CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage II - Jaarverslag Gearhing 2020

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Fusy en jierrekken Gearhing/Odyssee31.065 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

4.7 Strategisch Personeelsbeleid HRM (Human Resource Management) Bij zowel de politiek als de bonden wordt er steeds meer vanuit gegaan dat de professionals in de scholen meer regie nemen in het eigen werk. Dit zien we terug in de cao-PO.

Werkgevers verwachten meer betrokkenheid en leggen meer verantwoordelijkheid en initiatief bij de medewerker. Voorbeelden zijn: «

de verantwoordelijkheid voor professionalisering ligt bij de medewerker

«

opnemen van peer review in de normjaartaak

«

meebeslissen door medewerkers over (de verdeling van) hun inzet en taken op schoolniveau etc.

Gearhing biedt medewerkers de ruimte om meer regie te nemen in het eigen werk, in ons strategisch beleidsplan spreken we over het zelfmanagement van professionals. In aansluiting op het strategisch beleidsplan en de cao is ons integraal personeelsbeleid aangepast en is dit verder ontwikkeld. We hebben In 2020 het volgende gerealiseerd: «

Diverse pop-up bijeenkomsten, wat heeft geresulteerd in nieuw beleid rondom onder meer peerreview, toewijzing formatie en herziening directiefuncties;

»

Herziening functieboek, (aanpassing directiefuncties, toevoegen functie leraarondersteuner);

»

Herziening toewijzing formatie aan de scholen/ OT's. Uitgaande van de vraag wat nodig is, in plaats van het toewijzen van formatie op basis van rekenregels.

Bij Gearhing wordt van iedere medewerker een personeelsdossier bijgehouden. Een directeur kan zich bij gecompliceerde personeelsdossiers laten bijstaan door P&O. Het aanleggen en bijhouden van een dossier behoort tot de verantwoordelijkheden van de leidinggevende. Gearhing heeft de gesprekkencyclus en het functieboek op orde. In het kader van het strategisch beleids­ plan is een pilot gestart waarbij we meer uitgaan van een peer-to-peer benadering voor de gesprekkencyclus, namelijk appraisel â assessment, (a&a). De directeuren hebben aan deze pilot deelgenomen. In 2019 hebben de we pilot voor de leraren en beleidsmedewerkers voorbereid. Dit heeft zijn vervolg in 2020. Echter, het enthousiasme voor de pilot was beperkt. Om die reden hebben we een pop-up georganiseerd voor leraren, met als doel te onderzoeken wat een goede manier van peer-review is en hoe zich dit verhoudt tot de gesprekkencyclus. Jaarverslag Gearhing 2020 29

ter idErftif-cnlie

Ook in dit verslagjaar hebben we enkele exit trajecten doorlopen, zowel op vrijwillig verzoek als na een intensief traject van coaching en begeleiding. Er zijn geen transitievergoedingen uitgekeerd. In alle gevallen hebben de medewerkers gebruik gemaakt van een scholingstraject of loopbaancoaching.

4.8 Vervanging, vervangersbureau en It Ferbiningspunt Samen met het Scholennetwerk de Basis en Stichting Primus organiseert Gearhing de vervanging van afwezig personeel, vanuit een gezamenlijk vervangersbureau. Het streven is elke drie maanden intakegesprekken te voeren met nieuwe invalkrachten. We zien het aantal aanmeldingen voor de vervanging afnemen in verband met het lerarentekort. Directeuren monitoren deze aspirant-medewerkers met een beoordelings- systematiek.

We hebben binnen het basisonderwijs te maken met de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Dat betekent o.a. dat de ketenbepaling van kracht is: na 6 maal een kort contract (invalwerk) heeft de invalkracht recht op een benoeming voor onbepaalde tijd. Uitgezonderd ziektevervanging. Dit heeft dus grote gevolgen voor de kortdurende vervanging en kan leiden tot grote financiële risico's voor Gearhing (teveel personeel).

Om de nadelige consequenties van de WWZ te tackelen en elkaar te ondersteunen bij de inzet van vervangers, werkt Gearhing samen met omringende schoolbesturen en is tot een boven bestuurlijk, regionaal en denominatie-overstijgend vervangingsbureau gekomen: It Ferbiningspunt. Alle deelnemende schoolbesturen hebben eigen invalkrachten in dienst, (de poolers) en deze kunnen worden ingezet binnen de andere schoolbesturen, indien nodig.

Er ontstaat een tekort aan invalkrachten. Niet alleen de WWZ is hier debet aan: steeds meer invallers haken af of moeten een halfjaar 'in de wacht' omdat de schoolbesturen naast het inzetten van eigen poolers niet nog meer risico's kunnen en willen dragen. Scholen kunnen ook steeds minder invallers vinden, zowel de invallers die in dienst komen van een stichting, als de invallers die via het Ferbiningspunt beschikbaar zijn.

Naast een samenwerking op het gebied van vervangers, is een samenwerking voorgezet om de instroom van herintreders en zij-instromers te realiseren, (projectmiddelen zij-instroom). Bij deze samenwerking zijn Gearhing, 4 besturen en de NHL/Stenden betrokken. Dit project krijgt een vervolg, waarbij we gaan onder­ zoeken of gezamenlijke werving 8i selectie mogelijk is. Dit is een onderdeel van de regionale aanpak lerarentekort. Gearhing neemt ook deel aan de regionale aanpak personeelstekort. We hebben een afgevaardigde in de stuurgroep en medewerkers nemen deel in diverse deelprojecten, (zij-instroom, recruitment, loopbaanpaden en begeleiding van startende medewerkers, ambassadeursscholen).

4.9 Vervangingsfonds, Participatiefonds en ERD Vervangingsfonds Gearhing is Eigen Risico Drager (ERD) en is derhalve niet meer aangesloten bij het Vervangingsfonds voor ziektevervanging. Bij volledige ERD is er nog wel een verplichting tot het betalen van premie aan het Vervangingsfonds voor solidariteitsheffing en BGZ, totaal 0,1554 in 2020.

Eigen Risico Drager Gearhing berekent voor de voorziening Eigen Risico Drager een opslag van 654 over de loonsom. Hierdoor ontstaat een budget van ca C 420.000 waar ziektevervanging uit bekostigd kan worden. Dit is voldoende voor de bekostiging van vervangingen.

Participatiefonds Gearhing volgt vigerende wet- en regelgeving ten aanzien van ontslag en eventuele uitkeringen. Gearhing heeft als doel te voldoen aan de criteria van de Instroomtoets van het Participatiefonds en draagt zorg voor een correcte afhandeling van de Instroomtoets. Jaarverslag Gearhing 2020 30

ter idmlil :.iíe

5.

Middelen

5.1 Huisvesting De kwaliteit van de schoolgebouwen is essentieel voor goed onderwijs. Huisvesting kan bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs, de verhoging van de productiviteit en het aantrekken van nieuwe leerlingen. Gearhing streeft voor haar scholen een huisvestingssituatie na die past bij haar visie op het onderwijs. Daarin wordt voorzien in vergaande afstemming en samenwerking met partners in educatie, welzijn en zorg, en een verankering in de sociaal-maatschappelijke omgeving.

Bij het ontwikkelen van bouwplannen voorziet het bestuur daar waar gewenst en mogelijk in multifunctionele gebouwen die een integrale benadering van het opgroeiende kind stimuleren.

Algemeen De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het binnenonderhoud, buitenonderhoud van (en aanpassingen aan) het schoolgebouw. Een gemeente is conform de wet verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van adequate voorzieningen in de onderwijshuisvesting. Het schoolbestuur is in eerste instantie verantwoordelijk voor het bieden van adequaat onderwijs aan de leerlingen. Daarnaast is het schoolbestuur verantwoordelijk voor de instandhouding van het schoolgebouw en de school. De voorzieningen in de onderwijshuisvesting waarvoor de gemeente volgens de wet verantwoordelijk is, staan genoemd in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Vervangende nieuwbouw, uitbreidingen, herstel van constructiefouten en herstel/vervanging van schade aan gebouw, verzekeringen, OZB, eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair blijven een verantwoordelijkheid van de gemeente.

Ruimtebehoefte en capaciteit De capaciteit van een schoolgebouw drukken we uit in m2 bruto vloeroppervlak. Op basis van het leerlingenaantal wordt de daadwerkelijke ruimtebehoefte van een school berekend. Door het opstellen van leerlingenprognoses schatten we de ruimtebehoefte in van een school op korte, middellange en lange termijn. Op basis van de gemeentelijke prognoses is voor zowel de korte, middellange als de lange termijn nog steeds een afname in het leerlingenaantal te zien.

Huisvestingslasten in relatie tot het aantal kinderen De rijksvergoeding die Gearhing ontvangt is onvoldoende om het gewenste niveau van duurzaamheid en binnenmilieu te kunnen realiseren. Extra investeren in huisvesting is wettelijk niet toegestaan. Door de daling van het aantal kinderen is er sprake van niet bekostigde overcapaciteit. De normatieve vierkante meters ruimtebehoefte (het aantal vierkante meters waarvoor Gearhing rijksvergoeding ontvangt) wordt vergeleken met het feítelijk aantal vierkante meters. Ook wordt een vergelijking gemaakt met de normvergoeding aantal groepen en de huidige groepslokalen. Door de daling van het aantal kinderen is er sprake van genormeerde leegstand.

Jaarverslag Gearhing 2020 31

ter idmlil :.iíe

5.2 Beheer en onderhoud LindHorst huisvestingsadviseurs voert het onderhoudsbeheer en de onderhoudscoördinatie uit, voor 19 van de 24 scholen waarvan Gearhing juridisch eigenaar is. Het gaat hier concreet om planning, beheer, coördinatie, rapportage, onderhoudsbegeleiding en bouwbegeleiding.

Eind 2018 is een meervoudig onderhandse aanbesteding voor de uitvoeringscoördinatie van het beheeren onderhoud voor 2019 en 2020 gehouden. De opdracht is gegund aan wederom LindHorst. Er is voor een relatief korte periode gekozen vanwege de beoogde fusie van Gearhing en Odyssee.

Medio 2019 zijn de meerjaren onderhoudsplannen geactualiseerd. Dit op basis van een fysieke herinspectie op locatie op basis van de kwaliteitsnorm NEN 2767. In 2020 zijn de plannen geïndexeerd. De meerjaren onderhoudsplannen omvatten zowel het jaarlijks- en contractonderhoud als het meerjaarlijks (preventief) binnen- en buitenonderhoud. De scholen van Gearhing regelen het klachten- en calamiteitenonderhoud op OT-niveau zelf.

Voorziening onderhoud schoolgebouwen Het planmatig onderhoud is bovenschools vastgelegd in een meerjaren onderhoudsplan (MJOP). Het onderhoudsbeheer en de onderhoudscoördinatie worden op stichtingsniveau uitgevoerd door LindHorst huisvestingsadviseurs. leder jaar wordt een programma opgesteld waarin het planmatig onderhoud van de scholen is opgenomen. Om een goed beeld te vormen van de kosten die de komende járen voor rekening van Gearhing komen, is er een doorrekening gemaakt voor 20 jaar (2020 t/m 2039). Op basis van de huidige onderhoudsplannen heeft Gearhing over een periode van 20 jaar het volgende budget nodig: Jaarlijks budget gem.

Budget cyclus 20 jaar

Planmatig onderhoud

C 382.483

C 5.446.299

Jaarlijks onderhoud (contract- en calamiteiten-onderhoud)

C 65.309

C 907.573

Onderhoud

Uitvoering planmatig onderhoud Het schoolbestuurlijk cyclisch (planmatig) onderhoud is uitgevoerd conform een vastgesteld programma. Het programma is, na toetsing op noodzakelijkheid, urgentie en prioriteit, in oktober 2019 vastgesteld. De kosten komen ten laste van de onderhoudsvoorziening. Van de 24 scholen wordt het onderhoud aan de binnen- en buitenzijde van 19 scholen in eigen beheer uitgevoerd. Hiermee was in 2020 een bedrag van C 382.483 gemoeid exclusief de begeleidingskosten.

Door een gezamenlijke aanbesteding met meerdere schoolbesturen, zijn diverse voordelen op financieelen uitvoeringsgebied behaald. De onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd door diverse bedrijven die vooraf zijn geselecteerd op basis van ervaring, prijs en kwaliteit. Nagenoeg alle werkzaamheden uit de jaarplanning zijn in het verslagjaar uitgevoerd.

Jaarverslag Gearhing 2020 32

ter idmlif-i.i1 ť

nd lor St I budgetoverzicht SVE STINGS ADVISEURS

: Gearhing r : 200191 : 8januari 2021 : 1

BEDRAGEN INCLUSIEF BTW

L0

GRON DROSTEN

11

- Bouwkundig

103 045

103 966

103 966

100075

1.2

-Deken

71.471

71471

1.3 1.4

-Schilderwerk

95 377

95 377

71470 95.377

-Vloeren

80 211 95 387 35 134

9739

9.739

9.739

1.5

-Zonwering

15.325

8 339

8 339

8.339

1.6

- P lafond

3933

1.7

-Terrein

7.982

6855

6.855

5.705

1.8

-Een W installaties

-

1.9 110

- Beveiliging - Reinigen

35 990 6.234 35 879

18.276

18276

18 276

111

-overig (leegstand)

16.079

16.079

16.079

2D

HONORARIUM

2.1

- LmdHorst

2.202

36 300-

16.079

3.0

ONVOORZIEN

3.1

- onvoorzien

59.419

3.2

- meer- en mmderwerk

9 378

9 378

9 378

gg-ffi» I

?*1 W I

W 4?Ş 1

TĢTĄftlPŲPĢETHUtMyţHM*

|

ffţ-W? |

Dotatie onderhoudsvoorziening De totale omvang van de jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening aan de hand van de meerjaarlijkse onderhoudsplannen van alle scholen wordt op bestuursniveau bepaald. De dotatie aan de onderhoudsvoorziening per school wordt naar rato van de rijksbekostiging groepsafhankelijke kosten vastgesteld. De onderhoudsvoorziening is over de genoemde 20 járen positief en dekkend.

De dotatie aan de onderhoudsvoorziening in 2020 bedraagt C 300.000 (2019: C 246.699).

Duurzaamheid Gearhing laat voor 10 van haar scholen een Duurzame Vastgoed Investeringsplannen (DVIP) opstellen. De basis van goed en volledig onderhoud, is een geactualiseerd MJOP op basis van een zogenaamde 'nulmeting', waarin de huidige staat van het onderhoud inzichtelijk is. De uitkomsten zijn noodzakelijk voor het opstellen van een DVIP. De scholen die binnen 5jaar in aanmerking komen voor renovatie/ nieuwbouw of de grote multifunctionele accommodaties worden buiten beschouwing gelaten.

DVIP Het DVIP geeft Inzicht wanneer energiebesparende maatregelen het beste kunnen worden ingepland of waar mogelijk zijn te combineren met het gepland onderhoud. Er wordt een energieprestatieadvies gemaakt als grondslag voor het te vervaardigen DVIP. Jaarverslag Gearhing 2020 33

ter idmlil :.iíe

Voor het DVIP worden drie verschillende duurzaamheidscenario's doorgerekend. Dit zijn als volgt gedefinieerd: - Alle wettelijk verplichte energiebesparende maatregelen die binnen 10 jaar worden terugverdiend; - Alle maatregelen die binnen 20 jaar kunnen worden terugverdiend; - Alle maatregelen die binnen de resterende exploitatieperiode van de school worden terugverdiend en eventueel leiden tot een aardgasvrije school. De werkzaamheden worden uitgevoerd in het verslagjaar 2021. De kosten voor het opstellen van een DVIP voor 10 locaties bedragen C 19.965 incl. BTW.

Ventilatie op Scholen (Covid-19) In het verslagjaar is uitvoerig gesproken over het binnenklimaat op onze scholen. Dit in relatie tot de landelijke discussie over ventilatie en het Coronavirus. In oktober is besloten om een onderzoek te laten uitvoeren naar het C02 gehalte in de lokalen op alle scholen. Installatieadviseur Enodes heeft, in samenwerking met onze huisvestingsadviseur LindHorst, deze metingen verzorgd. Gedurende een etmaal zijn de temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en het C02 gehalte gemeten. De waarden zijn getoetst aan de uiterste grenswaarden voor C02 van 1.200 PPM en bij scholen die gebouwd zijn na 2012, aan de uiterste grenswaarden van 950 PPM. In de basis is gekeken of er wordt voldaan aan het bouwbesluit (op basis van de uitgangspunten tijdens de bouw van de school) en of er recirculatie van "vieze" lucht kan plaatsvinden. Voor alle scholen geldt met deze uitgangspunten, dat ze voldoen aan het bouwbesluit en dat er geen recirculatie van lucht kan plaatsvinden. Uit de metingen is gebleken dat er vijf scholen, net onder de gestelde wettelijke normen scoren t.a.v. C02. Dat wil zeggen dat er gemiddeld onder de 1200 PPM C02 aanwezig is in de betreffende ruimte, maar wel regelmatig pieken boven de 1200 PPM geconstateerd zijn. Besloten is om in overleg met de scholen te onderzoeken welke aanvullende maatregelen nodig zijn bij deze vijf scholen.

Dit om de ventilatie op het gewenste niveau te krijgen. Bij een tweetal scholen (de Reinbôge in Bantega en De Wynbrekker in Oosterzee) zijn de gemeten C02 gehaltes hoger dan de gestelde grenswaarden. Dit betekent dat we als schoolbestuur onze verantwoordelijkheid nemen en gaan kijken naar de aanpassingen die in het schoolgebouw gedaan kunnen worden om de ventilatie en daarmee het binnenklimaat te verbeteren. De adviseurs van LindHorst en Winkelman Engineering ä Consultancy ondersteunen ons bij het opstellen van een plan van aanpak, waarna we middels een aanvraag via de gemeente, een beroep zullen doen op de Specifieke uitkering ventilatie in scholen (SUVIS).

Integraal Huisvestingsplan gemeente De Fryske Marren In de zomer van 2018 heeft het college ingestemd met het geactualiseerde IHP. In de actualisatie van het IHP zijn de uitkomsten van de gesprekken met de schoolbesturen (scenario's), de nieuwe opheffingsnorm, de leerlingenaantallen en de geactualiseerde leerlingenprognoses opgenomen. Het beleidskader van het huidige IHP is door de gemeenteraad in 2016 vastgesteld, inclusief de bevoegdheid van de raad om te beslissen over nieuwbouw/renovatie voor basisscholen kleiner dan 80 leerlingen. De ontwikkelingen zijn uitgewerkt in scenario's per regio. Om de ontwikkelingen in gemeente De Fryske Marren goed inzichtelijk te maken, worden de ontwikkelingen in het IHP per regio omschreven. Het IHP is een dynamisch document. Schoolbesturen en gemeente overleggen minimaal eenmaal per jaar over de huisvestingsaanvragen in relatie tot het IHP en de eventuele gewijzigde omstandigheden.

Jaarverslag Gearhing 2020 34

ter idmlil :.iíe

5.3 Ontwikkelingen (samenwerking, fusie, sluiting) Regio Tjeukemeer Zuid In dit gebied is een duurzame oplossing voor het onderwijs nodig, met oog voor goed kwalitatief onderwijs maar waarbij ook bereikbaarheid van het onderwijs, de gebouwensituatie nu en in de toekomst en de betaalbaarheid belangrijke aandachtspunten zijn. Het voorbestaan van enkele scholen komt in gevaar, gezien de daling van het aantal leerlingen naar onder de opheffingsnorm. Uit onderzoek blijkt er geen draagvlak voor bestuurlijke samenwerking te zijn, daarop heeft Gearhing het initiatief genomen om te onderzoeken of een nieuw te bouwen school, samen met kinderopvang, in het gebied Bantega, Echtenerbrug en Oosterzee mogelijk was. Met nadrukkelijk een uitgestoken hand naar het schoolbestuur van CBO Meilân om in een later stadium wel aan te haken. Met behoud van eigen identiteit. Voorwaarde was dat er een substantieel aantal kinderen de nieuwe school gaat bezoeken. Daarvoor is nodig dat de Gearhing scholen in Bantega, Echtenerbrug en Oosterzee samen opgaan in een nieuwe school. Dit is helaas niet gelukt, MR en ouders van Bantega hebben zich vorig jaar juni tegen een scholenfusie uitgesproken, waarna is besloten om te onderzoeken of het scenario van een fusieschool, door een fusie van basisschool Twa Yn len te Echtenerbrug en basisschool de Wynbrekker te Oosterzee, haalbaar en kansrijk is.

Na een intensieve periode van informatie-uitwisseling, hoor en wederhoor, discussies en belangen afwegen, hebben de beide MR'en op verzoek van het bestuur van Gearhing een niet bindend advies uitgebracht om wel of niet een (kansrijk) fusietraject op te starten. Ondanks dat een ouderpeiling geen overtuigende meerderheid liet zien, voor of tegen een fusie, vinden de MR'en het zwaar wegen, dat zonder fusie, openbaar onderwijs hoogstwaarschijnlijk zal verdwijnen uit de regio. Uiteindelijk valt de keuze van de MR'en op het in stand houden van de Twa Yn len als fusieschool en sluiting van de Wynbrekker. Hoewel het wettelijk zo gesteld is dat MR'en in deze fase adviesrecht hebben, vinden bestuur en directie, na lezing van het advies, dat dit recht ook in kan grijpen op de verhoudingen in een dorp, of zelfs dorpen. Met dit sentiment in het achterhoofd hebben bestuur en directie, gelezen het advies van de MR'en en teams, alles overwegende en afgezet tegen de ouderpeiling, een onderbouwd besluit genomen om af te zien van het opstarten van een fusietraject tussen de Twa Yn len en de Wynbrekker. Uit een ouderpeiling blijkt dat er te weinig leerlingen vanuit Oosterzee meegaan naar de fusieschool in Echtenerbrug. Er is (te) weinig groeipotentieel voor een fusieschool, de kans is reel dat het leerlingenaantal binnen een jaar alweer onder de norm komt en de discussie opnieuw start.

Dit betekent feítelijk het sluiten van beide scholen op het moment dat er 23 of minder leerlingen (wettelijke opheffingsnorm) op de school zijn ingeschreven, daarmee verdwijnt het openbaar onderwijs in de regio.

Regio Balk OBS 't Hazzeleger en RKBS Sint Ludgerus zijn samen gehuisvest in één accommodatie. De samenwerking tussen beide basisscholen op het gebied van gebouwbeheer is goed. De overdracht van het gedeeld juridisch eigendom van de accommodatie is middels een beheerregeling in september 2020 geregeld. Dit door bemiddeling van TRIP advocaten en notarissen.

Op basis van de staat van het gezamenlijke schoolgebouw van de Sint Ludgerus en 't Hazzeleger, de renovatie/ uitbreiding die nog heeft plaatsgevonden en de boekwaarde, is er op korte termijn geen reden voor renovatie of vervangende bouw. In 2020 is gebleken dat het Centrumplan Balk geen meerwaarde biedt voor vestiging van het basisonderwijs. Dit betekent voor de beide scholen dat 2030 blijft staan voor renovatie/ nieuwbouw van de huidige schoolaccommodatie. In gezamenlijkheid is in het verslagjaar gesproken over intensivering van de samenwerking en overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs in Balk. Dit met als doel het versterken van het regionaal onderwijsaanbod. In 2021 krijgt dit een vervolg. Jaarverslag Gearhing 2020 35

ter idmlif-i.i1 ť

Integraal Huisvestingsplan 2017-2027 gemeente Súdwest-Fryslân Het basis- en speciaal onderwijs is volop in beweging als het gaat om fusies en sluiting van scholen. Het IHP is geactualiseerd op het gebied van deze fusies en geeft inzicht in de toekomstige opgave als het gaat om adequate onderwijshuisvesting. Ook in het gebied van Littenseradiel dat op 1 januari 2018 bij SWF is aangesloten. Het IHP is in directe samenwerking met de schoolbesturen opgesteld. Daarnaast is de kennis uit de clusteragenda's en de dóórontwikkeling IKA (integrale kind aanpak) verweven in dit IHP. Het karakter en de status van dit plan is beleidsmatig. Het IHP krijgt in de komende járen concreet vorm bij de vaststelling van het jaarlijkse programma onderwijshuisvesting. In het verslagjaar 2020 is een gestart met een evaluatie van het IHP. De urgentie om gezamenlijk naar de toekomst te kijken ligt in prognose-gegevens die een versnelde krimp laten zien tussen 2020 en 2035. De 15-jarige periode, die maatgevend is voor de beoordeling van vervangende nieuwbouw van scholen, is in eerste instantie te analyseren op grond van cijfers. Immers het aantal leerlingen maakt uit of er voldoende vergoeding binnenkomt om de kosten te dekken. Gemeentelijke verordening en rijksbekostiging maken hier de dienst uit of wel dit is de systeemwereld van feiten en cijfers. Echter... voor een update IHP is meer nodig.

Het zou een misvatting zijn om analyse en daaruit voortvloeiende scenario's eenzijdig op basis van wetten en regels in te steken. Ook bij schoolgebouwen wordt vaak vergeten dat de behoefte van leerlingen, bewoners en verenigingen wordt gepolst. Hoe ziet die leefwereld eruit en kan het gebouw daarin mee veranderen?

Ontwikkelingen De scholen in Witmarsum werken op dit moment weinig samen. Ambitie om hier toe te werken tot een IKA. It Leech (Pingjum) heeft op dit moment 26 leerlingen. De verwachting is dat deze de komende vier jaar open blijft, met een leerlingenaantal onder de gemeentelijke opheffingsnorm maar boven de 23. Een fusie met De Utskoat, is vooralsnog niet aan de orde. Gearhing zet verdere stappen richting het onderzoeken van de haalbaarheid van een streekschool voor Boazum, Wiuwert en Easterwierrum. Alle scholen zitten rond of net boven de gemeentelijke opheffingsnorm. Samenwerking met Itens ligt niet voor de hand. Itens is meer georiënteerd richting Easterein/Wommels. De Romte zit blijvend rond de 30 leerlingen.

Kindcentrum Workum Ter vervanging van de huidige schoolgebouwen van de openbare basisschool De Pipegaal en de christelijke basisschool It Finster in Workum heeft het College van B&W van de gemeente Súdwest-Fryslân op 10 november 2015 een positief besluit genomen inzake nieuwbouw. De schoolbesturen hebben de wens uitgesproken voor een gezamenlijke huisvesting in de kern van Workum. Doel van de nieuwbouw is het realiseren van een optimale huisvestingssituatie, ruimtewinst door gezamenlijk gebruik van ruimten, samenwerking en kwaliteitsverbetering. Op dit moment is een fusie of samenwerkingsschool niet aan de orde. In oktober 2019 is alsnog besloten om de kinderopvang (KidsFirst) op termijn te huisvesten in de nieuwe accommodatie. In dezelfde periode liep ook het traject 'Rolpeaľ. Inmiddels staat er een prachtig nieuw sportgebouw. De bouw en alle overleggen met betrekking tot de Rolpeal hebben voor vertraging gezorgd voor de bouwplannen van de beide scholen. Vertraging, waardoor plannen moesten worden bijgesteld aan de nu geldende maatstaven en richtlijnen van de gemeente. De architect van dit nieuwe 'Kindcentrum Workum' is architectenbureau Kristinsson uit Deventer. Ze staan bekend om hun creatieve en inspirerende vertaling in de scholenbouw. Het hele bouwproces wordt begeleid door LindHorst huisvestingsadviseurs.

De beide scholen hebben een onderwijsvisie voor de toekomst ontwikkeld, die vertaald wordt in de bouw van beide scholen. Het wordt een geheel duurzaam gebouw. Het schoolgebouw voldoet aan de onderwijskundige visie van de scholen en aan de minimale vereisten van Frisse scholen Klasse B. Door beide onderwijsorganisaties wordt extra geïnvesteerd in meer zonnepanelen waardoor we met het gebouw nu voorlopen op het bouwbesluit en klaar zijn voor de toekomstl De aanbesteding voor de bouwkundige- en installatietechnische zaken vindt in april 2021 plaats. Aanvang bouw zomer 2021, oplevering juli 2022. Ingebruikname begin schooljaar 2022-2023. Jaarverslag Gearhing 2020 36

ter idmlil :.iíe

Gemeente Leeuwarden en Waadhoeke Leeuwarden In het verslagjaar Is samen met de onderwijskoepels gewerkt aan een afronding van het vlekkenplan 20142018 dat vooral in het teken stond van de IKC-ontwikkeling. 2020 is ook het jaar waarin de voorzieningenplanning 2021-2030 is vastgesteld. ICS Adviseurs werd gevraagd om een nieuwe voorzieningenplanning, met een scope tot 2030, te schrijven. In verband met de gebiedswijziging (2018) heeft de gemeente nu ook te maken met een aantal plattelandsscholen van Gearhing. In 2019 zijn diverse gesprekken gevoerd over de toekomst van onze scholen in Baard, Jorwert, Weidum en Mantgum. In het verslagjaar is gesproken over het vormgeven van een regioschool op de locatie Baard. De regioschool moet een plek worden waar alle kinderen uit de regio opgroeien en onderwijs krijgen onder één dak. De school verbindt de dorpen Easterlittens, Baard en Jorwert. Derhalve is medio 2020 besloten om, ingaande 1 augustus 2021, openbare basisschool De Krunenstrobbe te Jorwert op te heffen, de onderwijslocatie te sluiten en een fusie met openbare basisschool De Stjelp te Baard te onderzoeken.

Waadhoeke In 2019 is samen met de onderwijskoepels gewerkt aan een verkenning naar het eerste integrale huisvestingsplan onderwijs van de gemeente Waadhoeke. In de Visie op Onderwijs staan de ambities, trends en ontwikkelingen beschreven waar gemeente en schoolbesturen met elkaar over hebben gesproken en waar afspraken over zijn gemaakt. Dit alles vraagt om toekomstbestendige en duurzame onderwijsvoorzieningen. In dit IHP zijn we gekomen tot een fasering en een meerjarenraming voor de investeringen in onderwijshuisvesting voor de komende vijftien jaar. In het Integraal Huisvestingsplan is de prioritering van plannen rondom huisvesting beschreven. Wanneer een school aan de beurt is voor renovatie/nieuwbouw of uitbreiding doet de gemeente een onderzoek naar de mogelijkheden van clusteren. Het uitgangspunt is dat scholen na renovatie of nieuwbouw zoveel mogelijk voldoen aan de hedendaagse eisen. Wanneer een school volgens de prioritering in het IHP aan de beurt is, worden de mogelijkheden voor nieuwbouw en renovatie met elkaar vergeleken en wordt onderzocht welk scenario het best is voor nu en voor in de toekomst. In 2019 is met succes actiegevoerd om renovatie of nieuwbouw van basisschool It Bynt (Winsum) in het IHP opgenomen te krijgen. Er zijn zorgen over de staat en onderhoud van het gebouw. Er is sprake van achterstallig onderhoud en er zijn de nodige gebreken m.b.t.

tot het klimaat. Voor de gemeente is basisschool It Bynt een unieke situatie, aangezien het schoolgebouw niet van het schoolbestuur is, maar van de gemeente. Naast de staat van het gebouw kijkt de school vooruit: scholen in de regio worden kleiner en zullen niet het eeuwige bestaansrecht houden. De school in Winsum zou een goede regiofunctie kunnen vervullen om de kinderen in de regio Winsum goed onderwijs te kunnen blijven bieden.

5.4 Kansen en bedreigingen Diverse scholen hebben, ten opzichte van de genormeerde vierkante meters, te kampen met niet bekostigde lokalen. Het aantal leerlingen daalt, de bekostiging daalt, de gebouwen krimpen niet. Veelal gebruiken scholen lokalen die niet meer door het rijk bekostigd worden. Wanneer het niet mogelijk is om betalende externe medegebruikers c.q. huurders te vinden, dan worden lokalen afgesloten, met navenant lagere energie- en schoonmaaklasten. Ook worden de kosten van 'schoolbestuurlijk onderhoud' dan lager. Deze besparingen compenseren echter onvoldoende de lagere rijksvergoeding. Het blijft dan ook belangrijk om de bestaande huisvesting (scholen) te blijven volgen en te zorgen voor voldoende bezetting van deze accommodaties en voor kostenverminderingen als lokalen leeg staan.

Jaarverslag Gearhing 2020 37

ter idmlil :.iíe

5.5Onderwijsleermiddelen, digitale media en meubilair De onderwijsteams van Gearhing hebben hun eigen beleid voor het moderniseren en inrichten van hun onderwijsomgeving. Dit beleid geldt in samenhang met de onderwijsvisie van het onderwijsteam.

In 2020 zijn voor het up-to-date houden van de onderwijsleermiddelen, ICT-middelen en meubilair (naast de reguliere jaarlijkse uitgaven) de volgende bedragen geïnvesteerd: Investeringsprogramma 2020 In ve ntUKTnUpp

InventAICTStApp

Meubilair

Meubilair

Leermiddelen

Leermiddelen

TOTAAL

werkelijk

begroot

werkelijk

begroot

weitalijk

begroot

WERKELIJK

TOTAAL

TOTAAL VERSCHIL

BSM (Fannatie) GPB (Personeelsbeleid)

1.480

ABB (Bestuursbureau)

29.746

08CC

Ftelnboge B.

12DX

De Wynbrekker

12MZ

Twa vn Ien

1.480 300.000

29.746 4.812

4.175 4.498

6.097

653

653

11HJ 11TD

13.610

13.610 2.982

De Populier 10HJ Onderwfj|steam 2

1.165 2.220 17.649

08FI

Utskoat

Ū9FM

It Leech

13BD

Dubelspan

13GV

Kmnenstrobbe

13QP

De Gielguûrde

13UP

De Folefinne

17.170 696

806

1.817

807

4.811

5.275 9.064

612

1.755 4.843

672 200

4.299

1.961 1.853

3.002

2.712 1.196

19.683

1.150 13.979

2.992

724

753

13L.Y 14EL

De Rorrte

835

It Bynt

14.334

14HD

Opslach Worrmels

63.075 7.654

De Tweespan

8.348 16.002

Hazzeleger De Kogge

101.246

12.800

74.201 21.494

627

82.387 11.453

67.700

46.154-

187.350

21.832

77.800

15.297

99.300

18.720

2.672 12.641 29.039

3.023 69.500

15.109

1.442

28.847-

3.039

5.806

35.930 44.100

55.900

22.213 6.955

11.807 8.900

11.963

Onderwijsteam Noord De Meerpaal

De Blinker

4.300 21.546 44.681

De Pikeloer

Onderwijsteam 5

45.000

5.275 3.446

De Stĵelp

04HU 08FX

2.079 2.079

3.500

6.911

It Pertoer

04GD

28.900

36.963

140]

11IH 1İTZ

3.000

1.817 19.200

12VD

13YA

6.097

2.114 27.053

8.673

De Plpegaal De Meiboom

270.254-

9.855

5.357 2.114 12.283

Onderwijsteam 1 05PM De Skulpe

24.000

1.480 300.000

15.084

50.917

44.861 1.198

73.750

2.895

8.100

56.900

209.182 23.961 93.097 22.937

617

115.334

82.387 12.696

I Opmerking:

Onderwijsteam Noord bestaat uit de voormalige Onderwijsteams 3,4 en 7.

In de jaarverslagen van de onderwijsteams worden de investeringen verantwoord en wordt een vergelijk gemaakt tussen de realisatie en de planning. In lijn met voorgaande járen wordt door verschillende onderwijsteams afgeweken van de geplande investeringen. Enerzijds betekent die afwijking dat er beter gepland kan worden maar anderzijds betekent het ook vaak dat er verantwoord wordt gehandeld door uit te stellen en/of af te stellen en te kiezen voor alternatieven. We zien bij het uitvoeren van het investeringsprogramma in 2020 ook de invloed van corona. Verder is aan ICT-investeringen ogenschijnlijk veel minder uitgegeven dan gepland. De reden hiervoor ligt mede in een (voorzichtigheidshalve) te hoog ingeschat bedrag aan investeringen in ict-apparatuur. De aanschaf van nieuw schoolmeubilair voor verschillende scholen is, door het in de planning naar voren halen, hoger dan in eerste instantie was begroot voor dit boekjaar. Daar waar onderwijsteams meer uitgaven dan in het investeringsprogramma was opgenomen wordt de afwijking van het programma afgezet tegen de rijksbekostiging en de exploitatie van het onderwijsteam. De investerings- en exploitatiekosten moeten zich binnen de bandbreedte bevinden die in het gezamenlijk beleid is vastgesteld.

Jaarverslag Gearhing 2020 38

ter idErftif-cnlie

6.

Financiën

6.1

Algemeen

In dit hoofdstuk beschrijven we de financiële effecten van de activiteiten van Gearhing. De twee belangrijkste bestanddelen van de verslaggeving zijn: 1. 2.

de exploitatierekening de balans

Allocatie van middelen De organisatie van Gearhing kent een aantal samenstellende onderdelen en daaraan zijn exploitaties en budgetten gekoppeld: »

BSM (Formatie)

»

GPB (Personeelsbeleid - bovenschools)

«

ABB (Servicebureau)

»

Onderwijsteams

Voor het verdelen van de beschikbare middelen worden verschillende sleutels gehanteerd. Omdat de loonkosten het grootste onderdeel vormen van de kosten is daarvan via de BSM een specifieke exploitatie. Binnen deze exploitatie vindt de verdeling van de formatie per school plaats o.b.v. de leerkrachtleerllngratio. De ondersteuning van en binnen een onderwijsteams wordt daarbij naar rato en omvang toebedeeld aan deze formatie. Verder kennen we de exploitatie van het servicebureau, de exploitatie van het gezamenlijk personeels­ beleid en de vijf exploitaties van de onderwijsteams. In deze laatste exploitaties overheersen de materiële kosten. Voor al deze exploitaties zijn deelbegrotingen gemaakt en gebundeld in een integrale Gearhing begroting. Hierin is de financiële kwantificering vastgelegd van de plannen en verwachtingen voor 2020 in resultaatverantwoordelijke eenheden. Deze begroting wordt besproken en toegelicht in het directeurenoverleg en goedgekeurd door zowel de GMR als de raad van toezicht. We bespreken in dit hoofdstuk eerst de integrale exploitatie en vervolgens komen de afzonderlijke exploitaties aan bod.

In de toelichting bij de balans vergelijken we de vermogensontwikkeling met de streefwaarden die door Gearhing worden gehanteerd. Verder besteden we aandacht aan financieringsmaatstaven zoals die worden gehanteerd door de Inspectie van het Onderwijs. Uiteraard besteden wij ook aandacht aan de andere kengetallen.

6.2

Exploitatie en resultaat

De exploitatierekening is de staat van baten en lasten; het laat zien welke inkomsten en uitgaven er zijn geweest. De analyse is vooral gericht op de verschillen tussen begroting en realisatie. De vierde cijferkolom met de gegevens van het voorgaande jaar biedt een ontwikkelingsbeeld. Het exploitatieoverzicht geeft de baten en lasten van Gearhing over het gehele kalenderjaar weer. De baten worden gevormd door: *

rijksbijdragen van OCW

»

overige overheidsbijdragen

*

subsidies van gemeenten

*

overige baten Jaarverslag Gearhing 2020 39

ter identiŕicalte

De lasten bestaan uit: «

personele lasten

«

afschrijvingslasten

*

huisvestingslasten

«

administratie- en beheerlasten

*

kosten inventaris, apparatuur en leermiddelen

«

overige instellingslasten

Opmerking In december 2019 hebben de schoolbesturen in het primair onderwijs op basis van het afgesloten convenant Aanpak Lerarentekort vanuit OCW aanvullende rijksbijdragen ontvangen. De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJO) heeft geconcludeerd dat, aangezien het (aanvullende) rijksbijdragen betreft, deze middelen volledig als bate moeten worden verantwoord in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft. De daadwerkelijke besteding van deze middelen vallen volledig in het boekjaar 2020. Voor Gearhing gaat dit om een extra bedrag aan 'bate' van C 181.131 in 2019. Het bedrag is in 2019 via het resultaat en de bestemmingsreserve verwerkt en is bedoeld om de in 2020 vallende uitgaven te 'dekken'. Het effect van de verwerking via de bestemmingsreserve van deze aanvullende rijksbijdragen van circa C 181.000 op het resultaat, het eigen vermogen en de kengetallen wordt in de toelichting veelal buiten beschouwing gelaten. Op onderdelen zal, indien relevant, wel een vergelijking worden gemaakt waarbij de bedragen worden gecorrigeerd voor deze in 2019 verwerkte aanvullende 'bate' tegenover de verwerkte last in 2020.

Resultaat Voor 2020 is sprake van een negatief verschil tussen het begrote resultaat en het werkelijke resultaat van C 330.658. Vooruitlopend op de analyse kan worden gesteld dat de volgende zaken mede van invloed zijn geweest op het resultaat:

*

de niet-begrote cao-verhoging zowel aan de baten- als lastenkant;

*

bovenstaande opmerking m.b.t. de bestemmingsreserve;

*

extra toegekende interne middelen aan de onderwijsteams;

«

COVID-19.

Onderstaand een samenvatting van de verschillen t.o.v. de begroting 2020, waarop in het verslag nader wordt ingegaan._________________________________ e Rijksbijdrage

558.566

Overige subsidies OCW

54.786

Overige baten

104.513

Lonen en salarissen

-646.675

Overige personele lasten

-194.740

Afschrijvingen

39.112

Inventaris, apparatuur en leermiddelen

-53.431

Diversen

-192.789

Totaal verschil resultaat

-330.658

Het 'geschoonde' resultaat voor 2020 bedraagt: - C 49.527. In dit resultaat wordt rekening gehouden met de dekking van de extra in 2020 vallende loonkosten door de in 2019 gevormde bestemmingsreserve voor een bedrag van C 181.131.

Jaarverslag Gearhing 2020 40

ter identiŕicalte

Hieronder staat een integraal overzicht van de baten, de lasten en het exploitatieresultaat over 2020.

Exploitatierekening 2020

Baten Rijksbijdrage OCW

Werkelijk 2020 e

Verschil werkelijk 1 begroting C

Begroting 2020 e

Werkelijk 2019 G

14.083.274

13.524.708

558.566

14.122.024

Overige subsidies OCW

778.314

723.528

54.786

841.722

Gemeentelijke bijdragen

43.685

41.744

1.941

42.481

Overige overheidsbijdragen

14.212

13.730

482

14.335

Overige baten

341.218

236.705

104.513

285.668

Totaal baten

15.260.703

14.540.415

720.288

15.306.230

Lonen en salarissen

10.430.784

9.784.109

646.675

9.616.005

Overige personele lasten

2.281.976

2.087.236

194.740

2.407.528

Afschrijving inventaris en apparatuur

171.486

207.974

-36.488

149.784

Afschrijving meubilair en machines

105.086

100.950

4.136

105.100

Afschrijving leermiddelen etc. (PO)

88.584

95.344

-6.760

95.049

Huur gebouwen

32.543

33.250

-707

32.543

Klein onderhoud en exploitatie

145.430

108.700

36.730

123.464

Lasten

Energie en water

176.829

175.450

1.379

178.190

Schoonmaakkosten

300.735

274.308

26.427

236.933

Heffingen

37.766

32.750

5.016

41.730

Dotatie onderhoudsvoorziening

300.000

233.671

66.329

246.699

Overige huisvestingslasten

251.740

246.127

5.613

290.215

Administratie- en beheerslasten

225.046

258.239

-33.193

257.800

Inventaris, apparatuur en leermiddelen

708.016

654.585

53.431

695.204

Overige instellingslasten

225.436

145.222

80.214

223.981

15.481.457

14.437.915

1.043.542

14.700.225 606.005

Totaal lasten

-220.754

102.500

-323.254

Rentebaten

Saldo Baten en Lasten

35

0

35

508

Rentelasten

9.939

2.500

7.439

3.993

-230.658

100.000

-330.658

602.520

Exploitatiesaldo

Baten De totale baten (exclusief financiële baten) zijn C 720.000 hoger dan begroot, dat is een plus van 4,9596.

Binnen de totale baten zijn daarbij de ontvangen rijkssubsidies per saldo fors hoger dan begroot. Deze fors hogere rijkssubsidies heeft voor een groot deel betrekking op de bekostiging van de doorgevoerde caoverhoging. De cao-verhoging was op het moment van het opstellen en vaststellen van de begroting over 2020 nog niet bekend. Tegenover deze hogere baten staan uiteraard eveneens fors hogere lonen en salarissen dan verwerkt in de begroting.

De ontvangen gemeentelijke bijdragen die betrekking heeft op ontvangen gelden voor ID-banen en de overige rijksbijdragen (bijdrage Fries) komen per saldo nagenoeg overeen met de begroting.

Prestatiebox De ontvangen middelen vanuit de prestatiebox zijn onder andere ingezet voor verschillende vormen aan (na)scholing, culturele vorming, beter onderwijs voor meer- en hoogbegaafde kinderen en daarnaast voor de verdere uitrol en ondersteuning van LeerKRACHT.

Jaarverslag Gearhing 2020 41

,ter iderrtiFkalŕe

JńÀŴį'ïít COUNT ANTţ

Lasten De totale lasten waren per saldo C 1.043.500 hoger dan begroot, dat Is circa 7,23%.

Van de totale lasten heeft meer dan 809é betrekking op de posten "Lonen en salarissen” en "Overige

personele lasten". De totale "Lonen en Salarissen" zijn na verrekening van de uitkeringsbaten fors hoger dan de begroting. Deze overschrijding ligt voor een groot deel aan de, op het moment van opstellen van de begroting, nog niet bekende en daarmee niet begrote cao-verhoging m.b.t. de salariskosten. Verder kan deze overschrijding voor een deel worden verklaard doordat voor een bedrag van ĉ 181.121 de lasten in 2020 zijn verantwoord en de dekking hiervan in het resultaat van 2019 is meegenomen. Deze verwerkingswijze is, zoals in voorgaande paragraaf beschreven, voorgeschreven vanuit de Raad voor de Jaarverslaggeving. De onder "Overige personele /osten" verantwoorde inzet van payrollers is C 431.000 hoger dan de begroting. Ook de inzet van ander extern personeel was bijna C 179.000 hoger dan begroot. De hogere personeelslast aan payroll en inleen wordt, naast een hogere inzet, voor een deel eveneens verklaard door doorberekende cao-verhogingen en daarnaast door hogere doorberekende premies. In 2020 is weer een flink aantal payrollers ingezet. Hiermee wordt de flexibiliteit georganiseerd om de krimp het hoofd te kunnen bieden.

De uitgaven aan payrollers verliepen sinds 2010 als volgt: Verloop kosten payroll Jaar 2010 325.000 2011 410.000 2012 1.000.000 2013 1.400.000 2014 1.600.000 2015 1.975.000 2016 2.279.000 2017 1.677.180 2018 1.667.946 2019 1.733.618 2020 1.847.078 Op de overige bestanddelen van de post "Overige personeelskosten", dus naast de kosten van payroll en ander extern personeel, is per saldo in totaal C 236.000 minder uitgegeven dan begroot. Deze onderschrijding kan voor een deel worden toegeschreven aan de effecten van de coronabeperkingen. De uitgaven voor bijvoorbeeld nascholing en cursussen en daarnaast reis7verblijfkosten blijven achter bij de begrote bedragen, respectievelijk -C 114.000 en -C25.000. Daarnaast is in lijn met de uitkomsten van het boekenonderzoek via de exploitatie een vrijval in de jubileumvoorziening verwerkt. In de begroting werd nog uitgegaan van een dotatie aan deze voorziening (per saldo C 50.000 lager dan begroot). De afschrijvingslasten zijn ten opzichte van de begroting per saldo lager (C39.000). Voor 2020 was een fors (geschat) afschrijvingsbedrag voor ICT-investeringen in de begroting opgenomen om, na het afronden van de vereiste upgrade van Windows7 naar WindowslO, een inhaalslag in het aantal devices te kunnen doen. Deze inhaalslag is gemaakt maar wel later in de tijd en de investeringen zijn, mede door goede inkoopafspraken, lager uitgevallen.

De realisatie aan ICT-afschrijvingen vallen daarmee in 2020 lager uit dan begroot.

Jaarverslag Gearhing 2020 42

,ter iderrtiFkalŕe

JńÀŴį'ïít COUNT ANTţ

De totale huisvestingslasten zijn met een overschrijding van C 140.000 (1296) fors hoger dan begroot. Deze overschrijding valt voor een groot deel toe te schrijven aan de extra dotatie die is toegevoegd aan de onderhoudsvoorziening (C 66.000). Verder vallen de hogere lasten op bij het klein onderhoud doordat de coronatijd ook is benut om 'achterstallig' onderhoud aan te pakken (C38.000). De hogere schoonmaaklasten zijn voor een deel toe te schrijven aan extra kosten als gevolg van coronamaatregelen en daarnaast het nieuwe schoonmaakcontract. Zie hoofdstuk 6 voor een nadere toelichting op huisvesting. De administratie- en beheerlasten zijn per saldo C 33.000 lager dan begroot, door vooralsnog minder uit te geven aan ondersteuning op de fusie dan begroot, door lagere abonnementskosten en door uitgestelde projecten. De totale administratie- en beheerlasten bestaan, evenals vorig jaar, voor 6096 uit de kosten voor het administratiekantoor en de accountant. De uitgaven voor inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn C 53.000 hoger dan begroot. Deze overschrijding is voor een bedrag van C 43.000 toe te schrijven aan hogere ICT-lasten door aanvullende 'investeringen' in o.a. access-points om het implementeren van Office365 in combinatie met de overgang naar een nieuwe systeembeheerder mogelijk te maken en succesvol te laten zijn.

Bij de Overige instellingslasten zijn de totale kosten uiteindelijk C 80.000 hoger dan in eerste instantie in de begroting waren opgenomen. We hebben ook voor 2020 'bovenschools' extra geld beschikbaar gesteld voor de scholen om goed onderbouwde projecten op te tuigen en uit te voeren. Verder hebben we de extra uitgaven (bijvoorbeeld aan schoonmaakmiddelen en de aanschaf van zuilen) als gevolg van corona onder de Overige instellingslasten verwerkt. In Lemmer is bij De Meerpaal met ingang van het schooljaar 21/22 een extra klaslokaal in de vorm van een unit geplaatst, deze niet begrote kosten zijn eveneens onder deze noemer geboekt. Tegenover deze extra uitgaven is evenals in voorgaande járen de begrote bedragen van de medezeggenschapsraden te hoog, daarbij is het mogelijk dat hun kosten ook wel eens vermengd worden met de kosten van de school. Binnen de financiële baten en lasten vallen met name de hogere rentelasten (bankkosten) op. In paragraaf 6.4 Treasury wordt dit nader toegelicht.

Deelexploitaties Van de deelexploitaties in 2020 is het volgende verzameloverzicht gemaakt: 2020 Naam deelexploitatie

Werkelijke baten

Begrote baten

Werkelijke lasten

Begrote lasten

Werkelijk resultaat

Begroot resultaat

PER SALDO -544.508

BSM (Formatie)

10.503.730

9.818.476

11.330.706

10.100.944

-826.976

-282.468

GPB (Personeelsbeleid)

1.570.434

1.505.260

706.385

1.034.518

864.049

470.742

393.307

ABB (Servicebureau)

921.310

930.074

1.146.919

780.866

-225.609

149.208

-374.817

Onderwijsteam 1

212.538

215.597

208.779

249.097

3.759

-33.500

37.259

Onderwijsteam 2

413.922

424.785

405.053

463.251

8.869

-38.466

47.335

Onderwijsteam 5

321.598

320.609

348.184

340.580

-26.586

-19.971

-6.615

Onderwijsteam 6

361.655

361.120

368.034

405.272

-6.379

-44.152

37.773

Onderwijsteam Noord

955.516

964.494

967.399

1.063.387

-11.883

-98.893

87.010

9.939

2.500

-9.904

-2.500

-7.404

15.491.396

14.440.415

-230.658

100.000

-330.658 |

Financiële baten en lasten | Totaal

35 15.260.738

14.540.415

In de per onderwijsteam opgestelde jaarverslagen over 2020 wordt nader ingezoomd op de resultaten per OT in relatie tot de begroting voor 2020. Deze jaarverslagen worden besproken met de verschillende MRen. Jaarverslag Gearhing 2020 43

ter idErftif-cnlie

Coronavirus en financiën Het coronavirus betekende gedurende een deel van 2020 een wijziging in het verstrekken van het onderwijs. Onderwijs op afstand vergt een andere denk- en werkwijze. Het afgelopen jaar heeft corona ook geleid tot extra formatieve inzet, deze extra uitgaven zijn grotendeels gecompenseerd vanuit extra ontvangen rijksbijdragen. Daarnaast zijn kosten gemaakt voor enerzijds een uitbreiding van softwarelicenties en daarnaast voor extra hygiëne maatregelen bij het weer openen van de schooldeuren voor kinderen en leerkrachten. In totaal is voor ongeveer een bedrag van C 70.000 aan corona gerelateerde kosten gemaakt, daartegenover zijn op onderdelen de kosten (voor nascholing/reis- en verblijfskosten) ook beduidend lager uitgevallen dan begroot.

Extra middelen voor werkdrukverlaging Vanuit het ministerie worden extra middelen beschikbaar gesteld voor werkdrukverlaging. Voor het verlagen van de werkdruk is een bedrag per leerling beschikbaar gesteld en voor Gearhing betekent dit in 2020 een bedrag van zo'n C 405.000. De onderwijsteams hebben zelf gekeken naar de knelpunten binnen de teams en in overleg met PO en Financiën en instemming van de P-MR zijn deze middelen ingezet. Het totaal aan werkdrukmiddelen is voor het schooljaar 2019/2020 en 2020/2021 besteed aan het inzetten van extra personeel (o.a. leerkrachten, vakleerkrachten en onderwijsassistenten) en zijn in de financiële cijfers ook als zodanig verantwoord.

6.3 Balans Waar de exploitatierekening de baten en lasten van een kalenderjaar laat zien, geeft de balans aan welke waarden (activa) er aan het begin en aan het eind van een kalenderjaar in een organisatie aanwezig zijn en waar deze vandaan komen (passiva). De balans laat de situatie per 31-12-2020 zien met als vergelijk de stand per 31-12-2019. | 31-12-2020 | 31-12-2019

Balans Activa

C

Inventaris en apparatuur

C

1.296.994

1.153.744 391.164

Leermiddelen (PO)

358.629

Deelnemingen/financiele vaste activa

37.356

72.486

Ministerie van OCW

651.936

616.457

Overige vorderingen

363.276

188.706

Overlopende activa

71.687

110.847

7.531.304

7.919.923

10.311.1821

10.453.327

Algemene reserve Publiek

5.327.226

5.331.628

Algemene reserve Privaat

45.425

90.551

0

181.131

Liquide middelen

|

Totaal Activa Passiva

Bestemmingsreserves/bestemmingsfonds Personele voorziening

176.103

218.239

Onderhoudsvoorziening

819.923

875.934

Overige voorzieningen

266.598

269.632

Crediteuren

328.401

743.476

Belastingen en prem. soc. verzekeringen

422.082

358.986

Schulden terzake van pensioenen

141.719

127.091

2.783.705

2.256.659

10.311.182

10.453.327

Overlopende passiva

Totaal Passiva

Jaarverslag Gearhing 2020 44

ter idErftif-cnlie

Activa De materiële vaste activa (inventaris, apparatuur en leermiddelen) zijn in waarde gestegen ten opzichte van vorig jaar. In 2020 zijn investeringen in schoolmeubilair en, als gevolg van een doorloop vanuit 2019, ICTinvesteringen gedaan. De terugloop van investeringen in leermiddelen ligt vooral aan de verschuiving naar de aanschaf van licenties.

Onder de financiële vaste activa zijn de waarborgsommen die voor onbeperkte tijd zijn verstrekt om gebruik te kunnen maken van tablets en onderwijs specifieke software verantwoord en daarnaast een bankgarantie voor de huur van het servicebureau in Bolsward en een in Lemmer bij De Meerpaal als extra klaslokaal geplaatste unit. In 2020 is door het retourneren van een flink aantal tablets het openstaande saldo afgenomen. De grootste vordering staat uit op het ministerie van OCW, deze vordering wordt separaat getoond op de balans. De vordering op het ministerie is een vrij stabiele factor op de balans en hangt samen met de subsidiestroom. De Overige vorderingen is een samenstel van diverse nog uitstaande vorderingen en afrekeningen. De stijging van het saldo ten opzichte van ultimo 2019 is grotendeels toe te schrijven aan het uitstaande debiteurensaldo. Eind 2020 zijn verschillende detacheringsfacturen opgesteld en verstuurd. Een groot deel van deze bedragen zijn ondertussen in 2021 ontvangen. Op gemeente SWF staat, in afwachting van de uitbetaling van het aanvullend bouwkrediet, per saldo een vordering open m.b.t. de gezamenlijke nieuwbouw in Workum. De post Overlopende activa bestaat uit vooruitbetaalde bedragen voor licenties, verzekeringspremies en overige vooruitbetalingen.

De Liquide middelen zijn ten opzichte van ultimo 2019 gedaald met een bedrag van C 390.000. De insteek is om het saldo de komende járen met beleid in te zetten en verder terug te laten lopen.

Passiva Het eigen vermogen is gedaald als gevolg van het negatieve exploitatieresultaat in 2020 van C 230.658. Van het negatieve resultaat wordt een bedrag van C 4.401 onttrokken aan de algemene publieke reserves en een bedrag van C 45.126 aan het private deel van de reserves. Het restantbedrag van C 181.131 wordt in mindering gebracht op de in 2019 gevormde bestemmingsreserve. Het resterende private deel van de reserves blijft dat private label houden om de mogelijkheid open te houden dat de middelen kunnen worden ingezet voor zaken waarvoor de publieke middelen niet ingezet kunnen/mogen worden. In de praktijk kunnen dat bijvoorbeeld huisvestingszaken, tussenschoolse opvang en leerlingenvervoer zijn. Maar in principe kan het elke besteding binnen de doelstelling van Gearhing zijn. In hoofdstuk 7. Kengetallen wordt nader ingegaan op de reservepositie en de nieuwe signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig vermogen.

De personele voorziening betreft de voorziening voor jubileumgratificaties. Het doteren aan de jubileumvoorziening gebeurt normalerwijze op basis van de berekende opbouw van rechten, de onttrekking vindt plaats door de uitkering van jubileumgratificaties en een eventuele vrijval vindt plaats als medewerkers uit dienst treden. In 2020 is, mede naar aanleiding van het uitgevoerde 'boekenonderzoek', de vertrekkans opgehoogd zodat een vrijval in de jubileumvoorziening het saldo heeft laten dalen. De voorziening voor gebouwenonderhoud is, ondanks een extra dotatie aan de voorziening in 2020 van circa C 66.000, per saldo gedaald. In deze jaarrekening 2020 is ervoor gekozen om voor de waardering van de voorziening groot onderhoud (nog) niet over te stappen op de componentenbenadering. Gearhing maakt gebruik van de ook in 2020 nog van toepassing zijnde uitzonderingsregel. De verwachting is dat de waardering volgens de componentenbenadering een verschuiving zal betekenen vanuit de reserves naar de voorziening groot onderhoud. De effecten van deze verschuiving zijn vooralsnog niet bekend voor Gearhing. Meer specifieke informatie over het gebouwenonderhoud wordt in paragraaf 5.2 gegeven. Jaarverslag Gearhing 2020 45

ter idmlif-i.i1 ť

De post "Overige voorzieningen" heeft betrekking op de reorganisatievoorziening, die is gevormd in verband met de kosten van salarisgaranties die voortvloeien uit de transitie naar onderwijsteams. In 2017 is een éénmalige extra dotatie gedaan om aan de toekomstige verplichtingen die hun oorsprong hebben in de reorganisatie van 2013 te voldoen. De post crediteuren is ultimo 2020 ten opzichte van 2019 fors lager doordat in het saldo van eind 2019 nog te betalen payroll-facturen openstonden.

De premieschulden aan uitkeringsinstellingen zoals ABP, belastingdienst en participatiefonds betreffen in hoofdzaak de over het salaris van december af te dragen premies. De premieschuld aan het vervangingsfonds is ultimo 2020 minimaal. De Overlopende passiva worden voor een deel gevormd door de regulier gereserveerde vakantiegelduitkering en meer dan de helft bestaat uit de ontvangen subsidies (aan fusiemiddelen) die deels nog niet zijn uitgegeven en deels wel al zijn uitgegeven aan materiële vaste activa en dan via een egalisatiesysteem geleidelijk worden toegevoegd aan de exploitatie.

Kasstromen Voor het kasstroomoverzicht wordt verwezen naar de onder de bijlagen opgenomen Jaarrekening. Uit het kasstroomoverzicht blijkt een afname van de liquide middelen van circa C 390.000 in 2020. In combinatie met de kengetallen voor de liquiditeit kan gesteld worden dat Gearhing ondanks deze afname nog altijd meer dan genoeg aan liquide middelen heeft om aan haar kortlopende verplichtingen te kunnen blijven voldoen.

Jaarverslag Gearhing 2020 46

ter idmlil :.iíe

6.4 Treasury Treasury gaat over wat we doen met het geld dat we niet direct nodig hebben voor onze onderwijsactiviteiten. Het treasurybeleid binnen Gearhing vond plaats binnen de kaders van de Regeling van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 6 juni 2016. Hierin zijn de regels voor het beleggen en belenen van publieke middelen opgenomen. Conform deze regeling van het ministerie van ocw heeft Gearhing een treasurystatuut opgesteld. Het verplichte treasurystatuut heeft tot doel sturing te geven aan de treasuryfunctie en risico's te beperken. In dit statuut wordt het treasurybeleid uiteengezet; ook wordt een beschrijving gegeven van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die horen bij de treasuryfunctie.

Omschriivina

Rabo betaalrek. 0139990194

saldo 1-1-2020

saldo 31-12-2020

rendement in Vo oer laar

rente

992.075

980.648

0

0,00^0

Rabo spaarvrij rek. 3660510343

1.902.883

1.902.893

0

0,000/0

BNG 285140922

2.873.187

2.499.983

0

0,000/0

ING zakei.rek 0006083556a

2.150.804

2.146.893

0

0,000/0

ING spaarrek. 0006083556b

974

887

7.919.923

7.531.304

Totaal

0,000/0

0

o.ooqfa

Het betalingsverkeer van Gearhing verloopt via de betaalrekening bij de BNG. De (tijdelijk) overtollige financiële middelen worden zoveel als mogelijk uitgezet op een direct opvraagbare spaarrekening bij een of meer banken die een rating hebben die voldoet aan de criteria gesteld in de regeling beleggen en belenen. Het niet geïnvesteerde vermogen is op dit moment weggezet bij de Rabobank en de ING. Naast bovenvermelde betaal- en spaarrekeningen zijn door Gearhing, evenals in het voorgaande jaar, geen financiële instrumenten (zoals bijvoorbeeld renteswaps) gebruikt en zijn er geen andere beleggingen dan wel aangetrokken leningen. De ingezette financiële instellingen moeten minimaal een A-rating hebben. De instellingen waar door Gearhing gelden worden aangehouden hebben op basis van Fitch de volgende Long-term ratingscores: 1. Rabobank A+ (outlook; negative) A+ (outlook: negative) 2. ING 3. BNG AAA (outlook; stable) De middelen worden dus verantwoord en in lijn met ons treasurystatuut en de "Regeling Beleggen, Lenen en Derivaten OCW 2016" weggezet. De tegoeden op alle rekeningen zijn direct opeisbaar zonder kosten.

Op de verschillende betaalrekeningen wordt geen rente vergoed over het saldo. In de praktijk van nu zijn de rentevergoedingen voor uitstaande gelden zo goed als nihil en worden deze middelen boven een bepaald bedrag zelfs belast met (oplopende) kosten. Om die reden worden er geen gelden voor langere tijd vastgezet. In 2021 zal worden gekeken naar de mogelijkheden van het zogenaamde 'schatkistbankieren' waarbij een deel van de overtollige middelen wordt gestald in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Over deze bedragen is vervolgens geen negatieve creditrente verschuldigd en de saldi blijven beschikbaar.

Jaarverslag Gearhing 2020 47

,ter iderrtiFkalŕe

JńÀŴį'ïít COUNT ANTţ

7.

Kengetallen

De kengetallen zijn voor de duiding van de vele cijfers van de jaarrekening. Ze vatten de cijfers samen en geven betekenis aan de grote opsomming van cijfers. Er zijn kengetallen voor de exploitatierekening, voor de balans en voor de combinatie van die twee. Exploitatie kengetallen

in procenten van de totale baten Werkelijk 2020

Begroting 2020

Werkelijk 2019

Rijksbijdragen

97,3896

97,9996

97,7696

Overige overheidsbijdragen

0,3896

0,3896

0,3796

Overige baten

2,2496

1,6396

1,8796

in procenten van de totale baten Werkelijk 2020

Begroting 2020

Werkelijk 2019 81,7996

Personele lasten

82,1296

82,2296

Afschrijvingen

2,3696

2,8096

2,3896

Huisvestingslasten

8,0496

7,6596

7,8296

Overige instellingslasten

7,4896

7,3396

8,0196

in procenten van de totale baten Werkeljjk Begroting Werkeljjk 2020 2020 2019 Resultaat ^ Marge cq Rentabiliteit)

-1,5196

0,6996

3,9496

Deze meeste cijfers wijken niet beduidend af van landelijke cijfers en zijn kenmerkend voor een primair onderwijsorganisatie. In 2020 is uiteindelijk een resultaat behaald van -1,5196 tegenover een begroot resultaat van 0,6996; zonder de incidentele 'last' van C181.000 is dit een percentage van -0,3296. Gearhing streeft uiteraard naar een verantwoord niveau van het eigen vermogen en het weerstandsvermogen waarbij een bewust negatief resultaat de uitkomst kan zijn. De middelen die voor onderwijs zijn bedoeld, moeten daar ook aan worden besteed. Als Gearhing krimpt en als Gearhing meer vermogen heeft dan benodigd voor financiering en risicodekking, zullen bewust en planmatig negatieve resultaten begroot worden om de kwaliteit van onderwijs vast te houden ofte verbeteren. Kengetallen ten aanzien van de balans

31 -12-2020

Liquiditeit ^ quick ratio s current ratio) Solvabiliteit (EV/TV) Solvabiliteit (EV/W) Solvabiliteit commissie Don (EV+voorz 1 TV)

e e e

Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit inclusief voorzieningen Weerstandscapaciteit incl. voorz. en excl mva

31-12-2019

2,34

2,53

52,196

53,696

1,09

1,16

64,496

66,696

5.372.651

C

5.603.310

6.635.275

e c

6.967.115

4.979.652

5.422.207

Het begrip "liquiditeit" duidt de mate aan waarin een organisatie in staat is om op korte termijn aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Een waarde van 1 geeft aan dat de organisatie hiertoe in staat is. De waarde van 2,34 ultimo 2020 geeft aan dat de organisatie Gearhing hiertoe zeer goed in staat is. De inspectie van het onderwijs (IvhO) hanteert een signaleringswaarde van kleiner dan 0,75. De "solvabiliteit" geeft aan in welke mate de organisatie op lange termijn in staat is om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. In de praktijk worden meerdere definities gehanteerd en deze zijn in het bovenstaand overzicht aangegeven. De afkorting EV staat voor eigen vermogen, W voor vreemd vermogen en TV voor totaal vermogen. De IvhO hanteert een minimum van 30,096 en met een uitkomst van 52,196 voldoet Gearhing daar meer dan goed aan. Jaarverslag Gearhing 2020 48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10842200/1