CConstaterende datSúdwest-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Aanpak ‘Koers en Kompas, duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties’

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente Súdwest-FryslânBij agendapunt: Oanpak ‘Koers en Kompas, duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties’18.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.6

Van aanpak naar de praktijk: hoe werkt het? Om toe te werken naar een duurzaam en toekomstbestendig sportaccommodatiebestand vormen de hiervoor beschreven aanpak en de denkrichtingen de basis waar vanuit gewerkt wordt. Om hiervan op lokaal niveau een goed onderbouwde afweging in te kunnen maken (welke maatregelen zijn per sportaccommodatie nodig), hebben we een beslisboom ontwikkeld. Deze beslisboom is een hulpmiddel waarmee per sportaccommodatie stap voor stap een afweging gemaakt kan worden om te bepalen welke interventie (aansluitend op de denkrichtingen) wenselijk zou zijn (zie hoofdstuk 5). Als bij het doorlopen van de beslisboom blijkt dat een locatie/sportaccommodatie toekomstperspectief heeft, dan is het verduurzamen van de sportaccommodatie een voor de hand liggende uitkomst. Voor de verdere ontwikkeling en verduurzaming van sportaccommodaties, die als ‘kansrijk’ worden bestempeld (naar aanleiding van de beslisboom), is een separaat ‘strategisch afwegingskader duurzaamheid’ ontwikkeld. Dit is een hulpmiddel om de geselecteerde sportaccommodaties daadwerkelijk te verduurzamen met een eventuele multifunctionele invulling.

33

5

KEUZEMETHODIEK: DE BESLISBOOM

5.1

Waarom de keuze voor een beslisboom? De duurzaamheidsambities en de ambitie om de sport- en beweegdeelname binnen de gemeente te laten groeien zijn hoog. Daarmee is ook de ambitie om de sportaccommodaties te verduurzamen hoog en toekomstbestendig te maken hoog. Tegenover deze hoge ambities staat een groot en divers areaal aan binnensport-, buitensport- en zwemaccommodaties, die deels verouderd zijn, deels slecht worden gebruikt en/of niet meer voldoen aan de huidige en toekomstige eisen voor toekomstbestendige en duurzame sportaccommodaties. Daar komt nog bij dat de gemeente te maken heeft met een hoge financiële druk die het onmogelijk maakt om het gehele huidige sportaccommodatiebestand te verduurzamen. Dit alles maakt dat er keuzes moeten worden gemaakt om het beschikbare budget effectief in te zetten voor duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties op de juiste locaties. Onderdeel van de aanpak, zoals omschreven in hoofdstuk 4, zijn een drietal denkrichtingen voor duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties: A. Structureel verduurzamen (vooroplopen) B. Multifunctioneel en gebiedsgericht (functionele en lokale benaderen) C. Continuering huidige situatie (de minimale aanpak) Door de grote omvang en diversiteit van het sportaccommodatiebestand in de gemeente, is het niet realistisch om één van deze denkrichtingen toe te passen op alle sportaccommodaties.

Naast dat het vernieuwen en/of verduurzamen van alle sportaccommodaties financieel niet haalbaar is, doet ‘één denkrichting voor alles’ geen recht aan lokale behoeften en aan de situatie die per locatie verschilt. Het is zonde van de investering om een sportaccommodatie te verduurzamen die slecht gebruikt wordt en weinig toekomstperspectief en maatschappelijke toegevoegde waarde heeft. Aansluitend daarop is het zonde als er daardoor minder geld beschikbaar is voor multifunctionele sportaccommodaties die wel een grote maatschappelijke waarde (kunnen) hebben voor een grotere groep mensen. Bovendien staan de keuzes nooit op zicht zelf; het structureel verduurzamen (denkrichting A) gaat vaak hand-in-hand met de multifunctionele en gebiedsgerichte benadering (denkrichting B). Dit alles bij elkaar maakt dat er maatwerk nodig is om te komen tot duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties passend bij de (financiële) mogelijkheden van de gemeente. Iedere denkrichting kan van toepassing zijn, afhankelijk van de lokale context. Per locatie en/of deelgebied dient er een gerichte keuze op maat gemaakt te worden voor de juiste ontwikkeling. Dat kan ook betekenen dat er niet meer geïnvesteerd wordt in een bepaalde sportaccommodatie.

Alleen dan kan het beschikbare budget effectief worden gebruikt op de locaties waar de urgentie het grootst is en waar de investering het beste tot uiting komt. Om die reden is er een beslisboom opgesteld.

34

5.2

Opzet van de beslisboom Welke ontwikkeling is het meest kansrijk op een specifieke locatie? Door in de beslisboom van boven naar beneden per thema de ja-/nee vragen (ondersteund door cijfers en richtlijnen) te beantwoorden, komt er een voorlopig ontwikkeladvies uit voor de toekomst van de sportaccommodatie. Dit voorlopige advies is niet bindend, maar zorgt voor een gerichte dialoog op de onderwerpen die van belang zijn in de uiteindelijke ontwikkelkeuze. Zo kan er uiteindelijk een weloverwogen en goed onderbouwde beslissing worden genomen voor de verduurzaming van de sportaccommodaties. De onderstaande afbeelding geeft de opzet van de beslisboom schematisch weer. In bijlage 1 is complete beslisboom bijgevoegd. In bijlage 2 is de nadere onderbouwing van de beslisboom met een uiteenzetting van de verschillende onderdelen van de beslisboom bijgevoegd.

Afbeelding 5. Schematische weergave beslisboom (zie bijlage 1 voor complete weergave van de beslisboom en bijlage 2 voor de nadere onderbouwing)

35

5.3

Toepassing van de beslisboom

5.3.1

Dashboard met informatie ter ondersteuning van de te maken keuzes in beslisboom Samen met de beslisboom is een dashboard ontwikkeld waarin de beschikbare informatie over de sportaccommodaties van de gemeente Súdwest-Fryslân overzichtelijk is gepresenteerd (zie hoofdstuk 3). Het dashboard geeft inzicht en informatie, waarmee de verschillende vragen uit de beslisboom (deels) beantwoord kunnen worden. Zo geeft dit dashboard onder meer inzicht in: • Ligging en spreiding van de sportaccommodaties • Type sport-/sportvereniging op de sportaccommodaties (voetbal, hockey, zwemmen, kaatsen, etc.) • Aantal velden, banen en zaaldelen en bezetting (bezettingsgraad) van deze sportruimten • Reistijd van/naar de sportaccommodaties (op basis van de vastgestelde richtlijnen) • Huidige kwaliteit/restlevensduur en duurzaamheid op basis van beschikbare onderzoeken. De beschikbare informatie gaat voornamelijk over de gemeentelijke sportaccommodaties. De bezetting en kwaliteit van de niet gemeentelijke sportaccommodaties komt pas aan bod wanneer uit de beslisboom blijkt dat deze sportaccommodaties in de invloedsfeer liggen van een gemeentelijke sportaccommodatie (bijvoorbeeld bij sloop of nieuwbouw van een gemeentelijke sportaccommodatie). Het dashboard haalt de informatie uit Exceldocumenten, die door de gemeente aangevuld en geactualiseerd kunnen worden.

Hoe meer ontbrekende gegevens worden toegevoegd en bestaande gegevens worden geactualiseerd, hoe completer en actueler de informatie in het dashboard. Het dashboard biedt ondersteuning, maar is niet onuitputtelijk. Extra onderzoek is altijd nog nodig om alle vragen in de beslisboom te kunnen beantwoorden en een weloverwogen keuze te kunnen maken.

5.3.2

Beslisboom als instrument voor de dialoog en het keuzeproces (niet als bindend advies) Met het toepassen van de beslisboom voor een sportaccommodatie kom je uit bij een voorlopig ontwikkeladvies. Dit voorlopige advies is niet bindend, maar zorgt voor een gerichte dialoog op de onderwerpen, die van belang zijn bij het maken van de keuze voor het wel of niet behouden, verduurzamen en/of samenvoegen van de sportaccommodatie in kwestie. Zo kan er een weloverwogen en goed onderbouwde beslissing worden genomen ten aanzien van de verduurzaming en het toekomstbestendig maken van de desbetreffende sportaccommodaties. Het is aan te bevelen om voorafgaand aan en tijdens de dialoog met betrokken stakeholders (zoals sportverenigingen, sportbonden, buurtverenigingen, scholen, zorginstellingen, belangenverenigingen, etc.) de beslisboom te hanteren. Hiermee zijn het proces en de onderbouwing van de uiteindelijke keuze transparant. De keuze voor het wel of niet behouden, verduurzamen en/of samenvoegen van sportaccommodaties kan verschillende redenen hebben. De beslisboom helpt bij een

36

weloverwogen keuze waarin alle aspecten worden meegewogen. Zo wordt voorkomen dat een ingrijpende keuze zoals het uitfaseren van een sportaccommodatie te eenzijdig wordt genomen, bijvoorbeeld enkel vanuit financieel oogpunt (bezuinigen) of enkel vanuit emotie (onvrede bij stakeholders). Een dialoog op basis van de beslisboom kan ervoor zorgen dat lokale initiatieven op gang komen. Een sportaccommodatie die in beginsel weinig toekomstperspectief lijkt te hebben (volgens de beslisboom) krijgt ineens meerwaarde voor de gemeenschap doordat de inwoners en/of andere belanghebbende partijen worden geactiveerd. De beslisboom laat zien waar de aandachtpunten liggen om een sportaccommodatie weer succesvol en toekomstbestendig te krijgen. Indien nieuwe initiatieven op gang zijn gekomen kan de uitkomst (voorlopig advies) van de beslisboom voor deze sportaccommodatie een jaar later anders zijn. De maatschappelijke urgentie is namelijk toegenomen en het toekomstperspectief is verbeterd. De uiteindelijk keuze voor het wel of niet behouden, verduurzamen en/of samenvoegen van sportaccommodaties dient daarom niet te snel te worden genomen. Door de belanghebbende partijen op tijd te betrekken in het keuzeproces, ontstaat uiteindelijk begrip en draagvlak voor de keuzes die (met behulp van de beslisboom) worden gemaakt.

5.3.3

Toepassing van beslisboom op sportaccommodaties die geen eigendom zijn. De beslisboom richt zich in beginsel op de sportaccommodaties die eigendom zijn van de gemeente. Echter, ook op sportaccommodaties die geen eigendom zijn van de gemeente kan de beslisboom eventueel worden toegepast.

5.3.4

Actualisatie beslisboom Naast de gegevens in het dashboard die inzicht geven in de huidige status van de sportaccommodaties, dient ook de actualiteit van de beslisboom bewaakt te blijven. De beslisboom is namelijk een momentopname, die onder meer gebruik maakt van: • De huidige wetgeving, zoals de verplichting voor het faciliteren van bewegingsonderwijs. • Richtlijnen op basis van huidig beleid, zoals maximale reisafstanden voor bewegingsonderwijs. • Eigen criteria, zoals reistijden en bezetting, die in de gemeente acceptabel worden gevonden. De cijfers, richtlijnen en criteria in de beslisboom zijn anno 2025 van toepassing. Wetgeving, beleid en sport- en beweegbehoeften zijn echter voortdurend aan verandering onderhevig. Als gevolg hiervan kunnen de cijfers, richtlijnen en criteria veranderen. Het is daarom aan te bevelen om de beslisboom daarop regelmatig te toetsen en indien nodig te actualiseren.

37

Het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de sportaccommodaties vraagt veel meer dan enkel een goede visie en heldere strategie (op basis van de beslisboom). Ook moet de gemeentelijke organisatie innoveren om daadwerkelijk te komen tot duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties. Naast dat de technisch-inhoudelijk kennis binnen de organisatie up-to-date moet zijn (innovatieve toepassingen) moet je als organisatie meebewegen met de nieuwe manier van werken om te komen tot duurzame en toekomstbestendige oplossingen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat er meer integraal moet worden samengewerkt, zowel intern tussen de verschillende afdelingen als met externe partijen en (potentiële) gebruikers die over nieuwe kennis en/of locatie-specifieke gebiedskennis beschikken. Naast het aanhaken van de juiste kennis, is deze samenwerking ook noodzakelijk om voldoende draagvlak en (financiële) slagkracht te creëren voor de verduurzamingsopgaven.

38

6

FINANCIËLE IMPACT Dit hoofdstuk geeft een globale indicatie van de investeringsopgave die nodig is voor een toekomstbestendig sportaccommodatiebestand. Om een beeld te schetsen is een eerste zo goed mogelijke inschatting gemaakt van de maatregelen die nodig zullen zijn voor een toekomstbestendig sportaccommodatiebestand, waar de verduurzaming en nieuwbouw van vastgoed onderdeel van uitmaken. Het doel van deze inschatting is om een eerste gevoel te krijgen bij de totale investeringsopgave. De globale afweging die nu gemaakt is, is voornamelijk gebaseerd op gegevens over de technische staat en benutting van de huidige accommodaties, waarbij ook rekening is gehouden met de spreiding van de accommodaties. Wij benadrukken dat het hier gaat om een globale indicatie en dus een eerste zo goed mogelijke inschatting van de maatregelen en de investerings- en exploitatielasten. Wat niet inzichtelijk is gemaakt zijn de besparingen op energielasten bij de verduurzaming van de accommodaties, aangezien dit nader onderzocht zal moeten worden wanneer bekend is welke type verduurzamingsmaatregelen uiteindelijk toegepast gaan worden. Bij meerdere sportaccommodaties is de exploitatie een verantwoordelijkheid van derden of onderdeel van een multifunctioneel geheel. Energielasten zijn van deze sportaccommodaties niet bekend of direct toe te wijzen aan de sportaccommodatie.

Er kunnen nog geen definitieve conclusies verbonden worden aan de bedragen in dit hoofdstuk.

De uitgangpunten Voor de indicatieve investeringsopgave is een bandbreedte gepresenteerd, aangezien kosten afhankelijk zijn van een veelheid aan factoren. De jaarlijkse exploitatiekosten zijn berekend op basis van kengetallen, waarbij rekening is gehouden met reservering voor vervanging. Hierbij zijn op hoofdlijnen de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Voorschriften uit het Kwaliteitszorgsysteem van NOC*NSF/VSG (binnen- en buitensport). • Indicatieve investering op basis van ‘basic’ accommodaties, duurzaam opgezet en inclusief sporttechnische inrichting. • Voor sporthallen geldt de investering inclusief kantine, sportzaal en gymzaal exclusief horeca. • Investeringskosten inclusief ontwerp, engineering en realisatie. • Investeringskosten inclusief bijkomende kosten. • Prijspeil: Q4 2025. • Er is geen rekening gehouden met kosten die gepaard gaan met: kosten voor grondaankoop, financieringskosten en exploitatie- en beheerskosten. • De globale inschatting van de indicatieve investering van verduurzaming van binnensport sportaccommodaties is gebaseerd op gegevens over de technische staat van de huidige accommodaties. • Er gerekend met een gemiddelde investeringen bij aanleg kunstgrasvelden. • Kengetallen doorrekening exploitatielasten (incl. reservering vervanging, excl. kapitaallasten):

39

- sporthal: 9% van de investeringssom per jaar - sportzaal: 7% van de investeringssom per jaar - gymzaal: 6% van de investeringssom per jaar • Gemiddelde investering in een kunstgrasveld: € 750.000 - € 1.000.000 • Gemiddelde jaarlijkse exploitatielasten bij investering in kunstgrasveld: € 50.000 - € 75.000 • Jaarlijkse exploitatielasten bij clusteren van twee sportparken naar één is 7% over de totale investeringssom.

Indicatieve bandbreedtes investeringsopgave (investerings- en exploitatielasten) Op basis van de hiervoor omschreven uitgangspunten worden de investerings- en exploitatielasten (bandbreedte) als volgt ingeschat:

Indicatieve investering

Binnensport & zwembaden

Buitensport

TOTAAL

€ 21.850.000 – € 27.350.000.

€12.000.000 – € 18.500.000.

€ 33.850.000 – € 45.850.000

€1.550.000 – €1.898.000.

€ 300.000 – €450.000.

€ 2.450.000 – € 3.348.000

(eenmalig over 10 jaar)

Indicatie Jaarlijkse Exploitatielasten

Binnensport en zwembaden De totaal benodigde (indicatieve) investering binnen 10 jaar tijd is: €21.850.000 tot €27.350.000. De totale jaarlijkse exploitatielasten zijn naar inschatting: €1.550.000 tot €1.898.000. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de nieuwbouw van een zwembad, terwijl de opstal van De Klomp verouderd en niet duurzaam is, en ‘It Rak’ eveneens in de toekomst aan vervanging toe is. Voor een middelgroot zwembad met meerdere baden plus recreatieve functies is de indicatieve investering: €15.000.000 tot €20.000.000.

Buitensport De totaal benodigde (indicatieve) investering voor buitensport bedraagt: €12.000.000 tot €18.500.000. De investeringen hebben enerzijds te maken met de aanleg van kunstgrasvelden waar sprake is van capaciteitstekort en/of waar de veldbelasting hoog is. De jaarlijkse exploitatiekosten voor die investeringen worden ingeschat op: € 300.000 tot €450.000. Naar inschatting zal binnen 10 jaar minimaal één clustering van sportparken gaan plaatsvinden. Afhankelijk van de grootte van de sportparken zal de bandbreedte van de investering zijn:

40

€ 7.500.000 tot €12.500.000. De exploitatiekosten (inclusief vervanging) daarvan bedragen € 600.000 tot €1.000.000. Mogelijk dat in de toekomst (10 plus jaar) meerdere sportparken gaan samenwerken en uiteindelijk samengaan.

Conclusie De totale investering binnen 10 jaar voor binnensport, buitensport en zwembaden wordt ingeschat op: €33.850.000 tot €45.850.000. De totale jaarlijkse exploitatielasten zijn: €2.450.000 tot €3.348.000. Hierbij is dus geen rekening gehouden met de nieuwbouw van een zwembad. Bijlage 4 geeft inzicht in de globale raming en de investeringskeuzes die daarbij (op hoofdlijnen) zijn gemaakt. Deze liggen ten grondslag aan de bovengenoemde bedragen.

41

B1 WEERGAVE BESLISBOOM Op de volgende pagina is de beslisboom weergegeven. Door in de beslisboom van boven naar beneden per thema de ja/nee vragen (ondersteund door cijfers en richtlijnen) te beantwoorden, komt er een voorlopig ontwikkeladvies uit voor de toekomst van de sportaccommodatie. Dit voorlopige advies is niet bindend, maar zorgt voor een gerichte dialoog op de onderwerpen die van belang zijn in de uiteindelijke ontwikkelkeuze. Zo kan er uiteindelijk een weloverwogen en goed onderbouwde beslissing worden genomen voor de verduurzaming van de sportaccommodaties. In bijlage 2 is de beslisboom met de verschillende onderdelen waaruit de beslisboom is opgebouwd nader onderbouwd.

B1-1

B2 ONDERBOUWING ONDERDELEN BESLISBOOM In de beslisboom komen relevante onderdelen samen die urgent zijn in de dialoog en de uiteindelijke ontwikkelkeuze voor de sportaccommodaties in de gemeente. De onderstaande afbeelding laat op hoofdlijnen zien hoe de beslisboom is opgebouwd. In de paragrafen daaronder zijn deze onderdelen nader onderbouwd. De volgende onderdelen vormen de basis van de beslisboom: • Onderdeel 1: Type sportaccommodaties: binnensport, buitensport en zwemsport. • Onderdeel 2: Inhoudelijke thema’s voor keuzeproces: onderwijs, bezetting, demografie & sociale cohesie, spreiding en bereikbaarheid en kwaliteit/technische staat. • Onderdeel 3: Ja/nee vragen per thema ondersteunend door cijfers en richtlijnen. • Onderdeel 4: Voorlopig ontwikkeladvies: locatie-specifiek voorkeursscenario.

Opzet en onderdelen van de beslisboom

B2-1

Onderdeel 1: Type sportaccommodaties Het bestand aan sportaccommodaties in de gemeente Súdwest-Fryslân wordt op hoofdlijnen onderverdeeld in drie typen: binnensport-, buitensport- en zwemaccommodaties. Deze onderverdeling is gemaakt omdat de doelstelling en daarmee de benaderingswijze voor de keuze in het verduurzamen van deze sportaccommodatie-typen verschilt: De eerste doelstelling voor de binnensportaccommodaties is om het bewegingsonderwijs te faciliteren; hiervoor geldt namelijk een wettelijke verplichting. De eerste vraag die gesteld wordt in de beslisboom heeft dan ook betrekking op het gebruik van de sportaccommodaties door het onderwijs. Ten tweede richt de toekomstbestendigheid en de uiteindelijke keuze voor de ontwikkeling bij binnensport zich voor een groot deel ook op de bezettingsgraad. Een goede bezetting betekent al snel dat er op deze locatie behoefte is aan een sporthal, sportzaal of gymzaal. Dit vergroot te kans dat er (met behulp van de beslisboom) voor wordt gekozen om de sportaccommodatie behouden en verder te vernieuwen/verduurzamen, al dan niet in samenhang met andere sportaccommodaties en functies in de omgeving (multifunctioneel). Ook bij buitensport gaat de eerste vraag over het gebruik van de sportaccommodaties voor bewegingsonderwijs. Deels worden sportvelden al benut voor bewegingsonderwijs, maar hier valt nog veel te winnen.

De vraag die echter bij de buitensport centraal staat, gaat over de vitaliteit van de verenigingen die op deze sportaccommodaties actief zijn. Dit is anders dan bij de binnensport, waar vooral de bezettingsgraad een centrale rol speelt. Als verenigingen op de sportaccommodaties niet vitaal en/of zelfredzaam zijn, is de kans groter dat verenigingen fuseren of zelfs verdwijnen en daarmee ook de sportaccommodaties waar zij gebruik van maken. Er is ook bij de buitensport aandacht voor de bezetting van de aanwezige velden en banen. Er wordt (via de beslisboom) mogelijk voor gekozen om het aantal velden/banen in te perken (bij een onderbezetting) of juist uit te breiden (bij een overbezetting). De centrale doelstelling voor de buitensport luidt dan ook ‘gezonde levensvatbare verenigingen & optimaal benutten beschikbare velden en banen’. De centrale doelstelling van de zwemaccommodaties is om les- en doelgroepzwemmen te faciliteren. Dit staat los van het bewegingsonderwijs voor de basisscholen en middelbare scholen. Er geldt in Nederland namelijk geen wettelijke verplichting voor het faciliteren van zwemonderwijs. Les- en doelgroepzwemmen gaat voornamelijk om zwemles aan specifieke doelgroepen uit de zorg en maatschappelijke organisaties. Leszwemmen is in de gemeente particulier en via het gemeentelijke kindpakket geregeld.

In twee zwembaden is sprake van schoolzwemmen voor het speciaal onderwijs. Zwemles wordt in de regio van groot belang geacht, vanwege het vele water. Het behouden van lesen doelgroepzwemmen op acceptabele reisafstand in de gemeente staat daarom centraal. Indien twee zwemaccommodaties in elkaars nabijheid liggen kan de afweging worden gemaakt voor het behouden van de zwemaccommodatie met de beste kwaliteit, bereikbaarheid, bezetting etc. De omliggende gemeenten en het buitenzwemmen bieden mogelijkheden voor recreatief zwemmen. Dit moet in de overweging worden meegenomen.

B2-2

Bovenstaand lijkt de nadruk te liggen op het faciliteren van bewegingsonderwijs en les/doelgroep-zwemmen, bezetting (bij binnensport) en vitale verenigingen (bij buitensport). De beslisboom heeft echter ook expliciet aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde van sportaccommodaties, demografische ontwikkeling, spreiding en bereikbaarheid en de huidige kwaliteit en duurzaamheid van de sportaccommodaties. Ook deze thema’s worden meegewogen bij de uiteindelijk keuze voor de ontwikkeling van de sportaccommodaties. De volgende paragraaf gaat hier nader op in.

B2-3

Onderdeel 2: Inhoudelijke thema’s voor het keuzeproces De keuze voor het wel of niet behouden, verduurzamen en het eventueel samenvoegen (fuseren) van sportaccommodaties is een gevoelig onderwerp, dat een zorgvuldig proces verdient. In het kader van dit proces is het van belang om alle urgente criteria mee te wegen, om zo te komen tot weloverwogen en goed onderbouwde beslissingen, voor wat betreft de toekomst van sportaccommodaties. Er zijn daarom thema’s geformuleerd die ten grondslag liggen aan de te maken keuzes. Op deze aspecten dient de dialoog gevoerd te worden, om te komen tot de juiste beslissingen voor het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de sportaccommodaties: • Onderwijsfunctie. Gemeenten zijn verplicht om bewegingsonderwijs te faciliteren. Bij binnen- en buitensport dient daarom de vraag te worden gesteld of de sportaccommodatie een functie vervult voor het bewegingsonderwijs binnen een acceptabele reisafstand en of er alternatieven aanwezig zijn. Bij de zwembaden gaat het niet om bewegingsonderwijs, maar om het faciliteren van les- en doelgroepzwemmen voor specifieke doelgroepen (op twee locaties van toepassing). • Bezetting. De mate waarin sportaccommodaties worden gebruikt, gecombineerd met de zelfredzaamheid en vitaliteit van verenigingen (bij buitensport), zegt iets over de lokale behoefte aan sportruimten.

Een hoge bezettingsdraad betekent mogelijk dat er vraag is naar meer sportruimten. Een onderbezetting betekent mogelijk dat het aanbod aan sportruimten groter is of niet aansluit op de behoeften. Er kan dan bijvoorbeeld voor worden gekozen om beter samen te werken, sportaccommodaties in te perken (verwijderen overbodige velden/banen) of samen te voegen en/of andere invullingen te geven. In het meest extreme geval kan er zelfs voor gekozen worden om een sportaccommodatie uit te faseren. Uiteindelijke willen we toe naar sportaccommodaties die aansluiten op de- sport en beweegbehoefte van de gebruiker en daardoor goed gebruikt worden. Een sportaccommodatie die goed wordt gebruikt en meerdere functies vervult, heeft een grotere toegevoegde maatschappelijke waarde en is beter exploitabel. Een investering heeft hier een grotere toegevoegde waarde dan bij sportaccommodaties die slecht gebruikt worden. • Demografie en sociale cohesie. De groei of afname van het inwoneraantal en de bevolkingssamenstelling in de directe omgeving is van invloed op de bezetting van de sportaccommodaties en de omvang en vitaliteit van de verenigingen. Zo kan het voorkomen dat een sportaccommodatie op dit moment onderbezet is, maar meer gebruikers verwacht door nieuwbouw in de directe omgeving.

In dat geval kan het een goede keuze zijn om de sportaccommodatie ondanks de huidige onderbezetting te behouden en uiteindelijk te verduurzamen. Als er geen groeiperspectief is uit de omgeving voor potentiële gebruikers en lidmaatschap bij verenigingen, is het vaak niet verstandig om te investeren in nieuwe sport- en beweegruimten op deze locaties. Samenwerking en het eventueel samenvoegen van voorzieningen en verenigingen kan hier een mogelijke oplossing zijn om sportaccommodaties en verenigingen toekomstbestendig te houden. Ondanks dat een sportaccommodatie onderbezet is en weinig tot geen nieuwe gebruikers verwacht in de toekomst, kan het in kleinere kernen voorkomen dat men

B2-4

kiest voor het behoud van de sportaccommodatie. Bij gebrek aan een alternatief binnen een acceptabele reisafstand kan het verdwijnen van een sportaccommodatie een grote impact hebben op een kleinere lokale gemeenschap. Het is daarom altijd zinvol om aandacht te hebben voor de sociale impact en sportaccommodaties te behouden die van grote sociaal-maatschappelijke waarde zijn op die locatie. Als de impact op de lokale gemeenschap laag is en naar verwachting ook laag blijft, is het uitfaseren van de sportaccommodatie een voor de hand liggende keuze. • Spreiding & bereikbaarheid. In beginsel is het van belang om over de hele gemeente voldoende en goed bereikbare sport- en beweegvoorzieningen te faciliteren, binnen de acceptabele (financiële) kaders en gangbare normen. In de beslisboom wordt daarom de vraag gesteld of er binnen acceptabele reistijd en via een vellige fietsroute een alternatief bereikbaar is voor een eventuele samenwerking of samenvoeging van sportaccommodaties. Als dit niet het geval is, wordt er eerder voor gekozen om op de betreffende locatie te investeren in het behoud en de verduurzaming, of vernieuwing van de sportaccommodatie.

Indien twee of meerdere sportaccommodaties dicht bij elkaar zijn gesitueerd en er een urgentie is om samen te werken of sportaccommodaties samen te voegen (bijvoorbeeld vanwege een lage bezetting of teruglopende ledenaantallen), dient nader onderzocht te worden welke sportaccommodatie/locatie daar het meest geschikt voor is. De toekomstige locatie dient voor alle gebruikers/leden zo goed en veilig mogelijk bereikbaar te zijn. • De kwaliteit en technische staat van de sportaccommodaties zijn in beginsel niet leidend bij een keuze voor het wel of niet behouden van deze sportaccommodaties. De maatschappelijke waarde van sportaccommodaties staat namelijk centraal en die wordt niet bepaald door de technische staat, maar door het gebruik. Daarom komt dit thema pas onderaan in de beslisboom aan bod. De kwaliteit en technische staat zijn echter wel bepalend voor de ontwikkelstrategie. Zo wordt bijvoorbeeld bij het samenvoegen van sportaccommodaties eerder gekozen voor het behouden de sportaccommodaties van goede kwaliteit en met de langste restlevensduur. De kwaliteit en technische staat van de sportaccommodatie zijn bepalend als investeringen nodig zijn voor de verduurzaming en/of vernieuwing van de te behouden sportaccommodaties.

B2-5

Onderdeel 3: Ja/nee vragen ondersteund door cijfers en richtlijnen Per thema, zoals hiervoor omschreven zijn ja/nee vragen geformuleerd. Door deze achtereenvolgens te beantwoorden, kom je uiteindelijk uit op een ontwikkelscenario, ook wel ‘voorlopig ontwikkeladvies’ genoemd (zie subparagraaf 5.2.4). Bij een aantal van deze vragen zijn cijfers of richtlijnen geformuleerd, die ondersteuning bieden bij het beantwoorden van deze vragen. Op hoofdlijnen zijn de volgende cijfers en richtlijnen toegepast in de beslisboom: Tabel. Toegepaste cijfers en richtlijnen beslisboom Thema Omschrijving cijfers/richtlijn

Onderwijs

Maximale loopafstand bewegingsonderwijs i.r.t. leerlingenvervoer (gemeentelijk beleid) Maximale reisafstand leerlingenvervoer per bus (richtlijn van gemeente)

Bezetting

Richtlijnen NOC*NSF m.b.t. bezetting (ter info/indicatie, geen strikte richtlijn)

Richtlijnen NOC*NSF m.b.t. draagvlak

Demografie & sporthal: benodigd aantal inwoners Sociale cohesie per sporthal (ter info/indicatie, geen strikte richtlijn)

Spreiding & Maximale reistijd per fiets van/naar bereikbaarheid (alternatieve) sportaccommodaties

Bron Beleidsregels 2022 vergoeding lokalen bewegingsonderwijs voor (speciaal) basisonderwijs en (voorgezet) speciaal onderwijs in de gemeente Súdwest-Fryslân. Gezamenlijk vastgestelde richtlijn tijdens werksessies/proces. (max. reisafstand leerlingenvervoer niet omschreven in beleid) Schadenberg, B., Wezenberg-Hoenderkamp, K., & Hoekman, R.H.A. (2020). Binnensportaccommodaties in Nederland: aanbod, gebruik en planning van sporthallen, sportzalen en gymzalen. Utrecht: Mulier Instituut Schadenberg, B., Wezenberg-Hoenderkamp, K., & Hoekman, R.H.A. (2020). Binnensportaccommodaties in Nederland: aanbod, gebruik en planning van sporthallen, sportzalen en gymzalen. Utrecht: Mulier Instituut Gezamenlijk vastgesteld richtlijn tijdens werksessies/proces (geen formeel beleid).

Een groot deel van de vragen kan niet direct worden beantwoord met de toepassingen van cijfers of richtlijnen. Hier is extra onderzoek en/of dialoog nodig om antwoord te geven op deze vraag. Dit is bijvoorbeeld het geval als het gaat om de zelfredzaamheid en vitaliteit van verenigingen en bij de sociale impact/toegevoegde maatschappelijke waarde van sportaccommodaties.

B2-6

Onderdeel 4: Voorlopig ontwikkeladvies Door in de beslisboom van boven naar beneden per thema de ja/nee vragen (ondersteund door cijfers en richtlijnen) te beantwoorden, komt er een voorlopig ontwikkeladvies uit voor de toekomst van de sportaccommodatie. De al geformuleerde denkrichtingen (zie hoofdstuk 3) komen hierin terug. De volgende ontwikkeladviezen zijn als mogelijke uitkomst in de beslisboom opgenomen: •

Sportaccommodatie behouden: verduurzamen of investeren in nieuwe sportaccommodatie op deze locatie (afhankelijk van huidige de kwaliteit en verduurzamingsmogelijkheden). Waar mogelijk een multifunctionele invulling. Dit advies geldt vooral bij de sportaccommodaties met voldoende toekomstperspectief. De huidige en/of toekomstige vraag naar sport- en beweegruimten is hier aanwezig en een investering op deze locatie heeft toegevoegde (maatschappelijke) waarde.

•

Sportaccommodatie behouden en enkel benodigd onderhoud uitvoeren. Dit advies geldt vooral bij sportaccommodaties die slecht bezet zijn en ook in de toekomst weinig nieuwe aanwas verwachten, maar toch een belangrijke maatschappelijke waarde vervullen voor de lokale gemeenschap. Er zijn geen alternatieven binnen een acceptabele reisafstand en het verdwijnen van de sportaccommodatie heeft een te grote impact op de lokale gemeenschap.

•

Sportaccommodatie uitfaseren. Bepaalde sportaccommodaties zijn slecht bezet en verwachten geen nieuwe aanwas in de toekomst. De sportaccommodatie heeft nu en ook in de toekomst geen urgente maatschappelijke waarde voor de lokale gemeenschap. Hier heeft het uitfaseren van de sportaccommodatie de voorkeur. Investeren levert weinig op. Het beschikbare budget kan beter op andere locaties worden ingezet. Enkel noodzakelijk onderhoud wordt uitgevoerd tot het einde van de levensduur. Daarna verdwijnt de sportaccommodatie. De vrijkomende grond kan worden gebruikt voor andere doeleinden of mogelijk worden verkocht. Indien de sportaccommodatie geen gemeentelijk eigendom is, is dit besluit vanzelfsprekend niet aan de gemeente. In dit geval worden in ieder geval eventuele financiële bijdragen/subsidies van de gemeente stopgezet.

Multifunctionele sportaccommodaties (MFA). Hoewel de multifunctionele invulling van sportaccommodaties niet direct als apart thema is opgenomen in de beslisboom, is hier voortdurend aandacht voor vanuit de ontwikkeladviezen. Zodra wordt besloten om een sportaccommodatie te behouden (om wat voor reden dan ook), wordt altijd geadviseerd om nader te onderzoeken hoe meerdere functies kunnen worden gecombineerd op de sportaccommodatie. Naast het samenvoegen van verschillende sporten en sportverenigingen, gaat het ook om (maatschappelijke) functies die van de sportaccommodatie gebruik kunnen maken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan buitenschoolse opvang (BSO), onderwijs, jongerenwerk, buurtverenigingen, zorginstellingen, dagbesteding, fysiotherapie, etc. De kansen voor multifunctioneel gebruik zijn medebepalend voor het behouden en verduurzamen van de betreffende sportaccommodaties. De financiële mogelijkheden en toekomstzekerheid van de sportaccommodaties wordt vergroot. De sportaccommodaties worden interessanter voor exploitatie en de sociale cohesie en samenwerking tussen diverse gebruikersgroepen wordt bevorderd.

B2-7

De voorlopige adviezen in de beslisboom zijn niet bindend, maar geven richting en zorgen voor een gerichte dialoog op de onderwerpen die van belang zijn bij de keuze voor het wel of niet behouden, verduurzamen, vernieuwen en/of samenvoegen van de sportaccommodatie. Paragraaf 5.4 gaat hier nader op in.

B2-8

B3 AFWEGINGSKADER DUURZAAMHEID 1. Inleiding De gemeente staat voor een belangrijke uitdaging: het verduurzamen en toekomstbestendig maken van binnen- en buitensportaccommodaties. Aangezien de ecologische voetafdruk van sportvelden en sporthallen aanzienlijk kan zijn, is er een groeiende behoefte aan duurzame oplossingen. Van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen tot het ontwerp van milieuvriendelijke en energiezuinige faciliteiten, duurzaamheid wordt een steeds belangrijker aspect van de bouw en het beheer van sportaccommodaties. Daarnaast zien we een toenemende invloed van technologie. Van innovatieve materialen tot apps die sporters helpen hun voortgang te volgen, technologie verandert de manier waarop sportaccommodaties functioneren. Innovaties zoals Athletic Skills Model (ASM), virtuele sportlessen, digitale trainingsplatforms en zelfs augmented reality (AR) en virtual reality (VR) technologieën bieden nieuwe manieren voor mensen om betrokken te blijven bij fysieke activiteiten, zelfs als ze niet fysiek in een sportaccommodatie aanwezig zijn. Verder is er een trend zichtbaar waarbij sportaccommodaties niet alleen als sportlocaties functioneren, maar ook als multifunctionele centra die bijvoorbeeld ruimte bieden voor educatie, ontmoeten, werk, en sociale activiteiten.

Het gebruik van sportaccommodaties voor bredere gemeenschapsdoelen reflecteert de veranderende rol die deze voorzieningen spelen in een steeds complexere samenleving. Dit document beschrijft een proces om te komen tot maatregelen om de sportaccommodaties van de gemeente Súdwest-Fryslân toekomstbestendig te maken op een integraal duurzame manier. Dit proces bestaat uit een combinatie van een aantal stappen, elk bestaand uit een set aan vragen, die het mogelijk maakt om een gemotiveerde, eenduidige, transparante en vooral integrale afweging van maatregelen voor verduurzaming te maken. Systeemdenken als basis voor integraliteit Voor integrale duurzaamheid is systeemdenken belangrijk. Het is nodig om ‘het grote plaatje’ te kunnen zien: hoe alle onderdelen van het systeem met elkaar samenhangen en hoe alle dingen die we doen dat systeem beïnvloeden. En het helpt om bronoorzaken te vinden en te komen tot integrale afwegingen en oplossingen. Systeemdenken doe je door regelmatig van perspectief te wisselen: inzoomen op een probleem en bij de bedachte oplossingen ook weer uitzoomen naar de effecten van die oplossingen op het hele systeem.

Figuur 1: Systeemdenken Uiteindelijk draait duurzaamheid om het systeem aarde. Om veilig te kunnen voortbestaan op deze planeet, is het van belang om goed te begrijpen hoe de aarde werkt en om die werking niet te ondermijnen. Duurzaamheid is geen doel op zich, maar een middel om het hogere doel te bereiken, namelijk dat we een leefbare aarde houden waar we met zijn allen veilig, gezond en rechtvaardig kunnen leven. Vier principes voor integrale duurzaamheid

Uitgangspunt voor het ontwikkelen van dit afwegingsproces is om tot de juiste verduurzamingsmaatregelen te kunnen komen op basis van een integrale blik op duurzaamheid, vanuit systeemdenken. Hiervoor zijn de vier duurzaamheidsprincipes van het Raamwerk voor Strategische Duurzame Ontwikkeling (RSDO, ook bekend als The Natural Step raamwerk) gebruikt. Deze vier principes geven het kader voor een leefbare aarde. Zie bijlage 1 voor een nadere toelichting op deze duurzaamheidsprincipes. De duurzaamheidsprincipes zijn:

Breek de natuur niet sneller af dan de tijd die nodig is om te herstellen; Breng niet meer en sneller stoffen uit de aarde in het milieu dan de natuur kan verwerken Breng niet meer en sneller door de mens geproduceerde (natuurvreemde) stoffen in het milieu dan de natuur kan verwerken Doe geen dingen waardoor mensen beperkt worden bij het kunnen vervullen van hun basisbehoeften. EU- en Rijksdoelen voor duurzaamheid De Europese Unie pakt een leidende rol op het wereldtoneel om te werken aan een klimaatbestendige, circulaire en biodiverse wereld. De doelstellingen hiervoor van de EU zijn overgenomen door het Rijk en bevatten mijlpalen voor 2030 en 2050 (zie figuur 2)

Figuur 2: EU- en Rijksdoelstellingen voor 2030 en 2050

De betekenis van sportaccommodaties voor de samenleving In de moderne samenleving is sport niet alleen een vorm van vermaak of competitie, maar ook een essentiële pijler voor het bevorderen van gezondheid en welzijn. Terwijl de waarde van lichamelijke activiteit steeds meer erkend wordt, is het vaak de aanwezigheid van sportaccommodaties die het mogelijk maakt om sport op een toegankelijke manier te beoefenen. Van speelplaatsen tot zwembaden, van voedbalveldjes tot sporthallen, deze faciliteiten spelen een cruciale rol in het bevorderen van de fysieke en mentale gezondheid van de bevolking. In dit afwegingskader staan de sportaccommodaties centraal, de locaties die bedoeld zijn voor sport, bewegen en spel. Deze omvatten in de gemeente gymzalen, sporthallen, zwembaden en sportvelden met alle bijbehorende voorzieningen zoals kleedkamers, douches, materialenopslag en technische ruimtes.

Maar naast sport en spel betekenen de sportaccommodaties nog veel meer voor de samenleving. Het is een plek voor samenzijn, ontspanning en plezier en de accommodaties worden ook gebruikt voor evenementen en ontmoetingen. Dit brede gebruik van sportaccommodaties is een verrijking voor de lokale gemeenschap en dat perspectief is ook meegenomen in dit afwegingskader. Geschiedenis en Evolutie van Sportaccommodaties Sportaccommodaties hebben door de geschiedenis heen een opmerkelijke evolutie doorgemaakt. van de oude Grieken en het stadion Olympia tot The O2 Arena in London of SoFi Stadium in Californië. In de loop der tijd, vooral in de 19e en 20e eeuw, werd sport steeds meer gezien als een georganiseerde activiteit met gezondheid en sociale voordelen. In de 19e eeuw, met de industrialisatie en de opkomst van het burgerlijk leven, begon de bouw van openbare sportfaciliteiten zoals sportvelden, zwembaden en later sporthallen. Dit gebeurde in de context van het groeiende besef van de link tussen lichamelijke gezondheid en georganiseerde sport. In de tweede helft van de 20e eeuw werd de nadruk op sportaccommodaties in toenemende mate gelegd op toegankelijkheid, inclusiviteit en multifunctionaliteit. Moderne sportaccommodaties zijn ontworpen om niet alleen plaats te bieden voor wedstrijden en training, maar ook om een breed scala aan recreatieve activiteiten te ondersteunen.

Van gezondheidscentra en multifunctionele sportscholen tot gemeenschapscentra die buurtbewoners in staat stellen dagelijks te sporten bewegen en spelen, de rol van sportaccommodaties in de samenleving is divers en onmiskenbaar. Sportaccommodaties en Gezondheid De voordelen van sport voor de gezondheid zijn algemeen erkend. Regelmatige lichaamsbeweging kan het risico op chronische ziekten zoals obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten verlagen. Daarnaast helpt het sporten bij het verbeteren van de algehele fitheid, het versterken van het immuunsysteem en het bevorderen van een betere slaap. Sportaccommodaties spelen hierbij een cruciale rol door de infrastructuur te bieden die nodig is voor deze fysieke activiteiten. Fysieke gezondheid en sportaccommodaties Het aanbieden van goed onderhouden en toegankelijke sportaccommodaties moedigt mensen aan om actief te blijven. Sportfaciliteiten bieden niet alleen de ruimte om te sporten, maar ook de benodigde materialen en begeleiding om de oefeningen op een veilige en effectieve manier uit te voeren. Bijvoorbeeld, gymzalen zijn uitgerust met materialen die het gemakkelijker maken voor kinderen om verschillende atletische vaardigheden te ontwikkelen, terwijl zwembaden de ideale ruimte bieden voor mensen die door gewrichtsproblemen of andere beperkingen niet kunnen deelnemen aan intensieve fysieke activiteiten.

Sportaccommodaties zijn ook van groot belang voor het bevorderen van gemeenschappelijke sportvormen zoals voetbal, basketbal en tennis. Door sportvelden en -hallen toegankelijk te maken voor het brede publiek, kunnen mensen van alle leeftijden en niveaus deelnemen aan sport, wat niet alleen de fysieke gezondheid bevordert, maar ook sociale interactie en gemeenschapsgevoel versterkt.

Sociale en mentale gezondheid Het belang van sportaccommodaties gaat verder dan de lichamelijke gezondheid. Regelmatig sporten heeft ook aanzienlijke voordelen voor de mentale gezondheid. Beweging kan stress verminderen, angst verlichten en bijdragen aan een beter humeur door de afgifte van endorfines. Bovendien kan het deelnemen aan sportactiviteiten het gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen vergroten. Sportaccommodaties bieden de ruimte voor deze mentale voordelen door een omgeving te creëren waarin mensen hun fysieke en emotionele grenzen kunnen verleggen. Fitnesscentra, groepslessen en zwembaden bieden niet alleen de gelegenheid voor lichaamsbeweging, maar vormen ook sociale plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en nieuwe vriendschappen kunnen sluiten. Dit bevordert een sociaal netwerk en draagt bij aan de mentale gezondheid door de vermijding van isolatie en het versterken van gemeenschapsbanden. Daarnaast is er de trend van “gezondheidsgerichte sportfaciliteiten”, zoals mind-body studios, waar yoga en pilates wordt beoefend, en sportfaciliteiten die mindfulness en mentaal welzijn integreren in hun programma’s. Deze aanpassingen weerspiegelen een verschuiving in hoe we sportaccommodaties begrijpen — niet enkel als plaatsen voor fysieke activiteit, maar ook als centra voor mentale rust en hernieuwde energie.

Toegankelijkheid en gelijkheid Hoewel sportaccommodaties vaak als vanzelfsprekend worden beschouwd, is toegang tot deze voorzieningen niet altijd gelijk verdeeld. In kernen en wijken, met name in sociaaleconomisch achtergestelde gebieden, is de toegang tot goed onderhouden sportfaciliteiten soms beperkt. Dit leidt tot ongelijke kansen voor fysieke activiteit, wat de kloof in gezondheidspatronen vergroot. Gemeenschappen zonder voldoende sportaccommodaties kunnen bijvoorbeeld worstelen met hogere percentages van obesitas en andere gezondheidsproblemen die verband houden met inactiviteit. Het ontbreken van veilige en toegankelijke sportfaciliteiten kan bijdragen aan een sedentair bestaan, wat op zijn beurt leidt tot een toename van gezondheidsproblemen zoals hart- en vaatziekten, diabetes en depressie. De noodzaak om sportaccommodaties toegankelijk te maken voor iedereen is dan ook van groot belang. Overheden en lokale gemeenschappen spelen een sleutelrol in het waarborgen van gelijke toegang. Dit kan door het bouwen van sportfaciliteiten in achtergestelde wijken, het subsidiëren van lidmaatschapskosten of het aanbieden van gratis toegang op bepaalde tijden van de week. Het creëren van inclusieve sportaccommodaties zorgt ervoor dat meer mensen de kans krijgen om actief te zijn, ongeacht hun sociale of economische achtergrond.

Het ‘recept’ voor een gemotiveerde, eenduidige en transparante afweging Het gebruiken van dit afwegingskader is eigenlijk net als koken. Stap voor stap doorloop je het recept waarbij je steeds ingrediënten toevoegt om te komen tot een heerlijk eindresultaat. Het afwegingskader doorloop je ook stap voor stap en de belangrijke ingrediënten in dit recept zijn de verschillende vragen die bij elke stap horen. Dit zijn open vragen die in het proces helpen om integraal en vanuit systeemdenken te kijken naar de opgave, alle mogelijke oplossingen en maatregelen en ten slotte om af te wegen. Niet alle vragen zijn elke keer relevant en die beslissing wordt iedere keer gemaakt. Zo is ruimte voor maatwerk. En er is altijd ruimte om nieuwe relevante vragen toe te voegen. Door de open vragen te beantwoorden wordt informatie verzameld. Bij de afweging in de laatste stap van het proces, worden de argumenten bijeengebracht waarmee de keuzes voor verduurzaming van sportaccommodaties worden onderbouwd. Zo leidt dit proces uiteindelijk tot gemotiveerde keuzes en een eenduidige en transparante afweging.

In de paragrafen hierna is het afwegingsproces stap voor stap beschreven en zijn alle vragen die opgenomen die op dit moment relevant lijken voor de opgave van sportaccommodaties. Naarmate de gebruikers ervan zich het kader meer eigen maken, is deze uitgebreide beschrijving steeds minder nodig. Daarom is door de gemeente ook een verkorte versie gemaakt als Quick Reference Card.

2. Processtappen Voordat je beste maatregelen voor duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties kunt afwegen, is het van belang om enkele ‘bovenliggende’ vragen te beantwoorden. Doorloop daarvoor het ABCD- proces. De stappen A, B en C vormen de context en wordt informatie verzameld om de juiste afweging te kunnen maken. Bij stap D vindt de daadwerkelijke afweging op maatregelenniveau plaats.

A: Wat is het (hogere) doel? B: Wat is de opgave? C: Wat zijn mogelijke oplossingen? D: Hoe kiezen we het (meest) juiste om te doen?

Figuur 3: ABCD-proces

Figuur 4 Overzicht afwegingsproces

BLAUW A: Wat is het (hogere) doel? De twee niveaus die vaststaan voor de strategische aanpak op toekomstbestendige sportaccommodaties zijn: 1. Het hoogste doel is het bijdragen aan een leefbare aarde (zie doelenpiramide, figuur 5.) 2. Het onderliggende doel van de gemeente Súdwest-Fryslân is om te komen tot veilige, duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties met de volgende ambities: • Inzetten op een veilige en toegankelijke sportomgeving. Iedereen heeft de kans om mee te doen aan sport en bewegen. Daarvoor is een veilige en toegankelijke sportomgeving nodig. Met veilig bedoelen we fysiek veilig zoals brandveilig, verkeersveilig en een veilige leefomgeving. Met sociaal veilig bedoelen we de kansen om mee te doen, om jezelf te kunnen zijn en door respectvol met elkaar om te gaan. Een toegankelijke sportomgeving geven de kansen om mee te doen voor mensen met een zintuigelijke, lichamelijke e/o verstandelijke beperking. • Inzetten op duurzame en hoogwaardige accommodaties en multifunctioneel gebruik. Onder duurzaam verstaan we dat accommodaties geen negatieve impact hebben en bijdragen aan een leefbare aarde. Accommodaties zijn toekomstbestendig doordat ze aanpasbaar zijn en kunnen mee ontwikkelen met toekomstige behoeften, gebruik en functies. • Versterken van sporten, bewegen, spelen en ontmoeten in de openbare ruimte (BIOR).

Sporten en bewegen speelt zich niet alleen af in sportaccommodaties maar ook in de leefomgeving van inwoners. 3. De bedoeling van de sportaccommodatie zelf, nl. • gewenste levensduur, en • het huidige en de toekomstige functie/gebruik. Dit kan wijzigen door voortschrijdend inzicht. Daarom is het nodig om iedere keer bewust te benoemen wat de bedoeling is van de sportaccommodatie.

Figuur 5: De doelenpiramide met de vier duurzaamheidsprincipes voor een leefbare aarde GROEN B: Wat is de opgave? De volledige vraag luidt eigenlijk; “Wat zijn nu, in de huidige realiteit, de belemmeringen om de sportaccommodaties… …goed te laten functioneren …gedurende de gewenste levensduur …voor huidig en toekomstig gebruik …op een manier die bijdraagt aan veilige, duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties …voor een leefbare aarde?”

Voor het in beeld brengen van de opgave zijn er drie perspectieven: 1. Duurzaamheid: opgave om het hoogste doel – een leefbare aarde – te halen. 2. Assetmanagement: opgave voor beheer en onderhoud, exploitatie en gebruik en toekomstige renovatie, sloop-nieuwbouw. 3. Omgeving: opgave in de context van de omgeving van de sportaccommodaties, andere voorzieningen, functies en gebruik. Vragen die horen bij het in beeld brengen van de opgave zijn: 1. Duurzaamheid: waar hebben de sportaccommodaties een negatieve impact op een leefbare aarde(het hoogste doel)? Denk aan het gebruik van fossiele energie, gebruik van niet duurzame en/of circulaire materialen, nog niet klimaatadaptief, veilig en inclusief etc. Kijk hiervoor naar duurzaamheidsimpacts in de hele keten. Zet bijvoorbeeld de impactanalyse in als tool om hier inzicht in te krijgen (zie figuur 6).

Hoe dragen onze sportaccommodaties bij aan het fysiek afbreken van natuur en biodiversiteit? Hoe dragen onze sportaccommodaties eraan bij dat stoffen uit de aardkorst in het milieu terecht komen? Hoe dragen onze sportaccommodaties eraan bij dat door de mens geproduceerde (natuurvreemde) stoffen in het milieu terecht komen? Hoe dragen onze sportaccommodaties bij aan het beperken van anderen in het kunnen vervullen van hun basisbehoeften?

Figuur 6: Hoofdvragen impactanalyse 2. • • • • • •

Assetmanagement: Voldoet de bezettingsgraad aan de wettelijke normen? Is het gebruik van de accommodaties optimaal? Voldoet de afstand tot een sportaccommodatie aan de norm voor bereikbaarheid? Is de accommodatie geschikt (te maken) om te combineren met andere functies en behoeften? Bv. Een sport-BSO. Welke onderhoudsopgave ligt er om gebruik van de sportaccommodaties en de bijbehorende openbare ruimte voor nu en voor de toekomst in stand te houden (beheer, onderhoud, renovatie, sloop-nieuwbouw)? Wat zijn beperkende omstandigheden waar rekening mee gehouden moet worden zoals verkeerssituatie, fysieke toegankelijkheid, exploitatie etc.?

3. Omgeving en context: • Welke functies zijn er nog meer in de omgeving die van invloed zijn op het gebruik van de sportaccommodaties? Bv. Dorpshuizen, scholen, zorgvoorzieningen, commerciële sportaanbieders etc. • Welke relevante demografische ontwikkelingen zijn er die van belang zijn voor het gebruik van de sportaccommodaties? Bv. Vergrijzing, ontgroening, krimp • Welke trends en ontwikkelingen van sport zijn er die van invloed zijn op de functie en het gebruik van de sportaccommodatie? • Welke maatschappelijke stakeholders willen we bij het vervolg proces betrekken?

4. Zijn er nog andere vragen waar we antwoord op nodig hebben voordat we oplossingen en maatregelen gaan bedenken (C-stap)? C: Wat zijn mogelijke oplossingen (maatregelen)? Voor het in beeld brengen van de oplossingen en mogelijke (cluster van) maatregelen zijn er drie perspectieven van waaruit je vragen stelt: 4. Omgeving, gebruik en functionaliteit 5. Duurzaamheid 6. Assetmanagement

1. Vragen vanuit omgeving, gebruik en functionaliteit: • • • • •

Wat is in de omgeving aanwezig aan functies en/of voorzieningen die de functie van de sportaccommodaties kan versterken? Bv. samenwerken of clusteren met o.a. onderwijs/zorg/cultuur/ondernemers. Kan de bezettingsgraad omhoog gebracht worden door aanpassingen op software of orgware? Zie bijlage 2 voor een toelichting op de begrippen orgware en software. Wat zijn ervaringen van gebruikers die we meteen kunnen meenemen in de oplossing? Zijn er opgaven of ontwikkelingen in de omgeving die we meteen kunnen meenemen in de oplossing? Kunnen wij met ons sportaccommodatie bijdragen aan doelen van andere beleidsvelden? Bv gezondheid, toerisme, onderwijs en cultuur etc.

2. Vragen vanuit duurzaamheid: • •

•

Wat is de voorkeursmethode voor aardgasvrij worden vanuit de WarmteTransitieVisie voor deze sportaccommodatie? Wat zijn mogelijke duurzaamheidsmaatregelen voor deze accommodatie? Volgens welke informatiebronnen? Denk aan antwoord op: hoe kunnen we energie besparen, aardgasvrij worden, hoe kunnen we duurzame materialen gebruiken, afval voorkomen, hoe kunnen we circulair verbouwen of renoveren, wat doen we met vrijkomend afval? Kunnen we het ruimtebeslag van de sportfunctie combineren met of omvormen tot ruimte voor klimaatadaptatie en biodiversiteit?

3. Vragen vanuit assetmanagement: • • • • •

Kunnen we het gebouw toekomstbestendig maken door te zorgen dat het aanpasbaar is en mee kan ontwikkelen met toekomstige behoeften, gebruik en functies? Kunnen we maatregelen/werkzaamheden/ oplossingen combineren? (werk met werk maken) Is dit de goede timing? Bijvoorbeeld: Wat als een dak in aanmerking komt voor zonnepanelen maar over een jaar of twee gerenoveerd moet worden? Ga je dan de dakrenovatie vervroegen? Of ga je het plaatsen van de zonnepanelen uitstellen? Bij welke andere sportaccommodaties of vastgoed van de gemeente speelt hetzelfde en kunnen we opschalen? Kunnen we anders financieren? Bv. TCO, PAAS, combineren met financiën van andere beleidsopgaves waaraan bijgedragen wordt, restwaarde meenemen etc.. Zie bijlage 1 voor een toelichting op de afkortingen.

4. Zijn er nog andere vragen waar die helpen om tot oplossingen of maatregelen te komen? D: Hoe kiezen we het (meest) juiste om te doen? Stap C kan vele en uiteenlopende mogelijke oplossingen en maatregelen opleveren. In stap D is het zaak om de juiste afweging te maken tussen al die mogelijkheden. Hoe kiezen we het (meest) juiste om te doen? Om die vraag voor elke sportaccommodatie opnieuw eenduidig en onderbouwd te beantwoorden, dient het afwegingskader dat in het volgende hoofdstuk is beschreven. Eén spelregel vooraf om dit afwegingsproces soepel te kunnen doorlopen met de betrokkenen:

We doen het met wat we (kunnen komen te) weten.

Met andere woorden: doe het met de (vak)kennis, ervaring en informatie die er is in het team, eventueel aangevuld met kennis en informatie van partners, markt of andere beschikbare bronnen. En met dit afwegingskader natuurlijk! Wat je niet hebt, niet weet of niet kunt vinden, kun je niet meenemen in de afweging. Afwegen ten opzichte van wat? Alles is relatief. Daarom is het belangrijk om te beseffen ten opzichte van wat de afweging plaatsvindt. Daarbij zijn verschillende opties: 1. Afweging ten opzichte van de huidige situatie – bijvoorbeeld energie van kolencentrale ten opzichte van energie van zonneweide. De oplossing of maatregel moet een goede duurzame stap zijn ten opzichte van niets doen of hetzelfde blijven doen. 2. Oplossingen die vergelijkbaar zijn – bijvoorbeeld energie van zonneweide ten opzichte van energie van zonnepanelen op dak. Je hebt twee of meerdere vergelijkbare oplossingen of maatregelen en gaat kiezen welke de beste is voor jouw situatie en de beste duurzame stap is. 3. Oplossingen die niet vergelijkbaar zijn maar wel hetzelfde doel dienen – bijvoorbeeld energie van zonnepanelen ten opzichte van energie van windmolens. Je hebt twee of meerdere oplossingen die verschillend zijn maar wel hetzelfde doel dienen. Het is vergelijken tussen appels en peren en je gaat kiezen welke de beste is voor jouw situatie en de beste duurzame stap is. GRIJS 3.

D: de afweging Het afwegingskader bestaat uit drie hoofdvragen, elk bestaand uit een set aan subvragen, die helpen om af te wegen of iets een duurzame stap is of niet. Vraag 1: is het een stap in de goede richting? Brengt de oplossing/maatregel of cluster van maatregelen ons daadwerkelijk dichter bij de gestelde doelen van stap A? Beantwoord de volgende vragen: 1a. Draagt het bij aan onderstaande doelen? • Een leefbare aarde (vaststaand doel, vanuit integrale benadering van duurzaamheid binnen het kader van de vier duurzaamheidsprincipes) • Veilige, duurzame en toekomstbestendige sportaccommodaties (vaststaand doel, vanuit het sportbeleid) • De bedoeling van de sportaccommodatie, kijkend naar de gewenste levensduur en de huidige en toekomstige gebruik? (situationeel doel, vastgesteld bij stap A en nieuwste inzichten). 1b. Wat is de duurzaamheidswinst en zijn er ook negatieve bijeffecten? • Wat is de duurzaamheidswinst ten aanzien van ten minste een van de vier duurzaamheidsprincipes? • Welke negatieve duurzaamheidsimpacts brengt deze maatregel met zich mee ten aanzien van ten minste een van de vier duurzaamheidsprincipes? • Hoe kunnen we de oplossing/maatregel nog aanpassen zodat we meer positieve impact maken en/of de negatieve impact nog verder verminderen? Bekijk bijlage 1 voor een toelichting op de vier duurzaamheidsprincipes. Beslismoment

Beoordeel de uitkomsten en beslis of de oplossing of maatregel voldoende duurzaam is om door te gaan met vraag 2 van het afwegingskader. Is het een NO-GO? Ga dan terug naar de bedachte oplossingsrichtingen in stap C en kies een andere of nieuwe maatregel. Vraag 2: is het een flexibele stap? Innovaties, nieuwe inzichten, technieken, veranderende wensen en samenleving maken het nodig om flexibel te kunnen acteren bij de verduurzaming van vastgoed. Ook is flexibiliteit nodig omdat vaak de duurzame einddoelen niet met één stap gehaald worden en vervolgstappen voor duurzaam vastgoed nodig zijn. Flexibiliteit in oplossingen en maatregelen is ten slotte ook een manier om met risico’s om te gaan en om ruimte te maken voor experimenten en innoveren. Beantwoord de volgende vragen. 2. Is het een flexibele stap? • Hoe is deze maatregel ook een goede keuze met het oog op toekomstig gebruik? • Hoe is een volgende stap mogelijk als met deze stap de einddoelen nog niet gehaald zijn? • Wat is het risico op desinvestering als we ook volgende stappen gaan zetten? • Wat is het risico op een lock-in-effect (zie kader)? • Hoe kunnen we de maatregel/oplossing nog aanpassen zodat het wel een flexibele stap is?

Lock-in-effect Het lock-in-effect ontstaat wanneer je helemaal afhankelijk wordt van een bepaalde technologie. Dit is een valkuil omdat het niet flexibel is. Bedrijven die hun geld verdienen met technologische diensten proberen het lock-in-effect te bereiken bij hun doelgroep, omdat ze de klanten dan stevig in hun greep krijgen. Het lock-in-effect zorgt ook voor een rem op innovaties. Want ook al komt er een beter alternatief op de markt, dan zal men er nog niet snel voor kiezen om over te stappen omdat men gevangen zit in het eerder gekozen systeem. De klant is volledig afhankelijk van de leverancier, omdat hij niet zonder substantiële kosten of ongemak kan omschakelen. (Uit: "Duurzaam zijn moet je durven" - Hilda Feenstra) Beslismoment Beoordeel de uitkomsten en beslis of de oplossing of maatregel voldoende duurzaam is om door te gaan met vraag 3 van het afwegingskader. Is het een NO-GO? Ga dan terug naar de bedachte oplossingsrichtingen in stap C en kies een andere of nieuwe maatregelen. Vraag 3: is het een goede investering? Deze vraag gaat niet alleen over het financiële perspectief van return-on-investment maar over het in beeld brengen van de totale waarde die de maatregel/oplossing oplevert voor de gemeente Súdwest Fryslân.

Het gaat om een brede kosten-baten afweging waarbij er ruimte is voor maatschappelijke en ecologische waarden, andere verdienmodellen (bijvoorbeeld Products as a Service, PAAS), andere manieren om met kosten om te gaan (bijvoorbeeld Total Costs of Ownership of maatschappelijke kosten-baten analyse). Ga na in welke mate onderstaande vragen op deze oplossing/maatregel van toepassing zijn. 3. Is het een goede investering ten aanzien van een aantal van onderstaande waarden? • Welke besparing realiseert het in tijd, materiaal, financiële en/of andere middelen? • Welke risico’s verminder/vermijd je door deze stap te zetten? (ecologisch, sociaal en/of economisch)? • Hoe past de (verwachte)levensduur van de accommodatie ook bij de benodigde investering? • Hoe verlengt het de levensduur van de accommodatie? • Hoe heeft het een positief effect op de flexibiliteit en/of het multifunctioneel gebruik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16560464/1