CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III - Ambitiedocument (2019)

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Oanbiedingsdokumint Iselmaraginda18.743 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.2.4 GROEI VAN DE WERELDBEVOLKING IN AZIË EN AFRIKA EN AFVLAKKING IN DE WESTERSE WERELD Het is de verwachting dat door de toenemende welvaart wereldwijd de wereldbevolking zal groeien van 7 miljard in 2018 naar 9,3 miljard mensen in 2050 (lit.12). In 2008 heeft de mensheid de grens gepasseerd dat er meer mensen wonen in de stad dan op het platteland. De trek naar de stad voor werkgelegenheid en een betere toekomst is en blijft groot. Het is de verwachting dat de bevolking in Azië, Afrika en Zuid-Amerika voorlopig nog zal groeien en dat de bevolking in Europa en Noord-Amerika zal stabiliseren en langzaam zal gaan dalen. Dit heeft te maken met de demografische opbouw van de bevolking in de groeiende en dalende werelddelen. Als de welvaart toeneemt, goed onderwijs beschikbaar is voor mannen en vrouwen en de participatie van vrouwen in de werkgelegenheid toeneemt, stabiliseert het geboorteoverschot en neemt de gezinsgrootte en daarmee op de duur de bevolkingsomvang af. In deze aflopende curve bevinden Europa en Noord-Amerika zich. Het is de verwachting dat op termijn ook de nu nog groeiende werelddelen daarmee te maken zullen krijgen, waardoor de wereldbevolking langzaam zal dalen. Bruikbaar water is van grote invloed op de voedselproductie, op de bevolkingsgezondheid en op het functioneren van ecosystemen.

Van die 9,3 miljard mensen in 2050 wonen er naar schatting 7 miljard in delta’s. De belangen op het gebied van veiligheid, volksgezondheid en voedselproductie zijn daar enorm. 71% van het aardoppervlak bestaat uit water. De klimaatverandering heeft directe invloed op water, waterkring­ lopen en waterkwaliteit. Watertemperaturen stijgen, zuurstofgehaltes nemen af en vervuiling neemt toe. De beschikbaarheid van (bruikbaar) water staat onder druk. Er is een directe relatie met de groei van de wereldbevolking, de uitputting van grondstoffen, de klimaatverandering en de afname van de biodiversiteit.

De wereldgrondstoffenvoorraad is eindig. Wat van biologische aard is, kan via land- en bosbouw worden geteeld. Wat uit de aarde gedolven moet worden niet. Dit geldt voor fossiele brandstoffen, grondstoffen

56 / 57

3.2.5 DEMOGRAFISCHE TRANSITIE De waargenomen trend in de wereldbevolking voor de westerse samenleving zien we ook terug in Nederland. Hier nemen we krimp van de bevolking waar in delen van de grensprovincies. In deze gebieden daalt de bevolking met 16% tot 2040, zo is de verwachting. Het gaat om Noordoost-Friesland, Noordoost-Groningen, de Achterhoek, Zuid-Limburg en Zuid-Zeeland (lit.13). Deze krimp wordt ver­oorzaakt door een toenemende vergrijzing van de bevolking (stijging levensverwachting) en ontgroening door het wegtrekken (en niet weer terugkeren) van kansrijke jongeren. Vaak verlaten zij het gebied voor een studie in één van de steden of vinden zij werk in de stad. Als gevolg hiervan groeit de bevolking in de steden en krimpt de bevolking op het platteland. In het IJsselmeerkustgebied zijn deze verschijnselen ook terug te zien in de beschikbare data. Alleen is de terugloop van de bevolking op het platteland en in de kleine- en middelgrote kernen nog beperkt. Ook hier is de verwachting dat de nabij gelegen kernen Sneek, Bolsward, Joure en Leeuwarden nog zullen groeien tot 2040-2050 en daarna stabiliseren (lit.14). Tegelijkertijd dempt de toename van de mobiliteit, bijvoorbeeld door de auto, de krimp. Immers een groot deel van de bevolking werkt in de steden, maar woont op het platteland en in de kleine- en middelgrote kernen.

Die mobiliteit heeft er ook toe geleid dat er in kleine kernen bijna geen voorzieningen meer zijn. Het doen van boodschappen en inkopen wordt vaak gecombineerd met werk. Om het voorzieningenniveau op het platteland en in de kleine- en middelgrote kernen te onderzoeken en op peil te houden heeft de gemeente Súdwest-Fryslân in 2015-2016 het proces van de Clusteragenda uitgevoerd (lit. 15). Feitelijk heeft hier een dialoog plaatsgevonden tussen gemeente en de Mienskip van het platteland en de kleine- en middelgrote kernen. Daar zijn 8 thema’s uitgekomen die weergeven wat de Mienskip vindt. Voorop staat het belang van goede digitale verbindingen. Daarnaast zijn veilige fiets­ verbindingen van belang voor de schoolgaande jeugd, is er behoefte aan goedkope huur- en koopwoningen voor jongeren, staat de toekomst van de ouderenzorg onder druk en zijn er zorgen over het behoud van ontmoetingsplaatsen en het aantrekken van nieuwe vrijwilligers. Ook de ontwikkeling van kleine bedrijvig­ heid en recreatieve voorzieningen zijn punten van zorg.

58 / 59

BRONNENLIJST

VERKLARENDE WOORDENLIJST

1. Cultuurhistorische IJsselmeerbiografie, synthese met ruimtelijke karakteristieken als bouwstenen voor ontwikkeling, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Ministerie van OWC, 2017.

Circulaire economie De circulaire economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde­ vernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd.

2. Cultuurhistorische IJsselmeerbiografie, Friesland, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Ministerie van OWC, 2017. 3. De bakermat van de Nederlandse zuivelindustrie, Willem en De Wit, uitgeverij De witte veer, 1995. 4. Langetermijneffecten van verminderde fosfaatgiften, Van der Zalm en Schouwmans, WUR, 2011. 5. Collectief beheersplan van de Agrarische Natuurvereniging De Súdwesthoeke, 2012. 6. Kennisdocument Trends & ontwikkelingen Friese leefomgeving, provincie Fryslân, Leeuwarden, 2018. 7. Vismigratierivier Afsluitdijk, haalbaarheid en projectplan, Programma: naar een rijke Waddenzee, DLG, 2013. 8. Een verkenning naar landschap en cultuurhistorie, It Fryske Gea, 2017. 9. Prognose ontwikkeling recreatievaart 2030, 2040, 2050, i.o.v. Rijkswaterstaat, Recreatieadvies, Lelystad, 2018. 10. KNMI’14 Climate Change Scenarios, KNMI, 2014. 11. Friese Energiestrategie – De bouwstenen, Berenschot i.o.v. regiegroep Friese energiestrategie, 2016. 12. The World Population Prospects, UN, 2017. 13. Indeling krimp en anticipeerregio’s in Nederland, ministerie van I&M, 2015. 14. Prognose bevolkingsontwikkeling, provinsje Fryslân, 2017. 15.

Notitie Clusteragenda – proces, uitkomsten en vervolg, gemeente Súdwest-Fryslân, 2017.

Fosfaat Fosfaat (P 2 O 5) is een van de belangrijkste grond­ stoffen voor de productie van voedsel. Het is een verbinding van fosfor met zuurstof. Zowel mensen, dieren als planten hebben fosfaat nodig om te kunnen leven. Mensen en dieren krijgen fosfaat binnen via voedsel. Planten halen fosfaat uit de bodem. Fossiele brandstoffen Fossiele brandstoffen zijn energiebronnen die zijn ontstaan uit versteende resten van plantaardig en dierlijk leven in het geologisch verleden van de aarde. Bekende voorbeelden van fossiele brand­ stoffen zijn steenkool, aardgas en aardolie. Gebiedsagenda Een gebiedsagenda is een gezamenlijk product van Rijk en regio en staat voor een integrale benadering van het ruimtelijk fysieke domein. Het gaat over het economisch vestigingsklimaat, verstedelijking, bereikbaarheid, water, energie, natuur en land­ schap. Het is ook een ‘voorraadkamer’ voor de besluit­ v orming over programma’s en projecten in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT). Op basis van een gezamenlijke visie zijn opgaven gedefinieerd en vertaald in projecten en acties waar gedeelde belangen spelen. Gradiënten Geleidelijke overgangen in bodemsoort, grond­ water­ t ype en grondwaterstand die tot gevolg hebben dat de daar aanwezige vegetatie veelal gevarieerder is.

Inklinken Ook wel klink genaamd, is het proces van volume­ vermindering van grond door verdroging of ont­ trekken van grondwater. Klink kan bijvoorbeeld ontstaan bij bemaling in een polder. Internet of things Internet of Things (IoT) staat voor het (tijdelijk) verbinden van apparaten met internet om gegevens te kunnen uitwisselen. De verwachting is dat er op den duur meer intelligente apparaten dan mensen op internet zitten. Voorbeelden zijn slimme thermo­ meters, koelkasten, sportkleding met sensoren. Kapen Een kaap is een in zee (of in een meer) uitstekend kustgedeelte, dat de uiterste punt vormt van een gebergte of natuurlijk verhoogd land. Mestvergister Een mestvergister is een gasdichte silo waarin biogas uit de biomassa gewonnen kan worden. Mienskip Mienskip is het Friese begrip voor de gemeenschap of samenleving. Deze is traditioneel vaak hecht in Friesland, men onderneemt veel met elkaar en helpt elkaar waar nodig. Nano - en moleculaire technologie Nano – en moleculaire technologie zijn technieken die het mogelijk maken te werken met zeer kleine deeltjes in de grootte-orde van nanometers (afkorting nm, een miljardste van een meter). People-Planet-Profit Is een term uit de duurzame ontwikkeling. Het staat voor de drie elementen people (mensen), planet (planeet/milieu) en profit (opbrengst/winst), die op harmonieuze wijze gecombineerd zouden moeten worden.

De term werd bedacht door John Elkington, een adviseur op het terrein van duurzame ontwikkeling.

60 / 61

VERKLARENDE WOORDENLIJST Stakeholder Letterlijk is dit een belanghebbende. Hier bedoelen wij: een stakeholder is een persoon of organisatie die invloed ondervindt (positief of negatief) en/of zelf invloed kan uitoefenen op een organisatie, een overheidsbesluit of een project. Scope Scope is een term waarmee de aard, omvang en beperkingen van een project, proces, programma of opgave worden aangeduid. Door het vaststellen van de scope wordt bepaald wat hier wel en niet onder valt. Er is sprake van een scope wijziging als er aanpassing lopende het project, proces, programma of opgave aanpassing van de gemaakte afspraken plaatsvindt.

Fotograaf: Daniël Hartog

Zelnering In gebieden waar het veen doordrenkt was geweest met zeewater en daardoor rijk aan natrium was kon zout gewonnen worden. De naam voor een dergelijke laag veen die zich onder zeeklei of zand bevindt is darink. De darink werd uitgegraven en verbrand in een speciale oven. Aan de overgebleven as werd water toegevoegd en uitgekookt, waarna zout over­­ bleef. Dit proces heet selnering of zelnering, een naam waar het Latijnse woord sal, dat ‘zout’ betekent, in te herkennen is. Zijlen Zijl is in Noord-Nederland het woord voor (spui)sluis. In het Fries spreekt men van `syl`, in het Gronings van `ziel` en in het Oostfries van `siel`. Het woord is verwant aan het werkwoord: sijpelen, wat doorlaten van water betekent.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11779684/1