CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-11 - bijlage 1 Concept ruimtelijke onderbouwing Herengracht 15 Terneuzen (geanonimiseerd)

gemeenteraad 26 september 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bindend advies woningontwikkeling Herengracht 15 Terneuzen38.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

samen

Een toename

in het economisch

met

(geanonimiseerd) 1971, 86-91. (geanonimiseerd) 1983a, 21, 26-31. (geanonimiseerd) 1995, 64; MN (geanonimiseerd) <00, «+. (geanonimiseerd) 1995, 71. (geanonimiseerd) 1983a, 4, 30. (geanonimiseerd) 1993, 45(geanonimiseerd) 1971, 96; MN (geanonimiseerd) «505, 77; (geanonimiseerd) MN zoo, (geanonimiseerd) 1995, 71. (geanonimiseerd) 1983, 39, 101-107. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

van

27

22-20.

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd)

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

(geanonimiseerd) BN (geanonimiseerd) MN s een reconstructietekening gemaakt van de situatie zoals deze zich in Zeeuws-Vlaanderen omstreeks 1200 (figuur 10). Zo worden ten westen van de Blijde de twee parochies van Vremdijcke en Willemskercke weergegeven. Aan de overzijde van de watergang heeft zich een eiland gevormd met daarop de parochies van Othene, Zaamslag en Aandijke. Pas rond het midden van de 13° eeuw, met behulp van nieuwe ingepolderde gronden, werd het verbonden met het vasteland.” De Blijde zelf is op dat moment nog een brede watergang die in het zuiden doorloopt tot aan Axel. Van het bestaan van Terneuzen is nog geen sprake. Door

voordeed

(geanonimiseerd) Dennendijken,

waden

F-

wreexbegren ze

n

”

dekzandhoogtein dekzardhoogteiijn dekzandrug

NAP

ie

IS

NAP=0

w

1200

«1

goor

Hulst- Saeftinghe.

Brand ing. KJ 1985 winter

me

@

en

=rrEerr

Figuur 10 1993,

Reconstructie

van

de situatie in Zeeuws-Vlaanderen

rond 1200,

vervaardigd

door (geanonimiseerd) in 1985. Bron:

(geanonimiseerd) |

43.

Een deel

bedijkte gebieden ging verloren in 1214, toen een volgende stormvloed het land teisterde en tevens verschillende dorpen onder water liet lopen. De schade heeft men enkele jaren later weer volledig kunnen herstellen. Ondanks deze gebeurtenis, wordt de 13° eeuw over het algemeen wel gezien als een periode van bloei voor heel Zeeuws-Vlaanderen. De groei van de bevolking en de ontwikkeling van de steden zetten zich verder, evenals de ontginningswerken.52 van

de

Laatmiddeleeuws

kaartmateriaal

is schaars.

gebleven van de zogenaamde Dampierrekaart uit 1274 (figuur 11). De 13° eeuwse stichtingen, die hierboven zijn opgesomd, worden op de kaart weergegeven. Terneuzen staat eveneens opgetekend, direct ten westen van de Blijde en valt daarmee binnen het ambacht van Assenede, hoewel deze pas in de 14° eeuw is ontstaan. Opvallend is dat de plaats met een afzonderlijke lijn is omringd die verder doorloopt in het ambacht van Axel. Op een andere kopie van de Dampierrekaart (niet afgebeeld) wordt Terneuzen daarentegen niet vernoemd.5 Dit alles doet vermoeden dat de weergave van Terneuzen op de kaart door (geanonimiseerd) een latere toevoeging betreft (figuur 12). B

(geanonimiseerd) 1973, 171; (geanonimiseerd) WN zo. 72. (geanonimiseerd) 1995, 74. EE (geanonimiseerd) 1993, 48. s

Er

is echter

wel

een

17°

eeuwse

kopie

bewaard

28

=

Rijksarchief Gent nr. RAG-VZ1-a1: “Figurative kaert van de gelegenheyd van Vlaenderen, ten tyde van graef (geanonimiseerd) gemaekt ten jaere 1627, door (geanonimiseerd) na eene kaert hem ter hand gesteld door (geanonimiseerd) heere (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) raed ordinaire in de Raed van Vlaanderen.” Opgemaakt door (geanonimiseerd) in 1680. | 54

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

(geanonimiseerd)

Uitsnede van de figuratieve kaart van het graafschap Vlaanderen, een kopie van de kaart van (geanonimiseerd) opgemaakt door (geanonimiseerd) in 1617. De verschillende kleuren representeren de grenzen van de ambachten. Lichtgroen is het ambacht van Boekhoete met in het oosten aansluitende de ambachten van Assenede, Axel en Hulst. Bron:

Figuur aa uit 1274,

RAG-VZ1-7. De

vele

inpolderingen hadden wel tot gevolg dat de Blijde langzaam begon te verzanden en Axel hierdoor zijn verbinding met de Honte dreigde te verliezen. Aan het begin van de 14° eeuw werd dan ook een kanaal doorheen de Blijde uitgegraven. Aan het noordelijke uiteinde werd daartoe nog een sluis aangelegd. De watergang kwam vanaf dit tijdstip bekend te staan als de Axelse Vaart, die in feite vit twee delen bestond: de West- en Oostvaart. De Westvaart is het stuk dat verliep vanaf de Honte naar Axel en de Oostvaart duidde het deel ten zuidoosten van Axel aan.55 Hoogstwaarschijnlijk heeft de aanleg van het nieuwe kanaal en de sluis ervoor gezorgd dat er een nederzetting kwam te

ontstaan

vermeld

aan

de zuidoever

van

de

Honte

en

aan

het

einde

als ‘Ter Nose’. In latere bronnen wordt het ook wel

of ‘nisse’ duidt De

een

werd kort

landtong nadien

aan.

In dit geval

betrof het

een

van

de Axelse

Vaart,

geschreven landtong die in de vorm

een

in 1375

dat

in 1325

voor

het eerst

wordt

als ‘Ter Nessen’ of Ternesse’. Het woord ‘nesse’

plaats verrijkt kapel betekenis en niet meer vrij weinig zijn geweest zijn geweest wordt het namelijk pas voor het eerst als een dorp aangezien.” met

dat

van

wordt dan

genoemd.® een

klein

van

een

Terneuzen

gehucht.

neus

in de Honte

zal nochtans

Aan het

begin

van

uitstak.

in het

begin

de 16°

eeuw

Terneuzen

kreeg al snel meerdere tegenslagen te verwerken. De 14° eeuw was immers, ten opzichte van de 13° eeuw, minder voorspoedig. De welvaart nam af, sociale onrust en oorlog begonnen een rol te spelen, en stormvloeden staken meer en meer de kop op. De periode van de grote ontginningen liep op zijn einde en ondanks dat er nog wel nieuwe schorren werden ingepolderd, waren deze beduidend kleiner dan de polders vit de 13° eeuw.5° Van de middeleeuwse polderindeling in de omgeving van Terneuzen is echter niet veel geweten. Door herdijkingswerken na de militaire inundaties ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog, zie onder, is een groot deel van het middeleeuwse landschap

ig

(geanonimiseerd) 1997, 80, (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2017, 165. 2004, 227. (geanonimiseerd) 1958,7, 1 (geanonimiseerd) 2002, 49; (geanonimiseerd) 2002, 19; (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) 1958, 14. (geanonimiseerd) 1983a, 129-130.

29

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

gewijzigd en kan dus moeilijk worden gereconstrueerd. Wel is geweten dat in de eerste helft van de 14° eeuw Triniteitspolder, gelegen ten oosten van de Westvaart, en de Lievenspolder ten noorden ervan zijn bedijkt.59

de

dijken door. Terneuzen zelf zou daarbij ook enige schade hebben geleden.°° Een volgende zware stormvloed vond plaats in het jaar 1375. Langs de kust van de Honte verdwenen vele polders onder water die in de eerste helft van de 14° eeuw waren bedijkt. Tevens vond de Braakman hier zijn ontstaan, een voormalige zeearm van de Honte. Hierbij inundeerden gronden ten zuiden van Biervliet en IJzendijke, in een gebied waar sinds omstreeks 1200 flink is gemoerd, waardoor het maaiveld lager kwam te liggen en dit als effect had dat er een soort komgebied ontstond waar het water niet meer wegstroomde. Men heeft getracht de verloren gebieden terug te winnen, maar dit werd nog eens bemoeilijkt door de stormvloeden vit de jaren 1394 en 1398. De ellende werd in deze eeuw nog vergroot met onder andere de strooptochten van de Gentenaars in de Vier Ambachten in 1381-1382 en 1384-85. Dit kon onder andere gepaard met brandstichting. In 1357 braken op tal

De situatie verbeterde

van

punten langs

niet in de

de kust

van

Groede tot Terneuzen

de

gekenmerkt door opstanden, oorlog en stormvloeden. De stormvloeden van 1404, 14,21 en 1424 hebben voor een uitbreiding van de Braakman en een betere bevaarbaarheid van de Honte gezorgd. Na enige tijd van rust kreeg Zeeuws-Vlaanderen te maken met een burgeroorlog die uitbrak in de jaren 2488-1492. Door oorlogshandelingen raakte de sluis bij Nieuwersluis tegen (geanonimiseerd) MN waardoor combinatie met een stormvloed, verschillende parochies onder de golven verdwenen en het in beschadigd, water viteindelijk reikte tot in het ambacht van Axel. Om ervoor te zorgen dat het water niet verder het land zou binnendringen, werden er plannen gemaakt voor de aanleg van een dijk die van Terneuzen via Axel en Assenede naar Boekhoute zou verlopen. Pas met de Vrede van Cadzand in 1492 kon men met de werken starten. Deze zogenaamde Landdijk was kort daarna gereed en grensde tegelijkertijd het gebied van de Braakman af. Al in 1494 moest de langgerekte structuur zijn eerste vitdaging trotseren. De stormvloed die volgde wist de barrière echter op meerdere plaatsen te doorbreken en ook elders langs de kust van de Vier Ambachten kwamen gronden onder water te staan. Nadat nog menig stormvloed plaatsvond in jaren erna, is men vanaf 1497 begonnen met de bedijkingen binnen het de * Het resultaat van al deze gebeurtenissen was onder andere dat de Honte geleidelijk werd Braakmangebied.

uitgediept en in oostelijke richting evolveerde naar een breed zeegat met sterke getijdenwerking. Door het ontbreken van een beschermende duinengordel, hadden de oevers en zeedijken aan de zuidkust van de Honte regelmatig te kampen met afkalving en werden dan ook meer kwetsbaar voor overstromingen. Het gebied van Terneuzen krijgt dan ook de komende eeuwen steeds meer te maken met dijkdoorbraken. In 1510 wordt er zelfs gesproken van de aanleg van een kaai om het dorp te kunnen beschermen. Figuur 12 toont de situatie rondom het dorp, zoals deze zich voordeed rond 1500. Ten westen van de Axelse Vaart resteert nog slechts een strookje land bestaande vit de Vremdijckepolder, Groeninghepolder, Mulmepolder, en de St. Jacops- en Triestpolder. De rest is compleet verzwolgen door de wateren van de Braakman. Terneuzen schijnt, net ten noorden van de Grote Zoutepolder, waardoorheen de Axelse Vaart is gegraven, nog wel droog te hebben gelegen. Op de afbeelding wordt namelijk de haven aangeduid, die voor het eerst in de literaire bronnen wordt vermeld in de jaren 6o van de 15° eeuw. 15° eeuw,

die wederom wordt

(geanonimiseerd) 1973, 172; (geanonimiseerd) WM zo05, 47. (geanonimiseerd) 1983a, 130, 152. (geanonimiseerd) 1958, 13; (geanonimiseerd) 1993, 48; (geanonimiseerd) 2002, 52. 097. 2 (geanonimiseerd) 1983b, 117; (geanonimiseerd) 1993, (geanonimiseerd) 2002, 52; (geanonimiseerd) MN oo, (geanonimiseerd) MN (geanonimiseerd) 1958, 13; (geanonimiseerd) 1995, 64; (geanonimiseerd) 2002, 21. (geanonimiseerd) 1958, 13; (geanonimiseerd) 2004, 227.

30

24-77

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

GROENINGHE POLDER er

Ne

| VREMDYCKE

Vremdycke

MULMEPOLDER

POLDER

©

Terneuzen Ì Wen

Oo

StLJACOPS&

TRIESTPOLDER

|

NIEUW-OTHENEPOLDER

POLDER

ik beard

GE \

Triniteyt

E 's GRAVENPOLDER

Huughersluus

BRAAKMAN

WESTZAAMSLAG

Zauterspuye

Figuur12 Weergave

de situatie rondom Terneuzen

van

omstreeks 1500. Bron:

(geanonimiseerd) TEN

527.

33-

De

strijd tegen het water was in Zeeuws-Vlaanderen nog lang niet voorbij. In de 16° eeuw kreeg dit deel van Zeeland opnieuw zware klappen te verduren. Op figuur 13 is te zien welke gevolgen de stormvloeden hadden voor de polders rondom Terneuzen. Terneuzen zelf is daarbij ook meerdere keren onder water komen te staan. Toch was er niet enkel sprake van verlies. Langs de randen van de Braakman bleef men volhardend in de bedijkingswerken. Zo werden uiteindelijk nieuwe poldergronden gewonnen (figuur 13). De vele

stormvloeden

gepaard gingen, brachten grote financiële offers. moercomplexen omgeving vitgeput raakten en dus het transport van het veen en zout terugliep. Dit betekende op zijn beurt minder inkomsten en dus geen geld om de Axelse Vaart te onderhouden. De verzanding van het kanaal bracht tevens problemen van de waterlozing van de nabijgelegen polders met zich mee. Daar kwam

en

Om het in onbruik raken

D

En

de

herstelwerkzaamheden

nog bij dat de

die daarmee

in de

van

de Vaart

tegen te gaan,

van

is

men

er

Axel

in 1547 toe overgegaan dezete verbeteren.£

(geanonimiseerd) 1958, 14; (geanonimiseerd) MM «073, 272; (geanonimiseerd) MON +57: (geanonimiseerd) ON 2e (geanonimiseerd) 1997, 80.

22.

31

ARTEFACT

RAPPORT

Assenede

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

IO) Assenede

(geanonimise rd)

1530

Assenede

1552

Figuur 13 Terneuzen.

Aanduiding De

van

overstroomde

de

overstroomde

gebieden

hebben

polders ten tijde van de stormvloeden in de 16° eeuw in het gebied rondom een donkergrijze kleur. Bron: (geanonimiseerd) 527. 42, 46, 68, 69, 89 en 109.

TN

32

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

HONTE Saeftinghe

HONTE Ce

TAOEe

aen

y

Dl

Ar

è

} /

È

Buucxgate

—_ Sq

BRAAKMAN

/

——

— —

Geïnundeerd gebied in 1583/1584

BE Figuur

14

Aanduiding

van

Zeeuws-Vlaanderen.

Bron:

Aan

van

de vooravond

de overstroomde

(geanonimiseerd)EKEA |

van

de militaire inundaties

in de

ad Doorsteekgat Hoofdplaats @) &

_ Parochie

jaren 1583-1586

in Oost-

142.

dorp bestaande uit enkele woningen, een kapel, en tolhuis en een sluis dat was aangelegd in de Axelse Vaart. Op korte termijn werd het aanzien van de nederzetting geheel veranderd en steeg het belang ervan, daar het zich een tijd lang aan de frontlinie van de (geanonimiseerd) en vernielden de oorlog heeft bevonden. In 1573-1574 vielen de Watergeuzen Terneuzen aan, staken het in | sluizen. Om een nieuwe aanval van Staatse zijde te kunnen weerstaan, beval (geanonimiseerd) in 1575 de plaats te versterken. | Onder leiding van de toenmalige gouverneur B (geanonimiseerd) verd het fort Aldano gebouwd, dat ook wel bekend kwam te staan als het Spaans kasteel. Nog geen jaar later, in 1576, viel onder andere Terneuzen met de Pacificatie van Gent in handen van het Staats bewind. Door verraad van de baljuw van het land van Waas in 1583, kwamen grote delen van Zeeuws-Vlaanderen, waaronder Saeftinghe, Hulst, St. Jansteen, Axel en Sas van Gent, weer in Spaanse handen terecht. Hetzelfde dreigde te gebeuren met Terneuzen, maar door het tijdig inzetten van troepen vanuit de Staatse kant, kon BN (geanonimiseerd)+ plaats bezetten. De waterweg naar Vlaanderen, die met de Pacificatie van Gent weer was opengesteld, werd opnieuw afgesloten. De strategische ligging van Terneuzen maakten het dorp voor beide partijen interessant.

Het vormde een soort van bruggenhoofd om van hieruit de Spanjaarden vit Vlaanderen te verdrijven, maar andersom zou de inname van Terneuzen voor de Spanjaarden de bezetting van de Westerschelde en vervolgens geheel Zeeland vergemakkelijken. Koste wat het kost moest en zou Terneuzen aldus in Staatse handen liet aldus de plaats ombouwen tot een vesting. Deze sloot de vaart af waar het overging in de blijven. (geanonimiseerd) B haven met behulp van een sluis, om zo de haven dagelijks nog wel te kunnen voorzien van vers water. Tevens verleende Willem van Oranje Terneuzen stadsrechten in 1584. Er werd een garnizoen geplaatst ter verdediging van de stad en samen

met

de

polders ten gevolge

Geïnundeerd gebied in 1585/1586 (winter) Geïnundeerd gebied in 1586 (zomer)

Zeedijk Binnendijk » Ambachtsgrend

—

Tachtigjarige Oorlog

het recht op het

houden

een

Terneuzen

weekmarkt,

niets

betekende

meer

dan

een

dit een boost

klein

voor

de handel.

Nochtans

was

het

Spanjaarden kwamen steeds dichterbij en om de vijand vit het gebied te kunnen verdrijven plaatsen de dijken doorgestoken in de jaren 1583-1586. Dit gebeurde bij Othene, ten oosten van Terneuzen, bij Campen, direct ten westen gelegen van de Hulsterse havengeul, bij Saeftinghe en bij in de Braakman. Grote delen van het achterland verdwenen onder de golven (figuur 14). Daar het ook niet Buucxgate meteen terug kon worden ingepolderd, had het water in dit nieuw ontstane getijdenlandschap vrij spel. Daartoe had het gebied nog altijd te maken met zware stormvloeden waardoor de kreken en geulen zich soms diep in de ondergrond konden snijden. Pas met de terugkeer van Axel aan Staatse zijde in 1586, is men langzaamaan weer gevaar nog

lang niet geweken.

van

was

werden op

De

meerdere

33

ARTEFACT

RAPPORT

begonnen met

TERNEUZEN

g12

herdijkingswerkzaamheden. Al verliep dit in eerste instantie niet zeer vlot. Ten men, aangehaald, nog regelmatig te kampen met natuurgeweld en ten tweede waren de financiële middelen vanwege de oorlogshandelingen gering. Eind van de 16° eeuw raakten de vestingwerken van Terneuzen meer en meer in verval, maar daar de Spanjaarden in 1596 Hulst hadden ingenomen, nadat het enige tijd weer onder Staats bewind had gestaan, zag men toch de noodzaak deze te verbeteren. Dit gebeurde in de jaren 15961598.9 eerste

had

het ondernemen

HERENGRACHT 15

zoals

van

de

reeds

Figuura5 Plattegrond van de 16° eeuwse vestingwerken van Terneuzen. Opgetekend door (geanonimiseerd) naar (geanonimiseerd) De kaart is gericht naar het zuiden. Het plangebied is rood omcirkeld. Bron: Rijksmuseum Amsterdam.

(ca. 1654). De

vesting,

waarin het fort Aldano

poorten die de

was

opgenomen,

uit

een

en

Waterpoort droegen.

aarden

omwalling

met

Rondom het merendeel

7 kleine bastions

en

drie

vesting liep een gracht met contrescarp, ofwel een talud aan de buitenzijde van de gracht (figuur 15). Met de bouw van de vesting werd de Axelse Vaart in de overgang naar de haven afgesloten met een sluis. Deze sluis bevond zich ter hoogte van de huidige De Jongestraat dat in het noorden overgaat op het Marktplein, waar het uiteinde van de haven was gelegen.° Binnen de grenzen van de vestingwerken was de stad ondertussen verrijkt met een paardenmarkt, herberg en een stadhuis met daarachter een vismarkt.” Indien de ligging van de 16° eeuwse vestingwerken wordt geprojecteerd op de huidige topografie van de stad (figuur 16), dan kan het zuidelijke deel van het plangebied worden gesitveerd ter hoogte van de gracht en de noordelijke helft valt onder een van de bastions. Ondanks dat Terneuzen sinds het begin van de oorlog in aanzien was gestegen en de handel was toegenomen, was het met de stad omstreeks 1600 niet al te best gesteld. De huizen waren vervallen, vele oogsten waren verloren gegaan door de overstromingen, de erven lagen er naam

Landpoort, Polderpoort

bestond

van

de

(geanonimiseerd) 1958, 15-31; (geanonimiseerd) WM :o05, 50; (geanonimiseerd) MN «007. 220-143, 150-161; (geanonimiseerd) MNN 2002, <7; (geanonimiseerd) MN zo: 5 (geanonimiseerd) NN, 176-211. (geanonimiseerd) 2017, (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2004, 228. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2002, 50. (geanonimiseerd) 1958, 56-59.

2004, 227;

d

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

maar verlaten bij, de belastingen stegen waardoor de burgers financieel veel

geld gestopt

in de

een

zware

last werd

HERENGRACHT 15

opgelegd

en

o

5o

daartoe werd

oorlogshandelingen.”

45900

100M

EE EE |

N Figuur

16

Bron:

Gemeente

Het

En

ae

Projectie

van

het

plangebied

lj

dU

op de

Zy

óf

/

IAS

gedigitaliseerde versie van

DN de 16°-17°

Dj

oo Plangebied

eeuwse

vestingwerken

van

Terneuzen.

Terneuzen.

tij leek ietwat te keren aan

begin van de 17° eeuw toen meer en meer verdronken gebieden werden herdijkt. Twaalfjarig Bestand (1609-1621) keerde de rust enigszins terug en dat voor het ontstaan van vele polders heeft gezorgd, o.a. de Noordpolder, de Buthpolder, de Oud Eglantierpolder, de de de de Visscherpolder, Kapellepolder, Catspolder, Zuidpolder, de Zeven Triniteitspolder, de Serlippenspolder (ook wel Nieuw Notenpolder genoemd) en de Willemskerkepolder. Reeds aan het einde van de 16° eeuw waren de Oude Zevenaar, Vlooswijkpolder en de Goesche polder bedijkt en tegen het einde van de oorlog werden aan het gebied nog de St. Annapolder, Sparkspolder, Nieuw Eglantierpolder, Koegorspolder en de Sluispolder toegevoegd.” Met de Vrede van Munster in 1648 kon de lange oorlog eindelijk worden beëindigd. De toenmalige situatie wordt goed weergegeven op een kaart van Visscher uit circa 1656 (figuur 17). In vergelijking met de toestand zoals deze zich voordeed op figuur 13 en 14, heeft het gebied rond Terneuzen zich weten uit te breiden met de vele polders zie zojuist werden opgesomd. Hierdoor is ook het zeegat van de Braakman een stuk smaller geworden. De Axelse Vaart staat nu aangeduid als de Soute Vaert die doorheen de Groote en Cleyne Soutepolder loopt en vervolgens aansluit op de Notens Gevle en de Soute Spuye.

De zogenaamde Notens Gevle is het resultaat van de militaire inundaties gedurende de Tachtigjarige Oorlog en een restant ervan staat vandaag de dag bekend als de Otheensche Kreek. Wat Terneuzen, en ook het plangebied, betreft, is er sinds het ontstaan van de vestingwerken niet veel veranderd. Vooral

met

AN: 7

het

afsluiten

van

het

het

21-22. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 1958, 53: (geanonimiseerd) MN 073. 271-473

35

ARTEFACT

RAPPORT

ie Figuur17

Archief, De

-

u

van

door

Zeeuws

RN EE

AS

\

en

Den

Doel etc.

nevens

een

(geanonimiseerd) omstreeks 1656.

Het

|

Genootschap,

Tachtigjarige Oorlog

in de tweede

l

’T Meerderdeel van Staats Vlaenderen vervattende het

Saeftingen,

van

vervaardigd

:

7e

Uitsnede

het Lant

TERNEUZEN

g12

was

van

plangebied

is globaal

de

Ne

dier

A

jp

|

AN

Asseneder, Axeler en Hulsterambacht als mede

Riveier de

Schelde,

weergegeven

met

met een

zijne

Forten

en

Sterktens',

rode cirkel. Bron: Zeeuws

Zelandia Illustrata, Deel Inr. 1556. weliswaar tot

een

kwamen

de

lasten

eeuw. ervan

De

einde

gekomen,

maar

de

gevolgen

droeg het gebied nog tot ver en werden door het garnizoen verlaten. ervan

vestingwerken dienden geen nut meer zelf te liggen. Ook het onderhouden van de haven bracht een grote bij kostenpost met zich mee. De sluis aan het einde van de De Jongestraat raakte in verval en diende nodig vervangen te worden. Dagelijks moest namelijk het zeewater de haven binnengelaten worden om dichtslibben tegen te gaan. Verlies van de haven zou immers grote economische gevolgen hebben. Echter kon dit pas in de volgende eeuw worden gerealiseerd. De oorlog had op meerdere fronten zware klappen vitgedeeld, zo ook op financieel vlak. De stad was verarmd. De toestand van de 16° eeuwse vesting ging steeds meer achteruit, de afkalving van kust door de Honte vormde nog altijd een probleem en de haven diende hoe dan ook open te blijven. Daar men het geld niet meer kon opbrengen, is viteindelijk in 1680 besloten een begin te maken met het slechten van de vesting. De genadeklap volgde met de stormvloed van 1682, toen een deel van de contrescarp werd weggeslagen en Terneuzen ook zelf veel schade Hierdoor

helft van de 16°

groot deel

Koe Gors

&

HERENGRACHT 15

de stad

ondervond.7 Geheel

gevrijwaard van sociale onrust was ook deze periode niet. In de periode 1672-1678 en 1688-1697 was wel degelijk sprake van oorlog, maar dit vormde voor Terneuzen niets meer dan een dreiging.”* Het raakte echter wel verwikkeld in de Spaanse Successie-oorlog van 1701-1713. De stad leed echter weinig schade. Hierna volgden enkele decennia lang een bloeiperiode, al begon deze tijd van welvaart met twee stormvloeden in de jaren 1714 en 1715 waarbij wederom de contrescarpen van de vesting werden beschadigd. Beduvidend minder geluk had Terneuzen met de

AN: ze

He 2004, 228; (geanonimiseerd) 2017, 232. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 2002, 44j (geanonimiseerd) | | (geanonimiseerd) 1958, 74-77; (geanonimiseerd) 1993, 56.

36

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

Oostenrijkse Successie-oorlog in 1740-1748. In de laatste fase van deze oorlog vielen de Fransen binnen en bleven zeker jaar lang de stad bezet houden. Het leveren van goederen aan de militairen ging voornamelijk ten koste van Terneuzen zelf en na beëindiging van de oorlog bleef het dan ook achter met een grote schuld.75 een

DE

MOND

WESTERSCHELDE

OF

Eel

Ne

…

B

N=

Polder.

PN Figuur

18

Uitsnede

weergegeven

met een rode

van

den

Eijlande

<

Es

mitsgaders van geheel Axel Ambagt aan de oversijde in Staatsvlaanderen, berustende op het Stadshuijs tot Axel’, vervaardigd door (geanonimiseerd) in 1746. Het plangebied is globaal van

‘Kaarte

de

Lm

&

van

cirkel. Bron: Zeeuws Archief,

Axel

(geanonimiseerd) nr. 419. |

Hattinga, die de sitvatie van deze tijd weergeeft (figuur 18). In tegenstelling tot de kaart van Visscher (figuur 17) is er een lichte verandering in de polderindeling waar te nemen. Zo ligt de Willemskerkepolder niet meer ten zuiden van de Vlooswijkpolder, maar bevindt zich nu ten westen ervan. De Lievenpolder direct ten zuidoosten van Terneuzen is eraan toegevoegd en ook de schorren in het zuiden zijn bedijkt in de Nieuw Westenrijkpolder en de Kleine Zevenaarpolder. Meerdere kreken en watergangen, of aftakkingen daarvan, zijn in het landschap verdwenen. Opvallend is ook dat het kanaal tussen Terneuzen en Axel hier in zijn geheel niet meer staat opgetekend en de stad zelf volledig lijkt te zijn afgesloten met slechts een opening naar de haven vanuit de Westerschelde. De structuur van de oude vesting heeft zich nog altijd bewaard, al is deze hier meer schematisch weergegeven. Aan de westzijde lijkt de stad ook meer te zijn ingesloten door de Vlooswijkpolder met in het noorden een uitgestrekt schorrengebied. Uit het midden

Erbraken

volgde

van

de 18°

eeuw

dateert de kaart

opnieuw onrustige tijden aan vanaf 1780.

Z

76

A:

strijd

Als eerste

dreigde er een oorlog te komen met Oostenrijk en daarna

Prinsgezinden. Alsof dat nog niet genoeg was, werd Zeeuws-Vlaanderen vanaf 1794 voor 20 jaar bij het Franse rijk ingelijfd. Ondertussen liet de natuur de omgeving van Terneuzen ook niet met rust. Zo werd in 1808 werd grote schade gericht aan de dijken, waardoor de Sluispolder, de Noordpolder, de Vlooswijkpolder en de Lievenpolder onder water kwamen te staan.7 een

tussen

de Patriotten

van

en

de

90-95; (geanonimiseerd) 1993, 56; (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) MN 202, <5: (geanonimiseerd) MN 200. (geanonimiseerd) 1958, 125-164; (geanonimiseerd) 2004, 228.

222.

n

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

46200

45900

HERENGRACHT 15

46900

37 50

37 20

37290

Figuurag

Uitsnede

Nadat de Fransen

19°

gedigitaliseerde Minuutplannen van vertrokken, verkeerde Terneuzen

waren

eeuw

al snel

ten

Roodenhuize, Westvaart

vanwaar

uitweg

men

van

zorgen

via de

verbreed

gebied

Gebouwen

mm

Water

== mm

Wegen Dijken

a

Percelen

de Kadastrale Kaart uit 1811-1832. Bron: Geoloket Zeeland.

wederom in een staat

werd

van

verval,

maar

hier kwam

nieuwe

met

zoals dat

in de

loop

van

had tot de Gentse

naar

men

problemen

bereiken. Ook

en

ondanks dat deze in 1547 werd

Braakman,

een

zeegat

hier had

Vaart

te

Hulst

en

Hieraan

dan

ook

de

van

de Oostvaart

met

verbeterd,

dat met de stormvloed dankte

en

naar

Axel

het onderhouden

leek het

voor

1375 is ontstaan

Gent en

van

om

het

vandaar via de

kanaal,

zoals

gemakkelijker voor een met

de vloeden

in de

15°

De uitgediept. zijn aan de sluis van en tevens werd de verwaarloosd Gent Tachtigjarige Oorlog grote vernielingen bij Sas waterweg door gebrek aan financiële middelen. Daartoe werd de vaart minder bruikbaar door toenemende inpolderingen in het gebied van de Braakman. Gent dreigde hierdoor economisch ten onder te gaan en moest wederom met een nieuwe oplossing komen. Dit maal werd er een verbinding gemaakt tussen Gent en Brugge in de vorm van de Brugse Vaart. Door toenemende welvaart en handel bleek de Brugse Vaart toch niet geheel geschikt te zijn. Om deze redenen werd tenslotte het kanaal van Gent naar Terneuzen gegraven om zo ook grotere schepen de stad in te krijgen. Het kanaal eeuw

werd

is besproken,

Het

Kerken e.d.

mm

Terneuzen dat in 1816 werd

toegang

de Westerschelde

reeds hierboven te

verandering

westen

in.

Plangebied

m

he uitgebreid inpolderingen, tot de Sinds het ontstaan schorrengebied bedijkt Nieuw-Neuzenpolder.77 van de 16° eeuwse vestingwerken heeft de stad altijd ingeklemd gezeten tussen de oude wallen van deze structuur. Met de aanleg van het nieuwe kanaal van Terneuzen naar Gent in 1827, begon Terneuzen echter ook een grotere gestalte aan te nemen. De aanleiding van dit project vormde de lange zoektocht van de stad Gent naar een goede verbinding met de zee. Deze problematiek deed zich al voor sinds de 13° eeuw, toen in de periode 1251 en 1269 het Lievekanaal werd gegraven tussen Gent en Damme aan het Zwin. De verzanding van het Zwin zorgde ervoor dat er een nieuwe route gevonden diende te worden en dit gebeurde in de vorm van een kanaal tussen Gent en fort van

de

de

van

a

Sasse

Vaart

en

Sas

van

Gent

ontstaan.

bracht

77

(geanonimiseerd) BN +558, 272; (geanonimiseerd) MN 07: «7.

38

ARTEFACT

RAPPORT

vertakte zich oude De

TERNEUZEN

g12

bij Terneuzen

in twee

armen

die omheen de stad

HERENGRACHT 15

liepen. De oostelijke arm volgde deels het tracé van de

vestinggrachten.?

zojuist geschetste

situatie wordt weergegeven

op de Kadastrale

Minvutplannen, opgesteld

in de

periode tussen 1812-1832. Met de invoer van het kadaster vanaf 1811-1816 werden de eerste echt accurate kaarten gemaakt. De ligging van dijken, waterlopen, wegen, gebouwen en percelen worden nauwkeurig weergegeven (figuur 19). Het verloop van de grachten en wallen van de oude fortificatie zijn grotendeels nog terug te vinden in de stadsplattegrond. Aan de buitenzijde van de grachten zijn meerdere gebouwen verschenen. Rondom de stad zijn de twee vertakkingen van het kanaalte zien. De haven die vanuit de Westerschelde de stad binnenloopt en eindigt ter hoogte van het huidige is in deze ook in Het Marktplein, periode nog altijd gebruik. plangebied zelf wordt bijna geheel omringd door de nieuw aangelegde oostarm van het kanaal. Het plangebied bevindt zich op meerdere percelen. Volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel was het noordoostelijk deel in gebruik als tuin (perceel C24 en 26). Het perceel gelegen langs de waterkant (perceel C21) was een erf en in de westelijke hoek is een klein perceel afgebakend waarbinnen een schuur staat (perceel C36). Tevens overlapt het uiterste zuiden van het plangebied met de grachten en in het noordwesten mogelijk nog met andere kleine structuren.

(geanonimise rd)

Slikken

EN

rake

Bastion

\

Hachtieger

(Pm kN

> L

Figuur 20 Tekening van de vestingwerken cirkel. Bron: (geanonimiseerd) 552

MNN

er

S

/

4

7

in 1840, door

(geanonimiseerd) De ligging van |

het

plangebied

is aangegeven

78

(geanonimiseerd) «058, 27: (geanonimiseerd) BN ON 2073, 456, 401-403; (geanonimiseerd) MNN 2002. 53-52: (geanonimiseerd) AN 200. 227: (geanonimiseerd) AN 2e,

79

Het

origineel is gepubliceerd

in het

Orgaan van de Technisch

Ambtenaren

van

de

Rijkswaterstaat in 1953.

met een

266.

rode

39

ARTEFACT

RAPPORT

voor

in 1830,

waterweg afgesloten.

werd de

Zeeuws-Vlaanderen

aangelegd

HERENGRACHT 15

enkele jaren het kanaal kunnen gebruiken, want met de onrust die gepaard ging met de Belgische

Gent heeft slechts

Afscheiding

TERNEUZEN

g12

zou

toenemen, beval

in de

Terneuzen werd

voor

enkele

uren

bezet.

Uit

vrees

dat

het gevaar

(geanonimiseerd) BN de bouw van nieuwe fortificaties in Terneuzen. Deze werden

Het bestond

vit 4 gebastioneerde fronten met in totaal 9 bastions, 2 ravelijnen en periode 1833-1839. 2 poorten. Het geheel werd omgeven door een gracht (figuur 20). Binnen de vestingmuren werden onder andere een kazerne, kruiskelders, magazijnen, wachtlokalen en een kogelpark opgericht. Het plangebied komt daarbij binnen de vestingwerken te liggen. Met de aanleg van bastion len Il moest de ligging van de oude havengeul worden aangepast en hiermee werd ook de scheepswerf verlegd naar de nieuwe havengeul. De stadshaven boog af richting het oosten op de oosthaven. Dit betekende het begin van het einde van de oude haven van Terneuzen. In 1839 werd het kanaal weer opengesteld. Havenactiviteiten en bedrijvigheden concentreerden zich steeds meer langs de kanaalzone. Daar de schepen in de loop der tijd in grootte toenamen, konden deze de oude haven niet meer binnenvaren en het kanaal zelf bleek uiteindelijkte smal te worden. In 1870 is dan ook een begin gemaakt met het dempen van de oude havengeul om zo meer ruimte te kunnen creëren voor de groeiende stad. Van 1874 tot 1885 zijn werken ondernomen om het kanaal te verbreden en in werd het voorzien van een nieuwe zeesluis. Ondanks dat Terneuzen zich als gehele 1895 haven meer en meer kon ontwikkelen, bleef de stad in omvang nog altijd relatief klein.

Pas toen Terneuzen het eindpunt werd van twee spoorwegen in 1869-1871 vanuit Mechelen en Gent, begon de echte bloei van de stad pas.°°

il

Figuur 21 Topografische Militaire kaart uit 1916 met projectie van het plangebied in het rood. Bron: In

1908

werd

de

vestingstatus beëindigd.

begonnen

met

het slechten

uitbreiden

van

het kanaal met

gedempt,

waarmee

AN: 81

in

de

van

muren

bijbehorende

1870 al was

ESRI

Nederland/Kadaster.

Al

vrij snel werden de 19° eeuwse vestingwerken opgeheven en is men en het dempen van de grachten, geheel ook ten behoeve van het verder havenwerken.

Tevens werd in 1912 nog

begonnen.® Figuur 22 toont de situatie in het

groot deel van de oude haven jaar 1916. De vestingwerken worden een

198, 31; (geanonimiseerd) 1973, 456; (geanonimiseerd) 2002, 51, 54-55; (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) WM 2004, 228-220; (geanonimiseerd) MNN 207, 267-270.,0 (geanonimiseerd) 1958, 310; (geanonimiseerd) 1973, 456; (geanonimiseerd) 2004, 227, 230.

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

vrij volledig afgebeeld, ook al was men destijds al begonnen met het afbreken van de structuur. Binnen een deel bastions komt nv ook bebouwing voor. De bebouwing in het westen van het plangebied, zoals deze zich al voordeed op de Kadastrale Minuutplan, heeft zich vitgebreid langs de huidige Herengracht, De Blokken en De Jongestraat. Het noordwestelijk deel valt nu binnen een klein binnenhof. Ten westen van de stad is een breder kanaal uitgegraven, waardoor het vaarverkeer langs deze weg zal worden geleid. nog

van

de

De

vernieuwing en vitbreiding van het kanaal en de haven zette zich nog voort in de 20° eeuw. Maar ook deze periode niet gevrijwaard te zijn van geweld. De Tweede Wereldoorlog legde de grootste bron van inkomsten van Terneuzen een tijd lang stil. De haven en de bedrijvigheden in de kanaalzone werden sterk beschadigd. Ook het centrum heeft te lijden gehad onder het oorlogsgeweld. Kort na het einde van de oorlog liet het natuurgeweld nog eens van zich horen: de Watersnoodramp van 1953. Enkele polders nabij de stad liepen onder water, maar Terneuzen zelf bleef hiervan bespaard. Het is na beide gebeurtenissen dat Terneuzen werkelijk een grote verandering meemaakte. De stad groeide vit met de bouw van vele nieuwe woonwijken in onder meer de Triniteitspolder, Catspolder, St. Annapolder, Serlippenspolder en aan de overzijde van de Otheensche Kreek. De schepen namen nog altijd in omvang toe en in de jaren 60 volgde een verruiming van het kanaal met nieuwe zeesluizen. De beide oorspronkelijke kanaalarmen rondom de stad verloren hierdoor hun functie en werden dan ook grotendeels gedempt.” Op een topografische kaart uit 1985 is de metamorfose die de stad deze laatste decennia heeft ondergaan goed te zien (figuur 22). Er zijn meerdere havens bijgekomen, de beide zijarmen van het kanaal vit 1827 zijn grotendeels gedempt en van de vestingwerken valt bijna niets meer te herkennen.

De stad heeft zich sterk richting het zuiden en zuidoosten vitgebreid. Binnen het plangebied is daarentegen weinig veranderd. Het merendeel is nog altijd gesitveerd in een binnenhof met aan de straatkant meerdere gebouwen. Tot op de dag van vandaag is er in en rond Terneuzen sprake van welvaart. Er worden nog altijd nieuwe wijken aan de stad toegevoegd en het kanaal met de haven en sluizen vormen regelmatig het onderwerp van verbetering. bleek

Figuur

1985

met

(geanonimiseerd) NN 058, 322: (geanonimiseerd) MN 073. <57: (geanonimiseerd) AN 200.

227:

22

Topografische

Militaire

kaart

uit

projectie

van

het

plangebied

in

het

zwart.

Bron:

ESRI

Nederland/Kadaster.

%

(geanonimiseerd) ON 2e,

292-307

ha

ARTEFACT RAPPORT 912

TERNEUZEN HERENGRACHT

15

Nog kort kan wat nader op de historie van het plangebied worden ingegaan. Bebouwing is in dit deel van de stad al bekend sinds de Kadastrale kaarten uit de eerste helft van de 19 e eeuw. Voordat het huidige bankgebouw is opgericht, hebben er meerdere woonhuizen, waarvan de oudste fotografische bronnen teruggaan tot begin van de 20 e eeuw (figuur 23). Deze panden vormden samen met de huizen aan de De Jongestraat, De Blokken en de Zandstraat een gesloten bouwblok. De woningen zijn in 1970 gesloopt en daarvoor in de plaats kan het huidige gebouw van de ABN Amro. Hiermee werd een meer open situatie gecreëerd, waardoor men, met de omvorming van een deel van het binnenhof tot parkeerplaats, meer zicht heeft op de achterliggende panden. Ook deze structuur zal binnenkort weer geruimd worden voor een nieuw complex, waarbij men qua stijl terug wil naar de situatie zoals die was voor de jaren 70.

Figuur 23 Prentbriefkaart uit de periode 1905‐1908 met zicht op de Herengracht 15, De Blokken Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, Prentbriefkaarten nr. 7913.

en de binnensluis. Bron:

Verstoringsgeschiedenis

2. 3. 2

Bodemloket In het Bodemloket en op de website Bodemrapportages Zeeland worden de bodemkwaliteit en de status/voortgang van eventueel uitgevoerde onderzoeken weergegeven. Raadpleging van het Bodemloket 83 leert dat binnen het plangebied nog geen onderzoek heeft plaatsgevonden, maar wel direct grenzend aan het perceel meerdere locaties zijn onderzocht: ‐

83

Langs de straat van De Blokken is reeds in 1997 een indicatief onderzoek uitgevoerd waarbij waarnemingen zijn verricht van steenpuin. In 2018 volgde opnieuw een zelfde onderzoek en men kwam toen tot de conclusie dat er een licht tot matige verontreiniging in de ondergrond aanwezig is, maar dat deze niet als ernstig te beschouwen is.

www. bodemloket. nl, geraadpleegd op 14 mei 2024.

42

ARTEFACT RAPPORT 912

‐

‐

‐

‐

‐

Op de locatie van De Blokken huisnummer 1 bevindt zich een café, verdachte activiteiten, werd geen verder onderzoek verricht.

TERNEUZEN HERENGRACHT

maar vanwege

het ontbreken

15

van

Aan De Blokken nummer 3 bestond het vermoeden dat hier een transportbedrijf was gevestigd in de periode 1950‐1962, wat aanleiding vormde tot in eerste instantie een historisch onderzoek in 2009. Echter werd het niet mogelijk geacht dat deze hier daadwerkelijk gevestigd was en dus verviel de reden voor nader onderzoek. In 2002 is een grondonderzoek verricht aan de Herengracht in verband met het hergebruik van de grond. Er werden gehaltes van minerale olie en arseen in de bodem vastgesteld. In 2021 is er een peilbuis geplaatst tot een diepte van 3,00 meter ‐mv voor de monitoring van de grondwaterstand. De zone is als voldoende onderzocht aangekaart. Aan de Herengracht 13 is bekend dat er een ondergrondse brandstoftank aanwezig verwijderd en in 1995 heeft sanering plaatsgevonden.

was.

Deze is reeds

Aan de De Jongestraat nummer 1 was een brandstoffendetailhandel gevestigd tot 1947. Tot nu toe is voor dit perceel enkel nog maar een historisch onderzoek uitgevoerd en de mate van vervuiling is aldus niet bekend.

KLIC Binnen het plangebied komen verscheidene kabels en leidingen voor. Het merendeel is gele gen onder de voetpaden en wegen van de De Jongestraat en Herengracht. Het gaat om datatransportkabels, riolering, waterleidingen, laag‐ en middenspanningskabel, en gasleidingen (lage druk). Als huisaansluitingen zijn enkele van deze kabels en leidingen doorheen het plangebied getrokken tot aan de noordwest zijn van het huidige ABN Amro gebouw.

Gegevens (gemeente)archief, bouwtekeningen, opdrachtgever De gemeentearchieven van vóór 1990 zijn ondergebracht in het Zeeuws Archief in Middelburg, dat digitaal middels de website werd geraadpleegd. Dit leverde echter geen relevante informatie omtrent eventuele verstoringen binnen het plangebied. Vanuit de opdrachtgever zijn bouwtekeningen aangeleverd van het huidige pand aan de Herengr acht 15. Het betreft een bankkantoor van de ABN Amro. Hieruit is geweten dat een deel van het gebouw is onderkelderd tot een diepte van ca. 3,00 meter ‐mv.

2. 4

Archeologische waarden

In deze paragraaf worden de bekende archeologische gegevens opgesomd binnen een straal van circa 1 km rond het plangebied. Archeologische monumenten De Archeologische Monumentkaart (AMK) is een digitaal bestand waarin de archeologische monumententerreinen, waaronder de wettelijk beschermde monumenten, werden bijgehouden. Sinds 2014 wordt dit bestand echter niet meer bijgewerkt, waardoor het als statisch bestand kan worden beschouwd. Een deel van de monumententerreinen werden opgenomen op de gemeentelijke beleidskaarten. De wettelijk beschermde monumenten, waarvoor het rijk bevoegd is, worden enkel op de AMK weergegeven. Het plangebied zelf valt volledig binnen een AMK‐terrein (figuur 24). Dit bevat de zone van de oude stadskern van Terneuzen:

43

ARTEFACT RAPPORT 912

Nr.

Monument

TERNEUZEN HERENGRACHT

Datering

Aard van het AMK‐terrein

MEL‐NT

Betreft

15

nummer 1

13479

een terrein van hoge archeologische waarde dat de oude stadskern van Terneuzen omvat, daterend uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. De plaats wordt voor het eerst vermeld in 1325, destijds nog aangeduid met de naam ‘Nose’. De benaming Terneuzen komt pas voor aan het begin van de 16 e eeuw. In het verdere verloop van de 14 e, 15 e en 16 e eeuw breidde de nederzetting zich uit met de bouw van een kerk, een haven en fortificaties. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog krijgt Terneuzen stadsrechten en werden de vestigwerken aangelegd, die in feite een verbouwing waren van een eerder opgericht fort. Na de Vrede van Munster in 1648 raakte de vestingwerken meer en meer in verval om uiteindelijk te worden ges lecht.

Figuur 24 Overzicht van de AMK‐terreinen, eerder uitgevoerde onderzoeken en vondstlocaties. Gegevens ontleend aan Archis 3. Bron ondergrond: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2024. Eerder uitgevoerd onderzoek Archis is het geautomatiseerde Archeologisch Informatiesysteem voor Nederland. Het bestaat uit een databank waarin allerlei gegevens over archeologische onderzoeken, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Het raadplegen van Archis leert dat binnen het plangebied nog geen onderzoek heeft plaatsgevonden, noch dat er archeologische vondstlocaties bekend zijn. In een straal van circa 500 m rondom het plangebied zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd (figuur 24) die in de onderstaande tabellen worden opgesomd. De nummers in de linker kolom 44

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

corresponderen met de groene nummers op figuur 24. Enkele van deze onderzoeken zijn van onmiddellijk belang voor het huidig plangebied, omdat ze aanvullende informatie leveren die bijdragen aan de op te stellen archeologische verwachting.

Nr.

Onderzoek

Uitvoerder

Aard

resultaten onderzoek

Stichting

Onderzoek

en

Nummer 2

2434360100

Cultureel

Erfgoed Zeeland

verruiming vrijstellingsdiepte (2014). In het gemeentelijk archeologiebeleid van Terneuzen wordt over het algemeen een vrijstellingsdiepte van 0,50 meter beneden maaiveld gehanteerd. Naar aanleiding van de vraag vanuit de gemeente of er gebieden kunnen worden bepaald waar een grotere vrijstellingsdiepte kan worden is een gehandhaafd, vrijstellingenkaart Archeologie ontwikkeld.

Hiervoor

werden

verschillende

bronnen

bestudeerd,

uiteindelijk tot de conclusie dat slechts in een zeer aantal beperkt gevallen sprake kan zijn van een verruiming van de vrijstellingsdiepte. Hiervan bleek ter hoogte van het plangebied geen sprake en blijft de vrijstellingsgrens van 0,50 meter -mv tot op heden maar

kwam

men

behouden.

Artefact!

2439204100

Archeologisch

project gemaakt van wat er in de gemeente Terneuzen aan archeologie aanwezig is. Dit onderzoek is met name gericht op het buitengebied en de bedrijventerreinen in de gemeente Terneuzen. Het resultaat was dat er een reeks vindplaatsen konden worden aangewezen die in aanmerking komen voor nader onderzoek. Binnen of in de directe omgeving van het plangebied ‘Leemten

komen

4568760100

3

4587236100 4587244100

en

bureavonderzoek

in Kennis’

deze niet

is

een

(2014).

In het kader

het

van

inventarisatie

voor.

Edufact

Vrijstellingenkaart

in de

diepte (2017). Dit betreft een vernieuwde versie van de kaart die is opgesteld in 2014 (zie OM-nr. 2434360100). Vooralsnog kunnen geen veranderingen binnen het plangebied worden vastgesteld.

Artefact!

Archeologisch

bureau-

en

booronderzoek

het onderzoek

vormde

het

voornemen

(2018).

voor

De

de bouw

aanleiding van

een

van

nieuw

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) appartementencomplex aande Ne en het verwachtingsmodel vit het bureavonderzoek te kunnen toetsen, zijn in totaal 3 boringen verricht tot een maximale diepte van 6,00 meter -mv (0,86 meter -NAP). Twee van de drie boringen waren op een diepte van 0,75 en 0,20 meter -mv gestuit op ondoordringbaar puin. Een volledig boorprofiel kon dus slechts worden verkregen aan de hand van één boring. Hier werden enkel diepreikende van het gevlafzettingen Laagpakket van Walcheren aangetroffen. Aan de basis bestond het pakket vit komafzettingen van zwak siltige grijze klei met daarin verspoelde zandlaagjes en plantenresten. Deze werden afgedekt door opgeslibde kwelderafzettingen (vanaf 3,05 meter -mv/2,09 meter +NAP) vit de periode na het opheffen van de 16° eeuwse vesting, toen het gebied lange tijd aan de getijdewerking blootstond. Ook dit betreft een kleilaag met veel schelpengruis. Hierboven bevinden zich meerdere heterogene zand- en kleilagen (vanaf worden

0,95

meter

gebracht

-mv/4,19 meter +NAP) die in de 19° eeuwse vestingwal.

met

verband

kunnen

De

van

top

het

45

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

HERENGRACHT 15

bodemprofiel werd tenslotte gevormd door recente ophooglagen ten behoeve van de huidige bebouwing. Aan de hand van het booronderzoek bestaat er een middelhoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de Middeleeuwen en een hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd. In het kader van de planvorming werd vervolgonderzoek echter niet noodzakelijk geacht. 4

2048371100

Archeomedia

Archeologisch bureau- en booronderzoek (2004). Ter hoogte van de wilde men de bestaande bebouwing (geanonimiseerd) in (geanonimiseerd) EN NN uitbreiden. Hiervooris een archeologisch bureavonderzoek opgesteld en waarbij het verwachtingsmodel is getoetst aan de hand van 3 boringen tot een diepte van 2,00 en 4,00 meter -mv. Tot 1,00 meter mv zijn lagen aangetroffen die dateren vit de 19° en 20° eeuw die bovenop natuurlijke afzettingen zijn gelegen. Van verschillende lagen in de boringen zijn monsters genomen die vervolgens werden gezeefd. Archeologische indicatoren waren enkel afkomstig uit de bovenste lagen en bestaan vit ijzerslakken, steenkool en fragmenten van mortel die mogelijk in verband kunnen worden gebracht met de bouw van de 19° eeuwse vestingwerken. Aanwijzingen voor de van oudere aanwezigheid bewoningsresten zijn niet herkend en werd niet vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.

-

5

5450558100

Artefact!

Archeologisch bureau- en booronderzoek (2023). Het voornemen was om een complex aan de Nieuwstraat in Terneuzen opnieuw te ontwikkelen. Voor het booronderzoek zijn in totaal 6 boringen gezet tot een diepte van maximaal 4,50 meter -mv (1,42 meter -NAP). Slechts 2 boringen konden worden doorgezet tot in het Laagpakket van

Walcheren

+NAP).

(vanaf

pakket

en

1,95 meter uit

en

0,75

van

klei met

uiterst

niet

bestaat

-mv{/o,67 meter -NAP

geulafzettingen matig tot en bovenin zandlenzen, detrituslaagjes siltige grijze zwarte organische vlekken. De natuurlijke afzettingen worden afgedekt door meerdere antropogene zand- en kleilagen. De bovenzijde van de boorprofielen werd gevormd door recente verhardingen, bouwzand, repac en beton. Archeologische indicatoren zijn gevonden in deze antropogene pakketten en weliswaar in de vorm van pvinbrokjes, kalkmortel, fragmenten bouwkeramiek, houtskool en dierlijk bot. Deze pakketten kunnen gerelateerd worden aan de vestingwerken en bewoning uit de Nieuwe Tijd. Ze kunnen worden aangetroffen op een diepte tussen 0,45 en 0,85 meter -mv (2,20 en 1,73 meter +NAP). Aan de hand van de boorgegevens bestaat er een hoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit de Nieuwe Tijd binnen het plangebied. De verwachting voor de Middeleeuwen kon worden bijgesteld naar laag. Daar oudere niveaus meter

Dit

3,25

met

het

booronderzoek

konden

worden

bereikt,

de

is

verwachting vit het bureavonderzoek overgenomen. Zo geldt er middelhoge verwachting voor het Paleolithicum tot Mesolithicum, een lage verwachting voor het Neolithicum tot Midden IJzertijd en een middelhoge verwachting voor de Late IJzertijd en Romeinse Tijd. —

6

2387940100

Sweco

Archeologisch bureau- en booronderzoek (2012). De aanleiding vormde de sloop van bestaande bebouwing om deze vervolgens te kunnen

vervangen

door

nieuwbouw

aan

de

Nieuwstraat

te

46

ARTEFACT

RAPPORT

TERNEUZEN

g12

Terneuzen. maximaal

Voor

4,60 (0,16

het

meter

booronderzoek meter

zijn

6

boringen

verricht

-NAP). Vanaf minimaal

(3,55 +NAP) zijn in alle boringen,

-mv

HERENGRACHT 15

to

o,25

vitzondering boring 2, de dempingslagen van de 19° eeuwse vestinggrach aangetroffen. Het gaat daarbij om secundaire grachtvullingen en natuurlijke sedimentatielagen. De gracht snijdt in het zuidelijke deel van het plangebied door de natuurlijke afzettingen van he Laagpakket van Walcheren, in de noordelijke helft reiken ze echterto in het Hollandveen (bovenzijde vanaf 2,80 meter -mv/1,79 meter NAP). De bovenzijde van het Laagpakket van Walcheren bevond zich op een diepte vanaf minimaal 2,30 meter -mv (0,78 meter -NAP)en is opgebouwd uit zandige en slappe klei. Het diepste niveau dat met het onderzoek werd bereikt was dat van het pleistocene dekzand vanaf 4,05 meter -mv (3,66 meter -NAP). In boring 1 is een afwijkend bodemprofiel waargenomen. Onder het recente bouwzand zijn drie opgebrachte pakketten vastgesteld met daarin baksteenspikkels en fragmenten aardewerk vit de Late Nieuwe Tijd. Deze dekken massief meter

-mv

meter

met

van

-

metselwerk af (vanaf 1,50 meter

-mv/o,02

meter

+NAP).

Binnen het

plangebied komt een duidelijk hoogteverschil voor tussen Dijkstraat en de Nieuwstraat. Volgens cartografische bronnen zou de Nieuwstraat zich bevinden op de oude vestingwal van Terneuzen. Met het slechten van de vestingwal is wellicht een deel hiervan gebruikt om de hoogteverschillen van de gracht naar de top van de wal af te zwakken. Mogelijk kan de wal ook zijn gebruikt voor het dempen van de gracht. de

aanleiding van het booronderzoek bestaat er een hoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen vit de Nieuwe Tijd en tevens geldt er een middelhoge verwachting voor het Paleolithicum Neolithicum en Romeinse Bronstijd Tijd. dan ook meter -mv is vanaf 1,00 Vervolgonderzoek geadviseerd (0,59 Naar

—

meter

7

2222301100

ADC

Archeoprojecten

—

-NAP).

Archeologisch (geanonimiseerd) PN

bureavonderzoek

(2008).

Voor het

plangebied aan de uitgevoerd in MO verband met de plannen voor verbouwing van bestaande panden en nieuwbouw. Het resultaat is dat er archeologische resten verwacht kunnen worden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd direct vanaf het maaiveld. Meer specifiek betreft het mogelijke sporen en/of structuren die gerelateerd kunnen worden aan de haven. In de Late Middeleeuwen en Vroege Nieuwe Tijd lag het gebied immers in het noordoostelijke deel van de voormalige zee-inham die enige tijd als haven heeft gefunctioneerd. Het laatmiddeleeuwse niveau kan echter zijn afgedekt door ophoging van eeuwenlang stadsafval. De verbinding met de zee verdween echter door de aanleg van nieuwe vestingwerken in de 19° eeuw en hierdoor kwam het plangebied te liggen tussen twee grachten. Ondanks deze conclusie, is er geen vervolgonderzoek geadviseerd in verband met de beperkte verstoring van de toekomstige werkzaamheden. (geanonimiseerd) is archeologisch

onderzoek

41

ARTEFACT RAPPORT 912

8

3986792100

TERNEUZEN HERENGRACHT

Artefact!

15

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2016). De aanleiding vormde de herinrichting van het Pastersbos in Terneuzen. Door middel van 4 boringen, tot een maximale diepte van 5,00 meter ‐mv (4,49 meter ‐NAP), is het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek getoetst. In grote lijnen werden afzettingen van het Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op afzettingen van het Laagpakket van Wormer op Basisveen op pleistoceen dekzand

aangetroffen. Het pleistoceen dekzand bestaat uit zwak tot sterk siltig (geel)grijs zand. De intacte top is vastgesteld op een diepte tussen 3,95 en 4,70 meter ‐mv (3,35 – 3,89 meter ‐NAP). Boven het dekzand heeft zich een laagje veen ontwikkeld dat als Basisveen is geduid. Deze is onder een zogenaamd overstromingsslaag gelegen (zie onder). Een licht bruingrijs zwak siltig kleipakket met rietresten dat overgaat in een donkergrijze zandlaag, betreft mogelijk een veenstroom die het onderliggende veen en dekzand plaatselijk heeft geërodeerd (vanaf 3,80 – 4,80 meter ‐ mv/3,19 – 4,19 meter ‐NAP). Lithostratigrafisch gezien kan het tot het Laagpakket van Wormer worden gerekend. In het Basisveen werd een kleilaag vastgesteld die wellicht vanuit deze geul als overstromingssediment is afgezet (vanaf ca. 3,50 meter ‐mv/2,85 – 2,99 meter ‐NAP). Boven het Laagpakket van Wormer heeft het veen zich verder ontwikkeld als bosveen dat naar boven toe overgaat in heide/mosveen. De intacte top is waargenomen tussen 2,10 en 2,35 meter ‐mv (1,59 – 1,74 meter ‐NAP), maar bleek niet veraard te zijn. In boring 1 was de bovenzijde echter geërodeerd. Het Laagpakket van Walcheren heeft zich onderin gevormd als komkleiafzettingen. Deze worden afgedekt door jongere

afzettingen. Geheel bovenaan het boorprofiel is een recente ophooglaag en/of verstoorde grond aanwezig met een dikte tussen 0,55 en 0,80 meter. In boring 2 en 3 werden aan de onderzijde van de verstoorde bovenlaag enkele puinbrokjes herkend die wellicht gelinkt kunnen worden aan de afbraak van het vroeg 20 e eeuwse kloostercomplex en/of de inrichting van het huidige gebied. Concluderend bestaat er een middelhoge verwachting voor het niveau van het dekzand voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum, een lage verwachting voor het Midden‐Neolithicum t/m de Midden‐IJzertijd, een hoge verwachting voor de Late IJzertijd en Romeinse Tijd, en een lage verwachting voor de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Vanwege de geringe verstoringsdiepte is er geen vervolgonderzoek geadviseerd. 9

4610093100

Aeres Milieu

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2018). De aanleiding vormde plannen voor nieuwbouw aan de Schoolweg en Vlooswijkstraat aanleiding het in Terneuzen. Naar van bureauonderzoek gold er een middelhoge verwachting voor het 48

ARTEFACT RAPPORT 912

TERNEUZEN HERENGRACHT

15

Midden‐ en Laat‐Paleolithicum, het Neolithicum, de Romeinse Tijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Deze verwachtingen werden getoetst door middel van 8 boringen tot een maximale diepte van 3,20 meter ‐mv. In het zuidelijke deel van het plangebied werden diepreikende Westerscheldeafzettingen waargenomen die zich kenmerken door een afwisseling van klei‐ en zandpakketten. Deze worden afgedekt door een antropogeen pakket en hangt mogelijk samen met de vestingwerken. De middelhoge verwachting voor de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd blijft aldus staan, maar voor de overige perioden kan het worden bijgesteld naar laag. Vervolgonderzoek werd noodzakelijk geacht vanaf 0,15 meter ‐mv. In het noordelijke deel van het plangebied vormt veen de onderzijde van het boorprofiel dat in de meeste gevallen een geoxideerde top bezat. In 1 boring bleek deze echter te zijn geërodeerd. Hierboven volgt het Laagpakket van Walcheren, bestaande uit kleiige lagen. In dit deel werden geen antropogene ingrepen in de bodem waargenomen. Hier blijft dan ook enkel de middelhoge verwachting voor de Romeinse Tijd gehandhaafd. Er is vervolgonderzoek geadviseerd vanaf 1,30 meter ‐mv. 4934304100

Stichting Cultureel

Erfgoed Zeeland

Archeologisch proefsleuvenonderzoek (2021). Voor het plangebied aan de Schoolweg heeft vervolgonderzoek plaatsgevonden aan de hand van 2 proefsleuven. De bovenzijde van het bodemprofiel wordt gevormd door een 20 tot 40 cm dik pakket recent bouwzand dat gelegen is op verschillende lagen die in verband kunnen worden gebracht met sloop‐ en herinrichtingswerkzaamheden in het verleden. Zo kunnen twee pakketten worden toegeschreven aan het slechten van de vestingwerken en het kruithuis vanaf 1909 en de herinrichting van het plangebied in de jaren 50 van de vorige eeuw. Hieronder is opnieuw een antropogene laag aanwezig (vanaf 0,10 meter ‐NAP), diens aard echter niet geheel kan worden geduid, maar staat mogelijk in verband met het in gebruik nemen van het terrein door het aanleggen van het bastion. Deze laag dekt vervolgens de natuurlijke afzettingen van Walcheren af, bestaande uit grijze klei (vanaf 0,30 meter ‐NAP). Naast de bodemlagen zijn ook sporen aangetroffen. Een eerste betreft een bakstenen fundering van 1,02 meter breed en met een noordoost‐zuidwestelijk verloop. Deze is waarschijnlijk nog een restant van het kruithuis. Daarnaast is er ook nog een betonnen fundering vrijgelegd van de voormalige bebouwing.

10

5119162100

Artefact!

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2021). De aanleiding vormde de ontwikkeling van het gebied aan de Beurtvaartkade. Het veldwerk werd uitgevoerd met behulp van 5 boringen tot een maximale diepte van 6,00 meter ‐mv (2,46 meter ‐NAP). Hierbij werden enkel afzettingen van het Laagpakket van Walcheren gedocumenteerd. In een aantal boringen kon wel veen worden vastgesteld op een hoger niveau dan verwacht, maar dit betrof opgebrachte grond of een stuk weggeslagen veen. De top van de natuurlijke afzettingen van Walcheren zijn aangetroffen tussen 2,50

49

ARTEFACT RAPPORT 912

TERNEUZEN HERENGRACHT

15

(0,83 – 0,14 meter +NAP). Aan de basis hebben deze zich gevormd als een zwak siltige kleilaag die naar boven toe overgaat in matig tot zwak siltig zand en matig zandige of matig/sterk siltige klei. In twee boringen werd op deze afzettingen een vegetatielaag vastgesteld die mogelijk geïnterpreteerd kan worden als de bodem van een watergang of een oud maaiveldniveau (vanaf 3,15 en 3,30 meter ‐mv/0,15 en 0,24 meter +NAP). Bovenop het Laagpakket van Walcheren volgen in het algemeen verschillende ophoog‐, sloop‐ en/of cultuurlagen. De opgebrachte grond reikte soms wel tot een diepte van 3,40 meter ‐mv (0,14 meter +NAP). en 3,40 meter ‐mv

Archeologische indicatoren zijn waargenomen in het Laagpakket van Walcheren, de vegetatielaag en in de ophooglagen in de vorm van baksteenspikkels en fragmenten natuursteen. Met het booronderzoek kon het niveau van het pleistoceen dekzand en het Hollandveen niet worden getoetst. Hiervoor blijft de middelhoge verwachting voor het Laat‐Paleolithicum t/m Mesolithicum, de lage verwachting voor het Neolithicum t/m Midden‐ IJzertijd en de hoge verwachting voor de Late‐IJzertijd en Romeinse Tijd uit het bureauonderzoek gehandhaafd. De middelhoge tot hoge verwachting voor de Late Middeleeuwen kon echter worden bijgesteld naar laag, daar er geen afgedekte maaiveldniveaus uit deze periode werden aangetroffen. De hoge verwachting voor de Nieuwe Tijd bleef wel staan. Er bestaat namelijk een redelijke kans op het vinden van resten die gelinkt kunnen worden aan de 19 e eeuwse vestingwerken vanaf 0,24 – 0,15 meter +NAP. Voor de huidige planvorming is echter geen vervolgonderzoek geadviseerd, omdat de 19 e eeuwse vestingwerken buiten het kernthema van de POAZ vallen, waarbij de nadruk met name ligt op verdedigingswerken uit de 16 e en 17 e eeuw. 11

4005963100

Artefact!

Archeologisch bureau‐ en booronderzoek (2016). De aanleiding van het onderzoek waren de plannen voor een nieuw winkelcentrum aan de Kennedylaan‐West te Terneuzen. Hiervoor zijn meerdere boringen verricht tot een maximale diepte van 4,45 meter ‐mv (3,09 meter ‐ NAP). Een deel van de boringen is op een diepte tussen 0,50 en 1,75 meter ‐mv (0,41 meter +NAP – 1,10 meter ‐NAP) gestuit op een dik pakket cokes, ondoordringbaar puin of op beton. Daar waar de boringen wel volledig kon worden doorgezet, is een profiel vastgesteld van antropogene lagen op afzettingen van het Laagpakket van Walcheren op Hollandveen op pleistoceen dekzand van het Laagpakket van Wierden. De antropogene lagen betroffen ophogingslagen of dempingslagen watergang waarin puinbrokjes en grind van een voormalige voorkwamen. Vanaf een diepte tussen 0,45 – 1,70 meter ‐mv (1,11 meter +NAP – 1,31 meter ‐NAP) is de bovenzijde van de natuurlijke afzettingen van het Laagpakket van Walcheren aangetroffen die afwisselend zijn opgebouwd uit zand‐ en kleilagen met in sommige boringen onderin verspoeld veengruis en fragmenten van schelpen. Deze dekken het Hollandveen af, diens top in het merendeel van de

50

ARTEFACT RAPPORT 912

TERNEUZEN HERENGRACHT

15

boringen geërodeerd bleek te zijn door latere overstromingen. In twee boringen bleek het veen wel een intacte bovenzijde te bezitten, maar was daarentegen niet veraard. Het Hollandveen is vastgesteld op een diepte tussen 1,75 – 3,50 meter ‐mv (1,12 – 3,11 meter ‐NAP). Het daaronder gelegen dekzand bevond zich tenslotte op een diepte tussen 3,45 – 4,30 meter ‐mv (2,71 – 3,21 meter ‐NAP) en is omschreven als een zeer fijn, zwak siltige geelbruine of bruingrijze zandlaag dat hier en daar ook een meer humeuze samenstelling bezat. Aan de hand van de boorgegevens is het verwachtingsmodel, opgesteld in het bureauonderzoek, aangepast. Daar het niveau van de Formatie van Koewacht en de pleistocene Scheldeafzettingen met de boringen, vanwege de grote diepteligging van beide niveaus, niet kon worden bereikt, blijft de resp. lage en hoge verwachting

gehandhaafd. De verwachting voor resten uit het Laat Paleolithicum tot en met Midden Neolithicum bleef vooralsnog hoog. Daar waar het Hollandveen was geërodeerd, is er nog slechts van een lage verwachting uitgegaan voor vindplaatsen uit het de IJzertijd tot en met de Romeinse Tijd. Daar waar wel het veenprofiel nog intact is aangetroffen, is de verwachting bijgesteld van hoog naar middelhoog, aangezien geen archeologische indicatoren zijn gevonden. Omdat de onderzijde van het veen onaangetast is gebleven kunnen nog wel resten uit het Midden Neolithicum – Bronstijd worden verwacht, maar deze kans wordt klein geacht. Binnen het plangebied komen geen Sluiskilafzettingen voor en hierdoor geldt er dan ook geen verwachting voor de Vroege Middeleeuwen. Er zijn wel geulafzettingen herkend die later zijn afgezet en als Westerscheldeafzettingen zijn gekarakteriseerd. Na de definitieve bedijking in de vroege 17 e eeuw is geen sediment meer afgezet. Er zijn verder ook geen aanwijzingen voor mogelijke aangetroffen bewoningsniveaus in of op de top van deze afzettingen en de verwachting voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is dan ook laag. Gezien de planvorming van de uit te voeren werkzaamheden voor het winkelcentrum, worden potentieel archeologische niveaus verstoord en is er dus vervolgonderzoek geadviseerd indien deze dieper reiken dan 1,12 of 2,82 meter ‐NAP. 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446973/1