CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-04-07 e. Regionale Energiestrategie Zeeland - 1.0

gemeenteraad 22 april 2021, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Kaderstellend besluit verduurzamingsstrategie maatschappelijk vastgoed53.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

Technologie

Hoeveelheid 2019

Technische potentie 2050

Hernieuwbaar

zekerheid

Kosteneffectiviteit

Voordeel Zeeland

Zon-PV

0,95 PJ

13 PJ

Wind op land

3,6 PJ

9 PJ

Ja

-

+-

Veel zonuren

Ja

-

+

Warmte32

Windrijk

0,5 PJ

5 PJ

Ja

Biomassa

nihil

2 PJ

Ja

++

+

Landbouwgrond

Getijde

nihil

1 PJ

Ja

+-

--

Lange kustlijn

Water overig

0 PJ

4 PJ

Ja

+-

--

Lange kustlijn

Kernenergie

13,0 PJ

59 PJ

Nee (afval)

+

+

Bekend in regio

Gas + CCS

0 PJ

14 PJ

Nee

++

+

Import33

biofuels

groot

Ja

++

+-

-

Diepzeehavens

Tabel 17: Overzicht van de beschikbare technologieën en potentie.

3.2 Hernieuwbare elektriciteit Landschappelijke kwaliteiten, biodiversiteit en een fijne leefomgeving zijn belangrijk bij het inpassen van wind- en zonprojecten. De omgevingskwaliteiten van Zeeland zijn groot. De bekendste zijn strand en duinen, maar de kernkwaliteiten gaan veel verder. Ook de karakteristieke openheid van het agrarische landschap draagt bij aan het ervaren van een gevoel van rust, stilte en ruimte. Daarnaast kent Zeeland kenmerkende kleinschalige dijkenlandschappen en krekengebieden met natuurlijke en cultuurhistorische landschapselementen die het verhaal van het ontstaan van Zeeland en de geschiedenis van Zeeland vertellen. Op het land komen de verschillen tussen de voormalige eilanden duidelijk naar voren, met zichtbare sporen van de 80-jarige oorlog, de inundatie van Walcheren in 1944 en de Watersnoodramp van 1953. Restanten van dijkdoorbraken, getijdengeulen en kreken zijn nu waardevolle natuurgebieden. Bij het inpassen van hernieuwbare energieopwekking is behoud, versterken en benutten van de meest kenmerkende kwaliteiten en waarden in Zeeland belangrijk. Dit komt overeen met het vigerende provinciale omgevingsbeleid en de geldende wetgeving. Het gaat dan bijvoorbeeld over behoud van natuurgebieden, karakteristieke dijken, duinen, monumentale bebouwing, kreekruggen, bijzondere open agrarische polders en de Staats-Spaanse Linies.

Door te kiezen voor concentratielocaties voor windenergie worden deze waarden beschermd. De volgende kaarten uit het Zeeuwse Omgevingsplan geven deze waarden weer:

32 Totale laagwaardige warmtevraag, kan worden ingevuld door: zonneboilers, aquathermie, warmtepompen, geothermie, WKO,

biomassa/houtkachels, biogas en restwarmte industrie. 33 Het importeren van CO -neutrale energie (bijv. in de vorm van biomassa of waterstof). 2

66

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

Kaart 9: Kenmerkende kwaliteiten en waarden Zeeland.

67

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

Kaart 10: Kenmerkende kwaliteiten en waarden Zeeland.

68

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

3.2.1 Windenergie Indicatief doel voor 2030 is 700 MW windenergie. Verwacht is dat er eind 2020 in Zeeland 570 MW aan opgesteld vermogen windenergie beschikbaar zal zijn. De turbines staan op concentratielocaties die in het provinciaal Omgevingsplan zijn aangewezen (zie kaart hieronder). Dit zijn locaties die daar al vele jaren voor beschikbaar zijn. Zeeland kent al een lange geschiedenis in het ontwikkelen van windenergie en het bestaande beleid wordt in de RES voortgezet. Kern van de strategie is dat deze locaties in geval opschaling, vernieuwing of uitbreiding aan de orde is, zo optimaal mogelijk ingevuld worden. Ook is in het provinciaal Omgevingsplan ruimte geboden om extra locaties toe te voegen. Op basis van plannen en initiatieven die nu bekend zijn bij verschillende gemeenten, wordt geraamd dat er tot 2030 extra ruimte is binnen een bandbreedte van 100 tot 170 MW. Dit zou voldoende moeten zijn om het beoogde doel van 700 MW in 2030 daadwerkelijk te realiseren. Besluitvorming en afweging vindt plaats in de separate procedures per project, en volgt niet automatisch uit de RES.

Kaart 11: Concentratielocaties windenergie en bestaande windturbines

Windenergie naar 2050 De opgave van 130 MW extra in 2030 is een ambitieuze, er zijn grenzen aan de Zeeuwse ruimte voor windenergie. Met een totaal geplaatst vermogen van 700 MW komt die grens in zicht. Op termijn zal er meer zicht ontstaan op een eventuele doorgroei naar 2050, maar naar huidig inzicht lijkt het erop dat die groei beperkt zal zijn.

69

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

3.2.2 Zon-PV Zonne-energie naar 2030 In het Omgevingsplan 2018 is het zonbeleid op land/water voor de provincie Zeeland geregeld. Zon op dak is vergunningsvrij en maakt geen onderdeel uit van het ruimtelijk beleid. Het provinciaal beleid voor zon op land/water is een regeling op hoofdlijnen en de uitwerking tot op projectniveau vindt door de gemeenten plaats. Gezamenlijke doelstelling is 1000 MW in 2030 bij voorkeur op dak en aanvullend met projecten op land/water. Er wordt gestreefd naar zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik. Daarom is gekozen voor een opzet waarbij zonne-energie wordt gecombineerd met andere reeds aanwezige functies zoals windmolens, glastuinbouw, bedrijfsterreinen, infrastructuur, bebouwing of op water. Uit het beleid op provinciaal niveau voor zonne-energie op land/water is niet rechtstreeks een potentie af te leiden. Dat wordt in paragraaf 3.3 toegelicht in de bijdragen van de gemeenten. Zon op dak heeft de voorkeur; zon op land/water is hierop aanvullend mogelijk. Van gemeenten wordt verwacht dat zij binnen het zonbeleid naar mogelijkheden bijdragen. De stand van zaken van het gerealiseerde en vergunde vermogen is in onderstaande kaart weergegeven. Zonne-energie op dak is een proces waar provincie en gemeenten minder invloed op hebben dan de Rijksoverheid.

Het Rijk heeft invloed via regelingen, subsidies, saldering, en kan in het bouwbesluit vereisten voor geschiktheid van daken opnemen. Uit een studie van ECN blijkt dat er op basis van huidige stand der techniek in Zeeland een bruto potentie is voor ca 2800 MW aan zonneenergie op dak. Netto blijft daar 700 – 1000 MW van over. Eind 2019 is de provincie samen met de gemeenten, Enduris en enkele marktpartijen een verkenning gestart om te bezien waar kansen en belemmeringen voor zon op dak liggen en hoe realisatie gestimuleerd kan worden. Indien blijkt dat wetgeving, fiscale aspecten of de kostenstructuur van netaansluitingen belemmerend zijn voor de groei van zon op dak, vragen we het Rijk deze belemmeringen weg te nemen. Per 1-1-2020 is er 190 MW opgesteld vermogen op dak. 80 MW hiervan in systemen groter dan 15 kW. Alleen deze tellen mee voor de landelijke opgave.

Kaart 12: Grondgebonden zonneparken Zeeland.

70

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

Zonne-energie naar 2050 Het geplaatste vermogen zonenergie zal naar verwachting naar 2050 zeker boven de 1000 MW uitgroeien. Technologische ontwikkelingen (groter vermogen per paneel), betere benutting bebouwde omgeving en waarschijnlijk ook extra projecten op land en water zullen daarvoor zorgen. Zoals ook voor windenergie geldt, is het nog te vroeg om een inschatting van vermogens en opbrengsten te kunnen maken.

Zonneladder Op hoofdlijnen kan een afwegingsladder voor zon-pv, gebaseerd op het Zeeuwse Omgevingsplan en op de constructieve zonneladder van de Natuur- en Milieufederaties, er als volgt uitzien:

Figuur 9: Zonneladder.

3.2.3 Energie uit water In het kader van deze RES zijn kansen en mogelijkheden in Zeeland onderzocht van energiewinning uit water. Van alle besproken technologieën blijken er drie het meest kansrijk voor de regio: getijden- of stromingsenergie, zoet-zoutenergie en thermische energie. Voor een goed begrip van de afwegingen voor energie uit water gaan we eerst even kort op elk van deze technologieën in. Daarna geven we aan welke opbrengsten we voorzien, globaal naar welke zoekgebieden we kijken, welke afwegingen we daarbij maken en hoe we de vervolgstappen zien.

Getijden- en stromingsenergie Getijdenenergie is betrouwbaar en hernieuwbaar, beschikbaar en voorspelbaar. De energie wordt gewonnen door gebruik te maken van het verschil in waterhoogte tussen eb en vloed. Door bijzondere kustvormen met grote trechtervormige inhammen, kan dat verschil vele meters zijn. Dan kun je het hoge water bij vloed achter een (open) dam vangen en het bij laag water via turbines gekoppeld aan generatoren terug laten lopen. Er zijn nog weinig energiecentrales die getijdenenergie produceren, mede omdat ze langs een kustlijn gebouwd moeten worden met grote hoogteverschillen.

Kansen getijdenenergie Als het technisch, en ecologisch, haalbaar is om de Oosterscheldekering en de Brouwerdam grootschalig te benutten voor getijdenenergie, kan er ongeveer 100 MW worden opgesteld. Dit komt overeen met 1 PJ/jaar. Deze 1 PJ/jaar is weliswaar maar een 71

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 bescheiden aandeel in de totale provinciale energiebehoefte, maar de ontwikkelde techniek biedt exportkansen naar andere deltagebieden. Zeker als de getijdencentrale uitgebreid wordt met een pompfunctie, zodat de dubbelfunctie opwek van hernieuwbare elektriciteit en waterveiligheid mogelijk is. Hoewel het hoogteverschil minder groot is, is in Zeeland een aantal initiatieven ontwikkeld waar met een kleiner hoogteverschil of met aanwezige stroming gewerkt wordt. Bijvoorbeeld in 2009 in de Westerschelde, en sinds 2015 met vijf turbines in de openingen tussen de pijlers van de Oosterscheldekering. De turbines (opgesteld vermogen van 1,2 MW) leveren genoeg stroom voor ruim duizend huishoudens. De getijdenenergiecentrales zijn nog volop in ontwikkeling, en een aantal aspecten (zoals efficiency of visveiligheid) worden nog volop onderzocht. Dit testen en verder ontwikkelen van technologieën is cruciaal voor de verdere realisatie van getijdenenergieprojecten. Hierbij is ook vergunningverlening belangrijk zodat op geschikte locaties de verdere ontwikkeling kan plaatsvinden. Op dit moment langs het Grevelingenmeer een nieuw technologiecenter in aanbouw, waar straks verschillende turbines worden gedemonstreerd. Het centrum biedt hiervoor testruimte en faciliteert zo de verdere ontwikkeling.

Ten westen van het Grevelingenmeer is een opening in de Brouwersdam gepland om beperkt getij terug te brengen in het meer: een mooie kans voor een getijdencentrale, waar al meerdere partijen interesse in hebben getoond. Los van een mogelijke getijdencentrale in de Brouwersdam hebben nationale en internationale marktpartijen aangegeven verdere mogelijkheden van getijden in de Zuidwestelijke Delta te willen verkennen.

Blauwe energie (osmose) Blue Energy is energie die je wint uit het verschil in zoutconcentratie tussen twee waterstromen (osmose). Dat kan zijn bij zoet rivierwater dat uitstroomt in zout zeewater, maar ook bij zout water en nog geconcentreerder zout water in industriële processen. Overal waar zoete en een zoute waterstromen samen komen, kan Blue Energy worden gewonnen. De potentie van blauwe energie, ook wel Blue Energy, wordt geschat op 11% van de wereldwijde energiebehoefte. Een deel hiervan zou, afhankelijk van technologische ontwikkelingen en omstandigheden, in Zeeland opgewekt kunnen worden. Ook voor Blue Energy geldt dat deze, in Nederland ontwikkelde, technologie een kansrijk exportproduct kan worden.

Kansen blauwe energie De eerste, en tot nu toe enige, Blue Energy installatie is een proefinstallatie van 50 kW op de Afsluitdijk. Er werd ook gewerkt aan een Blue Energy proefinstallatie van 0,78 MW in Katwijk. De betrokken partijen hebben zich verenigd in een Blue Energy Deal, met ondersteuning van de Rijksoverheid. Hierin is ook een demonstratieproject in de Zuidwestelijke Delta voorzien.

Aquathermie Aquathermie is de verzamelnaam voor thermische energie uit water, waaronder oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) en rioolwater (riothermie). Zeeland is een regio met veel (kennis van) water, en dus bij uitstek de regio waar ervaring opgedaan kan worden met aquathermie. Of er in Zeeland mogelijkheden zijn voor aquathermie wordt op dit moment onderzocht. Waterschap Scheldestromen, Provincie Zeeland en Enduris zijn mede-ondertekenaar van de nationale Green Deal voor een succesvolle uitrol van aquathermie. Daarmee wordt regie gezet op een programma van onderzoek en selectie van kansrijke locaties. De opstart van pilotprojecten leidt tot kennis waarmee de technologie versneld ontwikkeld kan worden.

Kansen aquathermie In theorie overtreffen de totale thermische mogelijkheden van al het Zeeuwse water de totale warmtevraag van Zeeland ruimschoots. Toch kunnen we met de huidige technologie en kennis van nu, deze technologie nog niet volledig benutten. De grootste kansen voor aquathermie lijken er in de gebouwde omgeving te zijn, deze worden dan ook nader besproken in het hoofdstuk Gebouwde Omgeving.

Globale zoekgebieden voor energie uit water Met de input uit meerdere meedenksessies is een lijst met mogelijke projecten en locaties gekomen. De sub-sectortafel Energie uit Water heeft gekeken naar het technisch potentieel van deze suggesties. Daaruit is de volgende lijst ontstaan, met vermelding van opgesteld vermogen en jaarlijkse bijdrage aan energie. Omdat het hier gaat om voornamelijk nieuwe technologie, zijn de genoemde bijdragen in 2030 en 2050 schattingen. In 2030 zijn de technologieën waarschijnlijk nog demonstraties, opschaling naar grotere productie-eenheden na 2030, zorgt voor hogere opbrengsten en een lagere kostprijs in 2050. In 2050 zijn de technologieën volwassen en kan de maximale theoretisch capaciteit per locatie worden ingezet.

72

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

Technologie

Locatie

Vermogen

Jaaropbrengst

Getijdenenergie

Grevelingendam

2,5 MW

0,03 PJ

5,0 MW

0,05 PJ

Brouwersdam

25 MW

0,26 PJ

60 MW

0,63 PJ

2030

Vermogen

Jaaropbrengst

2050

Oosterscheldekering

25 MW

0,26 PJ

75 MW

0,79 PJ

Golfenergie

Westerschelde

0,1 MW

nihil

50 MW

0,26 PJ

Zoet-zout

Volkerak Zoommeer

60 MW

1,8 PJ

90 MW

2,7 PJ

Thermische energie

Diverse woonwijken

0,2 MW

0,16 PJ

180 MW

1,63 PJ

Riothermie

nihil

nihil

onbekend

onbekend

112,8 MW

2,51 PJ

460 MW

6,06 PJ

Tabel 18: Zoekgebieden en potentie energie uit water

Opmerkingen bij deze tabel:   

Aangenomen wordt dat voor getijde, golf en thermische energie per 100 MW opgesteld vermogen en 2.750 vollasturen op jaarbasis ca. 1 PJ energie wordt geleverd. Aangenomen wordt dat voor zoet-zout energie per 100 MW opgesteld vermogen en 8.300 vollasturen op jaarbasis ca. 3 PJ energie wordt geleverd. Voor de locatie Haringvliet (provincie Zuid-Holland) is zoet-zout technologie ook inzetbaar, met een theoretisch maximaal opgesteld vermogen in 2050 van 30 MW en een energieproductie van 0,9 PJ.

3.2.6 Gas in combinatie met CO2-opslag/benutting In Zeeland staan twee grote gascentrales (in Vlissingen en Terneuzen) die gezamenlijk jaarlijks 2,5 MT aan CO2 uitstoten. Een veelbesproken maar nog weinig toegepaste techniek is het afvangen van CO2-emissies die vrijkomen bij de elektriciteitsproductie van een gascentrale. De CO2 kan als grondstof worden gebruikt in de industrie (CCU) of in lege offshore gasvelden worden opgeslagen (CCS). Een voorwaarde is wel dat er een CO2-infrastructuur aanwezig is, deze kan ook door de industrie worden gebruikt. Momenteel wordt de haalbaarheid hiervan onderzocht binnen Smart Delta Resources. Bij het inschatten van het potentieel in 2050 is uitgegaan van 1 GW aan gascapaciteit met ‘slechts’ 4000 vollasturen, omdat de centrales flexibiliteit leveren aan het energiesysteem. Hieruit volgt een potentieel van 14,4 PJ. Een nadeel van deze optie is dat er nog steeds aardgas wordt gebruikt en het afvangen en opslaan van CO2 energie kost. Deze techniek kan eventueel ook gezien worden als tijdelijke transitieoplossing.

3.2.7 Hernieuwbare energie uit regionale biomassa Diverse studies laten zien dat het potentieel aan beschikbare biomassa in Zeeland beperkt is. Zo schat een Europese studie van Elbersen (2015) het beschikbaar potentieel van biomassa in Zeeland in op 2,7 PJ, voornamelijk van houtachtige gewassen. Door de conversieverliezen van biomassa bedraagt het potentieel voor het finale energieverbruik 2 PJ (ECN, 2016). Hiervan bestaat 0,7 PJ uit het potentieel voor rioolwaterzuiveringsgas, co-vergisting uit mest, overige vergisting en groen gas. De overige 1,3 PJ kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor warmteproductie of het omzetten naar biobased brandstoffen.

3.2.8 Import CO2-neutrale energie Het is mogelijk om op grote schaal CO2-neutrale energie via de Zeeuwse diepzeehavens te importeren. Een voorbeeld hiervan is het importeren van biomassa, deze optie heeft veel potentieel, maar is echter niet onomstreden. Houtkap voor de productie van houtpellets bijvoorbeeld, kan veel impact hebben op landschap en biodiversiteit ter plekke. Ook wordt getwijfeld aan de CO2neutraliteit van houtverbranding. Een andere vorm is om hernieuwbare elektriciteit die elders is opgewekt om te zetten in een CO2-neutrale energiedragers (bijvoorbeeld waterstof, methanol etc) en deze vervolgens naar Zeeland te verschepen. Dit laatste is echter vooralsnog verre toekomstmuziek. In de CUST- (paragraaf 6.3 Buisleidinginfrastructuur) en Systeemstudie (paragraaf 3.4.2) is via scenariostudies getracht een beeld, en de impact daarvan, op te stellen.

73

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

3.3 Beleid per gemeente Keuzes voor wind en zon zijn vaak locatiekeuzes die uiteindelijk worden gemaakt op lokaal niveau. Gemeenteraden nemen hierover de juridisch bindende beslissingen. In Zeeland hechten we veel waarde aan lokaal maatwerk. Bij locatiekeuze, vormgeving en inpassing van wind- en zonprojecten kunnen belangrijke richtinggevende waarden zoals landschap en biodiversiteit optimaal worden afgewogen. Daarom hebben gemeenten de ruimte om locatiekeuzes te maken en op een plaatselijke manier in te vullen, passend bij gebiedskenmerken van de streek. De 13 Zeeuwse gemeenten hebben hun eigen ambities en beleid vormgegeven, waarmee het Zeeuwse doel van 11 PJ in 2030 haalbaar is.

3.3.1 Gemeente Borsele 

Windenergie: voor wat betreft het grondgebied van Borsele is het Sloegebied in het provinciaal beleid aangewezen als windenergie concentratielocatie. Dit beleid heeft de gemeente overgenomen en vertaald naar bestemmingsplanniveau. Op 7 februari 2019 is het bestemmingsplan voor het Sloegebied geactualiseerd en vastgesteld. Planologisch wordt er ruimte geboden om nieuwe windturbines te realiseren in het Sloegebied (via een wijzigingsbevoegdheid), mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals die zijn neergelegd in dit bestemmingsplan. Tevens is er een mogelijkheid om bestaande, in dit gebied aanwezige windturbines te vervangen/op te schalen. EPZ wil hiervan gebruik maken door haar bestaande project deels te vervangen en er een turbine bij te plaatsen waardoor het opgestelde vermogen ten behoeve van de opgave voor 2030 met circa 8 MW toe neemt. Zon-PV: momenteel wordt beleid omtrent zonneparken op land opgesteld. Na vaststelling van het beleid door de gemeenteraad wordt het gepubliceerd. Tot het beleid is vastgesteld worden nieuwe aanvragen niet in behandeling genomen.

3.3.2 Gemeente Kapelle Eind 2019 is van de gemeente Kapelle een CO2 footprint opgesteld. Deze footprint vormt een van de uitgangspunten voor een duurzaamheidsagenda. Deze agenda wordt in 2020 opgesteld waarin ook ambities en uitgangspunten op gebied van wind en zonne-energie worden vastgelegd. Op het gebied van Wind- en zon projecten zijn er de volgende ontwikkelingen:  

Er is een initiatief om de windmolens in de Willem Annapolder te vernieuwen en wat vermogen betreft op te schalen. Dit vermogen zal bijdragen aan de doelstelling voor 2030. Voor zon zijn er momenteel twee initiatieven, namelijk een onderzoek naar de mogelijkheid om langs de snelweg A58 een geluidsscherm te plaatsen welke zonne-energie kan opwekken. Dit project bied kansen voor meervoudig ruimtegebruik, maar er zitten ook complexe factoren aan het project zoals verkeersveiligheid en gebruiksrechten van de gronden. Het andere initiatief betreft een verzoek van een zonneweide van circa 34 MW op een agrarisch perceel langs de snelweg A58. Onderzocht wordt of een zon initiatief op deze locatie gecombineerd kan worden met de aanleg van zoetwater bekkens die planologisch in het gebied voorzien zijn.

Uit een eerste beoordeling van deze initiatieven blijkt dan de aansluitcapaciteit van het hoogspanningsnet een complexe factor is voor de uitvoerbaarheid van projecten. Op de bedrijventerreinen Smokkelhoek en Choorhoek hebben een aantal grote bedrijven aanbestedingen lopen om hun daken te voorzien van zonnepanelen.

3.3.3 Gemeente Reimerswaal 

Windenergie: de zone langs het Schelde-Rijnkanaal in het buitengebied van Rilland is in het provinciaal beleid aangewezen als windenergie concentratielocatie. Op dit moment staat er in de gemeente Reimerswaal 98 MW opgesteld vermogen aan windenergie. Er wordt gekeken om het verouderde windpark Anna-Mariapolder aan de zuidoostzijde van het ScheldeRijnkanaal en enkele solitaire verouderde windmolens (windpark Bath) te upgraden en te integreren in het verlengde van het windpark Kreekraksluizen. Dit project draagt bij aan de doelstelling voor 2030. Nieuwe windenergie locaties worden in de gemeente niet toegevoegd evenals dat solitaire windmolens worden uitgesloten in het bestemmingsplan. Zonne-energie: In 2019 zijn in de gemeente Reimerswaal twee zonneparken gerealiseerd in het Kreekrakgebied met een totaal opgesteld vermogen van 21 MW. Dit zijn de zonneparken aan de Kreekrakweg en de Gemaalweg te Rilland. Daarnaast zijn in 2019 door de gemeente Reimerswaal omgevingsvergunningen afgegeven voor de aanleg van een tweetal andere zonneparken, namelijk een zonnepark aan de Kamperweg bij Kruiningen en een zonnepark in de Eerste Bathpolder en Kreekrakpolder. Het opgestelde vermogen van deze parken is geraamd op in totaal 46 MW.

74

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 Naast een dubbel ruimtegebruik als de opslag van zoet water en het versterken van de lokale natuurwaarden (biodiversiteit) is voorgesteld om een duurzaamheidsfonds op te zetten waar de exploitanten van deze zonneparken € 1,-- per opgewekte MWh zonne-energie in afdragen. Dit fonds kan ingezet worden om de energietransitie in de bestaande bebouwde kom te stimuleren. Meerdere initiatiefnemers hebben hun plannen kenbaar gemaakt. Reimerswaal heeft namelijk een gunstig “vestigingsklimaat” voor dergelijke initiatieven. Door de gemeenteraad is aangegeven dat aan andere initiatieven en aanvragen voor zonneparken op dit moment geen medewerking wordt verleend. Eerst wordt een overkoepelend energie- en klimaatbeleid voor Reimerswaal opgesteld waarin de visie en ambitie op dit thema zal worden vastgelegd. Als blijkt dat Reimerswaal niet alleen meer ontwikkelruimte wil bieden maar ook grenzen wil stellen aan zonneparken op land en water zal ver vervolgens ruimtelijk beleid voor zonneparken worden opgesteld.

3.3.4 Gemeente Goes 

Windenergie: in Goes stond een windturbine aan het Goese Sas. Deze turbine is verwijderd. Onderzocht wordt of herplaatsing mogelijk is. Er zijn vooralsnog geen andere locaties in Goes waar plaatsing van windturbines mogelijk wordt gemaakt. Zon-PV: binnen de gemeente Goes zijn twee zonneparken vergund. Aan de Vlaamseweg is een zonnepark van 3 MW gerealiseerd. Voor een zonnepark aan de Ongereedweg is reeds vergunning verleend voor een park van 5 MW, dit zal medio 2020 worden gebouwd. Momenteel wordt beleid omtrent zonneparken opgesteld. Hierbij hoort een plattegrond van Goes waarop de locaties staan waarop de gemeente zonneparken wil toestaan. Na vaststelling van het beleid door de gemeenteraad wordt het gepubliceerd. Na inspraak, bezwaar/beroep zal duidelijk zijn hoeveel MW Goes kan bijdragen in zonne-energieprojecten. Tot het beleid is vastgesteld, worden nieuwe aanvragen niet in behandeling genomen.

3.3.5 Gemeente Schouwen-Duiveland De gemeente Schouwen-Duiveland ziet het als haar plicht om een bijdrage te leveren aan het totale op te wekken aandeel duurzame energie in onze regio Zeeland. Naast de grote hoeveelheid windenergie die al in onze gemeente wordt opgewekt in 2030, namelijk zo’n 130 MW, willen wij ook een substantiële bijdrage leveren aan het bod zonne-energie.  

Inmiddels is er in onze gemeente behalve zonnepanelen op steeds meer daken, een zonnepark van 15 MW gerealiseerd, aansluitend aan het bedrijventerrein van Zierikzee. We zien het echter als onze plicht op basis van de gemeentelijk vastgestelde energieagenda los van de productie van windpark Krammer, 16% van onze gebruikte energie ( 16% van 4000 TJ (4 PJ) in 2019), duurzaam op te wekken. Dit hoeft niet alleen extra zon te zijn, maar op dit moment zijn er nog geen serieuze alternatieven. De voorkeur van onze gemeente ligt bij zonne-energie bij het plaatsen van zonnepanelen op daken. Alleen met zon op dak gaan we onze regionale doelstelling in 2030 niet halen. Zon op water en extra zon op land zal daarom vooralsnog nodig zijn.

De energietransitie heeft ook een ruimtelijke component. We moeten zorgvuldig zijn met de kwaliteiten van ons eiland en hier ook rekening mee houden bij de bepaling waar we welke ontwikkeling van de energietransitie willen. Dit proces is nauw verwant aan het proces van de Omgevingsvisie. Daarom wordt voor de ruimtevraag duidelijk de koppeling gelegd met de Omgevingsvisie en de randvoorwaarden die uit dat proces voor de energietransitie gaan komen.

3.3.6 Gemeente Tholen 

Windenergie: In de gemeente Tholen staat 38 MW windenergie vermogen opgesteld, verdeeld over 3 projecten: 11,5 MW bij St Maartensdijk, 15 MW bij St Annaland en 11,5 MW bij Anna Jacobapolder. Deze projecten dragen bij aan de provinciale doelstelling van 570,5 MW opgesteld windenergie vermogen in 2020. Voor de projecten bij St Maartensdijk en St Annaland wordt door de initiatiefnemers op eigen risico verkend of opschaling tot de mogelijkheden kan behoren. Ook onderzoeken de initiatiefnemers of er een positie gevonden kan worden voor de zgn. dorpsmolen van St Philipsland. Echter, de gemeenteraad heeft een traject waarin nagedacht wordt over de wijze waarop de gemeente Tholen de klimaatdoelstellingen in 2030 en 2050 kan behalen. Onderdeel van deze afweging maakt uit een discussie over of en hoe wind en zon daar deel van uitmaken. Leidend daarbij zijn de principes van ruimtelijke kwaliteit en inpassing van projecten aansluitend aan concentratielocaties (energielandschappen) zoals de windmolenparken Krammer en Kreekrak en het 380 KVtracé).

75

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 

Zonne-energie: Er is een zon op land project gerealiseerd van ca 17 MW aan de Ceresweg nabij Tholen. Er zijn diverse aanvragen voor meer zon op land projecten. De gemeenteraad heeft echter aangegeven eerst beleid te willen ontwikkelen voor er nieuwe vergunningen voor dit soort projecten afgegeven mogen worden.

3.3.7 Gemeente Hulst Duurzame energie is een veelbesproken onderwerp. De gemeente Hulst had tot medio 2018 nog geen specifiek beleid voor zonen windenergie, waardoor aanvragen alleen kunnen worden getoetst aan het provinciaal beleid. Tot voor de Omgevingsverordening was het enkel mogelijk om op concentratielocaties te ontwikkelen. Er waren geen concentratielocaties aangegeven in de gemeente Hulst. In de vastgestelde Omgevingsverordening Zeeland 2018 wordt het beleid breder opgezet en dit biedt meer ruimte voor dergelijke duurzaamheidsinitiatieven. 

In november 2018 heeft de raad van de gemeente Hulst de beleidsregels zon- en windenergie vastgesteld. Hierin staat beschreven wat de ambitie van de gemeente Hulst de komende jaren is. Hierin wordt onderscheid gemaakt in vier vormen: zon op dak, zon op land, kleine windturbines en grote windturbines. Gemeente Hulst ziet het als haar taak en plicht om te helpen bij het opwekken van duurzame energie. De ambitie van de gemeente Hulst op korte termijn is om de capaciteit van het net in de gemeente volledig te benutten. Dit houdt in dat er circa 10 MW aan duurzame energie kan worden opgewekt en afgegeven aan het net. De raad van de gemeente Hulst heeft besloten om in eerste instantie de mogelijkheden voor zon-op-dak te laten onderzoeken alvorens ‘zon op land’ toe te staan. De hoofdreden hiervoor is om zorgvuldig ruimtegebruik toe te passen. De raad is geen voorstander van zonneparken op vruchtbare agrarische landbouwgrond. De gemeente Hulst heeft samen met netwerkbeheerder Enduris een overzicht gemaakt van de potentiële locaties voor zon-op-dak. Door een koppeling te maken tussen locaties met grote dakoppervlakken en voldoende aansluitcapaciteit op het net zijn de nog onbenutte locaties in beeld gebracht. De gemeente Hulst gaat de eigenaren van de onbenutte locaties actief stimuleren, onder andere door de potentie van de daken voor zonne-energie te benadrukken.

De eigenaren dienen zelf na te gaan of hun pand(en) bouwkundig voldoe(t)(n) om zonnepanelen op te leggen. Zodra de potentie voor zon-op-dak voldoende is benut gaat de gemeente Hulst met (markt)partijen om tafel om initiatieven voor zonneparken te bespreken. Er worden op korte termijn geen initiatieven met grote windturbines toegestaan, omdat eerst wordt gekozen voor initiatieven die minder impact hebben op het landschap en de leefomgeving. Omdat de huidige netcapaciteit (voorlopig) beperkt is tot circa 10 MW, wordt gekozen voor de oplossing met de minste invloed op het landschap: zonne-energie. Kleine windturbines met een tiphoogte van maximaal 20 meter behorende bij agrarische bedrijven zijn wel toegestaan. Projecten: er zijn afgelopen jaren meerdere aanvragen gedaan voor SDE+ subsidies in de gemeente Hulst. In alle gevallen gaat het om bedrijven met grote dakoppervlakken die hun daken willen benutten door er zonnepanelen op de plaatsen. Een grove berekening laat zien dat het totaal van alle SDE+ aanvragen in de gemeente Hulst van 2017 en 2018 ongeveer 10 MW bedraagt. Dit zijn enkel de projecten waar een subsidie voor is verleend. Omdat dit ter plaatse wordt opgewekt en (deels) verbruikt, betekent dit dat de capaciteit van het net in de gemeente Hulst nog niet vol is.

Er is dus nog potentie om meerdere projecten voor zon op dak toe te staan en eventueel verder te kijken naar zon op land. Hoeveel MW er nog op het net af te dragen is, zal in goed overleg met Enduris worden onderzocht.

3.3.8 Gemeente Terneuzen 

Windenergie: voor wat betreft het grondgebied van Terneuzen is de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone in het provinciaal beleid aangewezen als concentratielocatie voor windenergie. Het coalitieakkoord ‘Sterk, betrokken en vitaal 2018-2022’ van de gemeente Terneuzen stelt dat de gemeente Terneuzen meer gebruik wil maken van groene stroom om de transitie naar duurzame energie mogelijk te maken. Voor windmolenparken gaat de voorkeur uit naar locaties in of aan de Noordzee. Nieuwe initiatieven met betrekking tot het opwekken van windenergie op het grondgebied zullen op passende wijze beoordeeld worden. o In de gemeente Terneuzen staan 24 grote windturbines. 22 daarvan staan in windpark Koegorspolder met een vermogen van 2 MW (44 MW totaal), 2 staan in de Eendragtpolder met een vermogen van 0,8 MW (1,6 MW totaal). Deze projecten dragen bij aan de doelstelling voor 2020. o Een consortium bestaande uit Eneco en Zeeuwind heeft een verkenning uitgevoerd naar nieuwe mogelijke locaties voor wind in de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone. Het consortium heeft samen met bedrijven en bewoners in de omgeving de mogelijkheden verkend binnen welke randvoorwaarden windenergie zou kunnen passen in lokale gebiedsontwikkeling met profijt voor economie en omgeving. Ook zijn voor de mogelijke windenergielocaties de mogelijkheden voor zon onderzocht.

Het eindrapport van de verkenning is op 21 februari 2019 gepresenteerd aan de gemeenteraad van Terneuzen. Volgens de verkenning zijn er mogelijkheden voor zes tot acht grote windturbines in de Zeeuws-Vlaamse Kanaalzone. Op 28 maart heeft de gemeenteraad een motie aangenomen 76

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

waarin het college wordt verzocht een planologisch toetsingskader voor windenergie op te stellen. Dit wordt momenteel uitgewerkt. Deze extra turbines zullen bijdragen aan de doelstelling voor 2030. o De gemeente Terneuzen heeft beleid voor kleine windturbines met een hoogte tot maximaal 20 meter. Onder voorwaarden kunnen (agrarische) bedrijven kleinschalige windturbines realiseren om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Zon-PV: het Omgevingsplan van de provincie is in september 2018 gewijzigd en biedt meer ruimte voor zonne-energie op land (en water). In het coalitieakkoord ‘Sterk, betrokken en vitaal’ 2018-2022 van de gemeente Terneuzen is opgenomen dat de gemeente een planologisch toetsingskader voor de aanleg van zonnepanelenparken moet ontwikkelen. Het college van B&W heeft op 18 december 2018 besloten om het ‘planologisch toetsingskader zonne-energie Terneuzen’ aan te bieden aan de gemeenteraad. Na behandeling in de commissie Omgeving van 23 januari 2019 heeft de gemeenteraad van Terneuzen op 7 februari 2019 het ‘planologisch toetsingskader zonne-energie Terneuzen’ vastgesteld. o Er zijn vele (>30) initiatieven voor grondgebonden zonneparken ingediend. Het college heeft aan zeven plannen planologische medewerking verleend. De vergunningen voor de bouw van vijf zonneparken zijn al verleend.

De komende jaren wordt er rond de 140 hectare aan zonneparken in de gemeente Terneuzen gebouwd. Deze 140 hectare aan zonneparken is goed voor ca 180 MW opgesteld vermogen. o Naast zonnepanelen op daken van particuliere of huurwoningen en bedrijven zijn in de gemeente Terneuzen twee zogenaamde postcoderoosprojecten gerealiseerd in Zaamslag en in Terneuzen. Hierbij wordt een zonnepaneleninstallatie van een lokale energiecoöperatie geplaatst op het dak van een derde partij. Een derde postcoderoosproject in Terneuzen is in voorbereiding. o De gemeente Terneuzen heeft op het dak van het gemeentelijk gebouw “De Koegors” 744 zonnepanelen geplaatst die 200.000 kWh duurzame elektriciteit per jaar opwekken.

3.3.9 Gemeente Sluis 

Windenergie: Sluis heeft in haar visie ‘Duurzaam Sluis’ bepaald dat windturbines met een tiphoogte tot 15 meter zijn toegestaan onder voorwaarden. Windmolens met een tiphoogte van meer dan 15 meter zijn nergens toegestaan. o In de Hoofdplaatpolder bij Hoofdplaat staan vijf windmolens met een bouwhoogte van 80 meter. Deze turbines dragen bij aan de doelstelling voor 2020. Vervanging of uitbreiding van deze windmolens is niet ter sprake. Niet bij de eigenaren van de windmolens en niet bij de gemeente. o De gemeente heeft recent in haar coalitieakkoord bevestigd dat ze geen ruimte wil bieden voor uitbreiding of verhoging van het aantal windmolens. Zon-PV: Sluis geeft in haar huidige beleid voor zonneparken alleen ruimte voor zonneparken in bebouwd gebied. Zonneparken op landbouwgrond zijn alleen toegestaan aansluitend aan het bouwblok van agrarische woningen, met een oppervlakte van maximaal 500m2. o Op dit moment is Sluis bezig met het ontwikkelen van nieuw beleid voor zonneparken in het buitengebied. De planning is om in juni 2020 beleid op hoofdlijnen te hebben vastgesteld.

3.3.10 Gemeente Middelburg 

Windenergie: In Middelburgs staan sinds 2006-2007 6 windturbines langs de Bernardweg tegen het industrieterrein Vlissingen-Oost. De turbines hadden een vermogen van 0,9 MW per turbines, maar in 2018 zijn omgevingsvergunningen verleend en SDE+ subsidie toegekend om de turbines te upgraden. Inmiddels zijn 3 van de 6 turbines ge-upgradet naar 2,3 MW. Totaal zal het opgestelde vermogen 13,8 MW bedragen. Er zijn vooralsnog geen andere locaties in Middelburg waar uitbreiding van windturbines mogelijk wordt gemaakt. Dit vermogen draagt bij aan de doelstelling van 570,5 MW voor 2020. Zon-PV: Het benutten van daken voor de benutting van zonne-energie heeft in Middelburg de hoogste prioriteit. Ondanks alle inspanningen hieromtrent is het lastig om voldoende daken te benutten. Achter de Mortiere Boulevard ligt een zonneweide van 14 MW. De gemeenteraad heeft besloten dat er eerst beleid voor zonne-energie door de gemeenteraad moet worden vastgesteld, voordat kan worden ingestemd met aanvragen voor de ontwikkeling van zonneweiden.

3.3.11 Gemeente Veere 

Windenergie: in het werkprogramma van het college staat beschreven dat windmolens alleen op Neeltje Jans mogen worden gebouwd. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen kleine (tot 20 meter) of grote windmolens. o De gemeente Veere draagt 53.700 MW opgesteld vermogen windenergie bij aan de doelstelling voor 2020. In overleg met alle betrokkenen is onderzocht in hoeverre de concentratielocatie Neeltje Jans zo optimaal mogelijk ingevuld kan worden. Resultaat hiervan is dat er door opschaling van bestaande turbines en bijplaatsen van extra 77

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

turbines nog ongeveer 30 MW extra gerealiseerd kan worden. De procedures hiervoor zijn afgerond en dit vermogen zal nog bijdragen aan de taakstelling voor 2020. Tevens ik ook al gekeken naar de mogelijkheden voor na 2020. Verwacht mag worden dat er door opschaling van turbines nog ca 5 MW beschikbaar komt voor de opgave voor 2030. o Aandachtspunt: Binnen de gemeente Veere komen steeds meer verzoeken binnen met betrekking tot het plaatsen van kleine windmolens (type EAZ-wind) maximale hoogte 20 m. Volgens werkprogramma mag het niet, maar we gaan wel onderzoeken of en dien nodig stellen we hier specifiek beleid voor op. Zon-PV: het benutten van daken voor zonne-energie heeft in Veere de hoogste prioriteit. Ondanks alle inspanningen hieromtrent is het lastig om voldoende daken te benutten. De daken zijn er wel, alleen het netwerk, en in veel gevallen de kleine verbruikersaansluitingen, maken een business case, onder de huidige regels, niet interessant. In het werkprogramma van het college staat beschreven dat zonneparken niet worden toegestaan op agrarische percelen. Dit is nog geen beleid. o Projecten: voormalige stortplaats van Wielemaker; 2-3 MW, start juni 2019 o Aandachtspunt: bij de gemeente Veere komen steeds meer verzoeken binnen voor het realiseren van zonneparken op (agrarische) percelen. Er ontstaat nu de noodzaak om hier beleid voor te ontwikkelen.

3.3.12 Gemeente Vlissingen 

Windenergie: voor wat betreft het grondgebied van Vlissingen is het Sloegebied in het provinciaal beleid aangewezen als windenergieconcentratielocatie. Dit beleid heeft de gemeente Vlissingen overgenomen/vertaald naar bestemmingsplanniveau. Op 11 april 2019 is het bestemmingsplan Zeehaven – en industrieterrein Sloe (2018) vastgesteld door de gemeenteraad van Vlissingen. o In dit bestemmingsplan wordt (kort samengevat) het bestaande beleid voor wat betreft duurzame energie gecontinueerd met dien verstande dat de toegestane tiphoogte van de windturbines planologisch is verhoogd van 100 meter naar maximaal 150 meter langs de randen van het Sloegebied. In het overige gedeelte van het Sloegebied is de maximale tiphoogte 175 meter gebleven. o Tevens is er een mogelijkheid om bestaande, in dit gebied aanwezige, windturbines te vervangen/op te schalen. o Per 1-1-2019 staan in het Sloegebied in totaal 20 windturbines met een maximaal vermogen van 22.725 MW Deze turbines dragen bij aan de taakstelling van 570,5 MW voor 2020. o In procedure is de plaatsing van zeven windturbines met een opgewekt vermogen van ca. 30 MW. Deze turbines dragen bij aan de opgave voor 2030. Zon-PV: de gemeenteraad van Vlissingen heeft geen specifiek beleid voor de plaatsing van zonneparken buiten het concentratiegebied Sloegebied.

Hierbij wordt op voorhand reeds opgemerkt dat de gemeente Vlissingen relatief weinig buitengebied heeft in verhouding tot andere gemeenten. o Indien er beleid opgesteld gaat worden zal dat overeenkomstig de uitgangspunten van de Omgevingswet in samenhang met andere sectorale beleidsvelden worden beoordeeld, waaronder de landschappelijke aspecten en de kernkwaliteiten van het Walcherse landschap en het beschikbaar houden van (kostbare) landbouwgronden. o Geconstateerd wordt dat het provinciale Omgevingsplan en de daarbij behorende verordening, aanzienlijke ruimte biedt voor de realisatie van zonneparken in het buitengebied. o In het Sloegebied (concentratiegebied duurzame energie) is recent het Solarpark Scaldia opgeleverd in samenwerking met de gemeente Borssele met een totaal opgewekt vermogen van 50 Mwp. o Verder worden bij een aantal bedrijven in het Sloegebied de technische, bouwkundige en financiële mogelijkheden verkend om op de daken van bedrijven, op grote schaal zonnepanelen te leggen. In totaliteit voor alle beschikbare daken tezamen, zou dit zo maar kunnen gaan om 100 hectare dak. o Bij de scheepswerf Amels in de binnenstad van Vlissingen worden de bedrijfsdaken van de loodsen voorzien van zonnepanelen. Dit levert een opgewekt vermogen op van 1.7 MW en voor de loodsen in Vlissingen Oost van Damen aan de Ritthemsestraat 3.9 MW.

3.3.13 Gemeente Noord-Beveland 

Windenergie: met drie operationele windenergieprojecten wordt 30,5 MW bijgedragen aan de doelstelling voor 2020. De gemeenteraad heeft besloten dat vernieuwing van de bestaande turbines wordt toegestaan, maar dat het totaal aantal turbines niet mag toenemen. Opschaling van de projecten nabij de Oosterscheldekering (Camperwind en Jacobahaven) is in voorbereiding en draagt ca 6 MW extra bij aan de doelstelling voor 2020. Een eventuele toekomstige vernieuwing van de turbines nabij de Zeelandbrug draagt bij aan de doelstelling voor 2030. Zon-PV: de gemeenteraad heeft besloten om in te zetten op zon op dak. Aan zonprojecten op land of water wordt geen medewerking verleend. 78

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

3.4 Infrastructuur en netwerk De elektriciteits- en gasnetten gaan door de energietransitie ingrijpend veranderen. Zo moet het elektriciteitsnet in hoog tempo fors uitgebreid worden. Het is belangrijk dat we deze uitbreidingen samen efficiënt en slim ontwerpen. We betalen immers allemaal mee aan de kosten ervan. Ook neemt elektriciteitsinfrastructuur fysieke ruimte in, waardoor de inpassing een uitdaging kan zijn. De energietransitie heeft ook grote gevolgen voor ons gasnet. In delen van het land zal het gasnet verdwijnen, omdat we onze huizen op een andere manier gaan verwarmen en elektrisch gaan koken. Elders worden delen van het gasnet juist geschikt gemaakt voor duurzame gassen.

Vandaag is het 2030 en overmorgen al 2050 Het realiseren van de netinfrastructuur duurt soms wel meer dan tien jaar, waardoor het voor de netbeheerder vandaag 2030 is, en overmorgen 2050. Alleen wanneer de netbeheerder zo snel mogelijk een goed beeld heeft op het energiesysteem van 2050, kan tijdig gezorgd worden voor en tegen de laagste maatschappelijke kosten voor de juiste energie-infrastructuur om de energietransitie te faciliteren. Dit kan de netbeheerder niet alleen. In de RES kunnen de Zeeuwse partners samen de juiste keuzes te maken. Gezamenlijk moet verder worden gekeken dan 2030.

Uitgangspunten voor het netwerk De energietransitie heeft grote impact op de energie-infrastructuur. Naast de groei van productie (zon en wind) groeit ook de afname (elektrisch koken, verwarmen en rijden). Om de inpassing hiervan op de energie-infrastructuur mogelijk te maken is het noodzakelijk dat overheden en de netbeheerder samen optrekken. De beschikbare capaciteit op het bestaande net is beperkt. Daar waar netuitbreidingen nodig zijn, is vaak sprake van maatwerk. Soms kan een uitbreiding stapsgewijs, soms is het efficiënter om in één keer een grotere netuitbreiding te doen, die voor langere tijd voldoende aansluitcapaciteit garandeert. Forse investeringen zijn nodig om in de toekomst grootschalige hernieuwbare productie te kunnen aansluiten. Daarbij moeten ook keuzes worden gemaakt die gaan over ruimtebeslag in een regio. Daarom is gezamenlijk optrekken bij ontwikkelingen van omgevingsplannen (bestemmingsplannen en verordeningen) en netuitbreidingen cruciaal. Uitgangspunten zijn:   

meer coördinatie op ontwikkelingen; slimmer gebruik maken van het net; verzwaren waar nodig.

Voor de energietransitie is de toename van de productie van hernieuwbare energie van groot belang waaronder de grootschalige opwek van hernieuwbare energie op land. Om voldoende capaciteit op het net te kunnen garanderen, zijn de volgende maatregelen belangrijk:

zorgen voor voldoende transparantie over de mogelijkheden van invoeding van duurzaam opgewekte elektriciteit in het netwerk. Daarmee ontstaat voor initiatiefnemers duidelijkheid over eventuele knelpunten die de voortgang van initiatieven kunnen belemmeren, waardoor tijdig geanticipeerd kan worden;

 

coördinatie op locaties voor duurzame opwek voeren we samen, via de RES; zorgen voor passende regelgeving: o Hervorm de wettelijke redundantie-eis voor invoeders, om meer capaciteit vrij te spelen in het bestaande net. Dit in combinatie met mogelijkheden tot het aftoppen van piekproductie uit wind- en zonneparken, als dat nodig is. o Sta wind en zon samen op één kabel (cable pooling) toe. o Geef financiële ruimte en prikkels voor de netbeheerder om uitbreidingsinvesteringen in de netinfrastructuur te doen waarmee geanticipeerd wordt op daadwerkelijke realisatie van duurzame opwek en toename van verbruik door elektrificatie en de plannen uit de RES. o Versnel de planologische procedures zonder dat daarbij de mogelijkheid van inspraak van de burger in het gedrang komt. o Zorg voor een nieuw wettelijk aansluitkader zodat de netbeheerders kunnen gaan werken met een wensweek in plaats van een vooraf vastgestelde uniforme termijn. o Stimuleer het flexibel elektriciteitsverbruik bij eindgebruikers dicht bij de opweklocaties, zoals de industrie, zodat netverzwaringen kunnen worden uitgesteld c.q. congestieproblemen worden opgelost. o Zorg voor een stimulans en ruimte voor het opslaan van elektriciteit in bijvoorbeeld batterijen of het omzetten in waterstof, om regionale congestie en netverzwaringen te voorkomen.

79

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0

3.4.1 Capaciteit van het elektriciteitsnet Gaandeweg lijken alle energiefuncties (licht, kracht, verwarming en mobiliteit) steeds meer over te schakelen op elektriciteit als energiedrager. De eerste ervaringen tonen aan dat nieuwe elektriciteitsgebruikers zoals laadpalen ten behoeve van elektrische auto’s, elektrische kookplaten en warmtepompen vooral impact hebben op de capaciteitsbehoefte van de lagere netvlakken (10 kV en 0,4 kV). Dat zien we ook in het Zeeuwse elektriciteitsnet terug. De bestaande Zeeuwse elektriciteitsnetten hebben nog capaciteit beschikbaar, maar zijn (nog) niet volledig geschikt voor het aansluiten van alle duurzame initiatieven die verwacht worden als onderdeel van de uitvoering van de RES. De duurzame ontwikkelingen verlangen steeds meer capaciteit. Het vermogen van één zon- of windpark kan het vermogen al overstijgen van de lokale hoogspanningstransformator. Dit leidt ertoe dat de netten moeten worden uitgebreid en verzwaard. Het liefst zo snel mogelijk. Op verschillende netvlakken leidt dit noodzakelijke aanpassingen en investeringen, zowel op de hoogste spanningsniveaus (380 kV en 150 kV – landelijk net van TenneT) als op de lagere spanningsniveaus (50 kV, 20 kV, 10 kV en 0,4 kV – regionale net van Enduris). Vooral de netwerkaanpassingen op de hoogste spanningsniveaus vergen veel tijd.

Dit heeft te maken met de grote afstanden die overbrugd moeten worden, maar ook met het grote aantal belanghebbenden (grondeigenaren, pachters, provincies, gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat (RWS), NS) die bij dergelijke projecten moeten worden betrokken. Een voorbeeld hiervan is de planologische inpassing en aanleg van de nieuwe 380 kV hoogspanningsverbinding tussen Borssele en Tilburg waarmee in 2008 is begonnen en die naar verwachting pas in 2025 volledig operationeel is. Netwerkaanpassingen aan 150 KV-verbindingen kennen een doorlooptijd van minimaal 5 jaar, netwerkaanpassingen op de lagere netvlakken hebben doorgaans een regionaal of lokaal karkater en kunnen beduidend sneller worden uitgevoerd. Maar ook hier zijn doorlooptijden van minimaal een jaar eerder regel dan uitzondering. In veel gevallen is de schaalgrootte van wind- en/of zonneparken zodanig groot dat deze niet zonder meer kunnen worden aangesloten op de netwerken van de regionale netbeheerder. In veel gevallen is uitbreiding van de capaciteit tussen de beheerder van het landelijke hoogspanningsnet (TenneT) en de regionale netbeheerder noodzakelijk. Constructieve samenwerking is dan onmisbaar.

Capaciteit op het Zeeuwse net tot 2030 Voor deze RES is voor de Zeeuwse gemeenten (op hoofdlijnen) in kaart gebracht hoeveel vrije ruimte er momenteel beschikbaar is voor de inpassing van duurzaam opgewekte elektriciteit in de Zeeuwse elektriciteitsnetten. De huidige (historisch gegroeide) netconfiguratie, de elektriciteitsvraag alsook bestaande hoeveelheden opgesteld windturbine-, Warmtekrachtkoppeling (WKK)en zon PV (photo valtic)-vermogen vormden hierbij belangrijke uitgangspunten. Ook is verondersteld dat op ‘duurzame momenten’ (dat wil zeggen momenten waarop het stevig waait en/of de zon fel schijnt) de WKK-eenheden niet produceren (op basis van de dan geldende omstandigheden op de energiemarkt). Een algemene conclusie is dat er in sommige gemeenten significant meer ruimte beschikbaar is dan in andere gemeenten. Het ontsluiten van initiatieven op de infrastructuur van een naburige gemeenten behoort tot de mogelijkheden, zo kan bijvoorbeeld een zonnepark in de gemeente Hulst ontsloten worden via de infrastructuur in Terneuzen. Het ligt dan wel voor de hand dat het park zich vestigt op een gunstige locatie t.o.v. de gemeentegrens. Dus voor een aantal gemeenten is er dus meer netcapaciteit beschikbaar door ‘slim’ gebruik te maken van de infrastructuur van een andere gemeente. Dit heeft onder andere te maken met de aan- of afwezigheid van 150 kV infrastructuur in de regio.

Ook is geraamd op welke termijn de beschikbare injectiecapaciteit kan worden uitgebreid als er nieuwe capaciteitsaanvragen worden ingediend:

Kaart 13: Beschikbare capaciteit in elektriciteitsnet per Zeeuwse gemeente.

80

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 Er kan geconcludeerd worden dat momenteel niet in alle gemeenten de duurzame initiatieven op het netwerk kunnen worden aangesloten en dat in andere gemeenten de capaciteit beperkt beschikbaar is. Uiteraard is het wel mogelijk het netwerk geschikt te maken in de komende jaren. Dat zal ook gebeuren. De doorlooptijd om tot realisatie van deze extra capaciteit te komen is afhankelijk van het type uitbreiding (uitbreiding bestaande locatie/station of volledig nieuw gebouw, spanningsniveau, levertijden componenten, beschikbaarheid middelen). Vanzelfsprekend zullen niet alle stations en verbindingen tegelijkertijd aangepakt kunnen worden. De juiste inzet van middelen (tijd, geld en beschikbare realisatiecapaciteit) is hierbij vanuit het oog van doelmatigheid en laagst maatschappelijke kosten belangrijk. Enduris wil in overleg met gemeenten en provincies periodiek afstemmen welke aanpassing het meeste waarde toevoegt en die vervolgens uitvoeren. De gemeenten kunnen hier meesturen in de keuzes die gemaakt worden in de tijd. Dit kan betekenen dat bepaalde gemeenten en/of stations voorrang krijgen op anderen, maar uiteindelijk komt iedereen aan de beurt voor uitbreiding van capaciteit. Er wordt voor deze werkwijze gekozen omdat:

 Gerichte keuzes gemaakt kunnen worden over inzet van middelen;  Er naar marktpartijen duidelijkheid gecreëerd wordt ten aanzien van de mogelijkheden;  Overleg en samenwerking tussen gemeenten, provincie en de netbeheerder zullen leiden tot snellere processen.

3.4.2 Systeemstudie - Scenario’s naar 2050 Een robuust en adaptief energiesysteem is een voorwaarde om de energietransitie te realiseren. Energiesystemen zullen complexer worden. De vraag naar en het aanbod van energie gaan veranderen. Fossiele brandstoffen worden vervangen door duurzame bronnen die een wisselend aanbod kennen. Netbalans, conversie en opslag van energie worden nieuwe uitdagingen. Op alle schaalniveaus zullen (nieuwe) energiesystemen ontstaan. Nieuwe spelers doen hun intrede op de energiemarkt en energieconsumenten worden tevens energieproducenten.

Toekomstige energiesystemen Het is de vraag hoe we in de toekomst het geïntegreerde energiesysteem ontwerpen en beheren, met behoud van betrouwbaarheid, veiligheid en betaalbaarheid. De ontwikkeling van energie-infrastructuur is kostenintensief en nu nog veelal reactief op de vraagontwikkeling. Daarbij is vaak sprake van een lange doorlooptijd bij de ontwikkeling van energie-infrastructuur. Dit draagt het risico in zich dat energie-infrastructuur niet tijdig de geschikte capaciteit kan bieden die als onderdeel van de energietransitie noodzakelijk. In Zeeland hebben de Provincie, de Vereniging Zeeuwse Gemeenten, North Sea Port, industrieel cluster SDR en de netbeheerders TenneT, Gasunie Transport Services en Enduris het initiatief genomen om een systeemstudie uit te voeren. Deze systeemstudie biedt, met het oog op de lange termijn 2030-2050, inzicht in de mogelijke ontwikkelingen van vraag en aanbod, knelpunten die daarbij ontstaan en een verkenning van de oplossingen hiervoor. De systeemstudie had als doel:  

een gezamenlijke kennisbasis te bieden voor de netbeheerders, SDR, RES Zeeland en het besluitvormingsproces rondom de aanlanding van wind op zee; inzichten bieden in ontwikkelingen in vraag en aanbod, de knelpunten die dan ontstaan gelet op de huidige energieinfrastructuur en een verkenning van oplossingen hiervoor.

Met de volgende onderzoeksvragen is hier invulling aan gegeven:    

Wat is de ontwikkeling van vraag en aanbod van energiedragers in locaties, jaarvolumes en uurprofielen, uitgaande van bestaande plannen en verschillende toekomstscenario’s? Wat is de mogelijkheid om met huidige energie-infrastructuur deze ontwikkelingen te faciliteren, uitgewerkt naar locatie, volume en energiemix? Wat zijn de oplossingen en belemmeringen in de huidige kaders om de energie-infrastructuur in te richten op toekomstige ontwikkelingen? In hoeverre kan sturing gegeven worden aan de ontwikkelingen van vraag en aanbod en van de energie-infrastructuur?

Uitkomst systeemstudie Hoe kunnen in Zeeland de vraag naar energie en het aanbod hiervan zich ontwikkelen van 2020 via 2030 tot 2050? Kan de huidige energie-infrastructuur deze ontwikkelingen faciliteren, en wat zijn dan de opgaven waar Zeeland voor staat?

81

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 In deze systeemstudie zijn vier toekomstbeelden voor de provincie opgesteld. Niet zozeer als realistische of wenselijke blauwdruk, maar om uitersten in kaart te brengen van wat van de infrastructuur kan worden gevraagd. In de praktijk zal een mix van elementen uit alle vier scenario’s gaan plaatsvinden. De studie is een verbijzondering van Net voor de Toekomst (CE Delft, 2017a) en Infrastructure Outlook (Gasunie TenneT, 2019) naar Zeeland, en kent een sterke relatie tot de CUST (Royal HaskoningDHV; Mtech; sitech ; CE Delft, 2019). Elk scenario heeft een ander vertrekpunt vanwaar de energietransitie wordt aangedreven. Scenario Regionale Sturing is gericht op veel lokale opwek, gebruik van lokale warmtebronnen, elektrificatie en energiebesparing. Nationale Sturing gaat uit van wind op zee aan de basis van een waterstofeconomie. Gezien de huidige industrie, met 48 PJ waterstofgebruik, kan in Zeeland de vraag naar groene waterstof sterk groeien. Internationale Sturing gaat uit van import van waterstof en biogas. Generieke Sturing gaat uit van technologieneutrale maatregelen om de markt tot CO2-reductie te bewegen, met als resultaat een mix: aardgas met CCS, elektrificatie, gebruik van warmte en import van biomassa. In de studie zijn deze scenario’s doorgerekend op impact op de infrastructuur.

Hieronder zijn de belangrijkste potentiële knelpunten weergegeven, gaan we in op de opgaven per type infrastructuur en doen aanbevelingen hoe de transitie in goede banen te leiden.

Figuur: Belangrijkste knelpunten die naar voren komen uit de Systeemstudie

Elektriciteitsnet regionale netbeheerder Verzwaring van de elektriciteitsvoorziening naar Schouwen-Duiveland en Tholen is nodig om de groeiende vraag zowel als aanbod te faciliteren. In 2030 zijn hier al knelpunten voorzien, deze treden in alle scenario’s op. Hetzelfde geldt voor de omgeving rondom Hulst (Cambron), rondom Terneuzen-Zuid en rondom Oostburg. Bij Vlissingen zal in 2030 de huidige capaciteit vrijwel maximaal worden aangewend en daar zal rond 2030 verzwaring nodig zijn. Elektrificatie in de industrie kan in Sas van Gent al voor 2030 tot knelpunten leiden. Wanneer de warmtevraag van de gebouwde omgeving wordt geëlektrificeerd, dan kan verzwaring van het netwerk noodzakelijk worden. Hetzelfde geldt voor elektrificatie van mobiliteit. Slim laden kan de noodzaak voor verzwaring vanuit mobiliteit verlichten. Alternatieven zijn verwarming met groengas of waterstof, en mobiliteit met waterstof. Kiest men voor elektrificatie, 82

Regionale Energiestrategie Zeeland RES 1.0 dan is voorbereiding van verzwaring van midden- en laagspanningsnet met de regionale netbeheerder noodzakelijk, ook al voor 2030. Dit vraagt intensieve afstemming tussen Enduris en lokale overheden. Er is meer potentie voor lokale opwek dan nu door de netten kan worden verwerkt. Bij groei boven de huidige ambities van de RES zal flexibiliteit een deel van de oplossingen moeten vormen. Aansluiting op lagere zekerheid, waar in geval van een storing de afname niet meer verzekerd is, vormt een eerste alternatief voor verzwaring. Deze optie is momenteel nog niet in de netcode vastgelegd. Kleinere aansluitingen in combinatie met batterijen kan het aanbod van zonneparken spreiden over de tijd. Dit kan maatschappelijk zinvol zijn, maar wordt door de huidige structuur van nettarieven niet gestimuleerd.

Hoogspanningsnet Het 150 kV-net geeft aanbodknelpunten bij een sterke groei van lokale opwek. Het is zaak voor TenneT om hier, samen met regionale netbeheerder Enduris, de vinger aan de pols te houden. Aansluiting op lagere zekerheid of kleinere capaciteit dan piekvermogen kunnen ook op het hoogspanningsnet bijdragen om knelpunten te voorkomen. Bij windparken vormen (kleine) installaties voor conversie naar waterstof of warmte (Power-to-X) nog een alternatief. Daarnaast kunnen er vraagknelpunten ontstaan in Zeeuws-Vlaanderen. Dit is een kritische factor in de ontwikkeling van daar gevestigde industrie. Grootschalige elektrificatie van de industrie en elektrolyse in Zeeuws-Vlaanderen zouden aanzienlijke verzwaring vereisen. Uitbreiding van de bestaande 150 kV-verbinding onder de Westerschelde wordt niet op voorhand als onhaalbaar aangemerkt. Dit geldt ook voor het aanleggen van een 380 kV-verbinding naar Zeeuws-Vlaanderen als extensie vanuit station Borssele (niet als opname in de ring tussen Rilland en Borssele). Nader onderzoek is nodig en zal door TenneT worden geïnitieerd. Het advies is om daarnaast naar andere oplossingen te kijken. Een alternatief is verbinding via Vlaanderen (BE), waarin echter extra vraagstukken rondom interconnectie moeten worden afgewogen.

Een ander alternatief scenario kan zijn om niet elektriciteit maar een gas naar de industrie in Zeeuws-Vlaanderen te brengen, wat echter impliceert dat de industrie er niet zou elektrificeren en elektrolyse plaatsvindt buiten Zeeuws-Vlaanderen. De ruimte voor flexibiliteit in de industrie zal groeien tot enkele honderden megawatts. Bij elektrolyse op locatie biedt schakelen naar waterstofafname extra ruimte, maar dit vereist aanbod uit de waterstofbackbone of lokale opslag. Flexibiliteit kan bijdragen tijdelijke knelpunten te voorkomen, bijvoorbeeld overschotten uit lokale opwek of vraagpieken in andere sectoren bij windstilte. Structurele knelpunten worden niet voorkomen met flexibiliteit. De 380 kV-verbinding van Borssele naar Rilland voldoet bij 3,5 GW aanlanding wind op zee in Borssele, maar is als knelpunt aangemerkt wanneer daar 6,9 GW wind op zee is aangesloten (scenario 2050 Nationale Sturing). Dergelijke grote aanlanding biedt mogelijkheden voor elektrolyse ten behoeve van industriële vraag naar waterstof. Echter, wanneer in Nederland de elektriciteit gevraagd is, zal er toch transportcapaciteit nodig zijn. Dat roept de vraag op hoe aanlanding van wind op zee in Zeeland meer dan 3,5 GW zich verhoudt tot andere locaties. Bovendien heeft dit impact op de businesscase van elektrolysers.

Waterstofproductie in de regio moet in samenhang worden onderzocht met zowel de lokale vraag naar waterstof en zuurstof, als de nationale elektriciteitsmarkt, alsook transportcapaciteit van elektriciteitsnet en gasnet. Potentiële locaties - Borsele, Zeeuws-Vlaanderen en eventueel Rodenhuize (BE) – kunnen hierop worden vergeleken. Inzichten uit deze studie worden meegegeven aan het lopende onderzoek naar 1 GW elektrolyse.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9921056/1