Bijlage - Programmabegrutting 2023 en mearjierrenrûzing 2024-2026
Tekst van het document
Communicatie tussen inwoners en gemeente We versturen leesbare en begrijpelijke brieven. In plaats van afstandelijke communicatie is er een telefoongesprek of ontmoeting tussen inwoners en gemeente.
‘Wolkom yn Súdwest’-pakket Nieuwe inwoners ontvangen een ‘Wolkom yn Súdwest’-pakket met daarin nuttige en praktische (gemeentelijke) informatie voor onze nieuwe inwoners, waardoor men zich welkom voelt in de gemeente Súdwest-Fryslân.
1.3 Hoofdtaakveld Veiligheid Wat willen we bereiken? Súdwest-Fryslân is een veilige gemeente. We willen een aantrekkelijke gemeente zijn waar inwoners, ondernemers en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Een gemeente met weinig overlast en criminaliteit, een gemeente die in staat is om hedendaagse, complexe veiligheidsproblematiek effectief het hoofd te bieden. Om dat zo te houden willen we vooral inzetten op preventie. Door nauwe contacten met de politie, het sociale domein en overige ketenpartners en instanties willen we een groot gevoel van veiligheid creëren en behouden. We sluiten onze ogen niet voor zaken als ondermijning, cybercriminaliteit, sociale veiligheid en andere mogelijke criminele activiteiten zoals polarisatie en radicalisering. Het is belangrijk om de veiligheid in onze gemeente op orde te houden, veiligheid is de basis voor iedereen. Wat gaan we daarvoor doen?
Veiligheid: investeren in preventie Op basis van het Integraal Veiligheidsplan investeren we in preventie en willen we met andere partners integraal samenwerken en meer zichtbaar zijn in de wijken en dorpen. We willen zoveel mogelijk naar de voorkant, risico’s beheersen en het verkleinen van gelegenheid voor daders. Maar waar nodig handhaven – we zetten tijdig en gericht onze instrumenten in.
Verbinding zorg en veiligheid We zijn scherp op de verbinding van zorg en veiligheid. Veel veiligheidsvraagstukken vragen om combinaties van interventies uit beide domeinen. Een integrale samenwerking staat hierin voorop, om tijdig de juiste hulp en ondersteuning te bieden.
Pagina 45 van 127
O22.001794
Bevoegdheden BOA’s Onze BOA’s hebben een breed pakket aan bevoegdheden om overlast aan te pakken en fungeren als aanspreekpunt in de Mienskip.
2. Wat mag het kosten? Saldo programma in meerjarenperspectief (bedragen x € 1.000) Bestuur Burgerzaken Veiligheid Totaal saldo baten en lasten
Rekening 2021 3.309 1.724 7.802 12.834
Begroot 2022 na Wijziging 4.137 1.295 9.210 14.643
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
5.433 1.151 9.646 16.230
5.427 1.151 9.706 16.284
5.336 1.151 9.776 16.263
5.150 1.151 9.773 16.073
Begroot 2023 per taakveld (bedragen x € 1.000) Bestuur Bestuur
Lasten
Baten
Saldo
5.433 5.433
0 0
5.433 5.433
Burgerzaken Burgerzaken
2.469 2.469
1.318 1.318
1.151 1.151
Veiligheid Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Totaal saldo baten en lasten
9.758 6.461 3.298 17.660
113 113 0 1.431
9.646 6.348 3.298 16.230
Pagina 46 van 127
O22.001794
3. Aanpassingen programma Bestuur In dit programma hebben we diverse aanpassingen verwerkt. Hieronder geven we ze weer in een overzicht. Daarna geven we een toelichting op de verschillende posten. De volgende aanpassingen komen aan bod: Taakmutaties uit circulaires. Temperen ombuigingen. Nieuwe voorstellen. Vanwege de leesbaarheid worden sommige aanpassingen in het programma toegelicht waar ze thematisch het beste passen, terwijl ze soms (ook) betrekking hebben op andere programma’s. Bijvoorbeeld de loonsomontwikkeling. Deze wordt in de tekst alleen toegelicht in Programma Bestuur, maar cijfermatig heeft dit ook betrekking op de programma’s Sociaal en Ruimte en op de Overzichten. Nadelen zijn steeds met een minteken (-) aangegeven en voordelen met een plusteken (+). De vetgedrukte subtotalen komen steeds terug in het totaaloverzicht van paragraaf 1.2.
Aanpassingen programma Bestuur (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
1. Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren
-24
-24
-24
-24
2. Extra capaciteit BOA’s
-45
-45
-45
-45
-69
-69
-69
-69
-476
-476
-476
-476
-476
-476
-476
-476
Structureel Taakmutaties uit circulaires
Subtotaal Temperen Ombuigingen 3. P3-03: Continu verbeteren Subtotaal Nieuwe voorstellen 4. Loonsomontwikkeling 2023 (inclusief inhaalslag 2022)
-4.212
-4.212
-4.212
-4.212
5. Wethouders uitkeringen
-280
-276
-186
0
6. Aansluiten bij SNN
-150
-150
-150
-150
7. Bijdrage Gem. Regelingen, Veiligheidsregio
-438
-441
-444
-444
-1.000
-1.000
-1.000
-1.000
Subtotaal
-6.080
-6.079
-5.992
-5.806
Subtotaal structureel
-6.624
-6.624
-6.537
-6.351
8. Coalitieakkoord, Bestuur
Incidenteel Nieuwe voorstellen 9. Coalitieakkoord, Bestuur
-1.500
0
0
0
Subtotaal
-1.500
0
0
0
Subtotaal incidenteel
-1.500
0
0
0
Pagina 47 van 127
O22.001794
Toelichting Taakmutaties uit circulaires Op 1 juni is de Meicirculaire 2022 verschenen. Via de Notitie Meicirculaire 2022 is de raad geïnformeerd over de uitkomsten van deze circulaire (actieve informatie in week 35). De gevolgen voor de jaren 2023 tot en met 2026 nemen we op in deze begroting. Het betreft voor Programma Bestuur de navolgende zaken. 1. Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren Het kabinet heeft vorig jaar besloten om voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 in totaal € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. De bedragen zijn grotendeels beschikbaar gesteld in de decembercirculaire 2021. De gemeenteraad heeft de decembercirculaire 2021 op 3 maart 2022 behandeld en besloten om een krediet “versterking gemeentelijke dienstverlening 2022-2027” hier voor in te stellen. Naar verwachting ontvangen wij tot en met 2027 ongeveer € 2,5 miljoen. De raad heeft besloten om alle bedragen die wij van het Rijk tot en met 2027 ontvangen voor versterking dienstverlening gemeenten, aan dit krediet toe te voegen. Er was al € 5 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering voor systeemleren. Nu wordt door het Rijk landelijk nogmaals € 5 miljoen euro beschikbaar gesteld. Voor SWF gaat het om € 24.000 structureel. 2.
Extra capaciteit BOA’s De Tweede Kamer heeft in 2021 de motie Hermans c.s. aangenomen. Met deze motie, waarmee structureel € 200 miljoen is vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid, is onder meer aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel € 25 miljoen voor de BOA’s beschikbaar gesteld. In zijn brief van d.d. 12 november 2021 aan de Tweede Kamer heeft de minister van Justitie en Veiligheid aangegeven op welke wijze hij deze € 25 miljoen wil inzetten. Naast onder meer € 5,5 miljoen voor de groene BOA en een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de BOA’s in alle domeinen, wordt € 13 miljoen vrijgemaakt voor de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte. De € 13 miljoen loopt via het gemeentefonds, het resterende bedrag niet. Wij ontvangen structureel € 45.000 extra en willen dit bedrag inzetten voor extra BOA’s. Temperen ombuigingen 3. P3-03: Continu verbeteren In de Programmabegroting 2020 zijn taakstellingen opgenomen die gehaald moeten worden door Continu te verbeteren. Het ging per 2023 om een totaalbedrag van € 1.550.000. Tot op heden is van dit bedrag al € 875.000 gerealiseerd. Inmiddels merken we dat het steeds lastiger wordt om financieel voordeel te behalen door continu verbeteren.
Wel leidt continu verbeteren tot kwaliteitsverbetering, dus we moeten zeker doorgaan met de aanpak. We blijven inzetten op het behalen van de meest effectieve en efficiënte uitvoering van het werk. Zie hiervoor ook de paragraaf Bedrijfsvoering van deze begroting (paragraaf 2.3.5). We schatten in nog € 200.000 te kunnen behalen aan financieel voordeel. Daarmee is ca. 70% van de originele taakstelling behaald. We stellen voor om het resterende deel (€ 476.000) te laten vervallen. Nieuwe voorstellen 4. Loonsomontwikkeling 2023 (inclusief inhaalslag 2022) In de Programmabegroting 2022 zijn we uitgegaan van een loonsomontwikkeling van 3%. In werkelijkheid komt de stijging over 2022 uit op 3,9%. We hebben dus nog een deel in te halen ten opzichte van de begroting van 0,9%. We verwachten over 2023 een nieuwe stijging van 3,5%. (0,5% stijging premies sociale lasten en 3,0% CAO-stijging). Daardoor hebben we te maken met een totale stijging van 4,4%. Met bovenstaande percentages is in het salarissysteem de salarissom voor 2023 doorgerekend, inclusief opleidingsbudget. Wanneer we dit vergelijken met de beschikbare bedragen in de begroting, dan is er een tekort van € 4,2 miljoen. We stellen voor om de salarisbegroting op te hogen met dit bedrag.
Pagina 48 van 127
O22.001794
5. Wethouders uitkeringen Als gevolg van een nieuw college ontstaan wachtgeld en re-integratieverplichtingen voor voormalig wethouders. Positieve re-integratie kan leiden tot besparing op de budgetten. We schatten de extra kosten over 2023 in op € 280.000. De bedragen nemen af in de meerjarenbegroting. 6. Aansluiten bij Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN) Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN) is een samenwerkingsverband van de drie noordelijke provincies en de vier gemeenten Groningen, Leeuwarden, Assen en Emmen. Zij stimuleren, faciliteren en verbinden mensen, ideeën en ambities die bijdragen aan de ontwikkeling van Noord-Nederland. Dit doen zij iedere dag door: - Het verstrekken van subsidies in Noord-Nederland voor ondernemers, particulieren, kennisinstellingen, wooncorporaties en maatschappelijke organisaties; - Het behartigen van de Noord-Nederlandse belangen in Den Haag en Brussel en de rest van Europa, o.a. over nieuwe regels, subsidies en beleid die invloed hebben op het Noorden; - Het samenbrengen van de noordelijke bedrijven, (kennis)instellingen en overheden. Binnen het SNN wordt het (vooralsnog) ruimtelijke en economische beleid van Noord-Nederland afgestemd en creëren daarmee impact in Noord-Nederland. Uiteindelijke doel is om samen NoordNederland nóg mooier en sterker te maken.
Het actief aanjagen van samenwerking en het positioneren van de gemeente in (inter)nationale netwerken past bij de Súdwest-Fryslân positie als 90.000+ gemeente en als grootste gemeente van Nederland. Vanuit een Europastrategie en de Public Affairs agenda zet Súdwest-Fryslân actief in op positionering en het vormen van partnerships voor de realisatie van haar ambities gericht vanuit het Brede Welvaartskompas. In de basis werkt Súdwest-Fryslân daarbij praktisch probleemoplossend, vanuit creatieve veerkracht en verbonden gelijkwaardig. Vanuit deze identiteit heeft Súdwest-Fryslân veel te bieden. Met aansluiting bij het SNN platform wil Súdwest-Fryslân verbinding leggen in het Noorden als gezamenlijke springplank naar Den Haag en Brussel. 7. Bijdrage Gem. Regelingen, Veiligheidsregio De raad heeft op 14 juli 2022 kennis genomen van de Financiële stukken Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Uit de Begroting 2023 van de Veiligheidsregio blijken de extra bedragen die Súdwest-Fryslân moet bijdragen. De extra aan de VRF te betalen bedragen zijn weergegeven in het raadsvoorstel van 14 juli. Wij moeten dit volgen in onze eigen begroting. Daarom nemen wij de extra bedragen op in onze Programmabegroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026. 8.
Coalitieakkoord, Bestuur Juist in de lokale Mienskip schuilt de kracht die we moeten ondersteunen – ons goud is het DNA van de inwoners; mei elkoar, initiatiefrijk en altijd op zoek naar de goede balans met ons landschap. We zijn (pro)actief, zijn een krachtige lokale overheid, we investeren en leggen de verbindingen. In het noorden, in Nederland en in Europa. Dat vraagt om een gemeente met een gezonde financiële basis en met ruimte voor beslissingen. Om invulling te kunnen geven aan de concrete acties in het coalitie akkoord begroten we een structureel bedrag van € 1,0 miljoen, een incidenteel bedrag van € 1,5 miljoen en € 0,5 miljoen onder Overzichten. Een verdere doorvertaling en integrale afweging moet nog plaatsvinden. Dit komt in de raadsvergadering van 2 februari 2023 aan de orde.
Nieuwe voorstellen (incidenteel) 9. Coalitieakkoord, Bestuur Voor een toelichting zie voorgaande punt 8.
Pagina 49 van 127
O22.001794
2.2.4
Overzichten
Algemene dekkingsmiddelen In de begroting moeten we een overzicht opnemen van de algemene dekkingsmiddelen. Bij algemene dekkingsmiddelen gaat het om gemeentelijke inkomsten die niet direct gerelateerd zijn aan een bestedingsdoel. Het gaat met name om de uitkering uit het gemeentefonds en onroerendezaakbelasting. De algemene dekkingsmiddelen zijn in principe vrij aanwendbaar: de gemeenteraad bepaalt voor welk doel we de middelen inzetten. Naast de vrij aan te wenden middelen kent Súdwest-Fryslân ook een aantal niet vrij aanwendbare heffingen, zoals Rioolrecht en Afvalstoffenheffing. Tegenover deze heffingen staan aanwijsbare kosten tot tenminste de opbrengst van de heffing. Overhead In de begroting moeten we de kosten van Overhead centraal begroten en verantwoorden. De voorschriften bepalen dat kosten zoveel mogelijk direct dienen te worden toegerekend aan de betreffende taakvelden. Voor een aantal kosten is dit niet mogelijk. Het betreft met name de ondersteunende taken (zoals intern gerichte bedrijfsvoeringsteams) en de sturende taken (leidinggevenden). De kosten van deze taken moeten worden verantwoord op het taakveld Overhead. In de begrotingsvoorschriften zijn geen bepalingen opgenomen over de methodiek van toerekening van overhead aan de grondexploitatie en investeringen.
Voor de toerekening van de overhead hebben we een toerekeningsregel bepaald aan de hand van de totale salariskosten overhead in verhouding met de salariskosten en inhuur van alle taakvelden. De totale salariskosten overhead bedragen € 24,1 miljoen en de salariskosten en inhuur van alle overige taakvelden € 48,5 miljoen. Afgerond komt er dan een percentage uit van 50%. We gebruiken dit percentage ook voor het extracomptabel toerekenen van de overhead naar de heffingen in verband met het berekenen van de kostendekkendheid. Heffing Vennootschapsbelasting (VPB) Met ingang van 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting voor activiteiten die zij als onderneming verrichten. Van een onderneming is sprake wanneer een duurzame organisatie van arbeid en kapitaal deelneemt aan het economisch verkeer met het oogmerk winst te behalen. De te behalen winst moet redelijkerwijs zijn te verwachten. In de wet worden activiteiten waarmee in concurrentie wordt getreden gelijkgesteld met het oogmerk winst te behalen. De betaalde vennootschapsbelasting lag de laatste jaren steeds rond de € 30.000. Op Prinsjesdag 2022 is aangegeven dat het voor ons toepasselijke tarief met ingang van 1 januari 2023 wordt verhoogd naar 19%. Wij verwachten dat het effect hiervan klein zal zijn voor onze organisatie. We gaan dan ook voor 2023 weer uit van een bedrag van € 30.000.
Hierbij plaatsen wij echter nog wel een tweetal kanttekeningen.
Er lopen momenteel 2 gerechtelijke procedures die van invloed kunnen zijn op onze belastingverplichting (deze zal toenemen wanneer de belastingdienst door de rechter in het gelijk wordt gesteld). Ten tweede de grondexploitatie. Zodra het totaal van alle grondexploitaties winstgevend is, zullen wij ook over dit bedrag vennootschapsbelasting moeten betalen. Tot nu toe is dat nog niet het geval geweest, maar door de vele ontwikkelingen op dit vlak, bestaat nu wel de kans dat er in de toekomst winst gemaakt gaat worden. Mocht dat het geval zijn, zal ook dit onze belastingverplichting doen toenemen.
Pagina 50 van 127
O22.001794
Bedrag onvoorzien Het bedrag voor onvoorzien bedraagt € 109.000. Dit is ongeveer € 1,20 per inwoner. Wat mag het kosten? Saldo programma in meerjarenperspectief (bedragen x € 1.000)
Rekening 2021
Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Totaal saldo baten en lasten
-205.714 37.255 30 11.946 -156.485
Begroot 2023 per taakveld (bedragen x € 1.000) Algemene dekkingsmiddelen Treasury OZB woningen OZB niet-woningen Belastingen overig Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Overhead Personeelslasten Huisvesting gemeentelijke diensten ICT Tractiemiddelen
Begroot 2022 na Wijziging -205.633 34.102 30 520 -170.981
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
-222.834 42.763 30 1.239 -178.802
-227.375 42.862 30 1.344 -183.140
-228.889 42.596 30 1.448 -184.815
-209.650 42.686 30 1.549 -165.384
Lasten
Baten
Saldo
2.044 646 1.152 82 164 0
224.878 1.654 12.922 11.037 113 199.152
-222.834 -1.008 -11.770 -10.955 52 -199.152
43.932 41.150 1.884 575 323
1.169 890 25 254 0
42.763 40.260 1.859 321 323
Heffing VPB Vennootschapsbelasting (VpB)
30 30
0 0
30 30
Bedrag onvoorzien Overige baten en lasten Totaal saldo baten en lasten
1.239 1.239 47.245
0 0 226.047
1.239 1.239 -178.802
Pagina 51 van 127
O22.001794
Aanpassingen Overzichten In dit programma hebben we diverse aanpassingen verwerkt. Hieronder geven we ze weer in een overzicht. Daarna geven we een toelichting op de verschillende posten. De volgende aanpassingen komen aan bod: Structurele gevolgen uit de Jaarrekening. Circulaires en dergelijke. Nieuwe voorstellen. Vanwege de leesbaarheid worden sommige aanpassingen in het programma toegelicht waar ze thematisch het beste passen, terwijl ze soms (ook) betrekking hebben op andere programma’s. Bijvoorbeeld de loonsomontwikkeling. Deze wordt in de tekst alleen toegelicht in Programma Bestuur, maar cijfermatig heeft dit ook betrekking op de programma’s Sociaal en Ruimte en op de Overzichten. Nadelen zijn steeds met een minteken (-) aangegeven en voordelen met een plusteken (+). De vetgedrukte subtotalen komen steeds terug in het totaaloverzicht van paragraaf 1.2. Aanpassingen Overzichten (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
-109
-109
-109
-109
-500
-500
-500
-500
-609
-609
-609
-609
21.635
27.355
32.036
14.683
Structureel Structurele gevolgen uit Jaarrekening 1. Hogere kosten abonnementen 2. Restwaarde strategische gebouwen Subtotaal Circulaires en dergelijke 3. Meicirculaire 2022 4. 50% stijging aantallen
0
800
1.600
2.400
5. Correctie loon- en prijsstijgingen 2024-2027
0
-1.760
-3.520
-5.280
6. Extra 25% Jeugdzorg begroten
0
1.807
1.659
1.134
7. Verlaging inkomsten Jeugdzorg met Rijkskorting
0
-500
-2.600
-2.600
21.635
27.702
29.174
10.337
Subtotaal Nieuwe voorstellen 8. Windmolenpark Nij Hiddum Houw
400
400
400
400
9. Hogere inkomsten uit belastingen
1.595
1.547
1.499
1.393
10. Basisregistratie WOZ, BAG en BGT borging datakwaliteit
-40
-40
-40
-40
11. Bezwaar en beroep No Cure No Pay bureaus (NCNP)
-125
-125
-125
-125
12. Vergunningverleningssysteem parkeren
-40
-40
-40
-40
13. Basisregistratie ondergrond (Bro)
-40
-40
-40
-40
14. Data Fryslân 15. Kostenstijging exploitatie ICT infrastructuur en applicaties 16. Afbouw toerekening aan projecten
-90
-90
-90
-90
-1.320
-1.321
-974
-718
-500
-500
-500
-500
17. Kerstpakketten
-50
-50
-50
-50
18. Verlaging stelpost onderuitputting
-175
-175
-175
-175
19. Coalitieakkoord, Overzichten
-500
-500
-500
-500
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
Subtotaal
-2.185
-2.234
-1.935
-1.785
Subtotaal structureel
18.841
24.859
26.630
7.943
20. Anders (armoede, energietransitie, leefbaarheid)
Pagina 52 van 127
O22.001794
Incidenteel Nieuwe voorstellen Geen mutaties
0
0
0
0
Subtotaal
0
0
0
0
Subtotaal incidenteel
0
0
0
0
Structurele gevolgen uit Jaarrekening 1. Hogere kosten abonnementen Dit betreft een structurele budgetoverschrijding die eerder is toegelicht in de Jaarrekening 2021. Het gesignaleerde tekort is in 2022 opnieuw beoordeeld. Dit heeft niet geleid tot een andere inschatting van het benodigde budget dat moet worden aangevuld. Het budget voor abonnementen en licenties is niet toereikend. In de loop der jaren zijn er alleen maar meer abonnementen en licenties bijgekomen, zoals de licenties bij het Sociaal Domein voor de uitvoering van de WMO en de Jeugd- en Participatiewet, maar ook voor de ketens Omgeving en Klantcontacten. Met dit voorstel corrigeren we de afwijking, waardoor we het budget weer in lijn brengen met de werkelijke verwachting. Het betreft geen beleidswijziging. 2. Restwaarde strategische gebouwen In de Programmabegroting 2021 is aangegeven dat we wilden gaan werken met een andere systematiek van afschrijven op strategische gebouwen, namelijk door rekening te houden met een restwaarde. Door dat te doen, hoeft er minder te worden afgeschreven en worden de jaarlijkse lasten verlaagd. Ingeschat was dat dit een structureel voordeel in de begroting op kon leveren van € 500.000. Inmiddels is echter de regelgeving aangescherpt en mag deze nieuwe systematiek alleen worden toegepast bij nieuwe panden (dus ook niet meer bij de centrale huisvesting).
Door deze wijziging in regelgeving, vervallen veel mogelijkheden en kan de verwachte besparing van € 500.000 niet behaald worden. Mogelijk maken we in komende nieuwe gevallen alsnog gebruik van de mogelijkheden van een restwaarde, maar de huidige verwachte besparing moet vervallen.
Circulaires en dergelijke 3. Meicirculaire 2022 De Meicirculaire 2022 is verschenen op 1 juni. Via de meicirculaire hebben we een hogere algemene uitkering ontvangen. Dit is eerder toegelicht in de Notitie Meicirculaire 2022 (actieve info van week 35). De begrote bedragen betreffen de verschillen tussen de Meicirculaire 2022 en de stand van de Programmabegroting 2021. De toename van de algemene uitkering is deze keer exceptioneel hoog. Dit geeft ruimte in de begroting. Deze ruimte wordt onder andere gebruikt voor de taakmutaties die elders in deze Programmabegroting zijn opgenomen in de programma’s en door indexaties. In de Notitie Meicirculaire 2022 is te zien dat het vrij besteedbare bedrag in 2026 het zogenaamde ravijn in duikt. Een daling van € 17 miljoen euro tussen 2025 en 2026. Dat is bijna 10%!. Deze daling zorgt voor grote problemen bij gemeenten omdat zij slechts incidenteel meer geld krijgen en niet structureel. Investeringen kunnen dan ook in veel mindere mate worden gedaan omdat de ruimte voor bijbehorende kapitaallasten vanaf 2026 niet meer beschikbaar is. 4. 50% stijging aantallen Vanuit het voorzichtigheidsprincipe hebben wij tot nu toe onze aantallen van de maatstaven altijd constant gehouden op basis van het aantal uit het eerste begrotingsjaar.
Het Rijk gaat er van uit dat de meeste aantallen landelijk stijgen, waardoor het uitgekeerde bedrag per maatstaf iets lager wordt. Om dat iets lagere bedrag per maatstaf te compenseren moet je het volume (aantal) iets verhogen. De
Pagina 53 van 127
O22.001794
vraag is of een 100% stijging van aantallen voor Súdwest-Fryslân wel reëel is. Bovendien zorgt de stijging van aantallen in veel gevallen ook voor hogere uitgaven. De uitgaven zullen normaliter stijgen als het volume groter wordt. Onze kennispartner LIAS adviseert om voor plattelandsgemeenten uit te gaan van een stijging van 50% van wat landelijk verwacht wordt. Wij stellen voor dit advies te volgen. Dit geeft een extra ruimte in de begroting, oplopend naar € 2,4 miljoen in 2026. 5. Correctie loon- en prijsstijgingen 2024-2027 De rijksoverheid neemt in de meerjarenraming een loon/prijsontwikkeling op en raamt dus inclusief inflatie. Wij ramen tegen constante prijzen, dus exclusief inflatie. Omdat het Rijk tegen lopende prijzen raamt en wij tegen constante prijzen, moeten we een correctie (aftrek) uitvoeren voor de jaren na het begrotingsjaar (in dit geval 2024-2026). De aftrek van lopende naar constante prijzen bleek de afgelopen jaren te laag, de werkelijke inflatie was hoger dan de geschatte Prijsontwikkeling BBP (Bruto Binnenlands Product). Hierdoor rekenden we ons rijker dan we waren en daardoor was er de afgelopen jaren in het nieuwe begrotingsjaar niet genoeg geld beschikbaar om de salarisstijging voor eigen personeel en verbonden partijen te compenseren. Met als gevolg dat er geen financiële dekkingsmiddelen beschikbaar waren voor prijsmutaties.
Het PBBP uit de meicirculaire voor 2024 is 2,5%, aflopend naar 2,20% in 2026. Dit is erg laag vergeleken bij de huidige inflatiecijfers. In de Macro Economische Verkenningen 2022 van het CPB rekende het Rijk in haar Startnota bijvoorbeeld met 3,4% in 2024 en 3,3%,in 2025. LIAS adviseert dan ook om een hogere aftrek te hanteren. Wij kiezen er voor om elk jaar een risico-opslag van 1% te hanteren als extra aftrek. Afgerond levert dat een aftrekpost op van € 1,8 miljoen cumulatief per jaar. Zo creëren we ruimte om in de toekomst onze werkelijke loon-en prijsstijgingen op te kunnen vangen en daarnaast ook de budgetten te kunnen indexeren. 6. Extra 25% Jeugdzorg begroten Door een Commissie van wijzen is een uitspraak gedaan over de compensatie die het Rijk dient te geven aan gemeenten voor de kosten van de jeugdzorg. Het Rijk had voor de jaren tot en met 2023 voldaan aan de uitspraak, maar nog niet voor de jaren vanaf 2024 en verder. Provincies hebben toegestaan dat gemeenten wel alvast 75% van de verwachte bedragen mochten opnemen in hun meerjarenramingen. Het Rijk heeft nu aangegeven de bedragen vanaf 2024 ook te gaan uitbetalen. Dat betekent dat we nog 25% aan inkomsten voor de jeugdzorg mogen meenemen in de begroting. Aan de inkomstenkant begroten we dit bij de algemene uitkering.
Daar de bedragen bedoeld zijn voor de jeugdzorg, reserveren we de middelen voor het Sociaal Domein (zie punt 24 van programma Sociaal). 7. Verlaging inkomsten Jeugdzorg met Rijkskorting Gelijktijdig met het bericht over de 25% extra middelen voor Jeugdzorg, is duidelijk geworden hoe gemeenten om moeten gaan met de landelijke kortingen van € 100 miljoen in 2024 en € 500 miljoen vanaf 2025. Al eerder was bekend geworden dat het Rijk deze korting voor haar rekening neemt. Gemeenten krijgen echter wel daadwerkelijk minder bijdrage van het Rijk. Dit betekent een lagere inkomst in de algemene uitkering. Voor SWF gaat het om bedragen van € 500.000 in 2024 en € 2.600.000 vanaf 2025. Tegenover deze lagere inkomsten staat dat gemeenten ook voor eenzelfde bedragen rekening mogen houden met lagere kosten. Daardoor heeft de verlaging van de inkomsten per saldo geen nadelig effect op de begrotingen van gemeenten. Het Rijk is verantwoordelijk voor het invoeren van maatregelen die tot een dergelijke kostenverlaging moeten leiden (zie ook punt 25 van programma Sociaal).
Nieuwe voorstellen 8. Windmolenpark Nij Hiddum Houw Via raadsbesluit van 3 maart 2022 heeft de raad gekozen voor een actieve deelname van 50% in windpark Nij Hiddum Houw BV. Vanuit deze deelname wordt jaarlijks een gemiddeld dividend van € 400.000 netto verwacht. Dit voordeel hebben we opgenomen in onze begroting. 9. Hogere inkomsten uit belastingen In deze begroting kunnen we een hoger bedrag begroten voor inkomsten uit belastingen. Dit komt door verschillende oorzaken:
Pagina 54 van 127
O22.001794
een trendmatige verhoging van diverse belastingsoorten met 3% (belangrijkste is OZB), conform het indexcijfer BBP zoals gepubliceerd in de meicirculaire, meer woningen, dus meer aanslagen OZB, hogere waardebepaling van het windpark Fryslân, hogere inkomsten voor het ondernemersfonds (loopt mee met OZB op niet-woningen) een evenzo hogere uitgave aan het ondernemersfonds
Alle bovenstaande effecten geven in totaal een extra structurele inkomst van gemiddeld € 1,6 miljoen. 10. Basisregistratie WOZ, BAG en BGT borging datakwaliteit De gemeente is binnen het stelsel van basisregistraties de bronhouder voor, onder andere, de basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Basisregistraties maken eenmalig inwinnen en meervoudig gebruik van gegevens mogelijk. Door de gegevens in de basisadministraties eenduidig op te slaan, zijn ze herbruikbaar voor alle overheidsorganisaties die deze gegevens dan ook verplicht moeten gebruiken. Tevens draagt het zorg voor eenduidige, accurate en actuele informatieverstrekking aan onze Inwoners, Bedrijven en Bezoekers. Om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen rondom de WOZ, BAG en BGT is het noodzakelijk om alle bebouwing in beeld te hebben en te registreren in de betreffende administraties. Hiervoor is het van belang om vanaf 2023 te starten met mutatiesignalering door middel van beeldmateriaal. Mutatiesignalering is een proces waar aan de hand van luchtfoto’s en overige bronbestanden gezocht wordt naar mutaties in bebouwing tussen twee jaargangen. Het resultaat wordt vastgelegd in een digitale kaart die laat zien waar mutaties zijn aangetroffen.
Zodoende wordt duidelijk waar en in welke mate zich wijzigingen in een gebied hebben voorgedaan. Op dit moment vindt dit proces niet plaats binnen de organisatie. Om aan de genoemde wettelijke verplichtingen en de ambtelijke opdracht te voldoen is het noodzakelijk om vanaf 2023 jaarlijks een bedrag van € 40.000 op te nemen voor mutatiesignalering. 11. Bezwaar en beroep No Cure No Pay bureaus (NCNP) Het is een landelijk beeld dat het aandeel professionele bezwaarmakers toeneemt. Bezwaar maken wordt gemakkelijk gemaakt en er zijn landelijke radio- en TV campagnes. Deze bureaus zijn uit op de proceskosten en zoeken allerlei manieren om het bezwaar (deels) gegrond te krijgen. Dit uit zich in hoorzittingen, uitgebreide bezwaren en bij afwijzing doorzetten tot beroep. De afhandeling van deze bezwaren en beroepen vergen meer aandacht en tijd van de afdeling. Daarnaast neemt het bedrag voor de proceskostenvergoeding toe. Er is in de begroting een bedrag van € 125.000 nodig voor de dekking van de hogere kosten. 12. Vergunningverleningssysteem parkeren De gemeente Súdwest-Fryslân wil een innovatieve gemeente zijn op het gebied van parkeren. De gemeenteraad heeft in de parkeervisie besloten om parkeren volledig digitaal te maken. Daarnaast heeft de leverancier van het huidige parkeersysteem aangegeven dat dit pakket uitgefaseerd wordt in 2022.
Op basis van deze informatie is het noodzakelijk om het gehele aanvraag- en registratieproces en de fysieke vergunningen verder te digitaliseren. Aanvullend is het beleidsmatig gewenst omdat: Systeem: Het huidige systeem wordt uitgefaseerd in 2022; Visie/beleid: Besluit raad voor volledig digitaal parkeersysteem; Dienstverlening: We zetten in op de zelfredzaamheid van de klant en willen een gebruiksvriendelijk systeem. Met een nieuw systeem is het voor de klant direct duidelijk wat de (on)mogelijkheden zijn en ligt meer verantwoordelijk bij de klant zelf; Bedrijfsvoering: de huidige werkwijze is veel handmatig werken. Bijv. mutaties zijn allemaal handmatig. Met het nieuwe systeem wordt een mutatie gelijk doorgevoerd en hoeft de vergunning verlener slechts te controleren; Fraude: Er wordt oneigenlijk gebruik gemaakt van de fysieke vergunningen; Efficiency handhaving: door de vergunningen op papier voert handhaving twee controles uit: fysiek en digitaal.
Pagina 55 van 127
O22.001794
De kosten voor een nieuw systeem zijn hoger omdat dit een volledige SAAS omgeving is met meerdere mogelijkheden en koppelingen met onder andere het Nationaal Parkeerregister en DigiD. In 2019 heeft de raad in de parkeervisie 2019 vastgesteld het parkeersysteem volledig digitaal te maken. Hiervoor heeft de raad eenmalig € 50.000 ter beschikking gesteld. Dit is voldoende voor de eenmalige kosten. De jaarlijkse kosten zijn met een nieuw pakket structureel hoger waardoor het noodzakelijk is het budget te verhogen met € 40.000. 13. Basisregistratie ondergrond (Bro) De gemeente is belast met de uitvoering Basisregistratie Ondergrond (hierna: Bro). De Bro maakt onderdeel uit van meerdere basisregistraties binnen de gemeente, waarbij de gemeente bronhouder is. Bij de invoering van de basisregistraties is op grond van een benchmark berekend door de VNG, dat bij aanvang van de invoering een gemiddelde gemeente tussen de 0,2 en 0,3 fte en € 40.000 externe inzet benodigd heeft om aan de verplichtingen uit de Bro te kunnen voldoen. Er zijn destijds geen extra middelen of fte’s beschikbaar gesteld om de uitvoering op te pakken. Per 2023 dient naast de huidige onderdelen ook de milieuhygiëne geregistreerd te worden binnen de Bro wat een substantiële verzwaring van werkzaamheden tot gevolg heeft.
Gelet op de (niet gemiddelde) omvang van de gemeente en de hoeveelheid werken is een bezetting van 0,2 à 0,3 fte onvoldoende om op een goede wijze invulling te geven aan de verplichtingen uit de BRo. Om op een juiste wijze uitvoering te geven aan de verplichtingen uit de Bro wordt voorgesteld om de formatie uit te breiden met 0,5 fte. 14. Data Fryslân Vanaf 2019 participeert de gemeente Súdwest-Fryslân in Data Fryslân samen met andere gemeenten, provincies en scholen gericht op datagedreven werken binnen de gemeente en regio. De kosten voor deelname bedragen € 1,- per inwoner (voor SWF dus € 90.000). De resultaten van datagedreven werken komen ten goede aan diverse beleidsterreinen. In de vorige Programmabegroting 2022 is er daarom van uitgegaan dat de kosten kunnen worden gedragen door de beleidsteams die financieel voordeel hebben van datagedreven werken. In de praktijk valt dit tegen. Er is niet altijd sprake van een financieel voordeel. Bij het Sociaal Domein bijvoorbeeld leidt gebruik van de data juist tot hogere kosten. De armoedemonitor toont aan dat voorzieningen niet gebruikt worden. Hier worden inwoners op attent gemaakt met stijging in gebruik tot gevolg. Het gebruik van data levert hier dus geen financieel voordeel op, maar wel kwaliteitsverbetering. Bij andere gebruik makende teams zijn geen budgetten beschikbaar om de kosten uit te dekken.
Voorgesteld wordt dan ook om de kosten ten laste te brengen van de begroting. 15. Kostenstijging exploitatie ICT infrastructuur en applicaties Bij ICT zijn twee ontwikkelingen gaande die extra middelen vergen: 1) ICT is een noodzakelijke productiefactor. We hebben grote problemen om de informatieinfrastructuur verder te brengen. Storingen en threats dreigen de continuïteit en dienstverlening onderuit te halen en maakt het steeds moeilijker om te moderniseren. We zijn/worden geconfronteerd met kostenstijging in de exploitatie: we zien in de markt prijsstijgingen als gevolg van krapte. Dit is zowel software, hardware als diensten gerelateerd; door intensivering van thuiswerken en hybride werken zijn er extra kosten voor apparatuur, licenties en benodigde (inrichtings-)ondersteuning; groei van de organisatie in aantal medewerkers en groei van het aantal devices per medewerker; impact verhogen continuïteit, beschikbaarheid en dienstverleningsniveau; verhogen weerbaarheid en verminderen kwetsbaarheid i.v.m. toegenomen cyberdreiging; krapte ICT personeel (intern en markt) leidt tot hogere vervangings-/inhuurkosten. Onvoldoende financiële middelen leidt tot uitval en verminderde beschikbaarheid van systemen. We stellen daarom voor om de budgetten voor ICT structureel te verhogen met een bedrag van € 280.000.
Pagina 56 van 127
O22.001794
2) Bij ICT hebben we te maken met een financieringsprobleem. Voorheen werden softwarepakketten aangeschaft, kregen we ze geleverd/geïnstalleerd, en konden we er op afschrijven. We hebben nu dan ook een financiële systematiek waarbij investeringsbijdragen zijn opgenomen op het investeringsprogramma (IP) en bijbehorende kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting. Er is een ontwikkeling gaande naar SAAS-applicaties. SAAS betekent Software As A Service. Dit betekent dat wij de softwarepakketten niet meer fysiek geleverd krijgen, maar dat ze vanaf een server van de leverancier beschikbaar worden gesteld. Wij verkrijgen daardoor niet meer het eigendom, wat boekhoudkundig tot gevolg heeft dat we er niet op kunnen afschrijven. Dat betekent dat wij investeringsbedragen van het IP moeten verschuiven naar de reguliere begroting/exploitatie, wat tijdelijk een dekkingstekort binnen de ICT-middelen tot gevolg heeft. De tabel hieronder toont het ontstane tekort voor de komende 5 jaar. Na deze 5 jaar zijn de bespaarde kapitaallasten voldoende om de reguliere budgetten op te hogen. In de tussenliggende tijd zijn extra middelen nodig, zodat ICT kan blijven beschikken over hetzelfde inkoopvolume als onder de huidige systematiek. 2023
2024
2025
2026
2027
Vervangingsinvesteringen (IP)
-640.000
-640.000
-640.000
-640.000
-640.000
Vervangen software (IP)
-400.000
-625.000
-550.000
-550.000
-550.000
Vervangingsinvesteringen
0
138.000
276.000
414.000
552.000
Vervangen software
0
86.000
220.000
338.000
456.000
Per saldo tekort:
-1.040.000 -1.041.000
-694.000
-438.000
-182.000
Investeringsbedragen
Bespaarde kapitaallasten
16. Afbouw toerekening aan projecten In de begroting is voor een bedrag van € 1,8 miljoen aan salariskosten opgenomen die toegerekend moeten worden aan projecten. Door deze werkwijze ontlasten we de begroting, maar worden projecten duurder gemaakt. Duurdere projecten betekent een hogere kapitaallast, waardoor alsnog de begroting wordt belast. Toerekening aan projecten van salariskosten van vast personeel heeft dus geen meerwaarde, tenzij kosten kunnen worden doorberekend aan een derde partij. We willen daarom afstappen van dit systeem, door niet langer vast personeel toe te rekenen aan projecten. Om dat te kunnen doen, moeten we een stelpost van € 1,8 miljoen afbouwen. In deze begroting stellen we voor om de stelpost af te bouwen met € 0,5 miljoen. Toekomstige projecten worden hierdoor goedkoper. 17. Kerstpakketten Door noodzakelijke bezuinigingen in het (verre) verleden is er in de begroting geen budget meer opgenomen voor kerstpakketten. Nu er weer meer financiële middelen beschikbaar zijn, stellen we voor om het budget voor kerstpakketten te herstellen. We schatten de kosten in op € 50.000. 18. Verlaging stelpost onderuitputting We hebben in onze begroting kapitaallasten opgenomen van komende en lopende projecten. Deze kapitaallasten gaan in werkelijkheid pas lopen na afronding van een project.
In werkelijkheid vertragen projecten en blijken de begrote kapitaallasten (tijdelijk) niet nodig te zijn. Ook daar houden we in de begroting rekening mee, door bij voorbaat een stelpost op te nemen voor onderuitputting. De provincie heeft aangegeven dat we geen stelpost onderuitputting meer mogen opnemen in onze begroting. Onderuitputting wordt gezien als een correctie op een onjuiste investeringsplanning. Om dat te corrigeren dient geen onderuitputting te worden opgenomen, maar dient het investeringsprogramma zelf te worden aangepast.
Pagina 57 van 127
O22.001794
De provincie heeft het vorig jaar toegestaan om de onderuitputting gefaseerd af te bouwen. In de Programmabegroting 2022 hebben we al een eerste stap genomen door de structureel begrote onderuitputting van € 350.000 te halveren. In de Programmabegroting 2023 moet de tweede stap worden gezet door de resterende € 175.000 ook niet meer op te nemen. 19. Coalitieakkoord, Overzichten Om invulling te geven aan een deel van het coalitieakkoord, hebben we een jaarlijks bedrag begroot van € 0,5 miljoen ten behoeve van de Overzichten. De exacte besteding van dit bedrag is nog niet helder. Een belangrijk aandachtsgebied voor ons is de ontwikkeling van de organisatie en de krapte op de arbeidsmarkt. We willen inzetten op duurzame inzetbaarheid, vaktalenten, trainee programma en opleidingsplaatsen. Een concrete besteding van dit bedrag zullen we te zijner tijd voorleggen aan de raad. 20. Anders (armoede, energietransitie, leefbaarheid) Tijdens de opiniërende avond op 31 augustus hebben we aangegeven drie keer € 1,5 miljoen beschikbaar te hebben voor Sociaal, Ruimte en Bestuur (dus in totaal € 4,5 miljoen). Tijdens de opiniërende avond is aan de aanwezige raadsleden gevraagd welke onderwerpen zij belangrijk vinden. Er kon gestemd worden op de drie genoemde programma’s, maar ook op een categorie Anders.
De door de aanwezige raads- en commissieleden aangegeven verdeling over deze categorieën was als volgt: Sociaal (22%), Ruimte (31%), Bestuur (17%) en Anders (29%). Raadsleden hebben naast de al door het college benoemde onderwerpen (voorzieningen/ ontmoetingsplaatsen, wonen en dienstverlening) veel andere zaken benoemd. De onderwerpen die het veruit het meest werden genoemd zijn: armoede, energietransitie en leefbaarheid. In deze begroting hebben we rekening gehouden met de input van de raad door het beschikbare bedrag van € 4,5 miljoen nu anders te verdelen. We begroten relatief meer voor Ruimte (€ 1,2 miljoen) dan voor Sociaal en Bestuur (elk € 1,0 miljoen). Deze bedragen hebben we opgenomen in de programma’s. Voor de categorie Anders nemen we een bedrag op van € 1,3 miljoen. Dat is 29% van € 4,5 miljoen. De exacte besteding van dit bedrag is nog niet helder. Een concrete besteding van deze bedragen zullen we te zijner tijd voorleggen aan de raad.
Pagina 58 van 127
O22.001794
2.2.5
Mutaties reserves
Hieronder volgt een overzicht van de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma in de komende jaren: Saldo mutatie reserves in meerjarenperspectief (lasten -/- baten) (bedragen x € 1.000) Programma 1 - Sociaal Reserve kapitaallasten Dorpshuizen Littenseradiel Koopkrachtfonds Coalitieakkoord, Sociaal
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
-427 18 1.000 1.900
-427 18 0 0
-415 18 0 0
-415 18 0 0
Programma 2 – Ruimte Reserve kapitaallasten Parkeergarage Boschplein Overdracht Stedelijk Water Coalitieakkoord, Ruimte Kapitaalgoederen Programma Klimaatagenda
-380 35 300 2.700 2.000 2.000
-384 35 300 0 0 0
-342 35 300 0 0 0
-342 35 0 0 0 0
Programma 3 - Bestuur Ontwikkelfonds Wegen Littenseradiel Coalitieakkoord, Bestuur
1.000 153 1.500
1.530 133 0
1.000 0 0
1.000 0 0
-18 205 -12.573 -587
-18 205 6.269 7.662
-18 205 11.296 12.079
-18 0 -5.028 -4.750
Overzichten Reserve kapitaallasten Archieven op orde, toegankelijkheid Mutatie saldo Algemene Reserve Totaal mutaties reserves
Voor het begrotingsjaar kan het begrote saldo per programma worden uitgesplitst in de volgende lasten en baten: Begroot 2023 per taakveld (bedragen x € 1.000) Programma 1 - Sociaal Reserve kapitaallasten Dorpshuizen Littenseradiel Koopkrachtfonds Coalitieakkoord, Sociaal
Lasten
Baten
Saldo
2.918 0 18 1.000 1.900
427 427 0 0 0
2.491 -427 18 1.000 1.900
Programma 2 – Ruimte Reserve kapitaallasten Parkeergarage Boschplein Overdracht Stedelijk Water Coalitieakkoord, Ruimte Kapitaalgoederen Programma Klimaatagenda
7.035 0 35 300 2.700 2.000 2.000
380 380 0 0 0 0 0
6.655 -380 35 300 2.700 2.000 2.000
Programma 3 - Bestuur Ontwikkelfonds Diverse stortingen ivm Littenseradiel Coalitieakkoord, Bestuur
2.653 1.000 153 1.500
0 0 0 0
2.653 1.000 153 1.500
Overzichten Reserve kapitaallasten Archieven op orde, toegankelijkheid Mutatie saldo Algemene Reserve Totaal mutaties reserves
-12.368 0 205 -12.573 238
18 18 0 0 825
-12.386 -18 205 -12.573 -587
Pagina 59 van 127
O22.001794
2.3
Paragrafen
De begroting kent een aantal paragrafen (verplicht op te nemen). Hierin geven we de beleidslijnen aan met betrekking tot de volgende beheersmatige aspecten: Paragraaf 1 - Lokale heffingen Paragraaf 2 - Weerstandsvermogen/risicobeheersing Paragraaf 3 - Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 4 - Financiering Paragraaf 5 - Bedrijfsvoering Paragraaf 6 - Verbonden partijen Paragraaf 7 - Grondbeleid
Pagina 60 van 127
O22.001794
2.3.1
Paragraaf 1
Lokale Heffingen
Inleiding Deze paragraaf geeft informatie over de bevoegdheden en het gemeentelijke beleid met betrekking tot lokale heffingen. Daarnaast geeft deze paragraaf een: Overzicht van de lokale heffingen Kostenonderbouwing van de bestemmingsheffingen en rechten Lokale lastendruk ten opzichte van andere gemeenten Uitvoering Wet WOZ Kwijtscheldingsbeleid Bevoegdheden en beleid De bevoegdheid tot het invoeren/wijzigen/afschaffen van een gemeentelijke lokale heffing ligt bij de raad. Het belastinggebied is begrensd. De Gemeentewet geeft limitatief aan welke gemeentelijke belastingen we kunnen heffen. Daarnaast kan bij wet aan de gemeente de bevoegdheid worden toegekend om een bepaalde belasting te heffen, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing met een wettelijke grondslag in de Wet Milieubeheer. We maken het volgende onderscheid: Belastingen: er is sprake van een heffing zonder een aanwijsbare tegenprestatie. De hoogte van de tarieven is daardoor vrij. Bestemmingsheffingen: er is sprake van een aanwijsbare collectieve tegenprestatie. De tarieven mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Rechten: er is sprake van een aanwijsbare individuele tegenprestatie. De tarieven mogen niet meer dan kostendekkend zijn. De gemeente kan uit het beschikbare menu haar eigen keus maken. Súdwest-Fryslân maakt niet gebruik van alle mogelijkheden.
Zo heffen we geen hondenbelasting, baatbelasting en reclamebelasting. Ook heffen we niet alle mogelijke rechten. In lijn met de uitgangspunten verhogen we de tarieven van de meeste belastingen jaarlijks trendmatig. Voor belastingjaar 2023 gaat het om 3,0% (inflatiecorrectie). In een aantal gevallen wijken we hier gemotiveerd vanaf. Bij de rechten gaan we uit van kostendekkendheid. In de raadsvergaderingen van november en december worden de nieuwe tarieven voorgesteld. Overzicht lokale heffingen: belastingen en rechten De lokale heffingen zijn onder te verdelen in de volgende belastingen, bestemmingsheffingen en rechten. A. Belastingen Belastingen zijn heffingen waarvan de besteding naar de algemene middelen gaat. De opbrengst van belastingen is vrij door de gemeenteraad te bepalen. Belastingen
Begroting 2022 € a. Onroerende zaakbelastingen (OZB) 23.209.417 b. Forensenbelasting 766.502 c. Parkeerbelasting 1.997.365 d. Precariobelasting 103.770 e. Roerende zaakbelasting (RZB) 4.296 f. Toeristenbelasting 2.272.215 Totaal 27.468.565 1 De genoemde opbrengst voor 2023 is inclusief inflatie.
Begroting 20231 € 23.835.789 789.497 1.997.365 106.883 4.424 2.272.215 29.006.173
Kwijtschelding
Mutatie tarieven
Ja (woningen) Nee Nee Nee Ja (woningen) Nee
+ 3,0% + 3,0% + 3,0% + 3,0% -
a. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Overeenkomstig de Wet WOZ waarderen we jaarlijks alle onroerende zaken. Bij de tariefstelling moeten we rekening houden met deze herwaardering om te voorkomen dat waardewijzigingen resulteren in een meer- of minderopbrengst. De verhoging van de begrote opbrengst bestaat uit een trendmatige verhoging van 3% en areaaluitbreiding. De opbrengst van een deel van de niet-woningen wordt gezien de jaarlijkse waardeontwikkeling buiten de trendmatige verhoging gehouden.
Pagina 61 van 127
O22.001794
Ondernemersfonds De tarieven van de OZB voor niet-woningen zijn de afgelopen jaren extra verhoogd ten behoeve van het ondernemersfonds. De raad zal voorgesteld worden om ook de komende jaren deze verhoging te handhaven. De extra verhoging dragen we via een subsidie af aan de ondernemers. b. Forensenbelasting Gelijk aan de OZB is bij de tariefstelling gekozen voor aansluiting bij de WOZ-waarde van de woning. Bij de tariefstelling gaan we uit van de trendmatige verhoging (3,0%). c. Parkeerbelasting De belastingtarieven verhogen we niet jaarlijks trendmatig (inflatiecorrectie). d. Precariobelasting De opbrengst precariobelasting bestaat uit de opbrengst precariobelasting op terrassen. Deze begrote opbrengst wordt trendmatig verhoogd (3,0%). e. Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (RZB) Met ingang van 2015 kennen we een belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten. De tarieven zijn net als bij de onroerende-zaakbelastingen afhankelijk van de waarde van de roerende zaken. De tariefstelling van de RZB moet gelijk zijn aan die van de OZB. f. Toeristenbelasting De belastingtarieven verhogen we niet jaarlijks trendmatig (inflatiecorrectie). B. Bestemmingsheffingen Bestemmingsheffingen zijn heffingen waarvan de besteding naar specifieke lasten verband houdend met collectieve voorzieningen gaat. De opbrengst van bestemmingsheffingen is maximaal kostendekkend.
Bestemmingsheffingen Begroting 2022 Begroting 20231 Kwijtschelding € € a. Afvalstoffenheffing 10.437.659 10.437.659 Ja b. Rioolheffingen 8.476.804 8.730.280 Ja Totaal 18.914.463 19.167.939
a. Afvalstoffenheffing De kosten binnen het taakveld zijn ongewijzigd. Daarom blijft ook de begrote opbrengst gelijk aan vorig jaar. Afvalstoffenheffing
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Subtotaal
-9.895.368 1.523.698 -8.371.670
Totaal
-948.663 -1.326.362 -10.905.028
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
Totale opbrengst €
Dekking %
10.437.659
96%
c. Rioolheffingen Anders dan bij bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting (OZB) mogen de opbrengsten van de rioolheffing maar aan één doel worden uitgegeven, te weten: de gemeentelijke watertaken. Ter dekking van deze taken wordt onder de naam rioolheffing wordt een belasting geheven. De hoofdlijnen van de kosten(ontwikkeling) omtrent de watertaken worden beschreven in het Waterketenplan 20232027. Dit Waterketenplan wordt eind 2022 aan de raad ter vaststelling voorgelegd. In het Waterketenplan is opgenomen dat voor een kostendekkende heffing rekening moet worden gehouden met een jaarlijkse trendmatige stijging (dit jaar 3%). De kosten voor 2023 zijn geraamd op € 8.897.424,-. Door de opbrengst te verhogen met de jaarlijkse stijging van 3% conform het Waterketenplan komt het kostendekkingspercentage uit op 98,1%.
Pagina 62 van 127
O22.001794
Rioolheffingen
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst €
Dekking %
8.730.280
98,1%
-7.590.948 Subtotaal
-7.590.948
Totaal
- 340.408 -966.068 -8.897.424
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
C. Rechten Rechten zijn heffingen waarvan de besteding naar specifieke lasten verband houdend met individuele diensten gaat. De opbrengst van rechten is maximaal kostendekkend. Rechten
Begroting 2022 Begroting 2023 Kwijtschelding € € a. Reinigingsrechten 345.000 345.000 Nee b. Leges 3.700.101 3.700.101 Nee c. Grafrechten 625.000 625.000 Nee d. Liggeld 886.265 886.265 Nee e. Marktgeld 67.419 67.419 Nee f. Sluisgelden 85.673 85.673 Nee Totaal 5.709.458 5.709.458
a. Reinigingsrecht De heffing voor bedrijfsafval is kostendekkend. De kosten en de opbrengst zijn dit jaar ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Reinigingsrecht
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst €
Dekking %
345.000
100%
-285.709 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-285.709 -59.291
Totaal
-345.000
b. Leges Voor het berekenen van de totale opbrengsten in 2023 is uitgegaan van een verhoging van de tarieven met 3% (inflatiecorrectie), dit met uitzondering van de tarieven die door het Rijk vastgesteld worden en de tarieven in hoofdstuk 2. In verband met de aankomende invoering van de omgevingswet zijn de tarieven in dit hoofdstuk vooralsnog gelijk gebleven. Bij de vaststelling van de kosten- en batenraming is de invoering van de omgevingswet per 1 januari 2023 niet meegenomen. De invoering van de omgevingswet heeft grote gevolgen voor de kosten en baten van de leges uit hoofdstuk 2. Op dit moment is nog niet volledig duidelijk of de omgevingswet per 1 januari 2023 in werking treedt. Zodra bekend is wanneer de wet in werking treedt, zal een begrotingswijziging voorgesteld worden. Voor de tarieven in hoofdstuk 3 (horeca, evenementen, standplaatsen, etc) is meer aansluiting gezocht bij de werkelijke tijdsbesteding bij bepaalde diensten. Dit zal bij een aantal tarieven tot een verhoging leiden. In de raadsvergadering van december zal dit aan de orde komen bij de vaststelling van de legesverordening 2023. Bij de vaststelling van de tarieven is het belangrijk dat de opbrengst de totale kosten niet overstijgt, de leges mogen maximaal kostendekkend zijn.
Deze kostendekkendheid wordt in beginsel op het niveau van de gehele verordening beoordeeld, hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht voordeel c.q. overschot bij de ene dienst mag worden gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere dienst. Conform de vereisten van het BBV rondom de kostendekkende tarieven geven wij in deze paragraaf inzicht in de wijze waarop wij bewerkstelligen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. Voor de verhaalbare lasten hebben wij uit de productraming de posten geselecteerd die wij toerekenbaar en verhaalbaar achten als lasten ter zake van de te verrichten diensten (loonkosten,
Pagina 63 van 127
O22.001794
materiele kosten en BTW) van de legesverordening 2023. Als baten zijn de opbrengsten van de leges genoemd. Deze opbrengsten vloeien voort uit de gerealiseerde levering van de producten en diensten op grond van de Legesverordening 2022 vermenigvuldigd met de beoogde tarieven voor 2023. Op totaal niveau is de legesverordening 2023 voor 81% kostendekkend, de totale opbrengst aan leges is geraamd op € 3.843.351: Leges Hoofdstuk 1, 2 Lasten taakveld Overhead Totale lasten Totale baten1 Kostendekking en 3 € € € € Totaal hoofdstuk I 1.642.017 467.106 2.109.123 1.371.514 65% Totaal hoofdstuk II 1.850.306 574.341 2.424.647 2.436.001 100% Totaal titel III 147.763 50.273 198.036 35.836 18% TOTAAL 3.640.086 1.091.720 4.731.806 3.843.351 81% 1 verwachte baten o.b.v. gerealiseerde levering van producten en diensten in 2021 x voorgesteld tarief 2023
Hoofdstuk 1 Burgerzaken, bevolking en overige De leges in hoofdstuk 1 bestaan voor het overgrote deel uit leges voor reisdocumenten, rijbewijzen, burgerlijke stand, afschriften uit de basisregistratie personen (BRP) en naturalisatie. De leges voor een deel van deze producten en diensten worden door het Rijk vastgesteld. Lasten taakveld Overhead Totale lasten Totale baten1 Kostendekking € € € € Burgerlijke stand 267.685 104.786 372.470 131.775 35% Reisdocumenten 441.821 48.910 490.730 375.431 77% Rijbewijzen 218.741 53.535 272.276 427.127 157% Verstrekkingen uit BRP 89.310 34.252 123.561 20.267 16% Vastgoedinformatie 5.228 619 5.847 26.235 449% Overige Publiekszaken 192.301 67.619 256.920 2.652 1% Gemeentearchief 85033 32.541 117.574 2.704 2% Bijzondere wetten 171.726 62.720 234.445 214.886 92% Diversen 170.173 65.125 235.299 170.437 72% Totaal titel I 1.642.017 467.106 2.109.123 1.371.514 65% 1 verwachte baten o.b.v. gerealiseerde levering van producten en diensten in 2021 x beoogde tarieven 2023 Leges
Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunningen De leges worden geheven om de kosten van het proces van bouwvergunningverlening te dekken. Bij de vaststelling van de kosten- en batenraming is de invoering van de omgevingswet per 1 januari 2023 niet meegenomen. De invoering van de omgevingswet heeft grote gevolgen voor de kosten en baten van de leges uit hoofdstuk 2. Op dit moment is nog niet volledig duidelijk of de omgevingswet per 1 januari 2023 in werking treedt. Zodra bekend is wanneer de wet in werking treedt zal een begrotingswijziging voorgesteld worden. Leges
Lasten taakveld €
Overhead €
Totale lasten €
Totale baten1 Kostendekking €
Vergunningvrij bouwen / conceptaanvraag 230.455 81.056 311.511 75.317 Omgevingsvergunning en 1.536.404 493.285 2.029.689 2.328.854 Bestemmingswijziginge n zonder activiteiten 27.815 27.815 31.830 In deze titel niet benoemde beschikking 27.815 27.815 Niet ontvankelijke aanvraag 27.815 27.815 Totaal titel II 1.850.306 574.341 2.424.647 2.436.001 1 verwachte baten o.b.v. gerealiseerde levering van producten en diensten in 2021 x beoogde tarieven 2023
24% 115% 37% 0% 0% 100%
Hoofdstuk 3 Overige vergunningen De leges voor de paragrafen binnen dit hoofdstuk zijn gericht op vergunningen voor dienstverrichters of dienstverleners. Bijvoorbeeld aanvragers van evenementenvergunning en aanvragers markt- en standplaatsen. Binnen deze titel is kruissubsidiëring alleen toegestaan binnen clusters van sterk samenhangende diensten, deze samenhangende diensten zijn geclusterd per hoofdstuk (zoals Horeca, Evenementen ect). Dit betekent dat binnen de paragrafen in dit hoofdstuk de baten de lasten niet mogen overschrijden.
Pagina 64 van 127
O22.001794
Leges
Lasten taakveld € 35.709 3.680 3.680 87.232 13.782 3680
Overhead € 12.811 33.421 4.041 -
Totale lasten € 48.520 3.680 3.680 120.653 17.823 3.680
Totale baten1 Kostendekking € 17.245 36% 0% 0% 6.241 5% 11.947 67% 403 11%
Horeca Seksbedrijven Winkeltijdenwet Evenementen of markt Standplaatsen Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Totaal titel III 278.358 97.408 375.766 35.836 1 verwachte baten o.b.v. gerealiseerde levering van producten en diensten in 2021 x beoogde tarieven 2023
18%
f. Grafrechten Voor de grafrechten geldt een kostendekking van 90%. De kosten en de opbrengst zijn dit jaar ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Grafrechten
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst (Begroot) €
Dekking %
625.000
90%
-545.663 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-545.663
-150.639 Totaal
-696.302
g. Liggeld Bij de bepaling van de tarieven liggeld kiezen we niet voor kostendekkende tarieven. We leggen de nadruk op de positie van Súdwest-Fryslân ten opzichte van de omliggende gemeenten en monitoren of de tarieven marktconform zijn. De kosten en de opbrengst zijn dit jaar ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Liggeld
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst €
Dekking %
886.265
78%
-940.801 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-940.801 -190.400
Totaal
-1.131.201
h. Marktgeld Het marktgeld wordt geheven voor het beschikbaar stellen van een standplaats en daarmee verband houdende diensten en middelen. De kosten zijn dit jaar ten opzichte van 2022 gestegen in verband met de wijziging functie van de marktmeester. De opbrengst is dit jaar vooralsnog ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Voor het marktgeld geldt daarom nu dat de tariefstelling 53% kostendekkend is. Gelet op het lage animo van nieuwe handelaren zou het verhogen van de marktgelden naar verwachting nadelig uitpakken. Door de hoge tarieven haken meer handelaren af waardoor de gerealiseerde opbrengst juist zal dalen. Marktgeld
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Dekking %
67.419
53%
-92.000 Subtotaal
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-92.000 -34.800
Totaal
Pagina 65 van 127
Totale opbrengst (begroot) €
O22.001794
-126.800
i. Sluisgelden De tarieven voor de sluisgelden zijn voor 50% kostendekkend. Bij de bepaling van de hoogte van sluisgelden hebben we niet gekozen voor kostendekkende tarieven. De sluisgelden verhogen we niet jaarlijks omdat het leidt tot onhandzame tarieven. Voor de tarieven leggen we de nadruk op de positie van Súdwest-Fryslân ten opzichte van de omliggende gemeenten. De kosten en de opbrengst zijn dit jaar ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Sluisgelden
Totale kosten €
Netto kosten taakveld(en) > Kosten taakveld(en), incl. omslag rente > Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
Totale opbrengst (begroot) €
Dekking %
85.673
50%
-122.360 Subtotaal
-122.360
Toe te rekenen kosten > Overhead, incl. (omslag) rente > BTW
-48.944 Totaal
-171.304
Lokale lastendruk Het COELO (Centrum voor onderzoek van de economie van de lagere overheden) presenteert jaarlijks de “Atlas van de lokale lasten”. Daarin beschrijft men de ontwikkelingen van de decentrale belastingen waarbij de nadruk ligt op de woonlasten voor huishoudens. Men cumuleert de drie algemene belastingen: onroerende-zaakbelastingen, rioolheffingen en afvalstoffenheffing. Ook maakt men in de Atlas een vergelijking tussen de gemeenten onderling. In onderstaande grafiek (belastingjaar 2022) is de vergelijking aangegeven tussen de gemiddelde woonlasten van Súdwest-Fryslân en de gemiddelden van gemeenten in Fryslân en het landelijk gemiddelde.
€1,000 €900 €800 €700 €600 €500 €400 €300 €200 €100 €-
€723
€811
€848
€853
€868
€899
€910
€929
In Súdwest-Fryslân zijn de woonlasten lager dan de gemiddelde woonlasten in Fryslân. Huishoudens betalen € 42,- minder dan het gemiddelde in Fryslân.
Pagina 66 van 127
O22.001794
Overige aspecten In de onderstaande tabel ziet u een overzicht van de woonlasten t.o.v. het landelijke gemiddelde van het jaar ervoor. Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde van het jaar ervoor A B C D E F
OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Afvalstoffenheffing voor een gezin Eventuele heffingskorting Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) woonlasten voor landelijk gemiddelde van het jaar ervoor (E/F) x 100%