2021-12-01 Bijlage 1 - VGBP Eikenlaan 59, Koewacht 20210928
Tekst van het document
5.6
Geluid
Beleidskader Bij het opstellen of herzien van een ruimtelijk plan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveau als gevolg van deze bronnen. Indien het ruimtelijke plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het ruimtelijk plan.
Wegverkeerslawaai Door deze ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen toegevoegd. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. Industrielawaai In het kader van de realisatie van een detailhandel in ruitersportartikelen is door Aeres Milieu een akoestisch onderzoek (bijlage, K+ adviesgroep, Rm210229aaA0_02, 6 april 2021) uitgevoerd naar de geluiduitstraling van de inrichting. De geluidbelastende activiteiten van de detailhandel betreft het rijden met voertuigen over het terrein van de inrichting, eventuele laad- en losactiviteiten vanuit een vrachtwagen en bestelbusjes en de mogelijke toepassing van een airco. Voor de verkeersaantrekkende werking is uitgegaan van de verkeersgeneratie van een meubel/woonwinkel. De bijbehorende verkeersgeneratie is maximaal 11 voertuigen per 100 m². In dit geval betekent dit bij een oppervlak van circa 520 m² een gemiddelde verkeersgeneratie van 57 motorvoertuigen per etmaal. Maximaal 1 vrachtwagen per week zal de inrichting bezoeken en een paar bestelbussen. Het uitgangspunt is daarom dat op een maatgevende dag maximaal 1 vrachtwagen de inrichting bezoekt en 3 bestelbussen. Het bedrijf heeft geen eigen bestelbussen. NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|31
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Uit de berekeningsresultaten voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau blijkt dat wordt voldaan aan de gestelde eisen uit het Activiteitenbesluit en aan Stap 2 van de VNG Brochure. Maximaal niveau In waarneempunt 1 en 2 is de geluidbelasting hoger dan de 70 dB(A) zoals gesteld in het Activiteitenbesluit en de VNG Brochure. De maximale belasting bedraagt op de zijgevel 83 dB(A) ten gevolge van het rijden met de vrachtwagen. Maximale niveaus ten gevolge van laad- en losactiviteiten mogen in de dagperiode conform het gestelde in het Activiteitenbesluit buiten beschouwing worden gelaten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn deze activiteiten wel beschouwd. Omdat het slechts een vrachtwagen betreft, die naar verwachting maximaal 1 keer per week de inrichting aandoet, wordt deze overschrijding acceptabel bevonden. Indirecte hinder Met betrekking tot de geluidbelasting ten gevolge van het komen en gaan van voertuigen wordt ruim voldaan aan de gestelde eisen. Er is geen keuze gemaakt in de rijrichting vanwaar de voertuigen komen, zodat de verkeersbewegingen dubbel zijn opgenomen. De geluidbelasting is maximaal 43 dB(A), waar 50 dB(A) is toegestaan. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.7
Luchtkwaliteit
Beleidskader Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties van verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de gezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aangetast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. De belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguurgemiddelde). Met de Wet luchtkwaliteit en bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen, wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|32
In artikel 4 van het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de bijlagen van de ‘Regelingen niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate (Besluit NIBM)’ en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De definitie NIBM is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Op grond van de regeling NIBM zijn onder andere woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 μg/m3 40 μg/m3 20 μg/m3
Beoordeling Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2020 (gegevens 2020) ter plaatse gelegen tussen de 7 en 8 μg/m³. De concentratie PM10 in 2020 (gegevens 2020) is ter plaatse minder dan 18 μg/m³. De concentratie NO2 in 2020 (gegevens 2020) is ter plaatse gelegen tussen de 10 en 15 μg/m³. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren. Luchtkwaliteit t.b.v. aantal verkeersbewegingen De regeling NIBM geldt onder andere voor woningbouwlocaties die in het geval van één ontsluitingsweg niet meer dan 1.500 nieuwe woningen mogen omvatten. Bij twee ontsluitingswegen mogen uitbreidingslocaties niet meer dan 3.000 woningen bevatten. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden, waarbij getoetst wordt aan de normen. Het planvoornemen voorziet in een bestemmingswijziging van ‘Wonen’ en ‘Detailhandel’ en het opknappen van aanwezige opstallen.
Voor de berekening van de effecten van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit is uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij is uitgegaan van de verkeersgeneratie van de detailhandelsfunctie. Deze bedraagt maximaal 57 mvt/etmaal. Met de NIBM-tool is de bijdrage van dit plan aan de luchtkwaliteit vastgesteld. In de NIBM-tool wordt uitgegaan van een worst-case scenario.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|33
Deze bestemmingswijziging draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, hetgeen wat betekent dat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Natuurwetgeving
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. Deze wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie voorgaande wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhouding)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000 gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen de Natura-2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd.
De provincies hebben de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzonder provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|34
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • • • • •
Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; Alle Natura 2000-gebieden.
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 ha natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan-Europese Ecologische Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren Met de Wet natuurbescherming is de lijst van beschermde soorten gewijzigd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wnb niet meer en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. 2.
3.
Soorten Vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen, provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlage van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepalingen moeten schadelijke behandelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|35
Natuurwaardenkaart 2012 De gemeente Terneuzen heeft de Natuurwaardenkaart 2012 opgesteld. Doel van het opstellen van de Natuurwaardenkaart is het verkrijgen van een overzicht waar (strikt) beschermde soorten zich bevinden, of waar deze op basis van de aanwezigheid van een geschikte biotoop kunnen voorkomen. De natuurwaardenkaart omvat geïnterpreteerde kaarten die zijn samengesteld op basis van waarnemingen en geschiktheid van aanwezige biotopen. Daarnaast geeft de kaart de beschermde gebieden weer. De kaart dient als planningsinstrument in de structuurvisie aan de hand waarvan knelpunten en kansen voor de natuur tijdig gesignaleerd kunnen worden. Verder dienen de kaarten als onderlegger voor bestemmingsplannen. Van gebieden waar sprake is van ruimtelijke ontwikkelingen is snel duidelijk of beschermde soorten voorkomen en of nader onderzoek nodig is. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur.
Uitsnede Natuurwaardenkaart 2012 Terneuzen, plangebied globaal rood omcirkeld
Soortenbescherming De planontwikkeling betreft een functiewijziging voor de bestaande gebouwen op het plangebied. Er vinden als gevolg van deze bestemmingsplanprocedure geen direct fysieke ingrepen aan de bebouwing of omgeving plaats. Een nader onderzoek naar de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Stikstofdepositie Met de uitspraak van de Raad van State is het Programma Aanpak Stikstof komen te vervallen. Ieder plan en project zal daarom moeten aantonen dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige delen in de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Voor het planvoornemen omtrent de bestemmingswijziging van agrarisch bedrijf naar ‘Wonen’ en
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|36
‘Detailhandel’ en het opknappen van de aanwezige opstallen is een berekening gemaakt met behulp van de Aerius calculator 2020 (bijlage, Ordito, 22 april 2021). Het natuurgebied ‘Canisvliet’ is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, gelegen op circa 10,0 km van het plangebied. De Natura 2000-gebieden ‘Vogelkreek’ en ‘Westerschelde & Saeftinghe’ liggen respectievelijk op circa 12,0 km en 13,4 km van het plangebied. De berekening voor de stikstofdepositie betreft de verbouwing van een bestaande loods naar een detailhandel (ruitersportwinkel) aan de Eikenlaan 59 in Koewacht. Door intreding van de wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. Het gaat hierbij om de bouw, sloop en eenmalige aanleg van bebouwing. Om uit te gaan van het slechtste scenario is er toch voor gekozen om de aanlegfase alsnog in beeld te brengen. Uit de berekeningen blijkt dat gedurende de aanleg- en gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend. De ontwikkelingen in het plangebied hebben dus geen invloed op de omliggende Natura 2000-gebieden. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.9
Water
Inleiding Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. De initiatiefnemer dient in dat kader in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer. Deze instantie is daarmee formeel de waterbeheerder. De waterparagraaf dient voorgelegd te worden aan de waterbeheerder. Huidige watersysteem Waterkeringen Binnen het plangebied Eikenlaan 59, Koewacht zijn geen waterkeringen of oppervlaktewaterlichamen uit de Legger van het waterschap Scheldestromen aanwezig. Oppervlaktewaterlichamen In de nabijheid van het plangebied zijn geen oppervlaktewaterlichamen uit de legger aanwezig.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|37
Uitsnede van de legger oppervlaktewaterlichamen, plangebied wit omlijnd
Toekomstig watersysteem Nagegaan is aan de hand van de criteria uit de Handreiking van het waterschap Scheldestromen of de beoogde functiewijziging Eikenlaan 59, Koewacht strijdig is met waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Het betreft enkel het wijzigen van de bestemming, bestemmingsplan Eikenlaan 59. Het perceel met nummer 1354 wordt gewijzigd naar ‘detailhandel’ en het perceel met nummer 1355 wordt ‘wonen’. Eerst was dit één groot perceel (totaal 3.030 m²) met een bouwvlak dat voor 50% bebouwd mocht worden. In de nieuwe situatie wordt het maximaal bouwvlak 460 m² loods + 155 m² woning en bijgebouwen is 615 m². Voor perceel 1355 bedraagt het bebouwingspercentage 8%, voor perceel 1354 is dit 41 %. Het bebouwingspercentage wordt hiermee ca 20% van het totale perceel wat een afname betekent van 30%. Deze afname geeft een positief effect voor de HWA afvoer van de bebouwing naar het gemengde gemeentelijk rioolstelsel. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
De locatie is niet gelegen nabij een waterkering. Vermeld de totale oppervlakken (in m²) van:
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
dakoppervlak dichte bodemverharding doorlatende bodemverharding
na realisatie
1515
615
1
700
700
2
wateroppervlak
•
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
huidige situatie
3 4
Het betreft een bestaande locatie waaraan fysiek niets wijzigt. Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|38
•
De daken en terreinverhardingen blijven lozen zoals in de huidige situatie op het gemengde rioolstelsel.
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Het huishoudelijk- en hemelwater wordt afgevoerd naar het gemengde rioolstelsel in de Eikenlaan. Er is geen gescheiden hoofdriolering. Door de bestemmingsplanwijziging ontstaat een kleiner bouwblok zodat dit een positief effect heeft op de HWA afvoer naar het gemengde stelsel.
Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Meer of minder grondwateroverlast en/of verdroging is niet aan de orde met de bestemmingsplanwijziging.
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
De grondwaterkwaliteit gaat niet achteruit. Fysiek verandert er niets aan de locatie.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
De wijziging van de bestemming heeft geen invloed op de oppervlaktewaterkwaliteit.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Er zijn geen watergerelateerde consequenties voor de volksgezondheid.
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Scheepvaart en/of wegbeheer Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap. NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Er verandert niets aan de huidige situatie dus speelt het aspect van bodemdaling als gevolg van de nieuwe ontwikkeling niet.
Er wijzigt niets aan de aanwezige natuurwaarden.
De bestemmingswijziging is niet van invloed op onderhoudswerkzaamheden aan oppervlaktewateren.
Er zijn geen objecten van waterbeheer aanwezig in de directe omgeving, zoals terreinen, milieucountouren, etc. Doorstroming en veiligheid van vaarwegen en/of wegen in de nabijheid is niet van toepassing.
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|39
Watertoets De waterparagraaf is besproken met het waterschap Scheldestromen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen niet strijdig is met de waterdoelstelling.
5.10
Vormvrije mer
Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten merplichtig zijn, of mer-beoordelingsplichtig. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarde opgenomen. Het bevoegd gezag moet bij dergelijke activiteiten, voor zover deze niet aan de drempelwaarde voldoen, nagaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling moeten hierbij in beschouwing genomen worden. Deze omstandigheden betreffen: • De kenmerken van het project; • De plaats van het project; • De kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie Gelet op de kenmerken van het plan, zoals de kleinschaligheid in vergelijking met de norm van de drempelwaarde, de plaats van het project en de kenmerken van potentiële effect, zal uitvoering van het plan niet leiden tot belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit blijkt ook uit de onderzoeken voor de verschillende milieuaspecten zoals die in voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Voor dit bestemmingsplan is geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|40
6.
JURIDISCHE ASPECTEN
De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).
6.1
Planvorm
Het bestemmingsplan ‘Eikenlaan 59, Koewacht’ kan worden gekarakteriseerd als een zogenaamde partiële herziening. In een dergelijk bestemmingsregeling ligt het accent vooral op het inpassen van een kleinschalige ontwikkeling in een groter bestemmingsplan. Vooral vanwege de geringe omvang van het plangebied heeft dit plan slechts een beperkt aantal bestemmingsregels en een eenvoudig kaartbeeld. Het juridische gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding met de daarbij behorende planregels. Bij ieder plan hoort een toelichting, maar dit onderdeel heeft als zodanige geen rechtskracht. De verbeelding bestaat uit één kaartblad. De planregels zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. In de volgende paragraaf wordt de inhoud nader toegelicht. Bij het opstellen van de planregels en de verbeelding is uitgegaan van de richtlijnen ‘Standaard voor Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012)’. De SVBP 2012 omvat de verplichtingen en aanbevelingen ten aanzien van de vormgeving en indeling van de planregels en de verbeelding. De opbouw van de SVBP 2012 met betrekking tot de verbeelding in de onderstaande figuur gevisualiseerd.
6.2
Verbeelding
Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|41
6.3
Planregels
De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.
2.
3.
4.
6.4
Inleidende bepalingen, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘Begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere bepaald de maximale bebouwingshoogte. De gehanteerde bestemmingen worden in de paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
Toelichting op de bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Detailhandel Dit artikel bevat regels over de bestemming ‘Detailhandel’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor detailhandel in ruitersportartikelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – ruitersportartikelen’ en een kantoorfunctie ten behoeve van de detailhandel met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Artikel 4 Tuin (T) Dit artikel bevat regels over de bestemming ‘Tuin’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor tuinen en erven met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, waterlopen en waterpartijen en groenvoorzieningen.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|42
Artikel 5 Wonen – 1 (W-1) Dit artikel bevat regels over de bestemming ‘Wonen-1’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor gebouwen ten behoeve van het wonen, alsmede voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen met daarbij behorende tuinen en erven, waterlopen en waterpartijen, groenvoorzieningen en bouwwerken geen gebouw zijnde. Artikel 6 Waarde – Archeologie – 1 Dit artikel bevat regels over de bestemming ‘Waarde – Archeologie – 1’. De gronden binnen deze bestemming zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Voor ingrepen in een gebied groter dan 100 m² en dieper dan de vrijstellingsdiepte is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel zijn de regels ten aanzien van de algemene bouwregels, algemene bebouwingspercentages, bouwhoogtes en toegestane overschrijdingen door ondergeschikte bouwwerken opgenomen. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik.
Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van de mogelijkheden voor het afwijken van de regels. Artikel 11 Algemene procedureregels In dit artikel zijn de algemene regels opgenomen welke procedures wanneer gevolgd moeten worden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken die afwijken van het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan inwerking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging hiervan is alleen toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot. Artikel 13 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Bestemmingsplan ‘Koewacht, Eikenlaan 59’.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
|43
7.
UITVOERBAARHEID
Dit hoofdstuk gaat in op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In artikel 6.2.1 Bro staat aangegeven wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is ten behoeve van de kosten een overeenkomst gesloten. Hiermee is het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het zgn. 3.1.1 Bro wordt het ontwerpbestemmingsplan toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan.
NL.IMRO.0715.BPKOZ23-VG01
Bestemmingsplan Koewacht, Eikenlaan 59
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BIJLAGE 1 ARCHEOLOGISCHE QUICKSCAN
RAPPORT Archeologische quickscan Eikenlaan 59 te Koewacht (gemeente Terneuzen)
AM21026
RAPPORT Archeologische quickscan Eikenlaan 59 te Koewacht (gemeente Terneuzen)
Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum
: AM21026 : Concept (versie 1) : 2214-5656 : 10 februari 2021
Opdrachtgever
: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze
Opsteller rapport Paraaf
: L. Kruithof MSc. :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM21026
INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ...................................................................................... 4 1. INLEIDING...................................................................................................................... 5 2.
BEKENDE GEGEVENS ............................................................................................ 6
2.1
Inleiding ..............................................................................................................................................................6
2.2
Gemeentelijke beleids ........................................................................................................................................6
2.3
Gegevens Archis3 ..............................................................................................................................................7
3. TOETSING ARCHIEF ZEEUWS ARCHEOLOGISCH DEPOT (ZAD) ........................... 8
Pagina | 3
AM21026
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer
: AM21026
OM-nummer
: n.v.t.
Soort onderzoek
: Quickscan
Adres onderzoekslocatie
: Eikenlaan 59 te Koewacht
Toponiem
: Eikenlaan 59
Gemeente
: Terneuzen
Provincie
: Zeeland
Kadastrale registratie
: Axel, sectie H, nummers 1354 en 1355
Coördinaten
: Centrum
55.466; 361.164
NW:
55.465; 361.215
NO:
55.493; 361.207
ZW:
55.433; 361.120
ZO:
55.462; 361.110
Oppervlakte
: Circa 3.100 m2
Huidig locatie gebruik
: (voormalig) Agrarisch bedrijf: bedrijfswoning, loods en deels verhard
Aanleiding onderzoek
: Bestemmingsplanwijziging
Opdrachtgever
: Ordito
Pagina | 4
AM21026
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een archeologische quickscan uitgevoerd voor onderstaande locatie aan de Eikenlaan 59 te Koewacht (gemeente Terneuzen). Adres onderzoekslocatie
: Eikenlaan 59 te Koewacht
Gemeente
: Terneuzen
Oppervlakte
: Circa 3.100 m2
Huidig gebruik van de locatie
: Agrarisch bedrijf
Toekomstig gebruik
: Nieuwbouw loods
Dit archeologisch onderzoek betreft een quickscan waarin gekeken is naar de relevante gegevens uit de directe omgeving van het plangebied. Deze quickscan valt buiten de richtlijnen van de BRL SIKB 4000 (protocol 4002), KNA 4.1.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van deze quickscan is een voorgenomen herbestemming van het voormalige agrarische bedrijf. Het noordelijk deel van de onderzoekslocatie (nr 1355) wordt met de voormalige bedrijfswoning gewijzigd naar wonen. Ter plaatse van de woning vinden geen werkzaamheden plaats. Het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie (nr 1354) met loods wordt gewijzigd naar Detailhandel. De aanwezige loods op dit perceel wordt vernieuwd. De diepte van de toekomstige verstoring is ten tijde van het opstellen van dit document niet bekend.
Doel Het doel van de archeologische quickscan is het inzichtelijk maken van de mogelijkheid dat er al dan niet archeologische resten verwacht kunnen worden op de locatie, gebaseerd op eerder onderzoek op de belendende percelen.
Plangebied Het plangebied ligt aan de Eikenlaan, in de bebouwde zone van Koewacht. Momenteel is het plangebied in gebruik (voormalig) agrarisch bedrijf met bedrijfswoning, loods en bijgebouwen. In het noorden wordt het plangebied begrensd door de Eikenlaan, in het zuiden door bebouwing aan de Lange Akkers (nr. 8) en in het oosten en westen door tuinen.
Pagina | 5
AM21026
2.
BEKENDE GEGEVENS
2.1
Inleiding
Bij het uitvoeren van de quickscan is gebruik gemaakt van verschillende bronnen: Archis3, Vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen (2017)
en historische kaarten. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten
archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast is bekend dat er in het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie heeft bebouwing gestaan. Dit is inmiddels gesloopt. In het noordoostelijk deel van het onderzoeksgebied staat de bedrijfswoning. De bedrijfswoning is volgens de BAG-viewer van het kadaster gebouwd in 1900. Ter plaatse van de bedrijfswoning zijn ondergrondse nutsvoorzieningen aanwezig (riool-, waterleiding en elektriciteitskabels). De bijgebouwen in de onderzoekslocatie dateert volgens BAG-viewer uit 1900 en 1911.
2.2
Gemeentelijke beleids
De onderzoekslocatie ligt volgens de Vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen (2017) grotendeels in een zone met een vrijstellingsdiepte van 0,5 meter onder maaiveld. Het zuidoostelijk deel ligt in een zone met een vrijstellingsdiepte van 1,5 meter onder maaiveld (Figuur 1). Binnen het bestemmingsplan Koewacht, Overslag en Zuiddorpe (2012) geldt de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1. Er geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 centimeter onder maaiveld.
Figuur 1. Uitsnede van de Vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen (2017) met zwart omlijnd de onderzoekslocatie. (Bron: De Visser en De Weerdt 2017, Handleiding Vrijstellingenkaart 2017, Edufact rapport 9).
Pagina | 6
AM21026
2.3
Gegevens Archis3
Er zijn geen archeologische monumenten bekend en er zijn meerdere onderzoeksmeldingen en vindplaatsen bekend in de directe omgeving (Figuur 2). Zaakidentificatie
Afstand
Soort onderzoek
Omschrijving
2154538100
Circa 100 m ten
IVO-o door Archeomedia in
Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
NO van het
2003
plangebied 4568760100
Circa 180 m ten
BO door Edufact Advies in
NO van het
Erfgoed in 2017
Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
plangebied 2012869100
Circa 250 m ten
IVO-o door Archeomedia in
NO van het
2002
Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
plangebied 2332170100/
Circa 250 m ten
IVO-p door Universiteit
Tijdens dit onderzoek is hout/houtskool, planaardit (zaad), vuursteen,
2328850100
NO van het
Gent in 2011
grondspoor, gracht en complexen aangetroffen uit het paleolithicum tot nieuwe
plangebied 2084246100
tijd.
Circa 300 m ten
IVO-o door Archeomedia in
NW van het
2003
Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.
plangebied
Tabel 1: Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 300 meter rond het plangebied.
Figuur 2. Bekende archeologische gegevens rondom de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is rood omlijnd.
Pagina | 7
AM21026
3. TOETSING ARCHIEF ZEEUWS ARCHEOLOGISCH DEPOT Dhr. Joost van den Berg, depotbeheerder Zeeuws Archeologisch Depot (Erfgoed Zeeland) heeft op 10 februari 2021 per mail laten weten dat in het archief van het ZAD geen aanvullende informatie bekend is.
Pagina | 8
BIJLAGE 2 BODEMONDERZOEK
Verkennend bodemonderzoek Eikenlaan 59 te Koewacht
Verkennend bodemonderzoek Eikenlaan 59 te Koewacht Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM21026 : Definitief (versie 1) : 16 april 2021
Opdrachtgever
: Ordito Postbus 94 5126 ZH GILZE
Opgesteld door Paraaf
: BEd L. Koomen :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2018
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM21026
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................8
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................8
2.7
Asbest ................................................................................................................................................................................................................8
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer gemeente Terneuzen.........................................................................................9
2.9
Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................9
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 10 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 10
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 10
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 11
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 12 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 15 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 15
5.2
Asbestverdachte materiaalmonsters ................................................................................................................................................... 15
5.3
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 15
5.4
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 16
5.5
Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 18
5.6
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 19
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 20
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Analyserapport asbestverdachte materiaalmonster(s) Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s) Bodemrapportage gemeente Terneuzen
Pagina | 3
AM21026
1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Eikenlaan 59 te Koewacht
Gemeente
: Terneuzen
Kadastrale registratie
: Axel, sectie H, nummers 1354 en 1355
Oppervlakte
: circa 3.050 m2
Huidig gebruik van de locatie
: bedrijfswoning en agrarisch bedrijf
Toekomstig gebruik
: wonen en detailhandel
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van het noordelijk gedeelte van de onderzoekslocatie naar wonen. De loods zuidelijk gelegen op de onderzoekslocatie krijgt de bestemming detailhandel.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in maart 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4
AM21026
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Terneuzen;
•
het dinoloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de Eikenlaan 59 te Koewacht. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Axel, sectie H, nummers 1354 en 1355. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 361.125/ Y = 361.200. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOKViewer)
Pagina | 5
AM21026
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie tot aan halverwege de jaren vijftig van de 20ste eeuw onbebouwd is geweest. Op de kaart uit 1950 is voor het eerst bebouwing waar te nemen op de onderzoekslocatie. Op de kaart uit 1962 is voor het eerst een stal zuidelijk op de onderzoekslocatie zichtbaar. In de loop der jaren breidt de bebouwing zich op de onderzoekslocatie uit.
1931
1950
1962
1988
1997
2014
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 13 januari 2021 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Terneuzen. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwetof milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. De gemeente Terneuzen heeft een bodemrapportage aangeleverd van de locatie en de directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Uit de rapportage blijkt dat er op de onderzoekslocatie niet eerder bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Verdere relevantie informatie is op de volgende pagina uitgewerkt. Pagina | 6
AM21026
Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Kenmerk
Jaartal
Vergunning
Opmerkingen
021
1955
Bouwvergunning
Nieuwbouw hangaar
003
1956
Bouwvergunning
Verbouwing hangaar
012
1980
Bouwvergunning
Bouw hangaar
066
1984
Bouwvergunning
Verbouwing woning
Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.2 weergegeven milieuvergunningen en meldingen geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Vergunning/ melding
Opmerkingen
158
20-1-1980
Hinderwet vergunning
Vergunning voor het inwerking hebben van een vlasbedrijf.
Z-OPR-12-0088
14-5-1996
Wet milieubeheer
Vergunning voor de oprichting van een vlasbedrijf. bovengrondse dieseltank van 1.200 liter, deze is mogelijk niet gerealiseerd.
M-SLM13091
22-3-2013
Sloopmelding
Verwijdering van asbesthoudende golfplaten.
21-5-2013
Asbestinventarisatie rapport
Uit het rapport blijkt dat er een asbesthoudende golfplaten dak op de loods en vlasschuur aanwezig zijn
M-SLM64966
22-7-2013
Sloopmelding
Verwijderen van asbesthoudende golfplaten dak
16703904
31-1-2017
Eindcontrole na
Het geïnspecteerde gebied voldoet aan de eisen gesteld conform
asbestverwijdering
NEN 2990, ruimte is goedgekeurd.
asbestinventarisatie rapport
Uit het rapport blijkt dat er geen asbest is aangetroffen op de
M-SLM170095
3-4-2017
loods en het schuurtje 24-4-2017
Sloopmelding
Sloop van loods en schuurtje
Tabel 2.2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen en meldingen
In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is het in tabel 2.3 weergegeven bodemonderzoek uitgevoerd. Kenmerk
Bijzonderheden
Historisch onderzoek
Conclusie:
Eikenlaan 61 Koewacht,
Gezien het historisch onderzoek is op de locatie mogelijk sprake van bodemverontreiniging.
Onderzoeksbureau ReGister,
De verontreiniging is vermoedelijk heterogeen verspreid, waarbij er sprake is van een kern, waarvan de
kenmerk: 0003/024,
plaats van voorkomen niet bekend is. Het betreft de klompenmakerij. Aangezien het een voormalig
d.d. september en oktober
bedrijfsterrein betreft, waar nog geen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, zal een oriënterend
2000
bodemonderzoek door de provincie moeten worden uitgevoerd.
Tabel 2.3: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Inpandig heeft er in het verleden mogelijk een bovengrondse dieseltank (1.200 liter) in lekbak gestaan. Volgens de eigenaar dhr. Van Eijk is deze niet aanwezig geweest. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.
Pagina | 7
AM21026
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.4. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0,0 – 6,7
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
6,7 – 18,0
Formatie van Koewacht
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand en een weinig kleiig zand en grof zand
18,0 – 30,4
Formatie van Tongeren
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit kleiig zand, fijn en midden zand, weinig klei en een spoor bruinkool, grof zand en kalksteen
Tabel 2.4: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer B54H0021)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 3,0 m+NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 0,8 m+NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 1 april 2021 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Op de onderzoekslocatie staat een woning met hierbij enkele bijgebouwen. Zuidelijk op de locatie staat een loods waarvan in het verleden het asbestgolfplatendak is vervangen door een stalen dak. Oostelijk en noordelijk van de loods bevindt zich een paardenwei. Op de locatie staan enkele pellets met klinkers en enkele stalen golfplaten opgeslagen. Tijdens de veldinspectie zijn ter plaatse van de paardenweide een 11-tal asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Verder zijn er geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Eikenlaan, aan de oostzijde door een woning met tuin, aan de zuidzijde door een woning met tuin en agrarisch bouwland en aan de westzijde door een bedrijf (een klompenmakerij).
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
Pagina | 8
AM21026
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer gemeente Terneuzen
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Terneuzen blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘wonen’ geldt voor de bovengrond en de ontgravingsklasse ‘achtergrondwaarde’ geldt voor de ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen’.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan niet worden uitgesloten. Derhalve is de onderzoekslocatie als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbest in de bodem.
Pagina | 9
AM21026
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen
Aantal te onderzoeken (meng)monsters
oppervlakte (m²)
tot 0,5 m
èn tot 2 m
èn met peilbuis
bovengrond
ondergrond
grondwater
3.050
10
2
1
2
1
1
NEN-grond incl. lutos
NEN-grond incl. lutos
NEN-grondwater
Analysepakket
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.
Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een to etsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 10
AM21026
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. Indien noodzakelijk blijkt bij de uitvoering, worden aanvullende (meng)monsters genomen. locatie
3.050 m
2
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
inspecteren punten van
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
12
12
2
3
Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina | 11
AM21026
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.