Bijlage III - Ambitiedocument (2019)
Tekst van het document
34 / 35
Ook hier moet worden bijgedragen aan milieudoelen, daarom moeten recreatiestromen en toeristen verblijf duurzaam plaatsvinden op CO₂ neutrale basis. Om dit vorm te geven moeten inkomsten verk regen uit recreatie en toerisme door overheden, bedrijfsleven en Mienskip gedeeltelijk worden ingezet voor het duurzaam behoud en karakter van de regio. Ook willen wij dat er meer begrip en kennis is bij de toerist voor de Friese circulaire maatschappij. Hierdoor beleven toeristen een bewustere vakantie met meer respect voor hun circulair ingerichte omgeving. De gebruiker betaalt en krijgt daardoor waar voor zijn/ haar geld. Daarnaast is een kwaliteitsslag op sectoronderdelen zelf gewenst: meer comfort, kwaliteit en diversiteit van verblijfsaccommodaties voor alle inkomensklassen. Aan nieuwe vakantieparken en kwalitatief hoogstaande attracties die het hele jaar beschikbaar zijn, kan behoefte blijken. Er zijn echter signalen dat, net als in andere provincies, meerdere vakantieparken verouderd zijn en daardoor verkeerd gebruik in de hand werken. De vitaliteit van deze parken staat onder druk. Een herstel van de vitaliteit is nodig. Met de genoemde recreatiedoelgroepen in het achterhoofd willen wij verder inspelen op cultuur- en natuurtoerisme, sport en beleving, arrangementen vanuit Amsterdam en omstreken, fiets- en wandel toerisme en elektrisch varen.
Met de nieuwe beleefcentra langs de Afsluitdijk (inclusief vismigratierivier) en Waddenzee, komen nieuwe trekpleisters tot stand. Dit geldt eveneens voor kunst en cultuur, zoals de elf fonteinen als erfgoed van de Culturele Hoofdstad 2018 en de Werelderfgoederen zoals Wadden en Woudagemaal.
Onze ambitie voor de recreatiesector is:
• Internationaal befaamd recreatiecluster voor korte- en lange verblijfsrecreatie
4.5.3 LANDBOUW Voeding is de eerste levensbehoefte en de landbouw is vanuit deze behoefte ontstaan. Door inzet van zorgvuldig opgebouwde kennis en kunde ontstond geleidelijk overproductie met als positief effect de export. Friesland Campina’s zuivelexport is de trots van de Friese IJsselmeerregio. De overschotten in de landbouw leiden echter ook tot effecten met gevolgen voor natuur en drinkwatervoorziening. Tegelijkertijd daalt de maatschappelijk waardering voor deze effecten. Ondanks het behalen van de milieunormen door de agrariërs staat de veerkracht van de bodem onder druk. Alternatieven zijn voorhanden en het blijkt dat er een groot draagvlak is voor aanpassing en systeemverandering binnen de agrarische gemeenschap. Natuur inclusieve landbouw is een vorm van duurzame landbouw die deel is van een veerkrachtig voedselsysteem, gebruik maakt van natuur, landschap en biodiversiteit, met een gezond verdienmodel, en die op haar beurt de biodiversiteit behoudt en versterkt. Grondgebondenheid is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Dit houdt in dat de grond bij het bedrijf een belangrijke productiefactor is. Zo wordt bijvoorbeeld het benodigde (vee)voer grotendeels op eigen grond verbouwd en vindt ook de afzet van mest grotendeels op eigen grond plaats.
Deze nieuwe vorm van landbouw kan bijdragen tot een vorm van correctie op de eerder genoemde milieu effecten en maatschappelijke bezwaren. Daarmee kunnen ook nieuwe duurzamere verdienmodellen ontstaan. Een ontwikkeling naar een meer natuur inclusieve landbouw is daarom nodig. We willen de landbouwers ondersteunen en faciliteren bij de overgang naar circulaire verdienmodellen die het oude evenwicht tussen landbouw en natuur herstellen. Samen willen we in Friesland de weg in slaan van rijke natuur en natuur inclusieve landbouw.
Onze ambitie voor de recreatiesector is:
• Internationaal onderscheiden duurzaam landbouwproductiecluster
36 / 37
5. EFFECTEN VAN ONZE AMBITIES AMBITIES
WATER
CULTUUR
NATUUR
ENERGIE
ECONOMIE
Water is een vloeistof die uit twee delen waterstof en één deel zuurstof bestaat (H₂O), door zijn specifieke eigenschappen is het zeer kostbaar en van levensbelang voor alle leven.
Cultuur omvat de gewoonten en gebruiken waarover een volk/bevolkingsgroep in het land zelf beschikt en die zij zelf voortbrengt en overdraagt, zowel immaterieel als materieel.
Natuur is het heelal, het geheel van planten en dieren zoals dat door de natuurwetenschappen waargenomen wordt, ook bodemen grondsoorten, ecosystemen en het weer behoren tot het verzamelbegrip natuur.
Energie is een kracht die gebruikt kan worden voor productie van warmte, licht, etc.
Economie is het proces van productie, verspreiding en consumptie van geld, goederen en diensten.
PEOPLE
PLANET
PROFIT
Wereldmarktleider waterkwaliteitstechnologie
Ongeveer 2,5% van het water op aarde is zoet en vormt een primaire levensbehoefte. In 2050 wonen naar schatting 7 miljard mensen in Delta’s (78% wereldbevolking). Dit brengt risico’s en kansen mee op het gebied van veiligheid (overstromingen), volksgezondheid (ziektes) en voedselproductie (droogte/ verzadiging). Effect: Veel Friezen vinden werk in deze watertechsector. Het verder ontwikkelen van kennis en kunde op dit gebied zal leiden tot meer en hoger gespecialiseerd onderwijs en werkgelegenheid.
71% van het aardoppervlak bestaat uit water. De klimaatverandering heeft directe invloed op het water, de waterkringloop en de waterkwaliteit. Watertemperaturen stijgen, zuurstofgehaltes nemen af en vervuiling neemt toe. De beschikbaarheid van (bruikbaar) water staat onder druk. Effect: Inzet van Friese kennis en kunde zal wereldwijd leiden tot progressie op het gebied van waterzuivering, het voorkomen van ziektes en het herstel van kwetsbare natuur.
Bruikbaar water is van grote invloed op de voedselproductie, op de bevolkingsgezondheid en op het functioneren van ecosystemen. Effect: Binnen eigen instellingen ontwikkelde Friese kennis en kunde, getest in eigen proeftuinen zoals het IJsselmeer, zal niet alleen leiden tot een prominente marktpositie op de kennismarkt en extra werkgelegenheid, maar tevens tot een goed ontwikkelde productiemarkt waar kennis wordt toegepast op innovatieve productontwikkelingen waar wereld wijde vraag naar is.
Een toonaangevend Watersysteem
De mens is sterk van afhankelijk van watersystemen voor drinkwater en voedsel voorziening, maar gebruikt het ook voor vervoer, recreatie en toerisme. Effect: Het Friese watersysteem is complex en dynamisch en staat model voor verantwoord (water)beheer. Kennis en kunde op dit gebied leidt tot doorlopende verbetering van waterkwaliteit en veiligheid en is tevens een exportproduct op het gebied van waterbeheer.
Flora en fauna zijn belangrijke watersysteemonderdelen. Ze houden watersystemen gezond en dragen bij aan beleving van de ruimte, verbetering van ecologische/chemische kwaliteit en CO₂ reductie. Effect: Kwetsbare natuur herstelt, de belevingswaarde en bio diversiteit nemen toe. Het Friese landschap en watersysteem zijn toonbeelden van duurzaam natuurbeheer en een verantwoorde voedselproductie in bredere maatschappelijke context.
Een kwalitatief en kwantitatief goed watersysteem is een voorwaarde voor duurzame voedselproductie en bevolkingsgezondheid. Daarnaast is het van groot belang voor transport over water en ruimtelijke beleving als onderdeel van recreatie en toerisme. Effect: Het Friese watersysteem staat bekend om haar balans en vormt daarmee een economische basis voor een verscheidenheid aan verantwoorde activiteiten.
(Inter)nationale bekendheid Friese IJsselmeer cultuur met bijbehorende typisch regionale producten
Cultuur sterkt de mens in identiteit en zorgt voor verbinding en herkenbaarheid zowel binnen de culturele groep zelf als daarbuiten. Cultuur manifesteert zich in klederdracht, gebruiken of spelen maar ook in landschappelijke vormgeving en stedenbouw. De Friese cultuur is een open en gastvrije cultuur met respect voor andermans normen en waarden. Effect: door sterkere promotie van Friese cultuur wordt regionale culturele ontplooing gestimuleerd, wordt de cultuur (inter)nationaal aantrekkelijker en beter herkend, leidt dit tot meer toerisme en meer werkgelegenheid in de R&T- en toeleverende sectoren.
Cultuur heeft effect op de samenleving en is zichtbaar in stad en landschap. De herkenbaarheid van een cultuur of culturele gebruiken kunnen als catalisator dienen voor het duurzaam doorontwikkelen van de lokale natuur en samenleving. Effect: Friezen zijn “grutsk” op hun evenwichtig doorontwikkelde cultuur en koesteren deze. Ze kennen de waarde van hun culturele omgeving.
Culturele aspecten vormen een belangrijke drijfveer voor toeristische bezoeken. Deze aspecten uiten zich in culturele productontwikkeling en beelden/beeldvorming en zijn daarmee dragers om de bekendheid van het gebied te vergroten. Effect: Versterking van een regionaal karakter in lijn met geschiedkundig perspectief leidt tot sterke regionale “branding” en zorgt op die manier voor internationale bekendheid, werkgelegenheid en inkomsten.
Maatgevend natuurontwikkelaar voor het behalen van milieu en klimaatdoelstellingen
De mens wordt gezien als gebruiker en hoeder van de natuur. Friezen zijn zich hiervan bewust en doorgronden de potentie van de natuur. Deze dient als uitgangspunt voor herstel, behoud en realisatie van natuur. Effect: Mens en natuur versterken elkaar, dit leidt tot een goed en gekoesterd leefklimaat voor beiden met een circulair karakter waarin begrippen als “leven in balans” en “bewuste omgang” de basis zijn.
Het handelen van de mens heeft effect op het milieu en het welzijn van de Aarde. Zorgvuldig omgaan met de natuur en het milieu leidt tot behoud voor komende generaties. Effect: Friesland stuurt actief op de zorgvuldige omgang met de natuur en behaalt duurzame resultaten. Innovatieve oplossingen zijn geen doel maar een middel hierin.
Evenwichtig en juist gebruik van de natuur geeft een impuls aan de lokale/regionale economie. In Friesland is de weg ingeslagen van rendabele natuur en natuur inclusieve landbouw. Effect: Verantwoorde duurzame producten van hoge kwaliteit met een goede reputatie.
Energie neutrale regio
De mens heeft, als opwekker en gebruiker van ernergie, direct invloed op de manier van energieproductie en bijbehorende gevolgen. Effect: In Friesland wordt energie opgewekt uit duurzame bronnen, Friezen zijn zich hiervan bewust en maken gebruik van/ontwikkelen maatschappelijke en particuliere initiatieven.
Energie opwekken met fossiele brandstoffen heeft een bewezen negatief effect op de klimaatontwikkeling. Effect: Door aantoonbaar gebruik te maken van duurzaam opgewekte energie wordt het negatieve effect van fossiele brandstoffen teniet gedaan.
De handel in duurzaam opgewekte energie is in toenemende mate rendabel. Effect: Afname van het gebruik van fossiele brandstoffen en daardoor reductie op negatieve effecten.
Toonaangevend producent duurzame innovatieve energie technieken
Ontwikkeling van duurzame energietechnieken leidt tot de opzet van een Fries kenniscluster en zorgt voor regionale/(inter)nationale handel en lokale banengroei. Effect: Friezen worden gezien als kennisdragers en voorlopers op dit gebied en zijn hierdoor graag gezien in binnen- en buitenland.
De toename van het gebruik van duurzame energie leidt tot een afname van het gebruik van fossiele brandstoffen en bijbehorende negatieve effecten. Effect: Met gebruik van Friese kennis en innovaties worden duurzame ontwikkelingen wereldwijd bevorderd.
Friesland ontwikkelt kennis en kunde op het gebied van de ontwikkeling van duurzame energietechnieken en test deze in eigen proeftuinen en “living labs”. Effect: Deze kennis en kunde wordt wereldwijd toegepast en vermarkt. Friesland loopt voorop in en verdient aan nieuwe manieren van energie transport, opslag en beheer.
Europees kampioen circulaire economie
Een circulaire economie is gericht op sluitende ketens van grondstof via productie en gebruik tot hergebruik. Effect: Inwoners en gasten zijn zich bewust van het circulaire karakter van de Friese economie en hun rol daarin en bijdrage daaraan.
Gebruikte grondstoffen en hergebruikte materialen zijn onderdeel van een cyclus die verspilling tot een minimum beperkt en hergebruik stimuleert. Effect: In toenemende mate zullen problemen rond vervuiling afnemen, de mensen zullen meer in evenwicht met de natuur gaan leven.
De beleving behorende bij de Friese circulaire economie is sterk en voelt als een positieve beweging waarvan iedereen deel wil uitmaken. Effect: Er zal meer begrip komen voor het tot stand komen van verantwoorde producten en men is bereid om hier hogere prijzen voor te betalen. Dit leidt tot efficient gebruik en het stoppen van verkwisting.
Internationaal onderscheiden duurzaam landbouw-productiecluster
Mens en milieu zijn in evenwicht, de negatieve effecten van landbouw worden opgeheven door de voordelen. Effect: Een duurzame productie en gematigde consumptie zijn leidende uitgangspunten.
Gebruikte handelswijzen binnen de landbouw en veeteelt zijn gebaseerd op duurzame biologische principes. Effect: Er treedt een verantwoord, evenwichtig en circulair productieproces in werking, verspilling van grondstoffen wordt voorkomen.
Er is een toegenomen aandacht voor duurzame productiemethoden. Effect: er zijn marktconforme prijzen die inzichtelijk en helder van opbouw zijn door inzichtelijk productieprocessen op kleinere schaal.
Internationaal befaamd recreatiecluster voor korteen lange verblijfsrecreatie
Recreatiestromen en toeristenverblijf geschieden op verantwoorde wijze/schaal en op geconcentreerde plekken. Effect: er is meer begrip en kennis bij de toerist voor de Friese circulaire maatschappij. Het sturen van toeristenstromen leidt tot geconcentreerde werkgelegenheid en een beheersbare overlast.
Recreatie stromen en toeristenverblijf geschieden duurzaam op CO₂ neutrale basis. Effect: Toeristen beleven een bewustere vakantie met meer respect voor hun circulaire ingerichte omgeving.
Inkomsten verkregen uit recreatie en toerisme worden door overheden, bedrijfsleven en Mienskip gedeeltelijk ingezet voor het duurzaam behoud en karakter van de regio. Effect: De gebruiker betaalt en krijgt waar voor zijn/haar geld.
38 / 39
6. ONZE VISIE OP DE REALISATIE VAN DE AMBITIES De Friese cultuur kenmerkt zich door vriendelijke nuchterheid en een natuurlijke bereidheid tot samen werken. “Mei-inoar, foar-inoar” (met elkaar, voor elkaar) of woorden van gelijke strekking zijn dan ook een veelgehoorde slogan binnen Friese bestuurlijk gremia en de “Iepen Mienskip” (open gemeenschap). Samenwerking loont en door goed rekening te houden met elkaar, kom je tot goede en gedragen resultaten. In de onderstaande paragrafen wordt beschreven hoe wij de uitwerking van onze ambities ter hand willen nemen. De ambities liggen op verschillende terreinen en moeten, met medewerking van vele verschillende partijen, over een grote tijdspanne worden gerealiseerd. Wij voorzien daarom een glijdende schaal tussen de verschillende opgavestadia. In het begin zal de nadruk liggen op het verder toespitsen van de kernambities en het uitvoeren van benodigd onderzoek om gedurende de looptijd steeds meer over te gaan tot realisatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een dynamisch ontwikkelproces dat wordt vormgegeven in nauwe samenwerking met de betrokken stakeholders.
6.1
WILLEN
Onze kernambities zijn beschreven in het voorgaande hoofdstuk. Ze geven op hoofdlijnen weer wat wij willen bereiken in de komende decennia. Omdat we pas aan het begin staan van deze grote opgave, is ervoor gekozen om deze breed te formuleren. Op deze manier blijft er ruimte om toekomstige inzichten en accenten op een goede manier hierin te verwerken. Na bestuurlijke goedkeuring van de kernambities, wordt een proces opgezet waarin nadere uitwerking en aanscherping van de ambities ter hand wordt genomen. Dit proces kenmerkt zich door een open karakter met veel ruimte voor inspraak binnen de gestelde kaders.
6.2
ORGANISEREN
Gedurende de komende jaren zullen de ambities concreter worden ingevuld en wordt er in toenemende mate invulling gegeven aan de voorbereiding, concretisering en uitvoering van deze ambities. We zullen dit doen volgens de principes en processen van het opgave gestuurd werken. Het gaat daarbij om: het focussen op realisatie, het samenwerken en bouwen, en het vereenvoudigen en gemeenschappelijk maken. Hierbij vormen twee plannen de basis: • de bestuursovereenkomst (BOK). Hierin wordt op hoofdlijnen bestuurlijk vastgelegd welke doelstel lingen, eisen en wensen de betrokken partijen hebben en welke middelen hiervoor beschikbaar zijn; • het ambtelijke opgaveplan met daarin onder andere: scope en fasering van de opgave, externe afhankelijkheid, randvoorwaarden, opgave structuur, tijdsplanning, benodigde capaciteit, begroting en budget, communicatie en (kwaliteit)bewaking en rapportage. Binnen de opgave wordt projectmatig gewerkt. De projecten worden efficiënt georganiseerd in de geest van de van Rijkswaterstaat afkomstige IPM-structuur3 die een goede aansluiting kent bij de werkwijze van DNA en Provinsje Fryslân en die recht doet aan de intensieve relatie met “de Friese Mienskip”. De IPM-organisatie kent aan elk proces een specifieke rol toe en onderscheidt 5 processen; projectmanagement, projectbeheersing, technisch management, contractmanagement en omgevingsmanagent.
Binnen de verschillende fasen, van initiatie tot realisatie (en mogelijk zelfs beheer en onderhoud) vervullen de vijf IPM-rolhouders verschillende taken die nader worden beschreven in het opgaveplan .
3 IPM: Integraal Project Management, zie https://www.rijkswaterstaat.nl/zakelijk/zakendoen-met-rijkswaterstaat/werkwijzen/werkwijze-in-gww/werken-in-projecten/integraal-projectmanagement.aspx
40 / 41
6.3
DOEN
“Zeggen wat je doet, en doen wat je zegt” is een kreet die goed bij ons past, die een goede basis vormt voor duidelijk en plezierig samenwerken en waarop we elkaar aanspreken. Na gedegen vooronderzoek en voorzien van bestuurlijk mandaat en middelen gaan we, aan de slag conform plan! Wij doen dit in goed voorbereide en professioneel opgezette/gefaseerde projecten die zich onderscheiden door een open karakter met voldoende ruimte voor inspraak en voorzien van een risico gestuurde aanpak. We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: • Duurzaam werken • Ruimte voor Co-creatie vanuit een procesmatige aanpak • Ruimte voor innovatie • In lijn met Agenda IJsselmeergebied 2050 van het Rijk • In samenhang met overige regionale plannen en programma’s In de praktijk kennen zulke opgaven een sterk gefaseerd karakter dat voortkomt uit het gefaseerd beschikbaar komen van middelen, scopewijzigingen, voortschrijdende inzichten, doorontwikkelde technieken of onvoorziene risico’s. Het in de praktijk uitvoeren van een dergelijke opgave vormt dan ook een uitdaging met een dynamisch karakter waarbij veel flexibiliteit van de betrokken partijen wordt verwacht. Het gezamenlijk opgave gestuurd werken voorkomt dat het hogere doel van de opgave uit beeld verdwijnt en bevordert de samenwerking en efficiëntie.
7. SAMENVATTING Rust, Ruimte & Reuring in een veranderende wereld, dat is waar dit ambitiedocument over gaat. Het bevat een beschrijving die op hoofdlijnen weergeeft welke factoren van invloed zijn geweest op de vorming van “ús provinsje”, hoe we hier nu mee omgaan en waarom deze dienen als uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkelingen. Doel van dit ambitiedocument is om de identiteit van het gebied te beschrijven en te versterken, door in te spelen op kansen door toekomstige ontwikkelingen. We willen daarbij, in samenwerking met maatschappelijke partners komen tot een adaptief investeringsprogramma tot 2050. We doen dit via de vijf thema’s: Water, Cultuur, Natuur, Energie en de roergang der Economie. Via het People-Planet-Profit model wordt de verantwoordelijkheid voor mens, natuur en economie aan de thema’s verbonden. De structuur van het ambitiedocument en de hieruit voortkomende voorziene effecten zijn terug te vinden in de effectenmatrix (hoofdstuk 5). Deze matrix vormt samen met deze samenvatting een beknopte weergave van onze uitgangspunten, drijfveren, ambities en voorziene effecten. Om de ontwikkeling van onze ambities op een gestructureerde en verantwoorde wijze te organiseren werken wij binnen de Opgave Friese IJsselmeerkust ambtelijk conform de principes en processen van het opgave gestuurd werken.
We focussen daarbij op realisatie, samenwerking en begrijpbare goed onderbouwde efficiënte processen. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij aanpalende opgaven en programma’s.
42 / 43
BIJLAGE 1
ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN HET GEBIED 3.1
ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN HET GEBIED
De huidige Friese IJsselmeerkust is het resultaat van een complex samenspel van een groot aantal factoren. De belangrijkste daarvan zijn natuurlijke veranderingen van het landschap en menselijk ingrijpen als handel, landbouw en transport. Daarmee leest de ontstaansgeschiedenis van het gebied als een verhaal waarin eerst vooral de natuurkrachten heersen, maar het menselijk handelen in toenemende mate een vormende kracht in het landschap wordt.
3.1.1
DE OUDSTE KENMERKEN VAN HET LANDSCHAP
Onder invloed van het klimaat vormen zee, landijs en rivieren in de IJstijd het gebied wat wij nu kennen als het IJsselmeergebied. In de voor-na-laatste IJstijd ontstaat de Gaaster klif, het hoogste punt in het gebied. De aanwezigheid van de mens heeft dan nog weinig effect op de omgeving. Jagers-verzamelaars vestigen zich en vertrekken weer (lit.2 blz. 50). Noord Nederland wordt vanaf 5.000 v Chr. verrijkt met klei, zand en veenlagen. Dit dankzij zeespiegelschommelingen, waarbij de Noordzee binnentrekt en zich weer terugtrekt. Tussen 4.900 – 2.000 v Chr. vindt een langzame overstap plaats van een rondtrekkende levensstijl naar een vestigend boerenbestaan1. Hier wordt akkerbouw en veeteelt bedreven, aangevuld met visserij en jacht.
De strijd tegen het water: het eerste terpenlandschap Vanaf 600 v Chr. worden in de noordelijke kwelders de eerste terpen gebouwd ter bescherming tegen het water. In die tijd ontstaan de Marneslenk en de Middelzee als grotere getijdengebieden. Friesland en Noord Holland zijn dan met elkaar verbonden door een groot veenpakket, er is geen vaste verbinding met de Noordzee en er zijn binnenmeren ontstaan (het Aelmere).
Ontwikkeling van binnenmeer tot Zuiderzee Rond 100 na Chr. ontstaat er een brede geul (De Vlie) die het water van de IJsseldelta afvoert naar de Noordzee. Hierdoor ontstaat in de loop van de tijd de Zuiderzee. In het zuiderzeegebied ontstaan veen gebieden. Daar worden, op veel plaatsen, afwateringen aangebracht in de daarop volgende eeuwen. Deze afwateringen zijn bedoeld om de grond te kunnen bewerken, maar zorgen onbedoeld voor inklinking van de grond en daarmee bodemdaling. Nadat de natuurkrachten hun werk doen lijft de Zuiderzee deze gebieden weer in. Vanaf deze tijd af kunnen we zeggen dat menselijke activiteit de vorming van het landschap in toenemende mate beïnvloedt. Eerst puur ter overleving, maar met groeiende kracht economisch gedreven.
1 Tussen 3350 en 3050 is er op de Gaaster klif een nederzetting van het Trechterbekervolk (Hunebedbouwers) gevestigd.
44 / 45
Invloed van de mens neemt toe
Zelnering (zoutwinning) en droogmakerijen
Door het ontstaan van de Zuiderzee wordt al in de laat-Romeinse-tijd en in de vroege middeleeuwen de doorvaartroute naar het Noordzeegebied gebruikt voor het vervoer van mensen en goederen. Vanaf 800 verandert het Friese Zuiderzeegebied geleidelijk. De invloed van de mens neemt almaar toe door economische ontwikkelingen en technische innovaties. Deze ontwikkelingen hadden vaak onbedoelde effecten, die weer maatregelen daarop uitlokten. Al deze ontwikkelingen samen hebben mede het huidige landschap vormgegeven. Vaak gaat het om plaatsgebonden ontwikkelingen.
Zout is in de middeleeuwen een kostbare grondstof. Rond 800 ontwikkelt men een manier om zoutkristallen uit verzilte veenbodems te winnen. Dit wordt Zelnering genoemd (Zel = zout, nering = bedrijvigheid). Het gevolg van de winning is ontwatering van veengrond dat leidt tot inklinking van de grond. Vanwege de nog slechte afwatering staan de ontstane gebieden in het voor- en najaar onder water. Het grootste deel van de Friese meren uit de zuidwesthoek van Friesland is ontstaan door de Zelnering. Een aantal van de zo ontstane meren is later landbouwgrond geworden door inpoldering en ontwatering. Dit zijn de zogenaamde droogmakerijen. We zien ze terug als omdijkte, lagere gelegen gronden tussen MakkumWorkum en Hindeloopen-Stavoren.
Aanleg kustversterking Rond 1200 worden de eerste dijken aangelegd aan de Friese kust. Dit vergroot de veiligheid voor de kustplaatsen en het achterland. De lokale dorpen en steden worden verantwoordelijk gemaakt voor het onderhoud van de dijken (lit.2.). We kunnen dit beschouwen als de eerste bestuursvorm die later uitgroeit tot de waterschappen. In dezelfde tijd worden er zijlen (Fries voor sluizen) aangelegd die het overtollige water bij eb uit het achterland afvoeren en de steden beschermen tegen de zee. Dit verbetert de vaarbewegingen naar het achterland.
3.1.2 ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN Handel en nijverheid De Friese Zuiderzeekust is tussen 800 en 1300 de poort tot handel noordwaarts met de Oostzeegebied, de Scandinavische landen, Noord- Duitsland en Engeland. En rivier opwaarts de Rijn, de Vecht, maar ook het Zuiderzeegebied zelf. Stavoren2 ontwikkelt zich al vanaf de 8e eeuw tot een vooraanstaande handelsplaats met stadsrechten. Dit dankzij haar gunstige ligging op de kaap en langs de vaarroute, zij wordt Hanzestad. Bolsward volgt, met Makkum als haven3. Ook Harlingen, Makkum, Workum, Molkwerum en Lemmer ontwikkelen zich.
Geleidelijke verandering van handel naar vrachtvaart
Dankzij verschillende natuurlijke oorzaken (stormen) en menselijke invloeden (ontwatering veengebieden in het Zuiderzeegebied), verplaatst de ligging van de geulstroom rond 1300 zich meer westwaarts. Zo ontstaat er geleidelijk dichtslibbing van de IJsselmond en verland de Friese kust, met grote gevolgen voor de Hanzehandel. Hierdoor kunnen Amsterdam en het gewest Holland zich verder ontwikkelen. Ondanks deze tegenslag weet het Friese Zuiderzeegebied zijn positie als vrachtvaarder te behouden4.
Klei- en kalkovens in Makkum Vanwege de klei in de lokale ondergrond en in de naastgelegen kwelders ontstaat in Makkum in de 16e eeuw de fabricage van stenen voor woningbouw. Daarnaast ontstaat er een omvangrijk complex van kalkovens, waarin men schelpen verbrandt, die lokaal gewonnen worden. Het eindproduct is verpulverde kalk. Dit is grondstof voor specie. Beiden producten worden verhandeld en via water vervoerd. Later ontwikkelt in Makkum de markante tegelindustrie (ook grondstof klei) en ontstaat de wereldbefaamde Tichelaarfabriek met Makkums aardewerk.
2 De ligging aan de vaarroute heeft ook nadelen, want in 991 en 1034 valt Stavoren ten prooi aan de invallende Vikingen (lit 2). 3 Echter formeel zullen beide steden pas toetreden in 1572 (lit 2). 4 Veel hiervan weten we door raadpleging van de registers van de Sonttol. Hierin geven de aantallen passages van Staverse-, Workumer-, Hindelooper-, Molkwerumer- en Makkumer schepen weer, dat zij een belangrijk deel van de vrachtvaart op zich namen (lit 2).
Scheepsbouw Ondanks de handelsbetrekkingen en het belang van schepen ontwikkelde zich - tot in de 20e eeuw - geen grote eigen scheepsbouw in het gebied. De eerste vermeldingen van Friese scheepsbouw dateren van 1500. Vanwege de waterverbindingen met het achterland zijn er in die tijd veel kleine bedrijfjes. In de 17e en 18e eeuw hebben Makkum, Workum, Molkwerum, Stavoren en Lemmer eigen scheepswerven5. In de tijd van Napoleon gaan veel werven failliet. Dit wordt versterkt doordat ze ook vasthouden aan de bouw van houten scheepsbouw. In Workum schakelt men rond 1900 over naar ijzeren scheepsbouw, waaronder coasters en stoomboten. Vanaf 1920 worden er klippers en skûtsjes gemaakt6. Wat wij daar nu nog van terug kunnen zien is het skûtsjesilen. Dit is een populaire, in de zomer jaarlijks, terugkerende - nationaal bekende - serie van zeilwedstrijden op de Friese meren. Scheepswerf Royal Feadship-De Vries, gevestigd in Makkum, specialiseert zich in de 20e eeuw in de bouw van grote exclusieve zeewaardige jachten. De werf concurreert op de internationale markt en is de scheepsbouw trots van de regio. Zij heeft dependances in heel Nederland en veel gespecialiseerde lokale bedrijvigheid ontleent haar bestaansrecht hieraan. De aanwezigheid van veel kleinere scheepsbouwwerven en één hele grote, bouwt voort op de tradities die in het verleden zijn ontstaan.
Visserij Hoewel er altijd al visserij in het gebied heeft plaatsgevonden is visserij tot de 19e eeuw vooral meer een bijverdienste. Dit heeft te maken met het ondieper worden van de Friese Zuiderzeekust en het verplaatsen van de geul westwaarts. Daardoor neemt de concurrentie toe vanuit de westelijke Zuiderzee - en de Noordzeeplaatsen. Tegelijkertijd zitten de westerse concurrenten ook dichter bij de afzetmarkten in Holland, Vlaanderen en Engeland. Pas tussen 1850 en 1900 ontstaan de eerste vissersvloten. Zij zetten zowel lokaal op de Zuiderzee, de Waddenzee als op de Noordzee hun netten uit7. Na het dichten van de Afsluitdijk in 1932 loopt de Zuiderzeevisserij vanaf de Friese wal sterk terug. Door haar positie nabij de Waddenzee vindt er nog een verschuiving van Wadvisserij naar Makkum plaats. Het verbod op kuilv isserij op paling in 1970 versterkt de neerwaartse tendens verder.
Lokale kennis en kunde van Waterkwaliteitstechnologie De strijd tegen het water die het gebied kenmerkt maakt dat de technische innovaties rondom water elkaar opvolgen. De aanleg van de dijken leidt tot de behoefte om overtollig water binnendijks af te voeren. De aanleg van de zijlen is het gevolg, waarvan ook binnenscheepvaart en scheepsbouw profiteert. Ontwatering leidt op veenbodemlocaties tot inklinking en bodemdaling. Daaruit volgt waterorganisatie rondom de ontstane verschillende polderniveaus. Een deel van de, door Zelnering ontstane meren, zijn later weer
5 Hier werden veel Kofschepen, Tjalken, Smakken, Galjoten, Botters, Boeiers en Staverse Jollen geproduceerd (lit. 2, blz. 31). 6 Skûtsjes waren zeer geschikt voor vervoer van grond, mest, turf en landbouwproducten en daardoor populair in heel Noord-Nederland (lit. 2, blz. 32). 7 Zij richtten zich hoofdzakelijk op de visserij van haring, ansjovis en paling (lit 2.)
46 / 47
drooggelegd voor de landbouw (droogmakerijen). Opgedane kennis maakt dat anno 2018 in het Friese IJsselmeerkustgebied een bedrijfstak is ontwikkeld die zich met waterbeheer bezighoudt en meedraait op wereldniveau, met bedrijven als Landustrie, Spaans Babcock en Paques. Daarnaast ontstaat in Leeuwarden het kennisinstituut voor watertechnologie Wetsus.
MKB en werklocaties Het MKB is goed voor 80 tot 85 % van de arbeidsplaatsen in de regio. Daarmee vormt het MKB dé basis van de regionale economie. Vaak gaat het om bedrijven die een sterke regionale binding hebben, maar toch veelal internationaal actief zijn. Daarnaast vormen de werklocaties een belangrijk onderdeel van de regionale economie.
3.1.3 LANDBOUW Het gemengde bedrijf is de oudste vorm van landbouw die we kennen in het gebied (zie ook 1.1.1). Vanaf 600 ontstaat het terpenlandschap. Hier wordt kleinschalige akkerbouw en veeteelt versleuteld met jacht en visserij. In de middeleeuwen wordt het boeren vooral in het achterland gecombineerd met andere werkzaamheden. Vanwege de nog slechte afwatering wordt het uitoefenen van het boerenbedrijf aanvankelijk nog vaak gecombineerd met andere beroepen zoals visser of binnenvaartschipper. In de latere middel eeuwen stijgt in heel Europa de akkerbouwproductie geleidelijk door nieuwe teeltmethoden. Met het stijgen van de productie neemt ook de vraag naar meer ruimte voor opslag daarvan toe. Rond 1700 verschijnen voor het eerst de voor Friesland kenmerkende kop-hals-romp boerderijen. En er treedt specialisatie op: akkerbouw of veeteelt. Deze boerderijen geven een grote vorm van bedrijfs organisatie weer: grotere opslag voor akkerbouw opbrengsten of diervoer, goede verdeling voor lastdieren of melkproductie en bij veeteelt een eigen beperkte zuivelproductie. De veestapel per veeteelt bedrijf groeit hier van 12-15 naar 25-30 stuks grootvee. Hier spreken we van de eerste schaalvergrotingsgolf in de landbouw. Door allerlei technische - en organisatorische innovaties gaan de veranderingen vanaf 1870 snel.
De ploegmethoden verbeteren sterk waardoor de akkerbouwproductie vergroot. Voor de veeteelt wordt in 1879 het Friese Stamboek FRS opgericht. Er wordt gericht gefokt op melkproductie en kracht. Rond die tijd vinden ook innovaties in de boter- en kaasproductie plaats. Dan al een belangrijke vorm van inkomsten. Tussen 1888 en 1913 worden er diverse boerencoöperaties opgericht8. Binnen deze samen werkingsvorm ontstaan de melkfabrieken. Hiermee worden zuivelproducten voor het eerst op grote schaal geproduceerd. Mechanische koeltechnieken zorgen voor een sterke groei van de export van boter en kaas. Tussen 1914 en 1945 wordt kunstmest ontwikkeld. Hiermee kunnen de veengronden beter geschikt worden gemaakt voor akkerbouw en veeteelt. Na de Tweede Wereldoorlog is de wederopbouw van Europa leidend in de landbouwontwikkelingen. Voedselproductie is topprioriteit en schaalvergroting en mechanisatie hét middel om die op het gewenste peil te brengen. Vanaf dan bemoeit Europa zich ook met het landbouwbeleid, door diverse Europese subsidies op de landbouwproductie. Zo blijven de prijzen voor de consument laag en de verdiensten voor de boeren goed.
De tweede schaalvergrotingsgolf in de veeteelt ontstaat met de introductie van ligboxen stallen eind jaren zeventig. Met overheidssubsidies kan hierdoor de veestapel per bedrijf groeien naar 70 - 80 stuks grootvee per bedrijf. Rijksoverheid en Europees beleid krijgen een als maar grotere invloed op de landbouwsector. In deze tijd groeit ook de agro-industrie. Voor de veeteelt betekent dit dat er aanvullend mineraalrijk voedsel aan het menu van de veestapel wordt toegevoegd. Dit voedsel is vaak in het verre buitenland geproduceerd. De Nederlandse landbouwsector zit inmiddels in een wereldwijde markt. De schaalvergroting heeft overproductie tot gevolg. Er ontstaan almaar groeiende ‘boterbergen’ en ‘melkplassen’. In de veeteelt ontstaan mestoverschotten. De Europese wetgeving richt zich op het terugdringen van de overproductie en stelt voor de melkproductie melkquota in. In Nederland wordt in 1994 de Wet Milieubeheer ingevoerd, die ook de landbouw stuurt en inperkt. In deze tijd zien we ook windmolens (voor opwekking duurzame elektriciteit) in het landschap verschijnen die als aanvullende bedrijfstak voor de boerenbedrijven worden ingezet. Naar mate de aantallen en de grootte van de windmolens toeneemt, neemt de maatschappelijke kritiek toe. Een laatste schaalvergrotingstendens zien we tussen 2000 en 2018.
Met de bouw van megastallen kan de veestapel per bedrijf groeien naar 200 – 350 stuks grootvee. In Nederland wordt vanaf 2009 het uitrijden van mest verboden en mestinjectie voorgeschreven. De Europese wetgeving begrenst de mogelijkheden van de groei door nieuwe richtlijnen en trekt de melkquota in 2015 in. Als oplossing voor het mestprobleem op bedrijfsniveau en als aanvullende bedrijfstak zien we mestvergisters in het landschap verschijnen. Ook deze worden, net als de windmolens, met gemengde gevoelens door de omgeving ontvangen.
Veenweidegebieden In het IJsselmeerkustgebied komen ook veenweidegebieden voor. Qua bodemopbouw verschillen die gebieden. Van ‘klei op veen’ aan het kustgedeelte, naar ‘puur veenweide’ in het midden tot ‘diepe veenpolders’ voorbij het Friese merengebied verder landinwaarts. Afhankelijk van de bodemopbouw speelt hier in meer of mindere mate de ontwikkeling van inklinking van de bodem door wateronttrekking voor de landbouw. Maar ook de afgifte van het broeikasgas CO 2 door de afbreek van organische stoffen uit de veenbodem. De inklinking heeft bodemdaling tot gevolg. De bodemdaling heeft gevolgen voor landbouw, infrastructuren, vastgoed en binnendijks waterpeilbeheer. De Friese overheden werken, vanuit de gezamenlijk in 2015 opgestelde Veenweidevisie, samen met andere instanties aan een aanpak voor heel Friesland. In het vervolg van dit ambitiedocument zullen wij daar vanuit het IJsselmeerkustgebied zoveel mogelijk op aansluiten. Om die reden zal er in dit ambitiedocument verder niet op de veenweideontwikkelingen ingegaan worden.
Bijzondere positie Nederlandse landbouw Nederland neemt een bijzondere positie in de wereldlandbouwproductie in. Door de combinatie van toe gepaste kennis (Wageningen Universiteit), nationale landbouw organisatie (LTO en Agro-industrie), het nationale waterbeheer (Rijk en Waterschappen), intensieve en gespecialiseerde mechanisatie, sterke lobby in Brussel en de goede Nederlandse wereldhandelspositie zijn wij in staat de hoogste productie per m2 te realiseren en tot een uitstekende zuivel- en landbouwexport te komen. Dat heeft Nederland en de provincie Friesland veel goeds gebracht, maar het heeft ook een schaduwkant.
Kantelpunt balans natuur en landbouw rondom 1850 Tot aan 1850 zijn de landbouw ontwikkelingen nog in balans met de natuur. Grotendeels grondgebonden en hoofdzakelijk gericht op lokale productie en lokale afzet. Het ontstane waterrijke, vlakke platteland is goed voor flora en fauna. Daarna ontstaan de belangrijkste veranderingen met effect op de natuurwaarden. De ontstane grond-ongebonden intensieve veehouderij heeft overproductie en mestoverschotten tot gevolg. Lagere normeringen voor mestgiften zorgen voor een verlies van veerkracht in de bodem; uitputting treedt op. Het uitspoelen van fosfaten naar het grondwater heeft effect op de regionale drinkwaterw inning.
8 Boeren coöperaties in de Zuidwesthoek: Balk-Harich – 1897, Birdaard 1897, Bolsward 1883, Grote Wiske 1888, Heeg 1900, Hemelum 1896, Kimswerd 1888, Koudum 1889, Lemmer (Lankhorst=privaat), Lollum/Waaksum 1897, Makkum 1913, Oosthem /De Hem 1901, Oudega 1880, Sloten 1889 (Lyemph=privaat), Warns 1889, (lit. 3, register van zuivelcoöperaties).
48 / 49
Fosfaatverrijking beïnvloedt de natuurwaarden. Biodiversiteit en landschapsdiversiteit nemen af door moderne productiemethoden. Wat Flora en Fauna betreft is er aan de ene kant een algemene afname van soorten terwijl aan de andere kant en specifieke toename is van ongewenste soorten, waaronder predatoren en exoten. Daarnaast loopt het weidevogelbestand in aantallen terug, ondanks provinciale weidevogelbeheervergoedingen. Van historie vindt er in Gaasterland gemengd bedrijf plaats. De afgelopen jaren is er in dit gebied een veranderend gebruik van landbouwgrond waar te nemen. Ook is er de afgelopen jaren een veranderend gebruik van landbouwgrond in Gaasterland te zien. Steeds meer percelen worden aangewend voor bloembollenteelt. Hierdoor verdwijnt steeds meer grasland. De teelt zorgt voor overlast door verstuiving van de nagenoeg kale percelen in combinatie met zware bestrijdingsmiddelen. Dit zorgt voor onrust in de Mienskip. Het zo unieke Friese weidelandschap - één van de kernwaarden van het gebied - wordt steeds minder uniek.
Afname biodiversiteit en landschapsdiversiteit door moderne productiemethoden Het meer doelmatig werken in de landbouw versterkt de terugloop van dier- en plantensoorten9. De hoge fosfaatgiften versterken dit effect (lit. 4, blz. 47). De diversiteit van het landschap verschraalt en daarmee ook de voedselbeschikbaarheid voor bodemleven, weidevogels en predatoren. Daarnaast loopt, ondanks de provinciale vergoedingen voor weidevogelbeheer, het weidevogelbestand in aantallen terug. Tegelijkertijd loopt de landschapsdiversiteit terug onder invloed van de moderne productiemethoden10. Het zo unieke Friese weidelandschap - één van de kernwaarden van het gebied - wordt hierdoor steeds minder uniek. Er zijn ook andere effecten van de mest. Het injecteren van mest in de bodem heeft effecten op het bodemleven11. Depositie van stikstof zorgt voor verzuring van de bodem12. De bossen van Gaasterland en de overige Natura2000 gebieden langs de Friese IJsselmeerkust ondervinden last van de stikstofdepositie. Daarnaast is de afgelopen jaren een duidelijke trend waarneembaar in een veranderend gebruik van landbouwgrond in Gaasterland. Naast de teelt van aardappelen en uien worden steeds meer percelen aangewend voor de bloembollenteelt. Door de teelt van deze producten verdwijnt er steeds meer grasland.
Daarbij zorgt de bloembollenteelt voor overlast door verstuiving van de nagenoeg kale percelen in combinatie met zware bestrijdingsmiddelen. Deze vorm van landbouw leidt tot onrust in de Mienskip en leverde al verschillende protesten op.
Alternatieven Er zijn ook andere signalen. Een deel van de boeren keert zich af van de grootschaligheid en keert terug naar een kleinere bedrijfsvoering, gericht op één gezin. Deze agrariërs stappen over op biologisch boeren, met meer weidegang voor de dieren, en halen de verdienste uit de meerprijs die er op het biologische product ligt. Deze trend wordt onderschreven door een opinieonderzoek onder bijna 2.300 boeren en boerinnen, dat dagblad Trouw publiceert in juni 2018. Hieruit blijkt dat de helft binnen tien jaar over geschakeld wil zijn naar een duurzamere vorm van landbouw. Er ontstaat een beweging naar een meer natuur inclusieve landbouw.13
9 Hoog productief gras, drains voor afwatering, verlagen slootpeil en beregenen bij droogte verhoogt de productie. Hierdoor kan er vaker - en door technische innovatie meer oppervlakte tegelijk gemaaid worden. Door deze productiemethoden neemt de biodiversiteit in de weiden af. Dat geldt voor zowel flora als fauna. Door het productiegras en de hoge maaifrequentie krijgen oorspronkelijke kruidrijke en bloemrijke planten geen kansen om zich te vermenigvuldigen.
De laatste schaalvergrotingstendens in de veeteeltsector vond plaats tussen 2000 en 2018 waarbij vee stapels zijn gegroeid naar 200–350 stuks grootvee per bedrijf. Met het indienen van een gebiedsplan werken zij aan het agrarisch natuur en landschapsb eheer langs de Friese IJsselmeerkust (lit 5.). De provincie stelt hiervoor middelen beschikbaar. Zij werken gezamenl ijk met onder andere It Fryske Gea, Staatsbosbeheer en Wetterskip Fryslân aan verb etering van het weidevogelbestand. Dit is een goede ontwikkeling. Echter hun beheersgebieden zijn niet robuust genoeg voor de gehele kuststrook.
3.1.4 NATUUR Met de tijd veranderen ook de natuurwaarden in het gebied. Wanneer vanaf 800 de economische ontwikkelingen toenemen ontstaan er ook andere natuurlandschappen. De Zuiderzee was onderdeel van een stelsel van kreken, kwelders en geulen dat met het getij water in en uit het gebied bracht en tegelijkertijd het water van de IJssel en de Vecht afvoerde. Op de kust en landinwaarts werd het landschap steeds meer vormgegeven door economische activiteiten. Wanneer natuurkrachten in het spel waren onts tonden er door stormen en overstromingen soms grotere meren. Waarvan sommige later ook weer ontwaterd werden (droogmakerijen). De aanleg van de dijken vanaf 1200 heeft als doel de invloed van de natuurkrachten terug te dringen. Naar mate vanaf 1600 de Zuiderzeestadjes op de kust en de landbouw landinwaarts zich verder ontwikkelen krijgt het landschap de eerste uiterlijke kenmerken die we nu nog herkennen. De landaanwinningen bij Workum uit de 17e eeuw dragen daar in positieve zin aan bij. Met de toenemende rationalisatie in de landbouw in de 20e eeuw nemen de plas-dras locaties land inwaarts sterk af. Ook verdwijnt het traditionele kleine-geultjespatroon in de weiden door de aanleg van drains. De fosfaatrijke mestinjectie heeft effect op het bodemleven en leidt tot uitspoeling van nuttige mineralen en de depositie van stikstof tast de bossen aan door verzuring.
Na het dichten van de Afsluitdijk in 1932 gaat de ecologische kwaliteit in het dan ontstane IJsselmeer sterk achteruit (lit. 7, blz.12-13). Het ontbreken van gradiënten wordt algemeen beschouwd als een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van de natuurwaarden van het IJsselmeer. Het gaat dan om verschillen in bodemdiepte, zoals doorzicht, zoet-zout en voedselrijkheid. Daarnaast is het peilregime van belang. De huidige regulering van het IJsselmeer is tegennatuurlijk, waarbij het winterpeil laag is en het zomerpeil hoog. Er vindt alleen zeer beperkte, gecontroleerde doorstroming plaats, wanneer er wordt gespuid bij eb en gesluisd voor de scheepvaart. De verbinding met Waddenzee en met het achterland (binnendijks Friesland) is minimaal. Het IJsselmeer vervalt tot een stil en zoetwater binnenmeer. De migratie van vissen via de IJsseldelta en het visbestand nemen dramatisch af. De natuurwaarden buitendijks bestaan uit de zandplaten, de slikken en de Gaaster klif. De waarden, die voorheen door de getijden onder water kwamen te staan, blijven nu als eilanden voor de kust liggen14. Hier ontstaan nieuwe natuurwaarden. Het zijn inmiddels vogelrijke, natte, zoetwatergebieden geworden, met nieuwe paaigebieden voor sommige vissoorten (lit.8, blz.45).
14 Het gaat om de westelijk gelegen Makkumerwaarden, de Koaiwaard, de Warkumerwaard en de zuidoostelijk van de Gaaster klif gelegen Mokkebank.
10 Kleinschalige slootstructuren worden gedempt en typerende, kleine reliëfdragende weiden vervangen door grootschalige vlakke, rationele landbouwgronden. 11 D oor chemische reacties met de mest in de bodem spoelen nutriënten weg naar het grondwater. Tegelijkertijd komt een deel van de mest als ammoniak vrij in de lucht. Hierdoor ontstaat fijnstof, dat schadelijk is voor de luchtwegen (lit. 6, blz. 46). 12 Dit heeft een nadelig effect op de chemische processen in de bodem die zorgen voor de opname van stoffen uit de bodem voor bomen en planten. 13 N atuur inclusieve landbouw is een vorm van duurzame landbouw die deel is van een veerkrachtig voedselsysteem, gebruik maakt van natuur, landschap en biodiversiteit, met een gezond verdienmodel, en die op haar beurt de biodiversiteit behoudt en versterkt.
50 / 51
3.1.5
RECREATIE
Een goed te onderbouwen schatting uit beschikbare gegevens van de overheden zegt dat ongeveer 10% van de beroepsbevolking in het gebied werkzaam is in de recreatiesector. Het belang van recreatie voor de werkgelegenheid in het gebied is daarmee groot. Van alle economische ontwikkelingen is recreatie de jongste. Recreatie en toerisme komen op in het midden van de 19e eeuw. Er ontstaat rond die tijd voor het eerst georganiseerde recreatie in de vorm van zeilverenigingen en sportverenigingen15. Daarnaast komt het toerisme voorzichtig op gang. Allereerst nog door de elite die het zich kon veroorloven. Zij komt de historische pracht en praal van de Zuiderzees tadjes bekijken. Dit komt mede door de infrastructurele verbeteringen op het vaste land (wegen en spoor). Rondom 1910 is er het begin van een strand- en badcultuur. Een voorbeeld daarvan is de aanleg van het badpaviljoen bij het strand van Hindeloopen in 1913 (lit. 2, pag. 65). Toen al werd het gebied gewaardeerd om haar stilte, de Zuiderzeecultuur en de vergezichten aan beide kanten van de dijk. Na de Tweede Wereldoorlog stijgt de welvaart langzaam maar gestaag. Met meer vrije tijd, de auto als vervoermiddel, de invoering van vakantie en geld daarvoor, komt recreatie voor meer mensen beschikbaar. Eind jaren ‘50 openen de eerste campings in Hindeloopen en Lemmer. In Makkum ontstaat De Holle Poarte en in Workum It Soal.
In Workum aangevuld met jachthaven. Er is een groeiende markt in de watersport. Het recreëren op en langs het water wordt een nationale aangelegenheid. Het Friese merengebied stond al bekend als zeilregio. De motorvaart kan daar goed bij aansluiten. De faciliteiten voor de zeilsport en motorvaartuigen nemen toe. Er ontstaan jachthavens, aanlegplaatsen, brugdiensten en douche- en toiletruimtes langs de vaarroutes. Door deze ontwikkelingen stijgt het aantal toeristen dat komt voor de watersportrecreatie en de unieke kernkwaliteiten van het Friese IJsselmeerkustgebied. Tegelijkertijd ontstaat er groei in productie en onderhoud van zeil- en motorvaartuigen. In effect treedt hier een verschuiving op van de maakindustrie van vrachtvaart naar recreatievaart. Men innoveert met metaal- en later ook kunststoftoepassingen op de vaartuigen. Net als in de scheepvaart zijn deze ook terug te leiden op de oude scheepsbouwtradities in het gebied (zie ook 3.1.2 - Scheepvaart). Ook ontwikkelt zich de horeca aan en langs het water. Begin jaren ‘70 komen er jachthavens in Stavoren en Lemmer. Momenteel zijn er stranden in Makkum, Workum en Lemmer. In Lemmer ontwikkelde zich een industrie haven met een prominente plek voor de bouw van recreatiejachten. Aan de rand van het industrie gebied ligt een opgespoten strand en is een terrein voor stacaravans.
Ook is in 1998 het Woudagemaal in Lemmer opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Verwachte ontwikkelingen in de Recreatie- & Toerismesector Vanaf de jaren ’50 zijn in de watersportrecreatiesector hele generaties opgevoed met varen tijdens de vakanties. De afgelopen jaren is waar te nemen dat het aantal vaarbewegingen met zeil- en motor vaartuigen gestaag terugloopt (lit.9, blz.6-7). Dit wordt voor het grootste deel gewijd aan het feit dat de jongste - met watersport opgegroeide generatie - minder genegen lijkt om te investeren in varend vastgoed. Zij zien het bezit, met onderhoud en stalling, als een last en huren liever tijdelijk voor hun gebruik (lit.9, blz.10). Deze trend wordt bevestigd door beheerders van jachthavens, die door deze ontwikkeling op zoek zijn naar alternatieven waarmee de beheerskosten kunnen worden gedekt. Tegelijkertijd groeit de recreatiesector jaarlijks. Zelfs de recessie van 2008 heeft daar weinig invloed op gehad (CBS nieuwsbulletin, 4 april 2018). Om de kansen te onderzoeken voor het inmiddels gerealiseerde Afsluitdijk Wadden Centrum op de Afsluitdijk heeft er onderzoek plaatsgevonden naar wie de Afsluitdijk zoal bezoeken en welke potentiele doelgroepen dat nog kunnen gaan doen. De uitkomsten van het onderzoek, aangevuld met andere informatie uit het IJsselmeerkustgebied zelf en die door het NBTC16, leidt tot de conclusie dat er kansen zijn voor een aantal recreatiedoelgroepen.
Het gaat om de binnenlandse toerist, de internationale toerist uit Europa en de intercontinentale toerist uit Azië en Noord- en Zuid-Amerika17. Daarnaast is een kwaliteitsslag op sectoronderdelen zelf gewenst. Aan nieuwe vakantieparken en attracties kan behoefte blijken, maar meerdere vakantieparken zijn verouderd. De vitaliteit van deze parken staat onder druk. Er zijn signalen dat dit, net als in andere provincies, verkeerd gebruik in de hand werkt. Een herstel van de vitaliteit is nodig met meer comfort, kwaliteit en diversiteit van verblijfsaccommodaties voor alle inkomensklassen. Friesland wordt in mei 2018 door Lonely Planet Guide geplaatst in de top-3 van beste onbekende Europese vakantiebestemmingen. Voor Friesland betekent dit wereldwijde aandacht. De internationale ‘Best in Europe-campagne’ wordt over de hele wereld door media overgenomen. Daarnaast heeft de verworvenheid van Leeuwarden als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 geleid tot een uitgebreid en gevarieerd programma van culturele activiteiten in heel Friesland. Dit heeft gezorgd voor grote aandacht voor Leeuwarden en Friesland. Als vaste erfenis is in elk van de elf Friese steden een fontein geplaatst. Er wordt gewerkt aan het vasthouden van deze aandacht onder de noemer ‘legacy of Culturele Hoofdstad 2018’. Hier liggen kansen voor het gebied.
Met de recente afronding van het Friese Merenproject is ook een vaarroute door het Friese weidegebied ontstaan op reeds bestaande vaarwegen. Hiermee is de route ontsloten voor motorvaartuigen. In de motorvaartuigenbouw is een trend van het bouwen van elektrische vaartuigen ingezet. Hiervoor worden ook aparte routes ontwikkeld die de exclusieve rust van het gebied benadrukken. Recent is het ontstaan van de kite- en windsurfcultuur langs het Gaaster klif, het strand in Workum en tussen Makkum en Kornwerderzand. Ook is er een toename van recreatie met campers waar te nemen. Tenslotte is – als uitvloeisel van de samenwerking tussen regio en Rijk in voorbereidingen voor de renovatie van de Afsluitdijk - in het voorjaar van 2018 op Kornwerderzand het Afsluitdijk Wadden Centre geopend. Vanwege de gunstige ligging aan de A7 op de Afsluitdijk heeft dit centrum het potentieel om uit te groeien tot een belangrijke toeristische trekpleister voor Noord-Nederland.
15 In deze tijd ontstaan de typisch Friese sporten als Fierljeppen en Keatsen.
16 A msterdam loopt vol met internationale toeristen en als oplossing daarvoor ziet wil zij dat deze groepen begeleid andere delen van het land bezoeken, om de hoofdstad te ontlasten. Hiervoor is de NBTC campagne Holland City ingezet. De Afsluitdijk is daarin opgenomen in de waterlandlijn. 17 D e binnenlandse toerist is te onderscheiden in korte- en lange verblijfsrecreanten. Dagjes- en weekendtoeristen (jongeren en ouderen) en jongere gezinnen die een vakantiebestemming van 1 tot 2 weken zoeken. De internationale Europese toerist zoekt een meerdaagse vakantiebestemming (1 of 2 weken) in Europa. De korte verblijfstoeristen (jongeren en ouderen) en de Europese toerist zoeken een gebied met dagbestedingen, bezienswaardigheden, evenementen, eigen identiteit, cultuur met voldoende ontspanning. De jongere gezinnen vooral dagbestedingen en voldoende ontspanning. De intercontinentale toerist doet Europa-in-drie-weken en zal alleen als onderdeel van een compleet arrangement een bezoek brengen.
52 / 53
BIJLAGE 2 UITGANGSPUNTEN DOOR VERSCHILLENDE TRANSITIES 3.2
UITGANGSPUNTEN DOOR VERSCHILLENDE TRANSITIES
De uitdagingen van de toekomst liggen in een aantal verschillende transities. Het woord transities betekent hier geleidelijke verandering. Dat geeft aan dat de veranderingen die er verwacht worden niet direct te zien zijn, maar dat de effecten pas over een langere periode waargenomen kunnen worden. Hieronder wordt kort weergegeven om welke transities het gaat, hoe zij met elkaar in verband staan en wat de verwachtingen erover zijn. In onze ambities geven wij weer op wat voor manier wij met deze transities willen omgaan. In Hoofdstuk 4 verbinden wij deze transities met de andere onderwerpen uit hoofdstuk 3 en geven wij aan op wat voor manier wij met deze transities willen inspelen.
3.2.1 KLIMAATVERANDERING OP KOMST De wereld staat voor een klimaatverandering. Dat is niet voor het eerst, want de geologie leert ons dat er in Noord-Europa koudere (IJstijden) en warmere (zoals het heden) periodes zijn geweest. Het ontstaan van deze temperatuurschommelingen wordt aan verschillende klimatologische omstandigheden toe geschreven. Onder klimaatwetenschappers is er algehele consensus dat komende klimaatverandering aan de mens kan worden toegeschreven. De oorzaak is de uitstoot van CO 2 veroorzaakt door het verbranden van fossiele brandstoffen van de afgelopen 150 jaar. Verwacht wordt dat de gemiddelde temperatuur op Aarde met 2 tot 3,5 graden Celsius zal stijgen (lit. 10, blz. 15). Als gevolg daarvan smelten de ijskappen en stijgt de zeespiegel. Daarnaast kunnen door de temperatuurstijging allerlei verschillende, zichzelf versterkende effecten optreden waardoor ontwikkelingen sneller kunnen gaan dan eerst verwacht. Er zijn ook scenario’s berekend die minder ernstig uitvallen. Nederland neemt de zeespiegelstijging serieus en zijn er verschillende scenario’s ontwikkeld om hiermee om te gaan. De aanpassing van de Afsluitdijk als overslagbestendige dijk is daar een voorbeeld van. Verwachtingen voor het Nederlandse klimaat: zijn mildere winters, warmere zomers en minder vaak, maar veel heftigere neerslag.
Hoewel het voornemen om een peilstijging in het IJsselmeer door te voeren niet direct met de zeespiegelstijging te maken heeft, wordt er wel verwacht dat de neerslagverandering op termijn de drinkwatervoorraad in Nederland negatief kan beïnvloeden. Op de klimaatconferentie van Parijs, eind 2015, zijn internationale afspraken gemaakt om de uitstoot van CO 2 terug te dringen op een niveau waarop de temperatuurstijging niet hoger wordt dan 2 graden Celsius.
Foto hiernaast, fotograaf: Arthur Smeets
54 / 55
3.2.2 ENERGIETRANSITIE VAN FOSSIEL NAAR DUURZAAM IS NOODZAKELIJK Hoewel het gebruik van fossiele brandstoffen in de hele menselijke geschiedenis is terug te vinden, is de schaal waarop dit gebeurt sinds de industriële revolutie enorm toegenomen. Het grootste deel van de technieken en voorzieningen die onze welvaart ondersteunen en vooruit stuwen zijn opgebouwd rondom het gebruik van fossiele brandstoffen. Een omslag naar een volledig elektrische samenleving is mogelijk, want in principe kunnen al onze technieken op elektriciteit werken. Er zijn daarvoor diverse alternatieve technieken beschikbaar. Zonnepanelen en windenergie zijn al beproefde technieken. Zij hebben echter als nadeel dat zij alleen stroom leveren wanneer de zon schijnt of de wind waait. Er lopen nu diverse aanvragen voor het plaatsen van zonneweiden in een coöperatieve samenwerking van betrokken inwoners. Er verrijst een windpark in het IJsselmeer, 6 km buiten de kust van Makkum. Het draagvlak voor grote windmolens is echter laag. De opslag van duurzame energie is de grootste uitdaging van dit moment. De ontwikkeling van grotere accusystemen, die zowel wijken kunnen voorzien van elektriciteit als voertuigen of vaartuigen kunnen voortbewegen, is gaande.
Er wordt geëxperimenteerd met het toepassen van digitale techniek voor de afstemming van energiegebruik en opwekking op buurt- en wijkniveau, maar ook met zichzelf voort bewegende elektrische voertuigen. Geothermische energie (warmte uit de diepe aardlagen van 2,5 tot 4,5 km diep) voor warmte en elektriciteit heeft een groot potentieel, maar is zeker nog geen beproefde techniek. De ontwikkeling van waterstof als brandstof gaat langzaam, maar lijkt veelbelovend. Kernenergie is geen veilig alternatief, vanwege het radioactief afval ervan. Energievoorzieningen in het landschap zijn soms verborgen omdat we ze niet meer als zodanig herkennen. Een voorbeeld hiervan is een ander deel van het Friese merengebied dat ontstaan is door de turfwinning.
3.2.3 WERELDWIJDE AFNAME VAN BIODIVERSITEIT EN GRONDSTOFFEN De terugloop van biodiversiteit wereldwijd gaat het afgelopen decennium snel. Dit wordt veroorzaakt door het kappen van tropische regenwouden (grondstoffen) en het in gebruik nemen van grond voor de landbouw. Hierdoor worden veel dieren- en plantensoorten met uitsterven bedreigd. Ook verkeerd gebruik van de bodem na het kappen, kan leiden tot verwoestende modderstromen bij hevige regenval in berg gebieden of verwoestijning op vlakten. Daarnaast worden wereldwijd grote stukken natuur afgegraven voor het delven van grondstoffen of regenwouden gekapt om de vrijgekomen grond te gebruiken als landbouwproductiegebieden, bijvoorbeeld voor veevoederproductie voor onze landbouw. Delving van grondstoffen moet gecontroleerd worden om leef omgeving en natuur te beschermen. Controle op naleving van milieuwetgeving en hiertoe bevoegde uitvoerende instanties ontbreken veelal. Zodoende kan grondstofdelving leiden tot grote milieuverontreinigingen. Deze vormen een gevaar voor de volksgezondheid lokaal en bij verspreiding ervan ook regionaal.
voor woningbouw, maar ook voor zeldzame grondstoffen als uranium voor kernenergie en coltan voor mobiele telefoons. Heel lang is de prijs van het milieu (de opruim-, recycle of hergebruikkosten) niet meegenomen in de prijs van producten (vaak samengesteld uit verschillende materialen). Dit zorgde ervoor dat afval werd weggegooid. De effecten van een aantal decennia wegwerpmaatschappij zien we terug in de zogeheten ‘plastic soep’. Dat is zwerfplastic dat zich verzamelt op bepaalde stromingspunten in de oceanen en groeit tot grote drijvende eilanden. Een bijkomend gevaar hiervan is dat plastic afbreekt in kleine deeltjes, die in de voedselketen terecht komen, waardoor bio-accumulatie van plastic ontstaat. Nu de grondstoffen schaarste toeneemt, loopt ook de prijs op en wordt het financieel rendabel om afvals toffen als grondstof te zien. Een weg naar een circulaire economie ligt open. Daardoor ontstaat een kans en uitdaging om de grondstofkringloop rond te maken.