CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - STAAT VAN WIJZIGINGEN BGB-II

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân II’26.413 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

indien de bedrijfswoning meerdere woningen omvat, de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per bestemmingsvlak niet dan 150 m2 mag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer dan 90% van de oppervlakte van de hoofdvorm mag bedragen; Wordt: d. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1 bijbehorende bouwwerken en overkappingen op niet minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning mogen worden gebouwd; 2 de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van de bedrijfswoning waaraan wordt gebouwd; 3 de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen; 4 de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 5,5 m mag bedragen; 5 de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 7 m mag bedragen, met dien verstande dat: de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen minimaal 1 m lager is dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning, en; de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen welke maximaal 1

wand hebben, niet meer dan 5,5 meter mag bedragen; 6 de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen per bedrijfswoning niet meer dan 100 m² mag bedragen, met dien verstande dat: indien de bedrijfswoning meerdere woningen omvat, de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen per bestemmingsvlak niet dan 150 m2 mag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 90% van de oppervlakte van de bedrijfswoning mag bedragen;

Nr. B.12

Artikel 3.2 onder k

Wijziging Aanvulling van de regels met uitsluiting overkapping

Motivering: Zoals al onder B.11 is uitgelegd, was de positie van een overkapping dusdanig dat een overkapping in bepaalde gevallen ook als bouwwerk geen gebouw zijnde kan worden aangemerkt. Dat zou dan tot onwenselijke situatie kunnen leiden en daarom is de overkapping opgenomen in de regels voor bijbehorende bouwwerken. Om te voorkomen dat de overkapping ook nog als bouwwerk geen gebouw zijnde kan worden aangemerkt, wordt de overkapping in dit artikel uitgesloten. Was: k. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1 de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend binnen een denkbeeldige rechthoek of bouwvlak, mag niet meer dan 14 m bedragen;. () Wordt: k. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1 de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet zijnde overkappingen, uitsluitend binnen een denkbeeldige rechthoek of bouwvlak, mag niet meer dan 14 m bedragen; () Nr. B.13

Artikel 3.2 onder k 4.2 onder f 5.2 onder e 7.2 onder e 17.2 onder f 26.2 onder f 27.2 onder f

Wijziging Toevoegen van voorwaarden rijbak

Motivering: Een rijbak (paardenbak) wordt bij recht opgenomen in het bestemmingsplan binnen verschillende bestemmingen waarbij er sprake is van een (bedrijfs)woning waar een rijbak ten behoeve van dit woonhuis kan worden gebruikt. Vanuit het huidige bestemmingsplan zijn er wel minimum afstanden tot bijvoorbeeld buurpercelen en lichtmasten opgenomen om daarmee overlast zoveel mogelijk te voorkomen. Deze voorwaarden stonden voorheen in de afwijkingsregels. Doordat een rijbak nu bij recht (zonder nadere vergunning voor het gebruik) mogelijk is, is het wenselijk de afwegingsregels nu ook bij recht op te nemen. Daarmee wordt beoogd dezelfde bescherming te bieden aan de directe omgeving als in de huidige plannen. De regels zien op de rijbak (als bouwwerk). Deze regels worden in meerdere artikelen op onderstaande wijze toegevoegd. In de kolom hierboven staat voor welke artikelen dit van toepassing. Was: N.v.t. Wordt: k. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: ()

7. bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van een rijbak (de rijbak) binnen de denkbeeldige rechthoek en/of het bouwvlak zijn alleen toegestaan als aan alle onderstaande randvoorwaarden wordt voldaan: - de afstand van de rijbak tot het eigen erf niet meer dan 30 m mag bedragen, en; - de afstand van de rijbak tot het erf van derden ten minste 15 m dient te bedragen, en; - de afstand van de rijbak tot de woning van derden ten minste 30 m dient te bedragen, en; - de oppervlakte per rijbak niet meer dan 1.250 m² mag bedragen, en; - de hoogte van omheiningen niet meer dan 2 m mag bedragen, en; - het aantal lichtmasten niet meer dan 4 mag bedragen, en; - de hoogte van lichtmasten niet meer dan 5 meter mag bedragen; Nr. B.14

Artikel 3.4.1

Wijziging Afwijkingsmogelijkheid verwijderen wegens onjuistheid

Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan staat een afwijkingsmogelijkheid om de denkbeeldige rechthoek te wijzigen in een bouwvlak van maximaal 2 Ha. Dat kan echter juridisch niet. Met een afwijking op het bestemmingsplan is geen bouwvlak te maken. Wel kan er afgeweken worden van de denkbeeldige rechthoek door tot 2 Ha te bouwen (buiten die denkbeeldige rechthoek). Dat is opgenomen in het artikellid hierna. Gelet hierop kan deze bepaling komen te vervallen. Was: 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2, sub b en c onder 1 voor het wijzigen van een denkbeeldige rechthoek in een bouwvlak mits: 1. bij de uitbreiding van bebouwing tot 2 ha op basis van de eigendomssituatie, dan wel andere omstandigheden, geen denkbeeldige rechthoek kan worden gecreëerd; 2. de nieuwe bebouwing aansluit bij de bestaande bebouwing; 3. het agrarisch bedrijf qua ontsluiting zorgvuldig wordt ingepast; 4. het procesmodel Nije Pleats (bijlage 9) of een vergelijkbaar procesmodel wordt gevolgd; 5. voor het overige de bouwregels van lid 3.2 van overeenkomstige toepassing zijn. () Wordt: N.v.t. Nr. B.15

Artikel 3.4.1

Wijziging Aanpassing van een onjuiste verwijzing en toevoeging van extra flexibiliteit voor een denkbeeldige rechthoek

Motivering: Doordat er een extra bouwregel (ter bescherming specifieke bouwwerken zoals een monument of een karakteristiek gebouw) in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, is abusievelijk de verwijzing naar een artikel in de afwijking op de bouwregels hier niet op aangepast. De afwijking verwijst dus naar een onjuist artikel. Dat wordt nu hersteld. Inhoudelijk verandert er niets. Daarnaast blijkt in de praktijk nog wel eens dat het wegens eigendomssituaties niet altijd even goed mogelijk is om een denkbeeldige rechthoek te maken. Daarmee zou er geen uitbreiding van de denkbeeldige rechthoek tot 2 Ha kunnen plaatsvinden, terwijl dat ruimtelijk gezien wel aanvaardbaar zou zijn.

Om dit te voorkomen is een extra afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarin staat dat de denkbeeldige rechthoek geen rechthoek hoeft te zijn indien dit op basis van eigendomssituaties of andere omstandigheden niet mogelijk is. In die gevallen kan er wel tot 2 Ha een “rechthoek” wordt gerealiseerd, alleen in een iets anders vorm. Dit biedt voor maatwerkgevallen net meer flexibiliteit zonder dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan de onderliggende doelstellingen vanuit het bestemmingsplan. De overige randvoorwaarden blijven onverkort van toepassing. Was: 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2, sub a en b onder 1, voor het bouwen van bouwwerken buiten de denkbeeldige rechthoek van 1,5 hectare, mits: 1 de bebouwing ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt gesitueerd binnen een denkbeeldige rechthoek die maximaal 2 ha bedraagt en die gelegen is op en rondom de gronden ter plaatse van de aanduiding "agrarisch bedrijf"; () Wordt: 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.

lid 3.2, sub b en c onder 2, voor het bouwen van bouwwerken buiten de denkbeeldige rechthoek van 1,5 hectare, mits: 1 de bebouwing ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt gesitueerd binnen een denkbeeldige rechthoek die maximaal 2 ha bedraagt en die gelegen is op en rondom de gronden ter plaatse van de aanduiding "agrarisch bedrijf"; 2 in afwijking van onderdeel 1 voor zover een denkbeeldige rechthoek wordt voorgeschreven geldt dat de bebouwing tevens mag worden gesitueerd binnen 2 Ha zonder een denkbeeldige rechthoek indien op basis van de eigendomssituatie, danwel andere omstandigheden, geen denkbeeldige rechthoek kan worden gecreëerd; ()

Nr. B.16

Artikel 3.4

Wijziging Verwijzingen naar artikelen

Motivering: De verwijzingen naar bouwregels voor een afwijking waren niet goed. Dat wordt hiermee hersteld. Was: 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () e. lid 3.2, sub c onder 9 voor het bouwen van de voorgevel van een bedrijfswoning op een afstand van de weg die minder is dan de bestaande afstand, met dien verstande dat, indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de omgevingsvergunning slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde. f. lid 3.2, sub l, onder 4 voor het bouwen van mono mestvergistingsinstallaties, met dien verstande dat: 1. de installatie uitsluitend wordt gevuld met mest die afkomstig is van het eigen bedrijf; 2. de installatie binnen de denkbeeldige rechthoek of bouwvlak wordt gebouwd; 3. de PR 10-6 contour binnen de denkbeeldige rechthoek moet vallen, dan wel binnen de PR 10-6 contour geen kwetsbare dan wel beperkt kwetsbare objecten zijn gelegen; 4. de bebouwing ondergeschikt is aan de bedrijfsgebouwen;

5. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. g. lid 3.2. sub i voor het bouwen van trekkershutten, met dien verstande dat: 1. er mogen geen stacaravans/chalets worden geplaatst; 2. de goot- en bouwhoogte van een trekkershut mag niet maar dan 3,5 en 5,5 m bedragen; 3. de dakhelling van trekkershutten mag niet minder dan 40° bedragen; 4. de oppervlakte per trekkershut mag niet meer dan 40 m2 bedragen; () i. lid 3.2 onder c, sub 6 voor het bouwen van een bedrijfswoning met een oppervlakte >150 m2, mits: 1. er in geringe mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke bebouwing in de vorm van een stelp, kop-hals-rompboerderij of koprompboerderij; j. lid 3.2 onder l, sub 5 voor het plaatsen van ten hoogste 2 kleine windturbines op of direct op of grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, mits: 1. de ashoogte van een windturbine ten hoogste 15 meter bedraagt; 2. het op te stellen vermogen moet zijn gericht op het eigen bedrijf; 3. de mogelijkheden voor zonnepanelen moeten zijn verkend; 4. voldaan wordt aan het 'Toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân' bijlage 6 van de regels en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode van dit plan wijzigt, rekening wordt gehouden met de wijziging; 5. de aanvraag tevens voor een beoordeling aan de provincie Fryslân wordt voorgelegd.

Wordt: 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () e. lid 3.2, sub c onder 10 voor het bouwen van de voorgevel van een bedrijfswoning op een afstand van de weg die minder is dan de bestaande afstand, met dien verstande dat, indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de omgevingsvergunning slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde. f. lid 3.2, sub k, onder 4 voor het bouwen van mono mestvergistingsinstallaties, met dien verstande dat: 1. de installatie uitsluitend wordt gevuld met mest die afkomstig is van het eigen bedrijf; 2. de installatie binnen de denkbeeldige rechthoek of bouwvlak wordt gebouwd; 3. de PR 10-6 contour binnen de denkbeeldige rechthoek moet vallen, dan wel binnen de PR 10-6 contour geen kwetsbare dan wel beperkt kwetsbare objecten zijn gelegen; 4. de bebouwing ondergeschikt is aan de bedrijfsgebouwen; 5. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. g. lid 3.2. sub h voor het bouwen van trekkershutten, met dien verstande dat: 1. er mogen geen stacaravans/chalets worden geplaatst; 2. de goot- en bouwhoogte van een trekkershut mag niet maar dan 3,5 en 5,5 m bedragen; 3. de dakhelling van trekkershutten mag niet minder dan 40° bedragen; 4.

de oppervlakte per trekkershut mag niet meer dan 40 m2 bedragen; () i. lid 3.2 onder c, sub 7 voor het bouwen van een bedrijfswoning met een oppervlakte >150 m2, mits: 1. er in geringe mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke bebouwing in de vorm van een stelp, kop-hals-rompboerderij of koprompboerderij; j. lid 3.2 onder k, sub 5 voor het plaatsen van ten hoogste 2 kleine windturbines op of direct op of grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, mits: 1. de ashoogte van een windturbine ten hoogste 15 meter bedraagt; 2. het op te stellen vermogen moet zijn gericht op het eigen bedrijf; 3. de mogelijkheden voor zonnepanelen moeten zijn verkend;

4. voldaan wordt aan het 'Toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân' bijlage 6 van de regels en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode van dit plan wijzigt, rekening wordt gehouden met de wijziging; 5. de aanvraag tevens voor een beoordeling aan de provincie Fryslân wordt voorgelegd. Nr. B.17

Artikel 3.5 onder a

Wijziging Verduidelijking van strijdig gebruiksregel inzake geitenhouderijen

Motivering: In het bestemmingsplan is conform de toezegging van de wethouder aan de gemeenteraad een geitenstop opgenomen als bestendiging van de lijn vanuit de voorbereidingsbesluiten. Dit artikel moet recht doen aan de bestaande geitenhouderijen (ook aan de destijds zogenaamde lopende aanvragen). In de bepaling is opgenomen dat de geitenstop niet geldt voor de bestaande geitenhouderijen. Oftewel, de huidige bedrijfsvoering moet niet worden geraakt, alleen de uitbreidingen die beoogd zijn en niet voor het voorbereidingsbesluit zijn ingediend en vergund. Omdat nog niet alle vergunde geitenhouderijen ook feitelijk (alle vergunde) geiten op het perceel aanwezig hebben, zou de huidige bepaling alsnog onbedoeld een beperking op deze rechten kunnen betekenen. Dat is onbedoeld. Gelet daarop wordt toegevoegd dat het ook ziet op vergunde geitenhouderijen. Daarnaast kan de regel over wanneer het verbod ingaat komen te vervallen in het definitieve plan. Dat heeft geen juridische status meer door de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan. Was: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor nieuwe geitenhouderijen en het bouwen ten behoeve hiervan is niet toegestaan.

Hieronder wordt begrepen: 1 nieuwvestiging van geitenhouderijen, al dan niet als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; 2 het uitbreiden van een bestaande geitenhouderij, door het aantal met één of meer geiten dat wordt gehouden uit te breiden; het verbod zoals in lid a. is bepaald, geldt vanaf de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan; Wordt: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor nieuwe geitenhouderijen en het bouwen ten behoeve hiervan is niet toegestaan. Hieronder wordt begrepen: 1 nieuwvestiging van geitenhouderijen, al dan niet als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; 2 het uitbreiden van een bestaande (en/of vergunde) geitenhouderij, door het aantal met één of meer geiten dat wordt gehouden uit te breiden; Nr. B.18

Artikel 3.6.1 onder h

Wijziging Onjuiste verwijzing

Motivering: In het artikel wordt verwezen naar een onjuist sublid in een artikel waardoor de afwijking niet gebruikt kan worden waarvoor deze is beoogd.

Was: h. lid 3.1 en lid 3.5, al dan niet in combinatie met de omgevingsvergunning als bedoeld in sub e, voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een groepsaccommodatie met dien verstande dat: () Wordt: h. lid 3.1 en lid 3.5, al dan niet in combinatie met de omgevingsvergunning als bedoeld in sub f, voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een groepsaccommodatie met dien verstande dat: () ARTIKEL 4 AGRARISCH - PAARDENHOUDERIJ Nr. B.19

Artikel 4.2 onder a 4.2 onder b

Wijziging Toevoegen regels voor karakteristieke bouwwerken + bestaande bebouwing bestemmen

Motivering: In de bestemmingen is een voorrangsregeling opgenomen voor de gevallen dat een bouwwerk is aangewezen als karakteristiek of monument. Deze algemene bouwregels staan aan het begin van de bouwregels van de bestemmingen opgenomen. In het ontwerpbestemmingsplan is dit binnen deze bestemming abusievelijk niet opgenomen. Dat wordt hiermee hersteld. Daarnaast is op een perceel voor een paardenhouderij maximaal 2500m2 aan bebouwd oppervlakte toegestaan. Er zijn echter gevallen waarbij de bestaande oppervlakte al meer is dan deze 2500m2. Voor die gevallen mag er meer oppervlakte aanwezig zijn, namelijk het bestaande (legaal) aanwezige bebouwd oppervlakte. De regel wordt hierop aangepast. Was: 4.2 Bouwregels N.v.t. b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 2. de totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 2.500 m² per bestemmingsvlak bedragen; () Wordt: 4.2 Bouwregels a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 41.3 van toepassing; b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 2.

de totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 2.500 m² per bestemmingsvlak bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien dit meer is; ()

Nr. B.20

Artikel 4.2 onder d

Wijziging Toevoegen regels voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfsgebouwen

Motivering: In de praktijk is gebleken dat er voor sommige bedrijfsgebouwen of overkappingen ten behoeve van de paardenhouderij geen mogelijkheden waren om deze te realiseren. In de bouwregels zijn er voorschriften voor bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij deze bedrijfswoning. Maar geen regels voor bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfsgebouwen. In de meeste gevallen dit wel goed omdat het dan als bedrijfsgebouw kan worden gezien, maar in specifieke gevallen is deze regel toch als beperkend ervaren terwijl het onbedoeld is. Dit kan relatief eenvoudig worden opgelost door het toevoegen van een extra artikellid om hier alsnog in te voorzien zonder hierbij afbreuk te doen aan bijvoorbeeld de maximaal toegestane aanwezige bebouwing. Was: N.v.t. Wordt: d. Met betrekking tot bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfsgebouwen geldt dat: 1. de totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen en de hierbij behorende bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag niet meer dan 2.500 m² per bestemmingsvlak bedragen; 2. bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfsgebouwen op niet minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het bedrijfsgebouw (wat het dichtst bij de weg is gelegen); 3.

de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet zijnde overkappingen welke tevens een gebouw zijn, worden gebouwd in één bouwlaag met kap en mogen niet meer dan respectievelijk 4,5 m en 10,0 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat de bestaande bouwhoogte mag worden vermeerderd met 0,5 m; 4. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken welke tevens een bouwwerk, geen gebouw is (waaronder begrepen een overkapping met maximaal 1 wand), mag niet meer dan 3 m bedragen; Nr. B.21

Artikel 4.4.1 onder e

Wijziging Juiste verwijzing voor kleine windmolens

Motivering: In het artikel wordt verwezen naar een onjuiste bouwregel om van af te wijken. Dat wordt hiermee hersteld. Was: 4.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () e. lid 3.2 onder e2 voor het plaatsen van ten hoogste 2 kleine windturbines op of direct op of grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, mits: () Wordt: 4.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

() e. lid 4.2, sub g voor het plaatsen van ten hoogste 2 kleine windturbines op of direct op of grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, mits: () ARTIKEL 5 BEDRIJF Nr. B.22

Artikel 5.1 onder b

Wijziging Harmonisatie met tekst BGB-I

Motivering: Binnen de bedrijfsbestemming zijn bedrijfswoningen toegestaan zonder dat er een specifieke aanduiding nodig is. Deze aanduidingen worden wel in de kernen gebruikt en op bedrijventerreinen, maar voor het buitengebied is dit niet aan de orde. Ook in BGB-I is dit zo geregeld. De regel wordt hierop aangepast. Was: 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven welke zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de bij deze regels opgenomen bijlage 5 'Staat van Bedrijven'; b. bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; Wordt: 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven welke zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de bij deze regels opgenomen bijlage 5 'Staat van Bedrijven'; b. bedrijfswoningen; Nr. B.23

Artikel 5.4 onder b

Wijziging Aanpassing van de specifieke bedrijven naar aanleiding van eerdere aanpassingen

Motivering: Voor specifiek bestemde bedrijven die niet passend zijn binnen de categorie 1 en 2 bedrijven geldt dat hier geen onbeperkte uitbreidingesmogelijkheden zijn. Dit zijn bedrijven met een hogere milieucategorie en gelet op de omgeving is onbeperkt uitbreiden dan niet mogelijk. De afwijkingsmogelijkheid geeft aan voor welke bedrijven er mogelijkheden zijn. Deze verwijzing is door aanpassingen niet meer geheel juist en dit wordt nu hersteld. Was: 5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () b. lid 5.2, sub ba onder 2 voor een grotere gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat: () 2. de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen behorende bij bedrijven genoemd in lid 5.1, onder b tot en met r, binnen de planperiode eenmalig mag worden vermeerderd met ten hoogste

15% waarbij de totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen niet meer mag bedragen dan 50% van het bestemmingsvlak; Wordt: 5.4 Afwijken van de bouwregels 5.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () b. lid 5.2, sub ba onder 2 voor een grotere gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat: () 2. de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen behorende bij bedrijven genoemd in lid 5.1, onder c -g, j, k, m, r-t, x-z, binnen de planperiode eenmalig mag worden vermeerderd met ten hoogste 15% waarbij de totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen niet meer mag bedragen dan 50% van het bestemmingsvlak; ARTIKEL 7 BEDRIJF - LOONBEDRIJF Nr. B.24

Artikel 7.1 onder a

Wijziging Soort loonbedrijf open laten

Motivering: In de bestemmingsbeschrijving staat nu voorgeschreven dat er sprake moet zijn van een agrarisch loonbedrijf. Dat kan gelet op bestaande vergunningen ook een gewoon loonbedrijf zijn. Het woordje agrarisch wordt dan ook weggehaald. Was: 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf - Loonbedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een agrarisch loonbedrijf; Wordt: 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf - Loonbedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een loonbedrijf; *** door het toevoegen van artikel 9 ‘Bedrijf – Nutsbedrijf’ (wijziging op basis van zienswijze) geldt dat vanwege de overzichtelijkheid hieronder de artikelnummers vanuit het ontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen. Na vaststelling zullen de artikelnummers dus automatisch worden aangepast en met 1 worden verhoogd (Bedrijf – Nutsvoorziening wordt dus artikel 10) ***

ARTIKEL 9 BEDRIJF - NUTSVOORZIENING Nr. B.25

Artikel 9.4 onder a

Wijziging Gelijktrekken mogelijkheden ten opzichte van andere bedrijfsbestemmingen

Motivering: Binnen de bedrijfsbestemmingen is er een standaard afwijkingsvoorschrift voor kleine afwijkingen vanwege bestaande maatvoeringen danwel de gevelindeling. Deze standaardafwijking wordt opgenomen in de regel om daarmee het gelijk te trekken met andere bedrijfsbestemmingen. Was: 9.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: lid 9.2 onder d, sub 1 het bouwen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning; Wordt: 9.4 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 1. lid 9.2 onder c, sub 1 voor het bouwen van een bedrijfswoning met een oppervlakte >150 m2, mits: - er in geringe mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke bebouwing in de vorm van een stelp, kop-halsrompboerderij of kop-rompboerderij; 2. lid 9.2 onder d, sub 1 het bouwen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning; ARTIKEL 12 MAATSCHAPPELIJK Nr. B.26

Artikel 12.2 onder b

Wijziging Verduidelijking van artikel

Motivering: In de praktijk werd er tegen de zinsnede ‘per maatschappelijke voorziening’ aangelopen bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning. Deze term die uit oude bestemmingsplannen komt zag nog op situatie waarin er meerdere soorten maatschappelijke voorzieningen binnen hetzelfde bestemmingsvlak waren gelegen. Dat is nu niet meer aan de orde. Daarmee is deze zinsnede verwarrend en is het wenselijk deze te laten vervallen. Daarmee verandert er feitelijk niets in de mogelijkheden voor de eigenaren van de percelen. Daarnaast wordt verduidelijkt dat er in een bouwvlak moet worden gebouwd (indien deze op het perceel ligt). De regel wordt gelijkgetrokken met de redactie van BGB-I. Was: 12.2 Bouwregels () b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 2. de oppervlakte van bedrijfsgebouwen per maatschappelijke voorziening mag niet meer dan 500 m² bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien deze meer is; 3. Voor zover er een bouwvlak aanwezig is, mag dit bouwvlak volledig worden bebouwd.

Wordt: 12.2 Bouwregels () b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 2 de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 500 m² bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien deze meer is met dien verstande dat indien er een bouwvlak op het perceel is gelegen de bebouwing binnen het bouwvlak moet zijn gesitueerd. ARTIKEL 13 MAATSCHAPPELIJK - ZORGBOERDERIJ Nr. B.27

Artikel 13.1 onder b 13.2

Wijziging Verduidelijking bouwregels en regels voor bedrijfswoningen

Motivering: Voor wat bedrijfswoningen wordt er in de regels voorgeschreven dat er alleen een bedrijfswoning is toegestaan als er een aanduiding bedrijfswoning is opgenomen. En tevens dat er maximaal 1 bedrijfswoning mag komen. Nu is er geen aanduiding op de verbeelding voor bedrijfswoningen binnen deze bestemming en zou dat betekenen dat er geen bedrijfswoningen kunnen worden gerealiseerd terwijl er al wel bestaande bedrijfswoningen (legaal) aanwezig zijn. Door aanpassing van de regels kan dit worden hersteld. Allereerst wordt in de bestemmingsomschrijving duidelijk gemaakt dat er een bedrijfswoning is toegestaan (geen meervoud want dat mag namelijk niet. Daarnaast wordt het voorschrift dat dit alleen is toegestaan bij een specifieke aanduiding weggelaten aangezien deze aanduiding niet bestaat binnen deze bestemming. In de praktijk zitten er op deze bestemmingen al een bedrijfswoning en zal er weinig effect zijn. Wel is er bij een verbouw van de bedrijfswoning door deze aanpassing in de regels geen belemmering meer. In de praktijk werd er tegen de zinsnede ‘per maatschappelijke voorziening’ aangelopen bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning. Deze term die uit oude bestemmingsplannen komt zag nog op situatie waarin er meerdere soorten maatschappelijke voorzieningen binnen hetzelfde bestemmingsvlak waren gelegen. Dat is nu niet meer aan de orde.

Daarmee is deze zinsnede verwarrend en is het wenselijk deze te laten vervallen. Daarmee verandert er feitelijk niets in de mogelijkheden voor de eigenaren van de percelen. Was: 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Maatschappelijk - Zorgboerderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. zorgboerderijen; b. een bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedijfswoning’; () 13.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen mag niet meer dan 4,5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze hoger is; 2. de oppervlakte van bedrijfsgebouwen per maatschappelijke voorziening mag niet meer dan 1.000 m² bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien deze meer is; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan; 4. de oppervlakte van een niet-inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m² bedragen;

Wordt: 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Maatschappelijk - Zorgboerderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. zorgboerderijen; b. een bedrijfswoning; () 13.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen mag niet meer dan 4,5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze hoger is; 2. de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 1.000 m² bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien deze meer is; 3. er is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan; 4. de oppervlakte van een niet-inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m² bedragen; ARTIKEL 14 NATUUR Nr. B.28

Artikel 14.2 onder c en d

Wijziging Herstellen van een onjuiste verwijzing + aanpassing regels vanwege onduidelijkheid + overkapping opnemen

Motivering: In het artikel staan enkele onvolkomenheden die worden hersteld. Zo is er een verkeerde verwijzing en is het bestaand artikel voor bouwen binnen het bouwvlak redactioneel onjuist. Dat wordt hersteld. Tenslotte worden ook de overkappingen aangevuld om hiermee te voorkomen dat deze voor de gebouwen geplaatste kunnen worden. Was: 14.2 Bouwregels () c. In afwijking van sub a gelden voor het bouwen van gebouwen in de vorm van een vogelkijkpost de volgende regels: 1. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; 2. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m2 bedragen. d. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 9. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen dienen op ten minste 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning te worden gebouwd; Wordt: 14.2 Bouwregels () c. In afwijking van sub b gelden voor het bouwen van gebouwen in de vorm van een vogelkijkpost de volgende regels: 1. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; 2. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m2 bedragen. d. In afwijking van sub b geldt voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen op een perceel waar een bouwvlak is gelegen de volgende regels: () 9.

bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen dienen op ten minste 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning te worden gebouwd;

ARTIKEL 15 NATUUR – WATERRECREATIEF MEDEGEBRUIK Nr. B.29

Artikel 15.2

Wijziging Aanpassing van de verwijzing

Motivering: In het artikel staat een verkeerde verwijzing. Dat wordt nu hersteld. Was: 15.2 Bouwregels a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van woonschepen, mits wordt voldaan aan het bepaalde in lid d. en e; Wordt: 15.2 Bouwregels a. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met uitzondering van woonschepen, mits wordt voldaan aan het bepaalde in lid c. en d; ARTIKEL 17 RECREATIE – RECREATIEBEDRIJVEN Nr. B.30

Artikel 17.1 17.1 onder f

Wijziging Aanpassing van de redactie van bestemmingsomschrijving aan Buitengebied deel II en verduidelijking overige bouwwerken + aanvulling van de beschrijving voor de aanduiding horeca

Motivering: De bestemmingsregel voor een kampeerterrein is tekstueel moeilijk te lezen in het ontwerpbestemmingsplan. Door het anders opschrijven van dezelfde regels wordt de leesbaarheid vergroot. Inhoudelijk verandert de regel niet. Voor wat betreft het ander bouwwerk, in het artikel 21.2 onder e is de toevoeging van wat voor soort bouwwerken het betreft gewenst voor de duidelijkheid. Ook hierdoor veranderen de mogelijkheden binnen de bestemming niet maar wordt de regel duidelijker. Daarnaast wordt de aanduiding horeca aangevuld om daarmee recht te doen aan de vergunde situatie op het perceel Stationswei 22a te Molkwerum. De aanduiding horeca wordt er op gelegd en er wordt een directe link met de horecavergunningen gemaakt. Hiermee wordt recht gedaan aan de bestaande en vergunde situatie. Was: 17.2 Bouwregels () f. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: () 2. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen. Wordt: 17.2 Bouwregels () f. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel:

() 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen. Nr. B.31

Artikel 17.6.1 onder a 17.6.1 onder b 17.6.1 onder c 27.5.1 onder c

Wijziging Aanpassen regel voor haventje + toevoegen regels voor afwijking voor trekkershutten + aanpassen voorwaarde voor realisatie (of uitbreiding) kleinschalig kampeerterrein

Motivering: De redactie van het artikel om af te wijken van het bestemmingsplan is aangepast voor wat betreft een haventje. Er staat nu dat er overleg moet zijn gepleegd met de waterbeherende instantie. De zins voor deze afstemming liep niet goed en dat wordt nu taalkundig hersteld. Tevens is een afwijkingsmogelijkheid voor trekkershutten opgenomen. Dat is abusievelijk niet opgenomen en wordt hiermee hersteld. Binnen bepaalde bestemmingen is het toevoegen van een kleinschalig kampeerterrein onder voorwaarden mogelijk te maken. Dit gebruik wordt gezien als strijdig gebruik met de hoofdbestemming, maar hiervan kan worden afgeweken onder voorwaarden. Deze afwijkingsvoorwaarden zijn van oudsher (vanwege de vereisten vanuit de provinciale verordening) zo omschreven dat er bijvoorbeeld in specifieke kernen per bestemmingsplanperiode slechts 1 nieuw kleinschalig kampeerterrein is toegestaan. Ook moet een uitbreiding of een nieuw kampeerterrein op minimaal 500 meter van een bestaand kleinschalig kampeerterrein blijven. De provinciale verordening stelt geen eisen meer aan de aantallen kleinschalige kampeerterreinen binnen recreatiekernen. Ook is er geen minimale afstand voorgeschreven. In deze wijziging wordt de voorwaarde inzake de kernen geheel losgelaten en wordt de afstandseis van 500 meter alleen opgelegd indien er sprake is van een nieuw kleinschalig kampeerterrein.

Voor een uitbreiding van bestaande kleinschalige kampeerterreinen geldt de afstandsnorm dan niet meer. De reden is dat het kleinschalige kampeerterrein er al zit en de aantallen kampeermiddelen is gemaximaliseerd en daarmee is er al een sturing op de grootte van de terreinen. De uitbreiding van een bestaand terrein waar nu 20 kampeermiddelen staan naar 25 kampeermiddelen, binnen 500 meter van een ander kleinschalig kampeerterrein, is niet onwenselijk. De afstandseis lijkt voor deze gevallen dan ook niet gewenst. Voor een nieuw kleinschalig kampeerterrein naast een ander kleinschalig kampeerterrein geldt de huidige voorwaarde. Dat is niet zomaar mogelijk. Dat was a zo en dat blijft zo. Deze aanpassing ziet dus op een verruiming van het aantal voor kleinschalige kampeerterreinen binnen de verschillende kernen (als er ook aan de andere voorwaarden wordt voldaan) en op verruiming voor reeds bestaande kleinschalige kampeerterreinen die binnen de 500 meter van een ander kleinschalig kampeerterrein zitten (die kunnen tot 25 kampeermiddelen uitbreiden). Deze aanpassing is voor meer bestemmingen aan de orde en dat staat in de kolom aangegeven. Was: 17.6 Afwijken van de gebruiksregels 17.6.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.

lid 17.1 voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein', met dien verstande dat:

1. het aantal ligplaatsen nooit meer dan het aantal kampeermiddelen mag bedragen met een maximum van 25 ligplaatsen; 2. de ligplaatsen worden gerealiseerd binnen een haventje, met het oog op het intact laten van de natuurlijke oevers. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, de oever doorsneden door de haveningang; 3. de ligplaatsen niet mogen worden gebruikt in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar; Alvorens de afwijking wordt verleend, moet door de initiatiefnemer overleg hebben is gepleegd met de waterbeherende instantie. b. lid 17.1. voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1. per dorps- of stadsgebied binnen de planperiode één is toegestaan; deze beperking geldt niet voor de stads- en dorpsgebieden die in het streekplan zijn aangeduid als 'stedelijk centrum' (Sneek), 'regionaal centrum' (Bolsward) en de recreatiekernen (Heeg, Oudega en Woudsend); 2. (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein binnen het bestemmingsvlak wordt gerealiseerd; 3.

het kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd; () Wordt: 17.6 Afwijken van de gebruiksregels 17.6.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 17.1 voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein', met dien verstande dat: 1. het aantal ligplaatsen nooit meer dan het aantal kampeermiddelen mag bedragen met een maximum van 25 ligplaatsen; 2. de ligplaatsen worden gerealiseerd binnen een haventje, met het oog op het intact laten van de natuurlijke oevers. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, de oever doorsneden door de haveningang; 3. de ligplaatsen niet mogen worden gebruikt in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar; Alvorens de afwijking wordt verleend, door de initiatiefnemer overleg is gepleegd met de waterbeherende instantie. b. lid 21.1. voor het bouwen van maximaal 10 trekkershutten ten behoeve van het kleinschalig kamperen mits: 1. er mogen geen stacaravans/chalets worden geplaatst; 2. de goot- en bouwhoogte van een trekkershut mag niet maar dan 3,5 en 5,5 m bedragen; 3. de dakhelling van trekkershutten mag niet minder dan 40° bedragen; 4.

de oppervlakte per trekkershut mag niet meer dan 40m2 bedragen; 5. de trekkershutten moeten gebouwd worden binnen het bestemmingsvlak; 6. het aantal trekkershutten mag niet meer bedragen dan 10. c. lid 17.1. voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1. (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein binnen het bestemmingsvlak wordt gerealiseerd;

2. een nieuw kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd; ARTIKEL 20 SPORT - MANEGE Nr. B.32

Artikel 20.1 onder a 20.1 onder c 20.2 onder a.3

Wijziging Tekstuele aanpassing wegens een dubbele en verwarrende omschrijving

Motivering: In de bestemmingsbeschrijving is opgenomen dat een manege is toegestaan in combinatie met een ondergeschikte lichte vorm van horeca ten dienste van de manege. Hiermee wordt de kantine bedoeld. In dezelfde bestemmingsbeschrijving staat echter onder ondergeschikte functie duidelijk en objectief bepaalbaar omschreven wat voor soort kantine is toegestaan. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt de lichte vorm van horeca bij de manege weggehaald omdat deze al is omschreven onder de ondergeschikte functies (waar dit ook hoort). Voor wat betreft gebruiksmogelijkheden verandert er hierdoor overigens niets. Het artikel wordt leesbaarder. Daarnaast zijn er twee regels binnen de bestemmingsomschrijving voor bedrijfswoningen. Dat kan worden gecombineerd wat overzichtelijker is. Tenslotte wordt artikel 20.2 onder a.3 aangevuld om duidelijk te maken wat de regels voor bedrijfswoningen zijn. Deze aanpassing vloeit voort uit de eerdere aanpassing. Was: 20.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Sport - Manege’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een manege; al dan niet in combinatie met ondergeschikte lichte vormen van horeca ten dienste van de functie manege; b. bedrijfswoningen; c. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ is geen bedrijfswoning toegestaan; d. een paardenhouderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij'; () 20.2 Bouwregels a.

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 3. het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen dan wel het bestaande aantal. () Wordt: 20.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Sport - Manege’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een manege; b. bedrijfswoningen, met uitzondering van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’; c. een paardenhouderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'paardenhouderij'; () 20.2 Bouwregels ()

3. het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen dan wel het bestaande aantal, met uitzondering van de percelen waarop de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ ligt, in die gevallen is geen bedrijfswoning toegestaan; () ARTIKEL 26 WONEN Nr. B.33

Artikel 26.2 onder g 26.4.1 onder b

Wijziging Aanhouden van een logische volgorde in de artikelleden + onjuiste verwijzing

Motivering: De volgorde van de bouwregels in het ontwerpbestemmingsplan is door het toevoegen van de bouwregels voor een rijbak niet meer logisch. Dat wordt nu hersteld. Ook wordt het woordje “overige” toegevoegd waarmee duidelijk wordt gemaakt dat de bouwwerken (zoals een overkapping) die eerder is genoemd hier niet onder kan vallen. Tenslotte wordt een onjuiste verwijzing door verschuiving van de regels hersteld. Was: e. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw mag niet meer dan 1 m bedragen; 2. de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5,5 m bedragen. () 26.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () b. het bepaalde in lid 26.2, sub c, onder 1 voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw. Wordt: g. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1.

de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw mag niet meer dan 1 m bedragen; 2. de bouwhoogte van overige terrein- en erfafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5,5 m bedragen. 26.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () b. het bepaalde in lid 26.2, sub d, onder 1 voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw.

ARTIKEL 27 WONEN – WOONBOERDERIJ Nr. B.34

Artikel 27.1 onder x 27.2 onder b.6 27.3 onder c

Wijziging Verwijderen aanduiding + toevoegen regel caravanstalling + aanpassen van het begrip hoofdvorm naar woning + aanpassen regel om de overkapping ook expliciet te benoemen.

Motivering: In andere bestemmingen is uitgelegd waarom de term hoofdvorm tot verwarring en ongewenste effecten kan leiden buiten een reguliere woonbestemming. Binnen de bestemming wonenwoonboerderij kan dit ook ontstaan. Deze bestemming ligt namelijk op een voormalig agrarisch perceel waarop veel voormalige agrarische bebouwing aanwezig is. De term hoofdvorm kan dan onduidelijkheid geven over welk gebouw dit dan gaat. De bepaling is bedoeld voor de woning en dat wordt dan ook verduidelijkt. Voor wat betreft de afwijking op de bouwregels staat er nu nog de term bijgebouw opgenomen. Dat moet aangepast worden naar bijbehorend bouwwerk. Ook wordt de overkapping hier ook opgenomen. Was: 27.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen - Woonboerderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () x. een caravanstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling'; () en met inbegrip van de volgende nevenactiviteiten: () met dien verstande dat: 1. de activiteiten als genoemd onder w. t/m z. uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij de woonfunctie; 2. de nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan in voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen; 3. niet meer dan 1/3 deel van de voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen, tot ten hoogste een oppervlakte 500 m² voor deze nevenactiviteiten mogen worden gebruikt; 4.

in afwijking van 3 geldt de maat van 500 m2 niet voor de stalling en/of opslag van vaartuigen of kampeermiddelen. 27.2 Bouwregels () b. Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: (). 6. de hoofdvorm dient, gezien vanaf de weg, gesitueerd te zijn voor de (bestaande) bijbehorende bouwwerken en overkappingen, danwel de bestaande situering. 27.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: () c. lid 27.2 onder c, sub 5 en 6 voor het bouwen van nieuwe bijbehorende bouwwerken bij een woonboerderij, met dien verstande dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerken maximaal 150 m² bedraagt plus 50% van de oppervlakte van de gesloopte gebouwen, met dien verstande dat de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken nooit meer mag bedragen dan 500 m²; 2. de goothoogte mag niet meer dan 4 m bedragen; 3. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen;

4. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Wordt: 27.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen - Woonboerderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () en met inbegrip van de volgende nevenactiviteiten: () met dien verstande dat: 1. de activiteiten als genoemd onder w. t/m z. uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij de woonfunctie; 2. de nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan in voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen; 3. niet meer dan 1/3 deel van de voormalige bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen, tot ten hoogste een oppervlakte 500 m² voor deze nevenactiviteiten mogen worden gebruikt; 4. in afwijking van 3 geldt de maat van 500 m2 niet voor de stalling en/of opslag van vaartuigen of kampeermiddelen; 5. in afwijking van 2 geldt dat de bestaande caravanstalling op het perceel Hichtumerweg 8 te Bolsward achter de bebouwing is toegestaan. 27.2 Bouwregels () b. Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: (). 6. de woning dient, gezien vanaf de weg, gesitueerd te zijn voor de (bestaande) bijbehorende bouwwerken en overkappingen, danwel de bestaande situering. 27.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: () c.

lid 27.2 onder c, sub 5 en 6 voor het bouwen van nieuwe bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woonboerderij, met dien verstande dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte van de nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 150 m² bedraagt plus 50% van de oppervlakte van de gesloopte gebouwen, met dien verstande dat de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen nooit meer mag bedragen dan 500 m²; 2. de goothoogte mag niet meer dan 4 m bedragen; 3. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; 4. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. ARTIKEL 29 LEIDING – ONDERGRONDSE HOOGSPANNINGSVERBINDING Nr. B.35

Artikel 29.5 30.5

Wijziging Verwijzing naar een artikel in de Wabo verwijderen wegens de komst van de Omgevingswet

Motivering: In de gebruiksregels wordt verwezen naar artikel 2.1 onder c van de Wabo. Deze verwijzing is ten eerste niet noodzakelijk want dat vloeit al voort uit het artikel en de wetgeving. Daarnaast zal de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treden en dan is die verwijzing ongelukkig want de Wabo komt dan te vervallen. Deze verwijzing wordt verwijderd waardoor er inhoudelijk niets veranderd met de bepaling wel Omgevingswet-proof wordt. Dit geldt voor de bepalingen zoals in de kolom artikel is opgenomen. In enkele bestemmingen is dit zo opgenomen.

Was: 29.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik dat geen rekening houdt met een ongestoorde werking van de ondergrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn; Wordt: 29.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik dat geen rekening houdt met een ongestoorde werking van de ondergrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn.

ARTIKEL 31 LEIDING – RIOOL Nr. B.36

Artikel 31.1.1 32.1.1

Wijziging Verwijderen van een dubbel artikellid

Motivering: De voorrangsregeling in artikel 31.1.1. van het ontwerpbestemmingsplan staat ook al onder artikel 32.2.1 van dit ontwerpplan. Het artikel 31.1.1 en 31.1.1. kunnen dus komen te vervallen. Dit komt in meerdere artikelen in het ontwerpbestemmingsplan voor. In de kolom “artikel” is te zien in welke artikelen deze wijziging zal worden doorgevoerd. Was: 31.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van rioolpersleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringsstroken. 31.1.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 31.2 Bouwregels 31.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. () Wordt: 34.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van rioolpersleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringsstroken.

34.2 Bouwregels 34.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. () ARTIKEL 33 WAARDE – ARCHEOLOGIE 1 Nr. B.37

Artikel 33.2.3 33.2.4 33.3.4

Wijziging Verwijderen en toevoegen van en/of voor enkele artikelleden

Motivering: In de bestemmingsregels is het van belang om te weten waaraan getoetst moet worden. In de huidige artikelleden die hieronder zijn opgenomen is er sprake van een zogenaamde opsomming van elementen waaraan voldaan moet worden. Dat is echter te streng en niet juist. Er moet aan 1 van de voorwaarden kunnen worden voldaan. Het is namelijk afhankelijk van het geval. Door het toevoegen van ‘en/of’ op bepaalde plaatsen wordt dit rechtgezet. Hiermee wordt er geen afbreuk aan de archeologische bescherming gedaan maar wordt recht gedaan aan hoe toetsing plaats zou moeten vinden. Was: 33.2.3 Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 33.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen (bijvoorbeeld een archeologievriendelijk heipalenplan), waardoor ondanks de uitvoering van de bouwwerkzaamheden de archeologische resten in de gronden kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; c.

de verplichting de bouwwerkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 33.2.4 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in artikel 33.2.1 is niet van toepassing op bouwwerken waarbij: a. naar oordeel van het bevoegd gezag voldoende is aangetoond zonder archeologisch rapport dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden aangetast en/of dat er geen sprake (meer) is van archeologische waarden (bijvoorbeeld een saneringsrapport) en/of; b. het de vervanging, vernieuwing of verandering betreft van bestaande bovengrondse bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut en/of niet dieper wordt vergraven dan de te verwijderen fundering; en/of c. de uitvoering reeds gestart is op grond van een verleende omgevingsvergunning of vergund is ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. het een bouwwerk betreft met een oppervlakte van maximaal 50 m2; e. het een bouwwerk betreft in landbodems dat niet dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld en zonder heiwerkzaamheden wordt gerealiseerd.

33.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning Voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld (niet (meer) aanwezig zijn en/of niet onevenredig worden geschaad; en/of b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd; en/of c. de verplichting de werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. Wordt: 33.2.3 Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 33.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen (bijvoorbeeld een archeologievriendelijk heipalenplan), waardoor ondanks de uitvoering van de bouwwerkzaamheden de archeologische resten in de gronden kunnen worden behouden; b.

de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; c. de verplichting de bouwwerkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 33.2.4 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in artikel 33.2.1 is niet van toepassing op bouwwerken waarbij: a. naar oordeel van het bevoegd gezag voldoende is aangetoond zonder archeologisch rapport dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden aangetast en/of dat er geen sprake (meer) is van archeologische waarden (bijvoorbeeld een saneringsrapport); b. het de vervanging, vernieuwing of verandering betreft van bestaande bovengrondse bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut en/of niet dieper wordt vergraven dan de te verwijderen fundering; c. de uitvoering reeds gestart is op grond van een verleende omgevingsvergunning of vergund is ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. het een bouwwerk betreft met een oppervlakte van maximaal 50 m2; e. het een bouwwerk betreft in landbodems dat niet dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld en zonder heiwerkzaamheden wordt gerealiseerd.

33.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning Voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en/of (niet (meer) aanwezig zijn en/of niet onevenredig worden geschaad; en/of b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd; en/of c. de verplichting de werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.

ARTIKEL 34 WAARDE – ARCHEOLOGIE 2 Nr. B.38

Artikel 34.2.2 34.3.4

Wijziging Verduidelijking verwijzing, verwijderen van benoemde vrijstellingsgrens van 50m2 en verwijderen en toevoegen van ‘en/of’

Motivering: In het artikel voor de uitzonderingen voor waterbodems staat in het ontwerpbestemmingsplan een vrijstellingsgrens van 50m2 opgenomen. Deze grens is echter op dit soort aspecten niet van toepassing en komt dan ook niet (altijd) overeen met de regels die hiervoor gelden. Daarom wordt deze vrijstellingsgrens eruit gehaald om te voldoen aan de overige wetgeving. Daarnaast wordt een sublid toegevoegd aan een verwijzing voor de duidelijkheid en wordt een extra ‘en/of’ toegevoegd. Was: 34.2.2 Uitzonderingen waterbodems en meldingsplicht waterbodems Activiteiten in de waterbodem worden altijd gemeld bij het bevoegd gezag, ongeacht het al dan niet overschrijden van de vrijstellingsgrens van 50 m2 zoals genoemd onder 34.2.1. Dit om te toetsen of er sprake is van archeologische waarden zoals scheeps- en vliegtuigwrakken en/of andere bekende vindplaatsen met archeologische waarde, die zich in en/of op de waterbodems kunnen bevinden. 34.2.4 Uitzondering vergunningplicht Het bepaalde in artikel 34.2.1 is niet van toepassing op bouwwerken waarbij: a.

naar oordeel van het bevoegd gezag voldoende is aangetoond zonder archeologisch rapport dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden aangetast en/of dat er geen sprake (meer) is van archeologische waarden (bijvoorbeeld een saneringsrapport); en/of 34.3.4 Voorschriften omgevingsvergunning Voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld (niet (meer) aanwezig zijn en/of niet onevenredig worden geschaad; en/of b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd; en/of c. de verplichting de werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. Wordt: 34.2.2 Uitzonderingen waterbodems en meldingsplicht waterbodems Activiteiten in de waterbodem worden altijd gemeld bij het bevoegd gezag, ongeacht het al dan niet overschrijden van de vrijstellingsgrens zoals genoemd onder 34.2.1 onder a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13086088/2