2023-09-13 a. vaststellen (gewijzigd) bestemmingsplan Hoek, Windlust II - ontwerpbesluit
Tekst van het document
85/424
© Buro Antares b.v., Aventurijn 600, NL-3316 LB DORDRECHT, Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT
Pagina 5 van 18
86/424
87/424
Project:
Verkennend bodemonderzoek, Windlust te Hoek
Kenmerk:
LV/402713/24-02-2023/Versie 02
2.8.
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksopzet Op basis van het vooronderzoek en de locatie-inspectie is een hypothese opgesteld rekening houdend met het al dan niet aanwezig zijn van bodemverontreinigingen op de te onderzoeken locatie. De
verzamelde
informatie geeft geen aanwijsbaar geval
van
bodemverontreiniging op
de
onderzoekslocatie aan. Ook wordt niet verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Op verzoek van de gemeente wordt van het noordelijk deel (in verband met een in het verleden uitgevoerd bodemonderzoek) alleen de bovengrond onderzocht. Voor het zuidelijk deel is vanwege de uitkomsten van het vooronderzoek uitgegaan van onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) waarbij wel extra aandacht wordt geschonken aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen in verband met het huidig gebruik als volkstuin en de vermoedelijke gedempte waterpartij.
88/424
© Buro Antares b.v., Aventurijn 600, NL-3316 LB DORDRECHT, Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT
Pagina 8 van 18
Project:
Verkennend bodemonderzoek, Windlust te Hoek
Kenmerk:
LV/402713/24-02-2023/Versie 02
3.
VELDONDERZOEK
3.1.
Voorbereiding De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) en onderliggende protocollen 2001 en 2002. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de kwaliteitsborging welke in bijlage 7 is opgenomen. De analyses zijn uitgevoerd door het laboratorium van SGS te Hoogvliet welke door de overheid in het kader van het Besluit bodemkwaliteit erkend is voor deze werkzaamheden. De voorbewerking en de analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd conform het accreditatieprogramma AS3000. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben.
3.2.
Uitgevoerde veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden in het kader van het bodemonderzoek zijn op 11 januari 2023 uitgevoerd door de erkende medewerker de heer N.R. Luksen. De bemonstering van het grondwater is op 20 januari 2023 uitgevoerd door de heer N.R. Luksen. In zijn algemeenheid heeft het veldonderzoek uit de volgende werkzaamheden bestaan:
Terreininspectie en visuele inspectie van het maaiveld;
Het verrichten van 61 boringen tot een diepte van maximaal 2,0 m-mv;
Het afwerken van 3 boorgaten met een peilbuis met een filterstelling van circa 1,5 tot 2,5 m.-
Tijdens de terreininspectie binnen het onderzoeksgebied en bij het uitvoeren van de boringen is
freatische grondwaterniveau. aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal;
Visuele beoordeling van de opgeboorde grond op textuur, kleur, bijmengingen, verontreinigingen en asbest;
Beschrijven van boorprofielen en monsterneming grond;
Het inmeten van de boorposities ten opzichte van een vast punt;
Het spoelen van de geplaatste peilbuizen;
Het bemonsteren van het grondwater na een rustperiode van tenminste één week.
In bijlage 2 is een locatietekening met de situering van de boorpunten opgenomen. In bijlage 3 zijn de boorbeschrijvingen opgenomen.
89/424
© Buro Antares b.v., Aventurijn 600, NL-3316 LB DORDRECHT, Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT
Pagina 9 van 18
90/424
91/424
92/424
Project:
Verkennend bodemonderzoek, Windlust te Hoek
Kenmerk:
LV/402713/24-02-2023/Versie 02
4.2.
Toetsingskader en toetsingsresultaten Wet bodembescherming De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming. Dit bestaat uit achtergrondwaarden, streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden (grond) staan beschreven in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit en de streefwaarden (grondwater) in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het ecosysteem. De interventiewaarden staan beschreven in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten zijn getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De analyseresultaten van de grond worden hierbij middels het gehalte lutum en organische stof (humus) van de bodem omgerekend naar een gestandaardiseerd gehalte. Ook de analyseresultaten van het grondwater worden omgerekend naar een gestandaardiseerde concentratie.
Achtergrondwaarden (AW) en streefwaarden (S) De achtergrondwaarden voor de grond en de streefwaarden voor het grondwater geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau aan. De achtergrond- en streefwaarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondconcentraties, of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. Tussenwaarden (T) De tussenwaarde zoals benoemd in onder meer de NEN5740 en de Regeling Uniforme Saneringen maakt geen onderdeel uit van de toetsing die noodzakelijk is vanuit de Circulaire Bodemsanering en Besluit bodemkwaliteit. De tussenwaarde ofwel het criterium voor nader onderzoek betreft het gemiddelde van achtergrond/streef- en interventiewaarde. Voor stoffen waarvoor geen achtergrond/streefwaarde is vastgesteld, word 1/2 (interventiewaarde) gehanteerd. De tussenwaarde komt overeen met een indexcijfer van 0,5 uit de BoToVa toetsing. Interventiewaarden (I) De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Indien de interventiewaarde voor grond een bodemvolume van 25 m³ of voor grondwater een bodemvolume van 100 m³ overschrijdt, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij concentraties beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging.
PFAS Door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn per 13 december 2021 voor PFAS toepassingsnormen voor hergebruik van grond en baggerspecie op landbodem opgenomen. De achtergrondwaarden kunnen voor heel Nederland worden toegepast, tenzij gebiedsspecifiek beleid is opgesteld. Concreet houdt dit in dat bij afzet van grond buiten de locatie de bovengrond en geroerde bodemlagen onderzocht dienen te worden op PFAS (PFOS, PFOA en andere PFAS) en GenX. Derhalve wordt de partij onderzocht op de aanwezigheid van PFAS-verbindingen. In afwijking van het handelingskader wordt GenX niet meegenomen, omdat de locatie niet verdacht is op GenX.
93/424
© Buro Antares b.v., Aventurijn 600, NL-3316 LB DORDRECHT, Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT
Pagina 13 van 18
94/424
95/424
96/424
97/424
98/424
Project:
Verkennend bodemonderzoek, Windlust te Hoek
Kenmerk:
LV/402713/24-02-2023/Versie 02
5.
Conclusies en aanbeveling In opdracht van de gemeente Terneuzen is door Buro Antares een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Windlust te Hoek. De aanleiding tot het onderzoek komt voort uit de voorgenomen ontwikkeling van de locatie (multifunctionele
accommodatie
(MFA),
woningbouw
inclusief
parkeerplaatsen
en
een
volkstuinencomplex). Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit. Op basis van het uitgevoerd bodemonderzoek wordt als volgt geconcludeerd:
De kleiige bovengrond van de locatie is (behoudens enkele zeer licht verhoogde gehalten in de baksteenhoudende kleiige bovengrond ter plaatse van boring 01) niet verontreinigd. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond aan de maximale samenstellingswaarde voor klasse achtergrondwaarde “altijd toepasbaar”;
De kleiige ondergrond van de locatie is niet verontreinigd. Indicatief getoetst aan het besluit bodemkwaliteit voldoet de bovengrond aan de maximale samenstellingswaarde voor klasse achtergrondwaarde “altijd toepasbaar”;
In de kleiige boven,- en ondergrond zijn lichte concentraties aan PFOA of PFOS vastgesteld. De gehalten bevinden zich beneden de toepassings-norm voor functieklasse “wonen” uit het handelingskader van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;
Het grondwater is, behoudens enkele verhoogde gehalten aan molybdeen en/of barium, niet
Zintuiglijk en analytisch is geen asbest aangetoond.
verontreinigd;
Conclusie Het onderzoek heeft voldaan aan de doelstelling. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Derhalve zijn geen factoren aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de voorgenomen ontwikkeling van de locatie. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het onderzoek een steekproef betreft. Aanbevolen wordt om bij werkzaamheden in de bodem (altijd) alert te zijn op zintuiglijke afwijkingen. Onderhavig onderzoek betreft geen partijkeuring. Indien bij mogelijk in de toekomst uit te voeren grondwerkzaamheden overtollige grond vrijkomt en afgevoerd dient te worden kunnen door de acceptant aanvullen kwaliteitsgegevens van de grond worden geëist. Buro Antares, Dordrecht, 24 februari 2023
99/424
© Buro Antares b.v., Aventurijn 600, NL-3316 LB DORDRECHT, Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT
Pagina 19 van 18
Project:
Verkennend bodemonderzoek, Windlust te Hoek
Kenmerk:
LV/402713/24-02-2023/Versie 02
BIJLAGE 1 Regionale ligging
100/424
© Buro Antares b.v., Aventurijn 600, NL-3316 LB DORDRECHT, Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT