Bijlage 4. Geconsolideerde versie van de regels na verwerking van de Staat van wijzigingen
Tekst van het document
de persoon die bij een woning een aan huis verbonden beroep of bedrijf exploiteert ook de bewoner is van de desbetreffende woning (er is een functionele en persoonlijke binding tussen de bewoner van de woning en de exploitatie van het beroep of bedrijf aan huis). k. het niet is toegestaan om personeel in dienst te hebben voor het aan huis verbonden beroep of bedrijf; l. bij op fysieke dienstverlening gerichte bedrijven of beroepen aan huis (kappers, schoonheidssalons e.d., niet meer dan één plaats (of stoel) mag worden geëxploiteerd. Dit betekent dat een dienst niet aan meer dan één klant tegelijk mag worden aangeboden en uitgevoerd; m. alleen ondergeschikte detailhandel is toegestaan, eventueel in de vorm van een webwinkel, die direct voortvloeit uit, gerelateerd is aan en noodzakelijk is voor de dienst en/of het bedrijfs- of beroepsmatig gebruik.
54
bestemmingsplan Bolsward
22.4.2 Bêd en brochje Bêd en brochje wordt toegestaan binnen de bestemming, met dien verstande dat n. ten hoogste 2 slaapkamers en maximaal 5 personen zijn toegestaan; o. de bêd en brochje uitsluitend is toegestaan in het hoofdgebouw en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; p. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet worden gebruikt of ingericht ten behoeve van een bêd en brochje; q. de oppervlakte van bêd en brochje maximaal 300Zo van de begane grond vloeroppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; r. de omvang van de reclame-uitingen mag maximaal 0,5 m2 bedragen; s. voor de uitoefening van de bêd en brochje wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1. 22.4.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van woonhuizen en bijbehorende bouwwerken voor recreatieve bewoning; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan in producten gerelateerd aan en noodzakelijk voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor horeca;
55
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 23 23.1
Wonen - Woongebouw
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen - Woongebouw aangewezen gronden zijn bestemd voor: e. het wonen in een woongebouw, al dan niet in combinatie met ruimte voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; 2. mantelzorg; 3. bêd en brochje; met de daarbij behorende: f. erven en terreinen; g. groenvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1; met daaraan ondergeschikt: i. nutsvoorzieningen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 23.2 Bouwregels 23.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1. b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2. c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument; d. aanvullend op lid b.
geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 23.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal woningen bedraagt per woongebouw ten hoogste het bestaande aantal, dan wel het ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal; c. ter plaatse van de aanduiding ‘plat dak’ mag alleen een plat dak worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ mogen tot de bestaande hoogte van de onderdoorgang geen gebouwen worden gebouwd; e. in afwijking van het bepaalde in lid a en c zijn bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woongebouw tot een afstand van 3 meter achter de naar de weg gekeerde gevel, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 50 m2 per bouwvlak, een goothoogte van ten hoogste 3,00 meter en een bouwhoogte van ten hoogste 5,00 meter toegestaan, tenzij de bestaande oppervlakte, goot- of bouwhoogte afwijkt; in dat geval zijn de bestaande maten toegestaan; f. ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m)” mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; g.
ter plaatse van de aanduiding “maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (“/o)” mag de bouwhoogte en het maximale bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; h. ter plaatse van de aanduiding “maximum goothoogte, maximum bouwhoogte (m)” mag de gooten bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; i. ter plaatse van de aanduiding “maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte, maximum bebouwingspercentage (“/o)” mag de goot- en bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;
56
bestemmingsplan Bolsward 23.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 meter bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 meter; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 meter. 23.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de goede woonsituatie; b. de sociale veiligheid; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 23.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 23.2 en toestaan dat bijbehorende bouwwerken en overkappingen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen ten hoogste 150 m2 per bouwvlak bedraagt; b. de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk of overkapping ten hoogste 3,00 en 5,00 meter bedragen; c.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 23.5 Specifieke gebruiksregels 23.5.1 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten worden toegestaan binnen de bestemming, met dien verstande dat: a. het beroep of bedrijf voorkomt op de lijst met toelaatbare beroepen en bedrijven in Bijlage 1; b. het vloeroppervlak van de ruimten voor de uitoefening van aan huis gebonden beroepen niet meer mag bedragen dan 3007o van de begane grond vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; c. een aan huis verbonden beroep of bedrijf uitsluitend is toegestaan in de woning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; d. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt of ingericht voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; e. alleen het beroeps- of bedrijfsmatig gebruik dat niet vergunningsplichtig of meldingsplichtig is ingevolge de Wet Milieubeheer of het Activiteitenbesluit is toegestaan; f. voor de uitoefening van de aan huis gebonden beroepen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 g. geen sprake is van een onevenredige verkeers- en/of publieksaantrekkende werking. h.
de omvang van de reclame-uitingen maximaal 0,50 m2 bedragen. i. geen buitenopslag van goederen plaatsvindt. j. de persoon die bij een woning een aan huis verbonden beroep of bedrijf exploiteert ook de bewoner is van de desbetreffende woning (er is een functionele en persoonlijke binding tussen de bewoner van de woning en de exploitatie van het beroep of bedrijf aan huis). k. het niet is toegestaan om personeel in dienst te hebben voor het aan huis verbonden beroep of bedrijf; l. bij op fysieke dienstverlening gerichte bedrijven of beroepen aan huis (kappers, schoonheidssalons e.d., niet meer dan één plaats (of stoel) mag worden geëxploiteerd. Dit betekent dat een dienst niet aan meer dan één klant tegelijk mag worden aangeboden en uitgevoerd;
57
bestemmingsplan Bolsward m. alleen ondergeschikte detailhandel is toegestaan, eventueel in de vorm van een webwinkel, die direct voortvloeit uit, gerelateerd is aan en noodzakelijk is voor de dienst en/of het bedrijfs- of beroepsmatig gebruik. 23.5.2 Bêd en brochje Bêd en brochje wordt toegestaan binnen de bestemming, met dien verstande dat a. ten hoogste 2 slaapkamers en maximaal 5 personen zijn toegestaan; b. de bêd en brochje uitsluitend is toegestaan in het hoofdgebouw en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; c. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet worden gebruikt of ingericht ten behoeve van een bêd en brochje; d. de oppervlakte van bêd en brochje maximaal 300Zo van de begane grond vloeroppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; e. de omvang van de reclame-uitingen mag maximaal 0,5 m2 bedragen; f. voor de uitoefening van de bêd en brochje wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 23.5.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van woonhuizen en bijbehorende bouwwerken voor recreatieve bewoning c.
het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan in producten gerelateerd aan en noodzakelijk voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor horeca;
58
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 24 24.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringsstroken. 24.2
Bouwregels
24.2.1 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 24.2.2 Bouwen algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. op of in deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; c. de maximum bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt 2,00 meter. 24.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 24.2 en toestaan dat in de andere daar voorkomende bestemming(en) gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits: a. de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding en de brandweer; c. geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 24.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 24.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die : a. dienen tot het in stand houden of voltooien van werken die op de dag van het van kracht worden van het plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen; b. behoren tot het normale onderhoud en beheer; c. mogen worden uitgevoerd op basis van een al verleende vergunning; d. worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en). 24.4.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 24.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. deze werken en werkzaamheden of de hiervan direct of indirect te verwachten gevolgen geen afbreuk doen aan de belangen van, en de veiligheidssituatie rond, de betreffende leiding;
59
bestemmingsplan Bolsward b.
vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding.
24.5
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; b. het wijzigen van het gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten.
60
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 25
Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding
25.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding’ bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor: a. aanleg, het beheer en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsverbinding; met de daarbij behorende b. belemmeringenstrook; c. masten en (veiligheids)voorzieningen; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 25.1.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 25.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd; b. op of in de gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen en bouwwerken; c. indien bestaande gebouwen en/of bouwwerken worden vervangen, vernieuwd of veranderd is dit toegestaan indien de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 25.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 25.2 in die zin dat de in de basisbestemming(en) genoemde gebouwen of andere bouwwerken worden gebouwd mits: a.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; b. vooraf schriftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder. 25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.4.1 Omgevingsvergunning Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende activiteiten uit te voeren, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: a. het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen; b. het wijzigen van maaiveld- of weghoogte niveau door ontgronding, ophoging of andere graafwerkzaamheden; c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen, alsmede het verhogen of verlagen van het waterpeil; d. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; e. het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid 25.1 omschreven bestemming; f. het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; 25.4.2 Uitzonderingen Het verbod in lid 4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden die: a.
reeds in uitvoering zijn bij het van kracht worden van het plan;
61
bestemmingsplan Bolsward b. c.
verband houden met de aanleg, aanpassing of onderhoud van de betreffende hoogspanningsverbinding en de daarbij horende voorzieningen; het onderhoud en beheer hetgeen krachtens de onderliggende bestemming is toegestaan.
25.4.3 Voorwaarden Tot het verlenen van een omgevingsvergunning wordt eerst overgegaan, indien uit het verkregen positief schríftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat hierdoor de veiligheid en leveringszekerheid niet blijvend onevenredig kan worden geschaad. Aan de hand daarvan kan het bevoegd gezag desgewenst voorwaarden verbinden aan de vergunning, ter bescherming van bedoelde verbinding. 25.4.4 Afwegingskader De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien: a. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de betreffende hoogspanningsleiding; b. vooraf schríftelijk advies is verkregen van de betreffende netbeheerder. 25.5 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik dat geen rekening houdt met een ongestoorde werking van de bovengrondse hoogspanningsleiding en de risico's die ermee verbonden zijn.
62
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 26 26.1
Leiding - Riool
Bestemmingsomschrijving
De voor Leiding - Riool aangewezen gronden zijn, behalve de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van rioolpersleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringsstroken. 26.2
Bouwregels
26.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 26.2.2 Bouwen algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. op of in deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; c. de maximale bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt 3,00 meter. 26.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 26.2, en toestaan dat in de andere daar voorkomende bestemming(en) gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding. 26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Riool zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 26.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 26.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; b. dienen tot het in stand houden of voltooien van werken die op de dag van het van kracht worden van het plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d. mogen worden uitgevoerd op basis van een al verleende vergunning; e. worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en). 26.4.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 26.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:
63
bestemmingsplan Bolsward a. b.
64
deze werken en werkzaamheden of de hiervan direct of indirect te verwachten gevolgen geen afbreuk doen aan de belangen van de betreffende leiding; vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding.
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 27 27.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor Leiding - Water aangewezen gronden zijn, behalve de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse watertransportleidingen met de daarbij behorende belemmeringsstroken. 27.2
Bouwregels
27.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 27.2.2 Bouwen algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, uitsluitend mogen andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte van andere bouwwerken bedraagt 3,00 meter. 27.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 27.2, en toestaan dat in de andere daar voorkomende bestemming(en) gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding; b. vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding. 27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Water zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; b.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 27.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 27.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; b. dienen tot het in stand houden of voltooien van werken die op de dag van het van kracht worden van het plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d. mogen worden uitgevoerd op basis van een al verleende vergunning; e. worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding van de leiding(en). 27.4.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 27.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. deze werken en werkzaamheden of de hiervan direct of indirect te verwachten gevolgen geen afbreuk doen aan de belangen van de betreffende leiding;
65
bestemmingsplan Bolsward b. vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding.
66
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 28 28.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), ook bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische (verwachtings)waarden. 28.2
Bouwregels
28.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 28.2.2 Onderzoeksplicht Voor bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, met een oppervlakte groter dan 50 m2 en die de bodem dieper dan 0,40 beneden maaiveld verstoren, of dieper dan 1,00 meter ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde - afwijkende verstoringsdiepte’, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de (water)bodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 28.2.3 Toelaatbaarheid bouwwerken In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) zijn bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, slechts toelaatbaar wanneer: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b.
op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door het bouwen niet onevenredig worden geschaad; c. het de vervanging, vernieuwing of verandering betreft van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; d. het een bouwwerk betreft met een oppervlakte van maximaal 50 m2; e. het een bouwwerk betreft dat niet dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld en zonder heiwerkzaamheden wordt gerealiseerd. 28.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwwerken kunnen worden geschaad, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 28.2.3 mits de volgende voorwaarden in acht worden genomen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor ondanks de uitvoering van de bouwwerkzaamheden de archeologische resten in de (water)bodem kunnen worden behouden, en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of; c.
de verplichting de bouwwerkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.
67
bestemmingsplan Bolsward
28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven (waaronder saneren), verlagen, baggeren (waaronder saneren) egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; b. het uitvoeren van werken of werkzaamheden aan oevers en kaden; c. de aanleg van gronddepots; d. het graven, verdiepen en/of verbreden van vaargeulen, watergangen en andere wateren; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het permanent verlagen van het waterpeil; g. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting, waarbij de verstoring bij verwijderen of aanbrengen meer dan 0,40 meter onder het maaiveld bedraagt; h. het aanleggen en/of verbreden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden. 28.4.2 Onderzoeksplicht Voordat een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a.
de archeologische waarden van de (water)bodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 28.4.3 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 28.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. een oppervlakte hebben van maximaal 50 m2 én niet dieper gaan dan 0,40 meter onder het maaiveld (met uitzondering van gronddepots); b. het normale onderhoud betreffen; c. al in uitvoering en/of vergund zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; d. op archeologisch onderzoek gericht zijn; e. te maken hebben met de aanleg van ondergrondse infrastructuur met een maximale diameter van 0,40 meter, mits deze sleufloos wordt uitgevoerd. 28.4.4 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 28.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; c.
indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden kunnen worden geschaad, de volgende voorwaarden in acht worden genomen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor ondanks de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden de archeologische resten in de (water)bodem kunnen worden behouden, en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of; 3. de verplichting de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 28.5 Wijzigingsbevoegdheid
68
bestemmingsplan Bolsward Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
69
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 29 29.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), ook bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische (verwachtings)waarden. 29.2
Bouwregels
29.2.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 29.2.2 Onderzoeksplicht Voor bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, met een oppervlakte groter dan: a. 500 m2, ter plaatse van de advieszone 'waarderend onderzoek dobbe' en 'karterend onderzoek 1' van de gemeentelijke FAMKE, of; b. 2.500 m2 ter plaatse van de advieszone 'karterend onderzoek 2' van de gemeentelijke FAMKE, of; c. 5.000 m2 ter plaatse van de advieszone 'karterend onderzoek 3' en 'quickscan' van de gemeentelijke FAMKE; en die de bodem dieper dan 0,40 meter beneden maaiveld verstoren, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: 1. de archeologische waarden van de (water)bodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 29.2.3 Toelaatbaarheid bouwwerken In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) zijn bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, slechts toelaatbaar wanneer: a.
op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; c. het de vervanging, vernieuwing of verandering betreft van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; d. het een bouwwerk betreft met een oppervlakte van maximaal: 1. 500 m2, ter plaatse van de advieszone 'waarderend onderzoek dobbe' en 'karterend onderzoek 1' van de gemeentelijke FAMKE, of; 2. 2.500 m2 ter plaatse van de advieszone 'karterend onderzoek 2' van de gemeentelijke FAMKE, of; 3. 5.000 m2 ter plaatse van de advieszone 'karterend onderzoek 3' en 'quickscan' van de gemeentelijke FAMKE; met dien verstande dat de onder d.1 t/m d.3 genoemde uitzonderingen niet van toepassing zijn op waterbodems; e. het een bouwwerk betreft dat niet dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld en zonder heiwerkzaamheden wordt gerealiseerd, met dien verstande dat deze uitzondering niet van toepassing is op waterbodems.
70
bestemmingsplan Bolsward
29.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwwerken kunnen worden geschaad, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 29.2.3 mits de volgende voorwaarden in acht worden genomen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor ondanks de uitvoering van de bouwwerkzaamheden de archeologische resten in de (water)bodem kunnen worden behouden, en/of b. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of c. de verplichting de bouwwerkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 29.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 2 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven (waaronder saneren), verlagen, baggeren (waaronder saneren) egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden; b.
het uitvoeren van werken of werkzaamheden aan oevers en kaden; c. de aanleg van gronddepots; d. het graven, verdiepen en/of verbreden van vaargeulen, watergangen en andere wateren; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; f. het permanent verlagen van het waterpeil; g. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting, waarbij de verstoring bij verwijderen of aanbrengen meer dan 0,40 m onder het maaiveld bedraagt; h. het aanleggen en/of verbreden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden. 29.4.2 Onderzoeksplicht Voordat een omgevingsvergunning wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de (water)bodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 29.4.3 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 29.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. een oppervlakte hebben van maximaal 500 m2, ter plaatse van de advieszone 'waarderend onderzoek dobbe' en 'karterend onderzoek 1' van de gemeentelijke FAMKE, of; b.
een oppervlakte hebben van maximaal 2.500 m2 ter plaatse van de advieszone 'karterend onderzoek 2' van de gemeentelijke FAMKE, of; c. een oppervlakte hebben van maximaal 5.000 m2 ter plaatse van de advieszone 'karterend onderzoek 3' en 'quickscan' van de gemeentelijke FAMKE; met dien verstande dat de onder a t/m c genoemde uitzonderingen niet van toepassing zijn op waterbodems; d. niet dieper gaan dan 0,40 meter onder het maaiveld (met uitzondering van gronddepots én waterbodems); e. het normale onderhoud betreffen; f. al in uitvoering en/of vergund zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; g. op archeologisch onderzoek gericht zijn; h. te maken hebben met de aanleg van ondergrondse infrastructuur met een maximale diameter van
71
bestemmingsplan Bolsward 0,40 meter, mits deze sleufloos wordt uitgevoerd. 29.4.4 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in artikel 29.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; c. indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe gecertificeerde instantie en/of het bevoegd gezag is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden kunnen worden geschaad, de volgende voorwaarden in acht worden genomen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor ondanks de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden de archeologische resten in de (water)bodem kunnen worden behouden, en/of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of 3.
de verplichting de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 29.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 te verwijderen indien op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
72
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 30 30.1
Waarde - Beschermd gezicht
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Beschermd gezicht aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de in paragraaf 4.4 en bijlage 3 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. 30.2
Bouwregels
30.2.1 Voorrangsbepaling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 30.2.2 Bouwwerken algemeen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: 1. de gevelbreedte, goot- en bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en dakvorm van hoofdgebouwen, zoals die bestond op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, blijft gehandhaafd; 2. de voorgevel van een hoofdgebouw dient in hoofdzaak in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; deze bepaling geldt niet voor bebouwing op binnenterreinen; 3. in afwijking van het bepaalde in sublid a is een afwijking van de goothoogte en/of de bouwhoogte van ten hoogste 50Zo toegestaan, waarbij de dakhelling overeenkomstig mag worden aangepast. 4. in afwijking van het bepaalde in sublid a is het toevoegen van een kap op een plat dak toegestaan, mits de dakhelling, nokrichting en dakvorm aansluit op het straat- en bebouwingsbeeld. 30.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de bescherming en het behoud van de in paragraaf 4.4 en bijlage 3 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing nadere eisen te stellen aan: a. de plaats en afmetingen van bouwwerken; b. het materiaal- en kleurgebruik van bouwwerken.
30.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de in 30.2.2 genoemde bouwregels voor het veranderen van het bouwwerk, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in paragraaf 4.4 en bijlage 3 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing. 30.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 30.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Beschermd gezicht zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanleggen of veranderen of dempen van water(lopen) en/of het permanent verlagen van het waterpeil; 2. het planten, verwijderen, beschadigen, vellen, kappen of rooien van bomen of andere houtige gewassen; 3. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden; 4. het wijzigen van weg- of straatprofielen en/of oppervlakteverhardingen; 5. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen en bijbehorende buitenkasten.
73
bestemmingsplan Bolsward
30.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 30.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het gewone onderhoud en beheer betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande verhardingen en bomen of andere houtige gewassen; b. al in uitvoering en/of vergund zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan. 30.5.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in 30.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits op basis van onderzoek door een cultuurhistorisch deskundige is aangetoond dat de in paragraaf 4.4 en bijlage 3 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn bebouwing niet onevenredig worden geschaad. 30.6
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
30.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwwerk geheel of gedeeltelijk te slopen. 30.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 30.6.1 is niet van toepassing indien de werkzaamheden al in uitvoering en/of vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan. 30.6.3 Toelaatbaarheid a. Het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in 30.6.1 is slechts toelaatbaar, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied, zoals aangegeven in paragraaf 4.4 en bijlage 1 van de toelichting; b. Voor zover de gronden tevens zijn bestemd voor Waarde - Archeologie 1: 1. dient de archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van de gemeentelijke archeoloog in voldoende mate te zijn vastgesteld; 2. is het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in 30.6.1 slechts toelaatbaar, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van het gebied; 3. kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg, aan de omgevingsvergunning voor het slopen voorschriften worden verbonden met betrekking tot de wijze van slopen (artikel 2.22, lid 3 onder d Wabo jo artikel 5.2 Bor).
74
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 31 Kloosters
31.1
Waarde - Cultuurhistorie Stinzen, Staten, Buitenplaatsen en
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Cultuurhistorie Stinzen, Staten, Buitenplaatsen en Kloosters aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: het behoud van de archeologische en cultuurhistorische waarden van stinzen, states, buitenplaatsen en kloosters met eventuele bijbehorende tuinen, erven en waterpartijen. 31.1.1 Voorrangsregeling De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van de enkelbestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 31.2
Bouwregels
31.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken, waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden, met een oppervlakte groter dan 50 m2 en die de bodem dieper dan 0,40 meter beneden maaiveld verstoren, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de bodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 31.2.2 Voorschriften omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 31.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden en/of waterbodem door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen (bijvoorbeeld een archeologievriendelijk heipalenplan), waardoor ondanks de uitvoering van de bouwwerkzaamheden de archeologische en cultuurhistorische waarden in de bodem kunnen worden behouden, en/of b.
de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of c. de verplichting de bouwwerkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 31.2.3 Uitzonderingen vergunningplicht Artikel 31.2.1 is niet van toepassing op bouwwerken, waaronder begrepen heipalen en damwanden, waarbij: a. naar oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de (eventueel nog aanwezige) cultuurhistorische waarden van de stinzen, states, buitenplaatsen en kloosters en de bijbehorende tuinen en erven, waarbij onder andere wordt getoetst aan de landschapsbiografie Súdwest-Fryslân; en/of b. naar oordeel van het bevoegd gezag voldoende is aangetoond zonder archeologisch rapport dat de cultuurhistorische waarden door de bouwwerken niet onevenredig worden aangetast en/of dat er geen sprake (meer) is van archeologische verwachtingswaarden (bijvoorbeeld een saneringsrapport); en/of c. het de vervanging, vernieuwing of verandering betreft van bestaande bovengrondse bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut en/of niet dieper wordt vergraven dan de te verwijderen fundering; en/of d.
de uitvoering reeds gestart is op grond van een verleende omgevingsvergunning of vergund is ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; en/of e. het een bouwwerk betreft met een oppervlakte van maximaal 50 m2; en/of
75
bestemmingsplan Bolsward f.
het een bouwwerk betreft dat niet dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld en zonder heiwerkzaamheden wordt gerealiseerd. 31.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 31.3.1 Omgevingvergunning voor werken en werkzaamheden Voor de werken genoemd onder 31.3.2, met een oppervlakte groter dan 50 m2 en die de bodem dieper dan 0,40 meter beneden maaiveld verstoren, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische en cultuurhistorische waarden van de bodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld, en b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische en/of cultuurhistorische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. 31.3.2 Vergunningsplichtige werken en werkzaamheden Het beschrevene onder 31.3.1 is van toepassing op de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: c. het ontgronden, afgraven (waaronder saneren), verlagen, baggeren (waaronder saneren), onderzuigen, afplaggen, egaliseren, mengen, diepploegen en ontginnen van gronden/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; d. het uitvoeren van werken of werkzaamheden aan oevers en kaden; e. de aanleg van gronddepots; f.
het graven, verdiepen en/of verbreden van vaargeulen, watergangen en waterpartijen; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; i. het aanleggen en/of verbreden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden j. grondwaterpeilverlagingen; k. het verwijderen van fundamenten; l. of het anderszins ingrijpend wijzigen van de (eventueel nog) bestaande tuinen en erven behorende bij de staten, stinzen, buitenplaatsen en kloosters. 31.3.3 Voorschriften omgevingsvergunning Voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische en cultuurhistorische waarden van de bodem die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld (niet (meer) aanwezig zijn en/of niet onevenredig worden geschaad en/of b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische en cultuurhistorische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd en/of c. de verplichting de werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.
31.3.4 Uitzonderingen vergunningplicht Artikel 31.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. naar oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de (eventueel nog aanwezige) cultuurhistorische waarden van de stinzen, states, buitenplaatsen en kloosters en de bijbehorende tuinen en erven, waarbij onder andere wordt getoetst aan de landschapsbiografie Súdwest-Fryslân; en/of b. naar oordeel van het bevoegd gezag voldoende is aangetoond zonder archeologisch rapport dat de archeologische waarden door de bouwwerken niet onevenredig worden aangetast en/of dat er geen sprake (meer) is van archeologische verwachtingswaarden (bijvoorbeeld een saneringsrapport); c. een oppervlakte hebben van maximaal 50 m2 én niet dieper gaan dan 0,40 meter onder het maaiveld; d. het normale onderhoud en gebruik betreffen;
76
bestemmingsplan Bolsward e. f. g.
al in uitvoering zijn op grond van een verleende omgevingsvergunning of vergund zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; op archeologisch onderzoek gericht zijn; te maken hebben met de aanleg van ondergrondse infrastructuur met een maximum diameter van 0,40 meter, mits deze sleufloos wordt uitgevoerd.
31.3.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen door: a. de dubbelbestemming ‘Cultuurhistorie Stinzen, States, Buitenplaatsen en Kloosters’ te doen vervallen, indien op basis van onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische en/of cultuurhistorische waarden (meer) aanwezig zijn.
77
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 32 32.1
Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle lijnen
Bestemmingsomschrijving
De voor Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle lijnen aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud en versterking van de landschappelijke- en cultuurhistorische waarden van dijken, strekdammen, kapglooiingen, historische paden en (vaar)wegen. 32.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere ter plaatse aangewezen bestemmingen mogen op of in deze gronden: a. geen nieuwe gebouwen worden gebouwd, behalve ter vervanging van bestaande gebouwen; of b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd of ter vervanging van bestaande bouwwerken. Specifieke gebruiksregels 32.3 Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken van dijken en historische paden en wegen voor tuin- en/of akkerbouw. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van 32.4 werkzaamheden 32.4.1 Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen, een omgevingsvergunning vereist: a. het wijzigen van het beloop en/of het profiel van de dijken, strekdammen, kapglooiingen, historische paden en de begeleidende boombeplanting; b.
het ontgronden, afgraven, egaliseren en/of ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; c. het dempen en/of graven van waterlopen; d. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van bomen en overige diepwortelende beplanting; f. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen. 32.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 32.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan met een daarvoor benodigde vergunning. 32.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals beschreven in de Landschapsbiografie Súdwesthoeke en/of de Cultuurhistorische Kaart Fryslân (CHK).
78
bestemmingsplan Bolsward
Hoofdstuk 3 Artikel 33
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
79
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 34 34.1
Algemene bouwregels
Monumenten
34.1.1 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' gelden, aanvullend op de andere daar voorkomende bestemming(en), de volgende regels: a. de verschijningsvorm van het hoofdgebouw, bepaald door de gevelbreedte, goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en oppervlakte van het grondvlak, zoals deze bestond op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, blijft gehandhaafd; b. in afwijking van het bepaalde in sublid a is een afwijking van de goothoogte en/of de bouwhoogte van ten hoogste 50Zo toegestaan, waarbij de dakhelling overeenkomstig mag worden aangepast. 34.1.2 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van de in lid 34.1.1 genoemde bouwregels voor het veranderen van het bouwwerk, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de monumentale waarden van het bouwwerk. 34.2
Karakteristieke bouwwerken
34.2.1 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' gelden, aanvullend op de andere daar voorkomende bestemming(en), de volgende regels: a. de verschijningsvorm van het gebouw, bepaald door de gevelbreedte, goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en oppervlakte van het grondvlak, zoals deze bestond op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, blijft gehandhaafd; b. de verschijningsvorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bepaald door de breedte, hoogte, vorm en oppervlakte van het grondvlak, zoals deze bestond op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, blijft gehandhaafd; c. in afwijking van het bepaalde in sublid a is een afwijking van de goothoogte en/of de bouwhoogte van ten hoogste 507o toegestaan, waarbij de dakhelling overeenkomstig mag worden aangepast. 34.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de in lid 34.2.1 genoemde bouwregels voor het veranderen van het hoofdgebouw, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke verschijningsvorm van het gebouw. 34.2.3 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Een omgevingsvergunning is vereist voor het slopen van de in Bijlage 4 met waarde K1 gewaardeerde bebouwing of delen daarvan, waarbij geldt dat: a.
een omgevingsvergunning slechts kan worden verleend wanneer: 1. de karakteristieke hoofdvorm c.q. verschijningsvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan de bebouwing kan worden hersteld, en/of; 2. de karakteristieke hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is, en/of; 3. het delen van een bouwwerk betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm veroorzaken. b. een omgevingsvergunning niet nodig is voor werken en werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. al in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. mogen worden uitgevoerd volgens een al verleende omgevingsvergunning.
80
bestemmingsplan Bolsward
34.3
Bestaande maatvoering
In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, afstand en/of situering tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van met vergunning tot stand gekomen bouwwerken, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, afstand en/of situering in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. 34.4
Vlonders en steigers
In geval dat op basis van Hoofdstuk 2 vlonders en steigers zijn toegestaan dan geldt dat de bouwhoogte ten hoogste 1,00 meter bedraagt, gemeten vanaf het Normaal Amsterdams Peil, tenzij in Hoofdstuk 2 anders is aangegeven.
81
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 35 35.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met de in dit plan gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het opslaan of bergen van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen (met uitzondering van gronden aangeduid met ‘verkooppunt motorbrandstoffen met lpg’), vuurwerkbedrijven en geluidszoneringsplichtige inrichtingen; e. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen, tenzij uitdrukkelijk in Hoofdstuk 2 toegestaan. 35.2 Bestaand afwijkend gebruik Het gebruik van gronden en bouwwerken dat met vergunning tot stand gekomen is mag worden voortgezet, onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk 2. 35.3