CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-11 - bijlage 1 Concept ruimtelijke onderbouwing Herengracht 15 Terneuzen (geanonimiseerd)

gemeenteraad 26 september 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bindend advies woningontwikkeling Herengracht 15 Terneuzen38.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

2414256100

BAAC BV

Archeologisch bureauonderzoek (2013). Voor de realisatie van een nieuwe zeesluis te Terneuzen is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Na het bestuderen van meerdere bronnen, is een verwachtingsmodel opgesteld: Vondsten en sporen uit het Paleolithicum t/m het Neolithicum kunnen worden aangetroffen in de top van het pleistocene dekzand, dat kan worden verwacht op een diepte die sterk varieert tussen 1,80 en meer dan 20,00 meter

51

ARTEFACT RAPPORT 912

TERNEUZEN HERENGRACHT

15

‐NAP. Dit is te wijten aan latere overstromingen van het gebied die het dekzand binnen grote delen van het plangebied hebben geërodeerd. Tevens zijn de huidige kanalen tot diep in de pleistocene ondergrond uitgegraven. Er zijn echter wel archeologische waarden bekend uit het Mesolithicum en Neolithicum binnen het plangebied. Er geldt aldus een hoge verwachting voor die zones waar het dekzand nog intact is en een lage tot geen verwachting ter hoogte van de kreken en kanalen. De top van het veen bevindt zich buiten de kreken en kanalen op een diepte tussen 0,75 en 1,50 meter ‐NAP. Er zijn archeologische resten bekend binnen het plangebied uit de periode van de Midden Romeinse Tijd. Indien het veen niet is aangetast door latere erosie of moerneringswerken, geldt een middelhoge verwachting voor de Bronstijd en IJzertijd en een hoge verwachting voor de Romeinse Tijd. Vanaf de Laat Romeinse Tijd kwam het gebied weer onder invloed van de zee te liggen. Het centrale deel van het plangebied heeft men vermoedelijk bedijkt in de Late Middeleeuwen, maar na de inundaties ten gevolge van de Tachtigjarige Oorlog, kwam het opnieuw onder water te staan. Nieuwe bedijking volgde in de eerste helft van de 17 e eeuw, waarna bewoning binnen het plangebied heeft plaatsgevonden, met uitzondering van het noordelijke deel dat tot in het begin van de 19 e eeuw onder invloed van de zee bleef staan.

Als gevolg van de aanleg en uitbreiding van het kanaal Terneuzen – Sas van Gent vanaf het begin van de 19 e eeuw, zijn grote delen van het plangebied tot in het pleistocene dekzand afgegraven en ook de aangrenzende zones zullen zijn aangetast. De bewoning zal hierbij volledig zijn verdwenen, maar wellicht dat er nog archeologische waarden in de vorm van dijken aanwezig kunnen zijn die terug kunnen gaan tot de 12 e eeuw. Voor het overgrote deel geldt aldus een lager verwachting. In de niet vergraven delen van het centrale en oostelijke deel van het plangebied is de verwachting daarentegen nog middelhoog tot hoog voor de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Er is vervolgonderzoek geadviseerd. 2434596100

GATE Archaeology

Archeologische begeleiding (2014). Dit betreft het vervolgonderzoek van het bovengenoemde bureauonderzoek (OM‐nr. 2414256100). De begeleiding is uitgevoerd in de vorm van mechanische boringen. Het sediment dat men de boorkernen werd bovengehaald werd daartoe ook nog gezeefd. De bovenste lagen betreffen antropogene pakketten die zijn geduid als van recent Havenhoofd afzettingen ophogingsmateriaal waarin geen archeologische waarden in werden gevonden. De dekken Havenhoofd afzettingen Westerscheldeafzettingen af van de Formatie van Naaldwijk.

52

ARTEFACT RAPPORT 912

2453509100

TERNEUZEN HERENGRACHT

Artefact!

15

Uit de zeefresiduen kwamen uit dit niveau kleine stukjes natuursteen, baksteen, en glas tevoorschijn. Het daaronder gelegen Basisveen, van de Formatie ven Nieuwkoop, vertoonde in de monsters zeer veel plantaardig materiaal, zoals hout en mos. Uit het pleistocene dekzand van de Formatie van Boxtel werd wel een fragmentje aardewerk aangetroffen uit de Prehistorie. De oudste niveaus die werden aangeboord, waren dat van de Schelde restgeulafzettingen van de Formatie van Boxtel en afzettingen van de Formatie van Koewacht. De monsters uit deze lagen vertoonden geen archeologische indicatoren, maar wel veel schelpmateriaal en dierlijke resten, van o. a. vissentanden. Archeologisch bureauonderzoek (2014). Dit betreft een aanvullend archeologisch onderzoek op het bureauonderzoek dat in 2013 is opgesteld (OM‐nr. 2414256100). Binnen het plangebied kunnen de volgende archeologische niveaus worden verwacht: Formatie van Koewacht, fluviatiele afzettingen die worden gerelateerd aan de loop van de Schelde in het Midden en Laat Pleistoceen (18. 000 – 11. 000 v. Chr. ). Het betreft gelaagde afzettingen die zijn ontstaan uit een verwilderde rivier die vlechtend door het laatglaciale toendralandschap liep. De bovenzijde van dit niveau is in het voorgaande booronderzoek aangetroffen tussen 13,52 en 17,60 meter ‐ mv (9,60 – 16,83 meter ‐NAP).

De afzettingen van Koewacht kunnen binnen het gehele plangebied worden aangetroffen, met uitzondering van de noordwestelijke hoek waar deze zijn geërodeerd. Bij aanleg van de zeesluis in 1962 zijn enkele fragmenten dierlijk bot gevonden die vermoedelijk aan dit pakket kunnen worden toegeschreven. Door de gebrekkige stand van het onderzoek is hiervoor een hoge verwachting aangehouden. Enkel ter hoogte waar de afzettingen zijn geërodeerd wordt de verwachting laag geacht. Formatie van Boxtel. Op en in dit niveau kunnen resten uit het Laat Paleolithicum tot en met het Mesolithicum worden verwacht en voor het plangebied wordt de kans hiervoor als hoog beschouwd waar deze afzettingen niet zijn aangetast door latere inbraakgeulen. De intacte top is vastgesteld tussen 2,00 en 12,00 meter ‐mv (1,23 – 4,37 meter ‐NAP). Er zijn vondsten gedaan uit deze periode binnen het plangebied zelf en in de omgeving van Terneuzen. Formatie van Nieuwkoop. Het begin van de veengroei wordt in en rond het plangebied gedateerd tussen ca. 5577 en 4878 cal BP. In de ruime omgeving van het plangebied groeide op dat moment een oerbos dat door de vernatting en de veengroei uiteindelijk is gestikt. Er bestaat een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Romeinse Tijd, waar het veen nog intact is.

Het is namelijk bekend dat in de omgeving van het plangebied grootschalige 53

ARTEFACT RAPPORT 912

TERNEUZEN HERENGRACHT

15

veenontginningen hebben plaatsgevonden of dat het is geërodeerd door of zelfs compleet weggeslagen geulinsnijdingen. De hoge verwachting komt met name door verschillende vondsten uit deze grote tijdsperiode in en om het plangebied. Formatie van Naaldwijk (Sluiskil‐/Duinkerke II en IIIa‐ afzettingen). Vroegmiddeleeuwse nederzettingen kunnen worden aangetroffen op de Sluiskilafzettingen. De eerste grootschalige bedijkingen in de omgeving van het plangebied komen voor vanaf de 12 e eeuw. In de omgeving bevinden zich meerdere verdronken dorpen en tijdens de graafwerkzaamheden aan het kanaal rond 1960 zijn resten bebouwing binnen het plangebied van middeleeuwse vastgesteld. De verwachting is middelhoog, daar niet exact geweten is waar bebouwing binnen het plangebied aanwezig was. De verwachting is daarentegen laag in zones waar jongere afzettingen de oudere hebben geërodeerd. IIIb‐ Formatie van Naaldwijk (Braakman‐/Duinkerke afzettingen). Het plangebied maakt deel uit van verschillende polders die vanaf de vroege 17 e eeuw definitief worden bedijkt. In het plangebied worden in de 19 e eeuw dan ook drie boerderijen gesitueerd. De aanleg van het kanaal in 1822 heeft een grote impact op het plangebied en zijn omgeving. In deze periode worden ook vestingwerken in Terneuzen opgetrokken.

Door de uitbreiding van de haven, het sluizencomplex en het kanaal aan het begin van de 20 e eeuw en opnieuw in de jaren 60 van diezelfde eeuw, verdwijnen zowel de bewoning in de polder, als ook de vestingwerken. De verwachting voor deze periode is laag. Er is geadviseerd om binnen een deel van het plangebied de archeologische verwachting te toetsen door een verkennend booronderzoek. 13

2445571100

ADC Archeoprojecten

Archeologisch bureauonderzoek (2014). Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van de renovatie van het kanaal van Gent naar Terneuzen. Er is online echter geen rapport van beschikbaar.

14

4013414100

ADC Archeoprojecten /Deltares/GATE Archaeology

Archeologisch booronderzoek (2016). De aanleiding vormde de vergroting van het huidige sluizencomplex. Binnen de twee deelgebieden zijn in totaal 42 boringen gezet tot een maximale diepte van 18,00 meter ‐mv. Van verschillende lagen zijn vervolgens zeefmonsters genomen. Dit heeft de volgende resultaten geleverd: Er werden

mogelijke vuurstenen artefacten verzameld, van menselijk handelen vertonen. Ze dateren uit het Mesolithicum of Neolithicum. Fragmenten van aardewerk uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd zijn aangetroffen in Holocene geulsedimenten. Dit wijst erop dat in de omgeving van deze vondstlocaties archeologische resten uit de Middeleeuwen aanwezig zijn geweest, die lokaal zijn geërodeerd en verplaatst door de getijdengeulactiviteit. waarvan

23

3 sporen

54

ARTEFACT RAPPORT 912

TERNEUZEN HERENGRACHT

15

opgeboord Er is tevens vondstmateriaal uit de IJzertijd/Romeinse Tijd. Bij dit onderzoek is gewerkt met een avegaarboor. Deze heeft wel voor enige contaminatie en ‘vervuiling’ in de bodem gezorgd, zodat bepaalde artefacten in lagen werden aangetroffen waarin deze niet zouden moeten voorkomen.

In onderstaande tabel worden de vondstlocaties kort besproken die in Archis bekend zijn in een straal van circa 500 meter rond het plangebied. De nummers in de linker kolom corresponderen met de blauwe nummers in figuur 24. Nr.

Vondst locatie

Datering

Aard van de waarneming of vondstmelding

15

1174766

NTM‐NTL

Hoort bij het archeologisch bureau‐ en booronderzoek met OM‐nr. 4587244100. Aan de hand van het booronderzoek kon worden geconcludeerd dat er onder andere een hoge verwachting bestond voor het vinden van archeologische resten uit de Nieuwe Tijd. Zo zijn er meerdere heterogene lagen vastgesteld die in verband kunnen worden gebracht met de 19 e eeuwse vestingwal.

16

1097828

MEL‐NT

Er zijn meerdere vondsten gedaan uit afgegraven grond dat afkomstig is ter hoogte van de Noordstraat 77 en vervolgens gestort is op het erf van de vinder. Het gaat daarbij met name om scherven aardewerk, maar ook dierlijk bot en pijpaarde. De samenstelling van het aardewerk bestaat uit steengoed, Werra‐ aardewerk, majolica, Weser‐aardewerk, roodbakkend aardewerk, fayence, porselein en grijsbakkend aardewerk uit de periode Late Middeleeuwen – Late Nieuwe Tijd.

17

1083656

NT

Een archeologische waarneming uit 2006. Tijdens de werkzaamheden voor de bouw van een nieuw appartementencomplex, werd melding gemaakt van een fundering en een mogelijk brughoofd langs de Steenkamplaan in Terneuzen. In de noordoostelijke hoek van het terrein was een grote muur bloot komen te liggen met een breedte van 2,70 meter. De muur had een west‐oost oriëntatie en 9 meter verderop was in zuidwestelijke richting een vergelijkbare muur aanwezig. Het gaat waarschijnlijk om een waterkerende muur. Samen met het brughoofd zijn ze mogelijk onderdeel van een kademuur van de vestingwerken uit 1830. Het brughoofd zou dan het noordelijke brughoofd van de Ravelijnsbrug zijn geweest. Er werd ook een militair wachthuis genoemd dat voor de archeologische inspectie al geheel zou zijn gesloopt.

18

1100013

NT

Betreft een archeologische waarneming

naar aanleiding van de sloop van de panden aan de Vlooswijkstraat 9 en 11. Het doel was om te kijken of de bodem onder de vloeren bestonden uit enkel grachtvullingen van de vestingwerken, of dat er ook andere sporen aanwezig zouden zijn. Onder de betonnen vloeren werden waterkelders en een regenbak waargenomen, daterend uit de 20 e eeuw. Daarnaast is nog een kleine gemetselde put waargenomen die mogelijk iets ouder kan zijn. De grondlagen onder de vloer bestonden inderdaad alleen uit een grachtvulling van blauwgrijze klei met humeuze vlekken.

55

ARTEFACT

19

RAPPORT

1242915

TERNEUZEN

g12

| NTM-NTL

Hoort

bij

het

onderzoek

is

proefsleuvenonderzoek met OM-nr. 4934304100. Tijdens dit bakstenen fundering aangetroffen dat waarschijnlijk een

een

restant is van een

1088543

20

| NTM-NTL

HERENGRACHT 15

kruithuis.

Een

archeologische waarneming aan de Schuttershofweg in Terneuzen ten van de aanleg van een riool. Hierbij zijn restanten van een stenen beer uit vermoedelijk de 19° eeuw aangetroffen. behoeve

1275842

21

NT

Hoort

bij

het

5119162100). resten aan

22

1392778

23

1194356

| PREH

de

archeologische

gebleken

worden

binnen dit

kunnen

er

een

gebied

die

Beurtvaartkade

(OM-nr.

kans

aanwezig is dat er gelinkt kunnen worden

Tijdens baggerwerkzaamheden is een mammoetkies gevonden, mogelijk van een wolharige mammoet uit het Pleistoceen.

PREH-NT

De

vondstmelding

bij het archeologisch booronderzoek vit 2016 (OM-nr. 4013414100). lagen van de boringen zijn zeefmonsters genomen waaruit aardewerk tevoorschijn kwam uit de Prehistorie, Romeinse Tijd, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd, maar ook vuurstenen artefacten vit het Mesolithicum

NEO

1113250

gevonden

de

aan

dat

19° eeuwse vestingwerken.

hoort

verschillende

Uit

24

booronderzoek

Uit het onderzoek is

Hoort

bij

of Neolithicum.

het

booronderzoek

met

het

een

1108697

25

NEO

Een vuurstenen

dekzand,

OM-nr.

2434596100.

is

aardewerk

Uit

een

het

monster,

genomen scherfje tevoorschijn gekomen. Deze kan echter, door de hoge fragmentatiegraad, nader gedetermineerd worden. uit

uit

bijl vit het Neolithicum, gevonden bij de bouw

Neolithicum

van

niet

de sluis in

1903. 26

1030822

| ROM

Losse vondsten

scherfje ruwwandig

terra

van

aardewerk

sigillata

van

aardewerk met

vit de Midden

Romeinse

Dragendorff beschildering. een

37

kom

Tijd. en

Het

twee

betreft

een

fragmenten

Gemeentelijke verwachtingskaart De

gemeente Terneuzen

In

dit

gemeentelijk interim-beleid archeologie: “De onderste steen boven?” Om inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingswaarde van een gebied of locatie dient volgens dit beleid aan vijf criteria te worden getoetst: de Archeologische Monumentenkaart (AMK), de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW), Archis, het Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA) en de bodemopbouw. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen en vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening, zal deze toets het uitgangspunt zijn voor de beoordeling. interim-beleid

ontoereikend

beschikt sinds 27 januari

concludeerde

gemeente

(geanonimiseerd)

waarna

inventarisatie

(geanonimiseerd)

‘Leemten

over

echter

in kennis’

een

ook

dat

is gestart.

de

kennisstand

van

Hiertoe heeft Artefact!

een

aantal

Advies

vindplaatsen

in project % De van waarvan kennis ontbreekt. kern van fundamentele Erfgoed gemaakt vindplaatsen Terneuzen maakt geen deel vit van dit geïnventariseerde gebied. Binnen een straal van 1 km rond het plangebied komen ook geen vindplaatsen voor. Daarnaast is ook een inventarisatie gemaakt van verdronken dorpen en hun vermoedelijke ligging, maar ook deze worden in de nabije omgeving van het plangebied niet vermoed. een

was,

het

de

2011

en

Onderzoek

ARTEFACT

RAPPORT

Het beleid

van

TERNEUZEN

g12

de

bestemmingsplannen en beheersverordeningen. gemeentelijk archeologiebeleid doorgaans vrijstellingsdiepte van 0,50 meter -mv gehanteerd. Het van een is alleen toepassen grotere vrijstellingsdiepte weloverwogen mogelijk. De gemeente heeft in 2014 daartoe een vrijstellingenkaart laten ontwikkelen die in 2017 geactvaliseerd werd als de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 (figuur 25).°5 Toetsing aan deze kaart leert dat voor het plangebied de dieptevrijstellingsgrens van 0,50 meter mv blijft gehandhaafd. Binnen de aangrenzende wegen is de vrijstelling echter verruimd tot 1,50 meter -mv in he raject van de aanwezige rioleringen. gemeente

Terneuzen

In het

is inmiddels verankerd

HERENGRACHT 15

wordt

in de

een

6: 46200

6

46500

LE

pstbuitenhaven

lef

-

Stenkam ma

Plangebied

==

0,50 meter

==

Figuur 25

(geanonimiseerd) |

Ligging

van

het

2017. (geanonimiseerd) |

en

(lichtblauw) op de

plangebied ondergrond:

Bron

ESRI

Vrijstellingenkaart Nederland, Community Map

de Gemeente

van

-mv

1,50 meter

-mv

2,00 meter

-mv

—

2,50 meter

-mv

—

3,00

>

|

-mv

1,00 meter

meter -mv

==

3,50 meter

-mv

==

4,00

meter

-mv

TI

>

4,00

meter -mv

Terneuzen

uit 2017.

Bron:

(| geanonimise rd)

Contributors 2024.

Overige meldingen In het Zeeuws

bekend,

Archeologisch Depot

anders dan de hierboven

is met

betrekking tot het plangebied en de omgeving ervan geen nadere informatie

beschreven onderzoeken

en

vondstlocaties.°

Luchtfotoanalyse In

het

kader

Research), van

1959,

onverharde

geven

voor

de

dit

van

1970 en

onderzoek en

2003

en

zijn

meerdere

onbebouwde terreinen

aanwezigheid

van

luchtfoto's

satellietfoto’s uit 2005 kunnen

aan

en

de

geraadpleegd:

2007 t/m 2019 hand

van

1944-1945

(Atlas

herkenbare

mogelijke archeologische vindplaatsen

in de

van

soil-

(Wageningen University

Zeeland). en

bodem.

Met

name

of crropmarks

aanwijzingen

Luchtfoto's uit de Tweede

Wereldoorlog? zijn van het plangebied niet gevonden. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) MO <b> Informatie afkomstig van (| geanonimise rd) (geanonimiseerd) | (EZ), dd 03-05-2024. 37 Via Wageningen University & Research (https://library.wur.nl/WebQOvery/geoportal/raf). 5 8

&

luchtfoto's

5

ARTEFACT RAPPORT 912

TERNEUZEN HERENGRACHT

15

In de beeldbank van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie 88 stonden wel enkele luchtfoto’s van Terneuzen ter beschikking die van voor de Tweede Wereldoorlog dateren. Eén daarvan toont het centrum van de stad richting het noordwesten (figuur 26). Geheel onderaan is nog een deel van de voormalige oostarm van het kanaal te zien dat in 1827 is uitgegraven. Hieraan grenst de Herengracht met in de rechterhoek het woonblok waarbinnen het plangebied is gelegen. Het betreft dezelfde panden die staan aangegeven op de prentbriefkaart uit het begin van de 20 e eeuw (figuur 23).

Figuur 26 Luchtfoto uit de periode 1920‐1940. De ligging van het plangebied wordt aangegeven met een rode cirkel. Bron: NIMH, objectnummer 2155_036928. De situatie voor het plangebied verandert in de jaren 70 van de vorige eeuw. Verschillende woonhuizen worden gesloopt om ruimte vrij te maken voor nieuwe constructies. Op de luchtfoto van 1970 is te zien dat heel het plangebied in feite al is geruimd (figuur 27). Ten opzichte van de luchtfoto van 1959 (niet afgebeeld) is ook een deel van de oostelijke zijarm van het kanaal gedempt en zijn meerdere stukken grond bouwrijp gemaakt voor de bouw van nieuwe wijken. De luchtfoto’s uit de 21 e eeuw tonen de situatie zoals deze zich vandaag de dag nog voordoet. Daar het plangebied gelegen is binnen de stadskern, kunnen geen soil‐ en/of cropmarks worden herkend.

88 Via

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (https://nimh‐beeldbank. defensie. nl/).

58

ARTEFACT RAPPORT 912

TERNEUZEN HERENGRACHT

15

Figuur 27 Luchtfoto 1970 met projectie van het plangebied in het rood. Bron: Geoloket Atlas van Zeeland.

2. 5

Bouw‐ en cultuurhistorische waarden

Bouw‐ en cultuurhistorische waarden De Gemeente Terneuzen beschikt niet over een bouw‐ of cultuurhistorische waardenkaart. Om vast te stellen of er binnen het plangebied waardevolle bouw‐ en cultuurhistorische elementen voorkomen werd het Geoloket van de Provincie Zeeland geraadpleegd. Het plangebied valt binnen de historische kern van Terneuzen dat is aangemerkt als een Stedelijk vestingwerk (GEO‐2986). Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Terneuzen, vanwege zijn strategische ligging aan de Westerschelde, voorzien van vestingwerken. Na de Vrede van Munster in 1648 raakten ze echter in verval. In de 19 e eeuw, meer precies in de jaren 1833‐1839, werd de stad opnieuw voorzien van vestingwerken om de sluizen van de stad te kunnen beschermen. Deze is echter opgeheven en ontmanteld aan het begin van de 20 e eeuw. Binnen

de historische kern van Terneuzen bevinden zich tevens meerdere Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en MIP‐objecten. Langs De Blokken en de Zandstraat, ten noorden en oosten van het plangebied, zijn vier van zulke MIP‐objecten aanwezig: Onder Mon. Nr. 3451 worden meerdere huizen gelegen langs De Blokken geschaard (huisnummers 1 t/m 9). Ze bezitten karakteristieke kenmerken van woningen die rond 1900 zijn gebouwd. Opvallend zijn vooral de rode baksteengevels met gewitte, gepleisterde blokken en banden. Langs dezelfde straat, dit maal ter hoogte van huisnummer 13 (Mon. Nr. 3461), staat een woonhuis uit het jaar 1910 die in de lijst is opgenomen, omdat deze de tijd waarin het is gebouwd goed vertegenwoordigd. Het is opgetrokken uit rode baksteen in kruisverband met natuurstenen/betonnen plint, lateien, blokken en geelwitte strengpersstenen en siermetselwerk. Aan de Zandstraat 9 (Mon. Nr. 3460) staat een wit geschilderde bakstenen huis met een karakteristieke gevel uit de tijd rond 1900. Direct naast de woning op nummer 9, is het huis op nummer 7 ook opgenomen in de MIP‐lijst (Mon. Nr. 3459). Ook deze kan rond 1900 worden gedateerd, diens bouwstijl deze tijdsperiode goed vertegenwoordigd. 59

ARTEFACT

RAPPORT

Tenslotte kan de

TERNEUZEN

g12

dijk direct ten zuiden van het plangebied worden genoemd. maar vandaag de dag geheel is geslecht.

Het betreft de

HERENGRACHT 15

Westelijke kanaaldijk die

in 1825 is aangelegd, Militair

erfgoed

De Indicatieve Kaart Militair

Erfgoed (IKME) geeft een overzicht van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed (vooralsnog enkel vit de Tweede Wereldoorlog). Raadpleging van de kaart leert dat het plangebied deel vitmaakt van Operatieterrein Breskens, een groot slagveld in Zeeuws-Vlaanderen. In 1944 veroverden de Geallieerden het bruggenhoofd Breskens, een strategisch belangrijk punt in de oversteek naar Walcheren. Archeologisch kan zich dit weerspiegelen in een verspreiding van verschillende munitieartikelen. Daarnaast kunnen meer statische structuren worden verwacht, zoals resten van stellingen, versperringen, loopgraven, ondersteunende posten e.d. Ook inslagen van granaten en mortieren kunnen voorkomen, vaak in de vorm van beschadigingen aan bestaande bouw of bomen en als microreliëf. Slagvelden zijn echter alleen globaal af te bakenen en de grenzen van moderne slagvelden zijn diffuus. Verder worden op de kaart geen militaire relicten weergegeven binnen, of direct grenzend aan, het plangebied.

2.6

Archeologisch verwachtingsmodel

paragrafen beschreven informatie over de huidige situatie, de aardwetenschappelijke, de historische situatie en bekende archeologische waarden kan een specifieke archeologische verwachting worden opgesteld. Binnen het plangebied komen verschillende potentieel archeologische niveaus voor. Volgens de s het plangebied gesitueerd in een zone waar met name diepreikende Geologische Kaart van (geanonimiseerd) BN gevlafzettingen in de ondergrond voorkomen. Deze behoren tot het Laagpakket van Walcheren. Het pleistoceen dekzand zou nog wel aanwezig kunnen zijn, maar pas op een diepte van meer dan 20,00 meter -NAP. De gegevens van de Geologische Kaart werden aangevuld met informatie van het DINO-loket. Er zijn geen boringen binnen of direct grenzen aan het plangebied verricht, maar wel in de ruimere omgeving. Ondanks dat het merendeel van deze boringen in dezelfde geologische zone vallen als dat van het plangebied, leveren ze vrij tegenstrijdige boorprofielen op. Ten oosten en zuidoosten kon de verwachting wel worden bevestigd, daar enkel een dik pakket zand- en klei van het Laagpakket van Walcheren is aangetroffen tot minimaal 23,00 meter -mv (22,00 meter -NAP). De boring in het noorden, op korte afstand gelegen van ca.

130 meter, zov een gelijkaardige bodemopbouw moeten bezitten, maar hier zijn onder het Laagpakket van Walcheren het Hollandveen, afzettingen van de Formatie van Boxtel en afzettingen van de Eem Formatie vastgesteld. Deze gronden worden in de omgeving aangegeven met de code Fo.3b en daar deze slechts enkele honderden meters van het plangebied vandaan liggen, bestaat er een kans dat ook ter hoogte van de Herengracht 15 nog intact veen en dekzand bewaard is gebleven. Dit zou betekenen dat er een verwachting zou bestaan voor archeologische resten vit het Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum in de bovenzijde van het dekzand van het Laagpakket van Wierden, Midden-Neolithicum Midden-IJzertijd in het veen en Late-IJzertijd Romeinse Tijd in de bovenzijde van het veen. Daar de kaart van (geanonimiseerd) nog altijd de meest betrouwbare bron | vormt, zal voor het plangebied echter uitgegaan worden van een bodemprofiel bestaande vit diepreikende gevlafzettingen die het veen geheel en het pleistocene dekzand grotendeels hebben weggeslagen. Ondanks dat het dekzand nog wel op grotere diepte aanwezig kan zijn, al valt niet vit te sluiten dat het zal gaan om afzettingen van de Formatie van Koewacht, beide niveaus kunnen immers niet altijd goed van elkaar worden onderscheiden, zal dit pakket zowel met de toekomstige werkzaamheden, als met het booronderzoek niet worden bereikt.

Het veen en het pleistoceen dekzand zullen dan verder ook buiten beschouwing worden gelaten. Op

basis

van

de in eerdere

—

—

Hieronder zal aldus alleen het

Laagpakket van Walcheren worden besproken. Enkel perioden met een middelhoge of hoge verwachting zijn in verwachtingstabellen opgenomen. De maaiveldhoogte binnen het plangebied ligt rond de 3,00 meter +NAP.

89 www.ikme.nl

60

ARTEFACT RAPPORT 912

Jong getijdenlandschap Naaldwijk

TERNEUZEN HERENGRACHT

–

Laagpakket

van

Walcheren

(Sluiskil‐/Westerscheldeafzettingen)

–

Formatie

15

van

Uit het bureauonderzoek is gebleken dat vanaf de Laat Romeinse Tijd de invloed van de zee opnieuw toenam. Dit staat ook wel bekend als de Duinkerke II‐transgressiefase, waarvan de afzettingen vandaag de dag gerekend worden tot de zogenaamde Sluiskilafzettingen die eveneens onderdeel vormen van het Laagpakket van Walcheren. Het gebied rond Terneuzen was in deze vroege periode een onbedijkt kwelderlandschap. In de omgeving van het plangebied zijn uit deze periode geen archeologische waarden bekend. Gezien de relatief natte, vrij actieve mariene omstandigheden waaronder de Sluiskilafzettingen zijn ontstaan, wordt de verwachting voor de Vroege Middeleeuwen in eerste instantie laag ingeschat. Na het hoger opslibben van de kwelder in de 8 e – 10 e eeuw werd wel de mogelijkheid gecreëerd zich in dit landschap te vestigen. Het plangebied is echter gelegen ter hoogte van een brede geulrug diens afzettingen zijn gevormd ten tijde van de Duinkerke‐III transgressiefase, ofwel afzettingen vanaf de 10 e eeuw en met name in verband kunnen worden gebracht met verscheidene stormvloeden en militaire inundaties. Het water heeft daarbij het oudere niveau ten minste deels geërodeerd. De verwachting wordt hierdoor dan ook nog steeds als laag geacht. De Westerscheldeafzettingen werden gevormd vanaf het einde van de 10 e eeuw en, zoals reeds aangehaald, zijn o. a.

het resultaat van stormvloeden en militaire inundaties. Ook deze afzettingen zijn onderdeel van het Laagpakket van Walcheren en staan in oudere literaire bronnen nog wel bekend als de Duinkerke III‐afzettingen. Vanaf de 11 e eeuw is men begonnen met het aanleggen van dijken en kunstmatige (woon)hoogten, het zij nog in zeer beperkte mate. Dit veranderde na de zware vloed van 1134, waarna men is overgaan op een systematische bedijkingsstrategie en grote gebieden werden ingepolderd. Nog voor de 13 e eeuw zou het gebied van de Vier Ambachten vrijwel volledig zijn bedijkt. Terneuzen zelf wordt pas voor het eerst genoemd in 1325 en is waarschijnlijk ontstaan aan het begin van de 14 e eeuw met het uitgraven van de Westvaart naar Axel. De plaats is gelegen aan het noordeinde van deze waterweg, waar een sluis was aangelegd. Sindsdien heeft het in de eeuwen daarna veel te lijden gehad van menig natuurgeweld en oorlogshandelingen. Vrij lange tijd bleef Terneuzen beperkt in omvang. Pas in de 15 e en 16 e eeuw groeide het uit tot een dorp en kreeg het een haven, maar echt van belang werd het pas tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Er werd een vesting gebouwd aan weerszijden van de Westvaart, waardoor deze in de overgang naar de haven en de Honte kon worden afgesloten met een sluis die ter hoogte van de huidige De Jongestraat was gelegen.

Het plangebied zelf lag ter hoogte van de gracht en een van de bastions net voorbij het uiteinde van de haven. Na de Vrede van Munster in 1648 raakte de fortificatie al snel in verval en in 1680 is men begonnen met het slechten ervan. Nochtans bleef de structuur nog lange tijd zichtbaar in de stadsplattegrond. Terneuzen bleef in zijn groei steken tussen de oude muren van de 16 e eeuwse vesting. Hier kwam pas verandering in vanaf de 19 e eeuw. Met de aanleg van het Kanaal van Gent naar Terneuzen vertakte de waterweg in twee armen die rondom de stad werden aangelegd. Voor de oostelijke zijtak werd een deel van de voormalige 16 e eeuwse grachten gebruikt. Het nieuwe kanaal zorgde voor een bloeiperiode die tot vandaag de dag nog voortduurt. Op de Kadastrale Minuut is voor het eerst bebouwing weergegeven binnen het plangebied, dat toen in beslag werd genomen door tuinen en erven aan de rand van de stad. Nochtans was het met de stormvloeden en sociale onrust nog niet gedaan. De Belgische Opstand in 1830 zorgde ervoor dat er een nieuwe vesting werd gebouwd in de periode 1833‐1839, waarin de oude vestingwerken vrijwel geheel werden opgenomen. Dit maal kwam het plangebied binnen de muren te liggen, direct aan de gracht van de oostelijke zijtak van het kanaal.

Ook deze structuur was geen lang leven beschoren en werd aan het begin van de 19 e eeuw geslecht om meer ruimte te kunnen creëren voor de groeiende stad. De grachten werden ook ten dele gedempt en de oude haven verdween langzaam uit het stadsbeeld. Door toename van de handel en omvang van de schepen diende het kanaal en de havenwerken regelmatig te worden uitgebreid en onderhouden. Dit heeft, met name na de Tweede Wereldoorlog, gezorgd voor een bevolkingsgroei, waardoor Terneuzen flink veel nieuwe wijken heeft moeten aanleggen in de omringende poldergebieden. In de 19 e eeuw vormde het plangebied deel van een omsloten bouwblok met binnenhof. Er stonden meerdere panden langs de kant van de Herengracht en aan de De Jongestraat. In 1970 werden deze gesloopt op plaats te maken voor het huidige bankkantoor van de ABN Amro. Aan de hand van de samenvatting van de historische ontwikkelingen binnen het plangebied kan geconcludeerd worden dat er een hoge verwachting bestaat voor het aantreffen van vondsten en sporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Het plangebied is gelegen binnen het AMK‐terrein dat het historische centrum van Terneuzen omvat. Nauwkeurige cartografische bronnen uit de Middeleeuwen ontbreken, maar het is zeker mogelijk dat voor de bouw 61

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446973/1