders zoals overeengekomen in het IHP en in het uitvoeringsprogramma. Waar het de bouw van een Brede School betreft, is de gemeente bouwheer.

1.3. Procedure Dit IHP is een samenwerkingsdocument dat wordt gedragen door de betrokken onderwijsinstellingen, de kinderopvangorganisatie en de gemeente. Als zodanig zal het IHP medio 2024 ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad van de gemeente Terneuzen. Door in te stemmen met het IHP worden de beleidsdoelen uit het IHP bekrachtigd. Dit bepaalt de wijze waarop de gemeente haar verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting vormgeeft de komende jaren. Parallel daaraan geeft de gemeenteraad invulling aan de inbedding van de investeringsopgave uit het IHP in de gemeentebegroting. In de kaderbrief wordt telkens een doorkijk gegeven voor de komende 4 jaar, jaarlijks wordt de begroting voor het komende jaar vastgesteld. De financiële effecten van het IHP op de gemeentebegroting zullen voor de komende jaren in beeld gebracht worden. In de Programmabegroting 2025-2028 wordt de ruimte voor de beoogde investeringen uit het IHP vastgelegd. Dit vormt de basis voor de uitvoeringsplanning van de beoogde projecten.

9/84

5

2. Beleidskaders Dit hoofdstuk behandelt de beleidskaders van dit IHP. Er wordt ingegaan op de wettelijke taak van de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties op het gebied van (onderwijs)huisvesting en relevante ontwikkelingen. 2.1. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in adequate huisvesting voor het Primair Onderwijs (PO), (Voortgezet) Speciaal Onderwijs ((V)SO) en Voortgezet Onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Gemeenten zijn in de regel niet verantwoordelijk voor de huisvesting van kinderopvang. De organisatie voor kinderopvang is zelf verantwoordelijk voor de huisvesting. Er zijn verschillende scenario’s 1 denkbaar, waarbij gemeenten toch in huisvesting kinderopvang kunnen investeren. Hierbij zijn onder andere de wet markt en overheid en het "Didam Arrest” belangrijke aspecten om rekening mee te houden. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen.

In de gemeente Terneuzen wordt in het geval van een brede school of kindcentrum het onderhoud grotendeels door de gemeente uitgevoerd. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld. Hiervoor is wel een wetsvoorstel gemaakt. 2.2. Doordecentralisatie Er is een uitzondering op het bovenstaande. Gemeenten kunnen met één of meerdere schoolbesturen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf geheel verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting, dus ook nieuwbouw en uitbreiding (artikel 76 Wet op het Primair Onderwijs en artikel 111 Wet op het Voortgezet Onderwijs). Daarvoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. Dit wordt doordecentralisatie genoemd. De gemeente behoudt hierbij wel de zorgplicht. Op dit moment is er bij de gemeente Terneuzen en de schoolbesturen geen behoefte om doordecentralisatie verder te onderzoeken. 2.3. Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de Verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij Verordening een regeling op te stellen.

De Verordening is de basis voor onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Terneuzen is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Deze volgt daarmee ook de jaarlijkse indexering van de normvergoedingen huisvesting onderwijs. De normvergoedingen zijn ondanks de diverse indexeringen nog steeds niet toereikend om te kunnen bouwen conform vigerende wet- en regelgeving omdat nog geen rekening is gehouden met de minimale BENG-eisen, gasloos bouwen e.d. Vooralsnog zijn de normvergoedingen van de VNG nog steeds lager dan de marktconforme kosten. In hoofdstuk 4 worden de financiële kaders nader beschreven. 1 Kenniscentrum RuimteOK heeft diverse scenario’s omschreven om de huisvesting van kinderopvang te

organiseren en daarbij de gevolgen van het “Didam-arrest” beschreven.

10/84

6

Zowel het wetsvoorstel (zie par. 2.6.) alsmede de verhoging van de normvergoedingen zijn door de Rijksoverheid nog niet vertaald naar extra inkomsten voor gemeente (gemeentefonds) en schoolbesturen (mi-vergoeding). Op 5 september 2023 verstuurden de PO-Raad, VO-Raad en de VNG hierover gezamenlijk een brandbrief naar de minister.

2.4. Eigendom Schoolbesturen hebben normaliter het juridisch eigendom: dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw terug aan de gemeente. De gemeente heeft het economisch eigendom. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik geven (aan een maatschappelijke partij) of verhuren (commerciële partij), indien de gemeente daar toestemming voor geeft. Afspraken hierover zijn vastgelegd in de notitie ‘Verhuur en medegebruik gemeente Terneuzen (2019)’. Wanneer er sprake is van kindcentra of multifunctionele accommodaties is er afgesproken dat het juridisch eigendom bij gemeente Terneuzen blijft. Het eigendom van het gebouwenbestand van Gemeente Terneuzen is opgenomen in Bijlage 1 Lokale huisvestingssituatie. 2.5. Definities voorzieningen De vorming van kindcentra of specialistische voorzieningen is het leidende principe. Er zijn echter in de praktijk verschillende verschijningsvormen mogelijk: • School: dit is een voorziening waar enkel een onderwijspartij in gehuisvest is zonder andere kindpartners. • Kindcentrum of specialistische voorziening: dit is een voorziening waarbij naast onderwijs ook een (of meerdere) andere kindpartner(s) gehuisvest is.

• Multifunctionele accommodatie: dit is een voorziening waarin naast de partijen die in een kindcentrum of specialistische voorziening aanwezig zijn, ook andere partijen gehuisvest zijn die meer gerelateerd zijn aan de wijk of bijvoorbeeld een bredere welzijnsvoorziening op cultureel of maatschappelijk vlak in lijn met het vastgoed- en welzijnsaccommodatiebeleid van Gemeente Terneuzen. 2.5.1. • •

Thema gelijkwaardigheid kinderopvang en onderwijs De keuze voor een kinderopvangorganisatie ligt bij het schoolbestuur. Binnen een kindcentrum wordt gedacht vanuit maatschappelijke meters. Afhankelijk van het eigendom en de bestemming van de ruimte wijken onderwijs en kinderopvang in principe niet voor elkaar bij groei, waardoor er een duurzame, toekomstbestendige samenwerking en aanbod is. Voorwaarde is dat kinderopvang, of andere organisaties anders dan onderwijs, een kostprijs dekkende en marktconforme huur (vergoeding van kapitaallasten van gepleegde investering en daarnaast exploitatielasten) betalen.

2.6. Weeffouten in het stelsel Het huidige stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, ten koste van hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie onvoldoende geregeld zijn.

11/84

7

Figuur 1: Schematische weergave bekostigingsstelsel

2.7. Wetsvoorstel weeffouten in het stelsel De PO-Raad, de VO-Raad en de VNG hebben een gezamenlijk voorstel gestuurd om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. In 2023 is een wetswijziging door de minister van onderwijs gepubliceerd. Dit wetsvoorstel inzake planmatige en doelmatige aanpak van onderwijshuisvesting. Het wetsvoorstel moet nog ingediend worden bij de Tweede Kamer. Inwerkingtreding wordt door met het ministerie van OCW voorzien in de tweede helft van 2025, dit is echter afhankelijk van de parlementaire afhandeling. Het wetsvoorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het wetsvoorstel zijn: •

•

•

•

Een verplichting voor het vaststellen van een integraal huisvestingplan (IHP) voor gemeenten ten minste eenmaal in de 4 jaar. Het integraal huisvestingsplan vermeldt de voorzieningen in de huisvesting voor een periode van vier kalenderjaren en de voornemens voor de voorziening in de huisvesting in de periode van 12 jaar volgend op de periode van vier jaar waarvoor het plan geldt Een verplichting voor een meerjaren onderhoudsplan (mjop) voor schoolbesturen. Het mjop bestrijkt een periode van vier kalenderjaren en vermeldt in ieder geval op welke kalenderjaren het onderhoudsplan betrekking heeft, welke onderhoudswerkzaamheden in welk jaar plaatsvinden en de daarvoor beschikbare middelen en de voornemens voor onderhoudswerkzaamheden in de periode van 12 jaar volgend op de periode van vier jaar waarvoor het mjop geldt. Renovatie wordt een voorziening in de huisvesting waar de gemeente voor verantwoordelijk is. Renovatie bestaande uit vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw of een gedeelte daarvan door een geheel van maatregelen, dat erop is gericht de levensduur en geschiktheid van het gebouw of het gedeelte daarvan, voor het onderwijs met ten minste 25 jaar te verlengen De investeringsmogelijkheden in huisvestingsvoorzieningen in het primair onderwijs worden verruimd.

12/84

8

Door de ontwikkeling van dit IHP lopen de gemeente Terneuzen, de schoolbesturen en de besturen van de kinderopvangorganisaties, binnen de kaders van de vigerende wetgeving, vooruit op dit wetsvoorstel.

2.8. Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving Dit IHP wordt opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Besluit bouwwerken leefomgeving, energie-akkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) en de huisvestingsverordening aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden. 2.9. Ontwikkeling klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad, de VO-raad en de VNG sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO 2-arme gebouwenvoorraad. In dit IHP is hiervoor een doorrekening gemaakt. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouw gebonden CO2-productie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Ook de gemeente Terneuzen onderschrijft het Klimaatakkoord.

De lokale ambities zijn vastgelegd in het Bestuursakkoord 2022-2026 Goed Leven in Terneuzen en in de Verduurzamingsstrategie gemeentelijk vastgoed 2022-2040. 2.10. (Vervangende) nieuwbouw en levensduur verlengende renovatie Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt onderscheid gemaakt tussen schoolgebouwen die de komende periode in stand worden gehouden en gebouwen waar de noodzaak tot vervanging of een maatregel aanwezig is. In het IHP hanteren we daarom de volgende huisvestingsscenario’s: • •

(Vervangende) nieuwbouw (en uitbreiding); Levensduur verlengende renovatie (incl. verduurzaming); o 40 jaar o 25 jaar • In stand houden; • Afstoten. Deze scenario’s staan nader beschreven in paragraaf 3.3 Bouwsteen 3: Vervangende nieuwbouw of renovatie/verduurzaming 2.11. Voorziening cofinanciering klimaatakkoord Bij een tussentijdse aanpassing van jongere schoolgebouwen die niet behoren tot de voorzieningen die vallen onder de zorgplicht van de gemeente 2, kan de gemeente overwegen als co-financier op te treden en een bijdrage te leveren in de noodzakelijke kosten. Te denken valt hier aan: • Maatregelen in het kader van het klimaatakkoord; 2 De gebouwen waarvan de gemeente juridisch eigenaar is, zijn opgenomen in de

verduurzamingsstrategie gemeentelijk vastgoed 2022-204. Gemeente Terneuzen wil onderzoeken op welke wijze de andere scholen waarvan de gemeente enkel het economisch claimrecht bezit ook onderdeel kunnen uitmaken van dit plan.

13/84

9

• •

Extra kwaliteit schoolgebouwen Klimaat adaptieve maatregelen volgens de ‘Maatlat voor groene, klimaat adaptieve gebouwde omgeving’

In eerste instantie zullen de kosten moeten worden betaald door de schoolbesturen en via subsidiemaatregelen van de landelijke overheid. De gemeente kan in onderhavige gevallen een bijdrage leveren om dit duurzaamheidsbeleid te stimuleren. Dat betekent dat aan de formele lijst van voorzieningen op grond van de gemeentelijke huisvestingsverordening de mogelijkheid tot cofinanciering wordt toegevoegd. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage zal per situatie moeten worden beoordeeld en is mede afhankelijk van de aard en omvang van de voorziening. In het overzicht hieronder is de toevoeging van optionele cofinanciering in het kader van het klimaatakkoord toegevoegd aan de huisvestingsvoorzieningen. Aangezien deze ingrepen niet goed te plannen zijn en omdat de subsidiemaatregelen van het Rijk niet structureel zijn, zullen deze voorzieningen via separate huisvestingsaanvragen moeten worden behandeld. De praktijk leert dat de voorzieningen vanuit het Rijk vaak niet voldoende zijn om te voldoen aan de ambities. Een tweede risico is de netcongestie. Door de sterk toenemende vraag naar elektriciteit bereikt het landelijke hoogspanningsnet van TenneT zijn capaciteitsgrenzen in de provincie Zeeland. Het elektriciteitsnet van Stedin is hiermee verbonden en hier afhankelijk van.

Stedin en TenneT deden daarom op 19 juli 2023 een vooraankondiging van congestie voor dit gebied bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Dit betekent dat Stedin grootverbruik klanten > 3x80 Ampère wel kan voorzien van een aansluiting, maar dat aanvragers op een wachtlijst komen voor transportvermogen voor afname van elektriciteit. Het is van belang om dit mee te nemen in de raming in de vorm van een frictiebudget. Er kunnen in het kader van dit IHP nog geen ramingen worden opgesteld.

Figuur 2: Schematische weergave optionele Cofinanciering in het kader van het klimaatakkoord:

14/84

10

2.12. Leerlingenprognoses Er zijn verschillende leerlingenprognoses beschikbaar van de schoollocaties in de gemeente Terneuzen: de prognoses van DUO en de prognoses van Pronexus (december 2022). De prognoses worden getoetst aan de realiteit en in samenspraak tussen gemeente en schoolbesturen vastgesteld. In de prognoses wordt de ruimtebehoefte vastgesteld op de normatieve kaders, echter dient rekening gehouden te worden met de ondersteunings- en achterstandsmiddelen die extra groepen en daarmee ruimtebehoefte genereren. Extra vierkante meters voor inclusiever en passend onderwijs/opvang. De ontwikkeling van inclusiever onderwijs en opvang heeft invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs en kinderopvangorganisaties. Op termijn kan dit betekenen dat er meer leerlingen naar een reguliere school of opvang gaan. Om meer inclusief te kunnen werken, is meer ruimte nodig. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken, meer spreekruimten en aanvullende ondersteuningsruimten. Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijv. vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijv. in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project).

In een bestaand gebouw met overmaat kan de leegstand ingezet worden, maar bij nieuwbouw ‘die aan de maat’ gemaakt wordt, bestaat die mogelijkheid niet. Hiervoor is een beleidsregel van ‘meer meters’ een mogelijkheid om het onderwijs tegemoet te komen. Dit betekent concreet de gemeente in overleg met het schoolbestuur en de kinderopvangorganisatie beargumenteerd de keuze kunnen maken om bij renovatie of vervangende nieuwbouw meer/extra vierkante meter te realiseren. Dit geeft de mogelijkheid om meer individuele werkplekken, overlegplekken en spreekkamers te realiseren. De wens is om zo ruim en slim mogelijk te bouwen, dit kan ook zijn grenzend aan een park om buitenonderwijs mogelijk te maken. De investering van deze ‘meer meters’ wordt gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. De investering wordt gepleegd bij nieuwbouw (of uitbreiding) en levensduur verlengende renovatie.

15/84

11

3. Beleidsuitgangspunten: de Bouwstenen Visie en beleidsuitgangspunten zijn randvoorwaarden om te komen tot een IHP. Dit worden de bouwstenen voor beleid genoemd. Idealiter zou het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties voldoen aan alle uitgangspunten zoals in de volgende paragrafen verwoord. Het IHP is erop gericht om, binnen de randvoorwaarden van de gemeente (financieel, ruimtelijk), schoolbesturen en kinderopvangorganisaties (financieel, organisatorisch en onderwijskundig), deze uitgangspunten zo veel als mogelijk te realiseren. De bouwstenen zijn daarmee geen harde afspraken, maar geven richting aan de scenario-ontwikkeling in het kader van het IHP. De vigerende wet- en regelgeving vormt de basis voor het onderwijs-huisvestingsbeleid van de gemeente Terneuzen. Eventuele aanvullende ingrepen in de onderwijshuisvesting kunnen in onderling overleg worden gedaan op basis van deze Bouwstenen, en dienen vooraf getoetst te worden aan de onderliggende uitgangspunten. 3.1. Bouwsteen 1: Regie Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. De gemeente en schoolbesturen hebben daartoe bouwstenen geformuleerd voor de toekomstige organisatie en financiering van de onderwijshuisvesting. 1.

De gemeente, de schoolbesturen en de kinderopvang voeren samen de regie op (integrale) kindcentra. Gemeenten zijn o.a. verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreidingen. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en de exploitatie van schoolgebouwen. Kinderopvang is verantwoordelijk voor het bouwdeel dat door hen is gehuurd. In het geval van een brede school is de gemeente Terneuzen verantwoordelijk voor 100% van het buitenonderhoud en 60% van het binnen onderhoud van het schooldeel. De bekostiging hiervan wordt overgedragen van het schoolbestuur aan de gemeente. De schoolbesturen voeren de regie op het onderwijsaanbod en de diversiteit daarvan. In het OGOO vindt de afstemming van deze regie plaats door middel van gezamenlijk overleg. Deze samenwerking overstijgt de samenwerking op basis van de Verordening onderwijshuisvesting. Voor het onderwijshuisvestingsbeleid wordt daarom in eerste instantie voor alle betrokken partijen het IHP leidend, voordat er wordt teruggevallen op de Verordening. Deze wijze van samenwerking kan in de toekomst in een convenant of overeenkomst vastgelegd worden. Voor nu geldt dat alle huisvestingsvoorzieningen conform de Verordening worden aangevraagd en volgens deze Verordening worden getoetst. In Bijlage 1 Lokale huisvestingssituatie is de verdeling eigendom en onderhoud in de gemeente Terneuzen weergegeven. 2.

Het IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. Het IHP geeft een prioritering voor de eerste 4 jaren en een doorkijk naar de 12 daaropvolgende jaren. Ieder jaar wordt in het OOGO de voortgang van het IHP besproken. 3. Het IHP geeft schoolbesturen duidelijkheid over de vervangingstermijn van de gebouwen. Zodoende zijn de schoolbesturen in staat om het groot onderhoud af te stemmen op een aanstaande investering. Dit voorkomt kapitaalvernietiging. Kinderopvangorganisaties kunnen huisvestingsvraagstukken stroomlijnen met het perspectief. In het geval van gebouwen waarvan het juridisch eigendom bij de gemeente ligt, dienen de meerjaren onderhoudsplannen van de schoolbesturen en de gemeente gekoppeld te worden aan de uitgangspunten van dit IHP.

16/84

12

4. Besturen en gemeente gaan in het kader van het IHP met elkaar onderzoeken welke boven normatieve kwaliteit haalbaar is en hoe deze in gezamenlijkheid kan worden gefinancierd. Hierbij wordt gedacht aan Total Cost of Ownership waarbij een investeringsbijdrage van het schoolbestuur aan de dekking van de nieuwbouw wordt toegevoegd ten bate van extra kwaliteit aan het gebouw. Wanneer er sprake is van een IKC of brede school met kinderopvang is dit ook kostenverhogend voor kinderopvangorganisaties. Deze extra financiering moeten gemeenten verplicht doorrekenen in de huur- en beheerkosten in het kader van de wet ‘Markt en Overheid’. 5. De prognoses voor de lange termijn (tot en met 2039) vormen het uitgangspunt. 6. Vanwege veranderende omstandigheden in het onderwijsveld en kinderopvang, vooral op het gebied van leerlingenaantallen/aantal kindplaatsen of andere omstandigheden worden opgaven op het moment van aanvraag/uitvoering/beschikking opnieuw geanalyseerd en getoetst aan de dan geldende prognoses. 3.2. Bouwsteen 2: Duurzaamheid & Kwaliteit Het door de gemeenteraad geaccordeerde Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid Gemeente Terneuzen geeft aan dat de gemeente Terneuzen haar eigen CO 2-footprint zo klein mogelijk wil maken. Hiervoor is een stevige energiebesparing en het zelf opwekken van duurzame energie in onze gemeentelijke gebouwen en installaties nodig.

Als ambitie is uitgesproken:’ De gemeente Terneuzen streeft naar gezonde, duurzame en betaalbare scholen. In de klaslokalen is de CO2 concentratie zo laag dat goede leerprestaties worden bevorderd. Ook gezonde voeding, een laag energieverbruik en het opwekken van duurzame energie wordt gestimuleerd. Voor het gemeentelijk vastgoed is de Verduurzamingsstrategie gemeentelijk vastgoed 2022-2040 leidend. Daarnaast is er ook een Regionale Energie Strategie vastgesteld. Deze bouwsteen geeft aan welke duurzaamheids- en kwaliteitsambitie de gemeente en schoolbesturen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting. 1. De gemeente, schoolbesturen en de besturen van de kinderopvangorganisaties zien het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een kwalitatief goed en duurzaam gebouw heeft een positief effect op het onderwijs én op het leefklimaat voor de toekomstige generaties. Helemaal vooroplopen inzake duurzaamheid is geen noodzaak, het dient wel realistisch en financieel haalbaar te blijven. 2. In het ‘Activiteitenprogramma Klimaat en Duurzaamheid’ van de gemeente Terneuzen is het volgende beschreven: • De gemeente Terneuzen streeft naar gezonde, duurzame en betaalbare scholen. In de klaslokalen is de CO2- concentratie zo laag dat goede leerprestaties worden bevorderd.

Ook gezonde voeding, een laag energieverbruik en het opwekken van duurzame energie wordt gestimuleerd. • De gemeente Terneuzen wil haar eigen CO2- footprint zo klein mogelijk maken. Hiervoor is een stevige energiebesparing en het zelf opwekken van duurzame energie in onze gemeentelijke gebouwen en installaties nodig. Het IHP beoogt, in het geval van nieuwbouw, de realisatie van gasloze, energie neutrale gebouwen (ENG). 3. Gemeente en (school)besturen streven bij nieuwbouw en renovatie voor 40 jaar naar een kwaliteitsambitie van Frisse Scholen klasse B betreffende de kwaliteit van het binnenmilieu (onderdelen luchtkwaliteit en temperatuur). De scholen waarvan het juridisch eigendom bij de gemeente ligt, zijn opgenomen in de verduurzamingsstrategie. Hier is een route bepaald voor verduurzaming. Voor de

17/84

13

gebouwen waarvan het juridisch eigendom bij de schoolbesturen ligt, is dit niet het geval. De gemeente onderzoekt op welke wijze dit gelijk kan worden getrokken. 4. Naast bouwkundige kwaliteit van schoolgebouwen is er in het IHP expliciet aandacht voor andere (strategische) kaders voor vastgoedbeleid: uitstraling, binnenmilieu, exploitatie en onderwijskundige functionaliteit. In het IHP is tevens aandacht voor aanbevelingen uit het kwaliteitskader onderwijshuisvesting en het kwaliteitskader huisvesting kinderopvang van Ruimte-OK, een mede-initiatief van het Waarborgfonds Kinderopvang, de PO-Raad, VO-Raad en de VNG. 5. Duurzaamheidsprincipes worden steeds prominenter toegepast bij nieuwbouw/renovatie van schoolgebouwen. Voorbeelden hiervan zijn: • Principes Trias Energetica (minimaliseer energieverbruik, gebruik duurzame energie, pas als laatste efficiënt gebruik van fossiele energie) • Compact Bouwen en optimaal isoleren • Circulair en demontabel bouwen en slopen • Gebruik Biobased materialen en vermijdt materialen met een hoge CO 2-footprint. • Bouw Klimaat adaptief en Natuur inclusief De maatregelen zijn bij voorkeur zichtbaar in het interieur en exterieur van de gebouwen. De scholen, kinderopvang en gebouwen hebben een voorbeeldfunctie naar kinderen en in de wijk. Duurzame gebouwen zorgen ervoor dat kinderen en hun ouders kennis maken met duurzaamheid.

Voorbeelden van (zichtbare) duurzaamheidsmaatregelen zijn: • Groene gevels en daken • Het gebruik van hout als bouwmateriaal • Het buitenterrein wordt steeds belangrijker in de ontwikkeling van het kind. Schoolbesturen en besturen van de kinderopvangorganisaties onderschrijven dit. Een voorwaarde is wel dat het beheersbaar blijft in de exploitatielasten en onderhoud. 6. Duurzaamheid wordt ook gezocht in flexibiliteit en toekomstbestendigheid. Ook campusvorming met samenwerking tussen meerdere gebruikers is een vorm van toekomstbestendigheid. 7. Het IHP geeft de schoolbesturen inzicht in de vervangingstermijn van hun gebouwen. Schoolbesturen zijn door het IHP in staat om onderhoud en duurzaamheidsmaatregelen af te stemmen op het moment van nieuwbouw of renovatie en te koppelen aan terugverdientijden. Europese Wetgeving via de Energy Efficiency Directive (EED) dwingt de utiliteitsbouw sowieso al tot maatregelen. Schoolbesturen en gemeente moeten het onderhoud afstemmen, zodat hierin gelijkwaardig wordt opgetrokken. Partijen stemmen na vaststelling IHP hun onderhoudsplannen af. 8. Een onderwijs- of opvangorganisatie verandert voortdurend. Het gebouw dient hierin mee te kunnen bewegen. Dit zeker bezien in het licht van de krimp waar ZeeuwsVlaanderen nog steeds mee te maken heeft, maar ook de groeiambitie die ZeeuwsVlaanderen heeft uitgesproken in de Regio-Deal.

Flexibiliteit heeft verschillende verschijningsvormen, van schuifwanden om in het dagelijks gebruik aanpassingen te kunnen doen tot een vrij indeelbare kolommenstructuur om in de toekomst andere functies te kunnen herbergen. Flexibele functionaliteit is van invloed op het constructief en installatietechnisch concept. Toekomstige verwachte groei of krimp van een organisatie is ook van invloed op het gebouwontwerp. De mogelijkheid om een deel van een gebouw af te stoten, als het aantal kinderen sterk vermindert, beperkt het leegstandrisico. Er dient ook rekening gehouden te worden met groei (bijvoorbeeld op wijk/kern niveau). Modulair bouwen kan hier een tijdelijke oplossing voor zijn.

18/84

14

De Verduurzamingsstrategie gemeentelijk vastgoed 2022-2040, en de daar bijhorende Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed is mede gebaseerd op het bestaande IHP. Om de integraliteit tussen beide stukken te waarborgen zal de Verduurzamingsstrategie worden getoetst aan het herijkte IHP en zo nodig worden herijkt. 3.3. Bouwsteen 3: Vervangende nieuwbouw of renovatie/verduurzaming Deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen omgaan met vervangende nieuwbouw en renovatie/verduurzaming, in stand houden of afstoten. Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren 3. Na realisatie van een project gelden de wettelijke taken en verantwoordelijkheden voor gemeente en schoolbesturen qua exploitatie (lees: het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het in stand houden, het verrichten van aanpassingen en het exploiteren). Bij de realisatie van projecten is het aantal te realiseren vierkante meters volgens de VNGnorm het uitgangspunt (al dan niet aangevuld met extra vierkante meters vanwege inclusiever en passend onderwijs (zie eerder tekstkader over extra vierkante meters). 3.3.1. Maatregel (vervangende) nieuwbouw Bij de maatregel (vervangende) nieuwbouw gaat het om schoolgebouwen waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging is aangetoond.

Deze gebouwen vereisen op korte termijn een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw. Nieuwe schoolgebouwen dragen, waar mogelijk, maximaal bij aan de verduurzamingsopgave. Dit wil zeggen bouwen van Energie Neutrale Gebouwen (ENG). Het streven op het gebied van gezondheid is om Frisse Scholen klasse B te behalen op de thema’s lucht en temperatuur, en waar mogelijk op enkele onderdelen binnen deze thema’s zelfs Frisse Scholen klasse A. Voor de maatregel (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing: • Een businesscase toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduur verlengende renovatie, wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context. • De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk de businesscase op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. Het uitgangspunt is om tot consensus te komen. Wanneer dit niet lukt, zijn de vigerende verordening en het IHP leidend. • De gemeente financiert het wettelijke deel volgens besluit bouwwerken leefomgeving en Frisse Scholen waarbij per project wordt bekeken op welke onderdelen boven normatieve kwaliteit kan worden behaald binnen het budget.

• Een businesscase, met daarin maatregelen met een rendabele terugverdientijd in de exploitatie (passend binnen het Onderwijsaccountantsprotocol), moet aantonen of hogere duurzaamheidseisen zoals nul op de meter haalbaar zijn. • Wanneer er in goed overleg kwaliteit wordt toegevoegd uitstijgend boven het wettelijk deel, wordt de extra investering (bijvoorbeeld voor ENG en Frisse Scholen) 50%-50% verdeeld tussen het schoolbestuur en de gemeente. • De ambities voor bijvoorbeeld flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk te worden geïntegreerd, passend binnen het budget. De ambities worden per project inzichtelijk gemaakt.

3 Wettelijk gezien ligt het bouwheerschap bij het schoolbestuur. De gemeente toetst in dat geval of de

plannen voldoen aan de kaders zoals overeengekomen in het IHP en in het uitvoeringsprogramma. In complexe situaties zoals meerdere partijen in een gebouw of wanneer het juridisch eigendom bij de gemeente blijft, kan het bouwheerschap worden belegd bij de gemeente. In dat geval doet het schoolbestuur een verzoek aan de gemeente.

19/84

15

Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten. Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend en wordt gestreefd naar minimaal BENG. 3.3.2. Maatregel levensduur verlengende renovatie Voor levensduur verlengende renovatie gelden twee varianten. Deze zijn: A: levensduur verlengende renovatie met scope voor 40 jaar B: levensduur verlengende renovatie met scope voor 25 jaar A: levensduur verlengende renovatie met scope 40 jaar Deze ingreep wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Hierbij wordt het bestaande gebouw aanzienlijk verbeterd, met als doel de levensduur met minstens 40 jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt het gebouw duurzamer en vereist het minder onderhoud. Daarnaast wordt ook een adequaat binnenklimaat meegenomen conform de vereisten van Frisse Scholen klasse B voor de thema’s ‘Lucht’ en ‘Temperatuur’. Omdat levensduur verlengende renovatie als een gelijkwaardig alternatief wordt beschouwd, worden dezelfde doelstellingen en afspraken nagestreefd als bij nieuwbouw.

Bij levensduur verlengende renovatie wordt gekeken naar: • Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijs- en kinderopvangconcept); • Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; • De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur komt overeen met de spelregels voor nieuwbouw. • Ruimtelijke staat; • Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG). Voor de maatregel levensduur verlengende renovatie 2A zijn de volgende spelregels van toepassing: • Een businesscase toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduur verlengende renovatie, wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context. • De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk de businesscase op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. Het uitgangspunt is om tot consensus te komen. Wanneer dit niet lukt, zijn de vigerende verordening en het IHP leidend. • De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur komt overeen met de spelregels voor nieuwbouw. • Er wordt gerekend met één investeringsbedrag voor zowel levensduur verlengende renovatie als (vervangende) nieuwbouw.

De ruimtebehoefte voor levensduur verlengende renovatie vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten, waaruit ook een levensduur verlengende renovatie bekostigd kan worden. • In het afwegingskader binnen de businesscase dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor levensduur verlengende renovatie in plaats van nieuwbouw: o Het gebouw heeft een goede uitstraling, ligging en/of functionaliteit, en/of; o Het gebouw heeft verschillende bouwdelen, en/of; o Het gebouw heeft nog een hoge boekwaarde, en/of; o De exploitatie vormt geen probleem, en/of; o Levensduur verlengende renovatie vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw, circulaire maatregelen worden hierin meegenomen, en/of; o Er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren, en/of;

20/84

16

o

• •

Het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst); o Wel of geen inzet van tijdelijke huisvesting benodigd is. Hierbij is leidend dat kinderen rust nodig hebben om tot goede ontwikkelprestaties te komen. Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij levensduur verlengende renovatieprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd passend binnen het beschikbaar gestelde budget.

In het proces om te komen tot een afweging voor levensduur verlengende renovatie zijn nog vijf spelregels van toepassing: • Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; • Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase en betrokken organisaties komen in gezamenlijkheid tot een besluit. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt; • Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van onderwijs- en kinderopvangconcept. • Aandacht voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses). • Aandacht voor de klimaateffecten. B: levensduur verlengende renovatie met scope voor 25 jaar In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een aangepaste levensduur verlengende renovatie variant. Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is (vanwege leerlingenaantal, ruimtelijke ontwikkeling, et cetera), maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om een ingreep vraagt, kan een levensduurverlening van 25 jaar passend zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14558164/1