Bijlage - Erfgoednota inclusief bijbehorende beleidsnota's en bijlagen
Tekst van het document
We communiceren actief wanneer er interessante onderzoeken spelen, en maken deze toegankelijk daar waar mogelijk door middel van publieksvriendelijke publicaties.
Deurhengsel origineel in Poortgebouw Blokhuis Stavoren
Deurhengsel replica door smid
Molenaar op wiel Molen de Rat IJlst
In de toekomst wordt de jongere generatie verantwoordelijk voor de instandhouding van het erfgoed. Het bevorderen van de bewustwording is een belangrijke pijler bij de instandhouding van het erfgoed. Door in te zetten op kennis ontstaat er draagvlak voor behoud. Het verder stimuleren van erfgoededucatie is dan ook van belang. We gaan onderzoeken hoe bestaande lespakketten worden ontvangen en of er behoefte aan het (door)ontwikkelen van lespakketten. Kennis en vakmanschap zijn onmisbare voorwaarden voor een goede zorg voor erfgoed. In 2017 werd het Ambacht van de Molenaar als eerste Nederlandse element ingeschreven op de Internationale Representatieve lijst van Unesco. Bij de instandhouding van erfgoed is veel gekwalificeerd vakpersoneel nodig. Specifieke opleidingen zijn nodig om het kennisniveau op peil te houden. De gemeente gaat de mogelijkheden verkennen om dit te kunnen stimuleren. Hierbij kan gedacht worden aan het inzetten van leerlingen bij haar eigen restauratieprojecten, die zich het restauratievak eigen willen maken, bijvoorbeeld bij opleidingsmolens. Voorlichting en contact met erfgoedeigenaren/initiatiefnemers/erfgoedorganisaties De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor eigenaren van alle monumenten. Hoewel erfgoed collectief bezit is, heeft het meeste erfgoed een particuliere eigenaar.
Een liefhebbende eigenaar is dan ook het beste, wat een erfgoed object kan overkomen. De meeste vragen van eigenaren gaan over verbouwingen, financiële ondersteuning en/of energiemaatregelen. Er zijn nog steeds eigenaren die pas met de erfgoedadviseurs van de gemeente te maken krijgen, wanneer ze een vergunningaanvraag voor een wijziging aan hun monument indienen. Wij willen alle eigenaren stimuleren om in een zo vroeg mogelijk stadium (ook uitgangspunt onder de omgevingswet) contact op te nemen met onze adviseurs, als ze van plan zijn iets aan hun object te veranderen. Het is onze ambitie om zorgvuldige kwaliteitsborging van het erfgoed samen te laten gaan met een klantgerichte aanpak en realisme in relatie tot noodzakelijke vernieuwing. Particulieren en organisaties kunnen persoonlijk contact met een medewerker van de gemeente opnemen, als zij vragen hebben of een vrijblijvend en kosteloos advies willen over de omgang met het erfgoed in onze regio. De bijeenkomsten met erfgoedorganisaties worden de komende jaren gecontinueerd. Daar waar behoefte is aan een digitale nieuwsbrief en/of incidentele themabijeenkomsten voor belanghebbenden (bijvoorbeeld kerkeigenaren of molenstichtingen), wordt dit gerealiseerd.
Versterking Cultuurhistorische informatiepunten In onze gemeente zijn op meerdere locaties bestaande informatiepunten aanwezig, waarbij men iets kan leren over de cultuurhistorie van het gebied, zoals musea, tentoonstellingsruimten van lokale erfgoedverenigingen en het Archeologisch Steunpunt. Laatstgenoemde vormt een belangrijk instrument bij de voorlichting over de ontstaans- en bewoningsgeschiedenis van het betreffende gebied en het promoten van de archeologie. In de gemeente is momenteel een archeologisch steunpunt aanwezig in Sneek. Vooralsnog is dit steunpunt gericht op (veen)terpen in Sneek en directe omgeving. Tevens loopt er een onderzoek naar de haalbaarheid van een tweede steunpunt in deze omvangrijke gemeente in de regio Stavoren met als algemeen thema maritieme handelsbetrekkingen. 17
5. Instandhouding en versterking “Het is beter te behouden dan te repareren, beter te repareren dan te restaureren, beter te restaureren dan te reconstrueren.” (A.N. Didron) 5.1 Uitgangspunten Zuinig zijn op het erfgoed: behoud in-situ daar waar kan Erfgoed is onderhevig aan verval, want vaak zijn de objecten niet voor de eeuwigheid gebouwd. Centraal bij de omgang met erfgoed staat dan ook de instandhouding daarvan. Hierbij dient altijd zoveel mogelijk te worden gestreefd naar het plegen van regelmatig onderhoud, zodat ingrijpende en dure restauraties zo lang mogelijk worden uitgesteld. Door te investeren in de instandhouding van ons erfgoed wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een goede ruimtelijke kwaliteit en wordt de aantrekkingskracht van onze gemeente versterkt. Wij streven naar de fysieke bescherming en ruimtelijke inpassing van erfgoed daar waar mogelijk. Hierbij gaat de voorkeur uit naar het behoud van cultuurhistorische waarden “in situ” waarmee deze bewaard blijven op de oorspronkelijke locatie. Wanneer dit niet mogelijk is, is behoud ex-situ aan de orde. Een archeologische opgraving bijvoorbeeld is behoud ex-situ, middels een veldonderzoek en rapportage wordt de waarde van de vindplaats vastgelegd, voordat deze definitief wordt vernietigd. Duurzaam erfgoed Onze leefomgeving is altijd in transitie en zuinig met energie omgaan is van alle tijden.
Erfgoed laat dat goed zien. Behoud van de cultuurhistorische waarden is zo duurzaam mogelijk. Bestaande materialen worden gebruikt. En het is niet nodig sloopafval van het object af te voeren en nieuwe grondstoffen te gebruiken voor de bouw van het nieuwe object. Door erfgoed mee te nemen in het energievraagstuk voegen wij samen steeds een nieuwe laag toe aan onze geschiedenis. Maatwerk is hierbij het sleutelwoord. Op de ene plek is er namelijk meer mogelijk dan op de andere plek.
Dun dubbelglas Bestjoershûs Sneek
Stadhuis Bolsward in de steigers
Blokhuis 2.0 Stavoren
Erfgoed als inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen met respect voor het eigene In de steden, de dorpen en het landschap zijn transformaties aan de orde van de dag. De uitdaging is om die op een vanzelfsprekende manier op het bestaande aan te sluiten, zodat de samenhang wordt versterkt en gebieden hun specifieke kwaliteiten behouden. De eigen identiteit van de plek als uitgangspunt en inspiratiebron, biedt de juiste balans voor leefbare en duurzame oplossingen voor ruimtelijke ontwikkelingsopgaven. Factoren zoals de geschiedenis van de plek, de gebouwde en ongebouwde monumenten en de levende cultuur, (zoals tradities en verhalen) kunnen een fysieke vertaling krijgen, waardoor het verhaal van de plek blijvend wordt verteld. Het erfgoed wordt afgestoft en er wordt een brug geslagen naar het heden. Dit is mogelijk door innovatief behoud, creatieve herbestemmingen en het combineren van een nieuw ontwerp met een historisch object. Respect voor het oude en het eigene wil niet zeggen, dat alles wat oud is automatisch behouden moet blijven. Het gaat erom tijdig te weten welke waarden in een gebied aanwezig zijn en af te wegen hoe deze kunnen bijdragen aan de kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen. Het actief stimuleren van herbestemming is een manier om hier vorm aan te geven (omdat het gebruik van gebouwen veel sneller verandert dan de gebruikelijke sloop-nieuwbouw cyclus).
Door te investeren in de transformatie van het erfgoed en de cultuurhistorische waarden mee te wegen bij ruimtelijke planontwikkeling krijgt het erfgoed een nieuwe toekomst.
18
5.2 Wat gaan we doen? Voor het goed uitvoeren van onze taken is het van belang, dat wij over eenduidig beleid en over het juiste instrumentarium beschikken. Met het vaststellen van deze erfgoednota met bijbehorende bijlagen en beleidsonderdelen, zoals de erfgoedverordening en subsidieregels, wordt daar grotendeels aan voldaan. De volgende zaken worden opgepakt: Vaststellen Erfgoedverordening en instellen Monumentencommissie De gemeente is verplicht om een verordening vast te stellen, waarmee tenminste het instellen van een monumentencommissie wordt geregeld. Als beleidsonderdeel 2 is de Erfgoedverordening toegevoegd. Er zijn geen wezenlijke veranderingen ten opzichte van de vervallen Erfgoedverordening, behalve dat de gemeente nu ook kunstcollecties (roerend erfgoed) aan kan wijzen als gemeentelijke collectie (vergelijkbaar met gemeentelijk monument). Via de Erfgoedverordening worden verschillende zaken op het gebied van erfgoed geregeld. Op basis van de Erfgoedverordening geldt een vergunningenstelsel voor gemeentelijke monumenten. Op basis van de Erfgoedwet is een gemeente verplicht om, via een (erfgoed)verordening de inschakeling te regelen van een commissie op het gebied van de monumentenzorg, die de taak heeft te adviseren over aanvragen om een omgevingsvergunning voor rijksmonumenten. Binnen deze commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
Voordat het college beslist over een aanvraag voor een omgevingsvergunning, vraagt zij eerst advies aan deze commissie. In Súdwest-Fryslân maken wij gebruik van een geïntegreerde commissie Ruimtelijke Kwaliteit (Hûs en Hiem). Met de invoering van de Omgevingswet in 2022 vervallen de taken en bevoegdheden van Hús en Hiem van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. De gemeente zal een nieuwe gemeentelijke adviescommissie instellen. Vaststellen subsidieregeling cultureel erfgoed Eigenaren van beschermde monumenten en aangewezen historische bebouwing worden door de gemeenschap onevenredig belast, als zij geheel verantwoordelijk worden gesteld voor het onderhoud van deze objecten. Om hen tegemoet te komen heeft de gemeente Súdwest-Fryslân een subsidieregeling ingesteld. Jaarlijks wordt deze subsidieregeling vastgesteld tezamen met de Algemene subsidieverordening Súdwest-Fryslân. Ter kennisgeving is de subsidieregeling als bijlage toegevoegd (bijlage 5). Deze subsidieregeling wordt ingezet als stimuleringsregeling om de objecten goed in stand te houden. Daarnaast stimuleren wij eigenaren om de onderhoudsstaat van hun monument beter inzichtelijk te krijgen en dragen wij bij aan het versterken van de historische beleving in beschermde gezichten.
Stimuleren duurzaam erfgoed In 2015 heeft de Verenigde Naties 17 ambitieuze doelen, zogenaamde Global Goals for Sustainable Development, voor duurzame ontwikkeling vastgesteld, die werden geadopteerd door alle lidstaten. Net als de mondiale overheid, zet Súdwest-Fryslân zich de komende jaren nadrukkelijker in richting realisatie van subdoelstellingen uit deze Global Goals, zoals onder andere: duurzame energie, duurzame steden -en gemeenschappen en klimaat actie. Als wij ons erfgoed een eigentijds gebruik willen geven, moet het klaar zijn voor de toekomst. Daarom investeert de gemeente Súdwest-Fryslân in de verduurzaming van haar gebouwde erfgoed. Met name op het gebied van bewustwording is er nog een grote slag te slaan, temeer omdat aanpassingen aan monumentale en/of historische bebouwing vaak maatwerk vereisen. Dit geldt zeker ook voor de diverse duurzaamheidsmaatregelen die er bestaan. In de Notitie duurzaam erfgoed in beleidsonderdeel 3 wordt dieper ingegaan op de mogelijkheden en kansen die er liggen om binnen erfgoed een substantiële bijdrage te leveren aan de landelijke duurzaamheidsopgave, waarbij uitgangspunt maatwerk is. Het verduurzamen van ons cultuurhistorisch waardevol landschap wordt meegenomen bij de doorontwikkeling van de Landschapsbiografie Súdwesthoeke (paragraaf 3.2).
Kunststof in historische kernen In onze Welstandsnota is opgenomen dat voor gebieden die liggen in het welstandsgebied ‘Historische kernen’, gevelopeningen bestaan uit natuurlijke materialen (hoofdzakelijk hout). Kunststof is niet toegestaan voor de delen die zichtbaar zijn vanuit het openbare gebied. Hier is voor gekozen, omdat behoud van het oorspronkelijke materiaal belangrijk is voor het behoud van de historische uitstraling van panden in een historisch gezicht en met name voor de panden binnen de gemeentelijke en rijk beschermde gezichten. In 2018 is de Welstandsnota gewijzigd, waarbij alle historische kernen (63) in de gemeente onder het bijzondere welstandsgebied ‘historische kernen’ vallen. Naar nu blijkt, is dit een te grote beperking voor panden zonder enige status, mede ook omdat het uiterlijk van kunststof zich door de jaren heen steeds verder heeft ontwikkeld. We willen daarom de welstandsnota aanpassen, waarbij er onder voorwaarden kunststof kan worden toegepast in historische kernen, die niet als beschermd stads- of dorpsgezicht zijn aangewezen. In beleidsonderdeel 4 wordt dit nader toegelicht. Omdat het aanpassen van de welstandsnota een bevoegdheid van de gemeenteraad is, willen wij deze aanpassing meenemen in het traject van deze Erfgoednota.
19
Vitaal houden objecten en terreinen en stimuleren herbestemming In onze gemeente bevinden zich verpauperde objecten of terreinen. Een deel hiervan is cultuurhistorisch waardevol of ligt in cultuurhistorisch waardevol gebied. Omdat deze objecten relatief gezien een grote negatieve impact hebben op hun omgeving en behoud van de cultuurhistorische waarden onder druk komt te staan, kiest Súdwest-Fryslân ervoor om proactief verpaupering tegen te gaan. Een van de middelen hiertoe is herbestemming. Een nieuwe (tijdelijke) bestemming kan het gebruik en daarmee de mogelijkheden tot behoud vergroten. Hierbij zal steeds een afweging moeten worden gemaakt tussen behoud en vernieuwing. Wanneer het object wederom een economische functie heeft, is de financiële basis voor de instandhouding van het pand groter. Erfgoed krijgt hiermee een nieuwe toekomst. Herbestemmen van panden is het behoud van de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en sociale veiligheid van een dorp. Herbestemmen heeft het tij mee, herbestemmen is in. Mensen willen graag wonen, verblijven in een karakteristiek pand. Herbestemmen zorgt voor een stimulans voor onze historische kernen, waarbij het resultaat van de herbestemming idealiter een mix is van een moderne invulling en een historische setting.
Omdat uit de ontwikkelingen blijkt dat er moeilijk invulbare panden dreigen leeg te komen, is het van belang om als gemeente herbestemming te blijven promoten, te stimuleren en te ondersteunen. Binnen de gemeente is er herbestemmingsbeleid en een werkgroep herbestemming, waarbij de complexere herbestemmingsopgaven Noard 55 Workum worden beoordeeld en aangejaagd. Hiervoor wordt een structurele bijdrage gevraagd voor onderzoek, coördinatie, planvorming en/of stimulans. In het gemeentelijk Afwegingskader Woningbouw is herbestemmen een van de kwaliteitscriteria waarop woningbouwaanvragen punten kunnen scoren. Hiermee laten we als gemeente zien dat we meer waarde toekennen aan het herbestemmen van panden dan aan nieuwbouw. Vanwege de demografische ontwikkelingen zullen in onze gemeente in de nabije toekomst steeds meer panden, zoals kerken, scholen en boerderijen beschikbaar komen voor herbestemming. Aandacht voor herbestemming blijft onverminderd van belang. Leegstaande panden maken onlosmakelijk deel uit van de kernen en zijn samen met de omliggende panden bouwstenen van de identiteit. Het herbestemmen van (potentieel) leegstaande panden is door hergebruik van de locatie, het gebouw inclusief de materialen is per definitie circulair.
Een goede herbestemming is essentieel voor een correcte implementatie van de Omgevingswet, waarbij wordt gestreefd naar een goede balans tussen benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving, met behoud van kwaliteit. Herbestemming van panden wordt momenteel actief door de markt opgepakt. De gemeente speelt voornamelijk een facilitaire rol en houdt de vinger aan de pols. Wel verwachten we, dat naast leegstand onder kerken ook leegstand dreigt onder het agrarisch vastgoed. Een inventarisatie en analyse wat specifiek de verwachtingen zijn inzake de noodzaak van herbestemming binnen onze gemeente loopt en zal leiden tot conclusies en eventuele aanbevelingen. Versterken erfgoed in IJsselmeergebied Het grootste deel van onze kustlijn wordt bepaald door het IJsselmeer. De Agenda IJsselmeergebied 2050 is de integrale gebiedsagenda van regio en Rijk voor het IJsselmeer en het omliggende land waarin de vele opgaven, ambities en projecten bij elkaar komen, waaronder die op het gebied van cultureel erfgoed. De ambitie van de Agenda is om het IJsselmeergebied in de etalage te zetten als ‘landschap van wereldklasse’. Hierbij worden de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten als uitgangspunt bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied genomen.
Er wordt niet alleen gestreefd naar het zorgvuldig beheer en behoud van beschermde objecten en gebieden, maar ook naar het grotere ‘verhaal van het landschap’ beleefbaar maken en ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen die de identiteit van het gebied versterken of verrijken. Versterken religieus erfgoed-kerkgebouwen De eventuele herbestemming van kerkgebouwen is apart uitgelicht in deze Erfgoednota middels de beleidsnota Religieus Erfgoed-kerkgebouwen. De gemeente Súdwest-Fryslân is namelijk één van de grootste kerkengemeenten van Nederland met 158 kerkgebouwen en een daarbij behorende tanende/afnemende primaire religieuze gebruiksfunctie. Er is in 2020 dan 20
Kerk Blauwhuis
ook een Kerkenaanpak opgesteld, een uitwerking van het voornemen gedaan in 2015 op basis van de notitie “Aanpak langdurige leegstand: van leeg naar leefbaar”, over leegstand- en herbestemmingsbeleid. Het is noodzakelijk om een representatief deel hiervan, al dan niet herbestemd, letterlijk en figuurlijk overeind te houden door de kerkeigenaren te ondersteunen en te faciliteren middels de instelling van een Kerken Helpdesk. Zie verder beleidsonderdeel 5. Versterken handhaving in het kader van de instandhoudingsplicht Het opstellen van erfgoedbeleid is alleen zinvol als de daarin beschreven maatregelen ook gehandhaafd kunnen worden. Ook vanuit de Omgevingswet is dit essentieel: er zal een verschuiving optreden van het meer vergunningvrij maken aan de voorkant naar het handhaven achteraf. Voldoende kennis en capaciteit hebben op het gebied van toezicht op en handhaving van erfgoed is hierbij van essentieel van belang. Er is meer deskundigheid nodig bij toezicht en handhaving op restauraties en archeologische voorwaarden, dan nu het geval is. De afgelopen jaren zijn senior toezichthouders met specialistische erfgoedkennis afgevloeid. Badpaviljoen Hindeloopen Het ontbreken van deskundigheid is op zich goed op te lossen met een opleidingsprogramma. De komende beleidsperiode wordt onderzocht, hoe we de uitdagingen op het gebied van handhaving en erfgoed op kunnen lossen.
Een middel hierbij is het Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH-up). Nu geldt er een prioriteit 'middel' voor cultureel erfgoed. Er is op dit moment geen ruimte om ‘vrije veld’ toezicht en mogelijk daaruit voortkomende handhaving op erfgoed uit te voeren. Erfgoed gerelateerde omgevingsvergunningen en meldingen worden echter wel getoetst en gecontroleerd. Daarnaast wordt actief gehandeld bij handhavingsverzoeken. Het VTH-beleid zal moeten worden aangepast aan de Omgevingswet, waarbij de principes van de Omgevingswet moeten zijn vertaald in het VTH-beleid. Diverse onderwerpen en prioriteiten waaronder ook erfgoed zullen daarbij opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden, zodat bestuurlijke keuzes gemaakt kunnen worden. Vervolgens kunnen in het VTH-up de daarvoor benodigde activiteiten worden benoemd. Het is op dit moment niet bekend, wanneer het VTH-beleid wordt herzien. Dat kan zowel voor als na de invoering van de Omgevingswet zijn.
21
6. Uitvoeringsprogramma en financieel overzicht 2021-2026 In de voorgaande hoofdstukken hebben we beschreven, welke visie en ambities we hebben en hoe we daar concreet invulling aan willen geven. De actiepunten onder de drie pijlers zijn hieronder samengevat in een 5 jaren schema met daarbij een voorlopige planning. Dit is een dynamisch en flexibel document en is richtinggevend. Middelen zullen worden ingezet, indien voorhanden, daar waar nodig. En als uit de waan van de dag zal blijken dat er uitdagingen en kansen komen waar hieronder niet in is voorzien, dan willen wij die zover mogelijk ook oppakken.
Uitvoeringsprogramma Cultureel erfgoed 2021-2026 Acties Bestemmingsplannen/omgevingsplan
2021 2022 2023 2024 2025 Waardering en Bescherming Erfgoed verder verankeren Verdiepingsslag Famke WO2 inclusief beleid vliegtuigwrakken Facet bestemmingsplan karakteristieke panden en archeologie
Inventarisaties en waarderingen (Omgevingswetproof)
Archeologie Werelderfgoed
Marketing en Cultuurtoerisme
Vergroten zichtbaarheid en stimuleren educatie, publieksactiviteiten en opleidingen
Inventarisatie karakteristieke bouwwerken Doorontwikkeling landschapsbiografie (programma Omgevingskwaliteit) Steden en dorpenbiografie (programma Omgevingskwaliteit) Aanwijzen gemeentelijke monumenten Funerair erfgoed Atlas leefomgeving SWF (programma Omgevingskwaliteit) Inventarisatie agrarisch vastgoed en hun bijgebouwen Inventarisatie leegstand agrarisch vastgoed Onderzoek compensatieregeling archeologische kosten en kosteloos opstellen PvE Onderzoek verankering UNESCO immaterieel en werelderfgoed in gemeentelijk beleid Bewustwording en samenwerking Goede marketing en doorontwikkeling cultuurtoerisme Bijdrage leveren aan verhaallijnen en cultuurhistorische beeldmerken Samenwerking met historisch centrum De Tiid Intern en extern verbinden en samenwerken Organiseren open monumentendag en open dagen archeologielocaties Evaluatie lespakketten Onderzoek mogelijkheden stimulatie opleidingen vakpersoneel
Publieksvriendelijke publicaties Actieve communicatie onderzoeken en overig nieuws Bijeenkomsten erfgoedorganisaties, kerken Voorlichting en contact met monumenteneigenaren e.d. erfgoedeigenaren/initiatiefnemers/ Vroegtijdige toetsing: cultureel erfgoed in een vroeg stadium erfgoedorganisaties aan tafel Onderzoek haalbaarheid tweede archeologisch steunpunt Versterking Informatiepunten Instandhouding en versterking Vaststellen erfgoedverordening Beleid en verordeningen (Omgevingswetproof) Instellen monumenten commissie Vaststellen subsidieregeling cultureel erfgoed Duurzaam erfgoed Uitvoeren nota duurzaam erfgoed Stimuleren herbestemming Bijdrage erfgoed aan uitvoering en op te stellen beleid Uitvoeren nota Versterken religieus erfgoed-Kerkgebouwen Bijdrage erfgoed aan agenda IJsselmeergebied 2050 Versterken erfgoed in IJsselmeergebied Communicatie
Versterken handhaving (Omgevingswetproof)
22
Oplossingen voor onvoldoende capaciteit onderzoeken
Visie en ambitie blijven echter niet meer dan een wensgedachte, als niet tegelijkertijd wordt gekeken naar de haalbaarheid van de uitvoering ervan. Voor een groot deel van de activiteiten is al dekking aanwezig in de huidige begroting. De bestaande budgetten zijn hiervoor geharmoniseerd en herverdeeld, zodat ze opnieuw ingezet kunnen worden voor erfgoed conform deze Erfgoednota. Voor een deel van de voorstellen is nog geen dekking gevonden. Het voorstel is dat deze dekking in de perspectiefnota aangevraagd wordt. In totaal gaat het voor cultureel erfgoed om een gewenst (aanvullend) structureel bedrag van € 30.000,- en een incidenteel (aanvullend) bedrag van € 10.000,-. Wat hebben we? Vanuit de vorige Erfgoednota is voor elke erfgoedpilaar een structureel budget beschikbaar gesteld. Per 2021 zijn de budgetten voor Cultureel Erfgoed als volgt opgebouwd: Structureel budget € 241.500,- per jaar 5% 4%
Instandhouding en versterking Bewustwording en samenwerking 91%
Waardering en bescherming
Instandhouding en versterking
Bewustwording en samenwerking
€ 220.000,-
€ 11.500,-
Erfgoed is doorgaans onderhevig aan verval. Centraal bij de omgang met erfgoed staat dan ook de instandhouding daarvan. Vanuit dit budget verstrekken we subsidies voor o.a.:
Volgende generaties moeten net zo van het erfgoed kunnen genieten als wij. Hiervoor is bewustwording en samenwerking voor behoud nodig. Zo gebruiken we dit budget onder andere voor:
• 28 rijksmonumentale molens • groot onderhoud voor gemeentelijke monumenten • kerken zonder monumentale status • karakteristieke panden • versterking historische beleving beschermde gezichten
• het organiseren van de jaarlijkse open monumentendag en open dagen archeologie • organiseren van bijeenkomsten voor erfgoedorganisaties, monumenteneigenaren en kerkeigenaren e.d. • inzetten social media • publieksvriendelijke publicaties, infoborden en folders
Waardering en bescherming € 10.000,Op basis van een goede ruimtelijke ordening is het wettelijk verplicht om een beschrijving en waardering te geven van de cultuurhistorische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit dit budget bekostigen we o.a: • archeologische-, bouwhistorische- en cultuurhistorische onderzoeken • digitale ontsluiting historische bronnen 23
Wat hebben we nodig? Voor de volgende onderwerpen is voor de komende jaren nog budget nodig en deze zullen we bij de perspectiefnota opvoeren.
Aanvullend noodzakelijk budget €40.000,-
25%
12% Groene menukaart Onderzoeksbudget waarderen en beschermen
38% 25%
Herbestemmingsbeleid Funerair Erfgoed
Onderzoeksbudget Waarderen en beschermen Erfgoed wordt steeds integraler waardoor er behoefte is aan meer kennis. Er zijn (aanvullende) onderzoeken nodig voor bestaande en nieuwe beleidsterreinen zoals materieel en immaterieel erfgoed, roerend en onroerend erfgoed, karakteristieke panden en diverse inventarisaties en verdiepingsslagen. Hiervoor is een aanvullend structureel budget nodig van € 15.000,-.
Funerair erfgoed Begraafplaatsen zijn onderhevig aan herinrichting, waardoor bestaande bijzondere grafmonumenten langzaam stukje bij beetje verdwijnen. Wij zetten ons in voor duurzaam behoud van het funerair erfgoed. Voor het onderhoud en schoonhouden van de grafmonumenten is regulier budget nodig van €5.000,- per jaar.
Uitvoeren herbestemmingsbeleid
Groene menukaart
Om verpaupering van karakteristieke of historische panden tegen te gaan is er herbestemmingsbeleid. Noodzakelijk is een structureel budget van € 10.000,- voor uitvoering van (complexe) herbestemmingsopgaven (voor onderzoek, coördinatie, planvorming en/of stimulans).
De Groene Menukaart is een (landelijke) interactieve online tool voor eigenaren van monumentale gebouwen. Hierop staat een overzicht van verschillende mogelijkheden voor het energiezuinig maken en verduurzamen van een monumentaal pand. Om de website specifiek te maken en dus bruikbaar voor Súdwest-Fryslan is een incidenteel budget van €10.000,- benodigd.
24
7. Tot slot “Wat volgt staat altijd in verband met wat er voorafging” (Marcus Aurelius) Om tot deze Erfgoednota te komen zijn er met uiteenlopende partijen gesprekken gevoerd. In 2018 hebben erfgoedorganisaties tijdens een bijeenkomst specifieke input geleverd voor het nieuwe erfgoedbeleid. Ook is in 2018 de raad geïnformeerd over de uitwerking van het erfgoedbeleid. Daarnaast is het in kader van de gemeentelijke omgevingsvisie uitgebreid gesproken met inwoners uit onze gemeente, ook over erfgoed. Intern is overleg gevoerd met collega’s van diverse beleidsterreinen die een raakvlak hebben met erfgoed. Daarna is de Erfgoednota aan lokale erfgoedorganisaties en overheden voorgelegd. Al deze input is verwerkt in deze Erfgoednota, waarna ze aan het college en de raad is voorgelegd. Ons doel tevens was om op basis van ervaringen in het verleden nu een Erfgoednota neer te zetten die niet overambitieus is en daarmee dus uitvoerbaar en realiseerbaar. Duidelijk mag zijn dat er een grote opgave ligt voor cultureel erfgoed, waarmee we met deze Beleidsnota richting en handen en voeten aan willen geven. Erfgoed wordt steeds integraler, een logisch gevolg vanuit de uitgangspunten van de Omgevingswet. Het is cruciaal om de cultuurhistorische waarden tijdig te kennen, zodat een afgewogen keuze kan worden gemaakt.
Afhankelijk van de locatie en de omstandigheden zal de aanpak verschillen: behoud, herbestemming, transformatie of vernieuwing. Dit vraagt in een vroeg stadium van de planvorming om een optimale samenwerking met de verschillende partijen. Erfgoed zit in een zo vroeg mogelijk stadium om de tafel, zodat erfgoed een ontwikkelkans wordt en geen hindermacht. Nieuwe ontwikkelingen in de gemeente kunnen verbijzonderen en verrijken door inspiratie vanuit het cultureel erfgoed. Vanuit deze houding kan erfgoed bijdragen aan de kwaliteit van de grote transformaties die in de gemeente zullen plaatsvinden (groei bevolking en toerisme, energietransitie, economische vernieuwing, etc.). Zo kunnen we met een gerust hart samen op weg naar een duurzame toekomst voor cultureel erfgoed. Ons verleden blijft zichtbaar en beleefbaar voor toekomstige generaties.
Jeugd bij archeologische opgraving Bolsward
25
Beleidsonderdeel 1:
Notitie funerair erfgoed: gemeentelijke begraafplaatsen
Inleiding De gemeente Súdwest-Fryslân heeft niet alleen de meeste kerken op haar grondgebied, maar ook heel veel kerkhoven en begraafplaatsen. Binnen de gemeente zijn totaal 101 begraafplaatsen. Hiervan heeft de gemeente veertien begraafplaatsen in eigendom en vier begraafplaatsen in beheer. Dertien begraafplaatsen betreft een actieve begraafplaats en vijf zijn non-actief. Van de veertien begraafplaatsen kennen vijf een kerk bij de begraafplaats en bij drie begraafplaatsen hebben in het verleden kerken gestaan. De drie in beheer zijnde begraafplaatsen zijn van joodse oorsprong (zie bijlage a). Een begraafplaats in algemene zin is de plek waar nabestaanden hun dierbaren bijzetten. Het is voor velen een plaats van overdenking. Begraafplaatsen zijn thans onderhevig aan verandering, zo zijn de afmetingen van de graven op oude gedeelten te klein. Om hier in de toekomst nog te kunnen begraven moeten keuzes gemaakt worden voor de inrichting. Door deze herinrichting kunnen ook bestaande bijzondere grafmonumenten verdwijnen. Als we niet oppassen en nu geen actie ondernemen, zal dit funerair erfgoed langzaam stukje bij beetje verdwijnen. Hiermee verdwijnt ook geleidelijk aan het eigen karakter en eigenheid van de betreffende begraafplaats. Als gemeente zetten wij ons in voor duurzaam behoud van het funerair erfgoed.
Daarom is deze ‘Notitie Funerair Erfgoed: gemeentelijke begraafplaatsen’ opgesteld, behorend bij de gemeentelijke Erfgoednota. In deze notitie geven we onze visie op funerair erfgoed en met welk beleid en maatregelen we die gaan uitvoeren.
1.1 Gemeentelijke visie op funerair erfgoed De begraafplaatsen, kerkhoven en grafmonumenten vormen tezamen het funerair erfgoed. De graven en hun grafmonumenten vertellen veel over de geschiedenis van stad of dorp waarin ze liggen. Zo zijn op veel begraafplaatsen oorlogsgraven te vinden. Maar denk ook aan personen met een biografische betekenis, graven met bijzondere symboliek of teksten welke typerend zijn voor de omgeving of tijdsperiode. Het is daarom belangrijk dit te koesteren voor de toekomst omdat anders verhalen over het verleden verloren gaan. Op dit moment hebben we niet goed inzichtelijk wat we wel en niet behoudenswaardig vinden. Er is behoefte aan eenduidig beleid hoe om te gaan met ons funerair erfgoed. Hiervoor is het noodzakelijk om inzichtelijk te krijgen wat we is aan funerair erfgoed en wat daarvan behoudenswaardig is. Op die manier willen we vanuit een goed rentmeesterschap zorgvuldig omgaan met ons funerair erfgoed. De gemeenteraad heeft in november 2017 unaniem een motie aangenomen om de karakteristieke bouwwerken en gezichten in geheel Súdwest-Fryslân te inventariseren en te waarderen. Het college heeft in haar Hoofdlijnenakkoord opgenomen dat zij een goede inventarisatie willen van het cultureel erfgoed. Deze inventarisatie draagt hier aan bij.
Grafsteen IJlst
Grafstenen Sneek
Grafsteen Bolsward
1.2 Wat hebben we gedaan? Quickscan historisch waardevolle componenten gemeentelijke begraafplaatsen 2017 2017 In 2016 een verkennende notitie voor gemeentelijke begraafplaatsen opgesteld. Hierin wordt beschreven wat de gemeentelijke taken zijn, ontwikkelingen, capaciteit en de ambitie voor kostendekkend werken op begraafplaatsen. Hierin werd aangegeven dat op een aantal oude gedeelten de afmetingen van de graven te kort en/of smal en slecht bereikbaar zijn. Hierin werd ook indirect duidelijk dat ruimtegebrek en mogelijke herinrichtingen kunnen gaan conflicteren met behoud van funerair erfgoed, mede omdat dit niet goed inzichtelijk was. Daarom is in 2017 is door de gemeente een quickscan uitgevoerd voor de ‘historisch waardevolle componenten op de gemeentelijke begraafplaatsen’. In dit document worden adviezen per begraafplaats gegeven
27
hoe om te gaan met componenten van het funerair erfgoed in gemeentelijk bezit. Hierbij wordt ook een aantal waardevolle grafmonumenten genoemd. Het is belangrijk om in beeld te hebben welke grafmonumenten beschermingswaardig zijn. Bij veel begraafplaatsen neemt de capaciteit af. Het is daarom noodzakelijk om bij vrijgekomen graven de grafmonumenten te ruimen. Hierbij moeten niet de waardevolle graven verloren gaan. Bij het behouden van de grafmonumenten moet ook een afweging worden gemaakt of de grafmonumenten op locatie behouden blijven en/of dat meerdere beschermingswaardige grafmonumenten bij elkaar worden geplaatst. Deze keuze is afhankelijk van de capaciteit op de begraafplaatsen en op basis van welke criteria een grafmonument wordt gekozen. Per begraafplaats moeten hierin keuzes worden gemaakt. Voor de gemeentelijke begraafplaats in Sneek en in Raerd is in het verleden wel een lijst opgesteld. Deze lijsten hebben alleen geen status. Daarnaast is er geen duidelijkheid over het beheer van de op de lijst opgenomen grafmonumenten en of ze daadwerkelijk van waarde zijn. Inventarisatie funerair erfgoed 2020 De algemene conclusie is dat voor de gemeentelijke begraafplaatsen niet goed in beeld is welke grafmonumenten waardevol zijn. Daarom heeft de gemeente in 2020 een inventarisatie uit laten voeren. De gemeente heeft voor de inventarisatie criteria vastgesteld.
Een van die criteria is dat overwegend gekeken wordt naar grafmonumenten van voor 1970 en van voor 1970 overleden personen. Andere criteria zijn onder andere symboliek, vormgeving en materiaal(gebruik). In bijlage 2 zijn de selectiecriteria voor het vaststellen van de wijze van selectie van waardevolle grafmonumenten opgenomen. De inventarisatie is waar mogelijk uitgevoerd in samenwerking met de lokale (historische) belangen van de betreffende dorpen en steden. Op basis van de inventarisatie wordt in 2021 een lijst met beschermingswaardige grafmonumenten vastgesteld. Per begraafplaats of soms per vak/perk worden keuzes gemaakt voor het behoudt van de beschermingswaardige graven. De grafmonumenten worden zoveel mogelijk op de bestaande locatie(in-situ) bewaard. Met name voor begravenen met een biografische betekenis. Anders wordt hier een andere plek op de begraafplaats voor gereserveerd(ex-situ). Hierbij wordt een afweging gemaakt voor een goed toekomstig beheer van de begraafplaatsen.
1.3 Inzet en financiën voor uitvoering beleid funerair erfgoed Voor het onderhoud en schoonhouden van de grafmonumenten moet regulier budget beschikbaar worden gesteld van € 5.000,- per jaar. Hiervoor is geen budget vanuit het begraafplaatsenbudget vanwege de ambitie om 100% kostendekkend te werken. Daarom is deze post opgevoerd in de Erfgoednota.
1.4 Acties/maatregelen 1. 2. 3.
28
Vaststellen lijst beschermingswaardige grafmonumenten per begraafplaats. Hierbij wordt aangegeven hoe het grafmonument wordt behouden. Borgen beheer funerair erfgoed in een beheerplan begraafplaatsen. Beheerbudget van € 5.000 per jaar beschikbaar stellen voor het onderhoud van beschermingswaardige grafmonumenten.
Bijlage a: Gemeentelijke begraafplaatsen SúdwestSúdwest-Fryslân Onderstaande begraafplaatsen zijn in het beheer van de gemeente. Stad/dorp Bolsward
Hindeloopen
Straat Samuel van Haringhouckstraat 1A Meenscharsweg
IJlst
Kerkhofsteeg
Koudum Molkwerum Poppenwier Raerd Skarl
Kerkhoflaan Tsjerkestrjitte Butenbuorren Buorren Skarl
Sneek
Kerkhoflaan
Stavoren Wommels Workum
Voorstraat 67 Freuleleane Spoardyk
Ypecolsga
Ypecolsga
Bolsward
Samuel van Haringhouckstraat 1A Groot Kerkhof
Bolsward
Hindeloopen Sneek Workum
Kerkstraat Burgemeester de Hooppark Merk 5
Type Begraafplaats
Eigendom Gemeente
Actief Ja
Begraafplaats nieuw Begraafplaats met voorheen kerk Begraafplaats Kerkhof Kerkhof Kerkhof Begraafplaats met voorheen kerk Begraafplaats
Gemeente
Ja
Gemeente
Ja
Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente
Ja Ja Ja Ja Ja
Gemeente
Ja
Kerkhof Begraafplaats Begraafplaats nieuw Begraafplaats met voorheen kerk Joodse begraafplaats
Gemeente Gemeente Gemeente
Ja Ja Ja
Gemeente
Ja
NIK
Nee
Joodse begraafplaats
NIK
Nee
Kerkhof Joodse begraafplaats Kerkhof
Gemeente NIK
Nee Nee
Protestantse Gemeente Workum
Nee
bijzonderheden
Op de begraafplaats zijn 7 Joodse graven aanwezig
Onderdeel gemeentelijke begraafplaats Geen grafmonumenten aanwezig
29
Bijlage b: Selectiecriteria Selectiecriteria beschermingswaardige grafmonumenten Selectie grafmonumenten op grond van criteria Gemeente SúdwestSúdwest-Fryslân Met dank aan Leon Bok kunnen wij als gemeente zijn richtlijnen hanteren voor het selecteren van graven met een historische betekenis. Gedeeltelijk heeft Leon zijn informatie uit een bron1 We hebben hier als gemeente een kleine nuancering van de criteria toegepast om het specifieker te maken voor onze gemeente. De grafmonumenten worden geselecteerd op basis van criteria. Hierdoor is het verifieerbaar waarom bepaalde grafmonumenten als waardevol worden gewaardeerd. De criteria kunnen in het kort als volgt benoemd worden: A. Biografische betekenis van de begravene; B. Ouderdom grafmonument; C. Materiaalgebruik en hantering; D. Vormgeving van het monument; E. Bijzondere symboliek; F. Passend in karakter van het grafveld G. Technische staat. De criteria worden hieronder nader verklaard en uitgewerkt. A) Biografische betekenis van de begravene (max.
5 punten) Om op grond van dit criterium op de lijst te kunnen worden geplaatst dienen, onder meer de volgende richtlijnen: • De overledene moet minimaal voor 1970 zijn overleden of: • De overledene moet publicaties van enig belang op zijn naam hebben of er is over hem/haar gepubliceerd, of; • Het moet gaan om een overledene die bij leven openbare functies bekleedde die van betekenis waren voor de gemeenschap van de gemeente of de regio. Maatgevend is bijvoorbeeld duur van de functie, vernoeming van de persoon in straatnaam of naam van openbaar gebouw, of; • De persoon moet over een zekere lokale status beschikken, bijvoorbeeld door het uitgeoefende beroep of de bekendheid die de persoon bij leven genoot en die nu nog als zodanig wordt herinnerd. De termijn dient om een besluit louter op emotionele gronden uit te sluiten. Louter het feit dat iemand een lintje heeft ontvangen, is geen reden om de persoon op de lijst te plaatsen. Voor het maken van keuzes op basis van de bovengenoemde criteria, worden de belangrijke personen in categorieën ingedeeld. De aanduiding van de categorie wordt, indien van toepassing, ook opgenomen in de lijst.
De categorieën voor Súdwest-Fryslân zijn als volgt opgesteld: - v1 bijzondere gevallen - v2 notabelen zoals burgemeesters, wethouders, predikanten, bestuurders en politici - v3 schrijvers, dichters, kunstenaars - v4 slachtoffers Tweede Wereldoorlog en andere strijdtonelen - v5 industriëlen, ondernemers, transport (weg en water) Bij de categorieën v1 en v4 wordt meer gelet op de verhalende omstandigheden, terwijl bij de andere categorieën echt gekeken wordt naar het belang van de overledene zelf. De mate van belang die aan de verdiensten van een persoon gehecht kan worden, wordt met behulp van een cijfer tot uitdrukking gebracht. De cijfers lopen van 1 tot en met 5, waarbij het hoogste cijfer staat voor het meeste belang: • 1 minst wel enige bekendheid, maar (uiteindelijk) geen invloed op de historie • 2 matig wel bekend, maar weinig invloed op de historie • 3 gemiddeld bekend en heeft enige invloed gehad op de historie • 4 belangrijk heeft de nodige invloed gehad op de historie • 5 zeer belangrijk heeft veel invloed gehad op de historie De hierboven weergegeven gradatie gaat ook op voor lokaal, regionaal of landelijk belang. Hoe meer impact een overleden op de historie heeft gehad of nog heeft, hoe groter ook zijn stempel op de lokale, regionale of landelijke geschiedenis. 1
Voor het samenstellen van de verdere criteria is onder meer gebruik gemaakt van het boekje Begraafplaatsen als cultuurbezit, dat in 2003 is uitgegeven door onder andere de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen en de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (nu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
30
B) Ouderdom grafmonument (max 3 punten) Zoals al gezegd, niet alle grafmonumenten komen zondermeer in aanmerking om op de lijst te worden geplaatst. Nieuwe of vernieuwde monumenten worden niet op de lijst geplaatst, tenzij deze op een graf van een persoon staat die historische betekenis heeft. Bij een ouderdom vanaf 50 jaar kan een grafmonument als waardevol op dit criteria worden erkend, waarbij de volgende criteria wordt gehanteerd: • 1 punt periode tussen 1900 en 1970 • 2 punten periode tussen 1800 en 1900 • 3 punten ouder dan 1800 jaar
C) Materiaalgebruik en hantering (max 2 punten) Bijzondere materialen zijn met name materialen die in het algemeen niet vaak gebruikt zijn voor grafmonumenten, zoals zandsteen, marmer of graniet. Ook metaal (hekwerken of gietijzeren monumenten) en houten grafmonumenten kunnen van belang zijn. De hantering gaat over de wijze waarop bijvoorbeeld het grafmonument technisch bewerkt is. Dus het gebruik van een bijzonder materiaal met een slechte afwerking zal minder snel in aanmerking komen dan een goed verwerkt materiaal. In dit geval geldt dat extra gelet is op afwijkende materialen met de vraag of ze daadwerkelijk bijzonder zijn. • 1 punt: toepassing bijzonder materiaal/hantering • 2 punten: toepassing bijzonder materiaal en hantering
D) Vormgeving van het monument (2 punten) De vormgeving van een individueel grafmonument kan van doorslaggevende betekenis zijn, bijvoorbeeld vanwege het feit dat het typologisch zeldzaam is. Bij de vormgeving wordt ook gelet op de belettering van het grafmonument. Voor dit criterium wordt ook gekeken naar de plaats van het grafmonument binnen het algehele karakter van de begraafplaats. Indien sprake is van een bijzonder vormgegeven grafmonument dan wordt aan het monument twee punten toegekend.
E) Bijzondere symboliek (2 punten) Symbolen op grafmonumenten zijn er in veel varianten. Op Nederlandse begraafplaatsen zijn de palmtak of het kruis de meest voorkomende symbolen, beide verwijzend naar het christelijke geloof. Alleen wanneer sprake is van een uitzonderlijke vormgeving zou zo’n symbool opgenomen kunnen worden in de lijst. Persoonlijke symboliek of een samenvoeging van verschillende betekenissen kan een dusdanig symbool opleveren dat er sprake is van een bijzonder symbool. Sommige symbolen hebben een zwaar beladen betekenis. Door deze juist te behouden kan het symbool in de juiste context worden geplaatst. Voor dit criterium wordt gekeken naar de algemene deler, maar ook naar de uitzonderlijke symbolen. Wanneer een grafmonument voorzien is van een bijzonder symbool dan wordt aan het monument twee punten toegekend.
31
F) Passend in karakter (2 punten) Hier wordt feitelijk niet gekeken naar de intrinsieke waarde van het grafmonument, maar naar de collectieve waarde. Dat betekent dat het grafmonument bijvoorbeeld goed aansluit bij het karakter van oudere delen van de begraafplaats. Op de oude grotere begraafplaatsen benoemen we gedeeltes als waardevol. Dit kan een perk zijn of één of meerdere rijen. Stèles met een gave vormgeving, een omranding en grafvulling met bijvoorbeeld steen of grind kunnen in aanmerking komen. Een en ander hangt af van de totale context. Ook grafmonumenten die sterk opvallen in het beeld en ankerpunten vormen in de beleving komen in aanmerking. Zo kunnen bijvoorbeeld grote en hoge grafmonumenten om die reden op de lijst worden geplaatst. Indien een grafmonument kenmerkend is binnen het karakter van een gedeelte van een begraafplaats dan wordt aan het monument twee punten toegekend.
G) Technische staat – geen punten Niet van doorslaggevende betekenis maar wel belangrijk is de technische staat van het grafmonument. Wanneer bijvoorbeeld het monument onherstelbaar beschadigd is, kan dat een andere waardering inhouden dan wanneer het monument gaaf is. Dit criterium speelt pas een rol wanneer de technische staat van onderhoud goed is. Dat betekent dat te slechte grafmonumenten niet opgenomen worden. Verder is dit onderdeel van belang bij de uitwerking van het toekomstig beleid. De aanduidingen die hier gebruikt worden: • Goed het grafmonument is constructief in orde en vertoont uiterlijk geen gebreken • Redelijk het grafmonument is constructief in orde maar vertoont gebreken als scheurvorming, sterke vervuiling of slijtage • Matig het grafmonument vertoont constructieve gebreken zoals afgebroken, verschoven of missende onderdelen. • Slecht het grafmonument is constructief afgeschreven. Alleen compleet herstel kan het oude voorkomen herstellen.
Waardering van de criteria Niet elk criterium legt evenveel gewicht in de schaal. Genealogie en monumentale waarde vormen feitelijk de twee hoofdcategorieën voor de beoordeling. In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe de criteria gewaardeerd kunnen worden en wat hun gewicht is in de afweging. In eerste instantie krijgen de geselecteerde personen bijvoorbeeld een waardering van 1 t/m 5, waarbij 5 staat voor het meest belangrijk. Dat betekent dat een hoge waarde aan de persoon en diens historie gehecht kan worden. Vervolgens wordt gekeken naar het grafmonument. Elk van de genoemde items (materiaal, vormgeving, symboliek en karakter) krijgt één punt indien ze op dat item scoren. In totaal kan een grafmonument met een bekende persoon op die manier dus maximaal 16 punten scoren.
32
Beleidsonderdeel 2:
Erfgoedverordening Gemeente Súdwest-Fryslân
De raad van de gemeente SúdwestSúdwest-Fryslân; Fryslân ; gelezen het voorstel voorstel van burgemeester en wethouders van [datum [ datum en nummer]; nummer]; gelet op de artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in samenhang met de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; omgevingsrecht; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Erfgoedverordening SúdwestSúdwest-Fryslân 2021. 2021.
Paragraaf 1. Algemeen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: a) gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; b) minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; c) omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d) stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden.
e) Gemeentelijke FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra voor het grondgebied van de gemeente Súdwest-Fryslân: bestaande uit twee kaarten van het gemeentelijke grondgebied, één voor de periode ‘steentijd – bronstijd’, en één voor de periode ‘ijzertijd – middeleeuwen’ waarop gebieden met een hoge archeologische waarde en gebieden met een archeologische verwachtingswaarde zijn aangegeven; f) gebied met een hoge archeologische waarde: zone die op de gemeentelijke FAMKE staan aangegeven als “streven naar behoud” en “waarderend onderzoek”, waar op basis van historische bronnen en archeologisch onderzoek een hoge dichtheid van archeologische waarden bekend is; g) gebied met een archeologische verwachtingswaarde: zone die op de gemeentelijke FAMKE staat aangegeven als “karterend onderzoek” en “quickscan”, waar op basis van historische bronnen, archeologisch onderzoek en de geologische en bodemkundige opbouw een hoge dichtheid aan archeologische sporen of vondsten wordt verwacht; h) lage archeologische verwachting: kleine kans op archeologische vondsten of informatie; i) Plan van Aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; j) Programma van Eisen: programma dat door het bevoegd gezag wordt goedgekeurd en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van
archeologisch onderzoek; k) verstoren: het beroeren, aantasten of vernielen van de bodem, waarbij afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister 1. Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister). 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door het college van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet.
cultuurgoederen ltuurgoederen en verzamelingen Paragraaf 2. Aanwijzing van beschermde gemeentelijke cu Artikel 3. Aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoeder of beschermde gemeentelijke verzameling 1. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermd gemeentelijk cultuurgoed. 2. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermde gemeentelijk verzameling. 3. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist. 34
4. Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en b. cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling 1. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, ambtshalve wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a.
beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of b. beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 3. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Paragraaf 3. Aanwijzing gemeentelijk monument Artikel 5. Aanwijzing Aanwijzin g als gemeentelijk monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. 2. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. Artikel 6. Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. Artikel 7. Voorbescherming 1. De bescherming van paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6 is bekendgemaakt. 2.
De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd. Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie 1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5 advies aan een gemeentelijke adviescommissie waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Van de adviescommissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur. 2. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. 3. De gemeentelijke adviescommissie brengt binnen acht weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit. Artikel 9. Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit 1. Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten twaalf weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen zesentwintig weken na ontvangst van de aanvraag. 35 5
2. De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument. Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving 1. De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Zodra een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt deze onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. Artikel 11. Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument 1. In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. 2. Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na uiterlijk 26 weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 5. 3.
Paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat belanghebbenden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing. Artikel 12. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
§ 4. Bescherming gemeentelijk monument Artikel 13. Instandhoudingsplicht Instandhoudingsplic ht gemeentelijk monument Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Artikel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of b. inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid. 4.
De commissie als bedoeld in artikel 8 (monumentencommissie) kan desgevraagd advies uitbrengen bij de verlening van een omgevingsvergunning. 5. Het college kan van de aanvrager aanvullende gegevens verlangen, zoals de rapportage van een bouwhistorisch onderzoek. Artikel 15. Intrekken van de omgevingsvergunning De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken: a. als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid; b. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten; c. als blijkt dat de voorschriften die zijn verbonden aan de vergunning niet worden nagekomen. Artikel 16. Weigeringsgronden 1. De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. 36
2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.
Paragraaf 5. Rijksmonumenten Artikel 17. Advies omgevingsvergunning rijksmonument rijksmonument Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 6. Gemeentelijke stadsstads- en dorpsgezichten stads-- en dorpsgezicht Artikel 18. Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads dorpsgezic ht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 2. Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 3. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. 4. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 5. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 6. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld. 7.