CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-05-19 b. bp Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 Philippine

gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied, Zandstraat 100 en 102 in Philippine22.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

: Ordito Postbus 94 5126 ZH Gilze

Opsteller rapport Paraaf

: L. Kruithof MSc. :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform de geldende richtlijnen en protocollen). Aeres Milieu accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het bureau onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM20229

INHOUDSOPGAVE ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ............................................................................................................................. 4 1. INLEIDING ................................................................................................................................................................ 5 2.

BEKENDE GEGEVENS.................................................................................................................................... 6 2.1

Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................................................................................ 6

2.2

Gegevens Archis3 ............................................................................................................................................................................................. 6

3. TOETSING ARCHIEF ZEEUWS ARCHEOLOGISCH DEPOT (ZAD) ........................................................ 8

Pagina | 3

AM20229

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer

: AM20229

OM-nummer

: n.v.t.

Soort onderzoek

: Quickscan

Adres onderzoekslocatie

: Zandstraat 100-102 te Philippine

Toponiem

: Zandstraat 100-102

Gemeente

: Terneuzen

Provincie

: Zeeland

Kadastrale registratie

: Sas van Gendt, sectie R, nummers 432 en 434

Coördinaten

: Centrum

Oppervlakte

: Circa 15.00 m2

Huidig locatie gebruik

: (voormalig) agrarische bebouwing

Aanleiding onderzoek

: Aanleg zonnepark, nieuwbouw woningen

Opdrachtgever

: Ordito

41.974; 366.961

Pagina | 4

AM20229

1. INLEIDING In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu een archeologische quickscan uitgevoerd voor onderstaande locatie aan de Zandstraat 100-102 te Philippine (gemeente Terneuzen).

Figuur 1: Verbeelding van de toekomstige situatie binnen de onderzoekslocatie. (Bron: Aangeleverd door de opdrachtgever).

Pagina | 5

AM20229

2.

BEKENDE GEGEVENS

2.1

Gemeentelijk beleid

Volgens de Archeologische Vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen geldt voor de onderzoekslocatie een vrijstellingsdiepte van meer dan 4,0 meter –mv.

Figuur 2: Uitsnede uit de Vrijstellingenkaart (2017) met blauw omlijnd de onderzoekslocatie (Bron: De Visser en De Weerdt 2017, Handleiding Vrijstellingenkaart 2017, Edufact rapport 9).

2.2

Gegevens Archis3

Binnen de omgeving van het plangebied is één archeologisch monument en zijn meerdere onderzoeksmeldingen en vindplaatsen bekend.

Monumentnummer 13.501 Op een afstand van 150 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt een monument van hoge archeologische waarde. Het betreft en terrein met de oude vestingstad Philippine. Philippine werd als 'gesloten stad' in een nieuw bedijkte polder gesticht in 1505. In 1583 legde Parma er een vierkante schans (50x50 m) aan, zeker ten dele als reactie op de door Staatsen opgeworpen Moffenschans ten zuiden van Terneuzen. Pagina | 6

AM20229

In 1633 viel Philippine toch in handen van de noordelijke Nederlanden en werd het verder versterkt en uitgebreid met een kasteel, bastions, ravelijnen en een waterpoort.

Zaakidentificatie

Afstand

Soort onderzoek /vondst

Omschrijving

2026574100

Plangebied ligt in het

IVO-o door RAAP

Het onderzoeksgebied betreft het landinrichtingsgebieden Hoek en Philippine en

onderzoeksgebied

Archeologisch

heeft een omvang van 6,8 ha. Het onderzoeksgebied bevat globaal gezien drie

Adviesbureau in 1997

landschappelijke zones: dekzandgebied, inbraakgeul de Braakman en het Oudland in de omgeving van Hoek. Bewoningssporen uit het mesolithicum, late middeleeuwen en nieuwe tijd zijn aangetroffen op de hogere delen van het dekzandlandschap. Uit het veldonderzoek zijn meerdere landschappelijke zones aangeduid voor vervolgonderzoek.

2324062100

Circa 200 m ten ZW

AB door Sweco in

Hierbij is een steen (beeld) en versterking aangetroffen uit de nieuwe tijd midden.

van het plangebied

2011

Het onderzoeksgebied is gelegen ten zuidoosten van de dorpskern van Philippine waarin resten van de 18e eeuwse Stenen Beer gelegen zijn.

2329960100

Circa 340 m ten ZW

BO door Sagro in

De onderzoekslocatie is gelegen op het terrein van de voormalige paletfabriek en

van het plangebied

2007

palethandel. Op basis van het verkennend veldonderzoek is een archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd.

2434360100

Circa 520 m ten ZW

Stichting Cultureel

Dit onderzoek is in het kader van het opstellen van een archeologische

van het plangebied

Erfgoed Zeeland

verwachtingskaart in 2014. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.

2228572100

Circa 490 m ten W

AB door SOB Research

Tijdens de AB van graafwerkzaamheden bij de rioolreconstructie ter plaatse van de

van het plangebied

in 2009

Kasteelstraat zijn vondsten keramiek (steengoed geglazuurd: kruik, Fayence: bordDelfts blauw, roodbakkend geglazuurd: bord – Nederrijns), ijzer (gesp) en bewoning (inclusief verdediging) aangetroffen uit de nieuwe tijd midden. De archeologische resten zijn op basis van de waarderingscriteria uit de KNA 3.1 niet behoudswaardig.

2429039100

Circa 700 m ten W

BO door Artefact in

Op basis van het BO geldt er een hoge verwachting op het aantreffen van

van het plangebied

2014

archeologische resten uit de nieuwe tijd vanaf het maaiveld. Er is geadviseerd om de graafwerkzaamheden te begeleiden. Tijdens deze begeleiding is een wal/ omwalling en versterking uit de nieuwe tijd vroeg aangetroffen. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.

2044694100

Circa 530 m ten ZW

IVO-o door

Er zijn meerdere vondsten keramiek, ijzer, glas, bot, steen, kalksteen/mergel, brons,

van het plangebied

Archeomedia in 2003

nederzetting met stedelijk karakter aangetroffen uit de nieuwe tijd midden en

Circa 650 m ten ZW

IVO-o door RAAP

van het plangebied

Archeologisch

nieuwe tijd laat. Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy. 2026574100

Er zijn geen verdere gegevens bekend in Archis en DansEasy.

Adviesbureau in 1997 4864961100

2394866100

Circa 520 m ten ZW

IVO-o door Artefact in

Hierbij is aardewerk (roodbakkend geglazuurd aardewerk, pijp), ophogingslaag en

van het plangebied

2020

bewoning (inclusief verdediging) aangetroffen uit de nieuwe tijd.

Circa 500 m ten ZW

AB door SOB Research

De bodemopbouw bestaat uit een recent opgebracht ophoogpakket op afzettingen

van het plangebied

in 2013

van Duinkerke IIIb. In deze ophogingslaag zijn concentraties aardewerk aangetroffen uit de 17e tot 18e eeuw. Er zijn geen sporen van bewoning aangetroffen. Op basis van het veldonderzoek kan gesteld worden dat het een deel van het plangebied gesitueerd binnen de vesting van Philippine op een oude geul.

Tabel 1: Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 1 klimeter rond het plangebied.

Pagina | 7

AM20229

3. TOETSING ARCHIEF ZEEUWS ARCHEOLOGISCH DEPOT (ZAD) Dhr. Hans Jongepier, adviseur archeologie bij het Zeeuws Archeologisch Depot (Erfgoed Zeeland) heeft op 27 augustus 2020 per mail laten weten dat in het archief van het ZAD geen aanvullende informatie bekend is.

Pagina | 8

Bijlage 1: Archeologische gegevens cf. Archis 3 AM20229 Philippine Zandstraat 100-102 Vondstlocaties

Complextype Depot

Visserij Infrastructuur Infrastructuur Scheepvaart (infrastructuur of scheepswrak)

Graf (-veld)

Brug

Nederzetting

Vliegtuigwrak

Cultus / Heiligdom

Industrie / Nijverheid

Versterking of versterkte nederzetting Agrarische productie en voedselvoorziening Landbouw

(Water-) Molen

Slagveld Complex onbepaald Onderzoeksmeldingen

Archeologische monumentenkaart Terrein van archeologische waarde Terrein van hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde

Grondstofwinning

Schaal

Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

v1.0_24- 8 - 2020_LKr

Plangebied

N

BIJLAGE 3 VERKENNEND BODEMONDERZOEK INCL. ASBEST ZANDSTRAAT 102

Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine Project 23190201 20 december 2019

Opdrachtgever:

E.P. Buyck Zandstraat 102 4554 NK PHILIPPINE

Opgesteld door:

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Projectleider:

Ing. E. Moison

Auteur:

N. Geense

Autorisatie:

dhr. H. Seffelaar Interim-manager SMA Zeeland B.V.

i.o.

2001, 2002, 2018

Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ............................................................................................ 1 AANBEVELINGEN................................................................................................................................... 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 4 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 4 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 4 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 6 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 8 2.1.

ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 8 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 11 2.3. RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ....................................................... 11 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 11 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 11 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE.............................................................................. 13 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 16 3.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 16 3.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 17 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 19 4.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 19 4.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 23 5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 25 5.1. CONCLUSIES................................................................................................................................. 25 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 25 5.3. AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 26 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 28 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 HISTORISCHE KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

Samenvatting Door E.P. Buyck is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest op een locatie gelegen aan de Zandstraat 102 te Philippine. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen transactie van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Nevendoel van het onderzoek is te bepalen in hoeverre de verdenking van het voorkomen van asbest in de bodem en/of puinhoudende lagen terecht is en zo ja, een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in deze lagen. Ten behoeve van het onderzoek is de locatie opgedeeld in 3 deellocaties. Onderstaande conclusies zijn geordend naar deellocatie. Conclusies Algemeen terreindeel In zowel de boven- als de ondergrond zijn op de onderzoekslocatie achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetoond voor diverse zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. In het grondwater is een van nature licht verhoogde concentratie arseen waargenomen. In de grnod onder de dakrand van de kapschuur met het asbestdak zonder dakgoot is een indicatief asbestgehalte van 150 mg/kg.ds asbest aangetroffen, hetgeen de interventiewaarde voor asbest ruim overschrijdt.

Verder worden de op asbest onderzochte grond- en puinlagen ten hoogste een marginaal verhoogd asbestgehalte aangetoond. Bovengrondse dieseltank Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank zijn in de grond en in het grondwater geen overschrijdingen van de detectiewaarden voor oliegerelateerde parameters waargenomen. Voormalige huisbrandolietank Ter plaatse van de voormalige HBO-tank is in het grondwater een van nature licht verhoogde concentratie barium aangetoond. Voor oliegerelateerde parameters zijn geen overschrijdingen aangetoond.

Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

1

kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Algemeen terreindeel Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden verworpen.

Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met van nature mogelijk arseen, barium, chroom en/of molybdeen. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen.

Bovengrondse dieseltank Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Grond: verdacht voor bodemverontreiniging met oliegerelateerde parameters. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen.

Grondwater: verdacht voor bodemverontreiniging oliegerelateerde parameters met van nature mogelijk verhoogde concentraties arseen, barium, chroom en/of molybdeen. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen.

Voormalige huisbrandolietank Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Grondwater: verdacht voor bodemverontreiniging oliegerelateerde parameters met van nature mogelijk verhoogde concentraties arseen, barium, chroom en/of molybdeen. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen.

Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): 

Bovengrond: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese dient op basis van de onderzoeksresultaten te worden aangenomen.

Ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest uitgevoerd. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten vooralsnog worden aangenomen.

Funderingslagen: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen.

Aanbevelingen Opgemerkt wordt dat onder de dakranden van de kapschuur een aanzienlijke hoeveelheid asbest is aangetoond. Het hoogste gewogen gehalte ligt ruim boven de halve interventiewaarde van 50 mg/kg.ds. Om na te gaan of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest alsmede

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

2

teneinde de exacte situering en omvang vast te stellen is nader bodemonderzoek naar asbest op deze locatie noodzakelijk. Gezien de voormalige aanwezigheid van boomgaarden aan de oostzijde van de onderzoekslocatie en de aanwezigheid van een moestuin dient name de bovengrond op deze delen formeel te worden beschouwd als verdacht op de aanwezigheid van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Deze OCB zijn persistent en kunnen in de bovengrond binnen tientallen meters rondom de boomgaarden worden aangetroffen. Er vindt zelden verspreiding naar de ondergrond en zeer zelden naar het grondwater plaats. De bij het chemisch analytisch onderzoek op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven verder geen directe aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Op basis van de uit dit milieuhygiënisch onderzoek verkregen gegevens kan in geval van grondverzet c.q. herbestemmen van grond alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit nodig zijn. Dit is afhankelijk van aangetroffen gehaltes, alsook op basis van visueel aangetroffen bodemvreemde materialen. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald.

Daarbij komt dat op 1 december 2019 door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie en kamerbrief’ is aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen in het milieu van de stoffen perfluoroctaanzuur (PFOA), perfluoroctaansulfonaat (PFOS) en HFPO-DA (GenX). In geval van grondverzet c.q. herbestemmen van grond kan alsnog een onderzoek naar deze stoffen nodig zijn. Op de onderzoekslocatie zijn lagen met meer dan 50 % bodemvreemd materiaal aanwezig. Deze lagen zijn niet geanalyseerd omdat ze niet onder het beleid van de Wet bodembescherming vallen. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

3

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door E.P. Buyck is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest op een locatie gelegen aan de Zandstraat 102 te Philippine. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen transactie van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Nevendoel van het onderzoek is te bepalen in hoeverre de verdenking van het voorkomen van asbest in de bodem en/of puinhoudende lagen terecht is en zo ja, een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in deze lagen. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740 en de NEN 5707 cq. NEN 5897. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden.

De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde

gemeten

concentratie

van

minimaal

25

m3

bodemvolume

in

het

geval

van

3

grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -

moestuin/volkstuin,

-

plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

4

Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). Toetsingskader bodemonderzoek naar asbest (NEN 5707) Het beleid ten aanzien van asbest in de bodem is vermeld in de Beleidsbrief asbest in bodem, grond en puin(granulaat) en de Circulaire Bodemsanering. Bij toetsing van het asbestgehalte in bodem wordt enkel een interventiewaarde gehanteerd. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (gewogen betekent de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest).

Deze nu geldende interventiewaarde voor asbest in bodem van 100 mg/kg ds, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen serpentijn- en amfiboolasbest, is gebaseerd op het Verwaarloosbaar Risiconiveau in lucht, zoals voorgesteld door de Gezondheidsraad in 1988 en vervolgens opgenomen als streefwaarde in de beleidsnotitie asbest in het milieu uit 1991. Op materialen met een asbestconcentratie beneden genoemde norm worden het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn (bij een gehalte van 100 mg/kg ds gewogen en lager is, bij historische asbestverontreinigingen d.w.z. verontreinigingssituaties die voor 1 juli 1993 zijn ontstaan, formeel geen sprake van een asbestverontreiniging). Tijdens verkennend onderzoek is in principe geen directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien het indicatief vastgestelde asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.

Toetsingskader asbestonderzoek niet-vormgegeven bouwstoffen en granulaten (NEN 5897) De regelgeving voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat) is vermeld in de beleidsbrief “Asbest in bodem, grond en puin(granulaat)” van 3 maart 2004. Tevens is de volgende regelgeving (mogelijk) op de onderhavige locatie van toepassing:

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

5

Besluit asbestwegen milieubeheer van 8 september 2000 (gepubliceerd in Staatsblad 2000, 374) en;

Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer (gepubliceerd in Staatcourant 2000, 190 en Staatscourant 2000, 212V, laatstelijk gewijzigd Staatscourant 2002, 175).

Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het Besluit asbestwegen milieubeheer is van toepassing op alle asbest bevattende wegen (gedefinieerd als wegen, paden, erfverhardingen of gedeeltes daarvan, alsmede andere grond die bestemd is om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt) en stroken (gedefinieerd als stroken van een halve meter aan beide zijden van en direct aansluitend op wegen), met dien verstande dat: a)

het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien het gewogen asbestgehalte ten hoogste 100 mg/kg ds is;

b)

het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest vóór 1 juli 1993 is aangebracht én het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat én die voldoet aan CROW publicatie 189, uitgave januari 2005. De weg moet voldoen aan één van de volgende criteria: -

de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke bestaat uit asfalt, klinkers of beton en in een goede staat verkeert of

-

de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke afscherming bestaat uit een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste 0,2 m. is.

In alle andere gevallen dient het asbest te worden verwijderd. 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door Tritium Advies B.V. certificaatnummer EC-SIK-20270. Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

6

veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart Tritium Advies B.V. dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit.

Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten

de

onderzoekslocatie.

Gezien

deze

overwegingen,

dienen

de

hier

gerapporteerde

onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

7

2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: De onderhavige onderzoekslocatie betreft een perceel met woonhuis, een tweetal grote naast elkaar gelegen schuren, een vervallen schuurtje in een weiland en een kapschuur met een beschadigd asbestdak. De locatie is deels verhard met asfalt op puin en betreft verder weiland met een sier- en moestuin. Rondom het woonhuis bevind zich een tegelverharding. Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging Adres en plaats

Zandstraat 102 te Philippine

Kadaster

Burgerlijke gemeente

Terneuzen

Kadaster

Kadastrale gemeente

Gent

Kadaster

Sectie(s)

R

Kadaster

Nummer(s)

210 (gedeeltelijk)

Kadaster

2

Oppervlakte (m )

9.400

Opdrachtgever SMA Zeeland B.V. Kadaster

1

Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)

1,5

AHN

Ligging op kaart

zie bijlagen 1 en 2

Kadaster, SMA Zeeland B.V.

Erfverharding asfalt op puin aan de zuid-

Opdrachtgever

en oostzijde van de schuren

SMA Zeeland B.V.

Antropogene lagen

Funderingslagen onder asfalt

Opdrachtgever

Dempingen

Ja, in het verleden was oppervlaktewater

Provincie Zeeland (Geoloket of

aanwezig aan de noordzijde cq ten

Bodem Informatie Systeem, BIS)

noorden van de locatie.

Kadaster

Bodemopbouw Verhardingen

Grondwaterbeheersplan

Niet gezoneerd

Waterschap Scheldestromen

Geohydrologie

zie § 2.4

DINOloket

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

8

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart

A Buitengebied en naoorlogse

Nota bodembeheer

(BKK)

woonwijken

gemeente Terneuzen

BKK klasse bovengrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

BKK klasse ondergrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer

BKK functieklasse

Natuur/landbouw/overig

Nota bodembeheer

Boomgaardenkaart (periode)

1936 en 1960

’t Zeeuws bodemvenster (Provincie Zeeland)

Aandachtsgebied lood

Nee

’t Zeeuws bodemvenster

Aandachtsgebied arseen in

Ja, mogelijk verhoogde kans

Provincie Zeeland (Geoloket)

grondwater Asbestkansenkaart

Grote kans op aanwezigheid van asbest

Provincie Zeeland (BIS)

Voormalig stortplaats bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Opslagtanks bekend

-Dieseltank 2.600 liter aanwezig in

Gemeente (BIS)

westelijke schuur. Sind begin jaren 90 betreft dit een dubbelwandige tank. Daarvoor was hier een dieseltank van 2.000 op ca. 2 m hoogte op een frame aanwezig. -Voormalige bovengrondse HBO-tank langs westzijde gevel woonhuis, is verwijdert -Bij de gemeente is informatie aanwezig aangaande overige tanks. Volgens de opdrachtgever is deze informatie niet correct. Er zijn nooit andere tanks op de locatie aanwezig geweest dan de hierboven genoemde. Geval van ernstige

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Nee

Gemeente (BIS)

bodemverontreiniging bekend Bodemdocumenten bekend

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik

Boerderij, erf

Opdrachtgever

Huidig gebruik

Boerderij, erf

Opdrachtgever

Toekomstig gebruik

onbekend

Opdrachtgever

Geplande werkzaamheden

onbekend

Opdrachtgever

Aard bebouwing

Woonhuis, diverse schuren

Kadaster, BAG

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

SMA Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

9

Algemene onderzoeksaspecten Periode bebouwing

Bron(houder) Woonhuis 1948-heden, grote schuur

Kadaster, BAG

centraal op onderzoekslocatie 1984heden, kleine schuur aan westzijde onderzoekslocatie 1900-heden, schuur aan noordzijde onderzoekslocatie 1930 heden. Bedrijventerrein

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Calamiteiten bekend

Nee

Opdrachtgever Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)

Bodembedreigende activiteiten

Nee

bekend (anders dan bovenstaand)

Opdrachtgever SMA Zeeland B.V. Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)

Relevante vergunningen

Nee

beschikbaar

Gemeente (BIS) RUD Zeeland

Toepassing asbestverdachte

Ja, verweerde objecten

materialen

Opdrachtgever SMA Zeeland B.V. Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)

Terreinverkenning Bijzonderheden

Bij locatiebezoek werd door de

SMA Zeeland B.V.

opdrachtgever expliciet aangegeven dat in het verleden geen boomgaard(en) op de locatie aanwezig geweest zijn, maar dat het slechts enkele hoogstamfruitbomen voor eigen gebruik betrof. Gebruik van bestrijdingsmiddelen heeft voor zover bij de opdrachtgever bekend niet plaatsgevonden. -De bovengrondse tank op de betonvloer verkeert in goede staat -De kapschuur zonder hemelwaterafvoer met beschadigd asbestverdacht dakmateriaal -Aan de noordzijde van de schuur bevind zich een betonverharding en deels een halfverharding met puin. -Op het maaiveld werden puinresten aangetroffen

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

10

2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat de locatie omstreeks 1910 en 1960 gelegen was in agrarisch gebied. Op de historische kaart uit 1960 is een voormalige spoorweg te zien te later is verwijderd. Deze was gelegen langs de westgrens en net buiten de onderzoekslocatie. Tevens is vanaf omstreeks 1912 tot omstreeks 1965 aan de noordzijde van de onderzoekslocatie oppervlaktewater te zien. Mogelijk is dit later gedempt. Zie verder Bijlage 6. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Voor de huidige onderzoekslocatie geen bodemrapporten beschikbaar. Bij afwezigheid van één of meer relevante bodemdocumenten wordt voor de hypothesevorming teruggevallen op de beschikbare gegevens met betrekking tot de algemene bodemkwaliteit, namelijk de bodemkwaliteitskaart en (eventuele) (voormalige) bodembedreigende activiteiten. 2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het in onderstaande tabel vereenvoudigde bodemmodel geformuleerd door SMA Zeeland B.V.

De werkelijke bodemopbouw en grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken. Tabel 2.2. Geohydrologisch overzicht ter plaatse van de onderzoekslocatie Typering

Diepte (m-mv)

Lithologie

Formatie(s)

Deklaag

n.v.t.

Afwezig of zeer dun

n.v.t.

Watervoerend pakket

0-27

Zand

Naaldwijk, Boxtel

Hydrologische basis

27-?

Klei (vroeg oligoceen)

Rupel

2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

11

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? 

De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? 

Vermoedelijk is in algemene zin sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem en grondwater.

In de grote schuur is een bovengrondse dieseltank aanwezig.

Aan de westzijde van het woonhuis was vroeger een voormalige HBO-tank aanwezig.

Aan de oostzijde van de locatie is een boomgaard aanwezig geweest en aan de zuidzijde is een kleinschalige moestuin aanwezig. Formeel zijn deze locaties verdacht op de aanwezigheid van OCB. Volgens de opdrachtgever is hier echter nooit met OCB gewerkt. Daarom wordt op verzoek van de opdrachtgever niet op deze stoffen geanalyseerd.

Aan de noordzijde van de locatie is een brede watergang aanwezig geweest. Mogelijk is een deel hiervan binnen de huidige locatie aanwezig geweest. Er kan niet worden uitgesloten dat gebruik is gemaakt van bodemvreemd dempingsmateriaal en/of verontreinigd materiaal.

Is de bodem asbestverdacht? 

Bodem onder kapschuur zonder hemelwaterafvoer verdacht voor verontreiniging met asbest.

Op een deel van het maaiveld bevinden zich puinresten, hetgeen dit deel van de onderzoekslocatie verdacht maakt op de aanwezigheid van asbest. Dit geldt alleen voor het erf en niet voor de weilanden.

Op de onderzoekslocatie bevind zich funderingspuin onder asfalt en aan het maaiveld en mogelijk een puinlaag onder beton.

Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? 

De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil in milieuhygiënische kwaliteit tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten.

23190201

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Zandstraat 102 te Philippine

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10098276/1