Bijlage 2 - Bedrijventerreinen in Fryslân I vraagprognose tot 2035
Tekst van het document
De 'startwaarden' van het aantal arbeidsplaatsen voor 2020 zijn door Bureau Louter geschat. Dat is gedaan door uit te gaan van de realisatie in 2019 en vervolgens een jaar vooruit te rekenen met behulp van het AREA-model. Daarin zijn verwerkt nationale ontwikkelingen per economische sector, de door Bureau Louter opgestelde regionale arbeidsmarktprognoses voor het UWV en de gemeentelijke 'vertaling' daarvan aan de hand van het AREA-model. Deze startwaarden worden gebruikt voor het opstellen van de prognoses voor de ruimtevraag. Daar waar sprake is van een beschrijving van de 'huidige' stand van zaken (bijvoorbeeld wat betreft het profiel van de economische structuur per gebied, de terreinquotiënten en de locatietypevoorkeuren) wordt echter uitgegaan van de feitelijke realisaties voor 2019 en niet van de schattingen voor 2020. Wanneer de gegevens over 2020 beschikbaar komen, zou hier eventueel nog een update van kunnen plaatsvinden.
Ontwikkeling werkgelegenheid per gebied In figuur 3.11 staat de prognose voor de ontwikkeling van het totaal aantal arbeidsplaatsen in de periode 2021-2025 per regio, voor de groep F4-gemeenten en voor de groep overige gemeenten. De gegevens staan in bijlage III (tabel III.1). Daar staat ook de ontwikkeling op lange termijn (2021-2035: tabel III.2). In de bijlage staat tevens een soortgelijke figuur als figuur 3.11, maar dan voor de periode 2021-2035 (figuur III.2). De meeste arbeidsplaatsen zijn geconcentreerd in de regio’s Noordwest en Zuidoost. In de F4-gemeenten bevindt zich ongeveer drievijfde deel van de totale Friese werkgelegenheid. Hoewel de mate waarin de groei per gebied afwijkt van het provinciaal gemiddelde iets verschilt tussen de scenario’s, kan in het algemeen worden geconcludeerd dat de verwachte ontwikkeling in de F4-gemeenten wat hoger is dan in de overige gemeenten, met uitzondering van het hoogste scenario (Global Economy). Tevens kan uit de figuur worden geconcludeerd dat de verwachte groei van de totale werkgelegenheid in peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
40
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
de regio Noordwest wat hoger is dan in de overige regio's. Dat hangt onder andere samen met de bovengemiddelde bevolkingsontwikkeling in die regio (vooral in Leeuwarden). Daardoor groeit met name de bevolkingsvolgende bedrijvigheid in die regio sterker dan in de andere regio's. Figuur 3.11
Prognoses arbeidsplaatsen naar gebieden, vier lange termijn scenario ’s, 2021-2025 Ontwikkeling (“/o per jaar), 2021-2025 0 4O 4 O V O 0 4 O 4 0 4 O 4
Noordoost Noordwest Zuidoost Zuidwest
F4-gemeenten Totaal excl F4
<> 0
Totaal -D.5%
4 O 4 O
0
4
^
0.0y0
0.5y0
Aantal arbeidsplaatsen 2020
4^1 ----------^---------,-----------T----------1 L-4 o
1
1 ^-----
0
25000
50000
75000
100000
0
75000
150000
225000
300000
L50Zo 0
75000
150000
225000
300000
4 4
4 1.00A
O RCO SE O TM O GE
Totale bedrijvigheid O Totaal bedrijventerreinsectoren
Ontwikkeling per sector In figuur 3.12 staat de ontwikkeling van het totaal aantal arbeidsplaatsen per economische sector. De gegevens staan in bijlage III (tabel III.3). Daar staat ook de ontwikkeling op lange termijn (2021-2035: zie tabel III.4). Een soortgelijke figuur als figuur 3.12, maar dan voor de periode 2021-2035 staat ook in bijlage III (figuur III.3). Verzorgende diensten leveren bijna de helft van alle arbeidsplaatsen in Fryslân. Dit type activiteiten is relatief het minst geconcentreerd op bedrijventerreinen. De brede sectoren die relatief het meest zijn gevestigd op bedrijventerreinen, namelijk industrie, distributie, bouwnijverheid en perifere detailhandel, aangevuld met sociale werkplaatsen, nemen rond 300Zo van de arbeidsplaatsen voor hun rekening (zie bijlage I voor de sectoren waaruit deze brede sectoren bestaan). Overigens zijn sommige van de bedrijven binnen die sectoren buiten bedrijventerreinen gevestigd en geldt voor de bedrijven uit de overige sectoren dat die juist soms wel op bedrijventerreinen zijn gevestigd. Tussen de scenario’s bestaan (soms aanzienlijke) verschillen. Dat geldt met name voor de bouwnijverheid, maar ook voor sectoren als transport en kapitaalsintensieve industrie. Voor andere sectoren is de ontwikkeling minder afhankelijk van het specifieke lange termijn scenario.
Dat geldt bijvoorbeeld voor high-tech research en voor metalelectro. De lange termijn scenario’s verschillen dus niet alleen naar de totale economische groei, maar ook naar hun effecten op specifieke sectoren. Aangezien verschillende gebieden niet in dezelfde economische sectoren zijn gespecialiseerd, zal het verschil in groei tussen scenario’s daarom niet in elk gebied even groot zijn. In bijlage I staat een algemene beschrijving van de lange termijn scenario’s van het Centraal Planbureau. Sectoren waarvoor op de middellange termijn beschouwd relatief hoge groei wordt voorzien zijn ICT en zorg. Sectoren waarvoor de verwachte ontwikkeling laag is, zijn onder andere sociale werkplaatsen (als gevolg van de bezuinigingen door het Rijk), detailhandel (hier exclusief detailhandel in internet, dat tot de groothandel is gerekend) en delen van de industrie en transport. In een aantal scenario's geldt dat voor industrie (een sector die voor een groot deel op bedrijventerreinen is gevestigd) een vrij lage (veelal zelfs negatieve) ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen wordt voorzien. Daar staat echter tegenover dat peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
41
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
daar de terreinquotiënten (ruimtebeslag per arbeidsplaats) zullen stijgen, zodat uiteindelijk per saldo toch een toename van de vraag naar bedrijventerreinen resulteert. Binnen sectoren kunnen soms verschillen tussen deelsectoren bestaan (waar in de onderliggende berekeningen rekening mee is gehouden). Zo ontwikkelt binnen de perifere detailhandel de werkgelegenheid in handel en reparatie van auto's zich gunstiger dan de overige perifere detailhandel (zoals bijvoorbeeld meubelboulevards). Figuur 3.12
Prognoses arbeidsplaatsen provincie Fryslân, vier lange termijn scenario ’s, 2021-2025 Ontwikkeling (vo per jaar), 2021-2025
Aantal arbeidsplaatsen 2020
Kapitaalsint. ind. Hightech research Metalelectro excl. HT Overig industrie Groothandel Transport Bouwnijverheid ICT Kennisint. zak. dnst. Financiële diensten Perifere detailhandel Detailhandel Onderw ijs Zorg Openbaar bestuur Milieu en recycling Vrijetijd en cultuur Overige zak. dnst. Landbouw Ambulanten Sociale werkplaatsen -40A
E2 1 fc
1
*___________ 1 Į 1 É-
-30A -20A -10A
00A
10A
20A
30A
40A0
20000
40000
60000
Industrie □stributie Bouwnijverheid Kennisint. diensten Perifere detailhandel Verzorgende diensten Ambulant -20A
-10A 00A 10A O RCO SE O TM O GE
20A 0
50000
100000 150000 200000 Bedrijventerreinsector Overige bedrijvigheid O WP op bedrijventerreinen
Ontwikkelingen naar sector en regio In bijlage III (tabel III.5) staat de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen per brede economische sector, met een onderscheid naar de vier regio’s en tussen de F4-gemeenten en de overige gemeenten. Ook hierbij verschillen de ontwikkelingen weer tussen de vier scenario’s. Naast de constatering dat voor de totale bedrijvigheid de werkgelegenheid in Noordwest zich iets gunstiger ontwikkelt dan in de andere drie regio’s en dat de ontwikkeling in de F4-gemeenten iets gunstiger is dan in de overige gemeenten, kan onder andere het volgende worden gesignaleerd voor de periode 2021-2025 (tabel III.5a; zie tabel III.5b voor de periode 2021-2035): * Voor industrie blijft de werkgelegenheidsontwikkeling in Noordwest naar verwachting iets achter bij de andere regio's en ontwikkelt het aantal arbeidsplaatsen in de overige gemeenten zich duidelijk gunstiger dan in de F4-gemeenten. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
42
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
* * * *
Voor distributie (groothandel en transport) zijn de verschillen in ontwikkeling tussen de regio's klein en zijn de ontwikkelingen in de F4-gemeenten minder gunstig dan in de overige gemeenten. Ook voor bouwnijverheid ligt de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in de F4-gemeenten wat lager dan in de overige gemeenten. Noordoost blijft hier wat achter bij de overige regio's. Verzorgende diensten ontwikkelen zich relatief gunstig in Noordwest en de F4-gemeenten. Voor de totale bedrijvigheid zijn de verschillen in werkgelegenheidsontwikkeling klein tussen de regio's en tussen de F4-gemeenten en de overige regio's, maar tussen sectoren bestaan wel verschillen - bij bedrijventerreinsectoren vaak in het nadeel van de F4-gemeenten.
Dergelijke regionale verschillen in groei per sector hebben invloed op de vraag naar bedrijventerreinen. Daarbij geldt dat zeker niet alle sectoren in dezelfde mate op bedrijventerreinen zijn gericht. Dat wordt in de volgende paragraaf besproken.
3.3
Locatietypevoorkeuren
De tweede bron van vraag naar bedrijventerreinen is de verplaatsing van bedrijven van het buitengebied of de woonbebouwing naar een formeel bedrijventerrein. Het deel van de bedrijvigheid (gemeten naar het aantal arbeidsplaatsen) dat op een bedrijventerrein is gevestigd wordt in de terminologie van de BedrijfsLocatieMonitor aangeduid als de 'locatietypevoorkeur'. Het is een wat merkwaardige woordkeuze, want niet duidelijk is of de locatie waar een bedrijf is gevestigd ook de 'voorkeur' heeft van dat bedrijf. Mogelijk zou men ergens anders willen vestigen, maar was daar geen ruimte beschikbaar of was dat niet toegestaan. Beter zou de meer neutrale term 'bedrijventerreinenaandeel' zijn. Desalniettemin zal de terminologie uit de BLM worden aangehouden, Er zijn overigens ook bedrijven die juist verplaatsen van een bedrijventerrein naar elders (het buitengebied of een woongebied) en een verandering in locatietypevoorkeur kan ook optreden zonder verplaatsingen, namelijk wanneer een buiten bedrijventerreinen gevestigd bedrijf sluit of het aantal arbeidsplaatsen daar afneemt (toename van de score op de locatievoorkeur) of wanneer juist een op een bedrijventerrein gevestigd bedrijf sluit of het aantal arbeidsplaatsen daar afneemt (afname van de score op de locatietypevoorkeur).
Ontwikkeling locatietypevoorkeuren in het verleden In figuur 3.13 staat de ontwikkeling van de locatietypevoorkeuren voor de vier regio's, de F4-gemeenten, de overige gemeenten en voor Fryslân voor de totale bedrijvigheid en met een onderscheid naar zes economische sectoren voor de periode 2001-20195. Steeds is per sector en gebied het deel van de werkgelegenheid dat op een bedrijventerrein is gevestigd in het betreffende jaar bepaald. Het aandeel ligt in alle gebieden in 2019 hoger dan in 2001 (zie het rechter deel van de figuur), waarbij vooral in de meest recente jaren het aandeel is toegenomen. Materiaalgeoriënteerde activiteiten (industrie, distributie - bestaande uit groothandel plus transport - en bouwnijverheid) staan links in de figuur. Industrie kent in alle gebieden de hoogste score op de locatietypevoorkeuren. In alle regio's is het aandeel van industrie sinds 2001 verder gestegen, zij het veelal slechts in bescheiden mate. De aandelen liggen in het algemeen rond de 70 tot 800Zo en soms wat hoger. Er is dus in de toekomst weinig ruimte meer voor een verdere stijging. Met uitzondering van een aantal jaren in het begin van de eeuw liggen de locatietypevoorkeuren voor distributie boven die van bouwnijverheid. In alle gebieden zijn de scores voor distributie toegenomen, maar er bestaan wel verschillen in niveau.
De resultaten zijn hier weergegeven exclusief landbouw (komt, specifieke uitzonderingen daargelaten, niet in aanmerking voor vestiging op een bedrijventerrein), ambulante activiteiten (een groot deel van het toegewezen personeel werkt in de praktijk buiten het bedrijventerrein) en SW-bedrijven (een deel - soms een aanzienlijk deel - van de toegewezen werknemers werkt ook hier bij bedrijven buiten het bedrijventerrein). peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
43
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.13
Ontwikkeling locatietypevoorkeuren, totaal en per sector, 2001-2019
Materiaalgeoriënteerd
Diensten
Totaal
1000/0 800Zo 60/ 40/ 20/ 0/ 2001 2005
2010
2015 2019
a. Noordoost 40/ 35% 30% 25/ 20/ 15/ 10/ 5/ 0/ b. Noordwest 100/
2001 2005
2010
2015 2019
2001 2005
2010
2015 2019
2010
2015 2019
40/ 35/ 30/ 25/ 20/ 15/ 10/ 5/ 0/
80/ 60/ 40/ 20/ 0/ 2001 2005
2010
2015 2019
c. Zuidoost 40z -ļ 80Z 25%
60Z 40Z
10% 5Z 0%
0% 2001 2005
d. Zuidwest
2010
2015 2019
—Industrie — Distributie — Bouw nijverheid
peter@bureaulouter.nl
2001 2005 — Kennisintensieve diensten — Pferifere detailhandel — Verzorgende diensten
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
44
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.13
Ontwikkeling locatietypevoorkeuren, totaal en per sector, 2001-2019, vervolg
Materiaalgeoriënteerd
Diensten
Totaal
10ü0/
40/ 35/ 30/ 25/ 20/ 15/ 10/ 5/ 0/
800Zo 600Zo 400/q 200/q 0/ 2001 2005
2010
2015 2019
e. F4-gemeenten 100/
2001 2005 100/
30/ 25/
60/ —
40/ ____
20/
20/
0/
0/ mmmmmmtĚĚKÊÊĒĒĘĒĒĘĒM 2001 2005 2010 2015 2019
2001 2005
2010
2015 2019
------
f. Overige gemeenten 100/
60/ 40/ 20/ 0/ g. Totaal
2010
„
---
15/ 10/ 5/ 0/ 2001 2005
2010
2015 2019
2001 2005
2010
2015 2019
40/ 35/ 30/ 25/ 20/ 15/ 10/ 5/ 0/
80/
2001 2005
2015 2019
40/ n
80/
40/
2010
2015 2019
— Industrie — Distributie — Bouw nijverheid
Kennisintensieve diensten Fferifere detailhandel Verzorgende diensten
Toelichting: Deel van werkgelegenheid dat op een bedrijventerrein is gevestigd, exclusief landbouw, SW-bedrijven en ambulante activiteiten.
In Zuidoost is inmiddels bijvoorbeeld al 750Zo van de werkgelegenheid in de distributiesector op een bedrijventerrein gevestigd, terwijl dat aandeel in Noordoost een kleine 500Zo bedraagt. Veel rek voor nog meer verplaatsing richting een bedrijventerrein bestaat er dus niet meer in Zuidoost: daar zit men tegen een verzadigingspunt aan. In Noordoost is er nog een veel groter potentieel aan distributiebedrijven in de woonbebouwing of het buitengebied dat mogelijk naar een bedrijventerrein zou kunnen verplaatsen. Bij de prognoses voor de ontwikkeling van de locatietypevoorkeuren is met dit soort informatie rekening gehouden.
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
45
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Bij de bouwnijverheid is het opvallend dat niet of nauwelijks sprake is van een toename van de locatietypevoorkeuren. In Noordwest is zelfs sprake geweest van een lichte afname6. Voor drie van de vier regio's liggen de locatietypevoorkeuren rond de 50Z. Noordoost blijft daar wat bij achter. Dat is ook de enige regio zonder F4-gemeente, terwijl de scores op de locatietypevoorkeuren in de bouwnijverheid (evenals voor industrie en distributie) voor de F4-gemeenten hoger liggen dan voor de overige gemeenten (vergelijk figuur 3.13e en 3.13f). In het midden van de figuur staan drie brede typen dienstverlening. Daarvan wordt perifere detailhandel als bedrijventerreinsector beschouwd en de andere twee niet. Duidelijk is dat een steeds groter deel van de perifere detailhandel is gevestigd op bedrijventerreinen. Ondanks het feit dat de werkgelegenheid zich naar verwachting niet gunstig zal ontwikkelen en het feit dat de terreinquotiënten naar verwachting niet zullen toenemen, zou daardoor de vraag naar bedrijventerreinen toch toe kunnen nemen. De 'drijvende kracht' is dan trek van bedrijven vanuit de woonbebouwing en het buitengebied naar bedrijventerreinen. Ook in de kennisintensieve diensten stijgen de scores op de locatietypevoorkeuren, overigens vanaf een veel lagere basis dan de bedrijventerreinsectoren. De aandelen liggen momenteel in de range 15-25Z.
Van de verzorgende diensten is slechts een klein deel op een bedrijventerrein gevestigd. Zuidwest scoort hierop het hoogst, met een kleine 100Zo. De afgelopen twee decennia zijn de scores op de locatietypevoorkeuren ongeveer gelijk gebleven (Noordwest en Zuidoost) of licht gestegen (de overige regio's). Aandelen op bedrijventerreinen per gemeente en regio In figuur 3.14 staat het totaal aantal arbeidsplaatsen per gemeente en regio, alsmede de aandelen van de bedrijventerreinen in de totale werkgelegenheid (de locatietypevoorkeuren). In bijlage III, tabel 111.6 staan de achterliggende gegevens per gebied, aangevuld met het aantal arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat er in Fryslân als geheel 88 duizend arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen zijn te vinden, waarvan 55 duizend in de F4-gemeenten. Het aantal arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen verschilt sterk tussen gemeenten, van 500 in Dantumadiel en 1.500 in Harlingen (exclusief zeehaventerreinen) tot 12 à 16 duizend in de F4-gemeenten. Uit figuur 3.14 blijkt onder andere dat Leeuwarden wat betreft de totale bedrijvigheid (op plus buiten bedrijventerreinen) duidelijk meer arbeidsplaatsen heeft dan de overige F4-gemeenten en dat alle 'overige' gemeenten achterblijven bij de F4-gemeenten.
Van die 'overige gemeenten' leveren De Fryske Marren, Noardeast-Fryslân en Waadhoeke nog de meeste arbeidsplaatsen en Dantumadiel en Harlingen de minste. Exclusief landbouw, SW-bedrijven en ambulante activiteiten kennen Heerenveen en Smallingerland de hoogste scores op de locatietypevoorkeuren, gevolgd door Achtkarspelen en Ooststellingwerf. Dantumadiel scoort het laagst, terwijl Leeuwarden duidelijk achterblijft bij de andere F4-gemeenten. Zoals al eerder geconstateerd is het deel van de werkgelegenheid dat op een bedrijventerrein is gevestigd in Zuidoost duidelijk hoger dan in Noordwest. Dat hangt vooral samen met verschillen in economische structuur (een groter aandeel van bedrijventerreinsectoren in Zuidoost). De scores op de locatietypevoorkeuren liggen gemiddeld voor de F4-gemeenten iets lager dan voor de overige gemeenten. Binnen die twee groepen bestaan echter grote onderlinge verschillen tussen de gemeenten. Aandelen op bedrijventerreinen per sector Tussen sectoren bestaan grote verschillen in het deel dat op bedrijventerreinen is gevestigd. Verzorgende diensten bijvoorbeeld nemen buiten bedrijventerreinen een aandeel in van 64Z in de totale bedrijvigheid, maar op bedrijventerreinen van slechts 10Z. Daarentegen is het aandeel van industrie (inclusief SWbedrijven) buiten bedrijventerreinen 4Z, maar op bedrijventerreinen 39Z.
In figuur 3.15 staan de arbeidsplaatsen per economische sector in 2019, zowel voor de totale bedrijvigheid als voor het deel dat op een bedrijventerrein is gevestigd. De gegevens staan in tabel III.7 in bijlage III. Alle Dat hoeft niet samen te hangen met daadwerkelijke verplaatsingen van bedrijven van een bedrijventerrein naar elders, maar kan ook worden veroorzaakt doordat bestaande bedrijven buiten de bedrijventerreinen sterker groeien dan de bedrijven op de bedrijventerreinen. Ook is het aantal zelfstandigen in de bouw sterk toegenomen. Zij werken vaak vanuit huis. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
46
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
bedrijventerreinsectoren scoren duidelijk boven het gemiddelde voor de totale bedrijvigheid. Dat geldt vooral voor kapitaalsintensieve industrie, metalelectro en milieu & recycling. Voor de overige sectoren resulteren benedengemiddelde aandelen, met de relatief hoogste aandelen voor overige zakelijke diensten (waaronder bijvoorbeeld ook verhuurbedrijven), ICT en kennisintensieve zakelijke diensten. 'Ambulanten' vormen hier een specifiek type bedrijvigheid. Het gaat hierbij veelal om een kantoortje of om een opslagloods (bijvoorbeeld voor cateringbedrijven) waar slechts een klein deel van het personeel werkt, terwijl het overgrote deel van het personeel op locatie (vaak buiten bedrijventerreinen) werkt. De aantallen werkzamen 'op bedrijventerreinen' geven voor ambulante activiteiten dus een vertekend beeld. Figuur 3.14
Arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen per gemeente en gebied, 2019 Totaal arbeidsplaatsen
Aandeel op bedrijventerreinen
Leeuwarden Smallingerland Heerenveen Súdwest-Fryslân Harlingen Waadhoeke Noardeast-Fryslân Dantumadiel Achtkarspelen Tytsjerksteradiel Opsterland Ooststellingw erf Weststellingw erf De Fryske Marren
,1
4 1 ! * —h»
! 1 i»
41 ---------1-------- --------H ♦i 1
«i
į
0
20000
40000
60000
80000
Noordoost Noordwest Zuidoost Zuidwest
00A
100A
2007o
3007o
4007o
5007o
400A
500A
' » —:—u ; é —;—;—> 0
50000
100000
150000
00A
100A
200A
300A
:
F4-gemeenten Totaal excl F4 0
50000
100000
150000
200000
007o
1007o
2007o
rz
3007o
4007o
5007o
Totaal 0 100000 200000 300000 400000 007o 1007o 2007o 3007o 4007o 5007o exclusief som landbouw, SW-bedrijven en ambulant exclusief som landbouw, SW-bedrijven en ambulant som landbouw, SW-bedrijven plus ambulant O inclusief som landbouw SW-bedrijven en ambulant Toelichting: In de rechter kolom met staafjes is aangegeven welk deel van de totale werkgelegenheid per gebied op een bedrijventerrein is gevestigd, met uitzondering van landbouw, SW-bedrijven en ambulante activiteiten. Met de blauwe stip wordt het aandeel aangegeven inclusief landbouw, SW-bedrijven en ambulante activiteiten. Inclusief zeehaventerreinen zou het aandeel op bedrijventerreinen voor Harlingen ruim 350Zo zijn (na Heerenveen en Smallingerland het hoogst van alle gemeenten).
In bijlage III, tabel III.8 staan de locatietypevoorkeuren per sector onderscheiden naar de vier regio’s en naar de F4-gemeenten en de rest van Fryslân. Deze tabel geeft niet alleen zicht op de regionale verschillen in de huidige aandelen van bedrijventerreinen in de totale werkgelegenheid, maar geeft ook aan in hoeverre er nog een potentieel bestaat aan bedrijvigheid die zich mogelijk in de toekomst nog op een bedrijventerrein gaat vestigen. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
47
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.15 Profiel economische structuur, Fryslân, 2019 Totaal per 1000 inw. 18-66 jr.
Op bedrijventerrein per 1000 inw. 18-66 jr.
ZZ 1 zz ]
1
1
z
H I z z z
1 zz ] ^z 3 13 ZZ
1 100
1
1
Z
1
Aandeel arbeidsplaatsen op BT
z
IZ
H ZZİ 1 ZZ Z Z
0
i
IZ
TT TT
sector Kapitaalsintensieve industrie Hightech ã research Metalelectro (excl. Hightech) Overig industrie Groothandel Transport Bouwnijverheid ICT Kennisintensieve zakelijke diensten Financiële diensten Perifere detailhandel Detailhandel Onderwijs Zorg Openbaar bestuur Milieu en recycling Vrijetijd en cultuur Overige zakelijke diensten Landbouw Ambulanten Sociale werkplaatsen
200
1
0
20
40
0
50
100
00A
0
200
400
00A
Industrie Distributie Bouwnijverheid Kennisintensieve diensten Perifere detailhandel Verzorgende diensten Overig
5007o
1000A
5007o
1000A
Totaal 0
200 400 600 800
Bedrijventerreinsector Overige bedrijvigheid Toelichting: Links staat de relatieve vertegenwoordiging per sector van de werkgelegenheid in Fryslân (arbeidsplaatsen per duizend inwoners van 18-66 jaar), in het midden van de op een bedrijventerrein gevestigde bedrijvigheid. De rode lijn in de rechter figuur geeft het gemiddelde voor de totale bedrijvigheid. Bij de donkerblauwe staafjes in de rechter figuur gaat het om bedrijventerreinsectoren.
Op het niveau van de zes brede economische sectoren liggen de aandelen voor de vier vooral op bedrijventerreinen gerichte sectoren in de F4-gemeenten 10 tot 20 %-punten hoger dan in de rest van Fryslân (in de industrie en de perifere detailhandel is het verschil het kleinst). In de F4-gemeenten is een relatief groot deel van de bedrijventerreinsectoren op bedrijventerreinen geconcentreerd. Voor kennisintensieve diensten en verzorgende diensten geldt dat overigens niet. Mede daarom en omdat juist de sectoren die relatief weinig op bedrijventerreinen zijn te vinden (kennisintensieve diensten en verzorgende diensten) veel voorkomen in F4-gemeenten is de voorsprong van de F4-gemeenten op de overige gemeenten wat betreft de totaalscore (inclusief landbouw, ambulante activiteiten en SWbedrijven) op de locatietypevoorkeuren slechts gering.
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
48
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Ook tussen de vier regio’s bestaan soms verschillen. Zo is het aandeel van de industrie dat op een bedrijventerrein is gevestigd in de twee noordelijke regio’s wat lager dan in de twee zuidelijke, is distributie in Zuidoost meer op bedrijventerreinen gericht dan in de andere regio’s, zijn bouwnijverheid en perifere detailhandel in Noordoost relatief weinig op bedrijventerreinen te vinden en is het aandeel van kennisintensieve diensten dat op een bedrijventerrein is gevestigd in de twee zuidelijke regio's hoger dan in de twee noordelijke regio's. Ook bij een verdere detaillering naar 21 sectoren kunnen de regionale verschillen in locatietypevoorkeuren soms aanzienlijk zijn (zie tabel III.8). Soortgelijke figuren als figuur 3.15 zijn in bijlage III tevens opgenomen per regio. In die bijlage wordt ook een korte karakterisering gegeven van de economische structuur per regio (figuur III.4a tot en met III.4d).
3.4
Terreinquotiënten
Terreinquotiënten per gemeente en regio In figuur 3.16 staan de gemiddelde terreinquotiënten per gemeente en regio, alsmede het aantal arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen. In bijlage III, tabel III.9, staan de achterliggende gegevens. Het terreinquotiënt is buiten de F4-gemeenten duidelijk hoger dan in de F4-gemeenten. Uit achterliggende berekeningen blijkt dat dit slechts in zeer geringe mate het gevolg is van de sectorsamenstelling: het is niet zo dat er in de gemeenten buiten de F4-gemeenten op de bedrijventerreinen vooral sectoren zijn gevestigd met een relatief hoog ruimtebeslag per werknemer. Onder de F4-gemeenten hebben Leeuwarden, Heerenveen en Smallingerland vergeleken met de andere gemeenten lage terreinquotiënten. Aan de andere kant van het spectrum bezet de bedrijvigheid in Dantumadiel de meeste ruimte per arbeidsplaats, gevolgd door Harlingen, Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel. Op regionaal niveau is het terreinquotiënt het hoogst in Noordoost. In die regio is geen enkele F4-gemeente gevestigd, terwijl F4-gemeenten in het algemeen een lager gemiddeld terreinquotiënt realiseren dan de overige gemeenten. Terreinquotiënten per economische sector In figuur 3.17 staan de gemiddelde terreinquotiënten per type economische activiteiten en het aantal arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen per sector (breed en fijnmazig) in Fryslân. In bijlage III, tabel III.
10, staan de achterliggende gegevens7. Op het niveau van de brede sectoren beschouwd heeft industrie het grootste aandeel in de arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen. Op aanzienlijke afstand volgt distributie. Naar fijnmazige sectoren beschouwd levert kapitaalsintensieve industrie de meeste arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen, op enige afstand gevolgd door metalelectro en groothandel en daarna bouwnijverheid, transport en perifere detailhandel. Op het niveau van de brede sectoren zijn de terreinquotiënten het hoogst voor perifere detailhandel, gevolgd door verzorgende diensten. Dat laatste is opvallend. Het hangt onder andere samen met het feit dat daaronder ook activiteiten als jachthavens en verhuurbedrijven vallen, met zeer hoge gemiddelde terreinquotiënten. 'Overig' bestaat hier uit landbouw en ambulante activiteiten. Bij ambulante activiteiten zijn velen ingeschreven bij een vestiging die op een bedrijventerrein is gevestigd, terwijl ze daar in feite niet werken, maar veelal op locatie, bij klanten. Daarom zijn de terreinquotiënten daar laag.
De terreinquotiënten zijn hier uitsluitend bepaald voor de situaties waarbij er per kavelcombinatie slechts één bedrijf was gevestigd. Om tot een verdeling van de totale ruimte op in gebruik zijnde terreinen over economische sectoren te komen (ook voor kavelcombinaties waaraan meerdere bedrijven of juist geen enkel bedrijf was toegewezen), heeft Bureau Louter statistische methodieken toegepast. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
49
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Op het niveau van fijnmazige sectoren resulteren de hoogste scores voor milieu & recycling en vrije tijd & cultuur. De hoge score voor vrije tijd & cultuur hangt hier weer vooral samen met de vele jachthavens in Fryslân8. Sectoren met relatief lage terreinquotiënten zijn high-tech & research (met in Fryslân veel minder arbeidsplaatsen dan kapitaalsintensieve industrie en metalelectro - zie het linker deel van figuur 3.17), ICT en financiële diensten. Die laatste twee sectoren zijn voornamelijk in kantoren gevestigd. Zij behoren, samen met onderwijs en zorg ook tot de vier sectoren met de minste arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen. Het laagste gemiddelde terreinquotiënt resulteert voor SW-bedrijven: zij zijn vaak op bedrijventerreinen gevestigd, maar het ruimtebeslag per arbeidsplaats is voor die sector zeer laag. Figuur 3.16
Terreinquotiënten en arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen in Fryslân, gebieden, 2019 Arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen
mi2 per arbeidsplaats
Leeuwarden Smallingerland Heerenveen Súdwest-Fryslân Harlingen Waadhoeke Noardeast-Fryslân Dantumadiel Achtkarspelen Tytsjerksteradiel Opsterland Ooststellingw erf Wëststellingw erf De Fryske Marren 0
5000
10000
15000
20000
0
0
10000
20000
30000
40000
0
200
400
600
60000
0
200
400
600
80000 100000
0
200
400
600
200
400
600
800
1000
Noordoost Noordwest Zuidoost Zuidwest
F4-gemeenten Totaal excl F4 0
20000
40000
Totaal 0
20000
40000
60000
Toelichting: In de rechter kolom met staafjes is aangegeven wat het ruimtebeslag per arbeidsplaats is (het ‘terreinquotiënt’).
Terreinquotiënten naar sector en gebied In tabel 3.6 zijn de terreinquotiënten per sector uitgesplitst naar de vier regio’s en naar het onderscheid tussen de F4-gemeenten en de overige gemeenten in Fryslân. Voor alle zes brede economische sectoren resulteren de hoogste terreinquotiënten voor de regio Noordoost. Tussen de andere drie regio's zijn de verschillen in terreinquotiënt in het algemeen niet groot, waarbij voor Zuidoost wel, met uitzondering van verzorgende diensten, steeds het laagste terreinquotiënt resulteert. De terreinquotiënten zijn voor de F4-gemeenten duidelijk lager dan voor de overige gemeenten. Dat geldt voor alle zes brede sectoren. Vooral voor bouwnijverheid en kennisintensieve diensten is het verschil groot. Navraag bij de provincie en gemeenten leert dat bij jachthavens ook het water tot het bedrijventerrein wordt gerekend. Dat resulteert in een groot oppervlak bij een klein aantal medewerkers. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
50
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.17
Terreinquotiënten en arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen per sector in Fryslân, 2019 Arbeidsplaatsen op bedrijventerreinen
m2 per arbeidsplaats
1
Kapitaalsintensieve industrie Hightech ã research Metalelectro (excl. Hightech) Overig industrie Groothandel Transport Bouwnijverheid ICT Kennisintensieve zakelijke diensten Financiële diensten Perifere detailhandel Detailhandel Onderwijs Zorg Openbaar bestuur Milieu en recycling Vrijetijd en cultuur Overige zakelijke diensten Sociale werkplaatsen
1 1 1 1 1 1 ] 1 3 1 U ] 3 Zl m 13 ZZ 1 0
5000
10000
0
500
1000
Industrie Distributie Bouwnijverheid Kennisintensieve diensten Perifere detailhandel Verzorgende diensten Overig 0
10000
20000
30000
0
200
400
600
0
20000
40000
60000
0
200
400
600
Totaal
Toelichting: Omdat het terreinquotiënt voor ambulante activiteiten een sterk vertekend beeld geeft (het feitelijk aantal personeelsleden dat daadwerkelijk werkt op de locatie is veel lager dan het aantal personeelsleden dat er daadwerkelijk werkzaam is). Daardoor kunnen extreem lage terreinquotiënten resulteren.
Tabel 3.6
Terreinquotiënten per sector en gebied, 2019
Gebied
Industrie
Distributie
Bouw nijverheid
Kennisintensieve diensten
Perifere detailhandel
Verzorgende diensten
Totaal
Noordoost Noordwest Zuidoost Zuidwest
449 351 301 394
636 355 324 420
414 302 252 277
473 309 250 294
1,064 727 660 742
604 525 475 418
522 345 326 378
F4-gemeenten Totaal excl F4
323 408
327 497
200 437
221 440
611 975
456 530
309 473
Fryslân
357
379
301
297
746
487
369
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
51
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
4
Vraag naar bedrijventerreinen tot 2035
Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de vraagprognoses. In paragraaf 4.1 staat de vraag voor de totale bedrijvigheid. In paragraaf 4.2 is een onderverdeling gemaakt naar de zes brede sectoren. In paragraaf 4.3 tenslotte is de vraag indicatief uitgesplitst naar grootteklassen van bedrijfskavels.
4.1
Vraag naar bedrijventerreinen volgens vier scenario’s
In deze paragraaf is de totale vraag naar ruimte bepaald door de ontwikkeling van het aantal banen op bedrijventerreinen te combineren met de ontwikkeling van het ruimtebeslag per baan (die verschilt tussen sectoren). In bijlage IV zijn de resultaten voor Fryslân, de F4-gemeenten als groep, de overige gemeenten als groep en per regio weergegeven in de vorm van tabellen. In figuur 4.1 staat de vraag naar bedrijventerreinen voor de provincie Fryslân als geheel, voor het totaal van de F4-gemeenten en voor het totaal exclusief de F4-gemeenten (figuur 4.1a), per regio (figuur 4.1b) en per F4-gemeente (figuur 4.1c). Dat gebeurt per scenario en voor twee periodes: 2021-2025 en 2026 2035. Tevens is de historische ontwikkeling van de uitgifte van bedrijventerreinen weergegeven voor de 10-jaars gemiddelden in de periodes 2001-2010 en 2011-2020. Opgemerkt moet worden dat sprake kan zijn van 'negatieve ruimtevraag', zowel voor de totale ruimtevraag als voor specifieke sectoren (zie het kader 'negatieve ruimtevraag' op pagina 57). De bandbreedte van de vraag naar bedrijventerreinen in Fryslân als geheel ligt in de periode 2021-2025 naar verwachting tussen 13,5 hectare per jaar (volgens RC) en 53,9 hectare per jaar (volgens GE) en in de tien jaar daarna (2026-2035) tussen 6.8 hectare per jaar (volgens RC) en 52.0 hectare per jaar (GE).
In de provincie als geheel, de F4-gemeenten en de provincie exclusief de F4-gemeenten (zie figuur 4.1a) is het beeld voor de historische ontwikkeling steeds ongeveer hetzelfde: de uitgiftecijfers waren in de periode 2011-2020 lager dan in de periode 2001-2010. Wel was de 'terugval' voor de overige gemeenten groter dan voor de groep F4-gemeenten. Voor de twee 'middenscenario's' (SE en TM) ligt de prognose voor de komende vijf jaar in Fryslân iets boven de gemiddelde jaarlijkse uitgifte in het afgelopen decennium9. Er bestaat een verschil tussen de F4-gemeenten en de overige gemeenten: terwijl de vraag voor de F4-gemeenten als groep volgens de twee middenscenario's vrijwel gelijk is aan de uitgifte in de jaren tien, wordt voor de overige gemeenten een toename voorzien. Uit het onderscheid naar de vier regio's (zie figuur 4.1b) blijkt dat voor drie van de vier regio's de vraag in de komende vijf jaar voor de twee middenscenario's hoger is dan de uitgifte in de periode 2011-2020 (maar ligt de prognose volgens het lage RC-scenario daar wel onder). De enige uitzondering is Zuidoost: de vraag is daar volgens de twee middenscenario's vrijwel gelijk aan de uitgifte in de afgelopen tien jaar. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze periode werd gekenmerkt door een aantal zeer grote uitgiftes, met name in Heerenveen (terwijl daar in de overige drie regio's geen sprake van was).
Wanneer de vraag in de komende vijf jaar bijvoorbeeld wordt vergeleken met de uitgifte in de jaren nul, wijkt de verwachting voor Zuidoost al veel minder af van de overige regio's: in alle regio's blijft de verwachte vraag voor de periode 2021-2025 (ook nu weer volgens de middenscenario's) duidelijk achter bij de periode 2001-2010). Voor de twee noordelijke regio's komt de prognose volgens het hoogste scenario (Global Economy) vrijwel overeen met de gemiddelde jaarlijkse uitgifte in de jaren nul, terwijl de ontwikkeling volgens dat scenario in de twee zuidelijke regio's daar zelfs nog wat achterblijft bij die periode. Bij het onderscheid naar de vier F4-gemeenten (zie figuur 4.1c) resulteert in 2021-2025 voor drie van de vier een hogere prognose voor de vraag naar bedrijventerreinen volgens de twee middenscenario's dan in de afgelopen tien jaar. De grote uitzondering is hier Heerenveen. Wat op regionaal niveau geldt voor In de prognoses is geen rekening gehouden met eventuele uitgiftes voor zonneparken (in de periode 2015 2020 ruim een hectare per jaar - vooral in Noordwest). peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
52
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Zuidoost is echter ook het geval voor Heerenveen: voor alle vier F4-gemeenten (ook voor Heerenveen) is de prognose volgens de twee middenscenario's duidelijk lager dan de uitgifte in de jaren nul, maar slechts voor Heerenveen is de vraag volgens de twee middenscenario's in de komende vijf jaar lager dan de uitgifte in de afgelopen tien jaar. Op langere termijn (de periode 2026-2035) neemt de gemiddelde jaarlijkse vraag naar bedrijventerreinen naar verwachting iets af, vergeleken met de periode 2021-2025. Voor de F4-gemeenten is dat minder het geval dan voor de overige gemeenten (met voor de F4-gemeenten volgens het hoge GE-scenario zelfs een lichte toename van de jaarlijkse vraag na 2025). Dat de vraag in de overige gemeenten iets verder terugvalt hangt onder andere samen met het feit dat het aantal inwoners zich daar minder sterk ontwikkelt dan in de F4-gemeenten. Zoals eerder aangegeven heeft dat direct en indirect gevolgen voor de vraag naar bedrijventerreinen. Ook specialisaties in economische sectoren spelen een rol. Zo ontwikkelt de vraag in de bouwnijverheid zich na 2025 minder gunstig dan ervoor en is die brede sector relatief sterk vertegenwoordigd in de overige gemeenten dan in de F4-gemeenten (zie paragraaf 4.2). Figuur 4.1a
Realisatie uitgifte en prognose vraag bedrijventerreinen 2001-2035, provincie Fryslân, totaal F4-gemeenten en Fryslân exclusiefF4-gemeenten, gemiddeld per jaar
Fryslân 80 70 60 50 40 30 20 10 0 -10 2001 2005 F4-gemeenten 40 35 30 25 20 15 10 5 0 -5 2001 2005 Totaal excl F4 40 35 30 25 20 15 10 5 0 -5 2001 2005
peter@bureaulouter.nl
2010
2015
2020
2025
2030
2035
2010
2015
2020
2025
2030
2035
2010 2015 - 2001-2010 2011-2020
2020
2025
2030
tel. 015-2682556
RC SE
2035 TM GE
www.bureaulouter.nl
53
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 4.1b
Realisatie uitgifte en prognose vraag bedrijventerreinen 2001-2035, vier regio ’s, gemiddeld perjaar
Noordoost 25 20 15 10 5 0 -5 2001 2005 Noordwest
2010
2015
2020
2025
2030
2035
2010
2015
2020
2025
2030
2035
2010
2015
2020
2025
2030
2035
25 20 15 10 5 0 -5 2001 2005 Zuidoost 30 25 20 15 10 5 0 5 2001 2005 Zuidw est 30 25 20 15 10 5 0 -5 2001
2005
peter@bureaulouter.nl
2010
2015
2020
tel. 015-2682556
2025
2030
www.bureaulouter.nl
2035
2001-2010 2011-2020 RC SE TM GE
54
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 4.1c 15
Realisatie uitgifte en prognose vraag bedrijventerreinen 2001-2035, F4-gemeenten, gemiddeld perjaar
Leeuwarden
12 9 6 3 0 -3 2001 2005 Smallingerland 15
2010
2015
2020
2025
2030
2035
-3 2001 2005 2010 1Sudw est Fryslan
2015
2020
2025
2030
2035
2015
2020
2025
2030
2035
12 9 6 3 0
12 9 6 3 0 -3 2001 2005 Heerenveen 15
2010
12 9 6 3 0 -3 2001
2005
2010
2015
2020
2025
2030
2035
2001-2010 2011-2020 RC SE TM GE
Uit het onderscheid naar regio's blijkt dat de vraag naar bedrijventerreinen vanaf 2025 het sterkst terugvalt in Noordoost, om soortgelijke redenen als hiervoor werd aangegeven ten aanzien van de 'overige peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
55
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
gemeenten' (minder sterke bevolkingsontwikkeling en de structuur van de economie). In Leeuwarden valt de vraag na 2025 naar verwachting nauwelijks terug, in de overige F4-gemeenten slechts in geringe mate. Negatieve ruimtevraag Wat betreft de ‘negatieve ruimtevraag’ is een toelichting op zijn plaats. Een ‘negatieve vraag’ houdt in dat per saldo het areaal aan in gebruik zijnde bedrijventerreinen lager wordt. Dat treedt op wanneer bedrijven de activiteiten op hun huidige locatie stoppen (omdat de vestiging gesloten wordt of omdat zij verplaatsen naar buiten de regio) of omdat zij verplaatsen naar een kleiner kavel. Het hoeft niet zo te zijn dat de vrijkomende ruimte ook aan de voorraad wordt onttrokken. Er kan ook sprake zijn van leegstand indien er geen vervangend bedrijf wordt gevestigd. Met name in het Regional Communities scenario is het na 2025 niet ondenkbaar dat sommige minder populaire bedrijventerreinen met aanzienlijke leegstand te kampen zullen krijgen. Op termijn zal dat waarschijnlijk betekenen dat delen van (of gehele) bedrijventerreinen aan de voorraad onttrokken zullen worden. Dat is een situatie die nu elders in Nederland (vooral in sterk verstedelijkte gebieden) ook voorkomt, maar dan (in verband met de druk om bedrijventerreinen te transformeren naar woonwijken) vooral op binnenstedelijke locaties.
Het type onttrekkingen van bedrijventerreinen aan de voorraad dat bij een scenario van lage economische groei in de toekomst mogelijk op zal gaan treden, heeft in Fryslân echter niet met druk vanuit woningbouw, maar met een terugvallende vraag te maken. Overigens kunnen zelfs in een situatie van een negatieve vraag naar bedrijventerreinen nog nieuwe kavels worden verkocht, bijvoorbeeld omdat bedrijven verplaatsen van sterk verouderde bedrijventerreinen naar nieuwe, moderne terreinen. Dat houdt per saldo in dat elders de leegstand op bedrijventerreinen zal toenemen. Wanneer niet wordt overgegaan tot onttrekking aan de voorraad kan dat leiden tot verpaupering omdat het zeer moeilijk zal zijn om de verlaten kavels te verkopen: bij een groeiende markt zijn de kansen op verkoop van verlaten kavels veel groter). Kortom, het is belangrijk te signaleren dat de hier berekende vraag in feite de verandering in het totale ruimtebeslag van gevestigde bedrijven op bedrijventerreinen is. Dat hoeft niet noodzakelijk exact gelijk te zijn aan de gemeten uitgifte, want de vraag is gelijk aan de uitgifte minus de verandering in de leegstand. Bovendien kan sprake zijn van een situatie waarin bedrijven inkrimpen, hun vraag dus afneemt, maar zij toch de oorspronkelijke omvang van het kavel aanhouden.
Hun terreinquotiënt (ruimtebeslag per arbeidsplaats) neemt dan sterker toe dan volgens de gemiddelde verwachting omtrent de ontwikkeling van het terreinquotiënt. Er ontstaat dan een situatie waarin het bedrijfsleven meer ruimte inneemt dan noodzakelijk. Gezien de hoge kosten die dat met zich meebrengt, zal die situatie niet op lange termijn kunnen voortbestaan en zal het uiteindelijk leiden tot onttrekkingen aan de voorraad. Kortom, de ruimtevraag hoeft dus niet hetzelfde te zijn als de uitgifte van kavels. Bij een macro-economische ontwikkeling volgens het RC-scenario kan uitgifte van kavels samengaan met een toename van de leegstand, een situatie waarbij gekochte kavels langer onbebouwd blijven en een minder intensief gebruik van ruimte die officieel niet in aanbod is (en dus als 'verborgen leegstand' kan worden beschouwd): een vorm van 'space hoarding'. De totale vraag is dan gelijk aan de uitgifte min de toename van de leegstand min de toename van de onbebouwde reserves min het deel van de bedrijfsruimte dat niet meer (of minder intensief) gebruikt wordt, maar geen officieel aanbod/leegstand vormt. Andersom zal in het GE-scenario de extra ruimtevraag niet alleen resulteren in extra uitgifte.
maar tevens in een vermindering van de leegstand, het in gebruik nemen van onbebouwde reserves en het intensiever gebruik van de ruimte (zonder dat men in eerste instantie overgaat tot koop van een extra kavel).
Een samenvattende beeld In tabel 4.1 en figuur 4.2 zijn de resultaten voor de totale ruimtevraag per gebied samengevat. In het linkerdeel van de figuur staat de totale omvang van het per begin 2021 uitgegeven areaal aan netto hectares bedrijventerrein. In het middelste en rechter deel van figuur 4.2 staat de gemiddelde jaarlijkse vraag naar bedrijventerreinen per gebied, onderscheiden naar twee deelperioden en naar vier lange termijn scenario’s. In bijlage IV staan de achterliggende gegevens, inclusief ontwikkelingen voor de gehele periode 2021-2035. In de tabellen in de hoofdtekst zijn ontwikkelingen in de periode 2026-2035 geel gemarkeerd. Hier, en in het vervolg van dit hoofdstuk, moet erop worden gewezen dat een ontwikkeling volgens de twee middenscenario’s (SE of TM) het meest waarschijnlijk wordt geacht. Het RC- en het GE-scenario geven vooral een bandbreedte aan van enerzijds een zeer ongunstige economische ontwikkeling en anderzijds een relatief gunstige ontwikkeling.
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
56
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Uit figuur 4.2 blijkt dat Zuidoost de regio is met het grootste aantal hectares uitgegeven bedrijventerreinen en dat de verschillen tussen de F4-gemeenten niet groot zijn. Volgens alle scenario’s zal de vraag naar bedrijventerreinen in beide periodes voor de regio’s het hoogst zijn in Zuidoost en voor de F4-gemeenten in Heerenveen. Tabel 4.1
Prognose vraag naar bedrijventerreinen per regio en scenario. 2021-2035 2021-2025, netto hectares per jaar RC SE TM GE
2026-2035, netto hectares per jaar RC SE TM GE
Noordoost Noordwest Zuidoost Zuidwest Totaal Fryslân
2.1 1.9 6.8 2.6 13.5
6.4 7.6 14.9 7.7 36.6
6.1 6.8 13.9 7.2 34.1
10.2 12.0 20.6 11.2 53.9
-0.6 0.5 5.4 1.6 6.8
3.6 6.4 14.1 6.7 30.8
3.3 5.6 13.0 6.4 28.3
7.9 11.4 21.4 11.2 52.0
Leeuwarden Smallingerland Heerenveen Súdwest-Fryslân
0.8 1.9 2.7 1.5
4.1 4.6 5.5 4.7
3.5 4.2 5.1 4.4
6.5 5.7 8.1 6.8
0.7 1.5 1.7 0.5
4.2 4.4 4.7 3.7
3.5 4.0 4.4 3.6
7.0 5.9 8.3 6.4
Totaal F4 Totaal ov. gemeenten
6.9 6.6
18.9 17.7
17.3 16.8
27.1 26.8
4.4 2.4
17.0 13.9
15.4 12.9
27.5 24.4
Figuur 4.2
Prognose vraag naar bedrijventerreinen per regio en F4-gemeente, per scenario, 2021 2035 Uitgegeven hectares (netto), jan. 2021
Totaal F4 Overige gemeenten Totaal Fryslân 0
2000
Prognose (netto hectares per jaar) 2021-2025 2026-2035 O CD 9 o o o (D 9 o O» o
9
4000 0
10 20 30 40 50 60
0
10 20 30 40 50 60
0
-5
0
Noordoost Noordwest Zuidoost Zuidwest 0
400
800
1200 -5
5
10 15 20 25
0
400
800
1200 02468
5
10 15 20 25
Leeuwarden Smallingerland Heerenveen Súdwest-Fryslân
RC
10
^ SE
02468 ^ TM
10
^ GE
Vraagprognoses vergeleken met historische uitgifte De prognoses zijn opgesteld onafhankelijk van historische uitgiftecijfers. In tabel 4.2 is nagegaan in hoeverre die historische uitgiftecijfers, en hun verdeling over Fryslân, overeenkomen met de vraagprognoses. Als historisch referentiekader is daarbij uitgegaan van de ontwikkeling in de periode 2015-2020. Dit in tegenstelling tot figuur 4.1 waarin de gemiddelden voor de afgelopen twee decennia waren weergegeven. Met name de zeer hoge uitgiftecijfers in Heerenveen in de periode 2012-2014 gaven daarbij mogelijk een verstorend beeld, mede omdat Heerenveen toen kavels ter grootte van tien of meer hectares in aanbod had, maar nu niet meer. Die uitgifte is vergeleken met de vraag naar bedrijventerreinen peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
57
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
voor de periodes 2021-2025 en 2026-2035, zoals berekend volgens het SE- en het TM-scenario (de twee middenscenario’s). Dan blijkt dat de vraag voor de middenscenario's in de komende vijf jaar voor Noordoost en Zuidwest vrijwel op hetzelfde niveau ligt als de uitgifte (hier berekend exclusief uitgiftes aan zonneparken) in de afgelopen zes jaar (steeds gemiddeld per jaar), voor Zuidoost iets hoger en voor Noordwest ruim hoger. Bij de individuele F4-gemeenten is de prognose voor de vraag voor Leeuwarden en Smallingerland wat hoger dan, voor Súdwest-Fryslân vrijwel gelijk aan en voor Heerenveen wat lager dan de uitgifte in de afgelopen zes jaar. Hoewel voor Heerenveen ook in de periode 2015-2020 een grote uitgifte van 7.6 hectare nog een rol speelde, zijn zowel voor Zuidoost als voor Heerenveen de verschillen in prognose volgens de twee middenscenario's en de historische uitgifte bij een vergelijking met de periode 2015-2020 veel kleiner dan bij een vergelijking met de periode 2011-2020. Naast het absolute aantal netto hectares is tevens het aandeel in de totale Friese uitgifte en vraag berekend. Dan blijkt dat de aandelen volgens de historische uitgifte en volgens de berekende vraag in vrij sterke mate overeenkomen.
Dat is opvallend omdat, zoals gezegd, de historische uitgiftecijfers geen rol hebben gespeeld bij het opstellen van de prognoses en slechts dienen als reflectie op de resulterende vraagprognoses. Voor Noordoost en Zuidwest blijft het aandeel in de totale Friese vraag iets achter bij de uitgifte in de periode 2015-202010, voor Zuidoost komen de aandelen vrijwel overeen en voor Noordwest ligt het berekende aandeel voor de vraag wat hoger dan de historische uitgifte. Zoals eerder aangegeven, hangt dat mogelijk samen met de relatief sterke bevolkingsgroei in die regio: dat heeft directe en indirecte effecten op de vraag naar bedrijventerreinen. Tabel 4.2
Uitgifte 2015-2020 en vraag 2021-2035 volgens TM- en SE-scenario per gebied
Gemeente/gebied
Aantal hectares (netto), gem. per jaar Uitgifte Vraag Vraag Vraag Vraag 2015SE TM SE TM 2020 2021202120262026 2025 2025 2035 2035
Aandeel in totaal binnen Fryslân("/) Uitgifte Vraag Vraag Vraag Vraag 2015SE TM SE TM 2020 2021202120262026 2025 2025 2035 2035
Noordoost Noordwest Zuidoost Zuidwest Totaal
6.4 4.7 12.9 7.8 31.8
6.4 7.6 14.9 7.7 36.6
6.1 6.8 13.9 7.2 34.1
3.6 6.4 14.1 6.7 30.8
3.3 5.6 13.0 6.4 28.3
202/0 148/0 40.7/ 24.3/ 100.00/»
17.5/ 20.80/ 40.7/ 21.00/ 100.0/
17.9/ 20.20/ 40.80/ 21.10/ 100.0/
11.6/ 20.90/ 45.90/ 21.70/ 100.0/
11.70/0 19.8/ 46.0/ 22.50/ 100.0/
Leeuwarden Smallingerland Heerenveen Súdwest-Fryslân
3.0 3.7 6.9 4.4
4.1 4.6 5.5 4.7
3.5 4.2 5.1 4.4
4.2 4.4 4.7 3.7
3.5 4.0 4.4 3.6
9.6/ ĩĩ.6% 21.7/ 13.80/»
11.2/ 12.60/ 15.0/ 12.80/
10.30/ 12.30/ 15.0/ 13.2/
13.6/ 14.3/ 15.2/ 12.00/
12.2/ 14.1/ 15.50/) 12.7»/)
F4-gemeenten Ov. gemeenten
18.0 13.8
18.9 17.7
17.3 16.8
17.0 13.9
15.4 12.9
56.6/ 43.40/
51.6/ 48.4/
50.7/ 49.30/
55.10/ 44.90/
54.50/ 45.50/0
Fryslân
31.8
36.6
34.1
30.8
28.3
100.0/
100.0/
Toelichting: De historische uitgifte is bepaald exclusief de uitgifte voor zonneparken. Die ruimtevraag wordt namelijk is de toegepaste methodiek niet berekend. In de periode 2015-2020 is in Noordwest 5.7 hectare uitgegeven aan zonneparken (waarvan 2.5 hectare in Leeuwarden en 3.2 hectare in Harlingen) en 1.2 hectare in Noordoost.
Daarbij moet nog worden opgemerkt dat bij de berekende uitgifte in tabel 4.2 geen rekening is gehouden met het feit dat voor een deel van de uitgiftes geldt dat zij nog niet in gebruik zijn genomen (het zijn nog 'onbebouwde reserves'). Wanneer daar wel rekening mee zou worden gehouden (zie tabel 2.3) dan zouden de aandelen voor Noordoost, Noordwest, Zuidoost en Zuidwest respectievelijk 18.6/, 16.0/, 42.8/ en 22.50/ bedragen: voor Noordwest, Noordoost en Zuidwest dus dichter bij het berekende aandeel voor de vraag. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
58
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
De berekende aandelen voor de vraag in de komende vijf jaar liggen voor drie van de vier F4-gemeenten in dezelfde orde van grootte als de aandelen in de uitgifte in de periode 2015-2020. De enige uitzondering is Heerenveen. Dat is binnen Fryslân bij uitstek de gemeente met de grootste onzekerheid omtrent de uitgifte van bedrijventerreinen omdat Heerenveen in zo sterke mate is gericht op uitgifte van grote kavels. Mocht Heerenveen in de komende vijf jaar een incidentele grote uitgifte van tien hectare realiseren (als daar een geschikt kavel voor beschikbaar zou zijn) aan een bedrijf dat anders niet in Fryslân gevestigd zou zijn, dan zou de jaarlijkse gemiddelde vraag volgens het SE-scenario stijgen naar 7.5 hectare en zou het aandeel van Heerenveen in het Friese totaal stijgen naar 19.40Zo. Dat zou tevens betekenen dat het aandeel van de F4-gemeenten in de totale Friese vraag volgens het SE-scenario zou stijgen naar 54.10Zo: dat is dichter bij het aandeel in de historische uitgifte in de afgelopen zes jaar dan het nu in tabel 4.2 berekende aandeel van de groep F4-gemeenten. Uit die berekeningen blijkt dat het aandeel van de groep overige gemeenten in de totale Friese vraag in de komende vijf jaar wat hoger zal liggen dan het aandeel in de uitgifte in de afgelopen zes jaar.
Op langere termijn (na 2025) liggen de aandelen van de F4-gemeenten als groep en de overige gemeenten als groep in de totale vraag nog wat meer in lijn met de aandelen in de historische uitgifte in de periode 2015-2020. Het aandeel in de totale vraag neemt dan, vergeleken met de periode 2021-2025 in Zuidoost wat toe, terwijl het aandeel in Noordoost wat terugvalt. Leeuwarden en Smallingerland zien hun aandeel in de totale Friese vraag na 2025 wat toenemen ten opzichte van de 5-jaars periode ervoor, terwijl het aandeel van Súdwest-Fryslân naar verwachting iets afneemt. De verschillen zijn echter klein en uiteraard nemen de onzekerheden toe naarmate de periode waarvoor prognoses worden opgesteld in een verdere toekomst liggen.
4.2
Onderverdeling naar sectoren
De vraag naar bedrijventerreinen is ook onderscheiden naar economische sectoren (zie tabel 4.3 en figuur 4.3; zie ook bijlage IV voor gedetailleerde resultaten). Omdat verschillende typen economische activiteiten andere eisen stellen aan de kwaliteiten/kenmerken van bedrijventerreinen geeft dat ook aanwijzingen over het type bedrijventerreinen waar vraag naar zal zijn. In het linker deel van figuur 4.3 is door Bureau Louter een berekening gemaakt van het ruimtebeslag van de zes brede sectoren op bedrijventerreinen. Industrie neemt het grootste deel in, op ruime afstand gevolgd door distributieactiviteiten. Van de overige activiteiten nemen perifere detailhandel en verzorgende diensten nog een relatief groot deel in van het totale areaal aan bedrijventerreinen. Het aandeel van bouwnijverheid en zeker van kennisintensieve diensten is laag. Tabel 4.3
Prognose vraag naar bedrijventerreinen Fryslân per brede economische sector en scenario
Brede economische sector
2021-2025, netto hectares per jaar RC SE TM GE
2026-2035, netto hectares per jaar RC SE TM GE
Industrie Distributie Bouwnijverheid Kennisintensieve diensten Perifere detailhandel Verzorgende diensten Overig
6.8 5.1 -2.8 0.8 1.3 1.0 1.4
11.2 11.9 1.6 2.0 4.8 3.5 1.6
12.8 10.3 2.4 1.4 3.6 2.2 1.4
15.9 18.9 5.8 1.9 5.7 3.8 1.8
4.9 4.7 -5.0 1.8 0.1 0.4 0.0
9.1 12.8 -1.5 3.2 4.0 3.0 0.2
11.3 11.0 -0.8 2.4 2.7 1.7 0.0
15.6 22.1 2.7 3.0 4.6 3.6 0.4
Totaal
13.5
36.6
34.1
53.9
6.8
30.8
28.3
52.0
Toelichting: ‘Overig’ bestaat uit landbouw, SW-bedrijven en ambulante activiteiten. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
59
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 4.3
Prognose vraag naar bedrijventerreinen Fryslân per brede economische sector en scenario Uitgegeven hectares (netto), jan. 2021
Fryslân Industrie Distributie Bouw nijverheid Kennisintensieve diensten Perifere detailhandel Verzorgende diensten 0
1000
Prognose (netto hectares per jaar) 2021-2025 2026-2035
2000 RC
^ SE
^ TM
^ GE
In het middelste en rechter deel van figuur 4.3 en in tabel 4.3 staat de prognose voor de vraag naar bedrijventerreinen voor zes brede economische sectoren. Met uitzondering van het RC-scenario geldt voor alle lange termijn scenario's dat industrie, distributie en de som over alle overige brede sectoren in de periode 2021-2025 elk ongeveer een derde deel van de totale vraag naar bedrijventerreinen voor hun rekening nemen. Met name voor industrie ligt dat aandeel hoger dan de prognoses in het onderzoek uit 2015. Dat hangt samen met het feit dat de industrie zich duidelijk gunstiger ontwikkelt dan bij het opstellen van de lange termijn scenario's door het Centraal Planbureau werd voorzien. In de actualisatie van de lange termijn scenario's door Bureau Louter is daar ook rekening mee gehouden. Hoewel er op is gewezen dat 'uitgifte' niet precies overeenkomt met 'vraag' is het opvallend dat ook bij het deel van de uitgiftes in de periode 2015-2020 waaraan bedrijven konden worden gekoppeld industrie een aandeel innam van 33.7Z van het totale areaal aan verkochte kavels, distributie van 27.5Z en de overige typen bedrijvigheid van 38.80Zo. Dat komt globaal overeen met de aandelen in tabel 4.3.
Op langere termijn (na 2025) neemt de vraag vanuit distributie (met uitzondering van RC) en vanuit kennisintensieve diensten (voor alle scenario's) iets toe ten opzichte van de periode 2021-2025. Vooral regio's waar die sectoren wat sterker zijn vertegenwoordigd zullen daarvan profiteren. In de overige brede sectoren neemt de vraag naar bedrijventerreinen volgens alle scenario's iets af. De sterkste afname resulteert voor bouwnijverheid (na 2025 voor drie van de vier scenario's zelfs een negatieve vraag). Combinatie van gebieden en sectoren In figuur 4.4 staat de vraag naar bedrijventerreinen voor de vier regio’s (figuur 4.4a) en voor de groep van F4-gemeenten en de groep van de tien overige gemeenten per brede sector (figuur 4.4b). In het linker deel staat het aantal netto hectares per begin 2021. De vraag kan tussen brede sectoren worden vergeleken per gebied, maar ook per brede sector tussen gebieden. In tabel 4.4 staat als voorbeeld de vraag naar bedrijventerreinen voor het Strong Europe scenario. In bijlage IV staan de resultaten voor alle vier scenario's, niet alleen voor de periode 2021-2025, maar ook voor de periode 2026-2035. In alle vier regio’s heeft industrie het hoogste huidige ruimtebeslag. In Zuidoost neemt, vergeleken met de andere regio's, distributie een relatief groot deel in van de hoeveelheid uitgegeven hectares.
Voor de overige vier brede sectoren geldt dat bouwnijverheid een relatief groot aandeel inneemt in Noordoost, dat verzorgende diensten een relatief groot aandeel innemen in Noordwest en Zuidwest en dat perifere detailhandel een relatief groot aandeel inneemt in Zuidoost. In alle vier regio's leveren kennisintensieve diensten de minste hectares uitgegeven terrein. Dat geldt vooral voor Noordoost, de enige regio zonder een F4-gemeente. Tussen de F4-gemeenten en de overige gemeenten (zie figuur 4.4b) is het grootste verschil dat distributie in de F4 meer gewicht heeft dan in de overige gemeenten. Bouwnijverheid is juist in de overige gemeenten sterker vertegenwoordigd op bedrijventerreinen dan in de F4-gemeenten. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
60
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Met uitzondering van Noordwest gaat in alle regio’s in de periode 2021-2025 volgens de twee middenscenario's (SE en TM) de grootste vraag naar bedrijventerreinen uit van industrie, gevolgd door distributie. Volgens het hoogste scenario (GE) zal de vraag vanuit distributie overigens in alle regio's groter zijn dan vanuit industrie. Van de overige vier brede sectoren gaat, volgens de twee middenscenario's, de grootste vraag uit van perifere detailhandel in alle regio's, met uitzondering van Zuidwest (ongeveer even veel vraag vanuit bouwnijverheid). Voor Zuidwest zijn de verschillen tussen die vier overige brede sectoren klein en kennen die vier overige sectoren in totaal ook een relatief klein aandeel in de totale vraag (vergeleken met de andere regio's). In de komende vijf jaar resulteert volgens het lage RC-scenario een negatieve ruimtevraag in de bouwnijverheid in alle vier regio's. Zoals al eerder aangegeven kan dit ínhouden dat er nieuwe kavels worden uitgegeven aan bouwbedrijven, maar dat de afname van in gebruik zijnd terrein door bouwbedrijven elders groter is (doordat zij sluiten of vertrekken). Incidenteel is ook bij andere brede sectoren soms sprake van een negatieve ruimtevraag volgens het RC-scenario. Figuur 4.4a
Prognose vraag naar bedrijventerreinen per regio, sector en scenario, 2021-2035
Noordoost Industrie Distributie Bouwnijverheid Kennisintensieve diensten Perifere detailhandel Verzorgende diensten Noordwest Industrie Distributie Bouwnijverheid Kennisintensieve diensten Perifere detailhandel Verzorgende diensten