Bijlage 4. Geconsolideerde versie van de regels na verwerking van de Staat van wijzigingen
Tekst van het document
de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m. 8.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik van: a. meer dan één woning, tenzij hiervan in de bestaande situatie sprake is.
28
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 9 9.1
Detailhandel
Bestemmingsomschrijving
De voor Detailhandel aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; b. uitsluitend een supermarkt, ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt’; c. wonen in bestaande (bedrijfs)woningen; d. mantelzorg in de bestaande (bedrijfs)woning; e. bêd en brochje in de bestaande (bedrijfs)woning, met dien verstande dat: 1. per hoofdgebouw ten hoogste 2 slaapkamers en maximaal 5 personen zijn toegestaan; 2. de logiesverstrekking uitsluitend is toegestaan in de bestaande (bedrijfs)woning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; 3. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet worden gebruikt of ingericht ten behoeve van een bêd en brochje; 4. de oppervlakte van bêd en brochje maximaal 300Zo van de begane grond vloeroppervlakte van de bestaande (bedrijfs)woning bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; 5. geen reclame-uitingen worden aangebracht; 6. voor de uitoefening van de bêd en brochje wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 en parkeren bij voorkeur op eigen erf plaatsvindt. met de daarbij behorende: f. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1; met daaraan ondergeschikt: g. wegen en paden; h. groenvoorzieningen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. sport- en speelvoorzieningen.
9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Algemeen geldt voor alle bouwwerken de volgende regel: a. ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding - monument” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1; b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2. c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument; d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw.
9.2.2
Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: c. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ mogen tot de bestaande hoogte van de onderdoorgang geen gebouwen worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven;
29
bestemmingsplan Bolsward f. g.
h. i.
ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' bedraagt de bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (“/o)' bedraagt de bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; ter plaatse van de aanduiding ‘plat dak’ bedraagt de dakhelling niet meer dan 10 graden; in afwijking van het bepaalde onder a zijn gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan mits: 1. de maximum oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak 20/ van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 2. de minimum afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt; 3. de maximum bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximum bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub d minder bedraagt dan 4,00 meter, de maximum bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte.
9.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m. 9.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. perifere detailhandel; b. verkooppunten voor motorbrandstoffen; c. meer dan één (bedrijfs)woning, tenzij hiervan in de bestaande situatie sprake van is.
30
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 10 10.1
Dienstverlening
Bestemmingsomschrijving
De voor Dienstverlening aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dienstverlening; b. wonen; met de daarbij behorende c. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 met daaraan ondergeschikt: d. nutsvoorzieningen; e. wegen en paden f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. sport- en speelvoorzieningen. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Algemeen geldt voor alle bouwwerken de volgende regel: a. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1; b. ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2. c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument; d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 10.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c.
ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' bedraagt de bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (“/o)' bedraagt de bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (/)' bedraagt de goot- en bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; f. ter plaatse van de aanduiding ‘plat dak’ bedraagt de dakhelling niet meer dan 10 graden; g. in afwijking van het bepaalde onder a zijn gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan mits: 1. de maximum oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak 20/ van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 2. de minimum afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt;
31
bestemmingsplan Bolsward 3.
de maximum bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximum bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub d minder bedraagt dan 4,00 meter, de maximum bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte. 10.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 meter bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 meter; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 meter.
32
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 11 11.1
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. ambachtelijke bedrijven; c. detailhandel, met dien verstande dat: 1. detailhandel in voedings- en genotmiddelen is toegestaan met een maximum verkoopvloeroppervlakte van 250 m2 per vestiging; 2. uitsluitend een supermarkt is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘supermarkt’; 3. detailhandel niet is toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding ‘detailhandel uitgesloten’; d. maatschappelijk; e. dienstverlening; f. bestaande horeca; g. bestaande kantoren; h. mantelzorg in de woning; i. bêd en brochje in de woning, met dien verstande dat: 1. per hoofdgebouw ten hoogste 2 slaapkamers en maximaal 5 personen zijn toegestaan; 2. de logiesverstrekking uitsluitend is toegestaan in de (bedrijfs)woning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; 3. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet worden gebruikt of ingericht ten behoeve van een bêd en brochje; 4. de oppervlakte van bêd en brochje maximaal 30o7o van de begane grond vloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; 5. geen reclame-uitingen worden aangebracht; 6. voor de uitoefening van de bêd en brochje wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 en parkeren bij voorkeur op eigen erf plaatsvindt.
met de daarbij behorende: j. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 met daaraan ondergeschikt: k. nutsvoorzieningen; l. wegen en paden; m. groenvoorzieningen; n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; o. sport- en speelvoorzieningen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Algemeen geldt voor alle bouwwerken de volgende regel: a. ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding - monument” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1; b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2; c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument; d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw.
33
bestemmingsplan Bolsward 11.2.2 Hoofdgebouwen a. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' bedraagt de bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (“/o)' bedraagt de bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; f. ter plaatse van de aanduiding ‘plat dak’ bedraagt de dakhelling niet meer dan 10 graden;
11.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken en overkappingen mogen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits: 1. ten hoogste 50/ van het erf buiten het bouwvlak wordt bebouwd; 2. de gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bouwwerken en overkappingen per hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 90/ van de hoofdvorm van het hoofdgebouw, met een maximum van 100 m2 dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien dit meer is; b. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping bedraagt ten hoogste de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 meter; c. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping bedraagt ten hoogste 7,00 meter mits: 1. dit bouwwerk binnen een afstand van 3,00 meter tot de zijdelingse perceelsgrens ligt, en; 2. de bouwhoogte minimaal 1,00 meter lager is dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw d. de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of overkapping bedragen ten hoogste 3,00 en 5,50 meter; 11.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m. 11.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de regels van lid 11.2.3 sub a voor een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mits: a. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 150 m2, waarbij de voorwaarde vervalt dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerk niet meer dan 90/ van de hoofdvorm van het hoofdgebouw bedraagt, én; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 11.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. verkooppunten voor motorbrandstoffen; b. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; c. recreatieve bewoning van woonhuizen en bijbehorende bouwwerken; d. horeca, tenzij sprake is van bestaande horeca.
34
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 12 12.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. paden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. speelterreinen; f. erf behorende bij een woonschepenligplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats'; g. openbare sanitaire voorzieningen; h. aanlegsteiger, ter plaatse van de aanduiding ‘aanlegsteiger’; met daaraan ondergeschikt: i. nutsvoorzieningen; j. wegen; k. parkeervoorzieningen; l. sport- en speelvoorzieningen.
12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen a. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1; b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' bedraagt de bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedraagt de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven;
12.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b. c.
op of in deze gronden mogen alleen geen gebouwen en overkappingen worden opgericht indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding ‘woonschepenligplaats’; de onder a. bedoelde gebouwen en overkappingen mogen alleen ten dienste van de ligplaats worden opgericht met een maximale oppervlakte van 15 m2 en een maximale hoogte van 3,5 meter; in afwijking van de in lid b genoemde oppervlakte mag bij de ligplaats aan de Hichtumerweg 21A de maximale oppervlakte van de gebouwen en overkappingen 75 m2 bedragen waarbij een gebouw of overkapping zelf niet groter dan 40 m2 mag zijn.
12.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van straatmeubilair bedraagt ten hoogste 9.00 meter; de bouwhoogte van steigers bedraagt ten hoogste 1,00 meter gemeten vanaf het Normaal Amsterdams Peil;
35
bestemmingsplan Bolsward c.
d.
vlonders en steigers, uitsluitend ter plaatse van gronden die direct grenzen aan gronden met de bestemming ‘Water’ die zijn voorzien van de aanduiding ‘aanlegsteiger’’ mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de vlonder of steiger binnen de bestemming ‘Groen’ niet verder reikt dan 1,50 meter uit de grens tussen de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Water’; 2. de bouwhoogte ten hoogste 0,5 meter bedraagt, gemeten vanaf het aansluitende terrein. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 3,00 meter.
12.3
Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de verkeersveiligheid; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
36
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 13 13.1
Horeca
Bestemmingsomschrijving
De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een horecabedrijf categorie 1 ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1'; b. een horecabedrijf categorie 4 ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 4'; c. een horecabedrijf categorie 1 of 2 ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 2'; d. een horecabedrijf categorie 1,2 of 3 ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en metcategorie 3' e. één bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; f. bestaande (bedrijfs)woningen; g. mantelzorg in de(bedrijf)swoning; met de daarbij behorende: h. tuinen, erven en terreinen; i. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 met daaraan ondergeschikt: j. nutsvoorzieningen; k. wegen en paden; l. groenvoorzieningen; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; n. sport- en speelvoorzieningen. 13.2 Bouwregels 13.2.1 Algemeen Algemeen geldt voor alle bouwwerken de volgende regel: a. ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding - monument” zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1; b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2. c. aanvullend op lid a.
geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument; d. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 13.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' bedraagt de bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (“/o)' bedraagt de bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; e. ter plaatse van de aanduiding ‘plat dak’ bedraagt de dakhelling niet meer dan 10 graden; f.
in afwijking van het bepaalde onder a zijn gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan mits: 1. de maximale oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak 20/ van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 2. de minimale afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt;
37
bestemmingsplan Bolsward 3.
de maximale bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximale bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub c minder bedraagt dan 4,00 meter, de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte.
13.2.3 (Bedrijfs)woningen Voor het bouwen van (bedrijfs)woningen gelden de volgende regels: a. de (bedrijfs)woning moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduidingen 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. de maximale inhoud bedraagt 750 m3. 13.2.4 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de maximale goothoogte bedraagt 3,00 meter; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 5,00 meter; c. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt 50 m2; d. de minimale afstand tot de voorgevellijn van de woning bedraagt 3,00 meter. 13.2.5 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m.
13.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. meer dan één woning, tenzij hiervan in de bestaande situatie sprake is.
38
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 14 14.1
Kantoor
Bestemmingsomschrijving
De voor Kantoor aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren, al dan niet in combinatie met aan de kantoorfunctie ondergeschikte dienstverlening; b. wonen in bestaande woningen; met de daarbij behorende: c. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 met daaraan ondergeschikt: d. nutsvoorzieningen; e. wegen en paden; f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. sport- en speelvoorzieningen. 14.2 Bouwregels 14.2.1 Algemeen Algemeen geldt voor alle bouwwerken de volgende regel: a. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - monument’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1; b. ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2; c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument; d. aanvullend op lid b.
geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 14.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. in afwijking van het bepaalde onder a zijn gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan mits: 1. de maximale oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak 200Zo van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 2. de minimale afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt; 3. de maximale bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximale bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub b minder bedraagt dan 4,00 meter, de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte. 14.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen gebouwen en/ of overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m.
39
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 15 15.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. wonen op de verdieping, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk wonen op de verdieping’; c. een wooncentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - wooncentrum’; d. een begraafplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats'; e. een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; f. mantelzorg in de bedrijfswoning; g. bêd en brochje in de bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1. per hoofdgebouw ten hoogste 2 slaapkamers en maximaal 5 personen zijn toegestaan; 2. de logiesverstrekking uitsluitend is toegestaan in de (bedrijfs)woning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; 3. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet worden gebruikt of ingericht ten behoeve van een bêd en brochje; 4. de oppervlakte van bêd en brochje maximaal 300Zo van de begane grond vloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; 5. geen reclame-uitingen worden aangebracht; 6. voor de uitoefening van de bêd en brochje wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 52.1 en parkeren bij voorkeur op eigen erf plaatsvindt. met de daarbij behorende: h.
parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 met daaraan ondergeschikt: i. nutsvoorzieningen; j. wegen en paden; k. groenvoorzieningen; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. sport- en speelvoorzieningen. 15.2 Bouwregels 15.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1 o. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2; p. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument; q. aanvullend op lid b. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw. 15.2.2 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd;
40
bestemmingsplan Bolsward b.
ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ mogen tot de bestaande hoogte van de onderdoorgang geen gebouwen worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' bedraagt de bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (/)' bedraagt de bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; f. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (“/o)' bedragen de goot- en bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; g. ter plaatse van de aanduiding ‘plat dak’ bedraagt de dakhelling niet meer dan 10 graden; h. in afwijking van het bepaalde onder a zijn gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan mits: 1. de maximale oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak 20/ van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 2. de minimale afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt; 3.
de maximale bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximale bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub d minder bedraagt dan 4,00 meter, de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte; 15.2.3 (Bedrijfs)woningen Voor het bouwen van (bedrijfs)woningen gelden de volgende regels: a. de (bedrijfs)woning moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduidingen 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. de maximale inhoud bedraagt 750 m3. 15.2.4 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. de maximale goothoogte bedraagt 3,00 meter; b. de maximale bouwhoogte bedraagt 5,00 meter; c. de maximale gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt 50 m2; d. de minimale afstand tot de voorgevellijn van de woning bedraagt 3,00 meter. 15.2.5 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 1,00 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m.
41
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 16 16.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sport- en speelterreinen; b. hondendressuur, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van sport-hondendressuur’; c. kampeerterrein voor mobiele kampeermiddelen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’; d. gebouwen voor binnensporten, zoals sporthallen, zwembaden en tennishallen; met de daarbij behorende: e. horeca, in de vorm van een kantine behorende bij en rechtstreeks voortvloeiend uit de bedrijfsactiviteiten van de sportvoorziening; f. voorzieningen als een was- en kleedruimten, verenigingsgebouwen, bergings- en stallingsruimten; g. terreinen; h. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 met daaraan ondergeschikt: i. wegen en paden; j. groenvoorzieningen; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. nutsvoorzieningen. 16.2 Bouwregels 16.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' bedraagt de bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; d.
ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (“/o)' bedraagt de bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (/)' bedragen de goot- en bouwhoogte en het bebouwingspercentage per bouwperceel niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; f. in afwijking van het bepaalde onder a zijn gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak toegestaan mits: 1. de maximale oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten het bouwvlak 20/ van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel bedraagt; 2. de minimale afstand tot de erfgrens 3,00 meter bedraagt; 3. de maximale bouwhoogte 4,00 meter bedraagt, met dien verstande dat indien de maximale bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in sub c meer bedraagt dan 4,00 meter, de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte. 16.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2,00 m; b. de bouwhoogte van voorzieningen voor het uitoefenen van de sport, zoals ballenvangers, bedraagt ten hoogste 15,00 m; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; d.
de bouwhoogte van lichtinstallaties bedraagt ten hoogste 20,00 m; e. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m;
42
bestemmingsplan Bolsward 16.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van overige (zelfstandige) horecadoeleinden.
43
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 17 17.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen; met de daarbij behorende: b. wegen en paden; c. groenvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. nutsvoorzieningen. 17.2 Bouwregels 17.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. op de gronden binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a is de bouw van erkers en tochtportalen toegestaan, mits: 1. de horizontale diepte maximaal 1,50 meter is; 2. de horizontale afstand van de erker tot de perceelsgrens met het openbaar gebied minimaal 2,50 meter is; 3. de breedte maximaal 500Zo van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw is; 4. de bouwhoogte maximaal 3,00 meter, dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw +0,25 meter is. 17.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 8,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 5,50 m bedragen.
44
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 18 18.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten; b. voet- en rijwielpaden; c. sloten, bermen en beplanting; waarbij de inrichting hoofdzakelijk gericht is op de afwikkeling van het verkeer met de daarbij behorende: d. parkeervoorzieningen; e. voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer; met daaraan ondergeschikt: f. nutsvoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 18.2 Bouwregels 18.2.1 Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. 18.2.2 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2,00 m; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 m; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m; d. in afwijking van het bepaalde onder c mag de bouwhoogte van verkeersregelende voorzieningen, lichtmasten en geluidswerende voorzieningen maximaal 12,00 meter bedragen. 18.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de sociale veiligheid; c. de verkeersveiligheid; d.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
45
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 19 19.1
Verkeer - Verblijf
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer - Verblijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. bermen en beplanting; e. straatmeubilair; met daaraan ondergeschikt: f. oeververbindingen en bruggen; g. nutsvoorzieningen; h. geluidswerende voorzieningen; i. groen; j. terrassen; k. standplaatsen; l. periodieke evenementen; m. incidentele evenementen; n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; o. garageboxen ter plaatse van de aanduiding 'garagebox';
19.2
Bouwregels
19.2.1 Algemeen a. ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2; 19.2.2 Gebouwen en overkappingen a. gebouwen en overkappingen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. In afwijking van het gestelde onder a geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘garagebox’ garageboxen zijn toegestaan; 19.2.3 Garageboxen Voor het bouwen van garageboxen gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,00 meter; b. de maximum oppervlakte bedraagt 25 m2 per garage. 19.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2,00 meter; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 8,00 meter; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde bedraagt ten hoogste 5,50 m d. in afwijking van het bepaalde onder c mag de bouwhoogte van verkeersregelende voorzieningen, lichtmasten en geluidswerende voorzieningen maximaal 12,00 meter bedragen.
46
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 20 20.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. een woonschepenligplaats ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats'; d. gebouwen voor bijzondere recreatieve voorzieningen in de vorm van overdekte aanleggelegenheid voor schepen, ter plaatse van de aanduiding 'schiphuis'; e. aanlegsteiger, ter plaatse van de aanduiding ‘aanlegsteiger’; f. bruggen, ter plaatse van de aanduiding ‘brug’; met de daarbij behorende: g. waterberging; h. bermen en beplanting; met daaraan ondergeschikt: i. nutsvoorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. wegen en paden. 20.2 Bouwregels 20.2.1 Algemeen a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1 b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2; 20.2.2 Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse de aanduiding 'schiphuis' gebouwen zijn toegestaan, waarbij het volgende geldt: a. de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 3 m bedragen; b. de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 4,5 m bedragen. . 20.2.3 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende regels: a.
de bouwhoogte van vlonders en steigers bedraagt ten hoogste 1,00 meter gemeten vanaf het Normaal Amsterdams Peil; b. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken bedraagt ten hoogste 2,50 meter gemeten vanaf het Normaal Amsterdams Peil. 20.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van de verkeersveiligheid. 20.4
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden als ligplaats voor woonschepen, met uitzondering van de gronden ter plaatse voorzien van de aanduiding 'woonschepenligplaats', in welk geval een ligplaats voor één woonschip is toegestaan ; b. het gebruik van de gronden als aanlegplaats voor (recreatieve) vaartuigen, met uitzondering van de gronden ter plaatse voorzien van de aanduiding ‘aanlegsteiger’ of waar dit op grond van de gemeentelijke ligplaatsverordening is toegestaan. 20.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 47
bestemmingsplan Bolsward 20.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Water zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, verwijderen, ontgraven en vergraven van dijken en taluds; b. het aanleggen of veranderen of dempen van water(lopen); c. het opspuiten van waterlopen en waterplassen met baggerspecie; d. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse leidingen, constructies, installaties of apparatuur. 20.5.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 20.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden die: a. dienen tot het in stand houden of voltooien van werken die op de dag van het van kracht worden van het plan al bestaan of in uitvoering zijn genomen; b. behoren tot het normale onderhoud en beheer; c. worden uitgevoerd binnen het kader van archeologische opgravingen op de gronden met een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 en Waarde - Archeologie 2. 20.5.3 Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid 20.5.1 zijn slechts toelaatbaar, als: a. deze werken en werkzaamheden of de hiervan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten; b.
deze werken en werkzaamheden of de hiervan direct of indirect te verwachten gevolgen de waterhuishoudkundige waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten; c. de mogelijkheden voor herstel of opbouw van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 20.5.4 Advies omgevingsvergunning De werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden als bedoeld in lid 20.5.1 zijn slechts toelaatbaar, als over de toelaatbaarheid van de werken en werkzaamheden advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.
48
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 21 21.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor: 1. een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; 2. mantelzorg; 3. bêd en brochje; 4. kantoor anders dan genoemd in bijlage 1, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’ met de daarbij behorende: b. tuinen, erven en terreinen; met daaraan ondergeschikt: c. nutsvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1; e. groenvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder tevens begrepen steigers. 21.2 Bouwregels 21.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1; b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2; c. aanvullend op lid a. geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘specifieke bouwaanduiding-monument’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft de afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige monument; d. aanvullend op lid b.
geldt het volgende: bouwwerken in het deel van het bouwvlak dat direct aansluit bij de ‘bouwaanduiding karakteristiek’, maar waar deze aanduiding niet is opgenomen, moeten voor wat betreft afmeting aansluiten bij de verschijningsvorm van het op het perceel aanwezige karakteristieke gebouw; e. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen-geen erfbebouwing’ zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan. f. 21.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. de oppervlakte van een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 150 m2; d. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ mogen tot de bestaande hoogte van de onderdoorgang geen gebouwen worden gebouwd; e. het aantal woningen bedraagt per hoofdgebouw ten hoogste het bestaande aantal, dan wel het ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” aangegeven aantal; f. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn worden gebouwd; g. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; h.
ter plaatse van de aanduidingen 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; i. per woonhuis is niet meer dan één dakopbouw per dakvlak toegestaan, met dien verstande dat: 1. als er sprake is van een dakopbouw door het verhogen van de gevel dient te worden voldaan aan het gestelde onder 21.2.5a
49
bestemmingsplan Bolsward 2.
als er sprake is van een dakopbouw door het verhogen van de nok dient te worden voldaan aan het gestelde onder 21.2.5b 21.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woonhuis gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt ten hoogste 900Zo van de oppervlakte van de hoofdvorm van het hoofdgebouw met een maximum van 100 m2, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien dit meer is, met dien verstande dat ten hoogste 500Zo van het erf buiten het bouwvlak bebouwd wordt. In afwijking van het voorgaande mag bij een woning in ieder geval 50 m2 aan bijbehorende bouwwerken gebouwd worden. b. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping bedraagt ten hoogste de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 meter; c. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk of een aangebouwde overkapping is ten minste 1,00 meter lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, tenzij: 1. een hoofdgebouw ter plaatse van de bouwaanduiding ‘plat dak’ bestaat uit één bouwlaag met een platdak, dan mag een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping ten hoogste even hoog zijn als de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 2.
een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping binnen een afstand van 3,00 meter tot de zijdelingse perceelsgrens ligt, dan is de bouwhoogte ten hoogste 7,00 meter én ten minste 1,00 meter lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; d. de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of overkapping bedragen ten hoogste 3,00 en 5,00 meter; e. bijbehorende bouwwerken en overkappingen worden tenminste 3,00 meter achter de voorgevellijn geplaatst, dan wel ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen'. 21.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 8,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde zal ten hoogste 5,50 m bedragen. 21.2.5 Dakopbouwen a Dakopbouwen door het verhogen van de gevel In aanvulling op het gestelde onder 21.2.2 gelden voor dakopbouwen door het verhogen van een gevel de volgende regels: a.
een dakopbouw is uitsluitend toegestaan op een hoofdgebouw van één bouwlaag met kap, waarbij de dakhelling niet minder bedraagt dan 30 graden; b. Ter weerszijden van een dakopbouw moet tenminste één meter dakvlak over blijven; c. de verticale afstand van de goothoogte van de dakopbouw tot de noklijn van de woning bedraagt tenminste één meter als de dakopbouw gesitueerd is grenzend aan het voorerfgebied en bedraagt tenminste 0,5 meter als de dakopbouw gesitueerd is grenzend aan het achtererfgebied; d. de breedte van een dakopbouw grenzend aan het voorerfgebied bedraagt niet meer dan 400Zo van de breedte van het dakvlak, met dien verstande dat de breedte niet meer mag bedragen dan 4 meter. e. de breedte van een dakopbouw grenzend aan het achtererfgebied bedraagt niet meer dan 600Zo van de breedte van het dakvlak, met dien verstande dat de breedte niet meer mag bedragen dan 6 meter. f. de afstand van een dakopbouw grenzend aan het achtererfgebied tot het voorerfgebied bedraagt ten minste 3 meter. b Dakopbouwen door het verhogen van de nok In aanvulling op het gestelde onder 21.2.2 gelden voor dakopbouwen door het verhogen van een gevel de volgende regels:
50
bestemmingsplan Bolsward a.
de nokverhoging is alleen toegestaan op een hoofdgebouw met een zadeldak van niet meer dan 35 graden; b. de dakopbouw is alleen toegestaan in een dakvlak dat grenst aan het achtererfgebied; c. Ter weerszijden van een dakopbouw moet tenminste één meter dakvlak over blijven; d. de afstand van de dakopbouw tot de achtergevel is horizontaal gemeten tenminste één meter; e. de nokverhoging vindt plaats door het verlengen van het tegenoverliggende dakvlak waardoor de nok richting achtererfgebied schuift, waarbij de hellingshoek gelijk blijft aan de hellingshoek van het bestaande dakvlak; f. de hoogte van de buitenwanden van de dakopbouw bedragen niet meer dan 1,2 meter; g. de breedte van de dakopbouw bedraagt niet meer dan 600Zo van de breedte van het dakvlak, met dien verstande dat de breedte niet meer mag bedragen dan 6 meter; h. de afstand van een dakopbouw tot het voorerfgebied bedraagt tenminste 3 meter. 21.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de goede woonsituatie; b. de sociale veiligheid; c. de verkeersveiligheid; en d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
21.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.3 sub b voor het vergroten van het te bebouwen oppervlak tot ten hoogste 700Zo van het erf buiten het bouwvlak, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 21.5
Specifieke gebruiksregels
21.5.1 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten worden toegestaan binnen de bestemming, met dien verstande dat: a. het beroep of bedrijf voorkomt op de lijst met toelaatbare beroepen en bedrijven in Bijlage 1; b. het vloeroppervlak van de ruimten voor de uitoefening van aan huis gebonden beroepen niet meer mag bedragen dan 300Zo van de begane grond vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; c. een aan huis verbonden beroep of bedrijf uitsluitend is toegestaan in de woning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; d. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt of ingericht voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; e. alleen het beroeps- of bedrijfsmatig gebruik dat niet vergunningsplichtig of meldingsplichtig is ingevolge de Wet Milieubeheer of het Activiteitenbesluit is toegestaan; f. voor de uitoefening van de aan huis gebonden beroepen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1; g. geen sprake is van een onevenredige verkeers- en/of publieksaantrekkende werking. h. de omvang van de reclame-uitingen maximaal 0,50 m2 bedragen. i. geen buitenopslag van goederen plaatsvindt. j.
de persoon die bij een woning een aan huis verbonden beroep of bedrijf exploiteert ook de bewoner is van de desbetreffende woning (er is een functionele en persoonlijke binding tussen de bewoner van de woning en de exploitatie van het beroep of bedrijf aan huis). k. het niet is toegestaan om personeel in dienst te hebben voor het aan huis verbonden beroep of bedrijf; l. bij op fysieke dienstverlening gerichte bedrijven of beroepen aan huis (kappers, schoonheidssalons e.d., niet meer dan één plaats (of stoel) mag worden geëxploiteerd. Dit betekent dat een dienst niet aan meer dan één klant tegelijk mag worden aangeboden en uitgevoerd; m. alleen ondergeschikte detailhandel is toegestaan, eventueel in de vorm van een webwinkel, die direct voortvloeit uit, gerelateerd is aan en noodzakelijk is voor de dienst en/of het bedrijfs- of beroepsmatig gebruik.
51
bestemmingsplan Bolsward 21.5.2 Bêd en brochje Bêd en brochje wordt toegestaan binnen de bestemming, met dien verstande dat a. ten hoogste 2 slaapkamers en maximaal 5 personen zijn toegestaan; b. de bêd en brochje uitsluitend is toegestaan in het hoofdgebouw en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; c. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet worden gebruikt of ingericht ten behoeve van een bêd en brochje; d. de oppervlakte van bêd en brochje maximaal 300Zo van de begane grond vloeroppervlakte van het hoofdgebouw bedraagt, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; e. de omvang van de reclame-uitingen mag maximaal 0,5 m2 bedragen; f. voor de uitoefening van de bêd en brochje wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1. 21.5.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. het gebruik van woonhuizen en bijbehorende bouwwerken voor recreatieve bewoning; , c. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel, anders dan in producten gerelateerd aan en noodzakelijk voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor horeca.
52
bestemmingsplan Bolsward
Artikel 22 22.1
Wonen - Woonboerderij
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen - Woonboerderij aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in woonboerderijen, al dan niet in combinatie met: 1. ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; 2. mantelzorg; 3. bêd en brochje; b. muziekboerderij, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - muziekboerderij’; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven en terreinen; met daaraan ondergeschikt: d. nutsvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1 f. groenvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder tevens begrepen steigers. 22.2 Bouwregels 22.2.1 Algemeen Algemeen gelden voor alle bouwwerken de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.1 b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de regels van toepassing zoals opgenomen in artikel 34.2; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - geen erfbebouwing’ zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan. 22.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. het aantal woningen bedraagt per hoofdgebouw ten hoogste het bestaande aantal; d.
de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduidingen 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)': 1. bedragen de goot- en bouwhoogte niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; 2. mogen, in afwijking van sublid 1 , de bestaande goot- en bouwhoogte gehandhaafd blijven, indien deze hiervan afwijken. 22.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woonhuis gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bedraagt ten hoogste 900Zo van de oppervlakte van de hoofdvorm van het hoofdgebouw met een maximum van 100 m2, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien dit meer is, met dien verstande dat ten hoogste 50o7o van het erf buiten het bouwvlak bebouwd wordt. In afwijking van het voorgaande mag bij een woning in ieder geval 50 m2 aan bijbehorende bouwwerken gebouwd worden ; b. de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping bedraagt ten hoogste de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 meter; c. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk of een aangebouwde overkapping is ten minste 1,00 meter lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, tenzij:
53
bestemmingsplan Bolsward 1.
een hoofdgebouw bestaat uit één bouwlaag met een platdak, dan mag een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping ten hoogste even hoog zijn als de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 2. een aangebouwd bijbehorend bouwwerk of aangebouwde overkapping binnen een afstand van 3,00 meter tot de zijdelingse perceelsgrens ligt, dan is de bouwhoogte ten hoogste 7,00 meter én ten minste 1,00 meter lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; d. de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk of overkapping bedragen ten hoogste 3,00 en 5,50 meter. 22.2.4 Andere bouwwerken Voor het bouwen van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m zal bedragen; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 8,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken geen overkappingen zijnde zal ten hoogste 5,50 m bedragen. 22.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. de goede woonsituatie; b. de sociale veiligheid; c. de verkeersveiligheid; en d.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 22.4 Specifieke gebruiksregels 22.4.1 aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten worden toegestaan binnen de bestemming, met dien verstande dat: a. het beroep of bedrijf voorkomt op de lijst met toelaatbare beroepen en bedrijven in Bijlage 1; b. het vloeroppervlak van de ruimten voor de uitoefening van aan huis gebonden beroepen niet meer mag bedragen dan 300Zo van de begane grond vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; c. een aan huis verbonden beroep of bedrijf uitsluitend is toegestaan in de woning en/of in de aangebouwde bijbehorende bouwwerken; d. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt of ingericht voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; e. alleen het beroeps- of bedrijfsmatig gebruik dat niet vergunningsplichtig of meldingsplichtig is ingevolge de Wet Milieubeheer of het Activiteitenbesluit is toegestaan; f. voor de uitoefening van de aan huis gebonden beroepen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan wordt aan de bepalingen in artikel 39.1; g. geen sprake is van een onevenredige verkeers- en/of publieksaantrekkende werking. h. de omvang van de reclame-uitingen maximaal 0,50 m2 bedragen. i. geen buitenopslag van goederen plaatsvindt. j.