CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-04-07 e. Regionale Energiestrategie Zeeland - 1.0

gemeenteraad 22 april 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Kaderstellend besluit verduurzamingsstrategie maatschappelijk vastgoed53.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

Gasnet (methaan, waterstof en CO2) Lokale overheden en bewoners staan voor keuzes omtrent de gebouwde omgeving: verwarmen met groengas of waterstof, met warmtepompen, of warmtelevering? En dus via het gasnet, het elektriciteitsnet, of een warmtenet? Voor het gasnet voor distributie betekent dit gecontinueerd gebruik, ombouw of amoveren. Voor het transportnet van gassen is capaciteit niet het voornaamste probleem, wel de planning. In een overgangsperiode zijn er vier gassen: hoogcalorisch en laagcalorisch aardgas, waterstof en CO2. Dit vraagt gelijktijdige capaciteit in meerdere buisleidingen. In 2030 is, gezien de huidige gasleidingen, een buis tekort in zowel Zuid-Beveland als Zeeuws-Vlaanderen. Dit kan worden opgelost met inzet van andere bestaande buisleidingen, transport door Vlaanderen, transport per schip, nieuwe aanleg of een mix. Om de transitie goed te laten verlopen en partijen niet voor voldongen feiten te stellen, is coördinatie nodig tussen partijen die transportcapaciteit vragen (gemeenten, industrie) en partijen die buisleidingen beschikbaar hebben (Gasunie en andere). Vervolgens zal ombouw gedaan moeten worden bij de overgang naar waterstof of CO2.

Het begint met nader onderzoek: kunnen buizen geschikt gemaakt worden voor toekomstige gassen, en wanneer en onder welke condities kunnen ze beschikbaar komen? Daarbij dient ook gekeken te worden naar blauwe waterstof. In de industrie wordt veel waterstof gebruikt als grondstof, en gebruik als brandstof kan een alternatief zijn voor elektrificatie.

83

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

Warmtenet Er is potentie voor warmtenetten in Vlissingen, Middelburg en Terneuzen, gezien de nabijheid van bronnen en de dichtheid van bebouwing. De glastuinbouw op de Axelse vlakte is voorzien van een warmtenet, andere gebieden met kassen zijn hiervoor minder gunstig gelegen. Warmtenetten vereisen aanleg van infrastructuur voor transport en distributie, en governance over levering en afname. Expertise moet verder worden opgebouwd voor besluitvorming op hetzelfde niveau als bij gas- en elektriciteitsnetten. Dit is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de Warmtewet 2.0.

Governance van de transitie Deze systeemstudie maakt duidelijk dat, met de energietransitie naar klimaatneutraal, de vraag aan energie-infrastructuren zal veranderen en welke vraagstukken specifiek ontstaan in een viertal scenario’s. Overleg en coördinatie zijn nodig om de transitie steeds verder uit te tekenen, belemmeringen tijdig in beeld te krijgen en partijen niet voor voldongen feiten te stellen. Het gaat dan om zowel vraagpartijen, aanbodpartijen alsook netbeheerders Enduris, TenneT en Gasunie, en overheden. Met name de elektriciteitsverbinding van Zeeuws-Vlaanderen is kritiek voor ontwikkeling van daar gevestigde industrie. De aanbeveling is de transitie langs twee sporen te begeleiden: 1. 2.

Vanuit de RES, met Enduris. Focus op distributie van elektriciteit, gassen en warmte; focus op de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit en lokale opwek. Vanuit de SDR, met TenneT en Gasunie. Focus op transport van elektriciteit, gassen en CO2; focus op de sectoren industrie, centrales en wind op zee. Het is aanbevolen om partijen uit België uit te nodigen hieraan bij te dragen, ten behoeve van integrale afweging van de Kanaalzone en eventuele verbindingen van Zeeuws-Vlaanderen met Vlaanderen.

Afstemming met het Rijk is nodig om provinciale ontwikkelingen en nationaal beleid met elkaar in de pas te laten lopen en belemmeringen te adresseren ten aanzien van investeringen in het net en regelgeving rondom flexmaatregelen. Hier is een centrale rol weggelegd voor de provincie. Om dit doorgaande proces met feiten te ondersteunen, is het van nut om het energiesysteem bij herhaling integraal door te rekenen. Dit onderzoek en de bijbehorende dataset kunnen als basis dienen voor ‘levende’ datasets over 2030 en 2050, om daarop partijen uit te nodigen hun gegevens periodiek te updaten met de meest recente plannen - een levend en actueel toekomstbeeld van het energiesysteem.

3.4.3 Flexibiliteitsopties in het elektriciteitsnetwerk Door de groei van variërende hernieuwbare productie enerzijds, en de afname van regelbare conventionele centrales anderzijds, wordt het afstemmen van vraag en aanbod van elektriciteit een grote uitdaging. Als de Zeeuwse ambitie in deze RES wordt gerealiseerd zal op een zonnige en/of winderige dag de hernieuwbare productie (veel) hoger liggen dan het verbruik. Aan de andere kant moet ook op een windstille winteravond de leveringszekerheid geborgd zijn. De huidige beschikbare capaciteit voor invoeding van hernieuwbare elektriciteit in het Zeeuwse elektriciteitsnet is ongeveer 400 MW. Doel van deze RES is een groei van orde grootte 1.000 MW opgesteld vermogen aan wind en zon, tot 2030. De komende 10 jaar zal de capaciteit voor invoeding in het elektriciteitsnet dus met ca. 60 MW per jaar moeten toenemen. Netbeheerder Enduris zal deze capaciteitsuitbreiding, in structureel overleg met gemeenten en provincie, plannen en vormgeven.

De flexibiliteitsopties De flexibiliteit die nodig is om het elektriciteitssysteem in balans te houden bestaat uit verschillende vormen van buffering in zowel tijd, omvang als locatie. Zo moet er snel kunnen worden opgeschakeld als de wind plotseling wegvalt maar moeten ook grote hoeveelheden energie kunnen worden opgeslagen om seizoenen te overbruggen. Het landelijke Klimaatakkoord geeft aan dat flexibiliteit zal moeten komen van alle mogelijke vormen van buffering: Interconnectie, vraagsturing, hybride elektrificatie, opslag en (CO2-vrije) regelbare productie. Dit vraagt om voldoende, toereikende infrastructuur voor o.a. transport en distributie.

Industriële warmtevraag Met een relatief grote warmtevraag in de industrie heeft Zeeland een aanzienlijk potentieel voor hybride elektrificatie. Door een gas- en elektrische boiler te combineren kan een overschot aan hernieuwbare elektriciteit worden gebruikt om het gasverbruik terug te dringen. Daarnaast is Zeeland de regio met de grootste waterstofproductie (en verbruik) van Nederland en kan via elektrolyse overtollige elektriciteit worden opgeslagen in waterstof, meer hierover in hoofdstuk 5. De huidige behoefte aan flexibiliteit wordt momenteel voornamelijk ingevuld door de ruim 1.000 MW aan regelbare gasproductie. In de toekomst zou deze ook CO2-vrij kunnen worden gemaakt door de eenheden uit te rusten met CO2-afvang en opslag.

84

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 Uit de systeemstudie komt naar voren dat er vraagknelpunten kunnen ontstaan in Zeeuws-Vlaanderen. Grootschalige elektrificatie van de industrie en elektrolyse zouden aanzienlijke verzwaring vereisen, ook voor de bestaande 150 kV-verbindingen onder de Westerschelde. Het aanleggen van een 380 kV-verbinding vanuit Borssele naar Zeeuws-Vlaanderen is technisch problematisch gezien de werkzaamheden voor aanleg en de impact op de spanningshuishouding. Nader onderzoek is nodig en kan worden verricht door TenneT bij directe aanleiding. Uitbreiding van de bestaande 150 kV-verbinding onder de Westerschelde wordt niet op voorhand als onhaalbaar aangemerkt. Het advies is om ook naar andere oplossingen te kijken. Een alternatief is verbinding via Vlaanderen (BE), waarin echter extra vraagstukken rondom interconnectie moeten worden afgewogen (onze suggestie in de systeemstudie). Met de stijgende elektriciteitsvraag van industrie voor elektrificatie en elektrolyse zou er nu al onderzoek moeten starten naar interconnectie met België in de Kanaalzone Zeeuws-Vlaanderen. Elektrificatie in de industrie kan in Sas van Gent voor het midden- en laagspanningsnet al voor 2030 tot knelpunten leiden.

Marktwerking Als de markt concurrerend en innovatief genoeg is, zullen flexibiliteitsproducten op de markt worden gebracht zodra de noodzaak daarvoor is. In het algemeen zijn volatiele markten competitief, en is het dus te verwachten dat de nodige flexibiliteitsproducten worden aangeboden. Flexibiliteit moet op de markt worden gebracht door commerciële marktpartijen of door individueel aangeslotenen. Netbeheerders zoeken door ontwikkeling en inzet van congestiemanagement naar optimale bedrijfsvoering van de netten. Een basisprincipe van de markt moet zijn, dat iedere aangeslotene op het net verantwoordelijk is voor zijn voorspelde fysieke positie, de zogenaamde programmaverantwoordelijkheid. Alleen dan kunnen partijen verantwoordelijk worden gehouden en kan de leveringszekerheid worden gewaarborgd. Huidige ontwikkelingen op Europees gebied:

 Verschillende Europese codes met betrekking tot flexibiliteit zijn klaar voor implementatie in de deelstaten. Doel is om de onbalansproducten te harmoniseren en efficiënter te maken.

 Het door de Europese Commissie vastgestelde Clean Energy Package (CEP) zal in de komende twee jaar doorgevoerd worden in de lidstaten. Door het CEP worden meerdere mogelijkheden gefaciliteerd om flexibiliteit te ontsluiten en beperkingen weg te nemen. Netbeheerders worden verplicht om hun behoefte aan flexibiliteitsproducten uit de markt te halen. Wanneer dit niet lukt dan kan de netbeheerder zelf invulling geven aan deze rol.

 De contractperiode en minimale capaciteit voor TenneT regelvermogen (aFRR) en noodvermogen (mFRRda) zijn verkleind om de drempel tot deelname te verlagen. Conclusies voor deze RES zijn:

 De huidige ontwikkelingen op Europees gebied zorgen ervoor dat flexibiliteitsproducten en technologieën beter ontsloten kunnen worden en toegankelijker worden voor meer marktpartijen.

 Het is belangrijk om ook regionaal aan te sluiten bij de bovengenoemde ontwikkelingen. De mogelijkheden om hiervan af te wijken zijn beperkt.

 Op het gebied van transsectorale innovatie zijn de richtlijnen nog niet uitgewerkt en is er nog voldoende vrijheid om dit regionaal te ontwikkelen en toe te passen met nieuwe technologieën zoals power2gas.

 Om de mogelijkheden optimaal te benutten is het van belang dat de industrieën en overige stakeholders in Zeeland samenwerken in de totale energievoorziening en voor de CO2-afvang.

3.4.4 De consumentenmarkt Investeringen in het uitbreiden van het bestaande elektriciteitsnet brengen maatschappelijke kosten met zich mee. Daarom kijken netbeheerders ook nadrukkelijk naar het beter benutten van de bestaande infrastructuur door te sturen op zowel productie als op de vraag. Voor het inrichten van deze flexmarkten is in Nederland al langer interesse. Zeker sinds de overheid heeft besloten dat de slimme meter vanaf 2020 verplicht is. Slimme meters bemeten patronen van elektriciteitsverbruik binnen de dag, in Nederland op het niveau van kwartier-volumes. Als we die momenten kunnen bemeten, kunnen we verbruik ook ontmoedigen of aanmoedigen met prijzen die variëren binnen de dag. Dat betekent wel dat consumenten bereid moeten zijn hun gewoonten op bepaalde tijden aan te passen (laden van auto direct na aankomst, eten koken en om 18:00 eten), naar een moment met een gunstiger tarief (en minder netbelasting). Om deze bereidheid te testen hebben de regionale Zeeuwse netbeheerder en het regionaal sterk aanwezige DELTA meegedaan aan een landelijk experiment met dergelijke variabele prijzen voor elektriciteit (zogenaamde smart grid) voor consumenten. Dit grote intensieve project onder de naam Smart Energy Collective (SEC) liep in 2014 en 2015 en werd gestimuleerd door het Innovatieprogramma Intelligente Netten (IPIN).

85

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 Hieruit bleek dat er niet veel animo is bij consumenten hun verbruiksgewoonten te wijzigen. Daarom is het project tot nu toe niet verder doorgezet. Wel heeft het Zeeuwse project een pilot met lokale energieopslag opgeleverd, namelijk het IJsbuffersysteem in Goes-West. Met dit systeem wordt zonne-energie in de zomer opgeslagen, zodat het in de winter gebruikt kan worden. Dergelijke technieken zouden ingezet kunnen worden om te voldoen aan de piekvraag naar elektriciteit door warmtepompen. Misschien dat een analyse van kosten en baten van deze techniek, vooral op locaties aan het einde van een elektriciteitsnetwerk, kan leiden tot oplossingen. Maar omdat zowel de ontwikkeling van bovengenoemde flexproducten, als van lokale energieopslag, nu nog prematuur is, spreken we hier vanuit deze RES geen prognose voor uit. We kiezen voor het nauwgezet volgen van deze ontwikkelingen. Daarnaast willen we met lokale stakeholders pilots organiseren met deze technieken. Pilots die een direct antwoord kunnen geven op regiospecifieke, kansrijke, uitdagingen in Zeeland.

3.5 Kernenergie In Zeeland is momenteel in Borssele een kerncentrale actief van EPZ. Deze centrale levert jaarlijks zo’n 13 PJ aan elektriciteit (3,6 TWh), zonder CO2-uitstoot. Dit is ongeveer 3% van het landelijke elektriciteitsverbruik. De rijksoverheid (ministerie van EZK) is bevoegd gezag over kernenergie (wijst locaties aan en verleent vergunningen). Er zijn momenteel in Nederland drie locaties aangewezen waar een kerncentrale is toegestaan: Borssele, Maasvlakte en Eemshaven. De rijksoverheid heeft toestemming gegeven om de kerncentrale EPZ in Borssele tot 2033 te exploiteren. Er zal inzichtelijk gemaakt worden of het mogelijk is de levensduur van de centrale te verlengen, wat hiervoor nodig is en wat hiervan de risico’s zijn. Indien de Nederlandse overheid besluit dat kernenergie een rol moet spelen in de toekomstige energievoorziening, is Borssele een aangewezen locatie voor een nieuwe kerncentrale. Dit komt door de reeds aanwezige nucleaire expertise bij EPZ, de nabijheid van de COVRA, de ruime beschikbaarheid van koelwater en het feit dat de rijksoverheid Borssele heeft aangewezen als locatie waar een kerncentrale is toegestaan. Een nieuwe kerncentrale heeft over het algemeen een capaciteit van 1,6 GW en ongeveer 8000 vollasturen. En produceert daarmee 46,1 PJ aan CO2-vrije elektriciteit.

Omdat bij de waterstofproductie via elektrolyse een continue stroomtoevoer belangrijk is, heeft kernenergie de potentie een rol te spelen om de grote Zeeuwse waterstofvraag CO2vrij te produceren. Nadelen van deze technologie zijn de hoge up-front investeringskosten met bijbehorende bouw- en financieringsrisico's en het ontbreken van een definitieve oplossing voor het verwerken van nucleaire afval waardoor we het afval moeten opslaan. Momenteel is de uitbreiding van nucleair vermogen niet aan de orde in Zeeland, omdat er geen initiatieven bekend zijn. De Zeeuwse overheden hebben geen bevoegdheden en dus geen actieve rol t.a.v. kernenergie. De Provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten zijn via de aandelen van PZEM indirect ook aandeelhouder van de kerncentrale EPZ. In de formeel vastgestelde aandeelhoudersstrategie PZEM is ten aanzien van EPZ opgenomen dat commerciële energieactiviteiten qua risicoen rendementsprofiel niet bij een provincie en gemeenten passen, en dan ook verkocht zouden moeten worden.

Thorium Om het nucleaire afval te beperken zijn er nieuwe vormen kerncentrales in ontwikkeling. Een voorbeeld hiervan is thorium (gesmolten zout). Dit heeft o.a. als voordeel dat er minder afval geproduceerd en dat het (maar) honderden in plaats van duizenden jaren radioactief blijft. Thoriumcentrales vergen echter nog een hele grote hoeveelheid onderzoek en ontwikkeling. Daarbij zijn er nog veel zaken onbekend, zoals kosten van veiligheid en opslag van het afval. Verschillende partijen hebben de intentie uitgesproken om thoriumcentrales te ontwikkelen maar er zijn momenteel nog geen fysieke reactoren daadwerkelijk in ontwikkeling. Commerciële toepassing lijkt nog erg ver weg en wordt op z’n vroegst geschat op 2045-2050. Het is dus niet realistisch aan te nemen dat thorium de klimaatdoelen voor 2030 kan adresseren en we zullen waarschijnlijk nog minimaal tien jaar moeten wachten voordat we kunnen inschatten of thoriumcentrales in 2050 een rol kunnen spelen.

86

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

4.

Mobiliteit

De belangrijkste punten uit de Zeeuwse RES op het gebied van Mobiliteit:     

Doel is 49% CO2–reductie in de Mobiliteit in 2030. Dit komt neer op een besparing van 1.029 Kton CO2. We willen niet dat een tekort aan laadinfra de groei in elektrisch rijden remt, en dus faciliteren en stimuleren we de realisatie van (semi) openbare laadpunten in Zeeland. Zeeland heeft een routekaart Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen. Het is een stappenplan richting 2030. Gemeenten, provincie en netbeheerder gaan deze laadinfra samen strategisch plannen en oppakken. Kenmerkend voor Zeeland zijn de vele toeristen die met de auto komen. Hieraan besteden we bijzondere aandacht. Zeeland heeft daarnaast verduurzamingsmaatregelen benoemd voor: personenmobiliteit, de logistieke sector, zee-, kust- en binnenvaart en havens, het inkoopbeleid van overheden en het openbaar vervoer.

In de RES-Zeeland vertalen we de maatregelen uit het Klimaatakkoord op het gebied van mobiliteit naar concrete acties. De mobiliteitsopgave is in bouwstenen uitgewerkt. Alle thema’s uit het Klimaatakkoord komen hierbij aan de orde. Daarnaast beschrijven we een aantal specifieke thema’s die juist voor Zeeland van groot belang zijn en waar de regio zich in wil onderscheiden.

Bepaling scope De RES behandelt zes mobiliteitsthema’s, vertaald in de volgende bouwstenen: verduurzaming personenmobiliteit, verduurzaming van de logistieke sector, Zero-emissie zee-, kust- en binnenvaart en havens, duurzame GWW en duurzaam inkopen overheden, duurzaam openbaar vervoer, duurzame energiedragers en de voor al deze ontwikkelingen benodigde laad- en tankinfrastructuur. De acties voor de logistieke sector en de scheepvaart zijn breder uitgewerkt dan in het Klimaatakkoord, omdat de logistieke sector voor Zeeland belangrijk is en scheepvaart binnen de huidige regionale CO2-uitstoot een groot aandeel heeft. Ook de recreatievaart is meegenomen. Ook de inzet van zero-emissie landbouwvoertuigen zijn onderdeel van het Zeeuwse actieprogramma. Tot slot zijn ook een aantal specifieke Zeeuwse zero-emissie startprojecten benoemd, waarmee Zeeland is gestart.

RES Mobiliteit Zeeland: een eerste aanzet op weg naar zero-emissie mobiliteit Dit is een eerste aanzet om te komen tot een uitvoeringsprogramma (Zeeuws actieplan) om de CO2-uitstoot van mobiliteit terug te dringen. In het toekomstig uitvoeringsprogramma RES Mobiliteit zoeken we de verbinding met initiatieven op gebied van “slimme” mobiliteit om zo de kansen voor zorgeloze mobiliteit (o.a. Mobility as a Service, Smart Mobility) optimaal te benutten en te combineren met de route naar zero-emissie. Onderdeel van de uitvoeringsfase is ook een duidelijke rapportage- en monitoringsmethodiek om de voortgang van de acties, en de CO2-reductie impact te volgen.

4.1 Het belang van mobiliteit Mobiliteit is voor iedereen belangrijk. Het is de schakel tussen wonen, werken en vrije tijd. Zeeland is een dunbevolkte regio waar stad en dorp relatief ver uit elkaar liggen. Veel Zeeuwen vinden de auto dan ook een noodzakelijk vervoermiddel en het autobezit per inwoner is hoger dan in elke andere provincie. Ook toeristen nemen vaak de auto mee. Met meer dan 10,5 miljoen toeristische overnachtingen per jaar heeft het toerisme een groot aandeel in het aantal regionale vervoersbewegingen.

Industrie en mobiliteit Ook voor de industrie is mobiliteit cruciaal. Zeeland is een belangrijk logistiek knooppunt. North Sea Port is de tiende zeehaven van Europa (in tonnage), en Zeeland is de toegangspoort tot de haven van Antwerpen. Er zijn grote industriële complexen, vooral in de Kanaalzone tussen Terneuzen en Gent. Dit alles zorgt voor een groot aantal vrachttransportbewegingen over weg, spoor en water. De zeescheepvaart is verantwoordelijk voor een groot deel van de regionale CO2-uitstoot.

Figuur 10: Onderwerpen Mobiliteitstafel 87

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

Integrale mobiliteitsoplossingen Door de combinatie van land en zee zijn er in Zeeland volop mogelijkheden voor integrale mobiliteitsoplossingen voor alle modaliteiten (weg, water en spoor). De korte lijnen en bestaande samenwerking tussen overheden, onderwijs en bedrijfsleven bieden Zeeland kansen en ruimte om te pionieren met innovatieve mobiliteitsprojecten.

4.2 Visie en ambitie 2050 Onze visie voor 2050 is een provincie waarbij iedereen mobiel is en we onze goederen transporteren zonder schadelijke stoffen uit te stoten. Ook andere aspecten waar voertuigen voor nodig zijn, zoals bouwprojecten en vuilnisophaaldiensten, gebeuren zonder uitstoot. Dit alles bereiken we zonder in te moeten leveren op onze levensstandaard. Sterker nog, onze snelle stappen leiden tot nieuwe kansen waardoor werkgelegenheid en welvaart stijgen terwijl de uitstoot daalt.

Opgave en ambitie 2030 De totale CO2-uitstoot van de sector mobiliteit (verkeer en vervoer) in Zeeland bedroeg in 2018 2,1 miljoen ton (Mton) CO2. Het wegtransport is goed voor 40%, de binnen- en recreatievaart voor 17% en de zeescheepvaart en visserij voor 36% van de totale CO2-uitstoot.

Tabel 19: CO2-uitstoot Zeeland in verkeer en vervoer 2017, in tonnen

De landelijke sectordoelstelling voor mobiliteit is een maximale CO2-uitstoot van 25 Mton in 2030. Om dit te bereiken moet 11,7 Mton, oftewel 32%, worden bespaard. De geformuleerde doelstelling blijft echter hangen op 7,3 Mton, oftewel 20%, besparing. . Het PBL rapport van maart 2019 schat in dat het totale pakket van afspraken voor mobiliteit een CO2-reductie kan opleveren van 5,1 tot 6,9 Mton in 2030. De inzet van hernieuwde brandstoffen is hierbij ingeschat op 1 tot 2,1 Mton, personenmobiliteit op 1,9 tot 3,4 Mton en goederenvervoer op 1,4 tot 2,3 Mton. Vertaald naar Zeeland betekent dit een reductie van 420 Kton (20%), met 458 Kton als bovengrens en 239 Kton als ondergrens. De ambitie voor mobiliteit in Zeeland is 49% CO2-reductie (gelijk aan de doelstelling van de RES). Dit is ook gelijk aan de landelijke klimaatdoelstellingen van het kabinet en betekent dat wij in Zeeland voor de opgave staan in 2030 minimaal 1.029 Kton CO2 te besparen.

Totale CO2 uitstoot mobiliteit

CO2 reductie absoluut (2030)

CO2 reductie in % (2030)

Doel

7,3 Mton

Doel

20%

Bovengrens.

8,0 Mton

Bovengrens

21,8%

Ondergrens.

4,2 Mton

Ondergrens

11,4%

Doel

420 Kton

Doel

20%

Bovengrens

458 Kton

Bovengrens

21,8%

Ondergrens

239 Kton

Ondergrens

11,4%

Landelijk 36,7 Mton

Zeeland 2,1 Mton

Doelstelling RES 1.029 Kton Tabel 20: Vertaling landelijke doelstelling naar Zeeland.

88

Doelstelling RES: 49%

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

4.3 Laadinfrastructuur voor elektrisch rijden Belangrijkste focus in het verduurzamen van de mobiliteit is het mogelijk maken van elektrisch rijden. En dus het faciliteren van voldoende laadinfrastructuur als belangrijke voorziening. Gemeenten, Provincies, Rijksoverheid, netbeheerders, bedrijfsleven en brancheorganisaties hebben een Nationale Agenda Laadinfrastructuur opgesteld. De afspraken in deze agenda leiden tot een landelijke dekking van (snel)laadpunten en voorzien in de laadbehoefte van het groeiende aantal elektrische voertuigen. De uitvoering van de Nationale Agenda laadinfrastructuur zal met provincies en gemeenten worden vertaald in regionale mobiliteitsplannen, waarin opgenomen de lokale behoeften voor laadinfra. Voor het Zeeuwse regionale mobiliteitsplan moeten we rekening houden met het feit dat in Zeeland de bevolking relatief verspreid woont. Dat leidt tot een vrij hoog percentage van gezinnen met een tweede of zelfs derde auto, vooral in de dorpen. Als men straks meer elektrisch gaat rijden, groeit de vraag naar publieke laadinfra. Slim laden, ook wel Smart Charging, kan helpen bij de toenemende elektriciteitsvraag. Het zou goed zijn om aan marktpartijen te vragen naar aantoonbare kennis, praktijkervaring en bereidheid tot samenwerking met de Netbeheerder over Smart Charging.

Zeker in meer afgelegen Zeeuwse dorpen helpt het beperken van de piekvraag voor het elektrisch laden van auto’s (en dus de vraag beter over de dag verdelen) tot besparingen voor de eindgebruiker omdat zo verzwaring van netten voorkomen wordt. Door techniek niet enkel voor de techniek, maar juist gericht op kostenbesparing en comfort in te zetten, ziet de eindgebruiker het voordeel. En kan in combinatie met goede afstemming in de wijk rondom de vergunning tijd en kosten bespaard worden. Ook met een gecombineerde arbeidsgang (installeren en aansluiten) wordt tijd en kosten bespaard. Daarbij is het essentieel dat de laadinfra gebruikt maakt van de gangbare open protocollen (Open ChargePoint Protocol (OCPP), Open InterCharge Protocol (OICP)). De transitie naar zero-emissie mobiliteit heeft een grote impact op de regionale tank- en laadinfrastructuur. Met de stijging van het elektrisch rijden, neemt de behoefte aan laadinfra in Zeeland toe. Adviesbureau Over Morgen stelde voor Zeeland een toekomstprognose op. We verwachten dat er in 2030 voor ongeveer 120.000 personenauto’s laadinfra nodig is. Hiervoor zijn in 2030 een kleine 10.000 (semi) openbare laadpunten nodig, en in 2025 zo’n 3500. We willen niet dat een tekort aan laadinfra de groei in elektrisch rijden remt, en dus faciliteren en stimuleren we de realisatie van (semi) openbare laadpunten in Zeeland.

Figuur 11: : Analyse en prognose elektrische voertuigen en laadinfra van Bureau Over Morgen, 2019.

Zeeuwse roadmap laadinfra In samenwerking met de Zeeuwse gemeenten, Waterschap, RWS en de netbeheerder is de afgelopen maanden gewerkt aan een Zeeuwse roadmap laadinfra34, voor inwoners, forenzen en bezoekers/toeristen. Het is een stappenplan richting 2030 en erop gericht dat de capaciteit laadinfra gelijk opgaat met de verwachte groei in elektrisch rijden.

34 Dit is de Zeeuwse invulling van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur.

89

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

Plaatsing en exploitatie De eerste stap in de uitvoering is het opstellen van een strategische plankaart openbaar laden en een analyse van snellaadlocaties. Daarna kijken we hoe de realisatie van de laadinfrastuctuur zo optimaal mogelijk in de markt gezet kan worden om de kosten, voor de regionale overheden, de netbeheerder en de automobilist, zo laag mogelijk te houden. Bijvoorbeeld door schaalgrootte en een gunstige looptijd. De plaatsing en exploitatie gebeurt, zoveel mogelijk, door marktpartijen. Het aanwijzen van openbare plekken voor elektrisch laden kan ervoor zorgen dat de ‘procedure laadpalen’ bij gemeenten in één keer doorlopen kan worden. Deze efficiëntie in de werkwijze van vergunningaanvragen voor laadpalen is nodig omdat de capaciteit voor werkzaamheden rondom laadinfrastructuur bij gemeenten een aandachtspunt is. Daarbij is een goede afstemming tussen netbeheerder en laadpaalexploitant nodig. Naast het elektrificeren van personenauto's is een belangrijke ontwikkeling een zero-emissie OV-concessie en zero-emissie eilanddistributie. De focus ligt op inzicht in de benodigde laadinfra, efficiency in kosten, elektriciteitsnetwerk, het faciliteren van laadinfrastructuur en op de versnelling van de transitie naar elektrisch rijden. In dit alles is intensieve samenwerking met de netbeheerder cruciaal.

Ook moeten we kijken naar pilots voor het lokaal balanceren van het net door de opslag van elektriciteit in bijvoorbeeld stationaire batterijen. Ook het slim- en tweerichtingen-laden kan helpen ophoping op het net te voorkomen.

Elektrisch laden Een heldere visie en verwachtingen zijn nodig als het gaat om elektrisch laden thuis en op het werk. Vanuit het huidig vastgesteld gemeentebeleid is het uitgangspunt dat bedrijven en particulieren in principe op eigen terrein laden.

Tank- en laadinfrastructuur In Zeeland is het verstandig goed te kijken naar het zoveel mogelijk combineren van de tank- en laadinfrastructuur, ook van personen- en goederenvervoer. Door het combineren van het aanbod van elektrische laadinfra, bio- en reguliere brandstoffen en mogelijk groene waterstof met een mobiliteitshub en flexwerk-functie en deze te richten op zowel het personen- als het goederenvervoer is de kans op een rendabele exploitatie het grootst. Bestaande tankstationhouders geven aan mee te willen denken, werken en investeren in snellaad-infrastructuur. Dit in afstemming met gemeenten, Provincie en netbeheerder. Eens te meer een noodzaak dit gezamenlijk en gecoördineerd aan te pakken om het aanbod in Zeeland optimaal te spreiden. Ook schepen behoren tot de doelgroep. De te ontwikkelen locatie voor Central Gate is voorkeurslocatie voor het realiseren van zeroemissie tank- en laadinfrastructuur voor het wegtransport. Wat betreft bunker- en laadinfrastructuur voor de binnenvaart en zeeschepen, is op dit moment alleen een mobiele Liquid Natural Gas (LNG)-tankvoorziening (truck to ship) beschikbaar binnen het havengebied van North Sea Port. In Vlissingen is hiervoor een ontheffing nodig van de RUD. In de toekomstplannen voor de realisatie van low-emissie en zero-emissie infrastructuur volgt het havenbedrijf de vraag van de markt.

Op dit moment is er nog geen vraag naar waterstof of andere energiedragers als methanol voor de scheepvaart. Met de kennis van nu zet North Sea Port voorlopig in op het ontwikkelen van robuuste multi-fuel bunkervoorzieningen, startend met LNG en op termijn met het geschikt maken voor andere energiedragers zoals waterstof.

Laad- en tankinfrastructuur voor goederentransport Voor de overgang naar elektrisch goederentransport via de weg is, naast de laadinfrastructuur voor personenauto’s, een geheel andere en zwaardere infrastructuur nodig om binnen de wegtransportsector elektrisch rijden mogelijk te maken. Elke transportonderneming heeft dan op eigen terrein een zware netaansluiting nodig met een hoge capaciteit (gemiddeld 5 tot 20 MW om eigen trucks binnen een nacht op te kunnen laden). In Zeeland betreft dit minimaal 60 locaties. Op dit moment zijn de aansluitkosten inclusief het leggen van de kabelinfrastructuur erg hoog en lopen voor een gemiddeld transportbedrijf in de tonnen. Een nieuw en haalbaar kostenmodel voor netaansluiting en aanleg is nodig om (grootschalige) invoering e-Trucks mogelijk te maken.

Acties laad- en tankinfra 1.

2.

3.

Roadmap openbare (snel)laadinfra personenauto’s, inclusief aanbod toeristische sector:  gezamenlijke locatiebepaling;  concessie bepaling (per gemeente). Realisatie laad- en tankinfrastructuur voor wegtransport:  inventarisatie benodigde snellaad-infrastructuur en haalbaarheidsonderzoek groene waterstof tankstations;  productie en beschikbaarheid van groene waterstof voor zwaar transport (in samenwerking met industrie). Realisatie laad- en tankinfrastructuur voor de scheepvaart:  LNG-bunkering & multi-fuel infrastructuur;  uitrol walstroom voor schepen; 90

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 

laadinfrastructuur voor pleziervaart.

Acties overig 4.

Inzet zero-emissie landbouwvoertuigen.

4.4 Verduurzaming personenmobiliteit In het Klimaatakkoord35 en het PBL rapport hierover36 staat een aantal belangrijke zaken die we als uitgangspunt nemen voor de verduurzaming van de Zeeuwse personenmobiliteit. Deze zijn:    

Mobiliteitsgedrag is een belangrijke sleutel tot CO2-reductie. Verduurzaming van reisgedrag vermindert CO2-uitstoot. De ambitie van het kabinet is dat in 2030 alle nieuwe voertuigen emissie vrij zijn. Hierbij wordt vooral ingezet op de transitie van fossiele brandstoffen naar elektrisch aangedreven voertuigen. Hiervoor is samenhangend pakket met normering, flankerend beleid, versnelde uitrol van infrastructuur en fiscale stimulering nodig. Werkgevers hebben een belangrijke rol: meer dan de helft van de wegkilometers in het personenvervoer is werkgerelateerd.

Voor het verduurzamen van de personenmobiliteit kijken we in Zeeland naar drie oplossingsrichtingen: het terugbrengen en verduurzamen van het totale aantal gereden kilometers in Zeeland; het versnellen van invoering en het gebruik van duurzame mobiliteitsmiddelen; en het aanpassen van de context (maatregelen, infrastructuur et cetera) om duurzame keuzes mogelijk en aantrekkelijk te maken. Daarnaast zetten we in op een brede publieksvoorlichting.

Terugbrengen zakelijke kilometers De uitstoot van zakelijke mobiliteit in Zeeland moet gehalveerd en uiteindelijk volledig emissie vrij worden. Nu al wordt daarvoor een proefproject uitgevoerd door de Stichting Duurzame Mobiliteit Zeeland, met als doel de CO2-uitstoot van zakelijke mobiliteit te halveren. Toonaangevende bedrijven kunnen hierin een voorbeeldfunctie vervullen door de overstap naar elektrische voertuigen te maken. De ontstane kennis en ervaring vanuit de pilot komt beschikbaar voor heel zakelijk Zeeland. En als advies bij gesprekken met leasemaatschappijen en mobiliteitsaanbieders.

Duurzame mobiliteitsmiddelen en context Voor de verduurzaming van personenmobiliteit en het stimuleren van elektrisch vervoer is nader onderzoek naar de gereden zakelijke kilometers in Zeeland nodig. En er moet een strategie voor de verdere uitrol en integrale aanpak komen, waarvan het stimuleren van het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer onderdeel is. Een instrument daarvoor kan de aanleg van fietssnelwegen zijn. Ook moet gekeken worden naar het aanbieden van slimme mobiliteitsconcepten bij de ontwikkeling van woonlocaties voor nieuwe of tijdelijke medewerkers.

Versnellen en ondersteunen van duurzame personenmobiliteit De Stichting Duurzame Mobiliteit Zeeland werkt aan grootschalige implementatie van emissie vrije deelauto’s, waarbij de consument de overstap maakt van bezit naar gebruik en we versneld het wagenpark emissie vrij kunnen maken. MaaS (Mobility as a Service) gaat een rol spelen in de gedragsverandering van reizigers die nodig is voor CO2-reductie. Op dit moment voert de Rijksoverheid zeven MaaS-pilots uit, ondersteund door de coalitie Anders Reizen en de partijen van de MobiliteitsAlliantie. Ook deelconcepten zijn onderdeel van MaaS, en worden gestimuleerd en gefaciliteerd door de Rijksoverheid en lokale overheden. Bijvoorbeeld door parkeergelegenheid en laadinfrastructuur op te nemen in bestemmingsplannen. Zo is er in Zeeland al een E-Mobility Park in Vlissingen voor de huur van elektrische deelauto’s. Verder wordt gewerkt aan een onderzoek-platform, slimme infrastructuur, het opslaan van energie, oplossingen voor de onbalans tussen laden en ontladen, het deelsysteem zelf en het bevorderen van de mobiliteitstransitie. Voor het verder delen en ontwikkelen van kennis en ervaring zijn middelen nodig. De ontwikkelde kennis en ervaring is beschikbaar voor andere initiatieven, waardoor Zeeland een versnelling kan realiseren. En voldoet aan de landelijke doelstelling van de Greendeal Autodelen 2.037.

Ook (semi-) overheden nemen de ontwikkeling van laadinfrastructuur en –pleinen mee in hun ruimtelijke plannen. Ook hebben zij een voorbeeldfunctie en kunnen hun eigen deelvoertuigen inzetten voor Zeeuwse inwoners. Het mogelijk maken van

35 Ontwerp van het Klimaatakkoord – 21 december 2018 – C2 Mobiliteit. 36 Effecten Ontwerp Klimaatakkoord – 28 maart 2019 – 8 Mobiliteit. 37 Green Deal Autodelen II – oktober 2018.

91

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 deelconcepten voor elektrische auto’s en andere MaaS diensten biedt inwoners, die niet zelf duurzaam transport kunnen realiseren, toch toegang tot bijvoorbeeld een elektrische auto.

Brede publieksvoorlichting Mobiliteit Veel mensen zullen de komende jaren de overstap maken naar duurzame mobiliteit. De brede promotie van alternatieve mobiliteitsopties onder inwoners, bedrijven en toeristen in Zeeland helpt daarbij. Dit doen we via de regionale media en de landelijke koepelcampagne, die zes maanden na ondertekening van het Klimaatakkoord start. Het betrekken van zoveel mogelijk partijen bij het opstellen van de Zeeuwse mobiliteitsstrategie is een bewuste keuze. Zo creëren we zoveel mogelijk draagvlak tijdens het proces en in de uitvoering om te komen tot de gezamenlijk bepaalde Zeeuwse zero-emissie doelen.

Acties verduurzaming personenmobiliteit en stimuleren elektrisch vervoer 5.

6.

7.

Bedrijven helpen om de CO2-uitstoot van hun zakelijke mobiliteit te reduceren door o.a.: 

pilots met grote Zeeuwse werkgevers;

overstap naar elektrische (lease-) auto's;

deelauto platforms voor bedrijven;

OV, carpool en fietsplannen stimuleren;

inzetten van het Zeeuws Klimaatfonds als middel voor CO2-compensatie.

Verminderen fossiele particuliere autokilometers door: 

MaaS, integrale mobiliteitsconcepten (inclusief flexibel OV) en app’s te ontwikkelen en aan te bieden;

opzetten deelauto platforms voor particulieren en bedrijven: 2.000 deelauto’s in 2025.

Stimuleren elektrisch personenvervoer met als doel meer elektrische personenauto’s: 

regionale stimulering en informatie voorziening;

stimuleren aandeel elektrisch rijden binnen toeristische mobiliteit.

4.5 Verduurzaming van de logistieke sector Logistiek is belangrijk voor de economie maar ook een belangrijke bron van CO2-uitstoot. Waar landelijk vooral gekeken wordt naar stadslogistiek en bouwlogistiek, kijkt het samenwerkingsverband Zeeland Connect38 in Zeeland vooral naar verdere regionale samenwerking in de logistieke sector en het stimuleren van zero-emissie pilots en projecten.

Kilometerheffing en CO2-reductie Vanaf 2023 wordt kilometerheffing voor vrachtauto’s ingevoerd. Volgens Evofenedex (verladers) en TLN (vervoerders) moeten de opbrengsten daarvan worden gebruikt voor verduurzaming van de transportsector en terechtkomen in een vergroenings- en innovatiefonds. Zo dragen niet-duurzame voertuigen toch bij aan verduurzaming van de sector. Verder zou het goed zijn zeroemissie vrachtauto’s vrij te stellen van de kilometerheffing, om zo de drempel van aanschafkosten en aanleg laadinfrastructuur te verlagen. Er is nu nog geen categorie voor zero-emissie vrachtauto’s voor tariefdifferentiatie, dus dat kan alleen in Europees verband worden geregeld. Zo’n zero-emissie categorie stelt ook bijvoorbeeld de Westerscheldetunnel in staat om de tunnel voor zero-emissie vrachtwagens tolvrij te maken.

Middelgrote zero-emissie zones stadslogistiek In het Klimaatakkoord staan afspraken dat er uiterlijk in 2030 in steden zero-emissiezones voor het goederenvervoer moeten zijn. Het gaat dan om de 30 tot 40 grootste Nederlandse steden. Hier valt Zeeland niet onder. Wel hebben we te maken met stadsdistributie op eilandniveau. De combinatie van (historische) binnensteden en een omvangrijk landelijk gebied vraagt specifieke oplossingen. Hiervoor wordt in Zeeland gewerkt aan onderstaande pilots, projecten en plannen: 

Er start een test met zero emissie eilanddistributie (initiatief van Zeeland Connect en andere partijen). Hierbij worden voor de distributie alleen elektrische trucks gebruikt. Gekeken wordt naar aanpak (gedrag, planning, route-definiëring, laadinfrastructuur, et cetera.) en welke uitdagingen en oplossingen nodig zijn. Deelnemend bedrijven doen ervaring op en de opgedane kennis wordt gedeeld zodat opschaling mogelijk is en de verduurzaming kan versnellen.

38

Zeeland Connect is een onafhankelijk netwerk van ondernemers, kennisinstellingen en overheden, dat door verbinding en samenwerking de Zeeuwse logistiek verstrekt (www.zeeland-connect.nl).

92

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 

De wens is er om een doorgaande groene goederencorridor te ontwikkelen, bijvoorbeeld de N57 of N59, of de corridor Rotterdam – Gent. Mogelijkheden moeten onderzocht worden.

Zero-emissie bouwverkeer, mobiele werktuigen In het kader van de Green Deals ‘Het Nieuwe Draaien’ en ‘Bouwlogistiek’ werken partijen samen aan het realiseren van zeroemissie bouwverkeer en het gebruiken van zero- en lage emissie mobiele werktuigen in de stad. Ook hier wordt gestuurd op gedrag, techniek, brandstoffen en beleid. De verwachting is dat hiermee een besparing van 0,4 Mton CO2 is te realiseren. Ook in Zeeland willen we kijken hoe wij het bouwverkeer, groot- en kleintransportmateriaal (sjofels, kranen, dumpers, et cetera) en landbouwmotorvoertuigen met een stimuleringsregeling kunnen verduurzamen. Een eerste stap hierbij kan zijn dat publieke organisaties in hun aanbestedingsbeleid opnemen dat contractpartijen duurzame transportmiddelen gebruiken. Daarom gaan de Zeeuwse overheden gezamenlijke normen voor CO2-uitstoot reductie opnemen als voorwaarde bij aanbestedingen voor de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW). Doel is een uitstootvermindering (49% in 2030) en om zo te zorgen voor een gelijk speelveld en uniforme aanbesteding voor de GWW-sector. Advies aan de Zeeuwse gemeenten is om vanaf nu de uitgangspunten van de Green Deal Duurzaam GWW toe te passen en de CO2-prestatieladder te gebruiken bij alle openbare aanbestedingen. Daarbij kunnen ze lering trekken uit de ervaringen van o.a. waterschap Scheldestromen, RWS Zeeland en de Provincie Zeeland.

30% reductie van de CO2-uitstoot door achterland en continentaal vervoer in 2030 Landelijk wordt fors ingezet op het duurzamer maken van transport en de verbetering van bereikbaarheid. Voor het wegtransport zijn hier in Europees verband afspraken voor gemaakt over CO2-reductie: 15% reductie in 2025 en 30% in 2030. Deze doelstellingen liggen dus hoger dan die in het OKA voor mobiliteit, maar lager dan de 49% in 2030 zoals gesteld in deze RES. Zeeland, met de belangrijke haven North Sea Port, is cruciaal voor Nederland Distributieland. Om de CO2-uitstoot van het vervoer door achterland te reduceren sluiten we in Zeeland wederom aan op bestaande samenwerkingen zoals Zeeland Connect. Zij werken met alle partners aan ketenregie en servicelogistiek en het realiseren van logistieke hotspots en productieclusters. Gekeken wordt naar mogelijkheden voor innovatieve logistieke concepten, het slim delen van data en samenwerking in logistieke clusters om de beladingsgraad te verbeteren en het gebruik van de capaciteit op weg, spoor en binnenvaart te optimaliseren. Ook kennis over zero-emissie transportoplossingen wordt gedeeld. In nauwe samenspraak met het regionale bedrijfsleven werkte Zeeland Connect eind 2018 een logistiek visie uit met vier innovatielijnen: logistieke stromen en verbindingen, zero-emissie logistiek, digitalisering en robotisering en autonoom transport.

Hieronder gaan we in op het actieprogramma dat uit deze innovatielijnen volgt voor zero-emissie logistiek.

Figuur 12: Innovatielijnen logistiek Zeeland.

Zero-emissie logistiek De opgave is helder, maar de mogelijkheden voor bedrijven om concrete stappen te zetten zijn nog beperkt. Zo is er nog veel onzeker over de ontwikkeling van technologie en prijzen de komende jaren. Dat de energietransitie forse investeringen vraagt in nieuwe (zero-emissie) voer- en vaartuigen en mogelijk ook aanpassing van logistieke netwerken, is duidelijk. De innovatielijn ‘Zero Emission Logistiek’ helpt bedrijven bij het verkennen, kiezen en testen van de verschillende technologieën en het uitwerken, en aanpassen, van logistieke processen in de keten. Ook de noodzakelijke infrastructuur voor duurzame vervoersoplossingen wordt hierbij meegenomen.

93

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 Binnen de innovatielijn komen de volgende vraagstukken aan de orde: • • • • • • • • •

impact van internationale wetgeving en nationaal Klimaatakkoord op de logistiek; impact van regelgeving van CO2-reductie: emissierechten, zorgplicht, milieuvergunningen, etc.; impact van technologische ontwikkeling op logistieke toepasbaarheid en haalbaarheid business cases; keuze voor technologie (accu, laadinfra, waterstof) in het wegvervoer; investeringen in laadinfrastructuur en voertuigen in het wegvervoer; inspanning door het bedrijfsleven voor balanceren energievraag op het net; ombouw van diesel-aangedreven schepen naar elektrische of waterstof aandrijving; aanpassen van logistieke netwerken en processen voor inzet van zero emissie oplossingen; samenwerking en lessons learned in Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens en Zero Emissie Stadslogistiek.

Central Gate Eén van de innovatieve plannen is de realisatie van een centrale en beveiligde parkeervoorziening voor vrachtauto’s nabij het havengebied. Deze faciliteit is bedoeld voor zowel het bestemmings- als het doorgaande vrachtverkeer. Op en rond Central Gate zullen komen voorzieningen voor zero-emissie en autonoom transport, zoals laad- en tankinfrastructuur. Verwijzend naar paragraaf laad- en tankinfrastructuur (4.9), is het dan ook logisch de locatie van Central Gate als voorkeurslocatie te nemen van zero-emissie infrastructuur voor het wegtransport.

4.6 Zero-emissie zee-, kust- en binnenvaart en havens Als kust- en waterprovincie hebben we in Zeeland een grote zeehaven, diverse binnenwateren en dus veel watermobiliteit. De grootste haven, North Sea Port, wil graag samenwerken met alle betrokken partners om de duurzaamheidsdoelstellingen versneld te halen. Daarvoor heeft de haven een duurzaamheidsvisie 2030 voor de Zeeuwse havens ontwikkeld. Landelijk is er een Green Deal gesloten tussen de overheid en de maritieme sector voor verduurzaming in de zeevaart, binnenvaart en havens. De binnenvaart streeft, binnen deze Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens, naar een CO2-reductie van 0,4 Mton in 2030 en nagenoeg emissievrij en klimaatneutraal in 205o. Gekeken wordt naar verschillende manieren om duurzame energiedragers in te zetten, zoals hybride, elektrisch, waterstof en duurzame biobrandstoffen, zodat er minimaal 5PJ aan duurzame energiedragers in de binnenvaart wordt ingezet. De sector en de Rijksoverheid streven naar een ingroei van tenminste 150 emissievrije schepen in 2030. In Zeeland ontwikkelen we pilotprojecten voor zero-emissie binnenvaart. Zowel voor de zee- als voor de binnenvaart stimuleren we zero-emissie en low-emissie oplossingen via onder andere variabele havengelden. Low-emissie schepen krijgen nu al korting op de havengelden bij North Sea Port.

De komende jaren wordt een nieuw kortingsregime ontwikkeld, waarbij specifiek rekening wordt gehouden met zero-emissie schepen. Omdat het transport niet stopt bij de havens, kijkt de sector ook naar verbinding met de andere sectoren om het transport vanaf zee- en binnenvaartschepen ook te verduurzamen, bijvoorbeeld via buisleidingen of spoor. En er worden living labs gefaciliteerd met bedrijven uit de sector en onderwijsinstellingen.

Recreatievaartuigen Ook de recreatievaart moet verduurzamen. Hiervoor kijken we vooral naar mogelijkheden van elektrificatie. We sturen op het opzetten van pilots zero-emissie recreatievaart (o.a. Greenport Brouwershaven en Loadmaster voor ontwikkeling van laadinfra voor schepen voor een zero-emissie Grevelingen). De opgedane kennis zetten we in om de verdere recreatievaart in Zeeland te verduurzamen.

Spoor Goederenvervoer via het spoor geeft minder CO2-uitstoot dan via de weg. Daarvoor is wel wat nodig: versnelde aanleg van spoorinfra in Zeeuws-Vlaanderen (een verbeterde goederenspoorlijn (met zero-emissie treinen) tussen Gent en Terneuzen (KGTverbinding) en een rechtstreekse verbinding tussen Zeeland en Antwerpen (VeZa-bocht), en een modal shift39 bij de aanbieders en verladers van de goederen. Er zijn op dit moment een aantal afgeronde studies voor het verbeteren van het spoor in de havengebieden Gent en Terneuzen. De technische haalbaarheid, omgevingseffecten en de kosten van diverse oplossingsrichtingen worden nog onderzocht. Zeeland Connect kijkt samen met North Sea Port, bedrijven en railvervoerders naar manieren om het aandeel van spoorgoederenvervoer te vergroten. Samenwerking tussen partijen in het bundelen van volumes is daarin cruciaal. Voor de Kanaalzone is in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) ook

39

Modal shift is een term die in de logistiek wordt gebruikt voor het vervangen van een deel van het vervoer over de weg door andere vormen van vervoer.

94

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 gesproken over het vervangen van de huidige dieseltreinen door groene waterstoftreinen. Elektrificatie van het (goederen)spoor in Zeeuws-Vlaanderen en het havengebied van Gent lijkt op dit moment geen reële optie.

Acties verduurzaming logistieke sector 8.

9.

Stimuleren van zero-emissie goederentransport door: 

ondersteunen modal-shift projecten goederentransport (van wegtransport- naar binnenvaart en spoor);

uitvoering project Zero Emission Transport: bedrijven bekend maken met de mogelijkheden van zero-emissie vrachtauto’s en ondersteunen haalbaarheidsstudies en totstandkoming van benodigde infrastructuur voor elektrisch en waterstof aangedreven voertuigen;

uitvoering pilot(s) met zero-emissie eilanddistributie.

Verduurzamen logistieke & haven infrastructuur 

verduurzamen interne transportmiddelen en logistieke operatie;

pilot(s) zero-emissie autonoom transport;

10. Verduurzamen havens & scheepvaart. 

Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens;

verduurzamen haven infrastructuur & uitvoering project Central Gate;

vervanging dieseltreinen (pilot i.s.m. Gent);

ISHY project (waterstof-elektrisch aangedreven binnenvaartschip)40;

verduurzamen pleziervaart.

4.7 Duurzaam GWW en duurzaam inkopen overheden De Rijksoverheid en andere overheden hebben een grote invloed op de sector GWW, al was het maar omdat zij vrijwel de enige inkopers van GWW zijn. In het kader van de Green Deal Duurzaam GWW 2.0, willen de gezamenlijke overheden toe naar klimaatneutraal en circulair aanbesteden. In Zeeland maken de VZG en het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) afspraken om te zorgen dat een paragraaf ‘duurzaam aanbesteden en inkopen’ integraal onderdeel van het inkoopbeleid wordt. Zowel Provincie Zeeland als Waterschap Scheldestromen hebben al ervaring met het toepassen van de CO2-prestatieladder in het inkoopbeleid. Het zou goed zijn als overheden dit allemaal doen, om aannemers te stimuleren of te verplichten om in lijn met de Green Deal Duurzaam GWW, aan te bieden. Als alle overheden zo werken, is de drempel om te investeren lager (iedereen maakt immers kosten) en vergroot het rendement. In de praktijk bekent dit dat regionale overheden bij inkopen of aanbesteden duurzame factoren meewegen: zero-emissie werktuigen, duurzaam bouwverkeer, groene stroom, circulair bouwen en materiaalgebruik, duurzame apparatuur voor onkruidbestrijding, hijswerkzaamheden, strandonderhoud et cetera. Dit gaat verder dan bestekken: ook ontwerpbureaus en architectenbureaus dienen zich aan collectief geformuleerde duurzaamheidseisen te houden.

Het geldt niet alleen voor GWW, maar ook voor aanbesteding en gunning van bouwprojecten, inkopen, of programma’s voor groot onderhoud en investeringen. Regionale overheden moeten hiervoor een eenduidige inkoopparagraaf voor duurzaam aanbesteden en inkopen ontwikkelen en een implementatietraject met (semi-)overheden afspreken voor het integraal toepassen van de CO2-prestatieladder.

Kansrijke verbindingen met andere opgaven of projecten De Omgevingswet is straks de basis bij vergunningverlening en verbindt automatisch met andere opgaven en projecten. Een andere kansrijke verbinding is het ontwikkelen van masterclasses, opleidingen en trainingen voor ‘circulair en duurzaam ontwerpen GWW, bouw en infra’. Dit kan via kennis- en innovatienetwerken die zijn verbonden aan Campus Zeeland. De inschatting van de mate van CO2-reductie varieert en is afhankelijk van fluctuaties in investerings- en vervangingsprogramma’s. Ook is dit afhankelijk van wat een reëel groeipad van de GWW-/groen- en onderhoud-sector is in de omschakeling naar duurzaam en welke afspraken er worden gemaakt. En in hoeverre het gebruik van groene diesel wordt gestimuleerd om in te zetten voor zware machines totdat er een alternatief voorhanden is.

40 Hybride- en waterstof schepen volgens https://www.impulszeeland.nl/nl/showcase/ISHY.

95

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

Duurzaam inkopen overheden Landelijk stimuleert de Rijksoverheid de verduurzaming van de eigen vloot door het gebruik van schone voertuigen, duurzame energiedragers en het programma Duurzaam Inkopen. In 2022 wordt een normstellende regeling onder de Omgevingswet ingevoerd om de negatieve effecten van het eigen werk-gerelateerde en goederenvervoer, en van de eigen wagenparken terug te dringen. Regionaal worden programma’s opgesteld met afspraken over:    

Stimuleringsmaatregelen voor elektrisch vervoer: route naar zo veel mogelijk emissieloos vervoer in 2030 Inkoop van eigen wagenpark: lichte voertuigen emissieloos in 2030, zware voertuigen zoveel mogelijk in 2030 Duurzame inkoop doelgroepenvervoer: zoveel mogelijk emissieloos in 2025, uiterlijk in 2030 volledig emissieloos Inkoop van opdrachten: voorwaarde emissieloos vervoer uiterlijk in 2030.

In Zeeland werken overheden al aan maatregelen om het eigen wagenpark te verduurzamen. Zeeuwse overheden hebben de ambitie om in 2030 een geheel energieneutraal wagenpark te hebben. Elke organisatie zal hiervoor het vervangingsplan van het wagenpark moeten herzien. Naast de huidige vervangingscyclus kunnen vervroegde afschrijvingen voor versnelling zorgen. Een gevoeligheidsanalyse helpt in het bepalen van welke voertuigen te verduurzamen. Op dit moment is er nog geen goed duurzaam alternatief voor de categorie ‘gevoelige/zware voertuigen’. Een optie kan zijn het collectief overgaan op biobrandstoffen zoals blauwe diesel. Of een compensatie van de uitstoot via het Zeeuws Klimaat Fonds41. Ook stimuleren overheden duurzaam woonwerkverkeer. Uitstoot (schatting o.b.v. opgave #voertuigen*gem.CO2-uitstoot per voertuig)

Wie

Aantal fossiele voertuigen

13 Zeeuwse gemeenten

Totaal gemeentelijke voertuigen: 330 lichte en 105 zware voertuigen

1,2 Kton/jaar

Veiligheidsregio Zeeland

Totaal Veiligheidsregio Zeeland voertuigen: 105 lichte en 132 zware voertuigen

600 ton/jaar

RWS Zee- en Delta

140 personenwagens(waarvan 21 elektrisch en 11 hybride) 10 transportbussen

300 ton/jaar

Waterschap Scheldestromen

143 personenwagens 44 voertuigen (terreinwagens, tractors, bestelbussen met kraan) (klimaatmonitor waterschappen)

500 ton/jaar

Provincie Zeeland (2017)

Voertuigen eigen organisatie

62,9 ton/jaar

(diesel, benzine en elektrisch) Lease- huurvoertuigen

39,5 ton/jaar

(diesel, benzine)

North Sea Port

Zakelijke km privéauto’s

95,4 ton/jaar

OV reizen trein

6 ton/jaar

Vliegreizen

2,38 ton/jaar

nader te specificeren; nog geen plannen voor verduurzaming

Tabel 21: Globaal overzicht van aantal voertuigen CO2-uitstoot. * De uitwerking van de CO2-uitstoot per voertuig per kilometer volgt op basis van de berekeningen van adviesbureau Over Morgen

41 Het Zeeuws Klimaatfonds organiseert CO -compensatie voor Zeeuwse bedrijven, overheden, organisaties en grote evenementen. Het fonds 2

werkt daarbij met een uniek model om de CO2-uitstoot in eigen omgeving te compenseren (Domestic Offset) met projecten die een meerwaarde hebben voor de regio en de regionale economie.

96

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

RWS RWS heeft als doel energieneutraal te zijn in 2030 en in 2020 een wagenpark te hebben waarvan 20% van het wagenpark elektrisch is. Hiervoor schafte RWS in Zeeland in 2018 100 vol-elektrische personenauto's aan. RWS verhoogt het aandeel laadplaatsen voor elektrische voertuigen tot 20% medio zomer 2019, beginnend bij de Rijksvastgoedpanden (in Goes en Middelburg).

Provincie Zeeland Ook de Provincie onderzoekt wat goede vervangingsmomenten zijn voor het eigen wagenpark. Omdat de Provincie een voorbeeldfunctie wil vervullen, zet zij zich extra in om zero emissie te rijden. De dienstvoertuigen voor medewerkers zijn op dit moment al 60% elektrisch. Bij provinciale aanbestedingen hiervoor wordt direct de verbinding met de laadinfra-opgave en slimme zero-emissie deelmobiliteit gelegd. Mobiliteit weg

198,00

Mobiliteit OV

6,00

Mobiliteit vlieg

2,38

Tabel 22: CO2 footprint Provincie Zeeland (organisatie) 2017.

Aanbestedingsbeleid Rijksoverheid en decentrale overheden zeggen toe dat bedrijven die zelf een duurzaam wagenpark hebben, daardoor een voordeel krijgen bij relevante aanbestedingen. Want als overheden een hoge mate van duurzaamheid meenemen in de aanbestedingsvraag, en/of duurzaamheid zwaar laten wegen bij de gunning, is dat voor ‘duurzame’ bedrijven voordelig. In Zeeland is afgesproken dat alle aanbestedingen van overheidsinstanties (voor o.a. reinigingsvoertuigen, doelgroepenvervoer, taxi’s, et cetera) in 2030 volledig CO2-neutraal zijn (conform de landelijke doelstelling). Het exacte transitiepad tot 2030 wordt uitgewerkt. Landelijk werd in mei 2019 door een aantal grote gemeenten en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), het Convenant Duurzame Voertuigen en Brandstoffen in de Reinigingsbranche ondertekend. Dit convenant gaat voor Zeeland nu te ver, het werd dan ook niet door de Zeeuwse gemeenten en de Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD) getekend. Onderdeel van het convenant is dat alle nieuwe voertuigen zero-emissie moeten zijn. Dit is op dit moment nog niet haalbaar. De ZRD mengt op dit moment blauwe diesel bij en realiseert op deze manier al wel 46% CO2-reductie. Samen met andere partijen worden de mogelijkheden van de inzet van groene waterstoftrucks bekeken.

Zero-emissie doelgroepenvervoer Gemeenten, provincies, netbeheerders, energieproducenten, de Rijksoverheid en het bedrijfsleven werken aan de verdere uitrol en opschaling van zero-emissie doelgroepenvervoer middels het Bestuursakkoord zero-emissie doelgroepen vervoer (BAZED), dit zit niet in de Nationale Energieverkenning (NEV). Onderdeel hiervan is dat 50% van de taxi’s in 2025 zero-emissie zullen zijn. In Zeeland kijken we naar de mogelijkheden om meer flexibiliteit aan te brengen in collectief personenvervoer. Daaronder verstaan we doelgroepenvervoer zoals minder validen, scholieren maar bijvoorbeeld ook toeristen. De vervoersvraag zal meer aansluiten op een duurzame inzet van doelgroepenvervoer zoals bijvoorbeeld elektrische buurtbussen. De combinatie van personenvervoer en toeristisch vervoer kan ook kilometers uitsparen en dus reductie opleveren, denk hierbij aan het optimaal benutten van daluren en de fluctuatie in de seizoenen. Ook combinaties tussen openbaar vervoer en doelgroepenvervoer (vooral Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)-vervoer) worden nagestreefd. Diverse kansrijke pilots zijn hiervoor benoemd en zullen de komende jaren worden uitgewerkt. Onder deze ‘flexibiliteitsslag’ valt ook Smart Mobility, dat is gericht op het verminderen van autokilometers en het leveren van maatwerk voor personenmobiliteit.

Het verder uitrollen kan door bijvoorbeeld initiatieven van Smart Mobility combineren met sociale mobiliteit. Zoals doelgroepenvervoer, scholieren en ook bezoekers van evenementen zodat locaties toegankelijk zijn (via data app) om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. En het realiseren van hub’s voor duurzaam multi-modaal vervoer voor het afleggen van de laatste kilometers, de zogenoemde ‘witte’ e-bikes, e-scooters, deelauto’s en autonome lijnen (Living Lab Smart Mobility Zeeland) kunnen hierin een oplossing bieden. De fiets is in Zeeland een belangrijk vervoermiddel en kan een grotere rol krijgen door het blijven stimuleren van de (elektrische) fiets als toeristisch product voor Zeeland en woon-werk vervoermiddel. Efficiëntie zit in de uitrol van laadpalen die nodig zijn voor elektrische voertuigen van bijvoorbeeld buurtbussen. Deze kunnen gemeenten en de netbeheerder slim koppelen aan periodieke renovatie en groot onderhoud van parkeerterreinen. Ook de verzwaring van het leidingennet en infrastructuur koppelen met periodieke vervanging van kabels, leidingen en renovatiewerken. 97

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 Met het zoeken naar geschikte locaties voor deze laadpalen, in samenwerking met het netwerkbedrijf, is gestart. Hierbij zijn flinke kostenbesparingen mogelijk door het slim combineren van de benodigde laadinfra voor personenauto’s, OV en logistiek.

Informatie over laadpunten beschikbaar stellen Voor verdere verduurzaming in mobiliteit is het belangrijk dat informatie over locatie en beschikbaarheid van laadpunten verbetert, harmoniseert en gedeeld wordt, en dat de prijzen voor elektrisch vervoer dalen. De Rijksoverheid stelt daarom capaciteit ter beschikking voor het trekkerschap van een EU-project. In dat project wordt ook gewerkt aan unieke identificatiecodes voor laadpalen en laadcontracten, gericht op soepele internationale betalingen. Het project zal, in de toekomst, mogelijk resulteren in Europese regelgeving.

Acties verduurzaming logistieke sector 11. Invoering duurzaam GWW  toepassing CO2-prestatieladder binnen inkoopbeleid; uniforme toepassing duurzaam GWW door (semi-)overheden. 12. Duurzaam inkopen overheden  aanpak eigen wagenpark & reinigingsvoertuigen;  duurzaam inkopen doelgroepenvervoer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9921056/1