Bijlage 2 - Bedrijventerreinen in Fryslân I vraagprognose tot 2035
Tekst van het document
0.14 0.61 0.28 0.43 0.21 0.09 1.02 0.40 1.45 0.58 1.57 0.46 0.30 0.90 1.07
1.01 0.79 0.44 0.53 0.64 0.16 0.21 0.14 0.54 0.36 0.92 1.20 1.59 0.87 0.96
-0.87 -0.18 -0.16 -0.10 -0.43 -0.07 0.81 0.26 0.91 0.22 0.65 -0.74 -1.29 0.03 0.11
Noordwest Noordoost Zuidoost Zuidwest
4.72 5.48 12.61 6.64
6.06 3.37 12.90 6.43
-1.34 2.11 -0.29 0.21
F4-gemeenten Overige gemeenten
16.88 12.57
15.48 13.28
1.40 -0.71
Fryslân totaal
29.45
28.76
0.69
In Zuidoost kwamen prognose en realisatie voor twee gemeenten zeer goed overeen (Ooststellingwerf en Weststellingwerf). De uitzondering is hier Opsterland. Daar bleef de uitgifte sterk achter bij de vraag. Dat hangt er mogelijk mee samen dat bedrijven waarvoor vestiging in Opsterland een optie was vooral voor vestiging op Azeven-Zuid hebben gekozen (dat op verzoek van de provincie is toegerekend aan Smallingerland). Op dat bedrijventerrein is in de periode 2015-2020 gemiddeld per jaar 0.90 hectare uitgegeven. Wanneer Azeven-Zuid bij Opsterland zou worden gerekend. zou de gemiddelde jaarlijkse uitgifte 1.20 hectare per jaar bedragen. Dat zit vrij dicht bij de prognose volgens het TM-scenario. Overigens zou in dat geval de uitgifte in Smallingerland wat verder zijn achtergebleven bij het TMscenario dan nu: totaal resulteert voor Smallingerland plus Opsterland een uitgifte van 3.83 hectare, terwijl volgens het TM-scenario 5.39 hectare verwacht zou worden. De feitelijke uitgifte kan ook nog op een andere wijze worden beschouwd, namelijk door te bepalen in hoeverre deze buiten de maximale range valt (laagste prognoses volgens het RC-scenario, hoogste prognose volgens het GE-scenario).
Uit figuur 2.1 blijkt dat voor Fryslân totaal, voor de groep F4gemeenten en de groep overige gemeenten en per regio steeds geldt dat de feitelijke (gecorrigeerde) uitgifte binnen de range valt en veelal ook dicht bij het midden van die range. De enige uitzondering is Noordoost, dat nog wel binnen de range valt, maar bijna de prognose volgens het GE-scenario bereikt. Ook op het niveau van de vijf grootste 'bedrijventerreingemeenten' ligt de feitelijke uitgifte binnen de maximale range. Zoals al eerder aangegeven is de uitgifte in Heerenveen vrij hoog (maar nog wel onder het GE-scenario). Bij de vijftien kleine gemeenten speelt toeval een belangrijkere rol (het doorgaan of juist uitblijven van één of twee grote uitgiftes kan hier al tot een groot relatief verschil leiden). Dan blijkt dat in de peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
17
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
noordwestelijke landelijke gemeenten weliswaar vaak sprake is van een wat lagere uitgifte dan voorzien, maar dat deze slechts twee maal buiten de range valt (lager dan volgens het RC-scenario), namelijk in Harlingen en Het Bildt. Daarnaast is daar nog sprake van in Opsterland. Van de noordoostelijke gemeenten kennen er vier een score die hoger is dan voorzien en ook buiten de range valt, namelijk Ferwerderadiel, Dantumadiel, Dongeradeel en Kollumerland (een uitgifte boven de verwachting volgens het GE-scenario).
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
18
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
3
Componenten achter de ruimtevraag
In dit hoofdstuk wordt eerst zicht gegeven op de ontwikkeling van de uitgifte van bedrijventerreinen in het verleden (zie paragraaf 3.1). Daarna staan de drie bronnen van de vraag naar bedrijventerreinen centraal, namelijk de economische prestaties en de daaruit resulterende ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen (paragraaf 3.2), het deel van de bedrijvigheid dat op een bedrijventerrein is gevestigd (de locatietypevoorkeuren; zie paragraaf 3.3) en de ontwikkeling van het ruimtebeslag per werknemer (de terreinquotiënten; zie paragraaf 3.4).
3.1
Ontwikkeling bedrijventerreinen
De ontwikkeling van de uitgifte van bedrijfskavels geeft een indruk van de vraag naar bedrijventerreinen in het verleden. Bewust is hier de formulering 'een indruk van' gebruikt, want de uitgifte is niet precies gelijk aan de 'vraag' naar bedrijventerreinen (zie paragraaf 2.3). Tabel 3.1 bevat de stand van de huidige uitgegeven en in gebruik zijnde hectares, het aantal hectares met leegstaande bebouwing en de onbebouwde reserves voor de gebieden (Fryslân, de vier regio's en de F4gemeenten versus de overige gemeenten). Bij de leegstand zijn leegstaande panden gekoppeld aan de bedrijfskavels waar ze gevestigd zijn. De onbebouwde reserves zijn gebaseerd op de door de provincie geleverde informatie met een controle en eventuele correctie door Bureau Louter, mede op basis van gesprekken met de gemeentelijke contactpersonen. Tabel 3.1
Uitgegeven hectares bedrijventerrein per gebied, begin 2021
Gebied
Hectares uitgegeven bedrijventerreinen (tussen haakjes: "/o van totaal) In gebruik Leegstand Onbebouwde reserve Totaal
Gemeenten Leeuwarden Smallingerland Heerenveen Súdwest-Fryslân
506,3 385,1 447,0 544,2
476,0 346,4 401,8 515,8
13,9 (2.2/) 10,4 (2.7/) 13,4 (3.0/) 5,5 (1.0/)
16,4 (3.20/) 28,4 (7.4/) 31,8 (7.1/) 23,0 (4.2/)
Harlingen Waadhoeke Noardeast-Fryslân Dantumadiel Achtkarspelen Tytsjerksteradiel Opsterland Ooststellingwerf Weststellingwerf De Fryske Marren
112,6 212,2 239,4 50,8 205,2 147,7 114,2 115,6 114,9 298,6
108,4 200,6 211,3 48,3 196,6 140,1 112,4 110,0 111,5 269,6
0,4 (0.4/) 1,6 (0.8/) 3,1 (1.3/) 0,3 (0.6/) 1,8 (0.9/) 1,9 (1.3/) 0,3 (0.3/) 2,3 (2.0/) 0,7 (0.6/) 7,9 (2.6/)
3,8 (3.4/) 9,9 (4.7/) 24,9 (10.4/) 2,3 (4.5/) 6,7 (3.3/) 5,7 (3.9/) 1,5 (1.3/) 3,2 (2.8/) 2,7 (2.3/) 21,1 (7.1/)
Regio's Noordwest Noordoost Zuidoost Zuidwest
831,1 643,0 1.176,8 842,9
784,9 596,3 1.082,1 784,1
15,8 (1.9/) 7,1 (1.1/) 27,2 (2.3/) 13,4 (1.6/)
30,4 (3.7/) 39,6 (6.2/) 67,6 (5.7/) 45,4 (5.4/)
F4-gemeenten Overige gemeenten
1.882,8 1.610,8
1.740,0 1.508,8
43,2 (2.3/) 20,2 (1.3/)
99,6 (5.3/) 81,8 (5.1/)
Fryslân
3.493,6
3.248,8
63,4 a.8%)
181,5 (5.2/)
Toelichting: Bij leegstand en onbebouwde reserves staan naast de hectares ook de aandelen in het totaal uitgegeven areaal (in /). peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
19
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
In het algemeen is het leegstandspercentage laag. Veelal wordt uitgegaan van een 'frictieleegstand' van 4 à 50/. Dat is de leegstand die voor een gezonde bedrijventerreinenmarkt gewenst wordt geacht, omdat het daarvoor nodig is dat er altijd een zeker niveau van aanbod in de bestaande bebouwing beschikbaar is, zodat bedrijvigheid die wil uitbreiden of verplaatsen voldoende alternatieven heeft. De resultaten in tabel 3.1 maken duidelijk dat het leegstandspercentage in alle gemeenten onder het frictieniveau lag. Wat betreft de leegstand is er dan ook zeker geen sprake van overmatig aanbod in de bestaande bebouwing. Ook voor het percentage onbebouwde reserves kan een basisniveau van 50/ worden gehanteerd. Eerder werd er al op gewezen dat er verschillende redenen kunnen zijn voor het bestaan van onbebouwde reserves. Wanneer sprake is van relatief veel onbebouwde reserves, is het denkbaar dat een deel daarvan 'op de markt' komt. Ook kan het betekenen dat bedrijven die uit willen breiden dat op hun eigen terrein kunnen doen en dus geen nieuw kavel hoeven te kopen (dit wordt dan wel meegenomen in de berekening van de vraag, maar leidt niet tot uitgifte van nieuwe kavels). In drie van de vier regio's is sprake van een percentage onbebouwde reserves dat boven de vijf procent ligt, hoewel dat slechts in beperkte mate het geval is.
Voor sommige individuele gemeenten zijn de percentages onbebouwde reserves wat hoger. Dat geldt bijvoorbeeld voor Noardeast-Fryslân (met name in Hallum) en in wat mindere mate ook voor Heerenveen, Smallingerland en De Fryske Marren. In tien van de veertien gemeenten ligt het percentage echter onder de vijf procent. In tabel 3.2 staat de verdeling naar vijf grootteklassen, de mediane omvang van de kavels en de gemiddelde omvang van de kavels. Hierbij is gebruik gemaakt van door de provincie samengestelde 'kavelcombinaties': aaneengesloten kavels die behoren tot dezelfde eigenaar zijn samengevoegd. In tabel 3.2a staan de aantallen kavels, in tabel 3.2b de hectares en de gemiddelde en mediane omvang. Verdeling bedrijfskavels naar grootteklasse per gebied, begin 2021 Ö
1
Ki
1
O
n
i
Aandeel van grootteklassen in het totaal aantal kavels ("/o) < 0.25 0.25 - 0.5 2.0 of meer
ö
Aantal kavels
ö
Tabel 3.2
Gemeenten Leeuwarden Smallingerland Heerenveen Súdwest-Fryslân
1.678 900 779 1.579
73,0/ 64,8/ 59,1/ 62,1/
12,2/ 16,2/ 17,6/ 19,8/
8,2/ 9,7/ 10,1/ 11,3/0
4,20/ 5,80/ 7,60/ 4,9/0
2,4/ 3,6/ 5,6/ 2,0/
Harlingen Waadhoeke Noardeast-Fryslân Dantumadiel Achtkarspelen Tytsjerksteradiel Opsterland Ooststellingwerf Weststellingwerf De Fryske Marren
434 672 752 148 429 328 331 308 284 889
74,9/ 69,6/ 68,6/ 63,5/ 56,6/ 64,6/ 58,9/ 57,8/ 62,7/ 67,3/
10,4/ 15,3/ 16,6/ 22,3/ 22,6/ 18,9/ 23,0/ 21,4/ 18,0/ 19,0/
7,6/ 8,6/ 9,6/ 8,1/ H/7% 8,5/ 11,50/» 13,60/» 9,50/ 8,20/
5,5/0 4,20/ 2,9/0 3,4/0 4,9/ 3,4/ 4,5/ 4,5/ 6,7/ 3,7/
1,6/ 2,2/ 2,3/ 2,7/ 4,2/ 4,6/ 2,1/ 2,6/ 3,2/ 1,8/
Regio’s Noordwest Noordoost Zuidoost Zuidwest
2.784 1.657 2.602 2.468
72,5/ 64,3/ 61,3/ 63,9/
12,6/ 19,1/ 18,3/ 19,5/
8,20/ 9,80/ 10,5/ 10,2/
4,4/ 3,6/ 6,1/ 4,5/
2,3/ 3,3/ 3,8/ 1,9/
F4-gemeenten Overige gemeenten
4.936 4.575
65,8/ 65,7/
16,2/ 18,1/
9,7/0 9,5/0
5,2/ 4,2/
3,0/ 2,5/
Fryslân
9.511
65,8/
17,1/
9,6/
4,7/
2,8/
a.
Aantal kavels
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
20
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Tabel 3.2
Verdeling bedrijfskavels naar grootteklasse per gebied, begin 2021, vervolg Hectares
Aandeel van grootteklassen in hectares ("/o) < 0.25 0.25-0.5 0.5-1.0 1.0-2.0 >2.0
Mediaan Hectares
Gemiddeld Hectares
Gemeenten Leeuwarden Smallingerland Heerenveen Súdwest-Fryslân
496 384 437 536
15,0Z 11,2Z 9,8Z 17,1Z
14,6Z 13,9Z 10,9Z 20,6Z
19,4Z 16,4Z 12,8Z 22,4Z
20,5Z 18,4Z 18,0Z 19,5Z
30,6Z 40,2Z 48,5Z 20,4Z
0,08 0,15 0,19 0,18
0,30 0,43 0,56 0,34
Harlingen Waadhoeke N oardeast-F ryslân Dantumadiel Achtkarspelen Tytsjerksteradiel Opsterland Ooststellingwerf Weststellingwerf De Fryske Marren
112 211 238 51 205 146 113 115 114 295
18,3Z 20,2Z 18,5Z 27,1Z 16,0Z 13,6Z 21,9Z 12,5Z 17,9Z 21,7Z
14,5Z 17,3Z 18,5Z 23,7Z 16,8Z 14,4Z 22,5Z 21,3Z 15,6Z 20,0Z
20,6Z 18,5Z 21,1Z 16,6Z 17,4Z 13,3Z 23,1Z 24,7Z 16,1Z 17,0Z
30,4Z 18,9Z 11,9Z 12,1Z 14,6Z 10,6Z 16,4Z 16,7Z 23,0Z 15,1Z
16,2Z 25,2Z 30,0Z 20,4Z 35,1Z 48,1Z 16,1Z 24,8Z 27,5Z 26,1Z
0,09 0,14 0,15 0,20 0,21 0,16 0,21 0,18 0,18 0,16
0,26 0,31 0,32 0,34 0,48 0,45 0,34 0,37 0,40 0,33
Regio’s Noordwest Noordoost Zuidoost Zuidwest
819 640 1.164 831
16,8Z 17,2Z 12,5Z 18,7Z
15,3Z 17,4Z 14,5Z 20,4Z
19,3Z 17,8Z 16,5Z 20,5Z
21,4Z 12,5Z 18,4Z 18,0Z
27,2Z 35,0Z 38,2Z 22,4Z
0,10 0,18 0,18 0,17
0,29 0,39 0,45 0,34
F4-gemeenten Overige gemeenten
1.853 1.601
13,6Z 18,6Z
15,3Z 18,2Z
18,1Z 18,7Z
19,2Z 16,4Z
33,8Z 28,1Z
0,15 0,16
0,38 0,35
Fryslân
3.454
15,9/
16,6/
18,4/
17,9/
31,2/
0,16
0,36
b.
Aantal hectares
Slechts een klein deel van de kavels kent een oppervlakte van meer dan 2 hectare. In Fryslân als geheel is dat een kleine 3Z. In Zuidoost is het aandeel iets hoger dan in de andere drie regio's. Heerenveen kent het hoogste aandeel 'grote kavels' (5,6Z), op ruime afstand gevolgd door Tytsjerksteradiel, Achtkarspelen en Smallingerland. Harlingen (exclusief de zeehaventerreinen), De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân kennen de kleinste aandelen 'grote kavels'. Ruim tweederde deel van de kavels is kleiner dan een kwart hectare. In Harlingen (met veel woon-werk kavels) is het aandeel van 'kleine kavels' zelfs driekwart en in Leeuwarden 730Zo. In Achtkarspelen, Ooststellingwerf, Opsterland en Heerenveen komen kleine kavels het minst voor (minder dan zestig procent). In termen van het ruimtebeslag nemen de grote kavels uiteraard een groter aandeel in. De verdeling naar grootteklassen is 'scheef: er zijn duidelijk meer kleine dan grote kavels. Dat blijkt ook uit het feit dat de gemiddelde kavelgrootte in alle regio's en gemeenten hoger is dan de mediane kavelgrootte. Van de vier regio's kent Zuidoost de grootste gemiddelde kavelomvang, terwijl die regio ook de gemeente met het hoogste gemiddelde levert, namelijk Heerenveen. Binnen Fryslân wordt Heerenveen gevolgd door Achtkarspelen, Tytsjerksteradiel en Smallingerland.
Hoewel in Fryslân slechts één op de 35 kavels groter is dan 2 hectare bedraagt hun aandeel in het ruimtebeslag 31Z. En terwijl ruim tweederde deel van de kavels kleiner is dan 0.25 hectare nemen zij slechts een zesde deel van het ruimtebeslag in. In Heerenveen en Tytsjerksteradiel is het aandeel in het ruimtebeslag van grote kavels (minstens 2 hectare) in het totale ruimtebeslag duidelijk het grootst (bijna de helft), in Harlingen, Opsterland, Dantumadiel en Súdwest-Fryslân het kleinst. Wat betreft de aandelen van de kleine kavels resulteert peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
21
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
ongeveer het omgekeerde beeld. Die aandelen zijn het kleinst voor Heerenveen, Smallingerland en Ooststellingwerf, terwijl voor Opsterland, De Fryske Marren en vooral Dantumadiel de grootste aandelen resulteren voor kleine kavels. Ontwikkeling uitgifte van bedrijventerreinen In figuur 3.1 staat de gemiddelde jaarlijkse uitgifte van bedrijventerreinen in de afgelopen dertig jaar met een onderscheid naar gebieden. Links staat de uitgifte in hectares, met tevens het 10-jaars gemiddelde voor de periode 2011-2020 (de rode stip). Rechts staat de uitgifte per 10.000 inwoners van 18-66 jaar. Naast de vier regio's en de totalen voor de F4-gemeenten en de overige gemeenten, staan ook de gemiddelde jaarlijkse uitgiftes per gemeente in de figuur. Figuur 3.1
Uitgifte bedrijventerreinen 1991-2020 naar gebied, gemiddeld per jaar Uitgifte (ha. per jaar)
Noordoost Noordwest Zuidoost Zuidwest
4
Uitgifte (ha. per 10.000 inw. 18-66 jaar)
1
-------------------İ----------------------T------------- 1
'4 0
5
10
4 1
ZZI
15
20
25 0
Leeuwarden Smallingerland Heerenveen Súdwest-Fryslân
4
2
3
4
i 4
Ą. o
Harlingen Waadhoeke Noardeast-Fryslân Dantumadiel Achtkarspelen Tytsjerksteradiel Opsterland Ooststellingwerf Weststellingw erf De Fryske Marren
1 4^J
J
4
1
4
1
4
4-,zn
1
4 4 4
]
4
1
4
0 F4-gemeenten Totaal excl F4
1
2
4
6
8
10
12 01
4
_______________________ 1 4 ----- 4---- İJ -----------4-------- ,—1 0
10
20
Totaal 0
10
20
30
i
40 01
ţ
;
;
30
40
50
1
4
60 0
1991-2020
4
1
2
3
4
4 2011-2020
Bron: IBIS en door provincie geleverde gegevens
Zuidoost is de regio met de hoogste gemiddelde uitgifte per jaar (zowel absoluut als relatief), vooral dankzij Heerenveen. Van de overige gemeenten (exclusief de F4-gemeenten) kende De Fryske Marren de hoogste uitgifte en Dantumadiel de laagste. Relatief (per 10 duizend inwoners van 18-66 jaar) steekt Heerenveen met kop en schouders boven de andere Friese gemeenten uit. Van de andere gemeenten kenden Smallingerland en Harlingen de hoogste relatieve uitgiftecijfers (per inwoner), gevolgd door Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren. Dantumadiel en Tytsjerksteradiel sluiten de rij. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
22
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
In alle regio's en gemeenten lag de gemiddelde jaarlijkse uitgifte in het afgelopen decennium (2011-2020) onder het gemiddelde voor de 30-jaars periode 1991-2020. In Heerenveen was de terugval relatief klein, maar dat was vooral te danken aan de hoge uitgiftecijfers in de periode 2012-2014 (met onder andere drie uitgiftes van meer dan tien hectare - zie tabel 2.1). In sommige gemeenten viel de gemiddelde jaarlijkse uitgifte in het afgelopen decennium sterk terug ten opzichte van het 30-jaars gemiddelde, bijvoorbeeld in Opsterland, Waadhoeke en Tytsjerksteradiel, maar ook in Leeuwarden. Relatief (ten opzichte van het aantal inwoners) kent Leeuwarden veel minder uitgifte van hectares bedrijventerrein dan de andere drie F4-gemeenten - vooral vergeleken met Heerenveen. Daar staat tegenover dat de Friese hoofdstad een belangrijke kantoorfunctie kent en een concentratiepunt vormt van voorzieningen met een bovenlokale functie: een ander type economische specialisatie. In figuur 3.2 staat de jaarlijkse ontwikkeling van de uitgifte van bedrijventerreinen in de afgelopen drie decennia. Rechts staat het aandeel in het nationaal totaal (zonder 2020 omdat daarvoor nog geen nationale gegevens beschikbaar zijn). Naast de vier regio's staan ook de totalen voor de groep F4-gemeenten, de groep overige gemeenten en Fryslân totaal in de figuur.
In het algemeen laten de grafieken van jaar op jaar een patroon zien van pieken en dalen. De 10-jaars gemiddelden tonen een duidelijker beeld van de structurele trends. In alle vier regio's is de uitgifte per 10jaars periode afgenomen. De aandelen in het nationaal totaal (het rechter deel van de grafieken) laten zien of de afname sterker is geweest dan het nationaal gemiddelde of niet. Daaruit blijkt dat het aandeel in het nationaal totaal met elk volgend decennium is afgenomen in de twee westelijke regio's (vooral tussen de jaren nul en de jaren tien), dat in Noordoost en Zuidoost eerst nog sprake was van een toename (tussen de jaren negentig en de jaren nul) en vervolgens van een afname (tussen de jaren nul en de jaren tien). Het onderscheid tussen de F4-gemeenten en de overige gemeenten maakt duidelijk dat voor beide groepen gemeenten sprake is van een met elk volgend decennium afnemende uitgifte. De afname was tussen de jaren nul en de jaren tien overigens groter voor de 'overige gemeenten' dan voor de F4-gemeenten. Uit het rechter deel van de figuur blijkt dat de F4-gemeenten hun aandeel in het nationaal totaal in de jaren negentig en nul wisten te handhaven op 40Zo van het nationaal totaal en dat het aandeel daarna wat afnam. Uit figuur III.
1 blijkt dat de terugval van de F4-gemeenten nog werd getemperd door hoge aandelen in het nationaal totaal van Heerenveen - vooral dankzij de periode 2012-2014 in die gemeente. De overige gemeenten kenden eerst nog een lichte toename in het aandeel in het nationaal totaal, maar ondervonden een zeer sterke afname tussen de jaren nul en de jaren tien (een halvering). Dat was overigens vooral het gevolg van het ver terugzakken van de uitgiftes in de eerste helft van de jaren tien. De afgelopen jaren is de uitgifte in de 'overige' Friese gemeenten weer gestaag toegenomen.
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
23
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.2
Ontwikkeling uitgifte van bedrijventerreinen perjaar, per gebied, 1991-2020
1991 1995 2000 al. Hectares Noordoost
2005
2010
2015
2020
1991 1995 2000 2005 2010 2015 a2. Aandeel Noordoost in Nederland
2020
1991 1995 2000 2005 2010 2015 b2. Aandeel Noordwest in Nederland
2020
1991 1995 2000 2005 2010 c2. Aandeel Zuidoost in Nederland
2015
2020
1991 1995 2000 2005 2010 2015 d2. Aandeel Zuidw est in Nederland ---- Fter jaar ---- 10-jaarsgemddelde
2020
4.5yo 4.00Zo 3.50/0 3.00Zo 2.50/ 2.0/ 1.50/ 1.0/ 0.5/ 0.0/ 1991 1995 2000 2005 b1. Hectares Noordwest
2010
2015
2020 5.0/ 4.5/ 4.0/ 3.5/ 3.0/ 2.5/ 2.0/ 1.5/ 1.0/ 0.5/ 0.0/
1991 1995 2000 c1. Hectares Zuidoost
2005
2010
2015
2020
1991 1995 2000 d1. Hectares Zuidw est
2005
2010
2015
2020
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
24
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.2
Ontwikkeling uitgifte van bedrijventerreinen, vervolg
1991 1995 2000 2005 f1. Hectares Totaal excl F4
2010
2015
2020
1991 1995 2000 2005 2010 2015 f2. Aandeel Totaal excl F4 in Nederland ---- Per jaar ---- 10-jaarsgemddelde
2020
Bron: IBIS en door provincie geleverde gegevens Toelichting: Bij het bepalen van het aandeel in de nationale uitgifte (het rechter deel van de figuur) exclusief zeehaventerreinen en exclusief Noord-Holland (geen gegevens beschikbaar).
Grafieken met de uitgiftes in individuele gemeenten staan in bijlage III (zie figuur III.1). Enige bevindingen, met het accent op de 10-jaars gemiddelden: * De uitgiftes in hectares (zie het linker deel van de grafieken) nemen in de F4-gemeenten af in de tijd, met als uitzondering Heerenveen (een lichte toename tussen de jaren nul en tien). De aandelen in het nationaal totaal (het rechter deel van de figuur) zijn voor Leeuwarden gestaag afgenomen, voor Smallingerland en Súdwest-Fryslân eerst iets toegenomen (tussen de jaren negentig en de jaren nul) en vervolgens sterk afgenomen (tussen de jaren tien en de jaren twintig) en voor Heerenveen in de meest recente periode (2011-2019) juist sterk toegenomen. * Bij de overige tien gemeenten overheerst wat betreft de ontwikkeling van het aandeel in het nationaal totaal het patroon van toename tussen de jaren negentig en de jaren nul en afname tussen de jaren nul en de jaren tien. Dit patroon geldt voor zeven gemeenten: Harlingen, NoardeastFryslân, Achtkarspelen, Tytsjerksteradiel, Opsterland, Ooststellingwerf en Weststellingwerf. Bij de F4-gemeenten voldoen Smallingerland en Súdwest-Fryslân aan dit patroon. Met uitzondering van Heerenveen en Dantumadiel kennen alle gemeenten in het oostelijk deel van de provincie deze ontwikkeling. Waadhoeke en De Fryske Marren leverden een steeds verder afnemend aandeel in de afgelopen drie decennia.
Bij de F4-gemeenten geldt dat ook voor Leeuwarden. Het gaat in alle gevallen om gemeenten in het westelijk deel van Fryslân. Dantumadiel kent een 'afwijkend' patroon, namelijk met een dieptepunt in de jaren nul (nauwelijks uitgifte). Dat is peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
25
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
»
overigens ook de gemeente met de laagste uitgifte in absolute zin in de afgelopen drie decennia. Eerder werd geconstateerd dat ook de F4-gemeente Heerenveen een 'afwijkend' patroon kent, namelijk een sterk toegenomen aandeel in de meest recente periode. Gemeenten waarvoor de uitgifte van bedrijventerreinen in de jaren tien sterk is teruggelopen ten opzichte van de jaren nul (meer dan een halvering) zijn de F4-gemeenten Smallingerland en Súdwest-Fryslân en van de overige gemeenten Ooststellingwerf, Harlingen, Weststellingwerf en vooral Tytsjerksteradiel en Opsterland.
In figuur 3.3 staat een illustratief kaartbeeld van de ontwikkeling van het ruimtelijk zwaartepunt van de uitgifte van bedrijventerreinen in Fryslân sinds de jaren negentig. Daarbij is op basis van x- en ycoördinaten de locatie van alle uitgiftes per jaar bepaald en is vervolgens het met de omvang van de uitgiftes gewogen 'zwaartepunt' (de gemiddelde x- en y-coördinaat) berekend. Om een wat meer 'robuust' beeld te creëren is uitgegaan van 5-jaars gemiddelden (1991-1995 tot en met 2016-2020). Figuur 3.3
Ontwikkeling ruimtelijk zwaartepunt van uitgiftes bedrijventerreinen, 1991-2020
HĽtofcü
Leeìi warden
"Gíļtŭim w 1
Drachten Witmare
Paifega
Heerenveen
worftim Sim Nicolaíįpgs
2015-2019/ Diever
0
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
0.5
1
www.bureaulouter.nl
1.5
2 km
26
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Het provinciaal zwaartepunt van de uitgiftes ligt iets oostelijk van Grou. In de eerste tien 5-jaars periodes (vanaf 1991-1995 tot en met 2000-2004) verschoof het zwaartepunt in noordelijke richting: de uitgifte steeg toen in het noordelijk deel van de provincie wat sterker dan in het zuidelijk deel. In Leeuwarden was bijvoorbeeld rond het jaar 2000 sprake van een sterke toename van de uitgiftecijfers. In de daarop volgende tien 5-jaars periodes verschoof het zwaartepunt van de uitgiftes in zuidoostelijk richting: in eerste instantie vooral in zuidelijke richting en vervolgens vooral in oostelijke richting. Sindsdien is het zwaartepunt weer terug verschoven in noordwestelijke richting: de huidige positie van het zwaartepunt ligt enkele kilometers noordoostelijk van de positie in het begin van de jaren negentig. Ondanks allerlei ontwikkelingen in individuele regio's en gemeenten kan dus niet worden geconstateerd dat er van een structurele verschuiving sprake is (bijvoorbeeld in zuidelijke richting) Uitgifte bedrijfskavels naar grootte en type economische activiteiten, 2015-2020 De provincie heeft gegevens geleverd over de uitgifte van bedrijfskavels in de periode 2015-2020. Per uitgifte zijn bekend het bedrijventerrein, het oppervlak van het uitgegeven kavel, het jaar van uitgifte en de eigenaar.
Zoals ook elders in dit onderzoek zijn uitgiftes op de Waddeneilanden en op zeehaventerreinen buiten beschouwing gelaten. Niet bekend zijn het adres en het bedrijf dat zich heeft gevestigd, alsmede het type economische activiteiten van het bedrijf3. Door sommige gemeenten kon daar wel informatie over worden geleverd, maar dat geldt zeker niet voor alle Friese gemeenten (zie paragraaf 2.2). Door Bureau Louter is op verschillende manieren getracht de kavels te koppelen aan bedrijven. Daardoor ontstaat een indruk van de verdeling van de uitgiftes over typen economische activiteiten. Dit werk is uiterst arbeidsintensief en niet voor elke uitgifte kon worden vastgesteld aan welk bedrijf verkoop heeft plaatsgevonden. In totaal was dit voor 343 van de 521 uitgiftes mogelijk; zij vertegenwoordigen 81/ van het uitgegeven areaal in termen van hectares. Bij 22 uitgiftes was sprake van een bedrijfsverzamelgebouw of bedrijfsunits (goed voor 4.6 hectare) en bij zeven uitgiftes was sprake van aanleg van een zonnepark (goed voor 6.9 hectare). Denkbaar is dat de verdeling over sectoren voor de (niet doorgenomen) kleinere kavels afwijkt van de verdeling voor de (wel doorgenomen) grotere kavels. Eerst wordt aandacht besteed aan de uitgifte naar grootteklasse van de kavels. In figuur 3.4 staat de verdeling naar een fijnmazige onderverdeling in kavelgrootte (in stapjes van 0.1 hectare).
Ter illustratie staan in tabel 3.3 de veertien uitgiftes van minstens twee hectare in de periode 2015-2020. De kapitaalsintensieve industrie is hier vijf maal in vertegenwoordigd (drie maal de voedings- en genotmiddelindustrie en twee bedrijven in biomassa/biogas). Opvallend is dat de distributiesector (groothandel en transport) slechts twee maal is vertegenwoordigd, terwijl in andere delen van het land juist daar veel grote uitgiftes plaatsvinden. De uitgiftes zijn zeer 'scheef verdeeld, met enkele grote en veel kleine uitgiftes. Van de 521 uitgiftes waren er, naast de veertien uitgiftes van meer dan twee hectare (3 “/o van alle uitgiftes), 27 van één tot twee hectare (5/ van alle uitgiftes) en 480 (92/ van het totaal) van minder dan één hectare. Vijf op de zes uitgiftes (83/) was zelfs kleiner dan een halve hectare. Het zwaartepunt van de hectares ligt tussen 0.1 en 0.2 hectare (36/ van alle uitgiftes). Heel kleine kavels (minder dan 0.1 hectare) worden overigens ook niet vaak verkocht, namelijk 53 maal (10/). Daarbij moet wel worden bedacht dat in dit segment mede wordt voorzien door bedrijfsverzamelgebouwen en units. De gemiddelde omvang van de uitgegeven kavels is 0.38 hectare en de mediaan (nummer 261 wanneer de kavels van groot naar klein worden geordend) ligt bij 0.22 hectare.
Deels kan worden afgeleid om welk bedrijf het gaat aan de hand van de naam van de eigenaar. Dat is echter zeker niet altijd het geval: de naam van de eigenaar komt lang niet altijd overeen met de bedrijfsnaam, soms zijn kavels gekocht door makelaars of projectontwikkelaars en in een aantal gevallen is sprake van units (met meerdere bedrijven). peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
27
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.4
Uitgifte van bedrijfskavels naar grootteklasse, 2015-2020
Kavelgrootte (ha.) Aantal uitgiftes 2015-2020 0.0-0.1 0.1-0.2 0.2-0.3 0.3-0.4 0.4-0.5 0.5-0.6 0.6-0.7 0.7-0.8 0.8-0.9 0.9-1.0 1.0-1.1 1.1-1.2 1.2-1.3 1.3-1.4 1.4-1.5 1.5-1.6 1.6-1.7 1.7-1.8 1.8-1.9 1.9-2.0 2.0-2.1 2.1-2.2 2.2-2.3 2.3-2.4 2.4-2.5 2.5-2.6 2.6-2.7 2.7-2.8 2.8-2.9 2.9-3.0 0 Bron:
20
40
Aandeel F4 in uitgiftes Kavelgrootte 0-0.1 ha. 0.1-0.2 ha. 0.2-0.3 ha. 0.3-0.4 ha. 0.4-1.0 ha. Meer dan 1.0 ha. Totaal
Aandeel 39.6y0 33.3y0 42.9y0 47.5y0 53.2y0 73.2y0 43.607o
F4-gemeenten Overige gemeenten
60
80
100
120
140
160
180
200
Provincie Fryslân
Toelichting: Niet opgenomen in de figuur zijn drie uitgiftes van meer dan drie hectare (zie tabel 3.4).
Tabel 3.3
Uitgiftes van meer dan 2 hectare in Fryslân, periode 2015-2020
Jaar
Plaats
Bedrijventerrein
Hectares
Type uitgifte
Type activiteiten
2018 2017 2020 2019 2020 2018 2017 2015 2019 2019 2018 2017 2020 2017
Heerenveen Lemmer Leeuwarden Heerenveen Drachten Kootstertille Leeuwarden Kootstertille Dokkum Heerenveen Heerenveen Hallum Workum Leeuwarden
IBF Lemsterhoek Energiecampus IBF Azeven-Noord Westkern Newtonpark Westkern Betterwird 3 IBF Haskerveen Industrieterrein Horsa Newtonpark
7.65 3.75 3.21 2.86 2.65 2.59 2.55 2.35 2.28 2.23 2.22 2.17 2.15 2.03
Uitbreiding Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw Uitbreiding Nieuw Nieuw Nieuw Uitbreiding Uitbreiding Nieuw
V&G-industrie (zuivel) Milieu & recycling Energie (biogas) Verhuur van machines Openbaar bestuur (politie) Energie (biovergister) Energie (zonnepark) Bouwbedrij f (beton) SW-bedrijf Transport Kunststofindustrie Transport V&G-industrie (zuivel) V&G-industrie (slachterij)
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
28
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Uitgiftes van meer dan tien hectare, zoals in Heerenveen in de jaren 2012, 2013 en 2014 (zie tabel 2.1) hebben sinds 2015 niet meer plaatsgevonden. Er was slechts sprake van één uitgifte van meer dan vier hectare en drie van meer dan drie hectare (zie ook tabel 3.3). Van de veertien uitgiftes van minstens twee hectare namen de F4-gemeenten er negen voor hun rekening en de overige gemeenten vijf (waarvan vier in regio Noordoost). Heerenveen is topscorer met vier noteringen, gevolgd door Leeuwarden met drie en Achtkarspelen (Kootstertille) met twee. In het algemeen neemt het aandeel van de F4-gemeenten in het totaal aantal uitgiftes toe naarmate de kavelgrootte stijgt. Terwijl hun aandeel voor kleine kavels (minder dan 0.2 hectare) onder de veertig procent ligt, namen de F4-gemeenten bijna driekwart van de uitgiftes van meer dan een hectare voor hun rekening. In figuur 3.5 staat de verdeling van de uitgiftes naar grootteklassen, zowel naar aantal uitgiftes als naar de daarbij betrokken hectares.
In tabel 3.2 stond gelijksoortige informatie, maar dat had betrekking op alle op dit moment uitgegeven kavelcombinaties (dus ook uitgiftes van voor 2015, waarbij de huidige kavels overigens groter kunnen zijn dan de oorspronkelijk verkochte kavels omdat bedrijven extra aansluitende ruimte hebben gekocht (door opkopen van al uitgegeven grond rond het al in bezit zijnde kavel of door koop van extra grond bij de gemeente). Uit een vergelijking met tabel 3.2 blijkt dat de gemiddelde omvang van de in de periode 2015-2020 uitgegeven kavels iets hoger was dan het gemiddelde voor alle uitgegeven kavels (0.38 hectare versus 0.36 hectare). Voor de mediaan is het verschil wat groter: 0.22 hectare voor recente uitgiftes versus 0.16 hectare voor alle in het verleden uitgegeven kavels. In het verleden werden dus blijkbaar wat meer kleine kavels verkocht (bijvoorbeeld woon-werk kavels, die voorheen zeer populair waren). Uit figuur 3.5a blijkt dat de gemiddelde kavelgrootte van de in de periode 2015-2020 uitgegeven kavels in Zuidoost hoger lag dan in de overige regio's en dat in de F4-gemeenten gemiddeld grotere kavels zijn uitgegeven dan in de overige Friese gemeenten. Van de individuele gemeenten kenden Smallingerland en Heerenveen de afgelopen zes jaar de grootste gemiddelde uitgiftes. Harlingen (exclusief de zeehaventerreinen) sluit hier de rij.
Veelal lag het gemiddelde ruim boven de mediaan, maar daar bestaan enige uitzonderingen op: in Dantumadiel, Waadhoeke en Tytsjerksteradiel was er slechts sprake van een klein verschil. Dat komt doordat daar niet of nauwelijks grote kavels zijn uitgegeven: in Dantumadiel en Tytsjerksteradiel zelfs geen enkel kavel van meer dan een halve hectare. Van de F4-gemeenten is het verschil tussen de mediaan en het gemiddelde duidelijk het kleinst voor Súdwest-Fryslân. Ook daar hangt dat samen met het feit dat in die gemeente veel minder grote kavels (met hier als ondergrens één hectare) zijn uitgegeven dan in de andere drie F4-gemeenten. In Leeuwarden, Heerenveen en Smallingerland ligt het aandeel van de oppervlakte van kavels van meer dan een hectare duidelijk hoger dan het Fries gemiddelde. Van de overige gemeenten nemen slechts in Achtkarspelen en Harlingen (en in iets mindere mate Noardeast-Fryslân) kavels van meer dan een hectare een met het provinciaal gemiddelde vergelijkbaar aandeel in de uitgifte in, waarbij het voor Harlingen dan ook nog om zonneparken gaat en in Achtkarspelen bij één grote uitgifte sprake was van een biovergister (die overigens nog niet is gebouwd). In figuur 3.5b staat de ontwikkeling van de grootteklassen voor de jaren 2015 tot en met 2020.
Daaruit blijkt dat het aandeel van kleine kavels in de overige gemeenten in alle jaren hoger was dan in de F4gemeenten. In Fryslân lijkt het aandeel van kleine kavels in het totaal aantal uitgiftes en in het totaal uitgegeven oppervlak in de afgelopen zes jaar iets te zijn toegenomen, hoewel anderzijds het aandeel van grote kavels juist ook wat lijkt toe te nemen. De aantallen zijn echter te klein om van een statistisch significant effect te kunnen spreken. Zo ontwikkelde de gemiddelde kavelgrootte van de uitgiftes zich van 0.45 in 2015, via 0.27, 0.42, 0.41 en 0.40 naar 0.35 in 2020, terwijl de mediane kavelgrootte zich ontwikkelde van 0.28 in 2015, via 0.17, 0.19, 0.20 en 0.25 naar 0.21 in 2020. Als laatste illustratie van de kavelgrootte van uitgegeven kavels staat in figuur 3.6 de ontwikkeling per jaar in de periode 2015-2020 voor de regio's, de F4-gemeenten, de overige gemeenten en Fryslân totaal. Dit is nadrukkelijk slechts illustratief bedoeld: volgens de gegevens van de provincie werden in Noordwest in 2015 bijvoorbeeld slechts drie kavels uitgegeven (alle in Leeuwarden).
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
29
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.5a
Uitgifte van kavels naar grootteklassen per gebied, periode 2015-2020
Totaal
--------------- 1------
Aandeel in aantal uitgiftes Noordoost Noordw est Zuidoost Zuidw est
1
1
i
Gemiddelde en mediaan (ha.)
m m
i i
Leeuwarden Súdwest-Fryslân Smallingerland Heerenveen Ooststellingw erf Opsterland Weststellingwerf Waadhoeke Noardeast-Fryslan Achtkarspelen De Fryske Marren Harlingen Tytsjerksteradiel Dantumadiel
Aandeel in totaal oppervlak
u
i
m
1 H 1 i
i
LI
LI
1
i 1
Li i L 1 L
i 1 1 1
1 II III u LI
1 1 1 U 1 1
F4-gemeenten ------------1------1—LI Overige gemeenten ----------------- 1------LI 00A
250A
500A
750A
1000A 00A
250A
500A
750A
1000A 0
0.1 0.2 0.3 0.4 0.5 0.6 0.7
QĴO.25 | 0.25-0.5 ļ 0.5-1j11.0-2J ļ?2.0
Figuur 3.5b
Mediaan » Gemiddelde
Uitgifte van kavels Fryslân, naar grootteklassen per jaar, 2015-2020 Aandeel in aantal uitgiftes
Totaal 2015 2016 2017 2018 2019 2020
I
I
T D 1 II II
ľ I
F4-gemeenten 2015 2016 2017 2018 2019 2020
i
Overige gemeenten 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Aandeel in totaal oppervlak
i
i r
i
i
i
í
i
i 0% |
peter@bureaulouter.nl
20% |0.25
400A 0.25-0.5
i
i
\
60%
80%
100% 0%
200A
0.5-1.0
1.0-2.0
>2.0
tel. 015-2682556
w 40%
www.bureaulouter.nl
60%
80%
100%
30
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.6
Ontwikkeling gemiddelde en mediane omvang uitgegeven hectares, 2015-2020
0.8
0.8 n
0.8 n
0.6
06
06
0.4
-
0.2
.
0 2015 e. F4-gemeenten
---- gemiddelde ---- mediaan
v
^—
0 2020
0
2015 f. Overige gemeenten
2020
2015 g. Fryslân
2020
Uit de figuur blijkt onder andere dat de gemiddelde en mediane kavelgrootte voor Zuidoost vrijwel steeds hoger lag dan in de andere regio's en dat dit dus niet voornamelijk het resultaat is van een beperkt aantal grote 'incidentele' uitgiftes. Uitgifte naar sector 2015-2020 In tabel 3.4 staat de uitgifte in hectares naar economische sector voor de F4-gemeenten, Landelijk Zuid en Landelijk Noord. In figuur 3.7 staan de aandelen van de sectoren in de uitgifte. Daarbij heeft enige bundeling van typen economische activiteiten plaatsgevonden. Van alle gekochte hectares is bijna 800Zo gekocht door typische 'bedrijventerreinsectoren' (in figuur 3.7 vanaf perifere detailhandel). Ook een deel van de bedrijvigheid in bedrijfsverzamelgebouwen en units bestaat nog uit bedrijventerreinsectoren. Sectoren waarvoor vestiging op een bedrijventerrein niet in eerste instantie de meest logische keuze is, nemen ruim 130Zo van de uitgegeven ruimte voor hun rekening (kennisdiensten en verzorgende diensten; mogelijk deels ook in bedrijfsverzamelgebouwen gevestigd), terwijl hun aandeel in de totale Friese werkgelegenheid veel groter is. Daaronder bevindt zich ook nog een aantal grote uitgiftes, namelijk een groot verhuurbedrijf van machines (onder overige zakelijke diensten) en twee grote uitgiftes aan de politie (onder openbaar bestuur).
Bij vrije tijd en cultuur gaat het onder andere om uitgiftes in wellness, fast-food en een aantal jachthavens. Uitgiftes in kapitaalsintensieve industrie hebben vooral plaatsgevonden in Heerenveen (waaronder de grootste Friese aankoop in deze periode voor uitbreiding van een zuivelfabriek) en in wat mindere mate in Leeuwarden en Landelijk Noord. Groothandel kocht de meeste grond in Landelijk Zuid en Landelijk Noord, op de voet gevolgd door Smallingerland. Transportbedrijven streken het meest neer in Heerenveen, gevolgd door Landelijk Noord. In dat laatstgenoemde gebied werd ook de meeste grond verkocht aan PDV-bedrijven (voornamelijk in de autobranche) en vooral in bouwnijverheid. Er moet aan worden herinnerd dat 'uitgifte' niet precies hetzelfde is als 'vraag': de vraag wordt naast de uitgifte ook bepaald door het in gebruik nemen van (voorheen) onbebouwde reserves en door het weer in gebruik nemen van leegstaande panden. Maar tevens kan sprake zijn van 'negatieve vraag', namelijk wanneer bedrijven worden gesloten of verplaatsen naar elders. Het zou dus zo kunnen zijn dat uitgiftes in de kapitaalsintensieve industrie gepaard zijn gegaan met het verlaten van kavels die begin 2015 nog in gebruik waren bij kapitaalsintensieve industrie. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
31
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Tabel 3.4
Uitgifte van bedrijfskavels naar economische sectoren, hectares, 2015-2020
Economische sector
Leeuw arden
SúdwestFryslân
Smallingerland
Heerenveen
Landelijk Zuid
Landelijk Noord
Totaal
Kapitaalsint. industrie w.v. biomassa/biogas Hightech & research Metalelectro Overig industrie Groothandel w.v. Detailhandel via internet Transport Bouwnijverheid ICT Kennisint. zak. diensten Financiële diensten Perifere detailhandel w.v. PDVin auto's w.v. Overige PDV Detailhandel Onderwijs Zorg Openbaar bestuur Milieu en recycling Vrijetijd en cultuur Ov. zakelijke diensten Landbouw Ambulanten Sociale werkplaatsen
5.24 3.21
2.47
13.41
0.57
5.94 3.99
0.50 1.61
1.22 0.27 0.20 1.58
0.30 1.56
0.58
4.55
3.21 1.67
1.39
3.57 0.60 7.64 1.25
0.52 0.79 3.53 5.29
28.86 7.47 1.52 7.67 4.93 21.51 1.78 19.29 15.62 0.30 4.04 0.75 20.76 18.42 2.34 0.92
BVG/units Zonneparken
1.11 2.55
0.54
0.84
0.93
Totaal gekoppeld
19.21
13.31
19.63
Niet gekoppeld
1.65
13.09
Totaal
20.86
26.40
Figuur 3.7
0.60 2.45 0.24 1.47 1.11
3.58 2.98 0.60
4.20 4.01 0.19
0.20 0.25 3.95
0.59
0.34
2.28
1.18 3.95 4.71 4.52 3.82 0.46 1.34 2.28
0.81
0.40 4.35
4.64 6.90
39.79
25.97
42.06
159.97
1.49
1.62
9.39
10.68
37.91
21.12
41.40
35.36
52.75
197.89
0.21 2.52
1.10 0.53 2.75 2.29 0.46 0.48
0.52 3.11
2.79 0.14 4.31 3.80 0.51
1.52 1.40 5.06 0.94 5.05 8.49 0.30 0.14 0.08 5.91 5.35 0.56 0.24
1.31 0.36
0.50 2.86
0.39
0.77
4.50 0.20 0.32 0.20 0.18
0.29 0.26
Aandeel van economische sectoren in totale uitgifte 2015-2020
Zonneparken BVG/units Verzorgende diensten Kennisdiensten Fterifere detailhandel Mlieu en recycling Bouwnijverheid Transport Groothandel Overige industrie Kapitaalsint. Industrie
I I I I I I I I —r~--------------------------
I
I
' 00A
50A
100A
I 150A
200A
Toelichting: Bepaald is het aandeel in de totaal uitgegeven hectares in Fryslân in de periode 2015-2020 waarvoor bekend is in welke economische sector de koper van de grond actief is. 'Overige industrie' bestaat uit high-tech & research, metalelectro, overige industrie en SW-bedrijven, 'kennisdiensten' uit ICT, kennisintensieve zakelijke diensten en financiële diensten, 'verzorgende diensten' uit detailhandel, onderwijs, zorg, openbaar bestuur, vrije tijd & cultuur en overige zakelijke diensten, aangevuld met landbouw en ambulante activiteiten. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
32
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
3.2
Economie en ontwikkeling werkgelegenheid
Een eerste bron van vraag naar bedrijventerreinen is economische groei, vooral wanneer dat betrekking heeft op bedrijventerreinsectoren. In deze paragraaf zal eerst een algemeen beeld van de economische prestaties van de Friese gemeenten worden geschetst, binnen de context van de drie noordelijke provincies. Vervolgens wordt specifiek aandacht besteed aan de ontwikkeling van de werkgelegenheid sinds 2001. De economische prestaties zijn ontleend aan de jaargang 2020 van het jaarlijkse onderzoek naar economische prestaties door Bureau Louter onder de titel Economische Toplocaties 2020. Daarin worden de economische prestaties van alle Nederlandse gemeenten bepaald aan de hand van 25 indicatoren (arbeidsplaatsen, startende bedrijven, toegevoegde waarde, elk met een onderscheid naar economische sectoren en geschaald naar het aantal inwoners van 18-66 jaar). In dat onderzoek wordt onder andere, op basis van arbeidsmarktkenmerken, volgens de indeling van Bureau Louter een aantal kernsteden van stadsgewesten onderscheiden (in het Noorden slechts Groningen en Leeuwarden) en, ook volgens de indeling van Bureau Louter, een aantal regionale kernen (in het Noorden Assen, Hoogeveen en Emmen in Drenthe en Heerenveen en Smallingerland in Fryslân).
In figuur 3.8 staan de kaartbeelden met de scores voor de totale economie en drie brede typen economische activiteiten: * materiaalgeoriënteerde activiteiten: de productie en distributie van materiële goederen. Het betreft landbouw, industrie, bouwnijverheid, transport en groothandel. Met uitzondering van landbouw zijn dit economische activiteiten die vaak op bedrijventerreinen zijn gevestigd: zij vormen het grootste deel van de 'bedrijventerreinsectoren' (hoewel die voor een klein deel ook onder de andere brede economische activiteiten vallen, zoals bijvoorbeeld perifere detailhandel); * informatiegeoriënteerde activiteiten: het verkrijgen, verwerken en verstrekken van informatie. Het betreft kennisdiensten, financiële diensten en openbaar bestuur. Dit type activiteiten is voornamelijk in kantoren gevestigd; * personengeoriënteerde activiteiten: directe dienstverlening aan consumenten. Het betreft detailhandel, vrijetijdsactiviteiten, zorg en onderwijs. In de kaartbeelden is in de blauwe gebieden sprake van economische prestaties onder het nationaal gemiddelde en in de rode gebieden van bovengemiddelde scores. Alle kernsteden en regionale kernen in de drie noordelijke provincies scoren bovengemiddeld voor de totale economie, met uitzondering van Emmen.
Alle overige gemeenten scoren benedengemiddeld, deze keer met uitzondering van Meppel, dat overigens net niet aan de criteria voldoet om als regionale kern te worden aangemerkt. Van alle gemeenten in het Noorden neemt Heerenveen op de nationale ranglijst de hoogste positie in. Vooral het noordelijk deel van Fryslân scoort ruim benedengemiddeld, met uitzondering van kernstad Leeuwarden. Vier Friese gemeenten scoren bovengemiddeld op materiaalgeoriënteerde activiteiten: de regionale kernen Smallingerland en Heerenveen, alsmede Harlingen en De Fryske Marren. Buiten Fryslân scoren nog drie noordelijke gemeenten bovengemiddeld, namelijk Hoogeveen, Meppel en Delfzijl (met een groot zeehaventerrein). De kernsteden Leeuwarden en Groningen scoren benedengemiddeld, evenals de Drentse regionale kernen Assen en Emmen (waar wel veel industrie is gevestigd, maar relatief weinig groothandel en transport). Zoals gezegd is dit bij uitstek het type bedrijvigheid dat op bedrijventerreinen is gericht. Toch ligt de hoeveelheid uitgegeven hectares bedrijventerrein in veel gemeenten boven het nationaal gemiddelde. Dat hangt samen met het feit dat het gemiddeld terreinquotiënt (ruimte per arbeidsplaats) in de meeste gemeenten in het Noorden hoog is en er dus bij een gelijk aantal arbeidsplaatsen relatief veel ruimte nodig is.
Uit onderzoek van Bureau Louter blijkt dat er een sterk negatief verband bestaat tussen de hoogte van het terreinquotiënt en de gemiddelde vierkante meter prijs op bedrijventerreinen. Bij lage prijzen zijn bedrijven dus eerder geneigd om grote kavels te kopen en/of zullen zich vooral typen bedrijvigheid vestigen met een hoog terreinquotiënt.
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
33
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Leeuwarden en Heerenveen vormen samen met Groningen en Assen de gemeenten met duidelijk de hoogste scores op informatiegeoriënteerde activiteiten (de kantorensector), gevolgd door Meppel. Alle kernsteden en regionale kernen scoren bovengemiddeld op personengeoriënteerde activiteiten: het gaat om gemeenten met een bovengemeentelijke verzorgingsfunctie op het gebied van op consumenten gerichte diensten. Ook andere gemeenten met een belangrijke kern scoren bovengemiddeld, zoals Súdwest-Fryslân (met Sneek), Meppel, Stadskanaal en Oldambt (met Winschoten). Ook gemeenten als Westerveld, Midden-Drenthe en Noordenveld in Drenthe en de Friese Waddeneilanden scoren overigens bovengemiddeld. Zij vervullen veelal een belangrijke rol in vrijetijdsactiviteiten (waaronder recreatie en toerisme) en soms in zorgactiviteiten. Figuur 3.8
Economische prestaties, totaal en drie brede sectoren
a. Totaal
b. Materiaalgeoriënteerd
c. Informatiegeoriënteerd
d. Personengeoriënteerd
Kernstad
Regionale kern
Zeer laag
Midden- en kleinbedrijf Veel kleinere gemeenten scoren weliswaar niet hoog op de totale economische prestaties, maar kennen wel een sterk midden- en kleinbedrijf4. Op soortgelijke wijze als voor de totale economische prestaties Door Bureau Louter is de grens gelegd bij vijftig werkzame personen. Volgens de officiële definitie ligt de grens bij 250 arbeidsplaatsen: 'micro-ondernemingen' hebben dan 1-9 arbeidsplaatsen, 'kleine' ondernemingen 10-49 arbeidsplaatsen en 'middelgrote' ondernemingen 50-249 ondernemingen. Bij een afbakening van vijftig werkzame personen kan 'MKB' dus ook worden gelezen als 'Micro- en KleinBedrijf. peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
34
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
staan in figuur 3.9 de economische prestaties van het MKB. In Groningen resulteert dan voor de totale economie slechts een bovengemiddelde scores voor de stad Groningen, in Drenthe voor Assen, Hoogeveen, Meppel en Westerveld en voor Fryslân voor zes van de veertien gemeenten op het Friese vasteland, namelijk kernstad Leeuwarden, de regionale kernen Heerenveen en Smallingerland, alsmede Harlingen en de twee zuidwest-Friese gemeenten Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren. Figuur 3.9
Economische prestaties MKB, totaal en drie brede sectoren
a. Totaal
b. Materiaalgeoriënteerd
c. Informatiegeoriënteerd
d. Personengeoriënteerd
Regionale kern
Zeer hoog
Zeer laag
Op materiaalgeoriënteerde activiteiten kent in Groningen slechts Delfzijl een (ruim) bovengemiddelde score en in Drenthe drie zuidelijke gemeenten (Meppel, Hoogeveen en Coevorden). In Fryslân scoren zeven gemeenten bovengemiddeld, vooral in de zuidelijke delen, met de hoogste scores voor De Fryske Marren, Harlingen en Heerenveen. Leeuwarden en vooral Heerenveen kennen hoge economische prestaties op het MKB in informatiegeoriënteerde activiteiten en ook Smallingerland en De Fryske Marren scoren bovengemiddeld. In de provincie Groningen presteert vooral de hoofdstad zeer hoog en presteert ook Veendam bovengemiddeld. In Drenthe scoren Assen en Meppel het hoogst en realiseren ook Hoogeveen en Noordenveld bovengemiddelde scores. Veel gemeenten in het Noorden scoren bovengemiddeld op het MKB in personengeoriënteerde activiteiten. Dat geldt vooral voor Drenthe en voor het zuidelijk deel van Fryslân. Het zijn hier niet uitsluitend de kernsteden en regionale kernen die hoog scoren. De hoogste prestaties resulteren voor de peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
35
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Friese Waddeneilanden en Westerveld. Dat hangt vooral samen met de sector toerisme en recreatie. Daarnaast presteren ook Heerenveen en Noordenveld ruim bovengemiddeld. In tabel 3.5 staan ter informatie voor alle veertien gemeenten op het Friese vasteland de posities in de gemeentelijke ranglijst voor de totale economie en het MKB, beide tevens met een onderscheid naar de drie brede typen economische activiteiten. Tabel 3.5
Posities economische prestaties naar type economische activiteiten, 2019 Positie totale bedrijvigheid Materiaal Informatie Personen
Positie MKB Materiaal Informatie
Gemeenten
Totaal
F4-gemeenten Leeuwarden Súdwest-Fryslân Smallingerland Heerenveen
77 183 94 23
288 198 107 105
38 235 165 46
31 125 79 53
143 152 80 13
306 168 130 115
65 191 153 31
63 110 72 27
Ov. gemeenten Harlingen Waadhoeke Noardeast-Fryslân Achtkarspelen Dantumadiel Tytsjerksteradiel Opsterland Ooststellingwerf Weststellingwerf De Fryske Marren
199 324 331 338 346 335 289 292 297 188
140 222 231 183 305 302 290 226 235 130
200 326 336 346 350 324 272 306 321 213
234 307 317 338 333 296 182 248 239 225
189 325 309 330 345 318 256 260 277 110
93 211 200 156 259 277 228 206 195 58
208 333 334 344 348 331 272 309 319 170
227 287 253 318 341 226 169 172 211 168
Bron:
Totaal
Personen
Bureau Louter (2021) Economische toplocaties 2020
Toelichting: Weergegeven is de positie in de ranglijst van gemeenten. Omdat een aantal kleine gemeenten is samengevoegd of is gevoegd bij een naastgelegen grote gemeente, is sprake van 350 gemeenten in plaats van 355.
Voor de totaalscores is met een gele markering aangegeven of de hoogste positie wordt gerealiseerd voor de totale economie of voor het MKB. Dan blijkt dat slechts in Leeuwarden en (in zeer geringe mate) Waadhoeke een hogere positie resulteert voor de totale economie dan voor het MKB. In het algemeen scoren de Friese gemeenten dus hoger op het MKB dan op de totale economie. Met blauwe markeringen is daarnaast aangegeven voor welke van de drie brede typen economische activiteiten de hoogste positie op de gemeentelijke ranglijst resulteert. Dat is zowel bepaald voor de totale bedrijvigheid als voor het MKB. Bij de totale bedrijvigheid resulteren voor drie van de vier F4-gemeenten de hoogste scores voor personengeoriënteerde activiteiten. Slechts Heerenveen (hoogste positie voor informatiegeoriënteerde activiteiten) vormt een uitzondering. Bij de overige gemeenten is het beeld volledig anders: voor acht van de tien gemeenten is de positie het hoogst voor materiaalgeoriënteerde activiteiten. Tytsjerksteradiel en Opsterland zijn hier de uitzonderingen. Overigens kennen de 'overige' Friese gemeenten in het algemeen vrij matige economische prestaties, zodat ook een hoogste positie van de drie brede sectoren voor de materiaalgeoriënteerde activiteiten niet altijd leidt tot een hoge positie op die ranglijst (zie bijvoorbeeld Dantumadiel).
Binnen het MKB gelden veelal dezelfde hoogste posities voor de gemeenten als voor de totale bedrijvigheid, met uitzondering van Heerenveen (hoogste score op personengeoriënteerde activiteiten in plaats van informatiegeoriënteerde activiteiten) en Ooststellingwerf (hoogste score op personengeoriënteerde activiteiten in plaats van materiaalgeoriënteerde activiteiten). Het algemene beeld van de economische prestaties is dat gemeenten in het Noorden veelal niet bovengemiddeld scoren, maar dat dit in het algemeen wel geldt voor kernsteden en regionale kernen. Vaak peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
36
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
zijn de posities voor de gemeentelijke ranglijst voor het MKB wat hoger dan voor de totale bedrijvigheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor twaalf van de veertien gemeenten op het Friese vasteland. Daarnaast valt op dat de vier F4-gemeenten veelal het hoogst scoren op personengeoriënteerde activiteiten, terwijl de overige gemeenten veelal het hoogst scoren op materiaalgeoriënteerde activiteiten. Er bestaat echter geen rechtstreeks verband tussen de totale economische prestaties en de verwachte vraag naar bedrijventerreinen. Dat geldt al in wat sterkere mate voor materiaalgeoriënteerde activiteiten, die voornamelijk bestaan uit bedrijventerreinsectoren. Ook dan bestaan er tussen deelsectoren binnen materiaalgeoriënteerde activiteiten echter verschillen in aspecten als de hoeveelheid ruimte per arbeidsplaats (het terreinquotiënt) en de groeiverwachtingen. Voordat wordt ingegaan op de verwachte ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen, wordt eerst aandacht besteed aan de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in het verleden (de periode 2001-2019), zowel voor de totale bedrijvigheid als voor de bedrijventerreinsectoren. Ontwikkeling werkgelegenheid 2001-2019 Op het moment dat dit rapport werd opgesteld waren gegevens over het aantal arbeidsplaatsen in 2020 nog niet beschikbaar.
In figuur 3.10 staat de ontwikkeling van het totaal aantal arbeidsplaatsen en het aantal arbeidsplaatsen in bedrijventerreinsectoren (industrie, bouwnijverheid, groothandel, transport en perifere detailhandel). Naast het Friese totaal is onderscheid gemaakt tussen de vier regio's, de groep F4gemeenten en de groep overige gemeenten. Weergegeven zijn het totaal aantal arbeidsplaatsen, het aandeel in het nationaal totaal en het 'locatiequotiënt' (het aantal arbeidsplaatsen per inwoner van 18-66 jaar als ratio van het nationaal gemiddelde, dat op 1 is gesteld). Voor Fryslân als geheel (figuur 3.10g) geldt dat het totaal aantal arbeidsplaatsen met enige schommelingen in de tijd (als gevolg van de economische conjunctuur) gestaag is toegenomen. Dat geldt niet voor de bedrijventerreinsectoren. Dan is het opvallend dat Fryslân het aandeel in het nationale totaal wel weet vast te houden voor de bedrijventerreinsectoren, maar niet voor de totale bedrijvigheid. De verklaring hiervoor is dat nationaal de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in bedrijventerreinsectoren is achtergebleven bij de ontwikkeling van de totale bedrijvigheid. In termen van toegevoegde waarde geldt dat overigens niet.
Juist in diverse op bedrijventerreinen georiënteerde sectoren (zoals industrie, groothandel en transport) is namelijk door arbeidsbesparende investeringen in apparatuur en machines de arbeidsproductiviteit (toegevoegde waarde gedeeld door arbeidsvolume) sterk toegenomen. Met name in op directe dienstverlening aan consumenten gerichte activiteiten ('personengeoriënteerde activiteiten') gaat een toename van de omzet vrijwel één-op-één gepaard met toename van de werkgelegenheid. Dat het aandeel in de nationale werkgelegenheid in bedrijventerreinensectoren ongeveer gelijk bleef, terwijl het 'locatiequotiënt' voor Fryslân toenam kan worden verklaard uit het feit dat de ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking (inwoners in de leeftijdsklasse 18-66 jaar) in Fryslân is achtergebleven bij het nationaal gemiddelde. De toename van het locatiequotiënt hangt hier dus samen met een afnemende noemer (en dus een toenemende score op de breuk) en niet met een toenemende teller. Ook voor de andere gebieden geldt dat het verschil tussen de ontwikkeling van het aandeel en de ontwikkeling van het locatiequotiënt wordt veroorzaakt door de ontwikkeling van de potentiële beroepsbevolking. Voor de totale werkgelegenheid bleef de relatieve vertegenwoordiging voor Fryslân gedurende de gehele periode iets onder het nationaal gemiddelde.
Daarvoor kunnen verschillende redenen bestaan (waar hier verder niet op wordt ingegaan), namelijk een relatief lage arbeidsparticipatie en/of een relatief hoge werkloosheid en/of een negatief pendelsaldo (meer werkzame inwoners van Fryslân werken buiten de provincie dan er werknemers die buiten Fryslân wonen bij Friese bedrijven werken).
peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
37
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.10
Ontwikkeling arbeidsplaatsen per gebied, 2001-2019
Arbeidsplaatsen
Aandeel in Nederland (y)
45000 40000 35000 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0
Locatiequotiënt* 1.4 1.2 1 0.8 0.6 0.4 0.2 0
2001 2005
2010
2015 2019
2001 2005
2010
2015 2019
2001 2005
2010
2015 2019
2001 2005
2010
2015 2019
a. Noordoost 1.4 1.2 1 0.8 0.6 0.4 0.2 0 b. Noordwest
c. Zuidoost 1.4 1.2 1 0.8 0.6 0.4 0.2 0 2001 2005 2010 2015 2019 — Totaal bedrijventerreinsectoren — Totale bedrijvigheid
d. Zuidwest
*) Locatiequotiënt: arbeidsplaatsen per inwoner van 18-66 jaar als ratio t.o.v. Nederland = 1 peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
38
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
Figuur 3.10
Ontwikkeling arbeidsplaatsen per gebied, 2001-2019, vervolg
Arbeidsplaatsen
Aandeel in Nederland (/)
Locatiequotiënt*
2.5yo
1.2
2.00/q
1 0.8
1.5/
0.6 1.0/
0.4
0.5/
0.2
0.0/
0 2001 2005
2010
2015 2019
2001 2005
2010
2015 2019
2001 2005
2010
2015 2019
e. F4-gemeenten 1.2 1 0.8 0.6 0.4 0.2 0 2001 2005
2010
2015 2019
f. Totaal excl F4 300000
——------------"
3.5/ -
1
250000 2.5/ 2.0/ 150000 1.5/ 100000 1.0/ 50000 0.5 / 0 0.0/ 2001 2005 2010 2015 2019 2001 2005
0.8
200000
0.6 0.4 0.2 0 2010
2015 2019
g. Totaal
2001 2005 2010 2015 2019 — Totaal bedrijventerreinsectoren — Totale bedrijvigheid
*) Locatiequotiënt: arbeidsplaatsen per inwoner van 18-66 jaar als ratio t.o.v. Nederland = 1
Bij de bespreking van de resultaten per gebied gaat de aandacht hier uit naar de ontwikkeling van het aandeel. Dan blijkt onder andere het volgende: * Met uitzondering van Noordwest kennen de Friese regio's een hoger aandeel in de bedrijventerreinsectoren dan in de totale bedrijvigheid. De economische structuur is dus relatief sterker gericht op typen bedrijvigheid die meer op bedrijventerreinen zijn te vinden dan gemiddeld in Nederland. Noordwest, met regionaal dienstencentrum Leeuwarden, vormt de uitzondering. * In Zuidoost is het aandeel in het nationaal totaal voor de bedrijventerreinsectoren toegenomen (en het locatiequotiënt in nog sterkere mate). In Zuidwest was dat in zeer bescheiden mate ook het geval (met de laatste jaren overigens een lichte afname van het aandeel), terwijl de twee noordelijke regio's hun aandeel wat zagen afnemen (de laatste jaren overigens niet meer). peter@bureaulouter.nl
tel. 015-2682556
www.bureaulouter.nl
39
Bureau Louter, 13 april 2021 Bedrijventerreinen in Fryslân; Vraagprognoses tot 2035
*
*
Dat het aandeel in de totale nationale werkgelegenheid van de twee noordelijke regio's gestaag is afgenomen, terwijl de twee zuidelijke regio's hun aandeel vrijwel wisten te handhaven past binnen het beeld van een economisch wat sterker presterend zuidelijk deel van de provincie, waarbij in het noordelijk deel Leeuwarden overigens economisch ook sterk presteert (maar niet in eerste instantie in materiaalgeoriënteerde, op bedrijventerreinen gerichte bedrijvigheid). De overige tien gemeenten kennen een hoger aandeel van bedrijventerreinensectoren in het nationaal totaal dan de totale bedrijvigheid (ze zijn minder op kennisdiensten en verzorgende diensten gericht), terwijl de F4-gemeenten juist een lager aandeel kennen. In beide typen gemeenten is het aandeel van bedrijventerreinsectoren in het nationaal totaal in de afgelopen twee decennia vrijwel gelijk gebleven, terwijl het aandeel voor de totale werkgelegenheid in beide typen gemeenten wat is afgenomen.
Verwachte ontwikkeling werkgelegenheid De eerste bron van de vraag naar bedrijventerreinen is de ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen per economische sector. Die ontwikkeling is bepaald met behulp van het AREA-model van Bureau Louter. Daarin wordt per economische sector de ontwikkeling van de werkgelegenheid per gemeente bepaald aan de hand van de invloed van locatiefactoren (zoals ligging en bereikbaarheid, de beschikbaarheid van ruimte en kenmerken van de regionale arbeidsmarkt). Ook de ontwikkeling van het aantal inwoners in een gemeente en in de omgeving van de gemeente heeft invloed. Die gegevens zijn geleverd door de provincie Fryslân. De prognoses hebben betrekking op de periode 2021-2035, met een uitsplitsing naar 2021-2025 en 2026 2035. In het kader 'Startwaarden' wordt ingegaan op de wijze waarop de uitgangspositie is bepaald. Startwaarden Voor Fryslân is tot begin 2021 bekend hoeveel hectares bedrijventerrein zijn uitgegeven. Wat betreft de werkgelegenheid is dat bekend tot en met 2019. Om bij het maken van prognoses voor de ruimtevraag de start voor ruimte en arbeidsplaatsen onder dezelfde noemer te brengen was het nodig om een inschatting te maken van het aantal arbeidsplaatsen per 2020 (standgegeven). De ontwikkeling van de stand van het aantal arbeidsplaatsen in 2025 ten opzichte van de stand in 2020 is dan representatief voor de periode 2021-2025.