Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Zoutepoel te Sneek
Tekst van het document
Deze is opgenomen als bijlage 9 en hieruit blijkt dat - met inachtneming van de mitigerende maatregelen - het project niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Conclusie Deze ontwikkeling is m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Op basis van de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is.
32/306
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inloop-/informatiebijeenkomst Voorafgaand aan de formele procedure voor de omgevingsvergunning heeft op 12 januari 2023 een inloop-/informatiebijeenkomst plaatsgevonden waarin bewoners en omwonenden zijn geïnformeerd over het project. Vooroverleg Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is de ontwikkeling voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. In dit traject zijn door Provincie Fryslân en Brandweer Fryslân reacties ingediend, die zijn opgenomen in bijlage 11. De reacties zijn hierna samengevat en beantwoord. Provincie Fryslân: Ten aanzien van archeologe is de provincie van mening dat een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Reactie: Dit onderzoek is inmiddels uitgevoerd en verwerkt in de ruimtelijke onderbouwing. Zie hiervoor paragraaf 4.2 en bijlage 3. De provincie neemt er nota van dat er nader ecologisch onderzoek nodig is. De resultaten en eventuele maatregelen kunnen in het ontwerp worden benoemd en indien aan de orde als voorschrift in de vergunning worden opgenomen. Reactie: Het nader ecologisch onderzoek is alleen van toepassing op de bedrijfswoning en de locatie voor het toekomstige parkeerterrein. Voor de locatie waar het appartementengebouw komt, is dit niet van belang. Het nader ecologisch onderzoek is uitgezet en wordt in het najaar van 2023 verwacht.
Op basis daarvan kan (nadat eventueel maatregelen worden genomen) de bedrijfswoning worden gesloopt. De (voorbereidende werkzaamheden voor de) bouw van het appartementengebouw hoeft hier echter niet op te wachten. Dit kan zoals de provincie stelt als voorschrift in de vergunning worden opgenomen. De provincie geeft aan dat er een stikstofberekening moet worden gemaakt met de nieuwste versie van de calculator en verzoekt de nieuwe berekening voor te leggen aan een stikstofvergunningverlener. Reactie: De stikstofberekening is inmiddels uitgevoerd op basis van de nieuwste AERIUS-calculator en verwerkt in de ruimtelijke onderbouwing. Zie hiervoor paragraaf 4.4 en bijlage 4. Het nieuwe gebouw wordt ruim buiten de van toepassing zijnde beheerzone van de provinciale vaarweg gemaakt, maar er ligt nabij het nieuw te bouwen appartementencomplex een vaarweg van de provincie met aan
33/306
weerszijden een beheerzone van 5 meter breed waarop de vaarwegenverordening van toepassing is. De provincie adviseert dit in de ruimtelijke onderbouwing te noemen. Reactie: In de ruimtelijke onderbouwing is een paragraaf over de vaarwegenverordening opgenomen. Zie hiervoor paragraaf 3.2.3. De locatie ligt op circa 0,10 m + NAP. Met het oog op hoge boezemstanden is het aan te raden om de locatie op te hogen tot circa 0,4 m + NAP. Reactie: Deze reactie is voor de gehele omgeving een projectoverstijgende constatering. Wel wordt het gebouw 0,3 meter hoger geplaatst geplaatst door ophoging met uit het projectgebied zelf afkomstige grond. De provincie vraag om in het ontwerp rekening te houden met natuurinclusief bouwen. Reactie: Het ontwerp is tot stand gekomen in een zorgvuldig proces en kan in dit stadium niet meer gewijzigd worden om meer natuurinclusief bouwen dan nu het geval is. Brandweer Fryslân: Brandweer Fryslân adviseert om bij werkzaamheden in de doodlopende weg te borgen dat achterliggende percelen bereikbaar blijven, en om in het ontwerp te borgen dat een brandweervoertuig tot op 10 meter van de ingangen van het appartementencomplex kan opstellen. Reactie: Bij de uitvoering van de werkzaamheden zullen de achterliggende percelen zo veel mogelijk bereikbaar blijven. Op het bijbehorende parkeerterrein kan een brandweervoertuig zich binnen 10 meter van de ingang opstellen.
Zie hiervoor de inrichtingstekening in paragraaf 2.2. Procedure De ontwerp-omgevingsvergunning met bijbehorende stukken wordt daarna gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Een ieder wordt op deze wijze in de gelegenheid gesteld om bedenkingen tegen het initiatief kenbaar te maken. Eventuele zienswijzen worden door de gemeente beantwoord en meegewogen in de besluitvorming omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning. Tegen dit besluit bestaat de mogelijkheid voor beroep en hoger beroep. De voorgenoemde procedure toont de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project aan.
34/306
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Voorliggend plan betreft een particulier initiatief. De voor dit plan en de ruimtelijke procedure te maken kosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Met initiatiefnemer worden hier afspraken over gemaakt en tussen de gemeente en initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten zijn anderszins verzekerd.
35/306
Hoofdstuk 6 6.1
Conclusie
Aanleiding
Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee een appartementengebouw wordt vergund in afwijking van het bestemmingsplan.
6.2
Afweging
De afwijking van het bestemmingsplan betreft de bouw van het appartementengebouw met bijbehorende gronden in de bestemmingen 'Bedrijf - Jachtverhuur', 'Groen'. 'Tuin' en 'Wonen' waarvoor een bouwvlak ontbreekt en waarvoor de bouwhoogte niet toereikend is. De ontwikkeling is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten op alle niveaus en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving.
6.3
Conclusie
Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
36/306
Bijlagen
37/306
38/306
Bijlage 1
39/306
Terreininrichting
rijbanen: keperverband met bischopsmutsen en streklaag
rijbanen in betonklinker donkergijs
MIVA parkeren
inritband bij entree
trottoirs van betontegels
Meidoorn (crataegus monogyna)
parkeren op graskeien/ graskamersteen
Meidoorn (crataegus monogyna)
Meidoorn (crataegus)
Sleedoorn (prunus spinosa)
inheems wilde planten & zadenmengsel
totale terrein, ca. 6980,00 m² bebouwde/ verharde deel gebrouw en terrassen beganegrond 1172,00 rijbaan 457,80 mivaplekken 39,20 bestravP v e 40,40 bestravP }v]v / .v 32,50 bestravP .v N-zijde 2,25 totaal 1744,15
m² m² m² m² m² m² m²
ca.
Ou dva art
25%
W ontwerp inrichting gemeentelijk terrein met openbaar karakter confrom uitgangspunten beeldkwaliteitsplan n.t.b.
Z O hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
ter onderstuning van de biosdiversiteit dit deel in te zaaien met een inheems wilde planten & zadenmengsel van de Cruydt Hoeck
ca. 10m
ter onderstuning van de biosdiversiteit dit deel in te zaaien met een inheems wilde planten & zadenmengsel van de Cruydt Hoeck
1
vuil water riool aansluiten op gemeentelijk stelsel
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
14
13
15
16
17
18
opstelplaats blusvoertuig maximaal 10m vanaf de gebouwtoegang
10 x 4,5m totaalgewicht 30t asbelasting van 11,5t
inspectieput
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
regenwater lozen op oppervlaktewater (uitvoering en aantal uitlopen in overleg met de gemeente SWF)
inspectieput
31
32
33
34
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
64
inheems wilde planten & zadenmengsel
63
inheems wilde planten & zadenmengsel
37
36
60
ter onderstuning van de biosdiversiteit dit deel in te zaaien met een inheems wilde planten & zadenmengsel van de Cruydt Hoeck
46
47
48
49
rijbaan: betonklinkers
parkeren: graskeien
parkeren: graskeien
rijbaan: betonklinkers
parkeren: graskeien
62
parkeren: graskeien
61
35
40
39
38
42
41
45
44
43
50
51
52
53
54
55
56
57
58
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
schematische doorsnede
59
32 appartementen Zoutepoel Sneek Locatie Zoutepoel Sneek Projectnummer
21520
Fase
tekenwerk tbv omgevings vergunning
Wijzigingen Gewijzigd A: 21-12-2022
Gewijzigd E: ...
Betreft
Gewijzigd B: 24-03-2023
Gewijzigd F: ...
situatie terreininrichting
Gewijzigd C: 26-04-2023
Gewijzigd G: ...
Gewijzigd D: ...
Gewijzigd H: ...
A. Businesspark
Tekeningnummer
Schaal
B-04a
1:200
T.
Datum
Formaat tekening
E. info@studioos.nl
Friesland-West 41,
5 december 2022
A1 841x594mm
W. www.studioos.nl
8447 SL Heerenveen
0513 625 015
Bijlage 2
41/306
Beeldkwaliteitsplan
ZOUTEPOEL SNEEK CONCEPT BEELDKWALITEITSPLAN MEI 2023 OPDRACHTGEVER: ZOUTEPOEL EXPLOITATIE BV. PROJECT NR. 20221029
INLEIDING Op het voormalige terrein van Zijda Yachting komt mogelijkheid voor woningbouw vrij. Zijda Yachting ligt centraal in een waterrijk woongebied in het bestemmingsplan Eiland, De Domp met als bestemming: bedrijf. Zijda Yachting is uit haar jasje gegroeid en vertrekt naar elders. ’S Zomers is de vloot verhuurd en het parkeerterrein overvol, zowel op verhard terrein als ook op de gemeentelijke groenstrook. ’S Winters is de kade langs de Snitser Âldfeart minimaal twee lagen dik belegd met boten en het parkeerterrein annex groenstrook zo goed als leeg. Met het vertrek van Zijda ontstaat hier een unieke mogelijkheid om locatie te herbestemmen naar wonen. Dit beeldkwaliteitsplan is opgesteld om de beoogde ruimtelijke kwaliteit vast te leggen. Dit beeldkwaliteitsplan is een inspiratiedocument voor de architect en toetsinstrument voor de welstandcommissie. Met als uiteindelijke doel de woningbouw te realiseren. Alsmede het vastleggen van ruimtelijke kwaliteit voor de inrichting van het plangebied en de vormgeving van de bouwwerken. Het geeft hiervoor richting gevende principes waaraan de inrichting en de vormgeving aan moet voldoen. Deze principes zorgen voor een bepaalde mate van samenhang tussen de bebouwing onderling en de directe omgeving.
INHOUD ANALYSE
6
BEELDKWALITEIT GEBOUW
11
TERREININRICHTING
18
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
3 | 22
Beleidskader Zoutepoel valt binnen de structuur van groene wiggen zoals vastgelegd in de omgevingsvisie: “De groene wiggen vormen de groene contramal van de stad en een transitiezone tussen stad en land. Deze moeten behouden worden. In de wiggen kunnen opgaven samenkomen: klimaat, energie, natuur, (stads)landbouw, ruimte voor ommetjes en bijvoorbeeld sport, mits ze de groene kwaliteit versterken. Benader deze opgaven in samenhang vanuit een integrale visie op de gehele stad.” Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie voor de locatie Zoutepoel zijn: • Een gezonde stad Sneek vraagt bij iedere ruimtelijke ontwikkeling om meer ruimte voor groen en water en om een goede beleving ervan. • Versterk de groene wiggen in en vanuit Sneek. Maak hierbij gebruik van bestaande waterlopen en groenstructuren. • In het algemeen: koester bestaande groene gebieden en -structuren voor de biodiversiteit, klimaat-adaptatie en gezondheid. • Aandacht voor mogelijkheden voor een verdere vergroening van de openbare ruimte. • Maak het water meer zichtbaar en beleefbaar, maak de oevers zoveel mogelijk openbaar
IDeekaart Sneek uit de omgevingsvisie. Beoogde ontwikkeling valt binnen de structuur van de groene wiggen.
Omgevingsvisie Súdwest-Fryslân 1.0, 15 maart 2021
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
57
4 | 22
PLANGRENS
ANALYSE
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
6 | 22
PLANGRENS Het plangebied ligt op een schiereiland aan de Zoutepoel wegen en het jachthavenkanaal. Aan de rechteroeverzijde is camping/jachthaven de Domp II en daar boven Domp I. Voor de rest grenst het plangebied aan de Snitser Âldfeart, het Jachthavenkanaal en de Zoutepoel weg plus zijtakken waarna het gebied vernoemd is.
Domp I
Domp II
rt
er
s nit
S
ea ldf
Â
Zoutepoe
l
t
Zoutepoel
eslea
Zoutepoel
aal
Jachthaven kan
Houk
Historische ontwikkeling Zoutepoel was vlak na de oorlog nog geheel onbebouwd. Door de gemeente werd het gebied aangewezen voor woningbouw en als vestigingsplaats voor industrieën. Dit gebied is historisch verbonden via de Houkesleat aan de Snitsermar. De eerste bebouwing ontstond in de jaren 70 met de komst van de jachthaven en de rondweg. Dit werd later uitgebreid met bewoning en het jacht verhuur bedrijf.
1955
1987
1961
1994
1973
2021
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
8 | 22
Ligging in de stad Zoutepoel is in de nabijheid van het centrum van Sneek met rondom water als bijzondere kwaliteit. Het perceel is bereikbaar via een omleidingsroute.
Zoutepoel
Nabijheid van het centrum
Centrum Sneek
Ligging aan belangrijke recreatieve vaarwegen
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
t lea es uk Ho
Alle basisvoorzieningen liggen binnen loopafstand. In de directe omgeving zijn supermarkten te vinden, evenals een basisschool en een verzorgingstehuis. De overige zijden van Zoutepoel grenzen aan een sportpark, jachthavens en het perceel De Domp met duurdere koopwoningen aan het water.
Ontsloten via Zoutepoel en rondweg N354
9 | 22
Ruimtelijke structuur Het plangebied ligt ten noordoosten van de historische kern van de stad Sneek. De woonwijken Eiland en De Domp zijn in de decennia na de Tweede Wereldoorlog tot ontwikkeling gekomen en liggen binnen de huidige stedelijke rondweg. Het noordelijke deel van Eiland wordt gekenmerkt door eenvoudige rijtjeswoningen in twee of soms drie bouwlagen met een flauwe kap of soms plat afgedekt. In De Domp staan uitsluitend eengezinswoningen. Bungalowtypen zijn in het westelijke deel gelegen en in vele gevallen aan weg en water. In het oostelijke deel staan voornamelijk eengezinswoningen in twee bouwlagen in een verschillende mate van schakeling.
Botenloods
(Jacht)steigers Portiekflats
Vrijstaande woningen
Het stratenpatroon van de wijk is veel minder rechtlijnig dan dat van andere wijken. De hoofdstructuur van De Domp wordt gevormd door een middencircuit op de Gravinneweg dat met de aansluiting op de Groenedijk de hoofd-ontsluiting vormt. Op deze hoofd-ontsluiting komen hofjes en doodlopende woonstraten uit. De bebouwing is per hofje steeds gelijk. In het plangebied zijn enkele jachthavens, aanlegsteigers, botenhuizen en gebouwen voor de jachthavenvoorzieningen alsmede sport en groenvoorzieningen gesitueerd. Stijl gevels
Aansluiting bij maat en schaal van de omgeving, maximaal 5 lagen hoog
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
10 | 22
BEELDKWALITEIT GEBOUW
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
11 | 22
Omgevingskwaliteit • De verhouding groen-rood op het terrein is 75% (groen, water, voetpaden) en 25% rood (gebouwen en verharding voor de auto’s, parkeren en laden-lossen). Halfverharding mag worden gerekend als ‘groen’. •Realiseer een hoge verblijfskwaliteit rondom de gebouwen / het gebouw. • Parkachtige terrein inrichting passend bij de sfeer en de parken aan de oevers van het Jachthavenkanaal / Snitser Âldfeart. • Neem voor het terreinontwerp een landschapsarchitect in de hand. •Behoud bestaande waardevolle beplanting als uitgangspunt hanteren. • Er zijn doorzichten, en doorsteken zodat de groen ruimte rond het gebouw visueel en fysiek doorloopt. De gebouwen zijn zo georiënteerd dat ze zich niet afkeren van de openbare ruimte, maar juist de ruimte ‘begeleiden en omarmen’.
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
groengebied dat in eigendom van de gemeente is kan meegerekend (exclusief ruimtereservering) worden bij 75-25% regel. 1380 m2 rood + grijs oppervlak
12 | 22
Algemeen • Aandacht voor mogelijkheden voor een verdere vergroening van de openbare ruimte. • Maak het water meer zichtbaar en beleefbaar, maak de oevers zoveel mogelijk openbaar
Plaatsing • Het gebouw staat grotendeels op eigen terrein. De openbare groenstrook langs het water mag niet smaller zijn dan 15m. • Er is voldoende afstand ten opzichte van omliggende bebouwing zodat er geen grote schaalsprongen ontstaan. • Zicht relatie en publieke verblijfsplek aan het water. • Er is ruimte rond de gebouwen zodat er vanaf de straat een visuele relatie is met het water. • De gebouwen zijn primair georienteerd op de openbare ruimte langs het water en de weg (Zoutepoel) en kennen geen blinde gevels. • Erfscheidingen vormen onderdeel van het bouwblok waarbij materiaal, kleur en hoogte zorgvuldig zijn afgestemd op het ontwerp van het bouwwerk. • Er bevinden zich geen particuliere tuinen op maaiveld. Terassen op het maaiveld zijn uniform en verstoren het openbaar parkachtig karakter niet. • Eventuele bijgebouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven in dezelfde stijl als het hoofdgebouw. De voorkeur gaat uit naar integratie van bijgebouwen in de architectuur van de hoofdgebouwen.
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
13 | 22
Stijl, typologie, duurzaamheid • Door een elegante architectuur met een hoge beeldkwaliteit vormen het gebouw en terrein een meerwaarde voor Sneek en versterking van de omgevingskwaliteit van een bijzondere plek. • De architectuur van het gebouw is modern, mits ingetogen. De stijl en architectuur sluit aan en versterkt de parkachtige identiteit van de groene wig en specifieke plek. • Het gebouw is herkenbaar als woongebouw. • Denk aan duurzaamheid en flexibiliteit. De toekomstwaarde van materialen en bouwproces, maar ook de mogelijkheid om in de toekomst andere functies onder te brengen in het gebouw.
Voorbeeld stijl van het woongebouw
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
14 | 22
Hoofdvorm • Het hoofdgebouw is maximaal 5 bouwlagen hoog. • Aan- en uit en bijbouwen zijn ondergeschikt of kennen een bijzondere uniforme vormgeving. • Aan en uitbouwen aan de zijde van openbaar gebied maken deel uit van de architectuur van het gebouw/ de gebouwen.
Opmaak • Ontwikkel een zekere transparantie door openheid van de gevels. Maak activiteiten en functies in het gebouw leesbaar en/of zichtbaar, in ieder geval vanaf het maaiveld. • Voorkom blinde gevels. • Het gebouw heeft duidelijk herkenbare gezichten die reageren op de omgeving. Eigenheid en individualiteit van wooneenheden zijn herkenbaar.
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
Voorbeeld opmaak
15 | 22
Materiaal & detaillering • Gevels hebben in hoofdzaak een stenig karakter (baksteen); op onderdelen is hout mogelijk. • Voorkom te industrieel aandoende materialen die niet passen in een park – en woonomgeving. • Opvallend kleurgebruik voorkomen: afstemmen op de omgeving. • Toepassing van gedekte kleuren. Geen contrasterende kleur of details.
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
16 | 22
Criteria reclame-uitingen gemeente • Voor reclameuitingen gelden de ‘criteria reclame-uitingen’ zoals genoemd voor het gebiedstype ‘Recente woonbuurten’ uit de Welstandsnota Súdwest- Fryslân 2018.
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
17 | 22
TERREININRICHTING
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
18 | 22
ter onderstuning van de biosdiversiteit dit deel in te zaaien met een inheems wilde planten & zadenmengsel van de Cruydt Hoeck
vuil water riool aansluiten op gemeentelijk stelsel
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
inspectieput
ontwerp inrichting gemeentelijk terrein met openbaar karakter confrom uitgangspunten beeldkwaliteitsplan n.t.b.
1
19
MIVA parkeren
2
35
20
46
3
36
21
47
4
37
22
48
5
38
23
49
6
39
ter onderstuning van de biosdiversiteit dit deel in te zaaien met een inheems wilde planten & zadenmengsel van de Cruydt Hoeck
24
50
40
25
51
7
inritband bij entree
41
26
52
8
42
27
53
9
43
28
54
10
44
55
29
11
45
56
30
12
57
13
trottoirs van betontegels
58
ca. 10m 59
31
10 x 4,5m totaalgewicht 30t asbelasting van 11,5t
maximaal 10m vanaf de gebouwtoegang
opstelplaats blusvoertuig
14
32
15
33
16
34
17
gebrouw en terrassen beganegrond 1172,00 rijbaan 457,80 mivaplekken 39,20 bestra e 40,40 bestra / 32,50 -zijde 2,25 bestra totaal 1744,15
bebouwde/ verharde deel
totale terrein, ca. 6980,00 m²
parkeren op graskeien/ graskamersteen
62
rijbanen in betonklinker donkergijs
64 63
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023 61
18
m² m² m² m² m² m² m²
inspectieput
25%
inheems wilde planten & zadenmengsel
parkeren: graskeien
parkeren: graskeien
Fase tekenwerk tbv omgevings vergunning
21520
Schaal
1:200 Formaat tekening
A1 841x594mm
Tekeningnummer
B-04a Datum
5 december 2022
situatie terreininrichting
Betreft
Projectnummer
Locatie Zoutepoel Sneek
32 appartementen Zoutepoel Sneek
parkeren: graskeien
inheems wilde planten & zadenmengsel
Sleedoorn (prunus spinosa)
schematische doorsnede
rijbaan: betonklinkers
O
Meidoorn (crataegus)
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
regenwater lozen op oppervlaktewater (uitvoering en aantal uitlopen in overleg met de gemeente SWF)
W
Meidoorn (crataegus monogyna)
ter onderstuning van de biosdiversiteit dit deel in te zaaien met een inheems wilde planten & zadenmengsel van de Cruydt Hoeck
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
ca.
Meidoorn (crataegus monogyna)
Z
60
rijbanen: keperverband met bischopsmutsen en streklaag
Gewijzigd F: ... Gewijzigd G: ... Gewijzigd H: ...
A. Businesspark
Gewijzigd C: 26-04-2023 Gewijzigd D: ...
T.
Friesland-West 41, 8447 SL Heerenveen
E. info@studioos.nl W. www.studioos.nl
0513 625 015
Gewijzigd E: ... Gewijzigd B: 24-03-2023
parkeren: graskeien
Gewijzigd A: 21-12-2022
Wijzigingen
rijbaan: betonklinkers
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
Ou dva art
inheems wilde planten & zadenmengsel
Parkruimte rond gebouw heeft een hoge verblijfskwaliteit. Parkruimte heeft samenhang met de aan de westzijde gelegen openbare groenstructuur
Groenkwaliteit
• De parkruimte rond het gebouw dient in te worden gericht met een hoge verblijfskwaliteit en plekken om te zitten / ontmoeten. • De parkruimte dient aan te sluiten bij de openbare groenstructuur en dusdanig te worden ingericht met boomgroepen, dat er doorzichten zijn en de ruimte visueel en fysiek doorloopt. • De open plekken in de parkruimte zijn voorzien van gebiedseigen beplanting (grasveld, met enkele bomen en struiken) en zitplekken; • Door diversiteit aan te brengen in de groene inrichting (zoals landschappelijk groen, water, parkgroen, laangroen, groene bermen, groene erfscheidingen, groene tuinen, bijzondere groenelementen, struikenlaag/bosplantsoen, groen in de architectuur) wordt er bijgedragen een de biodiversiteit. • De terreininrichting van het park zoekt een relatie met de plint en de entrees van het gebouw. • Halfverharding voor paden in park, zodat de paden ook voor rolstoelen, kinderwagens en rollators toegankelijk zijn;
De groene inrichting heeft een diversiteit aan groen, zodat er wordt bijgedragen aan biodiversiteit.
19 | 22
Parkeren op eigen terrein
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023 ter onderstuning van de biosdiversiteit dit deel in te zaaien met een inheems wilde planten & zadenmengsel van de Cruydt Hoeck
vuil water riool aansluiten op gemeentelijk stelsel
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
inspectieput
ontwerp inrichting gemeentelijk terrein met openbaar karakter confrom uitgangspunten beeldkwaliteitsplan n.t.b.
1
19
2
35
20
46
3
36
21
47
4
37
22
48
5
38
23
49
6
39
ter onderstuning van de biosdiversiteit dit deel in te zaaien met een inheems wilde planten & zadenmengsel van de Cruydt Hoeck
24
50
40
25
51
7
inritband bij entree
41
26
52
8
42
27
53
9
43
28
54
10
44
55
29
11
45
56
30
12
57
13
trottoirs van betontegels
58
ca. 10m 59
31
10 x 4,5m totaalgewicht 30t asbelasting van 11,5t
maximaal 10m vanaf de gebouwtoegang
opstelplaats blusvoertuig
14
32
15
33
16
34
17
gebrouw en terrassen beganegrond 1172,00 rijbaan 457,80 mivaplekken 39,20 bestra e 40,40 bestra / 32,50 -zijde 2,25 bestra totaal 1744,15
bebouwde/ verharde deel
totale terrein, ca. 6980,00 m²
parkeren op graskeien/ graskamersteen
64 63
MIVA parkeren
62
rijbanen in betonklinker donkergijs
61
18
m² m² m² m² m² m² m²
inspectieput
25%
inheems wilde planten & zadenmengsel
parkeren: graskeien
parkeren: graskeien
Fase
tekenwerk tbv omgevings vergunning
21520
Schaal
1:200 Formaat tekening
A1 841x594mm
Tekeningnummer
B-04a Datum
5 december 2022
situatie terreininrichting
Betreft
Projectnummer
Locatie Zoutepoel Sneek
32 appartementen Zoutepoel Sneek
parkeren: graskeien
inheems wilde planten & zadenmengsel
Sleedoorn (prunus spinosa)
schematische doorsnede
rijbaan: betonklinkers
O
Meidoorn (crataegus)
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
regenwater lozen op oppervlaktewater (uitvoering en aantal uitlopen in overleg met de gemeente SWF)
W
Meidoorn (crataegus monogyna)
ter onderstuning van de biosdiversiteit dit deel in te zaaien met een inheems wilde planten & zadenmengsel van de Cruydt Hoeck
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
ca.
Meidoorn (crataegus monogyna)
Z
60
rijbanen: keperverband met bischopsmutsen en streklaag
Inritten en rijbanen in hoogwaardige open bestrating uitgevoerd.
Gewijzigd H: ...
Friesland-West 41, 8447 SL Heerenveen
E. info@studioos.nl W. www.studioos.nl
A. Businesspark
Gewijzigd G: ... Gewijzigd D: ... 0513 625 015
Gewijzigd F: ... Gewijzigd C: 26-04-2023
T.
Gewijzigd E: ... Gewijzigd B: 24-03-2023
parkeren: graskeien
Gewijzigd A: 21-12-2022
Wijzigingen
rijbaan: betonklinkers
hagen bestaande uit mix van Meidoorn (crataegus en crataegus monogyna) en Sleedoorn (prunus spinosa) met plaatselijk doorgroei tot struik
Ou dva art
inheems wilde planten & zadenmengsel
Parkeren & ontsluiting
Parkeerkoffer met groene beplanting ingepast van max 1.m hoog
• Voorkom dat auto’s het beeld van het terrein gaan bepalen. • Er wordt uitgegaan van de gemeentelijke parkeernorm voor deze ontwikkeling op basis van de vastgestelde parkeernormennota . • Initiatiefnemers dragen bij aan zorgvuldig en bij voorkeur meervoudig ruimtegebruik. Een verhoogde plint met daaronder parkeren is denkbaar, mits ontworpen op een bij een park passende wijze. • Het parkeren dient in eerste instantie op eigen terrein plaats te vinden. • Parkeren wordt in halfverharding uitgevoerd, met voldoende ruimte voor een verharde uitstapstrook. • Parkeerplaatsen hebben een groene uitstraling passend bij de openbare inrichting van de groenstructuur. •De oever biedt mogelijkheden om aanlegplaatsen te realiseren. •Parkeerkoffer wordt met groene beplanting ingepast van max. 1m hoog, zodat het zoveel mogelijk uit het zicht is van de openbare ruimte. •Inritten en rijbanen t.b.v. de parkeerplaatsen worden in een hoogwaardige open bestrating uitgevoerd.
20 | 22
Klimaatadaptatie & duurzaamheid
architecten
Leidende principes: • Er is aandacht voor duurzaamheid in de brede zin; het hergebruik van sloopmateriaal, het toepassen van milieuvriendelijke materialen en energiezuinig ontwerpen vormt de norm. • Maatregelen die bijdragen aan de duurzaamheid zijn onderdeel van de architectuur; pv-panelen en eventuele installaties worden geïntegreerd in het ontwerp. • In overeenstemming met het ecologisch onderzoek worden voorzieningen opgenomen in de gebouwen ten behoeve van het versterken van de lokale fauna. Bijvoorbeeld door het integreren van nestkasten voor vleermuizen en huismussen in de gevel. • De gebouwen zijn minimaal energieneutraal en aardgasvrij. PV panelen kunnen op het platte dak van het woongebouw geplaatst worden. • Anticipeer op de ontwikkelingen die samenhangen met de energietransitie en warmteopgave, integreer ondergrondse infrastructuur en aanverwante technieken en opstallen op tijd in de architectuur en terreininrichting.
| Beeldkwaliteitsplan | Zoutepoel - Sneek | mei 2023
21 | 22
64/306
Bijlage 3
65/306
Archeologisch onderzoek
Sneek, Zoutepoel 4
(Gemeente Súdwest-Fryslân, Fr.)
Een Karterend Archeologisch Onderzoek Defintief Steekproefrapport 2023-04/23
Sneek, Zoutepoel 4
(Gemeente Súdwest-Fryslân, Fr.)
Een Karterend Archeologisch Onderzoek Defintief Steekproefrapport 2023-04/23
Sneek, Zoutepoel 4 (Gemeente Súdwest-Fryslân, Fr.) Een Karterend Archeologisch Onderzoek Een onderzoek in opdracht van Rho Adviseurs Steekproefrapport 2023-04/23 ISSN 1871-269X Status: Definitief auteurs: J.S. van der Heul MA (senior KNAarcheoloog, actor reg. nr. 7284 0015) en drs. C.R.C. Schamp (senior KNAarcheoloog/prospector, actor reg. nr. 4664 7395) autorisatie: dr. J. Jelsma (senior KNAarcheoloog/prospector, actor reg. nr. 3545 3178) Goedgekeurd door de bevoegde overheid Gemeente Súdwest-Fryslân mevr. Y. Boonstra d.d. 17 mei 2023 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 & 4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 4 mei 2023 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau adres telefoon internet e-mail kvk
Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn 050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van de plangebieden 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01).........................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02).................................................................................1 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06).....................................................................................4 • 2.1 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)...........................................................................4 • 2.2 Archeologie (KNA 4.1: LS04)....................................................................................7 • 2.3 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).....................................................................10 • 2.4 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)..................................................13 3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05)......................................................................................14 • 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)..............................................................14 • 3.2 Resultaten veldonderzoek (KNA 4.1: VS02, VS03)...................................................16 4.
Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................17 Gebruikte bronnen Lijst van Figuren en Tabellen Appendix I: Archeologische periodes Appendix II: Boorstaten Appendix III: Boorbeschrijvingen Appendix IV: Heipalenplan
Samenvatting De Steekproef heeft op 3 mei 2023 een karterend archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Zoutepoel 4 te Sneek. Het plangebied bestaat uit een voormalig bedrijventerrein, waarvan de loodsen in 2019 zijn gesloopt. In het terrein zal een nieuw appartementengebouw en aangrenzende parkeerplaats worden gebouwd. Het archeologische onderzoek bestond uit een bureauonderzoek en een karterend booronderzoek. Het doel van het bureauonderzoek was het opstellen van een specifiek archeologisch verwachtingsmodel. Tijdens het booronderzoek, bestaande uit zes boringen, is dit verwachtingsmodel getoetst. De gaafheid van de bodem is bepaald en er is gezocht naar archeologische indicatoren. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied van oorsprong in een pleistoceen dekzandgebied lag. In het dekzand kunnen nederzettingsresten van jager-verzamelaars en neolithische (zie Appendix I) landbouwers aanwezig zijn. Tijdens het neolithicum raakte het gebied bedekt met veen en werd het ontoegankelijk. Vanaf de ijzertijd kwam het gebied te liggen op de overgang tussen het veen- en kweldergebied. Op de hogere delen van de kwelders kon bewoning terugkeren. In het plangebied zelf zijn geen aanwijzingen bekend van (historische) bewoning. Het plangebied bestond sinds de 18 e eeuw (en waarschijnlijk al eerder) uit een weiland.
In de jaren zeventig werd dit op zijn kop gezet met de bouw van de jachthaven: de Domp. Uit het veldonderzoek blijkt dat de top van de bodem in het oostelijke deel van het plangebied (het bestrate en bebouwde deel) sterk is verstoord (circa 100 tot 185 centimeter onder het maaiveld). In het westelijk deel is deze verstoring minder: tot maximaal 75 centimeter onder het maaiveld. Hieronder bevindt zich een dynamisch kleipakket met een afwisseling van vegetatielagen (oude maaiveldniveaus), verspoelde niveaus en veenlaagjes. De vele abrupte overgangen van deze lagen duiden op erosieve overgangen als gevolg van overstromingen en zee-inbraken. Hierdoor is ook de top van het veen sterk geërodeerd. Onder het veen ligt het dekzand op een diepte van 440 centimeter onder het maaiveld. Verspreid door het kleipakket werden baksteenspikkels en baksteenbrokjes aangetroffen. Waarschijnlijk zijn deze door verspoeling en overstroming in het plangebied terechtgekomen. Daadwerkelijke (overslibde) bewoningslagen zijn nergens in het plangebied aangetroffen. Na de veenvorming was het plangebied waarschijnlijk lang in gebruik als weiland dat regelmatig zal zijn overstroomd.
Selectie-advies door drs. C.R.C. Schamp (senior KNA-archeoloog/prospector) Uit het booronderzoek blijkt dat de top van de bodem in het bestrate en (voormalige) bebouwde deel sterk vestoord is (100 tot 185 centimeter onder het maaiveld). Hieronder ligt een kleipakket met verschillende lagen welke duiden op een dynamisch milieu. In dit pakket zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op bewoning. Onder dit klei ligt het veen en het pleistocene dekzand (vanaf circa 440 centimeter onder het maaiveld). Vanwege de grote diepte van het dekzand kunnen er geen uitspraken worden gedaan over de aan- of afwezigheid van archeologische resten in het dekzand. Op basis van deze bevindingen wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor graafwerkzaamheden tot een diepte van 400 centimeter onder het maaiveld (-4 meter NAP). Bij diepere graafwerkzaamheden tot in het dekzand is verder archeologisch onderzoek nodig. Een uitzondering kan gemaakt worden voor het aanbrengen van een palenfundering, mits deze een gering verstoringsoppervlak hebben (maximaal 2% van plangebied) en de palen minimaal vier meter uit elkaar staan. Mocht er bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11.
Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Súdwest-Fryslân. Reactie van de bevoegde overheid Op 17 mei 2023 heeft de bevoegde overheid, de gemeente Súdwest-Fryslân, in de persoon van mevrouw Y. Boonstra, kennis gegeven het rapport te hebben beoordeeld en het advies hieruit over te nemen. Wel moet er bij de bouw gestreefd worden naar een archeologievriendelijk, waarbij de twee rijen heipalen minimaal 4 tot 5 meter uit elkaar liggen. Wel mogen de palen in een rij dichter op elkaar liggen. Tevens mogen er niet meer heipalen worden geslagen dan uit een constructief oogpunt minimaal vereist is. In Appendix IV is het uitgewerkte plan voor de plaatsing van heipalen opgenomen. Op 14 juni 2023 heeft mevrouw Y. Boonstra laten weten dat er voldoende ruimte tussen de rijen heipalen zit en dat dit plan voldoende ruimte laat voor eventueel toekomstig archeologisch onderzoek. Vanuit een archeologisch oogpunt is dit palenplan door de gemeente goedgekeurd en is er, voor deze werkzaamheden, geen archeologisch vervolgonderzoek nodig.
Administratieve gegevens van de plangebieden Provincie
Fryslân
Gemeente
Súdwest-Fryslân
Plaats
Sneek
Toponiem
Zoutepoel 4
Kaartblad
10O
Centrumcoördinaten
174.467 / 560.666
Bestemmingsplan
Eiland De Domp, archeologiebeleid vastgesteld met de FAMKE
Oppervlakte
7228 m2
NAP-hoogte maaiveld
Circa -0,1 tot 0,7 meter NAP
Huidig grondgebruik
(Voormalig) bedrijventerrein, woning en erf
Soort onderzoek
Bureauonderzoek & veldonderzoek karterende fase
Opdrachtgever
Rho Adviseurs
Uitvoerder
De Steekproef bv
Bevoegde overheid
Gemeente Sneek
Steekproef projectcode
2023-04/23
Onderzoeksmeldingsnummer
5426882100
Datum veldwerk
3 mei 2023
Maximale diepte onderzoek
4,55 meter onder maaiveld
Beheer en plaats documentatie
De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / DINO-loket (boorgegevens) / Noordelijk Archeologisch Depot Nuis
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van Rho Adviseurs heeft De Steekproef een karterend archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Zoutepoel 4 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, provincie Fryslân (zie Figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van een appartementengebouw en aangrenzend parkeerterrein. De exacte diepte van de toekomstige graafwerkzaamheden is nog niet bekend. Volgens de beheerder van het terrein zal het terrein voor een deel worden opgehoogd (vanwege de relatief hoge grondwaterstand) en worden de funderingsleuven tot circa 30 centimeter onder het huidige maaiveld gegraven. De graafwerkzaamheden vormen mogelijk een bedreiging voor eventuele aanwezige archeologische resten. Voor het archeologisch beleid volgt de gemeente de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) van de provincie Fryslân. Voor de periode steentijd ligt het plangebied in een zone waar karterend onderzoek 3 (steentijd) wordt geadviseerd bij bodemingrepen groter dan 5.000 m 2. Voor de periode ijzertijd-middeleeuwen ligt het in een zone met karterend onderzoek 1 (middeleeuwen). Voor deze laatste zone geldt dat er archeologische onderzoek nodig is bij bodemingrepen groter dan 500 m2.
Gezien de oppervlakte van het plangebied: 7.228 m 2, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk om vast te stellen of er mogelijke archeologische resten worden aangetast bij de bouw. Het archeologische onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een karterend booronderzoek. Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van de beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het booronderzoek, bestaande uit zes boringen, is dit verwachtingsmodel getoetst, is de gaafheid van de bodem bepaald en is gezocht naar archeologische indicatoren.
1.2
Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom, aan de oostzijde van Sneek (zie Figuur 1). De Zoutepoel ligt in de wijk De Domp. Aan de noordzijde grenst het aan de jachthaven (De Domp) en de Snitser Aldfeart (Sneeker Oudvaart). Het plangebied bestaat uit een voormalige bedrijventerrein van een jachtverhuurbedrijf en een aangrenzende woning aan de oostkant (zie Figuur 2). De loodsen van het bedrijf zijn 2019 gesloopt. De woning is nog in gebruik. Het terrein is deels verhard met betonplaten en klinkers en deels bestaat het uit grasvelden en de tuin van de woning. Aan de zuidzijde van het plangebied liggen meerdere kabels en leidingen (KLICmelding 23G0300527). Enkele van deze kabels en leidingen buigen af in noordelijke richting, naar de voormalige loods.
1
Figuur 1: Sneek, Zoutepoel 4: Uitsnede van de topografische kaart. Het plangebied ligt aan de oostzijde van Sneek bij de rode ster. Bron: Publieke Dienstverlening op de Kaart.
2
Figuur 2: Sneek, Zoutepoel 4: Uitsnede van de luchtfoto van het plangebied. Het plangebied was deels bebouwd (loodsen en woning) en voor een deel bestaat het uit grasvelden en bestraat terrein (betonplaten, klinkers). Aan de zuidzijde van het plangebied liggen meerdere kabels en leidingen (KLIC-melding 23G0300527). De loodsen zijn inmiddels gesloopt tot aan de funderingen. Bron: Publieke Dienstverlening op de Kaart en KLICmelding 23G0300527).
3
2.
Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Één van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Een andere bron is Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), een dienst van de overheid met opendatasets van actuele geo-informatie. Voor een indicatie van de bodemopbouw in het gebied is gebruik gemaakt van het DINO-loket.
2.1
Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) Het plangebied ligt van oorsprong in een pleistoceen dekzandgebied. Tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien) heerste er in Nederland een poolklimaat. In dit koude en toendraachtige gebied had, door het ontbreken van begroeiing, de wind vrij spel. Hierdoor kon het fijne zand door de wind worden verplaatst en raakte grote delen van Nederland bedekt met een laag dekzand. In dit dekzandgebied konden jager-verzamelaars rondtrekken. Gedurende het Holoceen (zie Appendix I) steeg de temperatuur geleidelijk waardoor de poolkappen begonnen te smelten. De hiermee gepaarde zeespiegelstijging had grote gevolgen voor het landschap. De lagere delen van het Noordzeebekken kwamen onder de zee te liggen en de kustlijn van Nederland kwam vele kilometers verder landinwaarts te liggen. De afvoer van het water begon te stagneren en in dit natter milieu ontstonden geleidelijk aan grote veengebieden (zie Figuur 3, 3850 vC). Tussen 3850 en 2750 vC raakte het plangebied bedekt met veen. Als gevolg van een snelle zeespiegelstijging verdronken veel van de langs de kust gelegen veengebied en ontstond hier een groot getijden- en kweldergebied doordrenkt met diepe geulen (zie Figuur 3, 2750 vC). Dit kweldergebied breidde zich onder invloed van de zee uit. Omstreeks 800 nC kwam het plangebied hierdoor in de kwelder te liggen.
Het vruchtbare kweldergebied was weer een aantrekkelijke locatie voor de, nu sedentaire mens. Op de hogere en drogere plekken, de kwelder- en oeverwallen, in het kweldergebied ging men zich weer vestigen. De terugkeer van de mens in het gebied had echter een grote invloed op het landschap door het ontwateren en afgraven van het veen. Hierdoor zakte het landschap geleidelijk aan tot onder zeeniveau, met als gevolg dat de zee weer verder landinwaarts reikte. De bewoners waren genoodzaakt om de woonplaatsen op te hogen waardoor de terpen ontstonden. Omstreeks 300 nC bleek het landschap echter zo sterk te zijn aangetast en te zijn gedaald dat de meeste bewoners gedwongen waren om het gebied te verlaten. Veel bewoningsplaatsen raakten hierdoor weer overslibt. Na enkele eeuwen van opslibbing keerden de bewoning weer terug op de nieuw gevormde kwelder- en oeverwallen. Ditmaal zou de mens weer een sterke invloed uitoefenen op het landschap door de aanleg van dijken (vanaf de late middeleeuwen) waardoor de invloed van de zee geleidelijk aan werd teruggedrongen. Vanwege de ligging in de bebouwde kom van Sneek is de bodem in het plangebied niet gekarteerd. Circa 400 meter ten oosten van het plangebied liggen kalkarme drechtvaaggronden (Mv41C) en knippoldervaaggronden (kMn48C), beide bestaande uit zware klei. Waarschijnlijk bestaat de bodem in het plangebied uit vergelijke gronden.
Ook op de geomorfologische kaart is het plangebied niet gekarteerd. Op basis van de omliggende gebieden is het zeer waarschijnlijk dat het plangebied oorspronkelijk in een 4
vlakte van getijde-afzettingen (M72) lag. De hoogte in het plangebied ligt tussen de -0,1 meter NAP oplopend naar 0,7 meter NAP nabij de woning. Om een indicatie te krijgen van de bodemopbouw is het DINO-loket is geraadpleegd. Circa 180 meter ten westen van het plangebied, in de Drakenstraat, is een boringen bekend (B10H0373). De bodem bestaat hier uit een kleidek van 0 tot 75 centimeter (onder maaiveld), een veenpakket van 75 tot 285 centimeter en vanaf 285 centimeter komt zand voor. Ongeveer 180 meter ten oosten van het plangebied, langs de Gravinneweg, bestaat de bodem bij een boring (B10H1364) uit een kleidek tot 60 centimeter onder het maaiveld, gevolgd door een veenpakket tot 260 centimeter onder het maaiveld met daaronder het zand. Tussen 170 en 172 centimeter onder het maaiveld werd het veen kort onderbroken door een dunne kleilaag. Waarschijnlijk betreft het een overslibbingslaagje. Hiernaast is via Archis ook de pleistoceen kaart geraadpleegd. Hierop wordt de top van het Pleistocene oppervlakte tussen -4 en -2 meter onder maaiveld verwacht. In het kleidek en in het veen kunnen archeologische resten uit de middeleeuwen en ijzertijd aanwezig zijn. In het onderliggende dekzand kunnen resten uit de steentijd aanwezig zijn. Vindplaatsen uit de steentijd bevinden zich doorgaans op de hogere en drogere delen van het dekzandlandschap.
Deze locaties kenmerken zich doordat er bodemvorming (podzolering) heeft kunnen plaatsvinden. De aanwezigheid van podzolbodems in het dekzand is daarbij een indicatie van een geschikte (en mogelijk intacte) bewoningsplaats van de jager-verzamelaars uit de steentijd. Podzolbodem worden worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (lichtgrijze E-horizont) en een inspoelingslaag (bruine B-horizont). De Bhorizont gaat veelal via een geelbruine overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede gele zand (de C-horizont).
5
Figuur 3: Sneek, Zoutepoel 4: Paleogeografische reconstructies van de omgeving van het plangebied. Het oorspronkelijke dekzandgebied in het plangebied raakte tussen 3850 en 2750 vC bedekt met veen. Vrijwel gelijktijdig werd het veengebied ten noorden van het plangebied weggespoeld door de zee waardoor hier een groot getijde- en kweldergebied ontstond. Omstreeks 800 nC kwam het plangebied ook in dit kweldergebied te liggen. Bron: Vos et al. 2018.
6
2.2
Archeologie (KNA 4.1: LS04) Het plangebied valt binnen een viertal grootschalige onderzoeken welke vrijwel de gehele gemeente beslaan (onderzoeksmeldingen 2250530100, 2343843100, 4913658100 en 5106583100). Omdat deze onderzoeken niet specifiek voor het huidige plangebied zijn uitgevoerd en vrij algemeen van aard zijn, worden deze verder buiten beschouwing gelaten. De relevante nabij gelegen archeologische waarden zijn weergegeven in Figuur 4 en een korte beschrijving hiervan staat in Tabel 1. De belangrijkste archeologische waarde in de nabijheid bestaat uit een een terrein met een hoge archeologische waarde op de Archeologische MonumentenKaart (AMK)/ Dit terrein (zaaknummer 10440) ligt circa 400 meter ten noordwesten van het plangebied en bestaat uit een (inmiddels) overbouwd restant van een laat middeleeuwse terp. Tussen circa 150 en 500 meter vanaf het plangebied liggen zes vondstmeldingen (zie Tabel 1). De belangrijkste hiervan ligt circa 150 meter ten oosten van het plangebied (vondstmelding 3137992100) midden in het water van de jachthaven. Bij de aanleg van de jachthaven werden in het veen grote kuilen waargenomen. De exacte datering ervan is niet bekend, maar op basis van het dichtslibben van de kuilen is een pre-Romeinse tijd aannemelijk.
Verder oostelijk van het plangebied zijn bij twee booronderzoeken aanwijzingen aangetroffen van mogelijk vindplaatsen uit de steentijd in het dekzand (onderzoeksmeldingen 2061241100 en 2061258100). Ten westen van het plangebied zijn bij de onderzoeken geen aanwijzingen aangetroffen van (intacte) archeologische vindplaatsen (zie Tabel 1).
7
Tabel 1:
Archeologische waarden in de omgeving van de plangebieden, voor de locaties zie Figuur 4.
Zaaknr.
Omschrijving
AMK-terrein 10144
Terrein van hoge archeologische waarde. Betreft een bebouwd terprestant uit de late middeleeuwen.
Vondstmeldingen 2745044100 Bij het graven van een diepe en zeer uitgestrekte bouwput behoeve van de bouw van een oostvleugel aan het Sint Anthonij Ziekenhuis zijn houten beschoeiingsresten en de westelijke stenen borstwering van een balkenbrug aangetroffen. De brug moet tussen 1580 en 1616 zijn gebouwd. 2927238100 Gevonden in het Van der Hooppark. Twee kubusvormige speelsteentjes (1 min of meer rond), grijswittekiezelsteentjes met afgesleten kanten. Mogelijk een soort dobbelsteentjes of toch uit een spiraal/ijzeren vloermat? Lengte ca. 1,5 en 1,8cm. 2927384100 Aardewerk uit de late ijzertijd/Romeinse tijd, vroege middeleeuwen en late middeleeuwen, gevonden ten noordwesten van het gemaal De Domp. Dit vondstgebied sluit aan bij de in 1961 ontdekte en ten dele opgegraven nederzettingssporen, juist ten zuiden van de Groene Dijk. 2927440100 Op dit terrein is in de uiterste westhoek een grote stortplaats van misbaksels van vermoedelijk 17 e eeuwse dakpannen (zgn. "Hollands model") aangetroffen en kennelijk afkomstig van een de vele panovens die rond Sneek hebben bestaan. De ondergrond bestaat uit zand rustend op een veenpakket van wisselende dikte (2-1m), waaroverheen enkele kleilagen zijn afgezet tijdens de pre- en postromeinse en een Karolingisch/middeleeuwse transgressie. 3137992100 Waarnemingen gedaan ter plaatse van de aanleg van een nieuwe jachthaven.
Bij de aanleg van het meest oostelijke havengedeelte kwamen in het veen ingestoken kuilen van 2,5m breedte en 1,5m diepte aan het licht, die in ieder geval vanuit de pre-Romeinse transgressielaag waren gegraven en weer waren dichtgslibd. Het ontbreken van scherfmateriaal maakt een exacte datering voorlopig niet mogelijk. 3163182100 Zie 3137992100. Onderzoeksmeldingen 2026266100 Booronderzoek voor de A7-Sneek, Aanvullende Archeologische Inventarisatie. RAAP-rapport 194. Rapport niet beschikbaar in Archis of Dans Easy. 2061241100 Booronderzoek Oudvaart Sneek. Er werden twee behoudenswaardige vuursteenvindplaatsen aangetroffen. Zeven andere locaties zijn nog verdacht verder onderzoek was hier nodig. Veenstra 2004a. 2061258100 Booronderzoek Houkepoort Sneek. Er werden behoudenswaardige vuursteenvindplaatsen aangetroffen. Ook werden er nog vijf dekzandopduikingen aangetroffen die als verdacht zijn aangemerkt. Veenstra 2004b 2070102100 Booronderzoek Valkstraat Sneek. Op basis van de bodemopbouw worden er geen archeologische resten meer verwacht. Buitenhuis 2005. 2097709100 Booronderzoek Oude Oppenhuizerweg 17-21 Sneek. Er werden geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geen vervolgonderzoek. Borsboom 2005. 2161900100 Booronderzoek Burgemeester de Hooppark 4 Sneek.
Een ophogingslaag uit de 19 e eeuw bestaande uit opgebrachte grond van de naastgelegen gegraven haven werd aangetroffen. De archeologische waarde hiervan is zeer laag. Geen verder onderzoek. Van der Zee 2007. 5093631100 Booronderzoek Het Eiland. Het terrein is opgehoogd en vergraven. Er werden geen archeologische indicatoren of intacte lagen aangetroffen. Schamp 2021. 5265481100 Bureauonderzoek aanleg Kabeltracés. Rapport nog niet afgemeld.
8
Figuur 4: Sneek, Zoutepoel 4: Archeologische waarden in de omgeving van de plangebieden. Een korte omschrijving van deze waarden staat in Tabel 1. Bron: Archis 3
9
2.3
Historische geografie (KNA 4.1: LS03) De eerste nederzettingen in en bij Sneek dateren waarschijnlijk uit de ijzertijd waarbij men tot in de Romeinse tijd op terpen woonde. Zo zijn er in de omgeving van Sneek meerdere overslibde nederzettingen uit de late ijzertijd/Romeinse tijd aangetroffen (bijvoorbeeld bij het industrieterrein De Hemmen en Scharnegoutum). Bij de aanleg van de woonwijk de Stadsfenne, ten noorden van het plangebied, werden vondsten gedaan daterend uit de vroege middeleeuwen. Waarschijnlijk zal ook Sneek zijn ontstaan in de vroege middeleeuwen. Vanwege de strategische ligging langs belangrijke vaar- en handelswegen en aan de rand van het veenontginningsgebied groeide de nederzettingen van Sneek verder uit en kreeg het in de late middeleeuwen stadsrechten. Tijdens de nieuwe tijd (16e – 19e eeuw) bleef Sneek het belangrijkste centrum van het gebied. Het omliggende veengebied ten zuiden van de stad werd verder ontgonnen waardoor er in het gebied meer boerderijplaatsen kwamen te liggen langs de voornaamste vaarwegen en ontginningsassen. Ten noorden van de stad werden ingedijkte kweldergronden gebruikt. De kaart van het Wymbritseradeel uit de atlas van Schotanus uit 1718 geeft een goede indruk van de bewoning in de omgeving van het plangebied (zie Figuur 6). Het plangebied grenst hier direct ten zuiden van de Snitser Aldfeart.
Ten westen en zuiden van het plangebied zijn wel enkele molens en boerderijplaatsen zichtbaar, deze zijn ook op de CHK weergeven (niet afgebeeld).In het plangebied zelf zijn geen aanwijzingen voor historische gebouwen. Ook op de latere historische kaarten van het gebied, zoals de HISGIS kaarten (gedigitaliseerde kadasterkaarten uit circa 1832) en de kaart van Eekhof (1849-1859) zijn geen aanwijzingen van bebouwing in het plangebied. Waarschijnlijk zal langs de noordzijde van het plangebied (langs de Snitser Aldfeart) een dijk hebben gelegen. Het achterliggende land bestond uit hooiland en weilanden. Deze situatie bleef tot diep in de 20 e eeuw nagenoeg gelijk (zie Figuur 6). Rond 1960 werd direct ten westen van het plangebied een kanaal gegraven tussen de Snitser Aldfeart en het Sommerak. Kort daarna, in de jaren zeventig, werd het gebied omgebouwd tot een jachthaven. Hierbij is zeer waarschijnlijk grond opgebracht in het plangebied. Op de kaart van 1960 is namelijk nog net te zien dat de hoogte van de weilanden circa -0,5 meter NAP was. De huidige hoogte van het plangebied ligt tussen de -0,1 en 0,7 meter NAP. Waarschijnlijk is het plangebied dus ongeveer 30 tot 120 centimeter opgehoogd.
10
Figuur 5: Sneek, Zoutepoel 4: Uitsnede van de atlas van Schotanus uit 1718. Het plangebied ligt ten zuiden de Snitser Aldfeart. Er zijn geen aanwijzingen voor historische bebouwing in, of vlakbij, het plangebied. Bron: Friesland op de Kaart.
11
Figuur 6: Sneek, Zoutepoel 4: Uitsneden van de topografische kaarten uit 1905, 1925, 1960 en 1974. Tot de jaren zeventig is het plangebied onbebouwd en bestond het uit de weiland, en waarschijnlijk de dijk, langs de Snitser Aldfeart. Rond 1960 werd er een kanaal direct westelijk van het plangebied gegraven. En in de jaren zeventig werd jachthaven aangelegd. Bron: Topotijdreis.
12
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Het plangebied ligt in een van oorsprong pleistoceen dekzandgebied dat omstreeks 2750 vC bedekt raakte met veen. Vóór de veenbedekking kan er bewoning hebben plaatsgevonden in de steentijd bestaande uit jager-verzamelaars en neolithische boeren. In de wijdere omgeving zijn aanwijzingen aangetroffen van vindplaatsen uit de steentijd. Indicatoren voor dergelijke vindplaatsen bestaan onder meer uit aardewerkscherven (neolithicum), botresten, houtskool en vuursteen/natuursteen artefacten. Podzolering (bodemvorming) in het dekzand geeft een indicatie van de gaafheid van de bodem. Ook duidt een intact podzolprofiel op een van oorsprong hogere locatie waar de bodem goed ontwaterde. Dergelijke hogere dekzandkoppen- of ruggen waren daarom aantrekkelijke vestigingslocaties voor de steentijdmens. In de ijzertijd lag het plangebied op de rand van het veen- en kweldergebied. Vanaf deze periode kan er bewoning hebben plaatsgevonden, eventueel op terpen. Veel nederzettingen in het noorden van Nederland werden in de laat Romeinse tijd verlaten. Dergelijke nederzettingen kunnen mogelijk zijn overlibd. Aanwijzingen voor nederzettingen uit deze periode bestaan uit cultuurlagen en mogelijk een overslibbingslaag. Indicatoren kunnen bestaan uit aardewerk, glas, hout, bot, metaal, leer en bouwmateriaal.
Langs de noordzijde van het plangebied kunnen mogelijk nog lagen aanwezig zijn van de dijk langs de Snitser Aldfeart. De bodem en mogelijk archeologische resten kunnen zijn verstoord door de aanleg van de jachthaven, het bedrijventerrein en de aanleg van kabels en leidingen. Tijdens het inventariserend veldonderzoek (door middel van boringen) wordt de bovenstaande verwachting getoetst. Hierbij wordt de gaafheid van de bodem bepaald waarbij wordt vastgesteld of er nog archeologische resten aanwezig kunnen zijn in de plangebieden. Tabel 2:
Sneek, Zoutepoel 4: Specificatie archeologische verwachting.
datering:
steentijd
ijzertijd – middeleeuwen
complextype:
(tijdelijke) kampen, nederzettingen (neolithicum)
overslibde nederzettingen (terpen), dijken
locatie:
hele terrein
hele terrein, dijk langs noordzijde
diepteligging:
in het dekzand, vanaf circa 2,6 meter -Mv
in de klei/veen, direct onder maaiveld/opgebrachte grond
omvang:
onbekend, enkele tientallen meters
onbekend, enkele tientallen meters
gaafheid en conservering:
onbekend, mogelijk afgedekt door veen/klei
onbekend, vroege nederzettingen mogelijk overslibd
uiterlijke kenmerken:
vuursteen/natuursteen artefacten, aardewerkscherven (neolithicum), botresten, houtskool, podzolering
aardewerk, glas, hout, bot, metaal, leer en bouwmateriaal, eventueel grondsporen en cultuurlagen, overslibbingslagen (kleilaag)
mogelijke verstoringen:
recente bouw- en graafwerkzaamheden voor de aanleg van de jachthaven, bedrijventerrein en aanleg kabels en leidingen.
recente bouw- en graafwerkzaamheden voor de aanleg van de jachthaven, bedrijventerrein en aanleg kabels en leidingen.
13
3.
Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05)
3.1
Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 3 mei 2023. Hierbij zijn er verspreid door het plangebied zes boringen gezet. Voor het circa 7.228 m2 grote plangebied is het onderzoek hierdoor uitgevoerd met een boordichtheid van ongeveer 53 boringen per hectare. De locatie van de boringen was sterk afhankelijk van de aanwezige bestrating, de gesloopte loods en de ligging van de kabels en leidingen (zie Figuur 8). De boringen werden gezet met een edelmanboor van 7 centimeter doorsnede. Vanaf een diepte van circa 70 tot 100 centimeter werden deze dieper doorgezet met een gutsboor van 3 centimeter doorsnede. De eerste boring werd doorgezet tot in het dekzand, dat op circa 4,4 meter onder het maaiveld lag. De overige boringen zijn tot in het veendek gezet, tot maximaal drie meter onder het maaiveld. Alle boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). Van de bodemkundige lagen zijn de diepte, lithologie en kleur bepaald, alsmede alle overige bijzonderheden. De grondmonsters in de boorkop werden laagsgewijs afgesneden en doorzocht op archeologische resten of indicatoren. De locatie en de hoogte van de boorpunten zijn ingemeten met behulp van een RTK-GPS. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de Appendix II en Appendix III in de vorm van boorstaten en boorbeschrijvingen.
Figuur 7: Sneek, Zoutepoel 4: Foto van het plangebied, genomen vanuit de zuidoosthoek. De loodsen in het plangebied waren reeds gesloopt waardoor deze geen obstructie veroorzaakte voor de boorlocaties.
14
Figuur 8: Sneek, Zoutepoel 4: Locatie van de boringen. Omdat de loodsen al waren gesloopt konden de boringen ook op de locaties van de de loods worden geplaatst. Vanwege de aanwezige kabels en leidingen in het zuidelijk deel van het plangebied (zie Figuur 2) zijn hier geen boringen gezet.
15
3.2
Resultaten veldonderzoek (KNA 4.1: VS02, VS03) bodem De top van de bodem bestaat uit een bouwvoor en/of een opgebracht/vergraven pakket. In het westelijk deel van het plangebied, waar geen bebouwing en bestrating heeft gestaan was de bouwvoor en een onderliggende vergraven laag circa 55 en 75 centimeter dik (respectievelijk boringen 2 en 5). In het oostelijk deel, onder de bestrating en de voormalige loods, was een dik opgebracht pakket zand aanwezig tot een diepte van 100 tot 185 centimeter onder het maaiveld (boringen 1, 3, 4 en 6). Af en toe was het opgebrachte zand onderbroken door een brok, of dunne laag, van vergraven klei. Onder deze lagen werd een blauwgrijs kleipakket aangetroffen. Dit pakket was erg dynamisch van aard. Dit kenmerkte zich een grote afwisseling van verschillende lagen. Deze lagen bestonden uit verschillende niveaus van blauwgrijze klei doordrenkt met zwart/humeuze vlekken. Dergelijke vegetatielagen zijn waarschijnlijk oude maaiveldniveaus. Ook werden er (dunne) veenlagen in het kleipakket aangetroffen en werden er bij meerdere boringen 10 tot 20 centimeter dikke lagen van humeuze klei waargenomen (zie Figuur 9). Deze laatste lagen zijn waarschijnlijk verspoelde veenlagen. Veel van deze overgangen zijn erg abrupt (zie Figuur 9) en zijn waarschijnlijk veroorzaakte door erosie of verspoeling als gevolg van overstromingen of zee-inbraken.