CConstaterende datSudwest Fryslan
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Programmabegroting 2025

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente Sudwest FryslanBij agendapunt: Programmabegrutting 2025 en mearjierrenrûzing 2026-202841.586 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Onderhoud Binnensportaccommodatie Gemeenten hebben een wettelijke zorgplicht met betrekking tot voldoende en adequate huisvesting voor het bewegingsonderwijs. Dit betreft gymzalen, sporthallen en sportzalen (binnensportaccommodaties). De gebouwen vergen, vanwege hun leeftijd, steeds meer regulier onderhoud zoals schilderwerk, vervangen van daken, installaties, enz. Het bestaande budget in de begroting is niet toereikend voor regulier onderhoud. We stellen voor om de onderhoudsbudgetten structureel op te hogen met € 200.000. 13. Renovatie atletiekbaan Sneek De Atletiekunie heeft de huidige atletiek accommodatie op het Schuttersveld in Sneek gekeurd. De accommodatie mag gebruikt worden tot september 2025. Daarna mogen er geen atletiekwedstrijden meer plaats vinden. De accommodatie heeft voor Súdwest-Fryslân een regiofunctie. De club telt ongeveer 600 leden. Het niet meer kunnen gebruiken van de banen voor wedstrijdsport heeft een negatieve impact op de atletieksport, vereniging en derden die veelvuldig gebruik maken van de banen. We stellen daarom voor om een krediet beschikbaar te stellen van € 650.000. Deze investering geeft een kapitaallast van € 54.000 die we hebben opgenomen in deze begroting. 14. Renovatie fierljep accommodatie IJlst De walbeschoeiing van de fierljepbaan in IJlst verzakt (eigendom gemeente) en moet worden vervangen.

Door zelfredzaamheid van de vereniging, inzet van sponsoren en inzet van beperkt onderhoudsbudget van de gemeente zijn voor het Nederlands kampioenschap in 2023 nog reparatiewerkzaamheden verricht waardoor het kampioenschap kon doorgaan. Nadere inspectie wijst uit dat er grondige herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd. De accommodatie heeft voor Súdwest-Fryslân een regiofunctie. Het is tevens uithangbord van een typisch Fryske cultuur (top)sport. Als de renovatie niet uitgevoerd kan worden zal de accommodatie onveilig zijn en niet meer gebruikt kunnen worden vanaf 2024-2025. We stellen daarom voor om een krediet beschikbaar te stellen van € 117.000. Deze investering geeft een kapitaallast van € 10.000 die we hebben opgenomen in deze begroting.

15. Nota Kunstgras in Súdwest-Fryslân In de raadsvergadering van 21 december 2023 is de nota ‘Kunstgras in Súdwest-Fryslân 2024, nu en in de toekomst’ door de raad vastgesteld. In het raadsvoorstel is al voorgesteld om de extra benodigde kapitaallasten van € 65.000 vanaf 2027 als gevolg van het behouden van de kunstgrasvelden bij de begrotingsbehandeling van 2025 te betrekken. Bij deze stellen we dan ook voor om deze kapitaallast op te nemen in de begroting.

Pagina 45 van 172

O24.001865

16. Buitensportaccommodaties De onderhoudslasten van de buitensportaccommodaties zijn vanwege hun leeftijd de afgelopen jaren gestegen (het overgrote deel van onze accommodaties is in de jaren zestig, zeventig en tachtig gebouwd. Bovendien is er sprake van een verduurzamingsopgave (reductie CO2 van 49% in 2030). Deze voorziene investeringen hebben we deels, voor een bedrag van € 100.000, opgenomen in de begroting. 17. Cultuur Jaarrond Er komt een subsidieregeling, ‘Een jaarrond cultuur’, voor culturele initiatieven die in het laagseizoen plaatsvinden. Daarmee stimuleren we dat er in alle seizoenen wat te doen is voor inwoners en bezoekers. Voor deze regeling begroten we € 200.000. 18. Indexatie subsidiebedragen 2025 Wij zien geen ruimte om in onze eigen begroting de inkoopbudgetten te indexeren. Wel indexeren we de loonsom. We stellen voor om bij de subsidierelaties op dezelfde wijze te indexeren. Dat betekent dat we bij subsidierelaties alleen de loonsom-ontwikkeling indexeren. We gaan er van uit dat de exploitatie van instellingen gemiddeld voor 55% uit loomsom bestaat. Dat deel indexeren we met 5,3% (gelijk de inschatting van onze eigen loonsomontwikkeling 2025 van 3,3% plus een nog in te halen 2% vanuit 2024). Het niet-loonsomgerelateerde deel van de exploitatie indexeren we niet. Gemiddeld komt dat het voor de loonsomgerelateerde subsidies dan uit op 2,92%.

Dit voorstel richt zich alleen op de jaarlijkse subsidies die we daadwerkelijk geven, en dus niet op eenmalige subsidies, subsidies die we afbouwen of subsidies waarbij op basis van een overeenkomst andere afspraken gelden. Het bedrag fluctueert daardoor. Het werkelijk benodigde bedrag kan verder verschillen doordat er uiteindelijk meer/minder subsidies worden gegeven. Daarom is het gewenst enige marge te hanteren, zeg 10%. Op basis van de genoemde percentages komen we uit op een totaal indexatiebedrag van € 330.000. 19. Indexatie Stichting Sociaal Collectief Stichting Sociaal Collectief heeft te maken met stijgende personeelslasten. Deze vloeien voort uit de uitvoering van de CAO en de stijging van de premies voor het werkgeversdeel van de sociale lasten en pensioenlasten. Bij een gelijkblijvende gemeentelijke opdracht nemen de kosten autonoom toe. De Stichting is verplicht de CAO-ontwikkeling te volgen en moet haar deel aan premies en sociale lasten afdragen. De Stichting is door de gemeente opgericht en via inbesteding tot stand gekomen. Dit betekent dat de Stichting afhankelijk is van de opdracht van de gemeente. We dienen de Stichting gelijk te behandelen als onze eigen organisatie. In onze eigen organisatie verhogen we de loonsom met 5,3%. Dat percentage hanteren we ook bij Stichting Sociaal Collectief.

Uitgaande van een loonsom van € 2,5 miljoen bij de Stichting betekent dit een indexatie met € 132.500. 20. Indexaties Sociaal Domein De inkoop van diverse zorgcontracten wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de contracten die we hebben afgesloten. De afgesproken indexering is afhankelijk van het soort contract. We houden in de begroting rekening met de volgende indexaties: Zorgkosten Wmo HH Wmo Begeleiding Wmo Taxivervoer Wmo Hulpmiddelen Leerlingenvervoer Jeugd - Inkoop SDF Jeugd - Algemeen Jeugd - GI Totaal Pagina 46 van 172

Begroting 2024 10.459.901 10.774.411 2.300.000 3.263.000 1.380.014 27.096.961 1.538.168 2.099.132

Indexering 5,00% 3,80% 3,00% 2,00% 3,00% 5,73% 3,00% 3,00%

O24.001865

Indexatiebedrag 2025 522.995 409.428 69.000 65.260 41.400 1.552.656 46.145 62.974 2.769.858

21. Ontwikkeling bekostiging uitvoering Jeugdwet Het begrote bedrag voor Jeugd(zorg) is in 2023 overschreden met € 4,7 miljoen. In deze overschrijding van 2023 is € 0,6 miljoen toe te delen aan de gecertificeerde instellingen. De toename van de autonome kosten bij de gecertificeerde instellingen is opgenomen in het volgende punt. Voor de Jeugd(zorg) resteert dan nog een tekort van € 4,1 miljoen. Begin 2024 zien we nog geen grote afname in complexiteit en aantallen. Voor 2025 willen we een realistische begroting op basis van de huidige geconstateerde ontwikkeling. We stellen voor om in de jaarschijf 2025 het budget op te hogen met € 4,1 miljoen. Via de taakmutaties van de Meicirculaire 2024 (zie punt 8 hiervoor) verhogen we het budget al met een bedrag van € 2,85 miljoen. Aanvullend is er dan nog een bedrag nodig van € 1,25 miljoen voor 2025. Vanaf 2026 is er een afname van het beschikbare budget voor Jeugdzorg met circa € 3,0 miljoen, vanwege lagere bedragen vanuit de Algemene Uitkering. Ervan uitgaande dat de kosten voor Jeugdzorg niet dalen, is er vanaf 2026 een aanvullend budget nodig van € 3,0 miljoen. We stellen daarom voor om met ingang van 2026 de budgetten te verhogen met € 4,25 miljoen. 22. Jeugdbescherming en reclassering Jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen worden uitgevoerd door de gecertificeerde instellingen (GI).

Om de werkdruk bij de GI’s omlaag te brengen en daarmee de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren is landelijk afgesproken hiervoor reële tarieven te hanteren. Dit draagt bij aan het realiseren van een reële werklast. Op basis van de beschikbare informatie is een voorlopige berekening gemaakt van de kosten die worden verwacht n.a.v. de invoer van het landelijk tarief. Deze kosten zijn gebaseerd op de afrekening van de GI over 2023. De totale extra kosten voor 2025 zijn voor onze gemeente € 300.000. Hiervan krijgen wij ongeveer de helft gecompenseerd door het Rijk. Via de taakmutaties van de Meicirculaire 2024 (zie punt 11 hiervoor) krijgen we al € 170.000. Dan resteert nog een bedrag van € 130.000. Al eerder signaleerden we in de Jaarrekening 2023 een structureel tekort van € 588.000 op de post Jeugdbescherming en reclassering. Dit tekort komt door een indexering van de tarieven met 11,9%. Het totale bedrag waarmee we de budgetten moeten ophogen is dan € 718.000.

Pagina 47 van 172

O24.001865

2.2.2 Programma 2: Ruimte 1. Hoofdtaakvelden

Dit programma bestaat uit 4 hoofdtaakvelden. Per hoofdtaakveld geven we hieronder aan wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. Vervolgens volgt een totaaloverzicht met alle baten en lasten van dit programma. Daarna benoemen we gedetailleerd de aanpassingen op dit programma die in deze programmabegroting worden voorgesteld.

Ontwikkelingen Keuzes in de ruimte Het programma Ruimte gaat over grote opgaven die de komende decennia onze brede welvaart moeten borgen en een grote ruimtelijke impact op ons grondgebied zullen hebben. We staan voor de opgave om voldoende woningen te bouwen voor onze inwoners, in de steden en dorpen. Daarnaast willen we in 2050 energieneutraal zijn, waarvoor ook ruimte nodig is. Ook ons bedrijfsleven zal in de komende jaren extra ruimte nodig hebben, om te groeien, maar vooral ook om te verduurzamen en te innoveren. Het landelijk gebied heeft te maken met de transitie van de landbouw, natuur(behoud?) en een inzet op een sterk en toekomstbestendige vrijetijdssector. We zijn er ons bewust van dat niet alles (overal) kan en dat water en bodem in steeds grotere mate het speelveld bepalen. Klimaatverandering heeft grote impact op de manier van inrichting, ook in onze gemeente. Neem maar de discussie over het peil van het IJsselmeer en hoe om te gaan met het Veenweidegebied. En in relatie daarmee hoe om te gaan met landbouwgronden. Als we dit afzetten tegen onze genoemde ambities in de steden en dorpen en het landelijk gebied dan is het duidelijk dat scherpe keuzes nodig zijn. Binnen dat speelveld is het aan overheden, samen met alle partijen om deze juiste keuzes te maken. Dat is niet eenvoudig maar wel nodig.

Daarin liggen ook kansen: om anders naar ruimtelijke ontwikkelingen te kijken, meer vanuit de slimme combinatie van functies en het integreren van bijvoorbeeld klimaatadaptatie in onze plannen. Met de provincie en andere partijen leggen we op dit moment de puzzel voor Fryslân voor de provinciale omgevingsvisie. Dat zal ook een basis moeten zijn voor de gemeentelijke omgevingsvisie die we gaan herijken. Sterke stedelijke zone en leefbare kernen In essentie speelt hierbij ook de vraag wat we voor Sudwest-Fryslân we willen zijn. We hebben ons eerder gecommitteerd aan de verstedelijkingsstrategie F4 als input voor het Rijk. Dit hebben we gedaan omdat we geloven dat de stedelijke zone A7 als motor fungeert en dat een stevige(r), Pagina 48 van 172

O24.001865

gecombineerde groeiambitie hier, in combinatie met goede bereikbaarheid kan helpen het voorzieningenniveau voor onze gemeente krachtig te houden. Dat moet niet worden gelezen als een concurrentie met alle kleine kernen in onze gemeente, maar juist versterkend. We willen juist dat kleinere kernen ook leefbaar blijven en voor hun eigen lokale behoefte kunnen bouwen, met een voorzieningenniveau dat ook past. Zeker op de voorzieningen staat druk. De oplossing daarvoor ligt in het slim combineren van functies en in het bereikbaar houden van kernen. Inwoners zijn dan in staat om de voorzieningen die niet in iedere kern zijn, zoals zorg, zwembaden en theaters ook goed te bereiken. Op de achtergrond speelt hierbij natuurlijk ook de discussie Lelylijn. Het nieuwe kabinet zal hierin kleur moeten gaan bekennen. Een mogelijke Lelylijn zal voor onze gemeente medebepalend zijn in de ambities die we de komende jaren (kunnen) laten zien als het gaat om bereikbaarheid, wonen, bedrijvigheid etc. En zal ook een plek krijgen in de visies die we nu ontwikkelen voor de komende decennia.

1.1 Hoofdtaakveld Wonen Wat willen we bereiken? Wonen is een van de prioriteiten. Onze inwoners moeten kunnen wonen waar en hoe ze willen. Er is behoefte aan nieuwe woonvormen voor specifieke doelgroepen zoals starters, mensen met een zorgbehoefte en huishoudens met een tijdelijke woonvraag. In de huidige coalitieperiode zetten we in op de realisatie van minimaal 1000 woningen voor alle doelgroepen. Daarvoor is het van belang om de woonbehoefte in beeld te hebben én er zijn locaties nodig waar gebouwd kan worden. We streven bij deze opgave naar een 50/50 verdeling van gemeente/markt. Dat betekent dat 50% van de plannen door de gemeente zelf worden ontwikkeld op gemeentelijke locaties. De andere 50 % van de plannen wordt door marktpartijen ontwikkeld. Dan heeft de gemeente een faciliterende rol. We willen binnenstedelijk wonen aantrekkelijker maken, sneller bouwen en zorgen dat de doorstroming verbeterd wordt. Belemmeringen moeten zoveel als mogelijk worden weggenomen. We nemen om dat te bereiken meer regie, gaan innovatief denken, een ondernemende houding aannemen en vooral lef tonen. We nemen een proactieve houding aan richting partijen die met nieuwe oplossingen en creatieve woonvormen ons kunnen ondersteunen in het realiseren van de uitdagingen op de woningmarkt.

Wat gaan we daar voor doen? 1. We gaan in deze coalitieperiode minimaal 1000 woningen bouwen. Indicatoren/te behalen resultaat: • Minimaal 1000 woningen in 2026 gerealiseerd, waarvan 350 woningen in 2025 • Er worden nieuwe plannen aan de programmering toegevoegd om te kunnen blijven voorzien in de woonbehoefte waar dat nodig is (zie eerdere informatie over het woononderzoek en de woningbouwprogrammering) • Woondeal Rijk: 1980 woningen tot 2030, waarvan 30% sociale huur en 30% betaalbare koop. • Lagere vraagdruk sociale huur (monitor sociale huur). Kortere wachtlijst in tijd en meer mutaties (meer woningen die naar een nieuwe huurder gaat) en inschrijfduur naar beneden.

Pagina 49 van 172

O24.001865

Toelichting De inzet is minimaal 1000 woningen. De concrete invulling hiervan vindt plaats op basis van de woonbehoefte per deelgebied. Er kunnen 30% meer woningen in de programmering worden opgenomen dan de woonbehoefte aangeeft. De monitoring vindt plaats middels de (nieuwe) woningbouwprogrammering (2022-2031), het geactualiseerde woononderzoek (2024) en de factsheet woningbouw die jaarlijks wordt opgesteld. Tot nu toe zijn er 589 woningen gerealiseerd(stand mei 2024), waarvan 434 in 2022 (224) en 2023 (210). Dat betekent dat er voor deze bestuursperiode nog een opgave van 489 woningen ligt. Gezien het aantal ‘harde’ plannen in het woningbouwprogramma verwachten we dat de komende jaren een behoorlijke hoeveelheid woningen gerealiseerd gaat worden. In de Regionale Woondeal Zuidwest Friesland zijn afspraken met het Rijk en de provincie gemaakt over woningbouw en betaalbaarheid. Afgesproken is dat de gemeente Súdwest-Fryslân tot en met 2030 minimaal 1980 woningen realiseert, waarvan 660 sociale huurwoningen zijn (1/3 deel). Er is ruimte om adaptief te programmeren en tussentijds met nieuwe initiatieven aan de slag te gaan. In het najaar van 2024 zijn deze afspraken herijkt. Met de woningcorporaties worden in de prestatieafspraken ook afspraken over de woningbouw van sociale huur gemaakt.

We zien dat er nu onvoldoende plannen in ontwikkeling zijn om te kunnen voldoen aan de behoefte aan sociale huurwoningen. We kunnen wel voldoen aan de afspraak uit de regionale woondeal (minimaal bruto 660 sociale huurwoningen in 2030) waarbij geen rekening wordt gehouden met sloop. 2. Er komt een gemeentelijke taskforce die met een integrale aanpak regie neemt op de woningmarkt. Indicatoren/te behalen resultaat: • Taskforce wonen wordt in 2025 voortgezet • De kernenaanpak wordt toegepast om mogelijkheden voor woningbouw in (kleine) kernen te vergroten. In 2025 worden de trajecten die in 2024 zijn gestart afgerond, en zo mogelijk nieuwe projecten gestart • Nieuw woonbeleid wordt vastgesteld in 2025. Toelichting De gemeentelijke organisatie stuurt op de toevoeging van woningbouw meteen programmatische aanpak. Vanuit dat programma is er een integrale regie op de toevoeging van woningbouw. Binnen het programma wordt projectmatig aan de woonopgave gewerkt en wordt het woonbeleid ontwikkeld. De projectteams maken afwegingen over versnellingsmogelijkheden en de mogelijkheden om processen parallel te laten verlopen. Ook de kernenaanpak maaktonderdeel uit van het programma. De kernenaanpak heeft zich inmiddels bewezen als instrument om woningbouwmogelijkheden in (kleine) kernen te vergroten.

De trajecten die in het jaar 2024 zijn opgestart: Kimswerd, Warns en Gaastmeer, worden in 2025 afgerond. De taskforce Wonen heeft in het tweede half jaar van 2024 voorstellen gedaan om meer woningen te kunnen realiseren, onder meer door gemotiveerd af te wijken van regelgeving, zoals op boerenerven en wonen bij wonen. Dit proces is in 2024 grotendeels afgerond en krijgtin 2025 mogelijk een vervolg De monitoring vindt plaats middels de woningbouwprogrammering (2022-2031) en de factsheet woningbouw die jaarlijks wordt opgesteld. In de tweede helft van 2024 is gestart met het ontwikkelen van nieuw woonbeleid dat inspeelt op actuele ontwikkelingen en een gedegen basis biedt voor de komende jaren. Dit proces krijgt een vervolg in 2025. Het geactualiseerde woningmarktonderzoek vormt hierbij het vertrekpunt. In de loop van 2025 volgt de besluitvorming over het beleid.

Pagina 50 van 172

O24.001865

3. We versnellen procedures. Indicatoren/te behalen resultaat: • Een snellere realisatie van woningbouw waar mogelijk • Zo weinig mogelijk vertraging in woningbouwontwikkelingen Toelichting Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gemeentelijke ontwikkelingen en marktontwikkelingen. Met de infographic voor woningbouwprocessen is de standaard doorlooptijd van gemeentelijke ontwikkelingen (actief grondbeleid) in beeld gebracht. We streven naar versnelling van procedures en gaan daar in de meest praktische zin mee om. Binnen de projectteams wordt geadviseerd over waar en hoe er realistisch versneld kan worden. Afgelopen jaren zijn bij diverse ontwikkelingen versnellingsmogelijkheden toegepast. We zagen aan de andere kant ook dat er vertragingen zijn ontstaan door diverse oorzaken. Daarnaast is ook zorgvuldigheid een belangrijk onderdeel van gebiedsontwikkeling. Door een goed doorlopen participatieproces, kunnen juridische procedures in een vervolgproces voorkomen worden. Dit vraagt tijd en aandacht. Om verschillende redenen, zoals hoge grond- en bouwprijzen en ambities, zoals het bouwen in een betaalbaar segment, komt de haalbaarheid van projecten vaker in het geding. Daarnaast wordt het steeds lastiger om vacatures te vervullen en de juiste capaciteit en kwaliteit binnen te halen.

De uitdaging en nadruk komt daarmee meer te liggen op zo weinig mogelijk vertragen in plaats van versnellen. Marktontwikkelingen: De Omgevingswet en serviceformules moeten ervoor gaan zorgen dat onze algehele dienstverlening snel(ler), efficiënt(er) en in participatie met onze inwoners is. Dit is een leertraject dat we de komende jaren verder uitwerken en verbeteren. We verwachten dat hiermee het proces om te komen tot woningbouw efficiënter gaat worden. De serviceformule is gericht op integraal werken. Om de formule efficiënt te laten werken zijn we heel gericht bezig om per stap beter te worden. We werken bij de start met een centrale ingang en met een centrale pré scan. Zo kunnen we vroegtijdig de juiste kennis koppelen aan de verschillende initiatieven. Het is belangrijk dat we de communicatie met de initiatiefnemers verbeteren. Hiervoor kiezen we verschillende vormen waarbij ontmoeten centraal staat, zoals bijvoorbeeld inloopmiddagen organiseren en afspraken op locatie.

4. We zetten in op erfpacht en lagere grondprijzen om projecten van de grond te krijgen. Indicatoren/te behalen resultaat: • Per project advies over de wijze van exploitatie en betaalbaarheid van de woningen. Daarbinnen komt de afweging ten aanzien van erfpacht terug. Toelichting Uit woningmarktonderzoek blijkt dat er een grote behoefte is aan betaalbare woningen. Ook de afspraken in de Regionale woondeal Zuidwest-Friesland zijn gericht op betaalbaarheid. Tweederde van de nieuwe woningen moet in de categorie ‘betaalbaar’ vallen. We gaan voor lagere prijzen en waar mogelijk voor erfpacht. We sturen op toevoeging van een betaalbaar segment en daarmee sturen we indirect op lagere (grond)prijzen. Voor erfpacht is een erfpachtcanon opgenomen in de grondprijzen-brief 2023. Per project besluiten we over de wijze van exploitatie. Daarbinnen komt de afweging ten aanzien van mogelijkheden voor erfpacht terug.

Pagina 51 van 172

O24.001865

5. Bij nieuwbouwprojecten en sociale huur geven we inwoners met een sociaaleconomische binding waar mogelijk voorrang. Indicatoren/te behalen resultaat: • We maken afspraken over voorrang geven aan mensen met sociale binding met ontwikkelaars. Toelichting Woningcorporatie Elkien heeft in 2023 en 2024 een pilot ‘gerichte toewijzing’ uitgevoerd in 36 kernen (waaronder een flink aantal in Súdwest-Fryslân). In de helft van de vrijkomende woningen in een dorp is daarbij niet alleen de inschrijfduur bepalend voor toewijzing, maar ook de sociale band met een dorp. Voorwaarden is wel dat de inwoners aaneengesloten 1 jaar woonachtig zijn in het dorp of de afgelopen 10 jaar minimaal 6 jaar daarvan woonachtig zijn geweest in het dorp. In 2025 wordt deze pilot geëvalueerd. Daarnaast zet het college zich in om in anterieure overeenkomsten afspraken te maken over het eerst aanbieden van woningen voor verkoop aan inwoners van de kern. We zijn betrokken bij de evaluatie van genoemde pilot. 6. We bevorderen dat de doelgroep ‘jonge ouderen’ (55- tot 70-jarigen) eenvoudiger kunnen verhuizen naar levensloopbestendige woningen. Indicatoren/te behalen resultaat: • Zie beoogde resultaten Actieplan SWF bouwt. Doelgroep is onderdeel van afwegingskader wonen. • In de planvorming van zowel gemeente als markt worden woningen voor deze doelgroep opgenomen.

• Uitvoering geven aan de activiteiten uit het omgevingsprogramma wonen en zorg en de gebiedsgerichte aanpak (uitvoeringsprogramma’s wonen en zorg) in 2024/2025 Toelichting Doorstroming is een grote uitdaging en cruciaal voor een goede woningmarkt. Met name ook voor de “jonge ouderen” die nu lastig kunnen doorstromen naar geschikte, levensloopbestendige woningen. Volgens het woningmarktonderzoek is er minder behoefte aan 2-onder-1-kap woningen onder de € 355.000 als ouderen doorstromen. Dan komen namelijk meer woningen in deze categorie beschikbaar voor jongere huishoudens. In de praktijk zien we dat de doorstroming van ouderen niet ideaal is en dat de verhuisgeneigdheid laag is. Dit is de reden worden toch 2-onder-1-kappers onder de € 355.000 in het woningbouwprogramma zijn opgenomen. Op het thema Wonen & Zorg is in de tweede helft van 2024 gestart met het gebiedsgericht uitwerken van het Omgevingsprogramma Wonen & Zorg. Dit is in februari 2023 door het college vastgesteld. Om het Omgevingsprogramma Wonen & Zorg uit te voeren is er onder regie van de gemeente in samenwerking met de betrokken woningcorporaties, zorginstellingen, de huurdersorganisaties, de adviesraad Sociaal Domein en het Zorgkantoor een Plan van Aanpak opgesteld. In de negen grotere kernen, waar nu een verpleeghuis is gevestigd, wordt toegewerkt naar concrete uitvoeringsprogramma’s Wonen & Zorg.

De uitvoeringsprogramma’s gaan zich vooral richten op de inwoners met een intensieve zorgvraag, omdat daar de noodzaak voor oplossingen het grootst is. In 2024 is gestart met: De woonwijk Sperkhem/Tuindorp in Sneek, Wommels en Heeg. De aanpak zal grotendeels in 2025 doorlopen. In 2025 worden ook uitvoeringsplannen opgesteld voor Witmarsum, Workum, Koudum, Bolsward, Makkum en IJlst. Dit doen we samen met de samenwerkingspartners, woningcorporaties, zorgorganisaties, welzijn, huurderbelangenorganisaties en inwoners. De uitvoeringsplannen geven inzicht in de opgave voor woningen voor ouderen met een zware zorgvraag en een aantal specifieke doelgroepen (beschermd wonen, jongeren met begeleidingsvraag, maatschappelijke opvang) in combinatie met de aanwezige voorzieningen, de leefomgeving en de sociale basis.

Pagina 52 van 172

O24.001865

7. We zetten in op een afspraak dat alle sociale huurwoningen in 2050 energieneutraal zijn. Alle huurwoningen moeten in 2050 energieneutraal zijn. Dit zal onderdeel uitmaken van de meerjaren prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties die in het najaar van 2024 opgesteld worden. De sociale huurwoningen zijn ook onderdeel van de huidige en toekomstige wijkuitvoeringsplannen waar we ook in 2025 mee aan de slag zijn. Daarmee bundelen we opgaven en maken we meer impact op wijkniveau. Indicatoren/te behalen resultaat: • (Meerjaren) Prestatieafspraken met de woningcorporaties, waarin dit wordt meegenomen. Wanneer sociale huurwoningen in de wijk aanwezig zijn, worden of zijn deze meegenomen in de huidige en toekomstige wijkuitvoeringsplannen. 8. We gaan creatief aan de slag met verpauperde panden en panden die leegkomen en geschikt zijn voor woongroepen. Indicatoren/te behalen resultaat: • Dit blijft een actiepunt dat gedurende de gehele coalitieperiode onder de aandacht is. De genoemde locaties worden in 2025 op de markt gebracht voor een woonontwikkeling (bij locatie voormalig kaaspakhuis Osingahuizen in combinatie met horeca). Toelichting Herbestemming heeft altijd de voorkeur en gaat voor uitbreiding.

Waar een locatie onderdeel uit kan maken van een bredere gebiedsontwikkeling, is regie van de gemeente op zijn plaats, door actief te sturen of zelf panden aan te kopen. Voorbeelden hiervan zijn IJlsterkade, Osingahuizen en ’t Finster te Workum. 9. Waar mogelijk bieden we ruimte voor creatieve woonvormen waar de woningnood het hoogst is. Indicatoren/te behalen resultaat • In 2025 moet deze tijdelijke woonwijk gebouwd worden. Toelichting Op het voormalig manegeterrein in Sneek maken we plaats voor 150 tijdelijke woningen voor onder andere starters en mensen die al langer wachten op een huurwoning. De tijdelijke woningen die hier komen, zijn huurwoningen voor sociale huur, middenhuur en de vrije sector. 10. We onderzoeken mogelijkheden voor het bouwen op boerenerven. Zie taksforce wonen Indicatoren/te behalen resultaat: • In 2025 wordt het stedenbouwkundig plan voor Harinxmaland 2A3 vastgesteld. Toelichting We experimenteren om inwoners, bij aangewezen projecten, welstandsvrij te laten bouwen. In deelgebied 2A3 wordt het experiment opgezocht door 40 experimentele woningen mogelijk te maken, bijvoorbeeld in collectief particulier opdrachtgeverschap, kangeroewoningen of tiny houses. Deze zone is welstandsvrij, ook is er geen verplichte oriëntatie, situering, rooilijn of plaatsing op het perceel. 11. We stellen een doelgroepenverordening op.

Indicatoren/te behalen resultaat: • Beleids- of instructieregels eind 2024 Toelichting De doelgroepenverordening is in 2024 vastgesteld. Om deze te laten werken binnen de nieuwe Omgevingswet, volgt nog een nadere uitwerking ter besluitvorming, in de vorm van beleids- of instructieregels. Pagina 53 van 172

O24.001865

12. Een huisvestingsverordening en gebiedsgericht verbod op verhuur van woningen tot de NHG-grens (zelfwoonplicht). Indicatoren/te behalen resultaat: • Er wordt voorlopig geen huisvestingsverordening opgesteld voor dit doel Toelichting De noodzaak om als gemeente een zelfbewoningsplicht in te stellen voor woningen tot de NHG-grens is vervallen door een aantal recentelijk ingevoerde landelijke regels en wetten. Hierdoor is het voor beleggers minder aantrekkelijk geworden om woningen op te kopen en voor een hoge prijs te verhuren. Met de wijziging van de Huisvestingswet kunnen gemeenten met een huisvestingsverordening lokale voorrang regelen voor sociale huurwoningen en betaalbare nieuwbouw koopwoningen. Het is echter zeer onzeker of voor onze gemeente een juridische onderbouwing geleverd kan worden om dit instrument in te zetten. De inzet van een huisvestingsverordening heeft bovendien weinig meerwaarde, omdat daarbij hoogstens 50% van de woningen lokaal zouden kunnen worden toegewezen terwijl in de praktijk al een groot deel van woningen naar woningzoekenden gaat die een binding met de kern, de gemeente of de regio hebben.

1.2 Hoofdtaakveld Werken Wat willen we bereiken? Een bloeiend ondernemersklimaat in Súdwest-Fryslân, waarin ondernemers toekomstgericht kunnen ondernemen en groeien. Ondernemers hebben te maken met veel grote ontwikkelingen: verschillende crisis, de kloof op de arbeidsmarkt, de snelheid en de impact van technologische ontwikkeling op de bedrijfsvoering. Het bedrijfsleven zal, net als de hele maatschappij moeten verduurzamen en circulair gaan worden. Grote opgaven (en kansen) waar ze niet alleen in staan. Wij willen een betrouwbare, meedenkende en stimulerende partner zijn die met hen en andere partners wil werken aan de oplossingen voor de toekomst.

Wat gaan we daar voor doen? We voeren de komende jaren het economisch actieplan 2023-2026 uit dat in 2023 door de raad is vastgesteld. Daarmee werken we aan de verdere ontwikkeling van onze economie en versterking van de parelsectoren. De focus van de aanpak ligt in de bijdrage aan de brede welvaart, circulaire economie en innovatie.

Versterken arbeidsmarktaanpak 13. We versterken de arbeidsmarktaanpak/investeren platform arbeidsmarkt Indicatoren/te behalen resultaat: • • • • • • •

Subsidie Sudwest Werkt ter versterking samenwerking 3O’s, Onderwijs, Ondernemers en Overheid: Ontwikkeling projecten. Doorlopende inzet. We ontwikkelen 3O samenwerking Sudwest werkt door op regionaal niveau onder paraplu van de regiodeal Meer begeleiding voor werkgevers op de werkvloer. O.a. inzet Harrietrainingen en jobcoach. Subsidie voor Technolab, On Stage en 3O buro. Meer aandacht voor Inclusief ondernemen. We organiseren bijeenkomsten over culturele diversiteit en inclusief werkgeverschap (onderdeel van 18 bijeenkomsten Impact Ondernemen per jaar). Uitbreiding SROI projecten. Sudwest Werkt pagina in lokale media. 1x per maand ism alle samenwerkingspartners 3O platform.

Pagina 54 van 172

O24.001865

Toelichting Begeleiding op werkvloer van werkgevers is belangrijk om kans op uitval te beperken. Betere beroepenbeelden van jongeren verkleint kans op uitval en vergroot de kans op werk bij lokale werkgevers. Dit draagt bij aan behoud van jongeren voor onze regio. Uitbreiding SROI projecten draagt bij aan bredere inzet van lokale ondernemers aan Impact Ondernemen en hun sociaal maatschappelijke bijdrage. O.a. door meer samenwerking met Empatec, inspiratiekaarten, uitbreiding SROI website, meer betrokkenheid lokale ondernemers. Ook willen we meer Inclusief ondernemerschap stimuleren zodat meer mensen uit de doelgroep Van Waarde kunnen participeren en door het opzetten projecten collectieve werkgeversbenadering oa. met Pastiel. Vergroten van de zichtbaarheid en het bereik van de projecten m.b.t.de arbeidsmarktaanpak en 3O samenwerking is nodig om impact en betrokkenheid van ondernemers en onderwijs te vergroten. 14. We ontwikkelen onze arbeidsmarktaanpak verder door om baankansen te creëren binnen en buiten de gemeentelijke organisatie.

Indicatoren/te behalen resultaten • Samenwerking met WRK.frl in de regiodeal is voorbereid • Samenwerking met Súdwest Werkt is verder ontwikkeld • Projecten Regiodeal met Fryske Marren zijn verder uitgewerkt Toelichting Collectieve werkgeversaanpak en inzetten van breed gedragen projecten in Súdwest Werkt zorgen voor een doorontwikkeling arbeidsmarktaanpak. De regiodeal programma aanpak ondersteunt hierin. 15. We zetten in op een mentorprogramma. Indicatoren/te behalen resultaten • Het mentorprogramma is gestart. In de eerste fase worden tenminste 15 mentees en mentoren gekoppeld. Toelichting Samen met het Fries mentorprogramma zetten we de organisatie intern en extern op om in de toekomst het netwerk steeds meer uit te breiden. De eerste pilot zet in op 15 matches. 16. We focussen op parelsectoren. Indicatoren/te behalen resultaten • Uitvoeren Meerjarenplan Circulaire Economie 2024-2028 > stevige verbinding regiodeal • Intensiveren samenwerking andere stakeholders en gemeenten in kennisplatforms (oa VCF, Bouwend Nederland, IPF, Yn Business) > Regiodealaanpak • Vergroten netwerken en kennisdelen door tenminste 18 events/bijeenkomsten Impact Ondernemen in parelsectoren • Verstevigen noordelijke netwerken en netwerk DGA’s door kennisdelen en bijeenkomsten. • Gereserveerde bijdrage aan de volgende fase van het project Sliepe yn ‘e takomst.

• Versterken en profileren van de maritieme sector en concretiseren van de aanpak, o.a. door verdere samenwerking met het Maritime Innovation Platform en project Elektrisch Varen als onderdeel van de Regiodeal. • Met de Ondernemersfederatie zijn werkgroepen georganiseerd om de parelsectoren te ondersteunen. Op basis van het economisch actieplan worden projecten ontwikkeld. 17. We gaan verder met de Hemmen III en bieden mogelijkheden in andere kernen voor uitbreiding bedrijventerreinen. Daarvoor maken we afspraken met provincie. Indicatoren/te behalen resultaten • De Hemmen III is bouwrijp en er kan gebouwd worden. • Er liggen plannen voor andere bedrijventerreinen in SWF (in ieder geval Bolsward en Makkum). Pagina 55 van 172

O24.001865

Toelichting Door de nijpende situatie rondom netcongestie en de daarvoor benodigde NuLelie aanpak, staat zowel uitbreiding op bestaande terreinen als de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen onder druk. In het najaar van 2024 moet een besluit genomen worden over de impact op verdere ontwikkeling en uitgifte(beleid) van Hemmen 3 fase 2. Ook worden concrete voorstellen gedaan of, waar en hoe de komende jaren uitgebreid kan worden, waarbij de kernen Bolsward en Makkum als eerst worden uitgewerkt. De uitdaging van netcongestie en het vinden van oplossingen daarvoor heeft hier grote invloed op. Ook kijken we samen met de ondernemersfederatie en verenigingen naar de mogelijkheden voor bedrijven in andere kernen. 18. We organiseren kennis- en ontmoetingsmomenten met ondernemers. Indicatoren/te behalen resultaten • 18 bijeenkomsten over Ondernemen met Impact in 2025. • Herhaling en Verdieping van onderwerpen om het bereik te vergroten. Toelichting Ondernemen met Impact bijeenkomsten hebben als doel ondernemers te voorzien van kennis, informatie, netwerken en inspiratie om toekomstbestendig te kunnen ondernemen. Onderwerpen als bijvoorbeeld Inclusief ondernemen, circulair bouwen, AI, Klimaatadaptatie, netcongestie zijn in 2024 aan de orde geweest om ondernemers voor te bereiden op grote transities die spelen en schaarste aan grondstoffen, mensen, energie, grond en water.

Gastvrijheidseconomie versterken Gastvrijheidseconomie De gemeente Súdwest-Fryslân is een belangrijke gemeente voor de Friese gastvrijheidseconomie. In de gemeentelijke, economische visie is de gastvrijheidseconomie naast de maritieme en landbouw & agrofood sector, benoemd als parelsector. Onze omgeving heeft grote aantrekkingskracht op inwoners en bezoekers. De beleving van en verbinding tussen water, platteland, kernen -waaronder zes van de Friese Elfsteden-en de rijkdom aan cultuur en erfgoed, maken onze gemeente uniek. De gastvrijheidseconomie draagt bij aan de samenleving, door het bieden van banen, voorzieningen, activiteiten, een aantrekkelijke leefomgeving, herbestemming van (cultureel) erfgoed, zingeving onder inwoners (denk aan de vele vrijwilligers), een gevoel van trots en het genereren van bestedingen. Al met al draagt de sector bij aan het geluk van inwoners en bezoekers. De visie Gastvrijheidseconomie 2035, inclusief een uitvoeringsprogramma stelt ons in staat om: • De regierol op de gastvrijheidseconomie beter te vervullen. We kunnen proactief (i.p.v. reactief) inspelen op ondernemersbehoeften en -verzoeken, veranderende omstandigheden en kansen/uitdagingen die zich voordoen. • Gericht en integraal (vanuit diverse beleidsdomeinen samen) te handelen bij het versterken van de gastvrijheidseconomie en versnippering van inspanningen en investeringen te voorkomen.

• Nauwer samen te werken met ondernemers en belanghebbenden. Vanuit een gemeenschappelijke visie kunnen we kennis bundelen en expertise uitwisselen. • Vertrouwen te wekken bij en duidelijkheid te geven aan bestaande ondernemingen en potentiële samenwerkingspartners. Evenementenbeleid In Súdwest-Fryslân koesteren we de kracht van evenementen. Onze gemeente kent een rijk gevulde evenementenkalender van ruim 450 evenementen per jaar en evenementen vormen daarmee een belangrijk onderdeel van ons vrijetijdsaanbod voor inwoners én bezoekers. We hechten grote waarde aan een veelzijdig en vooral toekomstbestendig evenementenaanbod binnen onze gemeente. Evenementen spelen een cruciale rol in het bevorderen van verbinding en levendigheid, waardoor Súdwest-Fryslân een aantrekkelijke plek is om te wonen, te werken, te ondernemen en te recreëren.

Pagina 56 van 172

O24.001865

De Evenementenvisie, inclusief een uitvoeringsplan stelt ons in staat om: • Het brede evenementenaanbod in Súdwest-Fryslân te blijven stimuleren. • Aan te blijven sluiten bij de (veranderende) behoeften van organisatoren, inwoners en bezoekers. • Bij te dragen aan de saamhorigheid, de onderlinge verbinding van onze inwoners met elkaar, los van leeftijd of achtergrond en aan positief draagvlak onder inwoners voor evenementen. • Het imago van Súdwest-Fryslân en haar steden en dorpen te versterken • Economische activiteit en werkgelegenheid te stimuleren. Tijdens een evenement kunnen ondernemers meer inkomsten genereren. Evenementen trekken bezoekers aan die extra geld uitgeven in onze gemeente. Ze shoppen in onze winkels, eten en drinken in onze horeca en slapen in onze logiesaccommodaties. • Sport- en cultuur(participatie) op een laagdrempelige manier te stimuleren bij een breed publiek. 19. We stellen een visie en uitvoeringsprogramma gastvrijheidseconomie op. Indicatoren/te behalen resultaat: • Een uitvoeringsprogramma voor de visie gastvrijheidseconomie 2035 “Súdwest-Fryslân activeert je” (april 2024), geprioriteerd in tijd, menskracht en financiële middelen Onder voorbehoud van toekenning van middelen in de begroting 2025: • Een uitvoeringsplan voor de evenementenvisie ‘Aan de slag met evenementen!” (juli 2024), uitgewerkt in tijd, menskracht en middelen.

• Een analyse naar mogelijke vormen voor een hulpstructuur voor organisatoren van evenementen. • Een minisymposium voor organisatoren van evenementen. Toelichting Uitvoeringsprogramma gastvrijheidseconomie We geven in 2025 opvolging aan de vastgestelde visie gastvrijheidseconomie (april ’24) en invulling aan de in de visie uitgewerkte routes naar 2035: We onderzoeken wat er in de komende periode binnen beschikbare middelen kan worden opgepakt en of en hoe we inzet ook op langere termijn kunnen borgen. 1. Continu werken aan de basis: de beleving van een Friese omgeving van topkwaliteit 2. Continu werken aan vernieuwing en aanbod vol verhalen: ook in het schouderseizoen gezonde reuring 3. Sociale gastvrijheidseconomie: een gastvrijheidseconomie die ook beschikbaar is voor mensen met een kleine en modale portemonnee 4. Versterken van het organisatorisch vermogen van de gastvrijheidseconomie 5. Basis op orde in de gemeente 6. Belevingskwaliteit in ruimtelijke ontwikkelingen Uitvoering evenementenvisie We geven in 2025 opvolging aan de vastgestelde evenementenvisie (juli ’24). We onderzoeken wat er in de komende periode binnen beschikbare middelen kan worden opgepakt en of en hoe we inzet ook op langere termijn kunnen borgen. Een divers en toekomstbestendig aanbod 1. Enthousiaste organisatoren en 2. een duidelijke en ondersteunende gemeente.

En het beleidsonderwerp binnen onze organisatie goed te beleggen. Ditzelfde geldt voor het benodigde onderzoek naar een hulpstructuur die organisatoren kan ondersteunen bij door hen gewenste zaken (denk aan vergunningsaanvragen, kennisdeling/ontmoeting, personeel/vrijwilligers, inkoop). En het kunnen organiseren van een minisymposium voor organisatoren van evenementen in 2025. Dit gaat om een symposium zoals we dit ook organiseerden tijdens het opstellen van de evenementenvisie in 2024.

Pagina 57 van 172

O24.001865

20. Voldoende en betaalbaar vrijetijdsaanbod voor eigen inwoners. Indicatoren/te behalen resultaat: • Een onderzoek naar de jaarplaatsen op verblijfsrecreatieterreinen. 21. We ondersteunen ondernemers in de gastvrijheidssector om jaarrond interessant te zijn voor bezoekers en op een duurzame manier hun bedrijfsmodel in te richten. Indicatoren/te behalen resultaat: • Een door de gemeenteraad vastgesteld ontwikkelkader logies, inclusief de hierbij behorende beleidsregels. Toelichting We herijken het ontwikkelkader logies om plannen van initiatiefnemers beter te kunnen beoordelen en het duidelijk is welke mogelijkheden er voor de verschillende vormen van verblijfsrecreatie in de gemeenten zijn. 22. We versterken het organisatorisch vermogen van de gastvrijheidseconomie. Indicatoren/te behalen resultaat: • Een vervolg op de herijking van de taken en rollen van de toeristische marketingorganisaties in Súdwest-Fryslân. Toelichting We werken toe naar een implementatie van de uitkomsten van het onderzoek ‘Gemeentelijke samenwerking met (publiek-private) toeristische (marketing)partijen. 23. We zetten in op verduurzaming en vernieuwing van de gastvrijheidssector, waaronder Súdwest-Fryslân als elektrische vaarregio.

Indicatoren/te behalen resultaat: • Afronding 1e fase pilot elektrisch varen (onder paraplu regiodeal ZWF) Toelichting We werken samen met diverse partners aan de uitwerking en pilot elektrische vaarregio ZuidwestFriesland. In de pilot onderzoeken we de mogelijkheden bij onder meer jachthavens om duurzame opwek en opslag te combineren met laden. En dit idealiter ook te koppelen aan andere maatschappelijk gebruik van duurzame energie. Dit maakt ook onderdeel uit van de regiodeal ZWF.

Pagina 58 van 172

O24.001865

1.3 Hoofdtaakveld Mobiliteit Wat willen we bereiken? Als grootste gemeente van Nederland zijn we verantwoordelijk voor een zeer groot aantal kilometers (auto)wegen, fiets- en voetpaden en kruisingen, kades en vaarwegen. Goede en veilige verbindingen zijn essentieel voor onze Mienskip. In de komende jaren gaan we daarin verder investeren. In onderhoud en onze kapitaalgoederen maar ook door te werken aan het autoluw maken van verschillende binnensteden.

Wat gaan we daar voor doen? Autoluwe binnensteden 24. We gaan aan de slag met het herinrichten (eventueel autoluw) van binnensteden, zodat ondernemers, horeca en bezoekers veilig de ruimte krijgen. Indicatoren/te behalen resultaat: • Het gaat hier eerst om de binnensteden van Sneek en Bolsward. • Herinrichtingsplannen voor de binnensteden (gedeelten) van Sneek en Bolsward worden voorbereid en mogelijk (al) uitgevoerd. Voor Bolsward en Sneek zijn ook transferpunten in voorbereiding. 25. We maken de stadscentra van Sneek en Bolsward autoluw. Indicatoren/te behalen resultaat: • De proef autoluwe binnenstad Sneek loopt in 2024/2025 af. De uitkomsten van de proef zijn in 2025 bekend. Daarna komen we ook tot een nader voorstel welk proces we voor Bolsward voor ons zien) Toelichting Om de verkeersveiligheid en de leefbaarheid van de stadscentra van Sneek en Bolsward te vergroten zetten we in op autoluw. Minder gemotoriseerd verkeer geeft ook ruimte voor de actieve mobiliteit en vergroening. Om het gemotoriseerde verkeer in de stadscentra terug te dringen zijn er ingrijpende verkeersmaatregelen nodig. We werken aan het realiseren van transferpunten (langparkeerterreinen) aan het einde van de invalswegen van Sneek en Bolsward. Dit zorgt ervoor dat er minder zoekverkeer door de stadscentra gaat.

Voor Sneek denken we aan een locatie rond de Oppenhuizerweg en de stationsomgeving voor transferpunten. In Bolsward speelt dit vooral rond de Harlingerstraat. Voor de autoluwe binnenstad Sneek wordt gewerkt aan een proef met doorrijverboden De uitkomsten van deze proef (2024) kunnen gebruikt worden voor de plannen voor Bolsward. Als het gemotoriseerde verkeer door verkeersmaatregelen teruggebracht is, ontstaat er ruimte voor de actieve mobiliteit en vergroening in de herinrichtingsplannen. Ook het herinrichten van de stadscentra hoort hierbij.

Pagina 59 van 172

O24.001865

26. Onveilige verkeersituatie pakken we zo snel mogelijk op. Indicatoren/te behalen resultaat: • Dit is een doorlopend proces en waar mogelijk wordt de combinatie met onderhoud gezocht. Toelichting We pakken onveilige verkeerssituaties aan. Het doel is om ongevallen te voorkomen en de leefbaarheid te verbeteren. Jaarlijks pakken we onveilige verkeerssituaties aan op basis van de risicoanalyse en werk met werk maken. Daarnaast is er een aantal concrete projecten zoals de herinrichting van de Oppenhuizerweg en de kruising Bolsward-west. De herinrichting van de Oppenhuizerweg in Sneek is gekoppeld aan de ontwikkeling van het Flexaterrein. Naast het verbeteren van de infrastructuur is het belangrijk dat het verkeersgedrag van de verkeersdeelnemers ook verbeterd. Dit doen we door campagnes en een toolbox. We vragen een specifieke uitkering van het Rijk aan voor het verbeteren van de verkeerveiligheid 27. 30-km zones moeten heringericht worden. Dat geeft zekerheid en vertrouwen bij inwoners en voorkomt ongelukken. Indicatoren/te behalen resultaat: • De herinrichtingen van de Oppenhuizerweg en de Worp Tjaardastraat in Sneek zijn uitgewerkt en (mogelijk) in uitvoering. 28. We vragen dit jaar een specifieke uitkering van het Rijk aan voor het verbeteren van de verkeerveiligheid.

Indicatoren/te behalen resultaat: • Eind 2024 wordt de nieuwe aanvraag voor subsidie bij Het Rijk ingediend en begin 2025 is bekend welke bijdrage is toegekend. 29. We gaan stimuleringsmaatregelingen en acties in zetten om inwoners meer op de fiets, wandelend of met het OV naar het werk of vrijetijdsactiviteiten te laten gaan. Indicatoren/te behalen resultaat: • Dit zijn doorlopende acties. In combinatie met het nieuwe mobiliteitsprogramma welkebegin 2025 is vastgesteld, kunnen er nieuwe stimuleringsmaatregelen en acties geformuleerd worden. 30. We realiseren minimaal 2 fietspaden de komende 4 jaar ten behoeve van de verkeersveiligheid woon-werk en school. Indicatoren/te behalen resultaat: • De fietsroute Tjerkwerd- Bolsward, de fietsroute Nijland en de fietsroute Sneek-Joure zijn uitgevoerd. Nieuwe fietsroutes zijn in voorbereiding. 31. We onderzoeken of fietsers voorrang kunnen krijgen op rotondes binnen de binnensteden. Indicatoren/te behalen resultaat: • Het onderzoek is in 2025 afgerond.

Een beter openbaar vervoer Het openbaar vervoer (bereikbaarheid) is van groot belang voor de leefbaarheid van het platteland en onze kernen. We zien de grote druk op het openbaarvervoer netwerk. Dit is daarom ook een prominent thema in onze noordelijke inzet en de beoogde regiodeal, in combinatie met de druk op onze voorzieningen. Alhoewel wij qua openbaar vervoer niet actief in de lead zijn (dit is de provincie) zetten we wel actief in op lobby en om de trein tussen Sneek en Stavoren vaker te laten rijden en te komen tot innovatieve OV concepten in kleine kernen. Hierover gaan we in gesprek met het nieuwe provinciebestuur.

Pagina 60 van 172

O24.001865

32. We onderzoeken innovatieve OV alternatieven in kleine kernen (opstappers). In 2025 gaan we onder vlag van de regiodeal ook aan de slag met betere ontsluiting van kleine kernen/innovatieve manieren van vervoer. Dan moet bijvoorbeeld worden gedacht aan vervoershubs. Dit doen we onder meer samen met de provincie. Het busvervoer is nu gegund aan Qbuzz, het vervoersaanbod van de nieuwe vervoerder kan een betere dekking van het platteland geven. We moeten kijken hoe dit verder uitpakt. Indicatoren/te behalen resultaat: Onderdeel van beoogde regiodeal waarin bereikbaarheid en voorzieningen zijn gekoppeld. Aan de slag met alternatieve vormen van bereikbaarheid, hubs etc.We spannen ons in om de trein tussen Sneek en Stavoren vaker te laten rijden. Toelichting Wanneer de nieuw OV concessie definitief is gaan we in een bestuurlijk overleg in gesprek welke mogelijkheden er zijn om de trein vaker te laten rijden.

1.4 Hoofdtaakveld Leefomgeving Wat willen we bereiken? Súdwest-Fryslân bestaat uit een prachtig palet van zes steden, 83 dorpen en een prachtig weids en vitaal landschap met veel water. Van deze dorpen hebben er 74 minder dan 1.000 inwoners. Dat biedt uitdagingen. We staan voor een opgave om onze kernen ook in de toekomst leefbaar te houden. Wij gaan voor een Súdwest-Fryslân met kernen waar nu en in de toekomst fijn en gezond kan worden gewoond, gewerkt, geleefd en gerecreëerd. Dorpen en steden waar de voorzieningen op orde zijn, met binnensteden en dorpskernen die beleving bieden. En dat te midden van een vitaal landschap waarin belangrijke waarden en functies goed met elkaar in evenwicht zijn. In de komende jaren staat daarbij vooral de transitie van de landbouw naar een duurzamere toekomst met perspectief voor de sector voorop.

Wat gaan we daar voor doen? Vitale landelijk gebied Afgestemd op nieuwe kaders vanuit het Rijk en de provincie zal Súdwest-Fryslân in 2025 haar rol proactief pakken. Dat gebeurt samen met betrokkenen, die hieraan mee willen werken (de koplopers). We willen komen tot een gezamenlijk inspirerend toekomstbeeld met kleine haalbare stappen in de goede richting. Waarbij we voortdurend bijsturen en leren. We doen dat deels thematisch, door dilemma’s zoals rond de mestaanpak uit te werken. Deels doen we dat gebiedsgericht en stemmen in het concrete gebied af met de mienskip en de betrokken disciplines op het gebied van bijvoorbeeld landschap, gezondheid, recreatie, wonen, werken en energie. 33. We faciliteren de landbouwsector in de omslag naar een toekomstbestendige wijze van ondernemen. Het gesprek met de gebiedspartners in het landelijk gebied zetten we voort. Indicatoren/te behalen resultaat: • Er is helderheid over de wijze waarop een gezamenlijke integrale en gebiedsgerichte Friese aanpak gestalte krijgt, in samenhang met landelijke kaders die in de plaats komen van de NPLGaanpak. Voor de Friese aanpak is aansluiting gezocht bij de eerdere werkwijze binnen het Fries Programma Landelijk Gebied (FPLG). • Ús PLG 2025 is in afstemming met onze landbouw, natuur/milieu en recreatie stakeholders opgesteld en vastgesteld door de raad.

In Ús PLG staat welke bijdrage SWF levert aan het behalen van de landelijke en provinciale doelen op het gebied van natuur, water en klimaat met een volhoudbaar functiegebruik en met sociaaleconomisch perspectief. • Wij hebben een belangrijke stap gezet als experimenteergemeente: de gemeente is op weg om koplopergebied (coalition of the willing) te worden. • We hebben meerdere stakeholdersoverleggen landelijk gebied SWF met diverse gebiedspartners, minimaal 4x per jaar. We benutten de specifieke gebiedskennis vanuit de

Pagina 61 van 172

O24.001865

•

landbouw om tot een werkbaar perspectief te komen. Met de stakeholders werken we aan onderdelen uit Ús PLG 2025. Enkele concrete projecten uit het Ús PLG 2025 zijn opgestart.

34. We ondersteunen onze boeren om te experimenteren met nieuwe vormen van natuurinclusieve landbouw. Indicatoren/te behalen resultaat: • In het veenweide – en kleiweidegebied is een toename zichtbaar van het aantal projecten dat bijdraagt aan natuurinclusieve landbouw, o.a. op basis van experimenten rond het verhogen van peilen in het agrarische gebied. • Op basis van de Friese indeling van regio’s naar grondsoort is binnen resp. het veenweidegebied (Veenweideprogramma) en het kleiweidegebied (Greidhoeke Plus) meer duidelijkheid ontstaan over de te kiezen aanpak, wijze van samenwerking en rollen en verantwoordelijkheden van de Friese overheden. • Er is een overzicht van de initiatieven die we in 2025 verder gebracht hebben. Dit zijn onder meer initiatieven op het gebied van natuurinclusieve landbouw, korte keten, bioregio en blauwgroene dooradering. De initiatieven zijn zichtbaar een stap verder gekomen of gerealiseerd. 35. Integrale gebiedsgerichte aanpak met aandacht voor alle ontwikkelingen in het landelijk gebied. We gaan dit ook financieel mogelijk maken door o.a. in te zetten op transitiefondsen (zowel EU als landelijk): Green Deal, Gemeenschappelijk landbouwbeleid. Indicatoren/te behalen resultaat: • In het veenweidegebied is het gebiedsplan voor gebied Idzegea opgesteld.

• De geleerde lessen uit het gebiedsproces Idzegea zijn vertaald naar concrete en haalbare stappen en worden benut in andere gebieden. 36. De agrarische collectieven blijven we faciliteren Indicatoren/te behalen resultaat: • De collectieven zijn aangehaakt bij het stakeholdersoverleg landelijk gebied SWF, meer specifiek via collectief Súdwestkust. Waar gewenst vindt ook afzonderlijk afstemming met de collectieven plaats. Gelet op hun belangrijke rol binnen het agrarisch natuurbeheer; vanaf 2026 komen hiervoor extra middelen beschikbaar. Ook vindt een doorontwikkeling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) plaats met een aanvullende inzet op duurzaamheid. 37. We geven steun aan het weidevogelbeheer. Indicatoren/te behalen resultaat: • We hebben enkele projecten voor weidevogelbeheer gefaciliteerd. • Provinciale monitoring van weidevogelbeleid is waar mogelijk doorvertaald naar het SWFgrondgebied met specifieke aandacht voor predatiebeleid. Toelichting Binnen Fryslân is er een breed draagvlak voor weidevogelbeheer. De te behalen resultaten stondende afgelopen jaren onder druk. Ondersteuning van ondernemers en initiatieven gebeurt vanuit de provincie en op basis van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De gemeente ondersteunt en stimuleert waar mogelijk aanvullend. Bijv.

in aansluiting op het Aanvalsplan Grutto met een praktische invulling rond beheer en onderhoud, predatiebeleid, samenwerking, etc.

Pagina 62 van 172

O24.001865

Vitale kernen 38. Sterke, aantrekkelijke stads- en dorpskernen. Indicatoren/te behalen resultaat: • Gebiedsagenda’s en plan van aanpak verbetering stads en dorpskernen. • (Integrale) strategisch ruimtelijke visie voor Sneek. o Visie binnenstad Sneek o Spoorzone Veemarktterrein • Integrale aanpak in gebieden samenhangende acties zoals integrale wijkaanpak Sperkhem . Toelichting We gaan via de gebiedsagenda’s Sneek, Bolsward, IJsselmeerkust en Merengebied, Greidhoeke en Lege Geaën bijdragen aan duurzaam wonen, werken en genieten in stads en dorpskernen. Programmadoelen en doelen uit de begroting worden integraal en gebiedsgericht opgepakt. Hiermee leveren we maatwerk per gebied en stimuleren we samenhangende aanpak tussen ruimtelijke, sociale en bestuurlijke opgaven en kansen. Zo zorgen we dat brede welvaart wordt bereikt en in standgehouden in alle door ons geschetste toekomstscenario’s.

Duurzaam en circulair Súdwest-Fryslân 39. We zetten in op het gebruik van restwarmte en gebruik maken van geo- en aquathermie waar dit mogelijk is zoals in Bolsward en Heeg. Indicatoren/te behalen resultaat: • Aan het eind van 2025 ligt er een project voorstelvoor de meeste kansrijke kern. Onderdelen van deze project voorstel zijn o.a.: • Business case • Bronnenmix (aquathermie, geothermie, restwarmte, biogas etc.) • Plan voor het warmtenet • Tarief voor de gehele warmteoplossing (stad of dorp) • Actieve betrokkenheid van de inwoners. Toelichting We zetten in op het aardgasvrij maken van de meest kansrijke kern. Dit kan Bolsward zijn maar ook bijvoorbeeld Sneek en/of een andere stad/dorp. Dit hangt af van het masterplan (zie actiepunt 8). Voor deze kansrijke kern wordt een uitgebreide analyse gedaan, hieruit volgt een plan van aanpak die leidt tot een project proposal* (eind 2025). Het doel is om een warmtenet project te realiseren zonder kostendekkingsbijdrage (gat in de begroting van de business case). In deze zoektocht leren we van de Deense aanpak. 40. We stimuleren het lokaal en sociaal opwekken en gebruiken van energie. Indicatoren/te behalen resultaat: • Het onderzoek naar een gemeentelijk energiebedrijf is afgerond. In 2025 vindt verdere uitwerking van het gemeentelijke energiebedrijf (bij akkoord raad) plaats.

• Het masterplan voor de gemeente Súdwest-Fryslân, bestaande uit het warmteplan en de bronnenstrategie, wordt verder uitgewerkt. Medio 2025 verwachten wij het eerste concept klaar te hebben. Het masterplan is input voor het nieuwe Warmteprogramma (vervolg TVW) welke eind 2025 klaar moet zijn. Toelichting Door middel van de uitwerking van punt 8. wordt een opzet gemaakt van de meest kansrijke kern. Daarbij wordt ingezet op de meest optimale balans van bronnen en temperaturen in het warmtenet. Dit doen we samen we met de inwoners van deze kern. Vertrouwen is de basis voor verdere uitwerking. Door middel van het opstellen van een masterplan onderzoeken wij de potentie van collectieve warmteoplossingen in SWF. Daarnaast worden de mogelijke bronnen onderzocht in de te ontwikkelen bronnenstrategie. Pagina 63 van 172

O24.001865

We maken een plan voor de gehele gemeente en bepalen de meest kansrijke steden/dorpen. Door een warmteplan te maken voor de gehele gemeente is in één oogopslag duidelijk welke steden, dorpen of wijken geschikt zijn voor een collectieve warmteoplossing en waar individuele oplossingen gerealiseerd moeten worden. Het warmteplan is een overzicht van de gemeente met daarop duidelijk aangegeven in welke gebieden mogelijkheden zijn voor een collectieve warmteoplossing. 41. We stimuleren zonnepanelen op daken van bedrijven, verenigingen en huizen. Indicatoren/te behalen resultaat: • In kwartaal drie van 2024 wordt de nota zonnepanelenbeleid, in samenhang met de contourennota energiebronnen vastgesteld. Toelichting In het zonnepanelenbeleid wordt uitgewerkt welke doelen we nastreven, wat de gemeentelijke aandacht per doelgroep wordt (w.o. woningeigenaren, verhuurders, zakelijk en maatschappelijk vastgoed en verenigingen) en wat de randvoorwaarden worden. In samenhang met de contourennota energiebronnen (in wording), de Friese Energievisie en de Energieagenda 2024 wordt op basis van toekomstscenario’s bepaald hoeveel zonnestroom er nodig is. Daarnaast benoemen we actuele knelpunten voor zon op dak. Zo ontstaat een goed onderbouwde focus. We kijken ook naar randvoorwaarden, zoals behoud van het karakteristieke landschap, aansluiten bij het provinciale beleid en de rol van onze mienskip.

Bij zonnedaken van bedrijven is de netcongestieproblematiek een knelpunt (zie ook actiepunt 13.). Oplossingen worden onderzocht (o.a. in bedrijventerreinen aanpak van de Hemmen) om bedrijven hierbij te helpen. We brengen ook de situatie in kaart van andere doelgroepen, zoals sportverenigingen. Verder wordt verkend welke potentie multifunctioneel ruimtegebruik nog kan bieden voor zonnestroom in de toekomst, zoals overkapping van een parkeerterreinen. 42. We hebben de ambitie om in de toekomst een circulair ambachts-centrum te realiseren. Indicatoren/te behalen resultaat: • In 2025 zijn de eerste stappen gezet richting een circulair ambachtscentrum/-netwerk. Toelichting De ambitie voor een circulair ambachtscentrum is opgenomen in het grondstoffenbeleidsplan en is nader uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma van onze milieustraten. Door een kwartiermaker in te zetten, kan de komende jaren een netwerk van verschillende partijen en activiteiten worden opgebouwd. Naast de gemeentelijke milieustraten kunnen dit kringloopwinkels, marktpartijen, sociale werkvoorzieningsschappen en het onderwijs zijn. 43. We zetten volop in op energiecoaches en onafhankelijk advies en ondersteuning bij het isoleren van woningen.

Indicatoren/te behalen resultaat: • Inzet van energiecoaches • Coaching op de werkvloer • Inzet Duurzaam Bouwloket • Ondersteuning bij aanvragen NIP-subsidie Toelichting We zetten volop in op energiecoaches en onafhankelijk advies en ondersteuning bij het isoleren van woningen. We zoeken actief de doelgroep op o.a. door te coachen op de werkvloer. Dit doen we door een pilot met verschillende bedrijven waar veelal laaggeschoold werk wordt uitgevoerd. Onze energiecoaches organiseren, naast het voeren van coaching-gesprekken, energie- bespaaravonden, presentaties en een inloopspreekuur bij dorpshuizen. Verder zetten we het Duurzaam Bouwloket in voor het beantwoorden van vragen van inwoners en het geven van adviezen op het gebied van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14649203/1