CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - STAAT VAN WIJZIGINGEN BGB-II

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân II’26.413 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

STAAT VAN WIJZIGINGEN Bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân II’

Deze staat van wijzigingen bevat de wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen van 30 mei tot en met 10 juli 2023. De wijzigingen hebben betrekking op de regels en de verbeelding. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen aanpassingen naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen en ambtelijke aanpassingen. De toelichting van het bestemmingsplan is in overeenstemming gebracht met de vermelde aanpassingen uit de staat van wijzigingen. Door het toevoegen en vervallen van enkele leden binnen diverse artikelen worden meerdere artikelen en leden vernummerd. Deze vernummering wordt niet expliciet omschreven maar is opgenomen in de integrale nieuwe tekst van het bestemmingsplan als bijlage bij het raadsvoorstel. Hetzelfde geldt voor aanpassingen in de regels doordat er bijvoorbeeld een verkeerde lettergrootte voor een woord aan de orde is danwel een ander lettertype. Dit wordt hersteld maar houdt inhoudelijk geen wijziging in. In onderstaande wijzigingen wordt de nummering na vaststelling van het plan gebruikt of bij vervallen van onderdelen de nummering van het ontwerpbestemmingsplan. Als bijlage bij deze staat van wijzigingen is een was-wordt document opgenomen om deze wijzigingen inzichtelijk te maken.

Voor wat betreft artikel 9 en verder wordt nog opgemerkt dat de artikelnummering vanaf artikel 9 (nieuw artikel Bedrijf-Nutsbedrijf) in deze staat van wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan wordt aangehouden. Na vaststelling van deze Staat zullen de artikelnummers en leden daarmee aangepast worden doordat het artikel is toegevoegd.

A. Wijzigingen regels naar aanleiding van een zienswijze In de onderstaande tabel worden de wijzigingen in de regels opgenomen naar aanleiding van een ingediende zienswijze. Deze wijzigingen zijn onderverdeeld in de onderdelen waar een wijziging plaatsvindt (regels of bijlage). De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis: - Nr. = nummer van de wijziging. A.1 betekent de eerste wijziging n.a.v. zienswijze - Zienswijze = nummer dat overeenkomt met het nummer van de zienswijze (reactienota) - Artikel = artikelnummer war de wijziging op ziet - Wijziging = korte omschrijving waar de wijziging op ziet. De A-nummers zien op wijzigingen op basis van een zienswijze en de B-nummers zien op ambtshalve wijzingen. De wijzigingen op de verbeelding staan onder de C-nummers (op basis van ofwel zienswijze ofwel ambtshalve) Omdat de regels voor het Buitengebied Súdwest-Fryslân I (BGB-I) en Buitengebied Súdwest-Fryslân II (BGB-II) gelijk moeten gaan worden (harmonisatie is mede het doel van het laten vaststellen van de bestemmingsplannen), worden wijzigingen in de regels van BGB-I naar aanleiding van een zienswijze ook in deze staat van wijzigingen opgenomen onder de zienswijzen. Deze wijziging moet meegenomen worden om daarmee beide plannen te laten harmoniseren.

In de wijziging staat dan verwoord dat het ziet op een zienswijze (met tussenhaakjes het nummer van die zienswijze) op het andere bestemmingsplan. ARTIKEL 1 BEGRIPPEN Nr. A.1

Zienswijze 26

Artikel 1.52

Wijziging Aanvulling definitie

Motivering: Een perceel in Blauwhuis heeft de bestemming ‘Bedrijf-Loonbedrijf’. Feitelijk zit hier een landbouwmachineverhuurbedrijf. Het is voor de belanghebbende niet duidelijk of deze verhuur van de agrarische loonbedrijfspullen ook is toegestaan. Hij verzoekt om dit duidelijk te maken in de regels. De ruimtelijke impact van een loonbedrijf ofwel een verhuurbedrijf van landbouwmachines zijn vergelijkbaar en een dergelijke verhuur beschouwen wij als passend binnen de bestemming. Om geen onduidelijkheden te krijgen, wordt de definitie om kleine onderdelen aangepast zodat het vaststaat dat dit verhuurbedrijf eronder valt. Daarnaast kan er een taalfout worden hersteld. Het woordje gericht was in de definitie weggevallen. Was: 1.52 loonbedrijf: een bedrijf dat is op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van agrarische werktuigen en apparatuur, met dien verstande dat het leveren van diensten anders dan aan agrarische bedrijven hieronder is begrepen, voor zover dit is aan te merken als een ondergeschikt en niet zelfstandig bestanddeel van de bedrijfsvoering; Wordt: 1.52 loonbedrijf:

een bedrijf dat is gericht op het leveren van diensten en/of materieel aan agrarische bedrijven met behulp van of in de vorm van agrarische werktuigen en apparatuur, met dien verstande dat het leveren van diensten anders dan aan agrarische bedrijven hieronder is begrepen, voor zover dit is aan te merken als een ondergeschikt en niet zelfstandig bestanddeel van de bedrijfsvoering; ARTIKEL 3 AGRARISCH Nr. A.2

Zienswijze 7

Artikel 3.1 onder e

Wijziging Mestzak buiten rechthoek

Motivering: Een mestzak beschouwen wij als een onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering. Dat betekent dat deze mestzak binnen de denkbeeldige rechthoek of het bouwvlak mag worden gerealiseerd. In de regels vanuit de oudere bestemmingsplan was de redactie van deze bepaling van een mestzak overgenomen in het ontwerpplan. Dit ontwerpbestemmingsplan was voor meeredere mensen reen vragen te stellen over de aanduiding mestzak. Bedrijven hadden bijvoorbeeld een mestzak maar kregen geen aanduiding op het perceel voor een mestzak. De gedachte was bij die mensen dat de mestzak alleen legaal aanwezig kan zijn met de aanduiding. Dat is niet wat wordt beoogd met de aanduiding mestzak. Deze aanduiding mestzak is alleen aan de orde als de mestzak buiten de denkbeeldige rechthoek/het bouwvlak is gelegen (en hiervoor een vergunning is verkregen. Om dit duidelijk te maken is de regel aangepast zodat duidelijk wordt dat een mestzak zonder aanduiding is toegestaan binnen de denkbeeldige rechthoek/bouwvlak. Inhoudelijk verandert er niets door deze aanpassing. Was: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () e. mestzak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarischmestzak'; Wordt: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () e.

mestzak, indien buiten de denkbeeldige rechthoek en/of bouwvlak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-mestzak'; Nr. A.3

Zienswijze 118

Artikel 3.1 onder i

Wijziging Toevoegen boom bij kwekerij + aanvulling van de kwekerij met gemeenschapstuinderij

Motivering: Binnen de agrarische bestemming is een kwekerij op specifieke plaatsen toegestaan (indien er een aanduiding ligt). Nu kan de discussie ontstaan dat er alleen boomkwekerijen zijn toegestaan en binnen de gemeente is er ook een kwekerij met vergunning aanwezig waarbij het de vraag kan zijn of deze bedrijfsvoering voldoet aan de bestemmingsbeschrijving boomkwekerij. Dit aspect kan eenvoudig worden opgelost door het woordje ‘boom’ tussen haakjes te zetten waardoor een boomkwekerij danwel een kwekerij op gronden met die aanduiding zijn toegestaan. Daarnaast ligt er op een perceel weiland nabij Aesgewei 21 te Sibrandabuorren de functieaanduiding kwekerij. Dit zit er al enige jaren en feitelijk is het een gemeenschapstuinderij. Om het gebruik van

deze grond als gemeenschapstuinderij mogelijk te maken wordt de functieaanduiding aangevuld voor dit perceel. Daarmee is het gebruik toegestaan. Was: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () i. een kwekerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch boomkwekerij"; Wordt: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () i. een (boom)kwekerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - kwekerij', met dien verstande dat voor het perceel nabij Aesgewei 21 te Sibrandabuorren hieronder tevens wordt verstaan een gemeenschapstuinderij; Nr. A.4

Zienswijze 7

Artikel 3.1 onder k

Wijziging Toevoegen aanduiding derde bedrijfswoning

Motivering: Voor het perceel van de belanghebbende is in het verleden een vergunning verleend voor (uiteindelijk) een derde bedrijfswoning. Dit bestaand recht moet in het bestemmingsplan worden opgenomen en dat wordt gedaan middels het opnemen van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – derde bedrijfswoning’ in de regels (en de verbeelding). Was: N.v.t. Wordt: k. een derde bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – derde bedrijfswoning’; Nr. A.5

Zienswijze meerdere

Artikel 3.1 onder r

Wijziging Rijbak en de aanduiding

Motivering: De motivering van deze aanvulling is gelijk aan de motivering voor de mestzak. Een rijbak (paardenbak) is toegestaan binnen de denkbeeldige rechthoek/het bouwvlak ten behoeve van de bedrijfswoning. Hiervoor is geen specifieke aanduiding nodig, wel zijn er bouwvoorschriften opgenomen (ambtshalve wijzigingen) om daarmee bijvoorbeeld te borgen dat er minimale afstanden tot de buren worden aangehouden. Indien een rijbak buiten de denkbeeldige rechthoek/het bouwvlak is gelegen met vergunning, dan wordt hiervoor een aanduiding opgenomen. Met deze aanduiding wordt zichtbaar dat de rijbak buiten de denkbeeldige rechthoek is gelegen, maar wel vergund is. Was: met daaraan ondergeschikt: () r. een rijbak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'rijbak';

Wordt: met daaraan ondergeschikt: () r. een rijbak, indien buiten de denkbeeldige rechthoek en/of bouwvlak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'rijbak';

Nr. A.6

Zienswijze (107)

Artikel 3.1 onderaan 3.7.1

Wijziging Toevoegen extra afwegingskader

Motivering: Binnen de agrarische bestemming zijn nevenactiviteiten toegestaan zoals bijvoorbeeld een aan huis verbonden beroep of bêd & brochje. Dit zijn activiteiten die op zich zelf ondergeschikt worden geacht aan de agrarische bestemming, maar die in theorie wel effect op het naastgelegen bedrijf kunnen hebben vanwege de hindercirkels (geur bijvoorbeeld). Dit is in de afgelopen jaren nog niet naar voren gekomen, maar om te voorkomen dat een agrarisch bedrijf op slot wordt gezet door een nevenactiviteit van de buurman, wordt het toetsingskader voor deze nevenactiviteit aangevuld. Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. Een dergelijk afwegingskader is niet ongebruikelijk in bestemmingsplannen en staat er ook wel in. In de praktijk zal deze regel weinig belemmerd zijn voor de nevenactiviteiten is de verwachting, maar het zorgt er wel voor dat uitgesloten kan worden dat een (naastgelegen) agrarisch bedrijf wordt beperkt door een nevenactiviteit. Dat is namelijk ook altijd zo bedoeld. Hetzelfde geldt voor het wijziging van de bestemming naar een andere bestemming. Ook daarvoor geldt dat er geen nadelig effect op naastgelegen bedrijven of percelen aan de orde moet zijn. Daarvoor is de toevoegen van een zinsnede in het bestaande artikel voldoende om dit te kunnen ondervangen. Was: met dien verstande dat: 1.

deze activiteiten uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; 2. de nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan in bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en bedrijfswoningen; 3. ten hoogste 1/3 deel van bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en bedrijfswoningen, tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m² voor de voornoemde nevenactiviteiten mogen worden gebruikt; 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: Wordt: met dien verstande dat: 1. deze activiteiten uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; 2. de nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan in bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en bedrijfswoningen;

3. ten hoogste 1/3 deel van bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en bedrijfswoningen, tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m² voor de voornoemde nevenactiviteiten mogen worden gebruikt; 4. de nevenactiviteiten geen afbreuk mogen doen aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen, mits dit geen afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, in die zin dat: Nr. A.7

Zienswijze 23

Artikel 3.4.1 onder b

Wijziging Verduidelijking artikel

Motivering: In dit artikel is aangegeven dat afgeweken kan worden van de bouwregels voor het uitbreiden van stalruimte ten behoeve van intensieve veehouderij met ten hoogste 10% onder voorwaarden die in dit artikel zijn genoemd waarbij tevens geldt dat de overige bouwregels van lid 3.2 van overeenkomstige toepassing zijn. Intensieve veehouderijen hebben in onze bestemmingsplannen een bouwvlak (geen denkbeeldige rechthoek). Dit bouwvlak zorgt voor regulering van de grootte van een intensieve veehouderij. Groei is niet zonder meer beoogd. Deze binnenplanse afwijking van de regels is bedoeld om voor dierenwelzijn meer bebouwing toe te staan zonder dat het aantal dieren ook wordt uitgebreid. De bouwvlakken zijn in de meeste gevallen strak rondom de bestaande bebouwing getrokken. Het artikel wordt verduidelijkt om hiermee geen discussie te kunnen krijgen over wat er wel en niet wordt bedoeld. De 10% ziet namelijk op het oppervlakte van het bouwvlak welke buiten het bouwvlak mag worden gerealiseerd (op of direct gelegen nabij de aanduiding). In het bouwvlak kan namelijk sowieso al gebouwd worden op basis van de regels en anders zou de 10%-regel een dode letter zijn. Was: 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () b.

lid 3.2, sub b voor het uitbreiden van de oppervlakte van stalruimte ten behoeve van intensieve veehouderij met ten hoogste 10%, ter plaatse van de aanduiding "intensieve veehouderij" of ten behoeve van een bestaande ondergeschikte tak van intensieve veehouderij, mits: 1. dit noodzakelijk is in verband met de wettelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn; 2. het aantal dieren en/of dierplaatsen niet toeneemt; 3. indien sprake is van een ondergeschikte tak van intensieve veehouderij, deze tak ook ondergeschikt blijft na uitbreiding van de stalruimte; 4. voor het overige de bouwregels van lid 3.2 van overeenkomstige toepassing zijn. Wordt: 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: ()

b. lid 3.2, sub b voor het uitbreiden van de oppervlakte van stalruimte ten behoeve van intensieve veehouderij met ten hoogste 10% van het bouwvlak, ter plaatse van of direct gelegen aan de aanduiding "intensieve veehouderij" of ten behoeve van een bestaande ondergeschikte tak van intensieve veehouderij, mits: 1. dit noodzakelijk is in verband met de wettelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn; 2. het aantal dieren en/of dierplaatsen niet toeneemt; 3. indien sprake is van een ondergeschikte tak van intensieve veehouderij, deze tak ook ondergeschikt blijft na uitbreiding van de stalruimte; 4. voor het overige de bouwregels van lid 3.2 van overeenkomstige toepassing zijn.

Nr. A.8

Zienswijze 72 (BGB-I)

Artikel 3.4.1 onder f

Wijziging Mono-mestvergisting

Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat er onder bepaalde voorwaarden een monomestvergistingsinstallatie kan worden gerealiseerd. Deze bepaling is ook in het Buitengebied Súdwest-Fryslân van 2017 opgenomen. Hierbij is opgenomen dat er uitsluitend sprake mag zijn van eigen mest. Dit in tegenstelling tot de provinciale verordening Romte waarin hoofdzakelijk eigen mest wordt voorgeschreven. De achtergrond van de bepaling is dat agrarische bedrijven worden gefaciliteerd om als onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering ook mest te vergisten. Dat moet dan wel eigen mest zijn. Het is niet de bedoeling dat er een mestvergistingsinstallatie wordt geplaatst waarbij er alleen mest van andere boeren wordt vergist. In de praktijk blijkt dat de regel zoals wij die nu hebben opgenomen met name de wat kleinere agrarische bedrijven teveel beperkt om een mono-mestvergister te kunnen realiseren. Dit kan deels ondervangen worden door aansluiting te zoeken bij de provinciale regels. Door hoofdzakelijk eigen mest voor te schrijven zal de hoofdmoot nog steeds eigen mest moeten zijn. Maar ondergeschikt is mest van andere agrariërs ook toegestaan. Dat maakt het ook voor de wat kleinere agrarische bedrijven eerder mogelijk een mono-mestvergister te kunnen plaatsen, terwijl er wel aan de doelstellingen vanuit het bestemmingsplan wordt voldaan. Was: f.

lid 3.2, sub l, onder 4 voor het bouwen van mono-mestvergistingsinstallaties, met dien verstande dat: 1 de installatie uitsluitend wordt gevuld met mest die afkomstig is van het eigen bedrijf; () Wordt: f. lid 3.2, sub l, onder 4 voor het bouwen van mono-mestvergistingsinstallaties, met dien verstande dat: 1 de installatie hoofdzakelijk wordt gevuld met mest die afkomstig is van het eigen bedrijf; () Nr. A.9

Zienswijze 37 (BGB-I)

Artikel 3.5.1 onder i

Wijziging Borging van de beplantingsstroken vanuit een omgevingsvergunning

Motivering: Was: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: ()

i. het gebruik van gronden voor beplantingsstroken, met uitzondering van bestaande beplantingsstroken en beplantingsstroken welke op grond van dit plan dienen te worden gerealiseerd ten behoeve van landschappelijke inpassing; Wordt: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: () i. het gebruik van gronden voor beplantingsstroken, met uitzondering van bestaande beplantingsstroken en beplantingsstroken welke op grond van dit plan – en eerder verleende omgevingsvergunningen - dienen te worden gerealiseerd ten behoeve van landschappelijke inpassing; Nr. A.10

Zienswijze meerdere

Artikel 3.5 onder k 4.5 onder b

Wijziging Toevoegen ruimtelijke ontwikkeling bij gebruik gronden en stikstof

Motivering: Naast de agrarische bouwpercelen, worden de weilanden nabij een boerderij ook agrarisch gebruikt. In de zienswijzen wordt gesteld dat door de begripsbepaling van onze stikstofregel in het ontwerpbestemmingsplan dit gebruik ook mogelijk een toename van stikstofemissie inhoudt en daarmee dat het bestemmingsplan onnodig beperkend is. Met onze bestemmingsplanregel beogen wij niet om (mogelijk) beperkend te kunnen zijn. Gelet hierop wordt voor de duidelijkheid de strijdig gebruiksbepaling van artikelen 3.5 en 4.5 waarin stikstofemissie als strijdig gebruik wordt aangemerkt, aan te passen waarmee het alleen ziet op een ruimtelijke ontwikkeling. Daarmee wordt recht gedaan aan wat er beoogd wordt te regelen en komen wij tegemoet aan de zienswijze. Daarmee doen wij recht aan de agrarische percelen die in de voorgaande bestemmingsplannen ook een agrarische bestemming hadden (en zo werden gebruikt). Was: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: () j. het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden en/of bouwwerken.

4.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: () b. het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden en/of bouwwerken. Wordt: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: () k. het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor een ruimtelijke ontwikkeling, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden en/of bouwwerken. Onder een ruimtelijke ontwikkeling wordt in ieder geval niet verstaan het gebruik van onbebouwde agrarische gronden voor bemesten.

4.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: () b. het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor een ruimtelijke ontwikkeling, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden en/of bouwwerken. Onder een ruimtelijke ontwikkeling wordt in ieder geval niet verstaan het gebruik van onbebouwde agrarische gronden voor bemesten. Nr. A.11

Zienswijze 37

Artikel 3.6.1 onder g

Wijziging Aanpassen voorwaarden kleinschalig kampeerterrein

Motivering: In de afwijkingsregels staat de mogelijkheid omschreven voor een kleinschalig kampeerterrein. Onderdeel van de afwijkingsregels is een zogenaamde zoneringsregeling. Deze zoneringsregeling is nog afkomstig uit het Streekplan Fryslân. In de praktijk hebben wij steeds meer te maken met verzoeken kleinschalig kamperen in niet toeristische gebieden. De hiervoor genoemde zoneringsregeling is niet meer van deze tijd en is ook niet meer opgenomen in de thans nog geldende Verordening Romte van de provincie. Het kleinschalig kamperen is alleen mogelijk met een zogenaamde binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Daarbij moet zonder meer worden voldaan aan de nodige toetsingscriteria (artikel 3.6.2) om tot een verantwoorde inpassing te kunnen komen. Het laten bestaan van de zoneringsregeling is niet wenselijk, zeker gezien dat de provincie dit ook heeft losgelaten. Voor wat betreft een maximaal aantal kampeermiddelen heeft de provincie een zienswijze ingediend. In het ontwerp is het aantal van 35 aangehouden (na afstemming met de provincie). Doordat PS van de provincie heeft besloten het aantal kampeermiddelen niet te verhogen, moeten wij het maximum aanpassen aan de huidige Verordening en kunnen wij niet meer vooruitlopen. Dat betekent dat dit aantal moet worden aangepast naar 25.

Was: 3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () g. lid 3.1 en lid 3.5 voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1. per dorps- of stadsgebied binnen de planperiode één is toegestaan; deze beperking geldt niet voor de stads- en dorpsgebieden die in het streekplan zijn aangeduid als 'stedelijk centrum' (Sneek), 'regionaal centrum ' (Makkum en Workum) en de recreatiekernen (Hindeloopen, Koudum en Stavoren); 2. (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein op of in aansluiting bij het erf wordt gerealiseerd; 3. (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd; 4. de omgevingsvergunning niet wordt verleend voor zover de gronden grenzen aan de bebouwde kom of gelegen zijn binnen een afstand van 50 m tot een woon- of een bedrijfsperceel van derden; 5. de omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing;

6. rond (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein wordt voorzien in een algehele of gedeeltelijke afschermende beplantingsstrook, waarbij een beplantingsstrook met een breedte van 5 m in ieder geval als afschermend wordt aangemerkt; 7. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen ten hoogste 35 mag bedragen; 8. er geen stacaravans mogen worden gebouwd/ geplaatst; 9. in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn; 10. de oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van beheervoorzieningen en sanitaire voorzieningen ten hoogste 200 m² per kleinschalig kampeerterrein mag bedragen; 11. voor het bouwen van gebouwen de regels uit lid 3.2 overeenkomstig van toepassing zijn. Wordt: 3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () g. lid 3.1 en lid 3.5 voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1. (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein op of in aansluiting bij het erf wordt gerealiseerd; 2. een nieuw kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd; 3.

de omgevingsvergunning niet wordt verleend voor zover de gronden grenzen aan de bebouwde kom of gelegen zijn binnen een afstand van 50 m tot een woon- of een bedrijfsperceel van derden; 4. de omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 5. rond (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein wordt voorzien in een algehele of gedeeltelijke afschermende beplantingsstrook, waarbij een beplantingsstrook met een breedte van 5 m in ieder geval als afschermend wordt aangemerkt; 6. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen ten hoogste 25 mag bedragen; 7. er geen stacaravans mogen worden gebouwd/ geplaatst; 8. in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn; 9. de oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van beheervoorzieningen en sanitaire voorzieningen ten hoogste 200 m² per kleinschalig kampeerterrein mag bedragen; 10. voor het bouwen van gebouwen de regels uit lid 3.2 overeenkomstig van toepassing zijn. Nr. A.12

Zienswijze 37 (BGB-I)

Artikel 3.6.2 3.7.1 onder f 3.7.1 onder g 3.8 onder a 3.8 onder c

Wijziging Afwegingskader Weidevogelkansgebied

Motivering: In de zienswijze van de provincie komt naar voren dat wij in ons bestemmingsplan een extra afwegingskader moeten gaan opnemen in bepaalde gevallen. Dat zijn de gevallen waarin er mogelijk een inbreuk op het provinciale weidevogelkansgebied aan de orde kan zijn. Door het opnemen van dit afwegingskader ontstaat er een verplichting om te toetsen of er afbreuk aan de provinciaal beschermde gebied plaatsvindt. Dit moet in het bestemmingsplan worden opgenomen om te kunnen voldoen aan de provinciale verordening.

De wijzigingen zien op de volgende artikelen. Was: 3.6.2 Toetsingscriteria De in lid 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend: 1. mits geen afbreuk wordt gedaan aan: - de hoofdbestemming (indien er meerdere aspecten uit 3.6.1 op het perceel aanwezig zullen zijn); - de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; - de milieusituatie; - het straat- en bebouwingsbeeld; - de verkeersveiligheid; - de watersituatie; - de (openlucht) recreatiemogelijkheden; - het landschappelijk beeld, - de ecologische waarden, en; 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: () f. de bestemming wordt gewijzigd ten behoeve van het gebruik van gronden als waterretentiegebied, met dien verstande dat: 1. vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ecologisch onderzoek in de vorm van een Natuurtoets dient te zijn uitgevoerd; 2. vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is nagegaan of er sprake is van een archeologische verwachtingswaarde en, voor zover deze aanwezig, een archeologisch onderzoek dient te zijn uitgevoerd; 3. de wijziging uitsluitend kan plaatsvinden op basis van vrijwillige medewerking van de betreffende grondeigenaar. g.

de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming Artikel 29 Wonen of Artikel 30 Wonen Woonboerderij ten behoeve van vergroting van het rond een woning gelegen erf met ten hoogste 50% van het bestaande erf, met dien verstande dat: 1. na wijziging de gezamenlijke oppervlakte van het erf nooit meer dan 1.500 m² mag bedragen; 2. de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 3. voor het overige de regels uit Artikel 29 Wonen of Artikel 30 Wonen - Woonboerderij van overeenkomstige toepassing zijn. () 3.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden () c. De in sub a bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het landschappelijk beeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de verkeersveiligheid; 4. de ecologische waarden; 5. cultuurhistorische waarden; 6. het weidevogelkansgebied, indien de locatie binnen 300 m van een als zodanig door de provincie Fryslân aangewezen weidevogelkansgebied.

Wordt: 3.6.2 Toetsingscriteria De in lid 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend: 1. mits geen afbreuk wordt gedaan aan: - de hoofdbestemming (indien er meerdere aspecten uit 3.6.1 op het perceel aanwezig zullen zijn); - de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; - de milieusituatie; - het straat- en bebouwingsbeeld; - de verkeersveiligheid; - de watersituatie; - de (openlucht) recreatiemogelijkheden; - het landschappelijk beeld, - de ecologische waarden, - een weidevogelkansgebied zoals omschreven in de provinciale Verordening in het geval het ziet op een (nieuwe) niet-agrarische ontwikkeling, en; 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen, mits dit geen afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, in die zin dat: f. de bestemming wordt gewijzigd ten behoeve van het gebruik van gronden als waterretentiegebied, met dien verstande dat: 1. vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ecologisch onderzoek in de vorm van een Natuurtoets dient te zijn uitgevoerd; 2. vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is nagegaan of er sprake is van een archeologische verwachtingswaarde en, voor zover deze aanwezig, een archeologisch onderzoek dient te zijn uitgevoerd; 3.

vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is onderzocht of er geen ongerechtvaardigde inbreuk wordt gepleegd op een nabijgelegen weidevogelkansgebied; 4. de wijziging uitsluitend kan plaatsvinden op basis van vrijwillige medewerking van de betreffende grondeigenaar. g. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming Artikel 29 Wonen of Artikel 30 Wonen Woonboerderij ten behoeve van vergroting van het rond een woning gelegen erf met ten hoogste 50% van het bestaande erf, met dien verstande dat: 1. na wijziging de gezamenlijke oppervlakte van het erf nooit meer dan 1.500 m² mag bedragen; 2. de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 3. de wijziging geen (extra) verstoring van een weidevogelkansgebied inhoudt; 4. voor het overige de regels uit Artikel 29 Wonen of Artikel 30 Wonen - Woonboerderij van overeenkomstige toepassing zijn. () 3.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden () c. De in sub a bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het landschappelijk beeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de verkeersveiligheid; 4. de ecologische waarden; 5. cultuurhistorische waarden; 6.

het weidevogelkansgebied, indien de locatie is gelegen binnen 300 m van een als zodanig door de provincie Fryslân aangewezen weidevogelkansgebied. Om te kunnen beoordelen of

er sprake is van een onevenredige aantasting van een weidevogelkansgebied dient er overleg met de provincie te zijn geweest. Nr. A.13

Zienswijze 37

Artikel 3.8 onder a

Wijziging Toevoegen vergunningplicht voor kappen

Motivering: In haar zienswijze vraagt de provincie om conform het provinciale beleid een vergunningstelsel voor kappen van bomen op te nemen om daarmee de landschappelijke inpassing van gebouwen en percelen te kunnen waarborgen. Was: 3.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden of verharden van paden/wegen en het aanbrengen van oppervlakteverharding; 2. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen. Wordt: 3.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden of verharden van paden/wegen en het aanbrengen van oppervlakteverharding; 2. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen; 3. het kappen van bomen (waaronder begrepen erfbeplanting).

ARTIKEL 10 BOS Nr. A.14

Zienswijze 33

Artikel 9 (nieuw)

Wijziging Toevoegen van een specifiek artikel voor nutsbedrijf

Motivering: In haar zienswijze vraagt TENNET om een specifieke bestemming voor het perceel om daarmee optimaal recht te doen aan het perceel. Het is de eigenaar die vraagt om deze specifieke bestemming en inhoudelijk wijzigt hierdoor weinig. Overnemen van deze bestemming is gewenst. Was: N.v.t. Wordt: Artikel 9 Bedrijf - Nutsbedrijf 9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een hoogspannings(koppel)station voor het transporteren, verdelen en transformeren van elektrische energie met bijbehorende voorzieningen; b. kabels en leidingen; c. groenvoorzieningen; d. wegen en paden; e. parkeervoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende : g. gebouwen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; i. erven en terreinen. 9.2 Bouwregels Op de voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 9.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens bedraagt ten minste 3 meter; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 meter. 9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels; a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 15 meter, behoudens bliksempieken en erf- en terreinafscheidingen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3,50 meter; c. de bouwhoogte van bliksempieken mag niet meer bedragen dan 18 meter.

9.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de milieusituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de watersituatie; de (openlucht) recreatiemogelijkheden; het landschappelijk beeld. nadere eisen stellen aan: c. de plaats van gebouwen; d. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien de bouwhoogte meer dan 3 m bedraagt. 9.4 Specifiek gebruiksregels 9.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik in strijd met de bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijvingen. *** door het toevoegen van een bestemming, moeten alle bestemmingen die hierna komen worden hernummerd (met +1). Hieronder wordt het artikelnummer opgenomen zoals dat in het ontwerpbestemmingsplan staat. Na vaststelling zal dit nummer op basis van bovenstaande dus nog met 1 worden verhoogd ***

ARTIKEL 10 BOS Nr. A.15

Zienswijze 37 (BGB-I)

Artikel 10.4 onder c

Wijziging Toevoegen aanvullende voorwaarde voor vergunningverlening

Motivering: In haar zienswijze vraagt de provincie om conform het provinciale beleid een extra afweging te maken voor gronden die binnen de Bos- en natuurbestemming vallen. Hiervoor geldt dat er sprake moet zijn van een ontwikkeling van openbaar belang voordat er werkzaamheden verricht mogen worden. Was: 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden () c. Het bevoegd gezag verleent de vergunning voor de in sub a genoemde werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, slechts indien de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Wordt: 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden () c. Het bevoegd gezag verleent de vergunning voor de in sub a genoemde werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, slechts indien de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Indien de gronden waarop de vergunning ziet onderdeel uitmaken van de NNN (Natuur Netwerk Nederland) of ‘Natuur buiten de NNN’ conform de provinciale Verordening, er aanvullend sprake dient te zijn van een ontwikkeling van openbaar belang. ARTIKEL 14 NATUUR Nr. A.16

Zienswijze 37

Artikel 14.5 onder c

Wijziging Toevoegen aanvullende voorwaarde voor vergunningverlening

Motivering: In haar zienswijze vraagt de provincie om conform het provinciale beleid een extra afweging te maken voor gronden die binnen de Bos- en natuurbestemming vallen. Hiervoor geldt dat er sprake moet zijn van een ontwikkeling van openbaar belang voordat er werkzaamheden verricht mogen worden. Was: 14.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden () c. De omgevingsvergunning als bedoeld in sub a kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden.

Wordt: 14.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden () c. De omgevingsvergunning als bedoeld in sub a kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden. Indien de gronden waarop de vergunning ziet onderdeel uitmaken van de NNN (Natuur Netwerk Nederland) of ‘Natuur buiten de NNN’ conform de provinciale Verordening, er aanvullend sprake dient te zijn van een ontwikkeling van openbaar belang. ARTIKEL 27 WONEN - WOONBOERDERIJ Nr. A.17

Zienswijze 9

Artikel 27.4

Wijziging Aanvulling regel op basis van bestaand recht

Motivering: Op het perceel Wolsummerketting 5 te Wolsum ligt een woonbestemming met de functieaanduiding theetuin. In de zienswijze wordt verwezen naar de verleende exploitatie- en Alcoholwetvergunning en men is bang dat dit niet met elkaar overeen komt. Ze vragen om een horeca-aanduiding om recht te doen aan de vergunningen. Een horecabestemming als aanduiding binnen de woonbestemming is ongebruikelijk. Wel kan de functieaanduiding voor theetuin worde uitgebreid voor de specifieke locatie zodat er recht aan de verleende vergunningen wordt gedaan. Hetzelfde effect kan bereikt worden met een functieaanduiding horeca welke ingeperkt wordt op basis van de vergunningen. Omdat de horecaaanduiding niet gebruikt wordt is gekozen de bestaande functieaanduiding uit te breiden. Was: g. een theetuin, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theetuin',; Wordt: g. een theetuin, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theetuin', waarbij voor Wolsumerketting 5 te Wolsum geldt dat hieronder wordt verstaan het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden en (alcoholhoudende) dranken voor het gebruik ter plaatse in de schuur en het terras aan het water conform de verleende exploitatie- en Alcoholwetvergunning van 15 mei 2013; Nr. A.18

Zienswijze 120

Artikel 27.5.1

Wijziging Opnemen afwijkingsmogelijkheid

Motivering: In de bestemming “Agrarisch” is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – kleinschalig kampeerterrein’. Deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is niet opgenomen binnen de bestemming “WonenWoonboerderij” terwijl binnen deze bestemming ook kleinschalige kampeerterreinen aanwezig zijn. In die zal de regeling die opgenomen is binnen de bestemming “Agrarisch” ook gefaciliteerd moeten worden binnen de bestemming “Wonen-Woonboerderij”

Het betreft hier een in het bestemmingsplan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Deze kan niet ‘bij recht’ worden gefaciliteerd en kan dus niet in het bestemmingsplan worden meegenomen. Daarvoor zal een omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd. Was: N.v.t. Wordt: 27.5.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () i. lid 27.1 en lid 27.5 al dan niet in combinatie met de omgevingsvergunning als bedoeld in sub c, voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie kleinschalig kampeerterrein', met dien verstande dat: 1. het aantal ligplaatsen nooit meer dan het aantal kampeermiddelen mag bedragen; 2. de ligplaatsen worden gerealiseerd binnen een haventje, met het oog op het intact laten van de natuurlijke oevers. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, de oever doorsneden door de haveningang; 3. de ligplaatsen niet mogen worden gebruikt in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar; 4. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de initiatiefnemer overleg zijn gepleegd met de waterbeherende instantie. ARTIKEL 29 LEIDING – ONDERGRONDSE HOOGSPANNINGSVERBINDING Nr. A.19

Zienswijze 33

Artikel 29 30

Wijziging Wijziging naam en bestemmingsbeschrijving

Motivering: Tennet heeft in haar zienswijze gevraagd om een aanpassing van de naam van de bestemming om hiermee het onderscheid zichtbaar te maken tussen ondergrondse en bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Ook op kleine onderdelen een aanvulling op bestemmingsbeschrijving (toevoegen van masten bijvoorbeeld). Daarmee wordt het artikel aangevuld naar de feitelijke situatie. Was: Artikel 29 Leiding - Hoogspanning 29.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het beheer en instandhouding van een hoogspanningsleiding; () Artikel 30 Leiding - Hoogspanningsverbinding 30.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het beheer en het onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding;

b. de aanleg, het beheer en het onderhoud van een ondergrondse hoogspanningsverbinding, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van leiding hoogspanningsverbinding"; met de daarbij behorende: c. belemmeringenstrook; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Wordt: Artikel 29 Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding 29.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het beheer en instandhouding van een ondergrondse hoogspanningsleiding; () Artikel 30 Leiding – Bovengrondse hoogspanningsverbinding 30.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het beheer en het onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding; b. de aanleg, het beheer en het onderhoud van een ondergrondse hoogspanningsverbinding, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van leiding hoogspanningsverbinding"; met de daarbij behorende: c. belemmeringenstrook; d. Masten en (veiligheids)voorzieningen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. ARTIKEL 43 ALGEMENE AANDUIDINGSREGELS Nr. A.20

Zienswijze 109

Artikel 43.6.2

Wijziging Aanvulling regel om aan provinciale verordening te voldoen

Motivering: De provincie heeft in haar zienswijze gewezen op de verplichting dat in de vrijwaringszoen – dijk een uitbreiding van de bestaande bouwwerken niet meer dan 10% van het bestaande oppervlakte mag bedragen. Met deze aanpassing wordt het artikel hierop aangepast. Was: 43.6 Vrijwaringszone - dijk () 43.6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd, na voorafgaand advies van de beheerder van de waterkering, met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 48.8.2 , in die zin dat binnen de vrijwaringszone op een afstand van 75 m tot 100 m vanaf de primaire waterkering gebouwen en bouwwerken voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mogen worden gebouwd, mits is aangetoond dat de stabiliteit van de primaire waterkering niet nadelig wordt beïnvloed.

Wordt: 43.6 Vrijwaringszone - dijk () 43.6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd, na voorafgaand advies van de beheerder van de waterkering, met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 48.8.2 , in die zin dat binnen de vrijwaringszone op een afstand van 75 m tot 100 m vanaf de primaire waterkering gebouwen en bouwwerken voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mogen worden gebouwd, mits is aangetoond dat de stabiliteit van de primaire waterkering niet nadelig wordt beïnvloed en deze uitbreiding niet groter mag zijn dan 10% van het bestaand bebouwd oppervlak. BIJLAGE 2 LIJST VAN AAN HUIS VERBONDEN BEROEPEN EN BEDRIJVEN Nr. A.21

Zienswijze 34

Artikel Bijlage 2 van de regels

Wijziging Aanvullen van voorbeeld (para)medische beroepen

Motivering: Naar aanleiding van een zienswijze wordt de opsomming van (para)medische beroepen uitgebreid met een (paarden)coach. De reden om een zienswijze in te dienen is gelegen in het feit dat de indiener van de zienswijze dit nu als een beroep/bedrijf aan huis uitoefent maar het niet terugziet in bijlage 2. Hiermee is het mogelijk niet toegestaan denkt de indiener van de zienswijze. Dit terwijl een dergelijke activiteit hier wel past in onze ogen. De opsomming in de bijlage is niet limitatief bedoeld en zijn voorbeelden. Het opnemen van (paarden)coach in deze bijlage zorgt ervoor dat het ondubbelzinnig duidelijk is dat het is toegestaan en hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan de zienswijze Was: Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: individuele praktijk voor huisarts, medisch specialist, apotheker, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, verloskundige, enz. individuele praktijk dierenarts Wordt: Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: individuele praktijk voor huisarts, medisch specialist, apotheker, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, verloskundige, (paarden)coach, individuele praktijk dierenarts, enz. BIJLAGE 4 LIJST MET AANTAL KAMPEERMIDDELEN Nr. A.22

Zienswijze 41 60

Artikel Bijlage 4

Wijziging Aanpassen van het juiste aantal kampeermiddelen

Motivering: Op basis van twee zienswijzen is aangetoond dat de aantallen kampeermiddelen voor die locaties niet overeen komt met de verleende vergunningen. Voor de locatie in Britswerd geldt dat de locatie

niet was genoemd en dat wordt hersteld. Voor de locatie in Gaastmeer klopt het aantal kampeermiddelen en niet ook dat wordt hersteld. Was: Kleinschalige kampeerterreinen () N.v.t. () Gaastmeer, Yntemapolder 4: 15 kampeermiddelen Wordt: Kleinschalige kampeerterreinen () Britswerd, Kleasterdyk 2: 25 kampeermiddelen (waarvan 4 trekkershutten) () Gaastmeer, Yntemapolder 4: 25 kampeermiddelen BIJLAGE 7 ONHERROEPELIJKE WNB-VERGUNNINGEN Nr. A.23

Zienswijze 71 86

Artikel Bijlage 7

Wijziging Toevoegen van twee Wnbvergunningen

Motivering: In twee gevallen is een zienswijze ingediend (voor twee percelen) waarbij is gesteld dat er een Wnb-vergunning ligt welke niet passend is beoordeeld op basis van de PAS-wetgeving. Dat is nagekeken en dit blijkt te kloppen. Voor beide percelen geldt dat de verleende vergunning zal worden opgenomen in bijlage 7. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de zienswijzen. Was: N.v.t. Wordt: Plaats

Adres

Postcode

Goënga Hidaard

Midlansdyk 14 Trijehuzen 2

8628 ES 8737 JL

Datum vergunning 24-10-2014 04-03-2016

Kenmerk vergunning 01162973 01277696

B. Ambtshalve wijziging In het onderstaand overzicht worden de ambtshalve wijzigingen in de regels opgenomen. Voor de ambtshalve wijziging van de verbeelding wordt verwezen naar de C-nummers hieronder. De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis: - Nr. = nummer van de wijziging. B.1 betekent de eerste ambtshalve wijziging - Artikel = artikel waar de wijziging op ziet - Wijziging = wat voor wijziging betreft het INHOUDSOPGAVE Nr. B.1

Artikel Inhoudsopgave

Wijziging Opsomming bijlagen bij de regels

Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan zijn de bijlage niet opgenomen terwijl dit in Buitengebied deel 1 wel is gedan. Om consequent te zijn worden de bijlagen ook hier opgenomen. Was: N.v.t. Wordt: Bijlage 1: Kruinige percelen gemeente Súdwest-Fryslân Bijlage 2: Lijst van aan huis verbonden beroepen en bedrijven Bijlage 3: Lijst met karakteristieke en monumentale panden Bijlage 4: Lijst met aantal kampeermiddelen Bijlage 5: Staat van Bedrijven Bijlage 6: Toetsingskader kleine windmolens Bijlage 7: Onherroepelijke Wnb-vergunningen Bijlage 8: Beschermde en gemeentelijke gezichten Bijlage 9: Adviesboek de Nije pleats in Fryslân Bijlage 10: Historische wegen en paden

ARTIKEL 1 BEGRIPPEN Nr. B.2

Artikel 1.1 plan

Wijziging Identificatienummer van het bestemmingsplan

Motivering: Het identificatienummer van het bestemmingsplan verandert in die zin dat aan het einde de letters ‘ontw’ veranderen in ‘vast’. Ontw staat namelijk voor ontwerp en vast voor het definitieve plan. Was: 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân I' met identificatienummer NL.IMRO.1900.2022BPBGBSWFII-ontw van de gemeente Súdwest-Fryslân; Wordt:

1.1 plan: het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân I' met identificatienummer NL.IMRO.1900.2022BPBGBSWFII-vast van de gemeente Súdwest-Fryslân; Nr. B.3

Artikel 1.50 landbodem

Wijziging Toevoegen van een begripsbepaling

Motivering: Op basis van advies erfgoed, de reden is dat er onderscheid wordt gemaakt tussen land- en waterbodem in de artikelen. Door het gebruikmaken van deze begrippen is het opnemen van een begripsbepaling gewenst. Was: n.v.t. Wordt: 1.50 Landbodem: term gebruikt in de archeologische dubbelbestemmingen; deel van de bodem dat zich boven het wateroppervlak bevindt. Bij de archeologische toetsing vallen hier ook oppervlaktewaterlichamen als met inbegrip van grachten, sloten en kanalen onder, zie ook hieronder onder waterbodem en met uitzondering van oppervlaktewaterlichamen in de vorm van meren en de Waddenzee; Nr. B.4

Artikel 1.64 overkapping

Wijziging Toevoegen van het begrip overkapping

Motivering: In eerdere bestemmingsplannen werd er gewerkt met overkappingen en bijgebouwen. In het nieuwe bestemmingsplan wordt de nieuwe wetgeving gevolgd en worden dit bijbehorende bouwwerken genoemd. Dit levert echter in de praktijk onduidelijke en soms onbedoelde en onwenselijke situaties (en bouwmogelijkheden) op voor overkappingen zonder een wand. De overkapping wordt dus weer opgenomen in de artikelen om dit te voorkomen, waardoor het opnemen van de begripsbepaling wenselijk is. Was: N.v.t. Wordt: 1.64 overkapping: een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet, óf met ten hoogste twee wanden is omsloten; Nr. B.5

Artikel 1.65 permanente bewoning

Wijziging Opnemen van het begrip

Motivering: Naar aanleiding van het (beoogde) bestemmingsplan Hindeloopen is de definitie van permanente bewoning in het handboek RO (basis voor de regels van bestemmingsplannen in de gemeente) aangepast en aangescherpt. Deze vernieuwde definitie wordt ook in het buitengebied opgenomen om daarmee gemeentebreed dezelfde begrippen te hebben. Was: N.v.t.

Wordt: 1.65 permanente bewoning: het gebruiken van een woning of recreatiewoning als hoofdverblijf, zijn de vaste woon- en verblijfplaats, waarbij de woning voor de bewoners het reële hoofdverblijf vormt en derhalve niet een adres is waar men tijdelijk en/of recreatief verblijft; Nr. B.6

Artikel 1.77 toename van stikstofemissie

Wijziging Wijziging van de naam van het begrip

Motivering: In het bestemmingsplan wordt er over stikstofemissie en stikstofdepositie gesproken. In de bepalingen van het bestemmingsplan is het nodig een begripsbepaling voor de toename van stikstofemissie op te nemen. In het ontwerp stond hier abusievelijk stikstofdepositie en dat komt niet overeen met de artikelen in het bestemmingsplan. Inhoudelijk verandert hierdoor niets. Was: 1.77 toename van stikstofdepositie: () Wordt: 1.77 toename van stikstofemissie: () Nr. B.7

Artikel 1.82 waterbodem

Wijziging Toevoegen van een begripsbepaling

Motivering: Op basis van advies erfgoed, de reden is dat er onderscheid wordt gemaakt tussen land- en waterbodem in de artikelen. Door het gebruikmaken van deze begrippen is het opnemen van een begripsbepaling gewenst. Was: N.v.t. Wordt: 1.82 waterbodem: term gebruikt in de archeologische dubbelbestemmingen; in principe valt alles wat binnen de oppervlaktewaterlichamen van de meren en de Waddenzee is gelegen onder het begrip waterbodem, met dien verstande dat grachten, sloten en kanalen hier niet onder worden gerekend als landbodem; Nr. B.8

Artikel 1.87 wonen

Wijziging Aanpassing van de definitie

Motivering: Naar aanleiding van het (beoogde) bestemmingsplan Hindeloopen is de definitie van wonen in het handboek RO (basis voor de regels van bestemmingsplannen in de gemeente) aangepast en verduidelijkt. Deze vernieuwde definitie wordt ook in het buitengebied opgenomen om daarmee gemeentebreed dezelfde begrippen te hebben. Was: 1.87 wonen: Het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning als bedoeld in artikel 1.81;

Wordt: 1.87 wonen: het huisvesten van één (afzonderlijk) huishouden in een (bedrijfs-)woning of woonhuis, waarbij een (bedrijfs-)woning of woonhuis uitsluitend mag worden gebruikt voor permanente bewoning; ARTIKEL 3 AGRARISCH Nr. B.9

Artikel 3.1

Wijziging Aanpassing nevenactiviteiten randvoorwaarden aan BGB-II + verduidelijking opslag

Motivering: Onderdeel van harmoniseren is dat de regels voor nevenactiviteiten ook gelijk worden gesteld. Dat wordt hiermee aangepast. Daarnaast wordt de functieaanduiding opslag beoogd voor de opslag buiten de gebouwen. Dat wordt hiermee duidelijk gemaakt. Was: d.

opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag';

met dien verstande dat: 1. deze activiteiten als genoemd onder aq. t/m av uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; () Wordt: d. opslag, indien buiten de bebouwing uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag'; met dien verstande dat: 1. deze activiteiten uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; () Nr. B.10

Artikel 3.2 onder c

Wijziging Verduidelijking van het artikellid

Motivering: De aanduiding maximum aantal bedrijfswoningen kwam wegens technische onmogelijkheden niet goed op de digitale kaart terecht. Dat wordt opgelost door met bestaande functieaanduidingen te werken en zo vast te leggen waar twee en waar drie bedrijfswoningen zijn toegestaan. Deze aanduidingen voor het aantal bedrijfswoningen zijn gebaseerd op eerder verleende vergunningen. Was: 3.2 Bouwregels () c. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen ten behoeve van agrarische bedrijven gelden de volgende regels: () 6. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' mag het aantal bedrijfswoning 3 bedragen; Wordt: 3.2 Bouwregels

() c. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen ten behoeve van agrarische bedrijven gelden de volgende regels: () 6. in afwijking van hiervoor genoemd mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning' en de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – derde bedrijfswoning’ het totaal aantal bedrijfswoningen respectievelijk 2 en 3 bedragen'; Nr. B.11

Artikel 3.2 onder d 4.2 onder c 5.2 onder c 7.2 onder c 9.2 onder d 13.2 onder b 17.2 onder c 20.2 onder b 26.2 onder d 27.2 onder c

Wijziging Toevoegen van overkappingen binnen de regels voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen + het aanpassen van het woord ‘hoofdvorm’ naar bedrijfswoning + weglaten van ‘op de overige gronden’

Motivering: Voordat de Wabo in werking trad werd er in bestemmingsplannen onderscheid gemaakt tussen een bijgebouw, aanbouw, uitbouw en overkapping. Sinds de komst van de Wabo kennen wij de begrippen aan- en uitbouw en bijgebouw niet meer. Wel is het begrip bijbehorend bouwwerk in het leven geroepen. Dat wordt wettelijk ook zo gebruikt voor bijvoorbeeld vergunningvrij bouwen. Een bijbehorend bouwwerk is volgens de wettelijke definitie: ‘uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak’ In deze definitie zitten de aan- en uitbouw en het bijgebouw. Ook overkappingen vallen hier onder. Een overkapping met meer dan 1 wand maar ook de overkapping waarbij er sprake is van vier palen met een dak. In het ontwerpbestemmingsplan zijn alle regels voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen onder de bijbehorende bouwwerken geschaard. Dat leverde echter voor de overkappingen een mogelijk probleem op omdat een overkapping ook aan de definitie voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde voldoet. En daarmee zou er overal op het perceel een overkapping van vier palen en een dak met een hoogte van 5,5 meter mogen komen te staan. Dat is niet overal wenselijk.

Daarnaast is het gegeven dat een bouwwerk onder twee regels kan vallen ook onwenselijk in het kader van de rechtszekerheid. De oplossing is gevonden in het weer opnemen van het begrip overkapping en middels de regels duidelijk laten zien waar de overkappingen aan moeten voldoen. Deze regels voor overkappingen komen overeen met de huidige regels in de bestemmingsplannen. Voor wat betreft de term hoofdvorm geldt dat deze term is bedoeld voor de woonbestemmingen en deze regels zijn ook overgenomen vanuit de woonbestemming. Daarbinnen is de hoofdvorm de woning (of de stelpboerderij). Binnen de (agrarische) bedrijfsbestemmingen is de hoofdvorm niet altijd de bedrijfswoning en daardoor zou de huidige regel een bijbehorend bouwwerk bij de bedrijfswoning niet toestaan. Voor de bestemmingen waarin in plaats van bedrijfswoning nog van een hoofdvorm wordt gesproken, wordt de term hoofdvorm aangepast naar bedrijfswoning. Tenslotte staat onder 6 in de aanhef dat de gezamenlijke oppervlakte ‘op de overige gronden’ niet meer dan 100m2 mag bedragen. Ook dit is verwarrend en onnodig om op te nemen. Het bestemmingsvlak is hier al voor bedoeld en het weglaten van deze woorden verduidelijkt het artikel.

Was (hieronder wordt artikel 3.2 onder d beschreven maar de tekst en aanpassingen val alle genoemde artikelen in de kolom zijn identiek en worden als zodanig op dezelfde wijze aangepast): d. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1 bijbehorende bouwwerken op niet minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de hoofdvorm mogen worden gebouwd; 2 de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van de bedrijfswoning waaraan wordt gebouwd; 3 de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen; 4 de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 5,5 m mag bedragen; 5 de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 7 m mag bedragen, met dien verstande dat: de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken minimaal 1 m lager is dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning, en; de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken welke maximaal 1 wand hebben, niet meer dan 5,5 meter mag bedragen; 6 de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op de overige gronden per bedrijfswoning niet meer dan 100 m² mag bedragen, met dien verstande dat:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13086088/2