CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke Strategie Sneek 2050

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Fêststellen wiziging Omjouwingsfisy – ûnderdiel ‘Ruimtelijke Strategie Sneek 2050’36.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

48

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Fig. 1.14 Risico opwarming oppervlaktewater 2050 Hoog. (kaart: Defacto, bron data: Wageningen Environmental Research (WEnR) & TAUW, 2017)

49

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Klimaatverandering zal ook impact hebben op de waterkwaliteit. Droogte in combinatie met hogere verdamping zal de concentraties van verontreinigingen in oppervlaktewater verhogen. Toenemende zware regenval zal de landerosie vergroten en het risico op riool overstorten verhogen, wat resulteert in een toename van de belasting van oppervlaktewater met nutriënten. Bovendien kan een hogere gemiddelde watertemperatuur leiden tot een lager zuurstofgehalte in het water en de overheersing van exotische soorten. Dit vraagt om extra inspanning om het wateren bodemsysteem robuust te maken: De kanalen die de stad in en uit gaan zijn smaller, waardoor de waterspoeling langzamer is en meer verontreinigende stoffen zich concentreren. De hogere concentratie van jachthavens en boten op de vaarten heeft ook meer invloed op hun waterkwaliteit. Door hogere temperaturen neemt de druk op aquatische ecosystemen toe. Een hogere watertemperatuur leidt tot: ––Grotere dag-nachtfluctuaties in zuurstofconcentraties (kans op zuurstofloosheid en toename vissterfte). ––Er ontstaat een andere soortensamenstelling: langer groeiseizoen fytoplankton, blauwalgen en waterplanten, kans op dominantie door blauwalgen neemt toe. ––Minder ijsbedekking in de winter. Drijvende waterplanten zoals kroos, en overwinterende ondergedoken waterplanten worden dominanter.

––Een soortenverschuiving bij vissen, door langere paaitijden en verdwijnen van koude minnende soorten. ––Grotere overlevingskans van exoten (geldt overigens niet voor alle exoten). Met name de ondiepe kwetsbare wateren met weinig doorstroming zijn gevoelig voor de impact van nutriënten en opwarming. De hoeveelheid blauwalg neemt momenteel al toe en heeft zowel impact op ecologie als waterkwaliteit en daarmee op de gebruiks- en belevingskwaliteit van het water.

 Bouwstenen: thema klimaatadaptatie Waterberging langs de boezems

Stimuleer infiltratie

Waterbestendig ontwikkelen

Bij vernatting van veengebieden (waterstanden te verhogen tot een waterpeil van -20 /-40 cm onder maaiveld, om verdere bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen te remmen). zal de hoeveelheid water die een gebied in de bodem en het oppervlaktewater kan bergen zal afnemen, waardoor het risico op wateroverlast toeneemt. Deze gebieden zullen dus vaker te maken hebben met natte condities. Om dit op te kunnen vangen in het veenweidegebied met een dik veenpakket is in totaal 2% extra waterberging nodig is.

Om infiltratie te stimuleren in en om de stad kan ook worden ingezet op bodemverbetering, het beperken van verharding en het afkoppelen van regenwater van de riolering. Door regenwater op te vangen in gebieden waar het water de tijd heeft te infiltreren of tijdelijk kan worden geborgen (waterlichamen, weilanden, groene parken, groene wiggen) neemt de druk op het waterafvoersysteem af en kan een buffer worden gecreëerd.

Bij piekbuien kan zeker in gebieden met een beperkte drooglegging en hoge grondwaterstanden wateroverlast en eventueel ook schade optreden.

Deze extra waterberging kan worden gerealiseerd door het vergroten van het wateroppervlak door een verbreding van sloten (groenblauwe dooradering), het graven van nieuwe sloten of met aanleg van waterbergingsgebieden. Lage delen kunnen worden ingezet als gebieden voor waterberging kunnen gecombineerd worden met andere functies zoals natuurontwikkeling, energieopwekking en recreatie.

Ook het regenwaterbestendig inrichten van de openbare ruimte is daarbij belangrijk. Denk aan verhoogde elektrakasten en zorg dat de inrichting van buitenruimten (beplanting, vlonders) tegen natte condities kan. Dit vraagt om aangepaste ontwerpen.

Fig. 1.15 Kwetsbare wateren (bron data: Topografische Dienst Kadaster)

50

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Door (in lijn met de maatlat klimaat adaptief bouwen) te zorgen dat gebouwen bestand zijn tegen bijvoorbeeld 20 cm water op het maaiveld, kan schade worden voorkomen. Dit kan door het gebouw zelf een waterdichte plint te geven en kelders waterdicht te maken, of doordat de openbare ruimte (park, trottoir) een verhoogde plint vormt.

51

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

 Bouwstenen: thema klimaatadaptatie

 Bouwstenen: thema waterkwaliteit

Robuuster watersysteem (buffers)

Verbeteren bodemcondities

Slim watergebruik

Goed sloot - en oeverontwerp

10 % groenblauwe dooradering

Slim baggeren

Om verdroging tegen te gaan moet het watersysteem anders worden ingericht: water moet minder snel worden afgevoerd en langer worden vastgehouden. De gezonde stad Sneek vraagt bij iedere ruimtelijke ontwikkeling meer ruimte voor groen & water (meer dan voorheen).

Goede bodemcondities voor het opnemen van water houden in dat er een goede bodemdoorlatendheid is zodat water kan worden opgenomen en vast gehouden. De bergingscapaciteit van de bodem is in veengebieden overigens beperkt doordat de drooglegging (ruimte tussen het maaiveld en grondwater) beperkt is.

Door slim met water m te gaan en mensen zelf water te laten opvangen in bijvoorbeeld regentonnen kan er veel wat bespaart worden.

Aangepaste inrichting van sloten en slootkanten en bûtlannen kan de waterkwaliteit aanzienlijk verbeteren en substantiële ecologische winst opleveren.

Om Europese verplichtingen rond biodiversiteit en waterkwaliteit te halen, wordt binnen Nederland ingezet op 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied (aanvullend op het bestaande Natuurnetwerk Nederland).

Het toepassen van andere slootschoningsmethodieken (minder diep baggeren, waterplanten laten staan) en –frequenties (jaarlijks baggeren) verbetert de waterkwaliteit. Het schonen vanaf een pad langs de oever heeft de sterke voorkeur boven schonen vanuit de sloot. De paden die hiervoor aangelegd moeten worden in landelijk en stedelijk gebied zijn goed inzetbaar als recreatiepad (ontsluiting Groene Hart). Frequent baggeren zorgt ervoor dat de hoeveelheid bagger beperkt is en de bodem de verontreinigingen sneller dat kan verwerken.

Door het vernatten van veengebieden (met als doel het tegengaan van oxidatie en bodemdaling) is veel extra water nodig. De eerste expert judgement is dat het aanleggen van een oppervlaktewaterbuffer ca 30% van het oppervlak in beslag zal nemen. Het is niet vanzelfsprekend hetzelfde gebied in te zetten als buffer voor waterbeschikbaarheid en piekwaterberging: de buffers zijn idealiter vol, terwijl de bergingen leeg moeten zijn om voldoende water op te kunnen vangen.

Een minder intensieve bewerking van de bodem zorgt voor verbetering van de bodemkwaliteit. Doordat de structuur van de bodem niet wordt verstoord neemt het bodemleven toe, waardoor er meer poriën ontstaan en de bodem meer water kan opnemen en vasthouden. Ook is voor gewassen en natuur een goede waterhuishouding van belang: waternalevering is een belangrijke ondergrondfunctie en verdroging moet worden voorkomen Door de bodem minder te belasten (bereiden) en groenbemesters zoals wortelresten toe te voegen kan de structuur van de bodem verbeteren.

52

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Voor sloten kan worden gedacht aan en een aangepast slootprofiel (diepere zones voor overwintering van fauna en wateraanvoer en -afvoer, luwe zones als paaiplaatsen). In tijden van droogte kunnen ondiepe delen droogvallen. Met de aanleg van terrastaluds (een verdiepte zone van 1 – 3 m breed) kan ruimte worden geboden aan waterplanten en het moerassige karakter met bijbehorende ecologische waarden worden versterkt. Door een oeverzone die als buffer kan dienen spoelen er minder meststoffen en nutriënten het water in. De kanalen die de stad in en uit gaan zijn smaller, waardoor de waterspoeling langzamer is en meer verontreinigende stoffen zich concentreren. De hogere concentratie van jachthavens en boten op de vaargeulen heeft ook meer invloed op hun waterkwaliteit. Focus dus ook op de oevers van de kanalen.

53

De doelstelling is dat in 50% van het landelijk gebied de groenblauwe dooradering in 2030 is gerealiseerd (herstel prioritaire aangetaste of geïsoleerd geraakte landschapselementen) en in 2050 100%. De invulling sluit aan bij gebieden, waarbij rondom Sneek de nadruk zal liggen op het aanleggen van natuurlijke oevers, poelen, rietlanden, kruiden en bloemrijke randen. Er wordt met name ingezet op lijnvormige elementen die een netwerk vormen en de robuustheid van het systeem versterken,.

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Nu worden vooral vaargeulen uitgebaggerd. Door de bagger ook buiten de vaargeulen te verwijderen is er meer vaarwater beschikbaar binnen de huidige (fysieke) grenzen voor bijvoorbeeld zeilers en andere diepstekende recreanten. Door nutriëntenrijke bagger op grotere schaal te verwijderen verkleinen we ook de kans op woekerende waterplanten. Gelijktijdig verbeteren we de kans voor de biodiversiteit door het stimuleren van een diverse vegetatie in de luwe ondiep water zones.

 Bouwstenen: thema waterkwaliteit

 Bouwstenen: thema waterkwaliteit

Bescherm grondwaterbronnen

Experimenteer met aquathermie

Zonering rust en reuring

Betere doorstroming

Voorkom vervuiling

Ten behoeve van drinkwater, industriële onttrekkingen, en WKOinstallaties. Er zijn ten behoeve van drinkwaterwinning diverse 25jaars-zones en waterwingebieden aangewezen. Vanuit de structuurvisie ondergrond is de begrenzing van een potentiële nationale grondwaterreserve (zoetwater) te vinden in het zuiden van Fryslân. Deze (nog onbenutte) zones worden nader afgestemd tussen het Rijk en de provincie. Mijnbouwactiviteiten mogen slechts onder strenge voorwaarden hier plaatsvinden. Er zijn geen boringsvrije zones aangewezen

Verken opties voor het gebruik maken van temperatuur aquathermie in zomer / winter (zie ook hoofdstuk energietransitie) die de extra opwarming door klimaatverandering kunnen compenseren.

Ook overmatige vaarbewegingen kunnen een negatieve impact hebben op de waterkwaliteit doordat slib wordt omgewoeld en het water troebel wordt (minder licht en zuurstof doorlaat) en doordat waterplanten beschadigd raken of oevers door de golfslag afkalven. Ook wordt vervuiling door boten en jachthavens in verband gebracht met verschillende bronnen. Ze omvatten olielozingen, slecht doorgespoelde waterwegen, bootonderhoud, lozing van rioolwater van boten, regenwaterafvoer van parkeerplaatsen in jachthavens

Door nieuwe aansluting en verbindingen te maken tussen waterlichamen onderling, zal de waterkwaliteit verbeteren

Ook overmatige vaarbewegingen kunnen een negatieve impact hebben op de waterkwaliteit doordat slib wordt omgewoeld en het water troebel wordt (minder licht en zuurstof doorlaat) en doordat waterplanten beschadigd raken of oevers door de golfslag afkalven. Ook wordt vervuiling door boten en jachthavens in verband gebracht met verschillende bronnen. Ze omvatten olielozingen, slecht doorgespoelde waterwegen, bootonderhoud, lozing van rioolwater van boten, regenwaterafvoer van parkeerplaatsen in jachthavens

Door een drukte/ stilte zonering te maken voor vaarrecreatie (waarbij de meest kwetsbare plekken worden ontzien) kan de impact van waterrecreatie worden beperkt.

Om ook in de toekomst voldoende drinkwater uit grondwater te kunnen leveren, is het reserveren van strategische grondwatervoorraden gewenst. Deze ondergrondse voorraden, zoals aangegeven in het RWP 2022-2027, willen we gaan beschermen in de provinciale Omgevingsverordening. Dit kan consequenties hebben voor ander gebruik, boven- en ondergronds, zoals geothermie en opsporing en winning van delfstoffen.

54

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Door een drukte/ stilte zonering te maken voor vaarrecreatie (waarbij de meest kwetsbare plekken worden ontzien) kan de impact van waterrecreatie worden beperkt.

55

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

3.4 – Overstromingsrisico Naast de historische hemdijken liggen er ook een aantal slaperdijken (aangelegd als secundaire waterkering, om de gevolgen van eventuele overstromingen te beperken). Na de omdijking van de Middelzee in de 10de en 11de eeuw nam het overstromingsgevaar af en konden de klei- en veenstreken op grotere schaal in gebruik worden genomen. Als gevolg van de ontginning van de veengebieden ten zuidoosten van Sneek daalde de bodem waardoor nu vanuit het zuiden overstromingsgevaar dreigde. Daarom werden ten zuiden van de Middelzeebedijking een aantal binnenpolders aangelegd, hemmen genaamd. De dijken van deze hemmen sluiten aan op de dijken rond de Middelzee, welke geleidelijk aan dichtslibde en vanaf de 12de eeuw gefaseerd werd ingepolderd.

Fig. 1.17 Verschillende overstromingskansen voor Sneek (regionale + primaire keringen). (kaart: Defacto stedenbouw, bron data: maximale overstromingsdiepte LIWO,2019)

In bovenstaande kaarten zien we de maximale overstromingsdiepte bij verschillende terugkeertijden (kansen van optreden). Deze maximale mogelijke overstromingsdiepten die zijn weergegeven betreffen de optelling van modelresultaten van verschillende bressen in verschillende dijksystemen (primaire als regionale keringen) die niet allemaal gelijktijdig zullen plaatsvinden. Het overstromingsrisico wordt ook bepaald door de gevolgen die een overstroming heeft. De gevolgen hangen niet alleen af van het type overstroming (hoe snel, diep, krachtig of langdurig is de overstroming, betreft het zoet of zout water) maar ook van de inrichting en het gebruik van een gebied (is er veel bebouwing, wonen er al dan niet kwetsbare mensen, zijn er gevaarlijke stoffen aanwezig).

Fig. 1.16 Bebouwing die kan overstromen met een kans 1:10.000 (kaart: Defacto stedenbouw, bron data: maximale overstromingsdiepte LIWO,2019)

56

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

57

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

 Bouwstenen: thema overstromingsrisico's Pas ontwikkelingen aan op overtromingsrisico Bij nieuwe ontwikkelingen is het van belang om overstromingsrisico mee te nemen in de afweging voor delocatie. Ook het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte is daarbij belangrijk. Denk aan verhoogde elektrakasten en zorg dat de inrichting van buitenruimten (beplanting, vlonders) tegen natte condities kan. Dit vraagt om aangepaste ontwerpen.

Fig. 1.18 Kaart blootstelling en advies voor ontwikkelingen (conceptkaart richtinggevend kader)

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met waterproblemen (voorkom ontwikkelingen in gebieden met >20 cm wateroverlast met een kans groter dan 1:100/jaar), die kunnen worden geadresseerd door het maaiveld verhoogd aan te leggen of die kunnen worden aangepakt in het architectonisch ontwerp (waterwoningen of het extra beschermen van vitaal en kwetsbare functies)

Flexibiliteit keringen

Wees voorbereid op 'restrisico'

De dijken en keringen moeten regelmatig worden versterkt om bij toenemende waterstanden en economische ontwikkelingen dezelfde veiligheid te kunnen blijven bieden. Dat is bij dijken die vrij zijn van bebouwde objecten veel eenvoudiger en minder kostbaar.

Bij overstromingen van door dijken beschermd binnendijks gebied hebben we altijd te maken met een 'restrisico' wat middels gevolgbeperking waar wenselijk verder kan worden beperkt.

Hou de keringen dan ook vrij van bebouwing die het versterken in de toekomst kan bemoeilijken (en waarmee kosten worden afgewenteld naar de toekomst en het publieke domein). Hou daarbij ook rekening met nu nog onverwachte versterkingen. Ontwikkel geen woningen die met de huidige normering voldoende ruimte bieden, maar in geval van een aangescherpte normering alsnog een knelpunt worden voor versterkingen.

Fig. 1.19 Kaart waterdiepte bij een kans tot 1:1000/jaar en een advies voor gebieden waar bij voorkeur niet (te hoog risico) of aangepast moet worden gebouwd (minamaal 2 verdiepingen).

58

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

59

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Daarbij wordt er (naast no-regret koppelkansen voor het voorkomen van schade) doorgaans vooral ingezet op het voorkomen van slachtoffers door te zorgen dat woningen een droge verdieping hebben en inwoners naar een droge verdieping kunnen vluchten. Daarbij moet er in het bijzonder aandacht zijn voor kwetsbare bevolkingsgroepen zoals ouderen en kinderen en het beschermen van vitale functies en kwetsbare functies.

4.1 – Groen en natuur rondom Sneek Het open landschap rondom Sneek (zie ook de beschrijving in deel A van het klein en veenlandschap) heeft naast een kwalitatieve en recreatieve functie ook een belangrijke ecologische functie. Rond de Friese Meren, waaronder ook het Sneekermeer heeft zich met name langs de randen (waar de dynamische interactie tussen water en land een divers ecosysteem creëert) waardevolle natuur ontwikkeld. De veenweidegebieden zijn belangrijke gebieden voor de veenweidevogels en zijn (deels) vogelrichtlijnengebied. De biodiversiteit is ook hier de afgelopen decennia achteruitgegaan, zowel binnen als buiten natuurgebieden. Menselijke activiteiten leggen druk op de kwaliteit en de samenhang van leefgebieden van dieren en planten. De kwaliteit van water en bodem is afgenomen. Ook verdroging van natuur door lage waterpeilen speelt een rol. Natuurgebieden verruigen door de neerslag van stikstof, afkomstig van industrie, verkeer en landbouw. En verstedelijking en wegen leiden tot versnippering en verstoring van natuur. De afname van biodiversiteit gaat om meer dan alleen het verlies aan natuurwaarden. Het is een indicatie van de kwaliteit van onze totale leefomgeving en het heeft nadelig effect op voedselproductie, gezondheid en beleving.

Fig. 1.2 Natura 2000 gebieden en NNN. (kaart: Defacto, bron data: Atlasleefomgeving)

Fig. D.1.3 Natura 2000 gebieden en NNN. (kaart: Defacto, bron data: Provincies, IPO, 2019)

Er wordt ingezet op het versterken en realiseren van (eerder gestelde) natuurdoelen, zoals het realiseren van het NNN, het uitvoeren van beheerplannen Natura 2000, het natuurbeheer, het agrarisch natuurbeheer. Daarnaast is het realiseren van een natuur inclusieve landbouw via de Agenda Landbouw belangrijk. Andere programma’s die bijdragen aan een goede basis voor biodiversiteitsherstel zijn het Programma Landschap, de KRW en de ecologische kwaliteit van overige niet KRW wateren, een bodemconvenant, en diverse gebiedsprocessen, zoals het programma Veenweide. Daarbij liggen er kansen om zowel in de natuurgebieden als binnenstedelijk ook te focussen op de Soorten van Fries belang. Een specifieke opgave voor de gehele gemeente is de bossenstrategie, waarbij in lijn met de landelijke Bossenstrategie wordt ingezet op de ambitie om in 2030 CO2 vast te leggen door uitbreiding van bosareaal (bomen, bos en natte natuur) met 10% en door bestaand bos en landschapselementen te revitaliseren. De ambitie heeft betrekking op gebieden binnen en buiten het NNN. De gemeente verwacht daarbij een jaarlijkse areaaluitbreiding van circa 4ha, door gebiedsuitbreiding openbaar groen met een jaarlijkse toename van circa 700 bomen daarnaast neemt het bosareaal toe door extra groen van voedselbosjes en stadsranden.

De bossenstrategie wordt met de 10% groenblauwe dooradering, de ambities voor landschapsgronden en weidevogelkerngebieden meegenomen binnen de NOVEX. Fig. 1.1 Natuurbeheerplan 2023. (kaart: Defacto, bron: Provincie Fryslan, 2023, Natura 2000)

62

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

63

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

 Bouwstenen: thema ecologie

 Bouwstenen: thema ecologie Bossenstrategie

Vernatten veenweidegebieden

Zoneren rust en reuring

Transitie naar kringlooplandbouw

10 % groenblauwe dooradering

Beperken bemesting

Binnen Sneek liggen er voor de bossenstrategie kansen voor het vergroenen van bedrijventerreinen, bosuitbreiding bij landgoederen en uitbreiding van het stadsbos.

Door het oppervlaktewaterpeil niet meer te verlagen als reactie op bodemdaling komt het (grond)water ten opzichte van het maaiveld hoger te staan. De uitstoot van broeikasgassen wordt beperkt (minder veenoxidatie), maar door de vernatting vermindert de waterkwaliteit (al dan niet tijdelijk meer uitspoeling van nutriënten). Dit vraagt om afweging doelen klimaat en waterkwaliteit (KRW).

Overmatige vaarbewegingen en oever betredingen van de meren kunnen een negatieve impact hebben op de ecologie doordat soorten worden gestoord, slib wordt omgewoeld en het water troebel wordt (minder licht en zuurstof doorlaat) en doordat waterplanten beschadigd raken of oevers door de golfslag afkalven.

De transitie naar een natuur inclusieve kringlooplandbouw kan leiden tot extensivering van de landbouwproductie, zoals minder grootvee-eenheden per hectare.

Om Europese verplichtingen rond biodiversiteit en waterkwaliteit te halen wordt binnen Nederland ingezet op 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied (aanvullend op het bestaande Natuurnetwerk Nederland).

De nutriënten die voor de landbouw worden toegevoegd aan de bodem (meststoffen) spoelen met name langs de slootranden of drainagebuizen het oppervlakte- en grondwater in. Hierdoor neemt de waterkwaliteit af (deze wordt nutriëntrijk), wat ongunstig is voor de waterkwaliteit (meer kans blauwalg) en zoetwaterafhankelijke ecologie .

Weidevogelgebieden worden ontzien van bebossing, mede omdat deze uitkijkplekken zijn voor roofvogels die op (jonge) weidevogels jagen). Langs de oevers liggen op sommige plekken kansen voor ruigere vegetaties en rietlanden, eventueel in combinatie met het vernatten van veenweidegebied en de aanleg van waterbergingen. Op sommige plekken is daarbij ruimte voor broekbossen, maar alleen waar dit past in lijn met de ambitie om het merengebied open te houden (daarnaast is ongehinderde wind op de meren een belangrijke basisconditie voor zeilwedstrijden). In het veenweidegebied kunnen bomen worden toegevoegd aan bestaande bos of bebouwde gebieden. In het kleigebied zijn bossages rondom solitaire bebouwing in het landschap (zoals boerderijen) passend.

64

Op kavels waar de waterbeheerkosten hoger zijn dan de agrarische opbrengst (zogenaamde knikpuntkavels die zich doorgaans in de laagste gebieden binnen peilvakken bevinden) kan worden ingezet op extensief natuurbeheer. Door greppels aan te leggen kunnen natuurwaarden vergroot worden en blijft de bodem langer nat wat positief is voor veenweidevogels (nattere kavels bieden meer voedsel voor weidevogels).

Door een drukte/ stilte zonering te maken voor vaarrecreatie en oeverbetreding (waarbij de meest kwetsbare plekken worden ontzien) kan de impact van waterrecreatie worden beperkt.

Om te kunnen extensiveren zonder dat er een groter areaal nodig is, is het belangrijk de productie te verschuiven van kwantiteit naar kwaliteit (minder bulk, meer waardentoevoeging). Daarbij kan worden gekeken naar koppelkansen met andere ruimteclaims zoals waterberging, natuurbeheer, recreatie of energie)

De doelstelling is dat in 50% van het landelijk gebied de groenblauwe dooradering in 2030 is gerealiseerd (herstel prioritaire aangetaste of geïsoleerd geraakte landschapselementen) en in 2050 100%. De invulling sluit aan bij gebieden, waarbij in veenweide en kleigebieden de nadruk zal liggen op het aanleggen van natuurlijke oevers, poelen, rietlanden, kruiden en bloemrijke randen. Er wordt met name ingezet op lijnvormige elementen die een netwerk vormen en de robuustheid van het systeem versterken.

In de zonering kunnen juist ook bijzondere plekken voor recreatie worden aangewezen (zie ook recreatie).

De vernatting van agrarische gebieden kan als een hydraulische buffer werken voor naastgelegen natuurgebieden en plassen (wegzijging neemt af). .

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

65

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Voorkom overbemesting door in te zetten op precisielandbouw (waarbij zo nauwkeurig mogelijk wordt bemest). Door langs sloten een kavelstrook niet te bemesten en deze te beplanten met oevervegetatie wordt de uitspoeling van meststoffen beperkt. Maak een goede overweging bij het inzetten van drainagesystemen omdat de nutriënten via de drainagebuizen uitspoelen richting de sloot. Bepaalde typen bemesting zoals ruige mest zijn ook nodig om te voorzien in voedsel voor veenweidevogels (mest bevordert aanwezigheid regenwormen en andere insecten) en verschaffen nestmateriaal (strootjes).

 Bouwstenen: thema ecologie

 Bouwstenen: thema waterkwaliteit

Faciliteer ecologie in de stad

Leg de ecologische waarde van de stad vast

Versterk de ecollogie in de stad door het zo veel mogelijke aanleggen van groene verbiindingen en gradiënten en inzetten op natuurinclusieve bouwstenen zoals nestkasten.

Door de ecologische waarde vast te leggen van de stad kunnen er beslissingen en beleid gemaakt worden die hier opgestoeld zijn.

Inzicht in ecologie in de stad

Goed slootontwerp

Duurzaam slootonderhoud

Wees reëel over koppelkansen

Door inzicht te krijgen in de ecologischestructuren in de stad kunnen er beslissingen gemaakt wordne waar strategisch in kan worden gezet op het implementeren van natuurinclusiefe maatregelen en het maken van verbindingen.

Aangepaste inrichting van sloten en slootkanten kan de waterkwaliteit aanzienlijk verbeteren en substantiële ecologische winst opleveren.

Het toepassen van andere slootschoningsmethodieken (minder diep baggeren, waterplanten laten staan) en –frequenties (jaarlijks baggeren) verbetert de waterkwaliteit. Hierbij is een obstakelvrije zone van ongeveer 5 m van belang ten behoeve van onderhoud.

Er zijn veel koppelkansen nodig tussen andere gebruiksfuncties en ecologie. Soms heeft meervoudig ruimtegebruik echter een potentieel negatieve impact op de ecologie en is goed onderzoek nodig naar de daadwerkelijke koppelkans.

Voor sloten kan worden gedacht aan en een aangepast slootprofiel (diepere zones voor overwintering van fauna en wateraanvoer en -afvoer, luwe zones als paaiplaatsen). In tijden van droogte kunnen ondiepe delen droogvallen. Met de aanleg van terrastaluds (een verdiepte zone van 1 – 3 m breed) kan ruimte worden geboden aan waterplanten en het moerassige karakter met bijbehorende ecologische waarden worden versterkt. Door een oeverzone die als buffer kan dienen spoelen er minder meststoffen en nutriënten het water in.

66

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

67

Het schonen vanaf een pad langs de oever heeft de sterke voorkeur boven schonen vanuit de sloot. De paden die hiervoor aangelegd moeten worden in landelijk en stedelijk gebied zijn goed inzetbaar als recreatiepad. Frequent baggeren zorgt ervoor dat de hoeveelheid bagger beperkt is en de bodem de verontreinigingen sneller dat kan verwerken. Daarnaast liggen er kansen voor de ecologische inrichting en beheer van slootkanten: door deze niet mee te bemesten en een eerste maaibeurt over te slaan. Waterplanten zorgen voor een stabielere biologische waterkwaliteit, waardoor nutriënten en hogere watertemperaturen minder impact hebben op de waterkwaliteit.

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Denk bijvoorbeeld aan bomen in weilanden (schaduw voor vee, bossenstrategie) die in veenweidegebieden een jachtplek plek kunnen zijn voor roofvogels, drijvende zonnepanelen die het voor roofvogels lastiger maken te jagen op ganzen, vernatten van veeweide wat in combinatie met drainagebuizen kan zorgen voor een afnemende waterkwaliteit.

4.2 – Hitte

productiviteit van werknemers, maar ook op bijvoorbeeld bruggen die uitzetten en niet meer werken of waterleidingen die opwarmen. In steden is er dan ook steeds meer aandacht voor het reduceren van de opwarming van de stad, zoals minder verharding, lichtere materialen en het creëren van koele plekken (meer schaduw, verdampend groen en water), bouweisen om hitte te voorkomen (goede zonwering en ventilatie) en hitteplannen.

Door klimaatverandering nemen de temperatuur en aantal hete dagen steeds verder toe. In de huidige KNMI-scenario’s wordt verwacht dat het aantal tropische dagen (> 30 °C) toeneemt van nu gemiddeld 3 per jaar, tot 5-11 dagen per jaar in 2050 en 6-18 dagen per jaar in 2085. Dit heeft effect op de leefbaarheid van steden, de gezondheid en waterkwaliteit.

Fig. 1.5 Stedelijk hitte eiland effect, met gearceerd gebieden met woningen met een WOZ waarde <200.000 Euro. (kaart: Defacto, bron data: Atlas Natuurlijk Kapitaal (ANK), 2017 WOZ waarde: CBS 2023)

Het hitte-eilandeffect is het sterkst in het centrumgebied van Sneek. Dit komt door het dichter bebouwde stedelijke weefsel, het kleinere aandeel groen en de toegenomen verharding. Tussen de binnenstad en de buitenwijken kunnen de verschillen oplopen tot 0,5 graden. Dit is juist in het stadscentrum waar veel particuliere huurwoningen te vinden zijn. Dit zijn panden waar minder snel wordt geïnvesteerd, zeker aangezien dit bij monumentale gebouwen complexer is. Hier wonen echter wel vaker kwetsbaardere groepen.

Fig. 1.4 Hittekaart gevoelstemperatuur 2050 hoog, met in zwart woningen met een WOZ waarde <200.000 Euro. (kaart: Defacto, bron data: Klimaateffectatlas, Witteveen+Bos 2021, WOZ waarde: CBS 2023)

Onder invloed van de toenemende hitte wordt het met name zeer warm in stedelijk gebied waar veel verharding te vinden is. Deze warmte blijft hangen waardoor het ook 's nachts minder goed afkoelt. Dit heeft effect op de gezondheid van inwoners (met name kwetsbare bevolkingsgroepen) en

68

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

69

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

4.3– Stedelijke groenstructuur

 Bouwstenen: thema koelte Zet in op meer stedelijk groen

Neem opgave hitte mee in gebiedsontwikkeling en gebouwontwerp

Zorg in stedelijke verharde gebieden voor meer groen en voldoende koele, schaduwrijke plekken. De wiggen bieden daarvoor een goede basis. Plaats ook meer groene grondbedekking en bomen in de openbare ruimte die zorgen voor vermindering van hittestress.

Zorg dat hitte zowel in het gebouwontwerp als in gebiedsontwikkelingen (en herontwikkelingen) wordt meegenomen als opgave. Zorg voor goede ventilatie en zonwering,

Maak een goede basiskaart en strategie voor de afstand tot koele plekken (basiskaart openbaar groen) in relatie tot bevolkingsgroepen die voor koelte afhankelijk zijn van deze groene plekken.

Ook voor hitte is een goede ondergrondse zonering essentieel om te zorgen dat bijvoorbeeld drinkwaterleidingen niet opwarmen (leg ze voldoende diep en niet direct naast het warmtenet). Juist in het stadscentrum waar veel particuliere sociale huurwoningen te vinden zijn (waar minder snel wordt geïnvesteerd aan verbeteringen van panden, zeker aangezien dit bij monumentale gebouwen complexer is) is weinig groen. Zet hier in op vergroenen en koele plekken. Gebruik de historische groenambities als inspiratie.

Sneek kent een royale groenstructuur die veel kansen biedt voor het bieden van plek aan klimaatadaptatie, ecologie, recreatie en verbinding van stad en buitengebied. Binnen Sneek zijn belangrijke groenclusters (aaneengesloten waardevolle groengebieden) aangeduid. met “handhaving van de groencluster” als uitgangspunt. Met betrekking tot de afzonderlijke boom geldt de nodige flexibiliteit (tenzij de boom op de beschermingswaardige bomen in SúdwestFryslân voorkomt).

Koele routes en uitloopgebied De plassen en meren van Sneek bieden een koel uitloopgebied met zwemwater. Daarbij zijn ook koele en schaduwrijke fietsroutes richting de plassen essentieel Het creëren van schaduwrijke routes is echter een conflict met de ambitie om het landschap rondom de plassen open te houden. .

Fig. 1.6 Bomen(%) hoger dan 2,5m. In het stadscentrum ligt een potentieel voor vergroening. (kaart Defacto, bron data:: RIVM, 2020).

Groene Wiggen De groengebieden vallen grotendeels samen met ruimere contour van de 'groene wiggen' die in de Omgevingsvisie abstract staat weergegeven in de Ideekaart Sneek, en later verder is gedefinieerd. Het groene wiggen concept zet in op het versterken en beleefbaar maken van de groene radialen die kunnen dienen als ruimte voor klimaat, koelte, ecologie, recreatie, kwalitatieve langzaam verkeersroutes, recreatie en sportvoorzieningen en waarin ondergrondse leidingen met milieucontouren een plek kunnen krijgen. Ondanks het sterke concept zijn de contouren van de wiggen nog niet scherp gedefinieerd, ook zijn ze nog niet altijd als ruimtelijke eenheid beleefbaar en treed er ook nog versnippering op door de vele verschillende groentypen en discontinuïteit in groenstructuren. De groene wiggen spelen een belangrijke

70

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

71

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

rol in het creëren van nabijheid en toegang hebben tot groengebieden en het omliggende landschap, voor mens en dier. Veel (recreatieve) verbindingen lopen door de groene wiggen, maar er zijn ook nog “missing-links” in het langzaam-verkeersnetwerk. In de groene wiggen liggen veel particuliere en semitoegankelijke (sportvelden) terreinen met een groen karakter. Sommige van die terrein zijn afgesloten voor (niet-betalend) publiek of de inrichting ontmoedigt publieke toegankelijkheid. De groene wiggen zijn een nieuw concept en zijn bij ontwikkelingen nog niet echt neergezet als contramal waardoor veel gebouwen met hun achterkant naar de wiggen zijn gericht. Dit draagt niet bij aan de herkenbaarheid en de waardering van de groene wiggen. Om de wiggen goed te beschermen tegen ontwikkeling is een goede afbakening en bouwregelgeving nodig.

Visie op identiteit per wig

Oudvaart: Cultuurhistorische waterwig

Houkesloot: Groene waterboulevard

Iedere wig heeft een gebiedseigen karakteristiek of basis van de huidige groenkwaliteiten of nabijgelegen stedelijke functies. Binnen de ruimtelijke visie Sneek 2050 zal als onderdeel van de uitwerking van de sleutelgebieden een voorstel worden gedaan voor de begrenzing van de wiggen. De identiteit van de wiggen zal sturing geven aan ontwerpkeuzen in en rondom de wiggen.

Karakter: ––Historische jachthavens, sportpark en het Burgemeester de Hooppark ––Woonwijken met eengezinswoningen langs het water

Karakter: ––Onderdeel uit van de Internationale vaaras ––Beleving vanaf het water soms natuurlijk, soms industrieel

Mogelijke maatregelen: ––Openbare groene oevers, bv door fiets- en wandelverbindingen door de jachthavens ––Programmeren van de oevers en publieke aanlegplekken

Mogelijke maatregelen: ––Vergroenen van bedrijventerrein ––Groene daken voor hittereductie ––Activering groene oevers van de wijk 'de Domp' ––Recreatieve activiteiten en toegankelijkheid vergroten

Fig. 1.7 Streefbeeld groene wiggen op de lange termijn (kaart; bewerking Defacto op basis van kaart Groene Wiggen Sneek van Laos landschapsarchitecten in het Conceptrapport Groene wiggen Sneek van de Gemeente SWF 2022)

72

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

73

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Woudvaart: Parkachtige woon-werkwig Karakter: ––Burgemeester Rasterhoffpark met hoge natuurwaarde maar ligt geïsoleerd ––Zuidersportpark niet openbaar toegankelijk ––Stenige wijk aan stadzijde (Sperkhem) Mogelijke maatregelen: ––Recreatief medegebruik in park ––Doorgaande fiets- en wandelroutes door park ––Tuinstraten in woonwijk

74

Lemmerweg: Groene stadspoort

Geeuw: Ecologische waterwig

Bolswarderweg: Statige parkwig

Leeuwarderweg: Recreatieve Boswig

Reflectie

Karakter: ––Historische weg naar Waterpoort ––Sterke verbinding tussen fietsverkeer en buitengebied

Karakter: ––Brede water en oevers ––Onderdeel van de huidige stedelijke ecologische hoofdstructuur ––Spoor loopt door het gebied

Karakter: ––Parkachtige karakter door villaachtige opzet en vele bomenlanen ––Ruime zorg- en onderwijsterreinen met groen en openbaar karakter

––Het visiedocument zet de

Mogelijke maatregelen: ––Verbeteren beleefbaarheid van het water, bv door visplekken of oeverbalkons ––Oevers aan bebouwd gebied programmeren tot bv natuurpark

Mogelijke maatregelen:: ––Doorgaande verbindingen verbeteren ––fiets- en wandelpaden langs de Franekervaart ––Wilhelminapark verbinden met omliggende terreinen via reorganisatie van het parkeerterrein ––Ontwikkelen als 'Healing Environment'

Karakter: ––Oude trekvaart De Swette aan westrand ––Zwettebos, ijsbaan en begraafplaats in het noorden ––Groene wijk (tuinen en laanbomen) ––Normadiaplein is bottleneck in groene continuïteit

Mogelijke maatregelen: ––Vergroening van aangrenzende terreinen ––Dwarsverbindingen voor langzaam verkeer verbeteren ––Groene structuur en/of bomenlaan doortrekken tot aan binnenstad

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

75

Mogelijke maatregelen: ––Verbinding tussen groengebieden ––Tuinstraten in woonwijk ––Vergroenen versteende ruimte rondom Normadiaplein

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

bestaande karakteristieken en herkenbaarheid van de wiggen positiever neer dan voor een gebruiker zonder achtergrondinformatie herkenbaar. Veel is gekoppeld aan historische (vaar)wegen die niet meer dusdanig herkenbaar zijn. ––Voor herkenbaarheid en beleving van de wiggen zijn veel ingrepen nodig. Op conceptueel vlak en in hun functie voor klimaat en ecologie zijn minder veel ingrepen nodig om continuïteit van groen te realiseren. ––Groene daken worden als mogelijke maatregel benoemd ter verbetering van de wiggen. Dit is een nuttige maatregel voor verkoeling en vasthouden van water. Omdat het hier gaat om vergroenen van daken op bestaande gebouwen zal in veel gevallen alleen een extensief groen dak mogelijk zijn vanwege het lichtere gewicht. Dit vraagt slechts beperkt bij aan de belevingswaarde van de groene wig voor bewoners en gebruikers.

De wiggen kennen kerngebieden en flanken. Er zijn uitgangspunten gedefinieerd voor alle wiggen (deze zullen nog worden opgenomen in de vertrekpunten voor de ruimtelijke visie) waaronder:

––in de kernen 25% rood en grijs, 75% groen en blauw ––in de flanken 25% rood, 75% groen en grijs ––uitbreiding en activering groen areaal ––openbare en toegankelijke oevers ––voorkant van bebouwing naar wig ––(recreatie)netwerk: verbinding tussen stad en buitengebied ––klimaatbestendige structuur ––Herkenbaar maken van historische lijnen door laanbeplanting ––Relatie met de ontstaansgeschiedenis: historische lijnen door laanbeplanting herkenbaar maken, oevers van waterlopen zoveel mogelijk openbaar, meerwaarde door verblijfsmogelijkheden en ecologische waarde ––Klimaatbestendige structuur: windcorridor en waterbuffering ––Missing Links wordt verbonden met nieuwe routes. De herkenbaarheid van het padennetwerk wordt vergroot door huisstijl te ontwikkelen voor de fiets en wandelroutes in de groene wiggen De groene wiggen kennen momenteel een zeer diverse relatie met de bebouwing, we zien bijvoorbeeld de volgende typen inbedding:

––Campus bebouwing: solitaire grotere gebouwen in het groen ––Bebouwing met groene (soms private) inrichting die onderdeel uitmaakt van

de wig (tuinen georiënteerd richting parken of waterlichamen, wat activering voor recreatief lastig maakt) ––Waterwoonwijken: vrijstaande woningen in het waterlandschap Verder dient er na te moeten worden gedacht aan de verbindingen van de groene wiggen onderling.

76

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Fig. 1.8 De bestaande bebouwing in en om de groene wiggen. De bebouwingsstructuur verandert niet merkbaar binnen en buiten de groene wiggen maar is gerelateerd aan de afstand tot de binnenstad. Vele gebouwen langs de randen zijn met hun achterkant naar de groene wiggen georiënteerd, wat het moeilijker kan maken om deze te activeren voor (recreatief) gebruik. (kaart Defacto).

77

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Stadsranden

 Bouwstenen: thema groene wiggen Behoud en versterk groene wiggen De groene wiggen spelen een belangrijke rol in het creëren van nabijheid en toegang hebben tot groengebieden en het omliggende landschap, voor mens en dier. In de groene wiggen liggen veel particuliere en semi-toegankelijke (sportvelden) terreinen met een groen karakter. Sommige van die terrein zijn afgesloten voor (niet-betalend) publiek of de inrichting ontmoedigt publieke toegankelijkheid. De groene wiggen zijn een nieuw concept en zijn bij ontwikkelingen nog niet echt neergezet als contramal waardoor veel gebouwen met hun achterkant naar de wiggen zijn gericht. Dit draagt niet bij aan de herkenbaarheid en de waardering van de groene wiggen. Om de wiggen goed te beschermen tegen ontwikkeling is een goede afbakening en bouwregelgeving nodig.

zorg voor continuiteit en verbingen onderling Om de herkenbaarheid van de groene wiggen te vergroten, is het essentieel om te zorgen voor samenhang en verbindingen tussen deze gebieden. Veel (recreatieve) routes lopen door de groene wiggen, maar er zijn ook nog ontbrekende schakels in het langzaam verkeersnetwerk. Bovendien bestaan er mogelijkheden om de wiggen onderling te verbinden, wat zowel de ecologische als de langzaam verkeersverbindingen zou versterken. Ook kunnen de wiggen onderling met elkaar worden verbonden door middel van radialen.

De stadsranden zijn een belangrijk gebied omdat hier de inpassing van Sneek in het landschap plaatsvindt, maar ook omdat dit de zoekgebieden zijn voor veel functies die nog een locatie zoeken. Dit vraagt om een goede visie op de stadsranden: waar kunnen deze worden verdicht of juist vergroent? Hoe kan Sneek optimaal worden ingebed in het landschap?

Meekoppelen andere opgaven Door de groene wiggen te versterken, kunnen verschillende andere uitdagingen worden geïntegreerd. Deze gebieden kunnen dienen als een klimaatadaptieve 'contramal', die stedelijk regenwater opvangt en zorgt voor verkoelende plekken. Daarnaast kunnen ze gekoppeld worden aan initiatieven om de waterkwaliteit te verbeteren en het landschap beleefbaarder te maken door toevoeging van groene oevers. Verder kunnen de wiggen strategische locaties vormen voor langzaam verkeerroutes, waardoor recreatiemogelijkheden worden versterkt.

Fig. 1.9 Stadsranden (kaart Defacto)

78

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

79

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

4.4 – Waterstructuur De vaarten en plassen zijn onderdeel van de groene wiggen en zullen grotendeels ook onderdeel uitmaken van de uitwerking hier van. Langs de oevers en kaden liggen ook kansen voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit (ook in relatie tot aantrekkelijkere langzaam verkeersroutes), het creëren van extra plekken aan het water en het versterken van de ecologie.

Bouwstenen: thema beleefbaarheid landschap en water Oeverstrategie binnenstad

Oever gradiënten en ruimte ecologie

Visie op stadsranden

In 2015 is het groene kade project gestart. In de binnenstad van Sneek zijn langs de oude stadgrachten 1,5 km aan verhardingen verwijderd voor groen met nieuwe wandelpaden. Bomen hebben op die manier ook meer ruimte gekregen om zich te ontwikkelen en is een extra buffer voor regenwater. Bewoners en bezoekers kunnen nu een aantrekkelijke wandeling maken door het groen langs de stadsgrachten. Het plan is om de laatste 0,5 km ter hoogte van de Bothniakade af te maken.

Oever gradiënten en landwaterovergangen zijn essentieel voor de ecologie. Door in plaats van slootbeschot in te zetten op natuurlijke oevers kan de ecologische waarde van de oevers sterk worden verbeterd.

In de stadsranden liggen veel zoekgebieden voor ruimteclaims zoals woningbouw, bos, recreatieve functies, energie (zonnepanelen).

In de binnenstad zijn er harde kademuren; ook hier kunnen toch gradiënten worden gecreëerd in de vorm van kadeplanten of drijvende groenbakken die als rustplek kunnen dienen voor waterdieren. Hier dient wel rekening worden gehouden met de minimale breedte van het vaarwegprofiel.

Een dergelijke benadering kan ook worden toegepast op de vaarwegen Sneek in en uit. Een goede inrichting kan de beleving van Sneek verbeteren en meerwaarde bieden voor de ruimtelijke kwaliteit en ecologie

Fig. 1.10 Oevercategorieën (kaart Defacto).

80

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

81

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Dit vraagt om een goede visie op de stadsranden: waar kunnen deze worden verdicht of juist vergroent? Hoe kan Sneek optimaal worden ingebed in het landschap? Ook de beleving van de ring- en snelweg speelt hierbij een belangrijk rol. Relatie leggen met water en bodem sturend bij stadsuitbreiding: hoogteligging, cultuurhistorie, watersysteem, draagkracht bodem, potentie aardwarmte, aquathermie. Dit zijn potenties/beperkingen bij uitbreiding, nieuwbouw, etc. Deze zullen bij de ruimtelijke keuzes meegenomen/meegewogen moeten worden.

5.1 – Wegennetwerk Het wegennetwerk is voldoet ook voor de benodigde toekomstige capaciteit. Het accent ligt op optimaal gebruik van de bestaande infrastructuur, het verbinden van diverse vervoersvormen via aantrekkelijke hubs met goede overstapmogelijkheden. De wegen worden ingedeeld in drie categorieën: stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen (vlotte verkeersafwikkeling staat centraal) en erftoegangswegen (verblijfsfunctie met de auto als gast). De wegen dienen te worden ingericht naar hun functie. Er is een spanningsveld bij wegen waar het verkeer binnen een wijk/kern samenkomt (zoals de Keizersmantel). Deze verblijfsgebieden kennen ook een beperkte verkeersfunctie en zijn vaak iets ruimer gedimensioneerd wat uit kan nodigen tot sneller rijden.

Fig. 1.2 Verkeersmodel 2016, het verkeer concentreert zich op de ringweg. (kaart: Defacto, bron data Royal Hakoning DHV)

Fig. E.1.3 Verkeersmodel 2030. Het verkeer concentreert zich op de ringweg en door het stadscentrum. (kaart: Defacto, bron data Royal Hakoning DHV)

Er moet binnen de inrichting van wegen voldoende rekening worden gehouden met nieuwe trends zoals elektrisch vervoer (hiervoor zijn laadpalen nodig, zie ook energietransitie), het gebruik van deelauto's (wat kan leiden tot minder parkeerplaatsen, minder laadpalen, efficiënter gebruik), zelfrijdende auto's (die eisen stellen aan de weginrichting en scheiding van modaliteiten). Door vergrijzing is er ook een mogelijk toename van rollators en scootmobiels. Dit stelt weer andere eisen aan het langzaam verkeersnetwerk. Transferpunten In het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan staat een verkeerskundige blauwdruk om te komen tot de gewenste verkeerstructuur: ––De kernen moeten goed bereikbaar zijn voor de auto en fiets ––Voor zowel de auto als fiets zijn er directe gescheiden verbindingen naar de transferpunten (grotere parkeerterreinen) ––Op de transferpunten mogelijkheid voor lang parkeren (gratis of laag tarief) ––De transferpunten hebben goede looproutes naar het centrum ––De centra zijn ingericht als verblijfsgebied (bij voorkeur Shared Space) ––Voor het centrum geldt kort parkeren voor bezoekers en lang parkeren voor bewoners (en bedrijven) ––Bevoorradingsverkeer kan centrum bereiken (geen doorgaande routes) Landbouwverkeer wordt om het verblijfsgebied geleid.

Parkeersituatie Is meer dan 90% van de parkeerplekken bezet dan kan men niet gemakkelijk een parkeerplek vinden en ontstaat er 'zoekend rijgedrag' en neemt de beleving van de bereikbaarheid van een locatie af. Op piekmomenten is de parkeerdruk ca 85%, er is bij drukte aan de rand van het centrum doorgaans binnen 500 meter (ca 10 minuten lopen) een rustige parkeerplek te vinden.

Fig. 1.1 Mobiliteit, toekomstperspectief, OV., (kaart: Defacto, bron data: Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) visie vastgesteld,2012)

84

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

85

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

5.2 – Langzaam verkeerroutes Er wordt ingezet op ketenmobiliteit (STOMP: Stappen, Trappen, OV, Mobility as a Service en Personenauto). Aantrekkelijke kwalitatieve routes en overstapmogelijkheden dragen daar aan bij. Door van fietsen, wandelen en bewegen een hoofdzaak te maken kan gezond gedrag worden gestimuleerd.

Fig. 1.4 Parkeerdrukmeting Sneek 2021 (kaart Defacto, bron data: parkeermetingen 2021 en GVVP visie vastgesteld, 2012).

Fig. E.1.5 Parkeerdrukmeting Sneek 2021, donderdagmiddag 14.00-15.00 (drukste periode vanuit onderzoek). (bron: parkeermetingen 2021)

Fig. 1.7 Hoofdstructuur fietsroutes en missende schakels in dit netwerk (kaart Defacto, bron data analyse missende schakels: Groene wiggen Sneek concept report, 2022)

Fig. 1.6 Wandelroutes naar het centrum vanaf de transferpunten met van een indicatie van de kwaliteit van de route tot het centrum (kaart: Defacto)

Agrarisch verkeer Het landbouwverkeer is grootschalig er zijn routes bepaald waar het landbouwverkeer zich concentreert. Op smalle hemdijken met knelpunten moet het cultureel-historisch profiel worden gehandhaafd; wel kan worden ingezet op goede bermverharding, de aanleg van passeerplekken, of meer de aanleg van een alternatieve route voor één van de verkeerssoorten.

86

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Fig. 1.8 Gebruiksintensiteit met fietsen (bron: Strava)

87

Fig. 1.9 Gebruiksintensiteit door wandelaars (bron: Strava)

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

De Stadsrondweg Ook het fietsnetwerk kent een structuur van ringen en radialen die er voor zorgt dat gebieden binnen de stad goed bereikbaar zijn. De rondweg vormt geen echte barrière doordat het fietspad binnen de rondweg ligt en deze alleen hoeft te worden overgestoken als de bestemming buiten de rondweg ligt. De fietsroute langs de rondweg is niet altijd makkelijk intuïtief te volgen: rond knooppunten in het voor de fietser zoeken en het vervolg van de doorgaande route is niet altijd helder. Bij afslag 22 (Sneek Oost) en de aquaducten onder de Geeuw en Houkesloot door moet worden omgereden en is het verloop van de route niet intuïtief.

Langs de zuidzijde van de ring moet vaak worden omgereden bij afslagen de route langs de ring te volgen, waarmee de ringroute voor fietsers geen goede directe route is en men moet zoeken naar de weg. Op sommige plekken loopt het fietspad dicht langs de autoweg (minder aantrekkelijk zicht, lawaai, uitstoot) Fig. 1.10 Stadsrondweg als doorgaande weg/barrière voor fietsers (kaart: Defacto)

88

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

89

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Kwaliteit fietsroutes De kwaliteit van fietsroutes hangt af van factoren zoals; aantrekkelijkheid (zo vormgegeven en in de omgeving ingepast dat het aantrekkelijk wordt om te gaan fietsen), samenhang (het fietsnetwerk vormt een samenhangend geheel en verbindt herkomst en bestemming), directheid (het netwerk biedt een zo direct mogelijke route naar een bestemming, comfort (vlotte en comfortabele doorstroming) en veiligheid. Demografisch vindt er vergrijzing plaats. Ouderen blijven langer mobiel en blijven door trapondersteuning langer fietsen; dit vraagt om een passende verkeersveiligheidsstrategie. Meer differentiatie en (gescheiden) weg, voet- en wandelpaden, draagt bij aan de veiligheid.

Fig. 1.12 Foto's van Defacto en Google earth street view

De radialen binnen het hoofdfietsnetwerk zijn deels gerelateerd aan de groene wiggen. Andere (Lemmerweg, Groendijk, Opperhuizerweg) lopen langs hoofdwegen, wat de beleving vermindert (uitzicht, geluid, vervuiling); de rotondes op deze wegen (waar de auto's vaak voorrang hebben) maken de doorgaande fietsroute minder onoverzichtelijk. Enkele van de paden in de groene wiggen met een zeer hoge belevingswaarde zijn niet geschikt om te fietsen. Er liggen kansen om de continuïteit van de paden langs de groene wiggen te vergroten.

Fig. 1.11 Kwaliteitsbeoordeling van de hoofd recreatieveroutes (kaart: Defacto)

90

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

91

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

5.3 – Openbaar vervoer Sneek is per spoor direct verbonden met Leeuwarden (en Groningen) en Stavoren. De verbinding richting de rest van Nederland loopt via Zwolle. Met de aanleg van de Lelylijn na 2035 kan het (afhankelijk van de wijze waarop wordt aangehaakt) zijn dat Sneek (via Lemmer, Joure of Leeuwarden) beter bereikbaar wordt vanuit de Randstad. Dit kan impact hebben op de bevolkingsgroei; het wordt makkelijker in Sneek te wonen en elders te studeren of werken.

Fig. 1.14 Toegankelijkheid tot openbaar vervoer (kaart: Defacto, bron data: Moovit)

Met de bus zijn er frequente verbindingen met Bolswart, Woudsend en Joure. Binnen Sneek zien we dat vooral de treinstations als OV knooppunt nog beter kunnen worden benut; plaats in deze gebieden (eventueel in wat hogere dichtheid) functies met doelgroepen die afhankelijk zijn van OV zoals onderwijs, culturele voorzieningen, zorg en ouderenwoningen. Niet alle wijken zijn goed aangesloten op het busnetwerk; delen van Harnixmaland en Noorderhoek, 't Ges, Duinterpen, Stadsfenne, TInga en IJlst zijn minder goed bereikbaar Een deel van deze wijken (Tinga, Noorderhoek en IJlst) kent lagere inkomensklassen die afhankelijk kunnen zijn van OV. De buslijnen richting kernen zoals IJlst, Gauw Sibandabuorren en Tersoal en kennen een beperkte frequentie (waardoor deze minder geschikt zijn voor woon-werk /school)verkeer en rijden niet in het weekend (lastig voor bereikbaarheid sportclubs). Er zijn geen goede ov verbindingen richting de recreatiegebieden

Fig. 1.13 Mobiliteit, connectiviteit, OV. kaart: (Defacto, bron data: Provinvie fryslân, Google maps)

92

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

93

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Aansluiten Lelylijn Als de Lelylijn wordt ontwikkeld, kan Sneek aansluiten op een stedelijke corridor die loopt van Amsterdam (via Almere, Lelystad, Emmeloord, Heerenveen, Drachten) tot Groningen. Dit zou de reistijden naar de Randstad aanzienlijk verkorten en de verbinding met de stedelijke regio Groningen-Assen versterken. Met name voor studenten en forenzen kan dit zeer aantrekkelijk zijn,

 Bouwstenen: thema OV Goede dekking OV tussen kernen

Benut locaties met goede OV bereikbaarheid

Goede OV bereikbaarheid tussen Sneek en de omliggende kernen is essentieel voor een goede vitaliteit. Zeker sociaal minder draagkrachtige bevolkingsgroepen (ouderen, scholieren, vluchtelingen, statushouders en huishoudens met lagere inkomens) kunnen sterk afhankelijk zijn van het openbaar vervoer.

Daarnaast verdienen de gebieden met goede OV-bereikbaarheid extra aandacht, op dit moment nog onderbenut. Knooppunten rondom het spoor dienen te worden ontwikkeld tot locaties waar diverse functies samenkomen en profiteren van de extra toegankelijkheid die het openbaar vervoer biedt. Daarom is het noodzakelijk om programma's te ontwikkelen die specifiek aansluiten bij de behoeften van de OV-doelgroep, zoals ouderen en scholieren.

Zorg dat er goede verbindingen zijn en blijven en zoek naar nieuwe verdienmodellen en kosten bateafwegingen voor deze basisbehoefte. Zorg dat op locaties die goed bereikbaar zijn voor OV (knooppunten rondom het spoor) die functie komen die baadt hebben bij deze extra bereikbaarheid en verken kansen om goed aan te haken op de nieuwe Lelylijn.

Dit zal niet alleen de efficiëntie van het openbaar vervoer vergroten, maar ook de centrale rol van het stadscentrum versterken.

Fig. 1.15 Kaart potentie Lelylijn (kaart: Defacto, gebaseerd op kaart Sandra van Assen)

94

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

95

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

 Bouwstenen: thema verkeer

 Bouwstenen: thema verkeer

Doorgaande ringweg autoverkeer

Creëer transferpunten centrumgebied

Inzicht in reisbewegingen

Verbeteren fietsroutes

Plekken langs routes

Oplossen 'missing links'

Om het verkeer op de nieuwe rondweg te stimuleren kan de stadsrondweg zuid (voormalige hoofdverbinding van de A7 naar de rondweg, nu deels ontlast door de stateweg) opnieuw worden ingericht zodat het profiel past bij snelheid en capaciteit. Ook kan de binnenstedelijke Worp Tjaardstraat anders worden ingericht zodat dit geen snel alternatief is voor de ringweg.

Door transferpunten (parkeerplekken met voldoende laadvoorzieningen) rondom het centrum te creëren kan het centrum autoluw worden gemaakt. Er is hiervoor momenteel voldoende parkeercapaciteit beschikbaar met een loopafstand binnen 10 minuten van het centrum. Hiermee komt er potentieel ook parkeerruimte vrij binnen het centrum die kan worden benut voor bijvoorbeeld stedelijk groen of meer ruimte voor voetgangers of fietsenstallingen.

Als er meer inzicht is in reisbewegingen en motieven (wie reist met welke modaliteit voor welk doel) kan beter worden ingezet op modal shift waarbij de voorkeursreeks STOMP centraal staat: Stappen, Trappen, OV, Mobility as a Service (MaaS) en Personenauto.

Stimuleer gezond gedrag en maak van fietsen, wandelen en bewegen een hoofdzaak. Dit betekent dat er moet worden ingezet op goede fietsroutes.

Langs de wandel en fietsroutes kunnen meer plekken gecreëerd worden. Denk daarbij aan plekken om even te stoppen en van het uitzicht te genieten of plekken om dicht bij het water te komen. Momenteel zijn er veel bankjes te vinden, maar soms net op plekken waar de kwaliteit minder is (met zicht op een snelweg of op een benzinestation).

Er zijn verschillende ontbrekende verbindingen in het fietsnetwerk die het fiets op die routes minder aantrekkelijk maakt. Deze dienen geanalyseerd te worden en opgelost, zodat hier fietsen zo goed mogelijk wordt gefaciliteerd.

Op de ringweg kunnen opties worden verkend om het autoverkeer en fietsverkeer beter te scheiden door andere fietsoversteken te creëren. Het autoverkeer moet op deze rondweg goed kunnen doorstromen zodat de overige binnenstedelijke routes minder verkeer kennen.

Deze transferpunten zijn goed bereikbaar voor de auto en fiets . Het is essentieel dat er aantrekkelijke looproutes naar het centrum zijn (en deze route goed is te vinden). Het centrum is vervolgens ingericht als verblijfsgebied met bij voorkeur Shared Space, wat zowel de verkeersveiligheid kan verbeteren als kan bijdragen aan de economische vitaliteit van de openbare ruimte.

96

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Zo kan er worden gekeken waar autobewegingen zouden kunnen worden vervangen door fietsbewegingen en waar het daarbij belangrijk is in te zetten op betere (of snellere) fietsroutes. Ook kan er op basis van woonwerkverkeer worden gekeken of er werkgeversaanpakken mogelijk zijn. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld betere fietsenstallingen, douchegelegenheden of fietsen van het bedrijf, of het beschikbaar stellen van(deel)scooters aan personeel.

Er liggen kansen om de fietsroutes en wandelroutes ook voor bestemmingsverkeer beter te koppelen aan de groene wiggen en deze te vergroenen. Daarnaast liggen er kansen om enkele missende schakels te versterken en om de oriëntatie op de routes te verbeteren (weet je intuïtief of via borden goed je weg te vinden). Verkeersveilige routes voor ouderen zijn hierbij ook een belangrijk aandachtspunt.

Ook bestemmingen kunnen routes aantrekkelijker maken voor (recreatief) gebruik. Bijvoorbeeld plekken waar koffie kan worden gehaald of de toilet kan worden gebruikt (en bij regen kan worden geschuild), en schaduwrijke plekken met zitjes en mooi uitzicht of informatie over het gebied waar kan worden gepauzeerd.

Het zou ook interessant zijn te kijken of recreanten veel vervoersbewegingen veroorzaken en of deze met betere OV verbindingen (bijvoorbeeld van het station naar recreatiegebieden) kunnen worden verleid anders te reizen.

97

Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050

Inzicht in de aantallen fietsers en herkomst en bestemming zou een fietsstrategie verder kunnen ondersteunen.

6.1 - Economische regiofunctie Ambitie vitale kernen Súdwest-Fryslân Súdwest-Fryslân zet in op kernen waar fijn en gezond kan worden gewoond, gewerkt, geleefd en gerecreëerd. De economie draagt in grote mate bij aan deze ambitie. Een goed vestigingsklimaat op bedrijventerreinen en in de binnensteden creëert werkgelegenheid en voorzieningen voor inwoners.

Fig. 1.1 Sectorstructuur op basis van werkgelegenheidsdata voor 2020 van Súdwest-Fryslân (oranje), Fryslân (blauw), en Nederland (grijs). (bron: Foto Súdwest-Fryslân, bron data: Lisa 2021)

Fig. 1.2 Aantal banen per 500 x 500 m. (bron data: LISA bewerking PBL, 2018)

Súdwest-Fryslân kent in relatie tot de rest van Nederland een groot aandeel banen in de landbouw, industrie, bouw en gastvrijheidssector. Het aandeel van de werkgelegenheid is groter dan in de toegevoegde waarde. Dit komt doordat er sectoren met een lagere toegevoegde waarde per arbeidsplaats zoals horeca, handel en bouw. sterk vertegenwoordigd zijn. De horeca en detailhandel zijn sterk afhankelijk zijn van toeristen en daarmee seizoensgebonden. De gemeente kent relatief veel kleine bedrijven (zzp’ers en micro-bedrijven) die vaak minder innovatievermogen hebben doordat geen beschikking hebben over de juiste kennis, financiering of netwerken, en zelden doorgroeien tot werkgevers. Binnen Zuidwest Fryslân is Sneek het stedelijke centrum met bedrijventerreinen, watersportgeoriënteerde bedrijvigheid en stedelijke voorzieningen voor de regio. Het historische centrum heeft toeristische aantrekkingskracht en potenties, gekoppeld aan recreatieve voorzieningen in de omgeving. De bedrijventerreinen binnen Sneek vormen samen met de kantoorlocaties, detailhandel en horeca in het centrum de economische as die van west naar oost langs de A7 door de stad loopt. Belangrijke transities waar de economische sectoren voor staan zijn: van analoog naar digitaal, van fossiel naar hernieuwbare energie, van zorg naar positieve gezondheid en van lineair naar circulair. Fig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413366/1