2021-12-01 Bijlage 1 - VGBP Eikenlaan 59, Koewacht 20210928
Tekst van het document
4.2
Grondbemonstering
Op 1 april 2021 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het droog en zonnig weer. De asbestverdachte locatie bestaat voor 70% uit een braakliggend terrein, 20% uit bebouwing en 10% uit verharding met minder dan 25% vegetatie. De inspectie efficiëntie van het terrein is ingeschat op 70-80%. Tijdens de inspectie zijn er op het maaiveld ter plaatse van de paardenbak 11 stukjes (300g) grijze golfplaat aangetroffen. Verdeeld over de (deel)locatie zijn in totaal 12 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten ABG1 t/m ABG12). In asbestinspectiegat ABG2 en ABG3 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen.
In het uitgegraven materiaal van asbestinspectiegat ABG4 is 450 gram asbestverdacht materiaal waargenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld 4 mengmonsters samengesteld. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Pagina | 12
AM21026
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
01
Diepte boring (m -mv) 3,70
Zand
zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend
03
2,00
0,08 - 0,50
Zand
zwak asfalthoudend, sporen slakken
06
0,90
0,00 - 0,40
Zand
zwak puinhoudend, sporen baksteen
08
1,00
0,00 - 0,50
Zand
sporen puin en sporen baksteen
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuis is op 1 april 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. In afwijking van het protocol is de peilbuis aan het einde van de werkdag na geruime tijd doorpompen bemonsterd. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 01
Filterdiepte (m-mv.) 2,70 - 3,70
Grondwaterstand (m-mv.) 2,20
pH (-) 6,31
Ec (µS/cm) 452
Troebelheid (NTU) 190
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
Pagina | 13
AM21026
In het grondwater in de peilbuis is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 14
AM21026
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Asbestverdachte materiaalmonsters
De analyseresultaten van het materiaalmonster ABV1 is opgenomen in tabel 5.1. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. Monsternummer ABV1
Soort asbest Chrysotiel
Schatting gewichtspercentage 10 – 15%
Hechtgebondenheid Hecthgebonden
Asbest (gram) 10,4
Tabel 5.1: analyseresultaten materiaalmonsters
Uit de analyse blijkt dat het aangetroffen materiaalmonster asbesthoudend is.
5.3
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) is een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg. Het mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.2 is de samenstelling van het mengmonster weergegeven. Mengmonster
Inspectiegat
Traject (m-mv.)
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
ABM1
ABG02
0 – 0,5
Geen bijzonderheden (0%)
ABG04
0 – 0,5
Geen bijzonderheden (0%)
ABG05
0 – 0,5
Geen bijzonderheden (0%)
ABG07
0 – 0,5
Geen bijzonderheden (0%)
ABM2
ABG06
0 – 0,4
Sporen baksteen, zwak puinhoudend en
ABM3
ABG01
0 – 0,5
Zwak puin- en baksteenhoudend (10%)
ABG03
0,08 – 0,5
Zwak asfalthoudend en sporen slakken (5%)
ABG08
0 – 0,5
Sporen puin- en baksteen (5%)
ABG09
0 – 0,5
Geen bijzonderheden (0%)
ABG10
0 – 0,5
Geen bijzonderheden (0%)
ABG11
0 – 0,5
Geen bijzonderheden (0%)
ABG12
0 – 0,5
Geen bijzonderheden (0%)
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee
Geselecteerd voor analyse
Ja (450 gram)
Ja
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
zwak asbest verdacht materiaal (10%)
ABM4
Tabel 5.2: Schemagrond(meng)monster fijne fractie
Pagina | 15
AM21026
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 8 voor de analyserapport. Monster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
grove fractie [mg/kg d.s.]
Berekende asbestconcentratie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
ABM1
Geen bijzonderheden
n.a.
n.a.
0,58
0,58
ABM2
Bijmengingen met baksteen, puin
1164
n.a.
110
1274
n.a
n.a.
<2
<2
en asbestverdachte materiaal ABM3
Bijmengingen met asfalt, puin, baksteen en slakken
Tabel 5.3: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond
n.o. = niet onderzocht
De relevante verdachte grondmonsters zijn analytisch onderzocht. In de grove fractie van ABM2 (ABG6) is een sterk verhoogde asbestconcentratie van 1164 mg/kg d.s. waargenomen, in de fijne fractie is eveneens een sterk verhoogde asbestconcentratie van 110 mg/kg d.s. aangetoond. In het onderzochte monster ABM3 is geen verhoogde asbestconcentratie waargenomen in de grove en/of aangetoond in de fijne fractie. In de fijne fractie van grondmengmonster ABM1 (ABG02,ABG04,ABG05 en ABG07) is een marginaal verhoogde asbest concentratie van 0,58 mg/kg d.s. aangetoond (lager dan de helft van de interventiewaarde; 50 mg/kg d.s.). Grondmengmonster ABM 4 is op basis van ligging en afwezigheid van asbestverdachte materialen niet onderzocht. Ter plaatse van ABG6 wordt een nader onderzoek noodzakelijk geacht om de omvang van de asbest verontreiniging vast te stellen.
5.4
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Vanwege de aangetroffen bijmengingen met asfalt en slakken ter plaatse van de bovengrond van boring 3, is in overleg met de opdrachtgever besloten om boring 3 separaat te analyseren op metalen en PAK. Analysemonster
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
01 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,40) 08 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
MM2
0,00 - 0,50
02 (0,00 - 0,40) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket incl. lu/os
07 (0,00 - 0,20) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) MM3
0,50 - 1,50
01 (0,60 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 02 (0,50 - 1,00)
Standaardpakket incl. lu/os
02 (1,00 - 1,50) 03 (1,00 - 1,50) 06 (0,50 - 0,90) 08 (0,50 - 1,00)
Pagina | 16
AM21026
Analysemonster M4
Traject (m -mv) 0,08 - 0,50
Deelmonsters
Analysepakket
03 (0,08 - 0,50)
Lutum en organische stof, Metalen pakket (9), PAK (10 VROM)
Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 9 voor het analyserapport. (Meng)monster
Traject (m -mv)
Zintuiglijke waarnemingen Bijmengingen met baksteen, puin en
Verhoogde component Cadmium
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 0,702 *
MM1
0,00 - 0,50
asbest
Koper
58,6
*
Lood
168
*
Zink
180
*
0,00 - 0,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
--
--
-
MM3
0,50 - 1,50
Geen bijzonderheden / bijmengingen
--
--
-
M4
0,08 - 0,50
Bijmengingen met asfalt en slakken
Kwik
1,82
*
PAK (10-VROM)
1,55
*
MM2
Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM1 (dieptetraject 0 – 0,5 m-mv.) licht verhoogd is met cadmium, koper, lood en zink. Grondmonster M4 (dieptetraject 0,08 – 0,5 m-mv.) is licht verhoogd met kwik en PAK. In de overige grondmengmonsters van de bovengrond (MM2) en ondergrond (MM3) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde.
De aangetoonde verhoogde gehalten zijn waarschijnlijk te relateren aan de aangetroffen zintuiglijk bijmengingen in de bovengrond.
Pagina | 17
AM21026
Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.
De afkorting PAK staat voor Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen. Het gaat hierbij om een verbindingsklasse van meer dan 200 stoffen, die bestaan uit twee of meer aan elkaar verbonden benzeenringen. Ze ontstaan met name bij verbrandingsprocessen, en kunnen dus zowel een synthetische als een natuurlijke oorsprong hebben. PAK’s ontstaan o.a. door onvolledige verbranding van minerale olie zoals die ook in het verkeer plaatsvindt. Ze worden tevens gevormd bij het proces van droge destillatie van steenkool, zoals die bij gas- en cokesfabrieken werd toegepast. Daarnaast kunnen ze worden aangetroffen bij de vervaardiging en verwerking van rubber, kunststoffen, verf, lakken, minerale olie en teerproducten. In de chemische grondstoffenindustrie dienen ze als tussenproducten bij verschillende syntheses, bijvoorbeeld van verfstoffen en farmaceutica. De belangrijkste PAK-verbindingen in steenkoolteer zijn naftaleen, chryseen, fenanthreen en fluorantheen. Alle zijn praktisch onoplosbaar in water, niet vluchtig en persistent (niet afbreekbaar).
5.5
Grondwatermonster(s)
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 10 voor het analyserapport.
Peilbuis 1
Filtertraject [m-mv] 2,7 – 3,7
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
2,2
--
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing -
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 geen van de onderzochte componenten zijn gemeten in een gehalte verhoogd ten opzichte van de streefwaarde.
Pagina | 18
AM21026
5.6
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie onverdacht is.
Voor asbest in de bodem wordt de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is bevestigd. Bij het verkennend onderzoek zijn geen tot licht verhoogde gehalten in de bodem aangetroffen. Ter plaatse van ABG06 wordt de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. overschreden en is het uitvoeren van een nader onderzoek noodzakelijk geacht.
Pagina | 19
AM21026
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn behoudens de aangetroffen stukjes asbestverdacht plaatmateriaal zuidoostelijk ter plaatse van de paardenwei geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In de bodem tot 0,5 m-mv (boringen 01, 06, en 08) zijn baksteen- en puinresten aangetroffen (gradatie spoor tot zwak). In boring 03 is tot 0,5 m-mv een spoor slakken en een zwakke bijmenging met asfalt waargenomen. In het uitgegraven bodemmateriaal van asbestinspectiegat ABG06 zijn stukken asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Asbest Bij het verkennend asbest in de bodem onderzoek zijn algemeen geen tot licht verhoogde gehalten in de bodem aangetroffen. Ter plaatse van ABG06 wordt de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. overschreden. Ter plaatse is het uitvoeren van een nader onderzoek noodzakelijk Bodem Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met cadmium, koper, lood, zink, kwik en PAK. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het freatisch grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
De verhoogde gehalten aan asbest in de bodem ter plaatse van ABG06 overschrijden de interventiewaarde waardoor sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Gezien de ligging van het inspectiegat, de omliggend uitgevoerde inspectiegaten en (analyse)resultaten betreft het vermoedelijk een lokale puntverhoging.
Ter inkadering van de verontreiniging dient een nader asbest in bodem onderzoek (sleuvenonderzoek ten behoeve van een inkadering en hoeveelheidsbepaling) uitgevoerd te worden. Dit onderzoek dient plaats te vinden voorafgaand aan de planrealisatie en/of toekomstige grondwerkzaamheden. Het uitvoeren van grondroerende activiteiten (graven of andere grondbewerking) vanwege de aangetoonde bodemverontreiniging is ter plaatse en in de directe omgeving niet toegestaan zonder instemming van de bevoegde overheid.
Opgemerkt wordt dat asbestverontreinigingen vaak heterogeen verspreid zijn in de bodem. Dit wil zeggen dat de aan‐ of afwezigheid van asbest per kubieke meter kan verschillen. Het bereiken van resultaat in dit onderzoek is derhalve niet uitsluitend afhankelijk van de inspanning en ervaring van het onderzoeksbureau, maar ook van factoren die buiten onze invloedsfeer vallen. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
Pagina | 20
AM21026
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM21026
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM21026-LA
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Axel H 1355
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 13 januari 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM21026
AM21026
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM21026
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties
AM21026
361175
55401
55426 361200
55451
361225
55476
55401361125
361200
361150
361225 55501
55376
55376
55526
Legenda Plangebied Foto's
Boorpuntenkaart (A4)
361100
asbestinspectiegat
361175
AM21026 Koewacht Eikenlaan 59
Boringen
Schaal
boring tot 0,5 m-mv
N
boring tot 1,0 m-mv
v1.0_16-4-2021_LK
boring tot 2,0 m-mv peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
55426
55451 361100
55476
361125
55501
55526
361150
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen
AM21026
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0
0 1
50 60
50 2
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Graven
100
0
0
erf
40
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, Graven
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Graven Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
02
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruingeel, Graven Zand, matig fijn, zwak siltig, licht oranjegrijs, Edelmanboor
100
3
3
150
150
150 4
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
4 200
200
200
200 Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
250
300
350 370
Boring:
03
Boring: 0 8
0 1
50
50
klinker
04 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak asfalthoudend, sporen slakken, donkerbruin, Graven
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
1 50
50 Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 90
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
100 3 150 4 200
200
Boring:
05
Boring: 0
0
erf
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
1 50
50
06 1 40 50
50 2
90
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, zwak asbestverdacht materiaal houdend, sporen baksteen, donkerbruin, Graven, %> 20 mm circa 10% Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Graven Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor
Boring:
07
0 1
Boring: 0
erf
20
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Graven
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Graven
2 50
08 0
0 1
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen puin, sporen baksteen, sporen hout, donkerbruin, Graven, %> 20 mm circa 5% Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
2 100
erf
100
Projectnaam: Eikenlaan 59 te Koewacht Projectcode: AM21026
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
09
Boring: 0
0
gras
50
50
Boring:
11
50
50
tuin
50
50
Boring:
Graven, ABG 2/4/5 en 7
0
50
50
Boring: erf
erf
0
1
ABM2 0
ABM1
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, Graven 50
50
Boring: 0
gras
0
1
13
0
12
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
1
Boring:
50
Boring: 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven
1 50
gras
gras
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donker oranjebruin, Graven
1
10
ABM3 erf
0
0
Graven, ABG 6
Graven, ABG 1/3 en 8
1
1 40 50
50
Boring:
ABM4 0
0
Boring: erf
ABV-1 0
0
Graven, ABG 9/10/11 en 12
erf Graven
1
1
40
50
50
Projectnaam: Eikenlaan 59 te Koewacht Projectcode: AM21026
Opdrachtgever: Ordito
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
AM21026
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM21026
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM21026
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer
AM21026
Onderzoekslocatie
Eikenlaan 59, Koewacht
Opdrachtgever
Ordito
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee
Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven Protocol :
Datum uitvoering veldwerkzaamheden:
2001, 2002 en 2018
1 april 2021
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
aeres milieu
Bijlage 6 Analyserapport asbestverdachte materiaalmonster(s)
AM21026
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
Aeres Milieu BV Lennart Koomen Postbus 1015 6040 KA ROERMOND
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 5
: Eikenlaan 59 te Koewacht : AM21026 : 13435918, versienummer: 1. : AY2JAPGP
Rotterdam, 06-04-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM21026. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 2 van 5
Analyserapport Eikenlaan 59 te Koewacht
Orderdatum 02-04-2021 Startdatum 02-04-2021 Rapportagedatum 06-04-2021
AM21026 - 1
13435918
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001
Asbestverdacht
ABV1 ABV-1
Analyse
Eenheid
ASBESTONDERZOEK aangeleverd materiaal
g
KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK asbestresultaten -
Q
001
82.86
Q
zie bijlage
De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 3 van 5
Analyserapport Eikenlaan 59 te Koewacht AM21026 13435918
- 1
Orderdatum 02-04-2021 Startdatum 02-04-2021 Rapportagedatum 06-04-2021
Monster beschrijvingen
001
*
Bij de kwantitatieve bepaling van asbest in materiaalmonster is de bepalingsgrens van de gebruikte onderzoeksmethode voor het schatten van het massapercentage asbest 0,1 (massa %). Indien het gehalte aan asbest onder de bepalingsgrens ligt (<), wordt het monster als niet asbesthoudend beschouwd. Indien gewenst kan met SEM-analyse een lagere bepalingsgrens worden gerealiseerd ( tot 0.01 massa %).
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Aeres Milieu BV Lennart Koomen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blad 4 van 5
Analyserapport Eikenlaan 59 te Koewacht
Orderdatum 02-04-2021 Startdatum 02-04-2021 Rapportagedatum 06-04-2021
AM21026 13435918
- 1
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001
P5235079
01-04-2021
01-04-2021
ALC299
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
SYNLAB rapportnummer
13435918 - 1
Blad 5 van 5
aeres milieu
Bijlage 7 Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
AM21026