CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke Onderbouwing Menniste Skil Bolsward

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Planologyske ynstimming realisaasje ‘Woonzorgcentrum Menniste Skil’ op it perseel Skilwyk 15 yn Boalsert19.850 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

^ ^ ^ ^ ^ ^

Hoofdvorm: ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

De hoofdvorm voegt zich in de gevelwand. De hoofdvorm kent een overwegend symmetrische hoofdopzet en heeft een duidelijke kapvorm. De kapvorm blijft ook duidelijk herkenbaar (wordt zo weinig mogelijk geweld aangedaan) bij het realiseren van een nieuwe functie in die kap. Met name in de steden is de bebouwing binnen plein- en straatwanden vergelijkbaar maar is er onderscheidt door kleine onderlinge maatverschillen (zoals verschil in goot- en nokhoogte). De contour van de bebouwing is individueel wisselend, in 1 of meer lagen met een kap. Platte daken zijn mogelijk, daar waar in de bestaande situatie vanuit de historische situatie ook al een plat dak aanwezig is. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt of kennen een bijzondere vormgeving.Aanzichten en opmaak: Massa en vorm sluiten aan bij de aangrenzende/naastgelegen bebouwing. Duidelijk evenwicht tussen verticaal gerichte gevelopeningen en horizontale accenten zoals plinten en daklijsten e.d. Gevelcomposities verwijzen naar en/of reageren op de historische context. Raam- en deuropeningen worden extra geaccentueerd door specifieke detaillering en/of ornamentering (versiering). Detaillering en ornamentering is veelal rijk en gevarieerd en bij eenvoudiger bebouwing zorgvuldig en verwijzend naar of reagerend op de historische details.

Daken bestaan in hoofdzaak uit gebakken pannen (matgeglazuurde pannen zijn alleen toegestaan als dit uit historische overwegingen verantwoord is). Het type dakpan moet passen in de historische context.

RHO ADVISEURS

I Beeldkwaliteitplan I Menniste Skil Bolsward I 20-09-2022

^ ^

8 | 11

Gevels bestaan in hoofdzaak uit metselwerk. Stucwerk is alleen toegestaan waar dat vanuit de historie reeds aanwezig was of is. Bijgebouwen kunnen in hout. Voegwerk in de bestaande historische materialen, voegtype en kleur. Reparatie van metselwerk verdient de voorkeur boven algehele vervanging. Gevelopeningen bestaan uit natuurlijke materialen (hoofdzakelijk hout). Andere natuurlijke materialen zijn mogelijk als dit vanuit architectonisch oogpunt wenselijk is. Kunststof is niet toegestaan voor de delen die zichtbaar zijn vanuit het openbaar gebied. Nieuw kozijn- en raamhout is qua maatvoering en detaillering in overeenstemming met de historische maatvoering en detaillering. Bij dakgoten streven naar zorgvuldige detaillering, waarbij traditionele details worden gehandhaafd. Geen gebruik van aluminium, en kunststof voor dakgoten en gootklossen. De algemene kleurstelling is afgestemd op het bestaande en overwegend traditioneel. Dakkapellen aan de voorzijde zijn ondergeschikt en symmetrisch geplaatst. Dakkapellen en dakopbouwen aan de zijkanten zijn niet dominant aanwezig vanuit het openbaar gebied. Materiaal en kleur van dakkapellen passen binnen de historische context; toepassen van kunststof en kunsthars gebonden beplating/materialen is niet toegestaan voor delen die zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied. Dakramen staan op een evenwichtige plaats in het dakvlak.

Voor winkelpuien geldt dat behoud en herstel van een bestaande historische pui de voorkeur geniet boven vervanging. Wanneer een nieuwe pui wordt aangebracht dan heeft deze een visueelruimtelijke relatie met de gevel op de verdieping(en) en brengt geen nadrukkelijke scheiding teweeg. Er dient een borstwering toegepast te worden. De hoeken van de gevels dienen voldoende massa te houden en ook dient de bovenverdieping en de gevel in zijn totaliteit voldoende ‘stevig op de grond te staan'. Overhead-, rol- en kanteldeuren in de voorgevel zijn niet toegestaan tenzij reeds bestaand; deze dient dan in hout te worden uitgevoerd. Bij dakdoorvoeren (zoals bijvoorbeeld ventilatiepijpen) streven naar een minimale maat buitendaks en uitgevoerd in een bij de omgeving passende kleur (niet glimmend).

6.2 Welstandscriteria zone A SKILWYK Situering ^ ^

Ingepast in lijn met de bestaande naastgelegen rooilijn. Met een knik of in de gevellijn welke het verloop van de straat volgt. De gevelwanden zijn gesloten. Wisselend en divers gevelbeeld met onderling herkenbare panden, met afwisseling in materiaalgebruik, kapvorm en gootlijn

Hoofvorm ^ ^ ^ ^

De nieuwbouw dient hoogwaardig te worden vormgegeven en te refereren aan de bestaande bebouwingskarakteristiek van gebouwen in het historisch centrum van Bolsward. Straatbeeld van individuele panden. Daklandschap in de vorm van dwarskappen per pand, met de mogelijkheid van één individueel pand met een langskap. Licht verspringende goot- en nokhoogten afgewisseld met tot aan de nok doorgetrokken kopgevels om de individuele pandenstructuur te benadrukken.

Gevel ^ ^ ^

Geen blinde gevels of luifels op de openbare weg gericht. Gevelmateriaal tot maaiveld doortrekken eventueel met een plint. Klassieke gevelindeling met gevelopeningen met een staande diagonaal.

Detaillering en materiaalgebruik ^ ^ ^

Uitvoering in baksteen in verschillende tinten per pand. De dakbedekking uitvoeren in matte rode of zwarte pannen eventueel met zinken onderdelen. Zorgvuldige detaillering van daklijsten, raam- en deurpartijen met voldoende profiel. Moderne interpretatie van traditionele architectuur

Overige ^

Op één plek in de gevelwand mag ruimte worden gelaten tussen twee panden voor een entree. Deze wordt terugliggend gepositioneerd ten opzichte van de rooilijn en krijgt een ondergeschikte en transparante uitstraling.

RHO ADVISEURS

I Beeldkwaliteitplan I Menniste Skil Bolsward I 20-09-2022

9 I 11

Detaillering en materiaalgebruik

6.3 Welstandscriteria zone B BINNEN HET BOUWBLOK Situering ^

Ingepast in de bestaande ruimte, in aansluiting op de omgeving.

Hoofvorm ^ ^ ^

Eenduidige en strakke hoofdvorm. Veel vormen zijn toegestaan, maar de hoofdopzet is kantig. Afdekking met kap of plat dak, ondergeschikt aan de bebouwing in zone A.

Gevel ^ ^

Samenhangend gevelbeeld met voldoende gevelopeningen. Afstemming in gevelbeeld op de historische omgeving is toegestaan, maar geen verplichting. Samenhangend gevelbeeld in hout of metselwerk

Materiaalgebruik ^ ^ ^

Gevels uitvoeren in baksteen of hout. Ondergeschikt aan het hoofdmateriaal zijn afwijkende materialen zoals glas, zink, cortenstaal, etc. zijn toegestaan indien aanlsuiting wordt gezocht bij het kleur- en materiaalgebruik van de omgeving. De dakbedekking van kappen uitvoeren in zink, matte rode of zwarte pannen.

Ondergeschikt aan het hoofdmateriaal is een afwijkend materiaal mogelijk

RHO ADVISEURS

I Beeldkwaliteitplan I Menniste Skil Bolsward I 20-09-2022

10 I 11

RHO ADVISEURS

Bijlage 2

49/211

Archeologisch onderzoek

Bolsward, Menniste Skill (Gemeente Súdwest Fryslân, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende fase

Concept Steekproefrapport 2023-09/02

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Bolsward, Menniste Skill (Gemeente Súdwest Fryslân, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende fase

Concept Steekproefrapport 2023-09/02

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Bolsward, Menniste Skill (Gemeente Súdwest Fryslân, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende fase Een onderzoek in opdracht van RHO Adviseurs Steekproefrapport 2023-09/02 ISSN 1871-269X Status: Concept

Goedgekeurd door de gemeente Súdwest Fryslân d.d.

De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 & 4003. Foto's en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 3 mei 2024 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Inhoud Samenvatting

Administratieve gegevens van het plangebied

1. Inleiding............................................................................................................................................................ 1 ^ ^ ^

1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01)........................................................................................... 1 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02)...................................................................................................... 2 1.3 Beleid (KNA 4.1: LS01, LS02).......................................................................................................2

2. Bureauonderzoek (KNA 4.1 : LS06).............................................................................................................4 • ^ ^ ^ ^

2.1 Bronnen............................................................................................................................................. 4 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)............................................................................................. 4 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04)......................................................................................................... 7 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03)...................................................................................... 10 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)...............................................................13

3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05)...............................................................................................................1 4 ^ ^ ^

3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01).............................................................................. 14 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1 : VS02, VS03)............................................................................ 1 6 3.3 Selectievoorstel vondsten (KNA 4.1: OS13)............................................................................. 18

4. Conclusies en advies (KNA 4.1 : VS07)................................................................................................... 1 9 Gebruikte bronnen Lijst van Figuren en Tabellen Appendix I: Archeologische periodes Appendix II: Boorstaten Appendix III: Boorbeschrijvingen

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Samenvcittmg In opdracht van RHO Adviseurs heeft de De Steekproef een archeologische bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend onderzoek 1) uitgevoerd op het terrein van It Menniste Skill en van de voormalige Rabobank in Bolsward. De aanleiding voor het onderzoek is de toekomstige sloop en nieuwbouw op het terrein. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in de historische kern van Bolsward ligt. Vanaf de late middeleeuwen is het plangebied al deels bebouwd, op historische kaarten (vanaf de 1 6e eeuw) zijn meerdere stenen gebouwen zichtbaar in en rond het plangebied. Dergelijke steenbouw kan vooraf zijn gegaan door houten gebouwen. Uit onderzoeken in de omgeving zijn sporen van bewoning aangetroffen daterend vanaf de 10e eeuw. Bij het veldwerk zijn er zes boringen in het plangebied gedaan. Drie boringen stuitten op een ondoordringbare laag. Twee van deze gestuite boringen (1 en 5) hadden gele/oranje vlekken in de punt van boor. Dit kan op oude bakstenen funderingen duiden. In de overige drie boringen zijn er onder de moderne verstoorde toplagen nog intacte terp- of ophogingslagen aanwezig van waarschijnlijk meerdere bewoningsfases. In deze lagen werden vondsten gedaan die niet later dateren dan de late middeleeuwen. Onder de terplagen kon bij de boringen 3 en 4 tot in de natuurlijke kwelder worden geboord.

Bij boring 6 werd een gedempte sloot of watergang aangeboord. Uit de resultaten van het archeologisch onderzoek blijkt dat er nog intacte terp- of ophogingslagen aanwezig zijn van de historische bewoning van Bolsward in het plangebied. Daarnaast zijn er mogelijk nog intacte funderingsresten aanwezig van historische bebouwing. De boringen in het plangebied (1 t/m 5) tonen aan dat het archeologische niveau vanaf circa 0,3 meter boven NAP (circa 55 tot 80 centimeter onder het maaiveld) intact is. Boring 6 werd net buiten het plangebied gezet. Hier werden intacte archeologische lagen aangetroffen vanaf 20 centimeter onder het maaiveld (0,68 meter boven NAP). Selectie-advies Uit de resultaten van het veldwerk blijkt de hoge archeologische verwachting voor historische bewoningsresten in het plangebied terecht. Bij het veldonderzoek zijn op een diepte vanaf 20 tot 80 centimeter onder het maaiveld intacte terplagen aangetroffen met vondsten die niet later dan de late middeleeuwen dateren. Hoewel een aantal boringen vanwege een ondoordringbare laag moesten worden gestaakt, zijn er sterke aanwijzingen dat hier sprake is van oude bakstenen funderingen. De exacte dieptes van de toekomstige bodemingrepen (sloop en nieuwbouw) zijn nog niet bekend.

Omdat het intacte archeologische niveau al vanaf 20 centimeter onder het maaiveld kan worden aangetroffen is de kans groot dat dit door de bodemingrepen wordt aangetast. Vanwege de bovenstaande redenen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven. Het doel van dit proefsleuvenonderzoek is het waarderen en in kaart brengen van de aard en dateringen van de verschillende archeologische niveaus. Dit proefsleuvenonderzoek kan echter pas plaatsvinden na de sloop van de bovengrondse bebouwing. Voor de bovengrondse sloop is geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk. Ondergrondse sloopwerkzaamheden, onder het maaiveld, dienen pas na het proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de resultaten van de proefsleuven dient te worden vastgesteld of de ondergrondse sloopwerkzaamheden al dan niet onder archeologische begeleiding te dienen worden uitgevoerd. Bovenstaand betreft een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Súdwest Fryslân, om hier al dan akkoord mee te gaan.

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Administratieve gegevens van het plangebied Provincie

Fryslân

Gemeente

Súdwest Fryslân

Plaats

Bolsward

Toponiem

Menniste Skill

Centrumcoördinaat

163.863/ 563.977

Oppervlakte plangebied

Circa 1 800 m2

NAP-hoogte maaiveld

Circa 1 meter boven NAP

Huidig grondgebruik

Voormalige locatie en percelen van Rabobank en wooncentrum

Soort onderzoek

Bureauonderzoek & Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek (IVO) Verkennende fase

Opdrachtgever

RHO adviseurs

Uitvoerder

De Steekproef bv

Bevoegde overheid

Gemeente Súdwest Fryslân

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan Bolsward Binnenstad (vastgesteld op (10-03­ 2009) Dubbelbestemming: Archeologisch, cultuurhistorisch en (cultuur)landschappelijk waardevol gebied

Steekproef projectcode

2023-09/02

Onderzoeksmeldingsnummer

5535957100

Datum veldwerk

1 mei 2024

Maximale diepte onderzoek

3 meter onder het maaiveld

Beheer en plaats documentatie

De Steekproef bv Z Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Z Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis 1 DANS 1 DINO-loket (boorgegevens)

□ ■a

DE STEEKPROEF

5Sd

archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van RHO Adviseurs is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd op het terrein van It Menniste Skill en van de voormalige Rabobank in Bolsward (gemeente Súdwest Fryslân), provincie Fryslân (zie Figuur 1). De aanleiding voor het onderzoek is het renoveren van It Menniste Skill, het slopen van het voormalige pand van de Rabobank en het verwezenlijken van een nieuw pand op deze locatie (zie Appendix I). Voor deze ingrepen zijn graafwerkzaamheden gepland: dit betekent een bedreiging van de eventueel aanwezige archeologische waarden. De diepte van de graafwerkzaamheden is op het moment van schrijven nog niet bekend. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op archeologische waarden in het plangebied. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O, verkennende fase). Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historischgeografische informatie. 163500

164000

164500

Figuur 1: Bolsward, Menniste Skill: Overzicht van de ligging van het plangebied aangegeven in rood. Bron: Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDoK).

1

□ ■ū

DE STEEKPROEF

™

archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Het doel van het veldonderzoek is het vaststellen van de opbouw en gaafheid van de bodem. Ook is gelet op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerk, metalen voorwerpen, bouwmateriaal, houtskool, bewerkt en verbrand bot, etc. 163800

163900

Figuur 2: Bolsward, Menniste Skill: Luchtfoto van het plangebied. Bron: PDoK.

1.2

Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied ligt tussen de straat Laag Bolwerk aan de noordwestzijde en de Skilwyk aan de zuidoostzijde in de wijk Bolsward binnen de Wallen (Figuur 2). Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 1800 m2. Het terrein bestaat aan de noordzijde uit een wooncentrum, en de zuidelijke helft betreft het voormalige pand van de Rabobank en de daarbij behorende percelen.

2

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

1.3

Beleid (KNA 4.1: LS01, LS02) Het gebied valt onder het Bestemmingsplan Bolsward Binnenstad (vastgesteld op 10 maart 2009; via ruimtelijkeplannen.nl). Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Archeologisch, cultuurhistorisch en (cultuur)landschappelijk waardevol gebied. Voor deze dubbelbestemming geldt dat bodemverstoringen niet meer dan 50 m2 mogen beslaan, zonder archeologisch vooronderzoek. De gemeente heeft geen eigen archeologische verwachtingskaart; hiervoor geldt de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE). In Figuur 3 zijn twee uitsneden van deze kaart te zien. Voor de periode steentijd — bronstijd geldt dat er geen onderzoek noodzakelijk is. Voor de periode ijzertijd — middeleeuwen geldt 'streven naar behoud'. Van dergelijke gebieden is bekend dat zij waardevolle archeologische resten bevatten. Soms hebben deze terreinen nu reeds een bestemming waarbij het oprichten van bouwwerken is toegestaan, zoals bijvoorbeeld een woonbestemming. In deze gevallen adviseert de provincie voor ingrepen van minder dan 50 m2 geen consequenties te verbinden aan de aanduiding' streven naar behoud'. Met een oppervlakte van circa 1 800 m2 wordt deze grens ruimschoots overschreden. 163900

163800

163900

563900

564000

163800

Q Plangebied Karterend onderzoek 1 (middeleeuwen)

150 m N 0 50 100 1------- --------1------- ------- 1------- —1 w

H Streven naar behoud Geen onderzoek noodzakelijk Figuur 3. Bolsward, Menniste Skill: Uitsnede van de FAMKE van zowel de periode steentijdbronstijd (links) als de periode ijzertijd-middeleeuwen (rechts). Het plangebied is zwart omlijnd.

3

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

2.

Bureauonderzoek (kna 4.1: LS06)

2.1

Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het bureauonderzoek zijn opgenomen in de literatuurlijst. De onderzoeksmethode is afgestemd op het archeologisch beleid van de provincie Fryslân en de gemeente Súdwest Fryslân. Aan de hand van het bureauonderzoek is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Voor de paragraaf over de fysische geografie zijn kaarten van de bodem, de geologie, geomorfologie en de fysische geografie bestudeerd, evenals het Actueel Hoogtebestand Nederland. Voor de paragraaf over archeologie is onder andere ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd. In ARCHIS 3 kunnen vondstmeldingen, archeologische terreinen en eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken worden ingezien. Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin de archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Rapporten over eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied zijn eveneens bestudeerd. Voor de paragraaf over de historische geografie is onder meer gebruik gemaakt van historische kaarten en de website topotijdreis.nl.

2.2

Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) Volgens de paleogeografische reconstructies, door Vos et al. (201 8), bevond het plangebied zich rond 9000 vC tussen twee beekdalen in (Figuur 4, linksboven). Door zeespiegelstijging en daaropvolgende vernatting van het landschap ontwikkelde zich na deze periode uitgestrekte veengebieden. Omstreeks 3850 vC raakte de omgeving en het plangebied bedekt met veen (niet afgebeeld). Na de veenbedekking ontwikkelde het landschap zich tot een kweldergebied. Rond 2750 vC bevond het plangebied zich nog in de getijdenzone (niet afgebeeld). Vanaf 1500 vC ligt het plangebied in het kweldergebied (Figuur 4, rechtsboven). Langere tijd blijft dit een open en actief kweldergebied tot het gebied bedijkt werd. Omstreeks 1250 nC is zichtbaar dat de omgeving van het plangebied volledig binnensdijks ligt (Figuur 4, linksonder). Vanaf 1 500 nC is de stadskern van Bolsward herkenbaar op de paleogeografische reconstructies (Figuur 4, rechtsonder). Op zowel de geomorfologische- als de bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege bebouwing. In de omgeving van Bolsward komen, op de geomorfologische kaart, voornamelijk afzetting voor die met getijden te maken hebben. Het gaat hier om vlaktes van getij afzettingen (code M72), getij oeverwallen (B72) en getij kreken (R71).

Op de bodemkaart zijn in de omgeving van het plangebied alleen terpen en vaaggronden zichtbaar. In DINO (ondergrond gegevens) zijn geen boringen binnen het plangebied bekend. In een straal van circa 300 meter zijn enkele boringen in de omgeving van het plangebied bekend. Voor de bovengrond (de eerste 7 meter) laten deze boringen vrijwel een zelfde bodemopbouw zien. De eerste 3 tot 6 meter bevat klei waarna de bodem overgaat op een zandig kleipakket (boringen B1 0E0260, B1 0E0261, B1 0E0064 & B1 0E0066). In de diepere ondergrond bevindt zich onder het zandige pakket een veenlaag (boringen B1 0E0064 & B1 0E0066). Dit sluit aan bij de paleogeografische reconstructies van Vos et al. (201 8, Figuur 4). De kleiige ondergrond behoort tot het kwelderdek, de zandlagen zijn afgezet toen 4

awn

DE STEEKPROEF ^ archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

het gebied nog een getijdenzone was en het veendek is te relateren aan het veenlandschap dat zich hier omstreeks 3850 vC bevond. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland 4 (AHN4) is zichtbaar dat het plangebied zich in de relatief hoge binnenstad van Bolsward bevindt (Figuur 5). De maaiveldhoogte van het plangebied is circa 1 meter boven NAP Het hoogste punt in de binnenstad is de Martinikerk ten noordoosten van het plangebied met een hoogte van circa 2,8 meter boven NAP De bebouwingsschil rondom het oude centrum varieert in hoogte van circa 0,40 meter boven NAP tot 0,60 meter boven NAP Buiten de bebouwde kom neemt de hoogte van het maaiveld af tot 0,30 meter onder NAP

Figuur 4: Bolsward, Menniste Skill: Paleogeografische reconstructies van de omgeving van het plangebied. Bron: Vos et al. 201 8.

5

□ ■ū DE STEEKPROEF

™

562000

564000

566000

archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

5m NAP *

2m NAP

Plangebied

Figuur 5: Bolsward, Menniste Skill: Hoogtekaart met het Actueel Hoogtebestand Nederland. Het plangebied is zwart omlijnd. Gebieden met een rode kleur liggen hoger dan gebieden met een blauwe kleur. Bron: www.ahn.nl, via PDoK.

6

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

2.3

Archeologie (KNA 4.1: LS04) De reeds bekende archeologische waarden in een straal van circa 300 meter rondom het plangebied zijn verzameld. In Figuur 6 zijn de onderzoeksmeldingen, vondstmeldingen en AMK-terreinen weergegeven. Beschrijvingen hiervan zijn opgenomen in Tabel 1. In de tekst worden de belangrijkste bevindingen samengevat. Aangrenzend aan het plangebied is een archeologische begeleiding uitgevoerd (2304833100). Lokaal was de bodem hier echter zo verstoord dat er geen archeologische waarden aanwezig waren behalve twee muren van een gasfabriek uit 1862. Ten oosten van het plangebied hebben een booronderzoek en een opgraving plaatsgevonden (resp. 2457657100 & 4650197100). Uit deze onderzoeken blijkt een bewoningsgeschiedenis vanaf de ijzertijd — Romeinse tijd tot en met de huidige tijd. Uit de periode ijzertijd — Romeinse tijd werden alleen vondsten gedaan. Voor de periode middeleeuwen en later zijn zowel vondsten gedaan als grondsporen aangetroffen. Deze middeleeuwse datering sluit aan bij de datering die aan AMK-terrein 8169 in Archis gegeven is. Het gaat hier om resten van de middeleeuwse stadskern van Bolsward. Direct buiten deze middeleeuwse stadskern zijn tot op heden geen archeologische resten aanwezig. De onderzoeken die hier uitgevoerd zijn hebben geen aanwijzingen voor bewoning opgeleverd (20971 331 00 & 21 600941 00).

Tabel 1: Bolsward, Menniste Skill: Overzicht van de ARCHIS-meldingen en AMK-terreinen. (ABO^ooronderzoek, ABL^bureauonderzoek, ABE^egeleiding, AOP+opgraving). Zaaknummer

Omschrijving

AMK-terreinen 8169

“Terrein met daarin resten van de middeleeuwse stadskern van Bolsward, met ondermeer resten van een klooster. De plattegrond van Bolsward is in twee delen op te splitsen; de terp in het noorden van de stad, met daarop gelegen de St. Maartenskerk en het zuidelijke deel van de stad langs de Hoogstraat en Grootzand, straten die de loop volgen van de oude Marnedijk. De Kerkstraat vormt de verbinding tussen deze stadsdelen." (uit Archis)

Onderzoeksmeldingen 2097133100

2005 ABO RAAP: Tijdens het booronderzoek zijn alleen archeologische indicatoren gevonden die niet in situ lagen. Geen vervolgonderzoek geadviseerd 2005).

2160094100

2007 ABO Steekproef: Tijdens het booronderzoek zijn op drie locaties brandhorizonten aangetroffen. Waarschijnlijk zijn deze het gevolg van het jaarlijks platbranden van vegetatie. Er zijn geen aanwijzingen voor bewoning gevonden. Geen vervolgonderzoek geadviseerd (Bongers 2007).

2304833100

201 0 ABE MUG: Rioolbegeleiding ten noorden van het huidige plangebied. Tijdens het onderzoek bleek dat de bodem tot 1,5 meter onder het maaiveld verstoord was. De enige archeologische waarden in situ waren twee muurtjes van beton en geeltjes. Waarschijnlijk behoorden deze tot een gasfabriek die in 1 862 is gebouwd. (Krol 201 2).

2457657100

2014 ABO RAAP: Het betreft een onderzoek in AMK-terrein 81 69. Tijdens het booronderzoek zijn twee (grotendeels) intacte archeologische niveaus aangetroffen. Het eerste niveau betreft bebouwingsresten uit de nieuwe tijd. Hieronder bevindt zich een middeleeuws terp niveau. Tijdens het onderzoek zijn meerdere scherven aardewerk gevonden. De oudste van deze fragmenten betreft bezemstreek kogelpotaardewerk. Gezien de aangetroffen archeologische waarden is geadviseerd om niet dieper dan 0,30 meter te graven. Indien dit niet mogelijk blijkt, dan luidt het advies om een opgraving te laten uitvoeren (Van Hoof 201 5).

3974341100

2015 ABL Archeomare: Rapport is niet beschikbaar in Archis. Lit de samenvatting op

7

□ ■ū □ ID

DE STEEKPROEF

«n

archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

DANSEASY blijkt dat er booronderzoek ten zuiden van Bolsward werd geadviseerd. 4650197100

201 8 AOP RAAP: Deze opgraving komt voort uit zaaknummer 24576571 00. Tijdens het veldonderzoek zijn sporen aangetroffen daterend uit de vroege middeleeuwen tot en met de 20e eeuw. Het vondstmateriaal dateert vanaf de ijzertijd — romeinse tijd tot en met de 20e eeuw. De aangetroffen archeologische resten schetsen het verhaal van een agrarischeterp die zich ontwikkeld tot een handelsterp. De conservering van het vondstmateriaal was goed, er zijn enkele organische artefacten geborgen (Varwijk 2023).

4913658100

2020 ABU VUhbs archeologie: geen rapport beschikbaar.

Vondstmelding 2884413100

1 977 RCE: Vondstmelding aangaande een oude ROB opgraving. Hierbij zijn archeologische waarden uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd aangetroffen.

2884462100

1 977 RCE: "05-12-201 1 Opgravingen door de ROB in de binnenstad van Bolsward, tijdens het graven van een cunet evenwijdig aan de Witherenstraat. Aangetroffen werd een zogenaamde koopmansterp, bestaande uit een 6 meter dik ophogingspakket met aan de noordzijde een havenfront. De oudste fase van de terp is vermoedelijk in de 12e eeuw te dateren, op basis van het voorkomen van aardewerk en munten." (uit Archis).

2884454100

1 977 RCE: Vondstmelding aangaande een oude ROB opgraving. Hierbij zijn archeologische waarden uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd aangetroffen.

3239963100

2009 Vestigia: "Deel van de stadspoort de Blauwpoort: muurwerk aangetroffen tijdens plaatsing glascontainer. Eerste vermelding stadspoort in muur opgetrokken: tussen 1468 en 1478. Baksteenformaat over het algemeen 22x10,5x6 cm; oranje tot gele baksteen" (uit Archis).

8

□ ■O

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

164000

563750

564000

564250

163750

I

2465473100

0

] Terrein van hoge archeologische waarde Onderzoeksmeldingen #

50

100 150 200 m ^lil 1 '

N /#N

Vondstmeldingen

Figuur 6: Bolsward, Menniste Skill:Archeologische waarden in de omgeving van het plangebied. Bron: Archis.

9

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

2.4

Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Volgens de landschapsbiografie Súdwesthoeke komt de naam Bolsward voor vanaf de middeleeuwen, mogelijk zelfs de vroege middeleeuwen. Het achtervoegsel 'ward' komt van het oudere 'werth'. Deze aanduiding zou te maken hebben met het 'in elkaar draaien'. Dit wordt geassocieerd met gevlochten of gedraaide takken die als omheiningen van landerijen zijn gebruikt. De stad zou ontstaan zijn uit drie terpen. De meest noordelijk terp zou opgeworpen zijn rond het begin van de jaartelling. Ten zuiden hiervan werd rond de achtste eeuw een tweede terp opgeworpen. Tussen deze terpen in is omstreeks de 12e eeuw een derde terp opgeworpen. In de 1 5e eeuw maakte de stad een bloeiperiode door en werd het de belangrijkste stad van Westergo (Stenvert et al. 2000, 87-97). Het eerste kaartmateriaal van Bolsward betreft de stadsplattegrond geschilderd door Jacob van Deventer in de 1 6e eeuw (Figuur 7). De huidige vorm van de oude stadskern is reeds zichtbaar. Op deze kaart lijkt al bebouwing aanwezig in het plangebied. De daarop volgende kaart is afkomstig uit 1 649 (Figuur 8). De situatie is hier hetzelfde als op de eerdere kaart. Er bevonden zich een waterweg en enkele huizen in de omgeving van het plangebied. Alhoewel deze kaart in 1 649 is uitgegeven lijkt deze sterk op een eerder geproduceerde kaart.

De kaart is vrijwel gelijk aan de plattegrond van Bolsward vervaardigd door Nicolaas Geelkercken in 1616 (niet afgebeeld, geen hoge resolutie beschikbaar). De eerste accurate kaart van het plangebied is het kadastrale minuutplan dat opgesteld is tussen 1811 en 1 832 (Figuur 9). Hierop is zichtbaar dat het plangebied voornamelijk bebouwd was. Ten noorden van het plangebied is de doopsgezinde kerk uit 1 784 zichtbaar (Stenvert et al. 2000, 90). De atlas van Eekhoff toont eenzelfde indeling als deze minuutkaart (niet afgebeeld). Op de topografische kaart van 1 870 (Figuur 1 0, linksboven) is dezelfde situatie nog herkenbaar. Rond 1925 worden de watergangen ten zuiden van het plangebied gedempt (Figuur 10, rechtsboven). Vanaf 1935 is het volledige plangebied bebouwd (Figuur 10, linksonder). Hierna verandert het plangebied relatief weinig. Omstreeks 1965 werd er een nieuwe brug ten noorden gebouwd als extra ontsluitingsweg.

10

nun

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Figuur 7: Bolsward, Menniste Skill: Reproductie van de Jacob van Deventer stadsplattegrond van Bolsward. Bron: Beeldbank RCE; Document 39.733

Figuur 8: Bolsward, Menniste Skill: Reproductie stadsplattegrond van Bolsward omstreeks 1649. Bron: Beeldbank RCE; Document 203.21 1

11

nun

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Figuur 9: Bolsward, Menniste Skill: Uitsnede uit het kadastrale minuutplan uit 1811-1 832. Bron: Beeldbank RCE: Document MIN02015A01

Plangebied

Figuur 10:

0

50

100

150

200 m

1-------1---------- 1---------1---------1

N

(îį)

Bolsward, Menniste Skill: Topografische kaarten uit 1 870, 1 925, 1 935 en 1 965 Het plangebied is rood omlijnd. Bron: topotijdreis.

12

«o

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) In het plangebied kunnen archeologische waarden aanwezig zijn uit de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. Voor de periode ijzertijd — Romeinse tijd geldt een lage verwachting. De met deze periode geassocieerde terp bevindt zich meer ten noordoosten van het plangebied. Tevens zijn er nog relatief weinig resten uit deze perioden aangetroffen in de directe omgeving. Resten uit deze periode kunnen bestaan uit aardewerk, metaal, bot, leer (vanwege de goede conservering) en grondsporen zoals paalkuilen en terplagen. Voor de periode middeleeuwen — nieuwe tijd geldt een hoge verwachting. Vanaf de late middeleeuwen is het plangebied al deels bebouwd. Uit onderzoeken in de omgeving zijn sporen aangetroffen vanaf de 10e eeuw. Resten uit deze periode kunnen bestaan uit aardewerk, metaal, bot, leer (vanwege de goede conservering) en grondsporen zoals paalkuilen, sloten en terplagen. Eventuele verstoringen kunnen bestaan uit funderingen, kabels en leidingen. Een deel van de huidige bouwwerken kan archeologische resten beschadigd hebben.

Tabel 2: Bolsward, Menniste Skill: Specificatie archeologische verwachting. Datering

Ijzertijd — Romeinse tijd

Middeleeuwen — nieuwe tijd

Diepteligging

Onder de middeleeuwse terplagen

Vanaf het maaiveld

Locatie

Hele terrein

Hele terrein

Complextype

Nederzetting

Nederzetting

Omvang

Vanaf tientallen meters

Vanaf tientallen meters

Gaafheid en conservering

Mogelijk organische conservering

Mogelijk organische conservering

Uiterlijke Kenmerken

Aardewerk, metaal, bot, leer en grondsporen zoals paalkuilen en terplagen.

Aardewerk, metaal, bot, leer en grondsporen zoals paalkuilen, sloten en terplagen.

Mogelijke Verstoringen

Funderingen, kabels en leidingen en reeds bestaande bebouwing

Funderingen, kabels en leidingen en reeds bestaande bebouwing

Om dit verwachtingsmodel te toetsen wordt een inventariserend veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase uitgevoerd. Het doel hiervan is om de intactheid van de bodem in kaart te brengen. Eventuele archeologische relevante lagen kunnen op deze manier beschreven worden.

13

nun

DE STEEKPROEF 3"-a archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

3.

Veldonderzoek (kna 4.1: vs05)

3.1

Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 1 mei 2024. Hierbij zijn zes boringen gezet verspreid door het plangebied (Figuur 12) wat neerkomt op een boordichtheid van 33,3 boringen per hectare. Het noordwestelijk deel van het plangebied was niet toegankelijk tijdens het onderzoek. De geplande boring (6) is verplaatst naar de zuidoosthoek, net buiten het plangebied. Vanwege de bestaande bebouwing kon er alleen in de binnenplaats worden geboord, in de tuinen en in het voetpad langs het gebouw (Figuur 1 1). Dit betekende dat er vrijwel geen ruimte was voor een andere spreiding van de boringen. De onderlinge afstand tussen de boringen wisselden van circa 4 tot 15 meter. De maaiveldhoogtes van de boringen zijn gebaseerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland 4 (AHN4). De boringen werden gezet met een edelmanboor van zeven centimeter doorsnede en na circa 1 meter dieper doorgezet door middel van een 3 centimeter gutsboor. De boringen 1,2 en 5 stuitten allen op een ondoordringbare laag (tussen 55 en 80 centimeter onder het maaiveld). De overige boringen (3,4 en 6) konden wel tot grotere diepte, maximaal 3 meter onder het maaiveld, worden doorgezet. Alle boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De boorstaten zijn opgenomen in Appendix II en de boorbeschrijvingen staan in Appendix III.

Van de bodemkundige lagen zijn de diepte, lithologie en kleur bepaald, alsmede alle overige bijzonderheden. De grondmonsters in de boorkop werden laagsgewijs afgesneden en doorzocht op archeologische resten of indicatoren. Vanwege de bebouwing was een veldkartering natuurlijk niet mogelijk.

Figuur 11:

Bolsward, Menniste Skill: Foto's genomen aan weerszijden van de bebouwing. Links het plantsoen en pad waar de boringen 4 en 5 zijn gezet. Rechts het pad waar boringen 1 en 6 zijn uitgevoerd. 14

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

163900

563950

564000

163850

Figuur 12:

Bolsward, Menniste Skill: Locatie van de boringen. De boringen zijn zo goed mogelijk verspreid over het terrein geplaatst. Binnen de bebouwing kon alleen in de binnenplaats worden geboord (boringen 2 en 3).

15

□ ■n

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

3.2

Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) Bodem De top van de bodem bestond uit een verstoord pakket bestaande uit een combinatie van bestratingsstenen, bestratingszand en een vergraven kleipakket. De dikte van dit pakket lag doorgaans tussen de 55 en 80 centimeter onder het maaiveld (circa 0,34 tot 0,1 3 meter boven NAP). Alleen bij boring 6 (net buiten het plangebied) was het verstoorde pakket maar circa 20 centimeter dik. Onder de verstoorde lagen bevond zich bij boringen 3, 4 en 6 een pakket bestaande uit verschillende kleilagen. Er werden donkergrijze, humeuze lagen waargenomen met veel puin/baksteenresten en houtskoolspikkels. Deze lagen werden afgewisseld met ietwat schonere groen/grijze kleilagen. De groene kleur van deze lagen werd veroorzaakt door de aanwezigheid van fosfaten in de klei. De aanwezigheid van aardewerkvondsten in deze kleilagen (zie onder) duiden erop dat deze kleilagen als terplagen, of ophogingslagen, kunnen worden geïnterpreteerd van de oude bewoning van Bolsward. In boring 3 werd tussen de kleilagen een dunne zandlaag aangetroffen op 81 centimeter onder het maaiveld (0,12 meter boven NAP). Deze laag was minder dan 1 centimeter dik en bestond uit relatief grof en schoon grijs zand (Figuur 1 3). Mogelijk is hier sprake van een dunne overstromingslaag (mogelijke storm?) waarbij beekzand is afgezet.

Bij boring 6 werd onder deze ophogingslagen vanaf circa 21 0 centimeter onder het maaiveld (-1,22 meter onder NAP) een sterk humeuze en slappe kleilaag aangetroffen. Deze laag liep nog dieper door dan de einddiepte van de boring: 290 centimeter onder het maaiveld (circa -2,1 meter onder NAP). De aanwezigheid van veel puinresten in deze laag, tot grote diepte, duidt erop dat er sprake is van een mogelijke slootdemping. Bij de boringen 3 en 4 werden vanaf, respectievelijk, 170 en 1 25 centimeter onder het maaiveld (-0,77 en -0,45 meter onder NAP) de natuurlijke kleilagen van de kwelder aangetroffen. Deze bestonden uit grijze, schone (geen archeologische indicatoren) kleilagen met enkele dunne zandlagen. Boringen 1,2 en 5 konden stuitten allen op een ondoordringbare laag (respectievelijk op 80, 75 en 55 centimeter onder het maaiveld; 0,21 0,1 3 en 0,3 meter boven NAP). Bij boringen 1 en 5 waren er in de punt van de boringen duidelijk gele en oranje vlekken zichtbaar, wat een indicatie kan zijn voor bakstenen funderingen. In boring 2 toonden deze vlekken zich niet. Gezien de locatie in de binnenplaats van het pand is hier mogelijk op een betonplaat gestuit.

Figuur 13:

Bolsward, Menniste Skill: Detail van boring 3 tussen circa 70 en 105 centimeter onder het maaiveld. Bij de gele strepen ligt een de dunne zandlaag, mogelijke een overstromingslaag. Aan weerszijden hiervan liggen terplagen bestaande uit groengrijze lagen en donkergrijze lagen.

16

nmu

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Vondsten In de kleilagen, die als terplagen zijn geïnterpreteerd, zijn bij boringen 4 en 6 aardewerkscherven gevonden op, respectievelijk, 105 en 73 centimeter onder het maaiveld (0,09 en 0,15 meter boven NAP). Vondstnummer 1 werd gedaan in boring 4 en betreft twee, aan elkaar passende, scherven (verse breuk) van een laat type kogelpot. De scherven zijn roodbakkend en hebben aan de binnenzijde enkele loodglazuur spetters. Aan de buitenzijde zijn de scherven zwart verkleurd door roetaanslag. De roetaanslag is een indicatie dat de scherven onderdeel waren van een kookpot. De scherven dateren in de late middeleeuwen, waarschijnlijk de 13e of 1 4e eeuw. De scherf uit boring 6, vondstnummer 2, is sterk verweerd. Het is handgevormd en heeft een zachte donkergrijze bakking. De scherf kan dateren tussen de ijzertijd en de middeleeuwen. Vanwege de sterke verwering is verdere determinatie en datering niet mogelijk. Beide vondsten tonen aan dat er nog oude bewoningslagen aanwezig zijn in het plangebied. Deze dateren uit de middeleeuwen, of mogelijk nog ouder. Tabel 3: Bolsward, Menniste Skill:Vvondstentabel. Vondstnummer Boring

Diepte

Omschrijving

Datering

late middeleeuwen, 1 3e/! 4e eeuw ijzertijdmiddeleeuwen

V1

4

105 cm -Mv (0,09 m NAP)

2 scherven laat type kogelpotaardewerk, binnenzijde loodglazuur spetters, buitenzijde roetaanslag

V2

6

73 cm -Mv (0,15 m NAP)

1 scherf handgevormd aardewerk, zachter donkergrijze bakking

Figuur 14:

Bolsward, Menniste Skill: Foto van de vondsten.

17

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

3.3

Selectievoorstel vondsten (KNA 4.1: OS13) Bij het booronderzoek zijn twee vondsten gedaan. Geadviseerd wordt om de vondsten na afronding van dit rapport te deselecteren en niet te deponeren bij het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis, omdat er bij toekomstig onderzoek in het plangebied naar verwachting meer en waardevollere vondsten zullen worden gedaan die een grotere informatiewaarden zullen bevatten. Dit selectievoorstel wordt voorgelegd aan de eigenaar van de vondsten, de Provinsje Fryslân.

18

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

4.

Conclusies en advies (kna 4.1: VS07) Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in de historische kern van Bolsward ligt. Vanaf de late middeleeuwen is het plangebied al deels bebouwd, op historische kaarten (vanaf de 1 6e eeuw) zijn meerdere stenen gebouwen zichtbaar in en rond het plangebied. Dergelijke steenbouw kan vooraf zijn gegaan door houten gebouwen. Uit onderzoeken in de omgeving zijn sporen van bewoning aangetroffen daterend vanaf de 1 0e eeuw. Bij het veldwerk zijn er zes boringen in het plangebied gedaan. Drie boringen stuitten op een ondoordringbare laag. Twee van deze gestuite boringen (1 en 5) hadden gele/oranje vlekken in de punt van boor. Dit kan op oude bakstenen funderingen duiden. In de overige drie boringen zijn er onder de moderne verstoorde toplagen nog intacte terp- of ophogingslagen aanwezig van waarschijnlijk meerdere bewoningsfases. In deze lagen werden vondsten gedaan die niet later dateren dan de late middeleeuwen. Onder de terplagen kon bij de boringen 3 en 4 tot in de natuurlijke kwelder worden geboord. Bij boring 6 werd een gedempte sloot of watergang aangeboord. Uit de resultaten van het archeologisch onderzoek blijkt dat er nog intacte terp- of ophogingslagen aanwezig zijn van de historische bewoning van Bolsward in het plangebied. Daarnaast zijn er mogelijk nog intacte funderingsresten aanwezig van historische bebouwing.

De boringen in het plangebied (1 t/m 5) tonen aan dat het archeologische niveau vanaf circa 0,3 meter boven NAP (circa 55 tot 80 centimeter onder het maaiveld) intact is. Boring 6 werd net buiten het plangebied gezet. Hier werden intacte archeologische lagen aangetroffen vanaf 20 centimeter onder het maaiveld (0,68 meter boven NAP).

Selectie-advies door drs C. Tulp (senior KNA-archeoloog/-prospector) Uit de resultaten van het veldwerk blijkt de hoge archeologische verwachting voor historische bewoningsresten in het plangebied terecht. Bij het veldonderzoek zijn op een diepte vanaf 20 tot 80 centimeter onder het maaiveld intacte terplagen aangetroffen met vondsten die niet later dan de late middeleeuwen dateren. Hoewel een aantal boringen vanwege een ondoordringbare laag moesten worden gestaakt, zijn er sterke aanwijzingen dat hier sprake is van oude bakstenen funderingen. De exacte dieptes van de toekomstige bodemingrepen (sloop en nieuwbouw) zijn nog niet bekend. Omdat het intacte archeologische niveau al vanaf 20 centimeter onder het maaiveld kan worden aangetroffen is de kans groot dat dit door de bodemingrepen wordt aangetast. Vanwege de bovenstaande redenen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven. Het doel van dit proefsleuvenonderzoek is het waarderen en in kaart brengen van de aard en dateringen van de verschillende archeologische niveaus. Dit proefsleuvenonderzoek kan echter pas plaatsvinden na de sloop van de bovengrondse bebouwing. Voor de bovengrondse sloop is geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk. Ondergrondse sloopwerkzaamheden, onder het maaiveld, dienen pas na het proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd.

Op basis van de resultaten van de proefsleuven dient te worden vastgesteld of de ondergrondse sloopwerkzaamheden al dan niet onder archeologische begeleiding te dienen worden uitgevoerd. Bovenstaand betreft een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Súdwest Fryslân, om hier al dan akkoord mee te gaan.

19

Gebruikte bronnen Bergh, T.A., van den. 2005. Plangebieden Plein 1455 en voormalig schoolgebouw Franekerstraat, gemeente Bolsward; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek. RAAP notitie 1 090. Amsterdam: RAAP bv Bongers, J.M.G. 2007. Bolsward: Politie / Brandweer, 't Oordje, Bloemkamp, Hanzeruiters en Scholen (Fr.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproefrapport 2007-06/1 1 . Zuidhorn: De Steekproef bv Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Hoof, B.I., van. 201 5. Plangebied Kerkstraat in Boalsert, gemeente Súdwest-Fryslân; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. RAAP notitie 4976. Weesp: RAAP bv Krol, T.N. 2012. Archeologische begeleiding werkzaamheden riooltracé Laag Bolwerk te Bolsward (FR). MUG publicatie 201 1 -43. Leek: MUG bv Stenvert, R., C. Kolman, S. Broekhoven, S. van Ginkel-Meester & Y Kuiper. 2000. Monumenten in Nederland. Fryslân. Rijksdienst voor de Monumentenzorg/Waanders Uitgevers, Zeist/Zwolle Varwijk, T.W. 2023. Achter en onder het voormalig stadhuis te Bolsward: een inkijk in de middeleeuwse binnenstad, gemeente Súdwest-Fryslân; een archeologische opgraving. RAAP rapport 6276. Weesp: RAAP bv Vos, P, M. van der Meulen, H. Weerts & J. Bazelmans. 201 8. Atlas van Nederland in het Holoceen.

Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam: Prometheus. Internet: AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. www.zoeken.cultureelerfgoed.nl Beeldbank RCE. https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ DANSEASY. https://archaeologv.datastations.nl/ Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 . www.SIKB.nl. 201 8. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Landschapsbiografie Súdwesthoeke. https://sudwestfrvslan.nl/onderwerp/landschapsbiografiesudwesthoeke/ Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDoK). www.pdok.nl Omgevingsplannen. https://omgevingswet.overheid.nl/ Topotijdreis. www.topotijdreis.nl

Lijst van Figuren en Tabellen Figuren 1

Topografische kaart

2

Luchtfoto

3

Uitsneden van de FAMKE

4

Hoogtekaart

5

Paleogeografische kaarten

6

Archeologische kaart

7

Stadsplattegrond Bolsward van Jacob van Deventer waardekaart

8

Reproductie stadsplattegrond van Bolsward omstreeks 1 649

9

Kadastrale minuutplan 1811-1832

10 Uitsneden van de topografisch kaarten uit 1870, 1925, 1935 en 1965 1 1 Foto's plangebied 12 Locatie van de boringen 1 3 Foto detail boring 3 14 Foto vondsten Tabellen 1

Archeologische meldingen rondom het plangebied

2

Specificatie archeologische verwachting

3

Vondstentabel

□ ■a

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:

tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC

mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:

8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC

neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:

5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC

bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:

2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC

pleistoceen: elste rien sa alien weichselien holoceen:

2,5 miljoen - 1 0.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden

vC nC BP

^ ^ ^

voor Christus na Christus before present; present ^ 1950

ijzertijd: ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:

800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC

Romeinse tijd: Romeinse tijd vroeg: Romeinse tijd vroeg A: Romeinse tijd vroeg B: Romeinse tijd midden: Romeinse tijd midden A: Romeinse tijd midden B: Romeinse tijd laat: Romeinse tijd laat A: Romeinse tijd laat B:

12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC

middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:

450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC

nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:

1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 — heden

□ ■D

DE STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. VoorbWolvegan hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.

Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderij-plattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erfofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de Romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook Romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als Romeinse munten, mantelspelden en scherven Romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de Romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.

Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen Z kloostermoppen gebouwd.

Appendix II Bolsward Menniste Skil - Boorstaten CD Bestrating/opgebracht/vergraven nn Zandlaag nn Kleiige ophogingslagen

| Slootdemping

(cm)

01 100

50 —

0—

Gestuit (mogelijke fundering)

-50 —

-100 —

-150 —

-200 —

-250 —

-300 —

— -300

Appendix III Bolsward, Menniste Skil - Boorbeschrijvingen 01 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder

Archeologische boring Rijksdriehoeksmeting 163846 563955 Normaal Amsterdams Peil 101 Actueel Hoogtebestand Nederl. 1-5-2025

Lithologie Diepte (cm) Omschrijving Grondsoort 0 - 9 stenen geel, Opm.: Bestrating voetpad 9 -30 zand matig siltig, geel, opgebrachte grond 30 - 70 zand matig siltig, grijs-geel, vergraven, Opm.: Kleibrokken 70 - 80 klei matig zandig, donker-grijs, Opm.: Gestuit, mogelijke fundering, oranje vlekken in de punt van de boor. 02 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder

Archeologische boring Rijksdriehoeksmeting 163855 563963 Normaal Amsterdams Peil 88 Actueel Hoogtebestand Nederl. 1-5-2025 Tulp en vd Heul

Lithologie Diepte (cm) Omschrijving Grondsoort 0 - 8 stenen oranje, Opm.: Vloer binnenplaats 8 -50 zand matig siltig, geel, opgebrachte grond 50 - 75 zand sterk siltig, grijs-geel, Opm.: Kleibrokken, gestuit. 03 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder

Archeologische boring Rijksdriehoeksmeting 163859 563965 Normaal Amsterdams Peil 93 Actueel Hoogtebestand Nederl. 1-5-2025

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 8 stenen oranje, Opm.: Vloer binnenplaats 8 - 50 zand matig siltig, geel, opgebrachte grond 50 - 75 klei matig siltig, donker-grijs, vergraven, Opm.: Zandbrokkken 75 - 81 klei matig siltig, licht-groen-grijs, veel fosfaatvlekken 81 - 82 zand matig siltig, licht-grijs, basis scherp 82 - 92 klei matig siltig, donker-grijs, spoor fosfaatvlekken 92 - 170 klei matig siltig, licht-groen-grijs, spoor fosfaatvlekken 170 - 250 klei sterk siltig, grijs, aan de basis humeus 250 - 255 klei matig siltig, matig humeus, donker-grijs 255 - 300 klei matig siltig, licht-grijs, zandlagen

1 72

Appendix III Bolsward, Menniste Skil - Boorbeschrijvingen Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder

04

Archeologische boring Rijksdriehoeksmeting 163871 563982 Normaal Amsterdams Peil 114 Actueel Hoogtebestand Nederl. 1-5-2025

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 10 zand matig siltig, matig humeus, bruin-grijs, Opm.: Tuingrond 10 - 60 klei uiterst zandig, vergraven 60 - 80 zand matig siltig, licht-grijs 80 - 105 klei matig siltig, zwak humeus, donker-grijs, Opm.: Ophogingslaag 105 - 120 klei matig siltig, grijs 120 - 125 klei matig siltig, zwak humeus, groen-grijs, spoor fosfaatvlekken 125 - 130 klei matig siltig, matig humeus, grijs 130 - 200 klei matig siltig, zwak humeus, grijs, Opm.: Kwelder 05

Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder

Archeologische boring Rijksdriehoeksmeting 163855 563984 Normaal Amsterdams Peil 85 Actueel Hoogtebestand Nederl. 1-5-2025

Lithologie Diepte (cm) Omschrijving Grondsoort 0 - 9 stenen geel 9 -50 zand matig siltig, licht-geel, opgebrachte grond 50 - 55 klei sterk zandig, donker-grijs, vergraven, Opm.: Gestuit, mogelijke fundering, gele baksteen in de punt 06 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Bepaling maaiveldhoogte Datum boring Uitvoerder

Archeologische boring Rijksdriehoeksmeting 163863 563951 Normaal Amsterdams Peil 88 Actueel Hoogtebestand Nederl. 1-5-2025

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort 0 - 9 stenen geel 9 - 20 zand matig siltig, geel, opgebrachte grond 20 - 55 klei zwak zandig, donker-grijs 55 -210 klei matig siltig, groen-grijs, spoor fosfaatvlekken 210 - 290 klei matig siltig, matig humeus, donker-grijs, Opm.: Gedempte sloot

2 72

82/211

Bijlage 3

83/211

Stikstofonderzoek

RHO ADVISEURS- MEMO

DATUM KENMERK VAN

21 november 2023 20220448 Y.M./ D.B.

PROJECT OPDRACHTGEVER

Bolsward - Menniste Skil

STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE INLEIDING In opdracht van is in juli 2023 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van een woningbouwproject ter plaatse van het voormalige Rabobank-gebouw en de huidige locatie van Patyna, Laag Bolwerk 12 te Bolsward. Op 21 november 2023 is de stikstofdepositieberekening geactualiseerd. In deze berekening is rekening gehouden met de inzet van dieselmaterieel en verkeersbewegingen als emissiebron. Het voornemen is om ter plaatse van het voormalige Rabobankgebouw een nieuw woonzorgcentrum te realiseren. In het woon­ zorgcentrum moeten 32 zorgplaatsen komen, verdeeld over 4 groepen van elk 8 bewoners. Ten behoeve van deze ontwik­ keling wordt de huidige bebouwing gefaseerd gesloopt, om vervolgens een nieuwbouwcomplex te ontwikkelen.

WETTELIJK KADER Algemeen Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daar­ van op Natura 2000-gebieden. De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2021 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbete­ ring (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. In het voorliggende onderzoek zijn de aanleg- en exploitatiefase mee­ genomen in de berekening. De sloop van de huidige bebouwing is meegenomen in de aanlegfase.

AERIUS CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN AERIUS Calculator, release 6 november 2023 Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 6 november 2023.0.1.) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het projectgebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. De Natura 2000-gebieden die binnen 25 kilometer van het projectgebied zijn gelegen betreffen onder andere de Alde Feanen, de Deelen, het IJsselmeer, de Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving, het Sneekermeergebied en de Witte en Zwarte Brekken. Hiervan betreffen de Alde Feanen en de Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van het projectgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16257279/1