Bijlage I - Jaarstukken 2020 (incl. controleverklaring)
Tekst van het document
Commissiebesluit DSO concept Omgevingsvisie 1.0 Raadsbesluit concept Omgevingsvisie 1.0 Afstemming: Rondje2
2 nov t/m 10 december 2020
Formele inspraak
Omgevingsprogramma’s (maatregelen) In de concept Omgevingsvisie 1.0 staan de volgende omgevingsprogramma’s benoemd: - Gezond Wonen - Omgevingskwaliteit - Vitaal landschap - Klimaatmitigatie - Klimaatadaptatie Omgevingsplan (regels) In 2020 is ambtelijk een plan van aanpak gemaakt voor het Omgevingsplan en vervolg van de pilot Binnenstad Sneek.
Pagina 26 van 135
O21.000965
Participatie Op 19 november 2020 is de beleidsnotitie Burgerparticipatie (met daarbij een handreiking) vastgesteld. Legesverordening In 2020 zijn ambtelijk workshops vanuit de VNG gevolgd over het ‘Structureel effectenmodel’ https://vng.nl/artikelen/werkwijze-structurele-effecten-omgevingswet.
3. Wat heeft het gekost? Overzicht lasten en baten per hoofdtaakveld (bedragen x € 1.000) Lasten
Primitieve Begroting na begroting wijziging
Rekening 2020
Voordeel / Nadeel
21 Wonen
4.015
4.830
9.444
-4.614
N
22 Werken
6.598
7.290
7.716
-425
N
23 Bereikbaarheid
23.198
23.766
24.306
-540
N
24 Leefomgeving
28.223
29.001
29.541
-540
N
Totaal lasten
62.033
64.887
71.007
-6.119
N
Primitieve Begroting na begroting wijziging
Rekening 2020
Voordeel / Nadeel
Baten
21 Wonen
2.688
2.869
10.554
7.685
V
22 Werken
5.042
5.240
6.092
852
V
23 Bereikbaarheid
3.244
2.427
3.126
698
V
24 Leefomgeving
19.973
20.298
21.227
929
V
Totaal baten
30.947
30.835
41.000
10.165
V
Saldo baten en lasten
-31.086
-34.052
-30.007
4.045
V
Mutaties reserves Toevoegingen (in reserve)
-35
-584
-194
389
V
Onttrekkingen (uit reserve)
347
2.561
2.123
-438
N
-30.774
-32.075
-28.078
3.996
V
Gerealiseerd resultaat
Pagina 27 van 135
O21.000965
2.2.3
Programma 3: Bestuur
1a. Wat wilden we bereiken? In het hoofdlijnenakkoord hebben wij aangegeven dat Súdwest-Fryslân werkt aan een daadkrachtig gemeentebestuur en een ambtelijke organisatie die meer dienstverlenend, omgevingsbewust, flexibel en opgavengestuurd werkt. De verbinding met inwoners, bedrijven, instellingen en andere maatschappelijke en bestuurlijke partners, het ‘mei-inoar’ bouwen aan de samenleving van de steden, wijken en dorpen. Wij hechten aan een goede verankering en vernieuwing van de lokale democratie.
1b. Wat hebben we bereikt? Dit staat uitgebreid beschreven bij de toelichting op de speerpunten.
2. Wat hebben we daarvoor gedaan? Bestuur Nr.
Speerpunt
Uitgevoerd?
11.
Professionele en doeltreffende organisatie: Continu verbeteren
Samenvatting van de tekst uit Programmabegroting 2020: Binnen “Continu Verbeteren” gaan we een aanpak uitrollen langs drie samenhangende lijnen: Sturen op kwaliteit, doorlooptijd verkorten en van daaruit besparen. Aanpak bestaat uit: • Inbedden van de Continu Verbetercultuur in de gehele organisatie. • Uitvoering van product- en procesoptimalisatie. • Herijking basisprincipe “Zelf doen, tenzij…” • Optimale inzet van beleidscapaciteit met als resultaat beperking externe inhuur. • Mobiliteit van personeel met een flexibele pool. • Inzet transformatiemiddelen voor doorontwikkeling organisatie.
Pagina 28 van 135
O21.000965
Stand van zaken – resultaat 2020): Continu verbeteren is organisatie breed opgepakt via meerdere sporen die in gang zijn gezet. De taakstelling voor 2020 (ombuiging van € 650K) is gehaald met structurele uitwerking naar de volgende jaarschijven. Het gaat onder andere om een betere sturing op inzet medewerkers, verlaging structurele inhuur en afstemming van personele capaciteit op de ambities. Om de transformatie en de ombuigingsopgave in het sociaal domein te realiseren is focus op resultaatgericht werken van belang. Hier is een impuls aan gegeven door extra inzet op o.a. business control en verandermanagement. Qua processen worden verbeteringen gerealiseerd door anders te organiseren, automatisering te intensiveren en meer focus op het leanen van processen om kwaliteit te verhogen en doorlooptijden te verlagen.
Nr.
Speerpunt
12.
Vernieuwing lokale democratie
Uitgevoerd?
Samenvatting van de tekst uit Programmabegroting 2020: • Is beleid maken nog nodig en wordt hierbij voldoende gebruik gemaakt van partners? • ‘Afstand’ tussen inwoners en bestuur kort en makkelijk, bijvoorbeeld via inzet apps of doorontwikkeling websites. Stand van zaken – resultaat 2020: • Diverse beleidsterreinen hebben verkenningen uitgevoerd in nauwe samenwerking met partners (RES, Omgevingswet, Tafel van Makkum en Hindeloopen, Ut de Mienskip, Kernenbeleid) • De raad is in juli geïnformeerd over voortgang proces via actieve info (Infographic) en in september tijdens een informatieve bijeenkomst over de Concept Beleidsnotitie Burgerparticipatie. De beleidsnotitie Burgerparticipatie is vervolgens in november in de raad vastgesteld. • Er is een kinderconferentie gehouden, lespakketten zijn rond gebracht en de voorbereidingen van een 2e kinderconferentie in 2021 zijn gestart. • Er is in het kader van jeugd en politiek gewerkt met een gemeentelijk aanspreekpunt voor scholen en instellingen (gastlessen, lezingen, excursies, werkbezoeken). • Er is een brainstormsessie Vernieuwing Lokale Democratie gehouden. • Met raadswerkgroep en communicatie is gekeken naar in te zetten digitale ‘tools’. • Website www.samensudwestfryslan.nl is ingezet.
Burgerzaken en dienstverlening Nr.
Speerpunt
13.
Digitalisering
Uitgevoerd?
Samenvatting van de tekst uit Programmabegroting 2020: Het gaat om drie sporen: • Ondersteunende activiteiten (het procesmatig en papierloos werken). • Vernieuwing van (digitale) processen per keten. • We consolideren in 2020 de techniek en functionaliteit waarop de digitale dienstverleningsprocessen gebouwd zijn. Stand van zaken – resultaat 2020: Vanwege Corona heeft de focus van ICT gelegen op continuïteit van ICT en processen. Dit is ook in 2021 nog het geval. Door deze extra inspanningen op ondersteuning en consolidatie is de planning van vernieuwing van (digitale) processen per keten uitgesteld.
Pagina 29 van 135
O21.000965
3. Wat heeft het gekost? Overzicht lasten en baten per hoofdtaakveld (bedragen x € 1.000) Lasten
Primitieve Begroting na begroting wijziging
Rekening 2020
Voordeel / Nadeel
31 Bestuur
4.125
4.299
4.466
-166
N
32 Burgerzaken
2.929
2.892
2.325
567
V
33 Veiligheid
7.598
7.601
7.369
232
V
Totaal lasten
14.652
14.792
14.159
633
V
Primitieve Begroting na begroting wijziging
Rekening 2020
Voordeel / Nadeel
Baten
31 Bestuur
0
17
13
-4
N
32 Burgerzaken
1.409
1.358
894
-463
N
33 Veiligheid
113
113
117
5
V
Totaal baten
1.522
1.487
1.024
-463
N
-13.131
-13.306
-13.135
170
V
Toevoegingen (in reserve)
-18.218
-35.836
-35.869
-33
N
Onttrekkingen (uit reserve)
17.565
34.952
34.952
-0
N
-13.784
-14.190
-14.052
137
V
Saldo baten en lasten Mutaties reserves
Gerealiseerd resultaat
Pagina 30 van 135
O21.000965
2.2.4
Overzichten
Wat heeft het gekost? In de programma’s in de begroting zijn doelstellingen geformuleerd, waarover we hiervoor gerapporteerd hebben. Bij de overzichten zijn geen doelstellingen geformuleerd. Vandaar dat we hier alleen een overzicht van de lasten en baten weergeven.
Overzicht lasten en baten per hoofdtaakveld (bedragen x € 1.000) Lasten
Primitieve Begroting na begroting wijziging
Rekening 2020
Voordeel / Nadeel
91 Algemene dekkingsmiddelen
2.442
2.287
1.410
877
V
92 Overhead
31.843
35.059
35.750
-691
N
93 Heffing VPB
30
30
31
-1
N
98 Bedrag onvoorzien
819
1.356
4.979
-3.623
N
35.134
38.732
42.169
-3.438
N
Primitieve Begroting na begroting wijziging
Rekening 2020
Voordeel / Nadeel
Totaal lasten Baten
91 Algemene dekkingsmiddelen
188.677
195.660
197.130
1.470
V
1.197
2.218
2.584
366
V
0
0
112
112
V
Totaal baten
189.874
197.878
199.825
1.948
V
Saldo baten en lasten
154.739
159.146
157.656
-1.490
N
Toevoegingen (in reserve)
-6.158
0
-25
-25
N
Onttrekkingen (uit reserve)
7.183
7.392
74
-7.318
N
155.765
166.538
157.705
-8.832
N
92 Overhead 98 Bedrag onvoorzien
Mutaties reserves
Gerealiseerd resultaat
De Algemene dekkingsmiddelen bestaan uit treasury, verschillende belastingen en de algemene uitkering en overige uitkeringen. Overhead bestaat uit baten en lasten van personeel, huisvesting, ICT en tractie. De volgende inhoudelijke toelichtingen zijn beschikbaar: • over het onderdeel Treasury zie de paragraaf Financiering. • over de diverse belastingsoorten zie de paragraaf Lokale heffingen. • over de Overhead zie de paragraaf Bedrijfsvoering. Een verklaring van de financiële afwijkingen kunt u vinden in de Jaarrekening, paragraaf 3.5 en verder.
Pagina 31 van 135
O21.000965
2.3
Verantwoording paragrafen
In deze jaarstukken zijn de volgende paragrafen opgenomen: Paragraaf 1: Lokale heffingen Paragraaf 2: Weerstandsvermogen/risicobeheersing Paragraaf 3: Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 4: Financiering Paragraaf 5: Bedrijfsvoering Paragraaf 6: Verbonden partijen Paragraaf 7: Grondbeleid Paragraaf 8: Corona Op de volgende pagina’s gaan we nader op de verschillende paragrafen in.
Pagina 32 van 135
O21.000965
2.3.1
Paragraaf 1: Lokale heffingen
Inleiding We geven hier informatie over de lokale heffingen. We gaan in op de belastingen en heffingen, de uitvoering van de Wet WOZ en het kwijtscheldingsbeleid.
Lokale heffingen: belastingen en rechten Heffingen met gecombineerde aanslag Het grootste deel van de lokale heffingen is eind februari 2020 opgelegd via de gecombineerde aanslag. Het combineren van belastingaanslagen heeft voor de burgers als voordeel dat daardoor het lokale belastinggebied transparanter is. Daarnaast is voor al deze aanslagen een betalingsregeling te treffen (betalen in acht termijnen via automatische incasso). De combinatie van aanslagen zorgt voor lagere perceptiekosten. Bijzonderheden Aanslag digitaal Bij de aanslagoplegging in februari 2020 waren zo’n 18.106 belastingplichtigen (37%) aangesloten op MijnOverheid. Dit is een stijging van 2% ten opzichte van vorig jaar. Degenen die aangesloten zijn bij MijnOverheid ontvangen de aanslag niet langer op papier maar alleen nog in hun digitale berichtenbox. Voor de belastingplichtigen overzichtelijk en veilig. Het versturen van de aanslagen via MijnOverheid zorgt niet alleen voor lagere kosten maar ook sparen we hiermee het milieu. Ondernemersfonds Gelijk aan eerdere jaren zijn de tarieven voor de OZB niet-woningen extra verhoogd ten behoeve van het ondernemersfonds. Het betreft een percentage van 0,06% op de WOZ-waarde. De meeropbrengst zal via een subsidie worden overgedragen aan het ondernemersfonds.
Uitstel van betaling in verband met corona In verband met de corona-crisis is in 2020 aan iedereen uitstel van betaling verleend tot eind augustus. Na augustus hebben we weer “gewoon” ingevorderd. Er lopen nu iets meer betalingsregelingen dan in voorgaande jaren, maar voor het grootste deel zien we dat er goed betaald is. Precariobelasting kabels en leidingen De aanslag over 2020 is al vroeg in 2020 opgelegd. De bezwaarperiode is verstreken zonder dat er bezwaar is ingediend tegen de aanslag. Precariobelasting terrassen In verband met corona mochten de horecaondernemers in de periodes van half maart tot 1 juni en half oktober tot het einde van het belastingjaar geen gebruik maken van hun terras. Op grond van de verordening moest de heffingsambtenaar ontheffing verlenen voor deze maanden. Er is in deze maanden namelijk niet voldaan aan de belastingplicht omdat er geen terrassen waren. De totale ontheffing van alle aanslagen bedraagt € 52.735,45. We hebben hiervoor een compensatie voor ontvangen van het Rijk. Het begrote bedrag is hierop aangepast. Over de tijdelijke uitbreidingen van terrassen is geen precariobelasting geheven. Toeristenbelasting Als gevolg van de coronamaatregelen werd een ieder tijdens de lockdown verzocht om thuis te blijven. Toeristisch verblijf in onze gemeente was slechts beperkt mogelijk.
Rekening houdend met de hierdoor misgelopen toeristenbelasting is de begrote opbrengst met € 517.000 naar beneden bijgesteld. Ter compensatie heeft de gemeente dit bedrag van het rijk ontvangen. De toeristenbelasting voor belastingjaar 2020 wordt voor het grootste deel geheven in 2021. We moeten immers het jaar afwachten voordat aangifte kan worden gedaan door de ondernemers. Om die reden is er een stelpost opgevoerd. Er is in 2020 een meeropbrengst van € 245.000, dit betreft het resultaat over belastingjaar 2019. Er waren in 2019 aanzienlijk meer overnachtingen dan begroot.
Pagina 33 van 135
O21.000965
Overzicht belastingen en rechten Belastingen a. b. c. d. e. f.
Totaal
Begroting 2020 € 20.273.160 741.091 1.297.3651 6.669.1271 1.605.2151 4.153 30.590.111
Rekening 2020 € 20.221.999 773.101 1.278.872 6.671.529 1.850.588 3.633 30.799.722
Totaal
Begroting 2020 € 9.202.659 345.000 8.110.317 1.668.107 1.614.669 625.000 635.2651 53.469 85.673 22.340.159
Rekening 2020 € 9.236.006 396.040 8.142.675 1.744.540 1.175.197 624.849 774.899 32.649 92.934 22.219.789
Onroerende-zaakbelasting (OZB) Forensenbelasting Parkeerbelasting Precariobelasting Toeristenbelasting Roerende Ruimtebelasting
Rechten a. b. c. d. e. f. g. h. i. 1
Afvalstoffenheffing Reinigingsrechten Rioolheffingen Bouwleges Diverse overige leges Grafrechten Liggeld Marktgeld Passagegelden (sluisgelden)
na begrotingswijziging
Lokale lastendruk Woonlasten ten opzichte van landelijk gemiddelde In de tabel zetten we de jaren 2019 en 2020 naast elkaar. Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde van het jaar ervoor a. b. c. d. e. f.
OZB lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Rioolheffingen voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Afvalstoffenheffing voor een gezin Eventuele heffingskorting Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (a+b+c+d) Woonlasten voor landelijk gemiddelde van het jaar ervoor Percentage woonlasten ten opzichte van landelijk gemiddelde van het jaar ervoor: (e/f) x 100%
2019 € 281 179 235 695
2020 € 281 182 241 704
740 94%
705 99%
Conclusie: de woonlasten in Súdwest-Fryslân liggen circa 1% onder het landelijke gemiddelde.
Uitvoering Wet WOZ Jaarlijks waarderen we alle onroerende zaken in de gemeente. De Waarderingskamer (onafhankelijk toezichthouder op de Wet WOZ), vindt dat de kwaliteit voldoende is en heeft toestemming verleend om de WOZ-beschikkingen te versturen. Ook vindt men dat de algehele uitvoering goed verloopt. In lijn met de voorgaande jaren is tijdens en na de verzending van de WOZ-beschikkingen aandacht besteed aan communicatie richting belastingplichtigen. Daarbij hebben we ons gericht op toegankelijk informeel contact met de belastingplichtigen in plaats van een formele bezwaarfase. Het aantal informele bezwaren is echter lager dan in voorgaande jaren en het aantal formele bezwaren (vooral via no-cure-no-pay bezwaarbureaus) is gestegen. Wij vermoeden dat dit te maken heeft met corona-crisis. De eerste lockdown in verband met corona begon immers begin maart, dit was aan het begin van de bezwaarfase.
Pagina 34 van 135
O21.000965
Gemeente
Bezwaren woningen 2019 2020 2,1% 2,4% 1,0% 1,5% 1,0% 1,2% 1,1% 1,7% 1,3% 1,5%
Landelijk Súdwest-Fryslân Heerenveen Smallingerland Leeuwarden
Bezwaren niet-woningen 2019 2020 3,6% 3,8% 1,6% 3,4% 3,7% 1,5% 6,3% 5,6% 3,0% 2,5%
Kwijtscheldingsbeleid Het kwijtscheldingsbeleid is vastgelegd in landelijke regelgeving. De gemeente kan op meerdere onderdelen vrij besluiten: • wel/niet kwijtschelding voor een bepaalde belastingsoort verlenen • het te hanteren percentage van de bijstandsnorm • de verruimde norm voor pensioengerechtigden hanteren • wel/niet rekening houden met de netto kosten van de kinderopvang • wel/niet zelfstandigen kwijtschelding laten aanvragen Súdwest-Fryslân hanteert de zogenoemde 100% norm (de meest gunstige norm voor aanvragers) en de verruimde norm voor pensioengerechtigden. Ook houden we rekening met kinderopvang. Verder kunnen zelfstandige ondernemers kwijtschelding aanvragen voor het privégedeelte van de aanslag. In de kwijtschelding betrekken we de afvalstoffenheffing, rioolheffingen en (on)roerende-zaakbelastingen. Op dit moment zijn alle tot nu toe binnengekomen aanvragen afgehandeld. Voor de zelfstandigen moeten we nog een aantal behandelen (het wachten is op de jaarcijfers van deze zelfstandigen). In boekjaar 2020 is er in totaal voor een bedrag van bijna € 594.000 kwijtgescholden. Kwijtscheldingen
Automatische kwijtschelding Volledige kwijtschelding Gedeeltelijke kwijtschelding Geen kwijtschelding Totaal
aantal 2019
2020
percentage 2019 2020 % %
1.549 700 32 365 2.646
1.450 675 47 346 2.518
59 26 1 14 100
58 27 2 14 100
bedrag 2019 € 442.000 180.000 7.000 629.000
2020 € 409.000 174.000 11.000 594.000
NB Burgers met een eigen woning krijgen nooit automatische kwijtschelding. De gemeente kent een proactief kwijtscheldingsbeleid en benadert zo veel mogelijk belastingplichtigen die eventueel recht hebben op kwijtschelding. Het Inlichtingenbureau toetst burgers die in jaar x kwijtschelding hebben gekregen op: inkomen, saldi van bankrekeningen en kentekens van voertuigen. Uit de terugkoppeling kunnen we de burgers bij geen belemmering voor de drie criteria voor jaar x+1 automatische kwijtschelding verlenen. De uitvallers op één of meer criteria krijgen hiervan bericht met een setje aanvraagformulieren. Meer inwoners zijn in aanmerking gekomen voor automatische kwijtschelding. Dit zorgt voor een verlaging van de administratieve lastendruk bij die categorie. Verder zien wij een daling als gevolg van een beter economisch klimaat.
Pagina 35 van 135
O21.000965
2.3.2
Paragraaf 2: Weerstandsvermogen/risicobeheersing
Algemeen We gaan hier in op de beheersing van risico’s. Als onderdeel hiervan berekenen we het weerstandsvermogen. Ook nemen we enkele kengetallen op. Voor het afdekken van risico’s kijken we vooral naar de mogelijkheden die de reserves en voorzieningen bieden: • Reserves In beginsel dienen de algemene reserve en bestemmingsreserves ter dekking van niet of lastig in te schatten risico’s. Bestemmingsreserves zijn door de raad gecreëerd ter dekking van specifiek benoemde doeleinden. Soms zijn hier al verplichtingen aangegaan. In sommige gevallen kan een bestemmingsreserve, na een raadsbesluit, toch een ander karakter krijgen, zodat het afdekken van risico’s mogelijk wordt. De algemene reserve is vrij besteedbaar. • Voorzieningen Voor risico’s van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten treffen we voorzieningen. Deze voorzieningen vormen een onderdeel van het vreemd vermogen en zijn daarom niet vrij inzetbaar. Het is onmogelijk om elk risico waaraan de gemeente wordt blootgesteld af te dekken, maar ook niet ieder risico zal zich tegelijkertijd voordoen. Hier gaan we bij de berekening van het weerstandsvermogen verder op in. De gemeente heeft zich tegen aansprakelijkheidsrisico’s verzekerd en daarnaast nog diverse andere verzekeringen afgesloten ter dekking van kwantificeerbare risico’s en/of schades.
Weerstandsvermogen Uitgangspunten Voor het analyseren van risico’s is de berekening van het weerstandsvermogen van belang. In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zijn beleidsuitgangspunten opgenomen (gemeenteraad, 20 september 2012). Berekening weerstandsvermogen Op basis van een risico-inventarisatie brengen we de risico’s in beeld. Via een risico-simulatie berekenen we de benodigde weerstandscapaciteit en vergelijken dit met de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een te berekenen ratio weerstandsvermogen beoordelen we of een aanpassing van het huidige niveau weerstandsvermogen nodig is. Het niveau weerstandsvermogen bepaalt de hoogte van de algemene reserve die vrij beschikbaar moet zijn voor het opvangen van risico’s. Risico-inventarisatie Om de risico's van Súdwest-Fryslân in kaart te brengen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is tot stand gekomen met behulp van het softwareprogramma NARIS® (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement Informatie Systeem). Hiermee brengen we risico's systematisch in kaart en komen tot een beoordeling. De inventarisatie bevat 37 risico's. In tabel 1 presenteren we (volgens afspraak) de 10 risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de weerstandscapaciteit.
Pagina 36 van 135
O21.000965
Tabel 1: Belangrijkste financiële risico's Nr. Risico
Gevolgen
1. Ombuigingen Worden niet (volledig) gerealiseerd.
Tekorten nemen onvoldoende af.
2. Grondexploitaties Daling van grondprijzen door marktontwikkelingen. 3. Sociaal domein Hogere zorgvraag door externe factoren.
4. Pandemie Corona ontwikkelingen 5. Culturele instellingen Dorpshuizen krijgen te maken met een calamiteit. 6. Openbare ruimte Falen brug of kade
7. Openbare ruimte Extra schade door weersomstandigheden. 8. Precariobelasting Belasting vervalt (bijvoorbeeld door juridische uitspraak) 9. Sociaal domein Herstructurering Sociale werkvoorziening.
10. Algemeen uitkering Plafond BTWcompensatiefonds (BCF)
Maatregelen
Kans
De gemeente staat voor een grote uitdaging. Alle opties worden tegen het licht gehouden. De gemaakte keuzes in ombuigingen zullen worden uitgevoerd. Lagere verkoopopbrengsten 1. Monitoren van de markt. en (aanvullend) verlies in 2. Streven naar een stabiel gemeentelijke grondprijsbeleid. grondexploitaties. Hogere zorgvraag betekent Door in te zetten op de eigen kracht van hogere kosten. Nieuwe burgers wordt geprobeerd de tendens te regelgeving kan leiden tot keren. Gebiedsteams werken nauw hogere lasten. samen met huisartsen, jeugdartsen en zorginstellingen. Monitoring en analyse vindt plaats op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Extra kosten voor Ervaringen uit het verleden worden maatregelen, dalende gebruikt om een volgende golf zo goed inkomsten. mogelijk het hoofd te kunnen bieden. Dorpshuizen doen een Er zijn voorwaarden gesteld over beroep op calamiteitenfonds wanneer een beroep op dit fonds kan van de gemeente. worden gedaan.
10%
Maximaal Invloed Financieel gevolg € 8.250.000 12,50%
50%
€ 2.360.000 11,88%
50%
€ 1.500.000 11,37%
50%
€ 1.200.000 11,07%
10%
€ 6.100.000 9,35%
Uitvoeren inspecties om de constructieve 50% veiligheid onder de waterlijn in beeld te krijgen. Uitwerken programmatische aanpak. Eventueel beperkende maatregelen. Extra kosten en hogere kans Herstelmaatregelen worden snel 50% op schade aan het wegdek, uitgevoerd zodat de schade zoveel opruimen rioolslib e.d. mogelijk wordt beperkt. De gemeente moet de Ontwikkelen volgen. Alle rechtszaken 5% geraamde zijn tot nu toe gewonnen. De laatste belastingopbrengst terug jaren is geen bezwaar meer betalen. aangetekend. De herstructurering kan tot Er is een proces plan om richtinggevende 50% gevolg hebben dat de besluitvorming te doen plaatsvinden voor huidige taken die belegd zijn de herstructurering. Pas na de richting bij de GR/NV meer gaan zal inzichtelijk worden welke kosten kosten. daadwerkelijk gemoeid zijn met de herstructurering. Gemeenten doen een groter In de meerjarenraming wordt rekening 50% beroep op het BCF. Hierdoor gehouden met lagere inkomsten vanuit valt de voorschot regeling het BCF. BCF lager uit.
€ 1.000.000 8,06%
Vervangingsopgave icm beschikbaar budget
€ 500.000 5,79%
€ 6.200.000 4,68%
€ 500.000 4,48%
€ 511.000 3,83%
Totaal (10 grootste risico's) € 28.121.000 Totaal 10 grootste risico's
€
28.121.000
Totaal overige 27 risico’s
€
8.111.000
€
36.232.000
Totaal
Overzicht totaalbedrag risico’s 2016-2020 Overzicht bedragen Jaarverslag Totaalbedrag risico’s
Pagina 37 van 135
2016 € 27.243.000
2017 € 30.806.000
O21.000965
2018 € 25.844.400
2019 € 40.045.800
2020 € 36.232.000
Risico-simulatie en benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s voeren we een risicosimulatie uit. De risicosimulatie passen we toe omdat het reserveren van het maximale bedrag van ruim € 36 miljoen ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de grafiek (tabel 2) volgt dat 90% zeker is dat we alle risico's kunnen afdekken met een bedrag van € 6,6 miljoen. Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50%
Bedrag x miljoen € 1,0 1,3 1,5 1,7 1,9 2,0 2,2 2,4 2,5 2,7
Percentage 55% 60% 65% 70% 75% 80% 85% 90% 95%
Bedrag x miljoen € 2,9 3,1 3,3 3,6 3,9 4,4 5,2 6,6 8,3
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat vrij beschikbaar is om de financiële risico’s af te dekken. Het gaat hier per 31 december 2020 om € 17,8 miljoen (zie 3.4 Toelichting op de balans, B1 Vaste passiva, Overzicht verloop reserves, nummer 108 Algemene reserve SWF). Ratio weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 17,8 miljoen € 6,6 miljoen
= 2,70
De ratio van onze gemeente valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. Tabel 3: Weerstandsnorm Waarderingscijfer Ratio Betekenis A >2.0 Uitstekend B 1.4-2.0 ruim voldoende C 1.0-1.4 Voldoende D 0.8-1.0 Matig E 0.6-0.8 Onvoldoende F <0.6 ruim onvoldoende De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.
In bovenstaande berekening is nog geen rekening gehouden met het voordelige saldo over 2020 van € 4,7 miljoen. Ook is nog geen rekening gehouden met resultaatbestemmingen. In de jaren 2021 en 2022 verwachten we nadelige resultaten van € 2,8 miljoen en € 3,4 miljoen. Deze verwachte nadelige resultaten moeten we te zijner tijd opvangen in de algemene reserve. Vastgesteld en minimaal gewenst weerstandsvermogen • Het niveau weerstandsvermogen is het meest recent vastgesteld op € 8,3 miljoen in de raadsvergadering van 12 november 2019. Het vastgestelde niveau ligt daarmee hoger dan de benodigde weerstandscapaciteit (€ 6,6 miljoen). • We voldoen uitstekend aan de beleidsregel dat de ratio weerstandsvermogen tenminste 1,0 moet zijn. • Een eventuele aanpassing van het (vastgestelde) niveau weerstandsvermogen kan bij de vaststelling van de volgende begroting aan de orde komen.
Pagina 38 van 135
O21.000965
Kengetallen risicobeheersing Het is sinds 2016 verplicht om enkele kengetallen/overzichten op te nemen in deze paragraaf. Het is een wettelijke verplichting op basis van het (vernieuwde) BBV. Voor de uitwerking van de kengetallen geldt een vast format. Hierdoor berekent iedere gemeente de kengetallen op dezelfde wijze en zijn de uitkomsten te vergelijken. We lichten de kengetallen puntsgewijs toe: Verplichte kengetallen a1. a2. b. c. d. e.
Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Rekening 2019 62,13%
Begroting 2020 83,44%
Rekening 2020 60,90%
50,37% 15,09% 3,06% -1,29% 93,92%
72,03% 10,35% 2,25% -0,79% 93,92%
51,00% 16,61% 0,52% 1,50% 99,86%
a. Netto schuldquote (a1) en; Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (a2) Het kengetal netto schuldquote(a1), ook wel bekend als de netto schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van een gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. De correctie (a2) geeft een nog zuiverder beeld van de schuldquote als je die wilt vergelijken met andere gemeenten. In een grafiek ziet het verloop van de netto schuldquote er als volgt uit: 150% 130% 110%
netto schuldquote
90%
netto schuldpositie na aftrek verstrekte leningen
70%
ongezonde balanspositie aandacht geboden
50% 30% 2015
2016
2017
2018
2019
De definitie van de netto schuldquote netto schuldenlast is: baten exploitatie
2020
=
€ 178 miljoen € 292 miljoen
= 61%
Onze totale schuldenlast is in absolute zin in 2020 gestegen van € 169 miljoen naar € 178 miljoen. De totale baten zijn gestegen van € 272 miljoen naar € 292 miljoen. Dit resulteert in een daling van onze schuldquote van 62% naar 61%. De stijging van de baten is mede veroorzaakt door de coronaontvangsten die we van het rijk hebben ontvangen en in combinatie met de verlaging van de schuldenlast is de verhouding tussen schulden en baten in positieve zin veranderd. Boven de 130% is er sprake van een ongezonde schuldpositie. Onze schuldquote bedraagt 61% en is daarmee voldoende.
Pagina 39 van 135
O21.000965
b. Solvabiliteitsratio Deze ratio zegt iets over de mate waarin we aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene reserve + bestemmingsreserve) als percentage van het balanstotaal. Het aandeel van het eigen vermogen op het balanstotaal is ongeveer gelijk gebleven. c. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie is de totale boekwaarde van alle grondcomplexen gedeeld door de totale jaarlijkse baten van de gemeente. Dit geeft een percentage. Hoe hoger het percentage, hoe groter het risico van de grondexploitatie. Ten opzichte van het jaar 2019 is het kengetal gedaald. Dit houdt in dat er een lager risico is dan in 2019. Er is (nog) geen norm vastgesteld voor gemeenten. Dit kengetal dient vooralsnog vooral als vergelijkingscijfer met andere gemeenten. d. Structurele exploitatieruimte Een begroting met hogere structurele baten dan structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. We bepalen de structurele exploitatieruimte door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Dit geeft een percentage. Het kengetal structurele exploitatieruimte is licht positief. Een structureel negatief kengetal is niet gewenst.
Het zou betekenen dat we de structurele lasten jaarlijks moeten dichten met incidentele meevallers of onttrekkingen uit reserves. e. Belastingcapaciteit Het kengetal geeft inzicht in de mate waarin we financiële tegenvallers kunnen opvangen. We berekenen de belastingcapaciteit door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het jaar ervoor. Dit geeft een percentage. Een percentage onder de 100% geeft aan dat je onder het landelijk gemiddelde zit. Dit is bij ons nog net het geval. Conclusie De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden. Volgens de huidige, algemeen aanvaarde normen, is er in meerjarenperspectief sprake van een gezonde positie.
Pagina 40 van 135
O21.000965
2.3.3
Paragraaf 3: Onderhoud kapitaalgoederen
Inleiding In deze paragraaf doen we verslag van het beleidsproces, financiële beleidskader, Asset management en de verrichtingen op de diverse onderdelen rond het onderhoud van kapitaalgoederen in 2020. Beleidsproces en beleidskader Op 17 maart 2020 heeft het college de Nota openbare ruimte 2020-2025 vastgesteld. De raad is hier via actieve info over geïnformeerd. Vervolgens is de Nota betrokken in het proces van het opstellen van de Programmabegroting 2021. Na vaststelling van de Programmabegroting is de Nota openbare ruimte 2020-2025 in januari 2021 ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Financieel beleidskader Op basis van de meerjarenplanning en het beschikbare budget zijn onderhouds- en beheerwerkzaamheden uitgevoerd op basis van de duurzame aanpak. In 2020 was verder, financieel gezien, het volgende aan de orde: Indexering Het budget is in 2019 voor de eerste keer deels geïndexeerd (0,624% in 2019). In 2020 is wederom deels indexatie toegepast (1,35% in 2020). In de praktijk merken we duidelijk al enige jaren dat we te maken hebben met een opgaande economie en stijgende marktprijzen. Door het hanteren van de nullijn, neemt in feite de reële bestedingsmogelijkheid af. Het betekent minder uitvoering van werk en daardoor kwaliteitsverlaging en oplopende achterstanden.
Incidentele bijdrage We zoeken naar synergie tussen onderhoud in de openbare ruimte en ruimtelijke ontwikkelingen. Op die manier voeren we slim werk met werk uit en zetten we middelen zo efficiënt mogelijk in. De middelen die de raad beschikbaar heeft gesteld voor kwaliteitsimpuls kernen zetten we ook op deze wijze in. In de diverse dorps- en wijkvisies zijn veel wensen geuit voor meer groen, parkeren en een (verkeers)veiliger, mooier straatbeeld. In 2021 gaan we verder onderzoeken hoe we achterstallig onderhoud kunnen inlopen en zoveel mogelijk tegemoet kunnen komen aan de wensen van de mienskip binnen de beschikbare middelen. Investeringen In 2020 zijn de volgende kredieten uit het investeringsprogramma vrijgemaakt: - € 1,4 miljoen voor het planmatig vervangen van openbare verlichting. Hiermee dragen we bij aan verkeersveiligheid en duurzaamheid. Met € 1,4 miljoen worden de opgelopen achterstanden weggewerkt en wordt er tegelijk een bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit het klimaatakkoord. - € 1,55 miljoen voor het herstel van de Rijks monumentale kade aan de Looxmagracht te Sneek. De werkzaamheden zijn in 2020 gestart en worden in 2021 afgerond. - € 100.000 voor het vervangen van enkele steigers op de Rakkenpôlle bij Heech zodat we watersporters daar ook goede en veilige voorzieningen kunnen bieden. De werkzaamheden zijn afgerond.
- € 225.000 voor het herstel van de kade aan de Griene Leane te Easterein (zie foto). Bestemmingsreserve kapitaalgoederen De bestemmingsreserve kapitaalgoederen biedt ruimte voor diverse te treffen maatregelen. Er is: - € 374.051 onttrokken aan de bestemmingsreserve kapitaalgoederen ten behoeve van het (deels) inhalen van achterstallig onderhoud Overdracht Stedelijk Water conform de overeenkomst met Wetterskip Fryslân. - € 234.425 onttrokken ten behoeve van het vergroten van biodiversiteit en het vergroenen van de gemeente. Daarnaast is een deel van de bestemmingsreserve gelabeld voor verkeersmaatregelen en specifieke werken. De reserve bevat nog € 119.000 en kent geen structurele voeding.
Pagina 41 van 135
O21.000965
Bestemmingsreserve gebouwen Voor het onderdeel gebouwen geldt, dat, in geval er regulier onderhoudsbudget overblijft, deze bedragen terugvloeien naar de bestemmingsreserve ten behoeve van groot onderhoud. In 2020 is een bedrag van € 141.000 onttrekken aan de Algemene Reserve voor groot onderhoud gebouwen (ontvangen gelden overname Stichting Ons Gebouw) en gestort in de daarvoor bestemde reserve onderhoud gebouwen. De reserve onderhoud gebouwen bevat per saldo op 31/12 nog € € 398.518. Aan de exploitatie voor 2020 wordt € 235.000 onttrokken en toegevoegd aan de bestemmingsreserve gebouwen. Het saldo stijgt met dit bedrag. Risico’s als onderdeel weerstandsvermogen In het kader van doorontwikkeling van professioneel beheer met behulp van Asset management, zijn we in 2017 gestart met het vullen van het risicoregister kapitaalgoederen. In 2018 zijn maatregelen aan de tien hoogste risico’s verbonden. Het risicoregister Asset management is de input voor de NARIS©inventarisatie. (zie Paragraaf 2 “Weerstandsvermogen en risicobeheersing”). Het risico gerelateerd aan kapitaalgoederen is verdisconteerd in de beschikbare weerstandscapaciteit. Weersomstandigheden Ook het jaar 2020 kende extreme weersomstandigheden, met name droogte zowel in het voorjaar als aan het einde van de zomer.
De weersomstandigheden hebben invloed op de onderhoudsstaat van onze assets zoals verzakking van wegen of bermen. De financiële effecten hiervan zijn lastig te duiden.
Onderdelen De kapitaalgoederen zijn opgedeeld in zeven groepen. We geven hier per onderdeel een korte terugblik over 2020. Wegen (programma 2, hoofdtaakveld Bereikbaarheid) De werkwijze bij het beheer van de openbare ruimte is gebaseerd op assetmanagement; het vergroten van de maatschappelijke waarde van assets door optimaal beheer te realiseren op basis van afgewogen kosten, prestaties en risico’s over de gehele levenscyclus van assets (kapitaalgoederen). In 2020 is gestart met de pilot assetmanagement wegen. Het doel van deze pilot is om de door de raad vastgestelde organisatiewaarden verder uit te werken zodat ze geïmplementeerd kunnen worden in het beheersysteem GBI. Het uiteindelijke doel is om hiermee het risicogestuurd wegbeheer invulling te geven zodat weloverwogen keuzes gemaakt kunnen worden en achterstanden op het gebied van elementen ingelopen worden. De resultaten van de pilot moeten nog worden uitgewerkt en geïmplementeerd in 2021. Integrale kaart Beleidsuitgangspunt is om werk met werk te maken zodat we onze middelen zo slim mogelijk inzetten. Met name de integrale kaart is een belangrijk hulpmiddel om zoveel mogelijk werkzaamheden te combineren en ook om zo de overlast en hinder van werkzaamheden voor inwoners te voorkomen. Onder andere werkzaamheden aan de riolering in Makkum en in Sneek zijn gecombineerd met wegonderhoud.
Ook het vervangen van bomen en groenvoorzieningen worden daar in meegenomen. Vanuit het budget wegen en groen is bijgedragen aan gecombineerde werken. En ook worden kleine verkeerskundige aanpassingen gecombineerd met onderhoud, hiervoor heeft de raad eind 2020 ook nog een éénmalig bedrag beschikbaar gesteld. Vanaf 2021 is er geen geld meer beschikbaar voor verkeerskundige aanpassingen. Pilot wijkbeheer In 2020 heeft evaluatie van de pilot integraal wijkbeheer klein onderhoud in de openbare ruimte plaatsgevonden. Binnen de pilot wordt onder andere klein herstelwerk aan bestrating, straatmeubilair, bebording en bewegwijzering uitgevoerd. Op basis van de evaluatie is het voornemen de pilot in 2021 verder uit te rollen. Waarbij ook wordt gekeken of er een combinatie mogelijk is met het verbeteren van de toegankelijkheid in het kader van het VN verdrag voor de mens. Openbare verlichting (programma 2, hoofdtaakveld Bereikbaarheid) De verlichting wordt door de Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A. verzorgd. De vervangingsopgave is een doorlopend proces en is conform programma uitgevoerd. Daarbij wordt overgeschakeld op LED-verlichting.
Pagina 42 van 135
O21.000965
In 2020 is een bedrag van € 1.400.000 vrijgemaakt voor het vervangen en verduurzamen van openbare verlichting. Door groot in te kopen en samen te werken met de aannemer wordt getracht voordeel te behalen en zo veel mogelijk achterstanden in te lopen. We verwachten de werkzaamheden in 2021 af te ronden en een plan op te stellen voor het vervolg, zodra dit inzichtelijk is wordt opnieuw een bedrag aangevraagd voor vervanging en verduurzaming.
Openbaar groen (programma 2, hoofdtaakveld Leefomgeving) De geplande onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd. Bij onderhoud groen is sprake van een hoge inzet Social Return. In 2020 is gestart met een onafhankelijke schouw. De schouw bestaat uit meerdere rondes in verschillende jaargetijden en wordt in 2021 afgerond. Het doel is meten van de beeldkwaliteit van diverse onderdelen van de openbare ruimte waaronder ook de openbare groenvoorziening. Vergroenen openbare ruimte In 2020 heeft de raad éénmalig € 234.425 vrijgemaakt om een impuls te geven aan het stimuleren van de biodiversiteit en het vergroenen van de openbare ruimte. In 2020 is gestart met het omvormen van bermbeheer waarbij bermen langs een netwerk van insectvriendelijke gebieden op ecologische wijze beheerd worden. Daarnaast worden -waar het kan - stoepen en klinkerpaden vervangen door groenstroken. Actie Steenbreek In het kader van Actie Steenbreek zijn er samen met inwoners al 225 geveltuinen aangelegd in diverse dorpen en steden. De aanleg van het groen in de buurt levert naast bewustwording een meerwaarde op voor klimaat, waterberging en biodiversiteit. Aanpak invasieve exoten Voor een aantal invasieve plantensoorten gelden Europese vastgestelde verplichtingen om de verspreiding tegen te gaan.
Het gaat om invasieve soorten die van nature niet in Nederland voorkomen, zich snel uitbreiden en behoorlijke overlast kunnen veroorzaken bij mensen en bij sommige dieren. Daarnaast verdringen ze de inheemse plantensoorten en dit heeft negatieve gevolgen voor de biodiversiteit. Sinds juni van 2020 wordt de Japanse duizendknoop aangepakt door middel van het elektrocuteren. De gemeente Súdwest-Fryslân is de eerste gemeente in Nederland die deze apparatuur (Rootwave) heeft aangeschaft. De aanpak van o.a. de reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop laat goede resultaten zien. Het is echter een intensief en zeer langdurig proces. Nieuwe aanplant Het bomenbestand is afgelopen jaar toegenomen met 661 stuks. Totaal staan er nu 51.205 geregistreerde bomen in onze gemeente. Afgelopen jaar zijn er 20.000 stuks nieuwe sierheesters en bosplantsoen en 50.000 vaste planten aangeplant in verschillende dorpen en steden. Ontwikkelingen begraafplaatsen In 2020 is de dienstverlening op een aantal begraafplaatsen verbreed. Zo is er een urnenmuur in Koudum aangelegd en kunnen urnen in keldertjes met tuintjes worden gezet in Ypecolsga en Wommels. Daarnaast is er een inventarisatie gedaan voor het funerair erfgoed op begraafplaatsen. Communicatie Informatie over groenonderwerpen op de gemeentelijke website zijn uitgebreid.
Ook verschijnen er regelmatig nieuwsberichten op facebook, twitter en Instagram. Speel- en sportvoorzieningen De geplande inspecties en de daaruit voort vloeiende onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd. Waar nodig zijn speel- en sporttoestellen vervangen. Ook op een enkel schoolplein heeft er renovatie plaatsgevonden, door het plein “groener” te maken en de nodige speeltoestellen te vervangen. Hiermee dragen we bij aan een gezonde en veilige leefomgeving. Er is steeds meer de behoefte om in het openbaar te bewegen en te sporten. Daarom zijn op de volgende locaties nieuwe speel- sportvelden gecreëerd of uitgebreid: It Kymfjild Oppenhuizen (uitbreiding), Gravinnepoel Uitwellingerga (renovatie en uitbreiding), Oosterstraat Witmarsum (uitbreiding), Pharshoeke Heeg (uitbreiding) en Harinxmaland Sneek (nieuw).
Pagina 43 van 135
O21.000965
Waterbouwkundige kunstwerken (programma 2, hoofdtaakveld Bereikbaarheid) In 2020 zijn vele werkzaamheden uitgevoerd. Het gaat onder meer om: • Toetsen en inspecteren van een aantal betonnen bruggen. Op basis hiervan is een meerjarenonderhoudsplan voor de komende 5 jaar opgesteld; • Vervangen van de steigers bij houtmuseum IJlst; • In Stavoren zijn de steigers in de haven hersteld en de walbeschoeiing van de Stadsgracht vernieuwd. Hierbij zijn de oude damwanden vervangen door schotten van gerecycled hout; • Vernieuwen van de ebdeuren van de schutsluis Hindeloopen; • Voorbereiding van werkzaamheden aan de kade Woudvaarthaven te Sneek en Kade Gaastmeer; • Vervangen van oevers aan De Eenheid, De Ligger en De Loper in Sneek. Bij de waterbouwkundige kunstwerken is sprake van toenemende druk. Daarom heeft bijsturing in de berap plaatsgevonden.
Waterbodems (programma 2, hoofdtaakveld Bereikbaarheid) Het Budget onderhoud waterwegen is bestemd voor het onderhoud van de watergangen die in ons eigendom zijn. De onderhoudsstrategie is gebaseerd op correctief onderhoud. Dit houdt in dat we veelal aan de hand van meldingen actie ondernemen. Daarnaast geven we voorrang aan baggeren ten behoeve van economische belangen. In het kader van beheer stedelijk water zijn afspraken gemaakt over de overdracht van stedelijk water (OSW) aan het Wetterskip. Om aan de afspraken te voldoen is in 2020 een bedrag van € 374.051 vrijgemaakt uit de bestemmingsreserve kapitaalgoederen.
Riolering (programma 2, hoofdtaakveld Leefomgeving) De geplande onderhoudswerkzaamheden zijn grotendeels uitgevoerd. Momenteel zijn er 14 projecten in uitvoering, de status van deze projecten varieert van de (besteks-)voorbereiding tot afronding van de uitvoering. Het betreft onder andere de Partuurstraat en Jancko Douwemastraat in Sneek en projecten in Bolsward en Makkum. Drie projecten zijn afgesloten. Voor drie locaties, in Heeg, Woudsend en Sneek, is sprake is van een verhoogd risico op wateroverlast (www.frieseklimaatatlas.nl). Voor de locaties in Heeg en Sneek zijn maatregelen genomen. De situatie in Woudsend is complexer en vergt meer onderzoek. Hiervoor is een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld.
Vastgoed (programma 1 en 2) We optimaliseren door de verkoop van snippergroen en gemeentelijke gebouwen die niet meer aansluiten bij de gemeentelijke kerntaken. De verkoop hiervan ligt op schema. Er zijn 102 percelen snippergroen overgedragen en er zijn 4 panden verkocht. Daarnaast zijn de MFA De Swel te Koudum en het MFA Warns overgenomen. Naast alle reguliere onderhoudswerkzaamheden is onder meer: • Gewerkt aan verdere verduurzaming waarbij aan ruim 30 panden een energielabel is toegekend en op een aantal gebouwen zonnepanelen zijn aangebracht; • een nieuw gebouwbeheersysteem (IBIS) aangeschaft; • de aanbesteding van de schoonmaak van recreatieve gebouwen voorbereid en heeft de voorbereiding van de huisvesting buitendienst en realisatie De Tiid te Bolsward de nodige aandacht gevraagd; • En zijn de nodige coronamaatregelen getroffen.
Pagina 44 van 135
O21.000965
2.3.4
Paragraaf 4: Financiering
Inleiding We geven hier een toelichting op het beleid en de uitvoering van de financiering (treasury). We willen de kosten die de financieringsfunctie met zich meebrengt zo laag mogelijk houden. De opbrengsten die we kunnen behalen willen we juist maximaliseren. Ons streven is om een voldoende grip te hebben/houden op de schuldpositie. Zo geven we inhoud aan de ambitie “financieel vitaal”. Súdwest-Fryslân is een ontwikkelgemeente. Hierdoor is er sprake van een financieringsbehoefte: we lenen geld om aan betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Dat is niet een probleem zolang de rente over het geleende geld gedekt is in de begroting. Op langere termijn kan een oplopende schuld tot problemen leiden. Ook kan de rentestand stijgen en dalen. Terwijl we elke euro die we aan rente betalen niet aan andere zaken kunnen besteden. De uitdaging is om hier een juiste balans te vinden.
Financieringsbehoefte In 2020 is een liquiditeitsprognose opgesteld voor de komende vier jaar. Zo bepalen we de financieringsbehoefte en weten we wanneer we geldleningen moeten afsluiten. We hebben in 2020 geen langlopende leningen hoeven af te sluiten om onze liquiditeit te garanderen. Risico’s financieringsfunctie Onder de risico’s van de financieringsfunctie vallen onder andere rente-, krediet-, liquiditeits-, koersen valutarisico’s. Deze onderwerpen zijn opgenomen in het treasurystatuut. Het meest omvattende risico is het renterisico. Ter beperking van het renterisico zijn in de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) twee verplichte normen opgenomen: (a) de kasgeldlimiet en (b) de renterisiconorm. Aan deze wettelijke normen moeten we voldoen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Met als doel grote schommelingen in de rentelasten te voorkomen. In de begroting 2020 werd als kasgeldlimiet € 24,2 miljoen berekend. De limiet hebben we in 2020 niet overschreden vandaar dat er ook geen noodzaak was om langlopende leningen af te sluiten. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het verloop van de afgesloten kasgeldleningen (in miljoenen).
kasgeldleningen 2020 30 20 10 0 jan
feb
mrt
apr
mei
juni
kasgeldlimiet
juli
aug
sept
okt
nov
dec
kasgeldleningen
Zoals te zien is in bovenstaande tabel hebben we in maart en april kasgeldleningen afgesloten. We hebben geld ontvangen op de aangetrokken geldleningen. De ontvangen rente op deze kortlopende leningen varieerde tussen de -0,25% en -0,34%. De totale opbrengst was bijna € 14.000.
Pagina 45 van 135
O21.000965
Zie in de grafiek het verloop van de percentages van de ontvangen kasgeldrente: jan
feb
mrt
apr
mei
juni
juli
aug
sept
okt
nov
dec
0 -0,2 -0,4 -0,6 Perc. Ontv. Rente
Onderstaande tabel geeft het overzicht van 2020 weer. Berekening kasgeldlimiet Omvang begroting per 1 januari 2020
285.000
Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag
8,50%
Kasgeldlimiet in bedrag
24.225 REALISATIE jan-mrt
apr-jun
juli-sep
okt-dec
jaar
Totaal vlottende schuld
7.853
13.927
2.972
3.116
6.967
Totaal vlottende middelen
23.966
26.190
29.646
26.636
26.610
Totaal netto vlottende schuld
-16.113
-12.263
-26.674
-23.520 -19.643
Toegestane kasgeldlimiet
24.225
24.225
24.225
24.225
24.225
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
40.338
36.488
50.899
47.745
43.868
Uitgangspunt van de kasgeldlimiet is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De kasgeldlimiet stelt een grens aan de korte financiering , waardoor het renterisico hierop kan worden beperkt. Renterisico’s vaste schuld en renterisiconorm De renterisiconorm legt een relatie tussen de opbouw van de leningenportefeuille en de mate waarin we tegenvallers kunnen beperken als gevolg van stijgende rente. We lopen renterisico bij renteaanpassingen en herfinanciering. Onderstaand schema geeft de renterisico’s weer voor de vaste schuld in relatie tot de rente risiconorm volgens de Wet Fido. Renterisiconorm
Bedragen € 0 20,4 20,4
1 2 3
Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1 + 2)
4 5 6
Begrotingstotaal Vastgelegd percentage (20%) Renterisiconorm (20% van 4)
285 20% 57,0
7 8 9
Renterisiconorm (6) Renterisico op vaste schuld (3) Ruimte (+) (7 - 8)
57,0 20,4 36,6
Hieruit blijkt dat ruim is voldaan aan de renterisiconorm. De ruimte (zie 9) is namelijk positief.
Pagina 46 van 135
O21.000965
Leningenportefeuille Verloop leningenportefeuille Het verloop van de leningenportefeuille in de periode 2018-2020 is als volgt: Verloop langlopende leningen (x miljoen) opgenomen geldleningen boekwaarde per 1/1 aangetrokken leningen (+) aflossingen (-) opgenomen leningen per 31/12
2018 €
2019 €
2020 €
169,2 18,0 13,7 173,5
173,5 40,0 15,6 197,9
197,9 0 20,4 177,5
verstrekte geldleningen boekwaarde per 1/1 verstrekte leningen (+) aflossingen (-) verstrekte leningen per 31/12
35,7 0 2,2 33,5
33,5 0 2,6 30,9
30,9 0 2,2 28,7
saldo leningen
140,0
167,0
148,8
Schuldpositie De afgelopen drie jaar hebben we de volgende bedragen geïnvesteerd: Investeringssaldo (x miljoen) a. netto investeringen b. afschrijvingen Saldo
Rekening 2018
Rekening 2019
Rekening 2020
12,8 -14,1 -1,3
15,2 -22,4 -7,2
19,0 -14,9 4,1
In de onderstaande tabel geven we het resultaat van de berekening van het EMU-saldo weer. EMU-saldo (x miljoen) a. Berekend EMU-saldo b. EMU-referentiewaarde Ruimte
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
-4,2 9,6 5,4
-19,5 9,6 -9,9
-8,9 10,0 1,1
Súdwest-Fryslân heeft voor 2020 een vastgestelde referentiewaarde van € 10,0 miljoen. Deze referentiewaarde is gebaseerd op 0,27% van het BBP. We houden dit bedrag van € 10,0 miljoen aan voor de volgende jaren. We blijven binnen de referentiewaarde, wanneer de som van de investeringen niet groter is dan de som van de referentiewaarde en de jaarlijkse afschrijvingen. We hebben nog investeringsruimte over om binnen de EMU-referentiewaarde te blijven. Conclusie. We voldoen op dit moment aan de wettelijke en gangbare eisen met betrekking tot onze financiering.
Pagina 47 van 135
O21.000965
2.3.5
Paragraaf 5: Bedrijfsvoering
1. Inleiding In deze paragraaf Bedrijfsvoering besteden we aandacht aan de organisatieontwikkeling, aspecten van fiscale beheersing en het overzicht van de loonsom en de omvang van de gemeentelijke organisatie. Voor de onderdelen digitalisering (speerpunt 13) en ontwikkelingen in het ruimtelijke domein (speerpunt 10) verwijzen wij naar de verantwoording in de betreffende programma’s. 2. Organisatieontwikkeling De basis voor de organisatieontwikkeling is gelegd vanuit het Ontwikkelprogramma 2017-2020. Daarin hebben we concrete stappen gezet naar een meer flexibele organisatie die omgevingsbewust en opgaven gestuurd meebeweegt met de veranderende samenleving en bestuurlijke ambities. Werken vanuit de Bedoeling is daarin de leidraad, waarin we steeds op zoek blijven naar de basiswaarden van het werk: ‘waarom doen we dit ook alweer en wat levert het op voor onze inwoner?’. Dit vertaalt zich in vele kleine verbeteringen in het dagelijkse werk en dienstverlening tot grotere aanpakken waarin actief wordt geparticipeerd door inwoners en ondernemers. Werken vanuit de Bedoeling heeft ook een verbinding met het ‘Ja, mits’ denken en handelen, met initiatiefnemers meedenken over mogelijkheden, van daaruit buiten de lijntjes durven te kleuren en ruimte bieden voor experimenten.
In 2020 is de laatste jaarschijf van de incidentele ontwikkelgelden (€ 250.000) ingezet op de doorontwikkeling van de digitale dienstverlening en communicatie met onze inwoners (website en social media) en op de afronding van de pilot bestuursondersteuning t.b.v. impuls aan kwaliteit van de bestuurlijke samenwerking raad-college-ambtelijke organisatie. Vanuit deze basis hebben we in 2020 een vervolgstap gemaakt naar een volgende organisatiefase met meer sturing op kwaliteit en resultaat, vanuit een visie op Continu Verbeteren. Met deze besturingsfilosofie wordt vanuit klant/resultaat denken gestuurd op kwaliteit van zowel proces als inhoud, verkorten van doorlooptijden en verlaging van kosten. Het bewustzijn wat Continu Verbeteren kan opleveren is gegroeid binnen de organisatie. Niet alleen aan de opbrengsten kant, maar ook aan de kwalitatieve kant voor wat betreft doorlooptijden, kwaliteit en daarmee werkplezier. In samenhang hiermee valt ook de verkenning te zien naar de mogelijke herijking van afwegingskader rond het vraagstuk “Zelf doen, uitbesteden of samenwerken”. Het oude basisprincipe ‘Zelf doen, tenzij….’ komt in 2021 verder in discussie met een beoordeling vanuit verschillende oriëntaties. In 2020 hebben we vooral eerste stappen gezet naar verbeteringen in de kwaliteit van opgave gericht werken.
Door een scherpe focus op de noodzaak en de invulling van de uitvoering (‘wat kunnen we zelf’) hebben we een structurele besparing op externe inhuur kunnen realiseren van € 565.000. Daarnaast hebben we de uitvoering van een aantal bedrijfsvoeringsprocessen verbeterd waardoor we een structurele verlaging van de kosten ter waarde van € 85.000 hebben gerealiseerd. Daarmee hebben we de financiële doelstelling voor Continu Verbeteren in 2020 gerealiseerd (totaal € 650.000). Aanvullend is ook de doelstelling van € 250.000 gerealiseerd op taakbesparingen. Op ketenniveau is in 2020 verkend waar we de komende jaren op in willen zetten om significante resultaten in het kader van Continu Verbeteren te behalen. Eind 2020 zijn daarvoor de eerste uitvoeringsplannen gestart. Eigen inzet en zelf leren en organiseren vormen daarbij de basisaanpak, ondersteund met incidentele externe expertise. Voor deze doorontwikkeling van de organisatie zijn in de periode 2020-2023 incidentele transformatiemiddelen beschikbaar gesteld (voor deze periode totaal € 1,9 mln.) voor (begeleiding bij) de uitvoering van product- en procesoptimalisatie en voor de financiering en stimulering van de daaruit voortvloeiende gewenste flexibele pool en in- en externe mobiliteit.
Eind 2020 is hiervoor de Werkplaats gevormd, een expertiseteam binnen HR dat mobiliteit binnen en buiten SWF stimuleert, ondersteunt, begeleidt en regisseert. Op deze wijze zorgen we er voor dat het juiste talent op de juiste plek in de organisatie komt en dat we medewerkers actief verder helpen in werk. In 2020 hebben we € 75.000 van de ‘transformatiemiddelen Continu Verbeteren’ benut voor inzet in de eerste procesoptimalisaties. Het merendeel van de benodigde middelen voor deze in 2020 opgestarte uitvoeringsplannen zijn in 2021 benodigd. De Corona-pandemie heeft een versnelling in innovatie en creativiteit gerealiseerd. Doordat standaard dienstverlening ‘ineens’ veelal niet meer op de bestaande manier geleverd kon worden, is volop ingezet op vernieuwingen waardoor de (interne) dienstverlening wel doorgang kon vinden. Werken vanuit de Bedoeling en alternatieve uitvoeringen werden het credo. Deze inzichten willen we behouden
Pagina 48 van 135
O21.000965
en verder stimuleren, wat dan ook zal resulteren in meer hybride vormen van (samen)werken en dienstverlenen. 3. Vervolg exploitatie Centrale huisvesting De nieuwe Centrale huisvesting in Sneek is eind 2019 in gebruik genomen en de nieuwbouw is volgens planning binnen budget gerealiseerd. Vanaf dat moment is de exploitatie van de huisvesting gaan lopen met als pre-Corona uitgangspunt dat er vrijval zou ontstaan in de huisvestingslasten van vrijvallende gemeentelijke panden. Kort hierna is in maart 2020 de Corona pandemie, het thuis werken en de anderhalve meter samenleving werkelijkheid geworden. Hierdoor zijn de gemeentelijke panden niet allemaal vrij gevallen, maar zijn deze in sommige gevallen op een andere manier nodig gebleken als maatschappelijk vastgoed. Bijvoorbeeld het voormalige Gemeentehuis in IJlst is niet verkocht, maar aan de GGD verhuurd als Covid 19 testlocatie. Het middellange termijneffect van Corona op de vastgoedmarkt en de toekomst van kantoorruimtes is nog onduidelijk. Wij verwachten op middellange termijn een zorgvuldige heroverweging te kunnen maken over de toekomst van het Gemeentehuis IJlst, Gemeentehuis Sneek (gebouw D) en Gemeentehuis Workum. Voor de voormalige gemeentehuizen in Witmarsum (appartementen-complex), het WMO-loket, het CWI gebouw (Sneek - Súdwesthûs) en Bolsward (HC de Tiid) is al een passende nieuwe invulling gevonden. 4.
Fiscale aangelegenheden De rekenkamer heeft in november 2020 haar onderzoeksrapport fiscale beheersing gepresenteerd. Daarop heeft het college onder andere aangegeven de raad jaarlijks via de jaarrekening over de risico’s van fiscale zaken te informeren. Dat doen wij vanaf deze jaarrekening in de paragraaf bedrijfsvoering. Het monitoren van fiscale risico’s en de controle op fiscale rechtmatigheid zijn onderdeel van het intern controleproces van de gemeente. In het boekjaar 2020 is de procedure binnen de gemeentelijke organisatie rond de uitgaven en de aangifte van de Werkkostenregeling aangescherpt. Een ander fiscaal risico betreft het besluit van de belastingdienst van medio 2020 dat de kosten die de gemeente betaalt voor de gescheiden inzameling van afval vanaf 2015 niet meer ten laste van het btw-compensatiefonds mogen worden gebracht. Aangezien het gescheiden inzamelen van afval nu wordt beschouwd als een btw-verplichte prestatie, is de gemeente belastingrente verschuldigd over de bedragen die de gemeente vanaf 2015, naar nu blijkt ten onrechte, ten laste van het btw-compensatiefonds hebben gebracht. Om te voorkomen dat deze belastingrente wordt opgelegd, zijn wij gezamenlijk met diverse andere gemeenten een juridische procedure gestart. 5. Opbouw personeel In onderstaand overzicht zijn de formatie en loonsom vermeld voor de periode 2018-2020: Loonsom a. Raad b.
Griffie c. Burgemeester en wethouders d. Ambtelijke organisatie Totaal Formatie-omvang (incl. vacatureruimte) a. Griffie b. Ambtelijke organisatie Totaal
Jaarrekening 2018 x € miljoen 0,7 0,4 0,7 52,1
Jaarrekening 2019 x € miljoen 0,8 0,4 0,7 55,0
Jaarrekening 2020 x € miljoen 0,8 0,4 0,7 57,6
53,9
56,9
59,5
31-12-2018 fte 4,76 fte 842,86 fte 847,62 fte
31-12-2019 fte 4,76 fte 839,37 fte 844,13 fte
31-12-2020 fte 4,76 fte 855,14 fte 859,90 fte
In 2020 is de personele omvang ten opzichte van 2019 toegenomen met 15,77 fte. Grotendeels is dit het gevolg van toename personeel voor werkzaamheden i.v.m. Corona (TOZOregeling), “Project Súdwest Werkt!” en uitbreiding wettelijke taken. Hiervoor is gebruik gemaakt van tijdelijk personeel. Navenant hieraan is de loonsom over 2020 ook gestegen, met daarbij de extra loonkosten aan personeel wat voorheen ingehuurd werd en in 2020 in dienst is gekomen bij SWF (hierover bij punt 6 in deze paragraaf meer - daling aan inhuur). Daarnaast zijn er vanuit de CAO salarisverhogingen geweest, nl. per 1 januari 2020 1%, per 1 juli 2020 1% en per 1 oktober nog eens 1%. Dit alles heeft geresulteerd
Pagina 49 van 135
O21.000965
in een stijging van de totale loonkosten van € 2,6 miljoen t.o.v. 2019. Hier tegenover staan de extra gelden die we van het Rijk hebben ontvangen voor werkzaamheden i.v.m. Corona (TOZO-middelen) en daarnaast de compensatie in de Algemene Uitkering t.b.v. de CAO-salarisverhogingen, deze zijn als zodanig in de begroting verwerkt. 6. Overzicht salarissen, inhuur en detacheringen betreffende de exploitatie 2020 De salariskosten, de kosten van inhuur, de inkomsten uit detacheringen en de vergoedingen voor personeel m.b.t. ZW/WAZO uitkeringen en loonkostensubsidie zijn nauw met elkaar verweven. In de volgende tabel zijn de (afgeronde) totalen van de vier categorieën binnen de exploitatie opgenomen. Onderdeel Salarissen Inhuur Vergoeding detacheringen Uitkering ZW/WAZO en loonkostensubsidie Totaal resultaat
raming
werkelijk
Resultaat
Voordeel/nadeel
60.186.000 8.819.000 662.000
59.494.000 8.532.000 837.000
692.000 287.000 175.000
voordeel voordeel voordeel
32.000
326.000
294.000 1.448.000
voordeel voordeel
Per saldo een voordeel van € 1.448.000 op de totale personele lasten. Dit voordeel is vooral Corona gerelateerd en niet maatgevend voor latere jaren. Het voordeel komt voor een groot gedeelte door de in de begroting (berap sept.- okt.) verwerkte TOZO-middelen die wij van het Rijk hebben ontvangen voor uitvoering TOZO-regeling 2020/ 2021 t.b.v. extra inzet personeel. In 2020 is hier deels gebruik van gemaakt, veel werkzaamheden zijn door eigen personeel opgepakt, hierdoor zijn ook andere werkzaamheden blijven liggen. Tevens zijn er meer vergoedingen ontvangen voor elders gedetacheerd personeel en uitkeringen t.b.v. ZW/WAZO en loonkostensubsidie. Zoals ook vermeld in de Coronaparagraaf willen we de resterende uitvoeringsmiddelen van afgerond € 700.000 via resultaatbestemming reserveren voor komende jaren (hierbij verwijzen we ook naar de verklaringen in de programmarekening). De resterende middelen zijn benodigd voor inzet 2021 en volgende jaren. De inhuur is gedaald ten opzichte van 2019. De totale inhuur is in 2020 € 2,2 miljoen lager dan vorig jaar (2019: € 10.762.000; 2020: € 8.532.000). Procentueel bedraagt de inhuur 12,8% van het totale personeelsbudget, dit was in 2019 nog 16,2%. Het streven voor 2021 en verder is om aan de onderkant van de benchmark van vergelijkbare gemeenten te blijven.