Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing woningbouwontwikkeling Zoutepoel te Sneek
Tekst van het document
Onder dit dynamische kleipakket ligt een ongeroerd veenpakket, waarvan de top sterk varieert (respectievelijk 205, 140, 245, 185, 250, 260 centimeter onder het maaiveld). Bij boring 2 werden in het veen nog enkele dunne kleilagen aangetroffen die duiden op een kortstondige overstromingen of natte perioden (respectievelijk op 170, 180 en 270 centimeter onder het maaiveld). Boring 1 werd dieper doorgezet om de diepte van het dekzand te bepalen. Onderin het veen werd op 425 centimeter onder het maaiveld bij deze boring een smeerlaag aangetroffen. Onder deze smeerlaag, op 440 centimeter onder het maaiveld begon het dekzand. De top van het dekzand was hier bruin gekleurd (mogelijk B-horizont). Aan de onderzijde werd de kleur geelbruin (mogelijke BC-horizont). Of de verkleuring van het dekzand veroorzaakt is door podzolering of door inspoeling vanuit het veen is niet duidelijk. archeologie Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische vondsten gedaan. Op verschillende niveaus (tot circa 200 centimeter onder het maaiveld) werden in het klei wel indicatoren waargenomen bestaande uit baksteenspikkels en brokjes. Deze zijn waarschijnlijk op natuurlijke wijze, via overstromingen, in het plangebied terecht gekomen. Daadwerkelijke bewoningslagen die op menselijke activiteit of aanwezigheid duiden zijn niet aangetroffen.
Figuur 9: Sneek, Zoutepoel 4: Foto van boring 1 tussen circa 145 en 225 centimeter onder het maaiveld (onderzijde links). Van rechts naar links: een blauwgrijze kleilaag, bruingrijze (verspoeld) niveau met een abrupte overgang, weer een blauwgrijze kleilaag en vervolgens een abrupte overgang naar het bruine veen. 16
4.
Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied van oorsprong in een pleistoceen dekzandgebied lag. Hier kunnen resten van jager-verzamelaars en nederzettingsresten neolithische landbouwers aanwezig zijn. Tijdens het neolithicum raakte het gebied bedekt met veen waardoor het moeilijk toegankelijk werd voor de mens. Geleidelijk kwam het gebied onder invloed van de zee en de getijden te staan. Omstreeks de ijzertijd lag het op de overgang tussen het veen- en kweldergebied. Op de hogere delen van de kwelders kon bewoning terugkeren. In de laat-Romeinse tijd raakte het gebied mogelijk ontvolkt, deze nederzettingen konden hierdoor overslibd worden. Vanaf de vroege middeleeuwen keerde de (terp) bewoning in de omgeving van Sneek weer terug. In het plangebied zelf zijn vooralsnog geen aanwijzingen bekend van (historische) bewoning. Het plangebied bestond sinds de 18e eeuw (en waarschijnlijk al eerder) uit een weiland. In de jaren zeventig werd dit op zijn kop gezet met de bouw van de jachthaven: de Domp. Uit het veldonderzoek blijkt dat de top van de bodem in het oostelijke deel van het plangebied (het bestrate en bebouwde deel) sterk is verstoord (circa 100 tot 185 centimeter onder het maaiveld). In het westelijk deel is deze verstoring minder: tot maximaal 75 centimeter onder het maaiveld.
Hieronder bevindt zich een dynamisch kleipakket met een afwisseling van vegetatielagen (oude maaiveldniveaus), verspoelde niveaus en veenlaagjes. De vele abrupte overgangen van deze lagen duiden op erosieve overgangen als gevolg van overstromingen en zee-inbraken. Hierdoor is ook de top van het veen sterk geërodeerd, waardoor de top van het veen tussen 140 en 260 centimeter onder het maaiveld ligt. Onder het veen ligt het dekzand op een diepte van 440 centimeter onder het maaiveld. De top hiervan is bruin gekleurd. Het is echter onduidelijk of dit door podzolering of door veeninspoeling is veroorzaakt. Verspreid door het kleipakket werden baksteenspikkels en baksteenbrokjes aangetroffen. Waarschijnlijk zijn deze door verspoeling en overstroming in het plangebied terechtgekomen. Daadwerkelijke (overslibde) bewoningslagen zijn nergens in het plangebied aangetroffen. Na de veenvorming was het plangebied waarschijnlijk lang in gebruik als weiland dat regelmatig zal zijn overstroomd.
17
Selectie-advies door drs. C.R.C. Schamp (senior KNA-archeoloog/prospector) Uit het booronderzoek blijkt dat de top van de bodem in het bestrate en (voormalige) bebouwde deel sterk vestoord is (100 tot 185 centimeter onder het maaiveld). Hieronder ligt een kleipakket met verschillende lagen welke duiden op een dynamisch milieu. In dit pakket zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op bewoning. Onder dit klei ligt het veen en het pleistocene dekzand (vanaf circa 440 centimeter onder het maaiveld). Vanwege de grote diepte van het dekzand kunnen er geen uitspraken worden gedaan over de aan- of afwezigheid van archeologische resten in het dekzand. Op basis van de bovenstaande conclusies wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor graafwerkzaamheden tot een diepte van 400 centimeter onder het maaiveld (-4 meter NAP). Bij diepere graafwerkzaamheden tot in het dekzand is verder archeologisch onderzoek nodig. Een uitzondering kan gemaakt worden voor het aanbrengen van een palenfundering, mits deze een gering verstoringsoppervlak hebben (maximaal 2% van plangebied) en de palen minimaal vier meter uit elkaar staan. Mocht er bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11.
Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Súdwest-Fryslân. Reactie van de bevoegde overheid Op 17 mei 2023 heeft de bevoegde overheid, de gemeente Súdwest-Fryslân, in de persoon van mevrouw Y. Boonstra, kennis gegeven het rapport te hebben beoordeeld en het advies hieruit over te nemen. Wel moet er bij de bouw gestreefd worden naar een archeologievriendelijk, waarbij de twee rijen heipalen minimaal 4 tot 5 meter uit elkaar liggen. Wel mogen de palen in een rij dichter op elkaar liggen. Tevens mogen er niet meer heipalen worden geslagen dan uit een constructief oogpunt minimaal vereist is. In Appendix IV is het uitgewerkte plan voor de plaatsing van heipalen opgenomen. Op 14 juni 2023 heeft mevrouw Y. Boonstra laten weten dat er voldoende ruimte tussen de rijen heipalen zit en dat dit plan voldoende ruimte laat voor eventueel toekomstig archeologisch onderzoek. Vanuit een archeologisch oogpunt is dit palenplan door de gemeente goedgekeurd en is er, voor deze werkzaamheden, geen archeologisch vervolgonderzoek nodig.
18
Gebruikte bronnen AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geoinformatie en ICT. ARCHIS 3. www.zoeken.cultureelerfgoed.nl Borsboom, A.J. 2005. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen Oude Oppenhuizerweg 17-21. Synthegra-rapport 175231. Synthegra, Zelhem. Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Buitenhuis, H. 2005. Een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van bureau-onderzoek en grondboringen aan de Valkstraat te Sneek, gemeente Sneek (Fr.). ARC-rapport 2005-59. ARC, Groningen. CHK. https://www.fryslan.frl/chk FAMKE. www.fryslan.frl/archeologische-kaart-famke Friesland op de Kaart. www.frieslandopdekaart.nl HISGIS. www.hisgis.nl Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Openstreetmaps. www.openstreetmaps.com Publieke Dienstverlening Op de Kaart, www.pdok.nl Ruimtelijke plannen. www.ruimtelijkeplannen.nl Schamp, C.R.C. 2021. Sneek, Het Eiland gemeente Súdwest-Fryslân, Fr. Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Karterende fase. Steekproefrapport 2021-06/03. De Steekproef, Zuidhorn. Topotijdreis www.topotijdreis.nl Veenstra, H.W. 2004a. Plangebied Oudvaart, gemeente Sneek; een inventariserend archeologisch onderzoek.
RAAP-rapport 855, RAAP, Amsterdam Veenstra, H.W. 2004b. Plangebied Houkepoort, gemeente Sneek : een inventariserend archeologisch onderzoek. RAAP-rapport 854, RAAP, Amsterdam Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu. Amsterdam, Prometheus. Zee, R.M. Van der., 2007. Bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase), Burgemeester de Hooppark 4 te Sneek (gemeente Sneek). Synthegra-rapport P0502195. Synthegra, Zelhem.
Lijst van Figuren en Tabellen Figuren 1
Topografische kaart
2
Luchtfoto en KLIC-melding
3
Paleogeografische reconstructie
4
Archeologische waardenkaart
5
Uitsnede Schotanus
6
Historisch-topografische kaarten
7
Foto plangebied
8
Locatie van de boringen
9
Foto boring 1
Tabellen 1
Archeologische waarden in de omgeving
2
Specificatie archeologische verwachting
Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:
ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC
mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen
Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.
Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.
Appendix III Sneek, Zoutepoel 4 - Boorbeschrijvingen 01 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 174465 : 560678 : Normaal Amsterdams Peil :1 : Gemeten, landmeting : 3-5-2023 : J. van der Heul en C. Schamp
Lithologie Diepte (cm)
0 - 35 35 - 55 55 - 115 115 - 165 165 - 185 185 - 205 205 - 425 425 - 440 440 - 454 454 - 455
Omschrijving Grondsoort zand zwak siltig, licht-grijs, opgebrachte grond klei zwak zandig, donker-grijs-bruin, opgebrachte grond, vergraven zand zwak siltig, grijs, opgebrachte grond klei matig siltig, zwak humeus, blauw-grijs, spoor zwarte vlekken klei matig siltig, matig humeus, grijs-bruin, spoor plantenresten, basis scherp klei matig siltig, zwak humeus, licht-blauw-grijs, basis scherp veen zwak kleiig, donker-bruin, veel plantenresten veen sterk kleiig, donker-blauw-zwart, Opm.: Smeerlaag zand matig siltig, bruin, B-horizont zand matig siltig, bruin-geel, BC-horizont
Archeologische indicatoren
spoor baksteen
02 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 174477 : 560720 : Normaal Amsterdams Peil :4 : Gemeten, landmeting : 3-5-2023 : J. van der Heul en C. Schamp
Lithologie Diepte (cm)
0 - 35 35 - 55 55 - 75 75 - 90 90 - 100 100 - 115 115 - 140 140 - 170 170 - 172 172 - 180 180 - 182 182 - 270 270 - 272 272 - 300
Omschrijving Grondsoort klei zwak siltig, matig humeus, donker-bruin-grijs, bouwvoor klei zwak siltig, matig humeus, grijs-bruin, brokkelig, vergraven klei matig siltig, licht-grijs, spoor roestvlekken, spoor fosfaatconcreties klei matig siltig, blauw-grijs, basis scherp klei matig siltig, zwak humeus, grijs klei matig siltig, matig humeus, blauw-grijs, weinig zwarte vlekken klei matig siltig, licht-blauw-grijs, zandlagen, Opm.: Vanaf 185 enkele dunne zandlagen veen zwak kleiig, bruin klei matig siltig, matig humeus, grijs veen zwak kleiig, bruin klei matig siltig, matig humeus, grijs veen zwak kleiig, bruin, weinig plantenresten klei matig siltig, matig humeus, grijs veen zwak kleiig, donker-bruin, weinig plantenresten
Archeologische indicatoren
spoor baksteen spoor baksteen spoor baksteen
1/3
Appendix III Sneek, Zoutepoel 4 - Boorbeschrijvingen 03 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 174488 : 560675 : Normaal Amsterdams Peil : 29 : Gemeten, landmeting : 3-5-2023 : J. van der Heul en C. Schamp
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
Archeologische indicatoren
0 - 10 zand matig siltig, geel, opgebrachte grond 10 - 100 klei zwak siltig, matig humeus, donker-grijs, basis scherp, vergraven, Opm.: Brokken veen 100 - 130 klei matig siltig, licht-blauw-grijs 130 - 135 klei matig siltig, matig humeus, blauw-grijs, spoor zwarte vlekken 135 - 137 veen zwak kleiig, bruin 137 - 150 klei matig siltig, blauw-grijs, basis scherp 150 - 160 klei matig siltig, zwak humeus, grijs-bruin 160 - 245 klei matig siltig, blauw-grijs, basis scherp 245 - 300 veen zwak kleiig, donker-bruin, weinig plantenresten 04 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 174490 : 560648 : Normaal Amsterdams Peil : 36 : Gemeten, landmeting : 3-5-2023 : J. van der Heul en C. Schamp
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
0 - 50 zand matig siltig, geel-grijs, opgebrachte grond 50 - 125 klei matig siltig, grijs-bruin, Opm.: Brokken veen 125 - 150 klei matig siltig, licht-blauw-grijs, basis scherp 150 - 155 veen zwak kleiig, bruin, basis scherp 155 - 160 klei matig siltig, licht-blauw-grijs 160 - 165 klei matig siltig, matig humeus, blauw-grijs, spoor zwarte vlekken 165 - 185 klei matig siltig, licht-blauw-grijs, basis scherp 185 - 300 veen zwak kleiig, bruin, weinig plantenresten
Archeologische indicatoren spoor baksteen
05 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 174438 : 560654 : Normaal Amsterdams Peil : -1 : Gemeten, landmeting : 3-5-2023 : J. van der Heul en C. Schamp
Lithologie Diepte (cm)
0 - 35
Omschrijving Grondsoort
Archeologische indicatoren
klei sterk zandig, matig humeus, donker-bruin, bouwvoor 2/3
Appendix III Sneek, Zoutepoel 4 - Boorbeschrijvingen Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
35 - 75 klei zwak zandig, matig humeus, bruin-grijs, brokkelig 75 - 90 klei matig siltig, zwak humeus, groen-grijs, spoor fosfaatconcreties, spoor roestvlekken 90 - 100 klei matig siltig, matig humeus, blauw-grijs, spoor zwarte vlekken 100 - 120 klei matig siltig, blauw-grijs, basis scherp 120 - 140 klei matig siltig, matig humeus, bruin-grijs, spoor plantenresten, basis scherp 140 - 150 klei matig siltig, blauw-grijs 150 - 175 klei matig siltig, matig humeus, bruin-grijs, weinig zwarte vlekken 175 - 180 veen zwak kleiig, bruin, basis scherp 180 - 200 klei matig siltig, matig humeus, bruin-grijs, spoor zwarte vlekken, basis scherp 200 - 208 veen zwak kleiig, bruin, basis scherp 208 - 250 klei matig siltig, zwak humeus, grijs-bruin, spoor plantenresten 250 - 300 veen zwak kleiig, bruin, weinig plantenresten
Archeologische indicatoren
spoor baksteen spoor baksteen spoor baksteen
06 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder
: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 174472 : 560652 : Normaal Amsterdams Peil : 15 : Gemeten, landmeting : 3-5-2023 : J. van der Heul en C. Schamp
Lithologie Diepte (cm)
0 - 10 10 - 35 35 - 55 55 - 65 65 - 185 185 - 230 230 - 240 240 - 260 260 - 300
Omschrijving Grondsoort zand matig siltig, geel-grijs, opgebrachte grond klei sterk zandig, bruin-grijs, vergraven zand matig siltig, geel-grijs, opgebrachte grond klei matig siltig, zwak humeus, grijs-bruin, vergraven zand matig siltig, geel-grijs, basis scherp, opgebrachte grond klei matig siltig, blauw-grijs klei matig siltig, matig humeus, bruin-grijs klei matig siltig, sterk humeus, bruin, spoor plantenresten veen zwak kleiig, bruin, weinig plantenresten
Archeologische indicatoren spoor baksteen
3/3
Appendix IV: Heipalenplan