Bijlage 1 - Ruimtelijke Strategie Sneek 2050
Tekst van het document
3
Bolswarderbaan
De groene wig Bolswarderbaan inclusief zorgcluster uitwerken als gezonde en verbindende omgeving en ‘healing environment’ (van preventie tot genezing) met nadruk op positieve gezondheid, park, zorg, onderwijs, sport en klimaatadaptatie met respect voor de groene wig. Netto afname verhard oppervlak, hoger bouwen en
39
stimuleren innovatieve concepten. Zoveel mogelijk behoud van waardevol vastgoed, zoals bijvoorbeeld de Bogerman-locatie. 4
Waterfront Somerrak / Oppenhuizerweg / Houkesloot
Waterfront met hoogwaardige kades en functiemenging, met havenfunctie ten behoeve van de binnenstad. Openbare en toegankelijke oevers met fiets- en wandelpaden langs het water. Waterrecreatie, lichte maritieme bedrijvigheid, (water)wonen en richting Prinses Margrietkanaal watergebonden maakindustrie (categorie V-vaarweg).
5
Harinxmaland
Doorontwikkelen tot multifunctioneel woon- en werkgebied met ovstation/knooppunt. Ruimte voor een multifunctioneel klimaatpark met energietoepassingen (zoals aquathermie), bewegen en landschapsgebonden bedrijven (zoals sociale werkplaatsen voor landschapsdiensten, hoveniersbedrijven, loonbedrijven). Waterverbinding onderzoeken ten behoeve van meer (recreatieve) vaarrondjes. Zoekgebied voor natuurbegraafplaats rond crematorium als onderdeel van de groene wig, combineren van maatschappelijke behoefte met bosopgave.
6
Uitbreiden rond de Hemmen III
Ruimte voor circulaire en innovatieve maakbedrijven, duurzame energievoorzieningen en logistieke functies. Uitwerking als klimaatpark met groene uitstraling naar het landschap. Clustering en ruimte-efficiëntie. Kansen benutten voor fiets-, wandel- en vaarroutes. Korte verbinding met ov-knooppunt, dat zowel noord-zuid en oost-west verbinding van het ov bundelt.
7
Wâldfeart
Innovatieve waterrijke stedelijke woon- en werkvormen, ruimte voor ambacht-, natuur en experimentele typologieën, die elkaar aanvullen. Uitplaatsen functies die niet meer aansluiten bij stedelijke structuur en verstedelijkingsopgave, zoals particuliere havens en grootschalige maakindustrie. In dit gebied valt ook de wijk Sperkhem en de locatie Graaf Adolfstraat; hier is onder meer vergroening een opgave binnen een integrale versterking van de wijk als geheel. Eveneens een belangrijke opgave in dit gebied is de uitwerking en versterking van de sportfunctie in het Zuiderpark, met plek voor de ambities van ONS Sneek in samenhang met andere sporten.
8
A7/N7 zone / OV Knooppunt
Verblijfs- en kwaliteitsimpuls en gezonde inrichting van A7/N7-zone met aandacht voor beleving, multimodaliteit en klimaatadaptatie. Zoekgebied ov-knooppunt ten behoeve van de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren in verbinding met Heerenveen en mogelijke Lelylijn.
9
Noorderhoek II / Voormalige AZC locatie.
Ruimte voor verdere woningbouw in hogere dichtheid inclusief landschappelijke inpassing, aansluitend op bestaande woonwijken, (ov-) voorzieningen, het groene fietsnetwerk en de groene wiggen; ruimte voor waterverbindingen, vergroening en de ontwikkeling van een groene corridor.
10
Lemmerweg
Herstructurering en functiemenging met aansluiting op centrumzone. Aansluiting op bestaande woonwijken, voorzieningen, het groene fietsnetwerk en de groene wiggen. Kansen voor brugverbinding met centrumzone en stationsomgeving.
Aanvullend op deze gebiedsuitwerkingen zijn de diverse thema's van belang, zoals die in de vorige paragraaf bij de strategische uitgangspunten zijn benoemd. Deze thema's vragen om een nadere uitwerking. Onderstaande tabel geeft een overzicht van mogelijke thema's. Ook hiervoor geldt dat moet worden beoordeeld welke van deze thema's opgepakt zullen worden en hoe deze volgtijdelijk en gefaseerd kunnen worden uitgevoerd. Nr.
Mogelijke thema's
Speerpunt
1
Waterfront Sneek
1
2
Groenstructuur Sneek Klimaatadaptatie Sneek
2
3
2
Kern van de opgave Uitwerking van opgaven in het waterfront, o.a. de stad aan het water leggen, met openbare oevers en voorkanten, maritieme sectoren, watergebonden bedrijven, met verbinding met PM kanaal, zichtbaar aan het water. Daarnaast zichtbaarheid, beleving, bruikbaarheid en kwaliteit van het water verbeteren. Verruimen, verrijken en verbinden van de groene wiggen; inzet van 330-300-aanpak en de 5 V’s (zie woordenlijst). Versterken van de fysieke basis van Sneek door bodem en water als leidende principes te hanteren in alle ruimtelijke ontwikkelingen. Dit thema richt zich op het herstellen en voorkomen van schade door bodemdaling en vervuilde gronden, het slim omgaan met verzakkingsgevoelige veengronden, het benutten van hoger gelegen gronden voor verstedelijking, en het robuust inrichten van waterstructuren.
40
4
Circulaire schuifpuzzel (incl. borrowed size)
3 en 6
5
Ruimtelijke mobiliteitsstrategie
4
6
Gezonde en verbindende leefomgeving Sneek
3
7
Verdichten en hoger bouwen Sneek Multifunctionele stadsrandzone Sneek Grondstrategie / strategische aankoop
5 en 6
Omgevingskwaliteit Sneek
alle
8 9
10
5 alle
Ruimte scheppen voor de circulaire en energietransitie via herstructurering, clustering en nieuwe bedrijven- en energieterreinen op kleigrond; inclusief ruimte voor experiment, materialenhubs en het inbedden van energie en economie in klimaatparken en robuuste groene buffers naar de omgeving. Ontwerpend onderzoek naar de kansen. Uitwerking van de mobiliteitsopgaven op basis van het STOMPprincipe en ‘daily urban system’ en het gemeentelijke mobiliteitsprogramma. Nadere uitwerking van onder meer de autoluwe centrumzone, gebiedsspecifiek parkeerbeleid, verbindingen met omliggende kernen, kansen voor het versterken en verdichten van het ov-netwerk en andere mobiliteitsopgaven. Beleid en instrumenten gericht op de sturing op en instrumentatie ten behoeve van de gezonde en verbindende leefomgeving van Sneek (fysiek en sociaal), op alle schaalniveaus. Waar mogelijk verbinding zoeken met de uitwerking van het thema ‘omgevingskwaliteit’ voor de consequente integratie van deze beleidsdoelen in de inrichting en besluitvorming van programma’s, processen en projecten. Verdichtings- en hoogbouwstrategie gericht op kwaliteit, leefbaarheid en ruimtelijke inpassing. Ontwerpuitwerking van de stadsrand, gericht op multifunctionaliteit, ruimtelijke kwaliteit en klimaatrobuuste keuzes. Versterken van de regie op ruimtelijke ontwikkeling door strategische grondaankoop en strategisch grondbeleid.
De gemeente streeft naar proactieve inzet van haar grondpositie om: het waterfront te versterken, de circulaire schuifpuzzel te leggen, sleutelgebieden tijdig te kunnen transformeren of ontwikkelen, ruimte te maken voor maatschappelijke opgaven zoals wonen, klimaatadaptatie en mobiliteit en marktpartijen te faciliteren én te sturen op publieke meerwaarde. Omgevingskwaliteit krijgt een uitwerking voor Sneek. Hierin wordt de inzet op kwaliteitssturing, ontwerp- en kwaliteitsexpertise vroegtijdig geborgd in planvorming en uitvoering en als randvoorwaarde gesteld voor een gebiedsgericht omgevingsprogramma. Met procesleidraad voor kwaliteitsgerichte procesinrichting en besluitvorming en de inzet van instrumenten.
8.5.2 Gebiedsgovernance In dit hoofdstuk benoemt de Ruimtelijke Strategie Sneek 2050 de sleutelgebieden en thema’s die het college verder uitwerkt en waarmee zij uitvoering kan geven aan de doelen en ambities van deze omgevingsvisie. Zoals de memorie van toelichting bij de Omgevingswet stelt: “Bestuursorganen kennen een grote mate van vrijheid
om beleidsdocumenten naar eigen inzicht in te richten en op elkaar af te stemmen. […] Het getuigt echter van goed bestuur als de inzet van instrumenten volgt uit een samenhangende omgevingsvisie. Het is dan ook van belang dat omgevingsvisies en programma’s actueel en op elkaar afgestemd blijven” 8. De omgevingsvisie is het richtinggevende kader. De omgevingsprogramma’s bieden het zelfbindende kader om als gemeente te sturen op prioritering, planning, capaciteit en middelen. Beide zijn in lijn met de wens van de raad om robuust te sturen en nu door te pakken.
Sneek zal zich de komende decennia verder ontwikkelen als FSN-stad en regiostad en onze kernambities, speerpunten en sleutelgebieden sluiten hierbij aan. De Ruimtelijke Strategie zal hiermee als basis dienen voor deze ontwikkeling. Het is daarom van cruciaal belang dat we deze uitgangspunten met het oog op de uitvoering voldoende borgen en bewaken.
Uitvoering
Naast deze borging (bijvoorbeeld in het omgevingsplan of andere instrumenten) vragen de verdere ontwikkelingsvraagstukken die op Sneek afkomen behoorlijke inspanningen van de gemeente. Een op de problematiek toegesneden aanpak en organisatorische lenigheid zijn daarbij belangrijke succesfactoren. Het is essentieel om het integraal gebiedsgericht werken verder in de organisatie te implementeren. Daarbij gaan we aan de slag met: • Een integrale uitvoeringsstrategie voor Sneek. 8 Kamerstuk 33 962, nr. 3, p. 120.
41
• • • • •
De gebiedsmonitor en de gebieds- en beleidscyclus. Passende capaciteit voor integrale gebiedsontwikkelingen. Periodieke evaluatie. Kwaliteitssturing en kwaliteitsinstrumentatie in het gebiedsgericht werken. Instrumenten die gebiedsontwikkeling juridisch, financieel, innovatief en procesmatig stimuleren (te denken valt hierbij aan placemaking en het opzetten en werven van fondsen).
We benoemen de programma’s op hoofdlijnen in deze strategie. Hiermee geven we richting aan hoe het college en de gebiedsregie de ambities verder kunnen brengen en voorkomen we dat we in de uitvoering losraken van de gezamenlijke strategische koers. De precieze status van uit te werken thema’s en gebieden en de plaats hiervan in een omgevingsprogramma zal nog nader worden onderzocht. We maken concrete keuzes over prioriteiten, planning en middelen en leggen hiermee de basis voor samenhang en integraliteit. We blijven hierbij openstaan voor maatwerk en een robuuste sturing met ruimte voor actualiteit.
42
Bijlage 3: Bronnenoverzicht & definities Woordenlijst bij hoofdstuk 8 (Ruimtelijke Strategie Sneek) •
• •
•
•
• • • • • • •
3-30-300 vuistregel: deze vuistregel voor een groene en gezonde leefomgeving meet drie dingen. Vanuit elke woning moeten minimaal drie bomen te zien zijn; 30% van een wijk moet in de schaduw van een boom vallen; vanuit elke woning moet op maximaal 300 meter afstand een park of andere grote groene ruimte zijn. 5 V’s: vijf v’s ten behoeve van biodiversiteit: voortplanting, veiligheid, voedsel, verbinding en variatie. Borrowed size: dit concept beschrijft de situatie waarin kleinere steden of stedelijke gebieden profiteren van stedelijke functies en/of prestatieniveaus die normaal gesproken geassocieerd worden met grotere steden. Dit wordt mogelijk gemaakt door interacties binnen netwerken van steden op meerdere ruimtelijke schalen, waardoor deze kleinere steden toegang krijgen tot de agglomeratievoordelen van nabijgelegen grotere steden (Alonso, 1973, Meijers en Burger, 2017, Alteweel, 2019). Circulaire keten: Circulaire ketens werken op meerdere niveaus (product-, netwerk-, gebiedsniveau) en brengen materiaal- en energiekringlopen tot stand via hergebruik, recycling en terugwinning, met nadruk op lokale en regionale synergie (bron: Lectoraat Building Future Cities van de Hogeschool Utrecht, 2020). Door de ruimtelijke koppeling van reststromen tussen functies binnen een gebied ontstaat lokale synergie en minder milieudruk.
Daily urban system (DUS): dit concept verwijst naar het gebied rond een stad of stedelijk netwerk waarbinnen dagelijkse pendelstromen plaatsvinden. Het is een manier om een stedelijke regio te definiëren door de gebieden te omvatten van waaruit individuen dagelijks pendelen voor werk, onderwijs of andere diensten. Dit concept benadrukt de functionele relaties tussen een stad en haar omliggende gebieden, gebaseerd op dagelijkse verplaatsingen. (Berry, 1964, Halás, & Zuskáčová, 2019). Healing environment: een omgeving die herstel, welzijn en beleving zodanig ondersteunt dat zij bevorderend werkt op genezing. Herstructureringsgebied: gebied dat wordt vernieuwd met behoud van bestaande functie. Lobbenstad met groene wiggen: de groene wiggen zijn langwerpige groene gebieden die vanuit het centrum naar buiten toe uitlopen, vaak in samenhang met aanliggende vaarten. De lobben worden gevormd door de bebouwde gebieden die liggen en zich uitbreiden tussen deze wiggen in. Radialen en ringen: de spinnenweb-achtige structuur van Sneek, met lijnen die de binnenstad verbinden met het buitengebied, en ringvormige verbindingen tussen die lijnen. STOMP: afkorting die volgorde aangeeft in verschillende verplaatsingsvormen: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, Mobiliteit op afroep (deelvervoer), Privéauto.
Verandergebied: woongebied waar veranderingen gaan plaatsvinden in de woningvoorraad, andere functies (zoals zorg en voorzieningen) en mogelijk ook de openbare ruimte. Verdichting: het verhogen van de bebouwingsdichtheid (hoeveelheid gebouwen in een gebied).
43
Bijlage 5: Kaartenatlas bij de Ruimtelijke Strategie Sneek (separaat)
44
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Inleiding 0.1 – Waarom een ruimtelijke strategie Sneek?
September 2023 Defacto Stedenbouw
7
0.2 – Proces 8
Integrale perspectieven
Dit rapport is tot stand gekomen in opdracht van Gemeente Súdwest-Fryslân Projectteam
1.1 – Vitale en duurzame regiokern 12 1.2 – Versterk blauwe DNA van Sneek 16 1.3 – De gezonde en levensloopbestendige stad 20
Cultuur- en landschapshistorie (Gemeente Súdwest-Fryslân), Supervisieteam:
- stedenbouw, ruimtelijke ordening
(Defacto Stedenbouw).
- landschap,
-
Tekst De tekst is gebaseerd op verschillende rapporten en uitkomsten van werksessies binnen de Gemeente Súdwest-Fryslân (zie bronnen aan het begin van ieder hoofdstuk). De teksten zijn geedit en aangevuld door . Kaarten en illustraties Defacto Stedenbouw (tenzij anders vermeld) De kaartbeelden mogen worden gebruikt voor publicaties/ presentaties mits de bron onder het beeld wordt vermeld (bron: Defacto stedenbouw voor de Ruimtelijke strategie Sneek 2050) Beeldrecht De auteur heeft gepoogd alle rechthebbenden van beeldmateriaal te achterhalen en te vermelden in de rapportage. Eventuele niet-genoemde rechthebbenden kunnen zich melden. Zij zullen in een volgende druk worden vermeld. Meer informatie Voor meer informatie kunt u een mail sturen naar Gemeente Súdwest-Fryslân: info@gemeentesudwestfryslan.nl of Defacto (office@d.efac.to).
2.1 – Overgang van klei naar veen 26 2.2 – Historische ontwikkelingen 28
Water - en bodem systeem 3.1 – Ondergrond 38 3.2 – Water aan- en afvoersysteem 43 3.3 – Waterkwaliteit 48 3.3 – Overstromingsrisico's 56
Groenstructuren en ecologie 4.1 – Groen en natuur rondom Sneek 62 4.2 – Hitte 68 4.3 – Stedelijke groenstructuur 71 4.3 – Waterstructuur 80
Mobiliteit, OV en langzaam verkeerroutes 5.1 – Wegennetwerk 84 5.2 – Langzaam verkeerroutes 87 5.3 – Openbaar vervoer 92
Economie en bedrijvigheid 6.1 – Economische regiofunctie 100 6.2 – Watersport en gastvrijheideconomie 103 6.3 – Bedrijventerreinen 108 6.4 – Energienetwerk en transitie 120
Wonen en voorzieningen 7.1 – Demografische veranderingen 128 7.2 – Kwetsbare groepen 128 7.3 – Wonen 130 7.3 – Voorzieningen 135
rijksoverheid geïntroduceerde concept 'water en bodem sturend' zeer bepalend voor Sneek. Dit principe is een belangrijke basis voor de ruimtelijke ordening in Nederland. Het bodem- en watersysteem staat landelijk onder druk en het is essentieel om beter rekening te houden met de eigenschappen van het bodem en watersysteem bij het maken van beslissingen over landgebruik. Verder zijn er ook belangrijke transities op het gebied van duurzaamheid die ruimte vragen, zoals de energietransitie, mobiliteit en circulariteit. Er dient hierbij ruimte gevonden te worden om te experimenteren en transities mogelijk te maken. Tenslotte zijn er ook demografische verschuivingen, zoals vergrijzing en op de lange termijn krimp, die ruimtelijke implicaties zullen hebben. De gemeente streeft ernaar deze opgaven met elkaar te verbinden en te koppelen aan de bestaande kwaliteiten van Sneek. Door te investeren in de veerkracht van Sneek als agglomeratie, het benadrukken van het 'blauwe DNA', en het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit van de stad wordt bijgedragen aan het overkoepelende doel van het bevorderen van de brede welvaart.
Aangezien deze ontwikkelingen ieder hun eigen aanspraak zullen maken op ruimte is het belangrijk om te onderzoeken wat waar prioriteit heeft en verschillende must do's te formuleren: essentiële maatregelen die de agglomeratiekracht, het blauwe DNA en de brede welvaart versterken. Dit is waar de ruimtelijke strategie uiteindelijk uitspraken over zal doen.
Omgevingsvisie In de reeds opgestelde Omgevingsvisie 1.0 is ook al vooruit gekeken en is een eerste Ideekaart voor Sneek opgenomen. Deze Ideekaart legt alvast de basis voor enkele fundamentele principes en de ruimtelijke besluitvorming. Zo wordt hierin het concept van de Groene Wiggen geïntroduceerd en het belang van gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid benadrukt. Ondanks deze fundamenten is de Ideekaart nog te algemeen om direct te worden vertaald naar het omgevingsplan. De ruimtelijke strategie wordt ingezet als een vervolgende tussenstap, die essentieel is om de algemene doelstellingen en ambities voor Sneek om te zetten in concrete beleidsregels voor het omgevingsplan.
Fig. 1.1 Topografische kaart van het gebied voor de ruimtelijke strategie Sneek 2050 (kaartbeeld: Defacto, bron data: Atlas PBL, 2017)
Opgaven en transities die op Sneek afkomen
Met de ruimtelijke strategie Sneek 2050 en de daaropvolgende uitwerking voor 7 sleutelgebieden en 7 groene wiggen wil de gemeente de samenhang tussen systeemveranderingen bevorderen en een kwalitatief kader bieden dat bestand is tegen toekomstige uitdagingen. Op deze manier krijgen we inzicht in must-do maatregelen en kunnen duidelijke randvoorwaarden worden vastgesteld voor nieuwe initiatieven en ontwikkelingen. Hierdoor kan, ondanks de dynamische aard en de verschillende projecten in de stad, ervoor worden gezorgd dat elke ontwikkeling bijdraagt aan de langetermijnvisie voor Sneek.
Net als de rest van Nederland heeft Sneek te maken met maatschappelijke veranderingen en transities die zowel uitdagingen als kansen met zich meebrengen. Dit kunnen zowel kleine veranderingen zijn die om aanpassingen vragen (veranderende demografie, verschuivingen in vraag en aanbod voorzieningen) als grotere mogelijk zeer impactvolle veranderingen (zoals bijvoorbeeld klimaatverandering en de energietransitie). Zo kan klimaatverandering bijvoorbeeld veel impact hebben; het wordt droger, heter, natter en zouter. Het klimaatadaptief inrichtten van Sneek zal dan ook ruimte vragen. Gezien de waterrijke omgeving van Sneek is het door de
6
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
7
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Kaartenatlas Deze kaartenatlas vormt de eerste stap voor de ruimtelijke visie Sneek 2050 en bouwt voort op de bestaande expertise, kennis en beschikbare gegevens van de gemeente. Bij deze aanpak hanteren we een lagenbenadering en systeemanalyse. Dit betekent dat we de stad gelaagd in beeld brengen (volgens het ordenend principe: ondergrond, infrastructuur en landgebruik) en we vervolgen kijken hoe verschillende systemen binnen de stad samen hangen. De gemaakte analyse- en systeemkaarten zijn hierbij van essentieel belang. Door diverse systemen, stromen, programma's en ruimtegebruik ruimtelijk weer te geven, maken we (soms complexe) systeemrelaties zichtbaar en wordt duidelijk waar (en wanneer in de tijd) mogelijkheden voor synergie ontstaan of aandachtspunten naar voren komen. Opbouw van de atlas We beginnen met een samenvatting waar voor drie integrale perspectieven (gebaseerd op agglomeratiekracht, het blauwe DNA van Sneek en de brede welvaart) en de hiervoor naar voren gekomen must-do's. De hoofdstukken daarna bevatten kaarten die de thematische onderbouwing vormen en conclusies en analyses per thema bevatten. Daarbij worden als verschillende thematische uitgangspunten voor de ruimtelijke strategie beschreven.
De atlas bevat systeemkaarten voor de volgende thema's: ––Cultuur- en landschapshistorie ––Water- en bodemsysteem ––Groenstructuur en ecologie ––Mobiliteit, ov en langzaam verkeersroutes ––Economie en bedrijvigheid, energie(transitie) en circulariteit ––Woontypologieën, kwetsbare groepen en voorzieningen
Fig. 1.1.2 Houtskoolschets omgevingsvisie (bron: gemeente Súdwest-Fryslân)
Deze kaartenatlas fungeert als een solide onderbouwing en vertrekpunt voor de vervolgstappen in het proces voor het opstellen van de ruimtelijke strategie. Er wordt momenteel doorgewerkt aan een conceptvisie en parallel is al gestart met een meer gedetailleerde uitwerking per deelgebied. Gedurende dit proces zullen we voortdurend input verzamelen en in gesprek gaan met experts en belanghebbenden, waarbij we inzichten en perspectieven uitwisselen.
Fig. 1.1.3 Zeven sleutelgebieden (bron: gemeente Súdwest-Fryslân)
8
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
9
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Sneek vervult een cruciale rol als regionaal kernpunt, aangezien het voorzieningen en werkgelegenheid biedt voor de gehele omgeving.
1.1 - Sneek als vitale en duurzame regiokern
De versterking van de binnenstad (verdichtten, nieuwe doelgroepen en tegengaan leegstand) en het optimaliseren van de bereikbaarheid via het openbaar vervoer zijn essentiële bouwstenen om de agglomeratiekracht van Sneek verder te versterken. Het is belangrijk een sterke verbinding met de omliggende regio te behouden, waarbij samenwerking op het gebied van diverse opgaven centraal staat. Een andere cruciale opgave is de verduurzaming van Sneek, waarbij bedrijventerreinen een centrale rol spelen. Herstructurering van deze terreinen en het stimuleren van experimenten om ruimte te bieden aan de energietransitie en circulariteit speelt een belangrijke rol. Momenteel zit het elektriciteitsnetwerk vol en een de energietransitie zal de vraag naar elektrificatie (en daarmee de druk op het netwerk) verder vergroten. Het oplossen van dit probleem vereist innovatieve benaderingen en het creëren van ruimte voor duurzame oplossingen. Sneek heeft de potentie door te groeien tot een stad waarin duurzaamheid en circulariteit de ruggengraat vormen van de lokale economie, waardoor de basis voor de toekomst wordt verstevigd. Binnenstedelijke verdichting en optimalisatie van het openbaar vervoer spelen hierbij een sleutelrol, waardoor het centrum van de stad niet alleen compacter en leefbaarder wordt, maar ook vitaler in economisch opzicht.
Het slim clusteren van voorzieningen binnen de stad draagt bij aan het anticiperen op demografische verschuivingen. De belangrijkste uitgangspunten voor het perspectief van Sneek als als vitale en duurzame regiokern , zijn onder andere het stimuleren van experimenten op het gebied van circulariteit en duurzaamheid, het creëren van ruimte voor de energietransitie, het versterken van de regionale functie door middel van goede openbaar vervoersverbindingen, anticiperen op demografische veranderingen door het slim clusteren van voorzieningen, binnenstedelijke verdichting, en de intensivering en herstructurering van bedrijventerreinen, alles met als doel het versterken van de regiofunctie van Sneek.
Fig. A.1.1 Samenvatting relevante analyse lagen voor perspectief Sneek als vitale en duurzame regiokern
12
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
13
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
1.2 -Versterk het blauwe DNA van Sneek
Sneek ontleent haar identiteit aan het omringende waterrijke landschap en haar unieke ligging op de overgang van klei naar veen. De waterwegen zijn samen met de meren een belangrijke dragen voor de gastvrijheidseconomie. Dit maakt de stad extra kwetsbaar maakt voor de impact van klimaatverandering en de opwarming van kwetsbare wateren (waar de meren onder vallen) en daarmee samenhangende verslechtering van de waterkwaliteit. Het is essentieel om een water- en bodemgerichte benadering te hanteren. Bij nieuwe ontwikkelingen en landgebruik dient men zich aan te passen aan het bodem- en watersysteem. In 2050 streven we naar aanzienlijke verbeteringen in zowel de water- als bodemkwaliteit, waarbij we voldoende ruimte creëren voor klimaatadaptatie en de waterkwaliteit verbeteren, waardoor de 'blauwe' economie toekomstbestendig is. De belangrijkste uitgangspunten in deze visie zijn het implementeren van een water- en bodemgerichte aanpak, het actief inzetten op verbetering van de waterkwaliteit, het waarborgen van voldoende waterberging, het beleefbaar maken van water, het versterken van de blauwe economie die de stad kenmerkt, het bevorderen van groene oevers en ecologie, en het creëren van een klimaatadaptieve openbare ruimte en routes.
Door deze principes te integreren in de ruimtelijke ontwikkeling van Sneek, streven we naar een toekomstbestendige stad die optimaal profiteert van zijn waterrijke omgeving.
Fig. A.1.3 Samenvatting relevante analyse lagen voor perspectief water DNA
16
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
17
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Vertrekpunten ruimtelijke strategie: Versterk water DNA van Sneek
Vertrekpunten ruimtelijke strategie: Versterk water DNA van Sneek
Bodem en water sturend
Inzetten op verbeteren waterkwaliteit Inzetten op klimaatadaptatie
Versterken blauwe economie
In het waterrijke landschap van Sneek is het principe van 'water en bodem sturend' van essentieel belang, een leidraad die de nationale regering in 2022 heeft aangenomen voor de ruimtelijke ordening in Nederland. Het bodem- en watersysteem staat landelijk onder druk, en het is cruciaal om het systeem als geheel te beschouwen bij het nemen van beslissingen over landgebruik.
Het huidige water voldoet niet aan de nationale doelstellingen voor waterkwaliteit (KRW). Ondiepe wateren in Sneek zijn bijzonder kwetsbaar voor opwarming, vervuiling en blauwalg, vooral in warme periodes. In deze stad is een goede waterkwaliteit van cruciaal belang voor zowel de watersporteconomie als de algemene woonkwaliteit.
Om de blauwe economie in Sneek te versterken, is het essentieel om in te zetten op hoogwaardige waterrecreatie en de verkenning van mogelijkheden voor recreatief openbaar vervoer over water, met name vanaf het station. Het versterken van de relaties met het water, zoals toegankelijkheid, nabijheid en zichtbaarheid, staat centraal. Het creëren van routes met minder obstakels, zoals bruggen, draagt bij aan een soepele doorstroming.
Gezien de verschillen tussen veen en klei, waarbij veen natter en slapper is dan stabiele kleigronden, is het van belang om de ontwikkeling aan te passen aan de draagkracht van de bodem. Concreet betekent dit het vernatten van veengebieden, de ontwikkeling concentreren op stabiele gronden, en streven naar een gezonde en vitale bodem.
18
Om de waterkwaliteit te verbeteren, is het van belang om wateren met elkaar te verbinden, een groenblauwe dooradering te realiseren, slim te baggeren en het uitspoelen van nutriënten in weilanden te voorkomen. Concreet betekent dit investeren in goed sloot- en oeverontwerp, verminderen van verstoring en het beperken van de water temperatuur.
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Om effectief in te spelen op klimaatadaptatie en verdroging tegen te gaan, is een herinrichting van het watersysteem essentieel. Hierbij is het nodig om water minder snel af te voeren en langer vast te houden. Voor een gezonde stad Sneek betekent dit dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling meer ruimte moet worden gereserveerd voor groen en water dan voorheen. In gebieden met potentieel voor infiltratie of sponswerking moet de ontwikkeling worden aangepast. Dit betekent minder verharding, ruimte creëren voor infiltratie, sponswerking en buffercapaciteit. Concrete maatregelen omvatten het streven naar een groen-blauwe dooradering van ten minste 10 procent, het actief stimuleren van infiltratie, het verbeteren van bodemcondities en het implementeren van waterbuffers en bergingsmogelijkheden.
De aanpak omvat diversificatie, waarbij de focus ligt op het inpassen van verblijfsaccommodaties en het implementeren van zonering voor rust en recreatie. Het meekoppelen van klimaatopgaven is een integraal onderdeel, waarbij het verbeteren van de waterkwaliteit cruciaal is.
19
Water en landschap beleefbaar maken Houd rekening met overstromingsrisico's De bijzondere ligging van Sneek in waterrijke omgeving op de grens Er zijn delen van Sneek die bij een van veen- en kleigebied is zeer overstroming met een kans van > karakteristiek en dient te worden 1:1.000 diep kunnen overstromen versterkt. Naast het behoud van de en schade en slachtoffers tot gevolg openheid van het landschap is het van kunnen hebben. Neem het risico op belang om kenmerkende elementen overstromingen mee in de afweging in het kleigebied te behouden of voor locaties voor woningbouw. te versterken, zoals hemdijken en boerderijen als groene eilanden. Ook moeten dijken en keringen In de veengebieden spelen oude regelmatig worden versterkt om grenzen van ontginningsblokken een bij toenemende waterstanden en belangrijke rol, vooral langs grotere economische ontwikkelingen dezelfde vaarwegen. veiligheid te kunnen blijven bieden. Dat is bij dijken die vrij zijn van Ook het inzetten op toegankelijke bebouwde objecten veel eenvoudiger oevers, om zo het water beter te en minder kostbaar. betrekken bij de stad, is van belang. Een succesvolle aanpak die reeds is toegepast in de binnenstad van Sneek betreft het vervangen van 1,5 km verharding langs stadgrachten door groene wandelpaden. Dit bevordert een groenere omgeving en biedt aantrekkelijke wandelmogelijkheden.
Deze benadering kan ook worden toegepast op de vaarwegen rond Sneek, wat de beleving van de stad kan verbeteren en meerwaarde kan bieden voor ruimtelijke kwaliteit en ecologie.
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
1.3 - Gezonde levensloopbestendige stad
Sneek scoort hoog op gezondheid en brede welvaart, wat een essentieel element is voor de aantrekkelijkheid van de stad. Het behouden van deze kwaliteiten staat echter onder druk door toenemende uitdagingen zoals hitte en de vergrijzende bevolking. Daarnaast blijven de mogelijkheden voor een hoogwaardige ruimtelijke inrichting en het potentieel van groene wiggen en langzaam verkeersroutes grotendeels nog onbenut. Het is belangrijk het bestaande potentieel van de groene wiggen te benutten en in te zetten op het creëren van een kwalitatief hoogwaardige, aantrekkelijke en groen-blauwe openbare ruimte. De groene wiggen zijn de hiervoor de conceptuele basis, hoewel ze nog niet overal even goed beleefbaar zijn. De openbare ruimte moet worden aangepast aan de vergrijzende bevolking en uitnodigen voor beweging, wat goede gezondheid stimuleerd. In 2050 streven we ernaar de ruimtelijke kwaliteit van Sneek aanzienlijk te verbeteren. Dit betekent dat iedereen gemakkelijke toegang moet hebben tot een groene omgeving, ontmoetingsplaatsen en sportvoorzieningen in hun directe leefomgeving. Om dit te bereiken moet worden ingezet op het vergroenen van bestaande gebieden, realiseren van de bosopgave en het behouden van groene wiggen.
Daarnaast dient de prioriteit te liggen bij het bevorderen van langzaam verkeersbewegingen, waarbij de voorkeur wordt gegeven aan langzaam verkeer (lopen en fietsen) boven openbaar vervoer, en uiteindelijk autoverkeer. De belangrijkste uitgangspunten van deze visie omvatten het versterken van groene wiggen, het inzetten op stedelijk groen, het verbeteren van langzaam verkeersroutes, het bevorderen van een autoluwe binnenstad, het creëren van een kwalitatief hoogstaande openbare ruimte, het landschappelijk inpassen van stadsranden, en het afwaarderen van sommige wegen. Door deze principes te omarmen, kan Sneek transformeren tot een stad die gezondheid bevorderd.
Fig. A.1.4 Samenvatting relevante analyse lagen voor perspectief de gezonde en levensloopbestendige stad
20
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
21
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Vertrekpunten ruimtelijke strategie: de gezonde en levensloopbestendige stad
Vertrekpunten ruimtelijke strategie: de gezonde en levensloopbestendige stad
Versterk de groen-blauwe wiggen
Ontwerp voor koelte
Aantrekkelijke fiets- en wandelroutes
De groene wiggen spelen een belangrijke rol in het creëren van nabijheid en toegang hebben tot groengebieden en het omliggende landschap, voor mens en dier. Veel (recreatieve) verbindingen lopen door de groene wiggen, maar er zijn ook nog “missing-links” in het langzaam verkeersnetwerk.
Om toenemende hitte in stedelijke gebieden aan te pakken, is het van belang om zowel in gebouwontwerp als bij gebiedsontwikkelingen hitte als een centrale uitdaging te beschouwen. Beperking van stenige verharding en de creatie van voldoende schaduwrijke en koele plekken en groene routes zijn hierbij essentieel. Verder is het cruciaal om meer groene grondbedekking en bomen in de openbare ruimte te plaatsen, wat bijdraagt aan het verminderen van hittestress.
In de groene wiggen liggen veel particuliere en semi-toegankelijke (sportvelden) terreinen met een groen karakter. Sommige van die terrein zijn afgesloten voor (niet-betalend) publiek of de inrichting ontmoedigt publieke toegankelijkheid. De groene wiggen zijn een nieuw concept en zijn bij ontwikkelingen nog niet echt meegenomen waardoor veel gebouwen met hun achterkant naar de wiggen zijn gericht. Hierdoor zijn de wiggen nog niet overal goed herkenbaar.
22
Kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte Een hoogwaardige openbare ruimte vormt de kern van een gezonde stad. Het bevorderen van beweging en ontmoeting in deze ruimte is cruciaal. Dit omvat het creëren van veilige routes, markeren van fiets- en looppaden, verbeteren van wandel- en fietspaden, inrichten van ontmoetingsplekken, zorgen voor goede fietsenstallingen en stimuleren van actief transport.
Openbare ruimten spelen een essentiële rol in het bevorderen van Met name in het stadscentrum, waar beweging, ontmoeting en participatie, veel particuliere sociale huurwoningen met positieve effecten zoals het te vinden zijn en investeringen in verminderen van overgewicht, het pandverbeteringen minder frequent verbeteren van mentale gezondheid, voorkomen, is er een tekort aan de ontwikkeling van kinderen groenvoorzieningen. Hier moet de stimuleren en eenzaamheid onder focus liggen op het vergroenen en ouderen verminderen. Voor ouderen creëren van koele plekken. Inspiratie is herkenbare, comfortabele, diverse, kan worden geput uit historische toegankelijke en veilige openbare groenambities. ruimte van groot belang. Een goed ingerichte openbare ruimte draagt zo bij aan de gezondheid en levenskwaliteit van de gehele gemeenschap.
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Om gezond gedrag te bevorderen en duurzame mobiliteit te stimuleren, is het cruciaal om te investeren in aantrekkelijke fiets- en wandelroutes. Door deze routes te koppelen aan groene wiggen en te voorzien van duidelijke bewegwijzering, kan een gezonde leefomgeving worden gecreëerd. Verkeersveilige routes voor ouderen zijn ook een belangrijk aandachtspunt. Verzamelen van gegevens over het aantal fietsers en hun herkomst en bestemming is essentieel voor een doeltreffende fietsstrategie. Kortom, een geïntegreerde aanpak, waarbij routes verbeterd worden, groene verbindingen versterkt worden, de verkeersveiligheid vergroot wordt en strategische beslissingen gebaseerd zijn op gegevens, bevordert een gezondere en duurzamere levensstijl.
23
Prioriteer langzaam verkeer boven de auto Om de gezonde stad te stimuleren en de ruimtelijk kwaliteit te verbeteren is het belangrijk dat langzaam verkeer, als wandelen en fietsen wordt geprioriteerd boven autogebruik. Dit dient natuurlijk zoveel mogelijk gefaciliteerd te worden door het mobiliteitsnetwerk anders in te richten. Op verschillende punten in de stad kunnen er wegen worden aangepast op capaciteit en snelheid en kan de vrijkomende ruimte benut worden. Door transferpunten rondom het centrum te creëren kan het centrum autoluw worden gemaakt. Er is hiervoor momenteel voldoende parkeercapaciteit beschikbaar met een loopafstand binnen 10 minuten van het centrum. Hiermee komt er potentieel ook parkeerruimte vrij binnen het centrum die kan worden benut voor bijvoorbeeld stedelijk groen of meer ruimte voor voetgangers of fietsenstallingen.
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Koester historische identiteit Zorg dat de historische identiteit wordt gekoesterd en waar mogelijk versterkt. Het gaat daarbij zowel om het architectonische erfgoed uit de Sneeker Gouden Eeuw (handelsgeest en kapitale architectuur) als de eerdere ontstaansgeschiedenis in de brons- en ijzertijd zoals de Hemdijken en de terpen. Bescherm vindplaatsen door onderzoek voorafgaand aan het ontwerpproces en pas deze vervolgens goed in de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De historische binnenstad kan een rol spelen bij het verbreden van het toerisme en er liggen kansen om bestaande cultuurhistorisch waardevolle objecten beter te ontsluiten. Ook kan er inspiratie worden gehaald uit de historische groene ambities van de 'Tuinstad Sneek'.
2.1 – Overgang van klei naar veenlandschap
Kleigebied
De gemeente Gemeente Súdwest-Fryslân kent verschillende landschapstypen. Sneek ligt op de grens van het 'kleiterpenlandschap en klei op veengebied' en het 'veenweidegebied'. In de 'Visie Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente SúdwestFryslân' en de gemeentebeschrijving van het 'Monumenten Inventarisatie Project' zijn de kenmerken en karakteristieken van deze landschappen op basis van hun ontstaansgeschiedenis beschreven. Het is belangrijk deze kenmerken herkenbaar te houden of zelfs te versterken in toekomstige ontwikkelingen.
Het kleigebied is een open en grootschalig landschap met structurerende elementen als dijken, terpen, paden, eendenkooien en vaarten. Het grondgebruik bestaat voor het overgrote deel uit grasland. Boerderijen en gehuchten liggen omlijst met beplanting als punten in het weidse landschap. In het open kleiterpengebied is een hoge dichtheid aan terpen en terpdorpen en vaak verhoogde boerderijerven te vinden. De kleinste terpdorpen bestaan uit een terp met een kerk (of toren of klokkenstoel), omringd door verspreid liggende boerderijen. Grotere terpdorpen hebben een duidelijke komontwikkeling met de kerk op een centrale positie. Het groene silhouet, de doorkijkjes naar het landschap, de open veldjes en het reliëf geven de terpdorpen hun kenmerkende groene en open structuur. De kerktorens steken boven het groen uit en maken het dorp herkenbaar. De hemmen en de hemdijken zijn zeer kenmerkend voor dit gebied. Deze vormen een krans rondom de voormalige Middelzee. De hemdijken onder Bolsward en Sneek zijn bijzonderheden in dit totale dijkensysteem. De hemdijken liggen nog goeddeels in het landschap, zo niet als verhoogd dijklichaam, dan wel als tracé herkenbaar. Deze aaneenschakeling van 12e eeuwse hemdijken bezit meestal nog het oude profiel en dijkshoogte. De hempolders worden gekenmerkt door een blok- strookverkaveling.
Deze verkaveling vormt een geleidelijke overgang naar de opstrekkende verkaveling van de veengebieden. Veengebied Het veengebied wordt gekenmerkt door een grootschalige openheid en weidsheid. Binnen deze weidsheid liggen puntvormige of lineaire verdichtingen zoals dorpen, gehuchten en boerderijen met erfbeplanting. De belangrijkste dorpsstructuren van het veengebied zijn vaart-, weg- en kruisdorpen. Het laagveengebied was agrarisch eeuwenlang een tamelijk armoedige regio, vergeleken met de noordelijke kleistreken. Deze kleinschaligheid van gehuchten en dorpjes binnen het grootschalige landschap is karakteristiek voor dit gebied. Het grondgebruik bestaat voor het grootste deel uit grasland, met afwisselend water en natuur van uiteenlopende omvang. De randen van de meren en vaarten worden omzoomd door brede rietkragen. De veenstroompjes vormden de oorsprong van de verschillende verkavelingsblokken waar vanuit de veengronden zijn ontgonnen in een opstrekkende verkaveling. Deze is qua oriëntatie veelal nog goed intact, maar qua slootdichtheid sterk verschraald. In het veengebied zijn de meren zeer kenmerkend. Ze zijn bijna allemaal ontstaan in de Middeleeuwen als gevolg van de ontginning van het veengebied door de mens en klimaatverandering. Kenmerkend zijn de zogenaamde bûtlannen die vóór de boezem omgeven door een lage kade. ’s Winters loopt een deel van deze bûtlannen onder.
Vroeger als extra ruimte voor de boezem, nu ook vanwege natuurbeheer.
Fig. 1.1 Kaart landschapskarakteristiek (kaartbeeld: Strootman landschapsarchitecten, Visie Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente Súdwest-Fryslân, 2013)
26
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
27
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Monumentale (verwachtings-)waarde Naast de rijks- en gemeentemonumenten in Sneek is er een verwachtingswaardekaart. Deze bestaat uit twee advieskaarten: Eén voor de periode steentijd - bronstijd (300.000 - 800 v Chr.) met vooral veel gegevens van vuursteenvindplaatsen. En één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr .- 1500 n Chr.) waarin monumenten in de Binnenstad en een aantal terpen of terpzolen zijn opgenomen. Dit onderscheid is gemaakt omdat de adviezen voor mogelijke vindplaatsen uit de steentijd vaak verschillen van die voor mogelijke jongere vindplaatsen. De adviezen die voor archeologisch onderzoek voorafgaand aan een mogelijke nieuwe ontwikkeling zijn in deze kaarten weergegeven en variëren van ‘streven naar behoud' tot ‘geen nader onderzoek nodig'.
Fig. 1.5 Archeologische kaart (FAMKE), IJzertijdmiddeleeuwen. (Kaart: Defacto ;Bron data: Provincie Fryslân)
Fig. B.1.6 Archeologische kaart (FAMKE), Steentijd-bronstijd. (Kaart: Defacto ;Bron data: Provincie Fryslân)
De eerste terpen werden vanaf 500 v. Chr. opgeworpen. Met de komst van de eerste dijken zo rond 1000 stopte dit. Aan het begin van de 20e eeuw werden veel terpen (gedeeltelijk) afgegraven of verzonken geraakt in het oude veenlandschap rondom Sneek. Deze terpen zijn overdekt geraakt met kleiafzettingen, waaronder deze goed bewaard zijn gebleven. In de terpen ligt archeologisch waardevol materiaal dat veel kan vertellen over de oude bewoning en waterstaatskundige geschiedenis van dit gebied.
Fig. 1.7 Voorbeeld verwachtingswaardekaart archeologisch onderzoek (met meer detail) zoals gemaakt voor Harnixmaland (bron: bestemmingsplan Harinxmaland, 2006)..
Fig. 1.4 Monumentenkaart (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en verwachtingswaarde. (kaart; Defacto, bron data: Rijksdienst Cultureel Erfgoed 2008, Provincie fryslân). 30
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
31
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Bouwstenen: thema landschappelijke kwaliteiten en karakteristieken Behouden en versterken openheid landschap
Hou dorpen rond de stad vrij liggend en onderscheidend
In het klei en veengebied is de opgave om de grote open ruimte te versterken. In het kleigebied is het belangrijk om de vrije ruimte rond de terpen te bewaren.
In de kaart met de leeftijd van de bebouwing (FIG 1.3) is te zien dat Sneek en de dorpen daar omheen steeds dichter naar elkaar toe groeien (met name Oppenhuizen, en Ysbrechtum. IJlst, Scharnegoutum, Offingawier, Loënga en Folsgare kennen ook nog maar een kleine buffer tot aan de stad).
In het veengebied gaat het echter om het benadrukken van de lange lijnen in het landschap. De randen van de grote meren moeten meer open worden gemaakt en de verkavelingspatronen beter zichtbaar gemaakt. i
32
De afwisseling van steden en dorpen met ieder een eigen sfeer is een belangrijke kwaliteit als het gaat om de authenticiteit, de belevingswaarde van het landschap. Zorg dat de stad en de dorpen daarom heen vrij liggend blijven en besteed extra aandacht aan de stads- en dorpsranden
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Bouwstenen: thema historische identiteit Overgang klei en veen beleefbaar Naast de openheid van het landschap moeten in het kleigebied een aantal specifieke kenmerken in de verschillende typen landschap herkenbaar blijven of worden versterkt, zoals in het kleigebied: de hemdijken, de terpen en de boerderijen als groene eilanden De veengebieden kenmerken zich door een opstrekkende verkaveling. Belangrijke elementen in dit landschap zijn de oude grenzen van de ontginningsblokken. Waar ze onderdeel uitmaken van grotere vaarwegen, is hun voortbestaan meestal gewaarborgd. Maar omdat de ontginningsgrenzen vaak niet makkelijk zijn waar te nemen in het veld, dreigt het gevaar dat er bij nieuwe ontwikkelingen geen rekening wordt gehouden met deze voor het landschap belangrijke lijnen
Houd en maak historische relicten zichtbaar
Haal inspiratie uit historische groene ambities
Zorg dat de historische identiteit wordt gekoesterd en waar mogelijk versterkt. Het gaat daarbij zowel om het architectonische erfgoed uit de Sneeker Gouden Eeuw (handelsgeest en kapitale architectuur) als de eerdere ontstaansgeschiedenis in de brons- en ijzertijd zoals de Hemdijken en de terpen.
Al in 1925 werd door stadsarchitect Jan de Kok een stedenbouwkundig uitbreidingsplan gemaakt voor de ' ' ''tuinstad Sneek”. Dit was de eerste generatie planvorming voor de ‘gezonde stad’.
De historische binnenstad kan een rol spelen bij het verbreden van het toerisme en er liggen kansen om bestaande cultuurhistorisch waardevolle objecten beter te ontsluiten. De hemdijken hebben een karakteristiek historisch profiel dat laag en smal is, en ze vormen samen een landschappelijke eenheid. Het behoud van aanwezige beplanting moet als maatwerk worden benaderd. Als aanpassingen aan de dijk nodig zijn, moeten de kenmerken van de dijkbiotoop worden gerespecteerd, en het cultuurhistorische profiel moet worden behouden. Het is van belang om de directe omgeving van de dijk vrij te houden.
33
Van dit plan is uiteindelijk niet alles gerealiseerd, maar benut de historische groene ambities als inspiratie dienen voor de huidige ontwikkelingen en visievorming. De plantsoenen, bestaande parken en de bolwerken bieden een mooie basis. Op de foto's hiernaast is te zien dat ook de historische binnenstad ooit veel meer groen kenden: dit is een mooie inspiratie voor het terugbrengen van bomen en meer natuurlijke oevers.
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Houd tijdgeest afleesbaar Bescherm vindplaatsen door bodem onderzoek voorafgaand aan het ontwerpproces en pas de vindplaatsen vervolgens goed in binnen de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld door ruimte open te houden (bodem niet te verstoren), aangepast te ontwikkelen of juist volledig onderzoek te doen.
Fig. 1.8 Kleizand 1900-1910 (bron: fotos.serc.nl)
Fig. 1.13 Westersingel 1920-1930 (bron: fotos.serc.nl)
Fig. 1.9 Grootzand (bron: haakmeester.com)
Fig. 1.12 De kolk 1910-1920 (bron: fotos.serc.nl)
Fig. 1.10 Waterpoort 1902 (bron: fotos.serc.nl)
Fig. 1.11 De kolk 1920-1930 (bron: fotos.serc.nl)
34
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
35
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
3.1 – Ondergrond
Veengronden: maaivelddaling en uitstoot door veenoxidatie
De gemeente Sneek ligt in het overgangsgebied tussen de klei-afzettingen van de Middelzee en de laagveengebieden in zuidoost Fryslân. In de gemeentebeschrijving van het 'Monumenten Inventarisatie Project' staat de volgende beschrijving: Op diepten van 3-8 meter ligt overal dekzand, de bovenkant van het pleistoceen. Het daarop ontstane veen werd in het (uiterste) noorden van de gemeente bij overstromingen weggeslagen en vervangen door klei. Dit kleidek ligt ook over het veen en varieert in dikte van enkele meters in het noordwesten tot enkele decimeters in het zuidoosten.
Zoals beschreven in Veenweideprogramma 2021-2030 van de Provincie Fryslân & Wetterskip Fryslân: In het Friese veenweidegebied daalt momenteel de bodem. De hoofdoorzaak is de ontwatering van het veen, waardoor er zuurstof bij komt en het veen langzaam afbreekt (oxideert). Daarbij komen broeikasgassen vrij: Het aandeel van het Friese veenweidegebied in de landelijke uitstoot van CO2 uit veen is ca. 40%. Met het zakken van het maaiveld komt het grondwater dichter bij het oppervlak te staan; hierdoor neemt de geschiktheid van de grond voor de landbouw vaak af (de bodem wordt door de hogere grondwaterstand slapper). Er wordt nu vaak nog gekozen waterstand mee te verlagen met de maaivelddaling: hierdoor wordt de bodemdaling en veenoxidatie doorgezet. Door deze maaivelddaling kunnen woningen, wegen en riolering verzakken (wat extra kosten voor beheer en onderhoud met zich meebrengt). Natuurgebieden en boezems komen steeds hoger te liggen ten opzichte van omliggend agrarisch gebied. Hierdoor kan uit natuurgebieden water kan wegsijpelen (verdroging). Langs de boezem zijn steeds sterkere dijken nodig.
Als we op systeemniveau naar Fryslân kijken zien we dat door de dalende bodem en waterstanden, de tegendruk tegen (zout) grondwater af waardoor de hoeveelheid zoute kwel in toeneemt: Sneek zelf kent weinig risico op zoute kwel, maar de doorspoelvraag kan door verzilting noordwaarts flink toenemen. Bovendien kan het diepere gedeelte dat ontstaat in het veenweidegebied ervoor zorgen dat het grondwater uit de zandgronden nog sterker wordt aangetrokken naar het lagere centrale deel van Fryslân. Op de zandgronden daalt daardoor de grondwaterstand. Dit effect wordt nog versterkt door de steeds drogere zomers en de toenemende watervraag. Een van de mogelijke oplossingsrichtingen is het stoppen met het mee laten dalen van het waterpeil, en het vernatten van de veengebieden om de veenoxidatie te stoppen.
Fig. 1.1 Bodemkaart veen- en kleigronden. (bron: WUR, bewerking PBL). Fig. 1.2 Bodemkaart veengronden. (kaart: Defacto: bron data: WUR, 2015 en veenweidevisie, 2015)
38
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
39
Fig. C.1.3 Bodemdaling 2020-2100 klimaatscenario hoog. (kaart: Defacto, bron data: Deltares, WEnR & TNO, 2021)
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Bodemkwaliteit en ondergrondverdichting
Als het peil van de Friese boezem niet wordt aangepast aan het dalende maaiveld betekent dit dat de Friese boezem steeds verder boven het maaiveld komt te liggen. Als al het veen verdwenen is komt het boezempeil op veel plaatsen meer dan 2 m hoger dan het omliggende maaiveld te liggen. Door de hoge ligging van de boezem ten opzichte van het maaiveld zijn steeds bredere en sterkere waterkeringen nodig. Dit geldt niet alleen voor de kanalen, maar ook voor de Friese meren
Gezonde bodems hebben een regulatiefunctie die zorgt voor waterfiltratie en het beheersen van verontreinigingen. Als bodems zwaar worden belast (bijvoorbeeld door zware landbouwvoertuigen) kan er ondergrondverdichting optreden onder de ploeg laag. De bodem wordt samengedrukt en verliest haar structuur en poriën waardoor deze minder water- en wortel doorlatend wordt. Dit vermindert de bodemkwaliteit, waterdoorlatendheid, wortelgroei en bodemleven. Dit kan leiden tot problemen zoals wateroverlast, uitspoeling van meststoffen en lagere opbrengsten van oogsten met slechtere kwaliteit gewassen.
Bouwen op slappe bodems Slappe veen en klei bodems worden samengedrukt bij belasting (zoals het gewicht van gebouwen en wegen). Dit wordt veroorzaakt door consolidatie (grondwater wordt uit de bodem gedrukt, dit wordt vóór de bouw van een gebouw opgevangen met voorbelasting) en kruip (restzetting die decennia kan doorgaan). Restzetting kan leiden tot hoge kosten voor beheer en onderhoud en bodemdaling leidt tot schade en hogere beheerkosten van infrastructuur, dijken, bebouwing, openbare ruimte, leidingen en tuinen. Daarnaast kan de bodem opbarsten.
Fig. C.1.5 Risico ondergrondverdichting. (kaart: Defacto bron data: WUR, 2017)
Fig. C.1.4 Kaart zettingsgevoelige gebieden met bodemdaling door ophoging met 1 meter zand (in een periode van 30 jaar).Er bestaan nog geen kaarten met de verwachte restzetting bij belasting. Deze moet met lokaal bodemonderzoek worden bepaald (kaart: Defacto, bron data: Deltares, 2021).
40
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
41
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
3.2– Water aan- en afvoersysteem
Bouwstenen: thema water- en bodem sturend Vernatten veenweide gebied Er wordt gestreefd naar een grondwaterstand van gemiddeld 40 cm onder maaiveld in de gebieden met een veenpakket dikker dan 80 cm en een kleidek dunner dan 40 cm. Deze grondwaterstand is een streefpeil. In 2022 werd een besluit genomen of de veengebieden met een veenpakket dunner dan 80 centimeter (inclusief de moerige gronden) en de veengebieden met een dik kleidek (dikker dan 40 cm) ook een bijdrage moeten leveren aan de taakstelling die is afgesproken in het klimaatakkoord. De jaarlijkse CO2 reductie die met dit peilbeheer bereikt kan worden is op grond van de huidige kennis berekend op minimaal 0,25 Mton ton CO2. Het vernatten van de veengebieden resulteert er in dat de veengebieden extensiever moeten worden beheerd; dit vraagt om een goede afstemming op de veenweide doelstellingen. Er liggen kansen voor een nieuwe transformatiezone van Sneek tot Leeuwarden. Het vernatten van veengebieden kan de bodemdaling remmen, maar is ook een aandachtspunt voor bestaande bebouwing (is deze waterbestendig?), leidingen en tunnels (gaan deze niet opdrijven?)
Zorg voor een gezonde en vitale bodem Het is van belang te streven naar een vitale bodem (met goede fysische, chemische en biologische eigenschappen). Zet in op duurzaam gebruik, herstel, monitoring en het tegengaan van verontreiniging of vermesting. Goede bodemcondities voor het opnemen en vasthouden van water houden in dat er een goede bodemdoorlatendheid is zodat water kan worden opgenomen en vast gehouden. De bergingscapaciteit van de bodem is in de veengebieden overigens beperkt doordat de drooglegging (ruimte tussen het maaiveld en grondwater) beperkt is. Een minder intensieve bewerking van de bodem zorgt voor verbetering van de bodemkwaliteit. Doordat de structuur van de bodem niet wordt verstoord neemt het bodemleven toe, waardoor er meer poriën ontstaan en de bodem meer water kan opnemen en vasthouden.
Ontwikkel op de meest stabiele grond
Hoogteligging
Ontwikkelen op de beste gronden en levensloop bestendig ontwikkelen qua draagkracht, hoogteligging, stabiliteit.
De bodem ligt tussen 0 en -1 m ten opzichte van het N.A.P. Uitzonderingen daarop vormen de oude ophogingen (terpen) en de meer recente opspuitingen voor de naoorlogse woonwijken. In deze hoogteligging is het onderscheid tussen de hoger gelegen kleigronden en lager gelegen veengronden goed zichtbaar. De hoogteligging is ook van invloed op de natuurlijke afwateringsrichting en het overstromingsrisico
Het ontwikkelen op zeer zettingsgevoelige gebieden kent een risico op afwenteling (via kosten voor beheer en onderhoud of benodigde peilindexaties). Locatie afwegingen en ontwikkelingen in gebieden met zetting bij ophoging, vragen dan ook om goed onderzoek, maatregelen en afstemming om afwenteling (beheer en onderhoudskosten of peilindexaties) te voorkomen.
Door de bodem minder te belasten (bereiden) en groenbemesters zoals wortelresten toe te voegen kan de structuur van de bodem verbeteren.
Fig. 1.6 Hoogtekaart (bron data: AHN)
42
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
43
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Oppervlaktewatersysteem
Waterafvoersysteem
Het hoofdwatersysteem stroomt op onder vrij verval vanuit de kleigebieden naar de lager gelegen veengebieden. Bij het passeren van Sneek is het grondpeil hoger. Opvallend zijn de grote verschillen tussen peilvakken tussen een aantal groene wiggen en het landschap, waar ze aan raken. Maar ook tussen de stad en het veengebied (bijv. bij de Hemmen). Om de watervoorziening te waarborgen en de bevaarbaarheid en waterkwaliteit te behouden, worden gemalen gebruikt om het water naar de hogere punten in de stad te brengen, waarna het water door de zwaartekracht naar buiten wordt gespoeld. Op veengronden vertoont de waterstand meer seizoen fluctuaties (zie kaart peilgebieden).
Regenwater kan slechts gedeeltelijk worden vastgehouden of infiltreren in de bodem. Zeker in gebieden met hoge ondergrondverdichting (doordat landbouwvoertuigen de grond samendrukken), hoge grondwaterstanden (weinig ruimte voor infiltratie en wateropvang in sloten) of veel verharding (zoals in stedelijk gebied) stroomt er veel water af. Er wordt in stedelijk gebied dan ook gebruik gemaakt van infrastructuur (riolering) om de afvoer van extra water te ondersteunen Door het vernatten van veengebieden zal de waterbergingscapaciteit in de sloten afnemen (mogen de kavels onderlopen dan neemt de waterbergingscapaciteit juist toe).
Fig. 1.8 Water aan- en afvoersysteem
Door klimaatverandering zal de hoeveelheid regenwater in de toekomst toenemen. Binnen Sneek zijn er verschillende locaties in de bebouwde omgeving die extreme buien nu en in de toekomst niet goed kunnen verwerken, waardoor de kans op wateroverlast (water op straat) toeneemt. Er is dan ook behoefte aan extra bergingscapaciteit, zowel in de stad als langs de boezem. Extra opslagcapaciteit vindt bijna volledig buiten de Stadsrondweg plaats. Locaties zijn onder andere Duinterpen, Harinxmaland, Het Wijd, rond de Oude Rijn. Fig. 1.7 Kaart peilvakken (hoe blauwer hoe lager waterniveau) (kaart: Defacto, bron data: Wetterskip Fryslan)
44
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
45
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Fig. C.1.10 Kwel en infiltratie - huidig (kaart: Defacto, bron data: Deltares, op basis van het Nationaal water model, 2016
Grondwaterbeschermingsgebied Het is belangrijk dat er in drinkwaterwinnings- en beschermingsgebieden en KRW grondwatergebieden geen doorboringen plaatsvinden van de diepere kleilagen die het daaronder gelegen grondwater beschermen tegen verontreinigingen. In de toekomst worden zoekgebieden voor drinkwaterwinning uitgebreid. Fig. 1.9 Extreme neerslag in het landelijk gebied neerslag 120mm in 48 uur, De kaart laat zien hoe hoog het water op het land kan komen te staan bij extreme, langdurige buien. ( kaart: Defacto, bron data: Friese Klimaatatlas - Wetterskip Fryslân, Evaluatie Veiligheidsplan II, 2018).
Kwel en infiltratie Regenwater dat infiltreert in hoger gelegen gebieden, kan in laag gelegen gebieden uittreden als kwelwater. Dit gebeurt vooral in dieper gelegen veengebieden (en wordt dus versterkt door bodemdaling). Eén van de manieren om regenwater beter te benutten, is het te laten infiltreren in de bodem. Dit kan in gebieden met voldoende drooglegging. Om infiltratie te stimuleren in en om de stad kan ook worden ingezet op bodemverbetering, het beperken van verharding en het afkoppelen van regenwater van de riolering. Door regenwater op te vangen in gebieden waar het water de tijd heeft te infiltreren of tijdelijk kan worden geborgen (waterlichamen, weilanden, groene parken, groene wiggen) neemt de druk op het waterafvoersysteem af en kan een buffer worden gecreëerd.
46
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
Fig. C.1.11 Grondwaterbescherming (kaart: Defacto, bron data RIVM, 2022, RWS,2008):
47
Atlas ruimtelijke systemen en opgaven Sneek 2050
De wateraanvoer in Sneek is vooral nodig om het oppervlaktewater op peil te houden en om nutriëntrijk water door te spoelen. Fryslân wordt van water voorzien via het IJsselmeer. De druk op het IJsselmeer neemt onder invloed van klimaatverandering toe, door de langere droge perioden en toenemende verzilting door zeespiegelstijging. Daarnaast neemt de watervraag steeds verder toe en zal het vernatten van veengebieden een grote extra watervraag met zich meebrengen. Het handhaven van een goede waterkwaliteit zorgt ervoor dat zelfs tijdens droge periodes en beperkte doorspoeling het water van hoogwaardige kwaliteit blijft
Fig. C.1.13 Ecologische waterkwaliteit, de zwarte stippellijn laat de verharde oevers zien. Bron data: Informatiehuis Water (kaart: Defacto, bron data: IHW, waterschappen, RWS, 2021)
Fig. C.1.12 Verzilting (waterbeschikbaarheid onder druk) (kaart: Defacto, bron data: Wetterskip Fryslân)
3.3 – Waterkwaliteit De ecologische waterkwaliteit is momenteel in grote delen van Nederland onvoldoende door verontreinigingen die onder andere worden veroorzaakt door de uitspoeling van nutriënten uit landbouwgronden en overstorten van rioleringen. Het programma Kaderrichtlijn water (KRW) heeft als doelstelling de waterkwaliteit in 2027 op orde te hebben, maar het lijkt er op dat deze doelstellingen niet gehaald zullen worden. Er loopt binnen Sneek momenteel een studie naar de kwaliteit van waterpartijen (waaronder het water in de groene wiggen (zie C1.2) deze wordt later beschikbaar en zal duiding kunnen geven aan de verdere uitwerking van de ruimtelijke visie.