Bijlage 4 - STAAT VAN WIJZIGINGEN BGB-I
Tekst van het document
term gebruikt in de archeologische dubbelbestemmingen; in principe valt alles wat binnen de oppervlaktewaterlichamen van de meren en de Waddenzee is gelegen onder het begrip waterbodem, met dien verstande dat grachten, sloten en kanalen hier niet onder worden gerekend als landbodem; Nr. B.8
Artikel 1.85 wonen
Wijziging Aanpassing van de definitie
Motivering: Naar aanleiding van het (beoogde) bestemmingsplan Hindeloopen is de definitie van wonen in het handboek RO (basis voor de regels van bestemmingsplannen in de gemeente) aangepast en verduidelijkt. Deze vernieuwde definitie wordt ook in het buitengebied opgenomen om daarmee gemeentebreed dezelfde begrippen te hebben. Was: 1.85 wonen: Het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning als bedoeld in artikel 1.81; Wordt: 1.85 wonen: het huisvesten van één (afzonderlijk) huishouden in een (bedrijfs-)woning of woonhuis, waarbij een (bedrijfs-)woning of woonhuis uitsluitend mag worden gebruikt voor permanente bewoning; ARTIKEL 3 AGRARISCH Nr. B.9
Artikel 3.1 onder g
Wijziging Aanpassing bestemmingsomschrijving voor mestzak + verduidelijken opslag
Motivering: Voor wat betreft de aanduiding opslag is in BGB-II een zienswijze ingediend naar aanleiding van de opslag in de bedrijfsbebouwing. De belanghebbende wilde de aanduiding hebben om deze inpandige opslag toe te staan. Daarvoor is de aanduiding niet bedoeld, die ziet alleen op buitenopslag. De regel is hierop aangepast. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is dat een mestzak als onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering binnen het bouwvlak of de denkbeeldige rechthoek mag worden gerealiseerd. Ruimtelijk gezien is alleen de concentratie van bebouwing relevant, niet zozeer waar de mestzak wel of niet komt te liggen. Dit is per bedrijf weer anders vanwege de bedrijfssituatie (en eventuele milieu-afstanden die aangehouden moeten worden). In de bestemmingsbeschrijving zoals dat in het ontwerp is opgenomen kan er onduidelijkheid bestaan over of een mestzak überhaupt wel mag op een agrarisch perceel. Juridisch kan de bepaling zo gelezen worden dat een mestzak alleen mag als er een aanduiding op het perceel ligt. Dat wordt echter niet beoogt. Er wordt bedoeld dat een mestzak binnen het bouwvlak en de denkbeeldige rechthoek mag worden geplaatst en als dit hierbuiten komt, dat dit dan alleen is toegestaan als er een aanduiding is (op basis van een eerder verleende toestemming bijvoorbeeld). Was: f. g.
opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "opslag"; mestzak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-mestzak';
Wordt: f.
opslag, indien buiten de bebouwing uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "opslag";
g. mestzak, indien buiten de denkbeeldige rechthoek en/of bouwvlak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-mestzak'; Nr. B.10
Artikel 3.1 onder ii 3.1 onder nn
Wijziging Aanvulling functieaanduiding modelvliegtuigbaan + aanpassing aanduiding recreatie-appartementen
Motivering: Voor de modelvliegtuigbaan in Hieslum is in 1993 een vergunning verleend. Een deel van het agrarisch perceel wordt hiervoor gebruikt sinds jaar en dag. Om recht te doen aan deze vergunning wordt er een specifieke functieaanduiding opgenomen op dit deel van het weiland. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – modelvliegtuigbaan’ doet recht aan deze bestaande rechten. Binnen de agrarische bestemming zijn in de bestaande bebouwing recreatieappartementen middels binnenplanse afwijking mogelijk te maken onder voorwaarden. Bijvoorbeeld in de bestaande agrarische bebouwing en per appartement niet meer dan 100m2. Zoals het nu in het ontwerp is opgenomen, zouden er een onbeperkt aantal recreatieappartementen kunnen zijn op een perceel waar deze aanduiding op ligt. Dat is echter ongewenst aangezien de insteek is dat dergelijke appartementen aanvullend op de hoofdbestemming (agrarisch) moeten zijn. Door het opnemen van het aantal op de verbeelding wordt voorkomen dat er ongewenste aantallen appartementen op het perceel kunnen komen. Allen hetgeen al eerder is vergund danwel wat met een binnenplanse afwijking mogelijk is te maken is dan toegestaan. Was: N.v.t. () nn. 'specifieke vorm van recreatie - recreatieappartementen' tevens voor recreatieappartementen; Wordt: ii.
een modelvliegtuigbaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – modelvliegtuigbaan’; () nn. 'specifieke vorm van recreatie - recreatieappartement' tevens voor recreatieappartementen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘aantal recreatie appartementen’ het aantal recreatie appartementen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal; Nr. B.11
Artikel 3.2 onder d 4.2 onder e 5.2 onder c 6.2 onder c 7.2 onder c 9.2 onder d 12.2 onder c 14.2 onder c 15.2 onder c 16.2 onder c 21.2 onder b 25.2 onder b 29.2 onder c 30.2 onder c
Wijziging Toevoegen van overkappingen binnen de regels voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen + het aanpassen van het woord ‘hoofdvorm’ naar bedrijfswoning + weglaten van ‘op de overige gronden’
Motivering: Voordat de Wabo in werking trad werd er in bestemmingsplannen onderscheid gemaakt tussen een bijgebouw, aanbouw, uitbouw en overkapping. Sinds de komst van de Wabo kennen wij de
begrippen aan- en uitbouw en bijgebouw niet meer. Wel is het begrip bijbehorend bouwwerk in het leven geroepen. Dat wordt wettelijk ook zo gebruikt voor bijvoorbeeld vergunningvrij bouwen. Een bijbehorend bouwwerk is volgens de wettelijke definitie: ‘uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak’ In deze definitie zitten de aan- en uitbouw en het bijgebouw. Ook overkappingen vallen hier onder. Een overkapping met meer dan 1 wand maar ook de overkapping waarbij er sprake is van vier palen met een dak. In het ontwerpbestemmingsplan zijn alle regels voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen onder de bijbehorende bouwwerken geschaard. Dat leverde echter voor de overkappingen een mogelijk probleem op omdat een overkapping ook aan de definitie voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde voldoet. En daarmee zou er overal op het perceel een overkapping van vier palen en een dak met een hoogte van 5,5 meter mogen komen te staan. Dat is niet overal wenselijk. Daarnaast is het gegeven dat een bouwwerk onder twee regels kan vallen ook onwenselijk in het kader van de rechtszekerheid. De oplossing is gevonden in het weer opnemen van het begrip overkapping en middels de regels duidelijk laten zien waar de overkappingen aan moeten voldoen.
Deze regels voor overkappingen komen overeen met de huidige regels in de bestemmingsplannen. Voor wat betreft de term hoofdvorm geldt dat deze term is bedoeld voor de woonbestemmingen en deze regels zijn ook overgenomen vanuit de woonbestemming. Daarbinnen is de hoofdvorm de woning (of de stelpboerderij). Binnen de (agrarische) bedrijfsbestemmingen is de hoofdvorm niet altijd de bedrijfswoning en daardoor zou de huidige regel een bijbehorend bouwwerk bij de bedrijfswoning niet toestaan. Voor de bestemmingen waarin in plaats van bedrijfswoning nog van een hoofdvorm wordt gesproken, wordt de term hoofdvorm aangepast naar bedrijfswoning. Tenslotte staat onder 6 in de aanhef dat de gezamenlijke oppervlakte ‘op de overige gronden’ niet meer dan 100m2 mag bedragen. Ook dit is verwarrend en onnodig om op te nemen. Het bestemmingsvlak is hier al voor bedoeld en het weglaten van deze woorden verduidelijkt het artikel. Was (hieronder wordt artikel 3.2 onder d beschreven maar de tekst en aanpassingen val alle genoemde artikelen in de kolom zijn identiek en worden als zodanig op dezelfde wijze aangepast): d.
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1 bijbehorende bouwwerken op niet minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de hoofdvorm mogen worden gebouwd; 2 de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van de bedrijfswoning waaraan wordt gebouwd; 3 de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen; 4 de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 5,5 m mag bedragen; 5 de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 7 m mag bedragen, met dien verstande dat: de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken minimaal 1 m lager is dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning, en; de bouwhoogte van aan de hoofdvorm gebouwde bijbehorende bouwwerken welke maximaal 1 wand hebben, niet meer dan 5,5 meter mag bedragen; 6 de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op de overige gronden per bedrijfswoning niet meer dan 100 m² mag bedragen, met dien verstande dat: indien de bedrijfswoning meerdere woningen omvat, de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per bestemmingsvlak niet dan 150 m2 mag bedragen;
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer dan 90% van de oppervlakte van de hoofdvorm mag bedragen; Wordt: d. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1 bijbehorende bouwwerken en overkappingen op niet minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning mogen worden gebouwd; 2 de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 3 m mag bedragen, dan wel niet meer dan de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte vloer van de eerste verdieping van de bedrijfswoning waaraan wordt gebouwd; 3 de goothoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m mag bedragen; 4 de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 5,5 m mag bedragen; 5 de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 7 m mag bedragen, met dien verstande dat: de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen minimaal 1 m lager is dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning, en; de bouwhoogte van aan de bedrijfswoning gebouwde bijbehorende bouwwerken en overkappingen welke maximaal 1 wand hebben, niet meer dan 5,5 meter mag bedragen; 6 de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen per bedrijfswoning niet
meer dan 100 m² mag bedragen, met dien verstande dat: indien de bedrijfswoning meerdere woningen omvat, de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen per bestemmingsvlak niet dan 150 m2 mag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer dan 90% van de oppervlakte van de bedrijfswoning mag bedragen; Nr. B.12
Artikel 3.2 onder e, f en g
Wijziging Verwijzing naar het juiste artikellid
Motivering: In het bestemmingsplan is de verwijzing van deze regels onjuist doordat er een extra regel tussen is gekomen na het voorontwerp zonder dat de verwijzing in de artikelen hierop is aangepast. Dat wordt nu hersteld. Inhoudelijk wijzigt dit niets. Het ziet op drie artikelen achter elkaar. Was: e. In afwijking van sub a en b gelden voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - veldschuur" de volgende regels: 1 gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2 de goothoogte mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen; 3 de bouwhoogte mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen. f. In afwijking van sub a en b gelden voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - beheergebouw" de volgende regels: 1 gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2 de goothoogte mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen; 3 de bouwhoogte mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen. g. In afwijking van sub a en b gelden voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding "opslag" de volgende regels: 1 gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
2 de goothoogte mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen; 3 de bouwhoogte mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen. Wordt: e. In afwijking van sub b en c gelden voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - veldschuur" de volgende regels: 1 gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2 de goothoogte mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen; 3 de bouwhoogte mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen. f. In afwijking van sub b en c gelden voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - beheergebouw" de volgende regels: 1 gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2 de goothoogte mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen; 3 de bouwhoogte mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen. g. In afwijking van sub b en c gelden voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding "opslag" de volgende regels: 1 gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; 2 de goothoogte mag niet meer dan de bestaande goothoogte bedragen; 3 de bouwhoogte mag niet meer dan de bestaande bouwhoogte bedragen. Nr. B.13
Artikel 3.2 onder l
Wijziging Aanvulling van de regels met uitsluiting overkapping
Motivering: Zoals al onder B.11 is uitgelegd, was de positie van een overkapping dusdanig dat een overkapping in bepaalde gevallen ook als bouwwerk geen gebouw zijnde kan worden aangemerkt. Dat zou dan tot onwenselijke situatie kunnen leiden en daarom is de overkapping opgenomen in de regels voor bijbehorende bouwwerken. Om te voorkomen dat de overkapping ook nog als bouwwerk geen gebouw zijnde kan worden aangemerkt, wordt de overkapping in dit artikel uitgesloten. Was: l. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1 de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend binnen een denkbeeldige rechthoek of bouwvlak, mag niet meer dan 14 m bedragen;. () Wordt: l. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1 de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet zijnde overkappingen, uitsluitend binnen een denkbeeldige rechthoek of bouwvlak, mag niet meer dan 14 m bedragen; ()
Nr. B.14
Artikel 3.2 onder l 5.2 onder f 6.2 onder e 7.2 onder f 21.2 onder e 29.2 onder f 30.2 onder f
Wijziging Toevoegen van voorwaarden rijbak
Motivering: Een rijbak (paardenbak) wordt bij recht opgenomen in het bestemmingsplan binnen verschillende bestemmingen waarbij er sprake is van een (bedrijfs)woning waar een rijbak ten behoeve van dit woonhuis kan worden gebruikt. Vanuit het huidige bestemmingsplan zijn er wel minimum afstanden tot bijvoorbeeld buurpercelen en lichtmasten opgenomen om daarmee overlast zoveel mogelijk te voorkomen. Deze voorwaarden stonden voorheen in de afwijkingsregels. Doordat een rijbak nu bij recht (zonder nadere vergunning voor het gebruik) mogelijk is, is het wenselijk de afwegingsregels nu ook bij recht op te nemen. Daarmee wordt beoogd dezelfde bescherming te bieden aan de directe omgeving als in de huidige plannen. De regels zien op de rijbak (als bouwwerk). Deze regels worden in meerdere artikelen op onderstaande wijze toegevoegd. In de kolom hierboven staat voor welke artikelen dit van toepassing. Was: N.v.t. Wordt: l. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: () 7.
bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van een rijbak (de rijbak) binnen de denkbeeldige rechthoek en/of het bouwvlak zijn alleen toegestaan als aan alle onderstaande randvoorwaarden wordt voldaan: - de afstand van de rijbak tot het eigen erf niet meer dan 30 m mag bedragen, en; - de afstand van de rijbak tot het erf van derden ten minste 15 m dient te bedragen, en; - de afstand van de rijbak tot de woning van derden ten minste 30 m dient te bedragen, en; - de oppervlakte per rijbak niet meer dan 1.250 m² mag bedragen, en; - de hoogte van omheiningen niet meer dan 2 m mag bedragen, en; - het aantal lichtmasten niet meer dan 4 mag bedragen, en; - de hoogte van lichtmasten niet meer dan 5 meter mag bedragen; Nr. B.15
Artikel 3.4.1
Wijziging Aanpassing van een onjuiste verwijzing en toevoeging van extra flexibiliteit voor een denkbeeldige rechthoek
Motivering: Doordat er een extra bouwregel (ter bescherming specifieke bouwwerken zoals een monument of een karakteristiek gebouw) in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, is abusievelijk de verwijzing naar een artikel in de afwijking op de bouwregels hier niet op aangepast. De afwijking verwijst dus naar een onjuist artikel. Dat wordt nu hersteld. Inhoudelijk verandert er niets. Daarnaast blijkt in de praktijk nog wel eens dat het wegens eigendomssituaties niet altijd even goed mogelijk is om een denkbeeldige rechthoek te maken. Daarmee zou er geen uitbreiding van de denkbeeldige rechthoek tot 2 Ha kunnen plaatsvinden, terwijl dat ruimtelijk gezien wel aanvaardbaar zou zijn.
Om dit te voorkomen is een extra afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarin staat dat de denkbeeldige rechthoek geen rechthoek hoeft te zijn indien dit op basis van eigendomssituaties of andere omstandigheden niet mogelijk is. In die gevallen kan er wel tot 2 Ha een “rechthoek” wordt gerealiseerd, alleen in een iets anders vorm. Dit biedt voor maatwerkgevallen net meer flexibiliteit zonder dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan de onderliggende doelstellingen vanuit het bestemmingsplan. De overige randvoorwaarden blijven onverkort van toepassing. Was: 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2, sub a en b onder 1, voor het bouwen van bouwwerken buiten de denkbeeldige rechthoek van 1,5 hectare, mits: 1 de bebouwing ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt gesitueerd binnen een denkbeeldige rechthoek die maximaal 2 ha bedraagt en die gelegen is op en rondom de gronden ter plaatse van de aanduiding "agrarisch bedrijf"; () Wordt: 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
lid 3.2, sub b en c onder 2, voor het bouwen van bouwwerken buiten de denkbeeldige rechthoek van 1,5 hectare, mits: 1 de bebouwing ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt gesitueerd binnen een denkbeeldige rechthoek die maximaal 2 ha bedraagt en die gelegen is op en rondom de gronden ter plaatse van de aanduiding "agrarisch bedrijf"; 2 in afwijking van onderdeel 1 voor zover een denkbeeldige rechthoek wordt voorgeschreven geldt dat de bebouwing tevens mag worden gesitueerd binnen 2 Ha zonder een denkbeeldige rechthoek indien op basis van de eigendomssituatie, danwel andere omstandigheden, geen denkbeeldige rechthoek kan worden gecreëerd; () Nr. B.16
Artikel 3.5 onder a
Wijziging Verduidelijking van strijdig gebruiksregel inzake geitenhouderijen
Motivering: In het bestemmingsplan is conform de toezegging van de wethouder aan de gemeenteraad een geitenstop opgenomen als bestendiging van de lijn vanuit de voorbereidingsbesluiten. Dit artikel moet recht doen aan de bestaande geitenhouderijen (ook aan de destijds zogenaamde lopende aanvragen). In de bepaling is opgenomen dat de geitenstop niet geldt voor de bestaande geitenhouderijen. Oftewel, de huidige bedrijfsvoering moet niet worden geraakt, alleen de uitbreidingen die beoogd zijn en niet voor het voorbereidingsbesluit zijn ingediend en vergund. Omdat nog niet alle vergunde geitenhouderijen ook feitelijk (alle vergunde) geiten op het perceel aanwezig hebben, zou de huidige bepaling alsnog onbedoeld een beperking op deze rechten kunnen betekenen. Dat is onbedoeld. Gelet daarop wordt toegevoegd dat het ook ziet op vergunde geitenhouderijen. Daarnaast kan de regel over wanneer het verbod ingaat komen te vervallen in het definitieve plan. Dat heeft geen juridische status meer door de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan. Was: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen:
a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor nieuwe geitenhouderijen en het bouwen ten behoeve hiervan is niet toegestaan. Hieronder wordt begrepen: 1 nieuwvestiging van geitenhouderijen, al dan niet als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; 2 het uitbreiden van een bestaande geitenhouderij, door het aantal met één of meer geiten dat wordt gehouden uit te breiden; het verbod zoals in lid a. is bepaald, geldt vanaf de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan; Wordt: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor nieuwe geitenhouderijen en het bouwen ten behoeve hiervan is niet toegestaan. Hieronder wordt begrepen: 1 nieuwvestiging van geitenhouderijen, al dan niet als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; 2 het uitbreiden van een bestaande (en/of vergunde) geitenhouderij, door het aantal met één of meer geiten dat wordt gehouden uit te breiden; Nr. B.17
Artikel 3.6.1 onder h
Wijziging Onjuiste verwijzing
Motivering: In het artikel wordt verwezen naar een onjuist sublid in een artikel waardoor de afwijking niet gebruikt kan worden waarvoor deze is beoogd. Was: h. lid 3.1 en lid 3.5, al dan niet in combinatie met de omgevingsvergunning als bedoeld in sub e, voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een groepsaccommodatie met dien verstande dat: () Wordt: h. lid 3.1 en lid 3.5, al dan niet in combinatie met de omgevingsvergunning als bedoeld in sub f, voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een groepsaccommodatie met dien verstande dat: () Nr. B.18
Artikel 3.7.1 onder m
Wijziging Laten vervallen van een wijzigingsbevoegdheid
Motivering: Als wijzigingsmogelijk op het bestemmingsplan was in enkele bestemmingsplannen opgenomen dat de denkbeeldige rechthoek naar een bouwvlak naar 2 Ha kan worden gewijzigd. Deze regel is echter gezien de nieuwe regels die wij hanteren overbodig. Met een binnenplanse afwijking kan de denkbeeldige rechthoek namelijk al naar 2 Ha worden opgerekt. Daarvoor is niet de relatieve zware wijzigingsprocedure meer nodig. Het artikel voegt dus ook niets meer toe en kan daarom ook komen te vervallen.
Was: 3.7.1 Wijziging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: () m. de denkbeeldige rechthoek in een bouwvlak wordt gewijzigd mits; 1 bij de uitbreiding van bebouwing tot 2 ha op basis van de eigendomssituatie dan wel andere omstandigheden geen denkbeeldige rechthoek kan worden gecreëerd; 2 de nieuwe bebouwing aansluit bij de bestaande bebouwing; 3 het agrarisch bedrijf qua ontsluiting zorgvuldig wordt ingepast; 4 het procesmodel Nije Pleats (zie bijlage 9) of een vergelijkbaar procesmodel wordt gevolgd; 5 voor het overige de bouwregels van lid 3.2 van overeenkomstige toepassing zijn. Wordt: N.v.t. ARTIKEL 4 AGRARISCH - GLASTUINBOUW Nr. B.19
Artikel 4.2 onder f 4.4 onder c
Wijziging Toevoegen dat het bouwen van een windmolen niet bij recht mogelijk is en een afwijking hierop opnemen voor de kleine windmolens
Motivering: Artikel 4 ziet op de bestemming Agrarisch- glastuinbouw. In de uitgangspuntennotitie Buitengebied van 2019 is afgesproken dat de kleine windmolens mogelijk worden gemaakt voor de agrarische bestemmingen, waaronder een paardenhouderij en glastuinbouw bestemming. In het ontwerpbestemmingsplan was er nog geen mogelijkheid binnen de agrarische-glastuinbouw bestemming voor de kleine windmolen. Dat wordt hiermee hersteld. Daarvoor is het allereerst nodig om het bouwen van windmolens niet bij recht toe te staan. Dit is bij de andere bestemmingen ook als zodanig opgenomen. Alleen voor bestaande (grote) windmolens is dit wel toegestaan en hiervoor is dan ook in de vergunde situaties een aanduiding opgenomen. Kleine windmolens zijn onder voorwaarden wel mogelijk, maar daarvoor zal er aan het toetsingskader voldaan moeten worden. Door een windmolen bij recht niet toe te staan, maar alleen middels een binnenplanse afwijking (zoals dat nu ook al is bij de gewone agrarische bestemming), kan er ook getoetst worden aan dit afwegingskader. Door het toevoegen van artikel 4.4 onder c wordt de kleine windmolen mogelijk gemaakt binnen deze bestemming (indien er aan het toetsingskader wordt voldaan). Hiermee wordt er tegemoet gekomen aan de uitgangspuntennotitie uit 2019. Was: 4.2 Bouwregels () f.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1 de bouwhoogte van tanks en silo's mag niet meer bedragen dan 10,00 m bedragen; 3 de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen. In artikel 4.4 is nu geen kleine windmolen opgenomen.
Wordt: 4.2 Bouwregels () f. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1 de bouwhoogte van tanks en silo's mag niet meer bedragen dan 10,00 m bedragen; 2 het bouwen van windturbines is niet toegestaan; 3 de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen. 4.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () c. lid 4.2 onder f, sub 2 voor het plaatsen van ten hoogste 2 kleine windturbines op of direct op of grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, mits: 1 de ashoogte van een windturbine ten hoogste 15 meter bedraagt; 2 het op te stellen vermogen moet zijn gericht op het eigen bedrijf; 3 de mogelijkheden voor zonnepanelen moeten zijn verkend; 4 voldaan wordt aan het 'Toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân' bijlage 11 van de regels en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode van dit plan wijzigt, rekening wordt gehouden met de wijziging; 5 de aanvraag tevens voor een beoordeling aan de provincie Fryslân wordt voorgelegd. ARTIKEL 5 AGRARISCH - PAARDENHOUDERIJ Nr. B.20
Artikel 5.2 onder b 5.2 onder d
Wijziging Oppervlakte van bestaande bebouwing bestemmen + toevoegen regels voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfsgebouwen
Motivering: In de bouwregels staat opgenomen dat er voor een paardenhouderij binnen deze bestemming maximaal 2500m2 aan bebouwing mag worden opgericht. Dat doet echter geen recht in de gevallen dat de bestaande situatie al meer dan 2500m2 aan bebouwing betreft. Dat wordt middels aanvulling van de regel opgelost waarbij de bestaande bebouwing, indien deze meer dan 2500m2 betreft, ook is toegestaan. In de praktijk is gebleken dat er voor sommige bedrijfsgebouwen of overkappingen ten behoeve van de paardenhouderij geen mogelijkheden waren om deze te realiseren. In de bouwregels zijn er voorschriften voor bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij deze bedrijfswoning. Maar geen regels voor bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfsgebouwen. In de meeste gevallen dit wel goed omdat het dan als bedrijfsgebouw kan worden gezien, maar in specifieke gevallen is deze regel toch als beperkend ervaren terwijl het onbedoeld is. Dit kan relatief eenvoudig worden opgelost door het toevoegen van een extra artikellid om hier alsnog in te voorzien zonder hierbij afbreuk te doen aan bijvoorbeeld de maximaal toegestane aanwezige bebouwing. Was: 5.2 Bouwregels () b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 2. de totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 2.500 m² per bestemmingsvlak bedragen; () N.v.t.
Wordt: 5.2 Bouwregels () b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 2. de totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 2.500 m² per bestemmingsvlak bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien dit meer is; () d. Met betrekking tot bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfsgebouwen geldt dat: 1. de totale gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen en de hierbij behorende bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag niet meer dan 2.500 m² per bestemmingsvlak bedragen; 2. bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfsgebouwen op niet minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het bedrijfsgebouw (wat het dichtst bij de weg is gelegen); 3. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet zijnde overkappingen welke tevens een gebouw zijn, worden gebouwd in één bouwlaag met kap en mogen niet meer dan respectievelijk 4,5 m en 10,0 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat de bestaande bouwhoogte mag worden vermeerderd met 0,5 m; 4. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken welke tevens een bouwwerk, geen gebouw is (waaronder begrepen een overkapping met maximaal 1 wand), mag niet meer dan 3 m bedragen; Nr. B.21
Artikel 5.4.1 onder e
Wijziging Toevoegen afwijkingsmogelijkheid voor kleine windmolens
Motivering: Artikel 5 ziet op de bestemming Agrarisch- paardenhouderij. In de uitgangspuntennotitie Buitengebied van 2019 is afgesproken dat de kleine windmolens mogelijk worden gemaakt voor de agrarische bestemmingen, waaronder een paardenhouderij en glastuinbouw bestemming. In het ontwerpbestemmingsplan was er nog geen mogelijkheid binnen de agrarische-paardenhouderij bestemming voor de kleine windmolen. Dat wordt hiermee hersteld. Door het toevoegen van artikel 5.4.1 onder e wordt de kleine windmolen mogelijk gemaakt binnen deze bestemming (indien er aan het toetsingskader wordt voldaan). Hiermee wordt er tegemoet gekomen aan de uitgangspuntennotitie uit 2019. Was: N.v.t. Wordt: e. lid 5.2, sub g voor het plaatsen van ten hoogste 2 kleine windturbines op of direct op of grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf, mits: 1 de ashoogte van een windturbine ten hoogste 15 meter bedraagt; 2 het op te stellen vermogen moet zijn gericht op het eigen bedrijf; 3 de mogelijkheden voor zonnepanelen moeten zijn verkend; 4 voldaan wordt aan het 'Toetsingskader kleine windturbines Súdwest-Fryslân' bijlage 6 van de regels en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode van dit plan wijzigt, rekening wordt gehouden met de wijziging; 5 de aanvraag tevens voor een beoordeling aan de provincie Fryslân wordt voorgelegd.
ARTIKEL 6 BEDRIJF Nr. B.22
Artikel 6.1 onder v
Wijziging Taalkundige aanpassing van de regel
Motivering: In de bestemmingsbeschrijving is in het ontwerp een algemene opmerking opgenomen over detailhandel. Het is beter den overzichtelijker dit op te nemen binnen de bestemmingsomschrijving zelf. In de nieuwe situatie is dit voorschrift op een logische plek opgenomen zonder dat hiermee inhoudelijk iets veranderd in de (on)mogelijkheden. Het is in die zin een puur tekstuele aanpassing. Was: 6.1 bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () In de bestemming is detailhandel uitsluitend begrepen voor zover deze is aan te merken als rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf en van ondergeschikte betekenis is. Wordt: 6.1 bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () met daaraan ondergeschikt: v. detailhandel, uitsluitend voor zover aan te merken als rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf; ARTIKEL 12 DETAILHANDEL Nr. B.23
Artikel 12.2 onder e
Wijziging Onjuiste verwijzing
Motivering: Doordat er een algemene bouwregel in de bestemming is toegevoegd over karakteristiek, had de verwijzing in dit artikel ook aangepast moeten worden. Dat is niet gedaan. Dat wordt hiermee hersteld. Was: 12.2 Bouwregels () e. In aanvulling op 12.2 onder a, gelden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - tuincentrum" de volgende regels: 1 kassen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bestemmingsvlak; 2 de bouwhoogte van kassen mag niet meer dan 10 m mag bedragen. Wordt: 12.2 Bouwregels () e. In aanvulling op 12.2 onder b, gelden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - tuincentrum" de volgende regels:
1 2
kassen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bestemmingsvlak; de bouwhoogte van kassen mag niet meer dan 10 m mag bedragen. ARTIKEL 14 HORECA Nr. B.24
Artikel 14.1 14.2 onder b
Wijziging Verduidelijking van de regels en laten vervallen van een onndoig artikellid
Motivering: De wijziging is tekstueel van aard. Inhoudelijk verandert er niets met deze aanpassing. Wel wordt de systematiek van de regels in de bestemmingsomschrijving zoals dit bij andere bestemmingen ook wordt gedaan in de nieuwe situatie gevolgd. Het maakt een eenduidige opbouw van de regels en geeft duidelijkheid. Voor wat betreft de regels in 14.2 geldt dat een verduidelijking voor bedrijfswoningen wenselijk is om te voorkomen dat er op plekken waar geen bedrijfswoning is toegestaan er daadwerkelijk ook geen bedrijfswoningen kunnen komen. Daarnaast is sub 9 overbodig (en staat onder het verkeerde lid) aangezien dit al is geregeld in artikel 14.2 onder c.1. Was: 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () c. bedrijfswoningen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’, waar wonen niet is toegestaan; d. in afwijking van lid d is ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ wonen niet toegestaan; () 14.2 Bouwregels () b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 4 het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen; () 9 bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen moeten ten minste 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning te worden gebouwd.
Wordt: 14.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () c. bedrijfswoningen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’, waar wonen niet is toegestaan; () 14.2 Bouwregels b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 4 het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen, met dien verstande dat er ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ geen bedrijfswoning is toegestaan; ()
Nr. B.25
Artikel 14.4.1 onder a
Wijziging Onjuiste verwijzing
Motivering: In het artikel wordt verwezen naar een onjuist sublid van de bouwregels. Dat wordt nu hersteld. Was: 14.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 14.2, sub b, onder 6 voor het bouwen van de voorgevel van een bedrijfswoning op een afstand van de weg die minder is dan de bestaande afstand, met dien verstande dat, indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de omgevingsvergunning slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde. Wordt: 14.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 14.2, sub b, onder 8 voor het bouwen van de voorgevel van een bedrijfswoning op een afstand van de weg die minder is dan de bestaande afstand, met dien verstande dat, indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de omgevingsvergunning slechts wordt verleend in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde; ARTIKEL 15 MAATSCHAPPELIJK Nr. B.26
Artikel 15.2 onder b
Wijziging Verduidelijking van artikel
Motivering: In de praktijk werd er tegen de zinsnede ‘per maatschappelijke voorziening’ aangelopen bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning. Deze term die uit oude bestemmingsplannen komt zag nog op situatie waarin er meerdere soorten maatschappelijke voorzieningen binnen hetzelfde bestemmingsvlak waren gelegen. Dat is nu niet meer aan de orde. Daarmee is deze zinsnede verwarrend en is het wenselijk deze te laten vervallen. Daarmee verandert er feitelijk niets in de mogelijkheden voor de eigenaren van de percelen. Daarnaast wordt verduidelijkt dat er in een bouwvlak moet worden gebouwd (indien deze op het perceel ligt). Was: 15.2 Bouwregels () b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 2 de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen per maatschappelijke voorziening mag niet meer dan 500 m² bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien deze meer is met dien verstande dat indien er een bouwvlak op het perceel is gelegen de bebouwing binnen het bouwvlak moet zijn gesitueerd; 3 uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan;
Wordt: 15.2 Bouwregels () b. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: () 2 de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 500 m² bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien deze meer is met dien verstande dat indien er een bouwvlak op het perceel is gelegen de bebouwing binnen het bouwvlak moet zijn gesitueerd; 3 uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan. ARTIKEL 16 MAATSCHAPPELIJK - ZORGBOERDERIJ Nr. B.27
Artikel 16.1 onder b 16.2
Wijziging Verduidelijking bouwregels en regels voor bedrijfswoningen
Motivering: Voor wat bedrijfswoningen wordt er in de regels voorgeschreven dat er alleen een bedrijfswoning is toegestaan als er een aanduiding bedrijfswoning is opgenomen. En tevens dat er maximaal 1 bedrijfswoning mag komen. Nu is er geen aanduiding op de verbeelding voor bedrijfswoningen binnen deze bestemming en zou dat betekenen dat er geen bedrijfswoningen kunnen worden gerealiseerd terwijl er al wel bestaande bedrijfswoningen (legaal) aanwezig zijn. Door aanpassing van de regels kan dit worden hersteld. Allereerst wordt in de bestemmingsomschrijving duidelijk gemaakt dat er een bedrijfswoning is toegestaan (geen meervoud want dat mag namelijk niet. Daarnaast wordt het voorschrift dat dit alleen is toegestaan bij een specifieke aanduiding weggelaten aangezien deze aanduiding niet bestaat binnen deze bestemming. In de praktijk zitten er op deze bestemmingen al een bedrijfswoning en zal er weinig effect zijn. Wel is er bij een verbouw van de bedrijfswoning door deze aanpassing in de regels geen belemmering meer. In de praktijk werd er tegen de zinsnede ‘per maatschappelijke voorziening’ aangelopen bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning. Deze term die uit oude bestemmingsplannen komt zag nog op situatie waarin er meerdere soorten maatschappelijke voorzieningen binnen hetzelfde bestemmingsvlak waren gelegen. Dat is nu niet meer aan de orde.
Daarmee is deze zinsnede verwarrend en is het wenselijk deze te laten vervallen. Daarmee verandert er feitelijk niets in de mogelijkheden voor de eigenaren van de percelen. Was: 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Maatschappelijk - Zorgboerderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. zorgboerderijen; b. bedrijfswoningen; () 16.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen mag niet meer dan 4,5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze hoger is; 2. de oppervlakte van bedrijfsgebouwen per maatschappelijke voorziening mag niet meer dan 1.000 m² bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien deze meer is; 3. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan; 4. de oppervlakte van een niet-inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m² bedragen;
Wordt: 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Maatschappelijk - Zorgboerderij’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. zorgboerderijen; b. een bedrijfswoning; () 16.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen mag niet meer dan 4,5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze hoger is; 2. de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer dan 1.000 m² bedragen, danwel de bestaande oppervlakte indien deze meer is; 3. er is maximaal 1 bedrijfswoning toegestaan; 4. de oppervlakte van een niet-inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m² bedragen; Nr. B.28
Artikel 16.4
Wijziging Onjuiste verwijzingen
Motivering: Voor het kunnen afwijken van de bouwregels zijn in artikel 16.4 regels opgenomen. Zo kan er afgeweken worden van de voorgeschreven goothoogte bijvoorbeeld. Doordat er in het ontwerpbestemmingsplan een artikellid is komen te vervallen en de verwijzingen niet hierop zijn aangepast, kloppen de verwijzingen niet meer. Die worden hiermee hersteld. Was: 16.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 16.2, sub b, onder 1 tot een goothoogte van niet meer dan 6,5 m voor gebouwen voor machineberging in relatie tot een agrarisch bedrijf, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van de huisvesting van vee en bedrijfswoningen; b. lid 16.2, sub b, onder 1 tot een goothoogte van niet meer dan 5 m voor gebouwen ten behoeve van de huisvesting van vee; c. lid 16.2, sub b, onder 1 tot een bouwhoogte van niet meer dan 14 m voor gebouwen ten behoeve van de huisvesting van vee; d. lid 16.2 onder c, sub 1 het bouwen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning; e. lid 16.2 onder b, sub 4 voor het bouwen van een bedrijfswoning met een oppervlakte >150 m2, mits: 1. er in geringe mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke bebouwing in de vorm van een stelp, kop-halsrompboerderij of kop-rompboerderij.
Wordt: 16.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 16.2, sub a, onder 1 tot een goothoogte van niet meer dan 6,5 m voor gebouwen voor machineberging in relatie tot een agrarisch bedrijf, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van de huisvesting van vee en bedrijfswoningen; b. lid 16.2, sub a, onder 1 tot een goothoogte van niet meer dan 5 m voor gebouwen ten behoeve van de huisvesting van vee; c. lid 16.2, sub a, onder 1 tot een bouwhoogte van niet meer dan 14 m voor gebouwen ten behoeve van de huisvesting van vee;
d. lid 16.2 onder b, sub 1 het bouwen op minder dan 3 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning; e. lid 16.2 onder a, sub 4 voor het bouwen van een bedrijfswoning met een oppervlakte >150 m2, mits: 1 er in geringe mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke bebouwing in de vorm van een stelp, kop-halsrompboerderij of kop-rompboerderij. ARTIKEL 17 NATUUR Nr. B.29
Artikel 17.2
Wijziging Verduidelijking van de verwijzing
Motivering: In de algemene bouwregels wordt er verwezen naar een artikel waarin voorschriften staan opgenomen voor het geval dat er op het perceel met de bestemming ‘Natuur’ ook een aanduiding ‘karakteristiek’ op een pand is aangegeven. Deze verwijzing is naar het algemene artikelnummer 46. Het is duidelijker om te verwijzen naar artikel 46.3 omdat daarin expliciet de regels voor karakteristiek staan. Deze wijziging betreft dus een verduidelijking. Was: 17.2 Bouwregels a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46 van toepassing. Wordt: 17.2 Bouwregels a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing. ARTIKEL 21 RECREATIE – RECREATIEBEDRIJVEN Nr. B.30
Artikel 21.1 21.1 onder f
Wijziging Aanpassing van de redactie van bestemmingsomschrijving aan Buitengebied deel II en verduidelijking overige bouwwerken + aanvulling van de beschrijving voor de aanduiding horeca
Motivering: De bestemmingsregel voor een kampeerterrein is tekstueel moeilijk te lezen in het ontwerpbestemmingsplan. Door het anders opschrijven van dezelfde regels wordt de leesbaarheid vergroot. Inhoudelijk verandert de regel niet. Voor wat betreft het ander bouwwerk, in het artikel 21.2 onder e is de toevoeging van wat voor soort bouwwerken het betreft gewenst voor de duidelijkheid. Ook hierdoor veranderen de mogelijkheden binnen de bestemming niet maar wordt de regel duidelijker. Daarnaast wordt de aanduiding horeca aangevuld om daarmee recht te doen aan de vergunde situatie op het perceel Stationswei 22a te Molkwerum. De aanduiding horeca wordt er op gelegd en er wordt een directe link met de horecavergunningen gemaakt. Hiermee wordt recht gedaan aan de bestaande en vergunde situatie.
Was: 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Recreatie - Recreatiebedrijven" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een kampeerterrein, ter plaatse van de aanduiding "kampeerterrein", met dien verstande dat ten hoogste het in bijlage 3 "Lijst met aantal vergunde kampeermiddelen, kampeergebouwen en trekkershutten" zijn toegestaan, met dien verstande dat in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn; () f. horeca, in de vorm van een kantine behorende bij een recreatieverblijf en rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf; 21.2 Bouwregels () e. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: () 2. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen. Wordt: 21.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Recreatie - Recreatiebedrijven" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een kampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "kampeerterrein", waarbij: 1. met dien verstande dat ten hoogste het aantal staanplaatsen voor kampeermiddelen is beperkt tot het aantal dat is vastgelegd in in bijlage 3 "Lijst met aantal vergunde kampeermiddelen, kampeergebouwen en trekkershutten"; en 2. zijn toegestaan, met dien verstande dat in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn; () f.
horeca, in de vorm van een kantine behorende bij een recreatieverblijf en rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ de vergunde horeca-activiteiten zijn toegestaan; 21.2 Bouwregels () e. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: () 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 10 m bedragen. Nr. B.31
Artikel 21.5 en 21.6
Wijziging Volgorde in de artikelen wijkt af van de rest van het bestemmingsplan. Daarnaast een kleine aanpassing in de tekst vanwege de leesbaarheid en wordt de verwijzing in het toetsingskaderartikel aangepast door verplaatsing van het artikellid.
Motivering: In de verschillende bestemmingen zit een standaardopbouw van de artikelen. Het begint met een bestemmingsbeschrijving waarnaar de bouwregels komen. De afwijking op de bouwregels komt hierna. Dat is overzichtelijk en zo staan de bepalingen direct bij elkaar. Dat is voor de leesbaarheid wenselijk. Vervolgens wordt beschreven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan en komen de eventuele afwijkingen voor dit strijdige gebruik er direct na. In dit artikel is in het ontwerp eerst opgenomen wat de afwijkingen op het strijdige gebruik kunnen zijn en komt vervolgens het artikel wat strijdig gebruik is. Dat is de verkeerde volgorde en dat wordt hiermee hersteld.
Daarnaast loopt de zin over het verplichte overleg met de waterbeherende instantie niet goed. Dat wordt hiermee ook hersteld. Tenslotte worden twee artikelen omgedraaid waardoor een bestaande verwijzing naar 1 van deze artikelen moet worden aangepast. Was: 21.5 Afwijken van de gebruiksregels 21.5.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 21.1 voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding "kampeerterrein", met dien verstande dat: 1. het aantal ligplaatsen nooit meer dan het aantal kampeermiddelen mag bedragen met een maximum van 25 ligplaatsen; 2. de ligplaatsen worden gerealiseerd binnen een haventje, met het oog op het intact laten van de natuurlijke oevers. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, de oever doorsneden door de haveningang; 3. de ligplaatsen niet mogen worden gebruikt in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar.; Alvorens de afwijking wordt verleend, door de initiatiefnemer overleg is gepleegd met de waterbeherende instantie.
21.5.2 Toetsingscriteria De in lid 21.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen afbreuk wordt gedaan aan: () 21.6 Specifiek gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van overige (zelfstandige) horecadoeleinden. Wordt: 21.5 Specifiek gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van overige (zelfstandige) horecadoeleinden. () 21.6 Afwijken van de gebruiksregels 21.6.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 21.1 voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding "kampeerterrein", met dien verstande dat: 1. het aantal ligplaatsen nooit meer dan het aantal kampeermiddelen mag bedragen met een maximum van 25 ligplaatsen; 2. de ligplaatsen worden gerealiseerd binnen een haventje, met het oog op het intact laten van de natuurlijke oevers. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, de oever doorsneden door de haveningang;
3. de ligplaatsen niet mogen worden gebruikt in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar.; Alvorens de afwijking wordt verleend, moet de initiatiefnemer overleg hebben gepleegd met de waterbeherende instantie. 21.6.2 Toetsingscriteria De in lid 21.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen afbreuk wordt gedaan aan: () Nr. B.32
Artikel 21.6.1 onder c 30.5 onder c
Wijziging Aanpassen voorwaarde voor realisatie (of uitbreiding) kleinschalig kampeerterrein
Motivering: Binnen bepaalde bestemmingen is het toevoegen van een kleinschalig kampeerterrein onder voorwaarden mogelijk te maken. Dit gebruik wordt gezien als strijdig gebruik met de hoofdbestemming, maar hiervan kan worden afgeweken onder voorwaarden. Deze afwijkingsvoorwaarden zijn van oudsher (vanwege de vereisten vanuit de provinciale verordening) zo omschreven dat er bijvoorbeeld in specifieke kernen per bestemmingsplanperiode slechts 1 nieuw kleinschalig kampeerterrein is toegestaan. Ook moet een uitbreiding of een nieuw kampeerterrein op minimaal 500 meter van een bestaand kleinschalig kampeerterrein blijven. De provinciale verordening stelt geen eisen meer aan de aantallen kleinschalige kampeerterreinen binnen recreatiekernen. Ook is er geen minimale afstand voorgeschreven. In deze wijziging wordt de voorwaarde inzake de kernen geheel losgelaten en wordt de afstandseis van 500 meter alleen opgelegd indien er sprake is van een nieuw kleinschalig kampeerterrein. Voor een uitbreiding van bestaande kleinschalige kampeerterreinen geldt de afstandsnorm dan niet meer. De reden is dat het kleinschalige kampeerterrein er al zit en de aantallen kampeermiddelen is gemaximaliseerd en daarmee is er al een sturing op de grootte van de terreinen.
De uitbreiding van een bestaand terrein waar nu 20 kampeermiddelen staan naar 25 kampeermiddelen, binnen 500 meter van een ander kleinschalig kampeerterrein, is niet onwenselijk. De afstandseis lijkt voor deze gevallen dan ook niet gewenst. Voor een nieuw kleinschalig kampeerterrein naast een ander kleinschalig kampeerterrein geldt de huidige voorwaarde. Dat is niet zomaar mogelijk. Dat was a zo en dat blijft zo. Deze aanpassing ziet dus op een verruiming van het aantal voor kleinschalige kampeerterreinen binnen de verschillende kernen (als er ook aan de andere voorwaarden wordt voldaan) en op verruiming voor reeds bestaande kleinschalige kampeerterreinen die binnen de 500 meter van een ander kleinschalig kampeerterrein zitten (die kunnen tot 25 kampeermiddelen uitbreiden). Deze bepaling komt in meerdere bestemmingen voor. De opbouw van de regels is identiek en deze worden dan ook op dezelfde wijze als hieronder aangepast. Door het vervallen van onderdeel 1 worden de nummers daaronder vernummerd. Was: 21.6 Afwijken van de gebruiksregels 21.6.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: ()
c. lid 21.1. voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1. per dorps- of stadsgebied binnen de planperiode één kleinschalig kampeerterrein is toegestaan; deze beperking geldt niet voor de stads- en dorpsgebieden die in het streekplan zijn aangeduid als 'stedelijk centrum' (Sneek), 'regionaal centrum ' (Makkum en Workum) en de recreatiekernen (Hindeloopen, Koudum en Stavoren); 2. (de uitbreiding van) het kleinschalig kampeerterrein binnen het bestemmingsvlak wordt gerealiseerd; 3. (de uitbreiding van) het kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd; () Wordt: 21.6 Afwijken van de gebruiksregels 21.6.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () c. lid 21.1. voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1. (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein binnen het bestemmingsvlak wordt gerealiseerd; 2. een nieuw kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd; () ARTIKEL 25 SPORT - MANEGE Nr. B.33
Artikel 25.1 onder a 25.1 onder c 25.2 onder a.3
Wijziging Tekstuele aanpassing wegens een dubbele en verwarrende omschrijving + typefout herstellen + recht doen aan legale tweede bedrijfswoning
Motivering: In de bestemmingsbeschrijving is opgenomen dat een manege is toegestaan in combinatie met een ondergeschikte lichte vorm van horeca ten dienste van de manege. Hiermee wordt de kantine bedoeld. In dezelfde bestemmingsbeschrijving staat echter onder ondergeschikte functie duidelijk en objectief bepaalbaar omschreven wat voor soort kantine is toegestaan. Om onduidelijkheid te voorkomen wordt de lichte vorm van horeca bij de manege weggehaald omdat deze al is omschreven onder de ondergeschikte functies (waar dit ook hoort). Voor wat betreft gebruiksmogelijkheden verandert er hierdoor overigens niets. Het artikel wordt leesbaarder. Daarnaast staat er een typefout (woordje “een”) in 25.1 onder c welke gelijk hersteld wordt. Tevens is er binnen deze bestemming een specifieke aanduiding opgenomen voor een tweede bedrijfswoning. Binnen het plangebied is er een manege met deze bestemming waar een tweede bedrijfswoning is vergund. Gelet hierop moeten wij dit dan ook opnemen in het bestemmingsplan. In de bouwregels is wel opgenomen dat het bestaande aantal bedrijfswoningen zijn toegestaan, maar het is wenselijker om te verwijzen naar de specifieke aanduiding waarmee duidelijk is welke tweede bedrijfswoningen ook daadwerkelijk zijn toegestaan. Dit artikel wordt aangevuld om meer recht te doen aan de feitelijke en legaal aanwezige situatie.
Was: 25.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Sport - Manege’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een manege ; al dan niet in combinatie met ondergeschikte lichte vormen van horeca ten dienste van de functie manege; b. bedrijfswoningen; en ter plaatse van de aanduiding: c. "specifieke vorm van een wonen - tweede bedrijfswoning", tevens een tweede bedrijfswoning is toegestaan; met daaraan ondergeschikt: () g. horeca, in de vorm van een kantine behorende bij de manege en rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf, met een maximale oppervlakte van 100 m2; 25.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer dan 3.000 m² mag bedragen; 2. de goot- en bouwhoogte mag niet meer dan respectievelijk 4,5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat de bestaande bouwhoogte mag worden vermeerderd met 0,5 m; 3. het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen dan wel het bestaande aantal; () Wordt: 25.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Sport - Manege’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een manege; b. bedrijfswoningen; en ter plaatse van de aanduiding: c.
"specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning", tevens een tweede bedrijfswoning is toegestaan; met daaraan ondergeschikt: () g. horeca, in de vorm van een kantine behorende bij de manege en rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf, met een maximale oppervlakte van 100 m2; 25.2 Bouwregels a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer dan 3.000 m² mag bedragen; 2. de goot- en bouwhoogte mag niet meer dan respectievelijk 4,5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt, met dien verstande dat de bestaande bouwhoogte mag worden vermeerderd met 0,5 m; 3. het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedragen dan wel het bestaande aantal, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – tweede bedrijfswoning’ niet meer dan 2 bedrijfswoningen zijn toegestaan; ()
ARTIKEL 27 VEKEER - WEGVERKEER Nr. B.34
Artikel 27.2
Wijziging Laten vervallen van een dubbel artikellid
Motivering: Artikel 27.2.1 in het ontwerpbestemmingsplan komt exact overeen met artikel 27.2 onder a.2 van dat ontwerpbestemmingsplan. Het betreft een dubbele regel die niets toevoegt. In het nieuwe plan komt het voorheen genoemde artikel 27.2.1 geheel te vervallen. Was: 27.2 Bouwregels a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1. ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – monument” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.2 van toepassing; 2. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing; () 27.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing; Wordt: 27.2 Bouwregels a. Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: 1. ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – monument” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.2 van toepassing; 2. ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 46.3 van toepassing; () ARTIKEL 28 WATER Nr. B.35
Artikel 28.2 onder c
Wijziging Taalkundig aanpassen van een regel zonder inhoud te wijzigen
Motivering: Deze aanpassing betreft slechts een taalkundige aanpassing. Het is in hedendaagse bestemmingsplannen niet meer gebruikelijk om onder een artikel een afwijking op te nemen zoals dit voorheen wel gebeurde. De tekst in het ontwerpbestemmingsplan komt uit het vigerende bestemmingsplan. Het opnemen van deze uitzondering voor een bestaand recht wordt tegenwoordig opgenomen in de regels zelf en dat wordt hiermee bewerkstelligd. Was: 28.2 Bouwregels ()