CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Planologyske ynstimming nijbou bedriuwsgebou foar in modelspoarmuseum en 2 padelbanen tichtby de Smidsstraat 6 yn Snits19.423 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Smidsstraat 6 te Sneek: modelspoormuseum en twee padelbanen

ZolcJcnfu/t

4.6

Water De watertoets die d.d. 30 mei 2022 is uitgevoerd, is het instrument dat zorgt dat de waterbelangen in de planvorming voldoende aandacht krijgen, Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. In de uitkomsten van de watertoets wordt aandacht gevraagd voor de toename verharding.

Figuur 12. Leggerkaart Wetterskip Fryslán met in hel paars het plangebied. Bron: Wetterskip Fryslán. 4.6.I Toename verharding Onderhavig initiatief heeft betrekking op de nieuwbouw van een gebouw(museum) en 2 padelbanen en een aantal extra parkeerplaatsen. Concreet wordt 2.400m2 verharding toegevoegd. Deze wordt gecompenseerd met lOVo van de toename verharding door middel van het graven van extra oppervlaktewater (zie figuur 14 op pagina 21). Tevens wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 1.

Figuur 13. Vergroting van bestaande waterpartij. Bron: Bureau Haarsma. 4.6.2 Schouwwater

Ruimtelijke onderbouwing Smidsstraat 6 te Sneek: modelspoormuseum en twee padelbanen

27

28

Nabij het plangebied is schouwwater waarneembaar op de leggerkaart. Onderhavig initiatief is niet van invloed op deze watergebieden. Conclusie Aangezien er sprake is van een toename van ^00 m2 in het stedelijk gebied is er een watervergunning vereist. Vrijstelling kan hiervan worden verleend wanneer de toename verharding met 10o7o wordt gecompenseerd door het toevoegen van extra oppervlaktewater. In onderhavig planvoornemen zal de toename verharding van 2.400m2 worden gecompenseerd met 240 m2 extra te graven oppervlaktewater bij een bestaande waterpartij op het eigen perceel. Dit conform de eisen van het Waterschap. De watertoets is toegevoegd als bijlage 9. Conclusie Het aspect water levert geen beperking op voor onderhavig initiatief.

Ruimtelijke onderbouwing Smidsstraat 6 te Sneek: modelspoormuseum en twee padelbanen

29

4.7 Verkeer - parkeren 4.7.1 Verkeersveiligheid Ten behoeve van de bereikbaarheid van het nieuw te realiseren gebouw en 2 padelbanen zal gebruik worden gemaakt van de bestaande ontsluitingen. Wel wordt er aandacht gevraagd voor de voetganger, fietser en openbaar vervoer. Het wordt afgeraden om per voet te komen. Er zijn geen goede openbare voorzieningen getroffen wat betreft loop- en wandelpaden richting het bedrijventerrein. Daarentegen is er wel een apart fietspad en twee bushaltes in de nabijheid. Door het fietspad wordt het fietsverkeer afgezonderd begeleid van het overige gemotoriseerd wegverkeer. In de nabijheid van het plangebied zijn twee bushaltes gesitueerd. Mensen te voet kunnen gebruik maken van het openbaar vervoer. Vanaf de bushaltes zijn trottoirs langs de Tingietersstraat gesitueerd waardoor het voetverkeer zich niet mengt met het gemotoriseerd verkeer. Alleen het stuk van de Smidsstraatweg is gedeeld. Echter betreft dit geen doorgaande weg zoals de Tingieterstraat. Hierdoor blijft de verkeersveiligheid gehandhaafd. Padel is een sport die men avonds of in het weekend uitoefent. Hetzelfde geldt voor museabezoekers. De meeste bezoekers komen in het weekend. Zodoende is er een verwaarloosbare "frustratie” tussen bestemmingsverkeer van onderhavig pianvoornemen en het woon-Averkverkeer.

Het initiatief vormt zodoende geen belemmering voor de autoverkeersveìligheid op de 50 kmweg Smidsstraat en Tingietersstraat.

Figuur 14: situering bestaand fietspad (met blauwe peilen gemarkeerd). In het geel de openbare weg met gemengd gebruikersschap en in het rood de bushaltes en looproute hiervandaan. Bron: Google Maps.

Ruimtelijke onderbouwing Smidsstraat 6 te Sneek: modelspoormuseum en twee padelbanen

30

4.7.2 Parkeren Op eigen erf is rekening gehouden met 163 parkeerplaatsen in de nieuwe situatie (bijlage 1). Er is rekening gehouden met de volgende parkeernormen: - categorie "sporthal/zaal" per 100m2 bvo 2 parkeerplekken; - categorie "museum/bibliotheek" per 100m* bvo 1 parkeerplek, - Categorie "restaurant buiten het centrum" per 100 m2 bvo 8 parkeerplekken. De huidige bebouwing ad 3.340m2 bvo plus de toe te voegen bebouwing ad 2.125m2 bvo levert in totaal 5.465m2 aan bebouwing op.

Berekening aantal benodigde parkeerplaatsen: 1.725m2 voor de categorie “museum/bibliotheek" (1.725m2 Z100 = 17,25 parkeerplekken). 2.562m2 voor de categorie ‘’sporthal/zaal” (2.562 m2 ì 100*2 s 51,24 parkeerplekken) 1.178m2 voor de categorie "restaurant buiten het centrum” (1.178 m2 I 100*8 s 94,24 parkeerplekken) Naar boven afgerond zijn in de nieuwe situatie 163 parkeerplaatsen benodigd. In bovenstaande parkeernormberekening is het bruto vloeroppervlak van de al bestaande functies tevens meegenomen. Vastgesteld kan worden dat op eigen terrein kan worden voldaan aan de parkeernorm. Er is geen sprake van kannibalisatie van parkeerplekken, omdat de parkeerbehoefte van de reeds bestaande functies ook zijn meegenomen in de berekening. Conclusie Verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

Figuur 15. Inrichting perceel. Bron: Bureau Haarsma.

Ruimtelijke onderbouwing Smidsstraat 6 te Sneek: modeíspoormuseum en twee padeibanen

31

4.8 MER - beoordeling De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-verantwoording houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben en die van een zodanige omvang kunnen zijn dat er aanleiding bestaat om de (uitgebreide) m.e.r.-procedure te doorlopen. De grondslag hiervoor is vastgelegd in het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage). De drempelwaarden waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: A. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; B. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. Op basis van de uitkomsten in hoofdstuk 4 ‘Omgevingsaspecten’ is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Ook hebben het plangebied en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Tevens zijn een museum en sportfaciliteit geen milieubelastende activiteiten zoals deze geldt in het Besluit milieueffectrapportage (C- en D-lijst). Wel geldt er een zorgplicht.

Conclusie Gezien de aard van de ingrepen zijn geen negatieve effecten te verwachten, zodat afgezien kan worden van het verrichten van een (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling.

Ruimtelijke onderbouwing Smidsstraat 6 te Sneek: modelspoormuseum en twee padelbanen

ZekJenru/t

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid van het plan Wettelijk bestaat er de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een plan. In dat verband wordt er een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke- en de economische uitvoerbaarheid.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1.1

Vooroverleg De initiatiefnemer heeft ten aanzien van dit initiatief vooroverleg gevoerd met de gemeente Súdwest-Fryslân. De gemeente heeft daarbij aangegeven, onder voorbehoud positief tegenover het initiatief te staan en medewerking te willen verlenen aan de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure. In het kader van het vooroverleg zal het initiatief voorgelegd worden aan overige instanties zoals de provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân.

5.1.2 Ter inzage Het ontwerp van de vergunning zal voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd. Tijdens deze termijn van zes weken kan een ieder een zienswijze indienen. Vervolgens zal de gemeente een besluit nemen op de aanvraag voor de omgevingsvergunning.

5.2 Economische uitvoerbaarheid Het betreft een particulier initiatief. De kosten voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing en voor de uitvoering en exploitatie van de gewenste voorzieningen komen voor rekening van initiatiefnemer. Voor wat betreft het verhalen van de eventuele planschade zal de gemeente initiatiefnemer een overeenkomst doen toekomen, op grond waarvan de kosten door de gemeente op initiatiefnemer verhaald kunnen worden. Tevens dient er door initiatiefnemer een klic-melding te worden gedaan in verband met de mogelijke op het perceel aanwezig zijnde kabels en leidingen. Eventuele aanpassingen aan de kabel- en leidingstructuur komen voor rekening van de initiatiefnemer.

Ruimtelijke onderbouwing Smidsstraat 6 te Sneek: modelspoormuseum en twee padelbanen

Zeldenru/I

Bijlagen Bijlage 1

ontwerp- en situatietekeningen Smidsstraat

Bijlage 2

artikel padelbanen

Bijlage 3

verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

funderingsplan

Bijlage 5

Aerius stikstofberekeningen

Bijlage 6

Quickscan flora A. fauna

Bijlage 7

reactie Welstand met dossiernummer W22SWF228-2

Bijlage 8

advies Brandweer Fryslân

Bijlage 9

watertoets

Ruimtelijke onderbouwing Smidsstraat 6 te Sneek: modelspoormuseum en twee padelbanen

Bijlage 1

ontwerp- en situatietekeningen Smidsstraat

6 t0 Z ( Z ^ Z IO ) OZP f ĹBZ s qtH

Bijlage 2 artikel padelbanen

NOS Sport*Woensdag 8 december 2021, 15:09

Padel is booming, maar voor topspelers geen vetpot: 'Een vijftienjarenplan' «

Gijs Uilenbroek

Bij tennisclubs, in oude loodsen, op industrieterreinen; op steeds meer plekken in Nederland kun je tegenwoordig terecht voor een potje padel. De sport, die lijkt op een mix van tennis en squash, is razend populair en de banen schieten als paddenstoelen uit de grond. Ook op het hoogste niveau gaan de ontwikkelingen de laatste járen snel. Het aantal toernooien voor topspelers groeit, er is steeds meer aandacht en ook meer prijzengeld te verdelen. Toch zijn er nog maar weinig spelers die volledig van de sport kunnen leven. Fulltime padellen, dat is alleen voor een select groepje buitenlandse toppers weggelegd. Als het aan de beste spelers van Nederland ligt, komt daar - met de steun van tennisbond KNLTB - snel verandering in.

Bijlage 3 verkennend bodemonderzoek

&Z Koops

grondmechanica

Verkennend milieukundig bodemonderzoek

Project

Projectnummer Opdrachtgever

nieuwbouw modelspoormuseum aan de Smidsstraat 6 in Sneek 5423.1 De Stolp BV Smidsstraat 6 8601 WB Sneek

Datum

16 februari 2023

versie 1 definitief Opgesteld door Laura de Hoogd Vrijgegeven door Albert Palsma Status

f

Postadres

Postbus 151, 9300 AD Roden

Email

info@koopsgrondmechanica.nl

Bezoekadres

Oosteinde 4B, 9301 LJ Roden

Website

www.koops-grondmechanica.nl

Telefoon

(0522) 26 00 84

Koops grondmechanica is partner in de Koops Ā Romeijn Geogroep. Een groep onafhankelijke, zelfstandige en ervaren adviseurs voor grondonderzoek, geotechniek en geohydrologie die sinds 1996 samenwerkt. U kunt ons vinden in: Ammerstol, Gorredijk, Oegstgeest, Roden, Velp, Wageningen en Wijchen. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden (ALV 2018) van de Vereniging Ondernemers Technisch Bodemonderzoek (V.O.T.B.), zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Midden-Nederiand te Utrecht onder nr. 40476246 en de rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieurs en adviseur DNR2011 van toepassing.

■ ■sa

.❖ã aaaa

pagina 2 van 11

ínhoud 1

Inleiding...................................................................................................................................... 3 1.1

Aanleiding en doel..................................................................................................................... 3

1.2

Kwaliteitswaarborging................................................................................................................3

1.3

Betrouwbaarheid en garanties...................................................................................................3

1.4

Toepassing grond en asbest.....................................................................................................3

1.5

Leeswijzer...................................................................................................................................4

2

Locatiegegevens en vooronderzoek........................................................................................ 5 2.1

Locatiegegevens....................................................................................................................... 5

2.2

Vooronderzoek.......................................................................................................................... 6

2.2.1

Historie en toekomst van de locatie......................................................................................... 6

2.2.2

Eerder uitgevoerde onderzoeken............................................................................................ 6

2.3

Conclusies vooronderzoek....................................................................................................... 6

3

Veldonderzoek............................................................................................................................7 3.1

Uitgevoerde veldwerk................................................................................................................7

3.3

Laboratoriumonderzoek............................................................................................................ 8

4

Onderzoeksresultaten...............................................................................................................9 4.1

Bodemopbouw............................................................................................................................9

4.2

Veldmetingen grondwater......................................................................................................... 9

4.3

Resultaten.................................................................................................................................. 9

4.3.1

Toetsingsresultaten grond........................................................................................................ 9

4.3.2

Toetsingsresultaten grondwater.............................................................................................10

5

Afwijkingen............................................................................................................................... 10

6

Conclusies en toetsing hypothese........................................................................................ 11 6.1

Conclusies................................................................................................................................ 11

6.2

Toetsing hypothese................................................................................................................. 11

Bijlagen: 1

Kadastrale gegevens

2

Foto’s

3

Situatietekening

4

Boorstaten

5

Analysecertificaten

6

Toetsing analyseresultaten Wbb

7

Toetsingskaders

pagina 3 van 11

1

Inleiding

In opdracht van De Stolp BV te Sneek heeñ Koops grondmechanica een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht op een perceel aan de Smldsstraat 6 In Sneek.

1.1

Aanleiding en doel

Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de geplande bouwactiviteiten op de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is aan te tonen dat de grond en/of grondwater redelijkerwijs gesproken geen verontreinigingen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid en/of milieu in het algemeen en zodoende enige beperking of belemmering kunnen vormen ten aanzien van de voorgenomen bebouwing.

1.2

Kwaliteitswaarborging

Het onderzoek is verricht onder ons kwaliteitssysteem NEN-EN-ISO-9001. Koops grondmechanica is in het bezit van een V&G-beheersysteem VCA**. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de eisen, zoals beschreven in de BRL SIKB 2000 (Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek), en de daarbij behorende protocollen (2001 en 2002). Koops grondmechanica is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Dit rapport draagt daarom het keurmerk ‘Kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB’. Conform de BRL SIKB 2000 maken wij u erop attent dat er geen juridische verbintenis bestaat tussen Koops Grondmechanica en de opdrachtgever/eigenaar, zijnde degene die een persoonlijk of zakelijk recht heeft op de bodem, grond, bagger of bouwstof.

1.3

Betrouwbaarheid en garanties

Het bodemonderzoek is uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van (verdachte) bodemlagen. Het onderzoek is gebaseerd op de beschikbare gegevens uit het vooronderzoek. Hiermee wordt beoogd dat de resultaten van de steekproef zo representatief mogelijk zijn voor de hele locatie. Door het volgen van methodiek wordt de kans op afwijkingen ten opzichte van de resultaten van het bodemonderzoek gereduceerd en worden de resultaten betrouwbaar geacht. Koops grondmechanica accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Koops Grondmechanica uitgevoerde onderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met ons bureau. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Koops Grondmechanica wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Koops Grondmechanica niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

1.4

Toepassing grond en asbest

Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het huidige gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter de grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet.

pagina 4 van 11

Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld de aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit Bodemkwaliteit te worden onderzocht. Met nadruk wordt vermeld dat het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van het onderzoek dat door Koops Grondmechanica volgens de NEN 5740 is uitgevoerd. Het voorliggende onderzoek doet derhalve geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderzochte locatie. Als tijdens het veldwerk asbestverdachte materialen in de bodem zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren. Specifiek onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem dient volgens de NEN 5707 ‘Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in de bodem’ (NNI, december 2017) te worden uitgevoerd.

1.5

Leeswijzer

Na de inleiding in dit eerste hoofdstuk volgen in het tweede hoofdstuk de locatiegegevens en de resultaten van het (historisch) vooronderzoek. Vervolgens staan in hoofdstuk 3 de onderzoeksopzet en de resultaten van het veldwerk. Hoofdstuk 4 behandelt de toetsing en de resultaten van het bodemonderzoek. De afwijkingen op de NEN of de BRL komen aan bod in hoofdstuk 5. Tot slot staan in hoofdstuk 6 de conclusies. In de bijlagen zijn foto’s, kaartmateriaal, boorbeschrijvingen, analysecertificaten, toetsingstabellen en het toetsingskader opgenomen.

pagina 5 van 11

2

Locatiegegevens en vooronderzoek

2.1

Locatiegegevens

7

Het onderzochte terrein is gelegen aan de Smidsstraat 6 in Sneek. De ligging van de locatie is aangegeven in figuur 2.1. Binnen de gele contour bevindt zich het onderzoeksgebied.

Figuur 2.1: ligging locatie (bron: Perceelloep)

Het perceel ligt in de gemeente Súdwest-Fryslân en is kadastraal bekend onder de gemeente Sneek sectie E nummer 2265. In bijlage 1 zijn de kadastrale gegevens opgenomen. De coördinaten van de locatie volgens de Rijksdriehoeksmeting zijn X: 171,793 en Y: 560,929. Het bodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de toekomstige bouwactiviteiten. De oppervlakte van het onderzochte deel van de locatie is circa 2000 m2. De onderzoekslocatie is in gebruik als grasveld. Tijdens het locatiebezoek zijn foto’s genomen van de locatie. Een aantal foto's is opgenomen in bijlage 2. In bijlage 3 is een situatietekening weergegeven van de locatie.

pagina 6 van 11

2.2

Vooronderzoek

Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse norm NEN 5725 (ICS 13.080.01 ;13.080.05 oktober 2017). In afwijking op NEN 5725 zijn de regionale bodemopbouw en geohydrologle niet meegenomen tijdens onderhavig onderzoek omdat dit gezien de doelstelling van het onderzoek geen relevante informatie oplevert. De bij het vooronderzoek verzamelde informatie is gebruikt voor het opstellen van een adequate onderzoekshypothese en onderzoeksstrategie en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. De informatie ten behoeve van het vooronderzoek is verzameld aan de hand van de volgende bronnen: bodeminformatiesysteem provincie Fryslân; rapportages voorgaande onderzoeken; www.bodemloket.nl; www.topotijdreis.nl; www.bagviewer.nl; perceelloep.

2.2.1

Historie en toekomst van de locatie

Het te onderzoeken perceel is tot heden onbebouwd geweest. Het industrieterrein waarop het perceel is gelegen is in de járen ’90 tot ontwikkeling gekomen. Voor deze periode had het perceel een agrarisch gebruik. In de toekomst zal de onderzoekslocatie in gebruik worden genomen als museum. Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving geen potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt.

2.2.2

Eerder uitgevoerde onderzoeken

De locatie is voor zover bekend niet eerder onderzocht door middel van een bodemonderzoek. In de omgeving is het onderstaande bodemonderzoek verricht: «

Verkennend bodemonderzoek percelen nabij Smidsstraat 14 te Sneek, projectnummer 212043 d.d. 27-04-2012. Dit onderzoek is opgesteld door Verhoeve Advies S Realisatie b.v.

Dit onderzoek is verricht in het kader van een transactie en hierna voorgenomen bouwactiviteiten. In de geanalyseerde grond, grondwater en het slib zijn geen verontreinigingen vastgesteld.

2.3

Conclusies vooronderzoek

Op grond van het vooronderzoek wordt de locatie als 'niet-verdachť beschouwd. Er zijn geen aanwijzingen dat op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving activiteiten hebben plaatsgevonden waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Uit het vooronderzoek is niet gebleken dat op of nabij de locatie handelingen met asbest zijn uitgevoerd in een mate dat hierdoor een bodemverontreiniging met asbest zou kunnen zijn ontstaan. De locatie wordt derhalve (in eerste instantie) als niet-verdacht beschouwd op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Gelet op het kader van het onderhavige bodemonderzoek zal hier dan ook geen onderzoek naar worden gedaan.

pagina 7 van 11

3

Veldonderzoek

3.1

Uitgevoerde veldwerk

Het verkennend bodemonderzoek is verricht conform de strategie, zoals vermeld in tabel 3.1. Verder is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde werkzaamheden. Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden Omschrijving

Norm

Strategie

Boringen

Perceel sectie E nummer

NEN 5740

ONV-NL

8 tot 0,5 m-mv:

Boringen met peilbuis 1 tot 3,0 m-mv: HB05

HB01, HB02, HB04,

2265 Smidsstraat 6 in Sneek

HB06 t/m HB10 2 tot 2,0 m-mv: HB03 en HB11 ONV-NL:

strategie voor een 'onverdachte niet-lijnvormige locatie'

De boorlocaties zijn aangegeven op de situatietekening in bijlage 3. De uitvoering van de boringen, het nemen van de grond- en grondwatermonsters en de conservering zijn verricht conform de BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is uitgevoerd op 24 januari 2023. Het grondwater is bemonsterd op 10 februari 2023. Het veldwerk en het uitzetten van de boringen is uitgevoerd door een gekwalificeerde medewerker van ons bureau, de heer J. Tibben. De uitgeboorde grond is beschreven volgens de NEN 5104. De kenmerken zijn beschreven conform de NEN 5706. Iedere bodemlaag is per apart laag van maximaal 50 cm bemonsterd. Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal zowel lithologisch als visueel onderzocht. Bij het lithologisch onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd. Bij het visuele onderzoek worden waarneembare afwijkingen ten aanzien van kleur en geur van het bodemmateriaal beschreven. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage 4. De boringen en peilbuis zijn met een 06-GPS ingemeten.

3.2

Veldwaarnemingen

Tijdens het veldwerk deden er zich geen bijzonderheden voor. In de opgeboorde grond zijn de in tabel 3.2 weergegeven bijzonderheden waargenomen. Tabel 0.2: Visuele bijzonderheden. Borina

Traiect (m-mv)

Zintuialiike waarneminaen

HB03

1.0 - 1.4

Resten Dlastic

Tijdens het veldonderzoek is ook gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn tijdens het veldwerk geen asbestverdachte materialen waargenomen.

pagina 8 van 11

3.3

Laboratoriumonderzoek

Op basis van de bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen zijn monsters geselecteerd voor analyse. De mengmonsters zijn samengesteld in het laboratorium. De grond- en watermonsters zijn (voor)behandeld middels de AS3000 methode. De grondmonsters en het grondwatermonster zijn in het laboratorium van Al-West B.V. Agrolab Group te Deventer geanalyseerd. Al-West B.V. Agrolab Group is erkend door de Raad van Accreditatie en voldoet aan de accreditatiecriteria voor testlaboratoria zoals vastgelegd in NEN-EN-ISO-IEC 17025. De samenstelling van de mengmonsters en de uitgevoerde analyses zijn weergegeven en toegelicht in tabellen 4.4 en 4.6 (paragraaf 4.3). De analysecertificaten zijn in bijlage 5 en de toetsingsresultaten zijn in bijlage 6 opgenomen.

7

pagina 9 van 11

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Bodemopbouw

De globale bodemopbouw van de locatie Is afgeleid uit de uitgevoerde boringen en is weergegeven in de tabel 4.1. Tabel 4.1: Globale bodemopbouw van de locatie Diepte (m-mv.)

Omschriivina

0.0-0.5

Klei. matia siltia. zwak humeus

0,5-3,0

Klei. matia tot sterk siltia

In de boorstaten in bijlage 4 wordt per boring de exacte bodemopbouw beschreven. Een legenda van de boorstaten is eveneens opgenomen in bijlage 4.

4.2

Veldmetingen grondwater

Tijdens het bemonsteren van de peilbuis is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidend vermogen (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald. De gegevens van de veldmetingen zijn opgenomen in tabel 4.2. Tabel 4.2: Veldmetingen grondwater Peilbuis

HB05

Filterstelling

Grondwaterstand

(m- maaiveld)

(m-mv)

2.0-3.0

1.5

pH

6.9

Geleidingsvermogen,

Troebelheid

EC íuS/cm)

(NTU)

676

9

De aangetoonde waarden kunnen als normaal voor de omgeving worden beschouwd en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De grondwaterstand is een éénmalige opname en bedoeld als oriënterend gegeven. De grondwaterstand kan fluctueren.

4.3

Resultaten

De resultaten van de analyses, zoals gegeven in bijlage 5, zijn vergeleken met de toetsingswaarden 'Streefwaarden

grondwater en

bodemsanering

(Nederlandse

interventiewaarden Staatscourant,

nr.

grond

en

16675,

27 juni

grondwater' 2013).

uit de circulaire De

toetsing

en

toetsingswaarden zijn weergegeven in de tabellen in bijlage 6. De toetsingskader voor (water)bodem zijn toegelicht in bijlage 7.

4.3.1

Toetsingsresultaten grond

De volgende terminologie of betekenis van tekens en afkortingen worden in dit rapport gehanteerd met betrekking tot de mate van verontreiniging of verhoging van gehaltes. Tabel 4.3: Terminologie toetsing grond. niet verontreiniad/verhooad

aehalte beneden de achterarondwaarde of detectiearens

m

licht verontreiniad/verhooad

aehalte tussen de achterarond- en 14 AW+I

*

matia verontreiniad/verhooad

aehalte tussen de 14 AW+I en interventiewaarde

**

sterk verontreiniad/verhooad

aehalte hoaer dan de interventiewaarde

***

pagina 10 van 11

De uitgevoerde analyses en de analyseresultaten van de grondmonsters zijn samengevat weergegeven in tabel 4.4. Tabel 4.4: Analyseresultaten grondmengmonsters. Monster-

Motivatie

Deel-

Analyses

monsters

code

Toetsing *

M

***

(traiect in m-mv) MM 1 bg

onverdacht

HB01 t/m HB06

NEN 5740

(0.0 - 0.5)

grondpakket standaard

MM 2 bg

onverdacht

HBOľťm HB11

NEN 5740 grondpakket standaard

MM 3 og

resten

HB03 (1.0-1.4)

plastic

NEN 5740 grondpakket standaard

NEN 5740 grondpakket standaard: zware metalen (9), minerale olie, PAK (10 VROM) en PCB (7, som)

4.3.2

Toetsingsresultaten grondwater

De volgende terminologie of betekenis van tekens en afkortingen worden in dit rapport gehanteerd met betrekking tot de mate van verontreiniging of verhoging van gehaltes. Tabel 4.5: Terminologie toetsing grondwater. niet verontreiniad/verhooad

aehalte beneden de achterarondwaarde of detectiearens

m

licht verontreiniad/verhooad

aehalte tussen de achterarond- en 'A S+l waarde

*

matia verontreiniad/verhooad

aehalte tussen de 1/2S+I- en interventiewaarde

**

sterk verontreiniad/verhooad

aehalte hoaer dan de interventiewaarde

***

De uitgevoerde analyses en de analyseresultaten het grondwatermonster zijn samengevat weergegeven in tabel 4.6. Tabel 4.6: Analyseresultaten grondwatermonster. Peilbuis

Filtertraject

Motivatie

Analyses

(m-mv) HB05

2.0-3.0

onverdacht

NEN 5740

Toetsinq *

M

***

molybdeen

grondwaterpakket standaard NEN 5740 grondwaterpakket standaard: zware metalen (9), minerale olie, vluchtige aromaten, gechloreerde koolwaterstoffen

5

Afwijkingen

Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. Er is niet afgeweken van de geldende Beoordelingsrichtlijn (BRL), protocol 2001 en 2002.

pagina 11 van 11

6

Conclusies en toetsing hypothese

6.1

Conclusies

Veldwerk Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de opgeboorde grond zijn plaatselijk plasticresten aangetroffen.

Analyseresultaten grond Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond niet verontreinigd is met de onderzochte parameters. Ook in het separaat geanalyseerde grondmonster van de ondergrond, waarin de plasticresten zijn aangetoond, is geen verontreiniging vastgesteld.

Analyseresultaten grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater licht verontreinigd is met molybdeen. Verhoogde gehalten aan zware metalen in het freatisch grondwater is een verschijnsel dat op tal van onverdachte locaties in Nederland voorkomt. Zonder dat er sprake is van een verontreinigingsbron. De verhoogde gehalten kunnen veroorzaakt worden door wisselende milieuomstandigheden, verhoogde depositie uit de lucht en bodemprocessen. Aangezien in de grond geen verhoogde gehalten met zware metalen zijn gemeten, is de in het grondwater gemeten gehalte molybdeen niet vanaf het maaiveld in de bodem gekomen. Daarom wordt aangenomen dat het verhoogde gehalte molybdeen in het grondwater zijn veroorzaakt door natuurlijke (bodem) processen. Van een verontreinigde situatie is daarom geen sprake.

6.2

Toetsing hypothese

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen bij de verrichte boorlocaties en de analyses van de samengestelde grondmengmonsters en het grondwatermonster kan worden geconcludeerd dat de hypothese, zoals deze is gesteld in hoofdstuk 2, correct is. De lichte verontreiniging met molybdeen vormt geen verhoogd risico voor de volksgezondheid en/of milieu. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt hoeven er geen beperkingen aan de gebruiks- c.q. bestemmingsmogelijkheden van het terrein te worden gesteld en vormen ons inziens derhalve geen belemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor de voorgenomen bouwactiviteiten. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Tot slot dient opgemerkt te worden dat de conclusie is gebaseerd op het vooronderzoek en de onderzoeksresultaten van dit onderzoek. Dit bodemonderzoek schetst een algemeen beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Bij eventueel grondverzet dient men rekening te houden met mogelijk plaatselijk voorkomende (zintuiglijke) afŵijkingen.

Bijlage 4 funderingsplan

Bijlage 5 Aerius stikstofberekeningen

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens peremissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

P rojectbe re ken i n g

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

MBH Consult B.V. smidsstraat6, 8601WB Sneek

Activiteit Omschrijving Toelichting

bouw museum en padelbanen gebruiksfase

Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RZxHsiqqyPwp 24 februari 2023,11:33 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NHa

Emissie NOx

Gebru i ksfase - Beoogd

2023

1,7 kg/j

24,8 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebru i ksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootstetoenamevan depositie Grootste afname van depositie

RZxHsiqqyPwp (24 februari 2023)

2/54

P rojectbe re ken i n g

CAL

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023

Emissiebronnen

Emissie NHä

Emissie NO*

IJ kg/j

24,8 kg/j

^9 Anders... | Anders... | Locatie museum ^9 Anders... | Anders... | locatie padelbanen ^

Verkeersnetwerk

RZxHsiqqyPwp (24 februari 2023)

3/54

Projectberekening AERIUS

I

| Habitatrichtlijn

I

I Vogelrichtlijn ĵ Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn ] Niet bepaald

9 9 9

Grootste afname van depositie Grootste toename van deposit ie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RZxHsiqqyPwp (24februari 2023)

4/54

P rojectbe re ken i n g

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename

Grootste

Met afname (ha

Grootste

gekarteerd)

depositie (mol

(ha gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

afname (mol

N/ha/jr)

N/ha/jr) Totaal

RZxHsiqqyPwp (24 februari 2023)

-

-

N/ha/jr) -

-

-

5/54

P rojectbe re ken i n g CAL

Gebruiksfase, Rekenjaar2023 Anders... | Anders... Naam Locatie

Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

0.0 m 0.000 MW 0m

locatie padelbanen Uittreedhoogte X:171789,27 Warmteinhoud Y:560857,99 Spreiding Oppervlakte 0,08 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd TemDorele variatie Continue Emissie

0.0 m 0.000 MW Om

Locatie museum X:171794,57 Y:560929,ll Oppervlakte 0,19 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd TemDorele variatie Continue Emissie

BB Anders... | Anders... Naam Locatie

BB Wegverkeer ļ Weg Naam

Verkeersbewegingen

Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Typehoogteligging

X:171371,63 Y:560816,02 1.377,51 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1

Weghoogte

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NOx NO, NHs

24,8 kg/j 5,5 kg/j IJ kg/j

-

Normaal Om

Verkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigen 197.4 p/etmaal 0 p/etmaal 0.6 p/etmaal 0 p/etmaal

In file 0,00Zo 0,00/0 0,00/0 0,00/0

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaartot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022-20230221-elcb893112 Database versie 2022-elcb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RZxHsiqqyPwp (24 februari 2023)

54/54

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

" " " "

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Détailgegevens peremissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

P rojectbe re ken i n g

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit Omschrijving Toelichting

MBH Consult B.V. smidsstraat6, 8601WB Sneek

bouw museum en padelbanen bouwfase

Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RqmHdRHkhYTp 24 februari 2023,11:36 Wnb-rekengrid incl. eigen rekenpunten

Totale emissie Bouwfase-Beoogd

Rekenjaar

Emissie NHa

2023

1,7 kg/j

Emissie NOx 113,4 kg/j

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Resultaten Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootstetoenamevan depositie Grootste afname van depositie

RqmHdRHkhYTp (24 februari 2023)

2/56

P rojectbe re ken i n g

Bouwfase (Beoogd), rekenja ar 2023

Emissiebronnen

Emissie NH3

Emissie NO*

Anders... | Anders... | Stationaire draai vrachtverkeer

10,0 g/j

1,5 kg/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Mobiele werktuigen

1,6 kg/j

109,2 kg/j

Verkeersnetwerk

86,5 g/j

2,7 kg/j

Anders... | Anders... | Locatie museum Anders... | Anders... | locatie padelbanen Anders... | Anders... | Bouwlocatie

5

RqmHdRHkhYTp (24 februari 2023)

3/56

Projectberekening

AERIUS

I

| Habitatrichtlijn

I

I Vogelrichtlijn ĵ Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn ] Niet bepaald

9 9 9

Grootste afname van depositie Grootste toename van deposit ie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.

RqmHdRHkhYTp (24 februari 2023}

4/56

P rojectbe re ken i n g

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie

Berekend (ha gekarteerd) Totaal

RqmHdRHkhYTp (24 februari 2023)

Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr) -

Met toename (ha gekarteerd) -

Grootste toename (mol N/ha/jr) -

Met afname (ha gekarteerd) -

Grootste afname (mol N/ha/jr) -

5/56

Projectberekening

CA

Bouwfase, Rekenjaar 2023 Anders... | Anders... Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

0.0 m 0.000 MW

locatie padelbanen Uittreedhoogte X:171789,27 Warmteinhoud Spreiding Y:560857,99 Oppervlakte 0,08 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

0.0 m 0.000 MW Om

Naam Locatie

Locatie museum X:171794,57 Y:560929,ll Oppervlakte 0,19 ha Wijze van ventilati N iet geforceerd Continue Emissie

0m

BB Anders... | Anders... Naam Locatie

BB Anders... | Anders... Naam Locatie

Bouwlocatie X:171794,28 Y:560896,84 Oppervlakte 0,45 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

0.0 m 0.000 MW

Uittreedhoogte Warmteinhoud Spreiding

0.0 m 0.000 MW

0m

Anders... | Anders... Stationaire draai vrachtverkeer X:171794,28 Locatie Y:560896,84 0,45 ha Oppervlakte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie Naam

RqmHdRHkhYT p (24 februari 2023)

NO* NH3

1.5 kg/j 10,0 g/j

0m

54/56

P rojectbe re ken i n g

5

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrieën Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Mobiele werktuigen X:171794,28 Y:560896,84 0,45 ha

Naam

Stageklasse

graafmachine

Sta ge-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

NOx NHa

109,2 kg/j 1,6 kg/j

Brandstofverbruik Draaiuren Ad Blue verbruik 880 l/j 80 u/j 44 l/j

Stof

Emissie

NOx

9,2

NH3

kg/j 0,2 kg/j

shovel

Sta ge-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

880 l/j

80 u/j

44 l/j

NOx

9,2

NH3

kg/j 0,2 kg/j

heisteling

Sta ge-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

660 l/j

40 u/j

33 l/j

NOx

6,8

NH3

kg/j 0,2 kg/j

betonstorter

Sta ge-IV, 2014-2018,56-75 kW, diesel, SCR: ja

125 l/j

16 u/j

6 l/j

NOx NHs

1,4 kg/j 30,0

NOx

13,6

NH3

kg/j 0,3

g/j hijskraan

Sta ge-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

1320 l/j

80 u/j

66 l/j

kg/j torenkraan

Sta ge-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

176 l/j

16 u/j

9 l/j

NOx NH3

1,7 kg/j 42,2 g/j

verreiker

Sta ge-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

1320 l/j

120 u/j

66 l/j

NOx

13,8

NH3

kg/j 0,3 kg/j

betonstorter

Sta ge-IV, 2014-2018,56-75 kW, diesel, SCR: ja

156 l/j

20 u/j

8 l/j

NOx

1,6

NHs

kg/j 37,4

NOx

38,8

NH3

kg/j 9,4 g/j

g/j hoogwerker

heftruck

Stage-IIIB, 2011-2013,« 560 kW, diesel, 1250 l/j SCR: nee Sta ge-IV, 2014-2018,56-75 kW, diesel, SCR: ja

624 l/j

250 u/j

80 u/j

31 l/j

NOx

6,7

NHs

kg/j 0,1 kg/j

tractor met kilverbord

Sta ge-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

176 l/j

16 u/j

9 l/j

NOx NH3

1,7 kg/j 42,2 g/j

shovel

Sta ge-IV, 2014-2018,75-560 kW, diesel, SCR: ja

440 l/j

40 u/j

22 l/j

NOx

4,6

NHa

kg/j 0,1 kg/j

RqmHdRHkhYTp (24 februari 2023)

55/56

P rojectbe re ken i n g

6

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Typehoogteligging

Verkeersbewegingen X:171371,63 Y:560816,02 1.377,51 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen

Weghoogte

0m

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NO* NO2 NH3

2,7 kg/j 0,7 kg/j 86,5 g/j

1 Normaal

Verkeer Licht verkeer M i d d e Izw aa r v ra chtverkee r Zwaarvrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid Voorgeschreven factoren Voorgesch reven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Aantal voertuigen 2000 p/jaar 0 p/jaar 400 p/jaar 0 p/jaar

In file 0,0 Vo 0,0 Vo 0,0 Vo 0,0 Vo

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de Ínhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaartot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022-20230221-elcb893112 Database versie 2022-elcb893112 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RqmHdRHkhYTp (24 februari 2023)

56/56

Bijlage 6 Quickscan flora Si fauna

Ilossenbmck ľžttirižt

Uitvoer onderzoek: R. Bossenbroek/ Bossenbroek Fauna Projectnaam: flora en fauna quickscan modelbouwspoor Sneek Datum: 01-02-2023 Status: definitief Auteur: R. Bossenbroek

Bossenbroek Fauna ínhoud

1. Inleiding.....................................................................................................

1.1

.4

Aanleiding en vraag.......................................................................

.4

1.2. Doel....................................................................................................

.4

1.3. Leeswijzer..........................................................................................

.5

2. Onderzoeksmethodiek............................................................................

.6

2.1. Algemene opzet en werkwijze.........................................................

.6

2.2. Bronnenonderzoek...........................................................................

.6

2.3. Oriënterend terreinbezoek................................................................

.6

2.4. Volledigheid van het onderzoek.......................................................

.7

2.5. Verantwoording..................................................................................

.7

3. Wettelijk kader.........................................................................................

.8

3.1. Algemeen..........................................................................................

.8

3.2. Doelstelling van de Wnb...................................................................

.8

3.3. Welke soorten worden beschermd?.................................................

.9

3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd...................

.9

3.5. De verbodsbepalingen......................................................................

10

3.6. Beschermingsregimes......................................................................

11

3.7. Natuurnetwerk Nederland (NNN).....................................................

11

3.8. Natura2000.......................................................................................

12

4. Beschrijving locatie en ingreep................................................................

13

4.1 Beschrijving locatie:...........................................................................

13

4.2 De werkzaamheden:..........................................................................

13

5. Resultaten.................................................................................................

14

5.1. Veldbezoek........................................................................................

14

6. soorten/soortgroepen...............................................................................

14

6.1 Flora....................................................................................................

14

6.2 Zoogdieren.........................................................................................

14

6.3 Vleermuizen........................................................................................

16

6.4 Vogels..................................................................................................

17

6.5 Amfibieën............................................................................................

18

Bossenbroek Fauna 6.6 Reptielen..... ................................................................................ ......

19

6.7 Vissen..................................................................................................

19

6.8 Ongewervelden...................................... ................... ........................

.20

7. Toetsing aan de Wnb...............................................................................

.21

8. Conclusies en advies...............................................................................

.22

8.1 Beschermde gebieden.......................................................................

.22

8.2 Houtopstanden...................................................................................

.22

8.4 Zorgplicht............................................................................................

.22

9. Bronvermeldingen....................................................................................

.24

9.1 Literatuur:...........................................................................................

.24

9.2 Bronnen:.............................................................................................

.24

10. Bijlagen 1 Foto overzichten...................................................................

.25

Bossenbroek Fauna 1. Inleiding 1.1 Aanleiding en vraag

Aanleiding en vraag initiatiefnemer is in voornemens om aan de Smidsstraat 6,8601 WB Sneek een nieuw gebouw te realiseren. Opdrachtgever Fred Haarsma heeft het ecologisch adviesbureau Bossenbroek Fauna uit Kampen verzocht deze quickscan uit te voeren. In deze rapportage wordt uiteengezet hoe de opdracht is uitgevoerd en wat de conclusies daarvan zijn. De quickscan flora à fauna is uitgevoerd op basis van de vraag: wat is het effect van de voorgenomen werkzaamheden op de eventueel aanwezig beschermde planten- en diersoorten?

1.2. Doel

Het doel van het onderzoek, de ecologische quickscan, is het controleren en onderzoeken van de locatie op de aanwezigheid van via de Wnb beschermde diersoorten en het uitbrengen van advies ten aanzien van eventuele vervolgstappen. Het uitgevoerde onderzoek is samen te vatten in zes vragen:

•S Welke beschermde soorten zoals genoemd in de Wnb zijn op de locatie aanwezig?

S Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze beschermde soorten? S Worden bij uitvoer van de voorgenomen plannen verbodsbepalingen van de Wnb overtreden? v' Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen?

S Is vervolgonderzoek noodzakelijk? •S Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wnb aan te vragen bij de provincie?

Bossenbroek Fauna 1.3. Leeswijzer

In dit hoofdstuk is beschreven hoe dit onderzoek, het uitvoeren van een ecologisch onderzoek in het kader van soort- en gebiedsbescherming, tot stand is gekomen en werd de doelstelling vertaald naar onderzoeksvragen. In hoofdstuk 1 vinden we de inleiding, aanleiding, doel en de leeswijzer. In hoofdstuk 2 wordt de onderzoeksmethodiek besproken. In hoofdstuk 3 wordt het wettelijk kader uiteengezet. In hoofdstuk 4 volgt een algemene beschrijving van de onderzochte locatie en de voorgenomen ingrepen. In hoofdstuk 5 volgt de synthese van de resultaten en wordt een effectentoetsing uitgevoerd op beschermde soorten in het kader van de WNB. In hoofdstuk 6 soort/groep. In hoofdstuk 7 Toetsing aan de Wnb. In hoofdstuk 8 volgen de conclusies en aanbevelingen met eventuele mitigerende maatregelen en wordt de eventuele noodzaak aangegeven tot vervolgonderzoek. Hoofdstuk 9 Bronvermelding en in hoofdstuk 10 de bijlagen met een foto impressie van de onderzochte locatie.

Bossenbroek Fauna 2. Onderzoeksmethodiek

2.1. Algemene opzet en werkwijze

Dit onderzoek betreft een quickscan. Op basis van een grondig onderzoek is er op de locatie een inschatting gemaakt van de aanwezigheid of mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en diersoorten en de mogelijke nadelige effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten. Deze inschatting is gemaakt op basis van parate veldkennis van de onderzoeker met betrekking tot beschermde planten- en diersoorten. Naar aanleiding van de bevindingen is een deskundigenoordeel gevormd van te ven/vachten negatieve effecten op de aanwezige en/of mogelijk aanwezige beschermde planten- en diersoorten. De mogelijk negatieve effecten zijn getoetst aan de Wnb.

2.2. Bronnenonderzoek

Het bronnenonderzoek wordt gebruikt als aanvulling op tijdens het veldonderzoek verzamelde waarnemingen en gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Voor een actueel overzicht van beschermde planten- en diersoorten die in de regio voorkomen kunnen verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), internetmedia en diverse verspreidingsatlassen van relevante soortgroepen en verslagen van Particuliere Gegevens-beherende Organisaties (PGO’s) worden geraadpleegd.

2.3. Oriënterend terreinbezoek

Het bezoek vindt over het algemeen overdag plaats onder geschikte weercondities. Tijdens dit bezoek is op basis van de opdrachtgever aangeleverde gegevens zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde planten- en diersoorten, via zicht- en gehoorwaarnemingen, sporenonderzoek zoals de aanwezigheid van nesten, holen, uitwerpselen, uilenballen, veertjes, eischalen. Ook is de wijde omgeving van de te onderzoeken locatie of locaties bekeken en is er een inschatting gemaakt van hoe dieren deze en het omliggende terrein kunnen gebruiken als plaats om te foerageren, erlangs te trekken, er te rusten of het anderszins te benutten.

Bossenbroek Fauna 2.4. Volledigheid van het onderzoek

Gedurende het veldonderzoek wordt een inschatting van het onderzoeksgebied gemaakt, maar met een dergelijk veldonderzoek is het nooit zeker dat alle aanwezige soorten ook daadwerkelijk waargenomen worden. Een ervaren veldbioloog kan wel een goede inschatting maken van de kans dat beschermde soorten een plangebied benutten. Dit deskundigheidsoordeel komt tot stand aan de hand van parate kennis van beschermde planten- en diersoorten, hun habitatvoorkeur, ecologie en op basis van vooronderzoek met betrekking tot de te onderzoeken locatie of locaties.

2.5. Verantwoording

Uitvoer veldwerk: Bossenbroek Fauna Rapportage: Bossenbroek Fauna Fotografie: Bossenbroek Fauna, tenzij anders vermeld

Bossenbroek Fauna 3. Wettelijk kader 3.1 Algemeen

De bescherming van planten- en diersoorten is in Nederland geregeld ín de Wet natuurbescherming (verder te noemen Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt ruim 900 soorten in Nederland in het wild voorkomende planten­ en diersoorten. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet.

3.2. Doelstelling van de Wnb

S Het beschermen en ontwikkelen van de natuur; v' Het behouden en herstellen van biologische diversiteit;

S Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen.

De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van uw activiteiten op beschermde soorten. Heel vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Als u uw werk zo kunt inrichten dat u geen schade toebrengt aan beschermde soorten, dan hoeft u vooraf niets te regelen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade ontstaat aan beschermde dieren of planten. In die situaties is het nodig dat u vooraf bekijkt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd (‘nee-tenzij’-beginsel).

Bossenbroek Fauna 3.3. Welke soorten worden beschermd?

De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten: v' Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn;

S Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn;

S Andere soorten waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

3.4. Zorgplicht In de Wnb is ook een zorgplicht vastgelegd.

Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd.

Bossenbroek Fauna 3.5. De verbodsbepalingen

Beschermingsregimes Vogelrichtlijn 3.1 Wnb

Habitatrichtlijn 3.2 Wnb

Andere soorten 3.3 Wnb

Artikel 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Artikel 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.5 lid 2 Het is verboden om dieren opzettelijk te verstoren

Artikel 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden ofte vangen.

Artikel 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Artikel 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Artikel 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5 lid 3 Het is verboden om eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Artikel 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Artikel 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.10 lid 1c Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bossenbroek Fauna 3.6. Beschermingsregimes

De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn en een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten (flora, fauna en avifauna) beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: v' Er mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

•S Er moet tegenover een afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.

s De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend, v' Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.

3.7. Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het Natuurnetwerk Nederland, oftewel NNN (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS), is een netwerk van natuurgebieden waarin de natuur (planten en dieren) voorrang heeft en daarom wordt beschermd. Daarmee wordt voorkomen dat natuurgebieden geïsoleerd komen te liggen en dieren en planten uitsterven en dat de natuurgebieden zo hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en het is daarom van belang dit netwerk te bespreken in het kader van natuurbescherming. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Sinds 1990 zijn de provincies en het Rijk drukdoende met de aanleg van verbindingszones tussen verschillende natuurgebieden om zo een duurzaam, samenhangend netwerk van gebieden te creëren. De NNN heeft als doel van bestaande en nieuwe natuur een goed werkend netwerk te maken. Het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN is hierbij het uitgangspunt. Net als bij de Wnb geldt hier het ‘nee-tenzij’-beginsel. Dit is 1 oktober 2012 vastgelegd in het Besluit Algemene Regelingen Ruimtelijke Ordening (BARRO). Dit betekent dat er geen activiteiten plaats mogen vinden waardoor de wezenlijke

Bossenbroek Fauna kenmerken en waarden van het NNN in het geding komen, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang, tenzij er geen reële alternatieven zijn of tenzij negatieve effecten zo veel mogeíijk beperkt worden en de overblijvende effecten worden gecompenseerd. Rijk en provincies hebben in 2011 met elkaar afgesproken dat natuurbeheer meer een regionale verantwoordelijkheid wordt. Dat is vastgelegd in het Natuurakkoord. Als gebiedsregisseurs van het landelijke gebied zetten de provincies zich in voor een versterking van de natuur. Zij dienen de begrenzing van het NNN vast te leggen in een provinciale verordening, waar ook de regels omtrent de ínhoud van en de toelichting bij bestemmingsplannen in het belang van de realisatie, bescherming, instandhouding en verdere ontwikkeling van de beoogde natuurkwaliteit van het NNN worden beschreven. De provincies dienen hierbij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN vast te leggen. Dit zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen van het desbetreffende gebied. Per perceel worden deze doelen vaak in natuurdoeltypen en/of beheertypen vastgelegd. Bij een aanvraag voor een ecologische quickscan en/of flora- en fauna-onderzoek gaat Bossenbroek Fauna dus ook altijd na of het plangebied binnen de begrenzingen van het NNN ligt en wat de effecten van de voorgenomen ingreep/activiteit zullen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13511276/1