Bijlage III - Ambitiedocument (2019)
Tekst van het document
INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3 2. 2.1 2.2 2.3 2.4 3. 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.3 4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 5. 6. 6.1 6.2 6.3 7.
INLEIDING............................................................................................................................................. 4 Wie zijn wij?....................................................................................................................................... 5 Leeswijzer......................................................................................................................................... 6 Omvang van de opgave..................................................................................................................... 7 WAAROM EEN AMBITIE DOCUMENT?.......................................................................................................... 8 Regionale karakter en versterking van de identiteit....................................................................... 8 Verantwoordelijkheid nemen voor mensen, natuur en economie.................................................. 9 Keuze voor thema’s die passen bij het gebied.............................................................................. 10 Uitgangspunten en doelen van het ambitiedocument.................................................................. 11 ONS FRIESE IJSSELMEERKUSTGEBIED......................................................................................................
12 Ontstaansgeschiedenis van het gebied......................................................................................... 12 De oudste kenmerken van het landschap..................................................................................... 12 Economische ontwikkelingen........................................................................................................ 12 Landbouw........................................................................................................................................ 15 Natuur............................................................................................................................................. 19 Recreatie......................................................................................................................................... 20 Uitgangspunten door verschillende transities.............................................................................. 23 Klimaatverandering op komst........................................................................................................ 23 Energietransitie van fossiel naar duurzaam is noodzakelijk........................................................ 24 Wereldwijde afname van biodiversiteit en grondstoffen...............................................................
25 Groei van de wereldbevolking.......................................................................................................... 26 Demografische transitie................................................................................................................. 27 Toekomstige ontwikkelingen.......................................................................................................... 28 ONZE AMBITIES.................................................................................................................................... 30 Water............................................................................................................................................... 30 Cultuur............................................................................................................................................ 32 Natuur............................................................................................................................................. 32 Energie............................................................................................................................................ 33 Economie........................................................................................................................................
34 Circulair.......................................................................................................................................... 35 Recreatie & Toerisme..................................................................................................................... 35 Landbouw........................................................................................................................................ 37 EFFECTEN VAN ONZE AMBITIES............................................................................................................... 38 ONZE VISIE OP DE REALISATIE VAN DE AMBITIES........................................................................................ 41 Willen.............................................................................................................................................. 41 Organiseren.................................................................................................................................... 41 Doen................................................................................................................................................ 42 SAMENVATTING...................................................................................................................................
43 BIJLAGE 1 - ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN HET GEBIED............................................................................. 44 BIJLAGE 2 - UITGANGSPUNTEN DOOR VERSCHILLENDE TRANSITIES............................................................... 54 BRONNENLIJST.................................................................................................................................... 60 VERKLARENDE WOORDENLIJST.............................................................................................................. 61 2 / 03
1. INLEIDING 1.1
WIE ZIJN WIJ?
Dit document is geschreven om de ambities weer te geven die wij als betrokken overheidsbesturen voor het Friese IJsselmeerkustgebied hebben geformuleerd tot 2050. Wij zijn de bestuurders van de provinsje Fryslân, het Wetterskip Fryslân en de gemeenten Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren. De ambities zijn gevoed met input van verschillende stakeholders/belanghebbenden
04 / 05
1.2
LEESWIJZER
- In hoofdstuk 1 is beschreven wie de ambities hebben geformuleerd, hoe het ambitiedocument gelezen moet worden en wat de omvang van de opgave is. - In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten en de doelen van het ambitiedocument benoemd. Hier wordt ook aangegeven welke vijf overkoepelende thema’s gekozen zijn om de ambities vorm te geven. Dit zijn: Water, Cultuur, Natuur, Energie en Economie. Deze worden door middel van het People-Planet-Profit duurzaamheidsmodel maatschappelijk geborgd. - Hoofdstuk 3 geeft in hoofdlijnen de ontstaansgeschiedenis van het Friese IJsselmeerkustgebied weer. Daarbij worden de ontwikkelingen en uitdagingen in de landbouw, de natuur en recreatie & toerisme apart toegelicht. Daarna worden de belangrijkste wereldwijde uitdagingen beschreven en tenslotte wordt aangegeven welke technische ontwikkelingen verder nog invloed kunnen hebben in de toekomst. Voor meer achtergronden over dit hoofdstuk zijn aparte bijlagen opgenomen. - In hoofdstuk 4 wordt voor alle onderdelen uit hoofdstuk 3 aangegeven welke kansen zij met zich meebrengen. Deze kansen worden samengebracht in de gekozen vijf overkoepelende thema’s. De samengebrachte kansen worden vertaald naar de bestuurlijke ambities voor het gebied, per thema. Vanwege het maatschappelijk gewicht van bepaalde onderwerpen worden deze als sub-ambities ondergebracht in een overkoepelend thema.
- In hoofdstuk 5 is in een matrix weergegeven wat de verwachte effecten van de ambities in 2050 zullen zijn. - In hoofdstuk 6 wordt de visie op de realisatie van de ambities gegeven. Hierin staat breed verwoord en grofstoffelijk aangegeven hoe procesmatig de samenwerking tussen overheden en stakeholders verloopt en op welke manier de uitvoering van de ambities wordt georganiseerd.
1.3
OMVANG VAN DE OPGAVE
Wij kijken in dit ambitiedocument naar het Friese IJsselmeerkustgebied vooruit naar 2050. Dit doen wij om te kunnen aansluiten op het proces van de Agenda IJsselmeergebied 2050 én om inhoudelijke invulling te kunnen geven aan het Friese deel daarvan. Vanuit het Rijk is het IJsselmeer zelf de afbakening. Wij zoeken in dit ambitiedocument ook de verbinding met het daaraan gelegen achterland. Dit ambitiedocument slaat een brug naar Agenda IJsselmeergebied 2050, de interprovinciale Gebiedsagenda IJsselmeer 2050 die daar invloed op wil uitoefenen (plan van vier provincies waaronder provincie Fryslân1) en het gehele Friese IJsselmeergebied. Wij hanteren vooraf geen harde fysieke afbakening van het gebied tussen de IJsselmeerkuststrook en het achterland. Als het de uitvoering van de ambities ten goede komt, dan worden die opgerekt.
1 Het gaat om de Interprovinciale Gebiedsagenda IJsselmeergebied 2050 (IPGIJ). Met dit document proberen de provincies Overijssel, Flevoland, Noord Holland en Fryslân hun invloed uit te oefenen op het proces van de Agenda IJsselmeergebied 2050.
06 / 07
2. WAAROM EEN AMBITIE DOCUMENT? Met dit document willen wij op hoofdlijnen invulling geven aan de wensen en ambities die er in onze regio leven. Wij doen dit aan de hand van de onderscheidende kenmerken van ons regionaal karakter. Deze hebben wij samengebracht in de vijf overkoepelende thema’s: Water, Cultuur, Natuur, Energie en Economie. Binnen deze thema’s worden wij als regio geconfronteerd met verschillende uitdagingen die we zullen moeten aanpakken. Met gezamenlijk geformuleerde en gedragen ambities, werken wij aan een procesmatige aanpak met ruimte voor wensen van verschillende stakeholders uit de Mienskip2.
2.1
REGIONAAL KARAKTER EN VERSTERKING VAN DE IDENTITEIT
Wij willen versterking van de identiteit van het gebied. Onze Friese IJsselmeerkust is uniek. Na de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932, is nergens langs het IJsselmeer de kustlijn zo in haar oorspronkelijke staat gebleven als hier. Met haar kapen en baaien, authentieke vissersstadjes, dorpjes in het achterland, het achter de dijk gelegen open weidegebied, de kop-hals-romp boerderijen, het Friese merengebied en de kliffen en de bossen van Gaasterland, is dit een uniek en kenmerkend landschap. Hier ontvouwt zich een historisch stuk Friesland, waar de sporen van de natuurlijke krachten en de menselijke invloed in het landschap terug zijn te vinden. De strijd tegen het water heeft de regio gevormd; vanaf het begin van de aanwezigheid van de mens in het gebied tot nu én in de toekomst. De unieke kwaliteiten rust en ruimte in een open, groene en waterrijke omgeving kenmerken het Friese IJsselmeerkustgebied; het leeft, maar je ervaart er ook rust en ruimte. Het streekeigen cultureel erfgoed is bepaald door de Friese volksaard die zich uit in de Friese taal, het Mienskipsgevoel en de wens tot zelfvoorzienendheid. Het zijn deze waarden die in het DNA van het gebied zitten, het typeren en beschermd dienen te worden. Deze waarden bepalen tegelijkertijd ook de dynamiek in de maatschappelijke ontwikkelingen die tussen nu en 2050 op ons afkomen.
Het materieel en immaterieel erfgoed, de Friese meren, de dijken, de bossen, het open weidelandschap. Dit zijn de unieke kenmerken, die ingezet moeten worden om toekomstige uitdagingen van het gebied het hoofd te bieden.
2.2 VERANTWOORDELIJKHEID NEMEN VOOR MENSEN, NATUUR EN ECONOMIE De invloed van de mens op de vorming van het landschap is in de tijd sterk toegenomen. De economische ontwikkelingen die verschijnen, brengen welvaart en groeien voort of maken plaats voor andere ont wikkelingen. Mens en natuur hebben tot circa 1850 in redelijke balans met elkaar kunnen bestaan. Maar vanaf dat moment krijgen de toenemende welvaart en de toepassing van nieuwe technologische ontwikkelingen een keerzijde. In het tweede decennium van de 21e eeuw leven wij in een tijd dat digitale netwerken de wereldwijde communicatie van inwoners ondersteunen en de wereld economische krachten voortstuwen, maar ook dat de grondstoffenvoorraad schaars wordt, menselijk handelen de natuur verder onder druk zet en door de nog door fossiele brandstoffen aangedreven wereldeconomie een klimaatverandering optreedt. In 2050 wonen er naar verwachting 7 miljard mensen aan de kusten voor wie de klimaatverandering grote gevolgen zal hebben. Het lijkt zo ver weg, maar het is dichtbij en raakt ons direct!
People-Planet-Profit Wij staan op een keerpunt in de tijd waarin de mens de natuurkant te lang heeft veronachtzaamd en gedwongen is pas op de plaats te maken om te kunnen overleven. In dit ambitiedocument willen wij daarom uitgaan van een ontwikkeling, waarin mensen, natuur en economie met elkaar in evenwicht komen, omdat het niet anders kan! Evenwichtig en juist gebruik van de natuur geeft een impuls aan de lokale/regionale economie. Daarom nemen wij de ‘People, Planet, Profit’ gedachte als principe-uitgangspunt, waarbij wij streven naar een plus op alle ambitievlakken binnen de drie PPP-categorieën.
Verbinding met de wereld om ons heen Wij plaatsen ons Friese IJsselmeerkustgebied in de brede context van wereldwijde ontwikkelingen, niet alleen vanwege haar verbondenheid met die wereldeconomie, maar ook omdat het gebied historisch gezien altijd al verbindingen met de wereld daarbuiten had. Tegelijkertijd grijpen wij de kans om de toekomstige ontwikkelingen te belichten die kansen bieden voor het gebied.
2 “Mienskip” is het Friese woord voor “samenleving” of “gemeenschap”.
08 / 09
2.3
KEUZE VOOR THEMA’S DIE PASSEN BIJ HET GEBIED
2.4
UITGANGSPUNTEN EN DOELEN VAN HET AMBITIEDOCUMENT
Wij kiezen voor hoofdthema’s die passen bij het karakter van het Friese IJsselmeerkustgebied. Dit zijn Water, Cultuur, Natuur, Energie en Economie. Niet alleen omdat zij horen bij het gevoel wat zij oproepen als men aan het gebied denkt, maar ook omdat dit krachten zijn die in het verleden het gebied hebben vormgegeven. Omdat wij ervan overtuigd zijn dat zij dat ook in de toekomst zullen doen, vertalen wij onze ambities naar deze thema’s.
Hieronder hebben wij onze uitgangspunten en doelen geformuleerd. Dit zijn de kaders die we onszelf opleggen om tot ambities binnen de thema’s te komen.
De manier waarop de thema’s zich tot elkaar verhouden geven wij weer in de afbeelding van de bemalings molen, hieronder. De thema’s Water, Cultuur, Natuur en Energie op de wieken richten zich naar het roer van de Economie.
• onze kwaliteiten beter ontwikkelen; • ons sociaaleconomisch profiel verbeteren; • het regionaal woon- en leefklimaat versterken; • initiatieven vanuit de samenleving faciliteren; • r egionale ontwikkelingen waarnemen en stimuleren; • koppelen aan provinciale, landelijke en Europese ontwikkelingen.
Tenslotte geven wij aan op welke manier wij de uitdaging aangaan om de ambities gestalte te geven. Wij willen samen met maatschappelijke partners en bedrijfsleven komen tot uitvoering en financiering in een adaptief investeringsprogramma voor het Friese IJsselmeerkustgebied tot 2050.
Uitgangspunten:
Doelen: • de identiteit van het gebied (unique sellingpoints) versterken; • de sectorale uitdagingen integraal binnen veranderingsprocessen oppakken en inspelen op kansen door toekomstige ontwikkelingen; • komen tot een adaptief investeringsprogramma tot 2050 met maatschappelijke partners.
10 / 11
800 n. Chr.
3. ONS FRIESE IJSSELMEERKUSTGEBIED 3.1
ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN HET GEBIED
Het landschap van het tegenwoordige Friese IJsselmeerkustgebied vertelt een verhaal dat blootlegt hoe de vorming daarvan door natuurkrachten en in toenemende mate door menselijk handelen tot stand is gekomen. In bijlage I wordt uitgebreid ingegaan op de belangrijkste onderwerpen die in deze paragraaf benoemd zijn.
3.1.1
DE OUDSTE KENMERKEN VAN HET LANDSCHAP
Terwijl IJstijden en de warmere periodes elkaar afwisselen, wordt in de voorlaatste IJstijd de Gaasterlandse Klif opgeworpen door voortstuwend landijs. In de warmere periode na de laatste IJstijd, vestigen jagers-verzamelaars zich hier en vertrekken weer. In een eeuwen durend spel waarin de Noordzee binnen stroomt en zich weer terugtrekt, wordt vanaf 5.000 v Chr. Noord-Nederland gevormd en verrijkt met klei, zand en veenlagen. Mensen stappen langzaam over van een rondtrekkende levensstijl naar een vestigend boerenbestaan. 600 v Chr. worden de eerste terpen gebouwd. Rond 100 na Chr. ontstaat er een brede geul waaruit later de Zuiderzee ontstaat. In de veengebieden van het zuiderzeegebied brengt de mens afw ateringen aan. Bedoeld om grond te bewerken, zorgen ze onbedoeld voor inklinking en bodemdaling. Na stormen eigent de Zuiderzee zich deze gronden weer toe.
3.1.2 ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN De Invloed van de mens neemt toe, met groeiende economisch gedreven kracht. Al in de laat-Romeinsetijd en in de vroege middeleeuwen wordt de doorvaartroute naar het Noordzeegebied gebruikt voor vervoer en handel. Vanaf 800 wordt het landschap als maar meer beïnvloed door economische ontwikkelingen en technische innovaties. Friese Zuiderzeekust is tussen 800 en 1300 de poort tot handel met het gehele Zuiderzee, Noordzee- en Oostzeegebied. Stavoren ontwikkelt zich vanaf de 8e eeuw tot een vooraanstaande Hanzestad. Ook Harlingen, Makkum, Workum, Molkwerum en Lemmer ontwikkelen zich. Aan deze bloei komt een eind als, door stormen en menselijke invloeden, de ligging van de geulstroom rond 1300 zich westwaarts verplaatst. Hierdoor kunnen Amsterdam en het gewest Holland zich ontwikkelen. Op de kruispunten van waterwegen landinwaarts ontstaan steden als Sneek, Bolsward, IJlst en Sloten.
TERPENLANDSCHAP
ZUIDERZEE
Vos, P. & S. de Vries 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 7 september 2018 gedownload van www.archeologieinnederland.nl.
De strijd tegen het water Rond 1200 worden de eerste dijken aangelegd aan de Friese kust voor veiligheid van kustplaatsen en achterl and. In dezelfde tijd worden zijlen (Fries voor sluizen) aangelegd die overtollig water uit het achter land afvoeren en voor bescherming zorgen tegen de zee. Dit verbetert de vaarbewegingen naar het achter land. Op de vlakke binnendijkse landen en op de terpen ontwikkelt zich het boerenbedrijf, dat nog vaak wordt gecombineerd met visserij of binnenvaart. Grote gebieden staan een deel van het jaar onderwater of zijn moeilijk toegankelijk. Daarom zijn waterwegen essentieel voor de handel, binnen het achterland als over de zeeën. Hierdoor ontstaan er vanaf 1500 veel kleine scheepsbouwbedrijfjes. De afwatering verbetert en met het verstrijken van de eeuwen wordt daarover veel kennis opgebouwd. Door de verschillende bodemsoorten (vooral klei en veen) ontstaat in het gebied een afwateringsstelsel met verschillende polderniveaus. Er worden organisatievormen bedacht om dit te beheren. Dit zijn de voorlopers van de Waterschappen. Met het gebruik van afwateringsstructuren doen ook processen van inklinking en bodemdaling hun intrede in het gebied. Bepaalde ontwikkelingen zoals de zelnering (zel = zout, nering = bedrijvigheid) versterken dat. Zo dankt een groot deel van de Friese meren uit de zuidwesthoek van Friesland haar bestaan aan de Zelnering.
Een aantal daarvan zijn later landbouwgrond geworden door inpoldering en ontwatering (de droogmakerijen).
Kalkovens, visserij en scheepsbouw In Makkum ontstaat in de 16e eeuw de fabricage van stenen voor woningbouw. Er ontstaat een omvangrijk complex van kalkovens, waarin men schelpen verbrandt voor kalk, als grondstof voor specie. Deze wordt verhandeld en via het water vervoerd. Later ontwikkelt Makkum de tegelindustrie en Makkumer aardewerk. Hoewel er altijd al visserij in het gebied voorkwam, is visserij tot de 19e eeuw vooral een bijverdienste geweest. Pas tussen 1850 en 1900 ontstonden de eerste vissersvloten. Na het dichten van de Afsluitdijk in 1932 is de Friese Zuiderzeevisserij sterk teruggelopen. Er was een tijdelijke verschuiving van Wadvisserij naar Makkum. Tenslotte versterkt het verbod op kuilvisserij op paling in 1970 de neerwaartse visserij tendens. Ondanks de handelsbetrekkingen en het belang van schepen in het gebied heeft er zich - tot in
12 / 13
de 20e eeuw - geen grote eigen scheepsbouw ontwikkeld. Wel zijn er vanaf 1500 al veel kleine scheepsbouwbedrijfjes. In de 17e en 18e eeuw hebben Makkum, Workum, Molkwerum, Stavoren en Lemmer eigen scheepswerven. Velen gingen failliet, omdat ze vasthouden aan houten scheepsbouw. In Workum schakelt men rond 1900 over op ijzeren scheepsbouw, waaronder stoomboten, klippers en skûtsjes. Nationaal bekend is het skûtsjesilen, een populair Fries cultuurgoed. Dit is een, ‘s zomers jaarlijks terugkerende, serie van zeilwedstrijden op de Friese Meren. Door de toenemende belangstelling voor watersportrecreatie in de 20e eeuw ontstaat groei in productie en onderhoud van zeil- en motorvaartuigen. Hierdoor ontstaat een verschuiving van de maakindustrie van vrachtvaart naar recreatievaart. Men innoveert met metaal - en later ook kunststof toepassing op de vaartuigen. Scheepswerf Royal Feadship - De Vries in Makkum specialiseert zich in de 20e eeuw in luxe jachtbouw van grote exclusieve zeewaardige jachten. De werf concurreert op de internationale markt en is de scheepsbouwtrots van de regio. Zij heeft dependances in heel Nederland en veel gespecialiseerde lokale bedrijvigheid ontleent haar bestaansrecht hieraan.
Lokale kennis en kunde van Waterkwaliteitstechnologie De strijd tegen het water die het gebied kenmerkt, maakt dat de technische innovaties rondom water elkaar opvolgen. De aanleg van de dijken leidt tot de behoefte om overtollig water binnendijks af te voeren. De aanleg van de zijlen is het gevolg, waar ook binnenscheepvaart en scheepsbouw van profiteert. Ontwatering leidt op veenbodemlocaties tot inklinking en bodemdaling. Daaruit volgt waterorganisatie rondom de ontstane verschillende polderniveaus. Een deel van de, door zelnering ontstane meren, zijn later weer drooggelegd voor de landbouw (droogmakerijen). Opgedane kennis maakt dat anno 2018 in het Friese IJsselmeerkustgebied een bedrijfstak is ontwikkeld die zich met waterbeheer bezighoudt en meedraait op wereldniveau, met bedrijven als Landustrie, Spaans Babcock en Paques. Daarnaast is in Leeuwarden het kennisinstituut voor watertechnologie Wetsus ontstaan.
3.1.3 LANDBOUW Landbouw is zó verweven met én karakterbepalend geweest vóór de Friese cultuur en het landschap, dat deze sector van werkgelegenheid hier apart wordt uitgelicht.
De oudste vormen Het gemengde bedrijf is de oudste vorm van landbouw die we kennen in het gebied. Op de terpen vinden we kleinschalige akkerbouw, veeteelt, jacht en visserij. Het boeren in het achterland werd in de middeleeuwen gecombineerd met werk als visser of binnenvaartschipper. Als door nieuwe teeltmethoden de landbouwproductie in heel Europa geleidelijk stijgt, neemt ook de vraag naar meer opslagruimte toe. Rond 1700 verschijnen de voor Friesland kenmerkende kop-hals-romp boerderijen die daaraan voldoen. Er treedt specialisatie op: akkerbouw of veeteelt. Met deze Friese cultuurboerderijen groeit de veestapel per veeteeltbedrijf van 12-15 naar 25-30 stuks grootvee. Hier spreken we van de eerste schaalvergrotingsgolf in de landbouw.
Landbouw innovaties Rondom 1870 en later, volgt er door allerlei technische - en organisatorische innovaties een gouden tijd voor de Friese boeren. In 1879 wordt het Friese Stamboek FRS opgericht. Er wordt gericht gefokt op melkproductie en kracht. Innovaties maken van de boter- en kaasproductie een belangrijke vorm van inkomsten. Tussen 1888 en 1913 worden er diverse boerencoöperaties opgericht, waaruit de melkfabrieken ontstaan die zuivelproducten voor het eerst op grote schaal produceren. Mechanische koeling zorgt voor een sterke groei van export van boter en kaas. Tussen 1914 en 1945 wordt kunstmest ontwikkeld. Hiermee wordt de veengrond beter geschikt gemaakt als landbouwgrond.
MKB en werklocaties Het MKB is goed voor 80 tot 85% van de arbeidsplaatsen in de regio. Daarmee vormt het MKB dé basis van de regionale economie. Vaak gaat het om bedrijven die een sterke regionale binding hebben, maar toch veelal internationaal actief zijn. Daarnaast vormen de werklocaties een belangrijk onderdeel van de regionale economie.
KOP-HALS-ROMP BOERDERIJ
14 / 15
Wederopbouw en overproductie
Veenweidegebieden
Na de Tweede Wereldoorlog is de wederopbouw van Europa leidend. Voedselproductie is topprioriteit en schaalvergroting en mechanisatie hét middel om die op het gewenste peil te brengen. Met Europese subsidies blijven de prijzen voor de consument laag en de verdiensten voor de boeren goed. De tweede schaalvergrotingsgolf (zeventiger jaren): met de ligboxenstallen kan de veestapel per bedrijf groeien naar 70-80 stuks grootvee en komt de agro-industrie tot bloei. De schaalvergroting leidt tot overproductie, dit leidt tot Europese wetgeving waarin melkquota worden vastgesteld. De Wet Milieubeheer van 1994 perkt de landbouw verder in.
In het IJsselmeerkustgebied komen ook veenweidegebieden voor die voor landbouw worden gebruikt en qua bodemopbouw verschillen. Afhankelijk van de bodemopbouw speelt hier in meer of mindere mate de ontwikkeling van inklinking van de bodem door wateronttrekking voor de landbouw. Het raakt de Klimaatverandering door de afgifte van CO 2 bij de afbreek van organische stoffen uit de veenbodem. De inklinking heeft bodemdaling tot gevolg. En dat heeft gevolgen voor landbouw, infrastructuren, vastgoed en binnendijks waterpeilbeheer. De Friese overheden werken, vanuit de in 2015 gezamenlijk opgestelde Veenweide visie, samen met andere instanties aan een aanpak voor heel Friesland. In de uitvoering die volgt op dit ambitiedocument zullen wij daar vanuit het IJsselmeerkustgebied zoveel mogelijk op aansluiten. Om die reden wordt er in dit ambitiedocument verder geen aandacht aan de veenweideontwikkelingen besteed.
Grootschalige veeteelt De laatste schaalvergrotingstendens in de veeteeltsector vond plaats tussen 2000 en 2018 waarbij vee stapels zijn gegroeid naar 200–350 stuks grootvee per bedrijf. Vanaf 2009 wordt het uitrijden van mest verboden en mestinjectie voorgeschreven. De Europese wetgeving begrensd de mogelijkheden van de groei door nieuwe richtlijnen en trekt de melkquota in 2015 in. Als oplossing voor het mestprobleem op bedrijfsniveau en als aanvullende bedrijfstak zien we af en toe mestvergisters in het landschap ver schijnen. Deze worden met gemengde gevoelens door de omgeving ontvangen.
Bijzondere positie Nederlandse landbouw Nederland neemt een bijzondere positie in de wereldlandbouw-productie in. Door de combinatie van toegepaste kennis (Wageningen Universiteit), nationale landbouw organisatie (LTO en Agro-industrie), nationaal - en regionaal waterbeheer (Rijk en Waterschappen), intensieve en gespecialiseerde mechanisatie, sterke lobby in Brussel en de goede Nederlandse wereldhandelspositie zijn wij in staat de hoogste productie per m2 te realiseren en tot een uitstekende zuivel- en landbouwexport te komen. Dat heeft Nederland en de provincie Friesland veel goeds gebracht, maar het heeft ook een schaduwkant.
MESTVERGISTER
MEGASTALLEN
BEMESTING
16 / 17
Kantelpunt balans natuur en landbouw rondom 1850
3.1.4 NATUUR
Tot aan 1850 zijn de landbouw ontwikkelingen nog in balans met de natuur. Grotendeels grondgebonden en hoofdzakelijk gericht op lokale productie en lokale afzet. Het ontstane waterrijke, vlakke platteland is goed voor flora en fauna. Daarna ontstaan de belangrijkste veranderingen met effect op de natuurwaarden. De ontstane grond-ongebonden intensieve veehouderij heeft overproductie en mestoverschotten tot gevolg. Lagere normeringen voor mestgiften zorgen voor een verlies van veerkracht in de bodem; uitputting treedt op. Het uitspoelen van fosfaten naar het grondwater heeft effect op de regionale drinkwaterwinning. Fosfaatverrijking beïnvloedt de natuurwaarden. Biodiversiteit en landschapsdiversiteit nemen af door moderne productiemethoden. Wat Flora en Fauna betreft is er aan de ene kant een algemene afname van soorten terwijl aan de andere kant een specifieke toename is van ongewenste soorten, waaronder predatoren en exoten. Daarnaast loopt het weidevogelbestand in aantallen terug, ondanks provinciale weidevogelbeheervergoedingen.
Met de tijd zijn ook de natuurwaarden veranderd in het gebied. Als vanaf het jaar 800 de economische ontwikkelingen toenemen, ontstaan er ook andere natuurlandschappen. De Zuiderzee is onderdeel van een stelsel van kreken, kwelders en geulen dat met het getij water in en uit het gebied brengt en tegelijkertijd het water van de IJssel en de Vecht afvoert. Aan de kust en landinwaarts wordt het landschap steeds meer vormgegeven door economische activiteiten. Als natuurkrachten in het spel zijn, ontstaan er door stormen en overstromingen soms grotere meren. Waarvan sommige later ook weer ontwaterd raken. De aanleg van de dijken vanaf 1200 heeft als doel de invloed van de natuurkrachten terug te dringen. Als de Zuiderzeestadjes aan de kust en de landbouw landinwaarts zich verder ontwikkelen, krijgt het landschap de eerste uiterlijke kenmerken die we nu nog steeds herkennen.
Van historie vindt er in Gaasterland gemengd bedrijf plaats. De afgelopen jaren is er in dit gebied een veranderend gebruik van landbouwgrond waar te nemen. Ook is er de afgelopen jaren een veranderend gebruik van landbouwgrond in Gaasterland te zien. Steeds meer percelen worden aangewend voor bloembollenteelt. Hierdoor verdwijnt steeds meer grasland. De teelt zorgt voor overlast door verstuiving van de nagenoeg kale percelen in combinatie met zware bestrijdingsmiddelen. Dit zorgt voor onrust in de Mienskip. Het zo unieke Friese weidelandschap - één van de kernwaarden van het gebied - wordt steeds minder uniek.
Effecten door landbouw Met de toenemende rationalisatie in de landbouw in de 20e eeuw nemen de plas-dras locaties land inwaarts sterk af. Ook verdwijnt het traditionele kleine geultjespatroon in de weiden door de aanleg van drains. De fosfaatrijke mestinjectie heeft effect op het bodemleven en leidt tot uitspoeling van nuttige mineralen. Depositie van stikstof tast de bossen aan door verzuring. De bossen van Gaasterland en de overige Natura2000 gebieden langs de Friese IJsselmeerkust ondervinden hier last van.
Gevolgen van de Afsluitdijk
Alternatieven Er zijn ook andere signalen. Een deel van de boeren stapt over op biologisch boeren en haalt de verdienste uit de meerprijs die er op het biologische product ligt. In juni 2018 publiceert het dagblad Trouw een opinieonderzoek onder bijna 2.300 boeren en boerinnen. Hieruit blijkt dat de helft binnen tien jaar wil overschakelen naar een duurzamere vorm van landbouw. Zo ontstaat een beweging naar natuur inclusieve landbouw. Ook wordt er binnen een agrarisch collectief nabij Workum samengewerkt voor verb etering van de weidevogelstand langs de Friese IJsselmeerkust. Ondersteunt door de provincie werken zij samen met natuurorganisaties en It Wetterskip Fryslân. Hun beheersgebieden zijn niet robuust genoeg voor de gehele kuststrook. WEIDEVOGELS
Na het dichten van de Afsluitdijk in 1932 is de ecologische kwaliteit in het dan ontstane IJsselmeer sterk achteruit gegaan. Het ontbreken van gradiënten wordt algemeen beschouwd als een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van de natuurwaarden van het IJsselmeer. Daarnaast is het peilregime van belang. De huidige regulering van het IJsselmeer is tegennatuurlijk, waarbij het winterpeil laag is en het zomerpeil hoog. Er vindt alleen zeer beperkte, gecontroleerde doorstroming plaats, wanneer er wordt gespuid bij eb en gesluisd voor de scheepvaart. De verbinding met Waddenzee en met het achterland (binnendijks Friesland) is minimaal. De migratie van vissen via de IJsseldelta en de visstand zijn dramatisch afgenomen.
Bestaande natuurwaarden De natuurwaarden buitendijks bestaan uit zandplaten, slikken en de Gaaster klif. De waarden, die voorheen door de getijden onder water kwamen te staan, blijven nu als eilanden voor de kust liggen. Hier ontstaan nieuwe natuurwaarden. Het zijn inmiddels vogelrijke, natte, zoetwatergebieden geworden, met nieuwe paaigebieden voor sommige vissoorten. MAKKUMER STRAND
GAASTERLANDSE BOSSEN
18 / 19
3.1.5
RECREATIE
Recente ontwikkelingen
Een goed te onderbouwen schatting uit beschikbare gegevens van de overheden zegt dat ongeveer 10% van de beroepsbevolking in het Friese IJsselmeerkustgebied werkzaam is in de recreatiesector. Het belang van recreatie voor de werkgelegenheid in het gebied is daarmee groot. Daarom wordt ook recreatie apart toegelicht.
Een jonge historie Van alle economische ontwikkelingen is recreatie de jongste. Begin 20e eeuw komt toerisme voorzichtig op gang, doordat de elite de historische pracht en praal van de Zuiderzeestadjes bezoekt. Rondom 1910 is er het begin van een strand- en badcultuur en ontstaan de eerste sport- en zeilverenigingen. Het gebied werd gewaardeerd om haar stilte, de Zuiderzeecultuur en de verzichten aan beide kanten van de dijk. Na de Tweede Wereldoorlog stijgt de welvaart langzaam maar gestaag. Met meer vrije tijd, de auto als vervoermiddel, de invoering van vakantie en geld daarvoor, komt recreatie voor meer mensen beschikbaar. Eind jaren ‘50 worden de eerste campings geopend in Hindeloopen en Lemmer. In Makkum ontstaat De Holle Poarte en in Workum It Soal. Er is een groeiende markt in de watersport. Het Friese meren gebied stond al bekend als zeilregio; de motorvaart kan daar goed bij aansluiten. Door het toenemen van de faciliteiten langs de vaarroutes, stijgt het aantal toeristen dat komt voor de watersportrecreatie en de unieke kwaliteiten van het gebied. Tegelijkertijd ontwikkelt zich de horeca aan en langs het water. Er komen jachthavens in Stavoren en Lemmer en stranden in Makkum, Workum en Lemmer. Ook wordt in 1998 het Woudagemaal in Lemmer opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Met de recente afronding van het Friese Merenproject is ook een vaarroute door het Friese weidegebied ontstaan, aansluitend op reeds bestaande vaarwegen. Hiermee is de route ontsloten voor motorvaartuigen. In de motorvaartuigenbouw groeit het aandeel elektrische vaartuigen, met aparte routes die de exclusieve rust van het gebied benadrukken. Recent is het ontstaan van de Kite- en windsurfcultuur langs de lengte van IJsselmeerkust. Ook camperrecreatie neemt toe. Tenslotte is in het voorjaar van 2018 op Kornwerderzand het Afsluitdijk Wadden Centrum geopend. Vanwege de gunstige ligging aan de A7 op de Afsluitdijk heeft dit centrum het potentieel om uit te groeien tot een belangrijke toeristische trekpleister voor Noord-Nederland.
Verwachte ontwikkelingen recreatiesector De afgelopen jaren is waar te nemen dat het aantal vaarbewegingen met zeil- en motorvaartuigen gestaag terugloopt. Tegelijkertijd groeit de recreatiesector jaarlijks. Zelfs de recessie van 2008 heeft daar weinig invloed op gehad. Voor de exploitatie van het Afsluitdijk Wadden Centrum is onderzocht wie de Afsluitdijk bezoeken en welke potentiële doelgroepen dat nog gaan doen. De uitkomsten van het onderzoek aan gevuld met andere informatie uit het gebied zelf en die door het NBTC (zie bijlage I § 3.1.5), leidt tot de conclusie dat er kansen zijn voor een aantal recreatiedoelgroepen. Het gaat om de binnenlandse toerist, de internationale toerist uit Europa en de intercontinentale toerist uit Azië en Noord- en Zuid-Amerika.
WATERRECREATIE BAD CULTUUR
20 / 21
Daarnaast is een kwaliteitsslag op sectoronderdelen zelf gewenst. Aan nieuwe vakantieparken en attracties kan behoefte blijken, maar meerdere vakantieparken zijn verouderd. De vitaliteit van deze parken staat onder druk. Er zijn signalen dat dit, net als in andere provincies, verkeerd gebruik in de hand werkt. Een herstel van de vitaliteit is nodig met meer comfort, kwaliteit en diversiteit van verblijfsaccommodaties voor alle inkomensklassen.
HollandStories
Friesland wordt in mei 2018 door de Lonely Planet-guide geplaatst in de top 3 van beste onbekende Europese vakantiebestemmingen. Voor Friesland, betekent dat wereldwijde aandacht. De internationale ‘Best in Europe-campagne’ wordt over de hele wereld door de media overgenomen. Daarnaast leidt de verworvenheid van Leeuwarden als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 tot een uitgebreid en gevarieerd programma van culturele activiteiten in heel Friesland. Dit zorgt voor grote aandacht voor Leeuwarden en Friesland. Als vaste erfenis zijn in de steden van het 11-steden-traject 11 fonteinen geplaatst. Er wordt gewerkt aan het vasthouden van deze aandacht onder de noemer ‘legacy of Culturele Hoofdstad 2018’. HierI Dutch liggenFood kansen voor het gebied. I Mondrian & De Stijl & Cuisine I In the footsteps of I Dutch Castles & Van Gogh Country Houses I The Dutch Golden Age I Liberation Route I Hansa Towns I Land of Water I Flowers
HollandStories
I Dutch Food & Cuisine I Dutch Castles & Country Houses I Liberation Route I Land of Water I Flowers
I Mondrian & De Stijl I In the footsteps of Van Gogh I The Dutch Golden Age I Hansa Towns
3.2
UITGANGSPUNTEN DOOR VERSCHILLENDE TRANSITIES
De uitdagingen van de toekomst liggen in een aantal verschillende transities. Het woord transities betekent hier geleidelijke verandering. Het gaat dan om veranderingen die er verwacht worden niet direct te zien zijn, maar effecten geven over een langere periode, die wel waargenomen kunnen worden. Hieronder wordt kort weergegeven om welke transities het gaat, hoe zij met elkaar in verband staan en wat de verwachtingen erover zijn. In hoofdstuk 4 verbinden wij deze transities met de andere onderwerpen uit hoofdstuk 3 en geven wij aan op wat voor manier wij met deze transities om willen gaan. In bijlage II wordt uitgebreid ingegaan op achtergronden.
3.2.1 KLIMAATVERANDERING OP KOMST De wereld staat voor een klimaatverandering. Temperatuurfluctuaties hebben in de lange geschiedenis van de aarde gespeeld door IJstijden en warmere periodes. Onder klimaatwetenschappers is er algehele consensus dat komende klimaatverandering aan de mens kan worden toegeschreven. De oorzaak is de uitstoot van CO 2 veroorzaakt door het verbranden van fossiele brandstoffen van de afgelopen 150 jaar. Als, zoals verwacht, de gemiddelde temperatuur op aarde met 2 tot 3,5 graden Celsius stijgt, dan smelten de ijskappen smelten en stijgt de zeespiegel. Daarnaast kunnen door de temperatuurstijging allerlei verschillende, zichzelf versterkende effecten optreden. Hierdoor kunnen ontwikkelingen sneller gaan dan eerder werd verwacht. Nederland neemt de zeespiegelstijging serieus. Er zijn daarom verschillende scenario’s ontwikkeld om hiermee om te gaan. Verwachtingen voor het Nederlandse klimaat zijn: mildere winters, warmere zomers en minder vaak, maar veel heftiger neerslag. Hoewel het voornemen om een peilstijging in het IJsselmeer door te voeren niet direct met de zeespiegelstijging te maken heeft, wordt er wel verwacht dat de neerslag verandering op termijn de drinkwatervoorraad in Nederland negatief kan beïnvloeden.
Op de klimaatconferentie van Parijs in 2016 zijn internationale afspraken gemaakt om de CO 2 uitstoot terug te dringen op een niveau waarop de temperatuurstijging niet hoger wordt dan 2 graden Celsius maximaal. SMELTENDE IJSKAPPEN
Let the Holland Stories inspire you for a visit to Holland www.holland.com/stories
Let the Holland Stories inspire you for a visit to Holland www.holland.com/stories
22 / 23
3.2.2 ENERGIETRANSITIE VAN FOSSIEL NAAR DUURZAAM IS NOODZAKELIJK
3.2.3 WERELDWIJDE AFNAME VAN BIODIVERSITEIT EN GRONDSTOFFEN
We vinden in de hele menselijke geschiedenis het gebruik van fossiele brandstoffen terug. Maar de schaal waarin dit gebeurt sinds de industriële revolutie is exponentieel. Het grootste deel van de technieken en voorzieningen voor onze welvaart zijn opgebouwd rondom het gebruik van fossiele brandstoffen. Een omslag naar een volledig elektrische samenleving is mogelijk, want vrijwel al onze technieken kunnen op elektriciteit werken. De verduurzaming daarvan is dus belangrijk. Er zijn daarvoor diverse alternatieve technieken beschikbaar. Zonne- en windenergie zijn bekende technieken. Zij kunnen alleen stroom leveren als de zon schijnt of de wind waait. Zonnepanelen zijn populair bij individuele woningbouw, maar ook het plaatsen van zonneweiden onder een samenwerking van betrokken inwoners komt op gang. Er verrijst een windpark in het IJsselmeer voor de kust van Makkum. Het draagvlak voor grote windmolens is echter laag.
De terugloop van biodiversiteit wereldwijd gaat de afgelopen decennium snel. Urbanisatie, het kappen van tropische regenwouden en het in gebruik nemen van grote stukken natuur voor de landbouw, zorgen hiervoor. Hierdoor worden veel dieren- en plantensoorten met uitsterven bedreigd. Ook verkeerd gebruik van de bodem na het kappen kan leiden tot verwoestende modderstromen bij hevige regenval in berg gebieden of verwoestijning op vlakten.
De opslag van duurzame energie is de grootste uitdaging van dit moment. De ontwikkeling van grotere accusystemen als regionale energievoorziening of binnen (openbaar) vervoer is gaande. Gecombineerd met digitale techniek heeft dit veel potentieel. Ook geothermische energie voor warmte en elektriciteit heeft een groot potentieel, maar is beter geschikt voor steden dan platteland en is zeker nog geen beproefde techniek. De ontwikkeling van waterstof als brandstof gaat traag, maar lijkt veelbelovend. Kernenergie is geen veilig alternatief, vanwege radioactief afval.
Delving van grondstoffen dient gecontroleerd te worden om leefomgeving en natuur te beschermen. Het ontbreken van milieuwetgeving ter plaatse leidt tot een tekort aan controlerende instanties. Zodoende kan grondstofdelving leiden tot grote milieuverontreiniging en grondstofuitputting. Deze vormen een gevaar voor de volksgezondheid lokaal en bij verspreiding ervan ook regionaal. De wereldgrondstoffenvoorraad is eindig. Wat van biologische aard is kan via land- en bosbouw worden geteeld. Wat uit de aarde gedolven moet worden niet. Nu de grondstoffen schaarste toeneemt, loopt ook de prijs op en wordt het financieel rendabel om afvalstoffen als grondstof te zien. Een weg naar een circulaire economie ligt open. Daardoor ontstaat een kans en uitdaging om de grondstofkringloop rond te maken.
DUURZAME MOBILITEIT
FOSSIELE GRONDSTOFFEN
24 / 25
3.2.4 GROEI VAN DE WERELDBEVOLKING
3.2.5 DEMOGRAFISCHE TRANSITIE
Het is de verwachting dat de wereldbevolking door de toenemende welvaart wereldwijd zal groeien van 7 miljard in 2018 naar 9,3 miljard mensen in 2050. Vanaf 2008 wonen er wereldwijd meer mensen in de stad dan op het platteland. De trek naar de stad voor werkgelegenheid en een betere toekomst blijft groot. Het is de verwachting dat de bevolking in Azië, Afrika en Zuid-Amerika voorlopig nog groeit en dat de bevolking in Europa en Noord-Amerika stabiliseert en langzaam daalt. Dit heeft te maken met de demografische opbouw van de bevolking in de groeiende en dalende werelddelen. Europa en Noord-Amerika bevinden zich in de aflopende curve. Het is de verwachting dat op termijn ook de nu nog groeiende werelddelen daarmee te maken krijgen, waardoor de wereldbevolking stagneert en langzaam daalt.
De waargenomen trend in de wereldbevolking voor de westerse samenleving zien we ook terug in Nederland. We nemen krimp van de bevolking waar in noordoost-Friesland, noordoost-Groningen, de Achterhoek, Zuid-Limburg en het zuidelijke deel van Zeeland. In deze gebieden daalt de bevolking tot 2040 met 16%, zo is de verwachting. Deze krimp wordt veroorzaakt door een toenemende vergrijzing van de bevolking (stijging levensverwachting) en ontgroening door het wegtrekken (en niet weer terugkeren) van kansrijke jongeren. Vaak verlaten zij het gebied voor een studie of werkgelegenheid in de steden. Hierdoor groeien de steden gemiddeld en daalt de bevolking op het platteland.
Bruikbaar water is van grote invloed op de voedselproductie, op de bevolkingsgezondheid en op het functioneren van ecosystemen. Van die 9,3 miljard mensen in 2050 wonen er naar schatting 7 miljard in delta’s. De belangen op het gebied van veiligheid, volksgezondheid en voedselproductie zijn daar enorm. 71% van het aardoppervlak bestaat uit water. De klimaatverandering heeft directe invloed op water, waterkringlopen en waterkwaliteit. Watertemperaturen stijgen, zuurstofgehaltes nemen af en vervuiling neemt toe. De beschikbaarheid van (bruikbaar) water staat onder druk. Er is een directe relatie met de groei van de wereldbevolking, de uitputting van grondstoffen, de klimaatverandering en de afname van de biodiversiteit.
In het IJsselmeerkustgebied zijn deze verschijnselen ook terug te zien in de beschikbare data. Alleen is de terugloop van de bevolking op het platteland en in de kleine- en middelgrote kernen nog beperkt. Ook hier is de verwachting dat de nabij gelegen steden Sneek, Bolsward, Joure en Leeuwarden nog groeien tot 2040-2050 en daarna stabiliseren. Tegelijkertijd dempt de toegenomen auto mobiliteit de krimp. Immers een groot deel van de bevolking werkt in de steden, maar woont op het platteland. Die mobiliteit heeft er ook toe geleid dat er in de kleine kernen weinig voorzieningen meer zijn, want het doen van boodschappen en inkopen wordt vaak gecombineerd met werk.
26 / 27
3.3
TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN
De wereld is in verandering. Daarvan zijn een aantal belangrijke ontwikkelingen hierboven al genoemd. Hoe ziet de wereld er in de toekomst uit? Om dit nader te onderzoeken zijn er op 16 november 2017 en 24 januari 2018 twee werksessies geweest onder leiding van Ruud Veltenaar, hoogleraar filosofie en verbonden aan de UVA en MIT in Boston, USA. Aan de werksessie hebben ook maatschappelijke partners en het bedrijfsleven deelgenomen. Samen zijn de ontwikkelingen bekeken en onderzocht op kansen voor het gebied. Sinds de ontwikkeling van de computer vindt er een digitale revolutie plaats. Deze ontwikkeling oefent met exponentiele kracht invloed uit op alle sectorale ontwikkelingen. Internet is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Het zorgt voor ongekende kansen op het gebied van globalisering en internationalisering en versterkt de 24 uurs-economie, maar hervormt ook kennis, zowel aan de kant van het onderwijs als die van het individu. Sociale media maken van de aarde een dorp en van iedere wereld burger een dorpsgenoot.
Er wordt ook gewerkt aan kunstmatige intelligentie. Nano - en moleculaire technologie ontketent een medische ontwikkeling met ongekende toepassingen die de levensduur van mensen zal verlengen. Tegelijkertijd zien we dat – door gebrek aan grondstoffen - mondiaal de aandacht verschuift naar duurzaamheid en een meer circulaire economie. Ook in de energiewereld zien we dat fossiele energie haar leidende positie langzamerhand moet afstaan aan meer duurzame alternatieven. De digitale revolutie maakt dat, de eerst nog sectorale en lineair gerichte ontwikkelingen, elkaar inmiddels onderling zodanig beïnvloeden dat een meer integrale benadering alleen nog sturing biedt. De digitale snelweg verbindt mensen, maakt ze mondig en ondersteunt nieuwe sociale structuren, waardoor de samenleving in haar geheel verandert. Naast de materiële behoefte ontstaat er meer behoefte aan zingeving. Dit beïnvloedt de rol van de overheid: meer in co-creatie of in samenwerking met de Mienskip en bedrijfsleven zaken realiseren.
Door digitale techniek te koppelen aan bestaande technieken ontstaan telkens en steeds sneller nieuwe innovaties. Digitale technologie maakt binnen aanzienbare tijd onbemand bestuurde vervoersmiddelen en in-colonne-rijden-op-de-snelweg mogelijk. Vrijer, sneller en schoner. In diverse sectoren ontstaat robotisering. Het zal banen gaan kosten, maar levert ook nieuwe werkgelegenheid op. Het ‘internet of things’ zal meer digitale technieken met elkaar verbinden.
28 / 29
4. ONZE AMBITIES “Rust, ruimte en reuring, in een veranderende wereld”. Dat is niet voor niets de titel van ons ambitiedocument. Beweging en ontspanning zijn belangrijk in een wereld waar de complexiteit toeneemt. Die complexiteit ontstaat door een combinatie van toenemende maatschappelijke verandering, gevoed door technische innovaties die mogelijkheden creëren en die mens en economie zullen beïnvloeden. De aantrekkingskracht van het Friese IJsselmeerkustgebied is de rust en weidsheid op de dijk, op het water en in de weiden, de ruimte en de openheid van het landschap, gecombineerd met de in het gebied verspreide dorpjes en stadjes. Die kernwaarden zijn relevant voor nu en voor de toekomst, omdat meer mensen die kernwaarden zullen zoeken om te kunnen ontspannen.
Er liggen kansen op het gebied van klimaatverandering en wereldbevolkingsgroei. Want bruikbaar water is van grote invloed op de voedselproductie, op de bevolkingsgezondheid en op het functioneren van ecosystemen. De klimaatverandering heeft directe invloed op water, waterkringloop en waterkwaliteit. Watertemperaturen stijgen, zuurstofgehaltes nemen af en vervuiling neemt toe. De beschikbaarheid van (bruikbaar) water staat onder druk. Van de verwachte 9,3 miljard mensen in 2050 wonen er naar schatting 7 miljard in delta’s (78% wereldbevolking). Dit brengt risico’s en kansen met zich mee op het gebied van veiligheid (overstromingen), volksgezondheid (ziektes) en voedselproductie (droogte/verzadiging). 71% van het aardoppervlak bestaat uit water.
Wij hebben daarom gekozen voor thema’s die passen bij het gebied: water, cultuur, natuur, energie en economie omdat ze de krachten zijn die het gebied in het verleden hebben vormgegeven en wij zijn ervan overtuigd dat zij dat ook in de toekomst zullen doen.
De historisch opgebouwde regionale kennis en kunde van waterkwaliteitstechnologie kan wereldwijd bijdragen tot vooruitgang op het gebied van waterzuivering, het voorkomen van ziektes en het herstel van kwetsbare natuur. Dit leidt tot meer en hoger gespecialiseerd onderwijs en werk in de regio. De binnen eigen instellingen ontwikkelde Friese kennis en kunde, getest in eigen proeftuinen zoals het IJsselmeer en de watersystemen van It Wetterskip, leidt tot een prominente marktpositie op de kennismarkt. Dit geldt tevens op de productiemarkt waar kennis wordt toegepast op innovatieve productontwikkelingen waar wereldwijde vraag naar is. Regionaal zal deze ontwikkeling leiden tot een toonaangevend water systeem dat de functies van landbouw en natuur, recreatie en wonen, optimaal bedient en bijdraagt aan een verminderde CO 2 uitstoot. Een watersysteem is een dynamisch en complex geheel dat bestaat uit opper vlaktewater, grondwater en de daarmee samenhangende waterbodems, oevers en kunstwerken alsmede de daarin levende organismen.
De in hoofdstuk 3 genoemde ontwikkelingen zijn te verdelen in: ontwikkelingen vanuit de cultuurhistorie; economische ontwikkelingen en wereldwijde ontwikkelingen. Hoewel de ene ontwikkeling een logischer verband met het Friese IJsselmeerkustgebied lijkt te hebben dan de ander, komen ze wel allemaal samen. En juist de koppeling van de verschillende ontwikkelingen maakt dat er een groot aantal kansen ontstaat voor het gebied. En die kansen vormen de bouwstenen voor onze ambities. De verschillende ontwikkelingen komen samen in de gekozen ambities. Onderling ontstaan er overeenkomsten en verbindingen.
4.1
WATER
De eeuwenlange strijd tegen het water in het Friese IJsselmeerkustgebied resulteert in het beschermen tegen en het tot nut brengen van het water. Dat heeft de waterweerbaarheid van de regio gemaakt tot wat het nu is. De historisch ontstane band met het water resulteert ook in kennis en kunde op het gebied van waterkwaliteitstechnologie. Niet voor niets heeft zich hier in dit deel van de wereld een bedrijfstak ontwikkeld die zich met waterbeheer bezighoudt en meedraait op wereldniveau, met bedrijven als Landustrie, Spaans Babcock en Paques. In Leeuwarden is watermanagement en kennisinstituut Wetsus ontstaan.
Onze ambities voor water zijn:
• Wereldmarktleider waterkwaliteitstechnologie • Toonaangevend watersysteem
30 / 31
4.2
CULTUUR
Cultuur bepaalt de identiteit van het gebied en zorgt ervoor dat het gebied is geworden wat het is, met al haar materieel en immaterieel erfgoed. Die cultuur manifesteert zich in lokale klederdracht, gebruiken of typische Friese spelen en landschappelijke vormgeving en stedenbouw. Van de historische dorpjes en stadjes, via het nieuwe Afsluitdijk Wadden Centrum tot het Woudagemaal en van 11 steden tot de erfenis van Culturele Hoofdstad 2018. Culturele aspecten vormen al decennialang een belangrijke drijfveer voor toeristische bezoeken aan het gebied. Friezen kennen de waarde van hun culturele omgeving. Het is de Friese Mienskip, de Friese inborst, de Friese taal, de sociale cohesie en het ‘Fries zijn’ dat daarvoor gezorgd heeft. Zij vormt de sleutel tot succes voor de toekomst. Door sterkere ‘branding’ van Friese cultuur wordt deze (inter)nationaal aantrekkelijker en beter herkend. Dit leidt tot meer toerisme en meer werkgelegenheid in de recreatie, toerisme - en toeleverende sectoren. Versterking van een regionaal karakter in lijn met geschiedkundig perspectief leidt tot sterke regionale “branding” en zorgt op die manier voor internationale bekendheid en inkomsten. Dit levert op haar beurt weer op dat Friezen “grutsk” (trots) zijn op hun evenwichtig doorontwikkelde cultuur.
Ook het vasthouden van de aandacht van Leeuwarden als Culturele Hoofdstad van Europa in 2018 levert verschillende belangrijke mogelijkheden voor cultuur op. Want de Friese cultuur is een open en gastvrije cultuur met respect voor andermans normen en waarden. Wij willen cultuur productontwikkeling op ‘grand cru’ niveau.
Onze ambitie voor cultuur is:
• (Inter)nationale bekendheid Friese IJsselmeercultuur
4.3
NATUUR
Ook in het Friese IJsselmeergebied is afname van biodiversiteit waar te nemen. Toch kent de Friese IJsselmeerkust nog een bijzonder divers landschap, relatief hoge aantallen weidevogels en vooral een hoge potentie voor het behoud daarvan. Daarnaast hebben de Gaasterse bossen nog steeds hun pracht en natuurwaarden.
Natuur als vormende kracht laat zien dat zij het laatste woord heeft. De natuur dwingt ons respect af. Die natuur en haar stilte vormt een belangrijk onderdeel van de beleving en de aantrekkingskracht van het gebied voor de recreërende mens. Natuur floreert daar waar het met rust wordt gelaten of als het onder een natuurgericht beheer geplaatst wordt. De natuurwaarden zijn een belangrijk element in de beleving van het Friese IJsselmeergebied en dragen bij aan het gevoel van rust en ruimte.
Onze ambitie voor natuur is:
• Maatgevend natuurontwikkelaar voor het behalen van milieu en klimaatdoelstellingen
4.4
ENERGIE
De belangrijkste oplossing voor het energievraagstuk is een spoedige transitie van het gebruik van fossiele energie naar duurzame energiebronnen als motor voor economische- en sociaal maatschappelijke ontwikkelingen. Energiebehoefte heeft in de 16e eeuw het noordoostelijke deel van het Friese merengebied doen ontstaan, vanwege de vraag naar turf. En ook tegenwoordig bepaalt energie het landschap. Met moderne windmolens en grootschalige zonneparken ontwikkeld voor duurzame energieopwekking. Het draagvlak daarvoor is echter wisselend. In de zomer van 2016 is door de Friese overheden gestart met een strategische aanpak voor duurzame energie. Deze is in 2017 uitgemond in de ‘Friese Energiestrategie – de bouwstenen’, die wordt omarmd door het bedrijfsleven en de Mienskip in de provincie. Deze strategie deelt Friesland op in deelgebieden en stad en platteland. Per deelgebied zijn kansen en mogelijkheden voor de toekomst geschetst. In dit ambitiedocument sluiten wij aan op de hoofdlijnen voor deelgebied Zuidwest-Friesland en op de uitkomsten voor het platteland. Wij nemen daarom de uitgangspunten van de Friese Energiestrategie mee in het vervolg van dit ambitiedocument.
Onze ambities voor energie zijn:
• Toonaangevend innovatief producent duurzame energietechnieken • Energie-neutrale regio
Wij zien de mens als gebruiker en hoeder van de natuur. Wij zijn ons hiervan bewust en doorgronden de potentie van de natuur. Deze dient als uitgangspunt voor herstel, behoud en realisatie van die natuur. Het handelen van de mens heeft effect op het milieu en het welzijn van de aarde. Daarom leidt zorgvuldig omgaan met de natuur en het milieu tot behoud voor komende generaties. Friesland moet daarom actief sturen op de zorgvuldige omgang met de natuur om duurzame resultaten te behalen. Innovaties zijn geen doel maar een middel hierin.
32 / 33
4.5
ECONOMIE
Het landschap is veranderd onder invloed van economische ontwikkelingen. Visserij aan de kustplaatsjes, veeteelt en melkproductie op de kop-hals-romp boerderijen in de weiden, vervoer van mens en transport van goederen over water naar de steden landinwaarts, de tegelindustrie op de klei, maar ook de scheepsbouw aan het water. Wij onderkennen dat veranderingen in de economie en het werklandschap tot een aanvullende ruimtevraag kan leiden. Om de op MKB drijvende lokale economie maximaal te faciliteren, moeten we zorgen voor kwalitatief goede werklocaties. Daarnaast dienen we adaptief te zijn in de programmering daarvan. Het gaat om een goede balans in vraag en aanbod, waaronder zuinig ruimte gebruik. En om het behoud van kwalitatief waardevolle landschappen én het optimaal benutten van bestaande terreinen en voorzieningen. Daarvoor zijn gericht geprofileerde terreinen nodig. Locaties die meerwaarde bieden ten opzichte van reguliere terreinen en een uniek vestigingsklimaat bieden. Een sterke economie is afhankelijk van grondstoffen. De wereldgrondstoffenvoorraad is schaars en eindig. Nu de schaarste toeneemt, loopt ook de prijs van afvalstoffen op en wordt het financieel rendabel om afvalstoffen als grondstof te zien. Een weg naar een circulaire economie ligt open. Wij gaan die weg bewandelen en formuleren hieronder een ambitie voor circulaire ontwikkelingen.
Bovendien formuleren wij, vanwege hun bijzondere positie binnen de regionale economie, ook ambities voor de landbouw-, de recreatie- en de toerismesector.
4.5.1 CIRCULAIR Een circulaire economie is gericht op sluitende ketens van grondstof via productie en gebruik tot hergebruik. Om de kwaliteit van het gebied te behouden is dat ook noodzakelijk. Het is nodig dat inwoners en gasten zich bewust zijn van het circulaire karakter van de Friese economie en hun rol daarin en bijdrage daaraan. Gebruikte grondstoffen en hergebruikte materialen zijn onderdeel van een cyclus die verspilling tot een minimum beperkt en hergebruik stimuleert. De Friese circulaire economie hoort een beleving op te roepen die sterk is en voelt als een positieve beweging waarvan iedereen deel wil uitmaken. Door de circulaire aanpak zullen problemen in toenemende mate rond vervuiling afnemen. Er moet meer begrip komen voor het tot stand komen van verantwoorde producten en de bereidheid om hier hogere prijzen voor te betalen. Dit leidt tot efficiënt gebruik en het stoppen van verkwisting.
Onze ambitie voor een circulaire economie is: • Europees kampioen circulaire economie
4.5.2 RECREATIE & TOERISME 10% van de beroepsbevolking in dit gebied is werkzaam in de sector recreatie en toerisme. En met de sterke jaarlijkse groei van meer dan 10% van buitenlandse toeristen, heeft de Friese IJsselmeerkust volop kansen zich verder te ontwikkelen tot een sterk toeristische cluster vergelijkbaar met de Noordzeekust en de Waddeneilanden. De gestage groei van toerisme in Friesland gekoppeld aan de kansen voor een aantal recreatiedoelgroepen biedt potentieel voor de ontwikkeling van nieuwe producten en arrangementen. En de nominatie van Friesland als onderschatte reisbestemming in Europa door de Lonely Planet-guide is tegelijkertijd een welkom geschenk voor internationale aandacht voor het gebied. Het is belangrijk om de kansen te pakken die er liggen voor bijvoorbeeld de eerdere genoemde recreatiedoelgroepen waaruit de sterke jaarlijkse groei van buitenlandse toeristen bestaat. Belangrijk daarbij is dat de recreatiestromen en het toeristenverblijf op verantwoorde wijze/schaal en op geconcentreerde plekken moeten plaatsvinden. Het sturen van toeristenstromen leidt tot geconcentreerde werkgelegenheid en een beheersbare overlast.