CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Ruimtelijke Onderbouwing

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Ferklearring fan gjin betinksten werûntwikkeling Mardyk 3 Sibrandabuorren23.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De archeoloog van de gemeente heeft het plan op een mogelijke bodemverstoring beoordeeld. Er zal geen sprake zijn van zodanige bodemverstoring dat aantasting van archeologisch waarden plaats zou kunnen vinden. Er zal geen grondroering plaatsvinden dieper dan 40 cm ten behoeve van de renovatie van de boerderij en de ligboxenstal en ook niet voor de verplaatsing van de bestaande werktuigenberging. Er zal gebruik worden gemaakt van zwevende vloerplaten.

Conclusie

36/171

Het aspect archeologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.8. Cultuurhistorie Toetsingskader Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Op basis van het gemeentelijk beleid wordt onder andere rekening gehouden met de in het bestemmingsplan beschreven cultuurhistorische waarden en wordt aan de Cultuurhistorische Kaart Fryslân van de provincie Fryslân getoetst.

Toetsing Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK2), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Daarnaast is gebruik gemaakt van de thematische structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' waarin de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap in Fryslân beschreven zijn. Volgens de Cultuur Historische kaart is er geen sprake van cultuurhistorische waarden binnen het plangebied. Door de afwezigheid van cultuurhistorische waarden kunnen deze ook niet geschaad worden door de voorgenomen ontwikkeling en vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor dit plan. Grenzend aan het projectgebied loopt De Mardyk. Deze weg is aangewezen als oorspronkelijke dijk (Slaperdijk). De uiterlijke kenmerken van de dijk: het beloop, de hoogte, het profiel, het gebruikte bouwmateriaal, de natuurlijke onderdelen en de bekleding van de dijk bieden informatie over het object. Met onderhavige plan vinden geen ontwikkeling plaats die negatieve effecten hebben op deze dijk en de cultuurhistorie hiervan.

De huidige boerderij is niet aangewezen als cultuurhistorisch waardevol op de cultuurhistorische kaart Fryslân, een stolpboerderij is wel een kenmerkend element in het landschap en hoort bij de historie van het gebied. Met onderhavige ontwikkeling wordt deze stolpboerderij hersteld, dit komt ten goede aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.

Conclusie Het plan mag vanuit cultuurhistorisch oogpunt uitvoerbaar worden geacht.

4.9. Kabels en leidingen Toetsingskader Rond planologisch relevante leidingen dient rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden (belemmeringenzones).

Toetsing

37/171

Binnen het projectgebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig.

Conclusie Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.10. Externe veiligheid Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: «

bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;

»

vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.

Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.

Toetsing Aan de hand van de risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: «

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);

*

zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is;

«

niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen;

Het Besluit richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het BEVI staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico's met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. De planlocatie ligt niet binnen een invloedssfeer van een deze genoemde inrichtingen. Zie de kaart hierna.

38/171

I lIitinij

ir.|r,r-|. ir-ll

İA,

Figuur4.4. Risicokaart projectgebied met rood aangegeven symbool (bron Atlas leefomgeving) De planlocatie ligt op 1,9 kilometer van de dichtst bij gelegen buisleiding (ten noorden van de planlocatie). Over de binnenvaartroute "Corridor Amsterdam - Noord-Nederland", worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Deze route meter (ten zuiden/zuidoosten van de locatie) ligt op 550 afstand van de planlocatie, dit is ruim voldoende.

Conclusie Het plan betreft geen risico veroorzakende inrichting en voorzover er sprake zou zijn van een (beperkt) kwetsbaar object zijn de afstanden dermate groot dat nader onderzoek naar externe veiligheid niet nodig is.

4.11. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden GBKN als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. *

Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

m

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het

39/171

bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). Daarvan is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die de genoemde drempelwaarden niet overschrijden toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Hierbij wordt aandacht geschonken aan de kenmerken en plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect.

Kenmerken van het project Het project voorziet in een beperkte toevoeging van recreatieappartementen. In totaal wordt er twee recreatieappartementen planologisch mogelijk gemaakt. In paragraaf 2.2 wordt nader ingegaan op de gewenste situatie. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen.

Plaats van het project Het projectgebied bevindt zich op kadastraal bekend als gemeente Rauwerd, sectie K en perceelnummer 546. In het projectgebied bevindt zich al een pand met een agrarische bestemming en kampeerterrein aanduiding. Daarnaast zijn er meerder bouwwerken te vinden met een oppervlakte van circa 913,27 m2. Het naastgelegen perceel, ook in eigendom van de initiatiefnemer, staat bekend als sectie K perceelnummer 546. Op dit perceel wordt niets gebouwd, maar vind de sloop plaats van twee mestsilo's. In de directe nabijheid van het projectgebied zijn beschermde natuurgebieden aanwezig, zoals te lezen paragraaf 4.3.

Kenmerken van het potentiële effect Op basis van de uitgevoerde onderzoeken kan gesteld worden, dat de nieuwe ontwikkelingen geen nadelige invloed hebben op bestaande landschapswaarden, voor de natuurwaarden is verder onderzoek noodzakelijk. Ook worden geen cultuur-historische en/of archeologische waarden aangetast. Door de nieuwe ontwikkelingen worden bestaande bedrijven in de omgeving niet in hun mogelijkheden beperkt. De bodem en het grondwater zijn geschikt voor de beoogde functie. Met het initiatief treden geen overtredingen op in het kader van de flora en faunawetgeving. Het voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer en omliggende woningen, leidt niet tot luchtvervuiling, geluidsoverlast en bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd.

Sloop- en Aanlegwerkzaamheden Tijdens de bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen milieueffecten optreden. Daarbij gaat het met name om geluidhinder, trillingen en verkeer gerelateerde effecten. Zo nodig worden maatregelen getroffen om overlast voor de directe omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit dient bij het uitwerken van de aanpak en fasering van de uitvoeringswerkzaamheden nader te worden geconcretiseerd. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden en de relatief beperkte omvang van het project kunnen belangrijke negatieve milieueffecten uitgesloten worden.

40/171

Conclusie Uit de informatie in deze paragraaf en de paragrafen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 notitie blijkt dat het projectgebied niet gelegen is in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en beperkte omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.

41/171

42/171

Hoofdstuk 5 5.1.

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. De resultaten hieruit worden te zijner tijd in deze paragraaf verwoord. Bij de gemeenteraad wordt verzocht een verklaring van geen bedenkingen af te geven. De ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken wordt daarna gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Eenieder wordt op deze wijze in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. Eventuele zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.

5.2.

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

5.2.1

Financiële haalbaarheid

De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het project financieel haalbaar is. Hiermee kan het bestemmingsplan financieel haalbaar worden geacht.

Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. In onderhavig geval is sprake van een bouwplan in de zin van 6.1.2. Bro. O.g.v. 6.12 lid 1 is de gemeenteraad daarmee verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins wordt verzekerd. Alle kosten die gepaard gaan met de uitvoering van de plannen zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Het plan is daarom economisch uitvoerbaar.

43/171

44/171

Hoofdstuk 6

Afweging en conclusie

Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3° Wabo, waarmee de omzetting van een agrarisch bouwperceel naar een woonperceel met herbouw mogelijkheid voor een stalling, ten behoeve van twee recreatieappartementen.

Afweging Het project past binnen de beleidskaders van het rijk, de provincie en de gemeente. Verder leveren de omgevingsaspecten en/of sectorale wet- en regelgeving geen belemmeringen op voor realisatie van de ontwikkeling in het projectgebied. Andersom is er ook nauwelijks sprake van impact van de ontwikkeling op de omgeving.

Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.

45/171

46/171

Bijlagen toelichting

47/171

48/171

Bijlage 1

49/171

Stikstofberekening

RHO ADVISEURS-MEMO DATUM KENMERK VAN

22 december 2022 20220911 M. Smalbrugge en J. Tromp

PROJECT OPDRACHTGEVER

Mardyk 3 te Sibrandabuorren Van Bentum

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING In opdracht Van Bentum is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van één reguliere woningen en twee vakantieappartementen. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron. Aan de Mardyk 3 te Sibrandabuorren ligt een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. De initiatiefnemer is gestopt met de agra­ rische bedrijfsvoering en heeft het plan de voormalige boerderij regulier te bewonen, daarnaast is het voornemen om in de voormalige ligboxenstal twee recreatieappartementen te realiseren.

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daar­ van op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2022 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbete­ ring (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase mee­ genomen in de berekening. Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden van de Minister (25 november 2022) Het wijzigingsbesluit is ingegaan op 26 november 2022. Sinds deze datum moeten bevoegde gezagen de toegevoegde habitattypen of soorten betrekken bij toestemmingverlening.

In AERIUS 2022 zijn deze wijzigingen verwerkt. Tot die tijd kunnen initiatiefnemers in AERIUS Calculator handmatig rekening houden met de wijzigingen om te voorkomen dat de toegevoegde habitattypen of leefgebieden onterecht niet betrokken worden in de beoordeling. Hiervoor is een handreiking beschikbaar op www.bij12.nl. Deze rekenpunten zijn betrokken in deze stikstofdepositieberekening.

RHO ADVISEURS

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 20 januari 2022 Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 20 januari 2022) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is ver­ volgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het plangebied zijn gelegen betreffen Sneekermeergebied, Witte en Zwarte Brekken, Alde Feanen, Groote Wielen, Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving, Van Oordt's Mersken, Rottige Meenthe & Brandemeer, Deelen. Van deze Natura 2000-gebieden betreffen Alde Feanen, Rottige Meenthe & Brandemeer stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van het plangebied. Figuur 1: plangebied met meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden

Exploitatiefase Voor het project wordt uitgegaan van gasloze recreatieappartementen/woningen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de appartementen/woningen. Voor de verkeersgeneratie wordt aangesloten op de CROW-kencijfers waarbij voor de gemeente Súdwest-Fryslân uit­ gegaan wordt van een stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' (bron: CBS Statline). Gezien de ligging van het projectgebied in/bij de plaats Sibrandabuorren kan het gebied aangemerkt worden als 'buitengebied'. Waarbij één vrijstaande

2/5

RHO ADVISEURS woningen aangesloten wordt op de norm voor een 'vrijstaande koophuis'. En twee recreatieappartementen worden aangesloten op de norm 'Bungalowpark (huisjescomplex). Voor de volledigheid wordt hieronder ingegaan op alle acti­ viteiten binnen het projectgebied. Op basis van deze uitgangspunten bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 15 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. Het aantal verkeersbewegingen per woning van zware motorvoertuigen bedraagt 0,02 mvt/etmaal (CROW publicatie 381). Het totale aantal verkeersbewegingen van zware motorvoertuigen in Mardyk 3 te Sibrandabuorren bedraagt af­ gerond 1 mvt/etmaal. Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende ver­ keersbeeld als het qua rij- en stopgedrag en intensiteit niet meer te onderscheiden is van het overige wegverkeer. Voor wat betreft de lengte van de rijroutes is uitgegaan van twee rijroutes vanaf het middenterrein waar de parkeervoorzieningen worden gerealiseerd, zie figuur 2. Het projectgebied is gelegen aan een doodlopende weg en het gemotoriseerde verkeer kan alleen in noordwestelijke richting rijden. De verkeerstroom komt vervolgens terecht op een t-splitsing.

Vanaf deze split­ sing is zullen de meeste mensen of links afslaan en richting de stad Sneek rijden of rechtsaf naar de A32. Vanaf deze splitsen wordt zal het verkeer afkomstig van deze ontwikkeling opgaan in de gewone verkeersstroom. Het aantal verkeersbewegin­ gen per rijroute is weergegeven in tabel 2. Figuur 2: schematische weergave rijroute verkeersgeneratie

Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase

Woningtype

Aantal wooneenhe­ Kencijfer CROW per den mv/t

Verkeersgeneratie per etmaal

Koop, huis, vrijstaand

1

8,2

9

Bungalowpark (huisjescom­ 2 plex)

2,7

6

Totaal

3/5

15

RHO ADVISEURS

Tabel 2: Emissie NOxen NHsper rijroute

Route noordwest

Verdeling wegverkeer

Verkeersgeneratie per etmaal

100oZo

15

Totaal

15

Aanlegfase Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselver­ bruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Met dit plan worden ook twee recreatieappartementen mogelijk gemaakt. Voor het berekenen van de aanlegfase, is voor deze twee recreatieappartementen aangesloten op kengetallen voor woningen. 2. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 60 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Dit zijn 20 verkeersbewegingen per woning per jaar. Voor het vervoer van personeel zijn er 14 ver­ keersbewegingen per etmaal. Voor de rijroute van het wegverkeer is uitgegaan van een rijroute vanaf het plangebied richting het noorden tot aan de t-splitsing Mardyk en Grienedyk. 3. De aanlegfase van de woningen valt te splitsen in de voorbereidingVgrondwerk en de bouwfase. Gedurende voorbereidingVgrondwerk vindt het bouw- en woonrijp maken plaats. Het gaat hier om de aanleg van de funderingen, rioleringen, bekabeling, wegen, bestrating, straatmeubilair en groenvoorzieningen.

Gedurende de bouwfase vindt de daadwerkelijke constructie van de woningen plaats. 4. In de berekening is ook het literverbruik van Adblue in dieselmotoren gespecificeerd. In combinatie met SCR-technologie (selectieve katalystische reductie) zorgt dit voor reductie van de emissie van stikstofoxide (NOx). Het Adblue verbruik bedraagt ongeveer 5 liter per 100 liter diesel. In de berekening is het Adblue verbruik daarom op 5% van het dieselver­ bruik gespecificeerd. In de berekening is het Adblue-verbruik daarom op 5% van het dieselverbruik gespecificeerd. Tabel 3: Specificatie van het dieselmaterieel Activiteit

klasse

dieselverbruik [liter/uur]

uren/da

aantal

g

gen/

da­

totaal aantal

totaal diese

uren

verbruik [li­

woning

-

ter]

woningen (3 stuks) voorbereiding/grond­

stage IV, 75-560

werk

kW

bouwfase

stage IV, 75-560 kW

Totaal

4/5

20

8

8

192

3840

192

10

8

24

192

1920

96

384

5760

288

RHO ADVISEURS

RESULTATEN EN CONCLUSIE In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effec­ ten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn worst-case in dezelfde berekening meegenomen. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden van de Minister (25 november 2022) heeft geen invloed op de resulta­ ten.

5/5

AERIUS* CALCULATOR

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" « « «

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden In een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

AERIUS* CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Rho adviseurs Keizerstraat, 7411HD Deventer

Activiteit Omschrijving

Mardyk3 teSibrandabuorren

Toelichting

Mardyk3 teSibrandabuorren

Berekening AERIUS kenmerk

RTFRJZCHmSCS

Datum berekening

22december2022,13:12

Rekenconfiguratie

Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH3

Emissie NO*

Gebruiksfase - Beoogd

2023

0,1 kg/j

1,8 kg/j

Resultaten

Hoogste depositie

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RTFRJZCHmSCS (22 december 2022)

2/6

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen ^ Verkeersnetwerk

RTFRJZCHmSCS (22 december 2022)

Emissie NHa

Emissie NO*

0,1 kg/j

1,8 kg/j

3/6

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

I

| Habitatrichtlijn

I

| Vogelrichtlijn

I

| Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn ] Niet bepaald

f f 9

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RTFRJZCHmSCS (22 december 2022)

4/6

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename (ha Grootste toenameMet afname (ha

gekarteerd)

depositie (mol

gekarteerd)

(mol N/ha/jr)

gekarteerd)

Grootste afname (mol N/ha/jr)

N/ha/jr)

RTFRJZCHmSCS (22 december 2022)

5/6

Projectberekening

AERIUS* CALCULATOR

Gebruiksfase, Rekenjaar2023 ^9 Wegverkeer ļ Weg Naam

Gebruiksfase

Wegtype

Buitenweg

Type scherm

NŨ2

Rijrichting

Beide richtingen

Hoogte

NH3

Tunnelfactor

1

Afstand tot de weg

Type hoogte ligging

Normaal

Weghoogte

Om

Línks

Rechts

NO*

1,8 kg/j 0,2 kg/j 0,1 kg/j

Beschrijving

Voertuigtype/euroklasse

Voertuigen

In file

Voorgeschreven factoren

Licht verkeer

15 p/etmaal

O.Oo/o

Voorgeschreven factoren

Middelzwaar vrachtverkeer

0 p/etmaal

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Zwaar vrachtverkeer

1 p/etmaal

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Busverkeer

0 p/etmaal

0,0 o/o

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie Database versie

2021.2-20221219j040e7fca7 2021.2-f040e7fca7

Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

RTFRJZCHmSCS (22 december 2022)

6/6

AERIUS* CALCULATOR

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoeren rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" « « «

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden In een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

AERIUS* CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Rho adviseurs Keizerstraat, 7411HD Deventer

Activiteit Omschrijving

Mardyk3 teSibrandabuorren

Toelichting

Mardyk3 teSibrandabuorren

Berekening AERIUS kenmerk

RdY3furpK9ml

Datum berekening

22december2022,13:12

Rekenconfiguratie

Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH3

Emissie NO*

Aanlegfase - Beoogd

2023

1,5 kg/j

60,6 kg/j

Resultaten

Hoogste depositie

Hexagon

Gebied

Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RdY3furpK9m1 (22 december 2022)

2/7

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar2023 Emissiebronnen Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning ļ Aanlegfase materiaal ^ Verkeersnetwerk

RdY3furpK9m1 (22 december 2022)

Emissie NH3

Emissie NO*

1,4 kg/j

59,5 kg/j

0,1 kg/j

1,1 kg/j

3/7

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

I

| Habitatrichtlijn

I

| Vogelrichtlijn

I

| Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn ] Niet bepaald

f f 9

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RdY3furpK9m1 (22 december 2022)

4/7

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

RdY3furpK9m1 (22 december 2022)

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)

Met toename (ha Grootste toenameMet afname (ha (mol N/ha/jr) gekarteerd)

gekarteerd)

Grootste afname (mol N/ha/jr)

5/7

Projectberekening

AERIUS* CALCULATOR

Aanlegfase, Rekenjaar 2023 ^9 Mobiele werktuigen ļ Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning Naam

NOx NH3

Aanlegfase materiaal

Naam

Stageklasse

Zwaar materiaal

Stage-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

59,5 kg/j 1,4 kg/j

BrandstofverbruikDraaiurenAdBlue verbruik

Stof

384 u/j 288 l/j

NOlx

1

Emissie

59,5

NH 3 1,4 kg/j

^9 Wegverkeer ļ Weg Naam Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogte ligging Weghoogte

Zwaar verkeer Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal Om

Links Type scherm

Hoogte Afstand tot de weg

Rechts

-

NOx NŨ2

NH3

0,2 kg/j 7,4 g/j 4,0 g/j

Beschrijving

Voertuigtype/euroklasse

Voertuigen

In file

Voorgeschreven factoren

Licht verkeer

0 p/jaar

O.Oo/o

Voorgeschreven factoren

Middelzwaar vrachtverkeer

0 p/jaar

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Zwaa r v rachtverkeer

60 p/jaar

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Busverkeer

0 p/jaar

0,0 o/o

O Wegverkeer ļ Weg Naam Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogte ligging Weghoogte

Licht verkeer Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal Om

Links Type scherm

Hoogte Afstand tot de weg

Rechts

-

NOx NŨ2

NH3

0,9 kg/j 0,2 kg/j 99,2 g/j

Beschrijving

Voertuigtype/euroklasse

Voertuigen

In file

Voorgeschreven factoren

Licht verkeer

0 p/jaar

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Middelzwaar vrachtverkeer

0 p/jaar

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Zwaar vrachtverkeer

60 p/jaar

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Busverkeer

0 p/jaar

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Licht verkeer

14 p/etmaal

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Middelzwaar vrachtverkeer

0 p/etmaal

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Zwaar vrachtverkeer

0 p/etmaal

0,0 o/o

Voorgeschreven factoren

Busverkeer

0 p/etmaal

0,0 o/o

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RdY3furpK9m1 (22 december 2022)

6/7

Projectberekening

AERIUS* CALCULATOR

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie Database versie

2021.2-20221219j040e7fca7 2021.2-f040e7fca7

Voor meer informatie over de gebruikte methodieken data zie: https://www.aerius.nl/

RdY3furpK9m1 (22 december 2022)

7/7

68/171

Bijlage 2

69/171

QuickScan ecologie

Sibrandabuorren, Mardyk 3

JM ecologie b.v., 2022

N G B

QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3 Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming Rapportnummer R22.162 Status 1.0 (definief) Datum 22-09-2022 Opdrachtgever Silvester van Bentum Mardyk 3 8647 SZ Sibrandabuorren Auteur Jildou Dekker Controle Corine Bos Voorpagina Foto van de ingestorte boerderij. Te citeren als Dekker, J.A.I., 2022. QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3; Ecologische beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming. Rapport R22.162 JM ecologie b.v., Gorredijk.

JM ecologie b.v.

Leitswei 12 8401 CL Gorredijk

Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar © 2022 JM ecologie b.v. worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Inhoud 1

Inleiding.............................................................................................................................................................................. 2

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2

Beschrijving locatie en ingreep........................................................................................................................................7

2.1 2.2 3

5

Effecten en gevolgen...................................................................................................................................................... 23

Overzicht beschermde soorten.........................................................................................................................23 Effecten op de in het plangebied (mogelijk) aanwezige flora en fauna.......................................................... 24

Vervolgstappen...................................................................................................

6.1 6.2 6.3 6.4 7

Bureaustudie (NDFF).......................................................................................................................................... 11 Veldbezoek........................................................................................................................................................ 11

Update voortoets weidevogelkansgebied................................................................................................................... 21

5.1 5.2 6

Locatie.................................................................................................................................................................. 7 Ingreep............................................................................................................................................................... 10

Resultaten bureaustudie en veldbezoek...................................................................................................................... 11

3.1 3.2 4

Aanleiding............................................................................................................................................................ 2 Globale ligging..................................................................................................................................................... 2 Structuur natuurwetgeving in Nederland............................................................................................................4 Scope van de QuickScan...................................................................................................................................... 5 Werkwijze............................................................................................................................................................ 6

Jaarrond beschermde nesten; nader onderzoek.................................... Algemene broedvogels; mitigatie........................................................... Vleermuizen; mitigatie............................................................................ Kleine marterachtigen; nader onderzoek (na intreding Omgevingswet)

Conclusie.

........................................................25 Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

..................................................... 25 .................................................... 26 .................................................... 26 27

Geraadpleegde bronnen......................................................................................................................................................... 28 Bijlage 1 - Jaarrond beschermde nesten per provincie.........................................................................................................i

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In opdracht van de heer Van Bentum heeft ecologisch adviesbureau JM ecologie b.v. een QuickScan uitgevoerd aan Mardyk 3 te Sibrandabuorren, gemeente Súdwest-Fryslân, provincie Friesland. De opdrachtgever is voornemens om de huidige stolpboerderij en het bijgebouw te slopen ten behoeve van de bouw van een nieuwe stolpboerderij. Daarnaast wordt op de locatie van de voormalige ligboxstal een gebouw met twee recreatieappartementen en een opslagruimte gerealiseerd. Ook wordt de werktuigenberging verplaatst. De werkzaamheden staan gepland voor het najaar of de winter van 2022. Voor de geplande werkzaamheden op de locatie is eerder een QuickScan uitgevoerd (Gerritsen, 2018). Naar aanleiding van de resultaten van de oorspronkelijke QuickScan zijn nadere onderzoeken naar de aan- dan wel afwezigheid van vleermuizen (Zomer, 2019), de Noordse woelmuis, de waterspitsmuis (Kroezen, 2020) en de buizerd uitgevoerd (Melis, 2021). Tevens is voor andere werkzaamheden een voortoets uitgevoerd om effecten op een nabij gelegen weidevogelkansgebied te beoordelen (Bos, 2021). De onderhavige QuickScan betreft een update van de eerder uitgevoerde QuickScan waarbij de resultaten van de eerder uitgevoerde onderzoeken worden meegenomen, alsmede de gewijzigde situatie (ingestorte gebouwen) en de nieuwe plannen voor de locatie.

1.2

Globale ligging Sibrandabuorren is gelegen ten noordoosten van Sneek en ten noordwesten van Terherne. Het plangebied is gelegen aan de noordelijke rand van het Sneekermeer. Ongeveer 900 meter ten oosten van het plangebied is het prinses Margrietkanaal gelegen. De ruime omgeving betreft een agrarisch landschap met recreatieve voorzieningen, boerderijen, kleine bosschages, sloten en grotere watergangen.

Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 2 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

Figuur 1.1. Locatie van het plangebied (rood omlijnd).

i Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 3 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

1.3

Structuur natuurwetgeving in Nederland De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, de bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wet natuurbescherming, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Dit betreft het 'Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Na de decentralisatie (2017) zijn enkele provincies andere namen gaan voeren voor de NNN. Tot slot bestaan er diverse provinciaal beschermde natuurgebieden. De bescherming van deze gebieden wordt middels provinciaal beleid geregeld en valt derhalve tevens niet onder de Wet natuurbescherming. Decentralisatie Het bevoegd gezag is gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals bijvoorbeeld hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij en bijvoorbeeld activiteiten Koninklijk Huis.

Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de volgende categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. 'andere soorten' (onderdeel A 'fauna' en onderdeel B 'flora'). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal aangewezen vogelsoorten, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt. In aanvulling op de Vogelrichtlijn, geldt er voor een aantal vogelsoorten die jaarlijks naar hetzelfde nest terugkeren een jaarrond bescherming van de nesten.

De meeste provincies en het Rijk hanteren de "Lijst met jaarrond beschermde nesten 2012". Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Voor deze laatste categorie geldt alleen een jaarrond beschermde status indien ecologisch zwaarwegende omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincies Overijssel, Flevoland en Limburg geldt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten, waarin een andere categorisering is aangebracht. In de provincie Friesland treedt een aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten in werking met ingang van de Omgevingswet. De provincie Groningen hanteert geen officiële lijst, maar stelt dat essentiële nesten functioneel niet weggenomen mogen worden.

Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 4 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wet natuurbescherming. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren en opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten.

In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan, zolang dit niet leidt tot het beschadigen van de functionaliteit van een vaste voortplantings- of rustplaats. Tevens mag de verstoring er niet toe leiden dat de leefomgeving die nodig is om de vaste voortplantings- of rustplaats te laten functioneren, in het geding komt. Met betrekking tot de 'andere soorten' zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het project-voornemen één of enkele gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie.

1.4

Scope van de QuickScan Deze QuickScan is opgesteld om de ecologische waarden van het plangebied te bepalen, en de, ten gevolge van de geplande wijziging, eventuele strijdigheden met de Wet natuurbescherming (Wnb) in kaart te brengen, waaruit een advies zal volgen over hoe te handelen volgens deze wet. Er wordt in deze QuickScan niet ingegaan op raakvlakken met de gebiedsbescherming (Natura 2000, NatuurNetwerk Nederland) en de bescherming Houtopstanden. Wel worden effecten op het nabij gelegen weidevogelkansgebied behandeld. Een initiatiefnemer is, vanuit de natuurwetgeving, bij ruimtelijke ingrepen (maar ook maatregelen en activiteiten) verplicht op de hoogte te zijn van mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen en rond het plangebied, zodat hiermee rekening kan worden gehouden. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingreep zijn getoetst aan de bepalingen van de soortenbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur is onvoorspelbaar. Het veldbezoek beschrijft een momentopname. Indien de periode tussen veldbezoek en de invoer van de geplande werkzaamheden en/of wijziging meerdere jaren wordt, of indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de QuickScan wordt herzien.

Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 5 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

1.5

Werkwijze Bureaustudie Voorafgaand aan het veldbezoek wordt de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten onderzocht door het raadplegen van online- en fysieke atlassen en databases, zoals bijvoorbeeld de NDFF. Het doel van de bureaustudie is het inschatten van de ligging van het projectgebied, de aanwezige habitattypes en de bekende beschermde soorten, alsmede het verkrijgen van inzicht in de kans dat beschermde soorten in een projectgebied aanwezig kunnen zijn. Veldbezoek Het veldbezoek is afgelegd door ecoloog Jildou Dekker van JM ecologie b.v. op 8 augustus 2022. Het bezoek is uitgevoerd van 10:00 tot 11:00 uur, bij 190C en 1 Bft, op een zonnige, heldere dag. Een aanvullend veldbezoek is afgelegd door ecoloog Stef Kooiman van JM ecologie b.v. op 9 september 2022. Het bezoek is uitgevoerd van 14:00 tot 14:30, bij 160C en 1 Bft, op een bewolkte, regenachtige dag. Het doel van het veldbezoek is het inschatten van de aanwezige habitattypes en het verkrijgen van inzicht in het plangebied. Maatregel(en) en effecten De derde stap is de beschrijving van de geplande maatregel en de omstandigheden (planning, methode) waarin deze uitgevoerd gaat worden. Tezamen met het veldbezoek en de bureaustudie kunnen hieruit eventuele strijdigheden van de plannen met de betreffende natuurwetgeving opgespoord worden, en kunnen eventuele kennishiaten benoemd worden.

Hieraan worden conclusies verbonden en hieruit zal duidelijkheid ontstaan over de eventuele noodzaak tot het nemen van vervolgstappen, met als doel de werkzaamheden en/of wijziging conform de huidige Wet natuurbescherming te laten plaatsvinden.

Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 6 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

2 2.1

Beschrijving locatie en ingreep Locatie Het plangebied is gelegen in Sibrandabuorren, aan de noordelijke rand van het Sneekermeer. Het plangebied is gelegen in een agrarisch landschap met recreatieve voorzieningen, boerderijen, kleine bosschages, sloten en grotere watergangen. Ten zuiden van het plangebied loopt een druk fietspad welke langs de randvan het Sneekermeer loopt. Tussen het fietspad en het meer ligt een dichte strook riet. Tussen hetfietspad en het plangebied is een sloot aanwezig welke bijna volledig is dichtgegroeid. Ten oosten en ten noorden van het plangebied is een grotere watergang aanwezig met een aanlegsteiger aan de oostzijde aan het plangebied. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit weilanden, sloten en het Sneekermeer. Het plangebied zelf bestaat uit een ingestorte stolpboerderij, een vervallen bijgebouw, een werktuigenberging en een voormalige ligboxstal, waarvan enkel de fundering nog aanwezig is. Het gehele terrein is overwoekerd en rommelig. Het meest westelijke deel van de stolpboerderij is volledig ingestort, slechts enkele muren op de begane grond staan nog gedeeltelijk rechtop. Het ingestorte rieten dak ligt op de grond. De oostelijke gevel staat grotendeels nog en hier zijn enkele kamers nog intact. Echter verkeert ook dit deel van het gebouw in een zeer vervallen staat en is hier tevens het (dakpannen) dak ingestort.

Het bijgebouw bestaat enkel nog uit vier muren en is overwoekerd door een bramenstruik en diverse kruiden. De werktuigenberging betreft een houten gebouw zonder dak. In de werktuigenberging is een kleine overdekking aanwezig in de meest noordoostelijke hoek. De ligboxenstal bestaat enkel nog uit de fundering. Op de locatie van de ligboxstal is een volgelopen put aanwezig. Aan de oostelijke zijde van het plangebied is nog een steiger aanwezig en aan de westzijde staat een bomenrij welke aan de noordzijde grenst aan een sloot.

Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 7 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

Sibrandabuorren, Mardyk 3 I Plangebied Stolpboerderij Bijgebouw

I I

I Voormalige ligboxstal I Werktuigenberging

Figuur 2.1. Plangebied aan de Mardyk 3 met de verschillende gebouwen.

Figuur 2.2. Oostelijke gevel van de stolpboerderij.

Figuur 2.3. Ingestorte deel van de stolpboerderij.

Figuur 2.4. Ingestorte dak van de stolpboerderij.

Figuur 2.5. Het bijgebouw.

Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 8 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

Figuur 2.6. Binnenkant van het bijgebouw.

Figuur 2.7. Werktuigenberging.

Figuur 2.8. Nest van boerenzwaluw onder overdekking.

Figuur 2.9. Locatie van de voormalige ligboxstal.

Figuur 2.10. Put bij de voormalige ligboxstal.

Figuur 2.11. Watergang ten noorden van het plangebied.

Figuur 2.12. Dichtgegroeide sloot zijdzijde plangebied

Figuur 2.13. Bomenrij ten westen van het plangebied.

i Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 9 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

2.2

Ingreep De voorgenomen werkzaamheden betreffen de sloop van de huidige stolpboerderij en het bijgebouw ten behoeve van de bouw van een nieuwe stolpboerderij. Daarnaast wordt op de locatie van de voormalige ligboxstal een gebouw met twee recreatieappartementen en een opslagruimte gerealiseerd. Ook wordt de werktuigenberging verplaatst. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden zal het noodzakelijk zijn een deel van de ruigte te verwijderen. De werkzaamheden staan gepland voor het najaar of de winter van 2022. In onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de nieuwe situatie.

Figuur 2.14. Overzicht van de nieuwe situatie met van links naar rechts de werktuigenberging, de recreatiewoning en de nieuwe stolpboerderij.

Figuur 2.15. Impressie van de nieuwe stolpboerderij.

Figuur 2.16. Impressie van de recreatiewoning.

Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 10 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

3 3.1

Resultaten bureaustudie en veldbezoek Bureaustudie (NDFF) Om een inzicht te krijgen in de aanwezige beschermde natuurwaarden binnen en in de omgeving van het plangebied, wordt onder andere gekeken naar de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). In deze database staan gevalideerde waarnemingen van zowel beschermde, als niet-beschermde soorten. Om een representatief beeld te krijgen van de mogelijk aanwezige beschermde natuurwaarden is gekeken naar waarnemingen van beschermde soorten in de afgelopen vijf jaar binnen, en in een straal van 2500 meter rondom het plangebied. In onderstaande tabel zijn de bekende beschermde soorten uit de NDFF weergegeven. Tabel 3.1. Uit de bureaustudie bekende vogels met jaarrond beschermde nesten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (bron: NDFF). Soortgroep

Vogels met jaarrond beschermde nesten

Zoogdieren

Vissen

Soortnaam

Beschermingsregime (Wnb)

Boomvalk

Artikel 3.1

Buizerd

Artikel 3.1

Gierzwaluw

Artikel 3.1

Grote gele kwikstaart

Artikel 3.1

Havik

Artikel 3.1

Huismus

Artikel 3.1

Kerkuil

Artikel 3.1

Oehoe

Artikel 3.1

Ooievaar

Artikel 3.1

Ransuil

Artikel 3.1

Slechtvalk

Artikel 3.1

Sperwer

Artikel 3.1

Noordse woelmuis

Artikel 3.5

Otter

Artikel 3.5

Vleermuizen*

Artikel 3.5

Wolf

Artikel 3.5

Grote modderkruiper

Artikel 3.10

Planten Muurbloem Artikel 3.10 *Gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis.

De resultaten van de bureaustudie zijn gedurende het veldbezoek benut als hulpmiddel voor het bepalen welke soorten mogelijk binnen en rond het plangebied voor kunnen komen.

3.2

Veldbezoek Gedurende het veldbezoek is, naast het plangebied, een zone rondom het plangebied bezocht om de aanwezige natuurwaarden te inventariseren. Deze zone wordt gehanteerd, omdat werkzaamheden die plaatsvinden binnen het plangebied effecten kunnen hebben op de omgeving. Deze zone wordt door de ter zake kundige ecoloog tijdens het terreinbezoek bepaald. Waargenomen soorten en verwachte soorten (op basis van de aanwezige habitat en de bekende verspreiding) worden samengenomen en hun gebruik van het plangebied wordt beschreven. Hierbij ligt de nadruk op beschermde soorten, maar er zullen ook algemene en lichter beschermde soorten betrokken worden indien waargenomen of van belang voor de ingreep. Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 11 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

3.2.1

Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van een aantal vogelsoorten zijn ook de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen in elke situatie jaarrond beschermd zijn (categorie 1 tot en met 4) en soorten waarvan de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (categorie 5). Alle provincies hanteren een eigen lijst met (potentieel) jaarrond beschermde nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen. Een overzicht van de soorten per provincie is weergegeven in bijlage 1. In de provincie Limburg geldt dat de nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen van de soorten uit de beschermingscategorieën 1 tot en met 3 in elke situatie jaarrond beschermd zijn. De nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen van de soorten uit de beschermingscategorie 4 zijn enkel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In de provincie Friesland zal bij de inwerkingtreding van de omgevingswet een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten in werking treden. In bijlage 1 is tevens de aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten weergegeven.

Voor de provincie Friesland wordt tevens de aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten behandeld. In onderstaande alinea's worden de soorten met een jaarrond beschermd nest en vaste rust- en verblijfplaatsen in elke situatie behandeld. Daarnaast worden de soorten met potentieel jaarrond beschermde nesten en vaste rust- en verblijfplaatsen behandeld die kunnen voorkomen binnen het plangebied of de directe omgeving. Hierbij wordt afgewogen of er sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die de jaarronde bescherming kunnen rechtvaardigen. Jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek is gezocht naar jaarrond beschermde nesten binnen en rond het plangebied. Er zijn geen boomnesten of boomholtes aangetroffen tijdens het meest recente veldbezoek waardoor, in combinatie met het aanwezige habitat, de aanwezigheid van de boomvalk, buizerd, havik, oehoe, roek, wespendief en zwarte wouw wordt uitgesloten. Tijdens het eerder uitgevoerde vleermuisonderzoek is de aanwezigheid van een kerkuil vastgesteld. Deze bevond zich in het gedeelte van het huis wat nu ingestort is. Er zijn geen geschikte nestlocaties voor de kerkuil meer aanwezig, waardoor aanwezigheid van de kerkuil uitgesloten kan worden. Aanwezigheid van de steenuil wordt op basis van bekende verspreidingsgegevens uitgesloten.

De huismus en de gierzwaluw worden tevens niet verwacht vanwege de ligging van het plangebied buiten een urbane omgeving en de tocht onder het dak. De watergangen rondom het plangebied zijn ongeschikt voor de grote gele kwikstaart vanwege het ontbreken van geschikte nissen of holtes in de oever om te nestelen. Tevens is het plangebied ver buiten bekende broedlocaties van de soort gelegen. Tot slot zijn er geen hoge gebouwen met richels, palen of masten aanwezig in of rond het plangebied, waardoor de aanwezigheid van slechtvalk en ooievaar wordt uitgesloten.

Datum: 22 september 2022 rapport: R22.162, versie 1.0

blad 12 van 28

Silvester van Bentum QuickScan Sibrandabuorren, Mardyk 3

Nesten van aanvullende vogelsoorten welke met de intreding van de Omgevingswet beschermd worden, betreffen hoofdzakelijk koloniebroeders (aalscholver, blauwe reiger dwergstern, grote stern, grote zilverreiger, lepelaar, Noordse stern, purperreiger, stormmeeuw, zwarte stern en zwartkopmeeuw). Er zijn geen kolonies van deze soorten of aangetroffen bekend in of nabij het plangebied. Daarnaast worden enkele soorten welke in een bosrijke omgeving broeden mogelijk beschermd (draaihals, zwarte specht en raaf). Voor deze soorten is geen geschikt habitat aanwezig. Tot slot worden de ringmus, huiszwaluw, torenvalk en zeearend mogelijk beschermd. De ringmus broedt in kleinschalig boomrijk cultuurlandschap. De omgeving van het plangebied bestaat uit uitgestrekte weilanden met slechts hier en daar een bosschage, en betreft derhalve geen geschikt habitat voor de soort. Van de huiszwaluw en de zeearend zijn geen nesten aangetroffen, waardoor deze soorten uitgesloten kunnen worden. Tot slot is voor de torenvalk geen geschikte nestgelegenheid aanwezig vanwege het ontbreken van nestkassen of geschikte richels en nissen in gebouwen. Mogelijk jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek is gezocht naar aanwezigheid van mogelijk jaarrond beschermde nesten van vogels. Er is één nest van de boerenzwaluw aangetroffen.

Gezien het beperkte aantal nesten en de aanwezigheid van alternatieve nestgelegenheid in de regio, zijn er geen ecologisch zwaarwegende reden om dit nest als een jaarrond beschermd nest te beschouwen. Daarnaast kunnen diverse andere soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest tot broeden komen in het plangebied, zoals de koolmees en de pimpelmees. Ook voor deze soorten is er voldoende alternatieve broedgelegenheid beschikbaar in de omgeving. Daarnaast betreffen het algemeen voorkomende soorten. Er is daarom geen ecologisch zwaarwegende reden om deze nesten als jaarrond beschermd te beschouwen. Deze vogels worden daarom behandeld onder 'algemene broedvogels'. Algemene broedvogels Er is rond het plangebied geschikt habitat aanwezig voor diverse soorten algemene broedvogels. In de bomen en bosschages rond het plangebied kunnen soorten als merel en vink tot broeden komen. In de watergangen kunnen diverse watervogels als wilde eend en meerkoet tot broeden komen. Aanwezigheid van algemene broedvogels kan daarmee niet worden uitgesloten. Consequenties van de ingreep op algemene broedvogels staan beschreven in paragraaf 5.2.

3.2.2

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een plangebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13940126/1