2022-02-23 Bijlage 1 Toelichting Eglantiersweg met bijlagen
Tekst van het document
Stikstof: Aeriusberekening Gelet op de afstand tot N2000 gebieden is er als gevolg van de wijziging van de bestemming en de bouw van de woningen geen sprake van directe effecten (geluid, trilling, licht). Er is geen kans op significant negatieve effecten als gevolg van externe werking (stikstof als gevolg van verkeersbewegingen). Er is geen sprake van een toename van stikstof depositie op stikstofgevoelige habitats >0,00 mol/ha/jr. In de uitgevoerde berekening is een te hoge stikstofdepositie berekenend doordat in de berekening verkeer verder dan de Eglantiersdijk is opgenomen. Dat was niet nodig omdat het verkeer daar niet meer te onderscheiden is van het overige verkeer. De uitgevoerde berekening is hiermee een worst-case situatie. De uitgevoerde Aerius berekening is bijgevoegd in Bijlage 7. Beoordeling en conclusies Dit aspect levert geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling. Landschappelijke inpassing Aan de westzijde worden de woningen landschappelijk ingepast met een Haagbeuk haag met een hoogte van 3m. Naast deze haag worden nog 2 andere groenelementen ingetekend: een smalle haag aan de westzijde van perceel 3, en 3 solitaire bomen aan de westzijde daar van. Bij de smalle haag gaat de voorkeur uit naar veldesdoorn. Bij de 3 solitaire bomen aan linden of kersen. Het plan voor landschappelijke inpassing is bijgevoegd in bijlage 8.
Voor het realiseren en in stand houden van de landschappelijke inpassing wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer. Tevens is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen m.b.t. de landschappelijke inpassing.
4.7 Luchtkwaliteit Beleid en normstelling Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en 28
stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10, of indien een project in een specifiek aangeduide categorie valt (zoals woningbouw met één ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen). Het initiatief betreft het planologisch mogelijk maken van de bouw van 5 woningen. De uitvoering van het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit staat conform de Wm de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.8 Milieueffectrapportage Kader Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (Clijst). Voor elke activiteit is een drempelwaarde genoemd. Indien de drempelwaarde niet wordt behaald moet een zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ worden uitgevoerd waarin wordt nagegaan of er sprake is van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu die een formele m.e.r.beoordeling of een m.e.r. noodzakelijk maken. Bij woningbouw kan er sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in onder deel D 11.2, kolom 1: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' Als de ontwikkeling ook voldoet aan kolom 2 (de drempel), dan is er sprake van een m.e.r.-plicht. Dit is het geval als de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Blijft de ontwikkeling onder de drempel, dan is sprake van een informele m.e.r.-beoordeling. Dit wordt ook wel de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling genoemd.
29
Onderzoek De activiteiten die met het opstellen van het plan of besluit mogelijk worden gemaakt, voldoen niet aan de drempel van onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor de gevallen genoemd in kolom 3 en kolom 4 van onderdeel D geldt dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Deze toelichting levert de informatie voor de vormvrije m.e.r. beoordeling. Conclusie Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan worden geconcludeerd dat er geen m.e.r.beoordeling, planMER of besluitMER noodzakelijk is.
4.9 Milieuhinder bedrijven / Bedrijven en milieuzonering
Kader De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft een Handreiking Bedrijven en Milieuzonering uitgegeven. Deze handreiking geeft op systematische wijze informatie over ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Specifiek wordt ingegaan op het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving en van gevoelige functies nabij bedrijven. In de uitgave "Bedrijven en milieuzonering (2009)" is per bedrijfstype een globale indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Op basis van het aspect met de grootste afstand zijn de bedrijven in categorieën ingedeeld. De milieucategorie leidt in combinatie met een omgevingstype (rustige woonwijk of gemengd gebied) tot een bijbehorende richtafstand. Welke kolom gehanteerd moet worden in dus afhankelijk van de specifieke omgevingssituatie. Er moet tussen beoogde milieugevoelige objecten en milieuhinderlijke (bedrijfs)activiteiten voldoende afstand worden aangehouden ten einde een goede kwaliteit van het woon/recreatie/werk - en leefklimaat te waarborgen en beperken van de omliggende bedrijfsvoering te voorkomen. De richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of vergunningsvrij bouwen mogelijk is.
Dat geldt voor het omgevingstype rustige woonwijk of rustig buitengebied. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt kunnen gemotiveerd kleinere afstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Onderzoek In Magrette was de aanwezigheid van het houtbewerkingsbedrijf in de woonomgeving niet meer passend in verband met o.a. geluid en verkeersbewegingen. Na het vertrek van het bedrijf verdwijnt de bedrijfsbestemming en heeft het buurtschap alleen woonbestemmingen. Na de bestemmingswijziging is er geen sprake meer van een inrichting in het kader van de Wet Milieubeheer. Ten opzichte van het achterliggend akkerbouwbedrijf dienen richtafstanden aangehouden te worden. Voor akkerbouw en fruitteeltbedrijven (bedrijfsgebouwen) staan in de Handreiking Bedrijven en milieuzonering de volgende afstanden opgenomen: Geur 10m, Stof 10m, Geluid 30 m C, Gevaar 10 m. Categorie 2. 30
De kortste afstand van de te realiseren woningen tot de grens van het agrarisch bouwvlak bedraagt ongeveer 35 meter. De kortste afstand tot de bebouwing van het agrarisch bedrijf bedraagt ruim 90 meter. Hiermee kan er ook in zoverre een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen worden gerealiseerd. Spuitzone Vaste jurisprudentie van de Afdeling luidt dat wanneer het gaat om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, er geen wettelijke bepalingen bestaan over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen woningen. Er dient dus een belangenafweging plaats te vinden. De minimaal aan te houden afstand dient zodanig te worden gekozen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object kan worden gegarandeerd. De Afdeling acht een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, daarbij niet onredelijk. Een kortere afstand is mogelijk, mits daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag wordt gelegd. Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat moet worden beoordeeld of in het betreffende object, ter plaatse van de betreffende functie, mensen langdurig (kunnen) verblijven. Daarmee hebben zij een grotere kans op blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen.
Als dat het geval is, is doorgaans sprake van een gevoelig object. Op onderstaande kadastrale kaart zijn de omliggende percelen met kadastraal nummer zichtbaar. Aan de zuidwestkant van initiatieflocatie aan de Eglantiersdijk 1b is een akkerbouwbedrijf gevestigd.
Figuur8: ligging initiatieflocatie t.o.v. achterliggend agrarisch bedrijf (Ruimtelijke plannen.nl)
31
Figuur 9: positionering nieuwe woningen op het perceel
De aangrenzende percelen hebben de bestemming ‘agrarisch’ waarbij fruitteelt en vollegrondsteelt mogelijk is. Hierbij kan zowel neerwaarts al verticaal gespoten worden met gewasbeschermingsmiddelen. Vanwege de planologisch-juridische mogelijkheid voor fruitteelt wordt uitgegaan van het meest intensieve gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de fruitteelt: de teelt van appels en peren. Dit is het "worst case" scenario.
32
Binnen 50 meter van de nieuwe woon- en tuinbestemming ligt landbouwperceel Axel S 655 zoals weergegeven op onderstaande kaartuitsnede.
Figuur 10: achterliggend perceel met historisch teeltplan (Bron: BoerenBunder)
Het perceel heeft een oppervlakte van bijna 0,9 ha waarop de afgelopen jaren respectievelijk waspeen, gerst, uien, aardappelen en tarwe is geteeld. Er is geen reden om aan te nemen dat dat gebruik/teelt zal wijzigen naar de teelt van fruit. De feitelijk te verwachten spuitdrift is aanzienlijk minder dan bij de teelt van fruit. Uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen (Driftblootstelling van omstanders en omwonenden door boomgaardbespuitingen, Plant research international, Praktijkonderzoek Plant en omgeving – sector Fruit, PRI rapport 609 mei 2015) blijkt dat de drift (spuitnevel) afneemt naarmate de afstand toeneemt. Drift kan o.a. worden beperkt door driftbeperkende spuitdoppen te gebruiken. In deze rapportage wordt geconcludeerd: Ligt er langs de boomgaard oppervlaktewater en wordt er een minimaal DRT90 techniek op het perceel gebruikt dan is de benodigde afstand vanaf de laatste bomenrij 25 m in de kale boom situatie en 15 m in de volblad situatie. Deze afstand kan verkleind worden tot 15 m en 5 m voor respectievelijk de kale boom en volblad situatie door de aanwezigheid van een windhaag. Wordt een dubbele windhaag of houtwal of een wintergroene windhaag geplaatst dan is er zowel in de kale boom als de volblad situatie direct achter de haag of houtwal geen overschrijding van de huidblootstelling.
Op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden inmiddels aangescherpte driftbeperkende maatregelen op het perceel; meer driftbeperkende spuitdoppen en lagere spuitdruk. In de eerste 14 meter vanaf een watervoerende watergang zijn de eisen nog strenger. Hiermee wordt de driftblootstelling voor de omgeving verder beperkt. In deze specifieke situatie geldt tevens dat: •
• •
de omliggende percelen al jarenlang akkerbouwmatig in gebruik zijn. Bij gewasbeschermingsmiddelengebruik op akkerbouwpercelen treedt er minder verwaaiing van spuitvloeistof op dan bij de bespuiting van fruitbomen. Er ligt een sloot tussen de initiatieflocatie en het Agrarisch perceel op initiatieflocatie wordt op de perceelsgrens een emmissiescherm/windhaag ingeplant. 33
Conclusie Uit bovengenoemd onderzoek blijkt dat ook in geval er fruitteelt op het perceel zou plaatsvinden bij gebruikmaking van de verplichte driftreducerende technieken en de aanwezigheid van een windhaag en een sloot geen overschrijding direct achter de haag te verwachten is. De aanplant van een windhaag wordt opgenomen in het plan voor landschappelijke inpassing. In de anterieure overeenkomst wordt de aanleg en het onderhoud van de windhaag verplicht en gewaarborgd. Het initiatief wordt hiermee verantwoord geacht en er kan ook in zoverre een aanvaardbaar woonen leefklimaat ter plaatse van worden gerealiseerd.
4.10 Verkeer en parkeren Kader Zeeuws-Vlaanderen ligt tussen twee belangrijke oost-westverbindingen in. In Vlaanderen vormt de Expresweg de belangrijke schakel tussen Antwerpen en Brugge, terwijl in Zeeland de A58 de achterlandverbinding vormt voor Middelburg, Vlissingen en Goes met de Brabantse Stedenrij en Antwerpen. Door de aanleg van de Westerscheldetunnel in 2003 is een goede rechtstreekse verbinding gelegd met de A58. De aanleg van de Sluiskiltunnel onder het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de verdubbeling van de Tractaatweg (N62) leiden tot een optimale aansluiting op de Expresweg, waardoor in noord-zuidrichting de verbinding tussen de beide belangrijke oost-west verbindingen gecompleteerd wordt. Binnen Zeeuws-Vlaanderen is van oudsher wel een netwerk van oost-west georiënteerde wegen beschikbaar. In het provinciale wegencategoriseringsplan hebben de N258 van Axel naar Hulst en de N61 van Terneuzen naar Oostburg de status ‘gebiedsverbindende functie’ gekregen. De N61 is ingrijpend gereconstrueerd om de verkeersveiligheid te verhogen. De N290 van Terneuzen via Zaamslag naar Hulst is afgewaardeerd en heeft de status ’gebiedsontsluitende functie’. Alle kernen zijn via het onderliggende wegenstelsel op de hoofdinfrastructuur aangesloten.
Binnen de kernen is een regime ingericht met enkele hoofdroutes als 50 km zone en de rest is/wordt als verkeersveilige 30 km zone ingericht.
Figuur 11: Infrastructuur uit Structuurvisie 2025, gemeente Terneuzen
34
Het plan Magrette wordt ontsloten via de weg van Terneuzen, via Spui naar Axel, W -685, ter hoogte van Magrette ook Magrette genaamd. Initiatieflocatie is te bereiken via de Eglantiersdijk, een erftoegangsweg B. Op de huidige Eglantiersweg in de kom Magrette geldt een maximum snelheid van 30 km/h. Parkeren Kader Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De gemeente Terneuzen heeft hiervoor het facetbestemmingsplan parkeren vastgesteld op 7-2-2019 op dit moment gebaseerd op de parkeernormen 2020. Het plan Het plan behelst het slopen van de bestaande bedrijfsbebouwing van de houtzagerij Lefeber en het realiseren van 5 woningen, waarvan 4 twee-onder-een-kap woningen en één vrijstaande woning en aldus het wijzigen van de bestemming Bedrijf naar Wonen. Om de nieuwe woningen te ontsluiten zal de Eglantiersweg worden doorgetrokken waarmee een goede ontsluiting wordt gerealiseerd voor de nieuwe woningen maar ook voor de bestaande woningen aan de Eglantiersweg 5 en 7 die tot op heden alleen bereikbaar waren via het bedrijfsterrein. Op de planlocatie zal op de verbeelding ook een bestemming Verkeer worden opgenomen. Voor de te realiseren weg is een ontwerp gemaakt op basis van de geldende CROW normen voor grote voertuigen, zoals vuilniswagen en hulpvoertuigen. De wegbreedte bedraagt tenminste 5 m.
In de bocht ter hoogte van nummer 22 worden doorgroeistenen geplaatst. Ter hoogte van de nieuwe woningen wordt een rabatstrook van 2,4 m gerealiseerd ten behoeve van het parkeren en keren voor bezoekers en bewoners. Tevens kunnen de bewoners parkeren op eigen terrein. Op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid is een berekening gemaakt van de benodigde parkeerplaatsen. Deze zijn verwerkt in onderstaande tabel en vervolgens op de situatieschets en de verbeelding. Benodigd
vrijstaand 4 x 2 onder één kap
Aantal parkeerplaatsen o.b.v. parkeernormen 2020 2.3 4 x 2,2 = 8,8 11,1
Plan berekeningsaantal (tussen haakjes feitelijk) Op eigen terrein Op rabatstrook Totaal parkeerplaatsen
1,7 (2) 2 x 1 + 2 x 1,7 (4 x 2)
1 4
2,7 (3) 9,4 (12)
7,1 (10)
5
12,1 (15)
35
Figuur 12: ontwerp nieuw deel Eglantiersweg bij nieuwe woningen
Het plan voldoet hiermee ruimschoots aan de geldende parkeernormen.
Figuur 13: wegontwerp bocht
36
Aan de bewoners van Eglantierswerg 22 wordt een aantal m2 grond overgedragen. Het is van belang dat deze gronden niet tot de grens van de weg met hoge bebouwing of beplanting worden ingericht. Dit in verband met stedenbouwkundige aandachtspunten en de verkeersveiligheid t.a.v. het overzicht op de bocht. Daarom is op de verbeelding de beperking opgenomen dat er tot 1 m uit perceelsgrens beplanting en bouwwerken tot max 1 m hoog gerealiseerd mag worden. Conclusie Het plan zorgt voor een verbetering van de verkeerssituatie ter plaatse en voldoet aan de gestelde parkeernormen. Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het plan.
4.11 Water Kader De watertoets is een belangrijk instrument om te verzekeren dat de waterhuishouding vanaf het begin van de planvorming integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Met name het vasthouden, bergen en afvoeren van regenwater is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn gemeenten verplicht om bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg te plegen met de besturen van de betrokken waterbeheerder (artikel 3.1.6 Bro). In de toelichting bij het ruimtelijk plan dient voorts een waterparagraaf te worden opgenomen. Deze waterparagraaf moet een beschrijving bevatten van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het betreffende ruimtelijke plan voor de waterhuishouding en vormt de schriftelijke weerslag van de watertoets. Het waterkwantiteitsbeheer en waterkwaliteitsbeheer is in handen van het Waterschap Scheldestromen, de verantwoordelijkheid voor het rioolstelsel ligt bij de gemeente Terneuzen. Onderzoek De waterparagraaf is opgesteld naar de eisen van het Waterschap. In het kader van de afstemming met de ruimtelijke ordening zijn in het Omgevingsplan van de provincie Zeeland waterkansenkaarten opgesteld voor onder andere stedelijke functies. Deze kaarten zijn beschikbaar via de provinciale website.
Aan deze kaart zijn voor het betreffend plangebied gelegen aan de Eglantiersweg in Axel de volgende gegevens te ontlenen.
Figuur 14: Waterkansenkaart provincie Zeeland; bodemtype plaatgrond
37
Figuur 15: Waterkansenkaart provincie Zeeland, infiltratiemogelijkheden stedelijke ontwikkeling: Ruim
De achterliggende sloot wordt leggerwater categorie secundair. De sloot wordt in het geheel om niet overgedragen aan het waterschap. Het onderhoud zal plaatsvinden vanaf het perceel van de heer Steendijk, dit wordt notarieel vastgelegd. De uitkomende stoffen worden aan die zijde ontvangen. Deze waterloop zal in afstemming met het waterschap door initiatiefnemer worden geherprofileerd. Voor het herprofileren van de waterloop en het maken van werken (zoals lozingspunten hemelwaterafvoeren en beplanting) binnen de beschermingszone ( tot 7 m uit de insteek) vraagt initiatiefnemer een watervergunning aan bij het Waterschap. De Watertoetstabel is bijgevoegd in Bijlage 9. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling.
4.12 Cultuurhistorie Kader Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Hiermee is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De gemeente Terneuzen heeft een cultuurhistorische waardenkaart vastgesteld. Deze is gebaseerd op de handreiking Landschap van de Provincie Zeeland en de structuurvisie Terneuzen 2025. Daarin zijn ruimtelijke strategieën voor het grondgebied van Terneuzen aangegeven. De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen omvat 3 hoofdstrategieën: “Behoud”, “Behoud door ontwikkeling” en “vernieuwing mogelijk”. Daarnaast omvatten de kaartbladen “Behoud” en “behoud door ontwikkeling informatie over aardkundig waardevolle gebieden, landschapstypen, water- en cultuurhistorische waterstaat, bebouwing en dorpen, beplanting, cultuurhistorische elementen en monumenten.
38
Het plan Uit het kaartblad voor de hoofdstrategie “Behoud” blijkt de ligging van het plangebied grenzend aan het aardkundig waardevol gebied “Otheense kreek” waarvan de Nieuw Eglantierspolder deel uitmaakt. Het plan tast deze waarden niet aan omdat het plan wordt begrensd door de dijk en de dijk zelf verder ook onaangetast blijft. Binnen de hoofdstrategie is voor het plangebied verder geen nadere aanduiding gegeven ten aanzien van de strategieën behoud of bescherming.
Figuur 16; Kaartuitsnede Cultuurhistorische waardenkaart kaartblad behoud; Initiatieflocatie in blauwe cirkel
Uit het kaartblad voor de hoofdstrategie “Behoud door ontwikkeling” is de nadere aanduiding verbreden vermeld. Dit houdt in dat de gemeente ontevreden is over huidige monofunctionaliteit en initiatiefnemers faciliteert dat nieuwe functies worden toegevoegd gecombineerd met kwaliteitsverbetering. Het initiatief om de bestaande verouderde bedrijfspanden te slopen in combinatie met een herontwikkeling naar de nieuwe functie wonen met een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte past dan ook prima binnen deze strategie.
39
Figuur 17: Kaartuitsnede Cultuurhistorische waardenkaart kaartblad behoud door ontwikkeling; initiatieflocatie in blauwe cirkel
Uit het kaartblad voor de hoofdstrategie “vernieuwing mogelijk” blijkt dat er geen nadere aanduiding is vermeld ten aanzien van de strategieën herstructureren, transformeren of ontwikkelen.
Figuur 18: Kaartuitsnede Cultuurhistorische waardenkaart kaartblad vernieuwing mogelijk; initiatieflocatie in blauwe cirkel
Conclusie De invulling van het plangebied met 5 woningen doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden. De woningen liggen op ruime afstand van de historische bebouwing. De woningen liggen ‘verscholen’ door de situering achter de Eglantiersdijk waarop hoog opgaande beplanting aanwezig is. De nieuwe woningen zijn verder landschappelijk ingepast door een groenblijvende haag aan de westzijde en een groenblijvende afscheiding aan de noordzijde van de geplande woningen. De aanleg van de nieuwe ontsluitingsroute van het plangebied die aansluit op de gebiedsontsluitingsweg Eglantiersdijk heeft geen gevolgen voor de planologisch beschermde dijk. De bestaande dijkcoupure blijft ongewijzigd.
4.13 Archeologie Kader
Verdrag van Valetta In 1992 werd het Europese Verdrag van Valetta (Malta) door de lidstaten ondertekend. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed, dat zich in de bodem bevindt, beter te beschermen. De drie belangrijkste bepalingen daarbij zijn het behoud in situ, een goede en vroegtijdige inpassing in het ruimtelijke ordening(proces) en het verstoorder betaalt principe. Erfgoedwet Met de komst van de (herziene) Wet op de archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007, de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 is de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed in grote mate gedecentraliseerd en verschoven van Rijk en provincie naar de gemeenten. Gemeenten 40
worden verantwoordelijk gehouden voor de omgang met archeologische waarden. Daartoe dienen gemeenten een eigen archeologiebeleid te voeren en te verankeren in de ruimtelijke ordening. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht die een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk moet maken. Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente Terneuzen beschikt sinds 27 januari 2011 over een gemeentelijk interim-beleid archeologie: “De onderste steen boven?”. Dit interim-beleid is in 2017 geactualiseerd. Procedures bij de advisering in het kader van ruimtelijke plannen en de toetsing van volgens de gemeentelijke Erfgoedverordening vergunningplichtige gevallen zullen gebaseerd zijn op een (door de gemeente) uit te voeren toets. Om inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingswaarde van een gebied of locatie wordt aan 5 criteria getoetst: de Archeologische Monumentenkaart (AMK), de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW), Archis, het Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA) en de bodemopbouw. Een en ander is uitgewerkt in het stroomschema onderzoeksplicht archeologie. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen en vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening is deze toets het uitgangspunt voor de beoordeling.
Wanneer in een bestemmingsplan van de gemeente Terneuzen een dubbelbestemming Waarde-Archeologie wordt opgenomen, vormt de toets uit het gemeentelijk archeologiebeleid hiervoor de basis. De toets is opgenomen in Bijlage 10. Conclusie In het bestemmingsplan hoeft geen planologische bescherming voor archeologie te worden opgenomen. Ter plaatse van de dijkcoupure blijft in dit bestemmingsplan de Dubbelbestemming – Waarde Archeologie -2 opgenomen; archeologisch onderzoek is op basis van de regels van het bestemmingsplan niet nodig. Archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
41
5 Juridische regeling Dit bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk is een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven. BEDRIJF Met dit bestemmingsplan wordt de bestemming Bedrijf in het plangebied gewijzigd naar Wonen, Verkeer en Groen. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee Burgemeester en wethouders na afloop van een periode van één jaar na moment van verlening van de Omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen, de bestemming ‘Wonen’ kunnen wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf’. Dit om planologische overcapaciteit terug te dringen. GROEN Aan de achterzijde van de woningen wordt een strook bestemd als Groen – specifieke vorm van groen – landschapselement. Deze strook van 1 m breed en 3 m hoog, dient als emissiehaag, afscherming voor achterliggend landbouwperceel. Naast de weg in de bocht wordt groeninpassing gerealiseerd. VERKEER Op het voormalige Bedrijfsterrein worden de woningen ontsloten met een nieuw aan te leggen erftoegangsweg deze wordt voorzien van de bestemming Verkeer. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van nutsvoorzieningen. WATER Aan de sloot achter de woningen wordt een bestemming Water toegekend.
WONEN Het plan voorziet in het realiseren van 5 woningen, 4 twee-onder-één-kap woningen en één vrijstaande woning. Voor de woningen is een bouwvlak op maat toegekend met een maatvoering voor maximum aantal wooneenheden; 5 en een specifieke bouwaanduiding (half) vrijstaand. De achterliggende gronden hebben een functie-aanduiding erf. In de bocht van de weg is op de bestemming Wonen een vrijwaringszone opgenomen. De strook wonen sluit aan bij de woonbestemming van huisnummer 22. De gronden ter hoogte van de aanduiding ‘Vrijwaringszone’ dienen in verband met de verkeersveiligheid gevrijwaard te blijven van objecten, bouwwerken en/of beplantingsstructuren met een hoogte boven de 1m. Binnen 3 maanden na het gereed melden van de eerste woning in het plangebied dient de landschappelijke inpassing overeenkomstig het landschappelijk inrichtingsplan te zijn uitgevoerd en duurzaam in stand te worden gehouden. De bouw van de woningen is pas toegestaan, nadat uit evaluatierapporten is gebleken dat de bodem asbestvrij is geen belemmering vormt voor de beoogde functie wonen met tuin.
42
6 Economische uitvoerbaarheid Het initiatief wordt door initiatiefnemer voor eigen rekening en risico uitgevoerd en is economisch uitvoerbaar. Het realiseren van de vijf woningen ter plaatse is noodzakelijk om economisch uitvoerbaar te zijn. Grondexploitatie Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publieksrechtelijk kostenverhaal. Het Exploitatieplan kan achterwege blijven als kosten grondexploitatie anderszins zijn geregeld (art 6.12 Wro). Op grond van 3.1.6. lid 1 wordt het bestemmingsplan vergezeld van toelichting waarin is neergelegd de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan. Voor onderhavige situatie is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waardoor het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hierdoor hoeft voor het planvoornemen geen exploitatieplan opgesteld te worden. Hierin wordt het wettelijk kostenverhaal tussen gemeente en initiatiefnemer geregeld. Het kostenverhaal heeft betrekking op onder meer de procedurekosten voor de bestemmingsplanprocedure en uitbetaling van (mogelijke) verzoeken om toewijzing van een tegemoetkoming in planschade. Verder wordt de rolverdeling tussen partijen vastgelegd. In dit geval bijv. dat de gemeente zal zorg dragen voor de inrichting van de openbare ruimte. Eventueel aanvullend kunnen bepalingen worden opgenomen over landschappelijke inpassing van het bouwplan.
In de verkoopovereenkomst worden de afspraken vastgelegd met betrekking tot de verkoop van het toekomstig openbaar gebied door initiatiefnemer aan de gemeente. De te verkopen gronden worden in een bijlage (= verkooptekening) vastgelegd.
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en Procedure Wettelijk kader Het ontwerpbestemmingsplan is toegestuurd aan de ketenpartners. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is op basis van artikel 3.8 Wro art. 3.4 Awb van toepassing. Het plan Voor het initiatief is een dialoog gevoerd met de omgeving door middel van een bijeenkomst gehouden op 7 juli 2020 en door het toesturen van informatie op relevante momenten. Mede op basis van deze dialoog zijn een aantal aanpassingen gedaan in het plan waaronder: -
het toevoegen van een windhaag om voldoende afscherming te hebben van achterliggend landbouwperceel het optimaliseren van het verloop van de weg het uitbreiden van de woonbestemming voor Eglantiersweg 22 een aanpassing van de kleur van de steen van de woningen
Het verslag van de omgevingsdialoog is bijgevoegd in Bijlage 11. 43
Ontwerpbestemmingsplan ter inzage
Op de voorbereiding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Eglantiersweg 3’ is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening dient de kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb in de Staatscourant en een huis-aan-huis blad te worden geplaatst en via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan de wettelijke overlegpartners. Naast het in voorbereiding nemen van dit bestemmingsplan is ook een omgevingsvergunning (W-AOV200629) in voorbereiding genomen voor het bouwen van in totaal 5 woningen aan de Eglantiersweg. Op grond van de zogenaamde coördinatieregeling (artikel 3.31 Wet ruimtelijke ordening) worden de procedures van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning gezamenlijk (gelijktijdig) doorlopen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 2 december 2021 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan en/of ontwerp omgevingsvergunning in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. Wel zijn er vier adviezen ontvangen. De toelichting is op ondergeschikte onderdelen aangepast naar aanleiding van de reacties ontvangen van: -
Provincie Zeeland ten aanzien van de ligging van het plan in bestaand bebouwd gebied en het uitvoeren van de vrijstaande woning als levensloopbestendig; Dit is verwerkt in paragraaf 3.1.3.1. Stedin ten aanzien van het eigendom van de 50 kV leiding (Stedin eigenaar in plaats van Delta). Dit is verwerkt in paragraaf 4.5. Waterschap Scheldestromen over het in afstemming met het waterschap door initiatiefnemer herprofileren van de achter de geplande woningen liggende waterloop. Hiervoor wordt een watervergunning aangevraagd. Dit is verwerkt in paragraaf 4.11. Op advies van de Veiligheidsregio heeft de gemeente de initiatiefnemer geïnformeerd over de adviezen m.b.t. de maatregelen ter bevordering van de zelfredzaamheid en de beheersbaarheid van brand. Het advies van de Veiligheidsregio heeft geen aanleiding gegeven tot het aanpassen van de toelichting.
Vaststelling bestemmingsplan Het verwerken/opnemen van voornoemde adviezen leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt het plan in werking, tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt ingediend. In dat laatste geval wordt de werking van het vaststellingsbesluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist.
44
Bijlagen
45
Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek
46
Bijlage 2: Nader onderzoek asbest
47
Bijlage 3: Projectgebonden risico analyse OO
48
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
CEES VAN DEN AKKER ADVIES Rapport Project Risicoanalyse - Ontplofbare Oorlogsresten
Projectgebonden Risico Analyse OO t.b.v. projectlocatie Eglantiersweg 3, Margrette (gem. Terneuzen)
Opdrachtgever: Elly Brouwer Agrarisch Advies Datum: 16 februari 2021 NR: CA/020-19 Versie: 1
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
1
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
Eglantiersweg 3, Margrette (gem. Terneuzen)
Datum: 16 - 02 - 2021 Opgesteld door: Cees van den Akker
Datum: Opdrachtgever: Elly Brouwer
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
2
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
Inhoudsopgave
Pagina
1. Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Probleemsituatie 1.3. Doel 1.4. Werkwijze 1.5. Verantwoording
4 4 4 4 4 4
2. Locatiegebonden informatie Plangebied Verdacht gebied
5 5 6
3. Algemene historische context
7
4. Risico Inventarisatie
12
5. Risicoanalyse 5.1. Contra indicatie 5.2. Risicoanalyse 5.3. Risicowaarde
14 14 15 15
6. Advies
15
7. Mogelijke OO 7.1. Afbakening verdacht gebied 7.2. Mogelijke oorzaken van in werking treden van een explosief 7.3. Consequentie van het in werking treden van een explosief 7.4. Maatregelen
15 15 15 16 16
8. Aanpak
16
9. Bijlage Protocol Toevalstreffer
17
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
3
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
1.
INLEIDING 1.1. Aanleiding De aanleiding tot het uitvoeren van een projectgebonden risicoanalyse OO vloeit voort uit het voornemen tot het uitvoeren van grondwerkzaamheden, ten behoeve van het bouwrijp maken van het perceel Eglantierweg 3 te Margrette in de gemeente Terneuzen. Gezien het gegeven dat er in de Tweede Wereldoorlog in Zeeuws Vlaanderen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden mag de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) of delen daarvan niet worden uitgesloten. Om inzicht te krijgen in de mogelijke risico’s heeft ELLY BROUWER Agrarisch Advies aan CEES VAN DEN AKKER ADVIES verzocht een risicoanalyse uit te voeren met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van OO voor het plangebied "Eglantiersweg 3 te Margrette”.
. 1.2. Probleemsituatie In het kader van de ontwikkeling van project "Eglantiersweg 3." zullen grondwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Indien er zich één of meerdere OO in de bodem bevinden, is dat een risico in het kader van de Openbare Orde en Veiligheid (OOV). Daarbij zal stagnatie van de werkzaamheden direct aanzienlijke kostenverhogingen tot gevolg hebben. Het is daarom van groot belang om duidelijkheid te krijgen over de omvang van het probleem ten einde de veiligheid voor personeel en omgeving tijdens de realisatiefase te kunnen garanderen. 1.3. Doel Het doel van de risicoanalyse, is het gegrond uitbrengen van een advies aan de opdrachtgever voor de te nemen maatregelen met betrekking tot de aanwezigheid van OO voor de genoemde locatie. 1.4. Werkwijze Voor het uitvoeren van de risicoanalyse en het formuleren van een advies is gebruik gemaakt van de navolgende bronnen. Eerder uitgevoerde vooronderzoeken: - Historisch vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093; - Quickscan- CE / Oranjebuurt Axel. Project 5147 NR: CA/VO-CE/017-14 Datum: 15 augustus 2017 CEES VAN DEN AKKER ADVIES - PRA - CE / Oranjebuurt Axel. Project 5147 NR: CA/ PRA-CE - 017-14/01 Datum: 18 augustus 2017 CEES VAN DEN AKKER ADVIES Opdrachtgever: Woongoed zvl. - Archief van Cees van den Akker Advies. 1.5. Verantwoording De risico- inventarisatie is uitgevoerd door de C.J.E.M.
van den Akker. (senior adviseur OCE)
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
4
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
2.
LOCATIEGEBONDEN INFORMATIE.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
5
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
Gebied verdacht van ontplofbare oorlogsresten uit Tweede Wereldoorlog
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
6
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
Overlay NGE Risicokaart op projectlocatie
Projectlocatie Egelantiersweg 3 Margrette
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
7
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
3.
Algemene historische context. De Slag om de Schelde: De strijd om Oost-Zeeuwsch-Vlaanderen in historisch perspectief Op 4 september 1944 viel de haven van Antwerpen onbeschadigd in Geallieerde handen. Het Duitse 15e leger wat zich had teruggetrokken uit het gebied rond het Nauw van Calais, dreigde in Zeeuwsch-Vlaanderen afgesneden te raken. De Geallieerden verzuimden echter na de val van Antwerpen op te rukken naar Woensdrecht en de landengte van Zuid-Beveland om de ontsnappingsroute van het 15e leger af te snijden. Een unieke mogelijkheid om het Duitse 15e leger te omsingelen en de Geallieerde bevoorradingsproblemen op te lossen (alles moest worden aangevoerd vanuit Normandië) ging verloren. De Geallieerden gaven prioriteit aan een diepe stoot richting het Duitse moederland, de beroemde Slag om Arnhem die tussen 17 en 25 september 1944 woedde en door de Geallieerden werd verloren. Het Duitse oppercommando reageerde bliksemsnel. Op 4 september 1944 werd Walther Model benoemd tot commandant van legergroep “B”. Zijn grootste kopzorg was een enorm gat van 120 km in zijn linie tussen Antwerpen en Maastricht. Model liet een emotionele dagorder uitgaan richting zijn troepen waarin hij zijn soldaten opriep om de terugtocht te stoppen en te vechten. Kurt Chill was één van de weinige officieren die deze dagorder hoorden.
Hij zette meteen een verdedigingslinie op langs het Albertkanaal met de restanten van zijn 85e divisie. Vluchtende troepen werden door zijn eenheden gestopt en ingezet bij de verdediging. Uit Duitsland komt versterking in de vorm van het 1ste Parachutistenleger. Ondanks het feit dat het vooral gaat om half getraind grondpersoneel van de Luftwaffe weet de harde kern van 4000 parachutisten onder leiding van Kurt Student binnen 24 uur het Albertkanaal te bereiken. Diezelfde parachutisten zouden samen met de troepen van Chill de ontsnappingsroute voor het 15e leger via Woensdrecht maandenlang openhouden. Ondertussen probeerde generaal von Zangen van het 15e leger zijn troepen over de Schelde te zetten. Hiertoe gebruikten zijn troepen drie havens, te weten Doel, Terneuzen en Breskens. Het overzetten stond onder leiding van de Kriegsmarine. Het was zaak de havens en de Scheldemonding zo lang mogelijk in handen te houden. Dit is de reden waarom er bij Axel door de Duitsers een achterhoedegevecht werd geleverd dat vier dagen zou duren. Ze probeerden zolang mogelijk de capaciteit van de haven van Terneuzen te gebruiken bij het overzetten van de troepen. De Duitse troepen bij Axel waren een allegaartje. De Poolse opmars werd echter bemoeilijkt door de inundaties(land onder water) en de eerste pogingen van de Polen om Axel op 17 september 1944 te veroveren werden bloedig afgeslagen.
Op 19 september 1944 lukte het de Polen onder dekking van de mist Axel te veroveren. Op 20 september 1944 wordt Terneuzen bevrijd. In Breskens gaat het overzetten van troepen tot 22 oktober 1944 door. In totaal onsnapten 86.100 man, 616 kanonnen, 6200 paarden en 6222 voertuigen.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
8
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
Overzichtstekening van de plaats waar de hevige bevrijdingsgevechten hebben plaatsgevonden bij de bevrijding van Axel
Overlay Overzichtstekening van de plaats waar de hevige bevrijdingsgevechten hebben plaatsgevonden.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
9
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
3.1 Het verloop van de bevrijding van Axel. Dit deel van het hoofdstuk bevat een duidelijke omschrijving van wat er heeft plaatsgevonden tijdens de bevrijding van Axel, rond het kanaal van Axel naar Hulst. Dit gebied bevindt zich tussen het ouderlijk huis van Adriaan en het ouderlijk huis van zijn vriendin, waar hij verbleef net voor de bevrijding door de Poolse soldaten. Het is een fragment uit een verslag ‘Axel en de Polen 1944-1974’ geschreven door een onbekende auteur. (Met dank aan Eddie Agterhuis uit Axel voor het beschikbaar stellen van dit document.) Op 15 september 1944 waren, zoals gezegd, de Poolse troepen al in de buurt van Koewacht. De bevrijding van Oost Zeeuwsch-Vlaanderen kon beginnen! En die bevrijding begon inderdaad. Nadat op 15 september 1944 in de omgeving van de Moervaart bij Moerbeke nog gevechten met de Duitsers waren geleverd, trokken deze zich achter de inundaties bij Axel terug. De Polen bevrijdden op 16 september 1944 Koewacht, Zuiddorpe en Overslag. Kolonel Szydlowski schrijft: e “Om 8 uur 15 verwierf het 9 bataljon Jagers de eer de eerste “afdeling van het Poolse leger te zijn, die de Nederlandse “grens overschreed.” Maar tussen de Langeweg en Axel lag de brede inundatielinie, die door de Polen moest worden overgestoken en waarachter de Duitsers zich hardnekkig verdedigden.
Wat hadden de Duitsers namelijk gedaan? Zij hadden bij de Axelse Sassing onder de dam, die het kanaal naar Sluiskil afsluit van de lager gelegen Grote Kreek en omgeving, buizen gelegd, waardoor het water uit het kanaal het gebied van de Grote Kreek binnen kon stromen. Dit had tot gevolg, dat een heel groot gedeelte aan de noordzijde begrensd door de Buthdijk, de tegenwoordige Zuidsingel, de Kanaalkade en de Hulsterseweg, en aan de zuidzijde ongeveer begrensd door de Langeweg, één grote watermassa werd. Grote delen van Smitsschorre, het concoursterrein, de voetbalvelden en wat nu plan “Zuid” is, stonden onder water. Op de Kanaalkade stond het water een meter hoog. De mensen daar werden dan ook geëvacueerd en moesten bij familie of kennissen gaan inwonen (zie fig.22). Alleen de noord-zuid-verbindingen Kinderdijk, Eerste Verkorting en Tweede Verkorting bleven intact, maar: deze lagen onder het bereik van de Duitse kanonnen, terwijl de bruggen in de wegen allen ondermijnd waren en, zodra de aanval van de Polen begon, door de Duitsers werden opgeblazen!
De Polen konden oprukken tot Drieschouwen, maar verder niet. Een moedige machinist van de Z.V.T.M. – er was toen een tramlijn met stoomlocomotieven – heeft nog geprobeerd met een locomotief Poolse soldaten via de Kinderdijk naar de brug aan de Kanaalkade te brengen om deze te veroveren, voordat zij werd opgeblazen. Dit mislukte echter als gevolg van het hevige schieten van de Duitsers.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
10
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
Daar kwam nog bij, dat het zware materieel van de Polen, omdat zij heel snel door België waren opgerukt, dit tempo niet had kunnen bijhouden, zodat zij geen kans zagen het inundatiegebied over te steken. Men mag niet vergeten, dat dit voor hen onbekend gebied was en zij niet wisten, wat zich onder het water bevond. Bovendien hadden de Duitsers het voordeel, dat zij bij de verdediging van hun stellingen dekking konden zoeken achter de Hulsterseweg en de Armendijk – nu Liniedijk.
De strijd begint. Op 15 september 1944 werd ’s avonds om 19.00 uur door een Poolse krijgsraad besloten, dat eerst Axel zou worden veroverd en vervolgens Terneuzen zou worden aangevallen. Op 16 september begonnen verschillende Poolse regimenten bij zonsopgang op te rukken. Denk echter niet dat dit in gesloten colonne en zonder tegenstand of moeite gebeurde. Kolonel Szydlowski schrijft daar ondermeer over: e “Op de rechtervleugel rukte het 10 Regiment Dragonders zeer “langzaam op in de richting oostwest over Heikant naar Absdale en het fort Ferdinandus. Het regiment stootte op veel “hindernissen, vernielde kleine bruggen en natte wegen”. Pas tegen de middag hadden de verkenners Heikant bezet. Daar werd al het zware materiaal achtergelaten en te voet verder getrokken. e Het 9 bataljon Jagers onder bevel van overste (later kolonel) Szydlowski ging met een afdeling pantserartillerie en een afdeling Verkenners naar Hazelarenhoek om een overtocht over de watergang bij Bontekoe (de brug was daar ook opgeblazen!) te forceren en om een basis te vormen om naar Axel te trekken. Dat ging echter niet zonder slag of stoot. Via Oude Molen, Het Zand en Nieuwe Molen werd in strijdformatie opgemarcheerd. Maar om 9.45 uur ’s morgens stootten de verkenners in gepantserde rupswagens al op een detachement van de vijand bij de brug over de waterloop tussen Nieuwe Molen en Bontekoe.
De Polen gingen tot de aanval over, onmiddellijk gesteund door het vuur van de afdeling pantserartillerie. Binnen een half uur had de compagnie Bontekoe bezet. Daarbij werden 5 Duitse militairen met een machinegeweer krijgsgevangen gemaakt, 6 Duitsers waren gesneuveld en enkele gewond! Om 10.45 uur maakten de Polen rechtsomkeert, omdat doorstoten naar Axel nog niet mogelijk was. Zij probeerden toen tussen de Eerste en de Tweede Verkorting over de waterlinie te komen. Heel fel en heel zwaar is er gevochten in de omgeving, waar nu het Poolse Kruis aan de Hulsterseweg staat, om het kanaal Axel-Hulst en het geïnundeerde gebied over te steken. Er kon een bruggenhoofd aan de kant van de Hulsterseweg, dus over het kanaal worden gevormd, maar de verbinding moest worden onderhouden door het water over te zwemmen en met bootjes van de genietroepen. Om 1.00 uur in de nacht van zaterdag op zondag begon een beschieting van dit bruggenhoofd door de Duitsers, gevolgd door aanvallen van de vijand. Zoals gezegd waren de gevechten hier hevig en de verliezen aan beide zijden waren zwaar! Het zou te ver voeren hier dieper op het verloop van de strijd in te gaan. Wel moet nog aandacht worden besteed aan: De dag der bevrijding: 19 september 1944.
Nadat een eerste poging, om een brug over het kanaal Axel-Hulst te slaan op zaterdag 16 september mislukt was, bleven de Polen proberen hun troepen over het kanaal te brengen en niet alleen troepen, maar ook zware wapens zoals kanonnen, tanks enz. Want ook de Duitsers hadden zwaar materieel ter beschikking en wilden de Polen de strijd winnen, dan moesten zij die eveneens hebben. In de nacht van 17 op 18 september was het opnieuw een Poolse patrouille gelukt, onder dekking van de mist, het kanaal over te steken. Door de radio werd gemeld dat het mogelijk zou zijn opnieuw een bruggenhoofd te vormen. Onder dekking van het vuur van de eigen kanonnen (die over de troepen heen schoten) trok het bataljon Jagers van Podhale om 16.00 uur ’s middags over het kanaal en vestigde weer een bruggenhoofd. Om 20.00 uur ’s avonds gaf de commandant zijn orders voor 19 september, waarbij als objecten golden: Axel, Magrette, Rondeputten en Kapellepolder …… Die gehele nacht van 18 op 19 september werd gewerkt aan de bouw van de brug over het kanaal. CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
11
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
Dit gebeurde onder zwaar vuur van de vijand, die zelfs vanuit de richting Hulst nog een uitval naar de Polen deed; deze werd echter afgeslagen. e Mede dankzij een dichte mist, die er die morgen van de 19 september hing, kwam de brug om half zeven ’s morgens gereed. Toen konden de Poolse troepen hun eskadrons en regimenten over het geïnundeerde gebied brengen. Maar nog was de Duitse tegenstand niet gebroken! De Duitsers bleven schieten op alles wat over de brug kwam! Kolonel Szydlowski schrijft dan:“Het gezoem van 250 motoren van pantserwagens en het kanon- en “mortiervuur in de mist deprimeerde de vijand in erge mate; deze “werd in de flank opgerold.” Daarbij werd de volgende tactiek toegepast: Ø de eerste groep moet naar het noord-oosten manoeuvreren om achter Axel te komen; Ø de tweede groep moet vanuit het oosten de stad veroveren; Ø de derde groep moet de aanval vanuit het zuid-oosten beveiligen. Tegen 12.00 uur trok de groep uit het oosten Axel binnen. Straatgevechten kwamen sporadisch voor.
“De bevolking van Axel”, zo schrijft kolonel Szydlowski, “kwam in scharen naar ons toe, niet lettend op de gevechten, en betuigde haar vreugde en dankbaarheid voor de bevrijding.” Axel was bevrijd! En hoe! Axel was echter nog niet veilig! Nog dezelfde avond zou de vreugde worden getemperd omdat, als gevolg van een beschieting door de Duitsers vanuit Terneuzen, opnieuw Axelaars als slachtoffers van het oorlogsgeweld vielen! In totaal hebben 21 burgers bij de bevrijding van Axel het leven verloren. Hoeveel Polen hebben deze bevrijding met hun bloed betaald? En hoeveel vijanden zijn gesneuveld? We weten het niet. We zijn stil ……
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
12
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
4.
Risico inventarisatie 4.1. Mogelijke blindgangers Binnen Zeeuws Vlaanderen hebben op diverse locaties zware gevechtshandelingen plaatsgevonden. Vooral de kuststrook en omgeving zijn doelwit geweest van beschietingen en zware bombardementen. Uit de hoeveelheid informatie welke is verzameld bij de probleeminventarisatie is specifiek gezocht naar vermeldingen welke verwijzen naar één of meer locaties binnen of in de directe nabijheid van de locatie Eglantiersweg te Margrette. - Vliegtuigen en bombardementsgegevens. Ter ondersteuning van de grondtroepen werden jachtvliegtuigen of jachtbommenwerpers ingezet die met boordgeschut en/of lucht/grondraketten specifieke aanvallen uitvoerden. Ook konden deze vliegtuigen een beperkte bommenlast meevoeren. In de volgende lijst is er een chronologisch overzicht weergegeven van bombardementen te Axel en omgeving gedurende de Tweede Wereldoorlog. Opgave van uitgevoerde bombardementen en neergestorte vliegtuigen te Axel en omgeving. (Bron: Archief Cees van den Akker Advies)
10 mei 1940 Sluiskil. Getroffen werd de kunstmest- en ammoniakfabriek, het kanaal en de Axelse Vlakte. Axel. Getroffen werd te Kijkuit enkele landerijen door drie bommen. 19 mei 1940 Duits bombardement op Axel. Getroffen werden enkele percelen bouwland bij de Nieuwendijk en de spoorlijn. 14 juni 1940 Bombardement op Axel. Getroffen werd de Axelse Vlakte. 17 september 1940 Bombardement omstreeks 23.00 uur door zeven Hampdens Mk op Terneuzen. Getroffen werd de Kerkhoflaan, de villa van Lensen (waterleidingmij), Axelsestraat, Vlooswijkstraat en Orthene. 11 oktober 1941 Bombardement op Axel. Getroffen werd de Ds. Jan Scharpstraat, Pieter Paulusstraat Julianastraat en de Prins Mauritsstraat. 22 december 1942 Neergekomen Mosquito Mk IV DZ360 GB-A van het No. 105 squadron om 16.46 uur bij de Kanaalkade te Axel. 28 juni 1944 Bombardement op Axel. 21/22 juli 1944 Bombardement door een Mosquito Mk met 2/500 lbs bommen ten oosten van Axel op een trein.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
13
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
9 augustus 1944 Bombardement met brandbommen op Axel. 11 september 1944 Bombardement op Axel. Getroffen werd de suikerfabriek. 16 september 1944 Bombardement door Spitfires Mk 5R- van het No. 33 squadron op geschutsopstellingen te Axel. Getroffen werd de omgeving van de Nieuwstraat, Oudeweg en de Verlorenhoek. 10 november 1944 V-2 neergekomen te Axel. Getroffen werd de Langedreef.
Resultaat Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat in de directe omgevingen, of mogelijk ook binnen het onderzoeksgebied afwerpmunitie (vliegtuigbommen ) zijn neergekomen.
Projectgebied In Margrette zijn in totaal 2 meldingen van mogelijk explosieven bekend.
4.2 Resultaat Er zijn geen feitelijke aanwijzingen aangetroffen van mogelijke OO binnen het projectgebied.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
14
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
5. Risicoanalyse Historische kaarten
situatie 1945, bron Topotijdreis.
situatie 1960, bron Topotijdreis
situatie 1987, bron Topotijdreis 5.1Contra-indicatie - Zoals te zien op de top. kaart uit 1945 is te zien dat het huidige perceel Egelantiersweg nr.3 niet bebouwd was. - De eerste bebouwing dateert van 1960 zoals te zien op de kaart van 1960. - Vervolgens is er een wijzing in de bebouwing gerealiseerd zoals te zien op de kaart van 1987. Bij de uitvoering van de naoorlogse werkzaamheden zijn geen explosieven aangetroffen. CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
15
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
5.2. Risicoanalyse De risicoanalyse is een conclusie volgend uit verkregen informatie van het “Vooronderzoek OO” in relatie met de uit te voeren werkzaamheden en grondgebruik. De risicoanalyse is gebaseerd op het inschalen van de kans op de aanwezigheid van OO in het werkgebied (K), de kans dat men in aanraking komt met OO bij werkzaamheden en/of gebruik van de grond (B) en het effect van een eventueel ongeval (E). Aan de hand hiervan kan een waarde met betrekking tot risico worden bepaald. Formule risicowaarde: Kans op aanwezigheid (K) x kans dat men in aanraking komt met explosief (B) x effect (E) = Risico waarde. K - waarde 7 - 10 3-7 0,5< - 3 B - waarde 10 3-9 0-3 E - waarde 10 3-9 0-3 Risico - waarde >190 27 - 190 0 - 27
Kans op aanwezigheid conventioneel explosief Redelijk tot groot (70 – 100 %) Mogelijk tot redelijk (30 - 70 %) Niet waarschijnlijk tot mogelijk ( 0,5 – 30 %) Kans op contact bij werkzaamheden en gebruik Voortdurend Soms tot regelmatig Niet tot soms Grootte van letsel/schade Dodelijk / zeer groot Gering tot ernstig letsel / geringe tot grote schade Geen tot gering letsel / geen tot geringe schade Risico Mogelijk tot zeer groot risico Minimaal tot mogelijk risico Geen tot minimaal risico
5.3. Risicowaarde Risicowaarde voor het werkgebiedgebied "Eglantiersweg 3 te Margrette" tijdens de uitvoering van grondwerkzaamheden. - Kans op aanwezigheid OO (K) is bepaald op 1. - De kans dat men in aanraking komt met OO tijdens de uitvoering van werkzaamHeden (B) is bepaald op 1. - Het effect van een ongeval (E) is bepaald op 2. Risicowaarde is 1 x 1 x 2 = 2. Op grond van de risicowaarde geldt voor het gebied geen tot minimaal risico met betrekking tot de aanwezigheid van OO. 6.
Advies Gezien het resultaat verkregen uit de risicoanalyse, blijkt dat er geen tot een minimaal risico aanwezig is dat men bij de voorgenomen werkzaamheden met OO in aanraking komt. Ik adviseer u geen nader onderzoek naar OO uit te (laten) voeren. De voorgenomen werkzaamheden kunnen op reguliere wijze worden uitgevoerd met inachtname van het Protocol Toevalstreffer OO uit Tweede Wereldoorlog pag.17.
7.
Mogelijke OO Niet van toepassing. 7.1 Afbakening van het gebied Niet van toepassing. 7.2. Mogelijke oorzaken van het in werking treden van een explosief Niet van toepassing. CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
16
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
7.3. Consequenties van het in werking treden van explosieven Niet van toepassing. 7.4. Advies/Maatregelen De voorgenomen werkzaamheden op reguliere wijze uit te voeren. 8.
Aanpak Niet van toepassing.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
17
Projectgebonden Risicoanalyse OO Eglantiersweg 4, Margrette (gem. Terneuzen)
9
Bijlage
Protocol Toevalstreffer OO uit Tweede Wereldoorlog
Wat te doen bij het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten uit de 2e WO: -
Verdacht object gevonden (werknemers informeren); Aannemer legt het werk stil; Aannemer belt met de politie; Aannemer meldt aan directie/opdrachtgever.
De politie geeft een melding door aan het EODD De ruimploeg van de EODD komt vervolgens om het conventioneel explosief onschadelijk te maken Indien een conventioneel explosief onschadelijk moet worden gemaakt informeert de politie of de Ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid de burgemeester. Indien voor de ruiming van een conventioneel explosief een woongebied moet worden ontruimd dan zal de burgemeester de nodige (nood)maatregelen treffen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------Indien de grondroerende werkzaamheden door een WSCS-CE gecertificeerde aannemer worden uitgevoerd zal de senior- OCE van de aannemer bij aanwezigheid van een OO de politie en de toezichthouder voor het project alarmeren. Indien er daadwerkelijk een OO onschadelijk moet worden gemaakt wordt de burgemeester en de ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid geïnformeerd. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------De vertaling van dit algemene protocol naar een protocol voor de verschillende onderdelen die tijdens de grondroerende werkzaamheden te maken hebben / krijgen met OO ziet er als volgt uit. Protocol voor de aannemer Verdacht object gevonden (werknemers informeren). Werkzaamheden nabij verdacht object staken.
Direct contact opnemen met de politie (0900-8844) en de directie op de hoog te stellen Het verdachte object in de gaten houden tot de politie/directie op locatie is (vrijhouden van toeschouwers, omwonenden en personeel). De werkzaamheden kunnen weer worden hervat op aanwijzingen van de directie.
CEES VAN DEN AKKER ADVIES-ZIJVELD 13-6658DD BENEDEN LEEUWEN - 06 12893164 E MAÍL 6658DD13@hetnet.nl
18
Bijlage 4: Quickscan Flora en Fauna
49
Quickscan aanwezigheid beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Eglantiersdijk 3 Magrette
Quickscan aanwezigheid beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Eglantiersdijk 3 Magrette
1
Quickscan aanwezigheid beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Eglantiersdijk 3 Magrette
Quickscan aanwezigheid beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Eglantiersdijk 3 Magrette
Datum: 26 oktober 2020 Opdrachtgever:
Uitgevoerd en opgesteld door:
Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 0612352169 © Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
2
Quickscan aanwezigheid beschermde natuurwaarden project sloop bebouwing Eglantiersdijk 3 Magrette
INHOUD
1
Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling..................................................................................................