2021-05-19 Bijlage 2 - Inventarisatie historische graven en opvallende grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen Terneuzen
Tekst van het document
1.8 Zaamslag Het dorp Zaamslag kent een middeleeuwse oorsprong, ware het niet dat het eerste dorp in 1584 in de golven verdween om Terneuzen te kunnen verdedigen tegen de Spanjaarden. Nadat de zee weer ingepolderd was, ontstond centraal in de polder het huidige Zaamslag. Tussen 1648 en 1652 werd een nederzetting gebouwd op de kruising van twee wegen waar een plein met kerkgebouw werd aangelegd. De in 1658 gebouwde kerk werd in 1898 fors verbouwd. Bij die verbouwing zijn mogelijk de sporen van het begraven in de kerk verdwenen. Het kerkhof lag voor het grootste deel ten zuiden van de kerk. Aan de noordzijde lag een gemeentelijke waterput. Hoewel het inwonertal van Zaamslag rond 1829 niet de INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
23 van 100
duizend zielen te boven ging, legde men toch een nieuwe begraafplaats aan. Dat gebeurde op grond van het verbod om nog langer binnen de bebouwde kom te begraven. Een deel van het oude kerkhof is daarna gebruikt voor de bouw van een gemeentehuis. De waterput werd gedempt en ter plekke werd plaats gemaakt voor een pleintje met muziektent. Een gedeelte van de ruimte rond de kerk is Afb. 20. Kerk en plein in het midden van Zaamslag, ± 1832 (Beeldbank Rijksdienst afgezet met een voor het Cultureel Erfgoed). bakstenen muur met daarop een hek. Gemeentelijke begraafplaats Zaamslag De nieuwe begraafplaats werd op 1 juni 1829 in gebruik genomen. Het perceel dat toen ten oosten van het dorp in gebruik werd genomen was 4.450 m2 groot en langwerpig van vorm met de ingang langs de Veerstraat. Waarschijnlijk is zo’n 40 jaar later een uitbreiding achter de begraafplaats gemaakt, terwijl ook aan de zijkanten een strook bij de begraafplaats getrokken is (situatie zoals op afbeelding 21 zichtbaar). Het lijkenhuisje dat nu midden op de begraafplaats staat, is in de jaren zeventig van de negentiende eeuw tegen de perceelsgrens gebouwd. Het huisje is nadien aangepast. In 1888 besloot de gemeente een nieuw ijzeren toegangshek te plaatsen bij de toegang tot de begraafplaats. Dat hek is tegenwoordig midden op de begraafplaats terug te vinden nadat latere uitbreidingen de oude ingang overbodig maakte.
Uit de jaren dertig weten we dat het maaien van het gras op de begraafplaats verpacht jaarlijks verpacht werd. In 1932 leidde dat echter tot grote ontevredenheid omdat er volgens sommigen meer onkruid op de begraafplaats stond dan gras.
Afb. 21. Topografische kaart van ± 1910 met de begraafplaats centraal in beeld.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
24 van 100
In oktober 1940 kreeg de begraafplaats een toevalstreffer te verwerken. Een bom beschadigde onder meer het grafmonument van dominee Van Dis dat na diens overlijden in 1936 was geplaatst. Waarschijnlijk is het grafmonument na 1947 geheel vernieuwd na de bijzetting van de echtgenote van Dis want van enige schade is vandaag de dag niets te zien. Een wat oudere plattegrond van de begraafplaats die in het register is opgenomen, toont een naoorlogse begraafplaats met maar liefst 12 vakken, genummerd vanaf de toegang waar vak I lag. Daar werd uiteindelijk niet begraven, maar omgevormd tot een plantsoen (nu vak N). Ter weerszijden lag een
Afb. 22. Plattegrond van de begraafplaats van waarschijnlijk na de Tweede Wereldoorlog, opgenomen in het register.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
25 van 100
ingang, dus het hekwerk uit 1888 was waarschijnlijk al vervangen. Er werden graven uitgegeven in drie klassen en alle graven lagen aaneengesloten in drie of vier rijen met daartussen een smal pad. Hoofdpaden ontsloten de vakken en de tussenpaden gaven toegang tot de graven die in drie rijen lagen. De eerste klassen betrof in eerste instantie twee kleine vakken links en rechts van de ingang (nu vakken A en B, terwijl vak A later een kleine uitbreiding kreeg). Veruit de meeste graven werden uitgegeven in de derde klasse. In 1961 besloot de gemeenteraad tot de bouw van een aula op de begraafplaats. Voor de bouw werd in 1963 op de begroting 20.000 gulden gereserveerd. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de plannen niet doorgegaan, want een aula is nooit gerealiseerd. Wel werden in 1970 de grindpaden vervangen door asfaltpaden. Een grote verandering was de uitbreiding in de jaren tachtig aan de oostzijde. Dit betekende niet alleen een verdubbeling van het oppervlak, maar ook een nieuwe ingang met parkeerplaatsen aan de Veerstraat. Het klassensysteem werd losgelaten en alle vakken zijn hernummerd. Op sommige vakken resteren nog maar weinig grafmonumenten, terwijl op andere nog nagenoeg alle grafmonumenten aangetroffen kunnen worden. Vak L, het oude XI is inmiddels opnieuw ingericht met graven langs de paden.
Door de vakken te laten begroeien met een kruidlaag is de structuur enigszins weggevallen. Op vak B, ooit gelegen naast de ingang, liggen nog de oudste grafmonumenten van de begraafplaats, teruggaand tot 1843.
Afb. 23. Grafvak B kent de oudste grafmonumenten op de begraafplaats, hier in beeld in 2009.
1.9 Samenvatting historie Inrichting en grafcultuur op de begraafplaatsen verschilt sterk. Dat heeft vooral te maken met de ouderdom van begraafplaatsen. Op sommige begraafplaatsen is de karakteristiek nog niet voldoende tot stand gekomen of is deze alweer verdwenen door ruimingen (Axel-Westsingel, Hoek-Molendreef en Sas van Gent) of is de locatie te klein om een goed beeld weer te geven (Philippine). Op de oudste begraafplaatsen, Axel-Burchtlaan, Biervliet en Zaamslag kan wel een beeld verkregen worden van de twintigste-eeuwse grafcultuur in de gemeente, ondanks dat daar veel geruimd is. Hoge hardstenen stèles, veelal met gestileerde lauwerkrans en ster, bepaalden het beeld en ook rijker uitgevoerde grafmonumenten komen voor, zoals in Zaamslag waar duidelijk ornamentiek is INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
26 van 100
toegepast in de stijl van Jugendstil. Op deze drie oudere begraafplaatsen en in minder mate in HoekBegoniastraat, is deze grafcultuur aanwezig, met als toevoeging hardstenen zerken. Deze zijn aangetroffen als gewone zerken, maar eveneens op een roef van baksteen. Ze komen met name voor op de vakken voor de hogere klassen. Op de meeste begraafplaatsen is een goede ontwikkeling te zien naar een meer moderne grafcultuur. Deze is wel beïnvloed door de grafcultuur uit België. Dat komt deels doordat de leveranciers van de grafstenen van over de grens kwamen. Het type grafmonument uit de jaren vijftig en zestig dat hier voorkomt, is daardoor uniek voor Nederland. De jongere begraafplaatsen, te beginnen met Terneuzen, bevatten grafstenen die gevormd zijn naar ideeën die golden in de jaren zestig, zeventig en tachtig. Eenvormigheid is daarbij troef en symboliek komt nauwelijks meer voor. Wat de oudere begraafplaatsen delen, is de opvatting over inrichting van een begraafplaats in de negentiende eeuw. Dat betekent dat grafmonumenten dicht op elkaar liggen met nauwelijks ruimte. Latere grafvakken, maar zeker ook de jongere begraafplaatsen, bevatten graven die alle aan paden liggen en daardoor meer ruimte vragen en tegelijkertijd meer ruimte bieden voor aankleding met het nodige groen.
De geschiedenis van de beschreven begraafplaatsen is afhankelijk van de plaats en het tijdstip waarop ze ontstonden. Het is jammer dat de oude begraafplaatsen in Terneuzen zelf verdwenen zijn, want vanuit wat aangetroffen kan worden op de andere begraafplaatsen, is hier veel aan funeraire cultuur verloren gegaan. In de ontwikkeling van de begraafplaatsen is zichtbaar dat de laatste jaren met dezelfde regels en beleid naar de begraafplaatsen wordt gekeken. Dat houdt in dat de begraafplaatsen efficiënter te beheren zijn, maar dat gaat wel ten koste van de eigenheid van de plek en de grafcultuur. De inventarisatie die nu gedaan is, laat enkele tientallen grafmonumenten zien die de moeite waard zijn om te behouden. Dit is enerzijds vanwege de personen die er begraven zijn en behoren tot de geschiedenis van de betreffende steden en dorpen en anderzijds vanwege de typische vormgeving en materiaalgebruik die binnen de gemeente is aangetroffen op de begraafplaatsen.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
27 van 100
2 GEHANTEERDE CRITERIA Op de tien geïnventariseerde begraafplaatsen in de gemeente Terneuzen vinden we duizenden graven. Niet op elk graf is een grafmonument geplaatst en in sommige gevallen zijn de grafmonumenten al geruime tijd verdwenen. In de voorgaande beschrijvingen is te lezen hoe de verschillende begraafplaatsen zijn aangelegd en hoe ze zich ontwikkeld hebben. Er is tevens enige aandacht besteed aan het type grafmonument dat aangetroffen wordt, maar dat geeft nog geen goed beeld van het palet aan grafmonumenten dat op de begraafplaatsen voorkomt. Aan de hand van de hieronder beschreven criteria is getracht op de begraafplaatsen die grafmonumenten te selecteren die het verhaal van de ontwikkeling van de begraafplaatsen en de bijbehorende dorpen en steden kunnen beschrijven. Er is uiteraard een groot verschil in de intensiviteit waarmee de begraafplaatsen gebruikt zijn en nog gebruikt worden, want op die van Hoek-Begoniastraat na, wordt op alle begraafplaatsen nog begraven. De mate waarin verschilt echter sterk. Op de begraafplaats van Philippine wordt in sommige jaren helemaal niemand begraven, terwijl in Biervliet dat nog vaak gebeurt, zij het wel op alleen een bepaald deel van de begraafplaats. Dat geldt ook voor Zaamslag, waar op de oudere grafvakken al jaren niemand begraven is.
Na een ruiming kan een ouder grafvak evenwel weer opnieuw in gebruik komen waarmee de intensiteit van de ontwikkelingen weer verschuift. De meeste begraafplaatsen kennen een of meerdere uitbreidingen of er is grootschalig geruimd. Daarmee verandert het beeld van die begraafplaatsen continue. Deze inventarisatie gaat ervan uit dat de karakteristiek van de oudere grafvakken min of meer intact blijft, wat niet wil zeggen dat daar dan niet meer begraven kan worden. Dat is heel goed mogelijk, mits de regels voor het plaatsen van grafmonumenten enigszins aangepast wordt met het oog op inpassing ten opzichte van de bestaande grafmonumenten. In hoofdstuk 5 en 6 zal daar nader op ingegaan worden. Niet alle grafmonumenten die nu nog op de begraafplaatsen staan, zijn even waardevol om te behouden of te beschermen. De waarde van een grafmonument kan op verschillende manieren worden vastgesteld. De beste wijze is die waarbij achteraf aangetoond kan worden dat er geen sprake is geweest van willekeur bij het selecteren van de grafmonumenten. De gemeente Terneuzen heeft daartoe de geformuleerde criteria van Bureau Funeraire Adviezen geaccepteerd en enigszins aangepast. Deze criteria luiden als volgt: 1. Biografische betekenis van de begravene; 2. Ouderdom grafmonument; 3. Materiaalgebruik en hantering; 4. Vormgeving van het grafmonument; 5. Bijzondere symboliek; 6.
Passend in karakter van het grafveld; 7. Technische staat.
2.1 Criteria voor inventarisatie Om de hierboven genoemde criteria verder te objectiveren is per criterium een nadere uitwerking gemaakt aan de hand van de inventarisatie. De criteria worden nader verklaard in de volgende paragrafen, mede ook als verduidelijking voor de gegevens in de Excellijsten die in de bijlage zijn toegevoegd. Biografische betekenis van de begravene Om op grond van dit criterium op de lijst te kunnen worden geplaatst, dienen onder meer de volgende richtlijnen: ✓ De overledene moet minimaal dertig jaar geleden overleden zijn (voor 1991), of; ✓ De overledene moet publicaties van enig belang op zijn naam hebben of er is over hem/haar gepubliceerd, of; ✓ Het moet gaan om een overledene die bij leven openbare functies bekleedde die van betekenis waren voor de gemeenschap in de gemeente of de regio. Maatgevend is bijvoorbeeld de duur van de functie, INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
28 van 100
eventuele vernoeming van de persoon in straatnaam of naam van een openbaar gebouw. Ook kan de persoon betrokken zijn geweest bij een bijzondere gebeurtenis die nu nog herinnerd wordt, of; ✓ De persoon moet over een zekere (lokale) status beschikken, bijvoorbeeld door het uitgeoefende beroep of de bekendheid die de persoon bij leven genoot en die nu nog als zodanig wordt herinnerd. De termijn van dertig jaar dient om een besluit louter op subjectieve gronden uit te sluiten. Voor het maken van keuzes op basis van de bovengenoemde criteria, zijn de personen in categorieën ingedeeld. De aanduiding van de categorie is, indien van toepassing, eveneens opgenomen in de lijst. Uiteraard bestaan er omstandigheden om af te wijken van dit criterium, zeker als al duidelijk is dat de persoon nu al van belang is. Doordat met name door latere bijzettingen de grens van 1990 niet altijd even nauw gehanteerd in de gaten gehouden kan worden, is het uitgangspunt wel de eerste begraving in het graf. In de inventarisatie is een klein aantal graven opgenomen met personen die na 1990 zijn overleden. Of deze graven ook daadwerkelijk geselecteerd worden in de puntentelling is vanzelfsprekend nog niet duidelijk.
De categorieën voor de gemeente Terneuzen zijn als volgt: - v1 Bijzondere gevallen, inzake betrokkenen bij bijzondere gebeurtenissen; - v2 Notabelen en bestuurders: ambtenaren en ambten zoals burgemeesters, wethouders, raadsleden, provinciale en landelijke politici, maar ook artsen, predikanten, rechters en dergelijke; - v3 Onderwijs, sport en wetenschap: onderwijzers, leraren schrijvers, hoofden van school, dichters; - v4 Slachtoffers Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen en strijdtonelen; - v5 Industrie, arbeid en landbouw: landbouwers, ondernemers, fabrikanten, transport (weg en water), ambachten. Bij de categorieën v1 en v4 wordt vooral gelet op de verhalende omstandigheden, terwijl bij de andere categorieën meer gekeken wordt naar het belang van de overledene zelf. De mate van belang die aan de verdiensten van een persoon gehecht kan worden, wordt met behulp van een cijfer tot uitdrukking gebracht. De cijfers lopen van 1 tot en met 5, waarbij het hoogste cijfer staat voor het meeste belang.
Daarbij gaat het vooral om het belang voor de historie van de gemeente Terneuzen: • 1: minst wel enige bekendheid, maar (uiteindelijk) geen invloed op de historie; • 2: matig wel bekend, maar weinig invloed op de historie; • 3: gemiddeld bekend en heeft enige invloed gehad op de historie; • 4: belangrijk heeft de nodige invloed gehad op de historie; • 5: zeer belangrijk heeft veel invloed gehad op de historie. In een aantal gevallen wordt bij de puntentoekenning tevens gekeken naar betrokkenheid van de personen bij een grote, belangrijke of opvallende gebeurtenis. Dergelijke gebeurtenissen kunnen bijvoorbeeld ongevallen zijn zoals verdrinkingen van kinderen, maar tevens ziekten zoals de Spaanse griep die destijds een grote impact hadden. Van de Spaanse griep zijn geen specifieke gevallen in de gemeente bekend, maar gezien de data is bij een enkel grafmonument wel dat als vermoedelijke doodsoorzaak vermeld. In een aantal gevallen is een graf geselecteerd op grond van het feit dat een graf het oudste is op de begraafplaats of als het gaat om de eerstbegravene. Aan personen die stierven in de Tweede Wereldoorlog vanwege hun verzet of anderszins betrokken waren bij een belangrijke gebeurtenis in die periode, wordt in het algemeen minimaal twee punten toegekend. Dit in verband met het historische belang van de periode 1940-1945.
Wanneer het gaat om burgerslachtoffers, dan wordt in de meeste gevallen één punt toegekend. Ouderdom grafmonument Niet alle grafmonumenten komen zondermeer in aanmerking om op de lijst te worden geplaatst. Een nieuw of vernieuwd monument zal niet zo snel opgenomen worden, tenzij deze op een graf staat van een persoon die historische betekenis heeft. Verder wordt een ouderdomsgrens aangehouden. Dit om enige afstand te laten bestaan tussen de hedendaagse grafcultuur en datgene wat van historische waarde is. Voor deze inventarisatie is gekozen voor dertig jaar, aansluitend op die voor personen. Een INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
29 van 100
dergelijke termijn geeft meer dan voldoende distantie om de kwaliteit van de grafcultuur op waarde te kunnen schatten. Voor grafmonumenten van bijzondere personen die korter geleden begraven zijn, kan een uitzondering gemaakt worden. Aan de specifieke ouderdom van het grafmonument worden geen punten toegekend. Materiaalgebruik en hantering Bij dit onderdeel wordt zowel gelet op bijzondere materialen als op materialen die typerend zijn voor de begraafplaatsen. Bijzondere materialen zijn vooral materialen die in het algemeen minder vaak gebruikt zijn voor grafmonumenten op de begraafplaatsen of die inmiddels zeldzaam zijn geworden, zoals gietijzer, hout, zandsteen of marmer. Bij de inventarisatie van de gemeentelijke begraafplaatsen in Terneuzen zijn geen metalen of smeedijzeren grafmonumenten of onderdelen aangetroffen, behalve een aantal aluminium kettingen. Hekwerken zijn in het geheel niet aangetroffen, wat normaliter wel een onderdeel is dat bij negentiende-eeuwse begraafplaatsen voorkomt. Materialen die typerend zijn voor de begraafplaatsen in de gemeente Terneuzen betreffen vooral Belgisch hardsteen en in enige mate kunststeen. Kalksteen komt voor op de oorlogsgraven, maar een grote afwezige is graniet. Meestal komt graniet vanaf de jaren twintig voor als materiaal, maar dat is bij deze inventarisatie slechts drie keer aangetroffen en ook nog bij jongere grafmonumenten.
Marbriet is een materiaal dat wel in enige mate is aangetroffen, met name als tekstplaat. Dit is zogenaamd zwart glas dat in heel Nederland aangetroffen kan worden, vooral op grafmonumenten uit de periode 1920-1970. Hantering gaat over de wijze waarop bijvoorbeeld een grafmonument technisch bewerkt is. Dus het gebruik van een bijzonder materiaal met een slechte afwerking zal minder snel in aanmerking komen dan een goed verwerkt materiaal. In dit geval geldt dat bij de inventarisatie enerzijds goed gelet is op afwijkende materialen met de vraag of ze daadwerkelijk bijzonder zijn. Anderzijds is gelet op de wijze waarop omgegaan is met het materiaal, zoals de wijze van bewerking. De materiaalsoort zelf is in een aparte kolom vermeld als een vaststaand gegeven. Wanneer meerdere materiaal samen zijn toegepast, is vaak het hoofdmateriaal als eerste genoemd. Is het materiaal bijzonder of juist goed bewerkt dan kan een grafmonument op dit onderdeel één punt scoren. Vormgeving van het monument De vormgeving van een individueel grafmonument of een ensemble kan van doorslaggevende betekenis zijn om deze te selecteren. Dat kan bijvoorbeeld vanwege het feit dat het zeldzaam is of omdat het binnen de stijl een goed Afb. 24. Grafmonument J-6-245 in Zaamslag laat bij het lage zonlicht mooi zien hoe het basement bewerkt is met de beitel. voorbeeld vormt.
Om die reden is bijvoorbeeld gekeken naar grafmonumenten die te maken hebben met de zogenaamde ‘armere’ grafcultuur waarbij geen natuursteen wordt toegepast. Dergelijke grafmonumenten zijn slechts in geringe mate aangetroffen. Zo is er geen enkel grafmonument van hout aangetroffen. Wel is een aantal
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
30 van 100
eenvoudig vormgegeven grafmonumenten van kunststeen, vaak beton, aangetroffen. Het is mogelijk dat veel van dergelijke grafmonumenten zijn vervangen of opgeruimd. Bij dit onderdeel is overigens ook gelet op de wijze van belettering van het grafmonument, bijzondere teksten en de betekenis van het grafmonument binnen het algehele karakter van de begraafplaats. Er zijn behalve verwijzingen naar een Bijbelse psalm of gezang, geen teksten aangetroffen die lijken op grafpoëzie. Dat zijn gedichten die verwijzen naar de overledene en diens lot of dat van de nabestaanden, los van de Bijbelse verwijzing. Het grafmonument dat een passende vormgeving kent met een fraaie belettering of typografie kan daarmee 1 punt scoren. Bijzondere symboliek Symbolen op grafmonumenten zijn er in veel varianten en die zijn op de begraafplaatsen in de gemeente Terneuzen ook te vinden. Op Nederlandse begraafplaatsen zijn vooral symbolen te vinden die verwijzen naar het christelijke geloof. Dat geldt zeker voor de gemeente Terneuzen. De specifieke negentiendeeeuwse doodssymboliek zoals schedels, knekels, slangen, zandlopers, zeisen, vlinders of papavers zijn nagenoeg niet aangetroffen op de begraafplaatsen. Wanneer sprake is van een typerend symbool in een bijzondere vormgeving, zal een grafmonument met zo’n algemeen symbool wel opgenomen worden in de lijst.
Symboliek die verwijst naar een persoon of gebeurtenis zelf, vaak een samenvoeging van verschillende betekenissen, kan een dusdanig symbool opleveren dat er sprake is van een bijzonderheid, zoals tijdens de inventarisatie slechts een enkele keer werd aangetroffen op grafmonumenten. Een voorbeeld is het grafmonument van Maarten de Regt († 1927) en diens vrouw Pieternella Dieleman († 1922) op graf I-A-1-20H in Terneuzen. Op hun hardstenen stèle is een plantje opgenomen met centraal duidelijk een klavertje vier. Dergelijke symboliek is zeldzaam binnen de gemeente. Slechts een aantal keren komt een afgeknakte boom of treurboom voor. Normaal geen reden om in een inventarisatie op te nemen, maar door de relatieve zeldzaamheid hier wel. Door grafmonumenten met deze symbolen ter plekke te behouden, kunnen deze altijd in de juiste context worden geplaatst. Voor dit criterium is veelal gekeken naar de algemene deler, maar ook naar de uitzonderlijke symbolen. Wanneer sprake is van een bijzonder symbool, dan is aan het grafmonument een punt toegekend. Passend in karakter van het grafveld Hierbij wordt feitelijk niet gekeken naar de intrinsieke waarde van het grafmonument, maar naar de collectieve waarde. Dat betekent dat het grafmonument bijvoorbeeld goed aansluit bij het karakter van een begraafplaats of grafveld. Dat betekent dat groepen van grafmonumenten eerder in aanmerking
Afb. 25. Grafvak D op Axel Burchtlaan is een klein veld met een eigen karakteristiek.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
31 van 100
kunnen komen dan losse exemplaren. Dit kan gaan om een verzameling zerken met een gave vormgeving of monumenten die sterk opvallen in het beeld en ankerpunten vormen in de beleving. Op verschillende grafvakken op de gemeentelijke begraafplaatsen in Terneuzen zijn grafvakken aangetroffen met een gave karakteristiek. In andere gevallen, waar daar geen sprake van was, is hier verder geen belang aan gehecht. Een voorbeeld daarvan is Philippine of in Sluiskil waar de grafmonumenten te verspreid staan of te verschillend zijn. Grote en hoge, vaak opvallende grafmonumenten worden om die reden in de inventarisatie meegenomen. Het verdwijnen van zulke grafmonumenten van de begraafplaatsen zou immers een zeer grote impact hebben. Het kan zijn dat er door de verscheidenheid aan grafmonumenten op een vak geen sprake is van een echte karakteristiek. Soms kan de verscheidenheid het grafveld juist betekenis geven. Waar dit het geval is dat meegenomen in de beschrijving. Op dit onderdeel krijgt een grafmonument een punt wanneer het past binnen de karakteristiek en daar een versterkende factor in speelt. Technische staat Niet van doorslaggevende betekenis bij het toekennen van punten, maar wel belangrijk, is de technische staat van de geïnventariseerde grafmonumenten.
Wanneer bijvoorbeeld grafmonumenten onherstelbaar beschadigd zijn, dan is bij de inventarisatie dat monument niet opgenomen, tenzij het gaat om een uitzonderlijk geval waarbij het gaat om een persoon die van belang is. Vaak zijn er van hetzelfde type grafmonumenten gavere voorbeelden te vinden. Als selectiecriterium kan de technische staat een rol spelen in het geval geïnventariseerde grafmonumenten in een staat verkeren die matig tot slecht is. De technische staat wordt uitgedrukt in één van de vier categorieën: • Goed het grafmonument is constructief in orde en vertoont uiterlijk nauwelijks gebreken. Een verweerd uiterlijk speelt geen rol; • Redelijk het grafmonument is constructief in orde maar vertoont gebreken als scheurvorming, uitzetting door roestende doken, sterke vervuiling of slijtage; • Matig het grafmonument vertoont constructieve gebreken zoals afgebroken, verschoven of missende onderdelen; • Slecht het grafmonument is constructief afgeschreven. Alleen compleet herstel of vernieuwing kan het oude voorkomen herstellen. In een aparte kolom met “aantekening” is eventueel omschreven wat precies de conditie is, bijvoorbeeld of er sprake is van breuk, scheurvorming, steken, missende onderdelen of dat het grafmonument sterk vervuild of verweerd is.
Ook kan hier aangegeven zijn dat een bepaald onderdeel, meestal een later toegevoegde omranding, verwijderd kan worden of dat herstel nodig is. In de bijlage zijn de groslijsten per begraafplaats weergegeven en worden ze nader toegelicht. In het hiernavolgende hoofdstuk is de selectie van de grafmonumenten nader uitgewerkt.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
32 van 100
3 SELECTIE OP GROND VAN CRITERIA Met de groslijsten compleet (zie bijlage) is vervolgens door het toekennen van punten aangegeven welke grafmonumenten, per begraafplaats, uiteindelijk voor behoud in aanmerking komen. In hoofdstuk 2 is al een voorzet gegeven om welke criteria het gaat. De gemeente Terneuzen heeft deze criteria gekozen als uitgangspunt voor de inventarisatie. Voor de samenstelling van de criteria is onder meer gebruik gemaakt van het boekje Begraafplaats als Cultuurbezit, dat in 2003 is uitgegeven door onder meer de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen en de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (nu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Verder is gebruik gemaakt van jarenlange ervaring van de eigenaar van Bureau Funeraire Adviezen en is bij het toekennen van de punten rekening gehouden met de grafcultuur in omliggende plaatsen.
3.1 Toepassing van de criteria De criteria waarop punten gescoord kunnen worden, zijn in het kort als volgt te benoemen: A) Biografische betekenis van de begravene; B) Materiaalgebruik en hantering; C) Vormgeving van het grafmonument; D) Bijzondere symboliek; E) Karakteristiek. Niet elk criterium legt evenveel gewicht in de schaal. Zoals in paragraaf 2.1.1 al naar voren komt, kan aan de genealogische of biografische betekenis van een persoon een relatief hogere waarde toegekend worden dan aan de losse onderdelen betreffende de monumentale waarden. Deze vormen feitelijk de twee hoofdcategorieën voor de beoordeling. In deze paragraaf wordt ingegaan op de wijze van toepassing van de criteria en hun gewicht in de afweging om het monument op te nemen in de lijst. In eerste instantie kunnen de personen van wie meer bekend is inzake hun rol tijdens hun leven een waardering krijgen van 1 tot en met 5, waarbij 5 voor het meest uitzonderlijke en belangrijke staat. Bij de inventarisatie zelf is uiteraard al gekeken naar het grafmonument zelf. Elk van de genoemde items (vormgeving, karakteristiek, symboliek en materiaal) kan maximaal 1 punt krijgen indien het grafmonument op dat item scoort. Een nuancering is uitgewerkt in hoofdstuk 2. In totaal kan een grafmonument met een bekende persoon maximaal 9 punten scoren.
Overigens wordt de technische staat van het monument wel vermeld, maar het is geen factor die de uiteindelijke weging beïnvloed. In één kolom staat het aantal punten dat een grafmonument op deze wijze behaald heeft. Indien men later een andere weging wil toepassen, dan kan de score aangepast worden.
3.2 Uiteindelijke lijst en gegevens Voor het samenstellen van de definitieve lijst op grond van de door de gemeente Terneuzen goedgekeurde criteria, is uitgegaan van een selectie van 419 graven met daarop 358 grafmonumenten of ensembles. Uiteindelijk is, met inachtneming van de criteria, aan alle grafmonumenten of ensembles één of meerdere punten toegekend. Geen van de grafmonumenten eindigde zonder score, waardoor op dat punt geen monumenten af zijn gevallen. Vervolgens is gekeken naar grafmonumenten die 1 punt scoren vanwege de persoon, maar die mogelijk verder niet doorslaggevend zijn voor de selectie. Daar vielen geen grafmonumenten door af. Door te kijken naar gelijkwaardige grafmonumenten die ook maar 1 punt scoorden of verder niet iets toevoegen aan de selectie, vielen uiteindelijk 6 grafmonumenten af. Het gaat dan om de volgende grafmonumenten: Plaats
Hoofd- Vak afd.
Regel Nr.
Biervliet
I
37
G
1
Begraven personen Schaft, Alida van der
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
Jaar overlijd.
Beroep/rol (oorzaak)
1906
33 van 100
Plaats
Hoofd- Vak afd.
Regel Nr.
Sas van Gent
-
A
1
2
Sluiskil
-
A
2
3 en 4
Sluiskil
-
A
2
5 en 6
Sluiskil
-
B
5
Zaamslag
-
G
4
Begraven personen
Jaar overlijd. 1976 1985
2
Block, Albert F.M. de Vlaenderen, Albertha Z. van Kielman, Constantinus P. Dieleman, Maria J. Kolijn, Wilhelmina Drongelen, Jan van Kielman, Francina, Levina
111
Dieleman, Pieter
1971
1967 1968 1971 1986 1955
Beroep/rol (oorzaak)
Landbouwer
In totaal zijn 6 grafmonumenten op 8 graven niet geselecteerd. Enkele waren te jong of scoorden niet op de biografische waardering. De meeste grafmonumenten vielen af in Sluiskil. De definitieve selectie is opgenomen als losse bijlage in een Excel-overzicht. Per criterium wordt hieronder een uiteenzetting gegeven, voor zover van toepassing op de selectie. Daarbij wordt naar de gehele selectie gekeken, met waar nodig een verklaring of uitleg over uitzonderingen per begraafplaats. A. Biografische betekenis van de begravene De personen die om hun verdiensten, beroep of betekenis opgenomen zijn op de lijst, tonen een beeld dat vooral verwijst naar de agrarische achtergrond en de economische betekenis van de dorpen en de steden binnen de gemeente. Slechts in een klein aantal gevallen is een belangrijk persoon aangedragen door vrijwilligers. De meeste rollen of beroepen zijn overgenomen van de grafmonumenten zelf of gevonden via internetbronnen voor genealogisch onderzoek zoals vermeld in de literatuur- en bronnenlijst. Daarbij was de website over oorlogsslachtoffers in Zeeland zeer nuttig, want zeker in Axel, Biervliet en Terneuzen zijn veel graven te vinden van personen die in de Tweede Wereldoorlog om het leven kwamen, burger of militair. De geselecteerde personen laten een grote verscheidenheid aan beroepen en rollen zien, passend bij de verschillende dorpen en steden.
Het vaakst is het beroep van landbouwer gevonden (63), gevolgd door arbeider (25). Dit laatste beroep wordt met name aangetroffen op de oudere begraafplaatsen, of in Terneuzen bij de overgebrachte graven. Wat landbouwer betreft, vinden we vooral een uitschieter in Zaamslag. In deze categorie vinden we verder nog 10 winkeliers of winkelbedienden, 7 timmermannen, 7 handelaars en 4 dienstboden. In Biervliet vinden we nog verwijzingen naar beroepen die te maken hebben met het verbouwen van vlas, zoals een vlasbewerker en -handelaar. In Zaamslag zijn de meeste beroepen of rollen gevonden, en dan met name uit de categorie Industrie, landbouw en arbeid. Daarnaast zijn op de oude begraafplaats van Axel veel beroepen of rollen gevonden. In Axel is de grootste categorie echter die van Slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Voor Terneuzen zijn relatief veel rollen gevonden. Vanwege het aantal oudere begraafplaatsen is een aantal beroepen en rollen gevonden die in de negentiende eeuw nog veel voorkwam, zoals bijvoorbeeld voermansknecht of dienstbode. In sommige gevallen kenden de geselecteerde personen meerdere rollen of beroepen. In dat geval is voor de meest in het oog lopende of belangrijke gekozen. In een enkel geval is onder aantekening nog een verduidelijking gegeven, zoals voor ‘oorlogsdode’ of ‘oorlogsslachtoffer’.
Het verschil tussen deze twee aanduidingen is gelegen in het feit dat de laatste erkende slachtoffers volgens de Oorlogsgravenstichting betreft en de eerste niet. Oorlogsdoden zijn bijvoorbeeld burgers die om zijn gekomen als gevolg van beschietingen of bombardementen. Her en der vinden we functies op de stenen zelf. Die geven een beeld van beroepen die je vandaag de dag niet meer tegenkomt, zoals de trouwe dienstbode op het grafmonument voor Catherina S. Velde († 1921) op de oude begraafplaats in Hoek (zie afbeelding 26). Zij was in dienst van de familie Wolfert, van wie de naam ook genoemd staat onderaan de tekst. Het is dus goed mogelijk dat de stèle door de familie opgericht is. Verschillende andere voorbeelden van beroepen zijn op grafzerken op de
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
34 van 100
oude begraafplaats van Axel te vinden, waar verschillende burgemeesters en statenleden worden genoemd op vak F. Kijkend naar de 5 verschillende categorieën waarin de rollen en beroepen verdeeld zijn, dan is het niet vreemd dat bijna 52% in de categorie Industrie, arbeid en landbouw te vinden is. De categorie met de minste aantallen is die van de bijzondere gevallen. In 11 gevallen vinden we slechts een mogelijk slachtoffer van de Spaanse griep. Dat kan betekenen dat graven van andere slachtoffers reeds geruimd zijn. Verder is er een aantal gevallen waarbij een ongeluk of verdrinking een rol speelt. Meest aansprekend vanwege het verdriet dat ermee gepaard ging, is het verhaal van het gezin Naeije waarvan moeder met haar drie kinderen om het leven kwam in 1957. Tijdens een autorit viel een van de kinderen op de voorbank tegen vader aan die daarbij de macht over het stuur verloor. De auto reed vervolgens het Axelse kanaal in en zonk snel. De vader overleefde het drama. Een ander verhaal is te vinden in Zaamslag waar Theo Dobbelaar († 1977) begraven is. Hij werd op een vroege ochtend per ongeluk doodgeschoten door zijn vriend die hem een pistool wilde tonen. Niet wetende dat het pistool geladen was, troffen twee kogels Theo. Onfortuinlijk werd daarbij een slagader geraakt en bloedde hij dood. Afb. 26.
Hoewel nu slecht leesbaar, wordt op deze stèle Aan de andere bijzondere gevallen zitten in Hoek (Begoniastraat) iemand als dienstbode bedankt interessante verhalen die lokaal zeker van voor diens trouwe dienst (graf D-3-482). betekenis zijn. De categorie die in verband wordt gebracht met de Tweede Wereldoorlog kent 70 grafmonumenten (23%). Daaronder bevinden zich 3 graven van Engelse soldaten en 22 van Poolse soldaten, allen omgekomen in 1944 bij de bevrijding van de regio. Verder is er onder andere in Terneuzen nog een grafmonument voor 5 erkende Nederlandse oorlogsslachtoffers. De 5 waren betrokken bij een poging explosieven te verwijderen bij de Westsluis. Van de totale groep van 15 wisten er 10 te ontkomen, maar deze 5 werden doodgeschoten door de Duitsers. Verder zijn er nog 37 grafmonumenten waarop in totaal 50 oorlogsdoden worden herdacht. De meesten van hen kwamen om bij de bevrijding van de streek in 1944. In Axel bevindt zich ook een graf met slachtoffers van de gevechten in 1940 en van een bombardement in 1941. Niet alle slachtoffers kwamen uit de dorpen of steden binnen de gemeente, maar vielen elders of kwamen van elders. Zo is in Axel het graf te vinden van evacuees uit Sluis die in Axel slachtoffer werden van een bombardement of beschieting. In Axel Burchtlaan (vak D) en Biervliet (vak A) liggen veel slachtoffers bij elkaar.
In de categorie notabelen en bestuurders vinden we in totaal 53 grafmonumenten (17%) met verwijzingen naar een beroep of rol als burgemeester (13 keer), pastoor (8), dijkgraaf (8), raadslid (8), arts (6), predikant (5) en wethouder (3). Daarnaast treffen we uit deze categorie nog een aantal statenleden (3), notarissen (3), gemeentesecretarissen (3) en enkele bestuurders van waterschappen of landbouworganisaties. Op de oude begraafplaatsen in Axel en Zaamslag konden de meeste burgemeesters worden gevonden, maar de statenleden zijn opvallend genoeg alleen aangetroffen in Axel. De 8 priesters zijn aangetroffen in Terneuzen op het katholieke gedeelte, waar een verzamelgraf is gemaakt voor de priesters die eerder op de andere begraafplaatsen hun graf hadden gekregen. De oudste verwijzing dateert van 1846 voor Marinus Verkaar, de eerste pastoor van de rooms-katholieke parochie in Terneuzen. INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
35 van 100
Wat onderwijs, sport en wetenschap betreft zijn 12 grafmonumenten gevonden met rollen of beroepen uit die categorie. Daaronder een aantal schoolhoofden (5) en onderwijzers (4). Verder nog 2 architecten waarvan één wat meer bekendheid genoot, te weten Levinus de Bruijne († 1947) uit Terneuzen. In deze categorie ook nog een leerling van de christelijke kweekschool in Middelburg. Dit staat expliciet vermeld op de grafsteen voor de net 18-jarige Jozias Jan Deurwaarder († 1928) uit Zaamslag. Verder zijn er in de lijst 22 grafmonumenten opgenomen waar een kind of meerdere kinderen op staan vermeld. Verschillende grafmonumenten Afb. 27. Grafmonument van Jozias waarop vermeldt staat waar hij leerling zijn noemenswaardig vanwege was (graf H-3-3). het materiaal en de vormgeving, maar ook de achtergrond van het overlijden van sommige kinderen doet stilstaan bij hun graf. Zoals Eda Heijnsdijk († 1944) en Jan Deurwaarder († 1944) die beide omkwamen bij de gevechten rondom de bevrijding. Veel kinderen kregen een grafmonument zoals dat voor de volwassenen werd geplaatst, zoals Gerrie Groenewoud die in 1973 bij een verkeersongeval om het leven kwam. In Zaamslag is onderkend dat op oudere kindergraven zelden een naam is vermeld, zoals in het voorbeeld van graf J-5-234.
Daar is alleen vermeld dat de familie een dochtertje heeft verloren, wat algemeen was in die tijd als het kind levenloos ter wereld was gekomen. Op vak K in Zaamslag werden al vanaf 1897 kinderen begraven, maar soms dus ook op andere vakken. De indeling naar categorieën zoals hiervoor beschreven, is als volgt gescoord: Categorie Uitleg V1 Bijzondere gevallen, inzake betrokkenen bij bijzondere gebeurtenissen) V2 Notabelen en bestuurders: ambtenaren en ambten zoals burgemeesters, wethouders, raadsleden, provinciale en landelijke politici, artsen, predikanten, rechters en dergelijke V3 Onderwijs, sport en wetenschap: onderwijzers, leraren, schrijvers, hoofden van school, dichters V4 Slachtoffers Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen en strijdtonelen V5 Industrie, arbeid en landbouw: landbouwers, ondernemers, fabrikanten, transport (weg en water), ambachten.
Aantal 11 53
12 70 161 307
In een groot aantal gevallen is aan één grafmonument meerdere categorieën toegekend. Dat vond plaats bij 53 grafmonumenten. In totaal is aan 254 grafmonumenten of ensembles vanwege de rol of betekenis INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
36 van 100
van een of meerdere personen uiteindelijk een of meerdere codes uit een van de categorieën toegevoegd. Veel grafmonumenten scoren geen punten vanwege de categorie, omdat naast het beroep of de rol verder niets over de begraven personen bekend is. Daardoor zijn uiteindelijk aan 144 grafmonumenten voor dit onderdeel een of meerdere punten toegekend. Het belang dat aan de personen gehecht kan worden, is met een cijfer tot uitdrukking gebracht. De score is als volgt: Belang Minst
Pun ten 1
Matig Gemiddeld Belangrijk Zeer belangrijk
2 3 4 5
Uitleg
Aantal
Wel enige bekendheid, maar (uiteindelijk) geen invloed op de historie Wel bekend, maar weinig invloed op de historie Bekend en heeft enige invloed gehad op de historie Heeft de nodige invloed gehad op de historie Heeft veel invloed gehad op de historie
83 54 7 0 0 144
Het belang van de geïnventariseerde personen is volgens de gehanteerde indeling relatief beperkt. De gevonden personen komen slechts in heel beperkte mate voor in boeken of websites die over bekende en beroemde graven in Nederland zijn geschreven. Er zijn 2 personen gevonden die lokaal bekendheid genoten en nu in een straat zijn vernoemd. Vaak zijn 1 of 2 punten gegeven aan slachtoffers van de oorlog zijn toegekend. Meestal 1 punt voor oorlogsdoden en 2 voor oorlogsslachtoffers. De graven van deze personen zijn vooral van belang vanwege het verhaal dat aan de hand van hun leven en dood verteld kan worden over de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Terneuzen. Er is geen enkel grafmonument dat het hoogste aantal punten gescoord heeft op dit onderdeel. Dat komt omdat er in de gemeente geen personen te vinden zijn van wie het landelijk belang zo groot is dat hij of zij aangemerkt kan worden als een belangrijke persoon in de geschiedenis van Nederland met de nodige invloed. Ook belangrijke personen zijn niet aangetroffen. De 7 personen die gemiddeld van belang waren, waren dat vooral voor eigen dorp, gemeente of streek. B. Materiaalgebruik en hantering Zoals uit de beschrijvingen bij de groslijsten al naar voren komt, is Belgisch hardsteen het meest gebruikte materiaal voor de grafmonumenten op de 10 begraafplaatsen.
Om die reden is in de inventarisatie niet altijd aandacht besteed aan dit materiaal. Waar echter de toepassing van Belgisch hardsteen bijzonder of opvallend is, heeft dit grafmonument toch op dit aspect een punt gekregen. Op nagenoeg alle van de 10 geïnventariseerde begraafplaatsen in de gemeente is hardsteen het bepalende materiaal voor de (oudere delen) van de begraafplaats. Gekeken naar de hoofdmaterialen van alle grafmonumenten en het algemeen voorkomen van het materiaal, dan komen we tot het volgende overzicht: Materiaal
Graniet Hardsteen Kalksteen Kunststeen Marbriet Marmer Tufsteen Zandsteen
Aantal als Percentage hoofdmateriaal 2 279 24 33 0 5 1 8 Totaal 352
0,6% 79,3% 6,8% 9,4% 0,0% 1,4% 0,3% 2,3%
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
Aantal algemeen toegepast 3 283 24 34 24 19 1 8 396
Percentage
0,8% 71,5% 6,1% 8,6% 6,1% 4,8% 0,3% 2,0%
37 van 100
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat een aantal materialen vooral als steunmateriaal voorkomt, of als tweede materiaal bijvoorbeeld in een tekstplaat. Marmer en vooral marbriet zijn bij uitstek typische ondersteuningsmaterialen die vaak als toevoeging of tekstplaat worden gebruikt. Verder komen andere materialen nauwelijks voor als tweede materiaal. Gietijzer en smeedijzer zijn geheel niet aangetroffen. Vaak is het de combinatie van materialen die maakt dat het grafmonument punten krijgt, zoals toepassingen waarbij meerdere materialen zijn gebruikt. Veel hardsteen is juist opgenomen door de combinatie met een ander materialen. Aan een materiaal als zandsteen is telkens een punt toegekend, als afwijkend materiaal. Een aantal grafmonumenten heeft hier punten gekregen voor de wijze waarop de steen technisch bewerkt is. Vooral bij goed onderhouden grafmonumenten is zichtbaar hoe de steen bewerkt is en welke technieken daarbij gebruikt zijn. Bij geen enkel grafmonumenten zijn steenhouwersmerken aangetroffen op de steen. Ze zijn wel bij jongere grafmonumenten waargenomen, in de vorm van een plaatje van de leverancier. In totaal is aan 101 grafmonumenten of ensembles een punt toegekend omdat er sprake was van bijzondere materialen of bewerkingen (29% van het totaal aantal geselecteerde grafmonumenten).
Bij die 101 grafmonumenten is bij een derde van de gevallen sprake van een meervoudige materiaaltoepassing. Grafmonumenten met meer dan 2 materialen zijn niet aangetroffen. C. Vormgeving van het monument In 184 gevallen is er sprake van een grafmonument met een typerende vormgeving, zo’n 52% van het totaal aantal geselecteerde monumenten. Het gaat meestal om grafmonumenten die zodanig vormgegeven zijn dat ze passen in een voor de streek eigen typologische vormgeving. Dat betreft veelal stèles of opstanden die meerdere malen voorkomen in verschillende vormen op de begraafplaatsen. Een van de opvallende typen binnen de gemeente is de eenvoudige stèle met gestileerde lauwerkrans en ster. De stèles zijn niet al te dik en verder weinig uitgewerkt. Een ander voorbeeld is een samengesteld type grafmonument dat bestaat uit een opstand tegen een of twee andere blokken. In Axel is daarvan een aantal aangetroffen in kunststeen, terwijl ze elders weer van hardsteen zijn. Ze bevatten geen symboliek en zijn verder eenvoudig beletterd. In Axel en Biervliet zijn enkele varianten uitgevoerd met een levensgrote granaat op de bovenrand. Op de meeste begraafplaatsen zijn wel voorbeelden van dergelijke opstanden aangetroffen, behalve op de jongere begraafplaatsen. Ze zijn door hun vormgeving sterk beeldbepalend. De meeste grafmonumenten uit de selectie bestaan uit een samenstelling Afb. 28.
Graftype bestaande uit een opstand op basement tegen met als hoofdmonument een stèle. Dat twee blokken, hier in Axel op graf D-35. geldt voor ruim 64% van de grafmonumenten, waarbij een klein gedeelte bestaat uit alleen een losse stèle. In 14% van de gevallen gaat het om een zerk, deels met en deels zonder roef. Dan is er nog bijna 14% aan grafmonumenten die
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
38 van 100
zich laten kwalificeren als een opstand, dus een groter monument met soms een tekstplaat en in een aantal gevallen over meerdere graven. Een van de meest opvallend vormgegeven grafmonument is de grafkast in Sluiskil. Deze betonnen kast is uniek en speciaal gemaakt voor een krans. Aan de binnenzijde zit nog een fotoportret en een deel van de tekst is nog net leesbaar. Het aantal grafmonumenten dat vormgegeven is als een kruis is zo’n 7%. Dat is met name te danken aan de monumenten voor de Poolse soldaten in Axel. Zonder deze kruisen, kwam deze vorm slechts 2 keer voor. Over de selectie kan verder gesteld worden dat er geen sprake is van een grote variëteit. De vormgeving, is op een aantal varianten na, redelijk constant. Slecht een aantal grafmonumenten is wat verder uitgewerkt met acroteria en geometrische motieven. Vanuit vormgeving is gekeken naar de veranderingen in de grafcultuur die zich vooral tussen 1920 en 1970 voordeed in Nederland. Daarbij veranderde meestal ook het materiaal, maar dat valt binnen deze selectie mee. Zo zijn er geen voorbeelden van oudere granieten monumenten met hun typerende vormgeving. Wel zijn van na de Tweede Wereldoorlog voorbeelden gevonden met een meer moderne vormgeving, passende typografie of belettering. Deze zijn dan geselecteerd omdat ze dienen als voorbeeld voor een bepaalde tijdsgeest.
Zeker 5 grafmonumenten zijn opgenomen vanwege de typografie en 8 andere vanwege de meer zakelijke vormgeving. D. Bijzondere symboliek of afbeelding In deze selectie is 342 keer een symbool of afbeelding opgenomen in verschillende combinaties van 28 symbolen, afbeeldingen of decoratieschema’s. Die symbolen zijn aangetroffen op 249 grafmonumenten, dus op ruim 70% van het totaal aantal geselecteerde grafmonumenten. Met name de palm- of looftak komt meer voor dan andere symbolen, bij ruim 35% is dit toegepast. Per begraafplaats zijn er wel verschillen zichtbaar, zeker tussen de van oorsprong negentiende en laat twintigste-eeuwse begraafplaatsen. Op de oudere stenen komen over het algemeen meer symbolen en afbeeldingen voor dan op de jongere grafmonumenten. Op de begraafplaatsen van Axel Burchtlaan en Hoek Begoniastraat zijn naar verhouding de meeste symbolen gevonden. Het aantal symbolen dat aangetroffen is, is groter dan het aantal grafmonumenten. Dit is enerzijds te danken aan de opname van meerdere symbolen per grafmonument maar eveneens door de ouderdom van de monumenten. Ook in Zaamslag is veel symboliek te vinden. Naast de palm- of looftak komt het kruis vaak voor als symbool met ruim 10%. Bloemen (geknakt) en bloemmotieven komen met bijna 10% eveneens veel voor, gevolgd door de emblemen (8%) die vooral op de oorlogsgraven voorkomen, de Afb. 29.
Stèle in Zaamslag met boven in de stralen van de zon (graf C-3-61).
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
39 van 100
krans (6%) en de zon of zonnestralen met 6%). Van de typisch funeraire symbolen zoals slang, fakkel, lamp, vlinder, zandloper of schedel werd geen enkel voorbeeld aangetroffen. Binnen de inventarisatie en selectie is 9 keer een fotoportret aangetroffen, iets wat in het begin van de twintigste eeuw sterk in de mode was. Veel van de symbolen zijn van een dusdanige aard dat ze daarvoor, al dan niet in combinatie met een ander criterium, een punt hebben gekregen. Dat is in 178 gevallen gebeurd, waardoor dit bij 51% van de selectie een criterium is om het monument te bewaren. Wanneer we een aantal van de meest voorkomende symbolen weergeven dan zien we de volgende verdeling: Symbool Acroteria en aedicula Bloem (of bloemmotief, geknakte bloem) Krans Kruis Palm- of looftak Ster Zon
Aantal 11 35 20 36 122 15 20 Totaal 259
Naast deze meer voorkomende symbolen is er nog een twintigtal symbolen die minder vaak voorkomen. Over het geheel kan gesteld worden dat veel van de oudere grafmonumenten een symbool kennen. Wel opvallend is dat het aantal symbolen niet al te groot is en dat de typisch funeraire symbolen geheel niet aangetroffen zijn. Reden om juist de oudere voorbeelden te bewaren. In de toegevoegde woordenlijst worden de meeste symbolen verklaard. E. Karakteristiek Aan 241 grafmonumenten zijn punten toegekend vanwege het feit dat deze grafmonumenten bijdragen aan de collectieve waarde van de begraafplaatsen waar ze staan. Ze sluiten goed aan bij het karakter van de grafvelden waarbinnen ze staan vanwege hun gave vormgeving, opvallende vorm of grootte of juist doordat ze een treffend voorbeeld vormen van een bijzondere vormgeving met al dan niet opvallende symboliek. Waar grafmonumenten niet gescoord hebben op dit onderwerp is dat vaak te wijten aan het geringe aantal monumenten dat geselecteerd is, zoals in Philippine, Sas van Gent of Sluiskil. Ook op sommige grafvelden is incidenteel een grafmonument geselecteerd, niet vanwege de karakteristiek maar om andere redenen. Extra van belang zijn grafvelden zoals in Zaamslag waar de vakken B en K elk hun eigen karakteristiek laten zien.
Op B is dat van zerken en grotere monumenten van hardsteen, met nadruk op graven van de meest welvarende inwoners uit de negentiende- en vroeg-twintigste eeuw. Vak K is van belang vanwege het geheel aan kindergraven. Wanneer op de begraafplaatsen veel van de op dit punt scorende grafmonumenten weggehaald zouden worden, eindigen de begraafplaatsen als een typologisch arme plek. De op dit onderdeel geselecteerde grafmonumenten vormen dus waardevolle bouwstenen voor het aanzicht van de begraafplaatsen. Wanneer grafmonumenten niet hebben gescoord op dit criterium, betekent dit niet dat de grafmonumenten niet passend zouden zijn, maar ze zijn minder te gebruiken als representant van de typische karakteristiek op de begraafplaats of het grafvak.
3.3 Eindscore Met het toepassen van de hierboven geschetste criteria worden uiteindelijk aan 352 grafmonumenten en 411 graven punten toegekend. In de eindlijst is te zien dat een enkel grafmonument 6 punten heeft gekregen. De meeste grafmonumenten scoorden 2 punten bij een gemiddelde van 2,6. De verdeling ziet er als volgt uit:
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
40 van 100
Aantal punten 1 2 3 4 5 6 7 8
Aantal graven/grafmonumenten 23 156 124 37 11 1 0 0 352
Percentage 6,5 % 44,3 % 35,2 % 10,5 % 3,1 % 0,3 % 0,0 % 0,0 %
In totaal scoort 93,5% van de geselecteerde grafmonumenten op meerdere criteria en de 23 die slechts één punt scoren doen dat om uiteenlopende redenen. In vier gevallen omdat ze bij een ander grafmonument horen of omdat de persoon enige bekendheid genoot, maar geen invloed op de historie heeft gehad. De meeste grafmonumenten scoren op karakteristiek. Hoewel deze grafmonumenten slechts op één aspect scoren, vormen ze een goede toevoeging aan het geheel. In totaal scoren alle grafmonumenten 916 punten, ofwel een gemiddelde van 2,6 punten per grafmonument. Vooral het aantal grafmonumenten dat scoort op ‘passend in het karakter’ geeft voor veel grafmonumenten de doorslag. Dit criterium scoort bij 68% van het totaal. Verder scoort nog eens 60% van de grafmonumenten op het beroep of de rol van een persoon. Daarna is vormgeving goed voor 52% en symboliek voor 51%. Materiaal scoort het minst met 29%, wat vooral te maken heeft met de aanwezigheid van grote aantallen ‘gewoon’ hardsteen. De criteria zijn behoorlijk strikt gehanteerd. Er zijn in principe geen grafmonumenten meegenomen die jonger zijn dan 1990. Er is vooral gekeken naar vormgeving, materiaal en passend in het karakter. Bij een andere selectie, mocht die wens bestaan, dient wel rekening gehouden te worden met het feit dat dan op de verschillende grafvelden ‘ankerpunten’ zouden kunnen verdwijnen.
Kijken we naar een verdeling per begraafplaats dan komen we tot het volgende overzicht:
Begraafplaats Axel, Burchtlaan Axel, Westsingel Biervliet Hoek, Begoniastraat Hoek, Molendreef Philippine Sas van Gent Sluiskil Terneuzen Zaamslag
Aantal grafmonumenten 91 4 37 41 1 4 2 12 54 106
Aantal graven 107 6 46 42 1 6 2 14 58 129
Totaal aantal graven op de begraafplaats ± 1.0001 1.496 1.300 1.444 852 63 851 1.037 6.336 2.953
352
411
17.332
Percentage graven geselecteerd t.o.v. totaal 11% 0% 4% 3% 0% 10% 0% 1% 1% 4% 2%
Uiteindelijk zijn de meeste grafmonumenten geselecteerd op de gemeentelijke begraafplaats van Zaamslag en procentueel op die van Philippine want de 11% van Axel, Burchtlaan is waarschijnlijk te hoog ingeschat. Die begraafplaats kent ook een behoorlijke selectie, maar er zijn meer graven dan de
1
In Axel, Burchtlaan zijn niet alle graven op het oude gedeelte geteld. Dit is een voorzichtige schatting.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
41 van 100
huidige schatting. Uiteindelijk is in verhouding een ruime 2% van de graven op de begraafplaatsen geselecteerd om te behouden. De wijze waarop in de toekomst met de geselecteerde en de overige grafmonumenten (en de begraafplaatsen) omgegaan kan worden, wordt in de volgende hoofdstukken behandeld.
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
42 van 100
4 ADVIES OMGANG MET GESELECTEERDE GRAFMONUMENTEN Op de 10 geïnventariseerde begraafplaatsen in de gemeente Terneuzen zijn in totaal 352 grafmonumenten en ensembles van grafmonumenten geselecteerd. De onderhoudsstaat van deze monumenten is over het algemeen redelijk tot goed. Slechts 24 grafmonumenten (6%) verkeert in matige of slechte staat. Voor deze grafmonumenten is ingrijpen in de komende jaren noodzakelijk om ze ook daadwerkelijk te behouden. Dat geldt zondermeer voor een aantal grafmonument die schade aan derden of belendende grafmonumenten zouden kunnen veroorzaken. In Biervliet en in mindere mate in Hoek-Begoniastraat is geconstateerd dat grafmonumenten overwoekerd zijn geraakt door struiken. Op den duur kan dit schade geven.
Afb. 30. Vak A op de begraafplaats in Biervliet. In de struiken staan nog enkele stèles.
Conform artikel 20, lid 2 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Terneuzen 2011 (en mogelijk voorgaande versies), dienen de grafbedekkingen onderhouden te worden door de rechthebbenden. Deze onderhoudsplicht geldt voor veel van de geselecteerde grafmonumenten. Hoogstwaarschijnlijk zijn er in het verleden graven voor onbepaalde tijd uitgegeven en zijn de voormalige gemeenten in het verleden een onderhoudsverplichting aangegaan voor bepaalde grafmonumenten. Daar dient wel rekening mee gehouden te worden. Zoals aangegeven is op de staat van onderhoud van de grafmonumenten in het algemeen op zich weinig aan te merken, maar er zijn her en der wel enkele knelpunten gesignaleerd. In een aantal gevallen is geconstateerd dat de situatie dringend herstel vereist. Dat kan inhouden dat stenen of randen losliggen en mogelijk kunnen verschuiven met alle gevolgen van dien. In enkele gevallen zijn wat banden gebroken of liggen scheef. Het is niet bekend of rechthebbenden in dat geval aangeschreven worden op grond van artikel 20, lid 3 en 4 (schade en gevaarzetting). Feitelijk zou daarbij gekeken moeten worden naar de verordening die gold toen het grafrecht voor de betreffende graven werd uitgegeven.
Los van de grafmonumenten die concreet in een matige of slechte staat verkeren, is de vraag hoe nu in de toekomst om te gaan met de geselecteerde grafmonumenten? Daartoe wordt niet alleen naar de selectie gekeken, maar ook naar de grafmonumenten op de begraafplaatsen in een breder verband. In
INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN
43 van 100
een apart hoofdstuk zal daartoe ingegaan worden op de omgang met de niet-geselecteerde grafmonumenten.
4.1 Juridisch De grondslag voor de inventarisatie en selectie is gelegen in het beheer van de begraafplaatsen. De beheersverordening geeft in artikel 25 alleen een verwijzing naar de lijst die bijgehouden wordt door de oorlogsgravenstichting. Dit laat de tientallen graven van burgerdoden buiten schot, want deze worden niet door de oorlogsgravenstichting erkend en beschermd. In lid 2 van dat artikel wordt aangegeven dat bij een ruiming derden, dus niet alleen rechthebbenden, voorafgaand het college kunnen verzoeken om in contact gebracht te worden met nabestaanden van graven die naar hun mening historisch waardevol zijn met het oog deze te behouden. Wat exact de strekking van dit artikel is, is niet duidelijk. Wel is het lid mogelijk in strijd met de regels van de Algemene verordening gegevensbescherming. Het is immers de gemeente niet toegestaan adresgegevens uit te wisselen zonder uitdrukkelijke toestemming van partijen. Dit artikel kan de gemeente veel onnodig werk opleveren. Tot op heden is niet bekend of er lijsten werden bijgehouden van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. De uitvoering artikel 25 heeft vooralsnog niet tot een goed overzicht geleid van te behouden grafmonumenten. Dat is de reden dat de gemeente nu deze opdracht heeft verstrekt aan Bureau Funeraire Adviezen.
Geen van de begraafplaatsen geniet op enige wijze bescherming als gemeentelijk of rijksmonument. Mogelijk dat hierdoor in het verleden al wel grafmonumenten geruimd zijn die vanuit de huidige criteria behouden hadden moeten blijven. Evenwel is er geen goed beeld van wat er precies verdwenen is. Binnen de gemeente Terneuzen is inmiddels wel een visie op het beheer van de begraafplaatsen geformuleerd en is een aantal begraafplaatsen inmiddels qua inrichting aangepakt. Nader beleid inzake het behoud van te behouden grafmonumenten en ensembles is voor zover bekend nog niet geformuleerd. Het is wel duidelijk dat op grafvakken waar veel bijzondere grafmonumenten zijn te vinden, al enige tijd niet meer begraven wordt. Dit is niet altijd de juiste insteek, omdat dergelijke grafvakken dan minder bezocht worden en minder aandacht krijgen. Incidenteel nieuwe graven uitgeven op oudere gedeelten, mits voorwaarden gesteld worden aan het te plaatsen grafmonumenten, garanderen continuïteit en behoud. Met het vastleggen van een lijst op grond van onderhavige inventarisatie door Bureau Funeraire Adviezen wordt een aanzet gegeven tot een stuk beleid inzake instandhouding. De juridische status van de geselecteerde grafmonumenten is echter daarmee niet gewaarborgd.
Over hoe om te gaan met de op de lijst geplaatste grafmonumenten en ensembles en de rol van eventuele rechthebbenden, is nog niets vastgelegd. Over hoe dat het best verder ingevuld kan worden, zal hierna een voorstel worden gedaan. Aanpak in (gemeentelijke) administratie De uitwerking van de inventarisatie en selectie dient allereerst vastgelegd te worden in de grafadministratie. Daar waar reeds afstand gedaan is van een graf, is duidelijk dat de gemeente vrij over dit graf en het bijbehorende grafmonument kan beschikken. Ten aanzien van de geselecteerde graven dient dit in de administratie aangetekend te worden, zodat duidelijk is wie het grafmonument op termijn moet onderhouden. Daar waar van de geselecteerde grafmonumenten een rechthebbende bekend is of waarvan de status onbekend is, kan een aanschrijving plaatsvinden, zeker als het grafmonument niet in al te beste staat meer verkeert (artikel 20.3 of 4 in de verordening kan hiervoor benut worden). In dit schrijven moeten de rechthebbenden of diens nabestaanden, gewezen worden op de plaatsing van hun grafmonument(-en) op de lijst. Daarbij dient ook gewezen te worden op de consequenties.
Die kunnen als volgt worden samengevat: - Gebruik van het graf en de rechten blijven onveranderd; - Rechthebbende blijft conform verordening verantwoordelijk voor het onderhoud en dient waar nodig gebreken te herstellen; INVENTARISATIE OPVALLENDE EN HISTORISCHE GRAFBEDEKKINGEN