Bijlage - Programmabegrutting 2023 en mearjierrenrûzing 2024-2026
Tekst van het document
2021 € 287 187 272 -
2022 € 355 187 269 -
746
811
813 92%
929 87%
Uitvoering Wet WOZ De Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) legt een groot aantal taken en verantwoordelijkheden neer bij gemeenten. Gemeenten moeten: een WOZ-administratie bijhouden; alle veranderingen van woningen en andere gebouwen volgen; de markt in de gemeente volgen en analyseren; alle objecten (woningen en andere gebouwen en objecten) taxeren; WOZ-beschikkingen versturen; bezwaar en beroep afhandelen; informatie leveren aan waterschappen en Belastingdienst. De Waarderingskamer ziet als onafhankelijk orgaan toe op de uitvoering van de Wet WOZ. De Waarderingskamer kwalificeert Súdwest-Fryslân als ‘goed’. Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen is wettelijk geregeld. De gemeente is vrij in de keuze voor welke belastingsoort ze kwijtschelding geven. Ook staat het de gemeente vrij te bepalen welk percentage van de bijstandsuitkering ze voor de beoordeling gebruiken. Súdwest-Fryslân gebruikt de meest gunstige norm voor aanvragers. Inwoners kunnen kwijtschelding aanvragen voor de onroerendezaakbelastingen (woningen), de afvalstoffenheffing en de rioolheffingen. Met ingang van 2019 is bij wet bepaald dat, in geval van kostendelers, de kostendelersnorm wordt gehanteerd. We benaderen zoveel mogelijk inwoners die mogelijk recht hebben op kwijtschelding.
Iedereen die kwijtschelding heeft gekregen laten we door het Inlichtingenbureau toetsen, zodat in het volgende jaar eventueel automatische kwijtschelding kan worden verleend. Daarbij controleren we op inkomen, saldi van bankrekeningen en bezit van auto’s. Bij het beoordelen van de aanvraag houden we rekening met de netto kosten van kinderopvang. Bij de aanvraag van pensioengerechtigden gebruiken we de netto AOW-norm. Met ingang van 1 januari 2013 verlenen we kwijtschelding aan ondernemers voor het privégedeelte van de aanslag gemeentelijke belastingen. Voor belastingen die geheel of gedeeltelijk verband houden met de uitoefening van bedrijf of beroep verlenen we geen kwijtschelding. Het toekennen van kwijtschelding ramen we vooralsnog op € 640.000.
Pagina 67 van 127
O22.001794
2.3.2
Paragraaf 2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Algemeen We gaan hier in op de beheersing van risico’s. Als onderdeel hiervan berekenen we het weerstandsvermogen. Ook nemen we enkele kengetallen op. Voor het afdekken van risico’s kijken we vooral naar de mogelijkheden die de reserves en voorzieningen bieden: Reserves In beginsel dienen de algemene reserve en bestemmingsreserves ter dekking van niet of lastig in te schatten risico’s. Bestemmingsreserves zijn door de raad gecreëerd ter dekking van specifiek benoemde doeleinden. Soms zijn hier al verplichtingen aangegaan. In sommige gevallen kan een bestemmingsreserve, na een raadsbesluit, toch een ander karakter krijgen, zodat het afdekken van risico’s mogelijk wordt. De algemene reserve is vrij besteedbaar. Voorzieningen Voor risico’s van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten treffen we voorzieningen. Deze voorzieningen vormen een onderdeel van het vreemd vermogen en zijn daarom niet vrij inzetbaar. Het is onmogelijk om elk risico waaraan de gemeente wordt blootgesteld af te dekken, maar ook niet ieder risico zal zich tegelijkertijd voordoen. Hier gaan we bij de berekening van het weerstandsvermogen verder op in. De gemeente heeft zich tegen aansprakelijkheidsrisico’s verzekerd en daarnaast nog diverse andere verzekeringen afgesloten ter dekking van kwantificeerbare risico’s en/of schades.
Weerstandsvermogen Uitgangspunten Voor het analyseren van risico’s is de berekening van het weerstandsvermogen van belang. In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zijn beleidsuitgangspunten opgenomen (gemeenteraad, 20 september 2012). Berekening weerstandsvermogen Op basis van een risico-inventarisatie brengen we de risico’s in beeld. Via een risico-simulatie berekenen we de benodigde weerstandscapaciteit en vergelijken dit met de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een te berekenen ratio weerstandsvermogen beoordelen we of een aanpassing van het huidige niveau weerstandsvermogen nodig is. Het niveau weerstandsvermogen bepaalt de hoogte van de algemene reserve die vrij beschikbaar moet zijn voor het opvangen van risico’s. Risico-inventarisatie Om de risico's van Súdwest-Fryslân in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement Informatie Systeem). Hiermee brengen we risico's systematisch in kaart en komen tot een beoordeling. De inventarisatie bevat 39 risico's. In tabel 1 presenteren we (volgens afspraak) de 10 risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de weerstandscapaciteit.
Pagina 68 van 127
O22.001794
Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's Nr. Risico
Gevolgen
Maatregelen
Kans
Goed monitoren van beschikbare budgetten, onderhoud faseren in tijd.
50%
Maatwerk aanvullend aan eventuele rijksmaatregelen.
50%
Er zijn voorwaarden gesteld over wanneer een beroep op dit fonds kan worden gedaan.
10%
€ 6.100.000 8,55%
Uitvoeren inspecties om de constructieve 50% veiligheid onder de waterlijn in beeld te krijgen. Uitwerken programmatische aanpak. Eventueel beperkende maatregelen. 5. Algemene uitkering Gemeenten doen een Aan de hand van de meest recente 50% Plafond BTWgroter beroep op het BCF. gegevens maken we een inschatting voor compensatiefonds (BCF). Hierdoor valt de voorschot de nieuwe begroting. Indien nodig passen regeling BCF lager uit. we de oude inschatting aan. 6. Openbare ruimte Extra kosten en hogere Herstelmaatregelen worden snel 50% Extra schade door kans op schade aan het uitgevoerd zodat de schade zoveel weersomstandigheden. wegdek, opruimen rioolslib mogelijk wordt beperkt. e.d. Probleemlocaties voor wateroverlast zijn Heeg, Bolsward, Sneek, in Woudsend op 2 locaties. 7. Sociaal domein Rijksvergoeding is Uitvoeringskosten worden gemonitord. 50% Compensatie onvoldoende om Energietoeslag uitvoeringskosten te betalen. 8. Grondexploitaties Lagere verkoopopbrengsten 1. Monitoren van de markt. 50% Daling van grondprijzen en (aanvullend) verlies in 2. Streven naar een stabiel door marktontwikkelingen. gemeentelijke grondprijsbeleid. grondexploitaties. 9. Sociaal domein Hogere zorgvraag betekent Door in te zetten op de eigen kracht van 25% Hogere zorgvraag door hogere kosten. Nieuwe burgers wordt geprobeerd de tendens te externe factoren. regelgeving kan leiden tot keren.
Gebiedsteams werken nauw hogere lasten. samen met huisartsen, jeugdartsen en zorginstellingen. Monitoring en analyse vindt plaats op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld. 10. Openbare ruimte Kosten voor verwijderen en Uitvoeren plan bestrijding 50% Aantasting openbaar groen herplant bomen en het reuzenberenklauw en plan voor door ziektes of plaagdieren bestrijden van ziektes en essentaksterfte en bestrijding andere plaagdieren. ziektes en plagen. Blijvend monitoren
€ 1.000.000 7,53%
1. Openbare ruimte Grotere kans op Prijsindexatie onderhoud achterstallig onderhoud. kapitaalgoederen. 2. Energieproblematiek Maatschappelijke Gevolgen stijging inflatie/ instellingen doen beroep energiekosten maatschap- op gemeente. pelijke instellingen. 3. Culturele instellingen Dorpshuizen doen een Dorpshuizen krijgen te beroep op maken met een calamiteit. calamiteitenfonds van de gemeente. 4. Openbare ruimte Vervangingsopgave icm Falen brug of kade. beschikbaar budget.
Maximaal Invloed Financieel gevolg € 3.600.000 25,43%
3.000.000
21,22
€ 1.000.000 7,01%
€ 500.000 5,35%
€ 670.000 4,74%
€ 750.000 3,53%
€ 750.000 2,61%
€ 200.000 1,96%
Totaal (10 grootste risico's) € 17.570.000
Totaal 10 grootste risico's Totaal overige 29 risico’s Totaal
€ €
17.570.000 9.450.000
€
€ 27.020.000
Overzicht totaalbedrag risico’s 2017-2021 Overzicht bedragen Jaarverslag Totaalbedrag risico’s
Pagina 69 van 127
2017 € 30.806.000
2018 € 25.844.400
O22.001794
2019 € 40.045.800
2020 € 36.232.000
2021 € 30.302.000
Risico-simulatie en benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. De risicosimulatie passen we toe omdat het reserveren van het maximale bedrag van ruim € 27 miljoen ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de grafiek (tabel 2) volgt dat 90% zeker is dat we alle risico's kunnen afdekken met een bedrag van € 6,2 miljoen. Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%
Bedrag x miljoen € 1,0 1,3 1,5 1,8 2,0 2,2 2,5 2,7 3,0 3,3
Bedrag x miljoen € 3,5 3,8 4,1 4,4 4,7 5,1 5,5 6,2 7,2
Percentage 55% 60% 65% 70% 75% 80% 85% 90% 95%
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat vrij beschikbaar is om de financiële risico’s af te dekken. Het gaat hier per 1 januari 2023 om € 19,2 miljoen. Zie hiervoor bijlage D: Overzicht reserves en voorzieningen, Dienstjaar 2023, Saldo aan het begin van het dienstjaar, nummer 8 Algemene reserve. Ratio weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 19,2 miljoen € 6,2 miljoen
= 3,10
De ratio van onze gemeente valt in klasse A. Dat is de hoogste klasse. Tabel 3: Weerstandsnorm Waarderingscijfer Ratio Betekenis A >2.0 uitstekend B 1.4-2.0 ruim voldoende C 1.0-1.4 voldoende D 0.8-1.0 matig E 0.6-0.8 onvoldoende F <0.6 ruim onvoldoende De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.
Vastgesteld en minimaal gewenst weerstandsvermogen Het niveau weerstandsvermogen is het meest recent vastgesteld op € 8,3 miljoen in de raadsvergadering van 12 november 2020. Het vastgestelde niveau ligt daarmee hoger dan de benodigde weerstandscapaciteit (€ 6,2 miljoen). We voldoen aan de beleidsregel dat de ratio weerstandsvermogen tenminste 1,0 moet zijn.
Pagina 70 van 127
O22.001794
Kengetallen risicobeheersing Het is verplicht om enkele kengetallen/overzichten op te nemen in deze paragraaf. Het is een wettelijke verplichting op basis van de huidige BBV. Voor de uitwerking van de kengetallen geldt een verplicht format. Hierdoor berekent iedere gemeente de kengetallen op dezelfde wijze en zijn de uitkomsten te vergelijken. De aanpak rond de kengetallen zal de komende jaren zich nog verder ontwikkelen. We lichten de kengetallen puntsgewijs toe: Verplichte kengetallen
Rekening
Begroting Begroting Begroting Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
2026
a1
Netto Schuldquote
50,57%
80,49%
69,28%
63,16%
56,98%
59,50%
a2
Netto Schuldquote gecorrigeerd
41,31%
71,23%
61,47%
61,71%
56,20%
55,67%
voor alle verstrekte leningen b
Solvabiliteitsratio
21,70%
13,24%
13,29%
15,88%
19,79%
18,55%
c
Structurele exploitatieruimte
4,30%
0,03%
0,05%
2,66%
4,10%
-1,42%
d
Grondexploitatie
0,22%
2,99%
0,39%
0,36%
0,25%
0,04%
e
Belastingcapaciteit
91,99%
91,76%
87,30%
87,30%
87,30%
87,30%
a. Netto schuldquote (a1) en; Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (a2) Het kengetal netto schuldquote (a1), ook wel bekend als de netto schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. De correctie (a2) geeft een nog zuiverder beeld van de schuldquote als je die wilt vergelijken met andere gemeenten. In een grafiek ziet de netto schuldquote er, aangevuld met onze meerjarenprognose, als volgt uit: 150% 130% netto schuldquote
110% netto schuldpositie na aftrek verstrekte leningen
90%
ongezonde balanspositie
aandacht geboden
70% 50% 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026
Als de netto schuldquote de 90% passeert, springt het licht op oranje. Hoe lager het percentage, hoe lager het risico. Boven de 130% is er sprake van een ongezonde schuldpositie. Deze percentages bereiken we niet. b. Solvabiliteitsratio De ratio zegt iets over de mate waarin we aan de financiële verplichtingen kunnen voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene reserve + bestemmingsreserve) als percentage van het balanstotaal. We verwachten dat het aandeel van het eigen vermogen op het balanstotaal gaat dalen. Er is (nog) geen norm vastgesteld voor gemeenten. Wel geldt hier: hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.
Pagina 71 van 127
O22.001794
c. Structurele exploitatieruimte Een begroting met hogere structurele baten dan structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. We bepalen de structurele exploitatieruimte door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Dit geeft een percentage. Het kengetal structurele exploitatieruimte is positief. Een structureel negatief kengetal is niet gewenst. Het betekent dat we de structurele lasten jaarlijks moeten dichten met incidentele meevallers of onttrekkingen uit reserves. d. Grondexploitatie We nemen ook een kengetal op dat het risico van grondexploitatie inschat. Het kengetal is de totale boekwaarde van alle grondcomplexen gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de gemeente. Dit geeft een percentage. Hoe lager het percentage, hoe lager het risico van de grondexploitatie. Er is (nog) geen norm vastgesteld voor gemeenten. Dit kengetal dient vooralsnog vooral als vergelijkingscijfer met andere gemeenten. e. Belastingcapaciteit Het kengetal geeft inzicht in de mate waarin we financiële tegenvallers in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen. We berekenen de belastingcapaciteit door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het jaar ervoor.
Dit geeft een percentage. Een percentage onder de 100% geeft aan dat je onder het landelijk gemiddelde zit. Dit is bij ons het geval. Conclusie De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden. Volgens de huidige, algemeen aanvaarde normen, is er sprake van een gezonde positie.
Pagina 72 van 127
O22.001794
2.3.3
Paragraaf 3
Onderhoud kapitaalgoederen
Inleiding De openbare ruimte is de ruimte die voor iedereen toegankelijk is en waar inwoners van SúdwestFryslân en talloze bezoekers/toeristen en bedrijven dagelijks gebruik van maken. Voor veel activiteiten, die te maken hebben met wonen, werken en recreëren, is de openbare ruimte de onmisbare schakel. Daarvoor zijn kapitaalgoederen vereist zoals wegen, bruggen, oevers en kaden, riolering, openbaar groen, verlichting, gebouwen enz. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de gemeentelijke eigendommen (kapitaalgoederen) in de openbare ruimte. Súdwest-Fryslân doet dit op basis van Asset management (risicogestuurd beheer) en de systematiek die het CROW hanteert. Onze opgave is het realiseren en in stand houden van de fysieke basisstructuur, waarop de mienskip dagelijks functioneert. Ons motto is dat we samen werken aan een leefomgeving waarin iedereen zich thuis voelt! Deze paragraaf gaat over het beheer en onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen in de openbare ruimte. We gaan in op het beleidskader, de stand van zaken en de plannen voor de komende periode voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Dit doen we aan de hand van de hoofdtaakvelden uit de begroting. Beleidskader Bij vaststelling van de Nota openbare ruimte 2020-2025 is gekozen voor scenario 2: verbeteren kwaliteit leefomgeving.
Dit scenario gaat uit van het inhalen van achterstallig onderhoud in 10-15 jaar en het toekomstbestendig inregelen van de kapitaalgoederen. De Nota openbare ruimte 2020-2025 zet in op de volgende drie beleidslijnen: A. De Basis op Orde: Voor inwoners en bezoekers streven we naar een openbare ruimte die veilig is en bijdraagt aan het bevorderen van gezondheid. We werken toe naar het onderhoudsniveau ‘Gemiddeld Basis’. Met dit onderhoudsniveau is het rendement van de investering het grootst voor onze organisatiewaarden Veiligheid, Beschikbaarheid, Kwaliteit leefomgeving en Reputatie. B. Duurzame en toekomstbestendige openbare ruimte: Door beheer en onderhoud dragen we bij aan de (gemeentelijke) doelstellingen op het gebied van energie, klimaatverandering, circulaire economie en biodiversiteit. C. Financieel gedegen: Met het aangegeven onderhoudsniveau gaan we verantwoord om met gemeenschapsgeld en ontstaat een goede balans tussen kosten, prestaties en risico’s. Binnen 10-15 jaar willen we achterstallig onderhoud gefaseerd inhalen. Hiertoe stellen we voor de financiële systematiek aan te passen. Het beleid van de gemeente Súdwest-Fryslân voor het onderhoud van de afzonderlijke kapitaalgoederen is opgenomen in de volgende plannen: Naam Nota openbare ruimte 2020-2025
Beheerplan Wegen 2021-2025
Beleids- en beheerplan Openbare Verlichting 20142018 Beheerplan Openbaar Groen
Beheerplan Waterbouwkundige kunstwerken
Beheerplan Waterbodems
Beleidsplan beheer en onderhoud Gebouwen
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022
Pagina 73 van 127
Vaststelling Raad, 28 januari 2021 Gemeenteraad, 23 december 2021 Gemeenteraad, 10 oktober 2013 Gemeenteraad, 23 december 2021 Gemeenteraad, 23 december 2021 Gemeenteraad, 23 december 2021 Gemeenteraad, 2 juli 2015 Gemeenteraad, 4 oktober 2018
O22.001794
Herziening 2025 2025
2025 2025 2025 2023 2022
Financieel beleidskader en ontwikkelingen Het beheer en onderhoud van een aantal groepen kapitaalgoederen is goed ingeregeld, waarbij de onderdelen wegen, bruggen, oevers & kaden en de waterbodems (baggeren) extra aandacht verdienen in verband met achterstanden. Dit is nader toegelicht in de in 2021 vastgestelde beheerplannen. Investeringsmiddelen Om het gekozen scenario 2 (achterstanden binnen 10-15 jaar inhalen) te bereiken, zijn de afgelopen jaren al goede eerste stappen gezet. In 2021 is structureel € 300.000,- onderhoudsinvesteringsbudget toegevoegd. Dit geld is ingezet als dekking voor kapitaallasten voor grote investeringen in vervanging en renovatie. Hiermee is een mooie eerste stap gezet om het gekozen scenario 2 (binnen 10-15 jaar achterstanden inhalen) te realiseren. In 2022 is vervolgens structureel investeringsgeld beschikbaar gesteld voor de onderdelen Wegen en Water. Het gaat om € 3 miljoen per jaar. Onderhoudsvoorziening Daarnaast is er een onderhoudsvoorziening voor Wegen en Water ingesteld. Hierdoor ontstaat meer flexibiliteit, want de voorziening is jaarschijf overstijgend. Als basis hiervoor zijn in 2021 verschillende beheerplannen aan de raad ter vaststelling voorgelegd (zie het schema op pagina 2). In 2023/2024 vindt evaluatie plaats en aan de hand daarvan bekijken we of bijstelling nodig is.
Areaaluitbreiding Punt van aandacht is het inregelen van middelen voor areaaluitbreiding en indexatie. Door nieuwbouw neemt feitelijk het areaal toe. Hiervoor is in 2023 aanvullend € 270.000,- beschikbaar gesteld. Dit wordt verdeeld over wegen, bruggen, groen en gebouwen. Indexatie In de praktijk merken we duidelijk al enige jaren het effect van prijsstijgingen (indexatie). Het hoogtepunt volgde in 2021 en 2022, waarbij prijzen van sommige materialen bijna verdubbeld zijn (zoals hout, 80% op staal, 30% bij openbare verlichting, etc.). Voor een toekomstbestendige systematiek is het noodzakelijk om jaarlijks de budgetten te indexeren. In 2023 is voor kapitaalgoederen een eenmalig bedrag van € 600.000,- beschikbaar gesteld. Het is van belang om dit structureel in te regelen, zodat het benodigde onderhoud uitgevoerd kan worden. Bemensing De krapte op de arbeidsmarkt werkt ook door naar de gemeente en onze aannemers. Door een tekort aan mensen kunnen werken niet altijd volgens planning uitgevoerd worden. Het betekent uitstel van werken en verhoging van (loon)prijzen. Hoe komen financiële ramingen tot stand? Met behulp van het gegevensbeheersysteem maken we een lange termijn planning (LTAP), integrale meerjarenplanning en een jaarplan. De LTAP wordt in 2023 geactualiseerd. Deze planningen geven inzicht welke financiële middelen nodig zijn.
Met behulp van de organisatiewaarden (economie, veiligheid, beschikbaarheid, kwaliteit leefomgeving, milieu en reputatie) en de risicomatrix, vindt afweging plaats over prioritering en fasering. Dit staat per afzonderlijk kapitaalgoed toegelicht. In de beheerplannen is dit ook nader toegelicht. Welke ontwikkelingen hebben invloed op benodigde financiële middelen? Met het beschikbaar stellen van (extra) middelen, sluiten we aan op het vastgestelde beleid in de Nota openbare ruimte. We verwachten hiermee in 2023 een deel van de achterstanden in te lopen. Er zijn echter ook ontwikkelingen waar de gemeente geen invloed op heeft, maar die wel gevolgen hebben voor kapitaalgoederen en daarmee van invloed zijn op het budget: De druk op de openbare ruimte neemt steeds meer toe, omdat de openbare ruimte steeds intensiever wordt gebruikt als gevolg van toename verkeer over weg en water. Dit heeft effect op de staat van onderhoud. Daarnaast moeten we rekening houden met de werkzaamheden voor aanleg glasvezel, de warmtetransitie en verdere elektrificatie, waardoor het enerzijds drukker in de ondergrond wordt en er anderzijds sprake is van effect op de openbare ruimte; Wetgeving en beleidsdoelen zoals de Global Goals. Concreet voorbeeld is het VN-verdrag voor de mens waarbij de openbare ruimte ook voor iedereen met een beperking toegankelijk is.
Dit vraagt extra aandacht bij onderhoudswerken; Het verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed. Hiervoor is een plan gemaakt door een gespecialiseerd bedrijf. De kosten voor het verduurzamen zijn inzichtelijk. Begin 2023 wordt de raad geïnformeerd wat de geschatte investeringen zijn tot 2050;
Pagina 74 van 127
O22.001794
Weersomstandigheden zoals droogte, hitte, veel regen zorgen voor overlast voor onze inwoners en hebben effect op de kwaliteit van o.a. de wegen, het water, bruggen en groen. Dit hebben we in 2021 en 2022 al kunnen ervaren. Tijdens onderhoudswerkzaamheden wordt hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden (klimaatadaptieve maatregelen); Bij de bruggen en kademuren speelt veroudering van de objecten en de komende jaren staan in het teken van vervanging en renovatie; Areaaluitbreiding en prijsstijgingen, zoals hierboven is beschreven; Leveranties van materialen leiden ook steeds vaker tot problemen. Als bepaalde materialen niet leverbaar zijn, is dat niet alleen van invloed op de planning, maar ook op het budget. Bepaalde materialen worden geleid door dagprijzen en dus is het risico groot dat onderhoudswerken dan duurder worden dan eerder is geraamd. In onderstaande tabel is het beschikbare en het benodigde onderhoudsbudget voor 2023 samengevat. De investeringsmiddelen voor grote renovaties en vervangingen worden flexibel ingezet voor wegen, bruggen, oevers & kaden. Onderdeel
Beschikbaar onderhoudsbudget
Divers
€ 600.000 indexatie + € 270.000 areaaluitbr. € 8.556.000 € 903.000 € 2.070.000
Wegen Verlichting Bruggen, tunnels en aquaducten Oevers en kaden Waterbodems Openbaar groen Riolering Vastgoed en gebouwen TOTAAL
Benodigd onderhoudsbudget Zie voetnoot2
Verschil
€ 8.957.600 idem € 2.185.000
€ 401.600 € 115.000
€ 450.000 € 332.000
€ 19.000.000 n.v.t. € 8.000.000
€ 1.715.570
€ 1.830.000
€ 114.430
€ 100.000
€ 10 000.000
€ 623.503 + € 300.000 (OSW) € 6.733.4004
€ 945.000 (excl. vaargeulen) idem
€ 21.497
n.v.t.
€ 5.000.000
-
nee
n.v.t.
€ 8.730.280 € 2.018.7395
idem € 2.312.000
€ 293.261
voorziening € 803.618 bestemmingsreserve
n.v.t. n.v.t.
€ 32.520.492
€ 32.596.280
€ 75.788
€ - 870.000
Beschikbaar investeringsprogramma € 3.000.0003 per jaar flexibel te verdelen
Achterstallig onderhoud1
€ 42.000.000
Uit dit overzicht blijkt dat er een klein verschil is tussen het benodigde en het beschikbare onderhoudsbudget. Door meer te werken via het investeringsprogramma, kunnen we door gerichte investeringen de staat van onze kapitaalgoederen verbeteren en de achterstanden inlopen. In de komende jaren beoordelen we in hoeverre het investeringsgeld effect heeft op de verhouding van het beschikbare versus het benodigde onderhoudsbudget. Dit past in ons 10-15 jarenplan. Om het gat tussen benodigd en beschikbaar niet groter te laten worden, is het noodzakelijk om jaarlijks extra middelen voor areaaluitbreiding en indexatie in te regelen. Anders zullen de achterstanden verder oplopen, in plaats van dat we deze inhalen. Als toezichthouder kijkt de provincie Fryslân ook kritisch mee in hoe we de achterstanden gaan wegwerken en of we het onderhoudsbudget op orde hebben. In 2023/2024 wordt een herijking uitgevoerd over de hoeveelheid achterstallig onderhoud.
1
Achterstallig onderhoud ten opzichte van het door de raad vastgestelde onderhoudsniveau. Een deel hiervan betreft ernstige achterstand en deze worden in de planning als eerste hersteld (peildatum voorjaar 2021). 2 Het benodigde bedrag aan indexatie en areaaluitbreiding zit verwerkt in de verschillende onderhoudsbudgetten. 3 Jaarlijks kan voor circa € 3 miljoen geïnvesteerd worden in vervanging en renovatie. In de praktijk wordt dit flexibel ingezet daar waar nodig is veelal in over wegen, bruggen en oevers & kaden. 4 Inclusief uren eigen groendienst en excl. materieel. 5 Inclusief de jaarlijks te verwachten subsidie van € 70.000,-.
Pagina 75 van 127
O22.001794
Aanleg nieuwe ovonde nabij Makkum.
Per onderdeel We geven hier per onderdeel een schets van de aard van het kapitaalgoed, de kerncijfers, de (financiële) stand van zaken en het programma voor 2023. Voor de indeling is aangesloten bij de opbouw van de begroting. Onder het kopje financieel worden de beïnvloedbare kosten exclusief kapitaalslasten en salariskosten benoemd. Hoofdtaakveld 23 Mobiliteit – taakveld 2.1 verkeer en vervoer Wegen De gemeente heeft als wegbeheerder de zorgplicht voor veilige en bruikbare wegverhardingen (op basis van de Wegenwet). Onder deze noemer vallen onder andere asfalt-, klinker- en betonwegen. Ook vallen halfverharde paden onder dit vakgebied, en zaken als straatmeubilair, verkeersregelinstallaties, verkeersborden, palen, hekwerken, zitbankjes en dergelijke.
Kerncijfers Wegen
Omvang
Klinkers verblijfsgebied Asfalt (dicht asfaltbeton) Beton (cementbeton) Verkeersborden Verkeersregelinstallaties Bermen Onkruidbestrijding op verharding
420 ha Basis tot Laag 360 ha Hoog tot basis 70 ha Basis tot Laag 46.100 stuks Basis tot Laag 5 stuks Basis tot Laag 800 ha Laag tot Basis 216 ha Laag tot Basis
Vastgesteld Kwaliteit in 2021 Onderhoudsonderhoudsniveau Laag Basis Hoog budget
X
€7.600.000 voor wegen, straten en pleinen
X
€ 89.000 € 53.000 € 254.000 € 560.000
X X X X X
Stand van zaken Dagelijks controleren de wegbeheerders de wegen om grip te houden op de kwaliteit van de wegen. In 2021 is de tweejaarlijkse onafhankelijke (visuele) weginspectie uitgevoerd; Met name in de elementenverharding (bestrating) is sprake van achterstallig onderhoud. Dit brengt de nodige risico’s met zich mee (bijvoorbeeld struikelgevaar op stoepen). Voor asfalt is eerder een inhaalslag gemaakt, maar ook daar zien we uitdaging om het kwaliteitsniveau Basis in stand te
Pagina 76 van 127
O22.001794
houden. Bij asfalt zit met name een groot risico op kapitaalsvernietiging als onderhoud wordt uitgesteld; De uitdaging voor de komende 10 jaar is om budgetten zodanig in te regelen dat er geen nieuwe achterstanden in asfaltwegen ontstaan en achterstanden in elementen gestaag worden aangepakt; De achterstanden bij elementen wordt deels ook veroorzaakt door wortelopdruk. Samen met thema groen wordt dit nader opgepakt en gefinancierd uit reguliere onderhoudsbudgetten. Hiermee wordt een deel van de achterstanden weggewerkt. Financieel Onderhoud: o Het structurele onderhoudsbudget was nagenoeg voldoende om onderhoudswerkzaamheden aan wegen uit te voeren; o Voor kleine verkeerskundige aanpassingen zoals de aanleg van verkeersdrempels of parkeervoorzieningen was een bedrag beschikbaar. Dit bedrag is over enkele jaren verdeeld en in 2021 verbruikt. Want zoals bekend, staat in alle opgestelde dorps- wijk- of stadsvisies wel een verzoek tot herinrichting en/of aanvullende infrastructuur zoals drempels, fietspaden en parkeerplaatsen. In 2022 was een eenmalig bedrag van € 125.000 beschikbaar gesteld voor kleine verkeerskundige aanpassingen in combinatie met onderhoud, dat is in 2023 niet meer het geval; o Om uitbreiding areaal en prijsstijgingen te compenseren, wordt het onderhoudsbudget verhoogd.
Investeringen: o Voor investeringen is in de meerjarenbegroting een gemiddeld jaarlijks bedrag van € 3.000.000 opgenomen. Een (flexibel) deel daarvan wordt ingezet voor investeringen in onder meer aanpassingen aan wensen út de mienskip, het in overeenstemming brengen van de inrichting aan de verkeerssituatie en nieuwe materialen. Door bij deze investering eerst locaties met achterstanden aan te pakken, verwachten we stappen te kunnen zetten om in een periode van 1015 jaar te groeien naar niveau Gemiddeld basis.
Onderhoud Verkeerskundige bijdrage Areaaluitbreiding Indexatie (PM =%) TOTAAL
Beschikbaar 2023 8.556.000 0 PM, verdeling volgt PM, verdeling volgt 8.556.000 + PM
Benodigd 2023 8.500.000 Integreren in investeringen 120.000 Gerelateerd aan inflatiecijfer 8.620.000 + indexatie
Programma 2023 Voor de integrale planning zijn riolering en wegen en ontwikkelprojecten leidend. In 2023 staan onder meer de volgende integrale werken op de planning: Arum 1e fase en Wons. In het onderhoudsprogramma staat voor 2023 groot onderhoud van wegen op meerdere locaties gepland. Openbare verlichting Openbare verlichting is een taak van de gemeente en draagt bij aan de leefbaarheid; in het bijzonder de sociale veiligheid en de verkeersveiligheid. In de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. werken we samen met de provincie en het merendeel van de Friese gemeenten ten aanzien van het beheer en onderhoud van openbare verlichting en de inkoop van energie.
Kerncijfers Openbare Verlichting
Omvang
Armaturen
18.629 stuks Gemiddeld Basis
Vastgesteld Kwaliteit in 2021 Budget onderhoudsniveau Laag Basis Hoog 15%
55%
30%
€ 903.000
Stand van zaken Er zijn middelen beschikbaar gesteld om in een aantal jaren ruim 4.000 armaturen en zo’n 500 masten te vervangen; We combineren de vervangingsopgave met de opgave om energie te besparen. De inzet is om conform het Klimaatakkoord in 2030 een energiebesparing van 50% te realiseren.
Pagina 77 van 127
O22.001794
Financieel Het structurele beïnvloedbare onderhoudsbudget bedraagt € 903.000. Dit bestaat globaal uit 3 hoofdposten. Beïnvloedbaar € 303.000 voor onderhoud en € 350.000 voor energie. Nietbeïnvloedbaar is totaal € 250.000 (afschrijvingen en verzekeringen); In 2022 en 2023 is € 450.000 beschikbaar om te investeren in vervanging van verlichting. Door groot in te kopen en samen te werken met de aannemer, wordt getracht voordeel te behalen. Punt van aandacht is de stijging van de prijzen; Het exploitatiebudget is in 2022 nog toereikend voor het minimaal noodzakelijke beheer en onderhoud en energiekosten. In het bijzonder de staalprijzen en vanaf volgend jaar is ook een hoger stroomprijs van kracht. Programma 2023 In 2023 gaan we door met regulier onderhoud en planmatig vervanging van lichtmasten en armaturen welke aan het einde van hun levenscyclus zijn. Hiermee dragen we bij aan verkeersveiligheid en duurzaamheid. En gelet op de hogere staalprijzen gaan we eerst inzetten om het vervangen van Armaturen gelet op de minimaal gestegen prijzen en het snel behalen van energiebesparing Bruggen, tunnels en aquaducten De bruggen, tunnels en aquaducten vormen, naast de wegen, de basis van de infrastructuur van het wegen- en vaarwegennet. Het huidige onderhoudsniveau varieert van hoog tot laag.
Kerncijfers Bruggen, tunnels en
Omvang
Vastgesteld
Kwaliteit in 2022
Aquaducten
onderhoudsniveau Laag Basis Hoog
Bruggen, tunnels, sluizen, steigers 787 stuks en aquaducten
Gemiddeld Basis
7%
40%
52%
Budget
€ 2.070.000
Stand van zaken Bij bruggen hebben we te maken met achterstanden. Prioritering is nodig, omdat het budget niet toereikend is om deze achterstanden in te halen. Samen met het investeringsbudget van jaarlijks € 3 miljoen (te verdelen over Water en Wegen) proberen we hier een slag in te maken. Op basis van de organisatiewaarden, is er aan de voorkant getoetst op veiligheid, bereikbaarheid/ beschikbaarheid en beeldkwaliteit van de bruggen; Voor de komende jaren voorzien we een piek in onderhouds- en vervangingswerkzaamheden; In de Nota openbare ruimte is vastgelegd dat we inzetten op beweegbare bruggen en betonnen bruggen in ontsluitingswegen en doorgaande wegen. In 2020 zijn dit type bruggen nader geïnspecteerd en hier is een meerjarig programma voor opgesteld; Een aantal bruggen wordt vervangen of gerenoveerd d.m.v. het beschikbare investeringsgeld; In verband met de eisen van de Blauwe Vlag en het vele gebruik, krijgen steigers in havengebieden ook prioriteit; Daarnaast houden we stranden schoon en netjes, zodat bezoekers hier veilig en hygiënisch van kunnen genieten. Financieel Onderhoud: o Het structurele onderhoudsbudget bedraagt € 2.070.000; o De leeftijd van ons areaal neemt toe. Om de piek in onderhoud en vervanging op te kunnen vangen, moeten er extra financiële middelen worden ingeregeld. Het betreft o.a.
betonconstructies en verouderde bedieningssystemen in beweegbare bruggen. Daarnaast is reinigen en schilderen, om de levensduur te verlengen, een grote kostenpost. We zullen hier in de planning zoveel mogelijk rekening mee houden en ook kijken of we het integraal op kunnen pakken met weg- en/of rioolwerkzaamheden; o Om uitbreiding areaal en prijsstijgingen te compenseren wordt het onderhoudsbudget verhoogd. Investeringen: o In het investeringsprogramma zijn verschillende bedragen opgenomen namelijk: € 150.000 voor vervanging bruggen; € 182.000 voor vervanging van steigers;
Pagina 78 van 127
O22.001794
€ 3.000.000 voor investering in vervanging en renovatie in kapitaalgoederen dat deels ingezet gaat worden voor bruggen en steigers. o Door bij deze investeringen eerst locaties met achterstanden aan te pakken, verwachten we stappen te kunnen zetten om in een periode van 10-15 jaar te groeien naar niveau Gemiddeld basis.
Onderhoud Areaaluitbreiding Indexatie (PM =%)
Beschikbaar 2023 2.070.000 PM, verdeling volgt PM, verdeling volgt
TOTAAL
2.070.000 + PM
Benodigd 2023 2.075.000 20.000 Gerelateerd aan inflatiecijfer 2.095.000 + indexatie
Programma 2023 In 2023 gaan we onder andere aan de slag met: Vervanging betonbrug Hichtum (investering); Vervanging betonbrug Skerdyk Oosthem (investering); Vervanging passantensteiger Allingawier; Vervanging elektrische installaties van 7 bruggen; Het vervangen van camerasystemen bij diverse bruggen. Verder staan onder meer schilderwerken, klein onderhoud, slijtlagen vervangen en betononderhoud op het programma. Hoofdtaakveld 23 Mobiliteit – taakveld 2.4 economische havens en waterwegen Oevers en kaden De gemeente heeft langs diverse watergangen en waterpartijen beschoeiingen, damwanden en kademuren in beheer. De beschoeiingen, damwanden en kaden langs watergangen en waterpartijen zijn nodig om ter bescherming tegen afkalving en om de doorstroming van het water te borgen. Soms vormen ze onderdeel van de wegconstructie.
Kerncijfers Oevers en kaden
Omvang
Vastgesteld
Kwaliteit in 2022
Budget
onderhoudsniveau Laag Basis Hoog Oevers en kaden (verhard)
147 km
Gemiddeld Basis
24%
43%
33%
€ 1.715.570
Stand van zaken Op basis van de organisatiewaarden, is er aan de voorkant getoetst op veiligheid, ligging van een oever binnen 2 meter van een weg (om extra schade te voorkomen) en oevers en kaden waaraan inwoners en passanten een ligplaats kunnen innemen (tegen betaling). Prioritering is nodig omdat het budget niet toereikend is om de achterstanden in te lopen; In 2021 is een inspectie uitgevoerd. De bovenstaande gegevens zijn op deze inspectie gebaseerd; Voor de periode 2025-2035 voorzien we een piek in onderhouds- en vervangingswerkzaamheden; We zetten in op kademuren en oeverconstructies met een ligfunctie; In SWF ligt ruim 12 kilometer aan gemetselde/betonnen kademuren. De technische levensduur van een kade is gemiddeld 60 jaar maar een aantal kades ligt er al veel langer. Door technologische en maatschappelijke veranderingen worden vooral de oudere kades veel intensiever gebruikt en zwaarder belast dan waarvoor ze oorspronkelijk ontworpen zijn. Het herstellen of vervangen van dergelijke kademuren is arbeidsintensief en kost dan ook veel geld. Recente voorbeelden hiervan zijn de kade in Gaastmeer en de Waterpoortsgracht in Sneek; Op basis van de Waterwet zijn de provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en de Friese gemeenten bezig met de toedeling van oevers en kaden langs aangewezen vaarwegen.
Voor een groot deel van de oevers en kaden is niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud. Waarschijnlijk wordt de gemeente verantwoordelijk voor meer oevers en kaden dan nu het geval is. Echter gaat dat voornamelijk om zachte (riet)oevers, waarbij geen onderhoud nodig is. Het lijkt er daarom op dat extra onderhoudsbudget niet nodig is.
Pagina 79 van 127
O22.001794
Financieel Onderhoud: o Voor het onderdeel oevers en kaden bedraagt het budget € 1.715.570. Investeringen o De komende jaren zitten er noodzakelijke vervangingen aan te komen, o.a. in kademuren. Dit gaat vaak gepaard met grote investeringen; o In het investeringsprogramma zijn verschillende bedragen opgenomen, namelijk een eenmalig bedrag van € 100.000 voor vervanging kunstwerken en structureel € 3.000.000 voor vervanging en renovatie in kapitaalgoederen. Dit gaat deels ook ingezet worden voor oevers en kaden; o Door bij investeringen eerst locaties met achterstanden aan te pakken, verwachten we stappen te kunnen zetten om in een periode van 10-15 jaar te groeien naar niveau Gemiddeld basis zonder achterstanden.
Onderhoud Areaaluitbreiding Indexatie (PM =%) TOTAAL
Beschikbaar 2023 1.715.570 N.v.t. PM, verdeling volgt 1.715.570 + indexatie
Benodigd 2023 1.755.000 0 Gerelateerd aan inflatiecijfer 1.755.000 + indexatie
Programma 2023 Diverse kaden in binnenstad Bolsward (investering); Kademuur Achtvoet te Hindeloopen (investering, start in 2022); Beschoeiing Croleskwartier IJlst; Klipperkade Sneek; Kade Doniaweg Burgwerd; Onderwaterinspecties bij kademuren. Onderhoud waterbodems / Baggeren Onze gemeente is een waterrijke gemeente. Het water verbindt dorpen, steden, meren en het IJsselmeer. Een goede bevaarbaarheid en onderhoud draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving, het stimuleren van de werkgelegenheid in de recreatieve sector en het vergroten van economische kansen. De gemeentelijke taken betreffen onder andere het bereikbaar houden van gemeentelijke havens, het op diepte houden van aanleggelegenheden en het onderhoud van water ten behoeve van de kwaliteit van de leefomgeving.
Kerncijfers Waterbodems
Omvang
Vastgesteld Kwaliteit in 2022 onderhoudsniveau Laag Basis Hoog
Waterbodems
550 ha
Basis
X
Budget € 623.503 + € 300.000 (OSW)
Stand van zaken Vanaf 2020 ligt de focus op de overdracht stedelijk water met Wetterskip Fryslân. Uiterlijk eind 2025 dragen we het stedelijk water zonder achterstallig onderhoud over aan Wetterskip Fryslân. Vanwege deze verplichting (overeenkomst) ligt de prioriteit bij het nakomen van de afspraken Overdracht Stedelijk Water (OSW). In de Programmabegroting 2022 is er apart budget toegekend voor OSW; Met het beschikbare reguliere exploitatiebudget worden gemeentelijke wateren gebaggerd. Vanaf 2023 is het onderhoudsbudget verhoogd. We streven naar een cyclus van 20 jaar om te komen tot stabiele inregeling. We zetten in op baggeren van gemeentelijke wateren met als prioriteit: o Schouwwatergangen, want hier hebben we een verplichting; o Recreatieve vaarwegen en vijvers met een groot belang (o.a. toegangsroutes havens en woonwijken); o Vaargeulen welke in beheer zijn bij de gemeente (Makkum en Hindeloopen), want deze zijn belangrijk voor de bereikbaarheid van onze bedrijven en watersporters.
Pagina 80 van 127
O22.001794
Financieel Om te voldoen aan de afspraken in het kader van Overdracht Stedelijk Water, is in de Programmabegroting 2022 een apart budget van € 300.000 per jaar beschikbaar gesteld (t/m 2025). Samen met de bijdrage van Wetterskip Fryslân verwachten we dat het budget daarmee voldoende is om in 2025 het stedelijk water zonder achterstanden over te dragen; Het budget voor onderhoud gemeentelijke waterbodems bedraagt € 623.503. Vanaf 2023 is het budget namelijk met € 200.000 verhoogd om achterstanden in te lopen. Het onderhoudsbudget wordt volledig ingezet voor het baggeren van gemeentelijke watergangen. Dat is echter te weinig om alles uit te kunnen voeren en alle achterstanden in te lopen, dus moeten we prioriteren, zoals hierboven is omschreven; Incidenteel komt het voor dat de vaargeul(en) in het IJsselmeer moeten worden uitgediept. Hier is geen budget voor. Dit zijn incidentele werkzaamheden, waarvan de kosten deels werden gedekt door de opbrengsten van het vrijkomende zand; Een ander financieel risico is de aanwezigheid van PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) in het baggerslib, waardoor de kosten voor afvoer vele malen hoger zijn. OSW Onderhoud gemeentelijke waterbodems Achterstallig onderhoud Vaargeulen Indexatie (PM =%) TOTAAL
Beschikbaar 2023 300.000 423.503
Benodigd 2023 300.000 440.000
200.000
160.000
0 PM, verdeling volgt 923.503 + indexatie
Afhankelijk van noodzaak. Gerelateerd aan inflatiepercentage 900.000 + indexatie en mogelijke kosten voor vaargeulen
Onderhoud in 2023 Baggeren OSW-wateren: Bolsward-noord, De Loten Sneek, Gaastmeer, Heeg, Wommels en Woudsend; Andere baggerwerken die de gemeente gaat uitvoeren in 2023 zijn onder andere watergangen welke aansluiten bij het baggeren van de OSW-wateren, die hierboven staan genoemd. Verder verwachten we ook weer de vaargeul van Makkum te moeten baggeren; Het uitvoeren van peilingen in diverse wijken en gebieden, om zo de data verder up-to-date te maken. Hoofdtaakveld 24 Leefomgeving – taakveld 5.7 openbaar groen en 7.5 begraafplaatsen Openbaar groen Meer dan elk ander onderdeel van de kapitaalgoederen bepaalt de aan- of afwezigheid van openbaar groen de sfeer en beleving van de openbare ruimte. De groenvoorziening is een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte.
Kerncijfers Openbaar Groen
Omvang
Openbaar groen, parken en bossen Buitensportvelden Speelvoorzieningen Begraafplaatsen Sloten en vijvers Bomen
455 ha 105 velden 2.028 stuks 13 stuks 407 ha 52.000 stuks
6
Vastgesteld Kwaliteit in 2022 Budget onderhoudsniveau Laag Basis Hoog Gemiddeld Basis X 5.350.0006 Gemiddeld Basis X 511.000 Gemiddeld Basis X 163.397 Hoog X 185.000 Gemiddeld Basis X 524.000 Hoog X
Inclusief uren eigen groendienst en exclusief materieel.
Pagina 81 van 127
O22.001794
Stand van zaken Bij het groen wordt om de drie jaar meting gedaan door een onafhankelijk bedrijf. Omdat groen ook seizoen afhankelijk is, bestaat de meting uit meerdere rondes verspreid over het groeiseizoen. Aan de hand van alle meetresultaten zijn aanpassingen van het beheer gedaan; De klimaatveranderingen hebben invloed op de staat van de groenvoorzieningen. Zo neemt de kans op stormschade toe. Dit geldt ook voor mogelijke extra uitval van beplanting door langdurige droogte of regenval. Een andere ontwikkeling die we zien is de toename van ziekten en plagen (waaronder de reuzenberenklauw, de Japanse duizendknoop en eikenprocessierups) door een ander klimaat; Omdat er steeds meer zonnepanelen worden geplaatst nemen ook de verzoeken van bewoners toe om bomen te kappen. In de beleidsnotie “Ruimte voor de zon” uit 2016 is vastgesteld dat bestaande gemeentelijke bomen voor dit doel niet geveld mogen worden. Wel wordt bij nieuwe plannen en bij nieuwe aanplant van bomen rekening worden gehouden met de mogelijke plaatsing van zonnepanelen; De energietransitie zorgt ervoor dat er een grotere claim op de ondergrondse ruimte wordt gelegd.
Hier zullen we integraal slimme oplossingen voor moeten bedenken om het bestaande groen te behouden en waar mogelijk te versterken; Net als in veel sectoren is het moeilijk voldoende gekwalificeerd personeel te vinden voor de uitvoering van de werkzaamheden. Dit geldt voor vast– en inhuurpersoneel. Dit heeft invloed op het behalen van de afgesproken kwaliteitsafspraken. Financieel Het exploitatiebudget is naar verwachting in 2023 nog toereikend voor het dagelijks beheer en onderhoud. Mogelijk dat er extra middelen noodzakelijk zijn voor de bestrijding van ziekten en plagen door toename. Met name zien we toename in de kosten van bestrijding van de eikenprocessierups. Ook verwachten we extra kosten als gevolg van de extreme droogte in 2022 (nu nog niet bekend). In de Programmabegroting 2023 is geld toegekend voor onderhoud van nieuw areaal. Uiteraard wordt ook een deel van de indexatie aan groen toegekend. Het wordt lastiger om gekwalificeerd personeel te krijgen. Ook wordt het groeiseizoen steeds langer en daardoor gaan de werkzaamheden langer door met toenemende kosten. Door klimaatsverandering hebben we ook steeds meer te maken met extreme weersomstandigheden die kostenverhogend werken (meer uitval beplanting, extra beregenen, stormschade etc.). Ook zien we de lonen voor inhuur stijgen (volgens CAO).
Programma 2023 We geven uitvoering aan groot onderhoud zoals het vervangen van bomen met een duurzame groeiplaats en mogelijkheden voor klimaatadaptatie in het groen. We gaan door met Actie Steenbreek. Groot onderhoud wordt waar mogelijk uitgevoerd in combinatie met werkzaamheden aan riolering, wegen en projecten. Ook de acties om de invasieve soorten als reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop te bestrijden gaan door evenals het beheersen van de eikenprocessierups. Hoofdtaakveld 24 Leefomgeving – taakveld 7.2 riolering Riolering Het beheer en onderhoud van de riolering is geregeld in het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2018-2022. Door de schaalgrootte en de wijziging van de bedrijfsvoering zijn de afgelopen jaren behoorlijke besparingen behaald. De financiering is geregeld via de voorziening Riolering.
Kerncijfers Riolering
Omvang
Vastgesteld
Kwaliteit in 2022
Budget
onderhoudsniveau Laag Basis Hoog Rioolstelsel Rioolgemalen Riooloverstorten Kolken
776 km Gemiddeld Basis 668 stuks Gemiddeld Basis 290 stuks Gemiddeld Basis 44.200 stuks Gemiddeld Basis
Pagina 82 van 127
O22.001794
X X X X
€ 8.730.280
Stand van zaken Het vGRP 2018-2022 is in 2018 vastgesteld en is in 2020/2021 geëvalueerd; Voor de periode 2023–2027 wordt een nieuw Watertakenplan opgesteld; Bij Riolering is geen sprake van achterstallig onderhoud. Financieel Door de rioolheffing is sprake van een gesloten, financieel systeem. In 2023 bedragen de totale opbrengsten van de rioolheffing naar verwachting € 8,73 miljoen na aftrek van de kwijtschelding. Beheer en onderhoud worden hieruit volledig betaald. Programma 2023 We stellen een jaarplan 2023 op en voeren dit uit. Dit stemmen we af met wegen en groen zodat we werk met werk kunnen maken en overlast voor de omgeving zo veel mogelijk beperken. We werken aan het opstellen van een plan voor klimaatadaptatie. In dat kader treffen we onder andere maatregelen om wateroverlast tegen te gaan in onder andere Heeg en Woudsend. Programma 1 en 2, diverse hoofdtaakvelden Gemeentelijke gebouwen De gemeente is eigenaar van een groot aantal gebouwen, variërend van omvangrijke gebouwen tot kleinere gebouwtjes en (huur)woningen. Naast de vm. stad- en gemeentehuizen, buitendiensthuisvesting, sportaccommodaties (sporthallen), gaat het om diverse recreatieve douche- en toiletgebouwtjes, strategische panden, parkeergarages, culturele gebouwen en (rijks)monumenten.
De gemeente onderhoudt en beheert 193 panden (niet meegerekend de gebouwen die voorheen een onderwijsbestemming hadden en op dit moment leegstaan). Daarnaast zijn er nog tientallen gedenktekens en culturele kunstwerken die ook onder dit deel van de kapitaalgoederen vallen. Het onderhoudsniveau van de gebouwen varieert van hoog (redelijk aantal) tot basis naar laag.
Kerncijfers Gebouwen
Omvang
Vastgesteld
Kwaliteit in 2021
Budget
onderhoudsniveau Laag Basis Hoog Gebouwen
193 stuks
Gemiddeld basis
26%
38%
36%
€ 2.018.7397
Stand van zaken De gebouwen voldoen aan het vastgestelde onderhoudsniveau. Het nieuwe beheersysteem IBIS is gevuld. We zetten in op overdragen, verkopen en herbestemmen van gebouwen in combinatie met risicogestuurd onderhoud. Financieel Het beschikbare budget van circa € 2.018.739 8 is bijna toereikend voor het onderhoud; In 2016 is een bestemmingsreserve Gebouwen ingesteld. Jaarlijks wordt het positieve resultaat uit het onderhoudsbudget toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. Hierdoor kan regelmatig groot onderhoud worden uitgevoerd. Met de bestemmingsreserve kunnen we de pieken van groot onderhoud vooralsnog goed opvangen. September 2022 bevat de bestemmingsreserve € 803.618. We hebben nog een verplichting van 3x €75.000 voor de komende 3 jaar, deze wordt uit de bestemmingsreserve onttrokken (overdracht H. Nijlandmuseum); De omvang van de bestemmingsreserve is tot nu toe voldoende, voor het uitvoeren van gepland groot onderhoud. De komende jaren verwachten wij hier tekorten, mede door prijsstijgingen en areaaluitbreiding. Als er groot onderhoud uitgevoerd moet worden, wordt de raad gevraagd om middelen vrij te maken uit deze reserve.
7 8
Inclusief de jaarlijks te verwachten subsidie van € 70.000,-. Inclusief de jaarlijks te verwachten subsidie van € 70.000,-.
Pagina 83 van 127
O22.001794
Programma 2023 Naast het reguliere onderhoud wordt er komend jaar ingezet op de voorbereiding van de huisvesting buitendienst in Bolsward. Ondertussen is een routekaart voor het verduurzamen van ons vastgoed gemaakt conform het klimaatakkoord. Er wordt een beheerplan gebouwen opgesteld en deze wordt met de routekaart in begin 2023 voorgelegd aan het college en de raad om middelen vrij te maken voor het verduurzamen en het aanvullen van het reguliere onderhoudsbudget. Vooruitlopend op deze besluitvorming zullen wij het aanwezige budget “verduurzamen” á € 65.000,willen verkapitaliseren. Dit budget willen we inzetten voor het verduurzamen van 1 of 2 gebouwen uit de kernportefeuille. De verduurzaming van deze gebouwen zien we als pilot voor de komende jaren. Er ligt namelijk een uitdagende en complexe opgave, voor het verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed9. Verder ligt de focus op het regulier onderhoud en het inspecteren van de gebouwen en dit op te nemen in het beheerssysteem.
9
Klimaatakkoord Parijs (in 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn).
Pagina 84 van 127
O22.001794
2.3.4
Paragraaf 4
Financiering
Inleiding We geven hier een toelichting op het beleid en de uitvoering van de financiering (treasury). We willen de risico’s die verbonden zijn aan de financieringsfunctie beperken. We willen de kosten die de financieringsfunctie met zich meebrengt zo laag mogelijk houden. Súdwest-Fryslân is een ontwikkelgemeente. Hierdoor is er sprake van een financieringsbehoefte: we lenen geld om investeringen te kunnen doen. Geld lenen is geen probleem zolang de rente over het geleende geld gedekt is in de begroting. Op langere termijn kan een oplopende schuld tot problemen leiden. Elke euro die we aan rente betalen kunnen we namelijk niet aan andere zaken besteden. De uitdaging is om hier een juiste balans te vinden. Algemene ontwikkelingen Wereldwijd is een duidelijk herstel van de economie op gang gekomen. Maar de financiële markt is op dit moment nog steeds niet stabiel en dit heeft nog steeds gevolgen voor de rentestanden. De te betalen rente op langlopende leningen is gemiddeld gezien nog steeds laag. Kortlopende leningen leveren sinds kort geen geld meer op. Analyse met actuele gegevens Er is een aantal analysemogelijkheden om inzicht te geven in de financieringsfunctie. We gaan in op de liquiditeit en de risico’s die hiermee samenhangen. Voor het bereiken van een optimaal financieringsresultaat is inzicht in de toekomstige geldstromen van groot belang.
Op basis hiervan nemen we beslissingen over financieringsvraagstukken. Voor de bepaling van de financieringsbehoefte stellen we jaarlijks een liquiditeitsprognose op voor de komende vier jaar. De nadruk ligt daarbij op het begrotingsjaar 2023. De liquiditeitsprognose helpt ons ook bij de beoordeling van de volgende onderwerpen:
A. Financieringsbehoefte
B.Risico’s financieringsfunctie
Welk bedrag moet wanneer gefinancierd worden?
Wat zijn onze financieringsrisico’s?
C. Leningenportefeuille Hoe ziet onze leningenportefeuille er uit?
D. Rentelasten en rentetoerekening Hoe verwerken we onze rentelasten?
E. EMU saldo en investeringen Hoeveel kunnen we op enig moment investeren?
A. Financieringsbehoefte Jaarlijkse stellen we een liquiditeitsprognose op voor de komende vier jaar. Zo bepalen we de financieringsbehoefte en weten we wanneer we geldleningen moeten afsluiten. We bepalen de jaarlijkse financieringsbehoefte op basis van een aantal elementen: reserves en voorzieningen: begrote bestedingen waarvoor de raad een besluit heeft genomen bestaande kredieten en investeringen: verwachte bestedingen grondexploitatie: verwachte inkomsten en uitgaven leningenportefeuille: mutaties
Pagina 85 van 127
O22.001794
In de grafiek geven we de verwachte liquiditeitsbehoefte aan.
100,000,000 50,000,000 Financieringsbehoefte
0 -50,000,000 -100,000,000 Er is sprake van een geleidelijk opwaartse lijn. We gaan hierna bij de punten B en C in op de risico’s hiervan en de te kiezen aanpak. De opwaartse lijn rondom juli wordt veroorzaakt doordat we op deze datum elk jaar ongeveer tussen de € 12 miljoen en € 13 miljoen uit het BTW compensatiefonds ontvangen. B. Risico’s financieringsfunctie Onder de risico’s van de financieringsfunctie vallen onder andere rente-, krediet-, liquiditeits-, koersen valutarisico’s. Deze onderwerpen zijn opgenomen in het treasurystatuut. Het meest omvattende risico is het renterisico. Ter beperking van het renterisico zijn in de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) twee verplichte normen opgenomen: (a) de kasgeldlimiet en (b) de renterisiconorm. Aan deze wettelijke normen moeten we voldoen. a. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Met als doel grote schommelingen in de rentelasten te vermijden. De kasgeldlimiet mag maximaal 8,5% zijn van het begrotingstotaal. Begrotingstotaal 2023: € 315 miljoen. Kasgeldlimiet: € 26,8 miljoen. Wanneer we de kasgeldlimiet structureel (langer dan 2 kwartalen achter elkaar) overschrijden, moeten we aantonen dat we binnen een afzienbare tijd weer binnen de kasgeldlimiet blijven.
De meest gangbare manier om hieraan te voldoen is het aantrekken van een langlopende geldlening. In de grafiek geven we de verwachte liquiditeitsbehoefte aan ten opzichte van de kasgeldlimiet:
100,000,000 50,000,000
Financieringsbehoefte Kasgeldlimiet
0 -50,000,000 -100,000,000
De grafiek laat zien dat de huidige liquiditeitsprognose (blauwe lijn) de kasgeldlimiet (rode lijn) van korte duur overschrijdt. Om aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen en om de kasgeldlimiet van € 26,8 miljoen niet structureel te overschrijden verwachten we vanaf 2023 tot 2026 jaarlijks gemiddeld € 1,75 miljoen aan langlopende leningen te moeten afsluiten om aan de kasgeldlimiet te blijven voldoen. De inzet is erop gericht om nog zo lang mogelijk kortlopende leningen aan te gaan, omdat de rente van “kort geld” op dit moment lager is dan voor “lang geld”.
Pagina 86 van 127
O22.001794
Na het afsluiten van de genoemde leningen ontstaat de volgende grafiek:
150,000,000 Financieringsbehoefte
100,000,000
Kasgeldlimiet
50,000,000
Fin. Behoefte na aantrekken leningen
0 -50,000,000 -100,000,000
In de begroting 2023 houden we bij nieuwe langlopende leningen rekening met een rentelast van 2,83 % in 2023 oplopend tot 3,00 % in 2026. Als de raad besluit tot extra investeringen heeft dit gevolgen voor de liquiditeitsbehoefte. Het valt te verwachten dat we dan extra geld moeten aantrekken. Hierdoor stijgen de rentelasten. b. Renterisiconorm De renterisiconorm legt een relatie tussen de opbouw van de leningenportefeuille en de mate waarin we tegenvallers kunnen beperken als gevolg van stijgende rente. We lopen renterisico bij renteaanpassingen en herfinanciering. Het renterisico mag (jaarlijks) maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Begrotingstotaal 2023: € 315 miljoen. Renterisiconorm: € 63 miljoen. De aflossingen liggen in de jaren 2023-2026 gemiddeld rond de € 13 miljoen. De grafiek geeft de renterisiconorm weer voor de jaren 2022-2025. Conclusie: we blijven ruim binnen de risiconorm. 2023
2024
2025
2026
0 -15,000,000 aflossingen
-30,000,000
renterisiconorm
-45,000,000 -60,000,000 -75,000,000
Omdat we zo goed als alle leningen hebben afgesloten met een jaarlijks gelijke aflossing zitten er geen (grote) sprongen in het verloop van onze aflossingen. Daarmee kunnen we concluderen dat we ruim binnen de renterisiconorm blijven. Het betekent niet dat er geen risico’s zijn. In de begroting nemen we jaarlijks voor een nieuw af te sluiten langlopende lening een rentelast op van 2,83 % en oplopend tot 3,0 %. Wordt dit percentage hoger dan stijgen de lasten. Blijkt het percentage lager uit te vallen, dan dalen de rentelasten.
Pagina 87 van 127
O22.001794
C. Leningenportefeuille In de begroting is voor 2023 € 142,4 miljoen aan langlopende geldleningen opgenomen. Van de langlopende leningen is € 26,0 miljoen doorgeleend aan anderen: woningbouwcorporaties (€ 15,7 miljoen), Zwembad Sneek (€ 2,7 miljoen), Recreatieschap Marrekrite (€ 4 miljoen) en overige instellingen (€ 3,6 miljoen). Daarnaast wordt voor circa € 30 miljoen aan leningen direct gegarandeerd aan instellingen die actief zijn op het gebied van woningbouw, gezondheidszorg, welzijn, cultuur en sport. We zijn zeer terughoudend in het verstrekken van nieuwe leningen en garanties aan derden. Het gemiddelde rentepercentage dat we betalen op het saldo van de huidige leningen (aangetrokken minus verstrekte leningen) is 2,85%. De rentedruk op de huidige leningen is stabiel. We hebben de nieuw af te sluiten leningen voor de komende jaren begroot op een rentelast van tussen de 2,83% en 3,0%. Door de komende jaren de leningen aan te trekken onder de voorwaarden zoals we die nu verwachten en hebben begroot, schommelt de rentedruk de komende jaren rond 2,85%: Saldo na aan te trekken leningen (x € miljoen) Opgenomen geldleningen Boekwaarde per 1/1 (a) Rentelasten (b) Verstrekte geldleningen Boekwaarde per 1/1 (c) Renteopbrengsten (d)
2023 €
2024 €
2025 €
2026 €
142,4 3,8
124,3 3,5
110,4 3,2
100,4 2,8
26,0 0,6
23,7 0,6
21,6 0,5
19,5 0,5
(a-c) (b-d)
116,4 3,2
100,6 2,9
88,8 2,7
80,9 2,3
Gemiddeld te betalen rente (rentedruk)
2,7%
2,9%
3,0%
2,8%
Saldo Boekwaarde per 1/1 Rentelasten
D. Rentelasten, renteresultaat en toerekening rente aan investeringen en grondexploitatie Met ingang van het begrotingsjaar 2017 is er (verplicht) een apart taakveld voor de treasuryfunctie. Op dit taakveld moeten we de activiteiten met betrekking tot o.a. de financieringslasten opnemen. Vanaf het taakveld Treasury rekenen we de reële rente toe aan de nieuwe taakvelden. We nemen (verplicht) twee schema’s op: het renteschema en de rentetoerekening Grondexploitatie: a. Renteschema In het schema brengen we het volgende in beeld: De totale (externe) rentelasten voor de opgenomen geldleningen: € 3,8 miljoen (zie ook de tabel hierboven bij kolom 2023). Het deel van de rente dat we toerekenen aan Grondexploitatie of het betreffende taakveld (bij rente van projectfinanciering). Een deel van taakvelden krijgt een vaste rente doorberekend omdat de investeringen destijds zijn afgesloten tegen een vaste rente en deze worden ook doorberekend aan derden zoals aan woningbouwcorporaties en zwembad Sneek. Het deel van de rente dat we toerekenen aan de taakvelden. De hoogte van de rentetoerekening op basis van een renteomslag. De renteomslag berekenen we op basis van de rentelast en de boekwaarden van de investeringen op 1 januari van het begrotingsjaar. De rente rekenen we op basis van dit percentage door naar de taakvelden.