2021-05-19 b. bp Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 Philippine
Tekst van het document
3 SMA Zeeland B.V., Rapport asbest-bodemonderzoek, Project 23200127, 01-09-2020 4 Aeres Milieu B.V., Vooronderzoek NEN 5725 Zandstraat 100 Philippine, Projectnummer 20229, 10-09-2020
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|31
Bij een bestemmingsplanwijziging, grondwerkzaamheden of aanvraag van een omgevingsvergunning kan een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 noodzakelijk zijn. Dit onderzoek dient conform de strategie ‘VED-HE_NL’ uitgevoerd te worden. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht). Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen, mits het Plan van aanpak voor de bodemsanering aan de Zandstraat 102 met betrekking tot asbest wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag.
5.4
Cultuurhistorie
Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Hiermee is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Naast archeologie moet ook het aspect historische bouw worden opgenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Handreiking landschap De gemeente Terneuzen heeft samen met de gemeenten Sluis en Hulst de Handreiking Landschap Provincie Zeeland opgesteld. Hierin is van relevante cultuurhistorische elementen en objecten beschreven hoe bepalend en leesbaar ze zijn, op welk bestuurlijk niveau en met welk planologisch instrument regulering plaats zal vinden en welke strategie eraan gekoppeld kan worden. De Handreiking Landschap noemt vier strategieën die gekoppeld kunnen worden aan cultuurhistorische elementen en objecten: 1. Behoud: hierbij gaat het voornamelijk om monumentale objecten met landschapshistorische waarde (molens, vliedberg e.d.), alsmede de landschapsreservaten en delen van het landschap met zeer hoge mate van bepaaldheid en gaafheid; 2. Behoud ruimtelijke karakteristiek: conservering van de bestaande ruimtelijke kenmerken van het landschap staat voorop.
Er worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan die deze ruimtelijkheid veranderen. Het gebied hoeft echter niet bij voorbaat zijn huidige functie te behouden. Deze strategie komt in Terneuzen in de praktijk niet voor; 3. Behoud door ontwikkeling: de bestaande landschapsstructuur en mate van verdichting is richtinggevend voor mogelijk veranderingen. De veranderingen moeten passen in de structuur. Verandering van functie is nadrukkelijk een optie. De mate waarin veranderingen optreden kan per gebied verschillend zijn. Nadere afweging is hierbij noodzakelijk; 4. Vernieuwing: de bestaande landschapsstructuur verandert ingrijpend. Functies veranderen. De veranderingen zijn echter passend binnen het DNA van het betreffende gebied. Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen bestaat uit drie kaartbladen: 'behoud', 'behoud door ontwikkeling' en 'vernieuwing mogelijk'. In afbeelding 10, 11 en 12 is een uitsnede van de drie kaartbladen voor het beoogde plangebied weergegeven inclusief legenda. Per kaartblad wordt uitgelegd welke strategie voor de locatie geldt.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|32
Behoud: De strategie voor het plangebied is gericht op het behouden (zie afbeelding 18). Hierbij geldt een tevredenheid over de huidige functie en kwaliteit, waarbij kleinschalige aanpassingen mogelijk zijn (geen actieve benadering). In de nabije omgeving van het plangebied zijn enkele gemeentelijke monumenten aanwezig. Deze monumenten bevinden zich in het centrum van de dorpskern Philippine. Daarnaast wordt een groot deel van de dorpskern Philippine aangeduid als ‘stedelijk vestingwerk’. Verder is op enkele honderden meters ten westen van het plangebied een spuikom aanwezig. Met de plantontwikkeling wordt aan de westzijde (langs de Vergaertdijk) een open, groene zone vrijgehouden. Vanaf de Zandstraat wordt het open zicht op de achterliggende polder verbetert door het vrijhouden van bebouwing langs de zichtlijnen. Het planvoornemen leidt zodoende tot een behoud en verbetering van de landschappelijke structuren.
Afbeelding 18 Cultuurhistorische waardenkaart, kaartblad ‘Behoud’ met plangebied in geel
Behoud door ontwikkeling: De strategie voor het plangebied is gericht op versterken (zie afbeelding 19). Voor gebieden met de strategie versterken geldt een tevredenheid over de huidige multifunctionaliteit, zorgen over de (toekomstige) kwaliteit en het faciliteren van ontwikkelingen die multifunctionaliteit versterken. De nabije omgeving van het plangebied bestaat functioneel gezien, evenals het plangebied, voornamelijk uit agrarische gronden. De bestemmingswijziging naar ‘Wonen’ komt ten goede aan de functionele diversiteit.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|33
Afbeelding 19 Cultuurhistorische waardenkaart, kaartblad ‘Behoud door ontwikkeling’ met plangebied in geel
Vernieuwing mogelijk: De strategie voor het projectgebied is niet specifiek gericht op herstructureren, transformeren of ontwikkelen (zie afbeelding 20).
Afbeelding 20 Cultuurhistorische waardenkaart, kaartblad ‘Vernieuwing mogelijk’ met plangebied in rood
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|34
Op grond van de Cultuurhistorische waardenkaart zijn in het projectgebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Hiervoor is echter al aangegeven dat het plangebied valt binnen de strategieën ‘behoud’ en ‘versterken’. Binnen de strategie ‘behoud’ gaat het voornamelijk om monumentale objecten met landschapshistorische waarde (molens, vliedberg e.d.), alsmede de landschapsreservaten en delen van het landschap met een zeer hoge mate van bepalendheid en gaafheid. Binnen dit landschap zijn kleinschalige aanpassingen mogelijk. Het planvoornemen voorziet in het reduceren en verplaatsen van bebouwing en het wijzigen van de bestemming op een tweetal adressen (Zandstraat 100 en 102). Een dergelijke ontwikkeling kan als kleinschalig beschouwd worden. De bebouwing wordt op een zodanige wijze gesitueerd dat de zichtlijnen naar het achterliggende landschap aanwezig blijven en worden versterkt. Daarnaast ligt het plangebied eveneens binnen de strategie ‘versterken’. Hiervoor geldt een tevredenheid over de huidige multifunctionaliteit, waarbij ontwikkelingen mogelijk zijn die de multifunctionaliteit versterken. De nabije omgeving van het plangebied bestaat functioneel gezien, evenals het plangebied, voornamelijk uit agrarische gronden. De bestemmingswijziging naar ‘Wonen’ komt ten goede aan de functionele diversiteit.
Cultuurhistorische Hoofdstructuur De Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) zet karakteristieke landschappelijke kenmerken letterlijk op de kaart. Het bevordert de beleving van het landschap door aan te geven waar cultuurhistorische waardevolle aspecten van het landschap binnen en buiten de bebouwde kom gevonden kunnen worden. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur geeft aan dat binnen het plangebied aan de Zandstraat 102 een historische locatie van een boerderij ligt, die al op oude kaarten (begin 20e eeuw) zichtbaar is. De boerderij bestaat uit een woonhuis, een schuur, enkele moderne schuren en een moderne open wagenschuur. Het woonhuis dateert uit de jaren '50 van de 20ste eeuw en heeft geen specifieke cultuurhistorische waarde. De gevels van de woning zijn wit geschilderd, de vensters gemoderniseerd en er is een aanbouw gerealiseerd. Door deze ingrepen is de woning aangetast. De schuur dateert uit de periode 1920-1940. De mansardekap is gedekt met golfplaten en in de stenen gevels zijn enkele deuren vervangen door grote schuifdeuren. De vensters zijn behouden gebleven. De vrij forse schuur heeft een goede uitstraling die door het aanbouwen van een nieuwe, weinig passende moderne schuur aan de langsgevel, wordt geschaad. Ook de hoofdvorm wordt er door aangetast. De schuur is desondanks in redelijk oorspronkelijke staat.
De overige bebouwing dateert van een recentere datum (jaren ’80). Met de planontwikkeling worden alle huidige opstallen op de locatie Zandstraat 102 gesloopt, waarbij 3 compenserende woningen worden gerealiseerd. De sloop van de bestaande bebouwing en het realiseren van 3 woningen middels de ‘Ruimte voor Ruimte-regeling’ brengt een ruimtelijke kwaliteitswinst met zich mee. Daarbij is ook de landschappelijke inpassing in relatie tot de aanwezige cultuurhistorie in acht genomen. De nieuwe opzet is geïnspireerd op de historische en landschappelijke kwaliteiten van een Zeeuws erf in het polderlandschap,
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|35
Afbeelding 21 Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), plangebied is rood omlijnd
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.5
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren voor de directe omgeving in het geval dat er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De verbonden risico’s moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden normstellingen gehanteerd: 1. Het plaatsgebonden risico is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; 2. Het groepsrisico stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het doel van het externe veiligheidsbeleid is het beperken van risico’s door het hanteren van afstanden tussen risicovolle activiteiten en de mogelijke aanwezigheid van (groepen) mensen in kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|36
Onderzoek Het planvoornemen betreft het realiseren van drie (compenserende) woningen en de aanleg van een kleinschalige zonnepaneleninstallatie aan de Zandstraat te Philippine.
Afbeelding 22 Uitsnede Risicokaart Nederland, plangebied is paars omringd
Risicovolle inrichtingen buiten het plangebied Op afstanden van circa 1.800 tot 3.200 meter van het plangebied bevinden zich terreinen met in totaal twee bovengrondse propaantanken en één Chloorbleekloogtank, waarbij de maximale risicoafstand PR 10-6 een afstand van 10 meter bedraagt. Het plangebied ligt ruim buiten de 10-6contour. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van drie bedrijven, te weten: Oil tanking Terneuzen (invloedsgebied: 7.559 meter, afstand tot plangebied: Ca. 7.010 meter) Bertschi (invloedsgebied: 7.924 meter, afstand tot plangebied: Ca. 6.770 meter) Katoen Natie Westerschelde Terminal (invloedsgebied: 7.659 meter, afstand tot het plangebied: Ca. 6.150 meter). Vanwege de grote afstand van het plangebied tot de risicobronnen en de beperkte toename van de personendichtheid ten opzichte van de bestaande situatie zal geen sprake zijn van een significante toename van het groepsrisico. Verder ligt het plangebied binnen de 20 km zone van de kerncentrale Borssele. Dit is de zogenaamde schuilzone, een zone waarbinnen geschuild moet worden in geval van een kernongeval. Dit heeft geen ruimtelijke invloed op onderhavig postzegelbestemmingsplan. Transport per buisleidingen Het plangebied ligt op geruime afstand van twee nabij gelegen buisleidingen (1,7 km en 2,5 km).
In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen leidingen gelegen die planologisch relevant zijn.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|37
Transport over de weg of spoor In de omgeving van het plangebied is geen spoorweg gelegen. Het plangebied bevindt zich nabij de N61, welke een belangrijke functie heeft als regionale ontsluitingsroute en transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid transportroutes is opgenomen dat voor ontwikkelingen op een afstand van meer dan 200 meter geen ruimtelijke beperkingen worden gesteld. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan (circa 900 meter). Transport over water Het plangebied ligt op geruime afstand van het Kanaal Gent Terneuzen (circa 5 km) en de Westerschelde (circa 7,6 km). Het plangebied ligt daarmee ver buiten de risicocontour en het invloedsgebied. Groepsrisico Binnen het plangebied zijn thans twee beperkt kwetsbare objecten aanwezig, namelijk Zandstraat 100 en 102. Hierbij betreft het minder dan 2 woningen per ha dan wel een dienst- of bedrijfswoning. Het voornemen wijzigt de situatie vervolgens naar 4 kwetsbare objecten (4 burgerwoningen met een dichtheid van meer dan 2 per ha). Het plangebied ligt op voldoende afstand van eventueel risicovolle bronnen. Het voornemen leidt, gelet op het voornemen, de afstand en de tussenliggende functies, niet tot een toename van het groepsrisico. Een verantwoording van het groepsrisico is dus niet aan de orde.
Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6
Geluid
Beleidskader Bij het opstellen of herzien van een ruimtelijk plan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveau als gevolg van deze bronnen. Indien het ruimtelijke plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het ruimtelijk plan. Toetsing Het plangebied ligt enkel binnen de geluidszone van verkeerswegen. Geluidszones met betrekking tot industrieterreinen of spoorwegen liggen niet binnen het plangebied. Bij het vaststellen van geluidbelasting voor geluidsgevoelige functies zoals ‘Wonen’ dient op grond van de Wgh iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij de weg binnen een woonerf is gelegen of voor de weg een maximum snelheidsregime geldt van 30 km/uur. De locatie van het planvoornemen valt in de zone van de Zandstraat, Philippineweg, Vergaertpolderweg en Vergaertdijk. Ten behoeve van de ontwikkelingen heeft K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek 5 verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai in het kader van de Wet geluidhinder.
5 K+ Adviesgroep, Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen, Rapportnummer Rm200548aaA0, 08-01-2021
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|38
De verkeersgegevens voor de Zandstraat, Philippineweg, Vergaertpolderweg en Vergaertdijk zijn aangereikt door de gemeente Terneuzen. De gegevens zijn afkomstig uit het regionale verkeersmodel voor het maatgevende jaar 2030. In de Wet geluidhinder worden voor nog niet geprojecteerde woningen in buitenstedelijk gebied de volgende eisen gesteld: voorkeursgrenswaarde: 48 dB (art. 82 lid 1) maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied 53 dB (art. 83 lid 1) Niet geprojecteerd betekent dat het vigerende bestemmingsplan geen woonbebouwing toestaat of dat de huidige locatie geen woonbebouwing heeft zodat het bestemmingsplan moet worden herzien. In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van een nieuwe situatie. De geluidbelasting van de Philippineweg, Vergaertpolderweg en de Vergaertdijk ligt onder de voorkeursgrenswaarde, waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze wegen hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze wegen geen restricties op aan het plan. De voorkeursgrenswaarde wordt echter wel overschreden ter plaatse van de twee bouwvlakken die aan de Zandstraat zijn gepositioneerd. De geluidbelasting ten gevolge van de Zandstraat is maximaal 51 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Op het noordelijk gelegen bouwvlak wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden.
In eerste instantie dient onderzocht te worden of één of meerdere geluidreducerende maatregel(en) leiden tot een afname van de geluidbelasting. De volgende geluidreducerende maatregelen zijn onderzocht: Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen stuiten echter op bezwaren van financiële en verkeerskundige aard; Door middel van overdrachtsmaatregelen kan de geluidbelasting op de bouwvlakken worden verlaagd. Een scherm of wal dient om doelmatig te zijn dicht bij de bron of ontvanger te worden geplaatst. Deze maatregel stuit echter op bezwaren van financiële en landschappelijke aard; Een mogelijkheid om de geluidbelasting te reduceren is het vergroten van de afstand tussen geluidbron en bouwvlakken. Momenteel bevinden de twee zuidelijke bouwvlakken zich op circa 20 meter van de Zandstraat. Wanneer de bouwvlakken 20 meter verder van de Zandstraat worden gepositioneerd neemt de geluidbelasting met 3 dB af, waardoor de voorkeursgrenswaarde niet meer wordt overschreden. Deze maatregel is echter niet wenselijk.
Omdat de mogelijke maatregelen om de geluidbelasting te laten afnemen allen op financiële, landschappelijke, vervoerskundige of verkeerskundige bezwaren stuiten, is het verlenen van hogere waarde noodzakelijk. Bij de gemeente Terneuzen kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat de nieuwe woningen verspreid kunnen worden gesitueerd.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|39
Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het planvoornemen, mits de gemeente Terneuzen een hogere waarde verleend voor de woningen die parallel langs de Zandstraat zijn gepositioneerd.
5.7
Luchtkwaliteit
Beleidskader Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties van verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de gezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aangetast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. De belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Titel 5.2 Wet milieubeheer handelt over luchtkwaliteit, daarom staat deze ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit. Met de Wet luchtkwaliteit en bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen, wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.
In artikel 4 van het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de bijlagen van de ‘Regelingen niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Beoordeling De regeling NIBM geldt onder andere voor woningbouwlocaties die in het geval van één ontsluitingsweg niet meer dan 1.500 nieuwe woningen mogen omvatten. Bij twee ontsluitingswegen mogen uitbreidingslocaties niet meer dan 3.000 woningen bevatten. Voor kantoorlocaties gelegen aan één ontsluitingsweg geldt een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2. Wanneer projecten wel in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden, waarbij getoetst wordt aan de normen. Het planvoornemen maakt per saldo de bouw van twee extra woningen en de aanleg van zonnepanelen mogelijk. Het per saldo mogelijk maken van twee extra woningen ligt ver beneden de grens en kan worden aangemerkt als een plan dat niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM) aan de luchtverontreiniging.
De realisatie van een kleinschalige zonnepaneleninstallatie valt formeel gezien niet onder de regeling van ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, maar omdat een kleinschalige zonnepaneleninstallatie echter geen stoffen uitstoot en niet tot nauwelijks verkeer genegeerd is een nader onderzoek niet noodzakelijk. NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|40
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Natuurwetgeving
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. Deze wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie voorgaande wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhouding)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000 gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. De provincies hebben de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzonder provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 ha natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan-Europese Ecologische Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren Met de Wet natuurbescherming is de lijst van beschermde soorten gewijzigd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wnb niet meer en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten Vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; 3. Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wnb.
Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|41
De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen, provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlage van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepalingen moeten schadelijke behandelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Quickscan Natuurwetgeving Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling op de locatie Zandstraat 100 en 102 te Philippine heeft Aeres Milieu B.V. quickscan natuurwetgeving uitgevoerd6. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Het doel van de quickscan is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. Per onderwerp worden de mogelijke effecten beschreven. Natura 2000 De plannen zullen naar verwachting geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen.
Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb. De stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is verder in deze paragraaf (onder ‘Stikstofdepositie’) nader uitgewerkt. Natuurnetwerk Nederland De bouw en het gebruik van de woningen, de toenemende verkeersbewegingen en de aanleg van de zonnepaneleninstallatie hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNN. Omdat er geen negatieve effecten op het NNN zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibiën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Zeeland een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen De houtsingel ten noordwesten van het plangebied fungeert mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Tot op een afstand van 10 meter van de bomen en struiken op de Vergaertdijk mag alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst Om verstoring te
6 Aeres Milieu B.V. Quickscan Natuurwetgeving Zandstraat 100
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
en 102 te Philippine, Projectnummer AM20229, 02-09-2020
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|42
voorkomen. Straatverlichting dient van de bomen af omlaag gerichte te zijn met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen of rood licht.” Algemene vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Kerkuil De kerkuilennestkast in de zuidoostelijke schuur fungeert waarschijnlijk als nest voor de kerkuil. De noordelijke open schuur fungeert als roestplaats voor deze soort. Sloop van deze schuren leidt tot het verlies van een roestplaats en mogelijk tot het verlies van een nest van deze soort. Nesten en roestplaatsen van kerkuil zijn in Zeeland jaarrond beschermd en rondom het nest dient voldoende geschikte habitat te zijn om jongen groot te laten komen.
Voor het mogen vernietigen van een kerkuilennest is alleen een ontheffing te krijgen op grond van belangen die zijn opgenomen in de Vogelrichtlijn. Dat zijn: Bescherming van flora en fauna; Veiligheid van het luchtverkeer; Volksgezondheid of openbare veiligheid. Om deze ontheffing te kunnen ontvangen dient er vooraf afdoende te worden gemitigeerd voor het verlies aan functies die het plangebied voor de soort heeft. Dit is te realiseren door nu alvast bij nabijgelegen schuren en loodsen een viertal kerkuilennestkasten op te hangen. Deze nestkasten kunnen dienen als alternatieve roestplaats en nestlocatie. Het ophangen van de nestkast dient onder begeleiding van een deskundige te worden uitgevoerd. Voor de kerkuil dient de initiatiefnemer zo snel mogelijk maar in elk geval 3 maanden voor de start van sloop of bouwwerkzaamheden vier kerkuilennestkasten op te laten hangen door een ecologisch deskundige bij nabijgelegen schuren en loodsen (binnen 500 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats). Ook dient door middel van kerkuilenonderzoek in kaart te worden gebracht welke functie het plangebied en haar omgeving hebben voor kerkuilen. Boerenzwaluw In de grupstal in de zuidoostelijke schuur gaan mogelijk boerenzwaluwen broeden.
De boerenzwaluw is een categorie 5 soort; dat zijn soorten waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd, maar waarvoor wel een omgevingscheck noodzakelijk is. Omdat er voldoende alternatieve nestgelegenheid voor de soort aanwezig is buiten het plangebied, hoeft er ten aanzien van de boerenzwaluw geen extra nestgelegenheid in het plangebied te worden gerealiseerd. Wel is het nodig te voorkomen dat broedende boerenzwaluwen worden verstoord en/of hun nest wordt vernietigd. Nadat er een ontheffing voor de kerkuil is gekregen, dient de zuidoostelijke schuur buiten de broedtijd van de boerenzwaluw te worden gesloopt; dus buiten de periode 1 mei – 30 september. Een andere optie is het dichten van alle toegangen tot de schuur buiten de periode 1 mei – 30 september, waarna er jaarrond kan worden gesloopt. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|43
Aanvullend onderzoek kerkuilen Voor Zandstraat 100 en 102 in Philippine is een bouwproject voor 3 nieuwe woningen voorzien. Hierin is vastgesteld dat een kerkuil (Tyto alba) nestkast aanwezig is in de zuidoostelijke schuur en dat de noordelijke open schuur als roestplaats heeft gefungeerd. Het advies van Aeres is om in de nabije omgeving enkele nestkasten op te hangen. Hierbij is de hulp van Kerkuilenwerkgroep Nederland ingeschakeld (bijlage 8). Gezien de locatie van de kerkuil nestkast op Zandstraat 102 is het plaatsen van vervangende nestkasten in westelijke richting (bebouwing Philippine) niet mogelijk. In zuidelijke richting is geen bebouwing aanwezig wat een geschikte locatie zou kunnen zijn. Voor alternatieve nestkasten dient gezocht te worden in noordelijke en oostelijke richting. Het uitgangspunt bij de beoordeling voor plaatsing van nieuwe nestkasten is dat er ook rekening gehouden moet worden met de landelijk gehanteerde fusieafstand tussen nestkasten. Voor de kerkuil is deze vastgelegd op minimaal 1000 meter afstand. Dit gegeven en de broedresultaten in de omgeving beperken het plaatsen van nieuwe nestkasten. Uiteindelijke zijn twee locaties gevonden waarop toestemming werd gegeven om een kerkuil nestkast op te hangen. Dit is gebeurt op 17 november 2020 op de adressen Zandstraat 94 en 239.
Met de gegevens van het Aeres rapport (ecologische quickscan) lijkt het plaatsen van twee nieuwe kerkuil nestkasten een goed alternatief te zijn voor de kerkuilen locatie op Zandstraat 102. Stikstofdepositie Voor het planvoornemen omtrent sloopwerkzaamheden van de aanwezige bebouwing, de aanleg van een zonneweide en de realisatie van 3 woningen is een berekening gemaakt met behulp van de Aerius calculator 2019 (toegevoegd als bijlage). Deze berekening brengt de stikstofdepositie van de aanlegfase (bouwperiode) en gebruiksfase van het planvoornemen op de omliggende Natura 2000gebieden in kaart. Het dichtstbijzijnde Nederlandse Natura 2000-gebied is ‘Canisvliet’ en ligt op circa 6,6 km van het plangebied. Bij de sloop- en bouwperiode van het planvoornemen worden enkele mobiele werktuigen (en de daarbij behorende verkeersgeneratie) ingezet welke stikstof uitstoten. Bij de gebruiksfase wordt afhankelijk van de functie, oppervlak en verkeersgeneratie ook een bepaalde hoeveelheid stikstof uitgestoten. Uit de rekenresultaten blijkt dat (bij een overschatting van de in te vullen gegevens) geen rekenresultaat hoger is dan 0,00 mol/ha/j. De ontwikkelingen in het plangebied hebben dus geen invloed op de omliggende Natura 2000-gebieden. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.9
Niet-gesprongen explosieven
Niet-gesprongen explosieven (NGE) in de Zeeuwse bodem zijn enerzijds afkomstig van bombardementen en gevechtshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Anderzijds is aan het einde en in de periode na de Tweede Wereldoorlog munitie geruimd en gedumpt in bijvoorbeeld watergangen, oude loopgraven, bomkraters. Informatie over een verhoogde kans op de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven helpt om een eerste inschatting te maken van de mogelijkheid van het wel of niet voorkomen van explosieven in de bodem te maken.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|44
De gemeente Terneuzen hanteert voor de paragraaf ‘Niet-gesprongen explosieven’ (NGE) het Historisch Vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018, waarbij de NGE-Risicokaart leidend is. Toetsing In het binnenstedelijk gebied alsook in het buitengebied van Philippine hebben na de Tweede Wereldoorlog diverse munitieruimingen plaatsgevonden. Zo ook is er in een perceel bouwland nabij de Zandstraat 100 en 102 een mortiergranaat door de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) meegenomen. De NGE-Risicokaart gaat echter ter plaatse van het plangebied niet uit van een aanwijsbaar risicogebied. De trefkans van munitie is daardoor klein(er). Doordat er geen sprake van een risicolocatie voor NGE, is het uitvoeren van een projectgebonden risicoanalyse weinig zinvol en dus niet vereist.
Afbeelding 23 Uitsnede NGE-Risicokaart, plangebied is rood omringd
Conclusie Een vervolgonderzoek naar niet-gesprongen explosieven wordt niet noodzakelijk geacht. Zodoende vormt het aspect niet-gesprongen explosieven geen belemmering voor het planvoornemen.
5.10
Verkeer en parkeren
Het planvoornemen heeft een gewijzigde verkeersgeneratie als gevolg. Hierdoor dient aangetoond te worden dat het omliggende wegennetwerk de nieuwe verkeersdruk kan verwerken. Daarnaast dient aangegeven te worden hoe omgegaan wordt met parkeren. Verkeer Zandstraat 102 Het voornemen aan de Zandstraat 102 maakt per saldo twee extra vrijstaande woningen mogelijk, waardoor in totaal 3 woningen aanwezig zijn. De bestaande dam naar de Zandstraat aan de zuidzijde wordt gebruikt voor de ontsluiting van de twee nieuwe woningen langs de Zandstraat. De noordelijke woning wordt ontsloten via een nieuwe dam richting de Vergaertdijk. De verkeersgeneratie behorende bij vrijstaande woningen in het buitengebied is volgens de CROWuitgave “Toekomstbestendig parkeren 2018” minimaal 7,8 mvt/etmaal en maximaal 8,6 mvt/etmaal. De maximaal bijkomende verkeersgeneratie bij het per saldo mogelijk maken van twee extra vrijstaande woningen is zodoende 17,2 mvt/etmaal. In totaal voorziet de planontwikkeling in
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|45
een verkeersgeneratie van maximaal 25,8 mvt/etmaal. Daarnaast voorziet het planvoornemen in de beëindiging van agrarische activiteiten binnen het plangebied, waardoor de hierbij behorende verkeersstromen wegvallen. De realisatie van het planvoornemen leidt niet tot een significante wijziging van het aantal verkeersbewegingen. Zandstraat 100 Het gebruik van de zonnepaneleninstallatie heeft geen verkeersaantrekkende werking. De realisatie van de zonnepaneleninstallatie leidt niet tot een significante wijziging van het aantal verkeersbewegingen. Parkeren Het parkeren is geregeld in de Parkeernota 2015-2020 van de gemeente Terneuzen. Voor de woningen geldt een parkeernorm van 2,1 parkeerplaatsen per woning. Op eigen terrein wordt voldoende ruimte vrij gemaakt om te voorzien in het benodigde aantal parkeerplaatsen. Voor een zonnepaneleninstallatie is geen parkeernorm opgenomen, omdat het niet leidt tot een significante wijziging in verkeersstromen en/of parkeerbehoefte. Zodoende blijft de parkeersituatie aan de Zandstraat 100 ongewijzigd met het voornemen.
5.11
Water
Inleiding Voor ruimtelijke plannen is de watertoets verplicht. De initiatiefnemer dient in dat kader in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer. Deze instantie is daarmee formeel de waterbeheerder. De waterparagraaf dient voorgelegd te worden aan de waterbeheerder. Huidige watersysteem Waterkeringen Binnen of nabij het plangebied Zandstraat 100 en 102, Philippine zijn geen waterkeringen uit de Legger van het waterschap Scheldestromen aanwezig. Oppervlaktewaterlichamen Volgens de Legger Oppervlaktelichamen wordt het plangebied momenteel omringd door een secundaire watergang. De beschermingszone van 7 meter van de waterlichamen is gelegen binnen het plangebied. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de beschermingszone van de secundaire watergang.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|46
Afbeelding 24 Uitsnede Legger Oppervlaktewaterlichamen, plangebied is geel omlijnd
Toekomstig watersysteem Nagegaan is aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets van het waterschap Scheldestromen of de beoogde ontwikkeling strijdig is met waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Er liggen geen primaire of regionale waterkeringen binnen of in de buurt van het plangebied. Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van:
Dakoppervlak Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
dichte bodemverharding doorlatende bodemverharding wateroppervlak
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
huidige situatie
na realisatie
Ca. 1.650
Ca. 1.000
1
Ca. 1.300
Ca. 1.000
2
Ca. 14.450
Ca. 15.400
3
0
0
4
Er is geen doorlatende verharding in het plan voorzien; Het totale oppervlakte van het plangebied is ca. 17.400 m2. Het aandeel verhard oppervlak neemt met de beoogde planontwikkeling af met circa
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|47
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
950 m2. Ten opzichte van de bestaande situatie nemen zowel de dakoppervlakken als de bodemverhardingen af. Er hoeft dus geen verdere compensatie plaats te vinden. Regelgeving, beleid lozingen buitengebied, vastgesteld beleid voor heel Zeeland: Aansluiting is verplicht bij een afstand minder dan 40 m vanaf de kadastrale grens tot aan de riolering; Bij een grotere afstand tot de riolering is lozing op oppervlaktewater of in de bodem toegestaan mits gebruik wordt gemaakt van een verbeterde septic tank (VST) conform de Regeling lozing afvalwater huishoudens (inhoud 6 m3, 3 compartimenten in een verhouding 2:1:1, voldoet aan NEN-EN 12566-1). De voorgeschreven VST is gericht op het terughouden van bezinkbare en opdrijvende bestanddelen. Bron/besluit: Besluit van 15 november 2007, houdende regels met betrekking tot het lozen vanuit particuliere huishoudens; Op de VST dient al het afvalwater te worden aangesloten. Hemelwater mag niet op de VST worden aangesloten. Bron/besluit: Besluit van 15 november 2007, houdende regels met betrekking tot het lozen vanuit particuliere huishoudens (Besluit lozing afvalwater huishoudens); Binnen Zeeland is bestuurlijk bepaald dat bestaande (te kleine) septic tanks uiterlijk in 2027 moeten zijn vervangen door minimaal een VST.
Alle gemeenten dienen de betreffende bewoners hierover te informeren De afstand is groter dan 40m, waardoor zelf een voorziening getroffen moet worden.
Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Grondwateroverlast is niet aanwezig. De (nieuwe) bebouwing wordt op hetzelfde peil gebouwd als de voorgaande bebouwing. De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van grondwater. Er wordt niet gebouwd in een infiltratiegebied, natuurgebied of gebied voor drinkwatervoorziening. Zowel tijdens de bouwfase als tijdens de gebruiksfase worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Er zijn geen nadelige gevolgen voor de grondwaterkwaliteit
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Het plan heeft geen invloed op de oppervlaktewaterkwaliteit
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|48
watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
De ontwikkeling heeft geen water-gerelateerde consequenties voor de volksgezondheid. Er is geen oppervlaktewater aanwezig en dus geen verdrinkingsgevaar.
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Gelet op de eerdere bebouwing die hier aanwezig was is hier geen risico aanwezig. Er zullen ook geen veranderingen in het peilregiem plaatsvinden voor deze ontwikkeling.
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Scheepvaart en/of wegbeheer Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.
In de directe omgeving van de ontwikkeling is geen natte natuur aanwezig. De ontwikkeling heeft hier dus ook geen invloed op. Het plan geeft geen wijziging ten opzichte van het huidige onderhoud en is derhalve niet van toepassing. Met het planvoornemen is rekening gehouden met de aanwezige watergangen en onderhoudsstroken.
Met het planvoornemen vinden geen ingrepen plaats aan eigendommen van de waterbeheerder. Het planvoornemen leidt niet tot een significante toename van het verkeer.
Wateradvies Waterschap Scheldestromen De waterparagraaf is voorgelegd aan het waterschap Scheldestromen. Het waterschap heeft de volgende opmerkingen gegeven over de aspecten met betrekking tot water: Voor de dam aan de Vergaertdijk dient een ontheffing te worden aangevraagd; Ter plaatse bevindt zich geen mogelijkheid voor aansluiting op de gemeentelijke riolering. Het is daarom toegestaan om op oppervlaktewater te lozen via een zuiveringsvoorziening die minimaal bestaat uit een verbeterde septictank (VST) met een capaciteit van 6 m3 die voldoet aan NEN-EN12566. Alvorens over te gaan op plaatsing van deze voorziening is afstemming nodig met het waterschap; De vraag of er sprake is van een toename van de belasting op het watersysteem dient nader uitgewerkt en in de watertoetstabel aangegeven te worden; Naar aanleiding van het thema ‘Onderhoud oppervlaktewater’ in de watertoetstabel dient bij het perceel Zandstraat 102 voor aanleg het definitieve inrichtingsplan van de landschappelijke inpassing door het waterschap getoetst te worden op het vergunningenbeleid in het kader van Keur Watersysteem en of een watervergunning benodigd is; Voor Zandstraat 100 dient het definitieve inrichtingsplan voor het plaatsen van de zonnepanelen en beplanting binnen de beschermingszone van de secundaire waterloop vooraf aan plaatsing getoetst te worden aan het vergunningenbeleid van de
Keur Watersysteem. Het bovenstaande is (waar mogelijk) opgenomen in de watertoetstabel van de waterparagraaf. Daarbij zijn de bovenstaande aspecten, indien hiervoor een handeling (zoals een vergunningaanvraag) noodzakelijk is, als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de bestemmingsregels. Hierdoor is het één en ander goed geborgd.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|49
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen niet strijdig is met de waterdoelstelling.
5.12
Vormvrije mer
Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten merplichtig zijn, of mer-beoordelingsplichtig. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarde opgenomen. Het bevoegd gezag moet bij dergelijke activiteiten, voor zover deze niet aan de drempelwaarde voldoen, nagaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling moeten hierbij in beschouwing genomen worden. Deze omstandigheden betreffen: De kenmerken van het project; De plaats van het project; De kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie Gelet op de kenmerken van het plan, zoals de kleinschaligheid in vergelijking met de norm van de drempelwaarde, de plaats van het project en de kenmerken van potentiële effect, zal uitvoering van het plan niet leiden tot belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit blijkt ook uit de onderzoeken voor de verschillende milieuaspecten zoals die in voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Vanwege het feit dat het voornemen voorziet in een woningbouwplan, met een woningaantal dat ver onder de drempelwaarde ligt, zoals vermeld in de onderdelen C en D van de bijlage van het besluit m.e.r., is er sprake van een zogenaamde vormvrije mer.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|50
6.
JURIDISCHE ASPECTEN
De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).
6.1
Verbeelding
Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.
6.2
Planregels
De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.
2.
3.
4.
6.3
Inleidende bepalingen, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere bepaald de maximale bebouwingshoogte. De gehanteerde bestemmingen worden in de paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
Toelichting op de bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|51
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3: Wonen De op de verbeelding voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aanhuis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en bij deze bestemming behorende voorzieningen. Gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd en per bouwvlak is ten hoogste één woning toegestaan. In dit artikel staan voor hoofdgebouwen met bijbehorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en kleine windturbines ook bouwregels over de maximale goot- en bouwhoogte. Artikel 4: Leiding - Water De voor Leiding - Water aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een waterleiding met een diameter van ten minste 400 mm. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbelteregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel zijn de regels ten aanzien van de algemene bouwregels, algemene bebouwingspercentages, bouwhoogtes en toegestane overschrijdingen door ondergeschikte bouwwerken opgenomen. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik.
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van de mogelijkheden voor het afwijken van de regels. Artikel 9 Overige regels In dit artikel is een regel opgenomen ten aanzien van andere wettelijke regelingen waarnaar wordt verwezen in het bestemmingsplan, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken die afwijken van het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan inwerking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging hiervan is alleen toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot. Artikel 11 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Bestemmingsplan ‘Philippine, Zandstraat 100 en 102’.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
|52
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In artikel 6.2.1 Bro staat aangegeven wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is ten behoeve van de kosten een overeenkomst gesloten. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het zgn. 3.1.1 Bro is het concept-ontwerpbestemmingsplan toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf donderdag 4 februari tot en met 17 woensdag maart ter inzage gelegen. In deze periode is zienswijze ingediend door de beheerder en onderhouder van de transportwaterleiding welke door het plangebied loopt. Het verzoek is om, gelet op het belang en functie van deze leiding, de dubbelbestemming en bijbehorende regels (correct) aan te geven op de verbeelding. De dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ is in de vastgestelde versie, in tegenstelling tot de ontwerpversie, op dezelfde wijze als in het vigerend bestemmingsplan opgenomen in de verbeelding en bestemmingsregels. Verder zijn geen zienswijze ingediend. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
NL.IMRO.0715.BPBG63-VG01
Bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BIJLAGE 1 RUIMTELIJKE VISIE
Zandstraat 102 - Philippine ruimtelijke visie inpassing ontwikkeling april 2020
inhoud locatie en initiatief huidige situatie historie landschapsstructuur visie inrichtingsvoorstel bebouwingsoverzicht beplantingsindicatie referentiebeelden
3 4 5 6 7 8-9 10 11 12-14
Bijlage: Inrichtingstekening A3
Plein 19 4454 AS Borssele Tel 0113-4074 info@ruimte-groen.nl www.ruimte-groen.nl
2
initiatief: - alle huidige opstallen slopen - bouw 2 compensatiewoningen - + vervanging 1 bestaande woning = totale realisatie 3 woningen -
3 kavels op totaal 1,5 ha
locatie en initiatief 3
huidige situatie
4
1850
1915
1970
historie 5
Philippine
kreekrestanten
dijken
erfclusters langs Zandstraat
Zandstraat
landschapsstructuur
6
visie 7
LEGENDA 1. 2.
3. 4. 5. 6. 7.
8. 9. 10.
11. 12.
13. 14. 15. 16. 17. 18.
inrichtingsvoorstel
Bestaande dam gebruiken voor ontsluiting beide woningen, toegangshek; De 2 nieuwe woningen (ca 1000 m3) zijn parallel langs de Zandstraat gepositioneerd (net als de andere woningen langs deze weg) en staat op ca dezelfde rooilijn als de buurwoningen. Bouwvlak per kavel 2000m2 (rode streeplijn); Dichte, streekeigen beplantingen tussen percelen; Vergezicht naar open polderlandschap vrijhouden van beplanting/geen verdichting; Zeeuwse haag met enkele bomen als afscherming en privacy tussen percelen; Hagen rondom intensiever tuindeel, exacte positie en hoogte ntd.; Afschermende Zeeuwse hagen/dicht struweel rondom extensievere tuindelen geven privacy en spanningsopbouw. Doordat de grenzen niet over de hele lengte worden afgeplant blijft het open polderlandschap waarneembaar voor de nieuwe bewoners en passanten; Open weide met enkele verspreide bomen; Bestaande te handhaven hoogstamfruitbomen; Nieuw aan te brengen, verspreidt staande hoogstamfruitbomen om bestaande (erf/boerderij)sfeer door te zetten; Open zicht op polder vanaf Zandstraat vrijhouden van bebouwing en dicht groen; Nieuwe (hoofd)woning (1250 m3), bouwvlak 2500 m2 (rode streeplijn). De positie van de woning is haaks op de Vergaertdijk.
Deze positie geeft tevens een prachtig, vrij uitzicht over het polderlandschap; Mogelijke locatie bijgebouw; Mogelijke locatie voor zonnepanelen, ingegraven en onzichtbaar vanuit omgeving; Leibomen (exacte positie ntb) tbv afscherming zicht buren; Bestaande sloot wordt/is rechtgetrokken iom. agrariër, knotbomen als venster op open landschap; Toegangslaantje met hek en bomen; Nieuwe dam aanbrengen ter ontsluiting van kavel;
8
Bij de opstelling van het inrichtingsplan zijn de bestaande landschapsstructuren en zichtlijnen als uitgangspunt genomen. De zichtlijnen vanaf de Zandstraat op het open polderlandschap zijn namelijk erg verrassend en belangrijk om te handhaven. Vooral wanneer vanuit de verdichting van het stadje opeens een 1e vergezicht naar het buitengebied mogelijk is. Daarom wordt de nieuwe bebouwing, net als de bestaande bebouwing, centraal op het kavel gesitueerd, zodat de twee zichtlijnen vrij blijven. De 2 nieuwe woningen, ontsloten vanaf de bestaande dam aan de Zandstraat, zijn net als de andere woningen langs deze weg, parallel gesitueerd in dezelfde rooilijn als de buurwoningen. De nieuwe (hoofd)woning, ontsloten middels een nieuwe dam, wordt haaks op de Vergaertdijk voorgesteld. Door deze iets gedraaide ligging kan maximaal het polderlandschap worden beleefd. Ook de sloot geflankeerd door de kenmerkende knotbomen versterken deze landschappelijke beleving. Om het vrije zicht op de polder zoveel mogelijk in stand te houden is het niet wenselijk om alle erfgrenzen geheel af te planten. Daarom wordt voorgesteld om Zeeuwse hagen (dicht, hoog struweel) alleen op de meest cruciale delen te plaatsen zodat er voldoende privacy en afscherming tussen de percelen ontstaat maar ook de weidsheid en ruimtelijkheid vanaf de kavels en vanuit de omgeving waarneembaar blijft.
Rondom de meest intensieve tuindelen bij de woningen worden daarnaast ook nog haakvormige hagen voorgesteld waardoor de privacy en afscherming gewaarborgd wordt. Naast het handhaven van de 3 bestaande oude fruitbomen worden er verspreid over het perceel diverse nieuwe hoogstamfruitbomen toegevoegd (rekening houdend met de zichtlijnen). Hierdoor ontstaat een landschappelijke meerwaarde en wordt ook de erf,- en boerderijsfeer versterkt en vastgehouden.
toelichting inrichtingsvoorstel 9
te slopen bebouwing: 1400 m2 nieuwe bebouwing:
750 m2
bebouwingsoverzicht oud-nieuw 10
JR
SA
TC
PA Cb
TC TC
TC TC TC PA
HF
PA
TI
III
HF
Cb
HF
PC
PC III
AC
III
HF
SA
III
PC HF
HF
Cb PA
III
PA
AC
III
HF PA
PC PC Cb III PC HF
beplantingsindicatie
11
referentiebeelden 12
referentiebeelden 13
referentiebeelden
14
bijlage Inrichtingsplan schaal 1:100 (A3) 15
BIJLAGEN 10001 Herontwikkeling Zundert Centrum
16.
17.
12. 15.
11. 13.
10.
14. 7.
6.
8.
3.
5.
maart 2020
9. 4. 2.
1.
schaal 1:1000
inrichtingsvoorstel Zandstraat 102 - Philippine
18.
info@ruimte-groen.nl - www.ruimte-groen.nl
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE QUICKSCAN
RAPPORT Archeologische quickscan Zandstraat 100-102 te Philippine (gemeente Terneuzen)
AM20229
RAPPORT Archeologische quickscan Zandstraat 100-102 te Philippine (gemeente Terneuzen)
Aeres Milieu Projectnummer Status rapport ISSN Nummer Datum
: AM20229 : Concept (versie 1) : 2214-5656 : 27 augustus 2020
Opdrachtgever