2023-09-13 a. vaststellen (gewijzigd) bestemmingsplan Hoek, Windlust II - ontwerpbesluit
Tekst van het document
Juust
35/424 29
Hoek, Windlust II
Afbeelding 16 | Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (Bron: Geloket provincie Zeeland) Het aspect 'archeologie en cultuurhistorie' vormt op basis van het bovenstaande geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Binnen het plangebied worden (zorg)woningen gerealiseerd en daarmee gevoelige functies. Bij nieuwbouw van woningen dient onderbouwd te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Kijkend naar de omgeving van het plangebied zijn verschillende milieubelastende functies aanwezig die een belemmering kunnen zijn voor het woon- en leefklimaat. In de omgeving van het plangebied zijn echter wel voornamelijk woonbestemmingen en agrarische gronden gelegen waardoor de omgeving getypeerd kan worden als een 'rustige woonwijk'. Ten zuiden van het plangebied is een begraafplaats gelegen binnen de maatschappelijke bestemming.
Hiervoor geldt op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven- en milieuzonering' een richtafstand van 10 meter met geluid als maatgevende aspect. De dichtstbijzijnde zorgwoningen zijn gelegen op een afstand van ongeveer 20 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Ten zuiden van de begraafplaats is een bouwmarkt gelegen op een bedrijfsbestemming. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter met geluid als maatgevende aspect. Echter is op deze locatie ook een bedrijf in de milieucategorie 3.1 mogelijk. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter.
Juust
36/424 30
Hoek, Windlust II
De dichtstbijzijnde zorgwoningen zijn gelegen op een afstand van 95 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand. Binnen het plangebied zelf worden ook milieubelastende functies mogelijk gemaakt. Het voornemen is om nabij de (zorg)woningen een MFA te realiseren. Hierbinnen wordt een basisschool gerealiseerd met schoolplein en speelkooi, een kinderopvang en een gymzaal/sporthal. Voor een basisschool geldt een richtafstand van 30 meter tot woningen en andere gevoelige functies. Voor een gymzaal/sporthal geldt een richtafstand van 50 meter. Hier wordt niet aan voldaan. Het is wenselijk om inzicht te krijgen in de optredende geluidbelasting. Op 27 maart 2023 is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek in het kader van een goede ruimtelijke ordening uitgevoerd (zie Bijlage 3). Onderzocht is of het stemgeluid van spelende kinderen op het speelplein en speelkooi van invloed is op het woon- en leefklimaat bij de (zorg)woningen. Uit de rekenresultaten blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege spelende kinderen op het schoolplein ten hoogste 42 dB(A) bedraagt op de westgevel van het bouwvlak van de grondgebonden woningen. Het maximaal geluidniveau vanwege een roepend kind bedraagt ten hoogste 71 dB(A) op de westgevel van het bouwvlak van de grondgebonden woningen. De richtwaarde van 70 dB(A) wordt met 1 dB(A) overschreden.
Op de andere bouwvlakken is het maximaal geluidniveau 70 dB(A) of lager en wordt er voldaan aan de richtwaarde van 70 dB(A). Vanwege de geringe overschrijding van de richtwaarde met 1 dB(A), wordt het woon- en leefklimaat toch aanvaardbaar geacht. De overschrijding wordt aanvaardbaar geacht omdat deze maar een klein gedeelte van de tijd in de dagperiode wordt overschreden (alleen tijdens pauzes van de school). Hierbij wordt er van uitgegaan dat de speelplaats alleen in de dagperiode wordt gebruikt. Als het speelterrein ook in de avond- en nachtperiode kan worden gebruikt, wordt in ieder geval de geluidnorm voor het maximaal geluidniveau van 65 dB(A) in de avondperiode (19.00-23.00 uur) en 60 dB(A) in de nachtperiode (23.00-07.00 uur) overschreden. Of er sprake is van een overschrijding van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is op voorhand niet te bepalen. Dit is namelijk afhankelijk van het aantal (spelende) personen en de tijdsduur. Geluidhinder vanwege het gebruik van het speelterrein is dan te verwachten. Om geluidhinder te voorkomen wordt geadviseerd om hiermee bij het ontwerp rekening te houden. Enkele opties zijn: Het speelterrein aan de noordwestzijde te situeren en het gebouw aan de oost- en zuidzijde.
Hierdoor schermt het gebouw van het MFA het geluid van het speelterrein richting de woningen en appartementen af; Een (technische) voorziening te maken dat het speelterrein in de avond- en nachtperiode niet betreedbaar is. Hiervoor kan bijvoorbeeld een tijdsvenster 21.00 tot 08.00 uur worden aangehouden. Met inachtneming van het bovenstaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan. De voorgestelde maatregelen komen ten goede aan het woon- en leefklimaat.
4.4
Bodem
Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Het plangebied heeft een agrarische bestemming. De milieuhygiënische bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de nieuwe bodemgebruiksfunctie: woonbestemming. Met andere woorden, de bodem mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van deze bodem. Op basis van beschikbare onderzoeken en historische kaarten is het terrein naar alle waarschijnlijkheid milieuhygiënisch onverdacht. Het terrein is als weide-/akkerland in gebruik (geweest). Volgens historische kaarten is er in het verleden geen boomgaard geweest. Met betrekking tot het noordelijk deel Er zijn er twee gerelateerde bodemonderzoeksrapporten uit het bodeminformatiesysteem relevant: 1. Molendreef (5) Hoek dd 25 augustus 2000 (SB 0543); 2. Molendreef 6 Hoek dd 19 april 2010 (SB 4422).
Juust
37/424 31
Hoek, Windlust II
Tijdens deze onderzoeken zijn slechts enkele stoffen in licht verhoogde mate aangetoond. Met betrekking tot het zuidelijk aanhangsel (kad. gemeente Terneuzen, sectie I, perceelnummer 3350), zijnde ongeveer 8.000 m², is was nog geen bodemonderzoek beschikbaar. Op 24 februari 2023 is door Buro Antares een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het gehele plangebied(zie Bijlage 2). Het bodemonderzoek is vooraf gegaan door een vooronderzoek volgens de NEN 5725 van oktober 2017. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek wordt als volgt geconcludeerd: De kleiige bovengrond van de locatie is (behoudens enkele zeer licht verhoogde gehalten in de baksteenhoudende kleiige bovengrond ter plaatse van boring 01) niet verontreinigd. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond aan de maximale samenstellingswaarde voor klasse achtergrondwaarde "altijd toepasbaar"; De kleiige ondergrond van de locatie is niet verontreinigd. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond aan de maximale samenstellingswaarde voor klasse achtergrondwaarde "altijd toepasbaar"; In de kleiige boven,- en ondergrond zijn lichte concentraties aan PFOA of PFOS vastgesteld.
De gehalten bevinden zich beneden de toepassings-norm voor functieklasse "wonen" uit het handelingskader van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; Het grondwater is, behoudens enkele verhoogde gehalten aan molybdeen en/of barium, niet verontreinigd; Zintuiglijk en analytisch is geen asbest aangetoond. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Derhalve zijn geen factoren aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling van de locatie.
4.5
Externe veiligheid
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. In het plangebied worden kwetsbare objecten gerealiseerd. In het plangebied zelf en in de directe omgeving liggen geen risicovolle inrichtingen. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van de inrichtingen Bertschi en Oiltanking Terneuzen. Voor deze inrichtingen betreft het maatgevende scenario het vrijkomen van giftige stoffen. Op een afstand van ruim 175 meter vanaf de dichtstbijzijnde zorgwoningen is de N61 gelegen. Dit is een basisnetroute waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Daarmee reikt het invloedsgebied van ongevallen met giftige stoffen en brandbare gassen op deze weg tot het plangebied en de bebouwing. Dit wordt bepaald door stofcategorie GF3 en bedraagt 355 meter. Op basis hiervan is een beperkte verantwoording van het groepsrisico nodig.
Juust
38/424 32
Hoek, Windlust II
Afbeelding 17 | Uitsnede Atlas Leefomgeving (bron: atlasleefomgeving.nl) Uit de risico-inventarisatie blijkt dat de maatgevende scenario’s voor het plangebied bestaan uit ongevallen waarbij giftige stoffen vrijkomen en ongevallen met brandbare gassen (LPG). Ruimtelijke maatregelen zijn met name te nemen tegen de gevolgen van ongevallen met LPG op de N61. Een ongeval met een LPG-tankwagen kan leiden tot een BLEVE. Dit is het explosief vrijkomen van LPG in een grote vuurbal. Voornaamste effecten hierbij zijn overdruk en hittestraling. Een BLEVE kan het gevolg zijn van een beschadiging van een tankwagen door een ongeval (koude BLEVE) of door een externe brand die de tankwagen aanstraalt (warme BLEVE). Een koude BLEVE gebeurt direct waardoor de vluchttijd nihil is. Bij een externe brand zit er enige tijd tussen het ontstaan van de brand en het zich voordoen van de explosie. Tankwagens in Nederland zijn voorzien van een hittewerende coating waardoor deze tijd 60 à 70 minuten bedraagt. In die tussentijd kan er gevlucht worden. Beperkte verantwoording van het groepsrisico (GR) De GR-contour is verschillend voor vervoer over water, weg en spoor. Bij transport over water is er geen GR-contour.
Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar per km transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute in één keer dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met het vervoer van gevaarlijke stoffen op die transportroute. Het GR is niet genormeerd. Hiervoor geldt enkel een oriëntatiewaarde waarbinnen een afweging gemaakt moet worden over de aanvaardbaarheid van de risico's. Het GR wordt enkel bepaald voor het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het GR. Het groepsrisico dient berekend te worden voor de realisatie van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een afstand van 200 meter van een route die is aangewezen in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Daarbij geldt dat het groepsrisico berekend en (uitgebreid) verantwoord moet worden indien: het groepsrisico hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde of, het groepsrisico met meer dan 10% toeneemt of,
Juust
39/424 33
Hoek, Windlust II
de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Gelet op de afstand tussen de N61 en het plangebied zal met name de hittestraling voor effecten zorgen. De bebouwing ligt buiten de 100% letaliteitszone (het gebied waarin de meeste slachtoffers vallen en er sprake is van grote schade) van een BLEVE. Het meest zuidelijke appartementsgebouw (grenzend aan de volkstuintjes) ligt nog wel binnen de effectafstand waar bij een warme BLEVE gemiddelde schade kan ontstaan aan het gebouw. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is wel aan de orde indien een (plan)gebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Bij een 'beperkte verantwoording' wordt vooral ingegaan op de bestrijdbaarheid, zelfredzaamheid en beheersbaarheid. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid De omvang van mogelijke incidenten kan beter beheersbaar worden gemaakt voor hulpverleningsdiensten door maatregelen te treffen met betrekking tot bestrijdbaarheid, bereikbaarheid en zelfredzaamheid. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard.
Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de regionale brandweer de richtlijnen zoals beschreven in de NVBR publicatie "Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid". Uit deze handreiking volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied bereikbaar is. De mate van zelfredzaamheid van een persoon hangt af van zijn eigen fysieke en psychische mogelijkheden en daarnaast van de omgeving. Een goede ontsluiting, beperking van hoogbouw, de ligging van kwetsbare objecten ten opzichte van de bron en aanvullende maatregelen aan gebouwen kan eraan bijdragen dat de effecten van de ramp beperkt blijven. De toekomstige woon(zorg)wijk wordt voor gemotoriseerd verkeer ontsloten op de Koudepolderstraat. Voor hulpdiensten is echter de mogelijkheid om gebruik te maken van de verbinding voor langzaam verkeer. Deze is gelegen tussen de toekomstige woon(zorg)wijk en de bestaande woonwijk Windlust I. Het plangebied is op die manier langs verschillende kanten te bereiken en te ontvluchten. Hulpverleningsdiensten kunnen snel ter plaatse zijn om het potentiële schadegebied snel te ontruimen. Verder zijn er voldoende vluchtmogelijkheden om het gebied te verlaten. Er is ook geen hoogbouw voorzien.
Het maximum aantal bouwlagen is 3. Dit komt de zelfredzaamheid bij een calamiteit ten goede. Beheersbaarheid De beheersbaarheid richt zich voor wat betreft externe veiligheid op de locatie waar de calamiteit plaatsvindt, dus bij de risicobronnen. De risicobronnen bevinden zich buiten het plangebied. De beheersbaarheid bij de bron is hiermee niet relevant. Tegen ongevallen met brandbare gassen zijn redelijkerwijs geen (ruimtelijke) maatregelen te nemen. Voor ongevallen waarbij ammoniak vrijkomt gelden de adviezen voor het toxisch scenario (vrijkomen van giftige stoffen). Deze adviezen kunnen ook van toepassing zijn indien er sprake is van een brand in de nabijheid van het complex die leidt tot rookoverlast. Het gaat om het volgende advies: maak panden luchtdicht afsluitbaar (ramen, deuren en ventilatieroosters moeten gesloten kunnen worden). Essentieel hierbij is dat de mechanische ventilatie met een druk op de knop uitgeschakeld kan worden. Advies Veiligheidsregio (d.d. 08-11-2022) Gelet op de beschikbare vluchttijd bij een brandende tankwagen en het feit dat er sprake is van zorgwoningen met kwetsbare personen wordt het volgende geadviseerd: Situering (nood)uitgangen en vluchtroutes: Zorg dat het zuidelijke appartementsgebouw in noordelijke richting ontvlucht kan worden (in de richting van de N61 vandaan).
Voorzie in (nood)uitgangen aan de noordzijde van dit pand die aansluiten op de infrastructuur in het plangebied die het mogelijk maakt in
Juust
40/424 34
Hoek, Windlust II
noordelijke richting te vluchten. Maak de gebouwen in het plangebied luchtdicht afsluitbaar. Dit houdt in dat ramen, deuren en ventilatieroosters gesloten kunnen worden en dat de mechanische ventilatie met één druk op de knop is uit te schakelen. Bij de multifunctionele accommodatie is het essentieel dat de mechanische ventilatie op een centrale plek (bijvoorbeeld receptie) is uit te schakelen. Met deze maatregelen wordt voorkomen dat giftige stoffen de gebouwen binnen kunnen dringen. Informeer bewoners en gebruikers over de handelingsperspectieven bij ongevallen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingsperspectieven zijn als volgt: 1. Ongevallen waarbij giftige stoffen vrijkomen: Blijf binnen of ga naar binnen, sluit ramen, deuren en ventilatieroosters, schakel de mechanische ventilatie uit en volg de berichtgeving via calamiteitenzender Omroep Zeeland. Bijlage 1 van dit advies omvat een infographic met dit handelingsperspectief. Ons advies is om dit aan alle toekomstige gebruikers te verstrekken. 2. Dreigende explosie als gevolg van een brandende tankwagen met LPG op de N61 nabij het plangebied: a. Voor het zuidelijke appartementsgebouw: Verlaat het pand aan de zijde die het verst van de N61 is gelegen (noordzijde) en vlucht weg in noordelijke richting van de N61 vandaan tot op een afstand van minimaal 300 meter. b.
Voor de overige bebouwing: Blijf binnen of ga naar binnen en schuil aan de zijde van het gebouw die het verst van de N61 is gelegen. Neem de externe veiligheidsscenario’s en bovengenoemde handelingsperspectieven op in het BHV-/ontruimingsplan van de objecten waarvoor een dergelijk plan conform het Bouwbesluit vereist is. Ten aanzien van bluswater, bereikbaarheid en brandveiligheid zijn de volgende adviezen belangrijk: Bereikbaarheid: Zorg dat de toegangsweg naar én de wegen in het plangebied voldoen aan de gestelde eisen uit de "Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid" onder bereikbaarheid. Zo moet een brandweervoertuig de woningen ongehinderd kunnen benaderen. Een redvoertuig (ladderwagen of hoogwerker) wordt geadviseerd bij een gebouw met twee bouwlagen of meer. Opstelplaatsen: Realiseer opstelplaatsen conform de eisen uit de handleiding onder opstelplaatsen. De openbare weg in het plangebied kan uiteraard ook gebruikt worden als opstelplaats, mits deze voldoet aan de genoemde eisen. Zorg dat bij een gebouw van twee bouwlagen of meer wordt voorzien in een opstelplaats voor het redvoertuig (ladderwagen of hoogwerker). Primair bluswater: In of rondom het plangebied is geen primaire bluswatervoorziening beschikbaar.
Daarom is het noodzakelijk dat een primaire bluswatervoorziening wordt aangelegd conform de eisen en afstanden uit de handleiding onder primair bluswater. Dit kan middels het aanleggen van ondergrondse brandkranen welke op strategische plaatsen worden aangebracht. Secundair bluswater: Draag zorg voor een secundaire bluswatervoorziening in de vorm van een vijver of watergang welke voldoet aan de eisen uit de handleiding onder secundair bluswater in relatie tot de voorziening van water en de opstelplaats. Brandveiligheid: Er moet rekening worden gehouden met spiegelsymmetrie ten opzichte van de perceelsgrenzen. Voor gevels die dichter dan 3 meter van de perceelsgrens zijn gelegen, zal een NEN 6068 berekening voor de bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag overlegd moeten worden. De beschouwde risicobronnen kunnen in de voorziene situatie leiden tot incidenten met effecten of slachtoffers binnen het plangebied. De genoemde maatregelen kunnen de omvang van mogelijke incidenten reduceren tot een omvang die beter beheersbaar wordt geacht voor de hulpverleningsdiensten. In het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' wordt nader beoordeeld op andere veiligheidsaspecten zoals brandcompartimentering, vluchtroutes, bluswater en bereikbaarheid op perceelsniveau en andere brandpreventieve voorzieningen.
Door deze maatregelen in acht te nemen vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
Juust
41/424 35
Hoek, Windlust II
4.6
Geluid
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. Woningen en maatschappelijk voorzieningen zijn geluidsgevoelige functies in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). Het plangebied ligt niet binnen een zone industrielawaai. Binnen het plangebied worden nieuwe wegen aangelegd die aansluiten op de Koudepolderstraat. Er wordt vanuit gegaan dat voor de nieuwe wegen een maximum rijsnelheid van 30 km/uur gaat gelden. De normen uit de Wet geluidhinder zijn in dat geval niet van toepassing. Desondanks moet er sprake zijn van een goed woonen leefklimaat.
De Koudepolderstraat is een doodlopende weg voor gemotoriseerd verkeer en ligt bovendien op een afstand van ruim 100 meter tot de dichtstbijzijnde zorgwoningen. Het plangebied is wel gelegen binnen de geluidszone van de Hoofdweg/N61. De geluidszone is op basis van 4 rijstroken 400 meter. Op 27 maart 2023 is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie Bijlage 3). Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting op de zorgwoningen bij het meest zuidelijk bouwvlak het hoogste is en ten hoogste 51 dB bedraagt. Deze geluidbelasting wordt alleen op de derde woonlaag aan de zuiden westgevel berekend. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt hier met 1 – 3 dB overschreden. De overschrijding vindt op de westgevel plaats op alle bouwlagen en op de zuidgevel alleen op de tweede en derde bouwlaag. Op de andere gevels wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op het westelijk bouwvlak voor zorgwoningen/ appartementen van het centrale deel binnen het plangebied bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 49 dB. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt hier met 1 dB overschreden. De overschrijding wordt alleen berekend op de westgevel, tweede bouwlaag. Op de andere gevels wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
De geluidbelasting op het oostelijk bouwvlak voor zorgwoningen/ appartementen van het centrale deel binnen het plangebied bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 46 dB. Op het bouwvlak voor de grondgebonden woningen bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 45 dB. Uit de rekenresultaten blijkt de Lday op het MFA ten hoogste 48 dB bedraagt. Voor de school geldt dus dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Op het schoolplein (begane grond niveau) zal de geluidbelasting ten hoogste 47 dB bedragen, waarmee een goed leefklimaat is verzekerd. De ontheffingswaarde van 53 dB wordt niet overschreden. Maatregelenonderzoek wegverkeerslawaai Omdat de geluidbelasting vanwege de rijksweg N61 niet overal voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB dient nader onderzoek te worden uitgevoerd naar geluidreducerende maatregelen voor deze weg. Omdat maatregelen om de geluidbelasting te beperken stuiten op overwegende bezwaren van financiële of stedenbouwkundige aard, dient een hogere waarde te worden vastgesteld van 51 dB voor het zuidelijke bouwblok van 12 appartementen en 49 dB voor het bouwblok met 26 appartementen. Voor de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie de minimumeis van 20 dB uit het Bouwbesluit voldoende om een goed woon- en leefklimaat in de (zorg)woningen. Voor de klaslokalen van het MFA dient de geluidwering 23 dB te zijn.
Indien voor het MFA gebruik wordt gemaakt van een gebalanceerd ventilatiesysteem met mechanische toe- en afvoer, is het niet de verwachting dat aanvullende gevelmaatregelen moeten worden getroffen.
Juust
42/424 36
Hoek, Windlust II
Geluidbelasting vanwege verkeersaantrekkende werking plan De planontwikkeling zelf leidt tot een hogere verkeersintensiteit op de Koudepolderstraat en daarmee een hogere geluidbelasting voor de woningen aan de Koudepolderstraat. De geluidbelasting in de toekomstige situatie bedraagt ten hoogste 50 dB. Dit is een toename van ongeveer 4 dB ten opzichte van de huidige situatie. Bij de overige woningen bedraagt de geluidbelasting in de toekomstige situatie 44 dB en is sprake van een toename van ongeveer 3 dB. De toename in geluid bedraagt vanwege de extra verkeersgeneratie dus omstreeks 3 tot 4 dB. Daarmee is sprake van een wezenlijke toename in geluid vanwege het plan. Alleen bij de woningen aan de Koudepolderstraat 1 – 16 is na de planontwikkeling sprake van een overschrijding van de richtwaarde van 48 dB in lijn met de Wgh. Het woon- en leefklimaat wordt vanuit akoestisch oogpunt wel overal nog acceptabel geacht. De richtwaarde van 48 dB wordt met ten hoogste 2 dB overschreden tot 50 dB, wat ver verwijderd blijft van de maximale waarde van 63 dB voor een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Daarnaast bedraagt de geluidbelasting vanwege de N61 op de bestaande woningen 50 – 55 dB en is daarmee maatgevend voor de ervaren geluidbelasting voor alle bestaande woningen langs de Koudepolderstraat.
Ten slotte bedraagt de de gecumuleerde geluidbelasting bij de woningen aan de Koudepolderstraat 1 tot en met 16 voor planvorming 55 – 56 dB en na planvorming 57 dB. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle wegen neemt dus met ten hoogste 2 dB toe, waardoor het woon- en leefklimaat niet wezenlijk verslechterd. Verder voldoet de geluidbelasting vanwege de interne wegen binnen het plangebied aan de richtwaarde van 48 dB in lijn met de Wet geluidhinder, waarmee een goed woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd. Op basis van het bovenstaande vormt het aspect 'geluid' geen belemmering voor de uitvoering van de gewenste ontwikkeling.
4.7
Kabels en leidingen
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas en elektra) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. Planologische relevante leidingen zijn: a. b.
hoogspanningsleidingen en -verbindingen van 50 kV en hoger die geen deel uitmaken van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet milieubeheer; buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is;
In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen.
4.8
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, zie onderstaande afbeelding. Dit is gebaseerd op 715 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal, zie 4.11 Verkeer en parkeren.
Juust
43/424 37
Hoek, Windlust II
Afbeelding 18 | NIBM (bron: Infomil) In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt aan de hand van NSL-monitoringstool. In de onderstaande afbeelding zijn de concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 weergegeven.
Afbeelding 19 | Uitsnede NSL-monitoringstool (bron: nsl-monitoring.nl) Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5
Juust
44/424 38
Hoek, Windlust II
respectievelijk maximaal 14,3 µg/m3, 14,4 µg/m3 en 7,6 µg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 , PM10 (beide 40 µg/m3 ) en PM2,5 (25 µg/m3) wordt niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 6, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De luchtkwaliteitssituatie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de gewenste ontwikkeling.
4.9
Natuur
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van een natuurgebied, natuurnetwerk en Natura-2000 gebieden (zie afbeelding 20). Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is 'Westerschelde & Saeftinghe'. Dit natuurgebied ligt op circa 4,5 kilometer van het plangebied. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht.
Afbeelding 20 | Uitsnede Atlas Leefomgeving (bron: atlasleefomgeving.nl) In het kader van de bescherming van Natura 2000-gebieden moet voor dergelijke ontwikkelingen een stikstofberekening worden gemaakt. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de AERIUS Calculator is voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend voor de realisatiefase en de gebruiksfase (zie
Juust
45/424 39
Hoek, Windlust II
Bijlage 4). De uitkomst is dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning. Soortenbescherming Het plangebied bestaat enkel uit agrarische gronden en watergangen. Het plangebied is op dit moment intensief agrarisch in gebruik. Het is niet aannemelijk dat hier beschermde soorten aanwezig zijn.
4.10
Niet gesprongen explosieven
In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers en andere munitie in de bodem te vinden. Gemeente Terneuzen hanteert voor de paragraaf Niet-gesprongen explosieven (NGE) het Historisch Vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018. Het terrein in Hoek valt, in relatie tot niet-gesprongen explosieven door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog, volgens de NGE-risicokaart niet in een aanwijsbaar risicogebied. De trefkans van munitie is daardoor klein. Bij aantreffen van munitie wordt ingezet op het handelen op basis van het protocol 'Toevalstreffer conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog'. Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er is geen vervolgonderzoek naar conventionele explosieven vereist.
4.11
Verkeer en parkeren
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Parkeren De parkeernorm wordt bepaald aan de hand van de door de gemeenteraad van Terneuzen vastgestelde geactualiseerde parkeernormen (september 2019), zoals opgenomen in de parkeernota 2015-2020, en de facetbestemmingsplan 'Parkeren Terneuzen'. De locatie Windlust II valt op dit moment binnen het gebiedstype 'buitengebied'. Echter, de gewenste ontwikkeling ligt tegen de komgrens van Hoek aan. Bovendien is het aannemelijk dat de gewenste ontwikkeling na realisatie onderdeel is van de bebouwde kom. Om die reden is uitgegaan van het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. De gemeente Terneuzen heeft als stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk'. In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte inzichtelijk gemaakt aan de hand van het programma. Voor de parkeernormen is uitgegaan van de gemiddelde parkeernorm. De reguliere woningen zijn onderverdeeld in koopwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en koopwoningen vrijstaand. De parkeerbehoefte voor de zorgwoningen is uitgerekend aan de hand van de cijfers voor een huurappartement, eenpersoonshuishoudens.
De multifunctionele accommodatie is onderverdeeld in de functies school, sporthal/gym, kinderdagverblijf (incl. bibliotheek), welzijnsaccommodatie (dorpshuis) en diverse zorgfuncties van ZorgSaam. Voor de school is uitgegaan van basisonderwijs en 160 leerlingen waarvan gemiddeld 20 leerlingen per klas en 10/12 personen aan personeel. De parkeerbehoefte van de sporthal/gymzaal zal in de praktijk onbenut blijven, omdat deze hoofdzakelijk wordt gebruikt door de basisschool en het kinderdagverblijf. De parkeerbehoefte van de sporthal/gymzaal hoeft daarom niet meegenomen te worden in de totale parkeerbehoefte. Voor een welzijnsaccommodatie (dorpshuis) met een sociaal-culturele functie bestaan geen standaard kencijfers. Hiervoor is aansluiting gevonden bij een 'buurt- en dorpscentrum'. Echter wordt hieronder verstaan een (ondersteunend) winkelgebied. Daar is hier geen sprake van. Om die reden is het kencijfer gehalveerd. Dit
Juust
46/424 40
Hoek, Windlust II
komt in de buurt van kencijfers voor een 'cultureel centrum/wijkgebouw' uit andere vergelijkbare gemeentelijke parkeerbeleidsplannen. Dat sluit meer aan bij de werkelijke situatie aangezien het dorpshuis bedoeld is voor de inwoners van Hoek waarbij het gebruik van de auto niet voor de hand liggend is. Voor de diverse zorgfuncties is uitgegaan van twee kantoorruimtes en een vergaderruimte. Het gaat om een kantoor zonder baliefunctie. Voor de volkstuinen is uitgegaan van 50 m² per volkstuin. Classificatie Omvang/aantal Parkeernorm Koop, huis, 8 2,2 twee-onder-een-kap Koop, huis, vrijstaand 4 2,3 Huur, appartement, 64 1,2 eenpersoonshuishoudens School (basisonderwijs) 1.006 m² bvo/ 160 0,75 per leslokaal leerlingen (20 per klas) Kinderdagverblijf 247,5 m² 1,4 per 100 m² Bibliotheek 247,5 m² 1,15 per 1oo m² Welzijnsaccommodatie 464 m² bvo 4 per 100 m² / 2 (dorpshuis) Diverse zorgfuncties 120 m² bvo 2,55 per 100 m² Volkstuinen 1.500 m² 1,35 per 10 tuinen Totaal
Parkeerbehoefte 17,6 9,2 76,8 6 3,5 2,9 9,3 3 4,1 132,4 (133)
In totaal zijn er afgerond 133 parkeerplaatsen voor lang parkeren nodig. Hiervan zijn afgerond 17 parkeerplaatsen bestemd voor bezoekers van bewoners. De parkeerbehoefte bij basisscholen en kinderdagverblijven bestaat naast het parkeren voor het personeel (zie bovenstaande tabel) vooral uit parkeerplaatsen voor het halen en brengen van de kinderen. Voor het halen en brengen van de kinderen wordt afzonderlijke parkeercapaciteit (kort parkeren) gerealiseerd. Hiervoor zijn in totaal 23 parkeerplaatsen benodigd (zie onderstaande tabel). Classificatie
Groep 1-4 Groep 5-8 Kinderdagverblijf Totaal
% halen en Reductiefactor Reductiefactor Aantal Aantal brengen met parkeerduur aantal parkeerplaat kinderen de auto kinderen sen per kind per auto 40% 0,50 0,75 0,15 80 20% 0,25 0,85 0,042 80 65% 0,25 0,75 0,121 65
Parkeer behoefte kort parkeren 12 3,4 7,9 23,3
Voor het MFA (basisschool, kinderdagverblijf, sporthal, bibliotheek, welzijnsaccommodatie en diverse zorgfuncties) is een parkeerbehoefte van in totaal afgerond 48 parkeerplaatsen. In het plan is aan de westzijde van de MFA een parkeerterrein voorzien van maximaal 74 parkeerplaatsen. Bij de reguliere koopwoningen kan (grotendeels) geparkeerd worden op eigen terrein. Voor de zuidelijk gelegen appartementen is een parkeerterrein beoogd van 25 parkeerplaatsen. Voor de meest centraal gelegen zorgappartementen is een parkeerterrein voorzien van 52 parkeerplaatsen. Indien op dit terrein een tekort ontstaat aan parkeergelegenheid dan is theoretisch nog parkeerruimte op het zuidelijke gelegen parkeerterrein. Voor de volkstuinen is geen apart parkeerterrein voorzien. In totaal wordt voorzien in 179 parkeerplaatsen en voldoet het aan de totale behoefte van 156 parkeerplaatsen. Hierbij is uitgegaan dat alle functies 100% bezet zijn op dezelfde momenten (worstcase). Bovendien kan dubbelgebruik plaatsvinden waardoor het aantal benodigde parkeerplaatsen lager uitvalt. Bij de aanvraag
Juust
47/424 41
Hoek, Windlust II
omgevingsvergunning voor het bouwen kan hier rekening mee worden gehouden om onnodige overschot te voorkomen. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is bepaald aan de hand van de CROW-publicatie 381 'toekomstbestendig parkeren'. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is eveneens uitgegaan van het gebiedstype 'rest bebouwde kom' en stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk'. Classificatie Gemiddelde verkeersgeneratie Koop, huis, twee-onder-een-kap 7,8 per woning Koop, huis, vrijstaand 8,2 per woning Huur, appartement, 2,6 per woning eenpersoonshuishoudens School (basisonderwijs) Kinderdagverblijf 35,5 per 100 m² bvo Bibliotheek 10,6 per 100 m² Welzijnsaccommodatie (dorpshuis) 23,4 per 100 m² bvo Diverse zorgfuncties 19,05 per behandelkamer Volkstuinen 1,2 per 10 tuinen Totaal
Totale verkeersgeneratie 62,4 32,8 166,4 216 87,9 26,3 108,4 10,5 3,6 714,3 (715)
Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van de basisschool zijn aannames gedaan, omdat er in de CROW-publicatie 381 'toekomstbestendig parkeren' geen gegevens bekend zijn over de verkeersgeneratie van een basisschool. Om inzicht te krijgen in de verkeersgeneratie is aangenomen dat de helft van het totaal aantal leerlingen van 160 in de onderbouw zitten. Hiervan is de schatting dat 40% met de auto wordt gebracht. Van de leerlingen van de bovenbouw wordt verwacht dat 20% met de auto wordt gebracht. Uitgaande van twee momenten per dag (brengen en halen) bedraagt de verkeersgeneratie voor de onderbouw 128 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Voor de bovenbouw is 64 motorvoertuigbewegingen per etmaal te verwachten. Op basis van 12 personen aan personeel is uitgegaan van 24 verkeersbewegingen. Uitgaande van heen en terug en tussentijdse verkeersbewegingen niet plaatsvinden. In totaal is voor de school een verkeersgeneratie van 216 motorvoertuigbewegingen per etmaal te verwachten. De andere leerlingen komen op de fiets of te voet. Dat betreft 112 leerlingen die heen en terug 224 verkeersbewegingen veroorzaken. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van het dorpshuis is gerekend met de minimale verkeersgeneratie vanwege de verschillende verbindingen, bedoeld voor langzaam verkeer (voet- en fietspad) met de naastgelegen woonwijk.
Het is meer vanzelfsprekend dat de gebruikers van het dorpshuis, bewoners uit voornamelijk Hoek, te voet of met de fiets gaan. Ook vanwege de ontsluitingsweg voor gemotoriseerd verkeer die gelegen is aan de zuidkant van het plangebied. Het kencijfer is daarnaast gehalveerd zoals eerder geredeneerd. De totale verkeersgeneratie van de MFA is afgerond 354 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale verkeersgeneratie van de totale ontwikkeling is afgerond 715 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Ontsluiting Fietsers en voetgangers worden door middel van langzame verbindingen, via Omloop, Windlustlaan en de Molendreef, gestuurd. Het gemotoriseerd verkeer wordt afgewikkeld via de Koudepolderstraat. Zodoende worden de verkeersstromen zoveel mogelijk gespreid. De totale verkeersgeneratie van motorvoertuigen beweegt via de Koudepolderstraat in oostelijke richting naar de Hoekseweg (N682). In westelijke richting is niet mogelijk voor motorvoertuigen, omdat deze weg dood loopt. Het is daarmee geen doorgaande weg en enkel bedoeld voor bestemmingsverkeer. Op dit moment is het als een erftoegangsweg ingericht met een huidige gemiddelde intensiteit van 500/600 motorvoertuigen per etmaal. Volgens de landelijke richtlijnen van de CROW heeft een dergelijke weg een maximale intensiteit van
Juust
48/424 42
Hoek, Windlust II
5.000 motorvoertuigen per etmaal vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en leefbaarheid. Bovendien op het drukste uur van de dag rijdt er naar verwachting 10% van de totale verkeersgeneratie over deze weg. Dit extra verkeer heeft daarom naar verwachting geen nadelige gevolgen voor de infrastructuur.
4.12
Water
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening een waterkering. Wel bevindt het plangebied zich in de houden met de daarvoor benodigde ruimte. beschermingszone van secundaire watergangen. Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
In de huidige situatie bestaat het plangebied volledig uit agrarische gronden en daarmee geheel onverhard. In de toekomstige situatie is naar schatting 5.570 m² aan dakoppervlak te verwachting. Aan dichte bodemverharding (wegen, paden, speelkooi, schoolplein) is 11.175 m² te verwachten. Aan doorlatende bodemverharding (parkeren in het groen) is 1.350 m² geschat. Gezamenlijk komt dit neer op een totaal van 18.095 m². Dat betekent een waterbergingsopgave van afgerond 1.358 m³ (18.095 x 0,075). Dit geeft met een maatgevende regenbui (T= 100, een waterstand tot NAP -1.18m) een wateroppervlakte van 5.000 m². Binnen het plangebied zijn meerdere mogelijkheden om de waterbergingsopgave te realiseren. In het verlengde van de Windlustlaan wordt in ieder geval een nieuwe waterberging/watergang gerealiseerd (zie paragraaf 2.1.2 Toekomstige situatie).
Juust
49/424 43
Hoek, Windlust II
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het huishoudelijk afvalwater (DWA) wordt gescheiden Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ van het hemelwater (HWA) en afgevoerd naar het RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. rioolstelsel. Het hemelwater (HWA) kan eventueel ook Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in oppervlakkig afstromen naar de secundaire verband met de reductie van hydraulische belasting van watergangen aan de zuid- en westzijde van het de RWZI, het transportsysteem en het beperken van plangebied. Deze watergangen blijven behouden. Wel overstorten. dient dan te worden nagegaan of de vijver voldoende bergings- en infiltratiemogelijkheden heeft, anders dient een overstortmogelijkheid te worden onderzocht. Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. Er wordt eventuele grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen voorkomen door het realiseren van de van klimaatverandering. Beschermen van waterberging(en) en bijvoorbeeld zoveel mogelijk infiltratiegebieden en –mogelijkheden. groen toe te passen (doorlatende bodemverharding t.b.v. parkeren). Grondwaterkwaliteit De grondwaterkwaliteit zal als gevolg van de Behoud of realisatie van een goede ontwikkeling niet verslechteren. Er worden duurzame grondwaterkwaliteit.
Denk aan materialen toegepast. grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit Het regenwater wordt gescheiden getransporteerd Behoud of realisatie van goede naar het oppervlaktewater (oppervlakkig of via een oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht regenwaterriool). Er zal geen gebruik worden gemaakt van het watersysteem. Toepassing van de trits van uitloogbare materialen. Er zijn (daardoor) geen schoonhouden, scheiden, zuiveren. nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te verwachten. Volksgezondheid Waar redelijkerwijs mogelijk, worden langs waterlopen Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en flauwe (en natuurvriendelijke) oevers aangelegd. plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Er wordt geen grondwater onttrokken en hemelwater Voorkomen van maatregelen die (extra) wordt zoveel als mogelijk op het terrein teruggevoerd. maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden Bodemdaling wordt dan ook niet verwacht. kunnen veroorzaken. Natte natuur Met de gewenste ontwikkeling worden waardevolle Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en wateren en natte natuur niet aangetast, maar kan zicht natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. juist ontwikkelen.
Onderhoud oppervlaktewater Bij de inrichting van oppervlaktewater en oevers word Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden rekening gehouden met het onderhoud ervan. worden. Rekening houden met obstakelvrije Onderhoud van de oppervlaktewateren is een gedeelde onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande verantwoordelijkheid van het waterschap en de (hout)beplanting. gemeente. Binnen de onderhoudsstrook van 5 meter langs de secundaire watergangen worden geen gebouwen/bouwwerken, beplanting en/of andere obstakels geprojecteerd. Het onderhoud wordt hierdoor niet belemmerd. Andere belangen waterbeheer
Juust
50/424 44
Hoek, Windlust II
Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing)
4.13
In het plangebied zijn geen gronden en objecten van het waterschap gelegen.
Niet van toepassing.
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan betreft de activiteit genoemd in onderdeel D11.2: ''De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen''.
Een 'formele' besluit-m.e.r.-beoordeling is dan vereist, indien sprake is van een van de aangewezen besluiten in kolom 4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r en indien sprake is van een geval zoals opgenomen in kolom 2. Voor betreffende activiteit is sprake van een dergelijk geval indien de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen. De gewenste ontwikkeling ligt ruim onder de drempelwaarde(n). Een vormvrije m.e.r-beoordeling is dan noodzakelijk. Hiervoor is aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 5). Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling (en voorgaande paragrafen) blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.14
Conclusie
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Juust
51/424 45
Hoek, Windlust II
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Met het realiseren van de kleine woonwijk is er sprake van een bouwplan zoals hierboven bedoeld. Voor de gehele ontwikkeling is een globale grondexploitatie opgesteld. De kosten hiervoor zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Op 27 oktober 2022 heeft het Waterschap een reactie gestuurd over de aan te leggen waterberging, bestaande westelijke gelegen waterloop en onderhoudsstroken. De watertoets is hierop aangepast, zie paragraaf 4.12 Water. Op 26 oktober 2022 heeft de provincie aangegeven om dit plan op te nemen in de planmonitor wonen en de stikstofberekening te actualiseren. De stikstofberekening is uitgevoerd na 26 januari 2023. Op 8 november 2022 heeft de Veiligheidsregio een advies gegeven. De paragraaf 4.5 Externe veiligheid is hierop aangepast en aangevuld. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 13 april tot en met 24 mei 2023.
Gedurende deze termijn zijn 7 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn tijdig (binnen de termijn) kenbaar gemaakt. De zienswijzen zijn dan ook ontvankelijk. Voor de beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar bijlage 6. Verder is een aantal ambtshalve wijzigingen aangebracht.
Juust
52/424 46
Hoek, Windlust II
Goessestraatweg 17A, 4421 AD, Kapelle +31 (0) 85-9020222 • info@juust.nl
juust.nl 53/424
Hoek, Windlust II Bestemmingsplan Vastgesteld adviseurs • ingenieurs • openbare ruimte 54/424
COLOFON Documentgegevens Titel Projectnummer Datum Status IMRO Gemeente
Hoek, Windlust II 000712 28 september 2023 vastgesteld NL.IMRO.0715.BPHK02-VG01 Terneuzen
Opdrachtnemer Naam Adresgegevens
Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle
Auteur(s) Contactgegevens
55/424
Hoek, Windlust II
56/424
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Laddertoets
4
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
25
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
137
Bijlage 4
Stikstofberekening
249
Bijlage 5
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
285
Juust
57/424 2
Hoek, Windlust II
Bijlagen bij toelichting
Juust
58/424 3
Hoek, Windlust II
Bijlage 1 Laddertoets
Juust
59/424 4
Hoek, Windlust II
60/424
61/424
62/424
63/424
64/424
65/424
66/424
67/424
68/424
69/424
70/424
71/424
72/424
73/424
74/424
75/424
76/424
77/424
78/424
79/424
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
Juust
80/424 25
Hoek, Windlust II
81/424
82/424
Project:
Verkennend bodemonderzoek, Windlust te Hoek
Kenmerk:
LV/402713/24-02-2023/Versie 02
INHOUD 1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 4
2.
VOORONDERZOEK .......................................................................................................... 5
3.
4.
5.
2.1.
Algemeen ................................................................................................................................. 5
2.2.
Situatiebeschrijving .................................................................................................................. 5
2.3.
Bodeminformatie ...................................................................................................................... 6
2.4.
Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................... 6
2.5.
Voormalig en huidig bodemgebruik.......................................................................................... 6
2.6.
Locatie-inspectie ...................................................................................................................... 7
2.7.
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................ 7
2.8.
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksopzet ....................................................................... 8
VELDONDERZOEK ............................................................................................................ 9 3.1.
Voorbereiding........................................................................................................................... 9
3.2.
Uitgevoerde veldwerkzaamheden ............................................................................................ 9
3.3.
Resultaten veldonderzoek...................................................................................................... 10
CHEMISCH ONDERZOEK ............................................................................................... 11 4.1.
Analyseprogramma ................................................................................................................ 11
4.2.
Toetsingskader en toetsingsresultaten .................................................................................. 13
4.3.
Resultaten laboratoriumonderzoek ........................................................................................ 14
4.4.
Interpretatie onderzoeksresultaten ......................................................................................... 17
4.5.
Toetsing hypothese ................................................................................................................ 18
Conclusies en aanbeveling ............................................................................................... 19
BIJLAGEN 1.
Regionale ligging
2.
Situatietekening
3.
Profielbeschrijv
4.
Analysecertificaten
5.
Getoetste analy
6.
Foto’s
7.
Kwaliteitsborging
aten
83/424
© Buro Antares b.v., Aventurijn 600, NL-3316 LB DORDRECHT, Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT
Pagina 3 van 18
Project:
Verkennend bodemonderzoek, Windlust te Hoek
Kenmerk:
LV/402713/24-02-2023/Versie 02
1.
INLEIDING In opdracht van de gemeente Terneuzen is door Buro Antares een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Windlust te Hoek. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. Aanleiding en doel De aanleiding tot het onderzoek komt voort uit de voorgenomen ontwikkeling van de locatie (multifunctionele
accommodatie
(MFA),
woningbouw
inclusief
parkeerplaatsen
en
een
volkstuinencomplex). Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit. Onderzoeksopzet Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN 5740+A1 van april 2016. Op verzoek van de gemeente wordt van het noordelijk deel (in verband met een in het verleden uitgevoerd bodemonderzoek) alleen de bovengrond onderzocht. Voor het zuidelijk deel is vanwege de uitkomsten van het vooronderzoek uitgegaan van onverdachte locatie (ONV-NL) waarbij wel extra aandacht wordt geschonken aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen in verband met het huidig gebruik als volkstuin en de vermoedelijke gedempte waterpartij. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de kwaliteitsborging welke in bijlage 7 is opgenomen. Inhoud rapport In voorliggend rapport zijn de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek beschreven. Het bodemonderzoek is vooraf gegaan door een vooronderzoek volgens de NEN 5725 van oktober 2017. Het vooronderzoek en de opzet van het onderzoek is uitgewerkt in hoofdstuk 2. De uitvoering van het bodemonderzoek, de interpretatie van het veldonderzoek is opgenomen in hoofdstuk 3. Aansluitend wordt in hoofdstuk 4 het laboratoriumonderzoek besproken. Het rapport wordt in hoofdstuk 5 afgesloten met conclusies en aanbevelingen.
84/424
© Buro Antares b.v., Aventurijn 600, NL-3316 LB DORDRECHT, Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT
Pagina 4 van 18
Project:
Verkennend bodemonderzoek, Windlust te Hoek
Kenmerk:
LV/402713/24-02-2023/Versie 02
2.
VOORONDERZOEK
2.1.
Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN 5725 van oktober 2017 (strategie A uit tabel 1). Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek is een hypothese opgesteld omtrent het al dan niet aanwezig zijn van een bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie. Bij het vooronderzoek is informatie verzameld over het voormalige en huidige gebruik van de locatie en de directe omgeving. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct rond deze locatie gelegen percelen. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Informatie van de opdrachtgever; Verstrekte bodeminformatie en topografische kaarten; Digitaal geraadpleegde informatiebronnen via: o
www.topotijdreis.nl
o
www.dinoloket.nl
Een terreininspectie voorafgaand aan het bodemonderzoek. De resultaten van het vooronderzoek en de interpretatie zijn in navolgende paragrafen gepresenteerd. Op basis van de beschikbare voorinformatie is in paragraaf 3.2 het onderzoeksprogramma uitgewerkt.
2.2.
Situatiebeschrijving Het noordelijk deel van de onderzoekslocatie betreft een agrarisch perceel en is volledig onverhard. Het zuidelijk deel is gedeeltelijk in gebruik als volkstuin en gedeeltelijk grasland. Op de locatie zijn diverse opstallen aanwezig. Het plangebied betreft de volgende kadastrale percelen: Kad. gemeente Terneuzen, sectie U, perceelnummer 1170 (32.324 m²); Kad. gemeente Terneuzen, sectie U, perceelnummer 1169 (400 m²); Kad. gemeente Terneuzen, sectie U, perceelnummer 1208 (deels, ongeveer 185 m²); Kad. gemeente Terneuzen, sectie U, perceelnummer 1209 (deels, ongeveer 1.000 m²); Kad. gemeente Terneuzen, sectie I, perceelnummer 3173 (1.095 m²); Kad. gemeente Terneuz
,
, perceelnummer 3350 (deels, ongeveer 8.000 m²);
Kad. gemeente Terneuzen, sectie I, perceelnummer 3614 (185 m²); Kad. gemeente Terneuz
,
e I, perceelnummer 3772 (1.100 m²).
De rijksdriehoekscoördinaten van een centraal punt binnen de onderzoekslocatie zijn X= 42.478, Y= 370.018. De onderzoekslocatie heeft een oppervlak van ca. 44.290 m². De regionale ligging van de locatie wordt weergegeven in bijlage 1.