Bijlage - Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023 - 2027
Tekst van het document
De effecten van klimaatverandering (extreme neerslag) brengen steeds meer druk op de rioleringswerkzaamheden met zich mee en vereisen extra personele inzet. Daarom is voor 2022 een post voor additionele personele capaciteit beschikbaar gesteld. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte wil de gemeente het risico op wateroverlast (verder) reduceren. Ook wanneer deze locaties de afgelopen jaren geen overlast ervaren hebben, maar wel bovengemiddeld gevoelig zijn; het betreft onder andere de gebieden in Makkum (Stranwei), Sneek (Singel, Kaar) en Folsgare (Ekersein). Samengevat functioneert het rioolstels extreme neerslag knelpunten aan het licht gekomen. De gemeente pakt deze locaties adequaat op waardoor de kans op wateroverlast in de toekomst kleiner wordt. Drukriolering Hemelwater op de drukriolering is ongewenst, belemmert een doelmatige werking van het stelsel en kan leiden tot storingen en overstortingen van vervuild water. De ervaring is dat de hieraan gerelateerde storingen toenemen in Súdwest-Fryslân, hetgeen leidt tot milieuverontreiniging en hoge maatschappelijke kosten. Een oorzaak kan zijn dat er in de loop der jaren meer hemelwateraansluitingen gemaakt worden op de drukriolering, mede als gevolg van onwetendheid.
Relatie met actie 4.7 uit het ‘Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie’: verdiepende stresstest wateroverlast in bebouwd gebied 19 ‘voorbereidingskrediet 2022 wateroverlast’ 18
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
27
Indien daar aanleiding toe is (vermoeden, disfunctioneren, toename van storingen, draaiuren en/ of elektriciteitsverbruik), zal hierover gecommuniceerd worden naar onze inwoners en onderzoek plaatsvinden naar mogelijke foutieve aansluitingen (maatregel 4, 5 en 6). 4.5 Nieuwbouw Bij nieuwbouwlocaties (in- en uitbreidingslocaties) wordt het stedelijk afvalwater en hemelwater gescheiden. Het vuilwater wordt veelal ingezameld en getransporteerd naar de RWZI. De inzameling kan middels riolering, maar er kan ook gekozen worden voor andere passende lokale (zuiverings)voorzieningen, zolang het effect maar hetzelfde is20. Het schone hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig afgevoerd naar sloten of door middel van hemelwaterr -bergen-scheidenDaarnaast zorgen we voor de aanleg van voldoende oppervlaktewater als buffer en voor zoveel mogelijk stevige groenclusters in de wijk voor de opvang van hemelwater bij piekbuien. We kijken ook naar alternatieve verharding voor wegen en parkeren zo laag mogelijk te houden. Daarbij voeren we het hemelwater bij voorkeur oppervlakkig af naar oppervlaktewater, indien dat niet mogelijk is passen we open bestrating toe (zoals graskeien). 21 De verwachting is dat er de komende jaren ruim 1.100 woningen gebouwd worden (zie hoofdstuk 8). Als gevolg van de uitbreiding van het gebied zullen ook de kosten van het dagelijks beheer en onderhoud toenemen.
Bestaande woningen die niet voorzien zijn van een aansluiting op de riolering hebben destijds een ontheffing gekregen. Deze circa 2.000 woningen dienen voorzien te zijn van een goed werkende IBA die voldoet aan de wettelijke eisen. Cornwerd is bijvoorbeeld een woonkern die niet is aangesloten op het rioolsysteem c.q. de RWZI. De gemeente is bevoegd gezag voor bodem lozende systemen. Wetterskip Fryslân is bevoegd gezag voor het lozen op het oppervlaktewater.
Nieuwbouw biedt dé kans om toekomstige problemen als gevolg van klimaatverandering te voorkomen. Deze kans willen we niet voorbij laten gaan. Daarom is klimaatrobuust bouwen een gezamenlijke opgave van de ontwikkelaar, particulier, waterbeheerder en gemeente. Dit wordt onder andere geborgd in het omgevingsplan.
20 21
Er dient sprake te zijn van ‘eenzelfde graad van bescherming van het milieu’ (art. 10.33 lid 2 Wm). Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie 2021, hoofdstuk 3
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
28
5. Dit hoofdstuk beschrijft de visie voor de toekomst van de gemeente Súdwest-Fryslân. Op basis van deze visie, voor dit Watertakenplan bepaald. 5.1 Visie: een gezonde, kwalitatief aantrekkelijke gemeente De gemeente Súdwest-Fryslân heeft de volgende visie: Súdwest-Fryslân wil samen met haar inwoners en andere belanghebbenden werken aan een veilige, gezonde, robuuste en klimaatbestendige leefomgeving en gemeentelijk afvalwatersysteem. Dit doet de gemeente tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.
aantrekkelijke woon-
doelen opgesteld om
• • • •
tegen te gaan; Goede kwaliteit van het bodem en (grond)watersysteem: ecologisch gezond en natuurlijk; Voorkomen ontwrichting en schade bij extreme weersomstandigheden (klimaatadaptatie); Bijdrage aan energievoorziening en circulaire economie. -1 opgenomen.
5.2 Hoe gaan we dat bereiken? De visie in hoofdstuk 5.1 omvat het maatschappelijk effect zoals in onderstaande tabel weergegeven. Aan de hieruit voortvloeiende hoofddoelen wordt invulling gegeven door subdoelen te realiseren. In hoofdstuk 6 (Programma water en riolering) wordt beschreven hoe de gemeente invulling geeft aan de (sub)doelen die voortvloeien uit bovenstaande visie. Aan elke zorgplicht is een sub-hoofdstuk gewijd, waarin is beschreven hoe de doelen gerealiseerd worden en welke verwachtingen er vanuit het Watertakenplan zijn naar betrokkenen. Gebruik wordt gemaakt van de in bijlage B5-2 weergegeven (sub)doelen. Voor de tegels zie bijlage B5-2
• • • •
de afvalwaterzorgplicht komt aan bod in 6.1, gevolgd door de hemelwaterzorgplicht in 6.2, de grondwaterzorgplicht in 6.3 en tot slot duurzaamheid en circulariteit in paragraaf 6.4.
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
29
6. Programma water en riolering Hoe gaan we daar komen en wat gaan we doen? In het voorgaande hoofdstuk zijn de (sub) doelen voor de komende jaren weergegeven, voortkomend uit de (Omgevings)visie. In dit hoofdstuk worden de subdoelen ingebed in de gemeentelijke zorgplichten en wordt de strategie beschreven hoe wij daar invulling aan geven. Dit biedt input voor het uitvoeringsprogramma in hoofdstuk 7. Vanwege de directe link wordt het aspect wateroverlast in de paragraaf 6.2 Hemelwatertaak behandeld en het aspect droogte onder 6.3 Grondwatertaak. 6.1 Afvalwatertaak De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en transport van afvalwater naar een zuivering-technisch werk (bijvoorbeeld een RWZI) en doet dit binnen de bebouwde kom door de aanleg en beheer van vuilwaterriolen (of gelijkwaardige voorzieningen) (artikel 2.16, lid 1a-3 Ow). Ook buiten de bebouwde kom geldt in beginsel de gemeentelijke zorgplicht. Als aanleg van een vuilwaterriool niet doelmatig is, hoeft de gemeente de zorgplicht niet in te vullen. Bij het beoordelen van doelmatigheid spelen milieubelangen een rol. Als de gemeente de zorgplicht niet invult, dan hebben inwoner en bedrijf een eigen verantwoordelijkheid als lozer van afvalwater.
Bij de invulling van de zorgplicht afvalwater wordt onderscheid gemaakt tussen de bebouwde kom en het buitengebied, en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater. Bebouwde kom Huishoudelijk afvalwater: Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw geldt een aansluitplicht voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op de riolering. De gemeente zorgt voor inzameling van huishoudelijk afvalwater en transport naar een zuivering technisch werk22. Alle percelen, zowel binnen als buiten de kernen zijn voorzien van een aansluiting op de (druk) riolering, tenzij het doelmatiger is de woningen te voorzien van een alternatieve c.q. individuele voorziening. In voorkomende gevallen wordt een ontheffing van de aansluitplicht verleend. Kornwerderzand is voorzien van een IBA, evenals Iens. Cornwerd is een woonwijk die niet aangesloten is op het rioolsysteem (en waarvan het afvalwater niet afgevoerd wordt naar de RWZI). In Sneek zijn twee systemen voor gescheiden sanitatie (Desah) aanwezig, één kleine installatie in de Willem Santemastraat en één in de wijk Noorderhoek waarop circa 200 woningen aangesloten zijn. Zie hoofdstuk 6.4 voor meer informatie over Desah. Bedrijfsafvalwater: Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater inzamelt dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater.
Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering 23.
22
Veelal een RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie), maar het kan ook een decentrale zuiveringsinrichting zijn of een individuele voorziening, zoals een IBA die er voor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt. 23 Besluit Kwaliteit Leefomgeving 4.8.23
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
30
Het Wetterskip geeft hierin advies. Daarnaast kan de gemeente nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven, deze weigeren of beëindigen. De gemeente is niet verplicht om nieuwe bedrijfsmatige lozingen van afvalwater op het gemeentelijk rioolsysteem te accepteren 24. Buitengebied Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt, inzamelt en afvoert. Uitzonderingen zijn mogelijk indien er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze omstandigheden zijn: • • • •
De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet toereikend. Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande. Het leveren van een vergelijkbaar effluent door nieuwe decentrale technieken (nieuwe sanitatie) als bij zuivering op de RWZI. Doelmatigheid.
De gemeente onderhoudt de bestaande infrastructuur (drukriolering en gemalen) tenminste tot het moment dat leidingen moeten worden vervangen. Ook biedt de gemeente ruimte voor initiatieven met nieuwe sanitatie. Op het moment dat de infrastructuur aan het einde van de technische levensduur is, zal de gemeente in overleg met het Wetterskip een nieuwe afweging maken over het invullen van de zorgplicht voor afvalwater in het buitengebied. De percelen die niet zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering (definitieve ontheffing) zijn voorzien van een voorziening voor de individuele behandeling van het afvalwater (IBA). Alle voorzieningen zijn in eigendom van de perceeleigenaar die ook verantwoordelijk is voor de vervanging daarvan. Voor lozingen op het oppervlaktewater is Wetterskip Fryslân bevoegd gezag. Lozingen in de bodem (waarvoor de gemeente bevoegd gezag is) komen niet voor. Er wordt onderscheid gemaakt in niet kwetsbaar gebied, kwetsbare en zeer kwetsbare gebieden: •
In het niet kwetsbare gebied is een IBA klasse I voldoende en is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud.
•
In het kwetsbare en zeer kwetsbare gebied is een IBA klasse II voldoende. Het grootste deel van de percelen is voorzien van een IBA II. Dit is gerealiseerd in een gezamenlijke actie van gemeentes, provincie, Wetterskip en Vitens. Ook de overige percelen in deze gebieden zijn minimaal voorzien van een IBA II waarvoor de perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud.
Kosten nieuwe aansluiting op de riolering De initiatiefnemer betaalt de werkelijke kosten voor de nieuwe aansluiting op de riolering. Dat geldt zowel voor een aansluiting op de vrijverval- als op de drukriolering.
Aan het afvalwater van bedrijven kunnen voorwaarden gesteld worden en/of in zijn geheel geweigerd worden. “Op lozingen in het riool vanuit bedrijven (inrichtingen als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet milieubeheer (Wm)) zijn de regels van het Activiteitenbesluit van toepassing. Het Activiteitenbesluit vindt zijn grondslag in de Waterwet, de Wm en de Wet bodembescherming. Sommige categorieën bedrijven hebben nog een omgevingsvergunning milieu nodig. Daarin worden de lozingen geregeld die niet onder hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit vallen. Gemeenten hoeven bedrijfsmatige lozingen in het riool niet te accepteren.”(Kennisbank Stedelijk Water, Stichting RIONED) 24
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
31
6.1.1
Strategie en koers
De gemeente zamelt het huishoudelijk afvalwater in en transporteert dit naar het overnamepunt van Wetterskip Fryslân. Bij nieuwbouw wordt afvalwater gescheiden ingezameld van hemelwater. Hierdoor wordt de kans op wateroverlast gereduceerd en worden vervuilende overstortingen op oppervlaktewater beperkt. Een positief neveneffect is dat een vermindering van de aanvoer van hemelwater naar de RWZI het zuiveringsrendement vergroot. Foutieve hemelwateraansluitingen op het vuilwaterriool worden zoveel mogelijk voorkomen door het geven van voorlichting aan (nieuwe) inwoners. Bij bestaande bouw wordt onderzoek verricht naar foutaansluitingen indien daar aanleiding toe is (maatregel 4). Effectief rioleringsbeheer en voorkomen van vuiluitworp naar bodem-, grond- en oppervlaktewater Omwille van de volksgezondheid, een doelmatige werking van ons systeem en het milieu wil de gemeente de vuiluitworp nog verder reduceren. Om ongewenste emissies naar bodem- grond en oppervlaktewater te voorkomen en een robuust systeem te krijgen, wordt ook de komende planperiode ingezet op doelmatige afkoppeling van hemelwater (in samenhang met rioolvervanging en/of klimaatadaptieve maatregelen). Hiermee wordt vervuiling door riooloverstortingen op oppervlaktewater verder beperkt.
De kwaliteit van oppervlaktewater is deels een verantwoordelijkheid van de gemeente en heeft onze aandacht, onder andere op het gebied van illegale, foutieve aansluitingen en lozingen en plastic en drijvend zwerfvuil (maatregel 21). Structurele waterkwaliteitsknelpunten als gevolg van riool overstortingen zijn er niet. Hemelwater op de drukriolering is ongewenst, belemmert een doelmatige werking van het stelsel en kan leiden tot storingen en overstortingen van vervuild water. Indien uit storingen en/of het telemetriesysteem blijkt dat er (veel) regenwater aangesloten is op de drukriolering, zal daar actie op ondernomen worden. Het (dagelijkse) operationele beheer en onderhoud van de bestaande voorzieningen wordt deels door de eigen dienst verzorgd. Een risicogestuurde aanpak van beheer en onderhoud is uitgangspunt. Dit wordt op volksgezondheid), bestaande inspectieresultaten en geplande vervangingen afgewogen worden. Rioleringsvoorzieningen op particulier terrein Een deel van het gemeentelijk hoofdriool en van de pompunits en gemalen is gelegen op particulier terrein. Hiervoor is in het verleden al of niet zakelijk recht gevestigd. In bijlage B6-2 is aangegeven hoe hiermee omgegaan wordt in het kader van (preventief) beheer en onderhoud, het verhelpen van storingen en toekomstige vervanging.
Algemeen uitgangspunt is dat de perceeleigenaar verplicht is de gemeente en/of door de gemeente ingehuurde bedrijven te allen tijde toegang te verlenen tot het perceel om noodzakelijke herstel- of onderhoudswerkzaamheden, reparaties en/of vervangingen uit te voeren, dan wel verstoringen te verhelpen. Dat geldt zowel voor op het perceel gelegen riolering als voor pompen en gemalen. Bij nieuwbouwlocaties wordt openbare riolering altijd op openbaar terrein aangelegd en wordt voorkomen dat er aansluitingen van derden op (particuliere) terreinleidingen aangebracht worden. Indien dat pertinent niet mogelijk is, wordt direct zakelijk recht gevestigd. Bij vakantieparken en campings geldt zonder uitzondering dat riolering op vakantieparken en campings tot aan het overnamepunt in eigendom, beheer en onderhoud van de perceeleigenaar is. De regels hieromtrent worden verankerd in het omgevingsplan (zie bijlage B6-4: waterregels in het omgevingsplan) en indien nodig in de verordening aansluitrecht riolering; dat geldt ook voor rioolgerelateerde regels ten aanzien van verbouwing en uitbreidingen (maatregel 11 en 14). De gemeente zal hier actief over communiceren met belanghebbenden (maatregel 12). Rioolinspecties en rioolvervanging Door planmatige rioolinspecties heeft de gemeente een goed beeld van de kwaliteit van de riolering.
De gemeente inspecteert mede op basis van risico en ouderdom van de riolering. Gebreken in de riolering zijn bekend en maatregelen worden getroffen om uittreding van afvalwater naar grondwater en andersom te voorkomen indien dat doelmatig is.
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
32
De kwaliteit van de riolering is over het algemeen redelijk tot goed, ondanks dat er grote verschillen zijn. De gemeente kiest er uit doelmatigheidsoogpunt voor om riolering alleen autonoom te vervangen wanneer de volksgezondheid of verkeersveiligheid in het geding komen. Minder urgente rioolvervangingen vinden plaats in combinatie met andere ingrepen in de openbare ruimte. Een ander aspect is dat overlast voor omwonenden en bedrijven gereduceerd wordt wanneer riolering gerelined wordt in plaats van vervangen. De gemeente maakt bij ieder project de doelmatigheidsafweging of de riolering vervangen of gerelined wordt. Naast kosten, spelen aspecten als de aanleg van een gescheiden rioolstelsel, de staat van de verharding, bovengrondse inrichting (toegankelijkheid, wenselijkheid van wegafsluitingen), ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen) en uiteraard het type ingrijpmaatstaf een rol. De gemeente kiest voor relining indien dat effectief en doelmatig wordt geacht. Voor de komende jaren is bekend welke riolen vervangen en welke gerelined gaan worden. Voor de langere termijn wordt deze keuze nog gemaakt (op basis van kwaliteit, meekoppelkansen en klimaatadaptieve maatregelen), waarbij het gezien de huidige ervaringen de verwachting is dat de helft van de riolen voor relining in aanmerking kan komen. Rekenkundig wordt uitgegaan van gemiddeld 25% relining.
De komende jaren zullen onder andere de volgende grote projecten uitgevoerd worden: • • • • • • • •
De Warren, Woudsend West Schoolstraat e.o., Noordoosthoek Sneek Oppenhuizerweg, Sneek De Finne, Ysbrechtum Dorpsstraat, Exmorra Julianastraat, IJlst Kalkovens, Makkum Hemdijk, Sneek
Een overzicht van de nieuwe werken is weergegeven in hoofdstuk 7. Ondanks dat er een goed beeld bestaat over de noodzakelijke ingrepen, zijn niet alle investeringen te voorzien. Er kunnen zich kansen voordoen om mee te liften met andere ingrepen in de openbare ruimte, of zich onvoorziene omstandigheden optreden. Indien uit rioolinspecties blijkt dat reparaties acuut noodzakelijk zijn om stelselonderdelen bijvoorbeeld water- en zanddicht te maken, dan kan het bestaande reguliere onderhoudsbudget daarvoor aangewend worden. Voor acute vervangingen kan het saldo in de vervangingsvoorziening deels aangewend worden. Na uitvoering van de projecten draagt de gemeente zorg voor het verwerken van de revisiegegevens in het rioolbeheerpakket. 6.1.2
Vervangingen
In deze paragraaf worden alle vervangingen beschreven voor zowel de planperiode als daarna (voor een periode van circa 50 jaar). Deze doorkijk is nodig om te kunnen anticiperen op grote veranderingen in investeringen, zowel qua verdeling van de investeringen, ontwikkeling van de rioolheffing, als qua personele bezetting. vervangingen plaats van pompen en gemalen en pers- en drukriolering, alsmede vervanging van telemetrie en randvoorzieningen. Gemalen en drukunits Súdwest-Fryslân beschikt over een groot aantal gemalen, pompen en drukunits, zie ook de tabel in hoofdstuk 4.1. De vervangingswaar De vervangingsplanning van alle onderdelen van de pompen en gemalen c.q. drukunits wordt bijgehouden in het beheersysteem. Daarin zijn ook de conditie van de verschillende onderdelen, de technische levensduur, eenheidsprijzen en jaar van vervanging opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in pomp, leidingwerk, buitenopstellingskast en pompput.
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
33
Onderstaande figuur toont de totale vervangingskosten voor de verschillende onderdelen behorende bij de rioolgemalen en drukunits op basis van theoretische uitgangspunten (jaar van aanleg).
Figuur 9 Prognose vervangingsinvestering pompen en gemalen
Drukriolering en persleidingen De gemeente beschikt over circa 129 km druk- en persleidingen. De technische levensduur is op 60 jaar aangelegd ten tijde van de aansluiting van het buitengebied. Gezien het relatief beperkte areaal aan druk- en persriolering (vervangin vervangen hoeven te worden, is er voor gekozen om vanaf 2033 jaarlijks een constant bedrag van 2,5% van de vervangingswaarde op te nemen in het kostendekkingsplan. Vrijverval riolering (langjarig) De gemiddelde technische levensduur van vrijverval riolering bedraagt 70 jaar. Berekend is wat de vervangingswaarde van het gehele stelsel en de langjarige investeringen zijn. Uitgegaan is van 75% vervanging en 25% relining (tegen gemiddeld 60% van de vervangingskosten). De oranje balken in figuur 10 tonen de theoretische investeringsbedragen per jaar, hetgeen een wisselend investeringspatroon oplevert. Om een gelijkmatiger patroon te verkrijgen zijn de investeringsbedragen na de planperiode verdeeld in blokken van 5 tot 10 jaar, zie de blauwe lijn.
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
34
Figuur 10 Prognose investeringen rioolvervanging en relining komende 60 jaar (prijspeil 2021)
% van de riolen Voor de komende jaren zijn de benodigde investeringsbedragen bekend. Onderstaande tabel toont het totaal benodigde jaarbudget. Investering / jaar
2023
2024
2025
2026
2027
Rioolvervanging en relining (maatregel 22) Figuur 11 Investeringen rioolvervanging inclusief eventuele afkoppelkosten
6.1.3
Communicatie
Minimale overlast voor de omgeving bij werkzaamheden Om overlast van werkzaamheden voor de omgeving zo veel mogelijk te voorkomen, besteedt de gemeente veel aandacht aan goede communicatie richting inwoners. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte worden de belanghebbenden vroegtijdig en goed geïnformeerd over de gevolgen hiervan met betrekking tot bereikbaarheid en bedrijfsvoering. Tevens wordt rioolvervanging (en de aanleg van centrale regenwaterriolen) zoveel mogelijk afgestemd met wegwerkzaamheden. Hiermee wordt de overlast voor omwonenden beperkt. Het is belangrijk dat onze inwoners zich ervan bewust zijn dat water op straat iets is dat niet altijd te voorkomen is, maar zich tevens realiseren dat het water verontreinigd kan zijn en dat het in contact komen Wij gaan de inwoners van onze gemeente daarover informeren. Dit doen wij in de lokale media (aan het begin van de zomerperiode wanneer de kans op zwaardere buien toeneemt) en op de gemeentelijke website (als onderdeel van maatregel 6 en 12). Dat geldt ook voor het zwemmen in natuurwater waarop riooloverstorten kunnen lozen en/of andere verontreinigingsbronnen aanwezig kunnen zijn. In Nederland is het niet verboden om te zwemmen in oppervlaktewater, dit is echter op eigen risico. De zwemwaterkwaliteit wordt (alleen) bij de 700 officiële
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
35
zwemwaterlocaties in Nederland gemonitord door Rijkswaterstaat en de waterschappen. Meer informatie over officieel zwemwater leest u op de website van Helpdesk Water25. Ongewenst lozingsgedrag moet voorkomen worden. Het betreft zowel illegale lozingen van chemische stoffen in het riool, als foutieve aansluitingen van afvalwater op de regenwaterriolering en vice versa. Wij zullen periodiek in samenwerking met onze waterpartners aandacht besteden aan het voorkomen van milieuverontreiniging en verstoppingen als gevolg van foutief gebruik van de riolering; denk daarbij ook aan het door het toilet spoelen van vochtige (schoonmaak-, billen-) doekjes (maatregel 4, 5 en 6).
Figuur 12 Verstopte pomp als gevolg van vochtige (billen)doekjes in het riool
6.2 Hemelwatertaak Gemeenten hebben een zorgplicht voor de doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. De zorgplicht legt de nadruk op de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. Nadat het hemelwater door de gemeente is ontvangen, is het aan de gemeente om te bepalen hoe het verwerkt wordt. Voorbeelden zijn: • • • • •
bergen (ook tijdelijke berging op straat tijdens piek-buien), transporteren, nuttig toepassen, terugbrengen in bodem of oppervlaktewater of afvoeren naar een zuiveringsinrichting.
Bij hemelwater geldt dat lokale lozing van hemelwater in de bodem of op oppervlaktewater (al dan niet via een gemeentelijk hemelwatersysteem) de voorkeur geniet boven lozing op een gemengd stelsel. Uiteraard is samenspraak met de waterpartners, zoals Wetterskip Fryslân, onontbeerlijk. In bestaand bebouwd gebied zijn de mogelijkheden voor perceeleigenaren om zelf het hemelwater te verwerken niet altijd aanwezig. Bijvoorbeeld omdat er geen oppervlaktewater in de directe nabijheid is of de infiltratiemogelijkheden (ruimte) en capaciteit (bodem) beperkt zijn. In déze situaties zal het vaak niet redelijk zijn om van de particulier te verlangen zelf het hemelwater te verwerken. Daarnaast is in grote delen van de bestaande kernen en wijken nog een gemengd stelsel aanwezig. Het is dan ook niet redelijk om bij bestaande bebouwing aan de perceeleigenaar te vragen het afvalwater en hemelwater gescheiden aan te bieden, zonder dat er bouwkundige ingrepen aan deze woning plaats vinden.
25
https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/gebruiksfuncties/zwemwater/
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
36
Bij nieuwbouw en inbreidingen is het wél mogelijk om hemelwater binnen de perceelgrens te bergen, gescheiden aan te leveren, naar oppervlaktewater af te voeren en/of binnen het plangebied te bergen. Landelijk is er de tendens dat particulieren hun tuinen meer en meer verharden. Het gevolg is dat er bij (hevige) neerslag meer water afgevoerd wordt naar de riolering wat tot capaciteitsproblemen en zelfs wateroverlast kan leiden. Súdwest-Fryslân is aangesloten bij Stichting Steenbreek; middels communicatie en voorlichting wil de gemeente deze tendens deels doorbreken (tegel eruit, plant erin). Een voorbeeld is het Project Geveltuintjes. De gemeente gaat inwoners stimuleren om gezamenlijk initiatieven te ontplooien om klimaatadaptieve maatregelen te treffen (maatregel 13).
Figuur 13 Aanleg van een geveltuin. Geveltuinen geven straten waar de huizen geen voortuin hebben een heel ander aanzicht [https://sudwestfryslan.nl/onderwerp/steenbreek/]
6.2.1
Voorkomen wateroverlast
Water op straat kan hinderlijk zijn (waterhinder), maar kan ook schade veroorzaken (wateroverlast). In het algemeen is het acceptabel als water bij hevige buien gedurende enige tijd op straat staat. De hinder is vergelijkbaar met sneeuwval: de begaanbaarheid van de weg neemt af. Een keer water tussen de stoepen is lastig, maar kan geen kwaad. In deze situaties wegen gemeenten (dure) maatregelen af tegen hinder en specifieke belangen als toegankelijkheid en begaanbaarheid voor iedereen, zoals voetgangers, fietsers en ouderen. Niet-aanvaardbare vormen van water op straat (wateroverlast) zijn over het algemeen water dat vanaf de straat gebouwen in stroomt (materiële schade aan woningen, winkels, bedrijven), afvalwater dat in ondheid) en/of water dat belangrijke verkeersaders blokkeert (belemmering voor hulpdiensten en economische schade). Definitie wateroverlast De gemeente spreekt van regen- of afvalwateroverlast als: •
Puur afvalwater (als gevolg van een storing of calamiteit) op straat staat en/of huizen of gebouwen instroomt;
•
Afvalwater afkomstig uit een gemengd rioolstelsel langer dan 4 uur op straat staat én dit stinkt en/of er toiletpapier en andere (visueel waar te nemen) verontreinigingen in aanwezig zijn (volksgezondheidsrisico);
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
37
•
Water via de straat huizen of gebouwen in stroomt. Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat het begane grondpeil (vloerpeil) minimaal 30 cm hoger moet liggen dan het straatpeil (adviespeil), met uitzondering voor panden in centrumgebieden (winkels zonder drempel etc.);
•
Afvalwater overloopt uit toiletten op begane grondniveau. Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de ontluchting van de gebouwen goed functioneert en de binnenhuisriolering aan de eisen voldoet (vigerend Bouwbesluit);
•
Water op straat het verkeer op belangrijke verkeersaders en doorgaande (ontsluitings)wegen en tunnels meer dan 4 uur blokkeert;
•
Bij bovenstaande situaties gaat de gemeente samen met het Wetterskip én de inwoners actief op zoek naar doelmatige maatregelen. Meer dan de helft van het verhard oppervlak is in eigendom van particulieren, (woningbouw)corporaties en bedrijven. Het is een gezamenlijke opgave om de kans op wateroverlast te verminderen.
Naast overlast kan er sprake zijn van waterhinder. Voorbeelden van hinder zijn water op straat26 (tussen de trottoirbanden), ondergelopen achterpaden of tuinen. Dit kan overlast worden wanneer de hinder meerdere uren aanhoudt en/of wanneer het stinkt en/of er toiletpapier en andere (visueel waar te nemen)
Figuur 14 Waterhinder, water in een park of groenzone
Figuur 15 Waterhinder, water tussen de trottoirbanden (kan overlast worden indien dit langdurig aanhoudt)
Figuur 16 Wateroverlast Woudsend (bron: woudsendonline.nl)
26
Water dat slechts in beperkte mate stinkt en/of geen of in beperkte mate verontreinigingen achterlaat
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
38
Norm en ambitie De norm die gehanteerd wordt is beschreven in hoofdstuk 4.4. Daarnaast anticipeert de gemeente op klimaatverandering door maatregelen robuuster en groter te dimensioneren en uit te voeren dan strikt ssing van een minimale diameter van 250 mm bij de aanleg van een regenwaterriool. Ambitie: “Súdwest-Fryslân heeft in 2050 een robuust watersysteem. Dat is een systeem dat weinig hulp nodig heeft om te kunnen functioneren. Het water is schoon, veilig en er is voldoende van. Verstedelijking en klimaatverandering vormen integrale taken voor waterbeheer. Súdwest-Fryslân pakt die samen met andere opgaven (leefbaarheid, bodemdaling en gezondheid) op. Dit integraal oppakken is een uitdaging die kansen biedt. Daar hebben we elkaar voor nodig. Een heftige bui die theoretisch gemiddeld een keer in de vijf jaar voorkomt? Daarvan wil Súdwest-Fryslân op de (middel)lange termijn geen wateroverlast hebben. Bij zo'n bui mag er dan alleen sprake zijn van water op straat. In Súdwest-Fryslân scheiden we stromen afvalwater van stomen hemelwater. Dat gebeurt bij nieuwbouw en in gebieden waar ze hemelwater afkoppelen. Dat water gaat vaak via regenwaterriolen naar het oppervlaktewater. Daarnaast houdt Súdwest-Fryslân de inrichting van de openbare ruimte tegen het licht. Er zijn kansen voor berging op straat (‘binnen de banden’). Dat kan door herprofilering en is in verhouding goedkoop.
Dit zorgt dan voor een flinke afname van het risico op wateroverlast. De gemeente liet als eerste stap hiertoe al analyses uitvoeren met oppervlakkige afstroming (zie figuur 21). Die maken op basis van hoogteligging inzichtelijk wat de gevoelige plekken binnen de kernen zijn. Súdwest-Fryslân wil wateroverlast voorkómen. Die garantie daarop bestaat echter niet in alle (extreme) gevallen. Hoe versterk je de waterstructuur nog meer? Door de bergingscapaciteit uit te breiden met extra waterverbindingen en nieuw open water.
Rioolstelsels voldoen aan de norm lokale maatregelen nodig Het hydraulisch en milieutechnisch functioneren van de rioolstelsels wordt periodiek getoetst. Voor vrijwel alle 89 kernen in Súdwest-Fryslân is een dergelijk plan aanwezig en blikt dat deze voldoen aan de norm. Vanuit de SSW-en (BRP-en), de Friese Klimaatatlas (zie figuur 17) en de praktijk, heeft de gemeente inzicht in locaties die gevoelig zijn voor waterhinder of overlast bij zware buien.
Figuur 17 Friese Klimaatatlas, aspect Wateroverlast. Gevoelige gebieden bij intensieve neerslag op basis van hoogteligging [bron: Friese Klimaatatlas]
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
39
De gemeente geeft prioriteit aan locaties die in de praktijk wateroverlast ervaren, zoals Woudsend alwaar clusterbuien de afgelopen jaren wateroverlast hebben veroorzaakt. In het kader van de impulsgelden regeling heeft er begin 2022 een inventarisatie plaatsgevonden naar alle overige bekende wateroverlastlocaties. De komende planperiode wordt nader onderzoek verricht naar oplossingsrichtingen en worden doelmatige maatregelen uitgevoerd (maatregel 23). Locatie de Skatting e.o. Heeg Gossepalen e.o Sneek Overstorten op boezem Oppenhuizerweg Sneek Alexanderstraat Sneek Duinterpen Hockeyvelden Sneek Gemaal Nanne Rijn Bolsward De Maren Hemelum Hemelum Zeilschool Koeweg Stavoren IJsbrechtum Boostergemaal Workum (Trekwei) De Rakken Woudsend Koudum Nijlan Hottingawei
Prioriteit Probleem water op straat Skatting en Koaldyk ↑ ↑ → ↑ → → → → ↑ → ↑ → ↑ → → ↑
Oorzaak
Mogelijke oploss
beperkte afvoermogelijkheid regenwater
berging bij superm duiker reinigen e BBB (drijf constru inventariseren en overstorten meennemen in on pompen aanpasse
deels water op straat. verstopte huisaansluitingen. hinder. overstort in vijver
verzakte huisaansluitingen. Beperkte polderafvoer
inloop boezemwater in rioolstelsel
hoge waterstanden door bijv opstuwing
water op straat water op straat
onbekend onbekend inrichting stelsel, DWA aangesloten op gemengd stelsel en terugslagklep in afvoer richting zuivering onbekend onbekend overstort in greppel. Greppel loopt over richting woningen onbekend
beperkte afvoer tijdens regen terugstroom oppervlaktewater draait lang na bij regen water op straat bij twee woningen te weinig ruimte tussen overstortmuur en dek water op straat. Blijkt ook na aanpassing van de riolering niet opgelost water op straat gemaal stroomt over tijdens regensituatie bij pompstorting camping onder water wateroverlastTussen tennisbanen en Dammenseweg 43 water op straat
doorrekenen en u
beperkte afvoermogelijkheid regenwater regenwater en doorstroomvoorziening op gemalen onbekend onbekend onbekend
aanpassing overs doorrekenen aanpassing gema onbekend onderzoeken wat
Een deel van de bestaande basisrioleringsplannen wordt de komende jaren geactualiseerd, waaronder die van Sneek (maatregel 7). De actualisaties (opstellen SSW) worden gecombineerd met een verdiepende stresstest wateroverlast, zogenaamde water over straat berekeningen 27w. Hiervoor wordt de komende planperiode jaarlijks een budget gereserveerd (maatregel 8). Klimaatadaptatie Naast de norm en de huidige praktijkoverlast dient ook geanticipeerd te worden op (nog) zwaardere en extremere buien (zie figuur 21). Niet door alle regen af te voeren via de riolering, maar het water (ook) oppervlakkig te leiden naar locaties waar het geen of in mindere mate overlast en/of schade veroorzaakt. Om dit in kaart te brengen worden, zoals bovenstaand aangegeven, verdiepende stresstesten uitgevoerd en maatregelen geïnitieerd. De focus ligt daarbij op werk met werk maken. Klimaatadaptieve maatregelen worden gelijktijdig uitgevoerd met rioolvervanging en wegreconstructies. Afkoppeling kan daar onderdeel van uitmaken. Ten behoeve van het uitvoeren van de SSW-en en de stresstesten, alsmede voor het initiëren tot uitvoeren van (klimaat)maatregelen, is uitbreiding van de huidige formatie benodigd. In voorliggend plan wordt rekening gehouden met additionele personele capaciteit (maatregel 6 klimaatconsulent). Strategie en koers
De openbare ruimte binnen het stedelijk gebied zal de komende decennia 28 klimaatbestendig gemaakt worden om (hemel)wateroverlast, verdroging en/of vernatting van de bodem en hittestress zoveel mogelijk te voorkomen29. De gemeente Súdwest-Fryslân streeft naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering (in deze context de maatschappelijke ontwrichting en schade aan gebouwen en hoofdinfrastructuur als gevolg van waterschade) zo veel mogelijk worden voorkomen en/of beperkt.
27
Dit heeft een directe link met het Omgevingsprogramma Klimaatadaptatie, maatregel 4.7 In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is aangegeven dat de openbare ruimte in 2050 klimaatbestendig ingericht dient te zijn. 29 Overstroming, de vierde pijler van DPRA, is een aandachtsgebied dat buiten de directe invloedssfeer van de gemeente ligt. 28
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
standpijp aanbre inventarisatie in sloot checken, is geen probleem zi onbekend
onbekend
Figuur 18 Inventarisatie van bekende locaties met wateroverlast
6.2.2
berekening BRP S
40
De gemeente wil het thema klimaatadaptatie wijk- en buurtgericht oppakken en kiest indien mogelijk voor robuuste (grootschalige) maatregelen. Daarbij worden de inwoners van de wijk actief betrokken om ook zelf een steentje bij te dragen door bijvoorbeeld het dakoppervlak af te koppelen of de tuin (deels) te onttegelen. Alleen urgente lokale problemen worden, indien doelmatig, op kleine schaal uitgevoerd. Hiervoor kan het jaarlijkse investeringskrediet DPRA-klimaatadaptieve inrichting aangewend worden (maatregel 24), of worden eventuele (minder-urgente) ingrepen gecombineerd met rioolvervanging of andere ingrepen in de openbare ruimte (maatregel 22). De beschreven werkwijze sluit goed aan bij de strategie dat enkel maatregelen uitgevoerd worden indien deze doelmatig zijn. SWF richt zich (door het uitvoeren van doelmatige maatregelen) op het voorkómen van wateroverlast en schade als gevolg van droogte (en hitte). De doelmatigheidsafweging wordt gemaakt bij iedere ingreep in de openbare ruimte, met als doel de kans op wateroverlast ook bij zwaardere buien zo veel mogelijk te beperken. Oplossingsrichtingen beperken zich zeker niet enkel tot de aanleg van of het vergroten van regenwaterriolen, maar zeker ook in bovengrondse berging en afvoer naar groenzones en/of oppervlaktewater.
6.2.3
Anticiperen op wateroverlast
De strategie ten aanzien van wateroverlast: de gemeente continueert de huidige werkwijze. Risicogebieden worden wijk- en buurtgericht aangepakt, waarbij diverse aspecten meegenomen worden: het riool wordt vervangen indien nodig, er wordt een hemelwaterriool aangelegd, openbare en particuliere verharding wordt (deels) afgekoppeld en de openbare ruimte wordt klimaatadaptief ingericht (wateroverlast, droogte, hitte). Daarnaast liften andere disciplines mee, zoals wegbeheer, groenbeheer en energietransitie. Maatregelen die in het kader van gezondheid en anticiperen op klimaatverandering getroffen worden, kunnen tevens bijdragen aan de DPRA-doelen ‘hitte’ en ‘droogte’. Daar waar kansen zich voordoen, zullen wij een doelmatigheidsafweging doen om deze positieve neveneffecten te bereiken.
Bij de wijk- en buurtgerichte aanpak worden ook van woningbouwcorporaties en van de inwoners en het bedrijfsleven verwacht dat zij meewerken aan de doelstellingen. Om dit te bereiken is er overleg met woningbouwcorporaties. Daarnaast wordt ingezet op het vergroten van bewustwording en inwoners enthousiasmeren door communicatie en subsidiering:
•
Klimaatconsulent: additionele personele capaciteit wordt beschikbaar gesteld voor individuele en wijk- en buurtgerichte communicatie en voorlichting ten aanzien van klimaatadaptieve maatregelen en het oplossen van wateroverlast situaties (maatregel 6).
•
Klimaatsubsidie: naast de bestaande groene daken regeling, wordt ook een subsidieregeling opgesteld ten aanzien van andere klimaatadaptieve maatregelen; denk daarbij aan regentonnen en afkoppeling/waterberging. De regelingen en verordeningen worden vervolgens samengevoegd (maatregel 9). De beschikbare subsidie maakt onderdeel uit van het totale subsidiebudget van maatregel 25.
•
DPRA maatregelen: investeringsbudget om klimaatadaptieve maatregelen te treffen, waarbij de focus in eerste instantie uitgaat naar de overlastlocaties (maatregel 24).
•
Inwonerparticipatie: gezamenlijke particuliere initiatieven op het gebied van klimaatadaptatie worden gestimuleerd, bijvoorbeeld op straat- of wijkniveau. Hiervoor wordt budget gereserveerd (maatregel 13). o
Van inwoners wordt verwacht dat zij meewerken aan de afkoppeling van het dakoppervlak aan de voor-/straatzijde van hun woning, indien de gemeente het bestaande riool vervangt voor een gescheiden rioolstelsel. De werkzaamheden worden door of namens (en op kosten van) de gemeente uitgevoerd. De hieraan gerelateerde kosten maken onderdeel uit van de projectbudgetten.
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
41
o
De gemeente wil op korte termijn een hemelwaterverordening opstellen. Doel is om inwoners die niet wensen deel te nemen aan de projectmatige afkoppeling van hun woning te verplichten dat zelf en op eigen kosten te bewerkstelligen (binnen een redelijke termijn) (maatregel 14).
o
De gemeente is goed bereikbaar voor meldingen en voorbereid op snel handelen tijdens extreme neerslag. Indien nodig worden wegen afgezet om water in voorkomen. Kwetsbare locaties ten aanzien van de ontsluiting van straten, wijken en kernen worden in be 8). Afstemming vindt plaats met de hulpdiensten.
verharde oppervlakken zijn geschikt om direct af te koppelen en het hemelwater direct te lozen op oppervlaktewater of in de bodem. Indien er een indicatie is dat grond- en/of oppervlaktewater verontreinigd kan raken als gevolg van het infiltreren of lozen van (afstromend) hemelwater, dan dient overleg gevoerd te worden met de gemeente en het Wetterskip. Duikers Voor de afstroming van oppervlaktewater (en uit de openbare ruimte vrijkomend water van bijvoorbeeld hemelwaterstelsels) zijn duikers aangelegd. Onder duikers worden de leidingen in het openbaar gebied verstaan die watergangen met elkaar verbinden en waar een gemeentelijke onderhoudsplicht op rust. De kosten voor beheer en onderhoud van deze duikers bestaan uit reiniging en ontstoppen (post reiniging), onderhoud en kleine vervangingen (onderhoudscontracten) en jaarlijkse vervanging (maatregel 19). In de Nota openbare ruimte 2020-2025 is opgenomen dat de verantwoordelijkheden ten aanzien van het beheer en onderhoud van oevers en kaden nader bepaald worden. Dit kan resulteren in een wijziging van het noodzakelijke (onderhouds)budget voor watergangen en beschoeiingen in het kader van het Watertakenplan.
Wat bereiken we daarmee? Door onze (wijk- en buurt) gerichte aanpak wordt de kans op wateroverlast in de kwetsbare gebieden gereduceerd; de kans op schade als gevolg van water in woningen en bedrijven neemt af en de bereikbaarheid tijdens zware neerslag neemt toe. Een bijkomend voordeel is dat als gevolg van het realiseren van gescheiden stelsels en afkoppeling vervuilende riooloverstortingen afnemen, hetgeen de waterkwaliteit ten goede komt. De uitgangspunten ten aanzien van afkoppeling zijn weergegeven in bijlage B6-1. De strategie is dat de gemeente verder gaat op de ingeslagen weg. In dit plan is de eerste aanzet van het uitvoeringsprogramma ten aanzien van wateroverlast gegeven en zijn benodigde investeringen aangegeven (maatregel 23). Het uitvoeringsprogramma wordt in samenhang met de actualisatie van het omgevingsprogramma klimaatadaptatie de komende jaren nader vormgegeven.
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
42
6.2.4
Hemelwaterbeleid
De taakopvatting van de hemelwaterzorgplicht van gemeente is als volgt: De gemeente zorgt in bestaand gebied voor de afvoer en verwerking van hemelwater, met uitzondering van gebieden waar drukriolering aanwezig is en in (recent gebouwde) wijken waarbinnen de particulier zelf verantwoordelijk is voor de hemelwaterbehandeling. Rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten is het gemeentelijk hemelwaterbeleid als volgt: Drukriolering: Drukriolering is primair bedoeld voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater. De lozing van regenwater op een drukriolering is vrijwel altijd belemmerend voor de werking van het systeem, en dus in strijd met de algemene zorgplicht. Het afvoeren van regenwater kost onnodige energie en belemmert de goede werking van het systeem 30. In gebieden met drukriolering zal de gemeente géén hemelwater inzamelen. Particulieren verwerken het hemelwater bij voorkeur op eigen terrein of voeren het af naar het oppervlaktewater. Het hemelwater mag niet worden aangesloten op de drukriolering. Bestaand stedelijk gebied: •
In bestaand stedelijk gebied verzamelt de gemeente het (overtollige) hemelwater.
•
Bij de uitvoering van maatregelen houdt de gemeente rekening met oppervlakkige afvoer van regenwater. Indien doelmatig koppelt de gemeente verhard oppervlak af en voert het water af naar oppervlaktewater. Tijdens de uitvoering wordt omwonenden de mogelijkheid geboden mee te werken aan het afkoppelen van particulier terrein. Bij gemeentelijke afkoppeling wordt de mogelijkheid geboden particuliere drainage aan te sluiten op eventueel aan te leggen regenwaterriolering. De inwoners voeren alle werkzaamheden op particulier terrein zelf en op eigen kosten uit.
Nieuwbouw (geldt ook voor herstructurering, renovaties): Niet-aankoppelen bij nieuwbouwprojecten In- en uitbreidingen mogen niet leiden tot een substantiële toename van de vuilemissie en ook niet tot het vergroten van de kans van water-op-straat. Om beide doelstellingen te bereiken wordt bij alle nieuwbouwprojecten het afvalwater en het hemelwater direct van elkaar gescheiden gehouden. Hierdoor wordt hemelwater ook niet meer aangeboden aan de zuiveringsinstallatie (RWZI). Per locatie wordt bekeken op welke wijze het hemelwater het best kan worden verwerkt, zodanig dat aan alle doelstellingen wordt voldaan. Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, wat wil zeggen dat de waterhuishoudkundige situatie na de bouw niet afwijkt van de situatie voor de bouw. Het hemelwater wordt bij voorkeur geïnfiltreerd. Gezien de natuurlijke bodemsamenstelling is dat veelal niet mogelijk wat kan betekenen dat daar bij het bouwrijp maken rekening mee gehouden moet worden. Particulieren zijn verplicht zorg te dragen voor gescheiden (liefst bovengrondse) afvoer van het hemelwater naar oppervlaktewater, andere voorziening of de openbare weg. De gemeente gaat deze aspecten meenemen in de voorlichting, de hemelwaterverordening (ook ten aanzien van een eventuele verplichte berging op particulier terrein), maatregel 14 en (exploitatie) overeenkomsten (maatregel 5 en 6).
De watertoets Voor alle nieuwbouwlocaties geldt dat het water in een zo vroeg mogelijk stadium van de ruimtelijke plannen wordt meegenomen. Wettelijk is het verplicht dit vast te leggen in de waterparagraaf van het bestemmingsplan. De gemeente toetst de ruimtelijke plannen met betrekking tot de waterhuishoudkundige aspecten in samenspraak met Wetterskip Fryslân. Naast het hemelwater wordt in de watertoets ook het afvalwater, het grondwater en de KRW in beschouwing genomen.
30
Bron: Gebiedsgericht beleid voor lozingen van hemelwater en grondwater, InfoMil, 2008
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
43
De toename en inhoudelijke verschuiving van taken en verantwoordelijkheden heeft ook consequenties voor de omgang en benodigde skills van het team. Hoofdstuk 8 gaat nader in op de momenteel aanwezige en de theoretische benodigde formatie (omvang en competenties).
6.3 Grondwatertaak De gemeente is verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstanden voor de aan die grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen (artikel 2.16, lid 1a-2 Ow). Vaak zal het gaan om het aanbieden van inzamelvoorzieningen voor overtollig grondwater. Als de gemeente inzamelt, is ze ook verantwoordelijk voor de verdere omgang met het grondwater. Ook is zij aanspreekpunt bij grondwaterproblemen: zij heeft de regie bij het onderzoeken van oorzaken en oplossingen. De aanpak van grondwaterproblemen is maatwerk. Grondwaterproblemen kennen vaak meerdere oorzaken en (mogelijke) oplossingsrichtingen die sterk gevals- en gebiedsafhankelijk zijn. Bovendien heeft particulier, gemeente, waterschap en provincie ieder haar verantwoordelijkheid bij het voorkomen en oplossen van problemen met grondwater. Het is daarom niet eenvoudig om te spreken over algemene maatregelen om grondwaterproblemen tegen te gaan. om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen het waterschap of de provincie behoort). Concreet betekent de zorgplicht voor grondwater het volgende: • • • • • •
De eerste verantwoordelijkheid bij grondwaterproblemen ligt bij de perceeleigenaar (deze is verantwoordelijk voor maatregelen op het eigen terrein). Daarna is het een samenspel van particulieren, gemeenten, waterschappen en provincies. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de burger bij structurele grondwaterproblemen. De gemeente treedt op als regisseur bij grondwaterproblemen. De gemeente is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor de grondwaterstand op particulier terrein. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en het leidt niet tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden. De grondwaterzorgplicht is alleen van toepassing op de kwantiteit.
De grondwaterzorgplicht is een inspanningsverplichting. Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Dit geldt specifiek voor de bebouwde omgeving. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. De zorgplicht geldt dus ook voor de gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. Structureel nadelige gevolgen grondwaterstand Bij grondwaterproblemen is de gemeente aanspreekbaar en doet zo nodig onderzoek naar de oorzaken van de problemen en het verbeteren van de grondwatersituatie. De gemeente is aanspreekbaar, maar niet aansprakelijk voor schade aan gebouwen als gevolg van te hoge of te lage grondwaterstanden en funderingsproblemen.
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
44
6.3.1
Zorgplicht
In deze paragraaf wordt de strategie beschreven op welke wijze wij invulling geven aan de doelen voor de komende jaren. Het hoofdstuk wordt afgesloten met het uitvoeringsprogramma grondwater. Binnen de gemeente zijn geen locaties met structurele grondwaterproblemen bekend (zie bijlage B6-3 voor de definitie van structureel nadelige gevolgen). Incidenteel komen er meldingen en klachten over grondwater binnen bij de gemeente. Ondanks dat het aantal meldingen gering is, is het goed om in dit hoofdstuk de verantwoordelijkheden en definities ten aanzien van grondwater (overlast) weer te geven. 6.3.2
Voorkomen grondwateroverlast
Definitie grondwateroverlast Extremiteiten, zoals incidentele hevige neerslag en zeer hoge oppervlaktewaterstanden, kunnen leiden tot een tijdelijk hogere grondwaterstand. De gebruiksfunctie wordt daardoor tijdelijk verminderd, maar dat betekent niet dat deze ook op de langere termijn wordt aangetast. Een zeker (normaal maatschappelijk) risico wordt bij de perceeleigenaar gelegd: incidentele gevallen van overlast komen voor zijn of haar rekening. Grondwateroverlast op lokale schaal (wijk- of perceelniveau) wordt vooral veroorzaakt: •
doordat bouwgrond niet goed bouwrijp is gemaakt;
•
doordat drainage niet goed is aangelegd dan wel niet goed (meer) functioneert;
•
door bouwkundige gebreken;
•
door een te laag bouwpeil (vloerpeil) of te diepe kruipruimten (in combinatie met bouwkundige gebreken);
•
door het vervangen van lekke rioleringen die jarenlang (onbedoeld) als drainagebuis werkten en het teveel aan grondwater konden afvoeren.
Meer regionale oorzaken hangen samen met het gevoerde oppervlaktewaterpeilbeheer door het waterschap en het stopzetten of verminderen van grondwateronttrekkingen door drinkwaterbedrijven en industrie. Grondwater kan ook leiden tot structurele overlast op het perceel van de eigenaar. Voordat de gemeente maatregelen kan treffen, toont ze (bijvoorbeeld middels al dan niet tijdelijke grondwatermetingen, gedurende een langere (winter) periode van minimaal 4 maanden) eerst aan wat de grondwaterstand indicatief is. Naar aanleiding van de meetgegevens kan vastgesteld worden wanneer en waar gesproken wordt van een structureel hoge (of lage) grondwaterstand dan wel van een andere oorzaak (zoals een lekkage van een waterleiding). Als gevolg van het peilbeheer en het relatief vlakke maaiveld, zijn de grondwaterstanden in Súdwest-Fryslân redelijk constant. De gemeente onderzoekt bij meldingen of er daadwerkelijk sprake is van structurele hoge (of lage) grondwaterstanden en structurele nadelige gevolgen. In bijlage B6-3 is de term ‘structureel nadelige gevolgen’ nader uitgewerkt en worden de verantwoordelijkheden van de burger en gemeente behandeld, alsmede de rol van de gemeente ten aanzien van structurele grondwateroverlast.
Doelmatige aanpak grondwaterproblemen Aanpak van grondwateroverlast is een samenspel van perceeleigenaar, gemeente, waterschap en provincie, waarbij de gemeente de regierol heeft. De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor haar eigen grond. De gemeente treft als perceeleigenaar ook maatregelen voor haar eigen gronden. Indien de gemeente structureel overlast veroorzaakt op grond van een perceeleigenaar, zal de gemeente maatregelen moeten treffen. Maatregelen moeten problemen oplossen en doelmatig zijn.
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
45
Bij de concrete vraag of eventuele maatregelen doelmatig zijn, staat in de wet een doelmatigheids-criterium centraal. De toelichting op de wetgeving zegt hierover: al getroffen percelen, evenals de functie en de hydrologische toestand van het betrokken gebied, de financiële implicaties alsmede de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan, kunnen een rol spelen bij de vraag of maatregelen doelmatig De zorgplicht betekent dus niet dat de gemeente overal maar afwateringsmiddelen moet aanleggen. Waar geen overlast is, is aanleggen niet doelmatig en daar waar wel overlast is moet eveneens de doelmatigheidsvraag positief kunnen worden beantwoord. De doelmatigheid van maatregelen dient aan de onderstaande uitgangspunten getoetst te worden: •
De perceeleigenaar ervaart structureel nadelige gevolgen.
•
Bouwkundige maatregelen hebben de voorkeur boven waterhuishoudkundige maatregelen. De gemeente is niet verantwoordelijk voor bouwkundige maatregelen.
•
De gemeentelijke zorgplicht geldt voor maatregelen die niet tot de verantwoordelijkheden van andere overheden behoren. Als het doelmatiger is om problemen via maatregelen van andere overheden op te lossen dan hoeft de gemeente niets te doen (behalve te regisseren).
•
Bij de inzet van maatregelen dient er getoetst te worden op duurzaamheid 31 en effectiviteit in combinatie met de kosten-baten analyse van de maatregel.
•
Bij voorkeur, indien maatregelen te combineren zijn met andere maatregelen in de openbare ruimte, zoals werkzaamheden aan het riool of aan de weg, zal er werk met werk gemaakt worden. Dit betekent dat de maatregel pas op termijn zal worden uitgevoerd.
6.3.3
Strategie en koers
De volgende vier doelen staan centraal bij de invulling van de grondwaterzorgplicht: 1. 2. 3. 4.
Voorkomen van grondwateroverlast Beperken van grondwateroverlast Informeren van inwoners en bedrijven Kennisontwikkeling
Onderstaand zijn de doelen uitgewerkt, waarbij voor de verschillende doelen is aangegeven welke strategie wordt gehanteerd om deze doelen te bereiken. Voorkomen van grondwateroverlast bij nieuwe ontwikkelingen Om grondwateroverlast te voorkomen streeft de gemeente naar een ontwateringsdiepte die past bij de gegeven functie. Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat een dusdanig hoog bouwpeil toegepast wordt dat het grondwaterpeil niet verlaagd hoeft te worden. Bij ontwikkelingen waarbij een exploitatieovereenkomst tussen gemeente en exploitant wordt gesloten, worden de uitgangspunten voor het voorkomen van grondwateroverlast vastgelegd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen toetst en adviseert de gemeente het plan op het voorkomen van grondwateroverlast. In het bestemmingsplan kan de gemeente het bouwpeil opnemen in de bouwregels. Hieraan wordt de bouwvergunning getoetst. De daadwerkelijke aanleghoogte valt onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar/ontwikkelaar. Uitgangspunt daarbij is dat het grondwaterpeil niet verlaagd hoeft te worden.
Beperken van grondwateroverlast in bestaande situaties
31
Milieuvriendelijk en voor langere termijn voordeel behalen
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
46
Indien de ontwateringsdiepte leidt tot nadelige gevolgen, zullen enkel maatregelen getroffen worden indien: kunnen worden uitgevoerd. In deze gevallen zal de gemeente nagaan welke maatregelen genomen kunnen worden en deze uitvoeren. Dit geldt ook als de structurele problemen zich op particulier terrein voordoen, maar deze met doelmatige maatregelen op openbaar gemeentelijk gebied verholpen kunnen worden. Maatregelen kunnen inhouden dat de gemeente in sommige gebieden zorgt voor het inzamelen en verwerken van grondwater dat door particulieren wordt aangeboden, zoals het afvoeren van drainagewater. Maar in alle gevallen blijven perceeleigenaren verantwoordelijk voor het grondwater en maatregelen op het eigen perceel. Bij het beperken van grondwateroverlast neemt de gemeente een reactieve houding aan. Grondwatermeetnet en drainage De TNO-website www.dinoloket.nl bevat (historische) informatie van de grondwaterstanden (en het verloop) van voorgaande perioden. Daarnaast worden binnen projecten, project specifieke peilbuizen geplaatst. Hiermee wordt beter inzicht verkregen in de grondwaterstanden in de gemeente. De gemeente wil deze peilbuizen permanent behouden en onderdeel uit laten maken van het grondwatermeetnet (onderdeel van maatregel 15).
Bij rioolvervangingswerkzaamheden legt de gemeente standaard drainage mee indien de grondwater-standen dusdanig hoog zijn dat de kans bestaat dat deze na rioolvervanging ontoelaatbaar hoog worden. Indien in dit kader peilbuizen geplaatst worden, geldt ook hiervoor dat deze onderdeel uit gaan maken van het grondwatermeetnet. De gemeente gaat de komende jaren een grondwatermeetnet opzetten van in totaal circa 50 peilbuizen, voorzien van divers32 (maatregel 15). Voor de monitoring en het beheer en onderhoud van het meetnet worden structurele kosten opgenomen, maatregel 16. Daarnaast dient de data van het meetnet ontsloten en toegankelijk gemaakt te worden, maatregel 17. In principe wordt drainagewater dat geloosd wordt door particulieren/ bedrijven, dan wel afkomstig is van het gemeentelijk drainagestelsel enkel aangesloten op het regenwaterriool of geloosd op oppervlaktewater. Aansluiting van drainage op het gemengde riool is enkel toegestaan indien er aantoonbaar geen andere doelmatige manier van lozing mogelijk is. 6.3.4
Waterloket (Rûnom)
De gemeente is al sinds jaren het aanspreek- en informatiepunt voor iedere burger. Ook de wetgever is zich bewust van deze speciale functie. Zowel de waterwet als de Wabo geeft de gemeente een officiële loketfunctie. Hieronder wordt beschreven hoe de loketfunctie van de gemeente voor wat betreft het waterloket er uit ziet. Invulling wettelijke verantwoordelijkheden
32
Een diver is een datalogger waarmee (grond)waterstanden kunnen worden gemeten (middels een drukopnemer); deze metingen worden vervolgens in het interne geheugen van de Diver opgeslagen.
Watertakenplan Súdwest-Fryslân 2023-2027
47
•
De gemeente is het aanspreekpunt wat betreft riolering en (grond)water in de stad. Bij elke gemeente moet een mogelijkheid bestaan om vragen of klachten over dit onderwerp te melden. De gemeente Súdwest-Fryslân is erg toegankelijk voor haar burgers. Voor (onder andere) water gerelateerde vragen kunnen inwoners bij de gemeente terecht. Súdwest-Fryslân maakt hiervoor gebruik van het meldingssysteem Rûnom (zie onderstaand kader). Meldingssysteem Rûnom Sinds september 2016 wordt er binnen de gemeente gewerkt met het meldingssysteem Rûnom. Hier kan de inwoner alle meldingen betreffende de Openbare Ruimte kwijt, dus ook die voor de riolering en (grond)water. Er is (omwille van doelmatigheid en eenduidigheid) gekozen voor een centraal meldpunt en derhalve niet voor een apart gemeentelijk waterloket. De meldingen kunnen via de gemeentelijke website www.sudwestfryslan.nl, via de Súdwest-Fryslân App, maar ook per telefoon worden gedaan. De meldingen worden rechtstreeks naar de vakteams weggezet waar de meldingen worden afgehandeld volgens vastgesteld protocol. In het systeem zit een zoekfunctie, waarin legio selecties kunnen worden gemaakt. Het meldingssysteem wordt in de loop van de tijd nog verder ontwikkeld, onder andere ten behoeve van het genereren van overzichtskaarten en rapportages.