CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenbundel BUSINESSCASE Werkleerbedrijf versie 1 december compressed

Informatiebijeenkomst 13 december 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Businesscase werkleerbedrijf24.893 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagenbundel Businesscase Werkleerbedrijf Fryslân-West

Empatec N.V. Gemeente De Fryske Marren Gemeente Harlingen Gemeente Súdwest-Fryslân Gemeente Waadhoeke

Versie 22 november 2021

Inhoudsopgave bijlagenbundel 1 HOOFDLIJNEN VAN HET DIENSTVERLENINGSPROCES 1.1 STURING 1.2 WERKPROCES WSW 1.2.1 INSTROOM 1.2.2 ARBEIDSONTWIKKELING 1.2.3 INTERN BESCHUT WERK 1.2.4 DOORSTROOM 1.2.5 UITSTROOM 1.2.6 NAZORG 1.3 DEELWERKPROCES NIEUW BESCHUT 1.3.1 INSTROOM 1.3.2 ARBEIDSONTWIKKELING 1.3.3 BESCHUT WERK 1.3.4 DOORSTROOM 1.3.5 UITSTROOM 1.3.6 NAZORG 1.4 CATEGORIE PERSPECTIEFRIJK SAMENWERKING OP UITVOEREND NIVEAU MERKEN WURKJOUWER EN PASTIEL 1.4.1 INSTROOM 1.4.2 ARBEIDSONTWIKKELING, DOOR- EN UITSTROOM 1.4.3 ARBEIDSONTWIKKELING, DOOR EN UITSTROOM IN EEN STROOMSCHEMA: 1.4.4 NAZORG 1.5 BASISPAKKET EN PLUSPAKKET 1.5.1 BASISPAKKET 1.5.2 OPDRACHT VOOR EEN PLUSPAKKET 1.6 WERKGEVERSDIENSTVERLENING 1.6.1 UITGANGSPUNTEN WERKGEVERSDIENSTVERLENING 1.6.2 TAAK WERKLEERBEDRIJF 1.6.3 BELANG VAN WERKGEVERS EN PASSEND WERK 1.6.4 ACCOUNTMANAGERS, SPIN IN HET WEB 1.6.5 TYPE PLAATSINGEN

5 5 5 5 5 6 6 6 6 7 7 7 7 7 8 8 8 8 8 8 9 10 10 11 11 11 12 12 12 12 13 13

2 ONTWIKKELING UITKERINGEN GEMEENTEN 14 2.1 AANTAL UITKERINGEN TOT DE AOW-LEEFTIJD 14 2.1.1 ONTWIKKELING AANTAL BIJSTANDSUITKERINGEN (DECEMBER 2011 = 100) 14 2.1.2 ONTWIKKELING AANTAL BIJSTANDSUITKERINGEN (DECEMBER 2015 = 100) 14 2.2 BIJSTANDSUITKERINGEN ALS % VAN DE BEVOLKING VAN 15 TOT 70 JAAR 15 2.2.1 ONTWIKKELING BIJSTANDSDICHTHEID 15 2.3 INSTROOMPERCENTAGE BIJSTAND 15 2.3.1 INSTROOM (ABSOLUUT EN %) IN DE BIJSTAND (2015 – 2017) 15 2.4 UITSTROOMPERCENTAGE BIJSTAND 16 2.4.1 UITSTROOM (ABSOLUUT EN %) UIT DE BIJSTAND (2015 – 2017) 16 2.5 UITSTROOMPERCENTAGE NAAR WERK 16 2.6 ANALYSE CBS-CIJFERS 16 2.7 VERSCHIL TUSSEN VOORSPELD EN WERKELIJK BIJSTANDSVOLUME 17 AANTAL HUISHOUDENS MET EEN BIJSTANDSUITKERING, VOORSPELD EN WERKELIJK PER EIND 2019, OP BASIS VAN HET VERDEELMODEL 2021 17 2.8 CONCLUSIE VERDEELMODEL PARTICIPATIEWET 18

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

2

2.9 BANEN VAN WERKNEMERS 2.9.1 AANTAL BANEN (ABSOLUUT EN PER 1.000 INWONERS VAN 15 TOT 70 JAAR) EIND DECEMBER 2019 2.9.2 ONTWIKKELING BANEN VAN WERKNEMERS (2011 – 2019, INDEX 2011=100) 2.10 PENDEL WERKGEMEENTE VAN WERKNEMERS (31 DECEMBER 2019)

18 18 19 19 19

3 FINANCIËLE UITWERKING 20 3.1 BUSINESSCASE MET 4 ONDERDELEN 20 3.2 EVENREDIG DEEL PERSPECTIEFRIJK 20 3.2.1 METHODE BEPALEN EVENREDIG DEEL 20 3.2.2 UITWERKING OMVANG EVENREDIG DEEL 20 3.2.3 INGROEI EVENREDIG DEEL 22 3.3 TOELICHTING UITWERKING ONDERDELEN BUSINESSCASE 2022-2026 22 3.4 ONTWIKKELING BC ALS EVENREDIG DEEL PERSPECTIEFRIJK DIRECT WORDT GEREALISEERD 23 3.5 GEHANTEERDE UITGANGSPUNTEN BASISSCENARIO 24 3.6 SAMENVATTING 25 3.7 DE BUSINESSCASE MET HET EVENREDIG DEEL EN HET BOVEN-EVENREDIG DEEL PERSPECTIEFRIJK EN HET BUDGET VOOR HET PLUSPAKKET 25 3.8 AMBITIE DIRECTIE EMPATEC 27 3.8.1 AMBITIE DIRECTIE: NULOPTIE. 27 INVESTEREN IN DUURZAAMHEID 28 3.9 RESULTAAT GR EN NV IN DE BUSINESSCASE 28 3.9.1 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING 28 3.9.2 NAAMLOZE VENNOOTSCHAP 29 3.10 GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN 30 3.10.1 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING 30 3.10.2 NAAMLOZE VENNOOTSCHAP 30 3.11 VIER AANVULLENDE OPTIES 30 3.12 UITWERKING OPTIE 1: 31 3.13 UITWERKING OPTIE 2 31 3.14 UITWERKING OPTIE 3 33 3.15 UITWERKING OPTIE 4 33 3.16 UITWERKING BUSINESSCASES VIER AANVULLENDE OPTIES.

34 4 BUSINESSCASES NIEUW BESCHUT WERK, BANENAFSPRAAKBAAN DETACHERING EN VAKBEDRIJVEN 35 4.1 INLEIDING 35 4.2 OPTIE 1: NIEUW BESCHUT WERK 35 4.3 TOELICHTING PER REGEL BIJ TABEL A: 36 4.4 OPTIE 2: TIJDELIJKE BANENAFSPRAAKBAAN BIJ HET WERKLEERBEDRIJF EN DETACHEREN BIJ EEN WERKGEVER 37 4.5 TOELICHTING PER REGEL BIJ TABEL B: 38 4.6 OPTIE 3: TIJDELIJKE BANENAFSPRAAKBAAN BIJ HET WERKLEERBEDRIJF EN WERKEN IN ÉÉN VAN DE VAKBEDRIJVEN 39 4.7 TOELICHTING PER REGEL BIJ TABEL C. 40 4.8 LANGERE TERMIJN GEVOLGEN VOOR GEMEENTEN VAN DE TIJDELIJKE BANENAFSPRAAKBANEN 41 4.9 FINANCIEEL EFFECT BANENAFSPRAAKBANEN 41 5 VOOR- EN NADELEN GOVERNANCE OPTIES 5.1.1 VOOR- EN NADELEN VAN DE OPTIES VOOR DE GEMEENTEN/GR 5.1.2 VOOR- EN NADELEN VAN DE OPTIES VOOR DE N.V. EN B.V.’S

43 43 43

6

45 45 45

ADVIES ROTSHUIZEN GEENSE

NLEIDING AD 1. - TOETSINGSKADER

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

3

AD 2. - ZIJN ER NOG ANDERE OPTIES? AD 3. - TOETSING VAN DE OPTIES CONCLUSIE EN ADVIES NAAR AANLEIDING VAN DE OPTIES INVLOED VAN GEMEENTE(RAAD) OP N.V. BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN IN STATUTEN N.V. BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN IN STATUTEN VAN DE B.V.’S ROUTEKAART VOOR STATUTENWIJZIGING STATUTENWIJZIGING N.V. STATUTENWIJZIGING B.V.’S STATUTENWIJZIGING NV EN BV BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN IN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING GEVOLGEN VAN IMPLEMENTATIE VAN HET ADVIES

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

46 47 50 51 51 52 52 52 52 53 53 53

4

1

Hoofdlijnen van het dienstverleningsproces

Het dienstverleningsproces van het Werkleerbedrijf bestaat uit de werkprocessen waarmee het Werkleerbedrijf de ambities voor de doelgroepen realiseert. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in zes deelwerkprocessen. Aan het eind van het hoofdstuk is het deelwerkproces werkgeversdienstverlening uitgewerkt. Voorafgaand aan de beschrijving van de werkprocessen wordt toegelicht welke uitgangspunten voor de sturing van de processen worden gehanteerd. 1.1

2. I. Instroom arbeids-

3. Intern beschut

I.I.Instroom Instroom

1. Instroom

ontwikke ling

4. Doorstroom

5. Uitstroom

6. Nazorg

IN

UIT

Werkgeversdienstverlening

Sturing

Voor de sturing van de werkprocessen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: o De gemeenten zijn formeel opdrachtgever en het Werkleerbedrijf is opdrachtnemer. o De te bereiken beleidsdoelen en resultaten worden door de gemeenten bepaald. De ambities van hoofdstuk 5 van de Businesscase worden vertaald in meetbaar te bereiken resultaten en worden, na afstemming met het Werkleerbedrijf, vastgesteld door de gemeenten. Het Werkleerbedrijf rapporteert periodiek over de resultaten en laat zien in welke mate de doelen worden gerealiseerd. o De werkprocessen die bij het Werkleerbedrijf worden uitgevoerd maken onderdeel uit van de brede aanpak in het sociaal domein. De gemeenten voeren de regie op de samenhang tussen alle leefgebieden. Resultaten zijn niet alleen financiële resultaten maar laten in de eerste plaats zien wat de toegevoegde waarde is van het Werkleerbedrijf voor mensen: - Werk dat past bij mensen (menselijke maat). - Groei in arbeidsontwikkeling. - Doorstroomcijfers (plaatsing bij reguliere werkgever als doel). - Plaatsingsratio: het aandeel van de medewerkers en trajectkandidaten dat bij werkgevers wordt geplaatst. - Waar mogelijk: vergelijking met soortgelijke bedrijven en organisaties (benchmark). 1.2 1.2.1

Werkproces Wsw Instroom

Er vindt geen instroom in de Wsw meer plaats. Incidenteel komt het voor dat een Wsw-medewerker, als gevolg van een verhuizing, instroomt bij het Werkleerbedrijf. Deze instromende Wsw-medewerker krijgt passend werk, zo hoog mogelijk op de werkladder. Daar waar nodig vindt aanpassing van de werkplek plaats. Om een goede match te maken kan de Wsw-medewerker op meerdere afdelingen meedraaien. Het komt wel voor dat Wsw-medewerkers hun begeleid werken baan bij een externe werkgever verliezen of dat een inlener een detacheringscontract opzegt. Soms kan dit worden voorkomen door de werkplek aan te passen. Wanneer een Wsw-medewerker terugkeert op de thuisbasis, wordt hij of zij goed opgevangen en wordt voor passend werk gezorgd. Bij voorkeur weer bij een externe werkgever, tenzij het in het belang van de Wsw-medewerker is om intern te worden geplaatst. Ook in deze situaties draait de Wsw-medewerker wanneer nodig op meerdere afdelingen mee, zodat de goede match kan worden gemaakt. 1.2.2

Arbeidsontwikkeling

De arbeidsontwikkeling van Wsw-medewerkers wordt vastgelegd in een werkpaspoort. Het paspoort wordt periodiek samen met de medewerker geactualiseerd. In het werkpaspoort is vastgelegd hoe het met iemand gaat, welke ondersteuning nodig is (opleiding e.d.), welke doelen er zijn in het werk (wel of

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

5

niet doorstromen op de werkladder of juist een stap terug), etc. Hiertoe worden ontwikkelgesprekken gevoerd waarin aan de orde komt wat iemand wil en wat iemand kan. In de werkvormen waarbij het Werkleerbedrijf zelf de mensen aanstuurt (werken op locatie en intern beschut), beziet de werkleiding en/of een ontwikkelcoach welke ontwikkelmogelijkheden de Wsw-medewerker heeft. Op die manier blijft er focus op doorstroom op de werkladder. 1.2.3

Intern beschut werk

Het gaat hier om intern beschut werk dat het Werkleerbedrijf zelf heeft in de vakbedrijven. Bij het acquireren van opdrachten zorgt het Werkleerbedrijf ervoor dat de opdrachten passen bij de mogelijkheden van de medewerkers (passend werk). Levertijden, complexiteit van handelingen, repeterend werk, mogelijkheid om zelfstandig te werken en complementair seizoenswerk zijn elementen die daarbij van belang zijn. Deze inzet leidt ertoe dat er een trend is naar werkzaamheden die minder risicovol en minder kapitaalintensief zijn. De doelgroep vereist dat er voldoende aandacht is voor een goede begeleiding, zowel in het werk als in de arbeidsontwikkeling. Het betreft echt werk en de instrumenten die reguliere werkgevers hebben worden ook door het Werkleerbedrijf toegepast (bijvoorbeeld dag-start, bordoverleg, werkoverleg, aanspreken op prestatie, rekening houden met de individuele mogelijkheden, etc.). Dit maakt het ook gemakkelijker om, als zich mogelijkheden voordoen, de overstap naar detachering of begeleid werken te maken. De situatie ‘buiten’ lijkt immers op ‘binnen’. 1.2.4

Doorstroom

Om de doorstroom op de werkladder te bevorderen, onderneemt het Werkleerbedrijf het volgende: o Wsw-medewerkers motiveren, trainen en begeleiden om een stap naar buiten (begeleid werken/detachering) te maken. In veel gevallen wordt het netwerk van de Wsw-medewerker ook betrokken om ook bij hen drempels te verlagen. o Benaderen van werkgevers (vooral ook MKB) voor plekken voor de doelgroep. Als inleners besluiten om te stoppen met een detachering of een Wsw-medewerker met begeleid werken zijn baan verliest, wordt de medewerkerj opgevangen bij het Werkleerbedrijf en krijgt werk bij een vakbedrijf. Dit gebeurt zorgvuldig en met respect zodat de drempel om (opnieuw) de stap naar buiten te zetten, wordt verlaagd. 1.2.5

Uitstroom

Uitstroom uit de Wsw komt nauwelijks voor. De Wet biedt mensen in feite een baan tot aan hun pensioen en de meeste Wsw-medewerkers ervaren een stap naar een reguliere baan als een te groot risico. Als een Wsw-medewerker verhuist, vraagt de medewerker soms of het mogelijk is om als Wsw-medewerker bij een ander Wsw-bedrijf in dienst te treden. In dat geval overlegt het Werkleerbedrijf met de ontvangende gemeente en het ontvangende bedrijf of dat mogelijk is. 1.2.6

Nazorg

Wsw-medewerkers kiezen, vanwege de Deelwerkprocessen Wsw baangarantie, zelden voor een reguliere Geen instroom, bij terugkeer op thuisbasis werk. baan zonder de Wsw status. De 1. Instroom belangrijkste uitstroom uit de WswWerkpaspoort, werkleiding/ontwikkelcoach. 2. Arb. ontw. organisatie is de indiensttreding als tekst tekst begeleid werker bij een reguliere Passend echt werk; minder kapitaalintensief. 3. Beschut werk werkgever. De Wsw-medewerker krijgt dan een baan bij die werkgever, maar 4. Doorstroom Volgende stap op werkladder. behoudt zijn Wsw-status. De werkgever 5. Uitstroom Geen uitstroom anders dan begeleid werken. ontvangt loonkostensubsidie van het Werkleerbedrijf. Medewerkers die Jobcoaching en vakbedrijven vormen thuisbasis 6. Nazorg worden gedetacheerd of een begeleid werken baan krijgen, ontvangen wanneer nodig of gewenst begeleiding van een jobcoach. Dit verhoogt de kans op duurzame plaatsing.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

6

1.3 1.3.1

Deelwerkproces Nieuw Beschut Instroom

De indicatie Nieuw Beschut wordt toegekend door het college van B&W op basis van een advies van het UWV. Het merendeel van de indicaties wordt afgegeven omdat kandidaten daarop worden gewezen vanuit hun opleiding, het Praktijkonderwijs of Voortgezet Speciaal Onderwijs (PrO/VSO). Ook gemeenten en de Dienst NWF kunnen kandidaten aanmelden. Mensen kunnen ook zichzelf melden bij het UWV voor een indicatie. Nadat de indicatie is afgegeven, kunnen gemeenten de kandidaat aanmelden bij het Werkleerbedrijf met het verzoek om een passende werkplek aan te bieden. Bij het Werkleerbedrijf komt de kandidaat in een instroomafdeling met extra begeleiding (jobcoaching). Na een periode van maximaal drie maanden krijgt de kandidaat een definitieve werkplek. Het aantal geïndiceerde kandidaten is hoger dan de taakstelling. Een eventueel voortraject voor kandidaten die nog niet geïndiceerd zijn maar wel potentieel lijken te hebben, behoort tot het pluspakket. In de provincie Friesland waren er eind tweede kwartaal 2021 210 beschutte werkplekken gerealiseerd. Dat waren er 22 meer dan in het eerste kwartaal van 2021. Dit is vooral een inhaaleffect door Covid. Eind tweede kwartaal 2021 hebben in Friesland 377 mensen een positief advies van het UWV gekregen. Er waren dus 147 mensen in Friesland met een positief advies die (nog) geen beschutte werkplek hebben.

Het aantal positieve adviezen is ook hoger dan de provinciale taakstelling voor het aantal beschutte werkplekken per eind 2021 (251). 1.3.2

Arbeidsontwikkeling

De werkwijze verschilt niet met die van de doelgroep Wsw. Ook hier wordt gebruik gemaakt van een werkpaspoort, wordt ingezet op het ontwikkelen van competenties en het zetten van stappen op de werkladder. Er is, zeker de eerste jaren, vaak een grote begeleidingsnoodzaak. Jongeren die van school komen moeten op veel aspecten worden begeleid: omgaan met geld, werkritme, vervoer etc. Ook op andere leefgebieden (bijvoorbeeld wonen) zijn er vaak uitdagingen voor deze doelgroep. Nauw contact met de collega’s in de gebiedsteams bij de gemeenten is noodzakelijk om alles goed op elkaar af te stemmen. 1.3.3

Beschut werk

De Nieuw Beschut medewerker heeft in het algemeen een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Vergelijkbaar met een Wsw-medewerker die is aangewezen op intern beschut werk. Er is vaak een grote begeleidingsbehoefte en het is een extra uitdaging om het juiste passende werk te vinden. De inzet is en blijft om echt werk te bieden. De productiviteit en begeleidingsbehoefte liggen echter, bij de start, dichter bij arbeidsmatige dagbesteding. Bij de Wsw-doelgroep is aangegeven wat de trend is voor het binnenhalen van nieuwe opdrachten voor beschut werk. Dat is ook hier van toepassing. 1.3.4

Doorstroom

De inzet op doorstroom is vergelijkbaar met de inzet bij de Wsw. Zoals al toegelicht bij arbeidsontwikkeling is doorstroom voor de meeste Nieuw Beschut medewerkers maar beperkt mogelijk en zijn zij vaak aangewezen op beschut werk in de vakbedrijven. Dat neemt niet weg dat het de ambitie is om mensen stappen te laten zetten. Goed monitoren wat de resultaten zijn en vergelijken met practices elders houden het Werkleerbedrijf en de gemeenten scherp.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

7

1.3.5

Uitstroom

Net als bij de Wsw zal uitstroom sporadisch voorkomen om vergelijkbare redenen. Incidenteel (doelstelling is 10%) worden Nieuw Beschut medewerkers geplaatst bij reguliere werkgevers. Zij treden in dat geval in dienst bij die werkgever. Deelwerkprocessen Nieuw Beschut Het Werkleerbedrijf houdt deze mensen Na indicatie Uwv, vaak uit Vso/Pro. Instroomafdeling en passend werk. 1. Instroom in de caseload en voert, als dat nodig is, jobcoaching uit. Daarbij kunnen zowel Werkpaspoort, werkleiding/ontwikkelcoach. Hoge begeleidingsbehoefte 2. Arb. ontw. op meerdere leefgebieden (samenwerking met gebiedsteams). tekst de medewerker als de werkgever tekst Passend werk. Productiviteit beperkter en begeleidingsbehoefte hoog. worden begeleid. 3. Beschut werk 1.3.6

Nazorg

Zie hetgeen is opgemerkt bij het deelproces uitstroom. Bij Nieuw Beschut medewerkers is er in feite structureel sprake van nazorg. Naarmate de arbeidsduur bij de externe werkgever langer wordt, neemt de intensiteit af. 1.4

4. Doorstroom

Doorstroom op werkladder is beperkter; mogelijkheden worden benut.

5. Uitstroom

Beperkt uitstroom uit Nieuw Beschut baan. Wel incidenteel plaatsing bij reguliere werkgever (detachering of baan elders).

6. Nazorg

Jobcoaching en vakbedrijven vormen thuisbasis.

Categorie Perspectiefrijk

Voorafgaand aan de beschrijving van de deelwerkprocessen (instroom, arbeidsontwikkeling, doorstroom, uitstroom en nazorg) worden eerst twee andere aspecten van het werkproces dienstverlening beschreven. Anders dan bij Wsw en Nieuw Beschut wordt de categorie Perspectiefrijk niet structureel geplaatst in beschut werk. Samenwerking op uitvoerend niveau In hoofdstuk 2 van de Businesscase is toegelicht dat het resultaat bij de Categorie Perspectiefrijk, alleen kan worden bereikt door een intensieve samenwerking tussen gemeenten en het Werkleerbedrijf. Dat geldt zowel voor het management als voor het uitvoerend niveau. De verlengde uitvoering van de gemeente bij het Werkleerbedrijf, moet naadloos aansluiten op de uitvoering bij de gemeenten. Om kandidaten naar regulier werk te begeleiden, hebben de medewerkers van het Werkleerbedrijf regelmatig collegiaal overleg met de collega’s van de gebiedsteams bij gemeenten en/of de collega’s van de dienst NWF. De gemeentelijke collega heeft zicht op meerdere leefgebieden en voert de regie op de klant. Beide professionals (van gemeente en Werkleerbedrijf) werken collegiaal samen en benutten en respecteren elkaars deskundigheid. Niet eerder dan nadat een kandidaat definitief is geplaatst bij een werkgever en er geen jobcoaching nodig is, houdt de betrokkenheid van het Werkleerbedrijf bij een kandidaat op.

Merken Wurkjouwer en Pastiel Het Werkleerbedrijf maakt, net als Empatec nu, gebruik van twee merken: De Wurkjouwer en Pastiel. Bij De Wurkjouwer vinden sociale activering, voortrajecten en eventueel arbeidsmatige dagbesteding plaats (pluspakket) voor de categorie Van waarde. Bij Pastiel wordt de re-integratie naar werk van kandidaten uit de categorieën Perspectiefrijk (basispakket) en Kansrijk (pluspakket) uitgevoerd. 1.4.1

Instroom

Bij het instroomproces voor de categorie Perspectiefrijk bij het Werkleerbedrijf gaat het niet om de instroom in een baan bij het Werkleerbedrijf, maar om de instroom in een re-integratietraject (bijlage 1). De gemeenten hebben de uitkeringsintake en de werkintake verschillend georganiseerd. De gemeente Súdwest-Fryslân voert beide intakes uit in de gebiedsteams, de Dienst NWF combineert beide intakes voor de gemeenten Harlingen en Waadhoeke en De Fryske Marren laat de werkintake uitvoeren door het Werkleerbedrijf. De organisatie is de gemeente is verschillend, maar het resultaat is voor elke kandidaat die wordt aangemeld gelijk. In het keuzedocument is opgenomen dat er bij de intake participatie wordt samengewerkt tussen gemeenten en het Werkleerbedrijf en dat daarbij wordt gewerkt met een uniform instrumentarium. Vanwege efficiencyvoordelen bij het Werkleerbedrijf en voorkomen van bureaucratie is het noodzakelijk om de samenwerking zo uniform mogelijk in te richten. Dit wordt in het implementatieplan uitgewerkt.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

8

De gemeenten en het Werkleerbedrijf organiseren dat de werknemers-, beroepsvaardigheden en afstand tot de arbeidsmarkt op uniforme wijze worden gewogen. De gemeenten en het Werkleerbedrijf sturen samen op het proces van in- en uitstroom van de categorie Perspectiefrijk. Het resultaat van deze sturing is dat er een groter aantal kandidaten dan nu, instroomt in het re-integratieproces van het Werkleerbedrijf. Dit maakt dat de kosten van de re-integratie per kandidaat lager worden, het Werkleerbedrijf meer kan werken met specialisten voor bepaalde groepen en de maatschappelijke baten (meer mensen uit de bijstand komen aan het werk) toenemen. 1.4.2

Arbeidsontwikkeling, door- en uitstroom

Bij de categorie Perspectiefrijk worden de deelprocessen arbeidsontwikkeling, doorstroom en uitstroom in één geïntegreerd proces uitgevoerd. In dit proces worden de competenties van een kandidaat versterkt, zodat hij of zij geplaatst kan worden in een baan bij een reguliere werkgever. Daarbij wordt zoveel mogelijk gestreefd naar uitkeringsonafhankelijkheid. Het Werkleerbedrijf kan niet elke kandidaat een re-integratietraject bieden. Voor sommige kandidaten is een specialistisch aanbod van een derde partij nodig. Als een kandidaat uit de categorie Perspectiefrijk instroomt start een test/diagnose periode. Naast een test/diagnose kunnen (groeps-)trainingen worden gegeven en wordt ook in de werkomgeving bezien wat de competenties van een kandidaat zijn. Voor dat laatste wordt gebruik gemaakt van de infrastructuur van het Werkleerbedrijf. Bij de test/diagnose worden de uitkomsten van tests/diagnoses die eventueel al eerder zijn uitgevoerd bij de gemeente meegenomen. De instroomperiode is niet voor elke kandidaat gelijk. Van sommige kandidaten staat na een week vast wat de vervolgstap kan zijn. Voor andere kandidaten is een langere periode nodig.

De uitkomst van de instroomperiode kan zijn: o Plaatsing bij een werkgever (al dan niet met loonkostensubsidie en jobcoaching); o De kandidaat krijgt een leerwerkplek bij een werkgever of het vakbedrijf en volgt groepstrainingen gericht op de ontwikkeling van competenties; o De kandidaat moet een re-integratietraject bij een externe aanbieder volgen; o De kandidaat kan gedetacheerd worden bij een werkgever vanuit een tijdelijke baan (maximaal twee jaar) bij het Werkleerbedrijf; *). o De kandidaat krijgt een tijdelijke baan (maximaal twee jaar) in de vakbedrijven van het Werkleerbedrijf ;*). o De kandidaat gaat eerst met behoud van uitkering werkervaring opdoen bij een reguliere werkgever of in het Werkleerbedrijf; o De kandidaat heeft (nog) een te grote afstand tot de arbeidsmarkt en valt (nog) onder de categorie Van Waarde. Er vindt een warme overdracht plaats aan de gemeente en de gemeente besluit welk traject de kandidaat gaat volgen. Voor sommige kandidaten is ook de infrastructuur van het Werkleerbedrijf geschikt voor dit type trajecten. Als gemeenten hiervoor kiezen wordt dit opgenomen in het pluspakket. *)

Tijdelijke baan bij het Werkleerbedrijf In de opsomming hierboven is opgenomen dat een kandidaat voor een periode van maximaal twee jaar een tijdelijke baan kan krijgen bij het Werkleerbedrijf om vervolgens te worden gedetacheerd bij een reguliere werkgever. Veel gemeenten en Participatiebedrijven in Nederland passen dit instrument toe om de drempel voor werkgevers te verlagen. Er zijn dan strikte voorwaarden aan verbonden en tijdelijke contracten worden niet omgezet in vaste contracten. De opsomming bevat ook de situatie dat het Werkleerbedrijf een kandidaat een tijdelijke baan biedt in de vakbedrijven. Ook dit instrument wordt regelmatig door gemeenten en Participatiebedrijven toegepast, onder vergelijkbare strenge voorwaarden. De inzet van een dergelijke plaatsing is om het re-integratietraject alsnog te laten slagen en een kandidaat een stevigere basis te geven om de stap naar werk bij een reguliere werkgever te doen maken. In situaties waar gemeenten of Participatiebedrijven dit toepassen gaat het om een beperkt aantal gevallen. Het hoofddoel is en blijft plaatsing bij reguliere werkgevers en de tijdelijke dienstverbanden zijn een middel om dit te bereiken. Voor het Werkleerbedrijf Fryslân-West is de inschatting dat het om een aantal van enkele tientallen dienstverbanden zal gaan, waarbij elk jaar de helft instroomt en de helft uitstroomt.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

9

De financiering van deze dienstverbanden vindt plaats via een loonkostensubsidie (vanuit de gebundelde uitkering Participatiewet) en een vergoeding voor begeleidingskosten (uit de Integratie-uitkering Participatie). Beide worden door de gemeenten verstrekt. Daarnaast wordt een deel van de kosten vanuit de opbrengsten uit de inzet van de medewerker bij een werkgever of binnen een vakbedrijf. In bijlage 5 zijn mini-businesscases voor LKS-dienstverbanden uitgewerkt. Het introduceren van deze werkvormen is als optie opgenomen in het keuzedocument. Het al dan niet inzetten van deze werkvormen is afhankelijk van het inzetten van additionele middelen door gemeenten en de inzet is dus geen onderdeel van het basisscenario. Dit vraagt nader onderzoek en afstemming in de fase van het implementatieplan. De inrichting van de werkprocessen arbeidsontwikkeling, door- en uitstroom biedt ruimte om maatwerk te leveren voor de kandidaat. De ene kandidaat kan binnen enkele weken na instroom worden geplaatst bij een reguliere werkgever. Een andere kandidaat moet eerst werkervaring opdoen. Dat doet hij of zij in een werksituatie die goed aansluit bij zijn of haar ontwikkelbehoeften. Voor de één biedt de infrastructuur van het Werkleerbedrijf daarvoor mogelijkheden, de ander is meer gebaat bij een werkervaringsplaats bij een reguliere werkgever of een gemeente. Het laatste heeft de voorkeur.

Gedurende het traject kan blijken dat er specifieke ondersteuning of training nodig is voor een kandidaat. Als het Werkleerbedrijf dit niet zelf kan bieden, wordt dit in overleg met de gemeente ingekocht bij een andere aanbieder. In de instroomperiode kan ook blijken dat de specifieke re-integratiebehoefte van een kandidaat niet door het Werkleerbedrijf kan worden geboden. In die situatie wordt de kandidaat in overleg met en door de gemeente bij een andere aanbieder ondergebracht. 1.4.3

Arbeidsontwikkeling, door en uitstroom in een stroomschema:

Deelwerkprocessen Categorie Perspectiefrijk

Opmerking: het al dan niet inzetten van tijdelijke dienstverbanden bij het Werkleerbedrijf is een optie. 1.4.4

Nazorg

Als een kandidaat uit de categorie Perspectiefrijk is geplaatst bij een reguliere werkgever en er geen jobcoaching noodzakelijk is, heeft het Werkleerbedrijf geen actieve rol meer. Omdat de ervaring leert dat juist in deze categorie het regelmatig voorkomt dat een kandidaat zijn of haar baan na relatief korte tijd weer verliest, onderhoudt het Werkleerbedrijf gedurende zes maanden contact met de kandidaat en wordt zo nodig ondersteuning geboden. Als na die periode blijkt dat dit contact langer nodig is, wordt het contact aangehouden (maatwerk). Dit behoort tot het basispakket Perspectiefrijk.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

10

1.5

Basispakket en pluspakket

Net als bij de categorie Perspectiefrijk kunnen de resultaten in het Pluspakket in de regel ook alleen in samenwerking tussen gemeenten en Werkleerbedrijf worden bereikt. Hieronder wordt eerst het Basispakket weergegeven. 1.5.1

Basispakket

Het basispakket bestaat uit alle activiteiten voor de categorie Perspectiefrijk. Onderstaande tabel geeft weer wat daartoe behoort op basis van de dienstverleningsovereenkomsten 2021 en de aanbesteding van Súdwest-Fryslân. Jobcoaching en loonwaardemeting zijn instrumenten die duidelijk behoren tot de toolbox voor de categorie Perspectiefrijk. De werkgeversdienstverlening behoort in beginsel tot het basispakket, maar gemeenten kunnen op dit vlak ook zelf activiteiten ontplooien. De Fryske Marren Trajecten Perspectiefrijk: Alle doelgroepen: statushouders, kwetsbare jongeren, doelgroep Banenafspraakbanen, regulier, licht verstandelijk beperkten, autistismespectrumstoornis* Loonwaardemeting (incl. heronderzoek) Jobcoachingstraject bij Banenafspraakbaan Werkgeversdienstverlening zit in totaalpakket, plaatsingen is onderdeel dienstverleningsovereenkomst (DVO). Kosten accountmanagement zijn opgenomen in DVO.

Súdwest-Fryslân Trajecten Perspectiefrijk: alle doelgroepen vanuit de aanbesteding: Sprint naar Werk, Route naar Werk, Empowerment en Sterker naar Werk.

Jobcoaching voor voornamelijk mensen met een arbeidsbeperking Werkgeversdienstverlening zit in totaalpakket, plaatsingen is onderdeel DVO. Kosten accountmanagement zijn opgenomen in DVO.

Waadhoeke en Harlingen Trajecten Perspectiefrijk: statushouders, kwetsbare jongeren, doelgroep Banenafspraakbanen, regulier, licht verstandelijk beperkten, autistismespectrumstoornis* Loonwaardemeting (incl. heronderzoek) Jobcoachingstraject bij Banenafspraakbaan Werkgeversdienstverlening zit in totaalpakket, plaatsingen is onderdeel DVO. Kosten accountmanagement zijn opgenomen in DVO.

*) Met een verbreding van het aanbod zoals ADHD, PrO/VSO, jongeren met multiproblematiek Bovenstaand overzicht sluit voor de gemeente Súdwest-Fryslan aan bij de gunning van de eerdere aanbesteding. Die aanbesteding loopt door tot en met 2022. Vanaf 2023 geldt hetzelfde basispakket voor Súdwest-Fryslân, maar dan op basis van de toekenning van het basispakket zonder aanbesteding (nieuwe governance). 1.5.2

Opdracht voor een pluspakket

Als een gemeente en/of de dienst NWF-taken als pluspakket onderbrengt bij het Werkleerbedrijf worden de afspraken vastgelegd in een afzonderlijke overeenkomst. Vanuit het Werkleerbedrijf wordt daarvoor een gestandaardiseerd model gebruikt. In de overeenkomst worden afspraken gemaakt over de verrichten taken, de duur van de taken, de te behalen resultaten en de aan het pluspakket verbonden kosten, totaal en/of per deelnemer. Het Werkleerbedrijf streeft in de ontwikkeling van een pluspakket voor een gemeente na, dat het pakket schaalbaar is en ook aan andere gemeenten kan worden aangeboden. Dit kan tot efficiencyvoordelen leiden.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

11

De volgende tabel laat zien welke dienstverlening bij de start van het Werkleerbedrijf tot het pluspakket behoort. De Fryske Marren Trajecten Voorschakelvoorziening Trajecten Kansrijk Trajecten van Waarde: B1-route en Z-route statushouders

Súdwest Fryslân Trajecten Voorschakelvoorziening Trajecten van Waarde: Meer uit jezelf (jongeren), Traject naar Vrijwilligerswerk (uitkeringsgerechtigden overig en nieuwe Nederlanders)

Waadhoeke en Harlingen Trajecten Kansrijk Trajecten van Waarde: B1-route statushouders

Werkintake/Screening van kandidaten Gemeenten kunnen in de loop van de tijd ook andere diensten afnemen voor de categorieën Van Waarde en Kansrijk. Mogelijkheden zijn bijvoorbeeld: - Voortrajecten voor Nieuw Beschut werk geïndiceerden; - Arbeidsmatige dagbesteding (simpel switchen); - Sociale activering bij de Wurkjouwer; De aard van het pluspakket brengt met zich mee dat er in de toekomst taken kunnen bijkomen, maar ook dat gemeenten kunnen besluiten om (een deel van) het pluspakket te beëindigen. 1.6 1.6.1

Werkgeversdienstverlening Uitgangspunten werkgeversdienstverlening

In heel Nederland werken publieke uitvoerders van re-integratie met elkaar samen om hun werkgeversdienstverlening op elkaar af te stemmen. Daarmee wordt voorkomen dat werkgevers meerdere uitvoerende partijen (Gemeenten, Participatiebedrijven, Wsw-bedrijven en het UWV) over de vloer krijgen met telkens een ander verhaal. Voor Fryslân-West gelden vergelijkbare bestuurlijke uitgangspunten. Dat wil zeggen er geen zaken ‘dubbel’ worden gedaan, ondernemers ervaren dat er gecoördineerd wordt opgetreden en publieke middelen efficiënt worden ingezet. Dit laat onverlet dat er ook ruimte moet zijn voor lokale initiatieven. In de organisatie en uitvoering wordt goed aangesloten op de afspraken/werkwijze van Fryslân Werkt!1. In het implementatieplan worden deze bestuurlijke uitgangspunten verder uitgewerkt en wordt bezien wat dit betekent voor de huidige werkwijzen van gemeenten, Empatec en de dienst NWF. 1.6.2

Taak Werkleerbedrijf

Ook in Fryslân-West zijn er meerdere partijen die accountmanagers in dienst hebben. Het Werkleerbedrijf coördineert, in opdracht van de gemeenten, het uitvoerende werk voor de uitvoerders van gemeenten, UWV en het Werkleerbedrijf zelf. De inzet is dat accountmanagers onderling afstemmen en gezamenlijk voorkomen dat werkgevers vanuit verschillende publieke organen worden benaderd om mensen te plaatsen. Ook attenderen zij elkaar over en weer op mogelijke kansen voor plaatsing van kandidaten. Om dit te bereiken zorgt het Werkleerbedrijf dat accountmanagers ook afstemmen met de accountmanagers van gemeenten (Sociaal domein en domein Economische zaken. 1.6.3

Belang van werkgevers en passend werk

De gemeentelijke visie is om zoveel mogelijk mensen in een reguliere baan te plaatsen. Om dit te realiseren investeren de accountmanagers van het Werkleerbedrijf in een breed netwerk met werkgevers en onderhouden zij de relatie met deze werkgevers. In de regio gaat het ook om een grote groep MKB-bedrijven. Dit betekent dat er relatief veel werkgevers zijn met wie de relatie wordt onderhouden. Werkgevers hebben werk en gemeenten/het Werkleerbedrijf hebben kandidaten. Toch past de vacature van de werkgever, lang niet altijd 1 op 1 bij de kandidaat die het Werkleerbedrijf wil plaatsen. Het is de expertise van het Werkleerbedrijf om met werkgevers samen mogelijkheden te creëren voor de beschikbare kandidaten. Soms door het werk enigszins aan te passen en soms door 1

Fryslân Werkt! is het samenwerkingsverband van overheid, onderwijs, UWV, Wsw-bedrijven en sociale partners in Fryslân. N

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

12

(tijdelijk) jobcoaching in te zeten. Met deze instrumenten kan aan de vraag naar arbeid van de werkgever tegemoet worden gekomen en heeft de kandidaat werk. 1.6.4

Accountmanagers, spin in het web

De accountmanagers van het Werkleerbedrijf zijn het aanspreekpunt van de gemeenten voor werkgevers die kandidaten zoeken. Het Werkleerbedrijf plaatst niet alleen medewerkers of kandidaten (categorie Perspectiefrijk) van het Werkleerbedrijf zelf, maar als gemeenten dit willen ook kandidaten die door gemeenten of andere partijen naar werk worden begeleid. Dit betekent niet dat elke plaatsing bij een werkgever exclusief via de dienstverlening van het Werkleerbedrijf loopt. Kandidaten vinden vaak ook zelf werk en als er een collega van de gemeente een kans ziet voor een kandidaat, wordt zo’n kans uiteraard benut. Wie de plaatsingsmogelijkheid ziet en benut is niet relevant, als de kans maar wordt benut. De accountmanagers van het Werkleerbedrijf verdelen hun werkzaamheden regionaal en onderhouden twee netwerken. Zij zijn zowel kind aan huis bij de gebiedsteams en de Dienst NWF, als ook bij de werkgevers in hun regio. Zij fungeren als spin in het web. 1.6.5

Type plaatsingen

De accountmanagers van het Werkleerbedrijf plaatsen medewerkers en kandidaten bij werkgevers in verschillende arrangementen, onder andere: - Plaatsing van Participatiewet-kandidaten met een dienstverband bij de werkgever (al dan niet met loonkostensubsidie en/of jobcoaching); - Plaatsing van Participatiewet-kandidaten op basis van detachering via een tijdelijk dienstverband bij het Werkleerbedrijf; - Plaatsing van Wsw- en Nieuw Beschut kandidaten op basis van detachering; - Plaatsing op een werkervaringsplaats bij een werkgever als werkstage met behoud van uitkering gedurende een afgesproken periode.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

13

2

Ontwikkeling uitkeringen gemeenten

2.1

Aantal uitkeringen tot de AOW-leeftijd

Tussen 2011 en 2016 nam het aantal bijstandsuitkeringen toe. Na 2016 is het aantal bijstandsuitkeringen afgenomen. In 2020 is in de meeste gemeenten sprake van een kleinere of grotere toename, zeer waarschijnlijk als gevolg van Covid19. De index (december 2011 = 100) is in 2020 het laagste voor De Fryske Marren en Harlingen. 2.1.1

Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen (december 2011 = 100)

175

150

125

100

75 2011

2012 Nederland

2013 Fryslân

2014

2015

De Fryske Marren

2016

2017

Harlingen

2018

Súdwest-Fryslân

2019

2020

Waadhoeke

Wanneer gekeken wordt naar de ontwikkeling sinds december 2015 is te zien dat de ontwikkeling het meest gunstig is geweest in De Fryske Marren. Daarna volgt Súdwest-Fryslân. De ontwikkeling in Harlingen ligt dicht in de buurt van de ontwikkelingen in Nederland en de provincie Friesland. Waadhoeke kent een wat ongunstigere ontwikkeling dan de andere gemeenten. 2.1.2

Ontwikkeling aantal bijstandsuitkeringen (december 2015 = 100)

125

100

75

2015

2016 Nederland

Fryslân

2017 De Fryske Marren

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

2018

2019

Harlingen

Súdwest-Fryslân

2020 Waadhoeke

14

2.2

Bijstandsuitkeringen als % van de bevolking van 15 tot 70 jaar

Uit onderstaande figuur blijkt dat het aantal bijstandsuitkeringen als % van de bevolking van 15 tot 70 jaar (de bijstandsdichtheid) in Harlingen het hoogst is. De bijstandsdichtheid in Súdwest-Fryslân ligt tussen het provinciale en nationale niveau in. De bijstandsdichtheid van Waadhoeke ligt de laatste jaren dicht in de buurt van het nationale cijfer. In De Fryske Marren is de bijstandsdichtheid het laagst van de vier gemeenten. 2.2.1

Ontwikkeling bijstandsdichtheid

5,00%

4,50%

4,00%

3,50%

3,00%

2,50%

2,00%

1,50% 2011

2012 Nederland

2.3

2013

2014

2015

Fryslân

De Fryske Marren

2016 Harlingen

2017

2018

Sudwest Fryslân

2019

2020

Waadhoeke

Instroompercentage bijstand

Het instroompercentage in de bijstand was in 2015 – 2017 in de gemeenten (voor Waadhoeke zijn de afzonderlijke cijfers voor Het Bildt, Franekeradeel en Menameradiel weergegeven) vrijwel vergelijkbaar met de nationale en provinciale cijfers. In Harlingen was het instroompercentage in elk jaar wat lager dan landelijk en in de provincie Friesland. In het Bildt was het percentage juist hoger dan landelijk en provinciaal. De Fryske Marren kende in 2015 en 2016 een relatief hoog instroompercentage. 2.3.1

Instroom (absoluut en %) in de bijstand (2015 – 2017)

Nederland Fryslân De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Het Bildt Franekeradeel Menameradiel 1)

Instroom 2015 2016 148.250 141.730 6.640 6.510 380 370 180 150 800 710 130 110 170 190 60 80

2017 116.950 5.330 280 130 650 100 140 60

Instroom% 2015 2016 25,5 24,0 26,0 25,0 29,5 27,5 24,0 20,5 25,0 22,0 32,5 28,5 24,5 26,0 22,5 26,5

1)

2017 20,0 21,0 21,0 18,0 20,5 26,0 19,0 20,0

Instroom als % van aantal bijstandsontvangers aan begin van het jaar en de instroom gedurende het jaar.

NB: voor 2018 en latere jaren heeft het CBS deze cijfers en ook de nog volgende cijfers over uitstroom en uitstroom naar werk helaas niet gepubliceerd.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

15

2.4

Uitstroompercentage bijstand

In Harlingen was niet alleen het instroompercentage maar ook het uitstroompercentage relatief laag. In Het Bildt was het uitstroompercentage ook relatief laag. Dat geldt in 2016 en 2017 ook voor Franekeradeel. Het uitstroompercentage in Súdwest-Fryslân is net iets lager dan landelijk en provinciaal. 2.4.1

Uitstroom (absoluut en %) uit de bijstand (2015 – 2017)

Nederland Fryslân De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Het Bildt Franekeradeel Menameradiel

Uitstroom 2015 2016 2017 125.960 119.950 118.120 5.570 5.230 5.410 270 280 290 140 110 150 620 640 610 70 60 80 150 130 120 70 50 60

Uitstroom% 2015 2016 21,5 20,5 22,0 20,0 21,0 20,5 19,0 14,5 19,5 20,0 16,5 15,0 21,5 18,0 23,0 16,0

1)

2017 20,5 21,0 22,0 19,5 19,5 19,0 17,0 22,0

1) Uitstroom als % van aantal bijstandsontvangers aan begin van het jaar en de instroom gedurende het jaar.

2.5

Uitstroompercentage naar werk

In De Fryske Marren lag het uitstroompercentage naar werk net iets hoger dan provinciaal en landelijk. In Harlingen (2015 en 2016) en Het Bildt was het uitstroompercentage naar werk lager dan landelijk en in de provincie. Súdwest-Fryslân zat ongeveer op het provinciale percentage dat iets hoger is dan het nationale percentage.

Nederland Fryslân De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Het Bildt Franekeradeel Menameradiel 1)

Uitstroom naar werk 2015 2016 2017 59.780 60.120 60.890 2.830 2.780 2.910 140 160 170 70 70 90 350 360 340 30 30 40 80 60 80 40 20 30

% Uitstroom naar werk 2015 2016 2017 10,5 10,0 10,5 11,0 10,5 11,5 11,5 11,5 12,5 9,5 9,5 12,0 11,0 11,0 11,0 6,5 8,0 9,5 11,0 9,0 11,0 13,0 7,5 10,0

Uitstroom naar werk als % van aantal bijstandsontvangers aan begin van het jaar en de instroom gedurende het jaar.

2.6

Analyse CBS-cijfers

Na 2015 is de ontwikkeling van de bijstandspopulatie het meest gunstig geweest in De Fryske Marren. Waadhoeke kent een ongunstigere ontwikkeling dan de andere gemeenten. Súdwest-Fryslân en Harlingen zitten daar tussenin, waarbij Súdwest-Fryslân iets gunstigere ontwikkelingen kent dan de provinciale ontwikkeling. De gemeente Harlingen heeft een relatief hoge bijstandsdichtheid. Uit cijfers over de jaren 2015 – 2017 blijkt dat Harlingen een relatief lage instroom in de bijstand combineert met een relatief lage uitstroom. In Harlingen is sprake van een bestand met relatief weinig dynamiek. De Fryske Marren heeft een relatief lage bijstandsdichtheid. In 2015 en 2016 was het instroompercentage relatief hoog. Het uitstroompercentage was in 2015 – 2017 ongeveer gelijk aan het nationale en provinciale percentage. De uitstroom naar werk is in De Fryske Marren relatief hoog. Súdwest-Fryslân zit in veel gevallen dicht bij de landelijke en provinciale ontwikkelingen en percentages. In 2015 en 2017 was alleen sprake van een relatief lage uitstroom uit de bijstand. De uitstroom naar werk is vergelijkbaar met het provinciale percentage.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

16

2.7

Verschil tussen voorspeld en werkelijk bijstandsvolume

Het macro-budget voor de gebundelde uitkeringen Participatiebudget (GUP) wordt over gemeenten verdeeld via een objectief verdeelmodel. De makers van het verdeelmodel doen elk jaar een voorspelling van het aantal bijstandsuitkeringen per gemeente per einde jaar t-2 (dus met het verdeelmodel 2021 voor eind 2019) en dit wordt vergeleken met het werkelijke aantal uitkeringen op dat moment. Met het verdeelmodel GUP 2021 is dus een voorspelling gedaan voor eind 2019 en dit wordt vergeleken met het werkelijke aantal uitkeringen per eind 2019. In De Fryske Marren ligt het werkelijke niveau ruim (8 procent) onder het voorspelde niveau. De drie andere gemeenten hebben in werkelijkheid meer bijstandsuitkeringen dan voorspeld door het objectieve verdeelmodel. De afwijking is het hoogst (9 procent) voor de gemeente Harlingen. De gemeente Waadhoeke zit iets hoger dan de voorspelling. Ten opzichte van het verdeelmodel GUP 2019 is het verschil in De Fryske Marren omgeslagen van een ongunstige afwijking van 50 naar een gunstige afwijking van -70. Voor de drie andere gemeenten is het ongunstige verschil afgenomen, vooral in Súdwest-Fryslân en Waadhoeke. Dus in alle gemeenten is de laatste jaren blijkbaar sprake van een relatief gunstige ontwikkeling. Aantal huishoudens met een bijstandsuitkering, voorspeld en werkelijk per eind 2019, op basis van het verdeelmodel 2021

De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Waadhoeke

Voorspeld Werkelijk 871 801 480 523 2.128 2.236 997 1.017

Verschil Verschil% -70 -8,0% 43 9,0% 108 5,1% 20 2,0%

Het voorspelde bijstandsniveau voor de gemeente Harlingen als % van het aantal huishoudens (8,1%) ligt ruim boven het bijstandsniveau van de andere gemeenten. Voor De Fryske Marren voorspelt het model de laagste bijstandsdichtheid (4,6% van het aantal huishoudens). Dit kan (op grond van het objectieve verdeelmodel) te maken hebben met twee factoren: - De huishoudenssamenstelling. Harlingen (De Fryske Marren) zou een hoger (lager) aandeel huishoudens kunnen hebben die op grond van hun kenmerken een hogere kans op bijstand hebben. - Zogenaamde regionale kenmerken (werkend onder niveau, beschikbaarheid van werk, aandeel studenten, overlast in de buurt, aandeel WW-uitkeringen en buurten met relatief veel uitkeringsgerechtigden). Dit zijn de daarbij opvallende punten: - Harlingen kent een hoger aandeel huishoudens (dan de andere gemeenten) met de volgende kenmerken die een relatief hoge kans op bijstand hebben: o Alleenstaanden en eenouderhuishoudens o Medicijngebruik uit zes of meer hoofdgroepen o Huishoudens die gebruik maken van GGZ o Huishoudens met een migratieachtergrond o Huishoudens die in een corporatiewoning wonen o Huishoudens met een lage Human Capital Index o Huishoudens met stapeling van problematiek - De Fryske Marren heeft veelal een lager aandeel van bovenstaande huishoudenstypen dan de andere gemeenten.

Uitzondering is het aandeel van huishoudens met een lage Human Capital Index, dat in De Fryske Marren vergelijkbaar is met het aandeel in Súdwest-Fryslân en Waadhoeke. - Waadhoeke en Súdwest-Fryslân zitten qua aandelen van de bovenstaande huishoudenstypen vrijwel altijd tussen Harlingen en De Fryske Marren in.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

17

-

-

Bij de overige kenmerken scoort Harlingen relatief ongunstig op het percentage huishoudens dat in een buurt woont met relatief veel uitkeringsgerechtigden2. Dit aandeel is iets hoger dan in Súdwest-Fryslân en twee keer zo hoog als in De Fryske Marren. Het verhoogt de kans op bijstand. Harlingen heeft echter een lager percentage ‘overlast in de buurt’ dan de andere gemeenten. Dit geeft weer een lagere kans op bijstand.

2.8

Conclusie verdeelmodel Participatiewet

De Fryske Marren heeft minder bijstandsuitkeringen dan voorspeld door het objectieve verdeelmodel Participatiewet. De drie andere gemeenten hebben juist meer uitkeringen dan voorspeld door het model. De laatste jaren is het ongunstige verschil echter wel kleiner geworden, vooral in Súdwest-Fryslân en Waadhoeke. In De Fryske Marren is het ongunstige verschil omgeslagen in een gunstig verschil. Het objectieve verdeelmodel laat ook zien dat Harlingen een veel hogere voorspelde bijstandsdichtheid heeft dan de drie andere gemeenten. De Fryske Marren heeft de laagste voorspelde bijstandsdichtheid. Harlingen kent dan ook relatief hoge aandelen van huishoudenstypen die op zichzelf een hogere kans op bijstand hebben en een hoog aandeel huishoudens dat woont in buurten met relatief veel uitkeringsgerechtigden. Voor De Fryske Marren geldt het omgekeerde: juist relatief weinig huishoudenstypen die een hogere kans op bijstand hebben. De twee andere gemeenten zitten daar in de meeste gevallen precies tussen in. 2.9

Banen van werknemers

De meeste mensen met een uitkering zijn voor een terugkeer op de actieve arbeidsmarkt aangewezen op banen als werknemer. Daarom kijken we naar het niveau en de ontwikkeling van de werkgelegenheid. De vier gemeenten hebben relatief weinig banen van werknemers binnen de gemeentegrenzen. In Nederland zijn er 697 banen per 1.000 inwoners van 15 tot 70 jaar en in de provincie Friesland 608. SWF komt het dichtste bij het provinciale cijfer met 570. De gemeente Waadhoeke heeft relatief de minste banen van werknemers, 433 per 1.000 inwoners van 15 tot 70 jaar. 2.9.1

Aantal banen (absoluut en per 1.000 inwoners van 15 tot 70 jaar) eind december 2019

Nederland Fryslân De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Waadhoeke

Banen (*1.000) Banen per december-19 1.000 inwoners 15 - 70 8.560,5 697 271,9 608 17,3 496 5,5 524 34,8 570 13,8 433

Het aantal banen van werknemers heeft zich sinds 2011 het gunstigst ontwikkeld in Waadhoeke. Daarna volgen SWF en Harlingen die eind 2019 bijna een zelfde index kennen als de provincie Friesland. Tussen 2011 en 2014 is de ontwikkeling van het aantal banen in De Fryske Marren ongunstig. Daarna heeft de werkgelegenheid zich redelijk hersteld, waardoor er eind 2019 weer ongeveer evenveel banen zijn dan eind 2011

2

Aandeel van de potentiële beroepsbevolking in de gemeente dat in een buurt woont met relatief veel (op landelijk niveau bij de hoogste 10 procent ten opzichte van het gemeentelijk gemiddelde) ontvangers van een uitkering.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

18

2.9.2

Ontwikkeling banen van werknemers (2011 – 2019, index 2011=100)

120,0 115,0 110,0 105,0 100,0 95,0 90,0 85,0 80,0 2011 december 2012 december 2013 december 2014 december 2015 december 2016 december 2017 december

Nederland

Fryslân

De Fryske Marren

Harlingen

Súdwest-Fryslân

2018 december**

2019 december*

Waadhoeke

Vanaf eind 2015 is de werkgelegenheid het sterks gegroeid in DFM, SWF en Waadhoeke. De drie gemeenten zitten boven het provinciale groeicijfer in die periode. Harlingen blijft in die periode achter. 2.10 Pendel Onderstaande tabel bevat informatie over het aantal inwoners van de vier gemeenten met een baan als werknemer (dienstverband) en de werkgemeente. Circa 80 tot 90 procent van de werknemers die in de vier gemeenten wonen, hebben een werkgemeente in de provincie Friesland. Dit percentage is het laagst voor de Fryske Marren (78 procent) en het hoogst voor Waadhoeke (89 procent). Dat betekent dat grofweg tussen de 10 en 20 procent van de werknemers een werkgemeente buiten de provincie heeft. Tussen de 35 en 40 procent van de werknemers woonachtig in DFM, Harlingen en Waadhoeke werkt in de eigen woongemeente. In Súdwest-Fryslân ligt dit op bijna 55 procent. Werkgemeente van werknemers (31 december 2019) De Fryske Marren

Woongemeente Harlingen Súdwest-Fryslân

Waadhoeke

Aantal personen met een baan in NL Waarvan baan in Friesland % baan in Friesland

23,2 18,1 78%

6,6 5,5 83%

40,1 34,4 86%

20,9 18,6 89%

Werkgemeente De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Waadhoeke Groningen Heerenveen Leeuwarden Noordoostpolder Smallingerland

8,8 0,1 2,7 0,2 0,7 3,7 1,4 0,8 0,5

0,1 2,4 0,7 0,7

2,2 0,7 21,9 1,2 1,1 2,7 4,6

0,3 1 1,5 7,3

0,6

0,6

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

1,1

1,1 5,9

19

3

Financiële uitwerking

3.1

Businesscase met 4 onderdelen

De businesscase maakt onderscheidt in 4 onderdelen: - Subsidieresultaat Wsw; - Subsidieresultaat Nieuw Beschut/LKS; - Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf; - Resultaat op re-integratie Perspectiefrijk. In onderstaand overzicht is opgenomen wat de bijbehorende opbrengsten en kosten van de vier onderdelen zijn. Daaraan voorafgaand wordt eerst een toelichting gegeven op het evenredig deel Perspectiefrijk.

De vier onderdelen van de businesscase Onderdeel

3.2 3.2.1

Opbrengsten

Kosten

Subsidieresultaat Wsw

Rijksbijdrage Wsw

Arbeidskosten Wsw

Subsidieresultaat NBW en LKS

Loonkosten- en begeleidingssubsidies

Arbeidskosten medewerkers doelgroepen (-)

Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

Netto toegevoegde waarde

Personeelskosten ongesubsidieerd personeel Overige bedrijfskosten

Resultaat op reintegratie

Vergoedingen voor uitvoeren re-integratie

Personeelskosten OG Overige bedrijfskosten

Evenredig deel Perspectiefrijk Methode bepalen evenredig deel

In het keuzedocument3 is aangegeven dat de gemeenten individueel bepalen welk budget beschikbaar is voor het behalen van de gewenste plaatsingsdoelen voor de categorie Perspectiefrijk. Daarbij is ook afgesproken dat een evenredige bijdragen van de vier gemeenten wordt afgesproken, zodat de continuïteit van de basisactiviteiten van het Werkleerbedrijf is gewaarborgd. In de aanloop van de businesscase is ambtelijk afgestemd wat het evenredig deel zou moeten zijn. Dit ambtelijk advies is vervolgens als basis genomen. Het advies luidt: 1. Stel het evenredig deel vast op het gemiddeld uitgavenniveau per bijstandsuitkering 2019-2021 van de gemeenten bij Pastiel/Wurkjouwer en neem dit uitgavenniveau vanaf 2022 als basis. 2. De gemeenten die daaronder zitten, groeien in de jaren 2022 tot 2025 toe naar de vastgestelde basis. Hiervoor is gekozen om gemeenten de tijd te geven om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Ook de aanbesteding van re-integratie voor 2021 en 2022 door SWF speelt hierbij een rol. Als de gemeente in de eigen begroting een lager bedrag heeft opgenomen, zal in die gemeente het besluit worden voorgelegd om conform de in het advies opgenomen lijn het bedrag te verhogen. 3.2.2

Uitwerking omvang evenredig deel

De gemiddelde externe uitgaven van de gemeenten bij Pastiel/Wurkjouwer zijn in de periode 2019 – 2021 gelijk aan 790 euro per bijstandsuitkering. Dit leidt tot de volgende evenredige delen per gemeente, vanaf 2022 gebaseerd op het genoemde gemiddelde bedrag in 2019 - 2021. Er is in alle jaren uitgegaan van een aantal bijstandsuitkeringen dat gelijk is aan het jaargemiddelde in 2020

3

Keuzedocument, bladzijde 13.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

20

Tabel 1 Evenredig deel Perspectiefrijk: op basis gemiddelde bestedingen bij Pastiel/Wurkjouwer 2019 - 2021 2022 2023 2024 2025 2026 De Fryske Marren 521.400 521.400 521.400 521.400 521.400 Harlingen 371.300 371.300 371.300 371.300 371.300 Súdwest-Fryslân 1.564.200 1.564.200 1.564.200 1.564.200 1.564.200 Waadhoeke 718.900 718.900 718.900 718.900 718.900 Totaal 3.175.800 3.175.800 3.175.800 3.175.800 3.175.800 Voor Harlingen, Waadhoeke en vooral SWF is de uitkomst hoger dan de opgaven die door deze gemeenten zijn gedaan over het beschikbare budget voor de dienstverlening voor de categorie Perspectiefrijk via het Werkleerbedrijf. Voor deze gemeenten is dus sprake van een ingroeipad. Voor De Fryske Marren is het evenredig deel lager dan het aangegeven budget, zodat voor deze gemeente sprake is van een boven-evenredig deel, zie tabel 2. Het boven-evenredig deel van De Fryske Marren bestaat onder andere uit het onderdeel uitvoering van het werkdeel, dat is uitbesteed aan Pastiel. Daarnaast maakt De Fryske Marren (bijna) geen gebruik van andere aanbieders. Tabel 2 Boven-evenredig deel Perspectiefrijk per gemeente

De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Waadhoeke Totaal

2022 259.600 0 0 0 259.600

2023 259.600 0 0 0 259.600

2024 259.600 0 0 0 259.600

2025 259.600 0 0 0 259.600

2026 259.600 0 0 0 259.600

Daarmee komt het totale activiteitenniveau (evenredig deel en boven-evenredig deel samen) in geld uit op circa 3,43 miljoen euro. Daarnaast is sprake van een budget voor het pluspakket, bestaande uit dienstverlening voor de categorieën Van Waarde en Kansrijk. Wat betreft bedragen betreft dit vooral de Wurkjouwer voor de categorie Van Waarde. De Wurkjouwer wordt door de gemeenten De Fryske Marren en SúdwestFryslân ingezet. Bij de Fryske Marren gaat het daarnaast om trajecten voor de categorie Kansrijk en screening van kandidaten. Voor Harlingen en Waadhoeke betreft het trajecten voor de categorie Kansrijk. Gemeenten kunnen in de loop van de tijd ook andere diensten afnemen voor de categorieën Van Waarde en Kansrijk. Tabel 3 Budget pluspakket per gemeente

De Fryske Marren Harlingen Súdwest-Fryslân Waadhoeke Totaal

2022 519.000 6.250 250.000 12.500 787.750

2023 519.000 5.940 250.000 12.500 787.440

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

2024 519.000 5.940 250.000 12.500 787.440

2025 519.000 5.940 250.000 12.500 787.440

2026 519.000 5.940 250.000 12.500 787.440

21

3.2.3

Ingroei evenredig deel

Tabel 1 laat zien wat het evenredig deel zou zijn, indien elke gemeente direct bij de start het evenredig deel inbrengt. Het advies luidt om een ingroeitraject te hanteren, zodat gemeenten die nu nog onder het uitgavenniveau zitten daar naar toe groeien. Het evenredige deel per gemeente kent dan de ontwikkeling die is weergegeven in tabel 4. Het evenredige deel groeit van ruim 2,23 miljoen euro in 2022 tot bijna 3,18 miljoen euro in 2025. Tabel 4 Evenredig deel: op basis gemiddelde bestedingen bij Pastiel/Wurkjouwer 2019 - 2021 en ingroei 2022 - 2025 2022 2023 2024 2025 De Fryske Marren 521.400 521.400 521.400 521.400 Harlingen 311.449 331.399 351.350 371.300 Súdwest-Fryslân 800.000 1.054.733 1.309.467 1.564.200 Waadhoeke 600.965 640.277 679.588 718.900 Totaal 2.233.814 2.547.810 2.861.805 3.175.800 Waarvan personeel in natura 183.795 186.256 187.636 189.038 Waarvan in budget 2.050.019 2.361.554 2.674.169 2.986.762

2026 521.400 371.300 1.564.200 718.900 3.175.800 190.463 2.985.337

Het totaal beschikbare budget voor trajecten Perspectiefrijk via het Werkleerbedrijf is 2,2 miljoen euro (met boven-evenredig deel De Fryske Marren circa 2,5 miljoen) in 2022 en neemt in stappen toe tot circa 3,18 miljoen euro (3,44 miljoen euro met boven-evenredig deel De Fryske Marren). Daar komt het budget voor het pluspakket nog bij. 3.3

Toelichting uitwerking onderdelen businesscase 2022-2026

o

In de paragrafen 3.4 tot en met 4.8 zijn de vier onderdelen van de businesscase uitgewerkt. Daarbij zijn de volgende uitwerkingen opgenomen: - In paragrafen 3.4, 3.5 en 3.6: basisscenario, met de aanname dat het evenredig deel Perspectiefrijk direct wordt gerealiseerd; - In paragraaf 3.7 basisscenario met ingroeimodel evenredig deel, boven-evenredig deel Perspectiefrijk en budget Pluspakket gezamenlijk. - In paragraaf 3.8: de ambitie van de directie Empatec. - In paragaaf 3.9: de uiteindelijke businesscase gesplitst in GR en NV.

o

Het onderscheid in 3.4 en 3.7 is gemaakt om te kunnen vaststellen of het Werkleerbedrijf met het afgesproken evenredig deel een solide basis heeft en de doelgroep en de gemeenten continuïteit kan bieden. In paragraaf 3.4 vindt die toetsing plaats door ervan uit te gaan dat het evenredig deel direct vanaf 2022 wordt gehanteerd. De praktijk is echter anders, omdat een ingroeimodel wordt geadviseerd. Dit ingroeimodel is uitgewerkt in 3.7. Het ingroeimodel heeft in eerste instantie een nadelig effect op het totale financiële resultaat van het Werkleerbedrijf. Dit effect doet zich in de praktijk niet voor omdat De Fryske Marren een boven-evenredig deel voor re-integratie Perspectiefrijk inbrengt en door De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân een relatief omvangrijk pluspakket wordt ingebracht. De rest van de businesscase is gebaseerd op het door gemeenten ingebrachte totale budget voor de categorie Perspectiefrijk (evenredig én boven-evenredig deel) en het budget voor het Pluspakket.

o

De gepresenteerde cijfers in de paragrafen 3.4 en 3.7 zijn voor de GR en de NV gezamenlijk. In die presentatie wordt het Werkleerbedrijf als één geheel benaderd. Dit maakt vergelijking met landelijke benchmarks mogelijk. Die presentatie gaat voorbij aan de afspraken die zijn gemaakt over kostentoerekeningen (betreft onder andere de kosten van ambtenaren, de kosten voor de personeels- en salarisadministratie en de kosten voor de secretaris en de controller van de GR en overige personeelskosten Wsw). In paragraaf 3.9 wordt de splitsing tussen GR en NV wel gemaakt.

Bijlagenbundel Businesscase 22 november 2021

22

o

In paragraaf 3.8 is de ambitie van de directie Empatec voor de jaren 2022 tot en met 2026 opgenomen en het effect van die ambitie op de businesscase.

o

In paragraaf 3.9 tenslotte wordt inzichtelijk gemaakt wat de resultaten van de GR en de NV afzonderlijk zijn. Daarmee kan de relatie met de gehanteerde begrotings- en jaarrekeningsystematiek worden gelegd, inclusief de afspraken over de kostenverdeling tussen GR en NV. Het geeft ook inzicht in de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van de Wsw.

3.4

Ontwikkeling BC als evenredig deel Perspectiefrijk direct wordt gerealiseerd

Hierna zijn drie tabellen opgenomen: - Tabel 5: de ontwikkeling van de eerste drie onderdelen van de businesscase (subsidieresultaat Wsw, resultaat nieuw beschut werk en LKS en bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf). - Tabel 6: de feitelijke besteding van de gemeenten voor de categorie Perspectiefrijk in het ingroeimodel. - Tabel 7: een samenvatting van tabellen 5 en 6. Tabel 5 Basisscenario (in euro 1.000)

2022

2023

2024

2025

2026

Volumes (fte): Wsw (1) - waarvan Wsw in dienst WLB (1a) - waarvan begeleid werken Wsw (1b) Nieuw beschut in dienst (2) Andere kandidaten Participatiewet in dienst (3) Totaal in dienst WLB (1a, 2 en 3)

790,9 708,8 82,1 64,6 23,0 796,4

744,9 667,6 77,3 69,8 25,0 762,4

706,1 632,8 73,3 73,3 27,0 733,1

656,8 588,6 68,2 79,2 29,0 696,8

611,5 548,0 63,5 83,5 31,0 662,6

24.472 -25.018 -546

23.433 -23.580 -147

22.641 -22.366 275

21.628 -20.822 806

20.735 -19.404 1.331

1.478 -2.078 -600

1.600 -2.251 -651

1.725 -2.375 -650

1.896 -2.543 -647

2.022 -2.712 -690

12.341 10 12.351 -8.184 -998 -4.625 -13.808 -1.457

11.786 15 11.801 -7.905 -977 -4.559 -13.440 -1.639

11.321 20 11.341 -7.748 -958 -4.502 -13.208 -1.867

10.719 25 10.744 -7.329 -934 -4.426 -12.689 -1.945

10.163 30 10.193 -7.025 -911 -4.354 -12.291 -2.098

Financieel meerjarenbeeld: Subsidieresultaat Wsw Deelbudget Wsw Personeelskosten Wsw Subsidieresultaat Wsw Resultaat nieuw beschut en LKS-medewerkers Loonkosten- en begeleidingssubsidie NBW en LKS Loonkosten NBW en LKS Resultaat NBW en LKS Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf Netto toegevoegde waarde Andere opbrengsten Totaal baten Kosten ongesubsidieerd personeel Afschrijvingen Overige bedrijfskosten Totaal lasten Bedrijfsresultaat Werkleerbedrijf

Tabel 5 laat op basis van de gehanteerde uitgangspunten en aannames de ontwikkeling van de drie eerste onderdelen van de businesscase zien. Daarbij ontstaat het volgende beeld: Het subsidieresultaat Wsw verbetert de komende jaren sterk. Het negatieve resultaat slaat in de loop van de periode om in een positief resultaat. De reden hiervoor is dat het deelbudget Wsw (ook wel Rijksbijdrage Wsw genoemd) per Wsw-plek de komende jaren toeneemt als gevolg van de landelijk hogere uitstroom uit de Wsw dan verwacht bij de voorbereidingen van de Participatiewet; Het nadelige subsidieresultaat Nieuw Beschut Werken en LKS-medewerkers neemt in de loop van de periode iets toe van 600.000 euro in 2022 naar 690.000 euro in 2026;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10908479/1