CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - STAAT VAN WIJZIGINGEN BGB-I

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Bestimmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I’25.698 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

STAAT VAN WIJZIGINGEN Bestemmingsplan ‘Buitengebied Súdwest-Fryslân I’

Deze staat van wijzigingen bevat de wijzigingen van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen van 30 mei tot en met 10 juli 2023. De wijzigingen hebben betrekking op de regels en de verbeelding. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen aanpassingen naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen en ambtelijke aanpassingen. De toelichting van het bestemmingsplan is in overeenstemming gebracht met de vermelde aanpassingen uit de staat van wijzigingen. Door het toevoegen en vervallen van enkele leden binnen diverse artikelen worden meerdere artikelen en leden vernummerd. Deze vernummering wordt niet expliciet omschreven maar is opgenomen in de integrale nieuwe tekst van het bestemmingsplan als bijlage bij het raadsvoorstel. Hetzelfde geldt voor aanpassingen in de regels doordat er bijvoorbeeld een verkeerde lettergrootte voor een woord aan de orde is danwel een ander lettertype. Dit wordt hersteld maar houdt inhoudelijk geen wijziging in. In onderstaande wijzigingen wordt de nummering na vaststelling van het plan gebruikt of bij vervallen van onderdelen de nummering van het ontwerpbestemmingsplan. Als bijlage bij deze staat van wijzigingen is een was-wordt document opgenomen om deze wijzigingen inzichtelijk te maken.

A. Wijzigingen regels naar aanleiding van een zienswijze In de onderstaande tabel worden de wijzigingen in de regels opgenomen naar aanleiding van een ingediende zienswijze. Deze wijzigingen zijn onderverdeeld in de onderdelen waar een wijziging plaatsvindt (regels of bijlage). De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis: - Nr. = nummer van de wijziging. A.1 betekent de eerste wijziging n.a.v. zienswijze - Zienswijze = nummer dat overeenkomt met het nummer van de zienswijze (reactienota) - Artikel = artikelnummer war de wijziging op ziet - Wijziging = korte omschrijving waar de wijziging op ziet. De A-nummers zien op wijzigingen op basis van een zienswijze en de B-nummers zien op ambtshalve wijzingen. De wijzigingen op de verbeelding staan onder de C-nummers (op basis van ofwel zienswijze ofwel ambtshalve) Omdat de regels voor het Buitengebied Súdwest-Fryslân I (BGB-I) en Buitengebied Súdwest-Fryslân II (BGB-II) gelijk moeten gaan worden (harmonisatie is mede het doel van het laten vaststellen van de bestemmingsplannen), worden wijzigingen in de regels van BGB-II naar aanleiding van een zienswijze ook in deze staat van wijzigingen opgenomen onder de zienswijzen. Deze wijziging moet meegenomen worden om daarmee beide plannen te laten harmoniseren.

In de wijziging staat dan verwoord dat het ziet op een zienswijze (met tussenhaakjes het nummer van die zienswijze) op het andere bestemmingsplan. ARTIKEL 1 BEGRIPPEN Nr. A.1

Zienswijze BGB-II (26)

Artikel 1.51

Wijziging Aanvulling definitie

Motivering: Een perceel in Blauwhuis heeft de bestemming ‘Bedrijf-Loonbedrijf’. Feitelijk zit hier een landbouwmachineverhuurbedrijf. Het is voor de belanghebbende niet duidelijk of deze verhuur van de agrarische loonbedrijfspullen ook is toegestaan. Hij verzoekt om dit duidelijk te maken in de regels. De ruimtelijke impact van een loonbedrijf ofwel een verhuurbedrijf van landbouwmachines zijn vergelijkbaar en een dergelijke verhuur beschouwen wij als passend binnen de bestemming. Om geen onduidelijkheden te krijgen, wordt de definitie om kleine onderdelen aangepast zodat het vaststaat dat dit verhuurbedrijf eronder valt. Daarnaast kan er een taalfout worden hersteld. Het woordje gericht was in de definitie weggevallen. Was: 1.51 loonbedrijf: een bedrijf dat is op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van agrarische werktuigen en apparatuur, met dien verstande dat het leveren van diensten anders dan aan agrarische bedrijven hieronder is begrepen, voor zover dit is aan te merken als een ondergeschikt en niet zelfstandig bestanddeel van de bedrijfsvoering;

Wordt: 1.51 loonbedrijf: een bedrijf dat is gericht op het leveren van diensten en/of materieel aan agrarische bedrijven met behulp van of in de vorm van agrarische werktuigen en apparatuur, met dien verstande dat het leveren van diensten anders dan aan agrarische bedrijven hieronder is begrepen, voor zover dit is aan te merken als een ondergeschikt en niet zelfstandig bestanddeel van de bedrijfsvoering; ARTIKEL 3 AGRARISCH Nr. A.2

Zienswijze BGB-II (7)

Artikel 3.1 onder g

Wijziging Mestzak buiten rechthoek

Motivering: Een mestzak beschouwen wij als een onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering. Dat betekent dat deze mestzak binnen de denkbeeldige rechthoek of het bouwvlak mag worden gerealiseerd. In de regels vanuit de oudere bestemmingsplan was de redactie van deze bepaling van een mestzak overgenomen in het ontwerpplan. Dit ontwerpbestemmingsplan was voor meeredere mensen reen vragen te stellen over de aanduiding mestzak. Bedrijven hadden bijvoorbeeld een mestzak maar kregen geen aanduiding op het perceel voor een mestzak. De gedachte was bij die mensen dat de mestzak alleen legaal aanwezig kan zijn met de aanduiding. Dat is niet wat wordt beoogd met de aanduiding mestzak. Deze aanduiding mestzak is alleen aan de orde als de mestzak buiten de denkbeeldige rechthoek/het bouwvlak is gelegen (en hiervoor een vergunning is verkregen. Om dit duidelijk te maken is de regel aangepast zodat duidelijk wordt dat een mestzak zonder aanduiding is toegestaan binnen de denkbeeldige rechthoek/bouwvlak. Inhoudelijk verandert er niets door deze aanpassing. Was: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () g. mestzak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarischmestzak'; Wordt: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () g.

mestzak, indien buiten de denkbeeldige rechthoek en/of bouwvlak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-mestzak'; Nr. A.3

Zienswijze Ambtshalve

Artikel 3.1 onder k 3.1 onder o

Wijziging Toevoegen boom bij kwekerij + toevoegen aanduiding boomgaard

Motivering: Binnen de agrarische bestemming is een kwekerij op specifieke plaatsen toegestaan (indien er een aanduiding ligt). Nu kan de discussie ontstaan dat er alleen boomkwekerijen zijn toegestaan en binnen de gemeente is er ook een kwekerij met vergunning aanwezig (Aesgewei 21 te Sibrandabuorren) waarbij het de vraag kan zijn of deze bedrijfsvoering voldoet aan de bestemmingsbeschrijving boomkwekerij. Dit aspect kan eenvoudig worden opgelost door het

woordje ‘boom’ tussen haakjes te zetten waardoor een boomkwekerij danwel een kwekerij op gronden met die aanduiding zijn toegestaan. Voor wat betreft de boomgaard geldt dat nabij het perceel Mientwei 6 te Hemelum een boomgaard middels vergunning is gerealiseerd. Deze vergunning moet opgenomen in het bestemmingsplan. Dat is mogelijk door het opnemen van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – boomgaard’. Was: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () k. een kwekerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch boomkwekerij"; N.v.t. Wordt: 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () k. een (boom)kwekerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - boomkwekerij"; () o. een boomgaard, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – boomgaard’; Nr. A.4

Zienswijze meerdere

Artikel 3.1 onder aa

Wijziging Rijbak en de aanduiding

Motivering: De motivering van deze aanvulling is gelijk aan de motivering voor de mestzak (A.2). Een rijbak (paardenbak) is toegestaan binnen de denkbeeldige rechthoek/het bouwvlak ten behoeve van de bedrijfswoning. Hiervoor is geen specifieke aanduiding nodig, wel zijn er bouwvoorschriften opgenomen (ambtshalve wijzigingen) om daarmee bijvoorbeeld te borgen dat er minimale afstanden tot de buren worden aangehouden. Indien een rijbak buiten de denkbeeldige rechthoek/het bouwvlak is gelegen met vergunning, dan wordt hiervoor een aanduiding opgenomen. Met deze aanduiding wordt zichtbaar dat de rijbak buiten de denkbeeldige rechthoek is gelegen, maar wel vergund is. Was: met daaraan ondergeschikt: () aa. een rijbak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'rijbak'; Wordt: met daaraan ondergeschikt: () aa. een rijbak, indien buiten de denkbeeldige rechthoek en/of bouwvlak, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'rijbak';

Nr. A.5

Zienswijze BGB-II (107)

Artikel 3.1 onderaan 3.7.1

Wijziging Toevoegen extra afwegingskader

Motivering: Binnen de agrarische bestemming zijn nevenactiviteiten toegestaan zoals bijvoorbeeld een aan huis verbonden beroep of bêd & brochje. Dit zijn activiteiten die op zich zelf ondergeschikt worden geacht aan de agrarische bestemming, maar die in theorie wel effect op het naastgelegen bedrijf kunnen hebben vanwege de hindercirkels (geur bijvoorbeeld). Dit is in de afgelopen jaren nog niet naar voren gekomen, maar om te voorkomen dat een agrarisch bedrijf op slot wordt gezet door een nevenactiviteit van de buurman, wordt het toetsingskader voor deze nevenactiviteit aangevuld. Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. Een dergelijk afwegingskader is niet ongebruikelijk in bestemmingsplannen en staat er ook wel in. In de praktijk zal deze regel weinig belemmerd zijn voor de nevenactiviteiten is de verwachting, maar het zorgt er wel voor dat uitgesloten kan worden dat een (naastgelegen) agrarisch bedrijf wordt beperkt door een nevenactiviteit. Dat is namelijk ook altijd zo bedoeld. Hetzelfde geldt voor het wijziging van de bestemming naar een andere bestemming. Ook daarvoor geldt dat er geen nadelig effect op naastgelegen bedrijven of percelen aan de orde moet zijn. Daarvoor is de toevoegen van een zinsnede in het bestaande artikel voldoende om dit te kunnen ondervangen. Was: met dien verstande dat: 1.

deze activiteiten uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; 2. de nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan in bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en bedrijfswoningen; 3. ten hoogste 1/3 deel van bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en bedrijfswoningen, tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m² voor de voornoemde nevenactiviteiten mogen worden gebruikt; 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: Wordt: met dien verstande dat: 1. deze activiteiten uitsluitend zijn toegestaan als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf; 2. de nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan in bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en bedrijfswoningen; 3. ten hoogste 1/3 deel van bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, en bedrijfswoningen, tot een oppervlakte van ten hoogste 500 m² voor de voornoemde nevenactiviteiten mogen worden gebruikt; 4. de nevenactiviteiten geen afbreuk mogen doen aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen, mits dit geen afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, in die zin dat:

Nr. A.6

Zienswijze 85

Artikel 3.2 onder c.5

Wijziging Toevoeging regel op basis van ruimtelijke onderbouwing

Motivering: Voor het perceel in Workum geldt dat er een ruimtelijke onderbouwing is geschreven waarin is onderbouwd waarom een bedrijfswoning kan worden gerealiseerd naast de oorspronkelijke bedrijfswoning. Deze oorspronkelijke bedrijfswoning is in het ontwerpbestemmingsplan een plattelandswoning. Er is medewerking toegezegd voor de plannen van het bedrijf op deze locatie. Dat ziet dan op inpandige recreatieappartementen (zijn al mogelijk in het ontwerpbestemmingsplan) en de bedrijfswoning. Op dit perceel is echter ook een plattelandswoning aanwezig waardoor er een strijdigheid met het bestemmingsplan aan de orde is indien er een bedrijfswoning voor dit perceel wordt gebouwd. Dat is voor dit perceel ongewenst gelet op de ruimtelijke onderbouwing. De oplossing is het opnemen van een aanduiding tweede bedrijfswoning. Dat is dan ook gedaan. Hierbij is het wel nodig om de regel ook aan te vullen dat de plattelandswoning dan als 1 woning telt. Zou dat namelijk niet gebeuren dan zouden er twee bedrijfswoningen naast de plattelandswoning kunnen worden gerealiseerd. En dat is niet gewenst. Was: 3.2 Bouwregels c. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen ten behoeve van agrarische bedrijven gelden de volgende regels: () 5. het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan 1 dan wel het bestaande aantal per denkbeeldige rechthoek bedragen, tenzij: a.

de gronden zijn aangeduid met de aanduiding "bedrijfswoning uitgesloten"; of b. een voormalige bedrijfswoning is aangeduid als ‘plattelandswoning; waarvoor geldt dat er geen bedrijfswoning mag worden gebouwd; 6. de oppervlakte van een niet-inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m² bedragen; 7. de goot- en bouwhoogte van niet-inpandige bedrijfswoningen mag niet meer dan respectievelijk 5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte als deze hoger is; 8. de dakhelling van niet-inpandige bedrijfswoningen mag niet minder dan 15° bedragen; 9. de afstand van de voorgevel van een bedrijfswoning tot de as van een weg met de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' mag niet minder dan de bestaande afstand bedragen; Wordt: 3.2 Bouwregels () c. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen ten behoeve van agrarische bedrijven gelden de volgende regels: () 5. het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan 1 dan wel het bestaande aantal per denkbeeldige rechthoek bedragen, tenzij: a. de gronden zijn aangeduid met de aanduiding "bedrijfswoning uitgesloten"; of b. een voormalige bedrijfswoning is aangeduid als ‘plattelandswoning; waarvoor geldt dat er geen bedrijfswoning mag worden gebouwd; c.

in afwijking van hiervoor genoemd mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tweede bedrijfswoning' het totaal aantal bedrijfswoningen 2 bedragen waarbij geldt dat een eventueel aangeduide plattelandswoning binnen de denkbeeldige rechthoek of het bouwvlak voor 1 bedrijfswoning telt;

6. de oppervlakte van een niet-inpandige bedrijfswoning mag niet meer dan 150 m² bedragen; 7. de goot- en bouwhoogte van niet-inpandige bedrijfswoningen mag niet meer dan respectievelijk 5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte als deze hoger is; 8. de dakhelling van niet-inpandige bedrijfswoningen mag niet minder dan 15° bedragen; 9. de afstand van de voorgevel van een bedrijfswoning tot de as van een weg met de bestemming 'Verkeer - Wegverkeer' mag niet minder dan de bestaande afstand bedragen. Nr. A.7

Zienswijze BGB-II (23)

Artikel 3.4.1 onder b

Wijziging Verduidelijking artikel

Motivering: In dit artikel is aangegeven dat afgeweken kan worden van de bouwregels voor het uitbreiden van stalruimte ten behoeve van intensieve veehouderij met ten hoogste 10% onder voorwaarden die in dit artikel zijn genoemd waarbij tevens geldt dat de overige bouwregels van lid 3.2 van overeenkomstige toepassing zijn. Intensieve veehouderijen hebben in onze bestemmingsplannen een bouwvlak (geen denkbeeldige rechthoek). Dit bouwvlak zorgt voor regulering van de grootte van een intensieve veehouderij. Groei is niet zonder meer beoogd. Deze binnenplanse afwijking van de regels is bedoeld om voor dierenwelzijn meer bebouwing toe te staan zonder dat het aantal dieren ook wordt uitgebreid. De bouwvlakken zijn in de meeste gevallen strak rondom de bestaande bebouwing getrokken. Het artikel wordt verduidelijkt om hiermee geen discussie te kunnen krijgen over wat er wel en niet wordt bedoeld. De 10% ziet namelijk op het oppervlakte van het bouwvlak welke buiten het bouwvlak mag worden gerealiseerd (op of direct gelegen nabij de aanduiding). In het bouwvlak kan namelijk sowieso al gebouwd worden op basis van de regels en anders zou de 10%-regel een dode letter zijn. Was: 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () b.

lid 3.2, sub b voor het uitbreiden van de oppervlakte van stalruimte ten behoeve van intensieve veehouderij met ten hoogste 10%, ter plaatse van de aanduiding "intensieve veehouderij" of ten behoeve van een bestaande ondergeschikte tak van intensieve veehouderij, mits: 1. dit noodzakelijk is in verband met de wettelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn; 2. het aantal dieren en/of dierplaatsen niet toeneemt; 3. indien sprake is van een ondergeschikte tak van intensieve veehouderij, deze tak ook ondergeschikt blijft na uitbreiding van de stalruimte; 4. voor het overige de bouwregels van lid 3.2 van overeenkomstige toepassing zijn. Wordt: 3.4 Afwijken van de bouwregels 3.4.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () b. lid 3.2, sub b voor het uitbreiden van de oppervlakte van stalruimte ten behoeve van intensieve veehouderij met ten hoogste 10% van het bouwvlak, ter plaatse van of direct gelegen aan de aanduiding "intensieve veehouderij" of ten behoeve van een bestaande ondergeschikte tak van intensieve veehouderij, mits: 1. dit noodzakelijk is in verband met de wettelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn;

2. het aantal dieren en/of dierplaatsen niet toeneemt; 3. indien sprake is van een ondergeschikte tak van intensieve veehouderij, deze tak ook ondergeschikt blijft na uitbreiding van de stalruimte; 4. voor het overige de bouwregels van lid 3.2 van overeenkomstige toepassing zijn. Nr. A.8

Zienswijze 72

Artikel 3.4.1 onder f

Wijziging Mono-mestvergisting

Motivering: In het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat er onder bepaalde voorwaarden een monomestvergistingsinstallatie kan worden gerealiseerd. Deze bepaling is ook in het Buitengebied Súdwest-Fryslân van 2017 opgenomen. Hierbij is opgenomen dat er uitsluitend sprake mag zijn van eigen mest. Dit in tegenstelling tot de provinciale verordening Romte waarin hoofdzakelijk eigen mest wordt voorgeschreven. De achtergrond van de bepaling is dat agrarische bedrijven worden gefaciliteerd om als onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering ook mest te vergisten. Dat moet dan wel eigen mest zijn. Het is niet de bedoeling dat er een mestvergistingsinstallatie wordt geplaatst waarbij er alleen mest van andere boeren wordt vergist. In de praktijk blijkt dat de regel zoals wij die nu hebben opgenomen met name de wat kleinere agrarische bedrijven teveel beperkt om een mono-mestvergister te kunnen realiseren. Dit kan deels ondervangen worden door aansluiting te zoeken bij de provinciale regels. Door hoofdzakelijk eigen mest voor te schrijven zal de hoofdmoot nog steeds eigen mest moeten zijn. Maar ondergeschikt is mest van andere agrariërs ook toegestaan. Dat maakt het ook voor de wat kleinere agrarische bedrijven eerder mogelijk een mono-mestvergister te kunnen plaatsen, terwijl er wel aan de doelstellingen vanuit het bestemmingsplan wordt voldaan. Was: f.

lid 3.2, sub l, onder 4 voor het bouwen van mono-mestvergistingsinstallaties, met dien verstande dat: 1 de installatie uitsluitend wordt gevuld met mest die afkomstig is van het eigen bedrijf; () Wordt: f. lid 3.2, sub l, onder 4 voor het bouwen van mono-mestvergistingsinstallaties, met dien verstande dat: 1 de installatie hoofdzakelijk wordt gevuld met mest die afkomstig is van het eigen bedrijf; () Nr. A.9

Zienswijze 37

Artikel 3.5.1 onder i

Wijziging Borging van de beplantingsstroken vanuit een omgevingsvergunning

Motivering: In de zienswijze van de provincie wordt aangegeven dat de beplantingstroken moeten blijven bestaan en niet zomaar verwijderd mogen worden. Dit moet ook zien op beplantingstroken die op basis van een landschappelijke inpassing zijn geëist (bijvoorbeeld naar aanleiding van een Nije Pleats sessie). Door aanvulling van het artikellid vallen de vergunde beplantingsstroken hier ook onder. Was: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: ()

i. het gebruik van gronden voor beplantingsstroken, met uitzondering van bestaande beplantingsstroken en beplantingsstroken welke op grond van dit plan dienen te worden gerealiseerd ten behoeve van landschappelijke inpassing; Wordt: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: () i. het gebruik van gronden voor beplantingsstroken, met uitzondering van bestaande beplantingsstroken en beplantingsstroken welke op grond van dit plan – en eerder verleende omgevingsvergunningen - dienen te worden gerealiseerd ten behoeve van landschappelijke inpassing; Nr. A.10

Zienswijze meerdere

Artikel 3.5 onder k 4.5 onder a

Wijziging Toevoegen ruimtelijke ontwikkeling bij gebruik gronden en stikstof

Motivering: Naast de agrarische bouwpercelen, worden de weilanden nabij een boerderij ook agrarisch gebruikt. In de zienswijzen wordt gesteld dat door de begripsbepaling van onze stikstofregel in het ontwerpbestemmingsplan dit gebruik ook mogelijk een toename van stikstofemissie inhoudt en daarmee dat het bestemmingsplan onnodig beperkend is. Met onze bestemmingsplanregel beogen wij niet om (mogelijk) beperkend te kunnen zijn. Gelet hierop wordt voor de duidelijkheid de strijdig gebruiksbepaling van artikelen 3.5 en 4.5 waarin stikstofemissie als strijdig gebruik wordt aangemerkt, aan te passen waarmee het alleen ziet op een ruimtelijke ontwikkeling. Daarmee wordt recht gedaan aan wat er beoogd wordt te regelen en komen wij tegemoet aan de zienswijze. Daarmee doen wij recht aan de agrarische percelen die in de voorgaande bestemmingsplannen ook een agrarische bestemming hadden (en zo werden gebruikt). Was: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: () l. het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden en/of bouwwerken.

4.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden en/of bouwwerken. Wordt: 3.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: () k. het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor een ruimtelijke ontwikkeling, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden en/of bouwwerken. Onder een ruimtelijke ontwikkeling wordt in ieder geval niet verstaan het gebruik van onbebouwde agrarische gronden voor bemesten.

4.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruiken en laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor een ruimtelijke ontwikkeling, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden en/of bouwwerken. Onder een ruimtelijke ontwikkeling wordt in ieder geval niet verstaan het gebruik van onbebouwde agrarische gronden voor bemesten. Nr. A.11

Zienswijze BGB-II (37) 37

Artikel 3.6.1 onder g

Wijziging Aanpassen voorwaarden kleinschalig kampeerterrein

Motivering: In de afwijkingsregels staat de mogelijkheid omschreven voor een kleinschalig kampeerterrein. Onderdeel van de afwijkingsregels is een zogenaamde zoneringsregeling. Deze zoneringsregeling is nog afkomstig uit het Streekplan Fryslân. In de praktijk hebben wij steeds meer te maken met verzoeken kleinschalig kamperen in niet toeristische gebieden. De hiervoor genoemde zoneringsregeling is niet meer van deze tijd en is ook niet meer opgenomen in de thans nog geldende Verordening Romte van de provincie. Het kleinschalig kamperen is alleen mogelijk met een zogenaamde binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Daarbij moet zonder meer worden voldaan aan de nodige toetsingscriteria (artikel 3.6.2) om tot een verantwoorde inpassing te kunnen komen. Het laten bestaan van de zoneringsregeling is niet wenselijk, zeker gezien dat de provincie dit ook heeft losgelaten. Voor wat betreft een maximaal aantal kampeermiddelen heeft de provincie een zienswijze ingediend. In het ontwerp is het aantal van 35 aangehouden (na afstemming met de provincie). Doordat PS van de provincie heeft besloten het aantal kampeermiddelen niet te verhogen, moeten wij het maximum aanpassen aan de huidige Verordening en kunnen wij niet meer vooruitlopen. Dat betekent dat dit aantal moet worden aangepast naar 25.

Was: 3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () g. lid 3.1 en lid 3.5 voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1. per dorps- of stadsgebied binnen de planperiode één is toegestaan; deze beperking geldt niet voor de stads- en dorpsgebieden die in het streekplan zijn aangeduid als 'stedelijk centrum' (Sneek), 'regionaal centrum ' (Makkum en Workum) en de recreatiekernen (Hindeloopen, Koudum en Stavoren); 2. (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein op of in aansluiting bij het erf wordt gerealiseerd; 3. (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd; 4. de omgevingsvergunning niet wordt verleend voor zover de gronden grenzen aan de bebouwde kom of gelegen zijn binnen een afstand van 50 m tot een woon- of een bedrijfsperceel van derden; 5. de omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 6.

rond (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein wordt voorzien in een algehele of gedeeltelijke afschermende beplantingsstrook, waarbij een beplantingsstrook met een breedte van 5 m in ieder geval als afschermend wordt aangemerkt; 7. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen ten hoogste 35 mag bedragen;

8. er geen stacaravans mogen worden gebouwd/ geplaatst; 9. in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn; 10. de oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van beheervoorzieningen en sanitaire voorzieningen ten hoogste 200 m² per kleinschalig kampeerterrein mag bedragen; 11. voor het bouwen van gebouwen de regels uit lid 3.2 overeenkomstig van toepassing zijn. Wordt: 3.6 Afwijken van de gebruiksregels 3.6.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: () g. lid 3.1 en lid 3.5 voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een nieuw kleinschalig kampeerterrein dan wel de uitbreiding van een bestaand kleinschalig kampeerterrein met dien verstande dat: 1. (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein op of in aansluiting bij het erf wordt gerealiseerd; 2. een nieuw kleinschalig kampeerterrein op ten minste 500 m van een bestaand kleinschalig kampeerterrein dient te worden gesitueerd; 3. de omgevingsvergunning niet wordt verleend voor zover de gronden grenzen aan de bebouwde kom of gelegen zijn binnen een afstand van 50 m tot een woon- of een bedrijfsperceel van derden; 4. de omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 5.

rond (de uitbreiding van) een kleinschalig kampeerterrein wordt voorzien in een algehele of gedeeltelijke afschermende beplantingsstrook, waarbij een beplantingsstrook met een breedte van 5 m in ieder geval als afschermend wordt aangemerkt; 6. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen ten hoogste 25 mag bedragen; 7. er geen stacaravans mogen worden gebouwd/ geplaatst; 8. in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn; 9. de oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van beheervoorzieningen en sanitaire voorzieningen ten hoogste 200 m² per kleinschalig kampeerterrein mag bedragen; 10. voor het bouwen van gebouwen de regels uit lid 3.2 overeenkomstig van toepassing zijn. Nr. A.12

Zienswijze 37

Artikel 3.6.2 3.7.1 onder f 3.7.1 onder g 3.7.1 onder l 3.8 onder c

Wijziging Afwegingskader Weidevogelkansgebied

Motivering: In de zienswijze van de provincie komt naar voren dat wij in ons bestemmingsplan een extra afwegingskader moeten gaan opnemen in bepaalde gevallen. Dat zijn de gevallen waarin er mogelijk een inbreuk op het provinciale weidevogelkansgebied aan de orde kan zijn. Door het opnemen van dit afwegingskader ontstaat er een verplichting om te toetsen of er afbreuk aan de provinciaal beschermde gebied plaatsvindt. Dit moet in het bestemmingsplan worden opgenomen om te kunnen voldoen aan de provinciale verordening. De wijzigingen zien op de volgende artikelen.

Was: 3.6.2 Toetsingscriteria De in lid 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend: 1. mits geen afbreuk wordt gedaan aan: - de hoofdbestemming (indien er meerdere aspecten uit 3.6.1 op het perceel aanwezig zullen zijn); - de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; - de milieusituatie; - het straat- en bebouwingsbeeld; - de verkeersveiligheid; - de watersituatie; - de (openlucht) recreatiemogelijkheden; - het landschappelijk beeld, - de ecologische waarden, en; 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat: () f. de bestemming wordt gewijzigd ten behoeve van het gebruik van gronden als waterretentiegebied, met dien verstande dat: 1. vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ecologisch onderzoek in de vorm van een Natuurtoets dient te zijn uitgevoerd; 2. vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is nagegaan of er sprake is van een archeologische verwachtingswaarde en, voor zover deze aanwezig, een archeologisch onderzoek dient te zijn uitgevoerd; 3. de wijziging uitsluitend kan plaatsvinden op basis van vrijwillige medewerking van de betreffende grondeigenaar. g.

de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming Artikel 29 Wonen of Artikel 30 Wonen Woonboerderij ten behoeve van vergroting van het rond een woning gelegen erf met ten hoogste 50% van het bestaande erf, met dien verstande dat: 1. na wijziging de gezamenlijke oppervlakte van het erf nooit meer dan 1.500 m² mag bedragen; 2. de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 3. voor het overige de regels uit Artikel 29 Wonen of Artikel 30 Wonen - Woonboerderij van overeenkomstige toepassing zijn. () l. de bestemming ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Wetgevingszone - Wijzigingsgebied 3' wordt gewijzigd in de bestemming 'Bedrijf' in combinatie met de aanduiding 'parkeerterrein voor vrachtwagens' voor parkeervoorzieningen voor vrachtwagens met dien verstande dat: 1. de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 2. alvorens de wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast, de initiatiefnemer een beplantingsplan overlegt aan burgemeester en wethouders, waarin wordt voorzien in afscherming van het bedrijfsgedeelte door toepassing van een algehele of gedeeltelijke afschermende beplantingsstrook; 3. er geen bebouwing is toegestaan; 4. het parkeerterrein ten behoeve van een transportbedrijf is; 5. er geen bedrijfsactiviteiten anders dan parkeren mogen plaatsvinden; 6.

er geen buitenopslag is toegestaan; 3.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden () c. De in sub a bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

1. het landschappelijk beeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de verkeersveiligheid; 4. de ecologische waarden; 5. cultuurhistorische waarden; 6. het weidevogelkansgebied, indien de locatie binnen 300 m van een als zodanig door de provincie Fryslân aangewezen weidevogelkansgebied. Wordt: 3.6.2 Toetsingscriteria De in lid 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend: 1. mits geen afbreuk wordt gedaan aan: - de hoofdbestemming (indien er meerdere aspecten uit 3.6.1 op het perceel aanwezig zullen zijn); - de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; - de milieusituatie; - het straat- en bebouwingsbeeld; - de verkeersveiligheid; - de watersituatie; - de (openlucht) recreatiemogelijkheden; - het landschappelijk beeld, - de ecologische waarden, - een weidevogelkansgebied zoals omschreven in de provinciale Verordening in het geval het ziet op een (nieuwe) niet-agrarische ontwikkeling, en; 3.7 Wijzigingsbevoegdheid 3.7.1 Wijziging Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen, mits dit geen afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, in die zin dat: f. de bestemming wordt gewijzigd ten behoeve van het gebruik van gronden als waterretentiegebied, met dien verstande dat: 1. vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ecologisch onderzoek in de vorm van een Natuurtoets dient te zijn uitgevoerd; 2.

vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is nagegaan of er sprake is van een archeologische verwachtingswaarde en, voor zover deze aanwezig, een archeologisch onderzoek dient te zijn uitgevoerd; 3. vóór toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is onderzocht of er geen ongerechtvaardigde inbreuk wordt gepleegd op een nabijgelegen weidevogelkansgebied; 4. de wijziging uitsluitend kan plaatsvinden op basis van vrijwillige medewerking van de betreffende grondeigenaar. g. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming Artikel 29 Wonen of Artikel 30 Wonen Woonboerderij ten behoeve van vergroting van het rond een woning gelegen erf met ten hoogste 50% van het bestaande erf, met dien verstande dat: 1. na wijziging de gezamenlijke oppervlakte van het erf nooit meer dan 1.500 m² mag bedragen; 2. de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 3. de wijziging geen (extra) verstoring van een weidevogelkansgebied inhoudt; 4. voor het overige de regels uit Artikel 29 Wonen of Artikel 30 Wonen - Woonboerderij van overeenkomstige toepassing zijn. () l. de bestemming ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Wetgevingszone - Wijzigingsgebied 3' wordt gewijzigd in de bestemming 'Bedrijf' in combinatie met de aanduiding 'parkeerterrein voor vrachtwagens' voor parkeervoorzieningen voor vrachtwagens met dien verstande dat:

1. de wijziging slechts wordt toegepast indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; 2. alvorens de wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast, de initiatiefnemer een beplantingsplan overlegt aan burgemeester en wethouders, waarin wordt voorzien in afscherming van het bedrijfsgedeelte door toepassing van een algehele of gedeeltelijke afschermende beplantingsstrook; 3. er geen bebouwing is toegestaan; 4. het parkeerterrein ten behoeve van een transportbedrijf is; 5. er geen bedrijfsactiviteiten anders dan parkeren mogen plaatsvinden; 6. er geen buitenopslag is toegestaan; 7. er voldaan moet worden aan de regels van een eventueel nabijgelegen weidevogelkansgebied. 3.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden () c. De in sub a bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het landschappelijk beeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 3. de verkeersveiligheid; 4. de ecologische waarden; 5. cultuurhistorische waarden; 6. het weidevogelkansgebied, indien de locatie is gelegen binnen 300 m van een als zodanig door de provincie Fryslân aangewezen weidevogelkansgebied. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van een onevenredige aantasting van een weidevogelkansgebied dient er overleg met de provincie te zijn geweest. Nr. A.13

Zienswijze 37

Artikel 3.8 onder a

Wijziging Toevoegen vergunningplicht voor kappen

Motivering: In haar zienswijze vraagt de provincie om conform het provinciale beleid een vergunningstelsel voor kappen van bomen op te nemen om daarmee de landschappelijke inpassing van gebouwen en percelen te kunnen waarborgen. Was: 3.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden of verharden van paden/wegen en het aanbrengen van oppervlakteverharding; 2. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen. Wordt: 3.8 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen, verbreden of verharden van paden/wegen en het aanbrengen van oppervlakteverharding; 2. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen; 3. het kappen van bomen (waaronder begrepen erfbeplanting).

ARTIKEL 7 BEDRIJF - LOONBEDRIJF Nr. A.14

Zienswijze 8

Artikel 7.1

Wijziging Toevoegen functieaanduiding aannemersbedrijf in weg- en waterbouw

Motivering: Op grond van het vigerende bestemmingsplan heeft het perceel Bovenburen 4 te Koudum de enkelbestemming ‘Bedrijf - Loonbedrijf’. In het ontwerpbestemmingsplan is het bestaande en vergunde baggerdepot op de verbeelding aangeduid met de functieaanduiding ‘baggerspeciedepot’. Hiermee wordt echter nog geen recht gedaan aan alle verleende vergunningen voor het bedrijf. Door de afname van de bedrijfsactiviteiten van het (agrarisch) loonbedrijf zijn de werkzaamheden ten behoeve van aannemersbedrijf in de weg- en waterbouw uitgebreid. Hiervoor is ook een vergunning verleend en zijn later (milieu)meldingen ingediend en geaccepteerd. Deze functieaanduiding is echter niet op de verbeelding aangeduid. Deze omissie wordt met dit bestemmingsplan hersteld. Was: N.v.t. Wordt: 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf- Loonbedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: () m. een aannemersbedrijf in weg- en waterbouw’, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ”aannemersbedrijf in weg- en waterbouw”, met dien verstande dat voor het perceel Bovenburen 4 te Koudum geldt dat hieronder wordt verstaan de activiteiten waarvoor ten tijde van de vaststelling van dit plan een vergunning is verleend danwel melding is geaccepteerd. ARTIKEL 10 BOS Nr. A.15

Zienswijze 37

Artikel 10.4 onder c

Wijziging Toevoegen aanvullende voorwaarde voor vergunningverlening

Motivering: In haar zienswijze vraagt de provincie om conform het provinciale beleid een extra afweging te maken voor gronden die binnen de Bos- en natuurbestemming vallen. Hiervoor geldt dat er sprake moet zijn van een ontwikkeling van openbaar belang voordat er werkzaamheden verricht mogen worden. Was: 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden () c. Het bevoegd gezag verleent de vergunning voor de in sub a genoemde werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, slechts indien de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad.

Wordt: 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden () c. Het bevoegd gezag verleent de vergunning voor de in sub a genoemde werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, slechts indien de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Indien de gronden waarop de vergunning ziet onderdeel uitmaken van de NNN (Natuur Netwerk Nederland) of ‘Natuur buiten de NNN’ conform de provinciale Verordening, er aanvullend sprake dient te zijn van een ontwikkeling van openbaar belang. ARTIKEL 12 DETAILHANDEL Nr. A.16

Zienswijze 37

Artikel 12.1

Wijziging Verwijderen van functieaanduiding

Motivering: Op het perceel Rijpenderlaan 7 te Witmarsum ligt in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming Detailhandel met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – tapijtboerderij’. De tapijtboerderij is inmiddels verplaatst naar het bedrijventerrein in Bolsward. De bestemming wordt gewijzigd naar een wonen-woonboerderij bestemming en de betreffende functieaanduiding zal uit de bestemming Detailhandel worden gehaald (omdat deze uitsluitend voor dit bedrijf was opgenomen). Was: 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het uitoefenen van detailhandel; b. een tapijtboerderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - tapijtboerderij"; c. een tuincentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "tuincentrum"; d. een antiekboerderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - antiekboerderij"; e. bedrijfswoningen; met daaraan ondergeschikt: f. aan-huis-verbonden beroepen; g. bêd & brochje, mits het aantal daarvoor beschikbare kamers beperkt blijft tot 2 per bedrijfswoning, met een maximum van 5 slaapplaatsen h. water; i. groenvoorzieningen; j. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 51.1; Wordt: 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

het uitoefenen van detailhandel; b. een tuincentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "tuincentrum"; c. een antiekboerderij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - antiekboerderij"; d. bedrijfswoningen; met daaraan ondergeschikt: e. aan-huis-verbonden beroepen;

f. bêd & brochje, mits het aantal daarvoor beschikbare kamers beperkt blijft tot 2 per bedrijfswoning, met een maximum van 5 slaapplaatsen g. water; h. groenvoorzieningen; i. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 51.1. ARTIKEL 17 NATUUR Nr. A.17

Zienswijze 37

Artikel 17.1 onder g 17.5 onder c

Wijziging Verduidelijking gebruiksregel informatiecentrum + toevoegen aanvullende voorwaarde voor vergunningverlening

Motivering: In de zienswijze komt naar voren dat het informatiecentrum alleen voor extensief dagrecreatief- en educatief gebruik kan wordt gebruikt. Dat vloeit wel voort uit de bestemming, maar in de zienswijze wordt gevraagd dit duidelijker te borgen. In haar zienswijze vraagt de provincie om conform het provinciale beleid een extra afweging te maken voor gronden die binnen de Bos- en natuurbestemming vallen. Hiervoor geldt dat er sprake moet zijn van een ontwikkeling van openbaar belang voordat er werkzaamheden verricht mogen worden. Was: 17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: () g. informatiecentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - informatiecentrum'; 17.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden () c. De omgevingsvergunning als bedoeld in sub a kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden. Wordt: 17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: () g.

informatiecentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - informatiecentrum', waarbij uitsluitend extensief dagrecreatief – en educatief gebruik is toegestaan; 17.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden () c. De omgevingsvergunning als bedoeld in sub a kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden. Indien de gronden waarop de vergunning ziet onderdeel uitmaken van de NNN (Natuur Netwerk Nederland) of ‘Natuur buiten de NNN’ conform de

provinciale Verordening, er aanvullend sprake dient te zijn van een ontwikkeling van openbaar belang. ARTIKEL 30 WONEN - WOONBOERDERIJ Nr. A.18

Zienswijze 11

Artikel 30.4

Wijziging Aanvulling regel op basis van bestaand recht

Motivering: Op het perceel in Nijhuizum is al langere tijd sprake van recreatief gebruik van de woning. Het perceel heeft een ‘Wonen – Woonboerderij’ bestemming en hierbinnen is recreatief gebruik niet toegestaan. In het kader van procedures is het uiteindelijke resultaat geworden dat het recreatieve gebruik dat al langere tijd plaatsvindt, door de huidige eigenaresse mag worden voortgezet. Als zij de woning verkoopt of verlaat, dan zal het pand weer als woning gebruikt dienen te worden. Dit is ook als zodanig aan de eigenaresse medegedeeld door het college van B&W. Door het toevoegen van deze regels in het artikel wordt er recht gedaan aan de plaatselijke situatie op dit perceel zonder dat er rechten voor andere mensen aan ontleend kunnen worden. Door het opnemen van deze regel wordt er tegemoet gekomen aan de zienswijze. Was: 30.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel en overige bedrijfsactiviteiten anders dan een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf of nevenactiviteit, al dan niet in combinatie met de daarvoor benodigde opslagruimte; c.

het gebruik van een woonhuis en/of bijbehorende bouwwerken voor recreatieve bewoning; Wordt: 30.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel en overige bedrijfsactiviteiten anders dan een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf of nevenactiviteit, al dan niet in combinatie met de daarvoor benodigde opslagruimte; c. het gebruik van een woonhuis en/of bijbehorende bouwwerken voor recreatieve bewoning, met uitzondering van de eigenaresse van het perceel Nummer 12 te Nijhuizum die op het moment van ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan eigenaresse van dit perceel was en waarvoor een persoonsgebonden overgangsrecht geldt voor het recreatieve gebruik van de woning. Nr. A.19

Zienswijze 120 (BGBII)

Artikel 30.5.1

Wijziging Opnemen afwijkingsmogelijkheid

Motivering: In de bestemming “Agrarisch” is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – kleinschalig kampeerterrein’. Deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is niet opgenomen binnen de bestemming “WonenWoonboerderij” terwijl binnen deze bestemming ook kleinschalige kampeerterreinen aanwezig zijn.

In die zal de regeling die opgenomen is binnen de bestemming “Agrarisch” ook gefaciliteerd moeten worden binnen de bestemming “Wonen-Woonboerderij” Het betreft hier een in het bestemmingsplan opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Deze kan niet ‘bij recht’ worden gefaciliteerd en kan dus niet in het bestemmingsplan worden meegenomen. Daarvoor zal een omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd. Was: N.v.t. Wordt: 30.5.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: () i. lid 30.1 en lid 30.5 al dan niet in combinatie met de omgevingsvergunning als bedoeld in sub c, voor het gebruik van gronden voor de realisatie van een haventje met ligplaatsen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie kleinschalig kampeerterrein', met dien verstande dat: 1 het aantal ligplaatsen nooit meer dan het aantal kampeermiddelen mag bedragen; 2 de ligplaatsen worden gerealiseerd binnen een haventje, met het oog op het intact laten van de natuurlijke oevers.

Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, de oever doorsneden door de haveningang; 3 de ligplaatsen niet mogen worden gebruikt in de periode van 1 november tot en met 14 maart van elk kalenderjaar; 4 alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de initiatiefnemer overleg zijn gepleegd met de waterbeherende instantie. ARTIKEL 32 LEIDING – ONDERGRONDSE HOOGSPANNINGSVERBINDING Nr. A.20

Zienswijze BGB-II (33)

Artikel 32 33

Wijziging Wijziging naam en bestemmingsbeschrijving

Motivering: Tennet heeft in haar zienswijze gevraagd om een aanpassing van de naam van de bestemming om hiermee het onderscheid zichtbaar te maken tussen ondergrondse en bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Ook op kleine onderdelen een aanvulling op bestemmingsbeschrijving (toevoegen van masten bijvoorbeeld). Daarmee wordt het artikel aangevuld naar de feitelijke situatie. Was: Artikel 32 Leiding - Hoogspanning 32.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanning‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het beheer en instandhouding van een hoogspanningsleiding; () Artikel 33 Leiding - Hoogspanningsverbinding 33.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

a. de aanleg, het beheer en het onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding; b. de aanleg, het beheer en het onderhoud van een ondergrondse hoogspanningsverbinding, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van leiding hoogspanningsverbinding"; met de daarbij behorende: c. belemmeringenstrook; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Wordt: Artikel 32 Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding 32.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het beheer en instandhouding van een ondergrondse hoogspanningsleiding; () Artikel 33 Leiding – Bovengrondse hoogspanningsverbinding 33.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding‘ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. de aanleg, het beheer en het onderhoud van een bovengrondse hoogspanningsverbinding; b. de aanleg, het beheer en het onderhoud van een ondergrondse hoogspanningsverbinding, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van leiding hoogspanningsverbinding"; met de daarbij behorende: c. belemmeringenstrook; d. Masten en (veiligheids)voorzieningen; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. ARTIKEL 48 ALGEMENE AANDUIDINGSREGELS Nr. A.21

Zienswijze BGB-II (109)

Artikel 48.8.3

Wijziging Aanvulling regel om aan provinciale verordening te voldoen

Motivering: De provincie heeft in haar zienswijze gewezen op de verplichting dat in de vrijwaringszoen – dijk een uitbreiding van de bestaande bouwwerken niet meer dan 10% van het bestaande oppervlakte mag bedragen. Met deze aanpassing wordt het artikel hierop aangepast. Was: 48.8 Vrijwaringszone - dijk () 48.8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd, na voorafgaand advies van de beheerder van de waterkering, met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 48.8.2 , in die zin dat binnen de vrijwaringszone op een afstand van 75 m tot 100 m vanaf de primaire waterkering gebouwen en

bouwwerken voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mogen worden gebouwd, mits is aangetoond dat de stabiliteit van de primaire waterkering niet nadelig wordt beïnvloed. Wordt: 48.8 Vrijwaringszone - dijk () 48.8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd, na voorafgaand advies van de beheerder van de waterkering, met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 48.8.2 , in die zin dat binnen de vrijwaringszone op een afstand van 75 m tot 100 m vanaf de primaire waterkering gebouwen en bouwwerken voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mogen worden gebouwd, mits is aangetoond dat de stabiliteit van de primaire waterkering niet nadelig wordt beïnvloed en deze uitbreiding niet groter mag zijn dan 10% van het bestaand bebouwd oppervlak. BIJLAGE 2 LIJST VAN AAN HUIS VERBONDEN BEROEPEN EN BEDRIJVEN Nr. A.22

Zienswijze BGB-II (34)

Artikel Bijlage 2 van de regels

Wijziging Aanvullen van voorbeeld (para)medische beroepen

Motivering: Naar aanleiding van een zienswijze wordt de opsomming van (para)medische beroepen uitgebreid met een (paarden)coach. De reden om een zienswijze in te dienen is gelegen in het feit dat de indiener van de zienswijze dit nu als een beroep/bedrijf aan huis uitoefent maar het niet terugziet in bijlage 2. Hiermee is het mogelijk niet toegestaan denkt de indiener van de zienswijze. Dit terwijl een dergelijke activiteit hier wel past in onze ogen. De opsomming in de bijlage is niet limitatief bedoeld en zijn voorbeelden. Het opnemen van (paarden)coach in deze bijlage zorgt ervoor dat het ondubbelzinnig duidelijk is dat het is toegestaan en hiermee wordt ook tegemoet gekomen aan de zienswijze Was: Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: individuele praktijk voor huisarts, medisch specialist, apotheker, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, verloskundige, enz. individuele praktijk dierenarts Wordt: Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder: individuele praktijk voor huisarts, medisch specialist, apotheker, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, verloskundige, (paarden)coach, individuele praktijk dierenarts, enz.

BIJLAGE 7 ONHERROEPELIJKE WNB-VERGUNNINGEN Nr. A.23

Zienswijze 16-2 23

Artikel Bijlage 7

Wijziging Toevoegen van een Wnb-vergunning en een omgevingsvergunning met vvgb

Motivering: Als bijlage bij de zienswijze is de verleende omgevingvergunning inclusief een vvgb van de provincie opgestuurd waaruit blijkt dat deze vergunning niet op basis van de PAS-wetgeving passend is beoordeeld. Daarmee kan deze verleende omgevingsvergunning opgenomen worden in bijlage 7. In twee gevallen is hiervoor een zienswijze ingediend (voor twee percelen). Voor beide percelen geldt dat de verleende vergunning zal worden opgenomen in bijlage 7. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de zienswijzen. Was: N.v.t. Wordt: Plaats

Adres

Postcode

Gaast It Heidenskip

Boerestreek 41 Heidenskipsterdyk 48

8757 JR 8724 HX

Datum vergunning 03-09-2020 18-11-2014

Kenmerk vergunning UV20190917 UV20140350

B. Ambtshalve wijziging In het onderstaand overzicht worden de ambtshalve wijzigingen in de regels opgenomen. Voor de ambtshalve wijziging van de verbeelding wordt verwezen naar de C-nummers hieronder. De kolommen van de tabel hebben de volgende betekenis: - Nr. = nummer van de wijziging. B.1 betekent de eerste ambtshalve wijziging - Artikel = artikel waar de wijziging op ziet - Wijziging = wat voor wijziging betreft het INHOUDSOPGAVE Nr. B.1

Artikel Inhoudsopgave

Wijziging Opsomming bijlagen bij de regels

Motivering: Door andere benaming van bijlagen en toevoeging van een bijlage is de opsomming hierop aangepast. Aanpassingen zien op erfgoed. Was: Bijlage 1: Verkavelingstekeningen met waardering Bijlage 2: Lijst van aan huis verbonden beroepen en bedrijven Bijlage 3: Lijst met aantal kampeermiddelen, kampeergebouwen en trekkershutten Bijlage 4: Beplantingsplan Koaidyk 11 It Heidenskip Bijlage 5: Staat van Bedrijven Bijlage 6: Karakteristieke bouwwerken en monumenten Bijlage 7: Onherroepelijke Wnb-vergunningen Bijlage 8: Historisch-geografische inventarisatie en waardering Bijlage 9: Adviesboek de Nije pleats in Fryslan Bijlage 10: Historische wegen en paden Bijlage 11: Toetsingskader kleine windmolens

Wordt: Bijlage 1: Historische verkaveling structuren Bijlage 2: Lijst van aan huis verbonden beroepen en bedrijven Bijlage 3: Lijst met aantal kampeermiddelen, kampeergebouwen en trekkershutten Bijlage 4: Beplantingsplan Koaidyk 11 It Heidenskip Bijlage 5: Staat van Bedrijven Bijlage 6: Karakteristieke bouwwerken en monumenten Bijlage 7: Onherroepelijke Wnb-vergunningen Bijlage 8: Historisch-geografische inventarisatie en waardering Bijlage 9: Adviesboek de Nije pleats in Fryslân Bijlage 10: Historische wegen en paden Bijlage 11: Toetsingskader kleine windmolens Bijlage 12: Kruinige percelen gemeente Súdwest-Fryslân

ARTIKEL 1 BEGRIPPEN Nr. B.2

Artikel 1.1 plan

Wijziging Identificatienummer van het bestemmingsplan

Motivering: Het identificatienummer van het bestemmingsplan verandert in die zin dat aan het einde de letters ‘ontw’ veranderen in ‘vast’. Ontw staat namelijk voor ontwerp en vast voor het definitieve plan. Was: 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân I' met identificatienummer NL.IMRO.1900.2023BPBGBSWFI-ontw van de gemeente Súdwest-Fryslân; Wordt: 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied Súdwest-Fryslân I' met identificatienummer NL.IMRO.1900.2023BPBGBSWFI-vast van de gemeente Súdwest-Fryslân; Nr. B.3

Artikel 1.49 landbodem

Wijziging Toevoegen van een begripsbepaling

Motivering: Op basis van advies erfgoed, de reden is dat er onderscheid wordt gemaakt tussen land- en waterbodem in de artikelen. Door het gebruikmaken van deze begrippen is het opnemen van een begripsbepaling gewenst. Was: n.v.t. Wordt: 1.49 Landbodem: term gebruikt in de archeologische dubbelbestemmingen; deel van de bodem dat zich boven het wateroppervlak bevindt. Bij de archeologische toetsing vallen hier ook oppervlaktewaterlichamen als met inbegrip van grachten, sloten en kanalen onder, zie ook hieronder onder waterbodem en met uitzondering van oppervlaktewaterlichamen in de vorm van meren en de Waddenzee; Nr. B.4

Artikel 1.62 overkapping

Wijziging Toevoegen van het begrip overkapping

Motivering: In eerdere bestemmingsplannen werd er gewerkt met overkappingen en bijgebouwen. In het nieuwe bestemmingsplan wordt de nieuwe wetgeving gevolgd en worden dit bijbehorende bouwwerken genoemd. Dit levert echter in de praktijk onduidelijke en soms onbedoelde en onwenselijke situaties (en bouwmogelijkheden) op voor overkappingen zonder een wand. De overkapping wordt dus weer opgenomen in de artikelen om dit te voorkomen, waardoor het opnemen van de begripsbepaling wenselijk is. Was: N.v.t. Wordt:

1.62 overkapping: een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet, óf met ten hoogste twee wanden is omsloten; Nr. B.5

Artikel 1.64 permanente bewoning

Wijziging Opnemen van het begrip

Motivering: Naar aanleiding van het (beoogde) bestemmingsplan Hindeloopen is de definitie van permanente bewoning in het handboek RO (basis voor de regels van bestemmingsplannen in de gemeente) aangepast en aangescherpt. Deze vernieuwde definitie wordt ook in het buitengebied opgenomen om daarmee gemeentebreed dezelfde begrippen te hebben. Was: N.v.t. Wordt: 1.64 permanente bewoning: het gebruiken van een woning of recreatiewoning als hoofdverblijf, zijn de vaste woon- en verblijfplaats, waarbij de woning voor de bewoners het reële hoofdverblijf vormt en derhalve niet een adres is waar men tijdelijk en/of recreatief verblijft; Nr. B.6

Artikel 1.75 toename van stikstofemissie

Wijziging Wijziging van de naam van het begrip

Motivering: In het bestemmingsplan wordt er over stikstofemissie en stikstofdepositie gesproken. In de bepalingen van het bestemmingsplan is het nodig een begripsbepaling voor de toename van stikstofemissie op te nemen. In het ontwerp stond hier abusievelijk stikstofdepositie en dat komt niet overeen met de artikelen in het bestemmingsplan. Inhoudelijk verandert hierdoor niets. Was: 1.75 toename van stikstofdepositie: () Wordt: 1.75 toename van stikstofemissie: () Nr. B.7

Artikel 1.80 waterbodem

Wijziging Toevoegen van een begripsbepaling

Motivering: Op basis van advies erfgoed, de reden is dat er onderscheid wordt gemaakt tussen land- en waterbodem in de artikelen. Door het gebruikmaken van deze begrippen is het opnemen van een begripsbepaling gewenst. Was: N.v.t. Wordt: 1.80 waterbodem:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13085742/2