CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenbundel BUSINESSCASE Werkleerbedrijf versie 1 december compressed

Informatiebijeenkomst 13 december 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Businesscase werkleerbedrijf24.893 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

23

-

Het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf verslechtert. Het nadelige resultaat loopt op van 1,46 miljoen euro in 2022 naar bijna 2,1 miljoen euro in 2026. Nota bene: dit is inclusief de kosten van de ambtenaren die ten laste van de GR komen en andere bedrijfskosten in de GR.

Het vierde onderdeel van de businesscase, het resultaat op re-integratie Perspectiefrijk, heeft als uitgangspunt dat re-integratie, net als in de afgelopen jaren, inclusief de toegerekende overheadkosten, gemiddeld een break-even resultaat laat zien. Deze activiteit leidt op zichzelf niet tot een marge of winst, maar geeft dekking aan een deel van de (vaste) kosten van het Werkleerbedrijf. Onderstaande tabel 6 is gebaseerd op de aanname dat het evenredig deel direct wordt gerealiseerd. Het totale bedrag voor het evenredig deel is 2,985 miljoen euro, exclusief het personeel dat in natura door gemeenten wordt geleverd aan het Werkleerbedrijf (dit gaat om circa 2,5 fte). Tabel 6 Basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

2.985

2.985

2.985

2.985

2.985

Resultaat re-integratie Perspectiefrijk Budgetten en volumes (fte): Beschikbare budgetten gemeenten/Dienst NWF Financieel meerjarenbeeld: Resultaat WLB re-integratie Opbrengsten (budget van gemeenten)

2.985

2.985

2.985

2.985

2.985

Kosten ongesubsidieerd personeel

-2.177

-2.177

-2.177

-2.177

-2.177

-808 -

-808 -

-808 -

-808 -

-808 -

Overige bedrijfskosten (incl. kosten Wsw-personeel) Resultaat re-integratie

3.5

Gehanteerde uitgangspunten basisscenario

Bij de uitwerking van het basisscenario zijn onderstaande uitgangspunten en aannames gehanteerd: - Het aantal Wsw-medewerkers ontwikkelt zich conform de verwachtingen in het verdeelmodel voor het macro deelbudget Wsw (Meicirculaire gemeentefonds 2021). - Het aantal nieuw beschut medewerkers ontwikkelt zich volgens de gemeentelijke taakstellingen vastgesteld door de Rijksoverheid. De Fryske Marren realiseert net als nu 10 plekken extra. - Het deelbudget Wsw ontwikkelt zich conform de Meicirculaire gemeentefonds 2021. - Per Wsw-fte in dienst bij het Werkleerbedrijf blijven de loonkosten en werkgeverslasten Wsw gelijk aan het jaar 2021. De overige personeelskosten per Wsw-fte nemen in de loop van de tijd iets toe vanwege schaalnadelen. - De loonkosten voor Nieuw Beschut Werk en LKS-medewerkers (Participatiewet) zijn gebaseerd op de eerste begroting GR Fryslân-West 2022 - 2026. Hetzelfde geldt voor de loonkostensubsidie en begeleidingsvergoeding voor deze medewerkers. - Bij de netto toegevoegde waarde (NTW) is aangenomen dat de NTW per Wsw-fte en de NTW per fte Nieuw Beschut Werken de komende jaren op het niveau van 2019 blijft. Het jaar 2020 was een Coronajaar en dit heeft een nadelig effect gehad op de NTW. Bij de Wsw is sprake van twee belangrijke ontwikkelingen die een tegengesteld effect hebben.

Op de eerste plaats worden de Wsw-medewerkers gemiddeld ouder door de stop op de instroom. Dit heeft een neerwaarts effect op de NTW per fte door toename van de beperking en/of hoger verzuim. Aan de andere kant kan door het afnemend aantal Wsw-medewerkers leegloop worden beperkt en minder lucratieve opdrachten worden beëindigd. Dit heeft een opwaarts effect op de NTW per Wsw-fte. De afgelopen jaren is, uitgezonderd in het Coronajaar 2020, de NTW per Wsw-fte bij Empatec nog toegenomen. - De kosten voor het ongesubsidieerd personeel zijn gebaseerd op een opgave van Empatec over de benodigde totale formatie ongesubsidieerd personeel. Gerekend is met gemiddelde loonkosten per fte van 76.000 euro gebaseerd op 2020 en een indexatie van 3% voor 2021. - In de kosten voor ongesubsidieerd personeel zijn ook de loonkosten opgenomen van de ambtenaren die ten laste komen van de GR. - Bij de afschrijvingen is verondersteld dat deze niet evenredig kunnen worden teruggebracht met de afname van het aantal gesubsidieerde medewerkers. Verondersteld is dat de afschrijvingen met 0,5% afnemen wanneer het aantal gesubsidieerde medewerkers met 1% afneemt (in economische

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

24

-

3.6

termen: de afschrijvingen hebben een elasticiteit van 0,5 t.o.v. de ontwikkeling van het aantal gesubsidieerde medewerkers). Bij de overige bedrijfskosten is door Empatec gekeken welke besparingen mogelijk zijn: o De huisvestingskosten zijn moeilijk terug te brengen of er zouden drastische maatregelen moeten worden genomen (sluiten vestiging Franeker, met daarbij sterk toenemende reistijden en reiskosten voor medewerkers). o De kosten voor energie en verzekeringen zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. o Bij de indirecte productiekosten, de kosten externe dienstverlening en inleen personeel en de overige bedrijfskosten, is voor 2022 uitgegaan van het niveau van deze kosten in 2017. In de jaren daarop waren deze kosten, deels door transitiekosten, aanmerkelijk hoger. Na 2022 is uitgegaan van een afname van deze kosten, net als bij de afschrijvingen met een elasticiteit van 0,5. Empatec geeft aan vanaf 2020 al stappen hierin te hebben gemaakt en de kosten voor de infrastructuur in 2022 met 10% te gaan reduceren. o Ook voor de leasekosten vanaf 2022 is een elasticiteit van 0,5 aangenomen. Er is uitgegaan van de totale budgetten (evenredig deel Perspectiefrijk, boven-evenredig deel Perspectiefrijk en budget Pluspakket) die de gemeenten gaan inbrengen voor de re-integratie van de categorie Perspectiefrijk. Er is gerekend met het prijsniveau van 2021.

De gebruikte gegevens uit de Meicirculaire 2021 gaan namelijk ook uit van constante prijzen. Samenvatting

Tabel 7 geeft een samenvatting van het voorafgaande. Het totaal resultaat verbetert tussen 2022 en 2026 met meer dan 1,1 miljoen euro. Dit is vooral de resultante van de verbetering (met 1,9 miljoen euro) van het subsidieresultaat Wsw en een verslechtering van het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf (met 640.000 euro). Per arbeidsjaar (SE) Wsw is het exploitatietekort in 2022 iets meer dan 3.000 euro. Dit verbetert tot ruim 2.200 euro per Wsw-arbeidsjaar in 2026. Dit zijn de bedragen die gemeenten zouden moeten betalen als gemeentelijke bijdrage om het Werkleerbedrijf een solide basis te geven. De gemeentelijke bijdrage per arbeidsjaar Wsw kan dus in stapjes omlaag naar ruim 2.200 euro. De totale gemeentelijke bijdrage loopt dus terug van 2,6 miljoen in 2022 naar 1,46 miljoen in 2026. Dit als gevolg van de afname van het aantal arbeidsjaren Wsw en de hogere Rijksbijdrage per Wsw-arbeidsjaar. Tabel 7 Samenvatting basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subsidieresultaat Wsw

-546

-147

275

806

1.331

Subsidieresultaat NBW en LKS

-600

-651

-650

-647

-690

Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

-1.457

-1.639

-1.867

-1.945

-2.098

Financieel resultaat re-integratie

-

-

-

-

-

Totaal financieel resultaat

-2.603

-2.438

-2.242

-1.786

-1.457

Per arbeidsjaar Wsw (in euro 1)

-3.074

-3.056

-2.965

-2.540

-2.225

3.7

De businesscase met het evenredig deel en het boven-evenredig deel Perspectiefrijk en het budget voor het pluspakket

In de paragrafen 3.4 tot en met 3.6 is ervan uitgegaan dat het evenredig deel Perspectiefrijk direct wordt gerealiseerd. Dit is echter niet het geval omdat hiervoor een ingroei-model wordt voorgesteld. Het ingroeimodel heeft de eerste jaren een nadelig effect op het totale financiële resultaat van het Werkleerbedrijf omdat een kleiner deel van de bedrijfskosten kan worden gedekt vanuit de re-integratie activiteiten. Dit effect zal zich echter in de praktijk niet voordoen omdat De Fryske Marren een bovenevenredig deel voor re-integratie inbrengt en De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân een relatief omvangrijk pluspakket inbrengen. De businesscase baseren we vanaf hier op het totaal bedrag voor reintegratie dat door de gemeenten wordt voorgesteld, dus het evenredig deel, het boven-evenredig deel en het budget voor het pluspakket.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

25

Dit is verwerkt in de hierna opgenomen tabellen 8, 9 en 10. Tabel 8 Basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

790,9 708,8 82,1 64,6 23,0 796,4

744,9 667,6 77,3 69,8 25,0 762,4

706,1 632,8 73,3 73,3 27,0 733,1

656,8 588,6 68,2 79,2 29,0 696,8

611,5 548,0 63,5 83,5 31,0 662,6

24.472 -25.018 -546

23.433 -23.580 -147

22.641 -22.366 275

21.628 -20.822 806

20.735 -19.404 1.331

1.478 -2.078 -600

1.600 -2.251 -651

1.725 -2.375 -650

1.896 -2.543 -647

2.022 -2.712 -690

12.341 10 12.351 -8.103 -998 -4.603 -13.704 -1.353

11.786 15 11.801 -7.596 -977 -4.475 -13.048 -1.247

11.321 20 11.341 -7.212 -958 -4.356 -12.526 -1.185

10.719 25 10.744 -6.564 -934 -4.219 -11.717 -974

10.163 30 10.193 -6.262 -911 -4.147 -11.320 -1.127

Volumes (fte): Wsw (1) - waarvan Wsw in dienst WLB (1a) - waarvan begeleid werken Wsw (1b) Nieuw beschut in dienst (2) Andere kandidaten Participatiewet in dienst (3) Totaal in dienst WLB (1a, 2 en 3) Financieel meerjarenbeeld: Subsidieresultaat Wsw Deelbudget Wsw Personeelskosten Wsw Subsidieresultaat Wsw Resultaat nieuw beschut en LKS-medewerkers Loonkosten- en begeleidingssubsidie NBW en LKS Loonkosten NBW en LKS Resultaat NBW en LKS Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf Netto toegevoegde waarde Andere opbrengsten Totaal baten Kosten ongesubsidieerd personeel Afschrijvingen Overige bedrijfskosten Totaal lasten Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

Tabel 8 laat de eerste drie onderdelen van de businesscase zien. Ten opzichte van de situatie waarin het evenredig deel direct zou worden gerealiseerd (zie paragraaf 3.4) wijzigt alleen het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf. Door het hogere volume van re-integratie verbetert het bedrijfsresultaat. In 2022 wordt het bedrijfsresultaat circa 100.000 euro voordeliger. In de jaren daarna loopt de verbetering op tot circa 970.000 euro in 2026. Tabel 9 laat de omvang van de re-integratie Perspectiefrijk zien uitgaande van evenredig deel, bovenevenredig deel en budget pluspakket Het resultaat op re-integratie is wederom nihil, maar een groter deel van de (vaste) kosten van het Werkleerbedrijf wordt gedekt uit de re-integratieactiviteiten. Tabel 9 Basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

3.097

3.409

3.721

4.034

4.032

Resultaat re-integratie Perspectiefrijk Budgetten en volumes (fte): Beschikbare budgetten gemeenten/Dienst NWF Financieel meerjarenbeeld: Resultaat WLB re-integratie Opbrengsten (budget van gemeenten)

3.097

3.409

3.721

4.034

4.032

Kosten ongesubsidieerd personeel

-2.258

-2.485

-2.713

-2.941

-2.940

-839 -

-923 -

-1.008 -

-1.092 -

-1.092 -

Overige bedrijfskosten (incl. kosten Wsw-personeel) Resultaat re-integratie

Tabel 10 geeft de samenvatting van de businesscase. In 2022 komt het nadelige saldo uit op bijna 2,5 miljoen euro. Het nadelige saldo neemt vervolgens gestaag af naar 486.000 euro nadelig in 2026. Deze verbetering heeft in dit geval zowel te maken met een verbetering van het subsidieresultaat Wsw als met een verbetering van het bedrijfsresultaat. De genoemde bedragen zouden de gemeenten moeten

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

26

bijdragen om het Werkleerbedrijf continuïteit te bieden. De gemeentelijke bijdrage per arbeidsjaar/SE Wsw daalt van circa 2.950 euro in 2022 tot ruim 740 euro in 2026. Tabel 10 Samenvatting basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subsidieresultaat Wsw

-546

-147

275

806

1.331

Subsidieresultaat NBW en LKS

-600

-651

-650

-647

-690

Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

-1.353

-1.247

-1.185

-974

-1.127

Financieel resultaat re-integratie

-

-

-

-

-

Totaal financieel resultaat

-2.499

-2.045

-1.559

-814

-486

Per arbeidsjaar Wsw (in euro 1)

-2.952

-2.564

-2.063

-1.158

-743

3.8

Ambitie directie Empatec

Paragraaf 3,7 laat zien dat in het basisscenario, het totaal financieel resultaat negatief blijft. 1) Het subsidieresultaat voor nieuw beschut werk (NBW) en LKS-medewerkers is negatief. Het tekort loopt langzaam op. Dit zou kunnen worden beperkt wanneer gemeenten voor nieuw beschut medewerkers standaard 70% van het wettelijk minimumloon als loonkostensubsidie te betalen. De gemiddelde loonkostensubsidie is nu 58% van het wettelijk minimumloon. In veel Participatiebedrijven wordt standaard 70% aangehouden. Dit maakt ook dat de kosten worden gedragen door de gemeente die de plek realiseert. Het vermindert het nadelige subsidietekort met 165.000 euro (in 2022) en 240.000 euro (in 2026). 2) Het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf is negatief. Dit beeld wijkt af van de landelijke benchmark en van andere soortgelijke bedrijven. Door in te zetten op de verbetering van het bedrijfsresultaat kan het Werkleerbedrijf het totaal resultaat verbeteren. Empatec heeft die lijn al ingezet en er de directie van Empatec heeft in het proces van de businesscase aangegeven dat deze lijn verder wordt voortgezet en tot resultaten leidt. Daarbij past wel de opmerking dat er sprake is van een dubbele opgave. Het Werkleerbedrijf moet immers ook de krimp opvangen die het gevolg is van de uitstroom van Wsw-medewerkers. Het effect van de ingezette lijn wordt ook zichtbaar in het resultaat van 2021.

Een voorlopige prognose voor 2021 wijst uit dat het resultaat van de NV, zonder rekening te houden met Coronasteun, beperkt negatief zal zijn. De directie meldt dat die lijn van verbeteringen ook zichtbaar zal zijn in de begroting 2022 van de NV4. 3.8.1

Ambitie directie: nuloptie.

De directie van Empatec heeft in het proces van de businesscase aangegeven dat de directie voor de NV Empatec (inclusief re-integratie) een zogenoemde nuloptie realistisch acht voor de periode 2022 2026. Dat betekent dat de bedrijfskosten van de NV volledig worden gedekt uit de opbrengsten uit de inzet van de gesubsidieerde medewerkers en uit de opbrengsten uit re-integratie activiteiten. Voor de NV is géén gemeentelijke bijdrage nodig. Daarbij hanteert de directie de volgende voorwaarden: -

-

4

Het jaarlijkse tekort in de GR komt voor rekening van de aan de GR deelnemende gemeenten. Daarbij wordt uitgegaan van de kostenverdeling tussen GR en NV zoals die nu wordt gehanteerd. De afgesproken volumes aan re-integratie worden gerealiseerd. De dubbele opgave van het Werkleerbedrijf (verbeteren bedrijfsresultaat en opvangen krimp Wsw), kan het Werkleerbedrijf alleen uitvoeren als het werkvolume van de Participatiewet de komende jaren toeneemt. Daarmee wordt niet de totale afname van de Wsw gecompenseerd, maar is wel sprake van een voldoende omvangrijk werkpakket voor het totale Werkleerbedrijf. De opdrachten worden toegekend op basis van een dienstverleningsovereenkomst zonder aanbesteding. Gemeenten continueren de overige opdrachten die op dit moment aan Empatec worden verstrekt (groen, brugwachters, enzovoort).

Op het moment van verschijnen van deze businesscase is deze echter nog niet beschikbaar.

.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

27

-

Er is gedurende vier jaar (2022 tot en met 2025) een budget van € 500.000 per jaar beschikbaar voor transitiekosten.

In het implementatieplan wordt uitgewerkt op welke wijze de nuloptie voor de NV wordt gerealiseerd. In de volgende paragraaf wordt zichtbaar wat de nuloptie voor de NV betekent voor de gemeentelijke bijdragen. Investeren in duurzaamheid

De directie van Empatec acht het aannemelijk het Werkleerbedrijf de komende jaren wil en moet investeren in duurzaamheid. Het hieruit voortvloeiende investeringsvraagstuk, zal bij het opstellen van het implementatieplan worden meegenomen. 3.9

Resultaat GR en NV in de businesscase

Hierna is tabel 11 het resultaat van de GR in de businesscase opgenomen. Tabel 12 laat de aansluiting zien tussen de businesscase voor de GR en de begroting 2022 van de GR. In tabel 13 is het resultaat van de NV opgenomen. Hierbij is uitgegaan van de huidige afspraken over de toedeling van opbrengsten en kosten aan GR en de NV. 3.9.1

Gemeenschappelijke regeling

De kosten in de GR bestaan uit het saldo van de Rijksbijdrage Wsw en de personeelskosten Wsw (het subsidieresultaat), het subsidieresultaat NBW en LKS, de vergoeding aan de NV voor de begeleiding van begeleid werkenden, de vergoeding aan de NV voor de personeels- en salarisadministratie en het medisch vervoer, de kosten van de ambtenaren die ten laste komen van de GR en de overige kosten in de GR (voor secretaris, controller en de accountant). Op het subsidieresultaat Wsw dat grotendeels in de GR valt, moet echter een correctie worden gemaakt omdat afgesproken is dat een deel van de personeelskosten Wsw voor rekening van de NV zijn. Dit betreft bijvoorbeeld de kosten voor de bedrijfsgeneeskundige dienst, kosten voor trainingen/opleidingen en kosten voor werkkleding. Tabel 11 Resultaat GR (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subsidieresultaat Wsw Waarvan personeelskosten in de NV Subsidieresultaat NBW en LKS Vergoeding GR aan NV voor begeleiding begeleid werkenden Vergoeding GR aan NV voor personeels/salarisadm. Kosten ambtenaren in de GR Overige kosten GR

-546 413 -600 -254 -567 -498 -115

-147 395 -651 -239 -550 -453 -115

275 380 -650 -227 -536 -453 -115

806 361 -647 -211 -517 -347 -115

1.331 343 -690 -197 -500 -200 -115

Totaal saldo GR

-2.167

-1.761

-1.325

-670

-27

Aantal SE Per SE (in euro 1)

846,8 -2.559

797,6 -2.208

756,1 -1.753

703,3 -953

654,8 -41

Op basis van de huidige kennis van de landelijke ontwikkeling van het subsidiebedrag, gaat het tekort in de GR omlaag van bijna 2,2 miljoen euro in 2022 naar 27.000 euro in 2026. Deze wordt grotendeels verklaard uit de verbetering van het subsidieresultaat Wsw. Het risico bestaat dat de Rijsoverheid op enig moment het macrobudget voor de Wsw gaat verlagen waardoor het subsidieresultaat verslechtert. Hierop kunnen de gemeenten weinig invloed uitoefenen. Deze businesscase is gebaseerd op de meest recente inzichten, onder andere de Meicirculaire 2021 en wijzigingen in het aantal ambtenaren ten laste van de GR. Daarom wijken de bedragen in tabel 11 af van de vastgestelde begroting 2022 van de GR. De tabel hieronder laat voor het jaar 2022 de verschillen zien tussen begroting 2022 en businesscase. Onder de tabel worden de oorzaken van de verschillen geduid.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

28

Tabel 12 Resultaat (in euro 1.000) Rijksbijdrage Wsw Loonkosten Wsw Lage inkomensvoorziening Loonkostensubsidie begeleid werken Deel subsidieresultaat in GR

Begroting GR 2022 24.306 -23.446 379 -1.530 -291

Subsidieresultaat NBW en LKS Vergoeding GR aan NV begeleid werkenden Vergoeding GR aan NV voor personeels/salarisadm. Kosten ambtenaren in de GR Overige kosten GR

-1.454 3) -133 4)

-600 -254 -567 -620 -115

-600 -254 -567 -498 5) -115

4

- 6)

-2.443 2.540 97

-2.167 2.167 7) -0

Overige opbrengsten Totaal saldo GR Gemeentelijke bijdrage Saldo na gemeentelijke bijdrage

BusinessToeliichting case 2022 24.472 1) -23.152 2)

1. Rijksbijdrage Wsw in 2022 bovenwaarts bijgesteld door Meicirculaire 2021. 2. Loonkosten Wsw gebaseerd op prognose 2021 en extrapolatie voor 2022, inclusief Lage inkomensvoorziening op de volgende regel. 3. Aangepast op prognose voor 2021 en verwachte uitstroom begeleid werkenden in 2022. 4. Resultante van het voorafgaande, ander deel subsidieresultaat zit in NV. 5. Aangepast aan wijzigingen in het aantal fte ambtenaren ten laste van de GR. 6. Kleine post, niet meegenomen in Businesscase. 7. Gemeentelijke bijdrage wordt in de businesscase bepaald op basis van een nulresultaat in de GR. 3.9.2

Naamloze vennootschap

Het beeld voor de NV wordt weergegeven in tabel 13. Het financiële saldo in de NV wordt bepaald door het bedrijfsresultaat en een aantal posten waarvoor moet worden gecorrigeerd vanwege de afspraken over de kostenverdeling tussen de GR en de NV. Zo valt een deel van de personeelskosten Wsw (onderdeel van het subsidieresultaat) in de NV. De NV ontvangt van de GR vergoedingen voor een aantal diensten (de vergoedingen van de GR en de opbrengsten daarvan in de NV zijn bij de berekening van het bedrijfsresultaat voor het geheel tegen elkaar weggestreept). De kosten voor de ambtenaren in de GR zijn ook opgenomen in het bedrijfsresultaat, maar worden door de GR gedragen. Hetzelfde geldt voor de overige kosten in de GR. Tabel 13 Resultaat NV (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Bedrijfsresultaat Wsw

-1.353

-1.247

-1.185

-974

-1.127

Personeelskosten in de NV Vergoeding GR aan NV voor begeleiding begeleid werkenden Vergoeding GR aan NV voor personeels/salarisadm.

-413

-395

-380

-361

-343

254

239

227

211

197

567

550

536

517

500

Kosten ambtenaren in de GR

498

453

453

347

200

Overige kosten GR

115

115

115

115

115

Totaal saldo NV

-332

-284

-234

-144

-459

Bovenstaande laat zien dat het saldo van de NV in de jaren 2022 – 2025 verbetert tot bijna 145.000 euro nadelig in 2025. In 2026 neemt het nadelige saldo weer toe tot circa 460.000 euro. In de nuloptie van de directie van Empatec worden deze bedragen tot nul teruggebracht. Dit betekent dat de NV in de beschouwde periode zonder verdere bijdrage van de gemeente moet kunnen draaien omdat opbrengsten en kosten minimaal in evenwicht zijn. Dit is een inspanningsverplichting voor de NV.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

29

Er wordt geen winst nagestreefd, maar mocht in enig jaar winst worden gemaakt dan zal conform de daarvoor geldende regels worden bezien of er aanleiding is om dividend uit te keren aan de aandeelhouder (de gemeenschappelijke regeling). De nuloptie wordt verder uitgewerkt in het implementatieplan in samenwerking met de gemeenten en de GR. In de nuloptie zijn geen transitiekosten meegenomen. Deze transitiekosten zijn separaat in beeld gebracht. Zie hoofdstuk 12 van de businesscase. 3.10 Gemeentelijke bijdragen 3.10.1 Gemeenschappelijke regeling In de nuloptie is de gemeentelijke bijdrage uitsluitend bedoeld om het saldo in de GR aan te zuiveren. Uit tabel 11 blijkt dat de gemeentelijke bijdrage aan de GR, op basis van de huidige rijkssubsidie, tussen 2022 en 2026 zal afnemen. Van bijna 2,2 miljoen euro in 2022 naar 27.000 euro in 2026. Per arbeidsjaar of SE Wsw loopt de gemeentelijke bijdrage terug van ruim 2.550 euro in 2022 naar 41 euro in 2026. In tabel 14 wordt dat nogmaals duidelijk aangegeven. Tabel 14

3.10.2 Naamloze vennootschap Er is geen reguliere gemeentelijke bijdrage aan de NV nodig. Hierbij is nog niet het duurzaamheidsvraagstuk betrokken. Afhankelijk van de invulling daarvan is het aannemelijk dat hieruit een investeringsvraag zal voortvloeien dat gevolgen kan hebben op het resultaat van Empatec. Hierover zal, onder andere tijdens het opstellen van het implementatieplan, nader overleg tussen de samenwerkende partijen plaatsvinden. 3.11 Vier aanvullende opties In aanvulling op het basisscenario zijn ook enkele opties opgesteld. Voor elk van deze opties is berekend, welk effect deze hebben op het financieel resultaat van het Werkleerbedrijf. 1. Extra nieuw beschut werken plekken In deze optie wordt het volume nieuw beschut verhoogd, bijvoorbeeld door wijzigingen in landelijk beleid als gevolg van het initiatiefvoorstel ‘Aan de slag in Sociaal Ontwikkelbedrijven’. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de extra inzet van 10 plekken van De Fryske Marren in dat geval komt te vervallen. 2. Tijdelijk dienstverband Pw.-kandidaten detachering In deze optie laten wordt zichtbaar wat het effect is als gemeenten meer andere kwetsbare kandidaten uit de doelgroep Pwet een (tijdelijk) dienstverband bieden bij het Werkleerbedrijf en via een detacheringsfaciliteit detacheren bij werkgevers (route 2A beschreven bij de dienstverlening Perspectiefrijk). 3.

Tijdelijk dienstverband Pw.-kandidaten in vakbedrijven In deze optie wordt duidelijk wat het effect is als gemeenten meer andere kwetsbare kandidaten uit de doelgroep Pwet een (tijdelijk) dienstverband bieden bij het Werkleerbedrijf en tijdelijk laten werken bij de vakbedrijven met als doel om zo snel mogelijk door te stromen naar een betaalde baan bij een werkgever (route 2B beschreven bij de dienstverlening Perspectiefrijk). 4. Extra ambitie re-integratieactiviteiten Perspectiefrijk via het Werkleerbedrijf

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

30

Deze optie laat zien wat het effect op het financieel resultaat van het Werkleerbedrijf is, als de ambitie voor Perspectiefrijk wordt verhoogd. 3.12 Uitwerking optie 1: In deze optie wordt zichtbaar wat het effect op de vier onderdelen van de businesscase is, wanneer het aantal nieuw beschut plekken bij het Werkleerbedrijf wordt verdubbeld t.o.v. de huidige taakstelling. De inzet van 10 extra plekken boven de taakstelling door De Fryske Marren komt in deze optie dus te vervallen. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - De NTW per fte is gemiddeld 3.500 euro lager dan voor de Wsw-medewerkers. Dit is gebaseerd op een raming van de huidige verdeling van de nieuw beschut medewerkers over de verschillende vakbedrijven. Nieuw beschut medewerkers zullen meer dan de Wsw-medewerkers werkzaam zijn in vakbedrijven met een lagere NTW per fte. - Voor de kosten voor ongesubsidieerd personeel en de overige bedrijfskosten per fte nieuw beschut werken is uitgegaan van de gemiddelde integrale kosten per gesubsidieerde fte in het basisscenario. Vervolgens is aangenomen, analoog aan de krimp van het aantal gesubsidieerde medewerkers in het basisscenario, dat de uitbreiding van nieuw beschut werk met 1 fte leidt tot een toename van de kosten met de helft van de integrale kosten voor 1 fte omdat er vanuit de krimp van de Wsw overcapaciteit in de organisatie bestaat.

In de hierna opgenomen tabel 15 is een samenvatting van deze optie: Tabel 15 Samenvatting met optie 1 (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subsidieresultaat Wsw

-546

-147

275

806

1.331

Subsidieresultaat NBW en LKS

-798

-867

-881

-897

-955

Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

-1.114

-985

-905

-671

-807

Financieel resultaat re-integratie

-

-

-

-

-

Totaal financieel resultaat

-2.458

-2.000

-1.511

-762

-431

Per arbeidsjaar Wsw (in euro 1)

-2.902

-2.507

-1.998

-1.083

-658

De tabel geeft het volgende beeld: - Het subsidieresultaat Wsw wijzigt niet t.o.v. het basisscenario. - Het subsidieresultaat Nieuw Beschut Werk/LKS wordt negatiever. Dit weerspiegelt de beperkte middelen die de Rijksoverheid ter beschikking stelt voor deze voorziening. - Het bedrijfsresultaat verbetert met deze optie t.o.v. het basisscenario doordat de netto toegevoegde waarde sterker toeneemt dan de kosten voor het ongesubsidieerd personeel en de overige bedrijfskosten. - Het totaalresultaat verbetert iets ten opzichte van het basisscenario, met circa 40.000 tot 55.000 euro per jaar. - Per saldo leidt deze optie dus tot a) meer mensen met een beperking werkzaam in Nieuw Beschut Werk en b) een beperkte verbetering van het financieel resultaat van het Werkleerbedrijf met circa 40.000 tot 50.000 euro in elk jaar. - Het laatste kan verder worden verbeterd als gemeenten voor elke nieuw beschut werkende een loonkostensubsidie van 70% van het wettelijk minimumloon verstrekt. Nu is dat gemiddeld van 58%. Dat betekent dat gemeenten het tekort op Nieuw Beschut Werk voor een groter deel aan de voorkant gaan financieren in plaats van aan de achterkant via de gemeentelijke bijdrage. 3.13 Uitwerking optie 2 Het komt voor dat werkgevers een kandidaat uit de categorie Perspectiefrijk een kans willen geven, maar dat aarzelen om direct een arbeidsovereenkomst aan te bieden.

Vaak omdat ze het risico te groot achten. Veel Participatiebedrijven in Nederland hebben de mogelijkheid om in zo’n situatie een kandidaat gedurende maximaal twee jaar te detacheren. Ook het keuzedocument bepreekt deze mogelijkheid. Het uiteindelijke doel om de kandidaat na het tijdelijk dienstverband, in dienst te laten treden bij de werkgever.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

31

Het gaat om een beperkt volume. Optie 2 gaat uit van 10 tijdelijke dienstverbanden in 2022. Dit loopt elk jaar op met 10 tijdelijke dienstverbanden tot 50 in 2026. Met deze aantallen kan, zonder al te grote risico’s, ervaring worden opgedaan met het detacheren van kandidaten uit de categorie Perspectiefrijk en kan worden gevolgd wat de effecten zijn voor kandidaten en gemeenten. Eventueel kan deze optie als pilot of experiment worden ingezet. Bij deze optie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - Het gaat om tijdelijke dienstverbanden met een maximale (opeenvolgende) duur van 2 jaar. - De kandidaten wordt het wettelijk minimumloon betaald. - De kosten voor ongesubsidieerd personeel en de overige bedrijfskosten zijn voor detacheringen doorgaans aanmerkelijk lager dan voor interne plekken bij vakbedrijven. Er is daarom gerekend met de landelijk gemiddelde kosten in 2019, die lager zijn dan de kosten in het basisscenario voor het Werkleerbedrijf. - Er wordt aangenomen dat een uitbreiding van 1 fte LKS leidt tot verhoging van de kosten met de helft van de integrale kosten voor 1 fte, vanwege de overcapaciteit die er is vanuit de krimp van de Wsw en de niet evenredig afname van de kosten op grond daarvan. - Er is vanuit gegaan dat het gaat om mensen met een arbeidsbeperking uit de doelgroep garantiebanen.

Voor deze mensen geldt de no-risk polis en kan aanspraak worden gemaakt op een loonkostenvoordeel van 2.000 euro per jaar voor een periode van maximaal 3 jaar. - Er is uitgegaan van het gemiddelde detacheringstarief voor Wsw-medewerkers in 2019 (15.200 euro per fte) met een risico-opslag van 20%. - De gemeenten betalen gemiddeld een loonkostensubsidie van 50% van het wettelijk minimumloon aan het Werkleerbedrijf; - De gemeenten betalen een begeleidingsvergoeding van 4.000 euro per jaar per baan van gemiddeld 25,5 uur (de Rijksoverheid gaat ervan uit dat een banenafspraakbaan of garantiebaan voor gemiddeld 25,5 uur per week is) aan het Werkleerbedrijf. In tabel 16 zijn de effecten van deze optie op de onderdelen van het basisscenario opgenomen: Tabel 16 Samenvatting met optie 2 (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subsidieresultaat Wsw

-546

-147

275

806

1.331

Subsidieresultaat NBW en LKS

-669

-789

-857

-923

-1.035

Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

-1.223

-986

-793

-452

-475

Financieel resultaat re-integratie

-

-

-

-

-

Totaal financieel resultaat

-2.438

-1.923

-1.375

-569

-180

Per arbeidsjaar Wsw (in euro 1)

-2.879

-2.410

-1.819

-809

-275

De tabel geeft het volgende beeld: -

-

Het subsidieresultaat Wsw wijzigt niet t.o.v. het basisscenario. Het subsidieresultaat Nieuw Beschut Werk en LKS wordt ten opzichte van het basisscenario negatiever. Het effect is bijna 70.000 euro in 2022 en 345.000 euro in 2026. Daar staat tegenover dat het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf verbetert ten opzichte van het basisscenario. Het voordelige effect is circa 130.000 euro in 2022 en 650.000 euro in 2026. Per saldo leidt dit tot een verbetering van het financieel resultaat van het Werkleerbedrijf. Het effect is ruim 60.000 euro in 2022 en ruim 300.000 in 2026. Randvoorwaarde hiervoor is wel dat de werkgevers gemiddeld genomen de detacheringsvergoeding betalen waarmee is gerekend (gemiddeld tarief Wsw + 20% risico-opslag). Het belangrijkste effect is echter dat er meer kandidaten uit de Participatiewet duurzaam aan het werk kunnen komen. Zie hiervoor bijlage 3 voor micro-businesscases voor Nieuw Beschut Werk, LKS detachering en LKS met werk in de vakbedrijven.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

32

3.14 Uitwerking optie 3 Voor sommige kandidaten is een vrij lang traject nodig bij Pastiel. Aan het eind van het traject wordt iemand geplaatst bij een werkgever. Voor sommige kandidaten blijkt dit dan nog steeds een brug te ver. Als de kandidaat wel gemotiveerd is en ook nog stapjes maakt in zijn/haar ontwikkeling, kan een tussenstap zijn dat hij/zij een tijdelijke baan krijgt bij het Werkleerbedrijf en gaat werken in één van de vakbedrijven. Het doel is om zo snel mogelijk de stap te maken naar een baan bij een werkgever, al dan niet tijdelijk via de detacheringsfaciliteit (zie optie 2). Optie 3 gaat uit van 5 fte in 2022 en 25 fte in 2026. De verdere uitgangspunten zijn gelijk aan de uitgangspunten de optie 2, behalve voor de uitvoeringskosten en de netto toegevoegde waarde: - Voor de kosten voor ongesubsidieerd personeel en overige personeelskosten is gerekend met de gemiddelde kosten per gesubsidieerde fte in het basisscenario en vervolgens weer met de elasticiteit van 0,5. - In deze optie werken de mensen in één van de vakbedrijven. Voor de NTW is de gemiddelde NTW per gesubsidieerde fte in 2019 gehanteerd (2020 is geen representatief jaar vanwege Corona). In onderstaande tabel zijn de effecten van deze optie op de onderdelen van het basisscenario opgenomen: Tabel 17 Samenvatting met optie 3 (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subsidieresultaat Wsw

-546

-147

275

806

1.331

Subsidieresultaat NBW en LKS

-635

-720

-754

-785

-863

Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

-1.309

-1.158

-1.051

-796

-905

Financieel resultaat re-integratie

-

-

-

-

-

Totaal financieel resultaat

-2.490

-2.025

-1.530

-775

-437

Per arbeidsjaar Wsw (in euro 1)

-2.940

-2.539

-2.023

-1.101

-667

De tabel geeft het volgende beeld: - Met deze optie wijzigt het subsidieresultaat Wsw niet t.o.v. het basisscenario. - Het subsidieresultaat nieuw beschut werken / LKS wordt negatiever: 35.000 euro in 2022 en 175.000 euro in 2026. - Het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf verbetert ook in optie 3 ten opzichte van het basisscenario: het effect is bijna 45.000 euro in 2022 en ruim 220.000 euro in 2026. - Het totaal financieel resultaat wijkt hierdoor niet veel af van het basisscenario. - Het belangrijkste effect is ook in optie 3 dat er meer mensen uit de categorie Perspectiefrijk met een arbeidsbeperking aan het werk zijn. 3.15 Uitwerking optie 4 Optie 4 gaat uit van een verhoogd niveau van de re-integratieactiviteiten die de gemeenten via het Werkleerbedrijf uitvoeren. Op de uitvoering van re-integratie wordt vaak geen marge of winst gemaakt. Een verhoogd niveau van activiteiten heeft echter wel als effect dat een groter deel van de kosten en de overhead van het Werkleerbedrijf kunnen worden gedekt door de opbrengsten uit reintegratieactiviteiten. Hierdoor wordt de overcapaciteit die ontstaat door de krimp van de Wsw deels opgevangen. Dit kan natuurlijk niet onbeperkt; daarom wordt in deze optie uitgegaan een toename van het niveau van re-integratie van 750.000 euro t.o.v. van het evenredig en boven-evenredig deel. Dit om te laten zien wat de potentiële effecten zijn.

Er is in deze optie aangenomen dat van de extra personele inzet inclusief overhead die nodig is om het verhoogde niveau van re-integratie uit te voeren, de helft kan worden ingezet vanuit de overcapaciteit die ontstaat door de krimp van de Wsw. Bij de overige kosten is daarvoor een percentage van 70% aangenomen omdat de overige kosten voor een groot deel op korte termijn vast zijn en onafhankelijk van een uitbreiding van het activiteitenniveau.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

33

In onderstaande tabel zijn de effecten van deze optie op de onderdelen van het basisscenario opgenomen: Tabel 18 Samenvatting met optie 4 (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Subsidieresultaat Wsw

-546

-147

275

806

1.331

Subsidieresultaat NBW en LKS

-600

-651

-650

-647

-690

Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

-946

-840

-778

-566

-720

Financieel resultaat re-integratie

-

-

-

-

-

Totaal financieel resultaat

-2.092

-1.638

-1.152

-407

-79

Per arbeidsjaar Wsw (in euro 1)

-2.471

-2.054

-1.524

-579

-121

De tabel geeft het volgende beeld: - Deze optie heeft invloed op uitsluitend het bedrijfsresultaat van het Werkleerbedrijf omdat een groter deel van de kosten gedekt worden door het onderdeel re-integratie. Het bedrijfsresultaat is elk jaar zo’n 400.000 euro gunstiger dan in het basisscenario. 3.16 Uitwerking businesscases vier aanvullende opties. Voor de vier aanvullende opties zijn separate micro-businesscases opgesteld. Deze zijn als bijlage 4 bij de businesscase gevoegd.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

34

4

Businesscases Nieuw Beschut werk, banenafspraakbaan detachering en vakbedrijven

In deze bijlage zijn de micro-businesscases nieuw beschut werk en banenafspraakbanen met loonkostensubsidie bij het Werkleerbedrijf opgenomen. 4.1

Inleiding

Deze bijlage bevat drie micro businesscases: 1) Nieuw beschut werk. 2) Tijdelijke banenafspraakbaan bij WLB en detacheren bij werkgever. 3) Tijdelijke banenafspraakbaan bij WLB en werken de vakbedrijven van het Werkleerbedrijf. Deze gegevens zijn onderliggend gebruikt voor de doorrekeningen van de aanvullende opties 1, 2 en 3 4.2

Optie 1: Nieuw beschut werk

Tabel A geeft voor nieuw beschut werk de kosten en opbrengsten voor het Werkleerbedrijf en de kosten en dekking van de gemeente. Uitgegaan wordt van een FTE van 36 uur per week. Ook wordt ervan uitgegaan dat de medewerker die aan de slag gaat daaraan voorafgaand een bijstandsuitkering heeft. Er kan worden vastgesteld dat voor het Werkleerbedrijf de businesscase nieuw beschut werk nadelig is. Voor het Werkleerbedrijf is de businesscase ruim 7.000 euro negatief. De gemeente heeft een beperkt positief dekkingssaldo. Dat de businesscase voor het Werkleerbedrijf negatief is, geldt niet alleen voor Fryslân-West. De sector en brancheorganisaties zijn van mening dat de financiële voorwaarden vanuit het Rijk voor nieuw beschut werk onvoldoende zijn om het kostendekkend te kunnen organiseren. Na de tabel zijn de verschillende opbrengsten- en kostenposten toegelicht. Tabel A Nieuw beschut werk

fte 36 uur Integrale kosten Werkleerbedrijf 1 Bruto loonkosten 2 Werkgeverslasten 3 Reservering transitievergoeding (bij beëindiging) 4 Begeleidingskosten 4a - Personeel 4b - Overige kosten 5 Kosten Werkleerbedrijf Opbrengsten Werkleerbedrijf 6 Loonkostensubsidie 7 Laag inkomensvoordeel 8 Begeleidingsvergoeding gemeente 9 Loonkostenvoordeel wanneer persoon uit specifieke groep 10 Netto toegevoegde waarde medewerker 11 Opbrengsten Werkleerbedrijf

24.249 6.062 612 8.600 7.400 46.924

17.370 960 9.058 12.280 39.668

12 Saldo Werkleerbedrijf op basis van integrale kosten

-7.256

Kosten gemeente 13 Loonkostensubsidie 14 Begeleidingsvergoeding 15 Kosten gemeente

17.370 9.058 26.428

Dekking gemeente 16 Bespaarde uitkering 17 Dekking begeleidingskosten vanuit Participatiebudget 18 Besparing uitvoeringskosten Werk en Inkomen 19 Besparing op overige domeinen gemeente 20 Dekking gemeente

14.700 9.058 3.000 1.500 28.258

21 Dekkingssaldo gemeente (wanneer persoon uit uitkering)

1.830

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

35

4.3

Toelichting per regel bij tabel A:

1) Bij de loonkosten is uitgegaan van 110% van het wettelijk minimumloon en 8% vakantiegeld. 2) De werkgeverslasten zijn berekend op basis van ervaringscijfers voor de Wsw. De gemiddelde werkgeverslasten zijn ongeveer 25% van de bruto loonkosten. 3) De kans bestaat dat dienstverbanden op enig moment moeten worden beëindigd. In een aantal gevallen moet een transitievergoeding aan de medewerker worden betaald. Er wordt van uitgegaan dat hiervoor maandelijks een reservering wordt gemaakt. De transitievergoeding bedraagt 1/3 maandsalaris inclusief 8% vakantiegeld voor elk jaar dat het dienstverband heeft geduurd. De reservering per jaar is dus 1/3 bruto maandsalaris. 4) In regel zijn de gemiddelde begeleidingskosten voor 1 fte in het Werkleerbedrijf opgenomen. Ze bestaan uit kosten voor het ongesubsidieerde personeel (4a) en de overige bedrijfskosten (4b) voor de infrastructuur. Uitgegaan is van het gemiddelde niveau van deze kosten per fte gesubsidieerd in het basisscenario voor het Werkleerbedrijf. In de doorrekening van de aanvullende optie 1 is gerekend met de helft van deze kosten omdat de afbouw van bestaande kosten niet gelijk op kan gaan met de afname van het aantal Wsw-ers waardoor er ‘overcapaciteit’ bestaat in de organisatie. 5) Hier zijn de gemiddelde integrale kosten voor 1 fte nieuw beschut werk bij het Werkleerbedrijf opgenomen.

6) De gemeenten betalen een loonkostensubsidie aan het Werkleerbedrijf voor elke nieuw beschut medewerker. De gemiddelde loonkostensubsidie bedraagt momenteel 58% van het minimumloon inclusief 23,5% werkgeverslasten. Daarmee is hier ook gerekend. 7) Voor medewerkers met een loon tot 125% van het wettelijk minimumloon krijgt de werkgever achteraf een korting op de loonheffing van maximaal 960 euro per jaar. Dit heet het laag inkomensvoordeel (LIV). 8) De gemeenten vergoeden momenteel de begeleidingskosten met een bedrag van 7.800 euro voor een baan van gemiddeld 31 uur. Voor 36 uur houdt dat een vergoeding van 9.058 euro in. Gemeenten krijgen hiervoor budget in het deelbudget begeleiding nieuwe doelgroep in de integratieuitkering Participatie. 9) Het loonkostenvoordeel (waarvoor werkgevers in aanmerking komen wanneer ze bijvoorbeeld een medewerker met een arbeidsbeperking aannemen) is niet van toepassing voor de Wsw en nieuw beschut werk. 10) Door de inzet van de nieuw beschut medewerkers wordt door het Werkleerbedrijf netto toegevoegde waarde (NTW) gerealiseerd. Gerekend is met een NTW die ongeveer 3.500 euro per jaar lager is dan gemiddeld voor de Wsw-medewerkers. Dit is gebaseerd op een inschatting van de verdeling van de huidige nieuw beschut medewerkers over de vakbedrijven.

Het is een inschatting omdat Empatec de precieze verdeling niet kon verstrekken, alleen een verdeling inclusief medewerkers uit andere doelgroepen. 11) Dit geeft de gemiddelde opbrengsten voor het Werkleerbedrijf van 1 fte nieuw beschut medewerker. 12) Dit geeft het gemiddelde saldo van kosten en opbrengsten voor het Werkleerbedrijf per fte nieuw beschut. 13) De loonkostensubsidie die de gemeente aan het Werkleerbedrijf betaalt. Dit is voor het Werkleerbedrijf een opbrengst, maar voor de gemeente zijn het kosten. 14) De begeleidingsvergoeding die de gemeente aan het Werkleerbedrijf betaalt. Ook hiervoor geldt dat het een opbrengst is voor het Werkleerbedrijf, maar voor de gemeente zijn het kosten. Gemeenten krijgen hiervoor budget in het deelbudget begeleiding nieuwe doelgroep in de integratie-uitkering Participatie. 15) Dit geeft de totale kosten voor de gemeente van 1 fte nieuw beschut werk. 16) Dit is de bespaarde uitkering wanneer de medewerker voorafgaand aan nieuw beschut werk een bijstandsuitkering had. Het bedrag van 14.700 euro is gebaseerd op de kosten van een gemiddelde uitkering volgens het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (toelichting macrobudget 2021). 17) De gemeente ontvangt voor de begeleidingskosten nieuw beschut werk middelen in het deelbudget begeleiding nieuwe doelgroep in de integratie-uitkering Participatie.

18) Besparing op de uitvoeringskosten Werk en Inkomen. De 3.000 euro is gebaseerd op Capel (2020). 19) Dit bedrag weerspiegelt de besparingen voor de gemeente op andere domeinen. Dit is gebaseerd op een onderzoek van het CPB en het SCP naar de bredere baten van werk (maart 2020). Het CPB

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

36

en SCP hebben berekend dat het krijgen van werk door een persoon met een arbeidsbeperking leidt tot een besparing van 5.000 euro per jaar op andere domeinen. Het CPB en SCP geven aan dat dit een ondergrens is. Meer dan de helft van deze baten slaat neer bij de Rijksoverheid of zorgverzekeraars. Er is hier een behoedzame aanname gepleegd door er van uit te gaan dat 30% van de baten neerslaat bij de gemeente (bijvoorbeeld WMO en overige gunstige maatschappelijke effecten). Dus 30% van 5.000 euro = 1.500 euro. 20) Geeft de totale dekking voor 1 fte nieuw beschut werk voor de gemeenten in het geval dat het om een bijstandsgerechtigde gaat. 21) Geeft het saldo van dekking en kosten van 1 fte nieuw beschut werk voor de gemeente weer. Overigens is het zo dat met de wijziging in de financiering van loonkostensubsidies er extra dekking mogelijk is voor gemeenten. De wijziging moet er toe leiden dat gemeenten vaker loonkostensubsidie gaan inzetten voor nuggers en mensen met een relatief lage loonwaarde. Hiervoor wordt het macrobudget voor loonkostensubsidies vanaf 2022 op basis van realisaties verdeeld over gemeenten. De verdeling over gemeenten van het macrobudget voor loonkostensubsidies vindt plaats op basis van de laatst bekende realisaties. Daarmee is niet gezegd dat het macrobudget wordt aangepast op de realisatie in het voorgaande jaar. Dat is nog maar de vraag.

SZW, VNG en gemeenten hebben daarover afgesproken om de toereikendheid van het LKS-budget voor alle gemeenten samen goed te monitoren. Hier bestaat dus een risico. Wanneer de omvang van het macrobudget wel wordt aangepast aan de realisaties, dan hebben gemeenten voor LKS niet alleen dekking vanuit een bespaarde uitkering maar ook vanuit een hoger budget voor LKS. Is dat niet het geval, dan zal de gemeente voor een deel van de loonkostensubsidies andere dekking moeten organiseren. Het bovenstaande is ook van toepassing op de optie 2 en 3. 4.4

Optie 2: tijdelijke banenafspraakbaan bij het Werkleerbedrijf en detacheren bij een werkgever

Tabel B geeft de kosten en opbrengsten voor het Werkleerbedrijf en de kosten en dekking voor de gemeente van een tijdelijke banenafspraakbaan (ook wel garantiebaan genoemd) bij het Werkleerbedrijf waarbij de medewerker wordt gedetacheerd bij een werkgever. Uitgegaan wordt van een FTE van 36 uur per week. Ook wordt ervan uitgegaan dat de medewerker die aan de slag gaat daaraan voorafgaand een bijstandsuitkering heeft. Er kan worden vastgesteld dat voor het Werkleerbedrijf de businesscase van zo’n tijdelijke baan licht voordelig is, mits gemiddeld het juiste detacheringstarief bij werkgevers in rekening wordt gebracht. Voor de gemeente is sprake van een dekkingsoverschot.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

37

Na de tabel zijn de verschillende opbrengsten- en kostenposten toegelicht. Tabel B Banenafspraakbaan bij WLB tijdelijk -> detachering bij werkgever gericht op dienstverband bij zelfde of andere werkgever fte 36 uur Integrale kosten Werkleerbedrijf 1 Bruto loonkosten 2 Werkgeverslasten 3 Reservering transitievergoeding (bij beëindiging) 4 Begeleidingskosten 4a - Ongesubsidieerd personeel 4b - Overige kosten 5 Kosten Opbrengsten Werkleerbedrijf 6 Loonkostensubsidie 7 Laag inkomensvoordeel 8 Begeleidingsvergoeding gemeente 9 Loonkostenvoordeel wanneer persoon uit specifieke groep 10 Gerealiseerde detacheringsvergoeding 11 Opbrengsten 12 Saldo Werkleerbedrijf op basis van integrale kosten

4.5

22.045 5.511 612 6.700 3.700 38.569

13.613 5.647 2.000 18.240 39.500 931

Kosten gemeente 13 Loonkostensubsidie 14 Begeleidingsvergoeding 15 Kosten gemeente

13.613 5.647 19.260

Dekking gemeente 16 Bespaarde uitkering 17 Dekking begeleidingskosten vanuit Participatiebudget 18 Besparing uitvoeringskosten Werk en Inkomen 19 Besparing op overige domeinen gemeente 20 Dekking gemeente

14.700 5.647 3.000 1.500 24.847

21 Dekkingssaldo gemeente (wanneer persoon uit uitkering)

5.587

Toelichting per regel bij tabel B:

Voor de meeste posten is de toelichting gelijk aan de toelichting bij nieuw beschut werk. Hier wordt alleen ingegaan op posten waarvoor de toelichting afwijkend is t.o.v. nieuw beschut werk. 1) 4)

6) 7)

Voor de tijdelijke banenafspraakbaan is uitgegaan van het wettelijk minimumloon. Het doel is om door te stromen naar een dienstverband bij de inlener of een andere werkgever. Bij de begeleidingskosten is uitgegaan van de landelijk gemiddelde kosten voor een Wsw-SE. Dit is lager dan de gemiddelde kosten per gesubsidieerde fte in het basisscenario voor het Werkleerbedrijf. De begeleidingskosten voor detacheringen zijn doorgaans veel lager dan de begeleidingskosten voor beschut werk in Sociaal Werkbedrijven. In de doorrekening van de aanvullende optie 2 is gerekend met de helft van de weergegeven kosten omdat de afbouw van bestaande kosten niet gelijk op kan gaan met de afname van het aantal Wsw-ers waardoor er ‘overcapaciteit’ bestaat in de organisatie. Hierdoor kunnen de tijdelijke banenafspraakbanen tegen marginale/incrementele kosten worden gerealiseerd. Bij de loonkostensubsidie is uitgegaan van gemiddeld 50% van het wettelijk minimumloon inclusief 23,5% werkgeverslasten. Het laag inkomensvoordeel is niet van toepassing omdat aanspraak kan worden gemaakt op het loonkostenvoordeel voor een medewerker met een arbeidsbeperking (post 9).

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

38

8)

9)

10)

De vergoeding van de gemeente is gebaseerd op de bedragen waarmee het Rijk rekent. Het Rijk gaat uit van 4.000 euro begeleidingskosten voor een banenafspraakbaan van gemiddeld 25,5 uur. Voor 1 fte van 36 uur is dat dan 5.647 euro. Gemeenten ontvangen hiervoor budget in het deelbudget begeleiding nieuwe doelgroep in de integratie-uitkering Participatie (zie ook regel 17). Het loonkostenvoordeel voor een werkgever is maximaal 2.000 euro per jaar voor een medewerker met een arbeidsbeperking die wordt aangenomen. De maximale termijn van het loonkostenvoordeel is 3 jaar. Bij de detacheringsvergoeding die aan de werkgever gemiddeld moet worden gevraagd is uitgegaan van de gemiddelde detacheringsvergoeding van een Wsw-fte bij Empatec in 2019. Daar is een (risico) opslag van 20% boven op gezet.

Een risico is dat de detachering van een medewerker door een werkgever wordt beëindigd en het Werkleerbedrijf niet in staat is om een nieuwe detacheringsplek voor deze medewerker te vinden. Dan lopen de loonkosten door. Dit risico is te beperken door langlopende detacheringsovereenkomsten aan te gaan met werkgevers. 4.6

Optie 3: tijdelijke banenafspraakbaan bij het Werkleerbedrijf en werken in één van de vakbedrijven

Tabel C geeft de kosten en opbrengsten voor het Werkleerbedrijf en de kosten en dekking voor de gemeente van een tijdelijke banenafspraakbaan bij het Werkleerbedrijf waarbij de medewerker werkt in één van de vakbedrijven van het Werkleerbedrijf. De tijdelijke baan is uitdrukkelijk gericht op doorstroom naar een baan bij een werkgever. Uitgegaan wordt van een FTE van 36 uur per week. Ook wordt ervan uitgegaan dat de medewerker die aan de slag gaat daaraan voorafgaand een bijstandsuitkering heeft. Er kan worden vastgesteld dat voor het Werkleerbedrijf de businesscase van een dergelijke tijdelijke banenafspraakbaan (wanneer wordt gekeken naar integrale kosten) nadelig is. Voor de gemeente is sprake van een dekkingsoverschot. Na de tabel zijn de verschillende opbrengsten- en kostenposten toegelicht.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

39

Tabel C Banenafspraakbaan bij WLB tijdelijk -> werken bij een vakbedrijf gericht op doorstroom naar een werkgever fte 36 uur Integrale kosten Werkleerbedrijf 1 Bruto loonkosten 2 Werkgeverslasten 3 Reservering transitievergoeding (bij beëindiging) 4 Begeleidingskosten 4a - Ongesubsidieerd personeel 4b - Overige kosten 5 Kosten Werkleerbedrijf Opbrengsten Werkleerbedrijf 6 Loonkostensubsidie 7 Laag inkomensvoordeel 8 Begeleidingsvergoeding gemeente 9 Loonkostenvoordeel wanneer persoon uit specifieke groep 10 Gerealiseerde netto toegevoegde waarde 11 Opbrengsten Werkleerbedrijf

4.7

22.045 5.511 612 8.600 7.400 44.169

13.613 5.647 2.000 16.900 38.160

12 Saldo Werkleerbedrijf per jaar op basis van integrale kosten

-6.009

Kosten gemeente 13 Loonkostensubsidie 14 Begeleidingsvergoeding 15 Kosten gemeente

13.613 5.647 19.260

Dekking gemeente 16 Bespaarde uitkering 17 Dekking begeleidingskosten vanuit Participatiebudget 18 Besparing uitvoeringskosten Werk en Inkomen 19 Besparing op overige domeinen gemeente 20 Dekking gemeente

14.700 5.647 3.000 1.500 24.847

21 Dekkingssaldo gemeente (wanneer persoon uit uitkering)

5.587

Toelichting per regel bij tabel C.

Voor de meeste posten is de toelichting gelijk aan de toelichting bij LKS en detacheren via de detacheringsfaciliteit (LKS detachering). Hier wordt alleen ingegaan op posten waarvoor de toelichting afwijkend is t.o.v. LKS detachering: 4) Dit geeft de gemiddelde begeleidingskosten voor 1 fte in het Werkleerbedrijf weer, bestaande uit kosten voor het ongesubsidieerde personeel (4a) en de overige bedrijfskosten (4b) voor de infrastructuur. Uitgegaan is van het gemiddelde niveau van deze kosten per fte gesubsidieerd in het basisscenario voor het Werkleerbedrijf. In de doorrekening van optie 3 is gerekend met de helft van deze kosten omdat de afbouw van bestaande kosten niet gelijk op kan gaan met de afname van het aantal Wsw-ers waardoor er ‘overcapaciteit’ bestaat in de organisatie. Hierdoor kunnen de tijdelijke banenafspraakbanen tegen marginale/incrementele kosten worden gerealiseerd. 10) De NTW is gebaseerd op de gemiddelde NTW per gesubsidieerde fte in de vakbedrijven (zonder detachering en coaching) van Empatec in 2019.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

40

4.8

Langere termijn gevolgen voor gemeenten van de tijdelijke banenafspraakbanen

In het voorafgaande is gekeken naar de directe gevolgen voor het Werkleerbedrijf en de gemeente wanneer een kandidaat bij het Werkleerbedrijf voor maximaal 2 jaar in dienst wordt genomen in een tijdelijke banenafspraakbaan. Er is daarbij uitsluitend gekeken naar de periode van maximaal 2 jaar. Maar er treden voor de gemeente ook gevolgen op na de tijdelijke baan van maximaal 2 jaar: 1) Voor de medewerkers die na die twee jaar aan het werk blijven bij een werkgever blijven de besparingen voor de gemeente op het gebied van uitvoeringskosten Werk en Inkomen van toepassing. Dat geldt ook positieve effecten op de overige leefgebieden in het sociaal domein. 2) Voor zover de tijdelijke banen bij het Werkleerbedrijf ervoor zorgen dat mensen vaker aan het werk komen en blijven kan ook het effect op de bijstandsuitkeringen op langere termijn als besparing worden meegerekend. 3) Medewerkers die na die twee jaar onverhoopt werkloos worden, kunnen voor een korte periode (één kwartaal) aanspraak maken op WW en komen dus niet direct ten laste van de bijstand. Om deze effecten te berekenen moeten aannames worden gedaan over: - het aandeel medewerkers dat na 2 jaar aan het werk blijft bij een werkgever. - het aandeel van deze medewerkers dat zonder de tijdelijke banenafspraakbaan op dat moment ook betaald werk zouden hebben.

- hoe lang de medewerkers gemiddeld betaald werk blijven houden na afloop van de tijdelijke banenafspraakbaan. Het doen van aannames over deze zaken is lastig omdat goed onderbouwde ervaringscijfers ontbreken. Wat wel kan worden gesteld is dat het aandeel van de medewerkers met een arbeidsbeperking dat zonder de tijdelijke banenafspraakbaan aan het werk zou zijn gekomen laag zou zijn. Voor mensen in de bijstand met een grote afstand tot de arbeidsmarkt is de kans op het vinden van werk klein. Het zal hooguit 10% per jaar zijn. Dus aan het eind van een periode van 2 jaar zouden dan hooguit 2 van elke 10 van deze mensen zonder de inzet van een tijdelijke banenafspraakbaan betaald werk hebben gevonden. 4.9

Financieel effect banenafspraakbanen

Ook al is het effect van de tijdelijke banenafspraakbanen op de baankans beperkt, toch zijn er al belangrijke financiële effecten voor de gemeente. Stel dat er door de inzet van de tijdelijke banenafspraakbanen na 2 jaar van elke 10 mensen er 4 mensen aan het werk blijven bij een werkgever. Dat zijn er twee mensen meer aan het werk dan zonder inzet van de tijdelijke banenafspraakbanen: -

Na 2 jaar zijn na de inzet van de tijdelijke banenafspraakbanen 4 van elke 10 betrokken personen betaald aan het werk; Zonder inzet van de banenafspraakbanen zouden dat 2 van elke 10 personen zijn; Het verschil is 2 mensen meer aan het werk. Dit is het zogenaamde netto effect van de inzet van de tijdelijke banenafspraakbanen.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

41

En stel nu dat deze 2 extra mensen vanaf dat moment gemiddeld 3 jaar betaald werk blijven houden. Dan zijn de netto financiële effecten voor de gemeente als volgt te berekenen: Berekening per groep van 10 medewerkers die een tijdelijke banenafspraakbaan hebben gehad bij het Werkleerbedrijf Na 2 jaar netto 2 extra mensen van de groep van 10 aan het werk voor gemiddeld een duur van 3 jaar -

Besparing op uitvoeringskosten Werk en Inkomen Besparing gemeente op andere domeinen Besparing op bijstandsuitkeringen Besparing op bijstandsuitkering door één kwartaal WW voor mensen die na 2 jaar geen werk hebben

Berekening 2 personen * 3 jaar * 3.000 euro

Besparing 18.000 euro

2 personen * 3 jaar * 1.500

9.000 euro

2 personen * 3 jaar * 14.700

88.200 euro

6 personen * 0,25 jaar * 14.700

22.050 euro

137.250 euro Hieruit volgt dus een totale besparing van 137.250 euro op langere termijn. De besparing is ook nog aanzienlijk wanneer wordt uitgegaan van een kleiner netto-effect van de tijdelijke banenafspraakbanen. Wordt uitgegaan van een netto-effect van 1 persoon extra die betaald werk heeft aan het einde van de periode van 2 jaar en dat deze persoon 2 jaar aan het werk blijft, dan is de besparing nog altijd ruim 64.000 euro.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

42

5

Voor- en nadelen governance opties

5.1.1

Voor- en nadelen van de opties voor de gemeenten/GR

In onderstaand overzicht zijn de voor- en nadelen van de opties opgenomen zoals die in de werkgroep governance zijn geïdentificeerd. Optie 1. Aanpassen statuten N.V. en B.V.’s 2. N.V. opheffen en Werkleerbedrijf onder de GR brengen

Voordelen gemeenten/GR § Toezicht op N.V. en B.V.’s voldoet aan voorwaarden inbesteding § Relatief snel te realiseren § Toezicht op N.V. en B.V.’s voldoet aan voorwaarden inbesteding § Minder bestuurlijke drukte § Meeste democratische legitimiteit

3. GR opheffen en overname aandelen N.V. door de gemeenten, aanpassing statuten N.V. en B.V.’s5

§

4. Wanneer statutenwijziging in optie 1 en 3 alleen niet voldoende is: Empaselect B.V. en Empathiek B.V. direct onder de GR/gemeenten brengen.

§

5.1.2

§ §

Toezicht op N.V. en B.V.’s voldoet aan voorwaarden inbesteding Minder bestuurlijke drukte Meer invloed politiek

Toezicht op N.V. en B.V.’s voldoet aan voorwaarden inbesteding

Nadelen gemeenten/GR § Mogelijk B.V.’s nog te ver verwijderd van toezicht gemeenten/GR (dan optie 4) § Een bedrijfsmatige activiteit in de GR § Mogelijk verdergaande juridische/fiscale gevolgen (tenzij overgang van onderneming) § Minder snel te realiseren § N.V. staat niet, zoals een GR, onder democratische controle, en juist de GR wordt er in deze optie tussenuit gehaald. § Wsw-ers komen formeel in dienst van de gemeenten. § Minder snel te realiseren. § Aandachtspunt is stemverhouding tussen gemeenten. § Meer bestuurlijke drukte § 3 RvC’s (mogelijk wel met zelfde leden) § Check: RvC bij B.V.’s een kan bepaling? Ja, in BW wel.

Voor- en nadelen van de opties voor de N.V. en B.V.’s

Optie 1. Aanpassen statuten N.V. en B.V.’s

Voordelen N.V./B.V.’s § Geen aanbesteding nodig § Relatief snel door te voeren

2. NV opheffen en Werkleerbedrijf onder de GR brengen

§ § §

Geen aanbesteding nodig Minder bestuurlijke drukte Het wordt minder complex

Nadelen N.V./B.V.’s § AvA moet goedkeuring verlenen aan meer besluiten van de directie § Stroperiger, er zijn meer samenwerkingsafspraken nodig § NV wordt opgeheven § Besluitvorming stroperiger § Mogelijk elke vier jaar (na verkiezingen) een nieuwe wind. § Mogelijk verdergaande juridische/fiscale gevolgen (tenzij overgang van onderneming) § Minder snel te realiseren

Een mogelijkheid is om de GR alleen laten bestaan voor Wsw-dienstverbanden en dienstverbanden ambtenaren.

5

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

43

Optie 3. GR opheffen en overname aandelen N.V. door de gemeenten, aanpassing statuten N.V. en B.V.’s

Voordelen N.V./B.V.’s § Geen aanbesteding nodig § Minder bestuurlijke drukte § Het wordt iets minder complex

Nadelen N.V./B.V.’s § Andere eigenaren § Samenwerkingsafspraken maken § Minder snel te realiseren

4. Wanneer statutenwijziging in optie 1 en 3 alleen niet voldoende is: Empaselect BV en Empathiek BV direct onder de GR/de gemeenten brengen

• Geen aanbesteding nodig

• Besluitvorming stroperiger • Mogelijk elke vier jaar (na verkiezingen) een nieuwe wind. • Meer bestuurlijke drukte. • Meer verantwoordingsdruk en financiële druk (drie jaarrekeningen en drie accountantscontroles)

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

44

6

Advies Rotshuizen Geense

Aan : Van : Datum : Betreft :

kernteam Gemeenschappelijke Regeling Rudolf Knegtering en Willemijn Kuper 25 november 2021 GR Fryslân-West/Empatec/200206

nleiding Met een notitie d.d. 16 juli 2021 ontvingen wij de vraagstelling inzake de Gemeenschappelijke Regeling Fryslân-West (hierna ook wel de GR) aan ons kantoor. Uitgaande van de door het kernteam benoemde opties voor de juridische structuur voor Empatec in verband met toezicht en governance, is gevraagd: 1. een toetsingskader op te stellen voor die opties; 2. is gevraagd naar de volledigheid van de opties en; 3. is gevraagd om de verschillende opties te toetsen aan het kader en te komen tot een advies; Naar aanleiding van een vraag over toezicht en inbesteding zijn er door het kernteam drie scenario’s uitgewerkt, waar een opinie over gevraagd is. In het hiernavolgende zullen de vragen worden uitgewerkt. Daarna volgt de conclusie en het advies. Aan de hand van de conclusie wordt toegelicht wat de gevolgen zijn voor de invloed van de gemeente(raden) op de GR, waarna de, ongeacht de keuze voor een optie, noodzakelijke wijzigingen in de statuten van de N.V., de B.V.’s, en in de GR worden toegelicht. De routekaart om te komen tot de statutenwijziging is opgenomen en afgesloten wordt met een kort overzicht van de gevolgen van de implementatie van ons advies. Ad 1. - Toetsingskader Het huidige Empatec wordt doorontwikkeld naar een toekomstbestendig Werkleerbedrijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10908479/1